|
 |
|
|
|
Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De
meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek,
maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij
mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of
elders in Europa aan het trappen. Op deze site
verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en
vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik
ook voor de lol. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Pretvaderen
is het centrale thema van een column die ik wekelijks
schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands
Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch
Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site,
behalve met wielrennen, ook kennis met een
prettige kijk op het vaderschap. |
|
|
|
Naam:
Dick van der Plas Leeftijd:
50
Woonplaats: Katwijk |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
| |
| |
|
Programma 2010
Maart:
Joop
Zoetemelk Classic vanuit Leiden
April:
Trainingskamp in Spanje
(van 6 t/m 13)
Hart van de Bollenstreek
Mei:
Waalse Pijl (15 mei)
Route des Amblèves (Ardennen,
29 mei)
Juni:
Jean Nelissen Classic
(Vianden, 12 juni)
Trainingskamp
Dolomieten (27 juni)
Juli:
Dolomieten Marathon
(4 juli)
Augustus:
Vakantie (Ierland)
September:
Fietsweek
Vogezen (HTWV)
Oktober:
Herfstmountainbiken
in Leersum
November:
Rabo Beach Challenge
|
| |
|
|
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
| |
Ierland,
zomer 2010
Zaterdag 17 juli
Het extreme zomerweer maakt Nederland
tot een gevaarlijk land voor caravankampeerders. De
krant van wakker Nederland voorspelde gisteren dat in de
loop van volgende week opnieuw zware slagregens en dito
windstoten de campings zullen teisteren, met omgewaaide
en dobberende sleurhutten tot gevolg. Nee, er zit niks
anders op dan dit onder de klimaatverandering zuchtende
thuisland te verlaten en uit te wijken naar een eiland
dat - klimatologisch gezien - al wekenlang een toonbeeld
van stabiliteit is: voortdurend een graadje of vijftien
en elke dag wel wat regen. Juist, Ierland! Rond het
middaguur rijden we naar Hoek van Holland, om vanavond
rond 20 uur (Engelse tijd) in Harwich aan te komen.
Morgen steken we over naar Wales en maandagmiddag varen
we van Fishguard (Wales) naar Rosslare (Ierland). |
|
| |
|
|
| |


Zondag 18 juli, Fishguard
Sinds het ons één keer eerder is
overkomen, behoort het tot de vaste
vakantie-nachtmerries binnen ons gezin: helemaal vooraan
in de rij van het parkeerdek op de veerboot staan met
een auto die niet wil starten. Toch is mijn vrouw de
enige die meteen argwaan heeft, als mijn Kia bij het
instappen niet reageert op de afstandbediening. Ik niet.
Als de ontvangst een beetje slecht is - kan best, op
zo'n ferry - heeft ie dat wel vaker. Gewoon met de
sleutel gaan de deuren ook open. De dashboardverlichting
gaat aan, de radio doet het en vol vertrouwen draai ik
de contactsleutel om. Niets. Helemaal niets. Alleen als
ik de deur open doe, hoor ik een zacht gereutel als ik
probeer te starten. Maar dat is dan ook alles. Voor ons
gaat de laadklep open, links en rechts beginnen auto's
te rijden en wij staan stil, met achter onze caravan een
lange sliert campers, vrachtwagens en personenbusjes die
ook geen kant op kunnen.

Een onwillige permanente stroomdraad
die de auto met de sleurhut verbindt, heeft in de zeven
uur dat de zonnige overtocht op de gloednieuwe
Hollandica van de Stena Line duurde, onze accu
leeggetrokken. Tenminste, dat hoop ik. In een ander
geval zie ik ons met het hele spul van de boot gesleept
en op een desolaat parkeerterrein wachten op een monteur
die het ook zo gauw niet weet. Mijn eega is nog
pessimistischer en ziet onze complete vakantie al
stranden in dit vrachtruim. Mijn dochter smst op de
achterbank naar vrienden dat ze zich dood schaamt. Maar
als na tien minuten een doodkalme bootsman met een
mobiele stroomkoffer mij gebaart de motorkap open te
doen en zijn defibrilator aansluit op mijn stroombron,
zijn we na vijf seconden weer op weg. En zelfs het ritje
van een kwartier van de boot naar de
overnachtingscamping in Harwich blijkt een dag later
voldoende om de accu van genoeg stroom te voorzien om
ons ook op weg te helpen voor de rit naar Fishguard, van
de ene naar de andere kant van Engeland.

Rond half negen vertrokken we - mijn
zus Mary en zwager Hans reizen met hun caravan met ons
mee - vanmorgen vroeg met een graadje of negentien van
de oostkust, om onderweg naar de westkust langzaam te
worden opgeslokt door het Engelse klimaat. Harde wind en
drizzle: venijnige stuifregen. Maar eenmaal aangekomen
in Fishguard, waar we morgen de ferry naar Ierland
nemen, is het zwaarbewolkt maar droog. Camping Fishguard
Bay ligt schitterend op de kliffen, je loopt zo de
fameuze coastal footpaths op, vanuit de caravan hebben
we zicht op zee - van de kampeerbaas moeten we uitkijken
naar dolfijnen en een ons onbekende haaiensoort - en
overal is gratis Wifi. Als mijn dochter merkt dat ze
zelfs de nieuwste aflevering van Top Gear op deze
zondagavond via streaming video van de BBC direct kan
mee kijken, kan deze vakantie niet meer stuk.

|
|
| |
|
|
| |

Maandag 19
juli, Fishguard
Drie dagen onderweg zijn we, en pas
vanavond rond half zeven zetten we voet op Ierse bodem.
Kan dat niet sneller? Ja, met het vliegtuig is het nog
geen anderhalf uur. En als we vrijdagavond de nachtboot
hadden genomen en zaterdag overdag een race tegen de
klok waren aangegaan, hadden we er zaterdagavond kunnen
zijn. Maar dit is wel zo relaxt. In feite hebben we
alleen zondag de hele dag gereden en zou je de zaterdag
(Hoek van Holland-Harwich) en deze maandag
(Fishguard-Rosslare) als veredelde rustdagen kunnen
zien. Vanmorgen hadden we zelfs nog een paar uur om
Fishguard te bekijken, voordat de ferry om half drie aan
de oversteek van de Ierse zee begon.


