Twitter: @dickvanderplas

 
 

Terug naar Dicks Log

 
 

 

Elders in het gezin

Het weblog van mijn wederhelft

 
 

 

HTWV

Alles over de HTWV-jubileumweek 2010 vind je hier.

 
 

 

Ierland 2010

Alles over onze zomervakantie in het land van drizzle, Guinness en kabouters overzichtelijk op een rijtje op deze pagina.

 
 

Wonen in Spanje

Het weblog van onze rentenierende vrienden in Jalón, Costa Blanca

 
 

 

Dossier Dolomieten

 

Alles over de Dolomieten Marathon 2010 staat hier.

 
 
 

Wielerclubs en sites

 

Afdeling Wielersport

IJsclub Voorwaarts Katwijk

Noordbikers

 

HTWV

(Hijgend Trekken Wij Voort)

Club Ciclista Xaló

 

 
Alles over La Marmotte 2009
Klik hier
 
 

 

Trainingskamp Spanje 2009

Klik hier

 

 

 

La Marmotte 2011

 

 

Stukjes tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek, maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of elders in Europa aan het trappen. Op deze site  verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik ook voor de lol.

 
 
 

 

Pretvaderen is het centrale thema van een column die ik wekelijks schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site, behalve met wielrennen, ook kennis met een prettige kijk op het vaderschap.

 

Naam: Dick van der Plas Leeftijd: 50

Woonplaats: Katwijk

 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Programma 2011

 

Maart:

12 maart Witte Kruis Classic, Den Haag

19 maart Joop Zoetemelk Classic, Leiden

 

April:

2 april Rabo Bergtoer, Ochten

23 april Ronde van Noord-Holland, Oostzaan

26 -30 april

Trainingskamp Spanje

 

Mei:

1 mei Elfdorpentocht, Stompwijk

15 mei Abdijentocht La Trappe

29 mei Jean Nelissen Classic, Vianden (Luxemburg)

 

Juni:

4 juni Waalse Pijl, Spa

(Belgie)

 

Juni/Juli:

26 juni-2 juli Marmotteweek, Bourg d’Oisans

(Frankrijk)

 

Augustus:

Vakantie

 (Cornwall en Wales)

20 aug Mergerllandroute

 

September:

Fietsweekend

Vlaanderen (HTWV)

 

Oktober:

Herfstmountainbiken

in Leersum

 

November:

Rabo Beach Challenge,

Scheveningen

 
 
 

 
 
 
 

 

     
 

Dagboek Marmotte, deel 1, zaterdag 25 juni 2011

Het is niet zomaar een fietstocht, het is een slijtageslag voor mens en carbon met een - zeker voor de kenners - mythische uitstraling: La Marmotte. Een rit over 174 kilometer en in totaal 5500 hoogtemeters die eindigt bovenop L'Alpe-d'Huez, bij elke editie weer een scherprechter voor renners die daarvoor ook al de Col du Glandon, de Telegraph en de Calibier hebben beklommen  Zondag vertrekken we - Peter Meester, Mike Otten, mijn neef Raymon et moi - naar Bourg d'Oisans om vanaf camping Belledonne een week lang nog een beetje te trainen, bij het zwembad rond te hangen en ons ook anderszins voor te bereiden op de Tocht der Tochten, op zaterdag 2 juli. Op deze plek houd ik vanaf maandag Dagboek Marmotte bij.

       Camping Belledonne

 
 
 
 

Dagboek Marmotte, deel 2, maandag 27 juni 2011

Het is heet in de Alpen. Zo'n 33 graden wees de thermometer gisteren aan en vandaag is het niet veel beter. Mooi weer voor het zwembad van de camping. Maar eerst een terrasje pakken op ruim 2000 meter hoogte. Daar is het altijd lekker koel.

Onze Marmotte-week begint - zoals vrijwel elk uitstapje dat ik met wielertoeristen maak - om zes uur op de zondagmorgen. Mijn protesten zijn gesmoord met: 'Jij slaapt toch altijd zo graag in de auto? Nou dan!' En dat is inderdaad wat ik doe, zo'n beetje de helft van de 1065 kilometer die we rijden naar Bourg d'Oisans, aan de voet van de Alpe d'Huez. Zelfs tijdens mijn rijbeurt slaag ik er maar nauwelijks in om mijn ogen open te houden. Normaal is mijn echtgenote als bijrijder zeer alert op mijn geknikkebol. Maar deze gasten hebben niks in de gaten.

In de aanloop naar de Marmotte 2011 heeft onze groep wisselende samenstellingen gekend, maar om uiteenlopende redenen - er vielen mensen af, er kwam er één bij - gaan we op pad met Peter, neef Raymon, Mike et moi. Het einddoel is camping Belledonne, pal aan de route van de Marmotte, tussen de Alpe d'Huez en de Col du Glandon in. Zeven jaar geleden stond ik hier al eens drie weken met mijn gezin en de rentenierende Spaanse vrienden, onder meer om de Tour de France - inclusief de fameuze klimtijdrit op de Alpe d'Huez - te bekijken. De stacaravan die we nu hebben gehuurd, verandert in luttele ogenblikken in een rennerskot, waar ik - als oudste in het gezelschap - recht heb op mijn eigen kamer van 2 bij 2, inclusief 2-persoonsbed van 1.80 bij 1.60 meter. Ter informatie: zelf ben ik 1.95 meter, maar als ik scheef lig, past het precies.  

De beklimming van de Croix de Fer op deze maandag dient overigens een hoger doel dan het pakken van een terrasje of het warm trappen van onze trombosebeentjes, na een 12 uur durende autorit. Het is ook een serieuze verkenning van het eerste deel van de Marmotte, die voert naar de top van de Col du Glandon. Ik heb me voorgenomen om deze dagen heel rustig aan te doen, maar als ik het gezelschap voor me zie wegrijden en over een afstand van een paar honderd meter uitdagend hoor mompelen dat 'Dick zelf de weg wel weet', kan ik het toch niet nalaten om gas te geven. Samen met neef Raymon - waarop wederom geen maat staat - sla ik op de top van de Glandon rechtsaf, om de tweeënhalve kilometer naar de Croix de Fer te overbruggen. We kunnen nog op de foto voordat Mike arriveert, en hebben gedrieën al cola en koffie besteld op het terras als ook Peter de laatste meters naar het ijzeren kruis aflegt.  

 

We zijn niet de enigen die het begin van de Marmotteweek benutten voor een trainingsritje. Vooral op de bergtoppen is het levendig druk met fietsers uit alle windstreken, die zichzelf laten vastleggen voor beroemde bordjes, het liefst inclusief vermelding van de hoogtemeters. De bediening van het enige terras op de top van de Croix de Fer kan de cola en café aux lait niet aanslepen. En, zoals we al hadden verwacht, de temperatuur is hier een stuk aangenamer dan 1500 meter lager.

Veel meer dan naar de top van de Croix de Fer en die van de Glandon rijden, doen we vandaag niet. Maar dan staan er wel bijna 2000 hoogtemeters en zo'n 65 kilometer op de teller, inclusief een frisse afdaling met snelheden tegen de 80 kilometer in het uur. Tijd om het zwembad van camping Belledonne op te zoeken. Want rust is ook training...

 
 
 
 

Dagboek Marmotte, deel 3, dinsdag 28 juni 2011

In sportief opzicht hebben we er al ruim twintig jaar niks te zoeken, maar l'Alpe d'Huez is nog steeds onze 'Nederlandse' berg. Niet in het minst door alle carnavaleske en charitatieve activiteiten die er door ons Hollanders worden ontplooid. Als wij vandaag omhoog rijden staat het wegdek nog vol met aanmoedigingen voor deelnemers aan de Alpe d'Huzes, die hier een paar weken geleden zo'n 20 miljoen euro voor de strijd tegen kanker bij elkaar trapten. 

Voor Peter is het de eerste keer op de Alpe, Mike, Raymon et moi zijn veteranen. We rijden elk in ons eigen tempo omhoog; rustig aan is ook vandaag het sleutelwoord in de bloedhitte. Alleen de jongste in het gezelschap heeft zich tot doel gesteld om binnen het uur boven te zijn, ik volg een kleine tien minuten later. Mike gooit ergens halverwege zijn mueslimaaltijd naar buiten, wacht even op Peter om deze ervaring met hem te delen ('thanx for sharing'), maar rijdt dan toch weer bij hem weg. Boven nemen we uitgebreid de tijd voor het terras en een fotoshoot. Voor ons wielertoeristen is het tenslotte vakantie.  

Om het gezelschap een saaie afdaling tussen de vrachtwagens en ander verkeer te besparen, weet ik een alternatieve route om de Alpe af te komen: via de Col de Sarenne. Een jaar of zeven geleden reed ik hier al eens met mijn rentenierende Spaanse vriend en ook Mart Smeets besteedde in een Avondetappe al eens aandacht aan dit weinig bekende achterdeurtje dat voert door een schitterende ruig berggebied. Aan het onderhoud van het asfalt is het afgelopen decennium echter weinig meer gedaan en als het wegdek, na een paar honderd meter dalen, ook nog eens venijnig begint te klimmen, hebben mijn fietsmaten weinig oog meer voor het natuurschoon maar zijn ze slechts druk met het storten van de spreekwoordelijke emmers stront over de hoofden van de reisleider.

Nee, enige heroïek is aan deze pasta met zalm-generatie niet besteed. Dat wordt nog wat, komende zaterdag, als tijdens La Marmotte de knapen van de mannen worden gescheiden.

 
 
 
 

Dagboek Marmotte, deel 4, woensdag 29 juni 2011

Nog geen uur hadden we ons smetteloze mobile home in bezit genomen, of het was veranderd in een rennerskot. Grofweg betekent dat: je tas omkeren als je wat nodig hebt en de puinhoop laten liggen naast de bezwete kleding die van je lijf komt. Met name neef Raymon heeft deze handelwijze tot levenskunst verheven. Aangezien ik als oudste lid van het gezelschap recht heb op mijn eigen kamer van 2 bij 2 en Mike en Peter samen het andere onderkomen in bezit hebben genomen, slaapt hij op de bedbank in de woonkamer, die er - het is geen momentopname - uitziet zoals op de bovenste foto. Zo lang het buiten 30 graden is, is dat geen enkel probleem. Maar nu het weer vandaag behoorlijk is omgeslagen, willen we zijn zwijnenstal ook wel eens als leefruimte gebruiken. En als het maar even dreigt te gaan regenen, moet ook ons kostbare carbon er staan.

Op momenten dat het ons allemaal teveel wordt, rijden we voor cappuccino of Westmalle Triple naar wat inmiddels onze tweede huiskamer aan het worden is: het centrum van Bourg d'Oisans, dat met het naderen van de Marmottedag steeds voller loopt met renners uit alle windstreken.

De taken in dit mannenhuishouden zijn na een paar dagen redelijk geruisloos verdeeld. Na mijn spaghetti bolognese met saus uit de pot, heeft marinier Mike zich ontpopt tot de vaste kok. Peter regelt het ontbijt en doet (samen met Mike) de overige boodschappen. Neef Raymon en ik houden ons voornamelijk bezig met de afwas en het schenken van de drank, voornamelijk omdat we nergens anders voor willen deugen. Bovendien strijd ik er al jaren voor om ook het bijhouden van dit weblog als een serieuze corveetaak erkend te zien. Voorlopig nog zonder succes.

 
 
 
 

Dagboek Marmotte, deel 5, donderdag 30 juni 2011

Het grote aftellen is begonnen. Zo'n 48 uur voor de Marmotte heeft het weinig zin meer om uitputtende trainingstochten te maken, dus slijten we onze dagen met klein fietsonderhoud, lezen, een beetje zwemmen - na de tijdelijke dip van woensdag is de zon er weer - en hier en daar een terrasje pakken. Maar omdat we het toch niet konden laten, zat er in het programma nog wel een uurtje lostrappen rond het stuwmeer bij Allemont, op luttele afstand van onze camping.

Qua kilo- en hoogtemeters stelde het derhalve allemaal niks voor, maar het leverde in elk geval voor dit weblog mooie plaatjes op. En dat is ook wat waard.

Daarna door naar Bourg d'Oisans voor een Leffe van de tap en een sandwich op ons favoriete terras...

...en dan - met de auto weliswaar - de Alpe d'Huez op voor het belangrijkste onderdeel van de dag: het ophalen van de startbescheiden voor de Tocht der Tochten. Rond wat zaterdag uiteindelijk de finishplaats van La Marmotte wordt, is inmiddels een compleet wielercircus verrezen dat neef Raymon treffend omschreef als 'een huishoudbeurs voor mannen'. En ja, daar kom je natuurlijk met plastic tasjes vol broodnodige aanschaffingen vandaan.

