Enkele uren daarvoor was ik
in de badkamer nog weggehoond vanwege de
Iphone-applicatie 'Poetshulp', die precies bijhoudt welk
deel van het gebit moet worden gereinigd (en hoe lang)
en daarbij twee minuten lang een vrolijk muziekje
afspeelt. Maar wat ik dankzij een tip van mijn collega
Annet aan nieuw Iphone-speelgoed 's middags mee naar
huis nam, overtreft zelfs mijn stoutste verwachtingen.
Het gratis(!) programmaatje Runkeeper verandert je
telefoon in een geavanceerde GPS-fiets- (loop-, zeil-,
schaats- of wat dan ook)computer. Vlak voor de rit op
een knopje drukken, na de rit nogmaals op een knopje
drukken en voilá: voordat je met je ogen kunt knipperen
staan al je gegevens meteen op internet. Routekaartje,
snelheid, hoogtemeters, met de juiste Polar-meter kun je
zelfs je hartslag er nog aan toe voegen. Bij Garmin
betaal je hier zeker 400 euro voor, hield ik mijn
sceptische echtgenote voor. Maar die hoorde me niet
eens, tussen haar schampere lachen door.
Bovenstaand: mijn route van
werk naar huis. Gemiddelde snelheid 19.15 kilometer (ik
moet natuurlijk niet gaan zweten), 12
meter (!) geklommen en 326 calorieën verbrand. Klik voor
meer details op het kaartje. Enige nadeel van het
programma: het vreet stroom. Na een tocht van drie uur
is je telefoon leeg, schat ik zo.
De verjaardag van onze
dochter (18!) wordt behandeld op Prretje'sblog.
Wat is het programma,
hoe wordt er getraind en hebben we het nog een beetje
gezellig onderweg? Alleen wielerliefhebbers hoeven door
te klikken naar
het wielerlog 2010.
Het opgroeiboek
Pretvaderen,
het opgroeiboek voor mannen, nu ook verkrijgbaar
in de betere boekhandel, zoals Van den Berg aan de
Achterweg in Katwijk aan den Rijn. Binnenkort ook
weer via internet te bestellen bij HDCmedia.
Mijn vriend en collega Paul de Vlieger
heeft het zondagavond nog proberen te voorkomen, meldde
hij mij per sms.
Je staat morgen op de vp
(voorpagina, DvdP). Ik heb er alles aan gedaan om het
te verhinderen, maar Van Weel (fotoredacteur te
Alkmaar, DvdP) is onverbiddelijk.
Het verschil tussen politici en
journalisten is dat de tweede soort ervoor moet waken om
ooit met zijn beeltenis op de voorpagina van de krant te
verschijnen. Collega's die het toch overkomt - omdat ze als
een soort wethouder Hekking op de gekste plekken steeds
in de zoeker van de fotograaf opduiken - worden overladen met hoon. Er
worden prijzen naar hen vernoemd. Zo kennen wij in
Leiden de Robbert Minkhorst-trofee voor degene die -
onbedoeld, mogen we aannemen, maar daar wordt sterk aan
getwijfeld - steeds met z'n snufferd op een nieuwsfoto
valt waar te nemen. Dus lichte paniek nam zondagavond
bezit van mij na het bericht van Paul en verontrust
spiekte ik - vanuit huis - stiekem in het
redactieoverzicht waar ik mezelf iets teveel onderuit
gezakt, met open mond (nooit mensen fotograferen die
zitten te eten of te praten, heb ik altijd geleerd) en
met veel te plat achterovergekamd haar wat wezenloos
naar een beeldscherm zag turen. Een onrustige nacht lag
voor mij. De reacties bij het ontbijt - een dag later -
waren niet bemoedigend:
- Hé, daar heb je papa met z'n domme hoofd (zoon).
- Er staat iemand achter je te slapen (dochter).
- 's Nachts staat je mond ook zo open, maar dan komt er
alleen gesnurk uit (vrouw).
Met mijn wintermuts
dieper over de ogen getrokken dan ooit, ben ik schichtig
naar de redactie gefietst, om pas bij het invallende
duister weer huiswaarts te keren. De eerstkomende weken
zal dit mijn lot zijn.
Maandag 8 maart
Als columnist kun je vaak
niet meer dan de vinger op de zere plek leggen, in de
wetenschap dat er toch helemaal niks met je kritische
bemerkingen gebeurt. Maar wie schetst mijn verbazing als
ik enkele dagen na mijn column
over Appie van een collega een tip krijg over een
nieuwe versie van dit Iphone-programma. Wat schreef ik
donderdag?
