Alles voor de club

Wielrennen is een individuele sport. Maar als je een aantal individuen bij elkaar zet, heb je een club. In Spanje rijd ik bij de Club Ciclista Xaló, in Nederland bij de Noordbikers.

 

Columns

Over het fietsen in zowel Spanje als Nederland heb ik een aantal columns geschreven. Hier volgt een selectie.

Een Hollander in Spaanse dienst

Elk zichzelf respecterend dorp in Spanje heeft zijn eigen fietsclub. En elke zondag, voor de vrouwen opgaan naar de mis, verzamelen de mannen zich in de kroeg om te gaan trappen. De vijftien tot twintig vaste rijders van de Club Ciclista in Xaló komen rond acht uur bijeen in Bar Rincon, in één van die nauwe straatjes van het wijndorp. Het geel, rood en blauwe wielertenue met het logo van de ’Coopertiva Valenciana Virgen Pobre de Xaló’ steekt schril af bij het grijze arbeiderskloffie van de stamgasten, die zich rond dit vroege tijdstip al laven aan de producten van onze hoofdsponsor.

Lees verder


Cabronet

De leden van de Club Ciclista Xaló zijn op deze vroege zondagmorgen een ‘poco flojo’ (spreek uit: floggo, een beetje slap). De ene helft heeft de 162 kilometer van Moratalla – een week eerder – nog in de benen en draait zich thuis, in bed, nog eens om. De andere helft vindt de 133 kilometer die voor vandaag op het programma staan wat teveel van het goede en kiest voor een kort rondje om de kerk. Mijn voornemen om onderweg flink op mijn Spaans te oefenen zie ik in rook opgaan als ik het groepje van vier overgebleven wielrenners monster waarmee ik straks wél de bergketen Tudons over moet: een Nederlander (mijn in Spanje rentenierende vriend), de twee Engelse leden Gareth en Sandy en één Spanjaard (Armando) die zich met een spraakgebrek bij voorkeur in het Valenciaans uitdrukt. Een gesprek voeren met hem is net zo lastig als na een verkorte inburgeringscursus Nederlands contact leggen met een stotterende Fries.

Lees verder


Het grote lijden

Het paradijs voor toeristen, de hel voor fietsers’, staat er op de ansichtkaarten die in de omgeving van Bourg d’Oisans worden verkocht. En omdat de mens geneigd is tot alle kwaad – en daarmee de hel moedwillig verkiest boven het paradijs – fiets ik een dag na aankomst op camping Belledonne met een hartslag van 178 maar meteen voor de eerste keer de Alpe d’Huez op. Het grote lijden wordt in de Tour de France vastgelegd door cameralieden op motoren. Voor ons, ploeterende liefhebbers, staat in de één na laatste van de 21 beroemde bochten van de Alpe een fotograaf van Photo Breton. Hij kiekt je door inspanning vertekende gelaat en reikt je daarna een kaartje aan met het referentienummer waarmee je het bewijs van je sportieve overmoed kunt aanschaffen: AP4B2512 staat er op het mijne. En via Photobreton.com is je deerniswekkende evenbeeld ook op internet bekijken.

Lees verder


Goed voornemen

Alleen als ik beweeg schiet de wijzer van de weegschaal in de badkamer even over de 93. Het valt nog niet eens mee, om tien kilo aan te komen. Het lijkt wel of het lijf zich verzet tegen de overmaat van twee dagen kerst, door in de nachtelijke uren in hoog tempo af te breken waarmee het overdag is volgestopt. Na drie maanden van nauwelijks sporten en gestaag dooreten, dreig ik in het zicht van de haven te stranden. Om in het nieuwe jaar tien kilo te kunnen afvallen, moet ik er nog twee aankomen. Ik vestig komende week al mijn hoop op de oliebollen en de appelflappen.

Lees verder


Zware bevalling

Als een vrouw na een zware bevalling laat ik me voorzichtig in de bank zakken, om de laatste meters van Danilo di Luca in de Amstel Gold Race te zien. Ja, zo kan ik het ook. Weinig wind, alleen een beetje mist. Een dag eerder reed ik met 12.000 andere wielertoeristen de klassieker als toertocht, in de stromende regen, de gierende windvlagen en – uiteindelijk pas - de klamme mist. Na acht uur kwam ik van het zadel als een verpleeghuisbewoner die na twee dagen een schone pamper krijgt. Allebei m’n billen liggen open, een combinatie van een nieuwe en zeiknatte koersbroek en het schuren over het zadel op die gemene Limburgse hellinkjes. Ik ben net – heel voorzichtig - ingesmeerd met sudocrème.

Lees verder


Limburgs Mooiste

De start was inderdaad ongelukkig te noemen. Maar wat wil je ook, op een zondagmorgen om half acht? Slaapdronken had ik m’n wielerkleren aangetrokken, morrelde nog wat aan de sluiting van de helm, kuste vrouw en kinderen gedag en zette het ding op m’n hoofd. Het ’Je ziet er niet uit, pap’ van mijn dochter had ik voor kennisgeving aangenomen. Ze is 11, het puberen begint. En op het ‘Heb je een nieuwe helm?’ van mijn vrouw had ik geen acht geslagen. Wie geen helm herkent die ik al een half jaar heb, verdient ook geen antwoord. Pas toen ik aankwam bij de fietsclub waar ik voor het eerst mijn opwachting maakte en vijftien mannen op snelle rijwielen mij lang en nadenkend aankeken, kreeg ik het idee dat er iets grondig mis was.

Lees verder


Ride for the Roses

Aan mijn fiets kan het niet liggen, want die is van het huismerk van Lance Armstrong. Maar toch krijg ik na twintig kilometer in de door hem bedachte Ride for the Roses een lekke band. En ik ben niet de enige, als in het eerste half uur van deze tocht de regen met bakken uit de hemel komt. Lekkebandenweer. Ik geloof wel dat ik de enige ben die bij het oppompen van z’n reservebandje meteen wéér met een lekke band staat. Aan de zijkant van de buitenband zit een scheurtje, waar het rubber als kauwgom uit twee tienerlippen naar buiten stulpt en met een dof knalletje kapot klapt. Zoals de meeste fietsers heb ik wel twee binnenbandjes, maar geen buitenband bij me. En zo loopt na drie kwartier mijn Ride for the Roses met deze sisser af.

Lees verder