|
 |
|
|
|
Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De
meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek,
maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij
mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of
elders in Europa aan het trappen. Op deze site
verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en
vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik
ook voor de lol. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Pretvaderen
is het centrale thema van een column die ik wekelijks
schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands
Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch
Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site,
behalve met wielrennen, ook kennis met een
prettige kijk op het vaderschap. |
|
|
|
Naam:
Dick van der Plas Leeftijd:
49
Woonplaats: Katwijk |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
| |
| |
|
Programma 2010
Maart:
Joop
Zoetemelk Classic vanuit Leiden
April:
Trainingskamp in Spanje
(van 6 t/m 13)
Hart van de Bollenstreek
Mei:
Waalse Pijl (15 mei)
Route des Amblèves (Ardennen,
29 mei)
Juni:
Jean Nelissen Classic
(Vianden, 12 juni)
Trainingskamp
Dolomieten (27 juni)
Juli:
Dolomieten Marathon
(4 juli)
Augustus:
Vakantie (Ierland)
September:
Fietsweek
Vogezen (HTWV)
Oktober:
Herfstmountainbiken
in Leersum
November:
Rabo Beach Challenge
|
| |
|
|
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
| |
Maratona!
Zondag 4
juli
Eén metalen kram ligt er in
de afdaling van de Pordoi en wie denk je dat erin rijdt?
Na anderhalf uur Maratona dles Dolomites sta ik al langs
de kant. Als je goed bent, rijd je niet lek, roep ik
altijd als eerste. Maar totdat ik mijn wiel onder me weg
voel slippen, heb ik heel behoorlijk gereden. Rob3 is
gewoontegetrouw al in geen velden of wegen meer te
bekennen, maar Rob2 heb ik tot aan de top van deze reus
(2239 meter) aan mijn zijde of vlak achter me geweten.
Maar ook hij is uit het zicht als ik, gejaagd door de
adrenaline, de spullen uit mijn zadeltasje haal om de
binnenband te verwisselen. Vele honderden fietsers die
ik net met veel pijn en moeite heb ingehaald, suizen me
nu met hoge snelheid voorbij. Tel uit je winst.

Maar terug naar het begin:
de opkomende zon beschijnt alleen nog de bergtoppen, als
het startschot valt voor de Maratona dles Dolomites.
Letterlijk stapvoets hebben we de laatste kilometers
naar de streep afgelegd, op een ochtend die om 04.45 uur
begon. Een haastig ontbijt met pannenkoeken, een
kattenwasje, spullen bij elkaar zoeken en vanaf het
balkon met lede ogen toezien hoe duizenden renners ons
appartement al voorbij suizen, op weg naar de plek waar
we precies om 6.30 uur mogen vertrekken. Twee ronkende
helikopters cirkelen boven onze hoofden (de tocht wordt
hier live op tv uitgezonden), een speaker roept in
onverstaanbaar Italiaans allerlei wetenswaardigheden en
in de verte zwelt het geluid van een Italiaanse
brassband aan. Maar wij staan nog stil, in het vak met
de nummers 2000 tot 4000. Alleen de wedstrijdrijders en
een groep prominenten - onder wie Mario Cippolini -
staan al op de pedalen. Dan komt voor ons de rij
langzaam in beweging. We gaan op weg voor 137 kilometer
over zeven Dolomietencols.


Ik heb ergens gelezen dat
het maximumaantal deelnemers voor deze tocht is bepaald
op 8500, maar het zou me niks verbazen als er zomaar
twee keer zoveel rondrijden. Voor ons uit en achter ons
slingert een lang lint van felgekleurde shirtjes zich
door de bergen. Het is voortdurend opletten in dit
megapeloton: links, rechts, voor of achter, overal loert
een elleboog of een wiel dat je tegen de grond kan laten
smakken. In deze drukte is het letterlijk ieder voor
zich en dat is ook de afspraak die we binnen ons groepje
van zeven hebben gemaakt. Als het toevallig zo uit komt
dat sommige leden gezamenlijk oprijden is dat mooi, maar
het streven is er niet op gericht.