Leuk stadje, Fishguard, aan de ene
kant typisch Engels (het deed ons een beetje aan
Cornwall denken), maar ook weer typisch Welsh, al was
het maar in de opschriften van de naambordjes. Van
daaruit was het ruim 3,5 uur naar de overkant, op een
behoorlijk ruige Ierse zee. Buiten begon het te
spetteren, dus brachten we de tijd door in de
theaterzaal van het schip met lezen, internetten,
klaverjassen en Harry Potter 6 kijken, temidden van
Ierse gezinnen met veel te veel kinderen. Wereldwijd,
las ik ergens, schijnen er 70 miljoen mensen met een
Ierse afstamming rond te lopen. Geen wonder.

De camping die we op een kwartier
rijden van de boot hadden uitgezocht reden we per
ongeluk voorbij (nergens het beloofde bord te zien) en
aan terugrijden hebben we een hekel. Het kampeerterrein
dat ons bij een tankstation aan de M25 werd aanbevolen,
bleek een verlaten asfaltstrip bij een hondenkennel te
zijn, dus duurde het (iets minder relaxt) tot 20.30 uur
voordat we in Tramore een goed alternatief vonden.
Morgenochtend rijden we door naar de Ring of Kerry (nog
267 kilometer te gaan), waar we na vier dagen in feite
pas op onze eerste echte plek van bestemming aankomen.
Had dat sneller gekund? Jazeker. Maar dat heb ik al
uitgelegd.
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 20
juli, Caherdaniel
Aan voorbereiding heb ik niks gedaan,
voor deze Ierland-vakantie. Ik vaar volledig blind op
mijn eega, die de afgelopen maanden indrukwekkende
stapels reisgidsen verzamelde. Maar toen ik uit haar
lijst deze camping onder ogen kreeg, wist ik waar ik
mijn eerste dagen in Ierland wilde doorbrengen. Ik was
zelfs bereid er een mailtje aan te wagen, waar ik -
behoudens een automatisch gegenereerde
ontvangstbevestiging - nooit antwoord op kreeg. Maar
zelfs in dit hoogseizoen zijn op mooiste camping van de
Ring of Kerry - Wavecrest, net onder Caherdaniel - voor
onaangekondigde gasten nog wel plekjes te vinden.

Een kleine driehonderd kilometer
moesten we er vandaag voor rijden, over wegen die zelfs
in België voor gemotoriseerd verkeer zouden zijn afgesloten. Op
sommige plekken waren vijf verschillende soorten asfalt
- in evenzoveel kleuren - over en naast elkaar geplakt.
De miljardensubsidies van de EU zijn overduidelijk niet
in het wegennet van Kerry gestoken. Het gerammel van
kopjes, glazen en pannen uit de stuiterende caravan aan
mijn trekhaak moet tot in Dublin te horen zijn geweest.
Maar waar op de spiegelgladde snelwegen tussen Harwich
en Fishguard vijf van onze beste wijnglazen aan diggelen
gingen en in splinters door het hele interieur lagen,
bleef nu alles heel. En wie klaagt er over asfalt, als
je er dit uitzicht voor terug krijgt? De komende dagen
krijgt niemand mij hier uit mijn stoel, behoudens voor
een wandeling, een stukje fietsen of een bezoek aan een
eerbiedwaardige gelegenheid waar Murphy's wordt
geschonken.

|
|
| |
|
|
| |

Woensdag 21
juli, Caherdaniel
Gewoon een dagje Ierse dingen doen. De
Ring of Kerry afstruinen, vijf keer aan een wandeling
beginnen en die evenzoveel keren weer afbreken (vanwege
slagregens of onoverkomelijke obstakels als zeearmen en
rivieren), op gepaste afstand boven ontzagwekkende
kliffen hangen, (schier)eiland hoppen en een koe
aanrijden. Een wat aanrijden? Een koe, maar daarover
later meer.
Beter weer, is ons door de
campingbazin beloofd, maar dat gaat maar ten dele op. We
worden wakker met regen op het caravandak en wat volgt
is een dag waarin de omstandigheden per kwartier
veranderen. Dan weer een stralend zonnetje, dan weer
regen, gevolgd door felle opklaringen, woeste
wolkenluchten, harde wind en mist die net zo snel opkomt
als hij weer verdwijnt. Alles in een vrij onvoorspelbaar
ritme, waardoor we onderweg sneller van kleding,
paraplu's en poncho's wisselen dan een model op de catwalk. Nee, saai is het hier niet.


Dat geldt ook voor de terugweg naar de
camping, stuiterend over het golvende asfalt van de Ring
of Kerry. Vanuit wagen 1 zien wij hoe een boer zijn vee
bijeendrijft voor het oversteken van de weg, als één van
de koeien een por krijgt van een stier, onder de
wapperende armen van de agrariër heenduikt en achter ons
de rijbaan op holt. In de achteruitkijkspiegel zie ik
hoe mijn zwager (met wagen 2) het dier in de flank
raakt, hoe het door zijn hoeven zakt, op zijn rug rolt
en na wat heen en weer rollen overeind krabbelt.
Ogenschijnlijk ongedeerd, maar het bloed dat uit allebei
zijn neusgaten loopt duidt volgens de boer op inwendige
bloedingen. 'Die haalt de avond niet', meldt hij nuchter
over zijn dubbele strop, want de koe blijkt ook nog
zwanger. De auto is er aanmerkelijk beter aan toe: een
gebroken koplamp en een ingedeukte nummerplaat.

'I am sorry for your cow', zegt
mijn zwager. 'I am sorry for your car', antwoordt de
boer. 'It's only a car', vindt mijn zwager. 'It's only a
cow', meent de boer. Het is duidelijk, wij zijn meer
ontdaan van dit onverwachte eind aan een dagje Ierse
dingen doen dan hij.
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag 22
juli, Caherdaniel
Zelfs de Ieren op onze camping in
Caherdaniel vinden dit maar een matige zomer. De buren
van mijn zwager - uit Dublin, maar geregelde gasten hier
op Wavecrest, aan de Ring of Kerry - zuchten al weken
onder een lagedrukgebied dat het vasteland van Europa
wél stabiel mooi weer oplevert. Maar vandaag zijn de
rollen omgekeerd. Van collega Paul krijg ik uit de
Dordogne per sms de mededeling 'Hollands weer' door en
ook vriend Mart meldt uit het zuiden van Frankrijk dat
het met bakken uit de hemel komt. Goed nieuws, voor ons.
Voor het eerst sinds we zaterdag de oversteek waagden,
worden we wakker met het zonnetje in de caravan. Het
waait nog wel stevig, maar dat vinden we geen probleem.
Als het te warm wordt, heb je daar met wandelen alleen
maar last van.

