|
 |
|
|
|
Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De
meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek,
maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij
mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of
elders in Europa aan het trappen. Op deze site
verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en
vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik
ook voor de lol. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Pretvaderen
is het centrale thema van een column die ik wekelijks
schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands
Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch
Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site,
behalve met wielrennen, ook kennis met een
prettige kijk op het vaderschap. |
|
|
|
Naam:
Dick van der Plas Leeftijd:
50
Woonplaats: Katwijk |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
| |
| |
|
Programma 2011
Maart:
12 maart Witte Kruis Classic, Den Haag
19 maart Joop Zoetemelk Classic, Leiden
April:
2 april Rabo Bergtoer, Ochten
23 april Ronde van Noord-Holland, Oostzaan
26 -30 april
Trainingskamp Spanje
Mei:
1 mei Elfdorpentocht, Stompwijk
15 mei Abdijentocht La Trappe
29 mei Jean Nelissen Classic, Vianden (Luxemburg)
Juni:
4 juni Waalse Pijl, Spa
(Belgie)
Juni/Juli:
26 juni-2 juli Marmotteweek, Bourg d’Oisans
(Frankrijk)
Augustus:
Vakantie
(Cornwall
en Wales)
20 aug
Mergerllandroute
September:
Fietsweekend
Vlaanderen (HTWV)
Oktober:
Herfstmountainbiken
in Leersum
November:
Rabo Beach Challenge,
Scheveningen
|
| |
|
|
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
| |

Dagboek
Marmotte, deel 1, zaterdag
25 juni 2011
Het is niet zomaar een fietstocht, het is
een slijtageslag voor mens en carbon met een - zeker
voor de kenners - mythische uitstraling: La Marmotte.
Een rit over 174 kilometer en in totaal 5500
hoogtemeters die eindigt bovenop L'Alpe-d'Huez, bij elke
editie weer een scherprechter voor renners die daarvoor
ook al de Col du Glandon, de Telegraph en de Calibier
hebben beklommen Zondag vertrekken we - Peter
Meester, Mike Otten, mijn neef Raymon et moi -
naar Bourg d'Oisans om vanaf camping Belledonne een week
lang nog een beetje te trainen, bij het zwembad rond te
hangen en ons ook anderszins voor te bereiden op de
Tocht der Tochten, op zaterdag 2 juli. Op deze plek houd
ik vanaf maandag Dagboek Marmotte bij.


Camping Belledonne |
|
| |
|
|
| |

Dagboek
Marmotte, deel 2, maandag 27 juni 2011
Het is heet in de Alpen. Zo'n 33
graden wees de thermometer gisteren aan en vandaag is
het niet veel beter. Mooi weer voor het zwembad van de
camping. Maar eerst een terrasje pakken op ruim 2000
meter hoogte. Daar is het altijd lekker koel.

Onze Marmotte-week begint - zoals
vrijwel elk uitstapje dat ik met wielertoeristen maak -
om zes uur op de zondagmorgen. Mijn protesten zijn
gesmoord met: 'Jij slaapt toch altijd zo graag in de
auto? Nou dan!' En dat is inderdaad wat ik doe, zo'n
beetje de helft van de 1065 kilometer die we rijden naar Bourg d'Oisans, aan de voet van de Alpe d'Huez. Zelfs
tijdens mijn rijbeurt slaag ik er maar nauwelijks in om
mijn ogen open te houden. Normaal is mijn echtgenote als
bijrijder zeer alert op mijn geknikkebol. Maar deze
gasten hebben niks in de gaten.

In de aanloop naar de Marmotte 2011
heeft onze groep wisselende samenstellingen gekend, maar
om uiteenlopende redenen - er vielen mensen af, er kwam
er één bij - gaan we op pad met Peter, neef Raymon, Mike
et moi. Het einddoel is camping Belledonne, pal aan
de route van de Marmotte, tussen de Alpe d'Huez en de
Col du Glandon in. Zeven jaar geleden stond ik hier al
eens drie weken met mijn gezin en de rentenierende
Spaanse vrienden, onder meer om de Tour de France -
inclusief de fameuze klimtijdrit op de Alpe d'Huez - te
bekijken. De stacaravan die we nu hebben gehuurd,
verandert in luttele ogenblikken in een rennerskot, waar
ik - als oudste in het gezelschap - recht heb op mijn
eigen kamer van 2 bij 2, inclusief 2-persoonsbed van
1.80 bij 1.60 meter. Ter informatie: zelf ben ik 1.95
meter, maar als ik scheef lig, past het precies.


