|
 |
|
|
|
Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De
meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek,
maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij
mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of
elders in Europa aan het trappen. Op deze site
verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en
vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik
ook voor de lol. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Pretvaderen
is het centrale thema van een column die ik wekelijks
schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands
Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch
Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site,
behalve met wielrennen, ook kennis met een
prettige kijk op het vaderschap. |
|
|
|
Naam:
Dick van der Plas Leeftijd:
50
Woonplaats: Katwijk |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
| |
| |
|
Programma 2011
Maart:
12 maart Witte Kruis Classic, Den Haag
19 maart Joop Zoetemelk Classic, Leiden
April:
2 april Rabo Bergtoer, Ochten
23 april Ronde van Noord-Holland, Oostzaan
26 -30 april
Trainingskamp Spanje
Mei:
1 mei Elfdorpentocht, Stompwijk
15 mei Abdijentocht La Trappe
29 mei Jean Nelissen Classic, Vianden (Luxemburg)
Juni:
4 juni Waalse Pijl, Spa
(Belgie)
Juni/Juli:
26 juni-2 juli Marmotteweek, Bourg d’Oisans
(Frankrijk)
Augustus:
Vakantie
(Cornwall
en Wales)
20 aug
Mergerllandroute
September:
Fietsweekend
Vlaanderen (HTWV)
Oktober:
Herfstmountainbiken
in Leersum
November:
Rabo Beach Challenge,
Scheveningen
|
| |
|
|
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
Cornwall & Wales 2011
Een zomervakantie

Woensdag 20 juli 2011
Elke vakantie begint voor ons met voor
de deur kamperen. Het schoonmaken en inrichten van de
caravan duurt drie dagen. Het uitladen - over ruim drie
weken - niet langer dan drie kwartier. Handgeklokte
tijd. Mijn eega is chef Inpakken van alles wat zich
binnen de wanden van onze caravan bevindt, van kleding
tot mondvoorraad. Zelf ben ik van alles waar een stekker
aan zit én van wat er allemaal in de luiken aan de
buitenkant van de sleurhut is gestouwd, van de gasflessen tot de
satellietschotel. Voor mij begint het ultieme
kampeergevoel altijd met het opnieuw activeren van de
satellietdecoder, al was het alleen maar om straks aan
de overkant van de Noordzee - de reis gaat naar Cornwall
en Wales - nog twee dagen Tour de France, Tour du Jour
en Avondetappe mee te pakken. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 24 juli 2011, Looe (GB)
Aan de gemiddelde Roma- of Petalo-familie
hoef je niet uit te leggen dat een caravan een ultiem
gevoel van vrijheid symboliseert. Daar houd ik me dan
maar aan vast, in verbale confrontaties met de rest van
de wereld die een sleurhut als het toppunt van
burgerlijkheid beschouwt. Aangezien ik sinds mijn
vroegste jeugd - onder invloed van de boeken van K.
Norel - het onbestemde verlangen koester om stuurman op
de Grote Vaart te worden, vind ik de combinatie van
caravan rijden en boten de ultieme vorm van op reis
gaan. Binnen het uur ben je van Katwijk in Hoek van
Holland, waar aan boord van de Stena Hollandica het
zeegat lonkt met alle van romantiek gespeende geneugten
als wifi op het hele schip, een tv-wall met onder meer
de Tour de France en nog een stuk of acht zenders, en om
de zoveel meter een bar met Murphy's Stout van de tap.
Maar dan nog zijn er momenten dat ik me daarvan losruk
om op een winderig dek naar de bootjes te kijken, met
aan het roer van die jongetjes die wel hun vroegste
droom hebben waargemaakt.


Bij het gevoel van vrijheid dat het
reizen met een caravan bij mij oproept - ook mooi:
onderweg parkeren op truckerplaatsen met internationale
chauffeurs - hoort dat we een vakantie niet tot in
detail plannen. Het reisdoel is min of meer bekend -
Cornwall en Wales - en verder zien we wel. Na een eerste
overnachting op onze vaste doorgangscamping in Harwich
(onder), staan we inmiddels - 600 kilometer verderop -
in Looe. Veel verder dan de camping (helemaal boven)
zijn we vandaag nog niet gekomen. Morgen mag ik mijn
wandelschoenen aantrekken en via een steil kustpad
afdalen naar zo'n kleurrijk haventje uit de reisgidsen,
begeleid door het welgemeende gekreun van mijn nazaten:
'Nee hè, niet wéér bootjes kijken.'
 |
|
| |
|
|
| |

Maandag 25
juli 2011, Looe (GB)
Dat is het voordeel van Alzheimer
Light: ook dingen die je al gezien hebt, bekijk je
steeds weer met nieuwe ogen. Twaalf jaar geleden was ik
ook al eens in Looe, een levendig - zuurpruimen zouden
zeggen: toeristisch - vissersplaatsje aan de oostelijke
kant van Cornwall. Maar een van de weinige dingen die ik
me ervan herinner is dat er een aan één oog blinde
zeehond in de haven rondzwom die Nelson heette en zijn
dagen sleet met vis bietsen bij de afslag. Ook de
pepermuntjes die mijn moeder hem destijds voerde,
aanvaardde hij in dank

Aangezien ook zeezoogdieren niet het
eeuwige leven hebben, ging ik er geen moment vanuit dat
ik het dier in levende lijve terug zou zien. Daarin werd
ik niet teleurgesteld. Nelson bleek al in 2003 te zijn
overleden, maar houdt zelfs na zijn verscheiden een
oogje op de aanvoer in de visafslag van Looe. In brons
gegoten, weliswaar, met achter zijn staart een plaquette
waarin een beknopte levensbeschrijving en stervensdatum
is gebeiteld. Alleen de doodsoorzaak staat er niet bij,
maar dat zal ongetwijfeld een vet hart of een overdosis
pepermunt zijn geweest. Gelukkig is het volk, dat zo met
zijn gestorven, eenogige zeehonden omgaat.



 |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
26
juli 2011, Polperro (Cornwall, GB)
Wie zich het programma Sterrenslag met
Joop Zoetemelk herinnert, weet dat wielrenners een vrij
eenzijdige conditie hebben. Het is geen probleem om
negen uur de pedalen rond te malen, maar een half uurtje
hollen behoort al gauw tot de onmogelijkheden. De oude
generatie renners liep zo min mogelijk: zodra ze van het
zadel kwamen, gingen ze languit op de bank of op het
ledikant (Joop: 'De Tour wordt in bed gewonnen').
Meewarige blikken waren dan ook mijn deel toen ik mijn
fietsmaatjes moest vertellen dat mijn racefiets bij deze
vakantie thuis in het schuurtje achterbleef. Ik moet
drie weken wandelen.


Niet wandelen op een strak gelegd voetpad
of met houtsnippers bestrooid bosweggetje. Wie naar
Cornwall gaat, verplaatst zich bij voorkeur via het
Coastal Foothpad, een stelsel van uitgesleten en met
keien bestrooide sporen die op het golven van de
kustlijn omhoog en omlaag gaan. Na twee dagen vakantie
heb ik meer spierpijn dan na het voltooien van La
Marmotte, een fietstocht van 174 kilometer over vier
Alpencols van de buitencategorie. En dan ook nog eens op
plekken waarvan ik niet wist dat ik er spieren had,
zoals achter mijn scheenbenen.


Wat mij hier letterlijk op de been houdt,
zijn niet alleen mijn geliefde bootjes en idyllische
havenplaatsjes - zoals vandaag Polperro - die aan het
eind van elke strompeltocht op mij wachten. Het is ook
de gedachte dat de recente successen van met name Noren
en Australiërs in de Tour de France hebben aangetoond
dat ook succesvolle wielrenners zich meer en meer
ontwikkelen tot allround sporters, die niet allen
trappen, maar ook lopen, skiën en langlaufen, of in het
krachthonk aan hun conditie werken. Dat is wat mij
drijft tijdens weer zo'n martelgang in de brandende zon
- ja, het is hier on-Engels warm - met een zware rugzak
vol proviand en truien, want 'in Cornwall kun je nooit
weten'. Ik loop, ik sjouw en ik zweet om een betere
fietser te worden.
|
|
| |
|
|
| |

Woensdag
27
juli 2011, Fowey (Cornwall, GB)
De schipper en het bootsmeisje van de
Polruan Ferry hebben wat met elkaar. In de kleine
stuurhut kunnen ze tijdens de overtocht naar Fowey niet
van elkaar afblijven. Niet dat ze opzichtig staan te
zoenen, nee, de liefde is nog in de fase van
subtiliteiten. Zij geeft hem een duwtje. Hij trekt
speels aan heur haar. Dan leunen ze even een momentje
tegen elkaar aan. Halverwege het brede water mag zij een
stukje sturen. Hij houdt zijn ene hand op de handle
waarmee het motorvermogen wordt geregeld. Met zijn
andere leidt hij haar hand op het roer.



Voordat we getuigen zijn van deze
ontluikende romance, hebben we er onze dagelijkse tippel
voor de helft opzitten. We moeten dezelfde weg ook weer
terug, al is dat niet bepaald een straf. Dit deel van
Zuid-Engeland heeft een subtropisch klimaat, wat ik
altijd toeschreef aan het feit dat het hier 's winters
nauwelijks vriest. Maar het kan 's zomers ook echt
subtropisch warm zijn. We worden wakker onder een
staalblauwe lucht, sjouwen langs de kust in de brandende
zon en liggen 's avonds voor Jaffa in onze ligstoelen
totdat de koperen ploert achter de bomen van de camping
verdwijnt. Het lijkt wel vakantie. De vijf kilometer
over het kustpad naar Polruan is een van de mooiste
stukjes Coastal Foothpad van Cornwall: schitterende
vergezichten, mediterrane strandjes en overal de
vissersbootjes die mijn vader - zelf oud-visserman -
boze geesten noemde omdat ze in het donker op volle zee
zomaar voor hun eigen kotter konden opduiken.



Het bootsmeisje laveert wat schokkerig
tussen de zeilscheepjes en roeivletjes door waarmee de
baai tussen Polruan en Fowey ligt bezaaid. Dan draait ze
als een wilde aan het kleine roer om de bocht naar het
haventje te maken, waar ze ons met een flinke klap tegen
de kade opvaart. De motor brult als hij in zijn
achteruit wordt gegooid. De schipper lacht, geeft het
bootsmeisje nog een speelse duw en trekt aan haar
staart. Vanavond vraagt hij haar mee uit. Zeker weten.

|
|
| |
|
|
| |

Donderdag
28
juli 2011, Rose, Perranporth (Cornwall, GB)
Als er hier een instituut als De Rijdende
Rechter bestaat, hoeft dat zich niet bezig te houden met
zoiets onnozels als het recht van overpad. Want dat is
in het Verenigd Koninkrijk tot in het absurde geregeld.
Ons eerste verkenningsrondje vanaf de nieuwe camping in
Rose, gemeente Perranporth, aan de westelijke surfkust
van Cornwall, voert door een uitgestrekt militair
terrein waar wordt geoefend met landmijnen en met scherp
wordt geschoten. Maar door dat soort futiliteiten laat
het smalle kustpad zich niet onderbreken. Wie geen meter
van de singletrack wijkt, zorgvuldig van (wit en rood
gemarkeerde) paal tot paal loopt en alle waarschuwingen
voor explosies en kogelregens die om de paar honderd
meter op de borden staan ter harte neemt, kan gewoon
doorlopen. Desnoods tot de dood erop volgt.