Voor ons doen blijven we redelijk
dicht bij huis. We rijden een stukje langs de Ring of
Kerry en maken een wandeling door een soort
fjordenlandschap waar we - het dreigt een gewoonte te
worden - geregeld stuiten op bordjes met Private
en afgesloten hekken. Grote stukken grond zijn
hier nog particulier bezit en de landeigenaren houden
niet van pottenkijkers en trespassers.

Tussen de middag zijn we in Sneem,
waar The Hungry Knight er prat op gaat de beste fish
and chips van Ierland te serveren. Hij is inderdaad
niet beroerd, maar we houden de komende weken ons eigen
vergelijkend warenonderzoek voordat we de beker
uitreiken. Graag waren we nog even in Sneem gebleven, al
was het maar om getuigen te zijn van de Paddy Power
Irish National Wife Carrying Championship. Maar
morgen rijden we verder naar het noorden, om ergens bij
de Cliffs of Mohair ons kampement op te slaan. In de
vaste overtuiging dat we er qua uitzicht alleen maar op
achteruit kunnen gaan.

|
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 23
juli, Doolin
De derde camping met oceanview, met dit
keer als extraatje de fameuze Cliffs of Moher in ons
blikveld. Vlak buiten Doolin staan we, een dorp van niks
maar wel de officieuze muziekhoofdstad van Ierland. Meer
kroegen dan huizen en overal wordt gespeeld. Het
landschap is kaler en ruiger dan in Kerry en de
ontwerper van onze camping Nagle's Caravan Park heeft
zich daar door laten inspireren. Het zou ook kunnen dat
de man in een vorig leven vliegvelden aanlegde. Maar we
staan keurig waterpas en het gratis draadloos internet
reikt tot in de caravan. En achter een muurtje zitten de
allerdappersten uit ons gezelschap zelfs bij veertien
graden nog gewoon lekker buiten.

Zo'n 250 kilometer reden we vandaag, het
eerste gedeelte dwars door het Nationaal Park Killarney.
Om de paar honderd meter zou je hier kunnen stoppen voor
een fotoshoot, maar op de smalle wegen zijn er
maar een paar plekken waar je auto met caravan even snel
langs de kant zet. Zoals bij Lady's View, waar de
hofdames van koningin Victoria zich al lieten bekoren
door het uitzicht.

Vlak onder Limerick was ons aangeraden
ook even te stoppen in Adare, een dorp dat je eerder in
de Engelse Cotswolds verwacht dan op het Ierse
platteland. Jammer dat dit advies ook aan alle
busoperators in Noordwest-Europa was gegeven en de
doorgaande provincialeweg N21 zich met al zijn verkeer
dwars door dit idyllische geheel perst. Maar omdat
fotograferen de kunst van het weglaten is, valt er toch
nog wat van te maken.



|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag
24
juli, Doolin
Ieren geloven in sprookjes.
World's tallest leprechaun ('s wereld grootste kabouter)
is vandaag 50 geworden. En moet voor straf de hele dag
met dit T-shirt rondlopen.
 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
24
juli, Doolin
Zonde van het geld, oordeelt onze zoon,
als we acht euro neertellen voor een parkeerplaats bij
de Cliffs of Moher. Als we naar dit officieuze
wereldwonder wandelen, is het zicht nog geen vijftig
meter en er valt een venijnige miezer - drizzle - uit de
lucht. Maar als ik de Ieren ergens om bewonder, is het
wel hun vermogen om zich niks aan te trekken van zoiets
onbeduidends als het weer. Al een week lang zie ik
roodharigen bij 14 graden in zee zwemmen, barbecuen in
de stromende regen en hardnekkig in korte broek en
T-shirt windkracht 7 trotseren. En die houding wordt
beloond. Als we een tijdje over de stenen balustrade in
het grijze niets hebben gestaard, lost de nevel langzaam
op.



De kliffen die bijna 200 meter loodrecht
uit zee oprijzen vormen een indrukwekkend
natuurverschijnsel, maar er omheen is een behoorlijk
circus gecreëerd met een bezoekerscentrum, winkels, een
restaurant en enorme parkeerplaatsen waar personenauto's
en bussen uit alle windstreken komen aanrijden. Maar
goed, dat is bij de Chinese Muur en de Borobudur niet
anders en je doet jezelf toch tekort als je Moher om die
reden principieel zou mijden.

Aan het eind van het officiële
uitzichtpunt staat een kleine gedenksteen om de
gevallenen - dat mag hier letterlijk worden opgevat - te
gedenken. Daarna volgt een bord waarop het met klem
wordt afgeraden om door te lopen. Maar dat wordt zelfs
door mij - met mijn hoogtevrees - genegeerd. Pas na een
paar honderd meter langs het voetpad te hebben
geschuifeld, wordt de aanblik van alle malloten die zich
aan het uiterste randje laten fotograferen mij te veel.
Voor mij uit wandelen mijn zwager, zus en eega manmoedig
door, maar ik neem mezelf in bescherming tegen de
onzichtbare hand die me in het grijze niets probeert te
trekken.

Het mag dan een uitgelezen moment lijken
om op de dag dat je 50 wordt over de rand van een 200
meter hoge klif te stappen, ik geef er de voorkeur aan
om ergens tussen Moher en Doolin een gerenommeerd
restaurant op te zoeken om met Guinness - ook uitermate
geschikt om Irish Beef in te smoren - een toost uit te
brengen op deze mijlpaal. Dank voor alle goede wensen!


|
|
| |
|
|
| |

Zondag 25
juli, Doolin
Dat bewonder ik ook in de Ieren: dat ze
het predikaat 'troosteloos' op een landschap kunnen
plakken en er een toeristische attractie van de eerste
orde van weten te maken. Dat gaat op voor de Burren. Een
somber kalkzandsteengebied - hier en daar ook wel
vergeleken met een maanlandschap - vol grotten,
ondergrondse stroompjes en rotsspleten waarin de
zeldzaamste bloemen bloeien. Een erfenis van eeuwen
drukt op deze streek. Zo bouwde de prehistorische
bevolking duizenden jaren voor Christus hier al haar
dolmen.

