Het Boek

In het boek Pretvaderen zijn 52 columns van Dick van der Plas, uit de periode van 1998 tot en met 2000, gebundeld. De verhalen verschenen eerder in Haarlems Dagblad, IJmuider Courant en Leidsch Dagblad. Pretvaderen werd destijds gelanceerd in de week voor Vaderdag. Inmiddels is het - volgens lezers die ernaar gezocht hebben - nergens meer te krijgen, zelfs niet in de ramsj. Af en toe duikt er nog wel een (hopelijk stukgelezen) tweedehandsje op, via www.marktplaats.nl, voor een schamele 2 euro. Bij uitgeverij Karakter zijn geen plannen voor een tweede druk, vandaar dat nu de  meeste columns uit Pretvaderen op deze site staan.
       
 

De geboorte van een pretvader

De term ‘pretvader’ werd geboren ergens rond het middernachtelijk uur, het tijdstip waarop  veel bevallingen zich aankondigen. Aan de wieg stond mijn echtgenote die, gehuld in een walm van passief meegerookte sigaretten en zelfgenuttigde witte wijn, onze slaapkamer binnenstormde, genadeloos aan het lichtknopje draaide en in één keer het donzen pantser van mijn lijf trok. ,,Die andere vaders mogen dan thuis weinig uitvoeren, jij spant wel de kroon! Maar vanaf nu gaat het hier allemaal anders.’’

Ik kreunde. Zoals alleen mannen kunnen kreunen van wie de vrouw net terugkeert van de halfjaarlijkse reünie van de zwangerschapsgym.

Het gezamenlijk toewerken naar een bevalling schept bij vrouwen dezelfde band die oud-strijders van een KNIL-regiment ertoe brengt elkaar tot op hoge leeftijd te blijven ontmoeten. De pufclub die in 1992 werd geformeerd voordat mijn dochter werd geboren komt nog steeds met grote regelmaat bij elkaar. En sinds de geboorte van mijn zoon, ruim vier jaar later, is daar nog een tweede groep reünisten bijgekomen.

Het eerste gezelschap beschouw ik als betrekkelijk onschuldig. De dames zijn inmiddels aan de verkeerde kant van de dertig beland en hebben de wijsheid en de rust gekregen die bij deze leeftijd hoort. Voor het andere gezelschap koester ik een grote vrees. Mijn echtgenote zit daar als betrekkelijk ouwetje (40) tussen meiden van begin twintig die met de komst van hun eerste nazaat hun jeugdige idealen nog niet hebben afgezworen. Het centrale thema van die laatste samenkomst is in de regel de man-vrouwverhouding in het algemeen en de rol van de man bij de opvoeding van de kinderen in het bijzonder. De conclusie van deze besprekingen is steevast dat de echtgenoot niet voldoet aan het beeld van de moderne jonge vader zoals dat door de geďllustreerde tijdschriften wordt geschetst. En wat aan het begin van de avond nog een kleine ergernis is, groeit aan het eind van de avond bij ons in de slaapkamer elke keer uit tot een constitutionele crisis.

,,Sinds we een afwasmachine hebben, doe jij helemaal niets meer in het huishouden!’’

- ,,Dat is niet waar. Ik rol op maandagmorgen de vuilnisbak naar de stoeprand. En ik leg elke avond de kleine op bed.’’

,,Ja, en dan veeg je, op weg naar zijn bed, met je voet het speelgoed op de grond naar de kant. Dat ik dan de volgende ochtend kan opruimen.’’

- ,,En op dinsdag- en donderdagavond, als jij aan het werk bent, maak ik voor de kinderen het eten klaar.’’

,,Dat ik ’s middags al in de pannen kant en klaar heb gezet, zodat je het alleen maar hoeft op te warmen.’’

- ,,En op zaterdagochtend pas ik toch ook op, als jij naar de bieb bent?’’

,,Dat is de enige ochtend dat ze ’s morgens al om half acht voor Kindernet zitten, terwijl jij nog op je nest ligt.’’

- ,,En ik ga met ze fietsen, naar de dierentuin, naar basketbal, naar...’’

,,Dat doe je allemaal, ja. Je bent een Pretvader.’’

 


 

In vrijwel alle columns wordt de hoofdrol gespeeld door mijn hierboven al geďntroduceerde vrouw Irene, onze dochter Maaike (1992) onze zoon Steven (1996). Ik wil hen alledrie bedanken als inspiratiebronnen tegen wil en dank en speciaal voor Irene mijn bewondering uitspreken voor het moedig en geduldig dragen van de rol van lijdend voorwerp. Zij was voor alle columns mijn eerste lezer en de keren dat ze voor bepaalde passages als censor optrad, kan ik op de vingers van één hand tellen. Voordat ze werden gebundeld kon ‘mijn’ eindredacteur bij het LD Job de Kruiff het opbrengen ze alle 52 nog eens na te lezen op vertikkingen en taalfouten.

Hoewel (of misschien wel: Juist omdat) mijn columns zijn geschreven vanuit de visie van de man, krijg ik de meeste reacties van vrouwen. En naar verluidt is het ook de vrouw van uitgever Chris de Graaf geweest die hem heeft aangespoord om ze te bundelen. Ook haar wil ik bedanken, mede namens al degenen die de stukjes de afgelopen jaren aan de vluchtigheid van het medium krant ontrukten, door ze te sparen in schoenendozen, in plakboeken en (dat vind ik zelf de eervolste plek) op prikborden in het toilet.

 

Dick van der Plas, april 2001

 

Columns: