Geen nieuw log? Dan meteen

 door naar Dicks Wielerlog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pretvaderen is het centrale

thema van mijn column

die elke dinsdag verschijnt in

de dagbladen van HDCmedia

(Noordhollands Dagblad,

Haarlems Dagblad, IJmuider

Courant, Leidsch Dagblad en

Gooi- en Eemlander). Deze

site is mijn openbare kladblok:

onderwerpen of delen van het

weblog kunnen ook in de

krant opduiken. Maak kennis

met een prettige kijk op het vaderschap.

 

Dick van der Plas

 

 
 
 
 

 

     
 

Boete

Maandag 8 februari

Zijn strafblad is nog blanco, maar de eerste boete is binnen. Wegens het niet komen opdagen als 'tafelaar' bij een wedstrijd op 30 januari dient onze zoon de indrukwekkende somma van 5,50 euro over te maken op de rekening van zijn basketbalclub Grasshoppers. Precies drie weken hebben we, om protest aan te tekenen, en de messen worden geslepen. Zijn raadsman Bram M. - die onze jongste nazaat voor de Commissie van Beroep gaat verdedigen - spreekt van een 'zoveelste flagrante schending van het recht en een dwaling die past in een lange rij van justitiële missers'. Alleen al het verzenden van de brief noemt mr. Bram al 'infaam en abject'. Hij zal zich in zijn verdediging laten leiden door het indrukwekkende pleidooi dat de vader van de verdachte eerder op deze plek hield. De raadsman schroomt verder niet om, zo nodig, in het kader van de Pluk Ze-wetgeving alvast beslag te laten leggen op de verenigingstegoeden van Grasshoppers. Wordt vervolgd, derhalve!

 

 

 

Naar het  Wielerlog, het Weeklog of Wonen in Spanje

 
     
 

 

 
     
  Nieuw op deze site  
 
 
 

 

Column

 

Het is met dit genre columns dat ik de afgelopen jaren mijn reputatie als opvoeddeskundige heb gevestigd.

Lees:

 

Puberen

 
 

Wielerlog 2010 

 
 

 

Wat is het programma, hoe wordt er getraind en hebben we het nog een beetje gezellig onderweg? Alleen wielerliefhebbers hoeven door te klikken naar het wielerlog 2010.

 
     
 

 

Het opgroeiboek

Pretvaderen, het opgroeiboek voor mannen, nu ook verkrijgbaar in de betere boekhandel, zoals Van den Berg aan de Achterweg in Katwijk aan den Rijn. Binnenkort ook weer via internet te bestellen bij HDCmedia.

 

 
       
       
       
       
Weeklog 2010  

     
 

Zaterdag 6 februari

Van een ouderwetse walkover was vanmorgen geen sprake, in de basketbalwedstrijd tegen Springers uit Gouda. Maar onze mannen stonden in de thuishal Cleijn Duin wel voortdurend voor met een redelijk comfortabele tien punten, een verschil dat al in de eerste periode werd bereikt. Daarna ging het duel gelijk op: als zij scoorden, deden wij het ook, tot in de laatste tien minuten onze aanval vooral het bord en de ring van de basket trof en Springers gluiperig naderbij sloop totdat de voorsprong een paar minuten voor het eind nog maar één punt bedroeg. Billenknijpen, niet alleen bij de coaches ArendJan en Dirk, maar zeker ook bij de trouwe supportersschare die voornamelijk uit John en mijzelf bestond. Herrie maakten we in elk geval voor een heel legioen. Zeker toen met twee snelle uitvallen - waaronder eentje van Steven die er weer lekker op los scoorde (foto) - de zaken net voor het laatste fluitsignaal werden rechtgetrokken: 67-62. Altijd een euforisch gevoel, als de bevrediging van de overwinning samensmelt met de opluchting over het ontlopen van de nederlaag.

 
 
 
 

Vrijdag 5 februari

Als kersverse volgeling heb ik binnen mijn gezin te maken met een aantal dr. Frank-sceptici. De nieuwe dieetgoeroe die mijn hart heeft gestolen met recepten vol vlees, eieren en groenten, wordt als de nieuwste hype weggezet in het rijtje Sonja Bakker, Montignac en Robert Atkins. Daarmee wordt dr. Frank - een heuse internist en vasculair (?) geneeskundige uit Hengelo, geen prutser derhalve - groot onrecht aangedaan. Ik tik dit stukje na een zeer bevredigend avondmaal dat bestond uit een flinke hoeveelheid shoarmavlees en roerbakgroenten, dat volgde op een lunch van carpaccio, salade en een ei. Een paar weken zonder pasta, aardappelen of brood, dat gaat me op deze manier wel lukken. Zeker als ik er van mezelf behoorlijk bij mag zondigen ('s morgens ontbijten met muesli en elke avond mijn wijntjes) omdat ik nu eenmaal veel meer beweeg dan de gemiddelde dr. Frank-volgeling. Zelfs inclusief de verjaardag van mijn eega met gebak en snacks, ben ik inmiddels al bijna drie kilo kwijt in nog geen zes dagen. Dank, dank, dank,

dr. Frank!

 
 
 
 

Donderdag 4 februari

Als je ruim twaalf jaar alleen maar opschrijft wat je om je heen ziet gebeuren, ben je opeens een deskundige. Opvoeddeskundige, in mijn geval. Niet in alle kringen, overigens, want een deel van mijn lezerspubliek vindt mij een malloot. Maar dat is een lot dat ik met vele andere deskundigen deel. Dat maakt mij er dus niet minder deskundig om. Zet twee deskundigen naast elkaar en ze hebben ieder een andere mening, tenslotte. Ik kom erop omdat mij de afgelopen dagen tot twee keer toe is gevraagd 'iets' als opvoeddeskundige te doen op de open dagen van respectievelijk het Leidsch- (6 maart) en het Noordhollands Dagblad (29 mei). Bijna 24 uur per etmaal heb ik me hier inmiddels het hoofd over gebroken, maar ik kom er niet uit. Mijn basisfilosofie - ik doe maar wat, en meestal doe ik helemaal niks - leent zich niet voor een ochtendvullend programma. Op 6 maart kan ik me in Leiden - als chef Duin- en Bollenstreek - op tal van andere manieren nuttig maken. Voor zaterdag 29 mei denk ik dat ik maar dat ik een smoes verzin. Er is vast wel ergens een toertocht te rijden waarvoor ik me al heel lang geleden heb opgegeven. Als deskundige moet je ook je beperkingen kennen.

 

 

P.S. Mijn laatste opvoedkundige column in de krant ging over Puberen.

 
 
 
 

Woensdag 3 februari

Voor mijn eigen verjaardag geef ik altijd - ruim van tevoren - luid en duidelijk aan wat de wensen zijn. In veel gevallen heb ik het cadeau zelfs al in huis, ooit onder valse voorwendselen - tegen een veel te hoog bedrag - aangeschaft. 'Alvast voor míjn verjaardag.' Maar in meer dan 25 jaar huwelijk is het mij niet gelukt om te gaan met open opdrachten van mijn echtgenote als: 'Verras me maar'. Wel heb ik inmiddels een beperkte kring van (dames)winkels opgebouwd waar ik mij vertrouwd voel en waar ze mijn onzekerheden een beetje kennen. Bij de parfumerie ('Is er nog iets nieuws wat mijn vrouw lekker vindt?') of de sieradenwinkel, bijvoorbeeld ('Doe maar iets moderns, met zwart of zilver'') waardoor ik in de regel toch binnen een bevredigende minuut of tien weer buiten sta. Voornamelijk vanwege het feit dat onze nazaten zo mogelijk nog minder creatief zijn dan ik, moest ik gistermiddag na werktijd voor hen op zoek naar een badjas die zij hedenmorgen aan hun moeder (49 lentes, vandaag, ja dank u wel) kunnen geven. Nieuwe winkels, daar houd ik niet van. Bij Hunkemöller ben ik geweest, voor het eerst van mijn leven, bij Livera en tenslotte bij V&D, om uiteindelijk weer bij Hunkemöller uit te komen (er zit er in Leiden ook eentje in de V&D, ontdekte ik), om zo'n beetje overal hetzelfde verhaal te horen: dit is het laatste restje van de wintercollectie, de voorjaarsspullen druppelen wel binnen, maar daarvoor bent u net een beetje te vroeg. Een uur van wanhoop en vertwijfeling, gevoelens die niet wilden verdwijnen nadat ik uiteindelijk een 'God zegene de greep'-keuze had gemaakt. En dan ging het in mijn geval nog maar om een badjas. Er zijn mannen die de gang naar Hunkemöller moeten maken voor een lingeriesetje. 'Is er nog iets nieuws voor mijn vrouw wat ik lekker vind?', lijkt me dan een geijkte openingsvraag. Zo zie je maar, het kan het altijd nog erger.

 
 
 
 

Dinsdag 2 februari

Al een paar weken volgt mijn echtgenote voor de bibliotheek de cursus '23 dingen' - ontdek, speel en leer over Web 2.0 - en sindsdien ken ik haar voornamelijk als de vrouw die in de rode stoel in onze woonkamer met de laptop op haar schoot zit. Voor de tweede keer in die cursusweken was onze woning gistermiddag doordrongen van de geur van aangebrande aardappelen omdat ze aan haar - verplichte - weblog zat te tikken. Aangezien haar log beter was dan haar aardappels, dien ik die hier maar op:

 

 
 
 
 

 

Maandag 1 februari

Of ik een foto wilde van een auto te water, vroeg een freelance fotograaf dinsdagmiddag rond een uur of vijf. Onze Duin- en Bollenstreekpagina's waren al zo goed als dichtgetimmerd en om ze nou voor een modale auto in de sloot weer open te breken? 'Nee bedankt', zei ik, 'als het nou een vliegtuig was...' Een paar dagen later stonden ze wel in een huis-aan-huisblad - niet zo mooi als hierboven, die heb ik van 112Bollenstreek gepikt - maar helder genoeg om de onfortuinlijke auto te herkennen. 'Was jij dat, Huibert, in het kanaal?', vroeg ik mijn buurman van twee huizen verderop, toen ik hem met zoon en twee honden op straat tegenkwam. Huibert ging er eens goed voor staan. Aan het 'Nee hè!' van zijn nazaat leidde ik af dat hij het verhaal al een keer of honderd had verteld. Maar hij had er nog steeds plezier in. Hij reed, met nog geen vijf kilometer per uur, naar zijn bedrijfje aan de waterkant, om halverwege de afrit te ontdekken dat de brandweer hier de avond ervoor een oefening had afgewerkt waarbij er nogal wat water was gemorst. En dat was inmiddels een ijsvlakte van een decimeter dik geworden. Hij begon te glijden, ging met twee wielen over de walkant en kwam op z'n dak, dus ondersteboven, op de bodem van het kanaal terecht. 'Hoe kom ik hier nu weer uit?', ging er door hem. De radio speelde nog, er kwam geen druppel water binnen, maar hij lag er toch wat ongelukkig bij. Op dat moment kantelde de bedrijfsauto en kwam, als een opstijgende onderzeeër, met de goede kant weer naar boven. Nog steeds geen druppel water binnen, alle elektriciteit deed het nog en Huibert zocht, wel enigszins gehaast, zijn dierbaarste spullen bij elkaar (hij kon alleen zijn telefoon niet vinden) en klom - zelfs het zijraam ging nog automatisch naar omlaag - zich vasthoudend aan de imperiaal op het dak. De actie had inmiddels de aandacht getrokken van de mannen in de brandweerkazerne, pal aan de overkant, die hem binnen een paar minuten - op een auto die steeds verder wegzonk - uit zijn benarde positie bevrijdde. 'Kurkdroog was ik nog, ik had niet eens natte schoenen!', aldus Huibert.

Goed verhaal, toch?

 

 

 
 
 
 

Zaterdag 30 januari

Wie basketbal speelt, heeft ook verplichtingen aan de club. 'Tafelen' is daar één van: het bijhouden van scores, persoonlijke fouten, de tijd en nog zo wat van die statistieken op een formulier met zoveel vakjes dat je een avond cursus moet volgen om er wijs uit te worden. Vandaag moet mijn zoon opdraven bij een wedstrijd van Grasshoppers Jongens onder 16-3 om 16.15 uur, in de Katwijkse sporthal Cleijn Duin. Geen probleem, ware het niet dat hij om 14 uur een ingelaste wedstrijd van zijn eigen team heeft in Wateringen, achterin het Westland. Daarmee is hij zeker anderhalf tot twee uur zoet, en dan is het nog een uur terugrijden naar Katwijk. 'Zelf voor vervanging zorgen', meldt de wedstrijdsecretaris die niet alleen hem maar ook een aantal teamgenoten heeft ingedeeld voor de tafelbeurt. Spelertjes van 12 en 13 jaar - die op de club geen groot netwerk hebben om op terug te vallen en van iedereen die ze wél kennen weten dat die ook moeten spelen - in paniek, de coach - die zijn halve team ziet wegvallen - met de handen in het haar. De wedstrijdsecretaris houdt zijn poot stijf, met een beroep op het huishoudelijk reglement van de club dat elke jeugdspeler inderdaad onder zijn kussen heeft liggen. Veel opgewonden gebel en e-mailverkeer, tussen zoon, teamgenoten en coach, waarbij uiteindelijk wordt besloten om het tafelen - niet komen opdagen betekent een boete - maar voor het spelen te laten gaan. Totdat gisteravond om negen uur coach ArendJan strijdbaar opbelde, na het inwinnen van advies bij juridisch geschoolde clubleden die menen dat het team straks bij de 'Commissie van Beroep' een goede zaak heeft. ''We gaan spelen!', roept hij uit. See you in court, wedstrijdsecretaris!

 

Tot zover dit relaas over verenigingspolitiek en jongetjes van 13 die worden vermalen tussen verplichtingen, huishoudelijk reglementen en het teambelang.

 

Laatste nieuws: vet gewonnen, Steven weet alleen niet met hoeveel.

 
 
 
 

Vrijdag 29 januari

In de periode tussen vijf tot zes dat ik de basketbalkantine alleen open heb om Tineke en Krijn een bakje in te schenken en de vaatwasser zich nog staat op te warmen voor mijn maandelijkse werkje (het schoonmaken van de roosters boven de frituur), zou het me toch moeten lukken: geluid krijgen uit de imposante flatscreen-tv boven het koffieapparaat. Maar al sinds de ingebruikname van The Bucket worstel ik met de Denon DN-X500 4-kanaals DJ-mixer die een audiofiel om onverklaarbare redenen in het stereorekje heeft geschroefd.

Niet dat ik geen vorderingen heb gemaakt: ik ben er – geheel op eigen kracht want een gebruiksaanwijzing is nergens te vinden – in geslaagd om een muziekje te laten horen via de boxen boven de bar. Ik kan de LCD-tv aanzetten, de  Windows-mediaplayer opstarten (als de computer tenminste al aanstaat, maar inmiddels weet ik ook hoe dat moet), een afspeellijst kiezen en het geluid afregelen met één van de vier schuifknoppen die in de Denon-versterker zitten. (Eerlijk gezegd weet ik niet precies welke, maar dat maakt verder niet uit. Het zijn er maar vier, er is er altijd wel eentje die doet wat ik wil. Soms doen ze het zelfs alle vier.)

Wat ik nog meer kan? Ik geef toe dat het een paar maanden heeft geduurd – hoewel dat ook aan het signaal kan hebben gelegen – maar ik weet hoe ik de tv aan krijg en slaag er zelfs in om er via de computer (nee, er is geen normale kabelverbinding, alles gaat via Windows Mediaplayer) livebeelden uit te toveren van Nederland 1, 2 of 3. Ja, dat klinkt makkelijk, maar iedereen die bardienst draait in The Bucket weet dat het eenvoudiger is om een satelliet in een baan om de aarde te krijgen.

Maar dan.

Weet jij hoe je er geluid uit kunt krijgen, Krijn?

Nee?

Jij, Tineke?

Nee, alle knopjes op de Denon DN-X500 heb ik dan al geprobeerd. Sommige meer dan tien keer, in honderden verschillende combinaties. Aan de versterker kan het niet liggen. Het betreft hier, ik citeer, een 19” rackmount DJ mixer die het mixen een heel andere belevenis maakt. Deze DN-X500 is een analoge matrix mixer met 8 line en 2 phono ingangen die vrij kunnen worden toegewezen aan één van de vier kanalen. Vier 60 mm VCA kanaalfaders met volumecontrole, onafhankelijke PFL kanaalmeters, de DN-X500 bevat alles om het de DJ zo veel mogelijk naar zijn of haar zin te maken. Mooi vormgegeven, sterk en robuust, de X500 is een heerser in de audiomarkt!

Ja, ik kan op de LCD-tv zelfs het internet aan de gang krijgen voor het opzoeken van dit soort weetjes.

Ha, daar is Bert. Weet jij hoe je geluid uit de tv krijgt, Bert?

Jij dan, John?

Cobie?

ArendJan?

Dirk?

Niemand die het weet. Van narigheid gebruik ik maar Teletekst pagina 888, om in elk geval een beetje te kunnen lezen wat het Zes Uur Journaal meldt. Of wat er in mijn favoriete programma Man Bijt Hond wordt gezegd.

Maar toch schijnt het te kunnen. Er zijn wel degelijk momenten dat er geluid klinkt, uit de tv in The Bucket.

Maar nooit als ik achter de bar sta.

 

Dit is de column die ik deze maand maakte voor het blad The Rebound van de Katwijkse basketbalclub The Grasshoppers. Altijd gemakkelijk om op hectische dagen iets voor het log achter de hand te hebben. Mijn nicht Naomi - geslaagd voor de PA - gaf gisteravond een feestje. En mijn vriend Mart werd opa van een hele kleine Anouk (33 weken plus drie dagen en al bijna zelfstandig). Het is teveel, op één dag, om te verwerken. Ik ben ook de jongste niet meer.

 
 
 
 

Donderdag 28 januari

Een collega in Alkmaar hoorde ik vorige week zeggen: Mijn zoon heeft de hersens van mijn vrouw. (Hier liet hij even een stilte vallen, om te vervolgen met:) De mijne heb ik nog. Ja, denk daar maar even over na. Dus mij hoor je niet beweren dat onze dochter mijn hersens heeft. Noch die van mijn vrouw, overigens, want wij snappen allebei geen bal van wiskunde. Alles boven de tafel van twaalf gaat ons boven de pet. Mijn eega ging zelfs zover dat ze destijds openlijk twijfels zette bij het voornemen van onze dochter om wiskunde aan haar vakkenpakket toe te voegen. Want dat kunnen wij (wij Van der Plassen, bedoelde ze) helemaal niet. Maar kennelijk is onkunde niet altijd erfelijk, want zelfs in haar examenjaar tweetalig gymnasium scoort onze dochter ook met dit vak enen en nullen (maar dan naast elkaar). Op aanraden van haar leraar deed ze gisteravond mee aan het oplossen van het Problem of the Week, een onderdeel van een Math Contest van de Columbus State University. Wie de oplossing weet van de volgende opgave, moet het antwoord zo snel mogelijk mailen:

There exists a special six-digit number such that when this number is multiplied by four, its digits are reversed. Determine this special six-digit number. Note: digits can be used more than once.

 

Ze heeft me uitgelegd hoe ze het heeft gedaan, maar ik kan het hier niet reproduceren. Ik snap de vraag niet eens, laat staan het antwoord. Het zou ook niet eerlijk zijn, want u mag uw oplossing nog steeds insturen. Zij was de 227ste die het is gelukt (maar haar leraar, die 21ste staat, tipte haar pas een paar dagen na het begin van de contest):

 

 
 
 
 

Woensdag 27 januari

Foto's - en zeker geflitste - geven altijd een vertekend beeld van de werkelijkheid. Vooral zwellingen laten zich lastig vastleggen. En blauw is altijd minder blauw. Vandaar dat de visualisatie van de handicap waarmee ik - als gevolg van een salto met mijn mountainbike - al drie dagen door het leven strompel, op het Ledenboek van de Wielervereniging Katwijk leidde tot schampere reacties als 'Is dit alles? Had iets spectaculairders verwacht.' En vervolgens begon deze empathische persoonlijkheid ook nog een omslachtige verhandeling over het feit dat ik mijn bovenbenen niet had geschoren, iets wat mij onder wielrenners in de wintermaanden toch als buitengewoon normaal voorkomt. Maar dit terzijde. Speciaal voor dit soort critici dus ook nog maar even een foto van mijn onderbenen. Spectaculair genoeg? En ja, ik weet het: ook mijn kuiten zijn niet geschoren. Het is winter, tenslotte.

 
 
 
 

Dinsdag 26 januari

Eigenlijk kom ik uit een familie van financieel specialisten:

 

- Mijn ome Jan was een half leven lang wethouder financiën van de gemeente Katwijk;

- Mijn ome Gilles (zaliger, inmiddels) was een gerespecteerd accountant;

- Mijn neef Jan is fiscaal jurist bij Grant Thornton.

 

Dus ja, ik begrijp werkelijk niet wat er vanmorgen aan de ontbijttafel te lachen viel - 'Jij? Jij hebt een gat in je hand! Wat zeg ik: twee gaten!' - toen ik bekend maakte dat ik gisteravond binnen het bestuur van de afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk officieel ben benoemd tot penningmeester.