We beginnen onze rondrit in Doolin geheel
in stijl, dat wil zeggen: onder een gesternte dat je
gerust troosteloos mag noemen. Dezelfde mist als
gisteren hangt over zee en land, en uit de hemel valt drizzle. Het is een graad of vijftien. Maar al een
kilometer of vijf verderop wordt het droog en blijkt het
begrip troosteloos niet alleen op ons een grote
aantrekkingskracht uit te oefenen. Op de parkeerplaatsen
en uitzichtpunten langs de kustweg zoeken campers en
busjes troost bij elkaar.

De eindeloze rotsplateaus worden op deze
kustweg onderbroken door troosteloze dorpjes en dito
begraafplaatsen, die in hun vervallen staat weer mooi
worden van lelijkheid. Niet minder indrukwekkend dan de
dolmen zijn de eenvoudige, verweerde gedenktekens die de
nabestaanden voor hun doden hebben opgericht, de namen
onleesbaar geworden door schimmels en mossen.


De kerk is niet alleen een plek om te
rouwen en te begraven, maar ook om te vieren. In het
vissersdorpje Ballyvaughan lopen we tegen een
parochiefeest aan, met springkussens voor de kleintjes,
eigen gebakken taart en scoones en natuurlijk veel Ierse
muziek, met traditionele nummers waarin de
troosteloosheid van het bestaan wordt gevangen in de
klanken van de fiddle, de gitaar en de trekharmonica.

In Kilfenora komt de mist weer opzetten
en kunnen de ruitenwissers aan de bak om de tranen weg
te wissen die de drizzle op onze voorruit achterlaat.
Dikke wolken rollen traag over het heuvellandschap en
zelfs voor vervallen burchten en landhuizen komen we de
auto niet meer uit. Tot we in Doolin aankomen - het
muziekdorp dat we morgen weer verlaten voor een camping
ergens bij Galway - blijft het allemaal van een
heerlijke troosteloosheid.


Een andere kijk op dezelfde gebeurtenissen via het
weblog van mijn eega:
prretjes blog
|
|
| |
|
|
| |

Maandag
26
juli, Galway
Altijd luisteren naar autochtonen, is het
devies op vakantie. Dus als Ierse buren op de camping in
Kerry beweren dat Galway een veel leukere stad is dan
hun woonplaats Dublin, is een extra tussenstop zo
gemaakt. Vanuit Doolin - waar het voor de derde
achtereenvolgende dag mistig en miezerig is - ligt de
levendige studentenstad op de route naar Clifden
(Connemara), onze volgende bestemming op dit rondje
Ierland. Het veertiendaagse Art-festival is er net
afgelopen en de beroemde Galway-races (paardenrennen)
beginnen woensdag, dus volgens de eigenaar van de
stadscamping hebben we mazzel: een dag eerder of een dag
later en we hadden geen plekje gehad. Nu zitten we na
tachtig kilometer hobbelen over de slechtste wegen die
we ooit met een caravan hebben bereden - vooral op het
eerste stuk door de Burren was 30 kilometer per uur
eigenlijk al te snel voor de deur van onze koelkast - na
de drizzle van Doolin zowaar in de zon.

Het kampeerterrein ligt aan de oceaan,
maar het stadscentrum is nog geen vier kilometer
verderop: loopafstand, oordelen wij. Inclusief het
geslenter door de winkelstraten maken we deze middag
onze tot nog toe langste wandeling van de vakantie.
Veertien kilometer staat er na afloop op de teller van
mijn gps (meten is weten). En, belangrijker, de Ierse
campingburen hebben gelijk: Galway is een leuke stad.
Levendige winkelstraatjes met felgekleurde gevels,
een keur aan goede straatartiesten en - nog nooit eerder
in deze vorm gezien - menselijke reclameborden. Het
schijnt hier goedkoper te zijn om iemand de hele dag met
een verwijsbord in zijn hand te laten staan dan de
precariorechten voor een vaste reclame-uiting op te
hoesten.



Voor de snelle lunchhap vallen we op
advies van onze zoon terug op de McDonald's - hij wist
overtuigend duidelijk te maken dat hij er op onze vorige
zomervakantie voor het laatst was geweest - maar in het
Quartier Latin van Galway eindigen we de stadswandeling
met Guinnes in een van de mooiste pubs die ik van binnen
heb gezien. De naam ben ik even kwijt, maar een volgende
keer loop ik er zo weer naar toe.
 |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
27
juli, Clifden
Het zigeurnerleven bevalt ons. Het
opbreken, de caravan aanhaken en een paar uur verderop
de boel weer neerzetten begint een prettige routine te
worden. Zelfs het uitklapbare Lidl-tentje van onze
dochter - dat zich wonderwel goed houdt in het Ierse
klimaat - kent voor mij bij het opvouwen geen geheimen
meer. Vandaag rijden we richting onze zevende camping,
van Galway naar Clifden, Connemara, door de
ANWB-reisgids omschreven als een ruig gebied met
veenland, bergen en een rotsachtige kust. Volgens
insiders uit onze vriendenkring een van de mooiste
streken van Ierland, wat wij onderweg al meteen
onderschrijven omdat het landschap ons zoveel aan
Noordwest-Schotland doet denken. Langs de doorgaande
provinciale wegen zetten de Ieren borden met een
maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, maar zelfs
zonder caravan is 50 vaak al onverantwoord hard. Over de
tachtig kilometer naar Clifden doen wij - stuiteren wij,
moet ik eigenlijk zeggen - bijna twee uur. In de
cd-speler van de auto ook deze vakantie weer een halve
jaargang Spijkers met Koppen (vooraf eerlijk van
internet gestolen), het beste radioprogramma van
Nederland. Vandaag is (op cd 4) Luka Bloom de speciale
gast. Zijn liedjes zijn de perfecte soundtrack bij het
landschap dat zich voor ons ontrolt.