De beklimming van de Croix de Fer op
deze maandag dient overigens een hoger doel dan het
pakken van een terrasje of het warm trappen van onze
trombosebeentjes, na een 12 uur durende autorit. Het is
ook een serieuze verkenning van het eerste deel van de Marmotte, die voert naar de top van de Col du Glandon.
Ik heb me voorgenomen om deze dagen heel rustig aan te
doen, maar als ik het gezelschap voor me zie wegrijden
en over een afstand van een paar honderd meter uitdagend
hoor mompelen dat 'Dick zelf de weg wel weet', kan ik
het toch niet nalaten om gas te geven. Samen met neef
Raymon - waarop wederom geen maat staat - sla ik op de
top van de Glandon rechtsaf, om de tweeënhalve kilometer
naar de Croix de Fer te overbruggen. We kunnen nog op de
foto voordat Mike arriveert, en hebben gedrieën al cola
en koffie besteld op het terras als ook Peter de laatste
meters naar het ijzeren kruis aflegt.


We zijn niet de enigen die het begin
van de Marmotteweek benutten voor een trainingsritje.
Vooral op de bergtoppen is het levendig druk met
fietsers uit alle windstreken, die zichzelf laten
vastleggen voor beroemde bordjes, het liefst inclusief
vermelding van de hoogtemeters. De bediening van het
enige terras op de top van de Croix de Fer kan de cola
en café aux lait niet aanslepen. En, zoals we al
hadden verwacht, de temperatuur is hier een stuk
aangenamer dan 1500 meter lager.

Veel meer dan naar de top van de Croix
de Fer en die van de Glandon rijden, doen we vandaag
niet. Maar dan staan er wel bijna 2000 hoogtemeters en
zo'n 65 kilometer op de teller, inclusief een frisse
afdaling met snelheden tegen de 80 kilometer in het uur.
Tijd om het zwembad van camping Belledonne op te zoeken.
Want rust is ook training...
 |
|
| |
|
|
| |

Dagboek
Marmotte, deel 3, dinsdag 28 juni 2011
In sportief opzicht hebben we er al
ruim twintig jaar niks te zoeken, maar l'Alpe d'Huez is
nog steeds onze 'Nederlandse' berg. Niet in het minst
door alle carnavaleske en charitatieve activiteiten die
er door ons Hollanders worden ontplooid. Als wij vandaag
omhoog rijden staat het wegdek nog vol met
aanmoedigingen voor deelnemers aan de Alpe d'Huzes, die
hier een paar weken geleden zo'n 20 miljoen euro voor de
strijd tegen kanker bij elkaar trapten.

Voor Peter is het de eerste keer op de
Alpe, Mike, Raymon et moi zijn veteranen. We
rijden elk in ons eigen tempo omhoog; rustig aan is ook
vandaag het sleutelwoord in de bloedhitte. Alleen de
jongste in het gezelschap heeft zich tot doel gesteld om
binnen het uur boven te zijn, ik volg een kleine tien
minuten later. Mike gooit ergens halverwege zijn
mueslimaaltijd naar buiten, wacht even op Peter om deze
ervaring met hem te delen ('thanx for sharing'),
maar rijdt dan toch weer bij hem weg. Boven nemen we
uitgebreid de tijd voor het terras en een fotoshoot.
Voor ons wielertoeristen is het tenslotte vakantie.


Om het gezelschap een saaie afdaling
tussen de vrachtwagens en ander verkeer te besparen,
weet ik een alternatieve route om de Alpe af te komen:
via de Col de Sarenne. Een jaar of zeven geleden reed ik
hier al eens met mijn rentenierende Spaanse vriend en
ook Mart Smeets besteedde in een Avondetappe al eens
aandacht aan dit weinig bekende achterdeurtje dat voert
door een schitterende ruig berggebied. Aan het onderhoud
van het asfalt is het afgelopen decennium echter weinig
meer gedaan en als het wegdek, na een paar honderd meter
dalen, ook nog eens venijnig begint te klimmen, hebben
mijn fietsmaten weinig oog meer voor het natuurschoon
maar zijn ze slechts druk met het storten van de
spreekwoordelijke emmers stront over de hoofden van de
reisleider.