Net als over het vers geploegde land van
een boer, die honderden met kleine plantjes ingezaaide
voren over zijn perceel heeft getrokken, om - precies in
het midden - een strook vrij te houden voor iedereen die
zo nodig met wandelschoenen over zijn eigendom moet
akkeren. En datzelfde lot ondergaan niet alleen
keuterboertjes maar ook aristocraten, beheerders van
golfterreinen en andere grondbezitters die in Nederland
de bordjes 'Verboden toegang' per gros bestellen om het
gepeupel van hun bezit te weren. En wie zich daar niet
aan houdt, krijgt met De Rijdende Rechter te maken. |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag
29
juli 2011, Newquay (Cornwall, GB)
Geen kustplaats zo ordinair en
troosteloos, of er is wel een haventje dat het geheel
naar een hoger plan tilt. Beschimpt en verguisd ben ik
binnen mijn gezin voor mijn drang naar de kade, voor
mijn innerlijke GPS die in elk gehucht feilloos de
visafslag vindt, voor de duizenden foto's van
(citaatje:) wéér diezelfde bootjes. Vandaag, in Newquay,
is het al niet anders. In marstempo ga ik door de
winkelstraatjes met surfkleding, tattooshops en fish and
chips-kotten. Een vluchtige blik slechts werp ik op de
goudgele stranden die plankridders vanuit heel Europa
naar deze westkust van Cornwall lokken.
Want als man met een missie, heb ik
maar één doel: het haventje. Vrijwel altijd de enige
plek waar een door toeristen vergeven kuststadje
authentiek is gebleven.



Toch ben ik vandaag niet degene die de
grenzen van onze parkeertijd opzoekt om langs de bolders
en viskisten te sjouwen en mijn geheugenkaartje vol te
schieten. Voor het eerst deze vakantie is de rest van
het gezelschap niet van de kades af te slaan en moet ik
zowaar met mijn ellebogen werken om een beetje ruimte te
creëren voor een vrij cameraschootsveld. De reden? Drie
hongerige bedelzeehonden die zich verdringen rond elk
binnenkomend bootje waarop iemand de moeite neemt om een
makreel buiten boord te hangen. Het gekir en gekwezel
('O, wat lief, o wat schattig') over zoveel aaibare
aandoenlijkheid is niet van de lucht. Als dat de komende
week in elk havenplaatje zo gaat, zou dit wel eens het
einde van mijn fascinatie voor havenwezen kunnen
betekenen. Ik kom hier voor het stoere vissersleven,
voor bedelende zeehonden ga ik wel naar het Dolfinarium.
Laat dit nobele zeezoogdier niet verworden tot de meeuw
van de Zuid-Engelse kust!

 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
30
juli 2011, St. Agnes (Cornwall, GB)
Het is hemelsbreed maar een paar
kilometer van de bedelzeehondenkijkers in het haventje
van Newquay naar de dolfijnenspotters langs de kust van
St. Agnes. Ze staan op een uitstekende rots, honderd
meter boven het water van de oceaan, en hebben zojuist
een school van zo'n tien witsnuiten voorbij zien
tuimelen. Of we ook even willen kijken?


Een dolfijn op doorreis wacht op niemand
en met de telelens van een fotocamera zijn ze inmiddels
al niet meer waar te nemen. Maar met de professionele
kijkers van de lokalo's zien we in de verte de bollende
ruggen nog door het water schieten. De spotters wachten
hier niet alleen op dolfijnen, maar zien ook geregeld
groepen walvissen aan zich voorbij trekken. Echte
walvissen hè, niet van die bultruggen die op commando
voor een haring naast een bootje omhoog springen.


Na het schreeuwerige Newquay is St. Agnes
in meerdere opzichten een verademing. Een typisch Cornish dorpje met steile straatjes en knusse
winkeltjes, waar de bibliotheek nog geopend is door een
'local author' als John le Carré, die hier een huis
heeft. Voor ons is St. Agnes het begin- en eindpunt van
een wandeling van ruim tien kilometer over heuvels en
kliffen, waarvoor we eerst bij de plaatselijke bakker
proviand inslaan. We hebben ons deze vakantie een beetje
van de fish and chips afgekeerd en proberen in elk dorp
de plaatselijke pasties uit: een klont deegwaren met de
meest uiteenlopende vullingen - van kip tot lam - maar
altijd met genoeg uien om elke vorm van
campingconstipatie tegen te gaan.