Ierse kampeerburen hebben ons een camping
pal aan zee aangeraden, maar je hoeft die autochtonen
natuurlijk niet in alles te volgen. Een paar kilometer
meer landinwaarts staan we wat beschutter, op een
parkachtig terrein tussen heuvels en bij meren. Nadat we
de 14de verjaardag van zoon Steven bescheiden hebben
gevierd, rijden we de fameuze Skyroad, die een paar
kilometer van onze caravans begint. De smalle weg maakt
een rondje hoog over de landtong van Clifden Bay met
spectaculaire vergezichten over de Atlantische Oceaan.

Clifden wordt beschouwd als de
hoofdstad van Connemara. Het marktstadje dateert uit het
begin van de negentiende eeuw en leunt tegenwoordig
vooral op het toerisme. Behalve restaurants en pubs
domineren kunst- en sieradenwinkels het straatbeeld. Er
zijn zaken waar speciaal voor de verveeld wachtende
mannelijke toeristen buiten op de stoep houten bankjes
zijn neergezet. Mijn eigen verslaving ligt een kilometer
buiten het stadje, waar ik door mijn eega en kroost moet
worden weggesleept van het handjevol vissersboten dat
aan de monding van Clifden Bay ligt afgemeerd.

 |
|
| |
|
|
| |

Woensdag
28
juli, Clifden
Aan mijn outdoor-gps, het kaartmateriaal
en mijn gore-tex wandelschoenen ligt het niet. Maar de
keren dat ik op eigen gezag een fatsoenlijke wandeling
in ruig terrein tot een goed einde heb gebracht, zijn de
afgelopen tien jaar op de vingers van één hand te
tellen. In het Connemara National Park lopen we geen
kans om te verdwalen of onneembare hindernissen op ons
pad te vinden. De wandelroutes zijn hier uitgezet in
vier kleurtjes, zogenaamde schillen rond het
bezoekerscentrum die oplopen in moeilijkheidsgraad. Wij
combineren vandaag blauw met rood, de moeilijkste, die
voert naar de top van Diamond Hill. Het eerste deel is
zelfs begaanbaar voor rolstoelers, meldt de beambte in
het centrum, maar dat blijkt het zoveelste gevalletje
van Ierse humor te zijn. Ik zou in elk geval niet graag
iemand met een beperking voortduwen op de grove kiezels
die met gulle hand op de tracks zijn gestrooid. En na
een paar kilometer moet er serieus worden geklommen.


Voor Ierse begrippen is dit een
fantastische dag. De zon breekt geregeld door het
wolkendek en het uitzicht is, zeker na alle mist en
drizzle die we hebben gehad, onovertroffen. Jassen en
bodywarmers kunnen uit. Alleen de toppen van de bergen
steken in de nevel, maar dan heb je ook het idee dat je
een behoorlijk eind de hoogte in gaat. Op de top van
Diamond Hill is het winderig en koud en vandaar kunnen
we, een paar kilometer verderop, ook ons volgende
reisdoel al zien: Kylemore Abbey.


De abdij ziet er - zeker van een
afstand - uit als een middeleeuws kasteel, maar is in
feite pas 150 jaar oud. Het bouwwerk is neergezet in
opdracht van de niet onbemiddelde Mitchell Henry als een
geschenk voor zijn bruid, Margaret Vaughan. Zij toonde
zich op hun huwelijksreis zo gecharmeerd van Connemara
dat manlief spontaan een stuk grond van 13.000 hectare
aanschafte en er een buitenmodel zomerhuis neerzette,
inclusief neogotische kerk en ommuurde Victoriaanse
tuin. Lang heeft zijn eega er niet van mogen genieten,
want tijdens een reis naar Egypte stierf ze op 45-jarige
leeftijd aan Nijlkoorts. Het landgoed ging een paar keer
over in andere handen, tot het uiteindelijk een
nonnenklooster werd. Ook de zusters liggen inmiddels
allemaal op het kerkhof en Kylemore Abbey met zijn
tuinen is inmiddels een van de belangrijkste
toeristische attracties van Connemara.

De weg terug naar ons eigen landgoed -
camping Shanaheever bij Clifden - voert langs de
bergketen die bekend staat als de 'Twelve Bens'. Woest
en ruig land dat voornamelijk wordt bevolkt door
loslopende schapen die zo aandoenlijk uit hun ogen
kijken dat mijn eega er heel wat voor over heeft om ze
op de foto te krijgen. Die beesten mogen onverstoorbaar
langs de kant van de weg liggen als je met 80 kilometer
per uur vlak langs ze raast, zodra je stopt nemen ze
onmiddellijk de benen.
 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag
29
juli, Clifden
Voor de komst van het kreeftenbootje is
het al een mooi strandje om een beetje rond te klooien -
over rotsen te klimmen, aan een anker te hangen of in
poeltjes te zoeken naar vormen van zeeleven. Maar net
als we willen wegrijden van die plek boven Cleggan, aan
de rafelige kust van Connemara, komt het aanvaren. De
motor heeft het kort daarvoor begeven en met trage
slagen roeien de vissers naar de kant. Het is sowieso al
geen gelukkige trip geweest voor de mannen, met maar één
kreeft in de fuiken. Maar als er bij het aanlanden een
groepje toeristen vier camera's tegelijk op je richt, is
het allemaal toch niet voor niks geweest.


Het is voor ons een dag zonder
vastomlijnde plannen: een beetje toeren langs de kust en
maar zien wat dat oplevert. Bij laag tij willen we
eventueel oversteken naar het eiland Omey, een tocht die
dan te voet of zelfs met de auto kan worden gemaakt.
Twee allochtonen die - minder opdringerig dan wij - met
hun handen in de zakken bij de kreeftenvissers staan te
kijken, weten te vertellen dat we zes uur hebben om heen
en terug te komen. Ruim voldoende om de angst voor een
volgend trauma met droogvallende stukken zee - bij St.
Michaels Mount in Cornwall zijn we jaren geleden eens
overvallen door opkomend tij - weg te nemen.



Het is, als iemand het water van de zee
in het afvoerputje heeft laten weglopen, een wandeling
van ongeveer een kilometer naar Omey, waar 250 mensen
wonen. Borden geven de rij- en looprichting aan, maar
dat is vooral handig als de route weer begint onder te
lopen. Bij onze overtocht is de zandvlakte wel een paar
honderd meter breed, ook nadat we een compleet rondje
eiland hebben gemaakt dat eindigt bij het eeuwenoude
kerkhof aan zee. En uiteraard wil ik dan ook nog wel
even met mijn auto de zee in.