Nee, enige heroïek is aan deze pasta
met zalm-generatie niet besteed. Dat wordt nog wat,
komende zaterdag, als tijdens La Marmotte de knapen van
de mannen worden gescheiden. |
|
| |
|
|
| |

Dagboek Marmotte, deel 4, woensdag 29 juni 2011
Nog geen uur hadden we ons smetteloze
mobile home in bezit genomen, of het was veranderd in
een rennerskot. Grofweg betekent dat: je tas omkeren als
je wat nodig hebt en de puinhoop laten liggen naast de
bezwete kleding die van je lijf komt. Met name neef
Raymon heeft deze handelwijze tot levenskunst verheven.
Aangezien ik als oudste lid van het gezelschap recht heb
op mijn eigen kamer van 2 bij 2 en Mike en Peter samen
het andere onderkomen in bezit hebben genomen, slaapt
hij op de bedbank in de woonkamer, die er - het is geen
momentopname - uitziet zoals op de bovenste foto. Zo
lang het buiten 30 graden is, is dat geen enkel
probleem. Maar nu het weer vandaag behoorlijk is
omgeslagen, willen we zijn zwijnenstal ook wel eens als
leefruimte gebruiken. En als het maar even dreigt te
gaan regenen, moet ook ons kostbare carbon er staan.

Op momenten dat het ons allemaal
teveel wordt, rijden we voor cappuccino of Westmalle
Triple naar wat inmiddels onze tweede huiskamer aan het
worden is: het centrum van Bourg d'Oisans, dat met het
naderen van de Marmottedag steeds voller loopt met
renners uit alle windstreken.

De taken in dit mannenhuishouden zijn
na een paar dagen redelijk geruisloos verdeeld. Na mijn
spaghetti bolognese met saus uit de pot, heeft marinier
Mike zich ontpopt tot de vaste kok. Peter regelt het
ontbijt en doet (samen met Mike) de overige
boodschappen. Neef Raymon en ik houden ons voornamelijk
bezig met de afwas en het schenken van de drank,
voornamelijk omdat we nergens anders voor willen deugen.
Bovendien strijd ik er al jaren voor om ook het
bijhouden van dit weblog als een serieuze corveetaak
erkend te zien. Voorlopig nog zonder succes. |
|
| |
|
|
| |

Dagboek
Marmotte, deel 5, donderdag 30 juni 2011
Het grote aftellen is begonnen. Zo'n
48 uur voor de Marmotte heeft het weinig zin meer om
uitputtende trainingstochten te maken, dus slijten we
onze dagen met klein fietsonderhoud, lezen, een beetje
zwemmen - na de tijdelijke dip van woensdag is de zon er
weer - en hier en daar een terrasje pakken. Maar omdat
we het toch niet konden laten, zat er in het programma
nog wel een uurtje lostrappen rond het stuwmeer bij
Allemont, op luttele afstand van onze camping.



Qua kilo- en hoogtemeters stelde het
derhalve allemaal niks voor, maar het leverde in elk
geval voor dit weblog mooie plaatjes op. En dat is ook
wat waard.

Daarna door naar Bourg d'Oisans voor
een Leffe van de tap en een sandwich op ons favoriete
terras...


...en dan - met de auto weliswaar - de
Alpe d'Huez op voor het belangrijkste onderdeel van de
dag: het ophalen van de startbescheiden voor de Tocht
der Tochten. Rond wat zaterdag uiteindelijk de
finishplaats van La Marmotte wordt, is inmiddels een
compleet wielercircus verrezen dat neef Raymon treffend
omschreef als 'een huishoudbeurs voor mannen'. En ja,
daar kom je natuurlijk met plastic tasjes vol
broodnodige aanschaffingen vandaan.
|
|
| |
|
|
| |

Dagboek
Marmotte, deel 6, vrijdag 1 juli
Zo'n twintig uur voor de start van La
Marmotte is het: rusten zonder rust in je kont. Na het
ontbijt is het (weer) onderhoud fiets, nu inclusief
noodzakelijke voorbereidingen als het bevestigen van het
startnummer en de tijdregistratiechip. Altijd een
magisch moment, want zoals mecanicien Berry Hollander
van mijn huisdealer Kees Fietsshop onlangs een oude
leermeester citeerde: Zodra je een nummer op je fiets
hebt, is het een wedstrijd. Voor ons, getrainde
toeristen, geen wedstrijd om de ereplaatsen, maar een
race tegen de klok. Ieder heeft zijn eigen doel voor
ogen: de één gaat per se voor goud in zijn
leeftijdscategorie, de ander legt zich al bij voorbaat
neer bij zilver, in de wetenschap dat hij 'er alles aan
heeft gedaan'.