Na mijn lekke band begin ik
derhalve aan een eenzame inhaalrace, hoewel ik geen idee
heb wie van mijn fietsmaten al voor of nog achter me
zitten. Ik passeer de Passo Sella en de Passo Gardena,
maar de moraal krijgt na zo'n tegenslag toch een
geduchte knauw. Bij elk oneffenheidje in de weg ben ik
bang dat ik binnen enkele seconden weer op de velg rijd.
Op de top van Gardena sla ik voor het eerst wat voedsel
in en zie hoe Mario Cippolini - die toch ruim voor me is
gestart - door de RAI wordt geïnterviewd.

In de afdaling haalt de
voormalige klasbak me weer in: hij kon altijd al beter
dalen dan klimmen. Dat blijkt als ik hem bij de tweede
rondgang over de Passo Campolongo weer achterop rijd. Al
minuten daarvoor hoor je aan de toeschouwers aan de kant
dat 'Mooie Mario' hier nog steeds ongekend populair is.
Maar fietsen is inmiddels bijzaak voor hem, blijkt ook
uit het feit dat hij uiteindelijk een half uur later dan
ik zal finishen. 'Heb Mario Cippolini helemaal naar de
kloten gereden', sms ik trots naar huis.

Op de top van de Campolongo
haal ik ook mijn collega en fietsmaat Rob1 weer bij.
Normaal klim ik iets beter dan hij, al is daar deze
afgelopen week weinig van te merken. Maar Rob daalt
altijd alsof hij thuis geen vrouw en kinderen heeft. En
uitgerekend vanaf dit punt rijden we zo'n dertig tot
veertig kilometer voornamelijk naar beneden. Door
opnieuw herhaaldelijk te forceren - en af en toe
inhouden van zijn kant - ben ik hem op de voet van de
Passo Giau tot op een meter of vijftig genaderd, als
voor de tweede keer weglopende lucht roet in het eten
gooit. Nee, geen lekke band dit keer. Door een
combinatie van zoete gelletjes, gesuikerde hapjes en
water met koolzuur dat een behulpzaam Italiaans meisje
in mijn bidon gooit, krijg ik in deze loodzware klim
(2236 meter) last van maag- en/of darmkrampen (het
verschil voel ik nooit). En hoe kom je daar vanaf, in
dit open landschap? Af en toe nepschijten op de vangrail
geeft geen verlichting, ik blaas er alleen mijn fiets
mee om.

Twee glazen lauwe cola op de
top van de Giau werken beter en redelijk opgeknapt begin
ik aan de laatste klim (Passo Falzarego, 2117 meter) en
de lange afdaling naar de finish in Corvara. Daar blijkt
het Robbendag te zijn: Rob3, Rob2 en Rob1 (in die
volgorde) zitten me daar op te wachten en ook clubgenoot
Graham blijkt al binnen. Als ook Gerard, Harold en Hans
kort daarna, wit uitgeslagen van het zweet binnenkomen
kunnen we, al bijna gewoontegetrouw, aan de
hersteldrank. Dit keer, we zitten hier tenslotte in
Süd-Tirol, opgevrolijkt met pasta en braadworst.
 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag 15 juli
De Maratona dles Dolomites is ook voer
voor columns. Voor de dagbladen van HDCmedia schreef ik
er twee, dit is de tweede:
Mooie Mario
Lang voordat ik hem in het zicht krijg, gonst zijn naam
al door de
rijen met toeschouwers buiten Corvaro, op de helling van
de Passo
Campolongo. 'Mario, Mario, Mario, Mario, Mario!' Mario
Cipollini,
startnummer 395 in deze Maratona dles Dolomites, 'Mooie
Mario',
winnaar van klassiekers als Gent-Wevelgem en Milaan-San
Remo, 12
etappes in de Tour de France en 42(!) in de Giro
d'Italia,
wereldkampioen in 2002 (Zolder), deze Super Mario dus,
gaat zo
dadelijk worden ingehaald door wielertoerist Dick van
der Plas,
startnummer 2304.