Zelfs voor een wielrenner is wandelen
hier geen straf. Het uitzicht is elke paar kilometer
compleet anders: van heidepaars en bremgeel kleurende
hellingen tot de verspreid in het landschap staande
restanten van oude tinmijnen. Het smalle pad voert dit
keer dan wel niet langs loodrechte, steile wanden, maar
iemand met hoogtevrees moet bij elke bocht toch op zijn
hoede zijn, zeker nadat mijn zwager mij heeft verzekerd
dat - wanneer je hier struikelt - je zonder enig houvast
honderd meter naar beneden rolt, om ergens tussen de
kusthaaien in het water te eindigen
.


Talrijker en beter zichtbaar dan de
dolfijnen zijn hier de surfers die zich, bij kalm weer,
vooral tevreden stellen met langdurig dobberen, in
afwachting van de enkele breker die ze in staat stelt
een paar tellen op hun plank te staan. Zo eindigen we
onze wandeling op een strandje van The National Trust
zoals we hem een paar uur eerder zijn begonnen: als
spotters van tuimelaars. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 31
juli 2011, Bedruthan (Cornwall, GB)
Hoe voelt hoogtevrees? Alsof iemand
probeert om je aan je ingewanden de peilloze afgrond in
te trekken. Vrijwel elke wandeling die we hier in
Cornwall maken belooft 'spectacular cliffs and
dramatic sea stacks', waarbij ik het voortdurende
gevecht voer met de onzichtbare hand die zich in mijn
buikwand boort. Ik voel het niet alleen als ik zelf aan
de rand van zo'n honderd meter hoge kustwand sta, als
mijn dierbaren zich te dicht naar het luchtledige
begeven heb ik het minstens zo erg. Voor mijn
gemoedsrust is het dan ook goed dat de nazaten vandaag
verkiezen in de caravan te blijven Xboxen, als wij in
behoorlijk Engels weer - het miezert soms - de volgende
waarschuwing op de wandelroute in de wind slaan:
Coast path very close to unguarded cliff edges. Take
care in windy weather and with children and dogs.




De angst van de acrofoob is vrij irreëel.
Ik heb voor mijn ogen nog nooit iemand naar beneden zien
storten. Maar wie de nieuwsuitzendingen in de
zomermaanden een beetje volgt, weet dat er elk jaar
tientallen landgenoten om het leven komen omdat ze zo
nodig over het randje van een spectaculaire waterval of
een diepe kloof wilden kijken, om nog maar te zwijgen
van hen die dit gevaar moedwillig opzoeken door aan een
slecht gezekerd touwtje of met de blote handen aan een
rotswand te hangen. Acrofobie zie ik zelf dan ook niet
als een aandoening, maar als een uitvloeisel van gezond
verstand. En weet, dat ik dit slechts heel even opzij
heb gezet om de volgende opname (met telelens) te maken:
|
|
| |
|
|
| |

Maandag 1
augustus 2011, St. Ives (Cornwall, GB)
Bederf nooit een goede herinnering met de
werkelijkheid. Toen wij achttien jaar geleden in het
voorseizoen St. Ives bezochten, was het een rustig
kuststadje van kunstenaars en vissers. En ergens had ik
ook niet de illusie dat ik die sfeer van toen, in het
hoogseizoen en bijna twee decennia later, weer terug zou
vinden. Zeker, de artiesten en ambachtslieden waren er
nog. Maar de files naar de parkeerplaatsen, de
opstoppingen in de nauwe straatjes en de pizza- en fish
& chipscultuur hakten er toch harder in dan ik had
gedacht. Ik wist in elk geval niet hoe snel ik het
drooggevallen haventje moest inlopen om nog iets van
mijn oude St. Ives-gevoel op te snuiven.






En van een afstandje hè, dan kun je
ook de rauwe werkelijkheid behoorlijk wegfilteren: Als
je een beetje wegloopt van het toeristengewoel, lijken
de huisjes, het piertje en de bootjes nog gewoon op de
aquarellen die hier aan het begin van de jaren negentig
- toen ik onze dochter van nu 1.86 meter nog in een
draagzak op mijn rug had en onze zoon nog niet geboren
was - voor de tientallen galeries werden geschilderd.


Is er, behalve het haventje, dan helemaal
niks meer authentieks aan St. Ives? Jazeker, het
verstilde kerkhof aan de andere kant van het centrum,
waar zelfs de doden zicht op zee hebben. En de
achterafstraatjes, waar de tijd ook lijkt te hebben
stilgestaan en onze toenmalige fish & chipsleverancier
nu ook de jongste generatie Van der Plas tot zijn
clientèle mag rekenen. Maar dan snel weer terug naar de
zompigheid van het drooggevallen haventje, waar ik me
met mijn schoenen laat vastzuigen in mooie herinneringen
en het licht - zelfs met zware bewolking - van elke foto
een schilderijtje maakt.
 |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 2
augustus 2011, Port Isaac (Cornwall, GB)
Anderhalve week Cornwall hebben mij van
een fietser in een loper veranderd. De spierpijn is weg,
ik krijg geen kramp meer van stijgen of dalen en draai
mijn bergschoenen niet meer om voor wandelingen van tien
tot vijftien kilometer met bepakking door ruw terrein.
Maar wat heb ik daaraan, als ik op 20 augustus de
Mergellandroute in Zuid-Limburg moet rijden?