Appie weet ook steeds het
dichtstbijzijnde filiaal te vinden. En aangezien mijn
iPhone ook is voorzien van gps, zou het een volgende
stap kunnen zijn om mijn boodschappenlijstje automatisch
zo te rangschikken dat ik de hele handel precies op de
goede routing door de winkel tegenkom. Maar zo blijft er
altijd wel wat te wensen over.
En raadt eens wat de nieuwe
Appie kan? Je boodschappenlijstje zodanig sorteren dat
alles precies in de looprichting van een filiaal naar
keuze te vinden is. Briljant.
Mijn eega denkt overigens
heel anders over de Appie, want alle boodschappen die ik
tot voor kort op de automatische piloot uit de Digros
meenam, vergeet ik doordat ze (nog) niet in mijn Appie
staan. De afgelopen dagen zaten wij derhalve zonder
afbakpistoletjes, sportdrankjes, croma en vochtige
doekjes om het aanrecht schoon te maken. Dat krijg je
als je in plaats van je hersens de Appie gebruikt, vindt
mijn vrouw.
Het is allemaal een kwestie
van gewenning, heb ik gezegd. Geef Appie nog even de
tijd.
Zaterdag 6 maart
De meest gestelde vraag
tijdens de open dag van het
Leidsch Dagblad? En mogen we dan nu even de
drukkerij zien? Het laatste jaar waarin onze krant nog
een drukkerij naast de deur had, was naar mijn weten in
1991, toen de oude pers werd afgebroken en naar Roemenië
verscheept. Sindsdien zijn we achtereenvolgens in
Haarlem, Alkmaar en (tegenwoordig) in Amsterdam gedrukt,
bij ons moederbedrijf De Telegraaf. Een krantje maken is
tegenwoordig vooral een digitaal proces, maar voor zeker
1500 lezers toch nog steeds de moeite waard om een dagje
te komen neuzen in ons pand aan de 3e Binnenvestgracht.
Al was het maar voor de taart, de spelletjes, de
workshops, de rondleidingen en de hebbedingetjes. Samen
met collega Paul (foto) had ik mezelf vandaag geen
columndienst gegeven maar gaf ik uitleg over het
redactiesysteem. Zes uur lang heb ik me de poliepen op
m'n stembanden geluld, waarbij vrijwel iedereen aan het
eind toch nog even de moeite nam om over mijn column te
beginnen. En over die van mijn dochter, niet te
vergeten. Bij de volgende open dagen treden we op als
komisch duo. Beloofd!
Vrijdag 5 maart
Of ik morgen nog een kunstje
doe, tijdens de Open Dag van ons jubilerende Leidsch
Dagblad, wilde de redactiechef weten. Een kunstje. In
mijn geval betekent dat voor een publiek geïnterviewd
worden over mijn columns, een lezing geven over de
worsteling die ik elke week doormaak om mijn columns af
te leveren, een workshop columns schrijven, tijdens een
spreekuur vragen van lezers beantwoorden over mijn
columns, of boekjes signeren met mijn columns. Ja, ik
heb het, op meerdere dagen van verschillende kranten,
allemaal al een keer gedaan. Vandaar dat ik morgen
lekker aan mijn bureau blijf zitten (jawel, met dat lege
gebaksbordje erop), een beamer met een
scherm naast mijn stoel zet en iedereen die het maar
horen wil vertel over het redactiesysteem, hoe we
pagina's opmaken en hoe redacteuren opmaak gestuurd
werken. En vooruit, iedereen die wat wil weten over m'n
columns geef ik ook gewoon antwoord.
Donderdag 4 maart
Een mooi vullertje (na een
doorwaakte verkiezingsnacht op de redactie) voor iedereen die de
jubileumbijlage van het Leidsch Dagblad - we bestaan 150
jaar - niet onder ogen heeft gekregen. Daarin stond de
column 'Het gaat nooit mis' over één van mijn grootste
uitglijders bij de krant. En geloof me,
het zijn er wat geweest, in de 25 jaar dat ik aan dit
prachtblad ben verbonden. Komende zaterdag open
huis, van 10 tot 16 uur aan de Binnenvestgracht 3b in
Leiden.
Woensdag 3 maart
De stoet van landelijke
politici die door straten en over de beeldbuis trekt,
dragen er vandaag mede toe bij dat veel kiezers hun stem
op hun favoriete landelijke partij gaan uitbrengen. Dat is
jammer. Ofschoon ik de linkse kerk op nationaal niveau
een warm hart toedraag, moet ik er niet aan denken om op
de lokale variant ervan te stemmen. Dat komt omdat ik de
vertegenwoordigers van nabij ken of heb meegemaakt, en
hun intellectuele vermogens noch hun opvattingen
aangaande lokale kwesties deel. Omgekeerd is ook het
geval. Landelijk zou ik nooit mijn stem uitbrengen op
politici van christendemocratische of andere
bevindelijke huize, maar bij ons in het dorp spelen deze
types met genuanceerde standpunten op tal van terreinen
een sleutelrol. Bestudering van partijprogramma's zouden
mijn eega dit keer zelfs noodzaken om SGP te stemmen,
aangezien deze mannenbroeders perfect haar opvattingen
over de nieuwe plek van de hoofdbibliotheek (in het
centrum van het dorp) en de toekomstige zeejachthaven
(Tegen!) verwoorden. Daar staan dan overigens weer
andere speerpunten tegenover die haar electoraal aan het
wankelen brengen. Maar wankelen is niet erg, net zo min
als zweven. Mijn enige stemadvies voor vandaag luidt:
stem lokaal!