Niemand hoor je hier in Noord-Italië over het
wereldkampioenschap
voetbal. Als mijn fietsmaten na de overwinning van
Oranje op Brazilië
dronken van geluk op het balkon van ons appartement
staan te
schreeuwen, fronst de tuinman die hier de bloembakken
water geeft
hooguit even de wenkbrauwen. Hij kijkt alleen op van
zoevende
wielerbandjes, die hier met duizenden de weg tussen La
Villa en
Corvara onveilig maken. Het gebied is al een week in de
ban van de
'Maratona', die fietsers uit heel Europa trekt. In hun
trainingsritjes
wurmen ze zich door het drukke verkeer, maar op de
wedstrijddag zelf
houden leger en politie vanaf vijf uur in de ochtend het
parcours van
137,5 kilometer geheel autovrij. Op elke straathoek, bij
elke afrit
van hotels en winkelcentra staat een ambtsdrager die
iedereen zonder
startbewijs tien uur lang aan de kant zet. Niemand die
dit vreemd
vindt, want als wielrenner stel je nog wat voor, in
Italië.
Mooie Mario ziet er op zijn 43ste nog steeds patent uit,
met die
enorme bovenbenen, zijn opvallende wit/blauwe tenue en
zijn kekke
zonnebril. Als enige rijdt hij, uiteraard, zonder helm.
In de aanloop
naar deze Maratona over zeven Dolomietencols was hij
door mensen uit
ons groepje al herhaaldelijk gezien op de terrasjes in
Corvara, bij
het ophalen van de startbewijzen in Badia en een enkel
trainingsritje.
Maar ik kom hem pas voor de eerste keer tegen op de top
van de Passo
Sella (2242 meter) waar hij wordt geïnterviewd door een
cameraploeg.
Want deze eendaagse wedstrijd (voor een select groepje
hardrijders) en
toertocht (voor zo'n 8000 anderen) wordt in Italië live
op tv
uitgezonden. Twee helikopters scheren 's morgens rond
half zeven bij
de start over het veelkleurige lint van fietsers dat
zich in beweging
zet naar de eerste cols.
Als startnummer 2304 sta ik redelijk voor in het veld,
maar Mario mag
met de wedstrijdgroep vertrekken. Dat ik hem op de top
van de derde
berg nog tref, is des te opmerkelijker omdat ik bij de
afdaling van de
tweede col - de Passo Cordoi - ben lekgereden. Mijn
goede gewoonte om
bandjes altijd door een ander te laten vervangen, breekt
me hier op.
Ieder voor zich, is het deze dag. In de eeuwigheid die
het lijkt te
duren voordat ik weer op weg kan voor een bij voorbaat
verloren
inhaalrace, zijn ze me met duizenden voorbij gevlogen.
Alleen Mario
niet, die wás me al voor. En als hij zich op elke col
breedlachend
heeft laten interviewen is het geen wonder dat ik hem
hier tegenkom.
In de afdaling - ik ben niet alleen te zwaar om echt
goed te klimmen,
ik durf ook niet hard te dalen, wat doe ik hier
eigenlijk? - denk ik
het laatste van Mooie Mario te hebben gezien als hij me
als een speer
voorbij komt. Maar zowaar, twee hellingen verder (in de
Tour zou hij
allang zijn afgestapt), klinkt daar weer het gegons van
vooral
vrouwenstemmen: Mario, Mario, Mario! Als ik hem passeer
maak ik foto's
van zijn rugnummer en blijf een tijdje naast hem rijden
om nog wat
plaatjes te schieten, voordat ik het tijd vind om weer
serieus te gaan
fietsen.
Ondanks een door maagkrampen voor mij tergend traag
verlopen
beklimming van de Passo Giau zie ik Super Mario pas een
kwartier na
mijn eindtijd van 7.50 uur over de finish komen.
'Alles goed gegaan', sms ik naar huis. 'Mario Cipollini
helemaal naar
de kloten gereden.':
Passo Giau
Halverwege de Passo Giau word ik ingehaald door een
vrouw. Een jonge
vrouw, mag ik hopen. Een lid van de Italiaanse
Olympische selectie,
wellicht. Of de dochter van Jeannie Longo. Ze gaat me
niet hard
voorbij, daar zijn de omstandigheden niet naar. Maar
daardoor zie ik
wel dat ze met een groter verzet rijdt dan ik. Niet goed
voor de
moraal. Net als de stortvloed van informatie die mijn
Garmin-fietscomputer elke seconde op het scherm brengt.
Snelheid, nog
geen 10 kilometer per uur. Hartslag: 160 slagen per
minuut. Cadans: 64
omwentelingen. Stijgingspercentage: tussen de 13 en 14
procent.
Hoogte: 1846 meter. De top ligt op 2236. Het zwarte
driehoekje dat,
gestuurd door het gps-signaal - op het kaartje omhoog
kruipt, ben ik.
Ik moet er eigenlijk niet naar kijken. Maar wat denk je
dat dit
machtig mooie hebbedingetje heeft gekost?
Sinds zondag zitten we in een appartement tussen La
Villa en Corvara,
het noordelijkste puntje van Italië of Zuid-Tirol, zo u
wilt. Over
drie dagen rijden we - met 8500 andere gelukkigen, want
de spoeling is
dun - de fameuze Dolomieten Marathon: 138 kilometer over
zeven
serieuze cols met in totaal bijna 4200 hoogtemeters. De
Passo Giau is
de scherprechter: langer en steiler dan alle anderen,
zeker als je dan
al 97 kilometer in de benen hebt.