Port Isaac is dit keer het begin- en
eindpunt van een wandeling over The Rollercoaster Path.
Elk jaar op 3 oktober - bij de viering van Leidens
Ontzet - word ik door collega's gedwongen om plaats te
nemen in de engste attractie van de kermis, in de regel
iets wat vier keer over de kop gaat, zes haakse bochten
maakt en uiteindelijk tegen een betonnen muur tot
stilstand komt. Gezellig, zo'n traditie. Dit wandelpad
van Port Isaac naar Port Quin golft inderdaad als een
achtbaan over de steile kliffen die de zee van het land
scheiden, maar ons wandeltempo ligt zo traag dat mijn
maag niet één keer omdraait. Zelfs het feit dat iemand
het houten hek dat met ons meeloopt consequent aan de -
voor mij - verkeerde kant van het pad heeft geplaatst,
deert de acrofoob in mij niet.






Het keerpunt van deze achtbaan ligt
bij Port Quinn, niet meer dan een handjevol huizen, een
slipway en een rotsachtig haventje dat alleen nog dienst
lijkt te doen voor het uitvaren van kano's. Om een
fietser te motiveren op het laatste deel van de koers
nog even aan te zetten, laat je hem volgens de reclame
achter een hengel met een plak ontbijtkoek aan trappen.
Voor mij als wandelaar volstaat de belofte van
vissersbootjes om ook de laatste vier kilometer - over
een relatief makkelijke route door het veld - stevig
terug te stappen naar Port Isaac.



Degene die zich in ons gezin als
eerste ten prooi ziet vallen aan dementie, heeft
voorlopig nog het beste geheugen. 'Port Isaac? Daar
hebben we achttien jaar geleden de twee schilderijen
boven onze eettafel gekocht. En dat is waar je vader een
krabsnack at, waar hij de rest van de dag misselijk van
was. Weet je dat dan niet meer?' Nee eerlijk, het zegt
me helemaal niks. Pas als ik op de slipway van het
haventje sta, bekruipt me - heel vaag - iets van een
déjà vu. Een haventje en een paar bootjes, meer heb ik
niet nodig om alles na een rollercoaster weer op
zijn plek te laten vallen.
 |
|
| |
|
|
| |

Woensdag
3 augustus 2011, 17.00 uur St. Michael's Mount
Tussen 'Kom op, we gaan' en
daadwerkelijk vertrekken, kan bij vrouwen een stief
kwartiertje zitten. Er moeten afscheidsrituelen worden
afgewerkt, half afgemaakte anekdotes tot een eind
gebracht of - zoals vandaag het geval was - na de 'cream
tea' in het restaurant van The National Trust nog een
toilet te worden gefrequenteerd. Behalve wat ergernis
bij het mannelijk deel van het gezelschap brengt dit
doorgaans geen verstrekkende problemen met zich mee.
Behalve als je op St. Michael's Mount - de Engelse
tegenhanger van Le Mont Saint Michel - zit
.


De berg van Sint Michael -
voorheen een klooster, nu een goed geconserveerd kasteel
- ligt op een eiland dat bereikbaar is via een voetpad
dat bij eb droogvalt.
Om niet de schande van de
terugtocht per boot te hoeven meemaken, is het zaak de
getijdentabel te bestuderen voordat de oversteek naar
St. Michaels Mount wordt gemaakt. Achttien jaar geleden
- ja, daar ga ik weer - werden we hier al eens
overvallen door de plotseling opkomende vloed en kreeg
mijn vader bijna een paniekaanval toen ik - met mijn
eenjarige dochter op mijn rug - de gang naar het
vasteland door het water maakte. Dus zeg niet dat we
niet gewaarschuwd zijn. Bovendien staat er een
informatiebord bij de toegangsweg naar het eiland, dat
vandaag vermeldde: laag water 14.10 uur, hoog water
20.20 uur. Ergens halverwege die tijdspanne ligt dus het
omslagpunt, zeg rond een uur of vijf. Nog net op tijd,
dus, als we na thee met scones, jam en clotted cream om
16.45 uur de terugtocht aanvaarden. 'Kom, we gaan.'
Juist op dat moment klinkt er een sirene. 'Het kasteel
gaat zeker dicht', veronderstelt mijn vrouw, en vertrekt
naar het toilet.

En in het kwartier dat ook
mijn zus en zwager de latrine bezoeken, er ongetwijfeld
nog wat wordt rondgekeuteld bij de souvenirshop en mijn
nazaten en ik onze ziel in lijdzaamheid bezitten,
verandert het toegangspad binnen een paar minuten van
droog plaveisel in een langzaam vollopende binnenzee.
Mijn bergschoenen zijn van goretex en in
principe waterdicht. Maar als ze van bovenaf vollopen,
zijn ook deze Meindl's veroordeeld tot een vernederend
verblijf in het tot droogkamer ingerichte toilet van
onze caravan. En dat allemaal omdat er tussen 'Kom we
gaan' en het uiteindelijke gaan, een stief kwartiertje
zat.
Woensdag
3
augustus 2011, 14.30 uur, Mousehole
Weinig bootjes vandaag, hoor ik de vaste
bezoekers van dit weblog mopperen. Nou, dat is te
zeggen... Voordat we al watertrappelend van St.
Michael's Mount kwamen, wurmden we ons een paar
kilometer verderop bijna letterlijk met de auto door de
nauwe straatjes van het havenplaatsje Mousehole.




Om de naam van dit stadje te verklaren,
laten we de camera een kwartslag zwenken naar de
havenhoofden en horen we schippers uit lang vervolgen
tijden verzuchten: 'Wat!? Moeten we door dat gaatje naar
binnen?'