 
 
 
 

Dagboek Marmotte, deel 6, vrijdag 1 juli

Zo'n twintig uur voor de start van La Marmotte is het: rusten zonder rust in je kont. Na het ontbijt is het (weer) onderhoud fiets, nu inclusief noodzakelijke voorbereidingen als het bevestigen van het startnummer en de tijdregistratiechip. Altijd een magisch moment, want zoals mecanicien Berry Hollander van mijn huisdealer Kees Fietsshop onlangs een oude leermeester citeerde: Zodra je een nummer op je fiets hebt, is het een wedstrijd. Voor ons, getrainde toeristen, geen wedstrijd om de ereplaatsen, maar een race tegen de klok. Ieder heeft zijn eigen doel voor ogen: de één gaat per se voor goud in zijn leeftijdscategorie, de ander legt zich al bij voorbaat neer bij zilver, in de wetenschap dat hij 'er alles aan heeft gedaan'.

Nieuw in het Marmotte-pakket van dit jaar: de lampjes. Vooral het rode lichtje rond de zadelpen kan levensreddend zijn in de lange donkere tunnels die van de top van de Lautaret naar Bourg d'Oisans moeten worden gepasseerd. Daaronder: de chip die de tijd bijhoudt. Vooral neef Raymon werkt geobsedeerd aan een schema dat hij op zijn bidon plakt en op de minuut aangeeft waar hij op welk moment moet zijn om goud te halen. Ik neem genoegen met de wetenschap dat ik er 'ongeveer' negen uur over mag doen: als vijftigplusser zo'n vijf kwartier langer dan hij, met zijn 23 jaar.

Verder nog een beetje poetsen en koolhydraten stapelen: 's middags een fameuze pastasalade van chefkok Mike bij de stacaravan, 's avonds een spaghettimaaltijd in het restaurant van de camping. Of het allemaal genoeg is? Dat blijkt morgenmiddag bij de beklimming van de Alpe d'Huez, de laatste col die ook in deze Marmotte als scherprechter fungeert.

 
 
 
 

Dagboek Marmotte, deel 7, zaterdag 2 juli

Voor het dwaallicht dat ons vandaag om 10.20 uur een sms'je stuurt met de vraag 'Zijn jullie al op weg?' even het volgende: een Marmottedag begint om 5 uur in de ochtend met een stevig ontbijt van pannenkoeken, krentenbrood, muesli en bananen. Hoewel onze starttijden behoorlijk uiteenlopen - Raymon mag om 7 uur vertrekken met de wedstrijdgroep, Mike en ik om 7.30 uur en Peter pas om 8 uur - gaan we om 6.15 uur toch gezamenlijk naar Bourg d'Oisans. Als je besluit nog een uurtje langer te blijven liggen, moet je op de enige weg van ruim 7 kilometer naar de start een soort spookrijden tegen duizenden renners met de blik op oneindig. Bovendien maakt het nerveuze gedoe in het startvak ook onderdeel uit van het wedstrijdritueel. Je spreekt nog eens een Deen of een Welshman, of helpt een Belg met het wisselen van een bandje dat nog voor het vertrek is geknald. En, net als op de Titanic, is er een band die ons vertrek op deze dodenrit begeleidt met een eigentijdse versie van 'Nader mijn Heer tot U'.

 

Over het Marmottetenue is een dag lang gediscussieerd: wat trek je aan op een parcours dat golft van 700 naar 2600 meter, van zomers warm tot eeuwige sneeuw? Het zomershirt van de club, de winterbroek die me inmiddels als gegoten zit (de zeem van het nieuwe exemplaar is nog een beetje stug), een windstopper en armstukken die allebei gemakkelijk in de zakken van het shirt passen als ze in de loop van de dag overbodig worden. Als we vertrekken van de camping is het 3 graden, in het startvak 7. Pas na de afdaling van de Glandon gaat mijn windstopper uit.

 

 

De schaduwzijde van een uur opgesloten in een startvak staan, is dat de meute vertrekt met de snelheid van een op hol geslagen kudde paarden. In de groep van Raymon ligt het gemiddelde in de aanloop naar de Col du Glandon - de eerste serieuze klim - op 43 kilometer in het uur. Mike en ik doen het rustiger aan, maar het tempo zakt bij ons toch ook alleen onder de 35 kilometer op de helling naar het stuwmeer bij Allemont. Maar zodra de Glandon zich aandient met, op het eerste deel in het bos, 10 tot 12 procent, is de snelheid ook meteen gelijk aan het stijgingspercentage. De eerste klim is er eentje met beleid: ga je te hard omhoog, dan heb je daar de hele dag last van. Rijd je te langzaam, dan is je schema voor 'goud' zo ontregeld dat je alleen nog maar achter de feiten aantrapt. Mike raak ik in de drukte al vrij snel kwijt, maar hij is in de 25 kilometer dat we stijgen naar 2000 meter hoogte nooit ver achter me. Dat is een goed teken, want ik ben van nature een slow starter. Als ik de eerste honderd kilometer de marinier nog in mijn rug weet, ben ik goed bezig. De benen voelen prima, de hartslag is met 170 hoger dan de inspanning rechtvaardigt. Maar die tien slagen extra boven mijn normale klimgemiddelde kunnen van de wedstrijdspanning komen.

 

Mike zie ik weer terug bij de bevoorrading op de top van de Glandon. De koers is hier geneutraliseerd. Om dit keer tientallen ongelukken in de gevaarlijke afdaling te vermijden, wordt de klok stilgezet totdat je weer beneden bent. Niks geen haast, derhalve, om de inwendige mens te versterken, al blijkt de organisatie achteraf wel doodleuk de totaal gereden tijd op het wedstrijddiploma te vermelden. Wie al te uitbundig pauze neemt in de veronderstelling dat de chrono niet loopt, komt daarmee bedrogen uit. Alleen bij de vaststelling of je 'goud', 'zilver' of 'brons' rijdt, wordt de tijd minus de afdaling van de Glandon berekend.

 

Voor het lange vals plat-gedeelte tussen Glandon en Col du Telegraph is het zaak aansluiting te vinden bij een groepje: een mooi groepje dat niet te hard, maar zeker niet te zacht rijdt. Een groepje dat ook niet te klein is omdat de renners dan naar elkaar gaan zitten kijken. Moet jij niet eens aan kop? Mijn 'lift' voldoet aan al die voorwaarden: het gezelschap dat geleidelijk aan uitdijt tot een mannetje of 40 rijdt lekker door en voert me in een zetel naar de tweede serieuze klim van de dag. Alleen als het af en toe breekt, moet ik me even inspannen om een gaatje dicht te rijden. Ook Marmotte-ervaring is: weten waar je wel en niet moet bevoorraden. Na op de top van de Glandon te hebben gegeten en mijn bidons te hebben gevuld, stop ik pas weer voor vast voedsel in Valloires, na de Telegraph. Water pak ik pas weer in de bocht waar de eigenlijke beklimming van de Galibier begint. De inhoud van de zakken van mijn wielershirt laat ik vrijwel ongemoeid: ik heb geen trek in repen en zoete gelletjes, alleen mijn salamiworstjes (goed om het zout aan te vullen) en de winegums van mijn moeder (koolhydraten!) eet ik op. Verder neem ik van de organisatie met graagte partjes sinaasappel, stukken stokbrood met worst of kaas, Madelènecakejes en hompen banaan aan. Met vier bevoorradingen (op de top van de Galibier en aan de voet van de Alpe d'Huez kan de inwendige mens ook worden versterkt) kun je prima de Marmotte rijden. Mocht er ooit nog een gelegenheid komen - the day after moet je daar even niet aan denken - dan bespaar ik op mijn wedstrijdgewicht door het eigen eten thuis te laten.  

 

Dat het met de vorm nog steeds goed zit, merk ik bij de beklimming van de Telegraph, die ik me van de vorige editie herinner als een venijnig bergje. Nu rijd ik hem bijna fluitend op en heb onderweg nog volop oog voor natuurschoon en vreemde vogels. Zoals dit opaatje met een shirt dat aangeeft dat hij nog best een groen blaadje lust:

 

 

 

Neef Raymon is al de hele week bezig met zijn 'jacht op goud' en heeft zijn beide bidons beplakt met het schema dat hij moet rijden om die met succes te bekronen. Zelf begin ik pas tijdens de rit te rekenen: als ik om 14 uur bovenop de Galibier ben en anderhalf uur doe over het traject naar Bourg d'Oisans, heb ik nog ruim anderhalf uur om de Alpe d'Huez te beklimmen. Dat moet te doen zijn. Bovendien weet ik van de Marmotte-editie 2009 - toen ik zilver reed - waar ik tijd heb laten liggen: onder meer op de berg die straks twee keer het 'dak' van een Touretappe vormt: de Col du Galibier. Die klim zakte me twee jaar geleden zo in de benen dat ik de aanvechting niet kon weerstaan om een paar keer te stoppen met fietsen - zogenaamd om wat te eten of een foto te maken, maar in feite omdat ik dat monotone klimmen helemaal spekzat was. Van dat soort sentimenten heb ik nu geen last. Het uitputtende trainingsvoorjaar betaalt zich uit: boven de honderd kilometer begin ik me alleen maar lekkerder te voelen. En dan is de Galibier geen onbedwingbare hindernis, maar een landschappelijk en wielerhistorisch fenomeen. Nou ja, als je het pseudo-romantisch optikt voor een weblog. Als je eraan bezig bent, is het gewoon een klereding.

 

Op de top van de Galibier - met zicht op de besneeuwde toppen van La Meije - lig ik een kwartier voor op mijn toch al riante schema. In het eerste deel van de gevaarlijke afdaling doe ik dan ook rustig aan - waaghalzen vliegen me links en rechts voorbij - om op het zo mogelijk nog linkere weggedeelte tussen de Col du Lautaret en Bourg d'Oisans weer aansluiting te zoeken bij een groep die me uit de wind kan houden. Want in de afdaling waai ik bijna uit de windstopper die ik op de top heb aangetrokken. Niettemin worden er door mijn gelegenheidspeloton, op een weg die maar blijft aflopen, snelheden van ruim boven de vijftig kilometer per uur gehaald. We denderen, bij het schamele licht van onze knipperlampjes, door vrijwel onverlichte tunnels, passeren een zwaar gewonde renner die wordt ingepakt door ambulancebroeders, gillen waarschuwingen naar elkaar als we vol in de remmen moeten voor bussen of vrachtwagens en komen - nog een kwartier eerder dan ik had berekend - aan bij de voet van de Alpe d'Huez: het is 15 uur, om goud te halen heb ik meer dan twee uur voor de beklimming van de Hollandse berg. Een makkie.

Nou ja, een makkie is de Alpe nooit, en zeker niet met al 160 loodzware kilometers in de benen en in een brandend zonnetje dat de temperatuur naar een graad of 30 laat oplopen. Maar waar ik hier twee jaar geleden reglementair naar de kloten ging - zoals dat in wielertermen heet - en een aantal keren meer dood dan levend op de vangrail moest gaan zitten, trap ik nu gezellig keuvelend met lotgenoten omhoog. Nee, kracht om aan te zetten hebben we niet meer, merkt één van die mannen op, maar we kunnen nog wel ouwehoeren. En dat is een goed teken. Ik heb twee uur voor 14 kilometer, die ik met een gemiddelde van tegen de 10 in het uur afleg. Vier kilometer voor de finish had ik kunnen gaan lopen, om nog op tijd binnen te zijn. Iets wat later op de dag door veel deelnemers - maar dan voor 'brons' - ook letterlijk wordt gedaan. Na 18 uur is het een verzameling menselijk wrakhout dat de berg opkruipt.

 

Na de eindstreep wacht neef Raymon - gouden plak al om de hals - die met een voor mij onwaarschijnlijk snelle tijd (8 uur en 4 minuten, zonder aftrek van de Glandon) zo'n 25 minuten over had op zijn schema voor goud. Ik deed er (9.08, gecorrigeerd: 8.22) ruim een uur langer over, maar omdat ik meer dan twee keer zo oud ben (hij 23, ik deze maand 51) wordt mijn prestatie door de organisatie nog meer op zijn waarde geschat: ik heb 37 minuten over voor goud en haal en passant nog mijn gram voor het zilver van 2009. Ook in de categorie 40- tot 50-jarigen zou ik nu een medaille d'Or hebben gepakt. Ouderdom brengt niet alleen gebreken, maar ook privileges met zich mee. Als iemand daar last van heeft, is het wel Mike die slechts een paar minuten na mij binnenkomt maar met zijn 38 jaar zo'n zeven minuten te kort komt voor goud. Ook Peter (40), die vijf kwartier later over de tijdregistratie komt, pakt zilver. Naast de waardering voor deze prestatie, voor hen ook een woord van troost: een betere motivatie om terug te keren naar de Tocht der Tochten is er niet.

 

 
     
     
     
  Terug naar Dicks Log