 
 
 
 

Geslaagde layup van Steven.

Maandag 25 januari

De wedstrijd moest ik anderhalve dag laten bezinken, om er nog met enige objectiviteit over te kunnen schrijven. Want zaterdagavond vond ik het - in sporthal 't Zandje op de grens van Den Haag en Rijswijk - onze slechtste wedstrijd van het seizoen 2010. Nou was het ook de eerste van dit jaar, maar aangezien de competitie niet te lang duurt en het aantal tegenstanders beperkt is (tot vijf, geloof ik, dus dat is tien wedstrijden), zou je kunnen zeggen dat we het kampioenschap meteen al hebben verspeeld. Tenzij we thuis dik van de mannen van Jumpers winnen. Daar had ik, vooraf, in de uitwedstrijd op het onzalige tijdstip van 19 uur ook mijn zinnen op gezet. De tegenstander zag er niet indrukwekkend uit, miste nogal wat lengte, en vond bij het inspelen ook niet echt soepel het netje. Maar met wat onze jongens daar tegenover stelden, was dat toch genoeg. Over mijn eigen nazaat was ik niet eens zo ontevreden - ik was in elk geval weer blij dat de bonusregeling voor elk gescoord punt was afgeschaft - maar op cruciale momenten liet ook hij het afweten. Net als de rest van het twaalftal, want hoe coach ArendJan ze daar ook van probeerde te doordringen, de lengte werd niet uitgebuit en de passing was in de regel beroerd. Maar bovenal miste het team de bezieling en de strijdlust die de Haagse mannetjes wel aan de dag legden. Uiteindelijk werd het 53-39, meer een korfbal- dan een basketbaluitslag. Met deze ultieme belediging zou ik dit stukje willen afsluiten.

 

 

 
 
 
 

Vrijdag 22 januari

Zelf vond hij dat wij ook wel wat beter hadden mogen opletten, maar een feit is dat - tien minuten nadat onze zoon gistermorgen naar school was vertrokken - zijn brood en pakjes drinken nog op het aanrecht stonden. Geld had hij ook niet bij zich, noch een telefoon, want die had ik boven op zijn bureau zien liggen. Ik gooide mezelf in een wat hogere versnelling bij het naar binnen werken van mijn eigen ontbijt, stopte zijn eten en drinken in een plastic tasje en reed hem - met een kwartier achterstand - achterna naar school. Toen ik bij de hoofdingang stopte, kwam hij net de fietsenkelder uit, zijn rantsoen aanpakkend alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Toen ik 's middags thuis kwam, lag onze avondmaaltijd nog in de verpakking op hetzelfde aanrecht als waarop hij 's morgens zijn lunchpakket had laten liggen, maar van zowel zoon als vrouw geen spoor. Pas toen ik alles zo'n beetje eettafel-gereed had, kwamen ze hijgend binnen zetten. Hij wat besmuikt kijkend, het gezicht van z'n moeder op onweer. Van de basketbalschoenen die hij 's avonds weer voor zijn training nodig had, was hij er - waarschijnlijk onderweg van school naar huis - één kwijtgeraakt en derhalve moest er - vlak voor de winkelsluiting - nog een nieuw paar worden aangeschaft. En het brood dat ik hem 's morgens was gaan nabrengen? Dat zat 's avonds nog gewoon in zijn brooddoos in de tas. Er vielen wat uren uit, waardoor hij al om 13 uur thuis was. Daar had hij zich maar gevoed met stroopwafels en andere zoetwaren. En vanmorgen vroeg moest ik het lichtje van mijn fiets aan hem afstaan omdat het zijne, ook gisteren, op mysterieuze wijze was verdwenen. Just another day met een puberzoon, zou ik willen zeggen.

 
 
 
 

Donderdag 21 januari

Lezers van dit weblog en leden van de basketbalclub Grasshoppers zullen vandaag een Aha-erlebnis hebben gehad bij het lezen van mijn krantencolumn. Inspiratie- en tijdgebrek, zou je zeggen. Jazeker. Maar ik vind het vaak ook zonde om iets wat ik voor een betrekkelijk klein publiek maak, nooit meer te gebruiken voor de krant. In 2006 schreef ik een column waarin ik de 'premie' per gescoord punt voor mijn zoon openbaar maakte. En dan is het wel zo netjes om ook te melden dat ik daar nu zelf een punt achter heb gezet. Veel beter dan ik dat al heb gedaan op dit log en in The Rebound - hier en daar is 'ie hooguit wat opgerekt - lukte me niet meer. En als je jezelf niet mag plagiëren, wat mag dan nog wel?

 

Wel nieuw, voor het internet althans, de schaatscolumn Hunkeren.

 
 
 
 

Woensdag 20 januari

Ik begin mijn mailtje aan haar maar een beetje luchtig, want dat ligt me toch het best. ''Hallo Ger, dat je op je oude dag nog aan het weblog gaat, wie had dat ooit kunnen denken?' Maar dat houd ik niet lang vol. Jammer dat de aanleiding zo verdrietig is. Een paar weken geleden nog maar nam ze afscheid als redactiesecretaresse van het Leidsch Dagblad, als de 'moeder' van het stelletje ongeregeld dat elke dag de krant maakt. Eigenlijk wilde ze helemaal niet met pensioen, maar ondanks alle grote woorden van de regering over het doorwerken na je 65ste moest ze er toch mee stoppen. 'Met pensioen' heet haar log dan ook, maar dat is inmiddels een hele wrange titel geworden. Al een tijdje voelde ze zich niet goed, maar pas op 13 januari volgde een, wat ze zelf noemt, pijnlijk eerlijk gesprek bij de oncoloog. Op die dag begint ook haar weblog: http://gerrybrox.blogspot.com/

 
 
 
 

Dinsdag 19 januari

Op een paar honderd meter van ons huis rijd ik in een politiefuik. Twee patrouillewagens staan schuin over de weg, vier agenten - onder wie één vrouw - hebben zich op straat opgesteld. Als ik over het bruggetje in hun richting trapt, zie ik de voorste politieman zijn beide handen opheffen. Snel check ik alles wat mij eventueel een bon zou kunnen opleveren. Licht? In orde. ID? In mijn portemonnee. Bel? Werkt. Verder heb ik geen boetes openstaan en recentelijk ook niemand vermoord of anderszins gemolesteerd. Het straatje waar ik doorheen moet, behoort wel tot de ruigste buurten van mijn woonplaats. Troosteloze jaren zestig flats, gedeukte auto's voor de deur en meer afval naast de container dan erin. Zou zich hiér dan iets vreselijks hebben voorgedaan? Er staan nu twee agenten naar me te gebaren en te roepen, maar omdat ik het geluid van mijn Iphone nogal hard op mijn oren heb staan, hoor ik niks. Even wachten, handschoen uit, knopje op het draadje van mijn koptelefoon indrukken, de buitenwereld weer toelaten in mijn hoofd. De sterke arm spreekt weer: 'Oppassen meneer, het is hier vreselijk glad. Er heeft net al een meisje haar been gebroken.' De andere drie agenten knikken om het hardst mee en wijzen, voor mij al ten overvloede, op het spiegelende plaveisel dat zich voor mijn fiets uitstrekt. Een kleine politiemacht om te voorkomen dat ik in dit achterafstraatje op mijn plaat ga. Ik word overstroomd door een goed gevoel over dit dorp, dit land, dit volk, deze natie.

 
 
 
 

Maandag 18 januari

De Van der Plassen hebben zich de afgelopen 60 jaar spectaculair vermeerderd, zo toonde mijn in Spanje rentenierende vriend onlangs met hulp van het Meertens-instituut aan. Maar  die cijfers komen pas tot leven als je een aantal van die afstammelingen bij elkaar ziet op de verjaardag van mijn moeder. De foto's boven en onder zijn de vrucht van twee generaties en daarbij zijn de echte Van der Plassen nog in de minderheid. Dankzij mijn drie getrouwde zussen zijn er ook Mazees, Palits en Hoeken bij gekomen. En de jongste generatie sleept ook alweer aanhang met zich mee, al zijn er twee neven van 22 en 25 bij die eeuwig vrijgezel lijken. Vanaf 16 uur was het gistermiddag weer onbeperkt taart, chips, salade, paling, goulash, kip met rijst, pizza en vislasagne eten (ik vergeet vast nog het één en ander), en dan had mijn moeder ook nog genoeg over om vanmiddag haar zes vriendinnen mee te voeren. Want vandaag wordt ze pas echt 74.

 

 
 
 
 

Zaterdag 16 januari

Artiesten hebben het meestal niet zo op abonnementhouders. Grote kans dat ze niet speciaal voor jou komen, maar in de zaal zitten omdat je nu eenmaal 'bij het pakket' hoort. En, eerlijk is eerlijk, zo zaten mijn vriend Mart en ik gisteravond ook bij Dougie MacLean in de Aalmarktzaal van de Stadsgehoorzaal in Leiden. We hebben een abonnement op een serie singer/songwriters, dolende zielen met een gitaar, en Dougie was de enige waar we nog nooit van hadden gehoord. Uiteraard hadden we ons - beter gezegd, Mart - wel voorbereid: er waren muziekjes gedownload maar er was nauwelijks tijd geweest om die te beluisteren. Zelf wist ik alleen van MacLean dat zijn liedjes nogal vaak door anderen - onder wie Mary Black - zijn gecoverd. Verder dacht ik tot mijn schande dat het een Ier was, maar het bleek een Schot, die ons trakteerde op een aanstekelijke mix van mooie verhalen en schitterende liedjes, zijn eigen merk whisky heeft (genoemd naar een van zijn bekendste nummers Caledonia) en zelfs in Leiden een behoorlijke schare trouwe volgelingen op de been bracht. Hij kreeg er twee abonnementhouders als fan bij.

 
 
 
 

Vrijdag 15 januari

Noodgedwongen rijd ik al twee dagen met de auto naar mijn werk, in dit geval het hoofdkantoor van ons krantenbedrijf in Alkmaar. Katwijk-Alkmaar is voor iemand van mijn statuur op zich wel te doen op de fiets, maar er komt dan zo weinig van werken. Ik heb ook geen hekel aan de auto, na weken van glibberen over slecht gestrooide fietspaden: radiootje aan, klimaatbeheersing op 20 graden, cruise control, bijna nooit files (zelfs niet in de ochtendspits) op de route A44, A5 en A9 en nu de ring rond Alkmaar helemaal is opgeknapt rijdt het ook daar lekker door. Het enige waar ik een hekel aan heb is 's morgens de ruiten krabben. Dit is op zich al een vrij oud filmpje, maar het blijft leuk:

 

 

 
 
 
 

Donderdag 14 januari

Met de geslepen schaatsen in de kofferbak van mijn auto reed ik gistermorgen richting Alkmaar - het laatste stuk van de A9 door dik besneeuwde weilanden met witte stuifduinen van enkele meters hoog. Op weg naar De Rijp, zou ik moeten zijn, voor de Eilandspoldertocht. Of naar de Waterland Westtocht. De Spierdijker Gouw Tocht. De Lutjebroeker Poldertocht. De Schermer Molentocht. Maar ik eindigde rond 9.30 uur in een computerruimte van het hoofdkantoor van HDCmedia om met twee nerds het nieuwe redactiesysteem zo in te richten dat ook digibeten op de werkvloer er mee uit de voeten kunnen. Dat is mijn rol: als eenvoudig praktijkmannetje de whizzkids zodanig beteugelen dat er ergens eind juni nog een krant uitkomt waarin meer staat dan louter enen en nullen. Rond 17 uur reed ik, langs diezelfde besneeuwde velden en bevroren sloten, de schaatsen nog steeds achterin, weer naar huis. Vandaag mag ik weer die kant op. Als ik tenminste de neiging kan weerstaan om ergens ter hoogte van het AZ-stadion, waar ik rechtsaf moet naar de Edisonweg, gewoon hard door te rijden naar de eerste bevroren sloot die ik tegenkom. Want van de ruim vijftig toertochten die er in Noord-Holland onder auspiciën van de KNSB kunnen worden georganiseerd, gaat er voorlopig geen eentje door. De temperatuur komt boven nul. Dit wordt de zoveelste vorstperiode die ik als een hunkering aan me voorbij heb laten gaan.

 
 
 
 

Woensdag 13 januari

De drie tot vier uur stroomuitval in onze Duin- en Bollenstreek, afgelopen zaterdagavond, lijken inmiddels één grote reclamespot geworden voor het noodpakket dat de overheid ons met weinig succes door de strot probeert te duwen. Burgemeesters, hulpverleners, ja zelfs medeburgers schromen niet om te benadrukken hoeveel beter het was verlopen wanneer wij de beschikking over dit pakket hadden gehad. En, ik geef het toe, ook ik ging gisteravond even naar www.noodpakket.nl om te kijken welke praktische, levensreddende artikelen ons terwille waren geweest. Als ik had gekozen voor het pakket de luxe - 69.95 euro - hadden wij bij calamiteiten een:

 

- Freeplay opwindbare zaklamp met radio, GSM-lader en solarpaneel. Let op! Elke 2 maanden gedurende gedurende 3-5 minuten opdraaien i.v.m. duurzaamheid

- De Oranje Kruis verbandtrommel

- Twee reddingsdekens 58 gram per stuk

- Desinfecterende handgel, 250 ml

- Gouda waxinelichtjes, brandtijd 50 uur

- Twee doosjes waterproof lucifers, 45 stuks

- RVS combitool zakmes

- Waarschuwingsfluitje

- Waterdichte tas met reflectieband, ophanghaakjes, schouderband en opbergvak voor medicijnen

- Rampeninstructiekaart

 

Zo'n zaklampje met radio is nog wel wat, maar je zal zien dat je hem op het moment suprême al jaren niet meer hebt opgewonden. Weg duurzaamheid. En verder? Waxinelichtjes, maar die hebben we altijd met zakken vol in huis. De rest is misschien handig als we ten prooi vallen aan een aardbeving en die kans lijkt me op deze breedtegraad vrij miniem. Licht hadden we dus zelf genoeg, maar om nu bij aanhoudende kou met z'n allen onder twee reddngsdekens te gaan zitten? Weet je wat handig was geweest?, zeg ik tegen mijn vrouw. Zo'n UPS-systeempje voor de computer. Op zo'n noodstroomvoorziening kun je bijvoorbeeld ook de ketel van de centrale verwarming een tijdje laten draaien. Ze keek mij wantrouwend aan. ,,Komt niks van in. Als hier de stroom uitvalt gaan we bij kaarslicht spelletjes doen, en ga jij niet zitten computeren.''

Het is maar zelden dat ik ben voorbereid op de ramp die vrouw heet.

 
 
 
 

Dinsdag 12 januari

Nou, nog eentje dan, om het af te leren. En omdat ik het zelf niet beter had kunnen verwoorden:

Maandenlang leefde ze met hem, ademde ze hem als het ware. Ze absorbeerde elk woord dat uit zijn pen kwam, liet haar geest doordrenkt raken van zijn gedachtegoed. Ze kende zijn vrienden en vijanden, voelde zich soms verbijsterd over zijn keuzes. Ze genoot van zijn complexiteit en ontdekte dat intelligentie geen garantie voor geluk is. Ze begreep dat de prijs die hij betaald had voor roem en onsterfelijkheid, hoog was geweest. Ze schreef zijn geboortedatum in de huisagenda die op tafel ligt en het voelde alsof ze hem werkelijk gekend had.
Maar bovenal hield zij van zijn taal, van zijn woorden, van zijn werk.

Mijn dochter maakte haar profielwerkstuk over Oscar Wilde. Ze kreeg hiervoor een 10. Ik denk dat er recht gesproken is.

 

Irene

 
 
 
 

 

Maandag 11 januari

 

Nee, het weblog dat zij voor een internetcursus als lesstof moet maken, is niet voor de openbaarheid bedoeld. Maar af en toe, als we toch hetzelfde onderwerp hebben, mag ik er wel eentje lenen van mijn vrouw. Bij deze, dus:

 

Als ik snel de deur open doe, zie ik een plaatje van een uiterst gezellig samenzijn. Een lang lint van meer dan 30 waxinelichtjes slingert door de kamer, de vloer ligt bezaaid met stripboeken en kranten, uit de speaker van een minuscuul klein Mp3-spelertje zingt Luka Bloom een Ierse song, broer en zus zitten samen bij een campinglampje te lezen. “Hé, zijn jullie daar?” Nog geen anderhalf uur zitten we aan tafel in een nogal leeg restaurant in Oud Ade voor het jaarlijkse etentje met mijn familie, als de telefoon van Dick voor het eerst gaat. Een collega van het Leidsch Dagblad. De Duin- en Bollenstreek zou getroffen zijn door een stroomstoring en hoe de situatie in Katwijk is? Geen idee, niks gehoord van de kids, dus het zal wel meevallen. Vele telefoonrinkels verder blijkt het niet mee te vallen. Met de thuisbasis is geen contact te maken: onze nazaten zitten al drie uur in het donker en in de kou. Reden genoeg om het afsluitende rondje koffie aan ons voorbij te laten gaan en voortijdig af te haken. Voorzichtig door het besneeuwde landschap en over gladde wegen terug. De autoradio spuugt verontrustende berichten uit. Bij Katwijk rijden we ineens een volledig donkere wereld in. De koning van de duisternis is hier heer en meester. Blauwe zwaailichten van een politiebus doorbreken de nacht en als we de wijk binnenkomen, schiet een als een kerstboom verlichte brandweerauto net voor ons langs. “Ik heb de temperatuurmeter van Edwin erbij gepakt en als het kouder dan 20 graden werd, zouden we de dekens van boven gehaald hebben. We hadden afgesproken samen beneden te blijven. Als jullie om 23.30 uur nog niet thuis waren geweest, was Steven met z’n dekbed op de bank gaan slapen. Ik zou gewoon wakker zijn gebleven om op te letten.” Ze hebben het goed gedaan, die twee. Als het licht vijf minuten later ineens weer aanfloept, de kachel snort, de tv op gang komt en de pc’s weer bliepen, blijft dat de conclusie die me het meest verheugt.

 

Irene

 

(P.S. De kwalificatie 'Apenland!' die ik snaaks terug kreeg van onze rentenierende vrienden in Spanje - ik mag dat roepen als de stroom het bij hen weer 30 keer op een dag laat afweten - mag ik graag weerleggen met het feit dat een enkele storing hier twee dagen lang de opening van het NOS Journaal is. En dan heb je het over drie uur geen licht en tv (een goed geïsoleerd huis blijft wel een paar uur lang warm). Dan is er geen sprake van een Apenland, slechts van een door en door verwende samenleving.)

 
 
 
 

 

Zaterdag 9 januari

 

Terwijl het KNMI het land in de greep van de angst probeert te krijgen, zijn wij - Hollanders - in de ban van het schaatsen. Een groepje echte mannen ging hedenmorgen - alle alarmen ten spijt - het IJsselmeer over - hoorde ik op de radio - gewapend met prikijzers en touwen, waarmee '99 procent' van de risico's werd weggenomen. Gewoon eentje voorop die, mocht hij ergens doorzakken, met speels gemak weer op het ijs wordt getrokken en voort gaat het weer. Met een andere kopman, want zo spreid je het gevaar. Mag ik graag naar luisteren, naar dit soort verhalen. Tijdens de vorstperiode van vorig jaar heb ik mijn snelle Vikings laten slijpen, maar stond ik niet één keer op de ijzers. Dat heeft wel als grote voordeel dat ik er nu helemaal klaar voor ben, als de eerste serieuze toertochten worden uitgeschreven. Want ik ben geen man van de krabbelbaantjes, meer van de grote slagen en de weidse vergezichten. Dat virus wil nog niet echt overspringen op mijn nazaten. Alleen onze zoon schaatst - noodgedwongen - één keer per jaar met school, als onderdeel van een sportles. Vorig jaar op een kunstijsbaan (met gehuurd materiaal), komende woensdag op natuurijs. Daartoe heb ik hem hedenmorgen uitgerust met lage noren die ik nota bene bij mijn rondje door supermarkt Digros tegenkwam. Terwijl in heel het land de schappen van speciaalzaken leeg raken en ze in Friesland de vraag niet meer aan kunnen, lagen ze hier nog in grote stapels op voorraad tussen de shampoo en de vaatwastabletten. Ongetwijfeld ergens uit een lage lonenland vandaan (Arrow is Chinees voor pijl), want anders lukt dat niet voor 25 euro. Heb gelijk maar twee paar gekocht: maatje 43 voor nu, en 45 voor volgend jaar. Wij Hollanders dienen te allen tijde voorbereid te zijn, houd ik mijn jongste nazaat voor.

 

Zo, met dat goede gevoel installeer ik me nu bij de kachel voor het EK allround in Hamar.

 
 
 
 

 

Vrijdag 8 januari

 

Heeft u nog een tip, vakantieman? Jazeker, voor iedereen die deze zomer een bootreis naar Ierland boekt bij de Stena Line. Daarvoor adviseert de maatschappij op de website te kiezen voor het Landbridge-arrangement (ja, na twee dagen deed de site het weer), waarin alle vier de overtochten (van en naar Engeland, plus een retourtje Ierland) zijn ondergebracht. Bespaar door één boeking te maken voor vier overtochten! Handig en voordelig! Maar wie de overtochten afzonderlijk boekt, en zich (met vier personen) op de heenweg naar Harwich laat trakteren op een diner, en op de terugweg naar Hoek van Holland op een uitgebreide lunch, is in totaal nog 18 euro goedkoper uit dan met het Landbridge-arrangement zónder maaltijden. Nou ja, het is eigenlijk niet eens mijn tip.Het meisje van de Stena Line dat onze internetboeking behandelde, kwam ermee op de proppen. Ik ga nu even mijn gebroken klomp repareren. 

 
 
 
 

 

Eeuwig jong

 

Donderdag 7 januari

 

De foto die wekelijks bij mijn krantencolumn prijkt - zie links, onder de knoppenbalk - is meer dan twaalf jaar oud. Dat is geen kwestie van ijdelheid, eerder van lamlendigheid, waarbij ik maar even in het midden laat van wie. De foto is ooit gemaakt door een freelance fotograaf, ergens in 1998, vrijstaand gemaakt (zoals dat heet) door een fotoredacteur, in een tekstvormpje geperst, opgeslagen in een shapelibrary (de vormenbibliotheek van het opmaaksysteem), kortom, er zat nogal wat werk aan vast en het is altijd een gedoetje om dat allemaal weer te veranderen. Het verzoek van de centrale redactie in Alkmaar om een nieuwe foto te laten maken voor mijn 'nieuwjaarscolumn' was dan ook een gevoelige. Zouden er lezers zijn die zich verbijsterd afvragen wie die oude vent is die hen opeens - onder mijn naam - tegemoet grijnst? Nee, moet het antwoord luiden. Helemaal niks gehoord. Kennelijk heeft niemand het verschil opgemerkt tussen 2010 en 1998 en moet de voorzichtige conclusie zijn dat ik eeuwig jong blijf. Forever Young. Een collega van de advertentieafdeling meende zelfs dat ik inmiddels meer haar heb, dan twaalf jaar geleden. Ik spreek hem niet tegen.

 
 
 
 

 

Woensdag 6 januari

 

Tegen collega's die hun vakantie doorbrengen in de jungle van Borneo, in een ondergelopen kolenmijn (ik verzin dit niet, het gebeurt) of een Zuid-Amerikaanse buikloopbestemming, mag ik graag zeggen: 'Als je er niet met de caravan kunt komen, hoeft het voor mij niet.' Toch gaan we dit jaar - voor ons doen - ontzettend avontuurlijk te werk. Voor onze reis naar Ierland boeken we alleen de overtochten Harwich-Hoek van Holland en Fishguard-Rosslare en daarna zien we wel. Als het ons ergens bevalt, blijven we een paar dagen staan. En anders trekken we door. Kamperen zoals kamperen bedoeld is. Niks bespreken, er is altijd wel een plekje te vinden, desnoods op een eenzame landtong, aan de rand van een duizelingwekkende klif. Zoveel Ieren zijn er niet (wij kennen alleen de zanger Luka Bloom en zijn broer, Christie Moore). En de Ieren die er zijn kunnen door de recessie toch niet op de vakantie. De laatste volle dag(en) in Ierland willen we doorbrengen in Dublin, waarna we via Dublin Port weer naar het Engelse vasteland (Holyhead) varen. Ook die overtocht leggen we al vast, via een zogenaamd Landbridgeformulier (een uitkering aanvragen is eenvoudiger) bij de Stena Line. Tenminste, dat was de bedoeling. Al een keer of vijf ben ik er aan begonnen, om dat tijdrovende klusje steeds halverwege af te breken wegens verschil van inzicht met familieleden over de vertrekdata. En nu we eindelijk alles op een rijtje hebben, krijg ik dit:

 

 

Ik vrees toch dat het niks voor ons is, zo'n avontuurlijke vakantie.

 
 
 
 

 

Dinsdag 5 januari

 

De journalistiek mag dan weleens de 'linkse kerk' worden genoemd, in bepaalde opzichten zijn we behoorlijk conservatief. Als we anderhalf uur met elkaar moeten vergaderen op het hoofdkantoor, gebruiken we daarvoor niet Skype of een ander eigentijds communicatiemiddel, maar stappen we twee uur in de auto om vanuit Leiden naar Alkmaar (en weer terug, uiteraard) te rijden. Dat er boven het Noordzeekanaal een flink pak sneeuw ligt, was mij inmiddels bekend. Maar nu verliet ik rond 14 uur de redactie ook in een vliegende sneeuwstorm, in de vaste hoop dat ik ergens bij Haarlem zou moeten overschakelen op mijn lage gearing - die ik tot nog toe maar één keer heb hoeven te gebruiken - om me door metershoge stuifduinen te ploegen. Waar heb je anders vierwielaandrijving voor? Maar helaas, ergens bij Haarlem ging de sneeuw over in regen en was ook de rijksweg A9 verder goed te berijden. Een overijverige beambte van de facilitaire dienst had bovendien een shovel ingehuurd om het parkeerterrein van HDCmedia aan de Edisonweg in Alkmaar schoon te vegen. Dus ja, als het zo moet, kunnen we voortaan inderdaad beter gaan Skypen. Hier is geen lol aan.

 

 
 
 
 

Maandag 4 januari

 

Zelf ben ik ook niet zo zoenerig, maar een aanzienlijk deel van de werkende bevolking gaat vandaag een zware dag tegemoet, zo blijkt uit dit bericht van de Telegraaf-site:

 

 

 

 

Zelf was ik nog het meest geïntrigeerd door de bovenste advertentie die Google automatisch aan dit bericht toevoegt. Zou de zoekmachine zich daarbij laten leiden door de tekst? Of door de foto?

 
 
 
 

 

Zaterdag 2 januari

 

Zelf hecht ik altijd aan de traditie van Drie Koningen (6 januari) maar zodra de jaarwisseling is geweest, komt bij mijn eega die onstuitbare drang naar boven: de kerstboom moet eruit! En hij stond er nog zo schitterend bij. Nog een paar dagen mogen we er in zijn puurste vorm van genieten in de achtertuin, daarna verdwijnt hij in de laadklep van de gemeentereiniging. Die kluit is er alleen voor ons gemak (dan past hij zo makkelijk in een rieten mand). Het is hard, maar alleen onze lege wijnflessen komen voor recycling in aanmerking.

 
 
 
 

 

Vrijdag 1 januari 2010

 

Eén rotje heb ik welgeteld afgestoken, alleen om nog een keer te ervaren hoe dat voelde. Maar als je kijkt ben je medeplichtig. Dus was er voor mij vanmorgen rond een uur of elf - toen onze hoofdvuurwerkafsteker vredig lag te ronken (ook voor hem was het bijna half vier) - wel het ouderenpakket: de straat schoonvegen. We waren de enigen van ons rijtje van zeven die Oud en Nieuw thuis met vrienden vierden, dus elke afgeknalde donderslag, rookpot, shock of vuurpijl in een omtrek van honderd meter was voor mij. Niettemin voelde het goed om 2010 rond het vriespunt - als een voorbeeld voor ons allen - te beginnen met het doen van mijn burgerplicht.

 

Iedereen de Beste Wensen voor dit jaar!

 
 
 
 

 

Donderdag 31 december

 

Er zijn maar weinig weken dat ik dit weblog gebruik waarvoor het ook bedoeld is: als kladblok voor mijn krantencolumns. Maar gistermiddag kwam het wel bijzonder van pas. Ik reed van de redactie naar de vuurwerkwinkel om het Jongerenpakket van mijn zoon op te halen (zie boven), toen ik in de auto werd gebeld door een bureauredacteur uit Alkmaar. Waar m'n column bleef voor de Gesprek van de Dag-pagina? Ik had juist de dag ervoor een stuk afgescheiden voor de Oud en Nieuw-bijlage die vandaag ook in de kranten ligt, en had me op geen enkel moment gerealiseerd dat ik met twee stukken op de proppen had moeten komen. Het was vier uur in de middag en de pagina moest eigenlijk wel om vijf uur worden afgemeld, voordat de avondploeg begon. Om 16.15 uur was ik thuis, logde in op het krantensysteem (duurt altijd wel zo'n tien minuten om alle beveiligingsprocedures te doorlopen), plakte twee vuurwerkweblogjes (die van gisteren en die van 9 december) creatief aan elkaar, schreef snel even een verbindend middenstuk en voilà, om 16.55 uur was mijn column op lengte. Excuses aan dat handjevol webloglezers van me waarvoor het gedeeltelijk een déjà vu moet zijn geweest, maar het belang van 200.000 krantenabonnees ging even voor.

 

De traditionele oliebollenbakfoto! Vandaag experimenteerde ik met rum. Krenten, stukjes appel en rozijnen een nacht lang in een mengsel van warm water en Bacardi. Verder dicht bij het originele recept gebleven om de oliebollensmaak ook vast te houden. Tevens nog een schaal appelflappen gebakken, altijd lekker om Nieuwjaarsdag mee door te komen.

 

 

 
 
 
 

 

Woensdag 30 december

 

Het zijn moeilijke tijden voor de aspirant-vuurwerkkoper. Elke ochtend als mijn eega de krant openslaat en wordt geconfronteerd met weer een afgerukte hand of een paar ogen waaruit het licht voor eeuwig is geweken, ontsteekt ze in woede over het Jongerenpakket dat mijn zoon en ik bij No Limit Fireworks hebben besteld. De eisen die aan hem - en dus impliciet ook aan mij - bij het afsteken worden gesteld, worden met het uur absurder. Het eindigt er waarschijnlijk mee dat we op oudejaarsavond helemaal niet meer naar buiten mogen en ons jongerenpakket enkele dagen na Nieuwjaar door de Explosieven Opruimingsdienst op een afgelegen weiland gecontroleerd tot ontploffing wordt gebracht. Gelukkig was daar Het Parool, dat gistermiddag wat tegengas gaf door het interviewen van een aantal deskundigen, zoals daar zijn:

Plastisch chirurg Irene Matthijssen: Per jaar komen hier gemiddeld vierhonderd gevallen van spoedeisend handletsel. Als er daarvan tien of twintig door vuurwerk komen, is het veel. Wat dat betreft zouden we veel meer gebaat zijn bij een verbod op klussen met cirkelzagen en dergelijke gevaarlijke apparatuur thuis.

Peter Vogel van B&B Feestartikelen: Als mensen nadenken bij het afsteken van goedgekeurd vuurwerk, is het risico miniem. Handen eraf en zo gebeurt allemaal met het illegale spul. Dát wordt steeds gevaarlijker.

Medisch manager Jos Vloemans van het Brandwondencentrum in Beverwijk: Het aantal opnames door vuurwerk is hier niet zo groot. Rond oud en nieuw zien we veel meer brandwonden ontstaan door frituurvet, bij het gourmetten en bij het vullen van fonduestelletjes.

 

Vanmiddag tussen 15 en 16 uur mag ik het Jongerenpakket ophalen.

 
 
 
 

 

Dinsdag 29 december

 

De laatste week van het jaar leent zich uitstekend voor een balansdag. Na de overvloed van de kerstdagen is het goed om de maag even wat rust te gunnen en wat opslagen vet te verteren. Dacht ik maar zo. Wat dat betreft kwam het weinig gelegen dat gistermorgen het nieuws bekend werd dat een Leidse oliebollenbakker op de allerlaatste plaats was geëindigd in de oliebollentest van het Algemeen Dagblad en hij ons, van zijn eigen Leidsch Dagblad, met een zak ballen van eigen makelij van het tegendeel wilde overtuigen. Mwah, het AD had wel een punt, maar de term 'braakballen' was gechargeerd. Hooguit wat aan de vette kant en smakeloos. Daarna kwam een tevreden relatie - jazeker, ze bestaan - nog eens een paar andere zakken met bollen brengen om ons te bedanken voor de fijne samenwerking in het afgelopen jaar. En nam collega Paul de Vlieger - nu de kantine dicht is in deze overgangsweek was het zijn beurt om broodjes te halen bij het lunchloket van de Digros - ook nog wat appelflappen mee. Fietste ik deze overvloed er dan nog een beetje vanaf, op weg van Katwijk naar Leiden? Nee, omdat het vanmorgen pijpenstelen regende en ik nog wat extra spullen mee naar de redactie moest slepen (onder meer een fles champagne en een glas, ten bate van fotoshoot voor mijn nieuwjaarscolumn) pakte ik luiheidshalve maar de auto. De oliebollen die nog over waren op de redactie, nam ik mee naar huis, voor de kinderen. Drie oliebollen, waren dat. Ik heb twee kinderen. Afijn, tot zover mijn eerste balansdag. Morgen weer moedig op weg naar mijn streefgewicht!

 
 
 
 

Maandag 28 december

 

De keren dat ik met het vliegtuig reis, mag ik graag het verhaal geloven dat stewardessen al bij de ingang passagiers selecteren die in geval van nood daadkrachtig kunnen optreden. Daar zijn ze op getraind. Met één oogopslag zien ze bijvoorbeeld dat ik legerervaring heb. En aangezien ik met mijn 1.95 meter doorgaans bij de nooduitgang zit, krijg ik bovendien speciale instructies om ieders veilige aftocht te garanderen. En onderweg ben ik altijd - en zekere niet alleen vanwege mijn vliegangst - extra alert op calamiteiten, al heb ik tot nog toe nooit in actie hoeven komen. Ik weet zeker dat ik aan boord niet de enige ben. Er zijn er meer zoals ik. In iedere man schuilt een Jasper. We moeten alleen nog de kans krijgen om hem naar buiten te laten.

 

 
 
 
 

 

Zondag 27 december

 

Hoogstens één keer per jaar komt bij ons de steengrill op tafel, bij voorkeur op Tweede Kerstdag. Leuk voor de kinderen. Tien jaar geleden schreef ik er de volgende column over:

 

 

Leuk voor de kinderen

 

Philips zorgt er een week voor de kerstdagen voor dat de luxe steengrill 'Luna' met een aantrekkelijke korting in de schappen ligt. ('Met deze luxe steengrill met gourmet-raclette-set (HD 4421) kunt u op een snelle, gezonde en voedzame manier vlees, vis en groenten grillen. Het Magic Light garandeert een sfeervolle avond!')

 

De procedures die een Russische president moet doorlopen om het complete kernwapenarsenaal te lanceren zijn aanmerkelijk korter dan de lijst met voorschriften die ten grondslag ligt aan een avondje succesvol steengrillen. Maar het zorgvuldig doornemen van gebruiksaanwijzingen is in onze familie geen traditie. Als we, thuisgekomen na een behoorlijk uitgelopen High Tea bij de schoonfamilie, de 'Luna' uit de verpakking halen en constateren dat er een snoer en een enkele aan/uit-schakelaar aan zit, lijkt er geen vuiltje aan de lucht.

 

Van enig onbehagen is pas sprake als na enkele minuten een stevige rookontwikkeling de huiskamer-in-kerstsfeer verandert in een Italiaans voetbalstadion voorafgaande aan een beladen derby. ('Wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, kan er wat geur en rook vrijkomen.')

 

Als na een kwartier de damp alleen maar zwarter wordt, ga ik toch maar even op onderzoek uit. Er zit nog een sticker op het verwarmingselement, laat ik mijn echtgenote weten als ze net de tweede 1 van 1-1-2 heeft ingetoetst. De kinderen die met hun favoriete knuffels buiten in de regen staan, mogen weer binnenkomen.

 

Na een half uur is de steen zodanig opgewarmd dat het deel van de vaderlandse veestapel dat in afgepaste reepjes op bereiding ligt te wachten, op de gloeiende plaat kan worden uitgestald. Maar wat erop ligt, moet er ook weer af. En dan blijkt dat kipfilet de onvermoede eigenschap heeft om zich spontaan vacuüm te trekken op de ondergrond. ('Om vastplakken te voorkomen, laat u het vlees of de vis even goed dichtschroeien voordat u het omkeert.')

 

Restanten van de eerste baksels verkolen het daarop volgende half uur tot de kankerverwekkende koolstof waarmee in het Oostblok de schoorsteenwanden van elektriciteitscentrales zijn bekleed. ('Om de kans op aanbakken te verkleinen kunt u de steen voor het gebruik met een beetje zout bestrooien. Maak tijdens het gebruik de grillsteen van tijd tot tijd schoon met een houten spatel').

 

De fijne vetregen blijft bij het grillen van stukjes kogelbiefstuk en varkenshaas beperkt tot een halve meter rondom het apparaat. Dat kersttafelkleed was toch voor eenmalig gebruik en behangen en witten staan voor over anderhalf jaar op het programma. Pas bij de minihamburgers en de partyworstjes lijkt het alsof er een fakkel in een doos met illegaal Belgisch vuurwerk wordt gegooid. ('Grill geen al te vette vleessoorten. Het vet zou verbranden en over de rand van de steen kunnen lopen. Pas op voor vetspatten bij het grillen van vet vlees en worstjes. Prik vooraf een paar gaatjes in de worstjes.')

 

Dat een lasbril geen overbodige luxe is, blijkt als een vetspetter mijn oogbol raakt, ik in een reflex mijn lichaam naar achteren werp en er pijnlijk aan herinnerd word dat ik met mijn stoel vlak voor de post van de keukendeur zit. Als ik onderuit glijd, probeer ik me vast te pakken aan het eerste het beste voorwerp dat binnen handbereik is ('Laat de steen voldoende afkoelen - tot handwarm - voordat u deze gaat afwassen'.)

 

Met een gezwollen oog, een bult op het achterhoofd en blaren op acht van de tien vingers ben ik de rest van de week een wandelende reclame voor de noodlijdende afdeling consumentenelektronica van Philips.

 

Zo leuk voor de kinderen.

 
 
 
 

 

Zaterdag 26 december

 

Eerst nog maar eens wat geruststellende woorden vooraf: je wordt niet zozeer dik van wat je tussen kerst en oud en nieuw allemaal naar binnen stopt, maar van de periode tussen oud en nieuw en kerst. Indachtig dat motto hebben wij Eerste Kerstdag beleefd, waarbij ik zonder enige schroom durf te zeggen dat ik de hele dag geen hand heb uitgestoken in de keuken - waar door mijn zus, zwager, echtgenote en nicht goed werk werd verricht - maar de hele dag wel exquise Italiaanse wijnen heb opengetrokken. Dat is ook een kwaliteit. Andere wetmatigheden voor Eerste Kerstdag: belegen familiefilmpjes kijken (van toen de kinderen nog klein waren en mijn vader nog leefde), een mannen-tegen-de-vrouwen-kennisquiz (de uitslag laat zich raden) en, na het eten, sjoelen, waarbij ik het met mijn verfijnde techniek moest afleggen tegen het botte geweld van de rammers. Vandaag is voor ons een tussendag: met de schoonfamilie vieren we morgen Derde Kerstdag. Vanavond volgt het onvermijdelijke steengrillen in eigen kring, waaraan eerst een aantal uren van soberheid vooraf dienen te gaan voordat ik er zelfs maar aan durf te denken.

 

Tot die tijd maak ik mijn belofte aan Cokky waar en loop de achterstand met de publicatie van internetcolumns in. Vanaf mijn plek aan de eettafel (waar mijn pc staat) heb ik zicht op mijn echtgenote die met haar laptop op schoot - namens de bieb, uiteraard - zit te twitteren. Over haar het volgende in:

 

Digibeet

 

 
 
 
 

 

Vrijdag 25 december

 

Zijn wij weer de enigen die het weeralarm negeren?, mopperde onze zoon, die eigenlijk niet zo'n zin meer had om er 's avonds om half tien nog uit te gaan voor een kerstnachtdienst in Leiden. Maar opgroeien in gezinsverband brengt ook zo zijn verplichtingen met zich mee. En een jaarlijks bezoek aan de Pieterskerk hoort daarbij. Kerst hoor je te vieren in een monumentale entourage, met een orkest, een sopraan en een predikant (Ad Alblas) die niet elk jaar de geijkte paden bewandelt. Dat ze achterin de kerk wel heel eigentijds glühwein verkopen, neem ik dan maar maar op de koop toe. De ANWB had ons volk gewaarschuwd niet meer de weg op te gaan en het was inderdaad uitgestorven op de route van Katwijk naar Leiden. Maar er was (figuurlijk dan), geen vuiltje aan de lucht, ook niet op de terugweg toen de regen met bakken uit de lucht kwam en van onze White Christmas een plakkerige, bruine pulp maakte. Maar we moeten er weer op uit. Bij mijn zus in Rijnsburg wacht een dag vol familie, spijs en drank. Fijne kerstdagen!

 
 
 
 

 

 

Donderdag 24 december

 

Natuurlijk, de allernieuwste Andrea Bocelli (My Christmas), Bob Dylan (Christmas in the Heart), Sting (If On a Winter's Night) en Neil Diamond (A Cherry, Cherry Christmas) heb ik ook. Maar de afgelopen dagen is het voor mij een sport geworden om echt obscure kerstliedjes bij elkaar te zoeken van artiesten waarmee je ook in het alternatieve circuit kunt aankomen. Ik noem een Sufjan Stevens, Eels, Rufus Wainwright, Bright Eyes, Calexico, Belle & Sebastian of Grandaddy. En zo kan ik nog wel even doorgaan, want met enkele luttele muisklikken heb ik inmiddels meer dan 15 uur verantwoorde kerstmuziek binnengeslurpt, voornamelijk van verzamelcd's waarvan ik hierboven een paar hoesjes heb afgebeeld. Hele series zijn er (Maybe This Christmas 1 t/m 7, bijvoorbeeld), dus ik zoek nog even door, totdat het iedereen hier in huis de neus uit komt. Want ik moet alles ook beluisteren om de gezonde bokken van de drachtige geiten te scheiden. Mijn dochter kon er gisteren niet meer tegen en verdween gillend naar haar kamer.

 

 
 
 
 

Woensdag 23 december

 

De geschiedenis van de gele regenhoes begon anderhalve week geleden toen ik - laat ik het maar toegeven - enigszins beneveld naar huis reed na het afscheid van een collega. Een dag later ontdekte ik het: weg regenhoes! Al was het een beduimeld, smoezelig ding met zwarte smeerstrepen erop, als bescherming voor een rugzak die boven een band zonder spatbord hangt had de hoes voor mij toch grote praktische waarde. Op naar de fietsenmaker, derhalve, voor een nieuwe hoes, alwaar ik te horen kreeg dat mijn model rugzak niet meer wordt gemaakt. Maar, beloofde het meisje, ze wilde wel even naar Agu bellen om te kijken of er niet ergens, achterin het magazijn, nog een bijbehorende regenhoes lag te verstoffen. Ik zou worden gebeld als het zo was. De vrijdag ging voorbij, net als de zaterdag, zonder telefoontje. Dus op maandag nam ik in gedachten afscheid van Agu en worstelde me met gevaar voor eigen leven door een besneeuwde Leidse binnenstad naar Bever Sport, waar de regenhoesjes voor rugzakken niet aan te slepen zijn. Tevreden met mijn nieuwe aanwinst (8,95 euro) reed ik naar Katwijk, om na honderd meter te worden verrast door een telefoontje van mijn fietsenmaakster. 'Je hoesje is er!', sprak zij blij. Afijn, een reservehoesje is nooit weg, dacht ik nog, totdat mijn echtgenote mij bij thuiskomst vroeg wat ik dan met dat vieze, gele regenhoesje dat nu al dagenlang in een hoek in de kast lag, ging doen. 'Is die soms kapot, of zo?' Uh nee, die was kwijt, mompelde ik. Maar dat is een lang verhaal.

 

Waarmee andermaal blijkt: drank maakt meer kapot dan je lief is.

 
 
 
 

Dinsdag 22 december

 

Mijn collega's van de stadsredactie mag ik graag voorhouden dat Leiden een Derde Wereldstad is. Zodra er een sneeuwvlokje in het radarwerk komt, ligt alles stil. Als enige gemeente in de wijde omtrek besloot het stadsbestuur dat er gisteren geen vuilnis kon worden omgehaald omdat al het personeel nodig was bij de gladheidbestrijding. En paradoxaal genoeg was Leiden ook de gemeente waar niemand een poot naar die gladheidbestrijding uitstak. Voor ons fietsers was er in de beste gevallen een strookje van zo'n tien centimeter min of meer sneeuwvrij (foto 1), waar je tussen vastgevroren sneeuwranden balancerend overeind moest zien te blijven. Ook op stukken met tweerichtingsverkeer. 'Eigen schuld', tekende een collega op uit de mond van een woordvoerder van het stadhuis. 'Omdat al die fietsers op de rijbaan gaan rijden, wordt de pekel niet goed over het fietspad uitgesmeerd.' Tevreden met dit antwoord hing de wakkere verslaggever op, zonder de vinger te leggen op dit typische kip en ei-verhaal. Als je alleen een beetje strooit, rijd je dat zout met een bandje van 5 centimeter breed nooit over het hele pad uit. Dus wat doe je dan? Je gaat op straat rijden. Een meter over de gemeentegrens, in Oegstgeest (foto 2), laten ze zien hoe het wel moet. Met een borstel of schuiver is daar ook voor de fietser een brede strook sneeuw- en ijsvrij gemaakt, hetzelfde geldt voor de gemeente Katwijk (foto 3). En het vuilnis? Werd daar ook gewoon opgehaald, geen enkel probleem.

 

Ik zei het al: Leiden is een Derde Wereldstad. En de pers is er een tandeloze tijger.

 

 

Gladheidbestrijding op z'n Leids.

 
 
 
 

 

Maandag 21 december

 

Elk jaar neemt mijn echtgenote zich voor om geen kerstkaarten meer te versturen. 'Er moet een eind komen aan dat zinloze ritueel!', roept ze dan, ergens in november, begeesterd. Om tijdens de vloed aan beste wensen die zich in de weken daarna over onze deurmat uitspreidt, slappe knieën te tonen en zich zuchtend en steunend weer aan het jaarlijkse corvee te zetten. Het mooiste is natuurlijk een zelfgemaakte kerstkaart, maar daar hadden we dit jaar al helemaal geen aandacht aan besteed. Wat dat betreft kwam het originele winterweer van de afgelopen dagen als een godsgeschenk. 'Maak even wat sfeerbeelden!', riep ze me gisterochtend vanuit de echtelijke sponde na, toen ik met vier fietsmaten in een vliegende sneeuwstorm naar de duinen reed. Maar hoezeer ik ook mijn best deed (zie ook het Wielerlog) al mijn smaakvolle, tijdloze ontwerpen zijn naar de prullenmand verwezen.

 
 
 
 

 

Zaterdag 19 december

 

Geen basketbal, niet fietsen en ook de deadline voor mijn column voor The Rebound (het clubblad van Grasshoppers) is opeens met een paar weken uitgesteld. Met mijn zojuist verkregen vrije zaterdag richt ik me op het bijwerken van mijn muziekcollectie. Ik heb weleens heimwee naar de tijd dat ik met twee tientjes naar de platenzaak ging om daar na lang wikken en wegen zo'n grote zwarte schijf in een mooie hoes uit te kiezen die dan urenlang niet van mijn draaitafel week. Het tekstboek hield ik net zo lang op schoot totdat ik alle 'lyrics' van buiten kende. Nu stopte mijn vriend Mart mij deze week een usb-stick toe met 110 (!) recent verschenen albums die ik - na vluchtige beluistering, want ze zijn door hem al op kwaliteit geselecteerd en wij kennen onze pappenheimers - in mijn Itunes importeer. Juiste hoesjes erbij zoeken, administratie bijwerken, bestanden converteren naar AAC-formaat, ja de romantiek is er wel vanaf. De rest van de middag ga ik kranten lezen en (veel) nieuwe muziekjes luisteren, mij onderwijl afvragend of er nu sprake is van een verrijking of een verarming.

 
 
 
 

 

Vrijdag 18 december

 

Dirk Cornelis van der Plas, heet ik voluit. Dus toen een voormalige hoofdredacteur mij in 1998 vroeg een schuilnaam aan te nemen voor een nevenbetrekking als restaurantcriticus, was de keuze gauw gemaakt: Dirk Cornelissen. Met een collega - we schreven om de week onze rubriek voor de Uit-bijlage van het Leidsch Dagblad, later de Vrij - bezocht ik de afgelopen twaalf jaar ruim 300 eetgelegenheden, vooral in de Duin- en Bollenstreek, om er een lovend of vilein stukje over te tikken. Mooi baantje? Jazeker. Maar heel vaak moest ik ook een 'geen vleesch noch visch'-verhaaltje maken omdat de meeste tenten toch behoorlijk gemiddeld zijn. En dan is het gewoon werk. Of zat ik nachtenlang op het toilet omdat ik óf te uitbundig, óf iets verkeerds had genuttigd. En wat te denken van mijn gezin, dat ergens halverwege die periode van twaalf jaar uitriep: 'Nee hè, moeten we nu alweer uit eten?' Waarna mijn goede vriend Mart vaak het offer bracht om mij te vergezellen. Ja, dat zijn de schaduwzijden van de culinaire journalistiek waar je maar zelden over leest. Al die jaren kon ik anoniem mijn werk doen omdat slechts in kleine kring bekend was wie er achter Dirk Cornelissen schuilging. Waarom ik dat nu toch in de openbaarheid gooi? Omdat ik gisteravond mijn laatste restaurant bezocht. Ambtshalve dan, want ik blijf veel en graag uit eten gaan, maar dan alleen nog naar zaken van mijn eigen keuze. Na twaalf jaar heb ik van het beroepsmatig eten mijn buik een beetje vol. De 'merknaam' Dirk Cornelissen blijft overigens voor eetrecensies in het Leidsch Dagblad gehandhaafd. Wie er achter schuilgaat? Ja, dat blijft weer - misschien wel voor twaalf jaar - een goed bewaard geheim.

 
 
 
 

Donderdag 17 december

 

Het is de tijd van de schoolgala's. Het moment waarop adolescenten zich voor het eerst in avondjurk of smoking hullen, om zich - bij voorkeur in gehuurde limousines - naar het feest te laten vervoeren. Dergelijke poespas is aan onze dochter al helemaal niet besteed, terwijl onze zoon - met zijn 13 jaar en pas een half jaar brugger-af - zich nog ergens tussen servet en tafellaken beweegt. Met een pak vreest hij in zijn territorium als een buitenbeentje te worden beschouwd - het meest gruwelijke wat je als tiener kan overkomen - maar heel voorzichtig waagde hij zich wel aan een giletje. Lekker losjes, met het overhemd er ruimhartig onderuit (waarin ik de hand van mijn eega herken). En daar moest - besloot hij ter elfder ure - ook een stropdas bij. Kleine paniek in Huize Van der Plas. Een stropdas? Waar halen we die zo snel vandaan? Afijn, toen er ergens een overjarig begrafenisexemplaar was opgedoken, diende zich een volgend probleem aan: hoe die te strikken? Mijn eerste pogingen leverden een veel te lang exemplaar op (die onder het giletje uit piepte) en een derde variant werd weliswaar kort genoeg, maar ook veel te dik, in mijn ogen. Maar helaas kreeg ik niet de kans om een vierde, volmaakte strop af te leveren. Onze zoon vond het wel mooi, zo. Lekker losjes.

 
 
 
 

Woensdag 16 december

 

Zelf ben ik nogal gelijkmoedig (mijn vrouw meent: onverschillig) onder de voortdurende stroom goederen die onze zoon van, naar en op school kwijt raakt. Zo is de handschoenentijd net twee dagen geleden ingegaan en is hij inmiddels aan zijn eerste incomplete paar toe. Het ene moment zaten ze alle twee nog onder zijn snelbinders (waarom daar?, waarom niet gewoon aan zijn handen?) en bij thuiskomst was er nog maar eentje. Hoe is dat nou toch mogelijk? Met een reservepaar toog hij vervolgens naar de sportdag (op meerdere locaties) van zijn school, waar hij zonder vest weer vandaan kwam. Het zou kunnen liggen in: a. Sporthal Cleijn Duin, b: Sportschool Multisport, c: In de gymzaal van de school, of d: Op een andere, minder voor de hand liggende plek. Mijn eega stuurde hem, voorafgaand aan zijn avondtraining van basketbal, nog op strafexpeditie terug om op de verste locatie te gaan zoeken (Multisport). Zelf ging ze naar Cleijn Duin. Beiden kwamen zonder vest terug. Mijn pleidooi voor 'berusting' werd alleen door mijn zoon goed opgepikt.

 
 
 
 

Dinsdag 15 december

 

Zelf heb ik bezitters van een Apple-computer altijd een sektarisch gezelschap gevonden. Die ongelooflijke toewijding aan het apparaat en dat zich afzetten tegen ons, Windows-gebruikers, dat kwam me altijd hoogst overdreven voor. Alleen de Ipod, dat vond ik wel een handig dingetje, van Apple. Net als Itunes, om mijn muziekcollectie mee te beheren. En weer later de Iphone: de telefoon, of eigenlijk mijn handheldcomputer die geen moment van mijn zijde wijkt. 'Je derde kind', mag mijn zoon deze gadget graag noemen, waarover ik uiteraard geen kwaad woord wil horen. En wat las ik gisteren op de site van De Telegraaf?

 

 

Het is waar. Geen woord van gelogen. Het is een geweldig apparaat. Inmiddels ben ik zover dat mijn eerstvolgende pc ook een Apple wordt: een Imac. Het is bovendien een hele geruststelling dat ik er niks aan kan doen. Ik ben een weerloos slachtoffer.

 
 
 
 

 

Maandag 14 december

 

Voor veel zaken in ons gezin geldt dat ze soepeler verlopen als ik me er niet mee bemoei. Dat geldt bijvoorbeeld voor het optuigen van de kerstboom. De vrede op aard' komt niet in het geding als mijn inbreng beperkt blijft tot de aanschaf en het (op zaterdagavond) in de rieten mand plaatsen van de boom. (Even dreigde het hier nog mis te lopen omdat mijn eega vond dat er 'iets' onder de boom moest, om te voorkomen dat er water op haar vloer lekte, maar dat kon worden bezworen door er een ijzeren dienblad onder te schuiven.) Vervolgens dien ik zondagmorgen het huis rond 9.20 uur te verlaten, om er pas weer in terug te keren als de boom volledig is opgetuigd. Ook voor mijn reactie geldt een strikt protocol: ik moet zeggen dat hij (wederom) prachtig is geworden. Het vergt enige aanpassing, maar je moet er wat voor over hebben. Obama heeft voor minder de Nobelprijs van de Vrede gekregen.

 
 
 
 

 

Zaterdag 12 december

 

Winterkampioen konden we worden, in de thuiswedstrijd tegen DAS, maar dan had er een iets andere stand op het bord moeten staan. De angstgegner waar we eerder al in Delft van hadden verloren, was ook nu in Katwijk net iets te sterk voor Grasshoppers J42 (jongens onder veertien-2). Wat meer lengte in het team, wat trefzekerder onder het bord. Dat waren eigenlijk de minieme verschillen in een wedstrijd die zeker in de vierde periode ook zomaar had kunnen kantelen. Tot op drie punten kwamen onze mannen nog, vooral op strijdlust, maar op cruciale momenten viel het balletje net verkeerd. Niettemin een bevredigende afsluiting van een eerste seizoenshelft, waarbij de grote winst was dat we met een team dat vrijwel geheel vernieuwd aan de competitie begon, toch een heel eind zijn gekomen. Vandaar dat we na afloop recht hadden op een officiële vice-winterkampioensfoto:

 

 
 
 
 

 

Vrijdag 11 december

 

Wijn is cultuur. Zoveel weten ze er bij de Bibliotheek Katwijk - waar mijn eega haar brood verdient - ook nog wel van. Vandaar dat mijn vriend Mart en ik ons woensdagavond tussen de boekenkasten een Italiaanse Proeverij lieten welgevallen, met de nadruk op acht uitgelezen wijnsoorten. Daarbij werden verfijnde en vooral bijpassende kazen, worsten, goede olijfolie en brood geserveerd, want - zoals wij leerden van sommelier Victor Russo - bij een goede maaltijd ga je altijd eerst uit van de wijn en pas daarna kies je wat daar het beste bij past. Wijn is beleving. Daarom weet ik niet of mijn keuze voor de twee beste wijnen van de avond voortkwam uit wat mijn smaakpapillen mij doorgaven. Zowel op de racefiets als met de auto reed ik afgelopen zomer een paar rondjes door de Val di Cembra, een beroemd wijngebied bij Trento. Glooiende hellingen, mooie dorpjes, ik bleef er fotograferen. Vooral veel druiven voor de 'Grappa' werden hier verbouwd, viel me op, maar uitgerekend op deze proeverij maakte ik kennis met een witte Sauvignon Trentino, zo geurig, fris en fruitig als ik maar zelden heb geproefd. En van de rode wijnen vond ik de Ronchedone - van Ca dei Frati rond het Gardameer, ook min of meer op een steenworp van onze camping - met afstand de beste. Wijn is handel. Na afloop van een Proeverij (voor een billijke negen euro) voel ik altijd de morele druk ook een aantal doosjes in te slaan. Vooral bij de Ronchedone (een kleine 17 euro per fles, een koopje voor zo'n topwijn, werd me verzekerd) hakte dat er behoorlijk in. Maar vooruit, beleving mag wat kosten.

 

 
 
 
 

Donderdag 10 december

 

Na de Italiaanse wijnproeverij van gisteravond (waarover later meer) maak ik me er vandaag maar met een Jantje van Leiden af. Deze column tikte ik voor de laatste Rebound, het blad van de basketbalvereniging Grasshoppers. Nou ja, column, het is eigenlijk meer een noodkreet.

 

Selectiecommissie

 

Ik heb ze wel zien zitten, hoor, bij mijn laatste bardienst van het vorige seizoen. Drie mannen met ernstige gezichten, lijsten voor zich op tafel in de kantine. De selectiecommissie. Of hoe dat gezelschap ook mag heten. De types die de teams voor het nieuwe seizoen samenstellen, die bedoel ik. Bekwame mensen, daar niet van. Maar ze zien bij hun keuzes een belangrijke punt over het hoofd: de ouders. Wij moeten maar afwachten, bij wie we straks weer in het team zitten.

 

Nee, ik ben niet zo type dat voor zijn zoon specifieke wensen heeft. Ik vertrouw op de deskundigheid van de selectiecommissie. Als hij bij mij komt klagen dat de helft van zijn vriendjes in ’1’ zit, en hij in ’2’, benadruk ik het hogere doel dat de kenners ongetwijfeld met deze zet hebben gehad. Dat ze hem misschien wel willen prikkelen tot een grotere prestatie. Of dat zijn inbreng van zo ongelooflijk groot belang is voor ’2’, dat hij dit maar een seizoen moet beschouwen als een investering in de club, in zijn team, in zijn medespelers.

 

Ja, ik ben niet in mijn eerste leugentje gestikt.

 

Maar ondertussen hoort God mij brommen. De helft van zijn vriendjes naar ’1’ en hij in ’2’?! Beseft zo’n selectiecommissie wel wat ze mij aandoet? Waarom zit ik niet meer bij de ouders van Roy op de tribune? Of bij die van Pieter?  En Joost? Waarom moet ik weer maanden wennen aan vreemde gezichten? Aan types die ik wekenlang tot het kamp van de tegenstander reken, voordat ze me besmuikt opbiechten dat ook  hun zoon ergens in het team van mijn jongste nazaat rondloopt.

 

Zo’n selectiecommissie is met een simpele pennenstreek in staat om basketbalrelaties van jaren ongedaan te maken. Wie ontvielen mij allemaal al niet, in de afgelopen periode?

      - De moeder van Maurits. (Af en toe zie ik haar nog in de kantine achter de bar staan, maar dat is toch anders dan de band die je als basketbalouders had.)

      - De vader van Maurice. (Dankzij Arie leerde ik – in dode spelmomenten - alles van het schildersvak.)

      - De moeder van Luuk. (Kom ik ’s morgens vaak tegen op de fiets naar de juwelier waar ze werkt, maar ja, ook dat is geen tribunerelatie.)

 

En dan heb ik het alleen nog maar over de vele ouders die ik via het team van mijn zoon uit het oog ben verloren. Daarvoor speelde mijn dochter een jaar of acht bij Grasshoppers. ’s Nachts schiet ik nog wel eens recht overeind in bed als ik wakker word van zoete dromen van moeders met thermoskannen koffie en zelfgebakken cake bij uitwedstrijden, rolletjes pepermunt die de hele tribune over gingen, schalen met kaas en worst tijdens kampioensfinales.

 

Allemaal weg, voorbij, vervlogen , dankzij een selectiecommissie die geen oog heeft voor de belangen van ouders.

 

Intussen is alleen John nog – de vader van Marvin – al jaren bij me.

 

Alstublieft, selectiecommissie, neem hem niet van me af!!!

 
 
 
 

 

Woensdag 9 december

 

Het heeft dertien jaar geduurd maar eindelijk heb ik een zoon die vuurwerk wil kopen. De afgelopen jaren liep hij al wat omzichtig mee met het knalwerk van zijn neven, maar de aandrang om zelf kanonslagen, aftershocks, grondbloemen en flying bees aan te schaffen, was er niet. Tot er gisteren - het leek afgesproken werk - opeens acht folders vol vuurwerk tegelijkertijd op onze deurmat vielen. Het lijkt wel of elk tuincentrum en tankstation zich de komende weken volledig richt op het streven om de lucht op Oudejaarsavond vol met kruitdampen te blazen. Een glorieuze afsluiting van de Klimaattop. Als twee ontbrandende sterretjes, zo glinsterden zijn ogen, en de rest van de avond bestudeerde hij minutieus de pakketaanbiedingen, zich niks aantrekkend van het belerende commentaar en de prijslimieten die zijn moeder vanachter haar laptop naar hem riep. Vuurwerk kopen is een mannending. Daar komen mijn zoon en ik wel uit.  

 
 
 
 

 

Dinsdag 8 december

 

Normaal kan ik geen duif van een koekoek onderscheiden, maar sinds kort ben ik helemaal into vogelgeluiden. Dat komt door het Iphone-programmaatje (een app heet dat) Tjilp. Een complete vogelgids voor 2,39 euro op je telefoon. Via de gps van de Iphone weet Tjilp waar je bent en geeft een overzicht van de vogels (en hun geluiden) die je in de omgeving kunt tegenkomen. Er zit ook een quiz bij waarmee je jezelf of een ander kunt testen op zijn vogelgeluidenkennis. Hoe kom ik hier op? Op de site van Vroege Vogels - er werd gisteravond ook in De Wereld Draait Door aandacht aan besteed - kan momenteel (analoog aan de Top2000) de Vogelgeluiden Top100 worden samengesteld. Op een overzichtelijke site staan alle beestjes netjes op alfabet, zijn hun zangkunsten te beluisteren en kun je stemmen door eenvoudigweg een vinkje te zetten (niet noodzakelijkerwijs bij de vink). De einduitslag is gemakkelijk te voorspellen. Het zal wel weer een zanglijster worden die 'Bohemian Rhapsody' fluit.

 

 
 
 
 

 

Maandag 7 december

 

Nadat ik een paar jaar geleden bijna moest worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum met een kerstboomneurose, heb ik erg veel profijt van de volgende methode: schaf de kerstboom aan nog vóór de viering van sinterklaas. Dit keer is me dat op de valreep opnieuw gelukt. Op zaterdagmiddag rond 13 uur scoorde ik bij tuincentrum De Mooij in Rijnsburg - het adres waar ik al drie jaar meteen slaag - de eerste de beste boom in pot die buiten op me stond te wachten. Voorlopig staat hij nog ingepakt in de schuur, maar zelfs dat geeft - in de aanloop naar Kerstmis - al heel veel geestelijke rust.

 

 

P.S. Nog te goed: de uitslag van het basketbalteam van mijn zoon (Grasshoppers) in de uitwedstrijd tegen Dunkinn (Roelofarendsveen). Ik was er (wederom) niet bij, maar mijn jongste nazaat wist te vertellen dat ze met 24-78 (of daaromtrent) hebben gewonnen. Komende zaterdag de kampioenswedstrijd tegen DAS (Delft), de enige tegenstander waarvan ze tot nog toe hebben verloren.

 
 
 
 

Zondag 6 december

 

De dag na sinterklaas is er één van bezinning en overpeinzing. In een moralistisch vers zette de goedheiligman mij neer als iemand die vooral oog heeft voor wielerpakjes:

De ijdelheid speelt hier een rol
en zeker niet een kleine
Wiens setje oogt het allerbest
het is opnieuw de mijne

En dat terwijl ik in het dagelijks leven met geen stok naar een kledingzaak ben te krijgen, aldus een scherp observerende sint:

Dat beeld verandert hopeloos
in zijn normale leven
Wat hij dan aantrekt is hem echt
volledig om het even.

Zijn vrouw, die soms nog moeite doet
iets nieuws voor hem te kopen
Ontvangt een veeg vanuit de pan
en laat het nu ook lopen.

Waarna het hekeldicht wat specifieker wordt als het gaat om mijn schoeisel binnenshuis, twee afgetrapte slippers waar mijn grote tenen vrolijk door naar buiten steken.

Dick loopt op sloffen uit de ark
het kan hem echt niet boeien
Vraagt zich dan vol verbazing af
waarom zijn tenen gloeien.

Een onaantrekkelijk geheel
moet Sint hier concluderen
Geen wonder dat zijn lieve vrouw
zich van hem af gaat keren.

Afijn, zo gaat het nog een tijdje door, waarna de onvermijdelijke moraal komt:

Het roer moet om na dit cadeau
laat dat heel duid’lijk wezen
Verander in een leuke vent
die meer kan dan slechts racen.

De kunst die Dick nog leren moet
is van het beter spreiden.
Want wie zijn kaarten goed verdeelt
weet ieder te verblijden.

Of ik mijn wielerkalender voor 2010 al had doorgenomen met mijn eega, wilde fietsmaat Rob1 tijdens ons tochtje vanmorgen van mij weten. 'Alles op z'n tijd', bromde ik, 'alles op z'n tijd.'

 
 
 
 

 

Vrijdag 4 december

 

Na twee tobberige logjes over mijn moeizame worsteling met Windows 7, nu eindelijk goed nieuws. Dit is het eerste bericht dat volledig met het nieuwste besturingssysteem van Microsoft tot stand is gekomen. Bovenstaand: een screenshot van mijn bureaublad. Er moest een oud-klasgenoot (bedankt Nico!) en zijn whizzkid aan te pas komen, waarna een onverschrokken koerier (eveneens dank daarvoor, Rob1!) de software bij mij afleverde. Verder kan ik er om redenen van staatsveiligheid weinig over kwijt. Maar het voelde als een soort van thuiskomen, zo soepel nestelde de Ultimate (!) versie van Windows 7 zich op mijn pc, voorlopig nog heel voorzichtig naast Vista (bij het opstarten kun je tussen beide besturingssystemen kiezen), want je weet maar nooit wat de mannen in Redmond (Washington) voor ons nog in petto hebben. Maar alle programma's die ik in het dagelijks gebruik nodig heb, draaien inmiddels als een tierelier. Als alles goed blijft gaan, zakt Vista de komende periode in een comateuze toestand weg op mijn computer, om hooguit een enkele keer door mij te worden wakker gekust om te zien of mijn reservesysteem nog doet wat het moet doen.

 

(Ja, ik weet het, iedereen die dit niet interesseert denkt op dit moment: tot zover de mededelingen voor land- en tuinbouw. Maar ik vond dat ik ook dit geluksmoment even met u moest delen.)

 
 
 
 

 

Donderdag 3 december

 

In de bijna 25 jaar dat ik bij het Leidsch Dagblad werk, kwam Sinterklaas alleen voor de kinderen van collega's (en die van mezelf, toen ze de leeftijd nog hadden). Vrolijke momenten waren dat, in de bedrijfskantine, waarbij het vooral genieten geblazen was als de goedheiligman - doorgaans een bekende - de aanwezige volwassenen in de maling nam of vernederde ('Zing jij maar eens een liedje voor de Sint'). Die tijd is geweest. Na de laatste fusie moeten de koters tegenwoordig naar het hoofdkantoor in Alkmaar om hun schoen gevuld te krijgen. Gisteren maakte Sinterklaas wel zijn opwachting bij alle bedrijven in het pand Nieuwe Energie, waar ook wij sinds anderhalf jaar kantoor houden. Om ons niet alleen te voorzien van plakken gevulde speculaas en pepernoten, maar ook van een stichtelijk woord. En dan kan het natuurlijk geen toeval zijn dat de Sint als een magneet werd getrokken naar de man die hem de rest van het jaar graag mag nadoen in de scabreuze Jiskefet-variant van het grote kinderfeest: mijn collega en fietsmaat Rob1. Toen deze een vrouwelijke Zwarte Piet brutaalweg vroeg wat er in de zak zat, beet pietervrouwknecht meteen keihard terug: 'Ik vraag toch ook niet aan jou wat je in je zak hebt?' Ja, daar kon geen Jiskefet tegenop.

 
 
 
 

Woensdag 2 december

 

Ik luister, met een half oor, naar een mevrouw op tv bij Andries Knevel die een boek heeft geschreven over de omstandigheden in de zorg. Het merendeel van het personeel werkt hard, en krijgt daarvoor nauwelijks waardering, hoor ik haar zeggen. Maar er zijn ook types bij die vrij ongevoelig en afstandelijk bezig zijn, zonder zich echt te bekommeren om de mensen die ze verzorgen. Als voorbeeld noemt ze medewerkers die voor hun eigen plezier de hele dag (harde) rockmuziek draaien op een afdeling voor dementerenden. Schandalig, vindt ze. Andries kan me niet horen brommen, maar ik moet meteen denken aan een vriendin die onder soortgelijke omstandigheden werkt. Een avond daarvoor vertelde ze me dat de collega's op haar afdeling de hele dag Jan Smit, Frans Bauer en André Rieu draaien, zogenaamd omdat de bewoners daar zo van opknappen. Ik kon er niks aan doen, maar het lijden van onze vriendin greep me op dat moment meer aan dan dat van de dementerende medemens. Als er om  personeel in de horeca te beschermen een wettelijk rookverbod mogelijk is, waarom hoor je  Ab Klink dan nooit over een verbod op muziek van Bauer c.s. in verpleegtehuizen? Ook personeel in de zorg heeft recht op een Jan Smit-vrije werkplek!

 
 
 
 

Dinsdag 1 december

 

Aangezien ik obscure singer-songwriters verkies boven klassieke muziek, ga ik in mijn familie - en ver daarbuiten - door als een cultuurbarbaar. De keren dat mijn eega het Concertgebouw in Amsterdam bezoekt om daar een monumentaal werk in orenschouw te nemen, weet zij zich in de regel vergezeld van mijn vriend Mart. Deze muzikale transseksueel houdt zowel van losers met een gitaar als van de monumentale componisten. Hij was het dan ook die mijn eega en mij gisteravond alsnog samenbracht voor een avondje Cultuur met een hoofdletter C in de grote zaal van de hoofdstedelijke muziektempel voor een optreden van een obscure singer-songwriter (Teitur, afkomstig van de Faeröer Eilanden) en de Holland Baroque Society, talentvolle jonge musici met een 'open mind'. Sterker nog, ik zat - met alle paar honderd andere bezoekers - gewoon op het enorme podium, net als de achttien muzikanten. De zaal was met een zwaar gordijn afgeschermd. 'Confessions' heet het gezamenlijke project dat uiteraard veel meer om het lijf heeft dan een 'voor elck wat wilsje'. De stukken zijn door Teitur gecomponeerd met de al even jonge Nico Muhly (die  arrangementen schreef voor Björk, Antony & The Johnsons en Grizzly Bear en onlangs de soundtrack voor de film ‘The Reader’ maakte). De recensies waren tot nog toe unaniem lovend, dus daar sluit een leek als ik zich maar bij aan. Waar het op lijkt? Mooie, gedragen muziek bij anonieme, vaak grappige of treurige YouTube-filmpjes op een groot scherm. Een kat in de boom. Een rokende vrouw. Een hond die achter een kikker aan gaat. Of een ritje door Russisch niemandsland. Dat klinkt zo, op Confessions:

 

 

 

 

 
 
 
 

 

Maandag 30 november

 

Zelf ziet ze het als een natuurverschijnsel waar geen kruid tegen gewassen is. Maar ik ben van mening dat het wel degelijk helpt in de strijd tegen alg, als je je aquarium tenminste één keer in de maand een beetje schoonmaakt. Nu was het Gekke Heintje weer, die zaterdag de compleet groen uitgeslagen bak op mijn dochters kamer - geen half jaar iets aan gedaan, schat ik zo - te lijf ging met emmers schoon water en schuursponsjes voor de ramen. Daarbij bleek dat ook haar pomp het (al geruime tijd?) niet deed, waarmee ik mij spoorslags naar de dierenwinkel spoedde teneinde mij een identiek exemplaar (46 euro) aan te schaffen, ware het niet dat de dierenwinkelmeneer mij ook hier de zegeningen van het schoonmaken bijbracht. Even een wc-papiertje door het binnenwerk en het oude pompje draaide weer als een tierelier. Als dank en ter ondersteuning van mijn heilzame werk in het aquarium dus maar een aantal levende bodemstofzuigers en een algeneter aangeschaft, die volgens de wederverkoper ook verzot zijn op komkommer (eerst een lepeltje er doorheen steken om te voorkomen dat het schijfje gaat dobberen). Komkommer? Ik dacht eerst dat hij mij voor de gek hield, totdat ik bovenstaande foto op het internet vond. Als dank voor deze versnapering maakt het vissenspul mijn dochters aquarium geheel zelfreinigend, mag ik hopen.

 
 
 
 

 

Zaterdag 28 november

 

Zelf liet ik verstek gaan, bij de uitwedstrijd van mijn zoon tegen het team van Alphia (Alphen aan den Rijn), maar uit de eerste hand weet ik dat: de scheidsrechter verschrikkelijk partijdig was, de coach van de tegenstander ontstellend kinderachtig deed, er beestachtig gemeen werd gespeeld (tot in detail weet ik wie er allemaal werden geduwd en geslagen, maar dat zal ik u besparen) en ja, ze hadden toch gewonnen. Met hoeveel? Dat wist mijn zoon dan weer niet te vertellen. Hij doet niet aan scorebordjournalistiek. Hij is meer van de rampenverhalen.

 
 
 
 

Vrijdag 27 november

 

Ik heb niet het idee dat het ooit nog goed komt, tussen mij en Windows 7. Sinds ik heb ontdekt dat ik mijn eigen 'business'-versie van Vista alleen kan upgraden met een ultimate pakket van bijna 300 euro, had ik al mijn zinnen gezet op de gratis upgrade van de nieuwe pc's van mijn eega en mijn dochter. Toen ze die enkele maanden geleden aanschaften - nog met Vista - beloofde leverancier Dell dat ze zonder kosten konden overstappen op Windows 7, zodra dat via deze pc-handelaar beschikbaar was. En gisteren was het zover. Na een mailtje waarin het heugelijke nieuws werd aangekondigd ('Het doet Dell veel plezier de recente lancering van Windows 7 op zijn desktops en laptops aan te kondigen. U krijgt deze informatie omdat u zich voor het upgradeprogramma geregistreerd hebt en er actie nodig is voor het ontvangen van het upgradepakket'), regelde ik op een speciale website de formaliteiten, constateerde tevreden dat de rekening op 0,00 euro bleef staan en klikte door naar 'betalen'. Bleek er opeens 40 euro voor 'verwerken en verzenden' bij te zitten. Hoezo verwerken? Had ik niet zelf al actie ondernomen en mijn gegevens ingevuld? En, als je toch wat kosten wilt doorberekenen, vragen ze hier bij Bol.com niet standaard 1,65 euro voor? Kassa, Radar, de Nationale Ombudsman, ze gingen allemaal even door mijn hoofd. Ware het niet dat dat me - omgerekend - vele honderden euro's aan ergernis en gedoe zou gaan kosten. Dus gromde ik 'Laaienlichters' en 'Zakkenvullers'. En maakte vier tientjes over. Dat was nou net hun bedoeling, vermoed ik.

 

 
 
 
 

Donderdag 26 november

 

Voor mijn nazaten ben ik er al op uitgestuurd voor de vreemdste boodschappen, maar die van gisteren mocht er ook zijn: 'Kun je even jongleerballen voor me kopen? Ik heb ze nodig voor gym.' Op 17 december moet onze zoon drie ballen in de lucht kunnen houden. Het gaat om een cijfer, waarvoor door de leraar zelfs een formule is bedacht: het aantal keren dat hij erin slaagt ze vloeiend omhoog te brengen, min 5. Lukt het hem zeven keer, dan heeft hij nog maar een 2. Vanaf vijftien is een 10 gegarandeerd. Daarvoor moet er wel thuis worden geoefend, want hij bakt er nog geen bal van. Maar waar haal ik jongleerballen? Tennisballen zijn te groot en te hard. Een jongleerbal is zacht en soepel. 'Misschien bij de feestartikelenwinkel van Paddenburg, aan de Nieuwe Rijn in Leiden', denkt mijn vrouw. En warempel, op een paar honderd meter van de redactie verblikken of verblozen ze niet als ik om jongleerballen vraag. Net als tennisballen zitten ze met drie in een koker en de prijs is billijk: 4,50 euro. Daarvoor zit er zelfs een gebruiksaanwijzing bij, maar bij de eerste oefensessie van mijn zoon in de woonkamer hol ik van schemerlamp naar bloemenvaas om de boel heel te houden. Met zijn ballen is hij inmiddels verbannen naar zijn eigen kamer, waar een blinde jongleur nog geen schade kan aanrichten.

 

 

 
 
 
 

 

Woensdag 25 november

 

Het is - zoals al eerder op deze plek gememoreerd - de tijd van de Sinterklaaslijstjes. Enige bescheidenheid is mijn zoon en mij daarbij vreemd. Hij komt met droge ogen aan met een nieuw beeldscherm annex tv, ik schroom niet om naast het betere boekenwerk en pantoffels ook een nieuw opzetstuur voor mijn mountainbike aan de goedheiligman te vragen. (Ergens in de woonkamer hoorde ik iemand brommen dat ik dat kan vergeten, maar dit soort recalcitrante geluiden negeer ik voorlopig: het is de sint die beslist.) Maar zo bont als onze dochter maken wij het nog niet. Toen haar moeder gisteravond vroeg wat zij voor Sinterklaas wilde hebben, klikte ze resoluut door naar de Telegraaf-website, waar de nieuwe Aston Martin Rapide wordt besproken. Dat ze daarbij geenszins zelfzuchtig is, mag blijken uit het feit dat ze heel bewust heeft gekozen voor de eerste vierdeursuitvoering van de Aston. Een gezinsversie, dus, waar we allemaal wat aan hebben. Behalve de prijs - iets van 250.000 euro - is er echter nog een beletsel waardoor de Rapide waarschijnlijk niet in haar schoen te vinden zal zijn. Hij wordt pas vanaf maart 2010 afgeleverd.

 
 
 
 

 

Dinsdag 24 november

 

Nog voordat ik maar een meter aan de vloedlijn had getrapt, was ik al op zoek naar een strandfiets. Er zijn winkels - zoals Imming in Egmond, of Beukers in Petten - die ze kant-en-klaar verkopen, maar je kunt ook een 'oude' bike modificeren door er een vaste vork op te zetten en speciale strandbanden te monteren. (Met je 'normale' mountainbike het strand op is ook een optie, maar zout en zand zijn funest voor je dure spullen). Na enkele weken van wikken en wegen, realiseerde ik me dat ik eigenlijk al elke dag op de perfecte strandfiets naar mijn werk rijd. Mijn Trek SU200 heeft een vaste vork, geen overbodige toeters en bellen (zoals spatborden en dergelijke) en is met z'n drie jaar eigenlijk al afgeschreven als 'bedrijfsfiets', waardoor een tweede carrière voor dit oude beestje me hooguit een paar tientjes voor brede, bijna profielloze banden (Big Apples van Schwalbe) ging kosten. Dat er ook nadelen aan dit dubbelleven kleven, bleek gistermorgen op weg naar de redactie toen ik op vrijwel lege banden (handig voor op het strand, niet op de weg) bleek te rijden. En dat m'n toch al half versleten schijfremmen na de Beach Challenge van zaterdag zelfs bij een snelheid van 20 kilometer per uur een remweg van 50 meter nodig hadden. En tot overmaat van ramp moest ik aan het begin van de avond in het pikkedonker naar huis omdat m'n lampjes nog thuis in de schuur op de plank lagen. Waarmee is aangetoond dat strandfietsen niet alleen funest is voor je rijwiel, maar ook je hersens aantast.  

 
 
 
 

 

Maandag 23 november

 

Aangezien de Sint weer in het land is en zijn computermonitor is opgeblazen - nee, niet die van de Sint, van mijn zoon; dit is nu al een verwarrend stukje - oriënteer ik me momenteel op een nieuw pc-scherm voor mijn jongste nazaat. Zijn moeder vindt het eigenlijk wat te groot voor wat zij graag 'het feest van de kleine cadeautjes' mag noemen, maar onder het voorwendsel dat hij er eventueel wat van zijn eigen geld kan bijleggen - nee, niet de Sint, mijn zoon, wiens geloof in de goedheiligman al jarenlang op een laag pitje staat - mag ik mijn zoektocht toch continueren. Van mijn vriend en stekkergoeroe Mart kreeg ik de tip om geen monitor, maar een complete flatscreen-tv aan te schaffen: in prijs niet eens zoveel duurder, je kunt er probleemloos je pc op aansluiten en op momenten dat je niet computert, heb je er een mooie televisie aan. Ik legde het aan mijn zoon voor, die met een voor mij opmerkelijk - maar volgens hem op de praktijk gebaseerd - bezwaar kwam: hoe moet dat nu als je tegelijk wilt computeren en tv kijken?

 
 
 
 

 

Zaterdag 21 november

 

Geen basketbal vandaag, de mannen hebben een vrije zaterdag. Alle gelegenheid om de Rabo Beach Challenge te rijden. Het verslag staat op het Wielerlog.

 
 
 
 

Vrijdag 20 november

 

Ik ben weer volop bezig om mijn lijf 'winterklaar' te maken. Dat houdt, kort en goed, in dat ik er dagelijks veel te veel voedsel in stop, om me voor te bereiden op barre tijden. Die nooit zullen komen. Neem nou gisteren. Na mijn ontbijt (bakje muesli en magere yoghurt, niks mis mee), schoof ik rond 9.00 uur op de redactie mijn eerste kersengebakje (met slagroom) naar binnen (van harte gefeliciteerd, collega Rietveld). Daarna bewaarde ik mijn trek voor de lunch - boerenkool met worst, en lekkere paddestoelenjus in het bedrijfsrestaurant, plus een smoothie - vocht ik met succes tegen de aanvechting om nog een pastasalade te nemen, maar at ik direct daarna - er was op de werkvloer nog gebak over - een ouderwetse moorkop. Om me voor te bereiden op de terugrit op de fiets naar huis - ik heb al een paar keer bijna de hongerklop gehad - nam ik tegen drieën nog een tompouce. Toen was al het gebak op. Thuis at ik rond 18 uur nog een enorm bord spaghetti, alvorens te gaan mountainbiken, waarbij ik feestelijk bedankte voor de restjes die mijn nazaten mij gewoontegetrouw nog wilden toeschuiven. Ik moet tenslotte een beetje op mijn gewicht letten.

 
 
 
 

 

Donderdag 19 november

 

Ja, ik weet het, vorig jaar heb ik er ook wel eens flauwe grappen over gemaakt. Vond ik het voorbarig, overdreven. Hadden ze nou niks anders te doen? Maar gistermiddag, toen ik van de redactie naar huis trapte en net vaststelde dat het wel meeviel, met de wind, kreeg ik bij het tochtgat ter hoogte van het LUMC opeens de volle laag. Het leek of m'n fiets onder me vandaan werd geslagen en spontaan het luchtruim koos, maar zo gemakkelijk gaat dat natuurlijk niet, met 93 kilo tanig vlees op het zadel. Het bleef bij een vervaarlijke zwieper, net voor een auto langs, en voort wilde ik weer, de pedalen ranselen. Maar de mevrouw met het kinderstoeltje voorop haar fiets, die van de andere kant kwam, moest het zonder die lichamelijke ballast stellen, maakte dezelfde zwieper, maar dan naar links, en belandde met rijwiel en al in m'n armen. Dát was toch het moment dat het gemis zich het nadrukkelijkst liet voelen. Waar bleef het weeralarm, bij het eerste herfststormpje van dit jaar? 

 
 
 
 

Woensdag 18 november

 

In het weekeinde was hij al een paar keer van zolder naar de woonkamer gekomen, met een vage mededeling over Xbox Live, de Microsoftgemeenschap op internet waar Xbox-bezitters elkaar ontmoeten en tegen elkaar spelen. Maar daar schonk ik toen, verzonken in mijn krantje en bokbiertje, geen aandacht aan. Sinds een klein jaar hebben onze nazaten een abonnement op deze dienst, waarbij met name onze zoon met het downloaden van updates voor illegaal verkregen games, de grenzen van het toelaatbare opzoekt. De Xbox-console is enkele weken geleden (voor de tweede keer) door een whizzkid aangepast, om ook de kopieën van de nieuwste, meest geavanceerde spellen te kunnen behappen. Maar sinds zondag - hij kon er natuurlijk niks aan doen - was het opeens uit met de pret. Want opeens konden ze - zijn zus en hij - niet meer op Xbox Live. De console was 'banned' van de community. En niet alleen wij, zo bleek bij een korte zoektocht op het world wide web. Dit is typisch een gevalletje: gedeelde smart, is halve smart.

 
 
 
 

Dinsdag 17 november

 

Voor collega's zonder kinderen zijn het verbijsterende telefoontjes: een dochter die haar vader opbelt met de mededeling dat ze over een kwartier een proefwerk wiskunde heeft, maar haar geodriehoek en passer is vergeten. Of - zoals gistermorgen - bij de balie van de DeliFrance staat en haar pinpas niet bij zich heeft. In beide gevallen verlaat de vader spoorslags de werkvloer om de problemen voor zijn nazaat op te lossen. Kweken wij een generatie van machteloze, onzelfstandige burgers? De kinderloze collega's zijn ervan overtuigd en mogen mij daarbij graag herinneren aan mijn eigen, veelvuldige falen op dit terrein. Aan alle keren dat ik uitrukte om verloren fietssleutels te vervangen of lekke banden te repareren. Ze overal maar op de achterbank heen bracht. Goederen en diensten sponsorde. Nee, dat zouden zij heel anders aanpakken. Ze hebben alleen geen kinderen. Nee, niet helaas. Hun door en door verpeste  poezen of andere exotische huisdieren zouden het geen minuut zelfstandig in onze maatschappij uithouden. En dat je je met een gezonde dosis machteloosheid toch aardig door het leven kunt slaan, leg ik af en toe vast in een krantencolumn. Zoals deze, met de niets aan de verbeelding overlatende titel 'Machteloos'.

 

P.S. In de reeks 'verrassende reacties' leverde deze column me een mailtje op van een lezeres die zich had gestoord aan mijn - in alle onschuld genoteerde - passage over de Gereformeerde Bonds-buurman. Oordeel zelf.

 
 
 
 

 

Maandag 16 november

 

Waar is de tijd gebleven dat je op zondagavond rustig de kranten kon doornemen omdat er - na Studio Sport - toch niks op televisie was? Sinds een paar weken moeten we hier alle zeilen bij zetten om een mengeling van leerzame, vermakelijke, informatieve en ontspannende (ja, in die volgorde) programma's aan ons voorbij te zien trekken. Verplichte kost om 20.15 uur is - ook voor onze zoon - 'De Oorlog'. Ik dacht er vrij veel vanaf te weten, maar Rob Trip voert me nu al vier boeiende afleveringen (we hebben er nog vijf tegoed) langs nieuwe inzichten over ons volk gedurende de Duitse bezetting. Ondertussen loopt de recorder voor 'Boer zoekt vrouw' dat we meteen na 'De Oorlog' ondergaan. (De Beagle, op Nederland 2, had me ook mooi geleken om te volgen, maar dat is logistiek onmogelijk). Dan is het 22 uur en begint op de BBC2 de nieuwe reeks van 'Top Gear'. De harddiskrecorder is inmiddels begonnen met het opnemen van 'Bij ons in de pc', vermakelijke tv van Jort Kelder (kijk ik later in de week, als ik ooit tijd heb). De avond sluit ik daarna af met Studio Voetbal, voordat ik rond middernacht met rechthoekige ogen (beeldbuisformaat 16:9) in mijn bed beland. Dan is mijn eega al minimaal anderhalf uur afgehaakt, bij dit megalomane kijkgedrag. Zelf houd ik het erop dat ik het slachtoffer dreig te worden van mijn brede interesse.

 
 
 
 

 

Zaterdag 14 november

 

Een vrije basketbalzaterdag zou ik hebben, maar als gevolg van een logistieke misvatting van de coach - het spelersbusje bleek te klein voor alle manschappen - reed ik vanmiddag ter elfder ure toch nog naar Ter Aar, voor de uitwedstrijd van het team van mijn zoon tegen ABC, de Aardamse Basketbal Club. Een rommelige duel, viel mij daarvoor als dank ten deel, met veel misverstanden, weglopende tegenstanders, zwakke passes, slechte schoten en gemiste rebounds. Maar dat gold voor beide teams, gelukkig, waardoor we de hele wedstrijd toch voor bleven staan en het uiteindelijk - vooral dankzij een redelijke fase in de derde periode - bij ABC toch nog een ABC'tje werd: 36-49. Zelf had ik het idee dat mijn jongste nazaat ook dit keer de topscorer van het veld was, maar sinds er geen premie meer op zijn scores staat vindt hij het niet interessant om ze bij te houden. En ik had er tijdens de wedstrijd de kracht niet voor. Al mijn energie ging op aan ergernis.

 
 
 
 

Vrijdag 13 november

 

Aan georganiseerde sport doet ze niet meer, maar onze dochter speelde gisteren wel een uitwedstrijd. In Amsterdam, nog wel. Samen met een klasgenote deed ze mee aan een vertaalwedstrijd Latijn, in het Vossius Gymnasium. De hoofdprijs is 250 euro, maar het duurt nog enige tijd voordat alle teksten door een eerbiedwaardige jury nagekeken zijn. Bij thuiskomst probeerde ik wel enige interesse in het wedstrijdverloop te tonen, maar viel al onmiddellijk door de mand toen ik de schrijver van de Latijnse tekst die ze onder handen moesten nemen, niet bleek te kennen. Ovidiwie? Ovidius! Een poëet die 43 jaar voor Christus werd geboren en in zijn tijd al een echte beroemdheid was. Hij kon zich een luxueus en losbandig leventje in de mondaine grootstad Rome veroorloven, hij was een echte societyfiguur. Als gevierd dichter hield hij regelmatig voordrachten uit eigen werk, wat zijn roem alleen maar vergrootte. Ja, dit zijn Wikipedia-weetjes, want zowel vrouw als dochter weigerden mijn onwetendheid met feiten in te vullen. Maar het was in elk geval geen prutser, begrijp ik uit de internet-encyclopedie. Of onze dochter de prijs gaat pakken, betwijfelde ze zelf overigens. Ze schijnt ergens een toekomende tijdje over het hoofd te hebben gezien. Kniesoor die daar op let, zou ik zeggen, maar dat schijnt nu juist het probleem te zijn. De jury zit er vol mee.

 
 
 
 

Donderdag 12 november

 

De directe aanleiding is een puur wetenschappelijke: onze dochter schrijft een profielwerkstuk over Oscar Wilde en kreeg van een lerares de dvd-box met de BBC-serie 'Lillie' omdat Wilde hierin voorkomt. Dertien afleveringen telt het kostuumdrama, dat mijn echtgenote in 1978 al eens op tv zag. Maar ze heeft er geen bezwaar tegen om ze allemaal nog eens te bekijken. Integendeel. En aangezien er haast bij is - het werkstuk moet een dezer dagen af - is er op onze tv de laatste dagen vrijwel niks anders dan Lillie Langtry, een succesvolle Britse actrice met prominente minnaars, onder wie de kroonprins, de latere koning Edward VII. Tussendoor is 'Lillie' bij ons thuis onderwerp van gesprek. Als ik 's morgens naar werk ga, na weer zo'n avond 'Lillie', is het moeilijk los te komen van het idee dat niet ook de rest van de wereld op dit moment in de ban is van 'Lillie'. Dat ze geen hit is in de kijkcijfer toptien. Dat de roddelbladen of RTL Boulevard zich nog niet op haar hebben gestort. Dat ik niemand op werk heb, om mee over haar te praten. Kortom, na mijn aanvankelijke schimpscheuten over een televisieserie die ruim dertig jaar oud is - mijn vrouw was destijds van dezelfde leeftijd als onze dochter nu - ben ikzelf ook behoorlijk in de ban van 'Lillie'. Gistermiddag was ik serieus beledigd dat de dames twee afleveringen hebben bekeken - Lillie krijgt een kind, maar niet van haar wettige echtgenoot - terwijl ik mijn bardienst bij de Grasshoppers draaide. Nog maar drie afleveringen te gaan.

 
 
 
 

 

Woensdag 11 november

 

Het is nog maar een paar maanden geleden, dat de dingen bij ons thuis prettig overzichtelijk waren. Ik zat de hele avond achter mijn computer, mijn eega las een belangwekkend boek, onderwijl haar afschuw uitsprekend over de uitwassen van de moderne tijd. En hoe anders is het nu. Niet dat ik inmiddels belangwekkende boeken lees. Nee, ik zit nog steeds achter mijn computer, als ik niet ergens op een fietszadel plaatsneem. Maar aan de andere kant van de kamer slijt mijn echtgenote haar avonden met haar nieuwe laptop op schoot, druk twitterend namens de lokale Openbare Bibliotheek, bezig met Hyves, haar mail of weet ik veel wat. Via twitter komt ze ook in aanraking met de jongste ontwikkelingen op het world wide web. Nog voordat mijn vriend Mart mij er per mail over berichtte, wist zij mij te vertellen dat ook Katwijk sinds gisteren te bekijken is via Google Streetview. Geef toe, dat zijn toch geen dingen die je van je vrouw wilt horen?

 
 
 
 

Dinsdag 10 november

 

Tot de kleine maar onmiskenbare genoegens van het leven behoort het 'geen gaatjes' bij de tandarts. Het is een (tijdelijke) staat van welbevinden die ik in de eerste helft van mijn leven niet vaak heb mogen ervaren. Als gevolg van een niet te beteugelen snoeplust in combinatie met een voorliefde voor zoete dranken en een weinig fanatiek poetsgedrag, werd mijn gebit reeds onder het regime de schoolarts van menige vulling voorzien. Maar ik moet zeggen: de laatste decennia gaat het beter, waarschijnlijk vooral vanwege het feit dat er niks meer te vullen valt. Tijdens ons halfjaarlijkse familiebezoek aan de tandarts kreeg onze dochter gistermiddag te horen dat haar vier verstandskiezen preventief moeten worden geruimd, moest mijn zoon tien minuten met een smerig fluorgoedje op zijn gebit blijven zitten en dient hij binnenkort eens langs te gaan bij de orthodontist en kreeg mijn vrouw - een erkend niet-flosser noch stokergebruiker - net als mijn twee nazaten nog een consult bij de mondhygiëniste in het vooruitzicht gesteld voor het verwijderen van tandsteen. Bij mij kon de beste brave man, zelfs na het maken van foto's, niks vinden. En dat kleine beetje tandsteen dan? Ach, dat haalde hij gelijk maar even weg. In de auto op weg naar huis was er bij mijn jammerende gezinsleden sprake van geknars van tanden (Mattheüs 8:12).

 
 
 
 

 

Maandag 9 november

 

De laatste keer dat de overheid zich nadrukkelijk bezighield met de gang van zaken in ons gezin was, naar mijn weten, in de periode dat we ons om de paar maanden bij het consultatiebureau moesten melden om te checken of we ons kind wel voldoende te eten gaven en het niet mishandelden. Maar de laatste tien, vijftien jaar is het betrekkelijk rustig, uit die hoek. Je krijgt wel eens post - als het kroost spontaan een Burgerservicenummer krijgt toegewezen, bijvoorbeeld - maar verder kun je als ouders toch in alle vrijheid je gang gaan. Elk kwartaal komt de kinderbijslag en verder heb je nergens omkijken naar. Qua overheid dan. Maar nu ligt er al een paar weken een brief annex folder van de Informatie Beheer Groep, die ons erop wijst dat onze dochter binnenkort (volgend jaar maart, om precies te zijn) 18 jaar wordt. Hebben ze haar toch al die tijd in de gaten gehouden, denk je dan. De kinderbijslag houdt op en daarvoor in de plaats 'kun jij (dat is in dit geval: onze oudste nazaat) zelf geld krijgen voor je school of studie'. Als mijn vrouw gisteravond mijn dochter en mij niet had gedwongen één en ander in gang te zetten, had die folder er nog een tijdje kunnen liggen. Wij zijn niet zo van het invullen van formulieren. Maar de Informatie Beheer (IB) Groep die dit voor haar moet regelen, heeft alleen al drie maanden voor haar 18de nodig om alle rompslomp in orde te maken. Er is een pdf-bestand gedownload dat onze dochter de komende dagen invult - mogen wij hopen - en opstuurt. Helemaal naar Groningen. Zodra ze 18 is, krijgt ze - wat voorheen onze kinderbijslag was - rechtstreeks op haar rekening gestort. Ik wacht nu nog op een folder waarin de overheid uitlegt hoe wij - nu onze uitkering stopt maar wij verder ongetwijfeld blijven opdraaien voor alle rekeningen - dat geld weer van háár naar ónze rekening krijgen. Ik heb namelijk niet de illusie dat dit goedschiks gebeurt.

 
 
 
 

 

Zaterdag 7 november

 

Wat zijn overwinningen waard, als je nooit eens verliest? Vanuit die optiek zijn de (monster-)zeges van de afgelopen weken ons nog dierbaarder geworden na het verlies vandaag tegen DAS, in Delft (57-48). Temeer daar we het perspectief koesteren dat we hier helemaal niet hadden hoeven verliezen. De eerste periode waren we weliswaar niet superieur, zoals dit seizoen bijna een gewoonte werd, maar wel beter. Het vertaalde zich ook in een aardige voorsprong, die er in de rust - hoewel al behoorlijk geslonken - nog steeds stond. Maar toen we eenmaal achterkwamen sloop de onrust in het team, werd er te gehaast gespeeld, kwamen passes niet aan en gingen lay ups, schoten en vrije worpen te vaak mis. En bleek de tegenstander toch ook heel wat lengte in de ploeg te hebben. DAS stond tweede op de ranglijst, wij waren eerste. Nu is dat andersom. Tot ze bij ons thuis in Katwijk op bezoek komen, uiteraard. Dan worden de bordjes weer verhangen. Kijk, is dit een hoopvol vooruitzicht, of niet?

 

 
 
 
 

 

Vrijdag 6 november

 

De column was er eerder dan deze foto. Maar het beeld illustreert treffend wat ik heb betoogd. Wij, normale fietsers, moeten de strijd aanbinden met de fiets met trapondersteuning. Of er in elk geval - in Den Haag, Brussel desnoods - voor lobbyen het rijwiel zo zichtbaar maken in het dagelijks verkeer - vlaggetjes, bordjes met duidelijke merktekens - dat iedereen meteen weet dat we hier met bedriegers te maken hebben. Mijn eerste zorg gaat daarbij uiteraard niet uit naar mijn 73-jarige moeder, die op haar Gazelle Easy Glider met een venijnige demarrage de rest van het gezelschap tijdens de herfstvakantie op ruime afstand trapt. Nee, ik heb het over de vijftigers, veertigers en zelfs een enkele dertiger die zich momenteel al meent te moeten voortbewegen met accukracht. En ik sta daarin niet alleen. De vele positieve reacties die ik kreeg op de krantencolumn 'Trapondersteuning' geven aan dat we hier te maken hebben met een splijtzwam in het maatschappelijk (en niet te vergeten het woon/werk-) verkeer. In dat opzicht lijkt me de fiets met trapondersteuning staatsgevaarlijker dan Geert Wilders.

 
 
 
 

Donderdag 5 november

 

Aan vrijwel elke computer in ons huis - en dat zijn er nogal wat - hangt een externe backup-schijf. Want je weet maar nooit. Maar na de laatste blikseminslag waarbij mijn modem werd opgeblazen, voelt dat als beveiliging niet voldoende. Wat als de bliksem een keer goed inslaat en alle computers en toebehoren krijgen 50.000 volt door de kabels? Aan een back up-schijf waar de rook vanaf komt heb je ook niet veel meer. Dus heb ik zondagavond bij Bol nóg een externe schijf besteld die ik - met mijn volledige digitale muziekcollectie en kopieën van alle pc-schijven in ons huis - ergens losgekoppeld van alle snoeren en stekker in huis ga bewaren. Nóg beter zou zijn ergens buiten het huis, maar helemaal zonder risico is het leven toch niet. Op dinsdagmorgen was de postbode al met mijn pakje aan de deur geweest, maar toen was er niemand thuis. En bij de buren kennelijk ook niet. Maar gisteren kon mijn dochter de nieuwe schijf aannemen en begon ik - omdat het buiten toch goot van de regen en ik geen zin had om te fietsen - aan het opslaan van 13.000 liedjes. Na tien minuten begon het te onweren. De bliksemschichten volgden elkaar in steeds hoger tempo op. De tijd tussen de flitsen en de donder werd korter. En terwijl vlak achter ons weer een inslag was te horen, keek ik gebiologeerd naar het voortgangsmenuutje van mijn collectiereddende back up: nog één uur en 15 minuten. Het zal je toch gebeuren, halverwege de back up die aan alle vertwijfeling een eind moet moeten, worden getroffen door de bliksem?

 

P.S. Het simpele feit dat u dit logje kunt lezen, bewijst dat we wederom ongeschonden uit de strijd zijn gekomen.

 
 
 
 

 

Woensdag 4 november

 

Zojuist verschenen bij de Hema, in een oplage van 1 exemplaar: ons vakantieboek Italië 2009. Het is mooi geworden, met 70 pagina's in full color op glanzend papier, inclusief harde kaft met een opname over twee pagina's van Venetië. Een foto van mijn hand, maar dit terzijde, want verder gaan alle credits voor dit boek naar mijn eega, die er - op haar nieuwe laptop - een belangrijk deel van de avonden in onze herfstvakantie aan heeft besteed. Mijn enige bijdrage bestond uit afwezig, goedkeurend gemompel, om er vooral maar niet bij betrokken te raken. Is er van mijn kant dan helemaal geen kritiek op het eindresultaat? Welzeker, op haar keuze om de vele monumentale fietstochten die ik met neef Raymon en campingbuurman Wil heb gemaakt, op één hoop te gooien met campingactiviteiten als barbecueën en shuttelen. Ik vrees dat het nog een bewuste keuze geweest is ook.

 

 
 
 
 

Dinsdag 3 november

 

Er zijn mensen die in het verkeerde lichaam zijn geboren. Zo erg is het bij mij niet. Ik woon alleen in de verkeerde gemeente. Waar had mijn wieg dan moeten staan? In een van de drie dorpen (Sassenheim, Voorhout en Warmond) van Teylingen, bijvoorbeeld. Daar weten ze tenminste hoe ze hun waardering moeten uiten, aan mensen zoals ik. Die zich belangeloos inzetten voor de samenleving, een beter milieu, een schonere woonomgeving. Als wat? Als ZAP'er. Nee, niet zo'n dikke, uitgezakte kerel die de hele avond met de afstandsbediening voor de buis hangt. ZAP staat hier voor 'Zwerfafvalpakker' en elk jaar zet Teylingen er eentje (per dorp) in het zonnetje. Ook in mijn meterkast hangt een - van gemeentewege verstrekte - afvalgrijper die ik op ongeregelde momenten inzet om mijn voortuintje, de stoep en de parkeerplaatsen vrij te maken van alle ongeregeldheden die uit de papierpakken en de Lidl-karretjes aan de overkant van de straat in onze richting waaien. Nee, daar hoef ik niks voor te hebben. Ik doe het graag. Maar een beetje waardering, dat zou mooi zijn. In Teylingen reiken ze daar elk jaar een speldje voor uit. Een ZAP-speldje. Als Katwijk eraan zou doen, had u me ervoor kunnen aanmelden. Want zo werkt het, je mag er zelf niet om vragen. Je moet ervoor worden voorgedragen. Wat dat betreft is dit stukje alweer een beetje gênant. Maar echt, ik zou hem met zoveel trots dragen, dat speldje.

 
 
 
 

 

Maandag 2 november

 

In mijn drift om maar niet achter te raken op de digitale snelweg, had ik Windows 7 al willen aanschaffen op de eerste dag dat het in de schappen lag. Maar in de herfstvakantie wist ik me in het winkelcentrum van Veenendaal nog te bedwingen. In de caravan kon ik er toch niks mee. En in de week daarna liep ik een blauwtje bij twee Dixons-vestigingen (in Leiden en Katwijk), twee andere computerwinkels en een boekhandel in mijn woonplaats die ook software verkoopt. Overal uitverkocht, dat wil zeggen: de upgradeversie die ik wilde hebben. Dus zaterdagmiddag was ik het zat en heb ik het programma aangeschaft via de site van Microsoft. Dat heeft als voordeel dat je het meteen kunt downloaden en later (als backup) ook de dvd nog thuisbezorgd krijgt. Afijn, pas toen alle financiële formaliteiten waren afgewikkeld (119,95 euro afgeschreven via Ideal), de nieuwe 'motor' voor mijn pc was binnengehaald en het grote moment van installeren was aangebroken, bleek dat ik de upgrade helemaal niet op mijn computer kon uitvoeren. Ik heb namelijk niet de 'Home' versie van Windows Vista, maar de 'Business' variant. Daarvan is - lekker ingewikkeld - upgraden alleen mogelijk naar Windows 7 als je de professionele versie aanschaft, wat ongeveer drie keer zo duur is als de 'Home'-editie: een kleine 300 euro. En daarvoor kan ik bijna een nieuwe pc kopen, waarop Windows 7 al is geïnstalleerd. Nadat ik een kwartier had gehuild - niet langer, ik ben een grote vent - drong ook het grote geluk tot mij door. Omdat het in al die winkels die ik had bezocht was uitverkocht en ik was veroordeeld tot internet, mag ik de aankoop binnen zeven dagen zonder opgave van redenen annuleren. Ook als je (te) gretig en dom bent geweest, dus.

 
 
 
 

 

Zaterdag 31 oktober

 

Tsja, met dit beeld vanaf de bank lijkt het nog spannend. Maar niets was minder waar. Toen ik tegen het eind van de tweede periode binnenkwam stond het al 44-6 en uiteindelijk zou het 103-20 worden. De vraag 'Waren wij nu zo goed, of waren zij nu zo slecht?' kan eenvoudig worden beantwoord. Zij - Dunkinn uit Roelofarendsveen, waar ik op deze plek eerder Dunkinn al als tegenstander noemde moest het Alphia uit Alphen aan den Rijn zijn, een mens kan zich weleens vergissen - bakten er helemaal niets van. En als wij echt goed waren geweest, was het wel 150-6 geworden, of zoiets, want er werd nog behoorlijk veel gemist, door de mannen. Een beetje spannend werd het tegen het einde nog, toen de kwestie werd: halen we de 100? Mijn zoon had hem in de vingers, maar miste net, waardoor een teamgenoot hem maakte. De traditie wil dat deze speler - of zijn ouders - de rest van het team trakteren, maar aangezien het feestvarken geen geld bij zich had, kwam mijn jongste nazaat naar mij om deze geste dan maar voor mijn rekening te nemen. Ja, ik ben daar gek. Ben ik net van die bonusregeling per punt af, krijg je dit!

 
 
 
 

Vrijdag 30 oktober

 

Onderzoek alle dingen en behoud het goede. Onder dat motto zit ik elke maand met het muziekblad 'Oor' voor mijn computer om de nieuwste cd's te downloaden. Nee, niet te uploaden, want dat is verboden. Ik laat me daarbij leiden door de mening van mij vertrouwde recensenten, niet in de laatste plaats door mijn naamgenoot, plaatsgenoot en oud-collega Jan van der Plas, de Katwijkse popprofessor. De verse buit zet ik over naar mijn Iphone, om onderweg van huis naar werk kennis te nemen van het aanbod en alvast een schifting te maken van wat er 's avonds onmiddellijk weer vanaf kan. Zo'n beetje de helft van de route naar de krant rijd ik met losse handen om te kunnen bekijken wat voor merkwaardigs er nu weer via de koptelefoontjes tot mij komt (de ene hand heb ik nodig om mijn bril omhoog te doen, de andere om het kleine schermpje van mijn Iphone voor mijn ogen te houden om het hoesje te kunnen lezen). Het meest verbaasd was ik gistermorgen door de nieuwe cd (Between my head and the sky) van Yoko Ono, de weduwe van John Lennon, en de Plastic Ono Band. Allereerst omdat ik me ertoe had laten verleiden dit werk van deze 76-jarige (!) tot mij te nemen (Jan van der Plas spreekt van 'een onderhoudende en bij vlagen zelfs indrukwekkende plaat') maar ook door de muziek zelf, die ik zou willen omschrijven als mengeling van de avant-garde klanken van een Laurie Anderson en het gesteun van Franse zuchtmeisjes als Carla Bruni. Mocht u mij hedenmorgen van Katwijk naar Leiden tegenkomen met de bril op het voorhoofd en de Iphone tegen de neus, dan ben ik er wederom niet in geslaagd mijn opwinding over deze, op verrassend eigentijdse klanken lispelende bejaarde te verbergen.

 
 
 
 

 

Donderdag 29 oktober

 

Wij kennen onze eigen variant van het EO-televisieprogramma 'Familie Diner'. Nee, geen narigheid, integendeel. Elk jaar tegen kerst spreken we met de schoonfamilie af in een goed restaurant, om te eten op de nagedachtenis van mijn schoonouders. Ook ván de nagedachtenis, want de bescheiden erfenis die ze nalieten hebben we op de bank gezet en zolang het nog kan, laten we het ons er goed van smaken. De sfeer is altijd opperbest: we nemen het jaar door, in al zijn hoogte- en dieptepunten, waarbij ik me dit keer in het bijzonder verheugde op de kwinkslagen richting mijn zwager die al zijn spaargeld - als enige van de familie - had geparkeerd bij de DSB Bank, zogenaamd omdat deze instelling zoveel voor de Nederlandse sport heeft betekend. Nee, het had absoluut niks te maken met dat ene schamele procentje rente dat hij daar meer kon krijgen. Afgelopen zaterdag, bij de verjaardag van zijn eega, namen we alvast een voorschotje op het leedvermaak, toen hij, besmuikt kuchend, even onze aandacht vroeg voor het volgende: Uh, tsja, als executeur-testamentair van de nalatenschap van mijn schoonouders had hij, uh, nogmaals tsja, enige tijd geleden besloten om, tsja, het geld dat er nog over was voor het komende familiediner, uh, tsja, weg te zetten bij de, uh, tsja, de DSB Bank. En nu maar hopen dat Wouter Bos zijn belofte nakomt dat het voor de kerst weer beschikbaar komt, anders kunnen we voor het copieuze familiediner naar de plaatselijke Voedselbank. En heeft EO's Bert van Leeuwen er weer een paar kandidaten bij voor zijn wedergoedmaak-programma 'Familie Diner'.

 
 
 
 

Woensdag 28 oktober

 

Met een krantencolumn, twee weblogs en nog wat gelegenheidsartikelen die ik voor allerlei bladen maak, ontkom ik er soms niet aan wat stukjes handig te recyclen. Zo is mijn laatste bijdrage aan het basketbalblad De Rebound van Grasshoppers de vrucht van weblogjes die ik eerder over dit onderwerp schreef. Een andere introotje, een paar alineaatjes erbij, een stukje moraal en het eind - waar ik wel tevreden over was - gewoon schaamteloos nog een keer hergebruikt. Dan krijg je dit:

 

Bonus

In een tijd dat bonussen nog gewoon een prikkel tot betere prestaties waren, stelde ook ik voor mijn zoon een premie in. Geen bedragen waar ze in Wallstreet of de Londense City steil van achterover slaan, maar toch een waardevolle aanvulling op zijn schamele zakgeld: 50 cent per punt.

Opvoedpuristen waren er toen al als de kippen bij om deze daad te veroordelen: het zou egoïsme in zijn spel in de hand werken en ten koste gaan van het teambelang. Zelf was ik daar niet bang voor. We praten over een tijd dat zijn basketbalspel voornamelijk bestond uit het geven van breedteballetjes, zijn layupjes altijd ergens doelloos onder de basket eindigden en zijn schot in bijna honderd procent van de gevallen de benaming 'airbal' verdiende.

Zelfs na het invoeren van de bonusregeling gingen er halve seizoenen voorbij dat ik nooit hoefde uit te keren. Hij bleef onder het bord beleefd de bal aan zijn medespelers of – nog erger – zijn tegenstander afgeven, zag het als onderdeel van zijn dienende rol om bij de rebound aan de grond genageld te blijven staan en hield zich, kortom, bezig met wat ik zou willen omschrijven als ’schijnbasketbal’. Hij was er in het veld vreselijk druk mee, legde heel wat meters af, maar het leidde tot helemaal niets.

Tot het begin van het seizoen 2009/2010.

Traditiegetrouw sjokte ik pas halverwege de tweede periode van het openingsduel tegen ABC uit Ter Aar de sporthal Cleijn Duin in, uit angst om ook dit keer weer de hele gifbeker van een kansloos verloren wedstrijd te moeten leegdrinken. Bij een vluchtige blik op het scorebord waren de verschillen alweer flink duidelijk, maar toen ik achtereenvolgens achter coach ArendJan en mijn zoon (even uitblazend op de bank) naar de tribune liep, riep de laatste: 'We staan voor!'. En warempel, bij nadere beschouwing van de stand was het dit keer de thuisploeg (onze J42) die met twee keer zoveel punten als de tegenstander aan kop ging. Dat bleef zo tot aan het laatste fluitsignaal (69-36), waarbij mijn jongste nazaat triomfantelijk met de gele wedstrijdsheet kwam aanlopen. Of hij even mocht afrekenen: elf keer gescoord à 50 cent, maakt 5,50 euro.

De tweede wedstrijd – tegen Dunkinn uit Roelofarendsveen – loopt helemaal van een leien dakje. Hij eist de bal op, zijn layupjes lopen opeens als een trein en zijn schotpercentage gaat naar de zestig tot zeventig procent. Niet minder dan zeventien keer legt hij de bal in het netje, goed voor – de snelle rekenaars onder u weten het al – 8,50 euro.  Mag ik even vangen?

 Hoogste tijd om de regeling met onmiddellijke ingang te herzien. Bonussen zijn een besmet woord, houd ik mijn protesterende zoon voor. Lees jij geen kranten? Kijk jij geen televisie? Het is helemaal tegen de tijdgeest.

 In navolging van Barack Obama, Wouter Bos en Nout Wellink zou ik willen zeggen:

Weg met de graaicultuur!

 
 
 
 

 

Dinsdag 27 oktober

 

Ik ben geen type dat elke week zijn auto aflikt, maar voor het ondergescheten vehicle waarmee ik me gistermiddag bij de plaatselijke Kwikfit meldde, geneerde zelfs ik me een beetje. 'Voor wassen bent u hier aan het verkeerde adres', meende de snaakse receptionist te moeten opmerken, voordat ik hem had uitgelegd dat mijn rechtervoorband al een paar weken langzaam - maar de laatste dagen steeds sneller - leegliep. Er bleek een indrukwekkend stuk staal in te zitten, dat vakkundig - en voor een billijke 19 euro, inclusief uitlijnen - werd vervangen door een rubberen prop. Na een week in de ondergrondse parkeergarage van de camping te hebben gestaan, werd mijn Sorento in één nacht verder volledig in de stront gezet door honderden spreeuwen die zich in de bomen boven de parkeerplaatsen voor ons huis tegoed doen aan de rode besjes die ook hun ontlasting zo mooi oranje kleuren. De medewerker van Snella Autowas die ik na de Kwikfit opzocht moest ik vijf euro extra fooi geven om mijn auto met zijn hogedrukspuit weer een beetje toonbaar te maken, alvorens ik de wasstraat mocht inrijden. Het wassen werd daarmee net zo duur als het repareren van mijn lekke band. De rekening zou ik naar de afdeling groenvoorziening van de gemeente Katwijk moeten sturen, die in de jaren tachtig en negentig boven elke parkeerplaats in ons mooie dorp een boom heeft geplant die elke maand van het jaar zijn eigen smerigheid afscheidt. Automobilistje pesten, dat is het!

 
 
 
 

 

Maandag 26 oktober

 

Vijf minuten te laat bij de presentatie van het Visserijboek waarvan ik één van de auteurs ben - het is niet gebruikelijk dat dit soort dingen in Katwijk op tijd beginnen, maar uitzonderingen bevestigen de regel - maakte ik zaterdag de plechtigheid ergens achterin het bomvolle zaaltje van het plaatselijke museum mee, staand naast de haspel van het brandblusapparaat. Na de laatste drukproeven was ik onze uitgave 'Katwijk, 60 km van zee' volledig uit het oog verloren, maar het blijkt een kloek en indrukwekkend boekwerk geworden voor iedereen die in Katwijk, de visserij of - beter nog - in allebei is geïnteresseerd (te koop in het Katwijks Museum of bij de plaatselijke boekhandels voor 19,95 euro, leuk voor sinterklaas of anderszins). Het boek wordt ondersteund door een visserijtentoonstelling - of andersom, dat mag van mij ook - die met name is bedoeld om de autochtone Katwijkers - die weinig met kunst, maar veel met vis hebben - weer eens naar hun prachtige museum te lokken. Zelf vond ik, tussen de honderden foto's en scheepsattributen - vooral de doordringende haringlucht goed getroffen, maar die bleek uiteindelijk te walmen van de schalen met (niet meer zo) Hollandse Nieuwe die door dames in klederdracht werd uitgevent. Niettemin, ook zonder haringlucht, van harte aanbevolen!

 

Mijn mede-auteur Jan van Beelen (midden, met witte kuif) en vormgever Bob van der Plas (rechts, met indrukwekkende zwarte kuif).

 
 
 
 

 

Vrijdag 23 oktober, Leersum

 

Na booming Veenendaal, ook op de laatste dag van onze vakantie een herfstklassieker: het Veerhuis in Opheusden. Het ritje erheen is wel nieuw, met knooppunten die eerst door het bos en daarna over het platteland leiden. Voor de niet-klimmers in ons gezelschap - dat zijn er vijf van de zes - moet ik met een ruime bocht om de Grebbeberg bij Rhenen heen. Het Veerhuis ligt - de naam zegt het al een beetje - direct aan de overkant van de Nederrijn, voor ons alleen bereikbaar met de pont. Voor het vierde achtereenvolgende jaar komen we hier al en we hebben het wel en wee gevolgd van het echtpaar dat dit sfeervolle pand al die tijd aan het opknappen was. Maar het laatste 'wee' hadden we toch gemist: ze zijn gescheiden en de nieuwe eigenaren maken er - met behoud van identiteit, zoals dat heet - een lifestylepaleisje van, dat helemaal in de smaak viel van drie van de zes leden in ons gezelschap (twee zussen en een eega). Ze zaten net lang genoeg aan tafel om hun apfelstrudel en cappuccino naar binnen te schrokken, maar de rest van de tijd renden ze van voor naar achter door het verbouwde pand, op de voet gevolgd door de eigenares die aanwees in welke designwinkeltjes in de regio ze de spullen allemaal had ingeslagen. Morgen, zaterdag, gaan we weer naar huis, maar de dames hebben zich voorgenomen om - met het lifestyle-lijstje met adressen - binnen enkele weken terug te keren. En niet voor de mooie natuur, kan ik u melden.

 

 

 
 
 
 

 

 

Donderdag 22 oktober, Leersum

 

Ja, deze beelden vertekenen natuurlijk. Want nee, ze hebben helemaal niks voor zichzelf gekocht. Alleen voor de kinderen gingen ze van Jack & Jones naar Esprit en vice versa in het mondaine Veenendaal, dat net zo hoort bij onze herfstvakantie in Leersum als de vallende bladeren en de paaltjesroutes. De hele nacht en een deel van de ochtend had het zachtjes geregend, maar tegen de middag werd het droog, zodat de tien kilometer naar het winkelhart van de Heuvelrug toch nog op de fiets kon worden afgelegd. Voor een middagje Veenendaal maak ik mijn eigen agenda, die voert van de Dixons (de vandaag uitgekomen Windows 7 bekijken) naar de Halfords (een standaard voor de fiets van mijn dochter kopen), naar Rein Veenendaal (oud-renner en nu eigenaar van een enorme fietsenzaak waar ik me heb verlekkerd aan de nieuwste collecties racefietsen en mountainbikes), om te eindigen bij de ANWB voor een handig hebbedingetje voor het noteren en aflezen van de fietsknooppuntenroutes: de bikepointer. Aan het eind ontmoeten we elkaar dan weer bij de gebakafdeling van La Place in V&D. Ja, laat dat maar aan mij over om een verloren dag zinvol te besteden.

 

 
 
 
 

 

Woensdag 21 oktober, Leersum

 

De herfstvakantie markeert doorgaans het moment dat ik mijn goddelijke, gespierde zomerlijf inruil voor een torso die - laat ik het voorzichtig zeggen - mij door de barre wintermaanden vol ontberingen moet helpen. Ik kom een kilo of tien aan, bedoel ik daarmee te zeggen, en dat onomkeerbare proces stelt mij elk jaar weer voor een raadsel. Want zeg nou zelf: ik zit hier al sinds zaterdag vijf dagen lang op de fiets, in de regel van de vroege ochtend tot het eind van de middag. En het tempo mag dan niet altijd even hoog liggen, in combinatie met trainingstritjes op de mountainbike leg ik toch elke dag wel tussen de 70 en 90 kilometer af. Hoe - vraag ik mij in gemoede af - slaag ik er elke herfstvakantie toch maar niet in om op gewicht te blijven?

 

 
 
 
 

 

Dinsdag 20 oktober, Leersum

 

Alleen met satellietnavigatie wagen we ons over de rivier, waar we van de Utrechtse Heuvelrug opeens in de ons onbekende Betuwe belanden. Het oranjestadje Buren is ons doel, maar als blijkt dat mijn Garmin GPSmap60Cx ons op de fiets hardnekkig blijft sturen naar wegen die vooral geschikt zijn voor trucks met oplegger, val ik toch weer terug op die andere nieuwe vinding die het fietsen zoveel plezieriger heeft gemaakt: de knooppuntenroutes. Mijn in Scherpenzeel aangeschafte handschoenen blijken zich bovendien uitstekend te lenen om een stukje placemat met nummertjes overzichtelijk op het stuur weer te geven. Alle jonge en dynamische eetgelegenheden in Buren - waar de accu van mijn moeders Gazelle Easy Glider hoognodig moet worden opgeladen en de inwendige mens dient te worden versterkt - blijken 'wegens familieomstandigheden gesloten' of pas vanaf 17 uur open te zijn, waardoor we uiteindelijk in de wat belegen uitspanning De Swaen terechtkomen. Mijn buitenissige uitsmijter De Betuwe (drie hele dooiers, ham, kaas, worst, tomaat en huzarensalade) zal mij later een groot deel van de avond aan het campingtoilet kluisteren.

 

Buren.

 

Dijken, boerderijen, een uitsmijter De Betuwe en pontjes, veel pontjes.

 

Op de terugweg, de skyline van Wijk bij Duurstede.

 
 
 
 

 

Maandag 19 oktober, Leersum

 

Wat hebben we hier de afgelopen vier jaar in hemelsnaam uitgespookt? Dat mag je je in gemoede afvragen, want ook nog nooit gedaan in onze Leersum-herfsten: de Grebbelinieroute. Een tocht langs de verdedigingswerken die ons in mei 1940 weliswaar niet meer dan symbolische bescherming boden tegen het oprukkende Duitse leger, maar 70 jaar na dato toch maar mooi 45 prettige fietskilometers opleveren. Gewoon, net als de bezetter destijds, de bordjes volgen. Het was bewolkt maar droog en met een graad of negen toch zo schraal dat ik bij een lokaal modehuis - veel degelijke plooirokken - in het pittoreske Scherpenzeel een paar handschoenen moest aanschaffen. Weinig vertier, onderweg, want op maandag bleken zo'n beetje alle betere koffiehuizen hun deuren gesloten te houden. En Dicky's Theeschenkerij - ik kan er ook niks aan doen - gaat zelfs in maart pas weer open.

 

 
 
 
 

 

Zondag 18 oktober, Leersum

 

Fietsen of wandelen? Meer dilemma's hebben we niet, deze week. En waarom niet allebei? Al vier jaar rijden we langs Landgoed Broekhuizen aan de rand van Leersum, maar zaterdag zagen we voor het eerst pas dat er ook wandelroutes over het terrein lopen. Met beschilderde paaltjes, nota bene. En een natuurpad voor mindervaliden. Zo hoort dat in Nederland. Dus liepen we anderhalf uur door een Engels landschapspark dat wordt beheerd door Staatsbosbeheer met een gigantisch landhuis in particulier bezit. (Er stond nog veel meer op het bordje bij de entree, maar dat heb ik niet meer paraat.) In elk geval was dit de tweede dag van onze vierde herfst in Leersum waarop we iets deden wat we nog nóóóóóóóóóóóit eerder hebben gedaan. Het was ook de laatste keer, heb ik maar meteen aangekondigd, want wandelen is dodelijk voor het spierstelsel van een fietser.