Dinsdag 2 maart
Op
de Olympische winterspelen hadden ze weinig te zoeken,
constateert cursusleider Christian gelaten. Maar als het
gaat om het ontwerpen van systemen om kranten te maken,
zijn de Denen wereldleider. Van The New York Times tot
The Times of India, van de Toronto Star tot het
Noordhollands- en het Leidsch Dagblad, allemaal worden
ze gemaakt op CCI Newsdesk. Ik zit momenteel vier dagen
op cursus bij ons moederbedrijf De Telegraaf in
Amsterdam, om met collega's van de krant van wakker
Nederland, Spits en ons eigen HDCmedia vertrouwd te
raken met het nieuwste redactiesysteem. Opdat wij later
op onze beurt weer redacteuren en vormgevers kunnen
opleiden. Onze beminnelijke Deense leraar zat hiervoor
nog in New Delhi, daarvoor in Australië en in
Zuid-Afrika en weet in charmant Engels bij elk onderdeel
wel uit te leggen op welk continent ze dit snufje
helemaal niks vonden. Want een redactiesysteem hangt van
compromissen aan elkaar. De manier waarop een verhaal
bij The Los Angeles Times door de pijplijn druppelt, is
heel anders dan bij de Schager Courant. En daar moet je
software - lees: CCI - op inrichten. In ons geval
betekent dit vooral het strippen van zoveel overbodige
ballast dat ook de gemiddelde digibete redacteur ermee
uit de voeten kan. Straks zitten De Telegraaf, Spits en
alle regionale dagbladen van HDCmedia op hetzelfde
computersysteem, maar kunnen ze door allerlei digitale
schotten niet bij elkaar in de keuken kijken. Daar zijn
we (nog) niet aan toe. Alleen op cursus zitten we
gebroederlijk naast elkaar. Er zijn goede broodjes,
voldoende fruit en onbeperkt koffie en fris, en maar een
paar deuren verderop bekent Sieneke in een
chatsessie met Telegraaflezers dat ze tot over haar
oren verliefd is. Ja, zie dan maar eens bij de les te
blijven.
Maandag 1 maart
Het was het laatste feestje
op de krant waar ik enigszins beneveld vandaan kwam: het
afscheid van onze redactiesecretaresse Gerry. Ze was een
tijdje ziek geweest, maar leek weer op te knappen voor
een vertrek dat ze - 'pas' 65 en nog vol levenslust -
helemaal niet had gewild. Maar Ger was niet beter. Een
oncoloog stelde kort na haar druk bezochte receptie in
december een
'pijnlijk eerlijke' diagnose: alvleesklierkanker. Daar
weet ik toevallig wat van. Het ziekteproces van mijn
vader leek akelig nauwkeurig op dat van Gerry, waardoor
het volgen van het weblog dat ze in die laatste maanden
bijhield totdat ze het zelf niet meer kon, een
voorspelbare reis terug in de tijd werd. Gistermiddag om
14.06 uur is ze overleden, rustig in de slaap die barmhartige
handen haar hadden gegund. Nog geen drie
maanden 'met pensioen', zoals ze met een zeker cynisme
boven haar log schreef. Alle keren dat ze ons - zooitje
ongeregeld op de redactie - bemoederde en vermaande,
noemde ik haar 'een goede vrouw'. Plagerig, maar ook
liefkozend. Want er school veel waars in dat begrip. Ger
kon zich, van de oude stempel als ze was, volledig
wegcijferen voor een ander, zonder ooit in slaafsheid te
vervallen. Want als iets haar niet beviel, liet ze het
ook weten. Soms met woorden, vaak met de kleinmakende
blik van de moederkloek om haar kroost weer in het
gareel te krijgen. Zo was ze tot op het laatste moment,
begreep ik van haar zoon Sjoerd. Een goede vrouw is van
ons heengegaan.