Als deze varensgezellen destijds ook maar
iets grover in de mond waren geweest, had Mousehole dus
gewoon Schijtgaatje geheten.
 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag
4 augustus 2011, Padstow (Cornwall, GB)
In het hoe en waarom zal ik me na de
vakantie wel eens verdiepen, maar het havenstadje
Padstow is in de greep van BBC-sterrenkok
Rick
Stein. Zozeer zelfs dat boze tongen inmiddels
spreken van Padstein. Allerlei zaken heeft de
gerenommeerde kok, publicist en tv-persoonlijkheid er
inmiddels, variërend van een prestigieuze Michelin-tent
tot een café, maar ook snuisterijwinkeltjes en een
patisserie dragen zijn naam op de gevel. Rick Stein
beheerst het levendige straatbeeld in Padstow.


Onze nazaten zijn toe aan een dagje rust
in de caravan, wat het voor ons financieel een stuk
aantrekkelijker maakt om ons over te geven aan de
kookkunsten van Rick Stein. Voor zijn sterrenrestaurant
hadden we weliswaar maanden geleden moeten reserveren,
maar aan de havenkant heeft het culinaire wonderkind nog
een eetgelegenheid waar je - met een beetje geduld -
gewoon zonder wachtlijst terecht kunt.


Een wachtrij is er uiteraard wel. Twéé
wachtrijen zelfs: eentje om te bestellen ('Order here')
en eentje om af te halen, enige tijd nadat je hebt
betaald. Om binnen te kunnen zitten moet je ook weer in
de rij staan, maar de meeste klanten in dit
etablissement van de sterrenkok kunnen dit niet
opbrengen. Die eten gewoon buiten, op het
geïmproviseerde terras, en wij sluiten ons na een klein
half uurtje met onze maaltijd bij hen aan.


Als het niks is, dan schrijf ik hem op
mijn website helemaal kapot, had ik mijn mede-eters
vooraf beloofd. Maar eerlijk is eerlijk, Rick Stein's
fish and chips zijn de lekkerste die ik ooit in Engeland
heb gegeten. Op het oog niks bijzonders, al doet het
blaadje groen en het schijfje citroen een beetje
prestigieus aan. Trendy bakje ook wel, helaas al snel te
vettig om voor bewaarexemplaar in aanmerking te komen.
Maar de in een smakelijke korst verpakte vis is van
uitstekende kwaliteit, net als de olie waarin hij is
gebakken, en de patat is zo lekker dat ik er niet eens
aan denk om de tube mayonaise die ik voor dit soort
gelegenheden standaard bij me heb, uit mijn rugzak te
halen. Mede op aandringen van mijn fietsmaat Graham
Shepley - die mij inmiddels per mail voor deze kwalijke
mayogewoonte heeft berispt - eet ik deze goddelijke fish
and chips zoals Rick Stein en al die andere Britten het
bedoeld hebben: met salt en vinegar. Afgezet tegen de
concurrentie is een bedrag van 8 euro per portie
weliswaar aan de forse kant, maar dan nog heb je een
sterrenmaaltijd voor een snackbarprijs.

 |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 5 augustus 2011, Porthcurno (Cornwall, GB)
In het bijzonder waar het cultuuruitingen
met de grote C betreft - klassieke muziek, ballet,
toneel, opera - zou je mij een cultuurbarbaar kunnen
noemen. Dat ik inmiddels wel op de verzendlijst van de
nieuwsbrief van de opera van Verona sta en binnen
afzienbare tijd ook gerekend mag worden tot de vrienden
van The Minack Theatre in Portcurno, heeft alles te
maken met tijd, locatie en omstandigheden. In de
vakantieperiode ben ik milder ten opzichte van
aansporingen om iets aan cultuur met een grote C te
doen, en al helemaal als ik overtuigd word door een
bijzondere plek of gelegenheid.



The Minack Theatre op de kliffen van
Porthcurno wordt wel het mooiste openluchttheater in de
wereld genoemd. Dat heeft alles te maken met het
adembenemende decor voor dit in Griekse stijl
uitgehouwen schouwtoneel. Met de opera van Verona heeft
The Minack Theater gemeen dat een voorstelling een echt
volksgebeuren is: de entreeprijzen zijn betrekkelijk
laag (de duurste plekken zijn hier 9,50 pond), waardoor
hele families op de tribunes plaatsnemen. Naar het
theater of de opera in de openlucht is bovendien een
mooie gelegenheid voor een picknick. In dat opzicht
hebben de vrouwen in ons gezelschap zich uitstekend
aangepast aan de volksaard, met schalen vol wraps,
pastasalades, een fles wijn en genoeg snacks om ook de
nazaten een middag koest te houden: Al voor de spelers
het strijdtoneel betreden, kan de voorstelling voor mij
al niet meer stuk.


Eerder deze week moesten we al een keer
onverrichterzake terugkeren omdat er geen kaartjes meer
te krijgen waren, maar voor de vrijdagmatinee lukt het
nog wel. We missen de sfeer door het invallen van de
duisternis, maar mogen ons koesteren in een warm
zonnetje. Het hele jaar door wordt The Minack Theatre
aangedaan door fameuze gezelschappen. Vandaag voert de
Shattered Windscreen theatre company voor ons Cyrano de
Bergerac op van Edmond Rostand, vertaald en bewerkt door
Anthony Burgess, schrijver van onder andere A Clockwork
Orange. Aan hen lag het dus zeker niet, dat ik tijdens
het tweeënhalf durende spektakel in deze wonderbaarlijk
mooie ambiance al gauw de draad van het verhaal
kwijtraakte. Maar de gozer met die lange neus ging dood
aan het eind, zoveel heeft deze cultuurbarbaar er nog
wel van begrepen.