 

 
 
 
 

 

Zaterdag 17 oktober, Leersum

 

Een tante zaliger van mijn vrouw ging haar hele leven op vakantie naar Nijverdal en wist ons elke verjaardag op de mouw te spelden dat ze daar - op haar 73ste - nog elk jaar nieuwe weggetjes ontdekte. En  zo is het bij ons ook, in het vierde jaar Leersum, al vallen we de eerste dag graag terug op oude routines: een stukje door het bos naar Amerongen, daarna over de dijk richting Wijk bij Duurstede en halverwege weer rechtsaf - anders wordt het te ver - door het bos terug naar de camping. Na de uitputtende reis van vijf kwartier van Katwijk naar de Utrechtse Heuvelrug bleven twee zwagers en mijn moeder in de caravan achter voor een middagdutje, waardoor ik als routeplanner optrad voor mijn vrouw en twee zussen. Voor het eerst gebruikte ik daarbij het knooppuntenroutekaartje dat ik vorig jaar op de laatste dag van onze herfstvakantie kocht. Voor ons vertrouwde rondje Amerongen - dat ik inmiddels kan dromen - moesten we daarvoor opeens de nummers 17, 16, 18, 19, 11 en 12 volgen. En het is gek, maar het was alsof we er voor het eerst reden. Het zal, net als bij die tante zaliger, de leeftijd wel zijn.

 
 
 
 

 

Vrijdag 16 oktober

 

Daar gaan we weer. Want als we niet elk jaar zouden gaan, was het geen traditie. De herfstvakantie brengen we door op camping Ginkelduin in Leersum, middelpunt van mountainbikeroutes, fietsknooppunten over de Utrechtse Heuvelrug en routes langs de Hollandse IJssel. Wie gaan er mee? M'n moeder, twee zussen, een zwager, mijn vrouw, zoon Steven en neef Ben. Want nieuw dit jaar: allerlei postpubers grijpen dit weekje aan om thuis te blijven. Zo zet onze dochter de eerste schreden naar de zelfstandigheid, waarschijnlijk op een dieet van frituur, pizza en kant-en-klaarmaaltijden. Wat gaat er mee? Vier caravans en acht fietsen. Van de drie rijwielen die ik vorig jaar alleen al voor mezelf meenam (zie foto), heb ik er toen twee niet gebruikt. Tijd om het dit jaar helemaal anders aan te pakken. Door maar twee fietsen voor mezelf mee te nemen, bijvoorbeeld. Met het heilige voornemen om niet alleen met de familie van appelgebakterras naar lunchroom te rijden, maar ook zeker elke dag te mountainbiken door bos en veld. Nou ja, in elk geval een keer of vijf. Of vier. Maar zeker drie!

 
 
 
 

Donderdag 15 oktober

 

Het zijn kleine momenten in een mensenleven, maar je moet er wel even bij stilstaan, vind ik.

Tot de artiesten waar ik 'alles' van heb behoort John Gorka. Alle cd's, bedoel ik daarmee, van zijn eerste 'I Know' uit 1987 tot 'Writing in the margins' uit 2006 en alle acht albums die daar nog tussen zitten. Allemaal origineel, niks gestolen van internet, wat alleen voorbehouden is aan mijn selecte gezelschap van absolute topfavorieten. Maar gisteravond heb ik gebroken met die traditie met zijn nieuwste cd 'So dark you see'. Dat wil zeggen: met het aanschaffen van het schijfje. Ik draai namelijk sinds 2006 geen cd's meer. Al mijn muziek staat op de harde schijf - twee harde schijven, voor de zekerheid - en ik speel ze via mijn muziekinstallatie af met het programma Itunes. Daar is ook een winkel aan verbonden - de Itunes Store - waar ik overigens weer alleen van mijn rijtje topfavorieten de muziek legaal aanschaf. Enerzijds omdat ze vaak te obscuur zijn om via de geëigende illegale kanalen te downloaden, anderzijds omdat ik deze kleine krabbelaars graag financieel ondersteun. En, het moet gezegd, Itunes rekent billijke prijzen: voor de 16 nieuwe nummers van deze verstilde Amerikaanse sombermans betaalde ik 8,99 euro, en dan heb je ze ook nog eens binnen een paar minuten op je harde schijf staan. Bij bol.com kost het plaatje 17,99 euro (plus 1,65 euro verzendkosten) en moet je er nog op wachten ook.

 

 
 
 
 

 

Woensdag 14 oktober

 

Als bijna 150 jaar oude krant zitten we tegenwoordig met allemaal jonge, snelle communicatie- en internetboys in een eigentijds verbouwd monumentaal fabriekspand in de Leidse binnenstad, Nieuwe Energie genaamd. Prettig voor de kruisbestuiving, zo was de gedachte, niet alleen met de stad, maar ook met elkaar. Om dat laatste te bewerkstelligen was er gistermiddag een EnergieBoost (spreek uit: boest): alle bedrijven en bedrijfjes konden na vieren bij elkaar binnenkomen om eens rond te snuffelen, een workshop te volgen of anderszins te netwerken. En uiteraard een borrel toe. Om de toeloop naar mijn 'kijk en luistershop' op de zolderverdieping van onze redactie enigszins te temperen, had ik mijn voorstelling zo saai mogelijk aangekondigd: Heden en verleden van het Leidsch Dagblad (de toekomst liet ik wijselijk voor wat die was). Met behulp van een pc, een beamer en mijn geïmproviseerde, van kwinkslagen doorspekte betoog, zou ik die vluchtige communicatie en internetboys wel eens laten zien hoe je een degelijk product als een krant in elkaar sleutelt. Twee sessies van 20 minuten waren er voor me ingepland, eentje van 17.10 uur tot 17.30 en eentje van 17.40 tot 18.00 uur. Maar in het geweld van de nieuwste computerspellen, demonstraties Oosterse zelfmassage en workshops sushi maken op de begane grond, kwam er - en dan ook nog helemaal tegen het eind van sessie twee - welgeteld één oude man omhoog om een praatje met me te maken. Hij zal van mijn leeftijd zijn geweest. Heel nadrukkelijk bekroop me het gevoel dat we voor die communicatie- en internetboys niet meer van deze tijd zijn. 

 
 
 
 

Dinsdag 13 oktober

 

Toen ik enkele maanden geleden begon als passieve twitteraar - ik volg het illustere drietal Nico Dijkshoorn, Barack Obama en Lance Armstrong, meer niet - was ik een meeloper. Iemand die - niet voor het eerst - zijn oren laat hangen naar rages en de ruggengraat mist om de verleidingen van nieuwe gadgets te weerstaan. Over mijn weblog en andere moderne manieren van communiceren had ze zich al eerder laatdunkend uitgelaten. Maar goed, dat was een paar maanden geleden. Een reeks moderne marketing- en andere snelle  cursussen voor haar werkgever verder, is ze ineens actief op Hyves en werd ik zondagmiddag - bijna letterlijk met het mes op de keel - door mijn vrouw en echtgenote gedwongen om aan mijn twitterrijtje Nico Dijkshoorn, Barack Obama en Lance Armstrong ook de Katwijkse Openbare Bibliotheek toe te voegen.

 

 
 
 
 

Maandag 12 oktober

 

Volkskrant-recensent en vogelaar Jean Pierre Geelen schreef laatst enthousiast over een nieuwe verrekijker die hij had aangeschaft. Ontzettend duur, was het ding, maar hij had voor zijn vrouw desondanks maar tweehonderd euro van de prijs af gelogen. Dat vond ik een herkenbaar zinnetje. Alle mannen met een kostbare hobby stellen voor hun echtgenotes de prijs van nieuwe hebbedingetjes naar beneden bij. Waarom? Het scheelt een hoop gezeur en je doet er verder niemand kwaad mee. Zelf ben ik ook een erkend afprijzer omdat ik uit ervaring weet dat vrouwen niet goed de waarde inzien van aankopen die ik bijvoorbeeld voor mijn fiets(en) doe. Zelfs de keren dat ik denk écht voor een koopje uit te zijn, moet ik toch nog in discussie. Zoals dit weekeinde, waarop mijn mountainbike terugkwam van een winterbeurtje. Hoe duur? 138,75 euro, sprak ik geheel naar waarheid. Als het 300 was geweest, had ik het ook billijk gevonden. Moet je kijken wat ze daar allemaal voor doen, ging ik meteen in de verdediging: een servicebeurt voor de derailleur en het controleren en eventueel stellen van, hou je vast: trapas, balhoofd, wielen, naven, remmen, remblokken, versnellingskabels, ketting en banden. Bovendien had ik een nieuwe ketting nodig, nieuwe remblokken achter en een binnenband. 'Nou, toch vind ik het best duur', zei mijn vrouw onredelijk. Dus: volgende keer beweer ik dat het vijf tientjes was. Dat willen ze gewoon horen, die vrouwen.

 
 
 
 

 

Zaterdag 10 oktober

 

De bonusregeling van 50 cent per punt heb ik in het leven geroepen in een tijd dat zijn basketbalspel voornamelijk bestond uit het geven van breedteballetjes, zijn layupjes nergens op leken en zijn schot in bijna honderd procent van de gevallen de benaming 'airbal' (een bal die basket noch bord raakt) verdiende. Er gingen halve seizoenen voorbij dat ik nooit hoefde uit te keren. Maar de competitie 2009/2010 dreigt in de papieren te gaan lopen. Hij eist de bal op, zijn layupjes (de lange dribbels naar de basket, twee stappen maken, omhoog komen en scoren) lopen opeens als een trein en zijn schotpercentage gaat naar de zestig tot zeventig procent. In de eerste wedstrijd tegen ABC uit Ter Aar scoorde hij elf keer (5,50 euro) en dit keer, tegen Dunkinn uit Roelofarendsveen, legde hij de bal zeventien keer (8,50 euro) in het netje (volgens het scorebord gewonnen met 83-39, maar daarmee deden ze ons nog een paar puntjes te kort). Hoogste tijd om de bonusregeling te herzien. Wat dat betreft heb ik de tijdgeest helemaal mee. Weg met de graaicultuur!

 
 
 
 

Vrijdag 9 oktober

 

Lange tijd hebben we gedacht dat de internationale kredietcrisis aan ons gezin voorbij zou gaan. We hebben allebei onze baan nog, de aandelen zijn reeds jaren geleden de deur uitgedaan, we bankieren niet bij de DSB en de prijs van ons huis mag 400 procent kelderen en dan nóg is er sprake van overwaarde. Maar juist op dat moment klopt de recessie nadrukkelijk bij ons aan de poort. Eerst gaat de dealer van de Chevrolet Matiz van mijn eega failliet (inmiddels is er sprake van een bibberige doorstart), en donderdag laat mijn Kia-dealer uit Leiderdorp in bloemrijke taal weten dat 'de ondergang van onze vorige importeur Kroymans' hem (en vele andere dealers in Nederland) fataal (= noodlottig) is geworden. Fataal, inderdaad. 'God hebbe zijn ziel', ging het even door mij heen, totdat mij gewaar werd dat er 'slechts' sprake van was dat hem 'geen plek meer is gegund in de nieuwe strategie van Kia Motors'. In de rechtszaal wordt nog gestreden om het voorrecht van Kia het 'Erkend Reparateurschap' (noodzakelijk voor klanten met garantie, zoals ik) te krijgen. Maar: 'Ondanks dit oneerlijke besluit van Kia Motors kunnen wij melden dat wij als gezond en sterk bedrijf actief zullen blijven in Leiden en omstreken. Zo kunnen wij u uiteraard blijven voorzien van alle service/onderhoud aan uw Kia, en zullen wij met onze ziel en zaligheid doorgaan, zoals wij dat al 73 jaar doen.' Kijk, zo mag ik het horen. Een bejaarde die een fatale tegenslag te verwerken krijgt, niet bij de pakken wenst neer te zitten en zichzelf met ferme peptalk reanimeert. Maar zonder dat 'Erkend Reparateurschap' trek ik toch de stekker uit mijn klandizie.

 
 
 
 

 

Donderdag 8 oktober

 

Vliegen doen ze niet. Veel te gevaarlijk. Maar met de bus komen ze ook overal. De grafmeisjes - pardon, de (kerk)hofdames moet ik zeggen - zijn net terug uit Kroatië waar mijn moeder (derde van links) met de weduwen met wie ze op de Katwijkse begraafplaats bevriend is geraakt, de boel weer op stelten hebben gezet. Mijn werk is het dan om van de beelden die met mijn moeders digitale camera zijn gemaakt - jazeker, de dames gaan wel met hun tijd mee - een fotoalbum samen te stellen. Als ik alle opnamen die per ongeluk zijn afgedrukt, zwaar zijn bewogen (mijn moeder beeft nogal), compositorisch beroerd zijn, niet te corrigeren zo scheef zijn of alleen maar zwarte vlekken vertonen (druipsteengrotfotografie is altijd erg lastig), houd ik er nog een Hema-album van zestig pagina's aan over. Nu Kroatië af is en naar de drukker verstuurd, heb ik Spanje nog liggen. Daar zijn ze twee maanden geleden geweest. En binnenkort komen de kerstreisjes er alweer aan. En hebben ze tussendoor Oostenrijk niet gedaan, of zoiets? Kortom, ik ben nog een paar avonden onder de pannen.

 

 
 
 
 

 

Woensdag 7 oktober

 

Het kan toch geen toeval zijn: sinds ik vorige week op deze plek reclame maakte voor de site www.hetregentbijnanooit.nl is er nog geen dag voorbij gegaan zonder dat ik op de fiets zeiknat regende.

 
 
 
 

Dinsdag 6 oktober

 

Natuurlijk wist hij het zeker: zijn Franse woordjes hoefde hij alleen van het Frans in het Nederlands te leren. Niet andersom. Dat deed niemand, uit zijn klas. Hij had het duidelijk van zijn leerkracht gehoord. Alleen Frans-Nederlands. Het stond ook in zijn agenda. Of in zijn werkplanner, daar wilde hij vanaf zijn. Nee, dan kon zijn moeder wel tienduizend keer zeggen dat je een taal altijd naar twee kanten toe leert, als het niet hoefde van zijn leraar en het stond ook niet in de werkplanner dan zou je wel heel stom zijn als je ook van het Nederlands in het Frans ging leren. Hij kon zijn kostbare tijd wel beter gebruiken. En ja, als dat mens tijdens die schriftelijke overhoring toch opeens allerlei dingen van het Nederlands in het Frans gaat vragen, is dat natuurlijk belachelijk. Slaat helemaal nergens op. Helemaal tegen de afspraak. Net als de puntentelling, die ze hanteert. Hij had 3,5 fout gemaakt: goed voor een 4,6! Terwijl klasgenoten die havo doen - en niet vwo, zoals hij - met 7 fouten nog een 6,5 kregen. Heel onrechtvaardig. Als het zo moest, kon hij er net zo goed mee kappen. Nee, het had natuurlijk geen enkele zin om met zijn leerkracht over dat leren of die puntentelling in gesprek te gaan. Dat mens is echt niet voor rede vatbaar. Verschrikkelijk eigenwijs. Heel anders dan hij.

 
 
 
 

 

Maandag 5 oktober

 

Nee, zelf hoefde hij niet te spelen. Maar toch bracht onze zoon de hele zaterdagmiddag in de sporthal van  Grasshoppers door. Hij moest 'tafelen'. Voor wie niet vertrouwd is met de edele basketbalsport: naast twee scheidsrechters is er ook een administratieve twee-eenheid die de wedstrijd in goede banen leidt. Achter de tafel (vandaar het werkwoord 'tafelen') houdt dit duo bij wie er gescoord heeft, wie er persoonlijke fouten achter hun naam krijgen, wanneer de klok moet worden stilgezet en wat de stand is. Na zijn tafelcursus was onze jongste nazaat (hier op archiefbeeld, naast zijn vriend Dennis) welgeteld één keer eerder ingezet om een wedstrijdje (van een jongemeidenteam) te administreren (in februari van dit jaar, was dat), waardoor de aanloop naar zijn tweede tafelduel (jongens onder 16) niet geheel stressvrij verliep. Het 'afkopen' van de tafelbeurt - ja, dat kan ook, er zijn invallers die er een leuke zakcent aan verdienen - werd hem door het ouderlijk gezag verboden - tafelen is ook een lesje in verantwoordelijkheid nemen en concentratie - waardoor de nacht van vrijdag op zaterdag voor hem een vrij korte werd omdat hij reeds bij het ochtendgloren in bed het tafelcursusboek nog eens lag door te nemen. Ik ben bewust niet gaan kijken, dus uit de tweede hand weet ik dat zijn voornemen om de klok te hanteren (het makkelijkste klusje bij het tafelen) in de grond werd geboord door een zo mogelijk nog onervarener tafelmaat, die bovendien net een inspannende wedstrijd had gespeeld. Maar - alweer uit overlevering - begreep ik dat hij het voorbeeldig deed, al maakte hij na het invullen van het formulier wel dat hij snel uit de sporthal weg kwam voordat eventuele onregelmatigheden zouden worden ontdekt. Van de kant van de tegenpartij verwacht ik geen protesten: die heeft hij met 40 punten verschil laten winnen.

 
 
 
 

 

Vrijdag 2 oktober

 

De term is van haarzelf, want ik zou mijn vrouw natuurlijk geen loser durven noemen. Ze heeft mij gevonden, tenslotte. Maar een feit is dat ze op zekere momenten in het leven voor het ongeluk lijkt geboren. Als wij met 55.000 andere mensen in een bomvolle Kuip zitten en er wordt van de tweede ring een bierblikje gegooid, dan krijgt zij het op haar hoofd. Idem dito als er een eenzame meeuw met constipatie boven de Katwijkse Boulevard cirkelt. Gisteravond gooide ze na het eten - met natte, gladde handen - met een krachtig armgebaar een op de keukenvloer gevallen doperwt door de openstaande deur de tuin in, waarbij ze opeens haar kostbare ring door de lucht voelde vliegen en in het dikke struikgewas van onze tuin hoorde landen. Geen idee wáár precies, in het oerwoud van bodembedekkers en grassen. Het kon overal zijn. Toen ik haar achterliet om een rondje te gaan biken ploegde zij samen met onze zoon - die het na een minuut al zat was - radeloos door het lover, onder het mompelen van het mantra 'Die vind ik nooit meer'. En toen ik, ver na het invallen van het duister, weer thuiskwam, verwachtte ik haar daar nog steeds te zien zitten, bloemen en planten met woeste halen in de lucht gooiend. Maar ze hing voor de tv, met een voldaan gezicht, de ring trots om haar vinger. 'Ik mag dan een loser zijn, ik geef niet gauw op', merkte ze voldaan op. Bij daglicht ga ik de ravage in onze tuin maar eens in ogenschouw nemen.

 
 
 
 

 

Donderdag 1 oktober

 

Omdat Gerard Poels op een website bijhoudt wat bijna iedereen al weet, haalde hij enkele weken geleden alle kranten van Nederland. Zijn boodschap: ga lekker op de fiets naar het werk, want het regent bijna nooit. Over een jaar gemeten kwam hij tot 11 procent regenritjes (met een piek in februari, waar in december, april en augustus 100 procent droog werd gereden). Mijn eigen ervaringen na anderhalf jaar fietsen van Katwijk naar de redactie aan de 3e Binnenvestgracht in Leiden zijn nog gunstiger, al houd ik niet zulke mooie grafiekjes bij als Poels. Als je namelijk de buienradar in de gaten houdt en je kunt een beetje flexibel beginnen - kwartiertje eerder, kwartiertje later - dan rijd je bijna altijd droog naar je werk. Alleen de afgelopen drie dagen heb ik elke dag, thuis of onderweg, mijn regenpak moeten aantrekken. Het wachten is op een buienradar die goed aangeeft dat het zo geniepig miezert dat je er binnen een half uur toch zeiknat van wordt.

 
     
     
     
 

Naar het weeklogarchief

 
     
  Weer naar boven  
     
     
     
 
 
     
 

Over deze site

Vrouwen hebben reünies van de zwangerschapsgymnastiek om ervaringen uit te wisselen, maar voor vaders was er - in de tijd dat ik met mijn columns begon - helemaal niets. Geen zelfhulpgroep, geen vertrouwenstelefoon en geen speciale afdeling bij het consultatiebureau. Om die reden ben ik begonnen met het vastleggen van mijn ervaringen als pretvader. Eerst voor de krant, toen in een boek, nu op deze site.

Wat is een pretvader?

Iemand die wel zijn best doet om een volwaardige partner te zijn in de dagelijkse strijd die opvoeding heet, maar daar volgens zijn eega niet echt in slaagt. Iemand die wel de kinderen naar bed brengt, maar het speelgoed dat in hun kamers op de grond rondslingert aan de kant schopt, in plaats van het op te ruimen. Iemand die op zaterdagmorgen, als zijn vrouw aan het werk is, de nazaten om half acht voor de tv zet om zich direct daarna in bed nog eens lekker om te draaien. Iemand die liever meegaat naar de basketbaltraining dan dat hij toeziet op het leren van het huiswerk.

'Pretvaders' zijn dat, die zich - ondanks al hun goede bedoelingen - ogenschijnlijk alleen bemoeien met de aantrekkelijke kanten van het opvoeden.

 

 
 
 
 

Deze site is voortdurend onder constructie. Mocht u iets tegenkomen wat niet klopt, meld het mij dan.