Na Guinness, scones, soep van de dag en
patat bij Sweeney's Bar rijden we nog even terug naar
Clifden. Morgen keren we Connemara alweer de rug toe.
Zwager Hans en zus Mary gaan via Dublin terug naar huis,
hun zoveelste vakantie van dit jaar zit er op. Wij
hebben nog een week waarvan we zeker drie dagen in de
Wicklow Mountains, net onder Dublin, willen doorbrengen.
Een laatste rondje door de winkelstraatjes hoort voor de
vrouwen in ons gezelschap bij het afscheidsritueel. Wij
mannen kennen onze eigen rituelen.
 |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag
30
juli, Roundwood
Houden we het nog een beetje droog, is de
meest gestelde vraag in mijn gmail-bak. Over het
algemeen wel. Er is nog geen dag geweest dat we er niet
op uit konden omdat het met bakken uit de lucht kwam.
Een beetje drizzle, mist en af en toe een bui zien de
Ieren gewoon als hoogzomer. Maar vandaag regent het bij
het opstaan katten en honden - zelfs de autochtoonse
buren spreken van terrible weather - al is dat
ook nu geen reden om er niet op uit te gaan. Mary en
Hans vertrekken om 07.45 uur vanuit Clifden richting
Dublin, waar ze vanmiddag de stad nog even willen
bekijken en morgenochtend de boot naar Engeland nemen.
Wij rijden een uur later in dezelfde richting de iets
meer dan 300 kilometer naar Roundwood, in de Wicklow
Mountains, een ruig berggebied een uurtje onder de Ierse
hoofdstad. Roundwood is het hoogst gelegen stadje van de
republiek, vermeldt de ANWB-gids, en met Vartry House
heeft het ook de hoogst gelegen pub van het land binnen
de gemeentegrenzen. Dat is vooral sneu voor die andere
pubs in het dorp die net een paar meter lager liggen.


Onze camping, die ook Roundwood heet, is
een pleisterplaats voor buitensporters. Als we er rond
een uur of twee in de vrijdagmiddag aankomen - het is
hier zowaar droog - is er nog bijna niemand. Een paar
uur later lijkt het of half Dublin op zijn bergschoenen
is uitgelopen. Onze caravan staat nog redelijk rustig
tussen de campers, maar een veld verderop worden
honderden felgekleurde tentjes aan het zicht onttrokken
door een inferno van barbecue- en kampvuren. Het zal me
verbazen als al die etende en drinkende Ieren
morgenochtend nog een stap kunnen verzetten. Aan onze
dochter gaat dit allemaal voorbij. Na vier dagen in het
achterlijke Connemara beschikt ze in onze sleurhut weer
over draadloos internet.

|
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
31
juli, Roundwood
Nu weten we in elk geval waarom het zo
druk is op onze camping in Roundwood: de Ieren hebben
een Bank Holiday, een lang weekend. Geen enkel plekje op
het kampeerterrein is onbenut, zodat we vandaag ons heil
zoeken bij de oudste overblijfselen van het christendom
in Europa, de kloosternederzetting bij Glendalough. De
30 meter hoge round tower dateert uit de negende
eeuw, het bijbehorende kerkje uit de twaalfde. Alles
staat hier in het teken van St. Kevin, die het glooiende
gebied tussen de twee meren (de letterlijke betekenis
van Glendalough) ideaal vond voor zijn
kluizenaarsbestaan. Bij alle grote toeristische
trekpleisters in Ierland zijn het gek genoeg niet de
Ieren die domineren: overal - van de Cliffs of Moher tot
Kylemore Abbey - worden tijdens onze vakantie
busladingen Spaanse scholieren gelost. Zelfs met mist en
drizzle geven ze het landschap iets exotisch, al wekken
de jongeren zelf vaak de indruk hier op strafkamp te
zijn. Als je even door je knieën gaat, kun je ze
allemaal achter een grafzerk laten verdwijnen.



Een truc die ook opgaat bij
familieleden die plotseling in beeld opduiken. Typisch
Iers weer vandaag, overigens. Het ene moment lopen we in
de regen, een minuut later schijnt de zon uitbundig.
Onze geplande wandeling rond de meren van Glendalough
valt daardoor in het water, maar in Wicklow - waar we
vooral heen rijden om te tanken en te pinnen - is er
weer geen vuiltje aan de lucht. Wicklow is, behalve de
naamgever voor dit gebied (Wicklow Mountains) een stadje
van krabbenvissers, zeilers en uitbaters van
lifestylewinkeltjes. Voor Spaanse scholieren hoort het
niet tot de grote toeristische trekpleisters van het
land. En dat is ook weleens prettig.

 |
|
| |
|
|
| |

Zondag 1
augustus, Roundwood, Ierland
Zelf zou ik het te druk vinden, al dat
volk over de vloer, maar ik heb wel respect voor types
die honderd man twaalf jaar lang aan de aanleg van hun
tuinterras laten werken. Richard Wingfield was er zo
eentje, de eerste burggraaf van Powerscourt. Vooral het
kiezelmozaïek schijnt een heel gedoe te zijn geweest.

Het is, net als in het Verenigd
Koninkrijk, ook in Ierland een goede gewoonte om
onderkomens die echt buitensporig zijn nog gewoon een
'House' te noemen. Vandaag waren wij in en rond
Powerscourt House (and Gardens) op een kilometer of
vijftien van onze camping in Roundwood. Het optrekje
dateert ergens uit 1750, maar er is nog eeuwen aan
gesleuteld. En het werk van de tuinmannen is nooit af.



En dan nu de keerzijde van dit
romantische geheel: het complex is in 1974 compleet
afgebrand en jarenlang had niemand er geld voor over om
het weer op te bouwen. Totdat een stelletje slimme
zakenlui voor het enorme landgoed een plan ontwikkelde
met onder meer de aanleg van een chique golfbaan en een
dito Ritz-Carlton hotel (inclusief restaurant van Gordon
Ramsay). Het kasteel zelf bevat - echt
waar - een compleet winkelcentrum, inclusief roltrap
naar de eerste verdieping. Maar dat zie je er aan de
buitenkant gelukkig niet van af.

Zes kilometer verderop ligt Powerscourt
Waterfall, met zijn 121 meter Ierlands hoogste. Het
stroompje maakt nog steeds deel uit van hetzelfde
landgoed Powerscourt, maar dat verhindert de uitbaters
niet om hier voor een tweede keer entreegeld te heffen.
Voor de Ieren is het - ook in de regen - een populaire
barbecueplek. En een mooi decor voor familiekiekjes.


De Wicklow Mountains worden doorsneden
door wegen van landschappelijk en historisch belang,
zoals de Military Road en de Excalibur Drive, waarover
eeuwenlang soldaten hebben gemarcheerd. Het ritje terug
naar de camping is daardoor voor mij - met mijn
legerervaring - ook altijd de moeite waard.


Voor mijn vrouw halen ze de
beroerte, maar voor mij willen
deze schapen best even poseren. |
|
| |
|
|
| |

Maandag 2
augustus, Roundwood, Ierland
Dalkey, boertig vissersdorpje aan de
verarmde oostkust van Ierland, zou je zeggen als je deze
beelden ziet. Op het piertje van het haventje proberen
wat lokalo's een avondmaal bij elkaar te scharrelen. Hun
dialect is zo zwaar dat het gesprek wat moeizaam op gang
komt, totdat ('I am from Holland') de geneugten van
Amsterdam ter sprake komen. Binnen een half uur liggen
die vanuit Katwijk in feite onder handbereik, verzeker
ik ze.

Het is zwaarbewolkt, droog en er staat
nauwelijks wind. Bij het klimmen en dalen is het zelfs
warm te noemen. Het toeristenboekje heeft ons op deze
plek zeehondjes beloofd, maar die laten zich vandaag
niet zien. Bootjes doen het ook goed, op de foto. Maar
daarvoor alleen zijn we niet naar Dalkey gekomen. Samen
met Killiney, waar onze wandeling begint, vormt dit
namelijk de goudkust van Dublin. De begroeiing en de
glooiende kustweg zijn mediterraan te noemen, als je er
een zonnetje bij denkt. Het stuk tussen Nice en Menton
ziet er net zo uit.



Hier wonen geen anonieme krabbenvissers,
maar Ieren die iedereen kent. Bono heeft een huis in
Dalkey. En The Edge, ook van U2. Van Morrison zit hier
ergens. De meiden van The Corrs. Enya. We gluren over
hekken. Trotseren beveiligingscamera's om enorme tuinen
af te speuren. Kijken in de getinte ruiten van
langszoevende Bentley's en Range Rovers. Beklimmen
Killiney Hill voor een beter uitzicht over de wijk die
Bel Eire wordt genoemd. Maar net als de zeehondjes laten
de beroemdheden zich vandaag niet zien. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 3
augustus, Dublin
Niet The Ring of Kerry, de Cliffs of
Moher of het landschap van Connemara zijn de
belangrijkste publiekstrekkers van Ierland. De meeste
bezoekers - zo'n miljoen per jaar - komen sinds 2000
naar de Guinness Storehouse, een tot interactief museum
(experience heet dat tegenwoordig) omgebouwd
pakhuis op het immense fabrieksterrein in Dublin waar
het beroemde, donkere stout wordt gemaakt dat zo'n
beetje het handelsmerk - en in elk geval het
belangrijkste exportproduct - van het eiland is.

Het Guinness-complex, dat een complete
wijk van Dublin beslaat, oogt van bovenaf als een
vervallen verzameling gebouwen uit de negentiende eeuw.
Achter de gevels denk je nog de kuipers te horen die de
houten vaten dichtslaan en het briesen van de paarden
die het bier op rammelende wagens naar de cafés
vervoeren.

Maar het oude storehouse is
hypermodern ingericht: zeven verdiepingen totaaltheater
in de vorm van een enorm glas bier, met als schuimkraag
een ronde panoramabar van waaruit je een schitterend
uitzicht over de Ierse hoofdstad hebt. Op vertoon van
het toegangskaartje krijg je hier ook een gratis pint
geschonken. In de aanloop daar naartoe weet je inmiddels
alles over het brouwproces, de distributie, de reclame
en de uitgekiende marketingstrategie van het bedrijf. Op
de begane grond is - als een logisch verlengstuk van die
strategie - The Store ingericht.




Eerlijk gezegd vond ik Guinness -
thuis, in Nederland - nooit te zuipen. Maar op vakantie
mag ik me graag verliezen in de zeden en gebruiken van
de autochtone bevolking. Het donkere bier hoort bij dit
land, het smaakt hier veel beter dan ik me ooit heb
gerealiseerd. En de rest van het gezin - althans, het
deel dat boven de 18 is - is het met me eens.

Met enige moeite - onze TomTom kon de
camping niet vinden - zijn we vandaag naar de rand van
Dublin verkast, waar we donderdag de boot naar Engeland
nemen. Ruim anderhalve dag hebben we, om de hoofdstad te
verkennen. Morgen doen we het intellectuele gedeelte met
boeken en schrijvers, vandaag staat in het teken van de
drank. Na de Guinness lopen we door de beroemde
uitgaanswijk, die net als de legendarische
horecagelegenheid 'Temple Bar' heet. Een soort Quartier
Latin met kleurige kroegen en bijzondere winkeltjes, de
afgelopen jaren mooi opgeknapt door stadsvernieuwers met
een goed oog voor de historie en het levendige karakter
van de wijk.


Ik heb zomaar het idee dat we het hier
wel anderhalve dag uithouden. |
|
| |
|
|
| |

Woensdag
4
augustus, Dublin
Na de drank en het lichtzinnig vermaak
van gisteren nu
een dag van kunst en cultuur in Dublin. We beginnen in de Old Library van het Trinity College,
één van de grootste onderzoeksbibliotheken in de wereld.
De historische Long Room is bijna 65 meter lang en
herbergt zo'n 200.000 van de oudste boeken van de
universiteit. Fotograferen is er om niet nader
toegelichte redenen ten strengste verboden, maar als je
per ongeluk het knopje van het toestel aanraakt dat voor
je buikt hangt, kan niemand daar iets aan doen,
natuurlijk (foto boven). Er is een aparte
tentoonstelling gewijd aan het Book of Kells, een
rijk geïllustreerde kopie van de vier Evangeliën die
meer dan duizend jaar oud is. Maar daar stond een
suppoost mij als een cipier gluiperig in de gaten te
houden.

