Alles voor de club

Wielrennen is een individuele sport. Maar als je een aantal individuen bij elkaar zet, heb je een club. In Spanje rijd ik bij de Club Ciclista Xaló, in Nederland bij de Noordbikers.

 

     
 

Klassiekers 2007

 
 
 
     
 

 

Knetemann

 

Weekeinde 8 en 9 september 2007

 

Oscar Freire en Dick van der Plas hebben maar weinig training nodig om op topniveau te komen, hoorde ik zaterdag iemand zeggen. Oké, het was een citaatje van mezelf, maar daarom school er nog wel een kern van waarheid in. Zes weken lang voelden mijn billen geen racefietszadel, toen ik gistermorgen van start ging voor de 150 kilometer van de tweede Gerry Knetemann Classic vanuit Alkmaar. Een mooie ronde door een gebied dat ik vooral ken van de keren dat ik via de A9 naar het hoofdkantoor van het Noordhollands Dagblad aan de Edisonweg rijd. Maar nu trapte ik door schilderachtige gehuchten met namen die rechtstreeks uit een stripalbum van Olie B. Bommel leken te komen: Knollendam, Noord-Scharwoude en Spijkerboor. De mooiste - waarvan ik onderweg dacht: die moet ik onthouden - ben ik inmiddels vergeten. Vergeleken met massa-evenementen als de Amstel Gold Race en Limburgs Mooiste - met hun 15.000 deelnemers - is de Gerry Knetemann Classic een prettig overzichtelijke ronde. Niet meer dan 1500 fietsers, nergens wachttijden en dus overal een gemoedelijk sfeertje. Indachtig mijn gebrek aan trainingsarbeid begon ik ook gemoedelijk, in groepjes fietsers die rond de 30 kilometer per uur trapten. Het eerste gedeelte liet ik me vooral voortslepen door een meidenpeloton uit Nootdorp, met Arctic.nl op de billen. Mooi strak tempo, gedisciplineerd twee aan twee. Maar toen bij de eerste bevoorradingspost bleek dat de meiden niet de 150 maar de 100 reden, ging ik op zoek naar andere, wisselende contacten. Na een kilometer of tachtig begon ik m'n kuiten een beetje te voelen, maar eenmaal na de 100 had ik nergens last meer van. En begon ik me zelfs lichtelijk te ergeren aan groepjes die - inmiddels behoorlijk wind tegen - het tempo lieten zakken van 30, naar 28 en zelfs 25 kilometer per uur. Mijn vaste voornemen om vandaag geen meter kopwerk te doen, hield bij zoveel lamlendigheid geen stand. En helemaal niet toen ik het groepje van Ditoplant uit Noordwijkerhout tegenkwam, waar mijn eigen club De Noordbikers op zondag weleens mee op rijdt. Toen kon er het laatste uur nog wel tegen de 35 worden gereden. Op mijn eigen tellers - en ik had er drie: een kilometerteller, een hartslagmeter en mijn GPS-apparaat waarmee ik de route in kaart heb gebracht om hem later met mijn trainingsmaatjes nog eens te kunnen rijden - gaven uiteindelijk een gemiddelde van 29,6 aan over de 150 kilometer. Had hoger kunnen zijn, als ik in het begin niet zo voorzichtig had gelummeld, want dit is mijn rondje: lekker vlak en overal wind tegen. Daar houd ik van. Maar in de officiële uitslag krijg ik uiteindelijk een gemiddelde van 26,666 achter mijn naam, omdat ze daar de tijd die je bij drie bevoorradingsposten bananen, mueslirepen en energiedrank staat weg te werken - of tien minuten staat te ouwehoeren - gewoon meetellen als fietstijd. En ik moest nog ergens plassen ook. Omdat ik na zes weken van lummelen en kilo's aankomen vooral mijn lol in het fietsen weer terug wilde krijgen, had ik gisteren even geen oog voor het wedstrijdelement. Dat kwam vanmorgen pas, toen ik op internet zag dat ik 438ste was geworden van de 813 fietsers die de 150 kilometer reden. Volgend jaar rijd ik hem binnen de eerste 200. Wedden?

 