|
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
6 augustus 2011, St. Anthony Head (Cornwall, GB)
Ons verblijf op camping Treamble Valley
voor nog een derde keer verlengen zou een beetje gênant
zijn, dus vertrekken we morgen richting Wales. Maar dat
is eigenlijk de enige reden, want ik zou er op deze plek
moeiteloos nog eens tien dagen aan kunnen vastknopen.
Onze mede-kampeerders komen naar deze plek bij
Perranporth voor de surfstranden, wij omdat je er binnen
een uur zo'n beetje heel Cornwall van noord naar zuid en
van oost naar west bestrijkt. Vandaag rijden we 40
kilometer naar St. Anthony Head, het uiterste puntje van
een schiereiland tegenover Falmouth en St. Mawes voor
onze afscheidswandeling.












Alles wat Cornwall zo aantrekkelijk maakt
in een ommetje van nog geen tien kilometer. Daar hoeft
verder geen tekst meer bij.
|
|
| |
|
|
| |

Maandag 8 augustus 2011,
Cardiff (Wales)
Ongetwijfeld vond ze het de afgelopen
twee weken ook onbegrijpelijk wat ik in al die
havenplaatsjes en bootjes in Cornwall zag, dus sjokte ik
vandaag zonder commentaar achter mijn dochter aan langs
voor haar memorabele plekken in Cardiff. Meer in het
bijzonder: Cardiff Bay. Dit trendy uitgaansgebied van de
hoofdstad van Wales is de thuisbasis van twee van haar
favoriete televisieprogramma's: Doctor Who en het
daaruit voortgekomen Torchwood.



De opnamen voor deze laatste science
fictionserie zijn inmiddels voor een deel naar Amerika
verplaatst en dat valt niet goed bij de die-hardfans,
getuige de klaagmuur die in het hart van Cardiff Bay is
opgericht. 'Onder de hartekreet We want Torchwood
Cardiff hangt de muur vooral vol met even
dramatische als hilarische oproepen om één van de
weggeschreven sterspelers, Ianto Jones, in de serie te
laten terugkeren. Maar dat is alles wat ik erover meld,
want mijn dochter vindt elke regel die ik eraan besteed
een verregaande inmenging in haar privéleven.




Om de verschillende interesses binnen
ons reisgezelschap niet ook de rest van de dag te laten
botsen, splitsen we ons op. Nou ja, opsplitsen... Ik ga
in mijn eentje cultuur snuiven, de anderen gaan - ik kan
het ook niet mooier maken - winkelen. Ik begin bij twee
monumenten die vrijwel naadloos in elkaar overvloeien -
zeker als je ze vanuit een bepaalde hoek fotografeert -
het eeuwenoude Cardiff Castle en het gloednieuwe
Millennium Stadium, tot de oplevering van het nieuwe
Wembley met 90.000 plaatsen het grootste stadion van het
Verenigd Koninkrijk.

Dan van de hypermoderne bibliotheek
naar, ook in één shot te vangen - een van de oudste
horecagelegenheden:The Duke of Wellington. En zo gaan in
Cardiff op allerlei plekken oud en nieuw harmonieus hand
in hand.




Ja, zelfs bij het winkelen, want op
mijn zwerftocht door het compacte centrum loop ik
onvermijdelijk ook de cultuurbarbaren weer tegen het
lijf. Niet in de sfeervolle, karakteristieke markthal
van Cardiff, natuurlijk, maar in de moderne
winkelstraten en bijna megalomane shoppingmalls waarmee
het stadshart is volgeplempt. Want - en dat zal niet
voor niks zijn - bijna negentig procent van het complete
winkelaanbod in de hoofdstad van Wales is overdekt.
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 9 augustus 2011,
Crickhowell (Wales)
Na de overdekte winkelcentra en science
fictiondecors van Cardiff gaan we vandaag terug naar de
natuur. In het achterland van Zuid-Wales liggen twee
uitgestrekte nationale parken die in elkaar overlopen en
ook nog eens gezegend zijn met sinistere namen als de
Brecon Beacons en The Black Mountains. Zelfs onze oudste
nazaat is er - om haar moverende redenen - enthousiast
over: er schijnt ook hier wel eens een aflevering van
Torchwood te zijn opgenomen.



Via Abergavenny rijden we naar Crickhowell,
een stadje met meer outdoorwinkels dan kledingzaken en
dat is altijd een goed teken. Bij de lokale tourist
information beveelt een ouwe taaie ons een rondje
Table Mountain aan: een op een blauw A4'tje
uitgeschreven wandeling waarvoor ik tot voor kort een
zekere huivering voelde. Ik hou niet van - ook nog eens
in technisch Engels geformuleerde - aanwijzingen als: ga
linksaf bij een kromgegroeide boom, steek bij de zesde
platte steen een beek over en volg dan de bosrand totdat
je bij een middelgrote mierenhoop rechtsaf slaat. Een
man met legerervaring vertrouwt liever op zijn intuïtie
en zijn gps, ook bij een tocht die - zoals bij deze
Tafelbergtrip - ruwweg alleen omhoog en omlaag voert.