Eigenlijk, zo zal elke deskundige bevestigen, moeten
goedwillende
fietstoeristen als wij een week voor zo'n grote ronde
helemaal niet
fietsen. Lekker met de beentjes op de bank zitten, rust
houden, zodat
je op de grote dag zelf als een steigerend paard uit de
startblokken
schiet, de adrenaline borrelend in de bloedbaan. Maar
wij - ambitieuze
middenveertigers en vijftigers - rijden alvast 1200
kilometer naar de
plek des onheils om in temperaturen ver boven de 30
graden een week
lang die bergen een paar keer op te trappen, om komende
zondag als een
stelletje uitgebluste, afgebeulde oude kerels onze
racers te beklimmen
om de fameuze Dolomieten Marathon te voltooien.
Hoewel we direct bij aankomst als mannen onder elkaar
hebben
afgesproken dat het toilet in onze gedeelde badkamer
alleen voor het
plassen wordt gebruikt, vormen buikloop en constipatie
de eerste dagen
de bruine draad in ons rennersleven. Daarvoor moeten we
vijf
verdiepingen omlaag, naar de centrale voorzieningen in
dit vooral voor
skiërs en langlaufers ingerichte oord. Vele honderden
hoogtemeters
leggen we hierdoor extra af, als gevolg van
wedstrijdzenuwen (bij de
één) of te koude dranken in combinatie met machtige
pastamaaltijden en
steile hellingen bij de ander. Andere klachten? Rugpijn,
opspelende
knieën, algehele uitgeblustheid.
De bochten van de Passo Giau zijn genummerd. Helemaal
onderaan is
bocht 1. Liever heb ik dat ze naar 1 terugtellen, want
nu weet ik tot
bocht 9 niet hoeveel er nog komen. Als ik fietsmaat
Harold passeer
(tien kilo zwaarder dan bij zijn vorige Dolomieten
Marathon, in 2007,
en die breken hem hier op), blijkt hij beneden bij het
informatiebord
wel goed te hebben opgelet: 29. Voor mij rijdt nu, van
ons groepje van
zeven, alleen nog Rob3, zo'n 200 meter achter me mijn
collega Rob1,
daar weer achter Rob2 (ooit ben ik ze in willekeurige
volgorde gaan
nummeren) en de rest. Klimmen is een eenzaam
tijdverdrijf. Ik heb
alleen de gegevens van mijn fietscomputer om mijn
algehele staat van
welbevinden aan af te lezen. En die jonge, ongetwijfeld
fulltime
sportvrouw, die me net is gepasseerd voordat in een
lange, donkere
bergtunnel - waar mijn gps-signaal wegvalt en het
beeldscherm op zwart
gaat - zich het grootste moment van vertwijfeling
aandient. Puur op
mijn gevoel zeg ik dat het hier met zeker 15 procent
omhoog gaat.
Wanneer ik knipperend tegen het felle zonlicht de
betonnen koker
uitrijd, zie ik schuin voor me die rasatlete, die
aanstaand Olympisch
kampioene, de hoop van de Italiaanse sportnatie van haar
racefiets
stappen en hijgend op een rotsblok naast de weg zakken.
Als een veulen op de eerste lentedag dartel ik verder
naar de top.
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
13 juli
Het is de tragiek van iedereen die een
camera hanteert: je blijft meestal buiten beeld. Maar
gelukkig zijn daar de mannen van
www.sportograf.de die op een aantal plekken langs
het parcours mijn Maratona dles Dolomites hebben
vastgelegd. Nu we al meer dan een week omzien in
weemoed, kunnen we het de mannen van 'Dit Was Het
Nieuws' met een gerust hart nazeggen: gelukkig hebben we
de foto's nog!


 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
De Aanloop |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
3 juli
Wat doen je op een rustdag?
In een benauwd dorpstheater in de rij staan voor de
startbewijzen en de goed gevulde tas met hebbedingetjes,
het Maratona-promodorp bezoeken, cappuccino drinken en
de fiets rijklaar maken.



Meedoen aan de Maratona dles
Dolomites kost een paar centen, maar daar krijg je dan
ook wat voor. Behalve een volledig autovrij parcours en
talloze bevoorradingsposten, is de zak met
hebbedingetjes niet alleen gevuld met reclametroep. Heel
gewild is het Maratona-wielershirt, waarbij dit jaar ook
een windstopper (meer een winterstopper, gelet op de
dikte van het materiaal) is gevoegd. De Italiaanse
maatvoering is een ramp. Vrijwel iedereen moet de vooraf
opgegeven maat meteen inruilen voor een grotere, wat de
chaos in de inschrijfhal er alleen maar groter op maakt.
Mijn XL-setje is nu van het formaat XXL en dat ligt echt
niet alleen aan de calorierijke pastamaaltijden die Rob1
deze week voor ons heeft klaargemaakt.

Maar om zondag te midden van
8500 anderen een beetje op te vallen - en uiteraard ook
uit pure clubliefde - rijden we de marathon in het tenue
van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts
Katwijk. Onze startnummers zijn relatief laag: we mogen
morgen direct na de wedstrijdrijders en de vrouwen de
weg op. Dat heeft ook een nadeel: de eerste uren worden
we waarschijnlijk alleen maar ingehaald door nerveuze
types en vermeende klasbakken die achterin het veld
moesten beginnen. Pas tijdens de beklimming van de Passo
Giau, is de hooggestemde verwachting, rapen we die
hufters allemaal weer op. |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 2 juli
Het wordt onrustig in de vallei: Team
Shepley is gearriveerd. Onze dorps- en clubgenoot Graham
is met zijn entourage een paar kilometer verderop
neergestreken, na een kortstondig verblijf in de
omgeving van Levico Terme, hier een slordige honderd
kilometer verderop. Op wat aanvankelijk onze rustdag zou
zijn, ontkomen we derhalve niet aan een gezamenlijk
stukje opfietsen, al was het alleen maar om het
rijkgesponsorde tenue van zijn reisgenote Mariëlle te
bewonderen:

Drie leden van ons gezelschap (Rob3, Hans
en Harold) raken de fiets vandaag alleen aan om hem
schoon te maken en in de olie te zetten. Gerard, Rob1 en
ik willen alleen de benen een beetje lostrappen, maar
Rob2 heeft nog een - omgekeerd - rondje Sella in het
hoofd. Graham gaat met hem mee. Het is aanvankelijk onze
intentie om tot aan de top van de eerste bult mee te
rijden, maar wij drieën keren op driekwart van de
eindeloos lijkende klim vanuit Corvara om. De
vermoeidheid moet voor zondag volledig uit de benen
verdwenen zijn. En dit draagt daar niet toe bij, luidt
de eendrachtige conclusie.



Na onze draai in deze bocht - we krijgen
nog een handje van Rob2 mee - rijden we redelijk vlak
naar La Villa en Badia, om de opbouw van het
Maratona-circus te bekijken (daarover morgen meer). Na
de verplichte stop voor cappuccino en apfelstrudel is
het tijd om terug te keren naar het appartement om de
vislasagne voor te bereiden waarom Rob2 al de hele week
loopt te zeuren. Net op tijd ook voor dat bijprogramma
van deze memorabele fietsweek: het WK-voetbal.
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag 1 juli
De wegen bevolken zich hier gaandeweg met
duizenden wielrenners die het parcours van de Dolomieten
Marathon verkennen. Wij rijden vandaag juist via La
Villa over de drukke provincialeweg naar het noorden,
voor een rondje van 85 kilometer door een landschap dat
met de meter Oostenrijkser wordt. Als we eenmaal zijn
afgebogen naar de binnenwegen komen we nog twee fietsers
met trapondersteuning tegen, alsmede een dikke
mountainbiker die op het terras waar wij om 12 uur een
cappuccinno drinken een enorm bord spaghetti en twee
glazen bier wegwerkt. Verder niemand. Maar de
Dolomietenrijders hebben ongelijk: het is hier
schitterend. De weg loopt glooiend langs de bergwanden,
door welvarende dorpjes met hoge weinstuben, rijk
versierde chalets en karakteristieke godshuizen.


Alleen aan de Giro-spandoeken die we passeren, blijkt dat hier wel vaker wordt
gefietst. Af en toe moeten we de berm in voor een
grasmaaier of een hooiwagen, maar auto's zijn in dit
achterland een zeldzaamheid. Pas na de koffie openbaart
het gebied in al zijn lieflijkheid ook een gruwelijke andere kant:
er komen klimmetjes aan van tussen de 15 en 19 procent,
die ons kruipend en kreunend omhoog doen trappen. Als op
zeker moment mijn voorwiel los komt van het wegdek,
krijg ik flashbacks van beklimmingen van de Stockeu en
de Muur van Vianden. Maar dan langer. Veel langer.


Halverwege weer zo'n helling
krijg ik ook nog een lekke band. De rest van de meute
verdwijnt om de hoek en alleen Harold hoort mijn
noodkreet. Het zeldzame feit doet zich vervolgens voor
dat ik zelf mijn binnenband moet wisselen. Meestal rol
ik uit totdat ik net naast Rob2 tot stilstand kom, die
vervolgens dit klusje voor zijn rekening neemt. Maar van
uitrollen is hier geen sprake. Je staat meteen
geparkeerd. Als Rob2 na tien minuten
terugrijdt om te kijken waar ik blijf, staat hij erop
dat dit zeldzame moment van zelfredzaamheid op de foto
wordt vastgelegd. Bij het opstappen heb ik te laat door
dat ik nog op mijn kleinste tandwiel sta geschakeld:
altijd handig om het achterwiel te verwijderen maar niet
om uit stilstand een 15 procentshelling mee op te
rijden. Als ik alsnog wanhopig probeer te schakelen,
blokkeert de ketting en sla ik tergend langzaam tegen
het asfalt. De schade bedraagt niet meer dan een bebloede
knie. Een klein uurtje later strijken we
neer op een terras voor cola en spaghetti carbonara. Ik
met een enigszins bezwaard gemoed, na mijn
buikloopervaring met een eerdere combi van pasta en
koude drank. Maar dit keer geen klachten: we kunnen
thuis meteen door aan de hersteldrank.

|
|
| |
|
|
| |

Woensdag 30 juni
Alles ademt hier wielrennen. Als ik 's
morgens op het balkon van ons appartement stap, zie ik
bovenstaand beeld aan me voorbij trekken. Duizenden
wielrenners die meedoen aan de Transalp, een achtdaagse
tocht over grote cols. Als het dan nog niet begint te
kriebelen... Maar wij hebben vandaag een hersteldag. In
de aanloop naar de Dolomieten Marathon doen wij deze
week alles op reserve. Hans neemt dat zo letterlijk, dat
hij helemaal niet inschrijft voor de rit die wegkapitein
Rob2 voor ons in gedachten heeft. En Gerard krijgt
halverwege de eerste berg door dat wat hier als een
herstelritje wordt beschouwd, toch nog gewoon een klim
van constant 8 tot 9 procent is. Maar, het moet tot
verdediging van de wegkapitein worden gezegd, het kan
ook niet veel anders. Het is óf omhoog, óf omlaag.
Gerard besluit tot het laatste: omlaag. En toen waren er
nog maar vijf...
Een beetje bewolking vandaag, maar toch
nog heet genoeg om een contante wolk van vliegen boven
het bezwete hoofd van Rob1 te laten cirkelen (de foto
rechts laat zich eenvoudig vergroten door erop te
klikken). Vier dagen van het voeren van een
mannenhuishouden, met de daarbij behorende hygiëne,
eisen hun tol.


Pas als Gerard met opspelende rugklachten
terug is naar het appartement, doen we het echt
rustig aan. Een tijdje uitpuffen bovenop de Passo
Falzarego (2117 meter) en daarna op de top van de
Valparola (2200 meter) koffie met toebehoren omdat we
moeten wachten op de passage van de Transalp. Daarna
een woeste afdaling met als tegenliggers alle resterende
zwakke broeders van de Transalp en het autoverkeer dat
van het leger weer de weg op mag. De laatste berg is
voor ons de Passo Campolongo (1875 meter), waarna een
weldadige afdaling volgt naar Corvara, waar onze
wegkapitein - onder de laatdunkende blikken van Rob1 -
meteen aan de hersteldrank gaat.

|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 29 juni
Eigenlijk, zegt mijn in Spanje
rentenierende vriend altijd, moet je een week voor een
grote ronde helemaal niet fietsen. Lekker met de beentjes
op de bank zitten, rust houden, zodat je op de grote dag
zelf als een steigerende paard uit de startblokken
schiet, de adrenaline borrelend in de bloedbaan. Maar
dit weekje is voor ons ook vakantie en fietsen is onze
grote hobby. Vandaar dat wij komende zondag als een
stelletje uitgebluste, afgebeulde oude mannen onze
racers beklimmen om de fameuze Dolomieten Marathon te
rijden.
Vandaag eist ook de tweede dag zijn tol.
Aangezien we nog in de verkenningsfase zitten, rijden we
het tweede deel van het parcours dat we over vijf dagen
op één dag voor onze kiezen krijgen: het rondje Passo
Giau, genoemd naar de gruwelijke teringberg (citaatje
Harold) die hierin centraal staat. Bijna negen kilometer
omhoog naar 2236 meter, 29 bochten, met een constant
stijgingspercentage van tussen de 10 en 12 procent.


Tussen de Giau en de afsluitende puist
(Passo Falzarego, 2117 meter) strijken we even neer op
een terras in Pocol, waar we na een cappuccino en een
grote cola de verleiding van langskomende
pastamaaltijden niet kunnen weerstaan. Dat komt mij na
de laatste klim in ruim boven de 30 graden, een koude
bidon water op de top en een frisse, vliegende afdaling
eenmaal thuis op een indrukwekkende, doch kortstondige
aanval van buikloop te staan (ja, ik weet het, het
dreigt een thema te worden deze week), tot afgunst van
Rob2 (al drie dagen constipatie). Verder heeft Gerard
last van zijn rug, is Hans zo naar de kloten dat hij
morgen thuis wil blijven en zal ik zo even een rondgang
langs kamer 2 maken om te kijken hoe de medische vlag er
daar bij hangt. Alleen Rob1 - verreweg de oudste man in
het gezelschap - staat er nog bij als een jonge God. Hij
is 's morgens als eerste op om de broodjes te halen,
maakt aan het eind van de dag een voortreffelijk
avondmaal klaar en fietst tussendoor zoals hij nog nooit
gefietst heeft. Dat kan nooit lang duren...


|
|
| |
|
|
| |

Maandag 28 juni
Nee, laat u niet afleiden door de
spectaculaire beelden. Dit is alleen maar het
verkenningsrondje om er een beetje in te komen. De benen
zijn nog wat stram, na bijna 12 uur in de auto en een
droomloze nachtrust naast een vreemd lichaam waaruit de
merkwaardigste geluiden blijken te komen. En ook na een onwennig doch voedzaam
ontbijt waarbij allerlei elementaire zaken bleken te
ontbreken (we missen hier een vrouwenhand), is het
moeizaam op gang komen. Het Sella-rondje dat op het
dagprogramma staat is ook het eerste deel van de
Dolomietenmarathon van komende zondag, dus in die zin is
het ook letterlijk een verkenningstocht. Maar verder is
het zeker geen kattenpis. Zo'n 1700 hoogtemeters op amper 55
kilometer, dus een voortdurend stijgen en een klein
beetje dalen met achtereenvolgens de Passo Campolongo
(1875 meter), de Passo Pordoi (2239 meter), de Passo
Sella (2244) en de Passo Gardena (2121 meter).
Wie waren er goed en wie zakten er door
het ijs? Lastig te zeggen, op zo'n verkenningsrondje.
Gerard begon al met buikloop (van de zenuwen, beweren
boze tongen), wat hem in elk geval tot een goed mikpunt
voor foute grappen maakte. Rob2 en Rob3 reden
gewoontegetrouw sterk, ook Hans en Rob1 stelden niet
teleur en Harold deed wat van hem mocht worden verwacht,
met 10 kilo meer dan op zijn Dolomietenmarathon van drie
jaar geleden. Maar zoals gezegd, wat is het waard, op
zo'n verkenningsrondje? Ik reed lekker mee, maar heb op
zo'n eerste dag altijd last van de hoogte, op weg naar
toppen van meer dan 2000 meter. Beetje licht in het
hoofd, soort van koppijn, dus het kan alleen maar beter
worden. Morgen moeten we echt aan de bak, heeft
wegkapitein Rob2 beloofd. Dan geen excuses meer, op deze
plek.

Ja, zo zitten we erbij. Het bovenste appartement - met
de Dolomietenmarathon-banieren - is van ons. Daarna:
hoge toppen en diepe dalen tijdens het
verkenningsrondje, onderbroken door goede koppen
cappuccino en glazen cola.



|
|
| |
|
|
| |

Zondag 27 juni 2010 (met avondupdate)
Geluk is... maar vier minuten later
aankomen dan de TomTom 's morgens om 04.00 uur heeft
voorspeld. Om 15.19 uur reden we vanmiddag de
parkeerplaats van ons appartementencomplex in La Villa
(Dolomieten, Noord-Italië) op, waar de fietsen alvast
even konden kennismaken met de toppen die ze de komende
dagen voor ons gaan beklimmen. Geen ongelukken en geen
files op bijna 1100 kilometer door Nederland, Duitsland,
Oostenrijk en Italië, hooguit dat de snelheid af en toe
even omlaag moest op de vele tientallen kilometers dat
er bij onze oosterburen (al jaren) aan de weg wordt
gewerkt. Een echte mannenrit was het, met hooguit even
rust bij het tanken, plassen en een haastige kop koffie
naast de kassa. De enige paniek die uitbrak was kort na
het betreden
van
ons onderkomen voor de komende week, waar de mannen er
aanvankelijk niet in slaagden om Duitsland-Engeland via
de satelliet tevoorschijn te toveren. De hele wereld
kwam aan ons voorbij, voordat we de bal uiteindelijk
zagen rollen op de meest voor de hand liggende plek:
ARD1. De eerste gang naar het dorpje is inmiddels
gemaakt: om bier en chips te halen. Na het voetbal
zoeken we een pizzeria op. Ja, we zijn hier volledig op
onszelf teruggeworpen. Het wordt een zware week.
Avondupdate:
speciaal voor ons is een comfortabel wandelpad aangelegd
van het appartement naar het centrum van Corvara, met
goede voorzieningen en fraaie kunstwerken. Na de
wonderbaarlijke spijziging, als de zon alleen nog de
bergtoppen beroert, gaan we dezelfde weg terug, ondanks
mijn vurige pleidooi een taxi te bellen om de beentjes
te sparen. Nogmaals: het wordt een zware week.


 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Naar de rest van het
wielerseizoen 2010 |
|
| |
|
|
| |
Naar het wielerseizoen 2009 |
|
| |
|
|
| |
Weer naar boven op deze pagina |
|
| |
|
|
|