Nieuw in het Marmotte-pakket van dit
jaar: de lampjes. Vooral het rode lichtje rond de
zadelpen kan levensreddend zijn in de lange donkere
tunnels die van de top van de Lautaret naar Bourg
d'Oisans moeten worden gepasseerd. Daaronder: de chip
die de tijd bijhoudt. Vooral neef Raymon werkt
geobsedeerd aan een schema dat hij op zijn bidon plakt
en op de minuut aangeeft waar hij op welk moment moet
zijn om goud te halen. Ik neem genoegen met de
wetenschap dat ik er 'ongeveer' negen uur over mag doen:
als vijftigplusser zo'n vijf kwartier langer dan hij,
met zijn 23 jaar.

Verder nog een beetje poetsen en
koolhydraten stapelen: 's middags een fameuze
pastasalade van chefkok Mike bij de stacaravan, 's
avonds een spaghettimaaltijd in het restaurant van de
camping. Of het allemaal genoeg is? Dat blijkt
morgenmiddag bij de beklimming van de Alpe d'Huez, de
laatste col die ook in deze Marmotte als scherprechter
fungeert.
|
|
| |
|
|
| |
Dagboek
Marmotte, deel 7, zaterdag 2 juli
Voor het dwaallicht dat ons vandaag om 10.20
uur een sms'je stuurt met de vraag 'Zijn jullie al
op weg?' even het volgende: een Marmottedag begint om 5
uur in de ochtend met een stevig ontbijt van
pannenkoeken, krentenbrood, muesli en bananen. Hoewel
onze starttijden behoorlijk uiteenlopen - Raymon mag om
7 uur vertrekken met de wedstrijdgroep, Mike en ik om
7.30 uur en Peter pas om 8 uur - gaan we om 6.15 uur
toch gezamenlijk naar Bourg d'Oisans. Als je besluit nog
een uurtje langer te blijven liggen, moet je op de enige weg
van ruim 7 kilometer naar de start een soort spookrijden
tegen duizenden
renners met de blik op oneindig.
Bovendien maakt het nerveuze gedoe in het startvak ook
onderdeel uit van het wedstrijdritueel. Je spreekt nog
eens een Deen of een Welshman, of helpt een Belg met het
wisselen van een bandje dat nog voor het vertrek is
geknald. En, net als op de Titanic, is er een band die
ons vertrek op deze dodenrit begeleidt met een
eigentijdse versie van 'Nader mijn Heer tot U'.

Over het Marmottetenue is een dag lang
gediscussieerd: wat trek je aan op een parcours dat
golft van 700 naar 2600 meter, van zomers warm tot
eeuwige sneeuw? Het zomershirt van de club, de
winterbroek die me inmiddels als gegoten zit (de zeem
van het nieuwe exemplaar is nog een beetje stug), een
windstopper en armstukken die allebei gemakkelijk in de
zakken van het shirt passen als ze in de loop van de dag
overbodig worden. Als we vertrekken van de camping is
het 3 graden, in het startvak 7. Pas na de afdaling van
de Glandon gaat mijn windstopper uit.