Limburgs Mooiste

Maandag 4 juni 2007

Na mijn dochter (inmiddels veilig terug uit Engeland) ben ik de tweede die deze week per sms communiceert met het thuisfront. Vanuit onze bungalow in Simpelveld, waar ik ben neergestreken met mijn zwager, een neef en een vriend van die neef voor het rijden van Limburgs Mooiste, stuur ik een noodkreet naar mijn eega: 'We missen een vrouwenhand! We zijn theedoeken en afwasspul vergeten!' Voor ongeveer een week proviand heb ik ingeslagen, voor deze twee dagen fietsen, maar wie rekent er nu op dat zulke basale dingen in de basisuitrusting van zo'n huisje ontbreken? 'Ieder redt zichzelf, schat', krijg ik terug van mijn liefhebbende echtgenote. De eerste avond (vrijdag) eten we pasta, waarvan de saus is bereid door mijn oudste zus, de vrouw van mijn zwager. Maar verder zijn we geheel op onszelf terug geworpen. Serviesgoed en pannen zo heet mogelijk met water afwassen en een nachtje laten uitdruipen op het rek, zo gaat dat in een mannenhuishouden, waar de racefietsen gewoon in de woonkamer mogen staan. De ochtend daarop gaan we rond een uur of negen van start voor de 150 kilometer van de wielerklassieker Limburgs Mooiste. Het is schitterend weer en als mijn zwager het openlijk betreurt dat we ons niet hebben ingeschreven voor de 200 kilometer, kan ik me daar alleen maar bij uitsluiten. In de loop van de dag prijzen we ons gelukkig dat we dat niet hebben gedaan. Fietsen in Limburg is heel anders dan in Noord-Holland. Of in Spanje. Door het voortdurende draaien en keren in de kleine dorpjes, de ongeveer 30 (vaak heel steile) beklimmingen en de felle afdalingen, gevoegd bij het feit dat er ook elders bijna geen meter vlak te rijden is, kom je nooit goed in je ritme. De deelname van zo'n 12.000 fietsers zorgt ook voor aparte problemen bij stempelposten en bevoorrading. In Valkenburg staan we bijna drie kwartier in de file voor twee krentenbollen, een flesje sportdrank en een knipje in onze stempelkaart. Bij elke volgende stempelpost krijgen we een ander merk sportdrankje, of een nieuwe smaak van een goedje dat een lucratieve sponsor aan ons kwijt wil. Op 120 kilometer raak ik kostmisselijk na een flesje Dubbelfrisssss met Thaise meloen, of zoiets, dat heel slecht blijkt te mixen met Isostar (uit mijn eigen bidon), Born Energydrink en nog wat andere onbestemde troep die ik onderweg heb weggewerkt. De laatste dertig kilometer sleep ik me zo slap als een vaatdoek de ene na de andere helling op. Afdalen is het ergst. Bergop gaat nog wel. Dan heb je wel iets anders aan je hoofd dan je opspelende maag. Om mij heen dartelen mijn 19-jarige neef en zijn 20-jarige vriend Danny, die op hellingen van 20 procent nog vrolijk foto's van elkaar maken met hun mobieltjes. Bij bordjes met 'Gevaarlijke afdaling' geven zij vol gas. Maar van die bravoure is na 150 kilometer gelukkig ook weinig meer over. Uiteindelijk trappen we er ruim 180, voordat we weer terug zijn bij onze bungalow in Simpelveld. Na een eenvoudige doch voedzame maaltijd bij het plaatselijke chinees-restaurant Hong Kong, wil de jeugd rond het middernachtelijk uur nog gaan stappen. The Peppermill blijkt the place to be in Simpelveld, maar tegen elf uur houden ze allebei voor Studio Sport hun ogen niet meer open. Als de oude mannen nog vrolijk aan hun wijntje zitten, zoeken de 'stappers' hun bedje op. De zondag daarop trappen we nog 50 kilometer uit, voornamelijk op de Vijlnerbosroute. Een kwartier lang lopen we in een gehucht bij Vaals - noodgedwongen, omdat we er niet langs kunnen - op onze wielerschoenen mee in een ouderwetse processie, inclusief schutterij, drumfanfare, veel vaandels en een devote pastoor. Limburgs Mooiste was mooi, maar zonder die 12.000 medefietsers was dit Limburgs op z'n Mooist.


Joop Zoetemelk Classic

 

Zaterdag 24 maart

 

Boze tongen beweren dat Joop Zoetemelk in het wielerpeloton een linkebal was. Dat hij alleen wereldkampioen werd door een paar kilometer voor de streep heel geniepig - niemand die het zag - weg te rijden uit de kopgroep. Dat hij alleen de Tour de France won omdat Bernard Hinault geblesseerd raakte. Maar wij herinneren ons Joop als de grootste Nederlandse wielrenner aller tijden. De man die de Tour niet alleen won, maar ook zes keer tweede werd. Die eerste werd in klassiekers, de Ronde van Spanje, de Ronde van Romandië, het kampioenschap van Nederland, de Catalaanse Week, de Grote Prijs van Lugano, het Criterium der Azen en in nog talloze andere wedstrijden. En het is ook nog een beetje ónze Joop, want hij is geboren onder de rook van Leiden, in Rijpwetering. Vanmorgen was hij in het clubgebouw van wielervereniging Swift, waar hij als renner is begonnen, om het startschot te lossen voor de eerste Joop Zoetemelk Classic. Joop zou zelf meerijden, maar hij stond gewoon in zijn burgerkloffie. Een onopvallende, aardige man. Vond het vast te kou (graadje of 6, zo vroeg) of te winderig (Noord-Oost, kracht 5). Wij - mijn Leidse collega Tim Brouwer de Koning en Karel Beckmans van het Noordhollands Dagblad - niet. Wij vertrokken gewoon voor de 150 kilometer. De afgelopen week trainde ik op maandagmiddag een uurtje op de rollen - gewoon thuis op zolder - en woensdagmiddag trapte ik ook nog een uurtje buiten. Meer niet. Het bleek een ideale voorbereiding. In de eerste kilometers zei ik al tegen collega Tim (waar je niet tegen moet lopen, maar waarmee je wel kunt gaan fietsen) dat ik me vandaag goed voelde en dat zou 150 kilometer zo blijven. Het was mijn parcours - lekker vlak - en mijn weer: winderig en fris. En de drie woorden die het meest tegen mij gebezigd werden, waren: Beetje rustig aan. Bij terugkomst stond Joop - die vandaag geen schijn van kans tegen me had gemaakt - nog steeds in het clubgebouw en nog steeds in zijn gewone kleren. Hij had het korte rondje van 75 kilometer gedaan, de linkebal. Maar hij wilde wel met ons op de foto.