De Ieren koesteren niet alleen hun
middeleeuwse geschriften, ook de grote auteurs uit de
negentiende eeuw raken hier niet in de vergetelheid. Na
Trinity College wandelen we naar Merrion Square, waar -
tegenover het huis dat hem een aantal jaren onderdak
bood -
een standbeeld van Oscar Wilde staat. Al voordat zij aan
hem haar omvangrijke profielwerkstuk wijdde, was onze
dochter in de ban van deze (toneel)schrijver, dichter en
estheet, die tot op de dag van
vandaag wordt gelezen en nog vaker wordt geciteerd.


Zelf sta ik graag wat langer stil bij de
cultuur met een kleine c, die je in Dublin op elke
straathoek tegenkomt. Een plekje in de luwte met je
camera is ook hierbij
een aanbeveling, want voor je het weet maakt zo'n joker
je - tot schaamte van je kroost - onderdeel van zijn
act als je iets te opdringerig staat te
knippen (foto boven). Mijn eega vluchtte, met mijn
dochter in haar kielzog, een pand in van haar eigen
held. Ik geloof dat er Tommy Hilfiger op de gevel
stond.

Op ons rondje Ierland kregen we van
verschillende Ieren te horen dat Dublin een gevaarlijk,
vuil en ook anderszins weinig aantrekkelijke oord was.
Na twee dagen in dat Sodom en Gomorra te hebben
rondgedwaald, zijn wij een andere mening toegedaan.
Dublin is een leuke, levendige stad, overzichtelijk
opgedeeld in quarters met elk hun eigen karakter, waar we
ons geen seconde onprettig hebben gevoeld. Integendeel. Anderhalve
dag is misschien te kort om in verkeerde wijken te
belanden of tegen foute types aan te lopen, maar daarin
zal Dublin niet verschillen van elke andere metropool.
Met weemoed maken wij morgen vanuit Dublin Port de
oversteek naar het Verenigd Koninkrijk. |
|
| |
|
|
| |

Donderdag
5
augustus, Dublin Port
In mijn hart blijf ik altijd de zeeman
die ik nooit ben geweest. Door Maarten 't Hart werd hij
afgelopen zondag bij Zomergasten nog weggezet als een
prutser, maar door de jongensboeken van K. Norel wilde
ik tot mijn tiende levensjaar stuurman op de grote vaart
worden. De mooiste manier van reizen is voor mij nog
steeds per schip. Waar de rest van de familie zich
stierlijk hangt te vervelen in een restaurant, blijf ik
de hele overtocht het liefst bovendeks, van het uitvaren
tot het afmeren. Zelfs het sfeertje bij het inschepen -
het doelloos rondhangen tussen de vrachtwagenchauffeurs
- vind ik mooi.



Vandaag varen we van Dublin Port naar
Holyhead (Wales), waarvoor de wekker in de caravan rond
half zes afloopt. En de nacht is toch al zo kort omdat
wij - mijn eega misschien nog wel meer dan ik - voor
zo'n vroege overtocht worden geplaagd door angstdromen
over lekke banden, files, niet startende auto's of ander
ongemak waardoor we pas in de haven aankomen als we de
boot in de verte zien wegvaren. Maar niets van dat al.
Rond half acht staan we met het hele spul voor terminal
2 (Stena Line), rond half negen varen we weg, een
kwartier later zitten we aan een uitgebreid Engels
ontbijt en tegen twaalven rijden we in Wales de wal op.
Weer 450 kilometer verder draaien we de pootjes van de
caravan uit op een kampeerterrein in Cambridge, waar we
vlak voor de sluitingstijd van een buurtwinkeltje zelfs
de drankvoorraad nog even kunnen aanvullen. Met
Guinness, om het af te leren.

|
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 6
augustus, Cambridge
Al geruime tijd probeert onze dochter ons
ervan te doordringen dat studeren in Leiden toch een
beetje behelpen is, als je het vergelijkt met een studie
aan imposante Engelse colleges als Oxford en
Cambridge. Maar dat was tegen mijn zere been. 'Kijk eens
naar het Academiegebouw aan het Rapenburg! Dat herbergt
ook een historie van eeuwen. Vorsten en regeringsleiders
- die hier afstudeerden - hebben er hun handtekening op
de muren gezet.' En meer van die quasi-overtuigende
teksten. Vandaag liep ik in haar kielzog door Cambridge,
waar we een dagje stukslaan voordat we morgen via
Harwich weer naar Hoek van Holland varen. Met een rechte
rug, want je moet van goede huize komen om mij van
standpunt te laten veranderen. En ik moet zeggen: al na
honderd meter buiten de parkeergarage stond het voor mij
vast en bij elke stap door het stadje van 120.000
inwoners - van wie 25.000 student - werd ik er meer in
bevestigd:




Studeren in Leiden is inderdaad een
beetje behelpen. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
7
augustus, Harwich-Hoek van Holland
Voor wie geen zeemansbloed in de aderen
heeft stromen, is acht uur bij volle bewustzijn op een
schip een behoorlijk lange tijd. Maar mijn poging om van
onze dagafvaart in Harwich alsnog een nachttrip te
maken, mislukte vrijdag. Boot vol. Dus eindigden we onze
rondreis door het Verenigd Koninkrijk en Ierland op de
plek waar we hem drie weken ook begonnen: op de camping
in Harwich. In de stromende regen braken we daar
vanmorgen om 7 uur op, reden de 4,5 kilometer naar de
kade en scheepten in op de Stena Brittanica. Engels
ontbijten, internetten (gratis wifi op het schip, ook op
volle zee), lunchbuffetten, lezen, patiencen en een
beetje rondhangen. Of bootjes kijken, natuurlijk, maar
dat is voor mij binnen het gezin een eenzame hobby.


In Hoek van Holland regende het zo
mogelijk nog harder dan in Harwich en dat bleef het tot
ver in de avond doen. Terwijl de rest van het gezin even
snel de vuile was uit de caravan haalde, reed ik naar de
Albert Heijn voor de weekendboodschappen. Het gewone
leven is weer begonnen. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Naar de rest van het
wielerseizoen 2010 |
|
| |
|
|
| |
Naar het wielerseizoen 2009 |
|
| |
|
|
| |
Weer naar boven op deze pagina |
|
| |
|
|
|