De schaduwzijde van een uur opgesloten
in een startvak staan, is dat de meute vertrekt met de
snelheid van een op hol geslagen kudde paarden. In de
groep van Raymon ligt het gemiddelde in de aanloop naar
de Col du Glandon - de eerste serieuze klim - op 43
kilometer in het uur. Mike en ik doen het rustiger aan,
maar het tempo zakt bij ons toch ook alleen onder de 35
kilometer op de helling naar het stuwmeer bij Allemont.
Maar zodra de Glandon zich aandient met, op het eerste
deel in het bos, 10 tot 12 procent, is de snelheid ook
meteen gelijk aan het stijgingspercentage. De eerste
klim is er eentje met beleid: ga je te hard omhoog, dan
heb je daar de hele dag last van. Rijd je te langzaam,
dan is je schema voor 'goud' zo ontregeld dat je alleen
nog maar achter de feiten aantrapt. Mike raak ik in de
drukte al vrij snel kwijt, maar hij is in de 25
kilometer dat we stijgen naar 2000 meter hoogte nooit
ver achter me. Dat is een goed teken, want ik ben van
nature een slow starter. Als ik de eerste honderd
kilometer de marinier nog in mijn rug weet, ben ik goed
bezig. De benen voelen prima, de hartslag is met 170
hoger dan de inspanning rechtvaardigt. Maar die tien
slagen extra boven mijn normale klimgemiddelde kunnen
van de wedstrijdspanning komen.
Mike zie ik weer terug bij de
bevoorrading op de top van de Glandon. De koers is hier
geneutraliseerd. Om dit keer tientallen ongelukken in de
gevaarlijke afdaling te vermijden, wordt de klok
stilgezet totdat je weer beneden bent. Niks geen haast,
derhalve, om de inwendige mens te versterken, al blijkt
de organisatie achteraf wel doodleuk de totaal gereden
tijd op het wedstrijddiploma te vermelden. Wie al te
uitbundig pauze neemt in de veronderstelling dat de
chrono niet loopt, komt daarmee bedrogen uit. Alleen bij
de vaststelling of je 'goud', 'zilver' of 'brons' rijdt,
wordt de tijd minus de afdaling van de Glandon berekend.

Voor het lange vals plat-gedeelte
tussen Glandon en Col du Telegraph is het zaak
aansluiting te vinden bij een groepje: een mooi groepje
dat niet te hard, maar zeker niet te zacht rijdt. Een
groepje dat ook niet te klein is omdat de renners dan
naar elkaar gaan zitten kijken. Moet jij niet eens
aan kop? Mijn 'lift' voldoet aan al die voorwaarden:
het gezelschap dat geleidelijk aan uitdijt tot een
mannetje of 40 rijdt lekker door en voert me in een
zetel naar de tweede serieuze klim van de dag. Alleen
als het af en toe breekt, moet ik me even inspannen om
een gaatje dicht te rijden. Ook Marmotte-ervaring is:
weten waar je wel en niet moet bevoorraden. Na op de top
van de Glandon te hebben gegeten en mijn bidons te
hebben gevuld, stop ik pas weer voor vast voedsel in
Valloires, na de Telegraph. Water pak ik pas weer in de
bocht waar de eigenlijke beklimming van de Galibier
begint. De inhoud van de zakken van mijn wielershirt
laat ik vrijwel ongemoeid: ik heb geen trek in repen en
zoete gelletjes, alleen mijn salamiworstjes (goed om het
zout aan te vullen) en de winegums van mijn moeder
(koolhydraten!) eet ik op. Verder neem ik van de
organisatie met graagte partjes sinaasappel, stukken
stokbrood met worst of kaas, Madelènecakejes en hompen
banaan aan. Met vier bevoorradingen (op de top van de
Galibier en aan de voet van de Alpe d'Huez kan de
inwendige mens ook worden versterkt) kun je prima de
Marmotte rijden. Mocht er ooit nog een gelegenheid komen
- the day after moet je daar even niet aan denken
- dan bespaar ik op mijn wedstrijdgewicht door het eigen
eten thuis te laten.
Dat het met de vorm nog steeds goed
zit, merk ik bij de beklimming van de Telegraph, die ik
me van de vorige editie herinner als een venijnig
bergje. Nu rijd ik hem bijna fluitend op en heb onderweg
nog volop oog voor natuurschoon en vreemde vogels. Zoals
dit opaatje met een shirt dat aangeeft dat hij nog best
een groen blaadje lust:



Neef Raymon is al de hele week bezig
met zijn 'jacht op goud' en heeft zijn beide bidons
beplakt met het schema dat hij moet rijden om die met
succes te bekronen. Zelf begin ik pas tijdens de rit te
rekenen: als ik om 14 uur bovenop de Galibier ben en
anderhalf uur doe over het traject naar Bourg d'Oisans,
heb ik nog ruim anderhalf uur om de Alpe d'Huez te
beklimmen. Dat moet te doen zijn. Bovendien weet ik van
de Marmotte-editie 2009 - toen ik zilver reed - waar ik
tijd heb laten liggen: onder meer op de berg die straks
twee keer het 'dak' van een Touretappe vormt: de Col du
Galibier. Die klim zakte me twee jaar geleden zo in de
benen dat ik de aanvechting niet kon weerstaan om een
paar keer te stoppen met fietsen - zogenaamd om wat te
eten of een foto te maken, maar in feite omdat ik dat
monotone klimmen helemaal spekzat was. Van dat soort
sentimenten heb ik nu geen last. Het uitputtende
trainingsvoorjaar betaalt zich uit: boven de honderd
kilometer begin ik me alleen maar lekkerder te voelen.
En dan is de Galibier geen onbedwingbare hindernis, maar
een landschappelijk en wielerhistorisch fenomeen. Nou
ja, als je het pseudo-romantisch optikt voor een weblog.
Als je eraan bezig bent, is het gewoon een klereding.