Maar het moet gezegd - nou ja, misschien
is het beter om het niet te zeggen, maar ik doe het toch
- dat we deze vakantie nog niet één keer zijn verdwaald
sinds ik het lezen van de routebeschrijvingen heb
uitbesteed aan mijn dochter. Ik sjok er - vandaag zelfs
met twee lege batterijen in de Garmin die aan mijn riem
hangt - achteraan met de lijdzaamheid van een bejaarde
op een geheel verzorgde reis. Tot nog toe heb ik mijn
gps vooral gebruikt om een 'marker' te zetten bij de
plek waar we onze auto hebben achtergelaten, maar zelfs
die voorzorgsmaatregel acht ik inmiddels niet meer
nodig. Onderweg in deze door de natuur gebreide
lappendeken neem ik uitgebreid de tijd voor de vraag
waar nu precies mijn kwaliteiten als outdoorgids liggen.
In het delegeren? Of in het kennen van mijn eigen
zwakheden?
|
|
| |
|
|
| |
Woensdag
10 augustus 2011, Newport (Wales)
Tsja, nu
begint eigenlijk een heel ander verhaal....
Waarom eindigt dit weblog abrupt op
dinsdag 9 augustus?
- Op woensdag 10 augustus, ergens tussen
8 en 9 uur in de ochtend op de camping in Newport
(Wales), scheurde en splitste mijn aorta. En niet zo
kinderachtig ook: de scheur liep van de hartklep, via de
aortaboog naar een groot deel van de afdalende aorta. Ik lag op bed te
lezen in de caravan, mijn vrouw was naar het
toiletgebouw en mijn zoontje vond dat ik opeens wel erg
rare snurkgeluiden begon te maken. Toen mijn wederhelft
terugkwam van de douche, was ik al bewusteloos.
Voel je dat niet aankomen, zo'n
scheurende aorta?
- Soms wel, in de vorm van hevige pijn op
de borst. Maar ik had, waarschijnlijk door mijn
legerervaring, nergens last van. Ook in de dagen
en weken ervoor niet. Op dinsdag liep ik nog met volle
bepakking een berg op in een afgelegen deel van de Brecon Beacons. Als daar de aorta zich had gesplitst,
had ik het waarschijnlijk niet kunnen navertellen.
Waarom dan nu wel? Een gescheurde
aorta pompt toch binnen drie minuten al het bloed uit je
lijf?
- Die van mij scheurde relatief gunstig:
op een zodanige manier dat er eigenlijk twee pijpen
ontstonden, waarbij de één de ander dichtdrukte.
Daardoor werd ik niet meteen leeggepompt.
Nog
meer mazzel?
- Jazeker. Dat ik dus snel door mijn
gezin werd gevonden, waardoor er binnen een kwartier een
ambulance op de camping stond. En dat in het ziekenhuis
van Newport - waar ik eerst werd heengebracht - een
goede diagnose werd gesteld en dat ze door hadden dat er
maar één plek in de buurt was waar ik kon worden
geholpen: het universiteitsziekenhuis van Cardiff, een
kilometer of tien verderop. Daar had ik ook nog eens het
geluk dat professor Ulrich von Oppell - een
Zuid-Afrikaan en een wereldvermaarde hartchirurg - kon
worden opgeroepen om mij weer op lappen.
Geen eenvoudig klusje, dus?
- Von Oppell is er 12 uur mee bezig
geweest. Hij repareerde niet alleen mijn aorta, maar
en passant ook nog een meegescheurde hartklep.
Mazzel was ook dat ik - door de vele duizenden kilometers die
ik had gefietst voor La Marmotte - in topconditie was,
en nooit had gerookt. Anders was het alsnog misgegaan.
Na de operatie heb ik zes dagen in coma gelegen en
daarna nog eens twee dagen bij bewustzijn op de
intensive care, voordat ik naar een ziekenzaal mocht. Op
donderdag 1 september kreeg ik toestemming om naar huis
te vliegen. Mijn vrouw is al die tijd bij me gebleven -
ze kon na in totaal bijna 7 weken in de sleurhut geen caravan
meer zien - de kinderen
vlogen anderhalve week eerder dan ik naar huis, omdat de
school van mijn zoon weer begon. Er zijn geregeld
vrienden en familieleden overgekomen om mijn echtgenote
gezelschap te houden en mij een beetje afwisseling op de
bezoekuren te bezorgen.
Weer
helemaal beter?
- Nou, wel gerepareerd, maar nog niet
meteen het ventje. Het revalideren duurt een aantal
maanden en in het Leids Universitair Medisch Centrum
wordt de komende tijd ook bekeken hoe het kwam dat ik
zo'n extreem dunne aorta had en word ik ook
gecontroleerd op eventuele andere zwakke plekken rond
hart en bloedvaten. Maar uiteindelijk hoop ik dat ik er
beter uit kom dan ik was. Het gaat nu al elke dag een
beetje beter: ik hang uren voor de tv, wandel weer
(momenteel al een uur), maar krijg na een half uur voor
de computer zwarte vlekken voor mijn ogen. Er zijn ook
wat operatiewonden die nog niet helemaal zijn geheeld.
Wanneer ga je weer aan het werk?
- Zodra ik groen licht krijg van de
cardioloog. Maar ik verwacht zelf niet voor november.
Wel wil ik in de loop van oktober weer beginnen met mijn
wekelijks column. Als ze me bij de krant nog als
columnist willen hebben, tenminste..
Hoe kan ik nog een beetje op de hoogte
blijven van het ziekteverloop?
In elk geval via mijn twitter-account:
http://twitter.com/#!/dickvanderplas. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Weer naar boven op deze pagina |
|
| |
|
|
| |
Terug naar
Dicks Log |
|
| |
|
|
|