Op de top van de Galibier - met zicht
op de besneeuwde toppen van La Meije - lig ik een
kwartier voor op mijn toch al riante schema. In het
eerste deel van de gevaarlijke afdaling doe ik dan ook
rustig aan - waaghalzen vliegen me links en rechts
voorbij - om op het zo mogelijk nog linkere weggedeelte
tussen de Col du Lautaret en Bourg d'Oisans weer
aansluiting te zoeken bij een groep die me uit de wind
kan houden. Want in de afdaling waai ik bijna uit de
windstopper die ik op de top heb aangetrokken. Niettemin
worden er door mijn gelegenheidspeloton, op een weg die
maar blijft aflopen, snelheden van ruim boven de vijftig
kilometer per uur gehaald. We denderen, bij het schamele
licht van onze knipperlampjes, door vrijwel onverlichte
tunnels, passeren een zwaar gewonde renner die wordt
ingepakt door ambulancebroeders, gillen waarschuwingen
naar elkaar als we vol in de remmen moeten voor bussen
of vrachtwagens en komen - nog een kwartier eerder dan
ik had berekend - aan bij de voet van de Alpe d'Huez:
het is 15 uur, om goud te halen heb ik meer dan twee uur
voor de beklimming van de Hollandse berg. Een makkie.

Nou ja, een makkie is de Alpe nooit,
en zeker niet met al 160 loodzware kilometers in de
benen en in een brandend zonnetje dat de temperatuur
naar een graad of 30 laat oplopen. Maar waar ik hier
twee jaar geleden reglementair naar de kloten ging -
zoals dat in wielertermen heet - en een aantal keren
meer dood dan levend op de vangrail moest gaan zitten,
trap ik nu gezellig keuvelend met lotgenoten omhoog.
Nee, kracht om aan te zetten hebben we niet meer, merkt
één van die mannen op, maar we kunnen nog wel
ouwehoeren. En dat is een goed teken. Ik heb twee uur
voor 14 kilometer, die ik met een gemiddelde van tegen
de 10 in het uur afleg. Vier kilometer voor de finish
had ik kunnen gaan lopen, om nog op tijd binnen te zijn.
Iets wat later op de dag door veel deelnemers - maar dan
voor 'brons' - ook letterlijk wordt gedaan. Na 18 uur is
het een verzameling menselijk wrakhout dat de berg
opkruipt.

Na de eindstreep wacht neef Raymon -
gouden plak al om de hals - die met een voor mij
onwaarschijnlijk snelle tijd (8 uur en 4 minuten, zonder
aftrek van de Glandon) zo'n 25 minuten over had op zijn
schema voor goud. Ik deed er (9.08, gecorrigeerd: 8.22) ruim een uur langer
over, maar omdat ik meer dan twee keer zo oud ben (hij
23, ik deze maand 51) wordt mijn prestatie door de
organisatie nog meer op zijn waarde geschat: ik heb 37
minuten over voor goud en haal en passant nog mijn gram voor het zilver van 2009. Ook in de categorie
40- tot 50-jarigen zou ik nu een medaille d'Or
hebben gepakt. Ouderdom brengt niet alleen gebreken,
maar ook privileges met zich mee. Als iemand daar last
van heeft, is het wel Mike die slechts een paar minuten
na mij binnenkomt maar met zijn 38 jaar zo'n zeven
minuten te kort komt voor goud. Ook Peter (40), die vijf
kwartier later over de tijdregistratie komt, pakt
zilver. Naast de waardering voor deze prestatie, voor
hen ook een woord van troost: een betere motivatie om
terug te keren naar de Tocht der Tochten is er niet.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Terug naar Dicks Log |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|