Zaterdag 27 februari
Reclame mocht ik er tot nog
toe niet voor maken. Het was een werkgerelateerd
project. Een opdracht voor een cursus over 23 dingen met
moderne mediatoepassingen, of zoiets. Eén van de
opdrachten was: maak een weblog. Vandaar. De naam
verwijst ook niet haar, maar naar één van haar taken:
het verzorgen van de pr voor de bieb. Pr-retjes Blog,
moet je eigenlijk lezen. Maar nu ze een paar weken bezig
is, begint ze er toch lol in te krijgen. En groeit -
ondanks enige reclame - haar schare volgelingen. Dus mag
ik ook hier het weblog van mijn eega voor het eerst van
harte aanbevelen:
prretje's blog. Misschien voor zolang de cursus
duurt. Misschien langer.
Vrijdag 26 februari
Een geslaagde column roept
verschillende reacties op. Laat ik daar maar weer eens
twee voorbeelden van geven. Kort nadat de krant met
'Oma heeft het gedaan' op de
mat lag, werd mijn ego gestreeld door:
Hallo Dick,
Zojuist las ik je column in de Gooi & Eemlander, in een
woord meesterlijk!! Altijd lekker om de dag met een lach
te beginnen. Je moeder is mijn nieuwe heldin!! Vooral
die laatste zin over klimatologen sprak mij erg aan,
heerlijk!
Vriendelijke groet,
(een lezeres uit Huizen).
Ik zat nog even na te genieten, toen de volgende mail
binnenkwam. Niks geen 'Beste Dick', of 'Hallo Dick',
nee, gelijk zakelijk beginnen:
Naar
aanleiding van het stuk over oma die de kinderen dik
maakt het volgende:
Ik
ben oma van 13 kleinkinderen, verdeeld over vijf
getrouwde kinderen. Voor 11 van de kleinkinderen hebben
mijn man en ik als oppasopa en -oma minimaal 2-4 dagen
per week gezorgd, zonder ze vol te stoppen met zoete en
vette dingen. Deze kinderen zijn allemaal super slank
(de twee die hier niet regelmatig kwamen waren juist
mollig.)
Wij
hebben veel met de kinderen gewandeld, naar de speeltuin
of de pompen. Dan ging opa met hun varen op een vlot en
ik speelde met de kleintjes. Heerlijke tijd! Sterk
verdunde limonade mee en bekertjes, en ze vermaakten
zich prima.
Ik
vind het zelfs zielig voor uw kinderen dat zij geen
mooie herinneringen hebben aan hun oma.
Voor
oma vind ik het nog veel erger, zij wordt toch maar mooi
voor schut gezet in de krant door haar eigen zoon. U
maakt niet alleen uw moeder maar ook uzelf tot spot.
De
ouders zelf staan het toe. Als jullie direct hadden
gezegd: ''Wij willen niet dat de kinderen verwend
worden' dan had oma zich daar aan moeten houden.
Achteraf de schuld geven aan oma dat vind ik erg laag en
naïef.
Een groet van een oma van 75 jaar.
Ik heb nog wel geprobeerd
één en ander uit te leggen, maar daar heb ik niks meer op
gehoord.
Donderdag 25 februari
Een collega van mijn
echtgenote was al eerder gestopt met dr. Frank. Doordat
ze de zemelen in haar donkerbruine brood miste, raakte
haar stoelgang behoorlijk ontregeld. Die problemen heb
ik niet ondervonden, dank u. Maar nu ik vijf kilo kwijt
ben en het racefietsseizoen eindelijk met een zekere
hevigheid losbarst, vind ik het goed om weer wat
koolhydraten tot mij te gaan nemen. In de
bedrijfskantine smokkelde ik gistermiddag al een bruine
boterham met mijn zalmsalade mee naar de tafel. En
vandaag doe ik wat aardappelpuree bij de rode kool. Van
mezelf mag ik dan vrijdag weer m'n eerste echte
pastamaaltijd. Dan verloopt namelijk ook de vervaldatum
van de Fettuccine met Spinazie die ik al een tijdje als
wenkend toekomstperspectief in het koelvak van mijn
ijskast heb liggen. Is mijn receptenbijbel 'Gezond slank
met Dr. Frank' dan meteen waardeloos geworden? Welnee.
Onder elk recept staat - zogenaamde voor de partner
van de dr. Frank-patiënt- ook welk
koolhydraat goedje je er het beste bij kunt eten.
Handige bliksem, die dr. Frank.
Woensdag 24 februari
Zeven dagen te laat geboren is onze
dochter, om straks op 3 maart te mogen stemmen voor de
gemeenteraadsverkiezingen. Daar baalt ze van, want als
je 18 wordt beschouw je de stemplicht nog als een grote
verworvenheid van onze democratie. Om die reden werd de
val van het kabinet Balkenende IV binnen ons gezin met
meer dan de gebruikelijke vrolijkheid begroet. Over drie
maanden mag ze toch voor de eerste keer de gang naar de stembus
maken
om het rode potlood te hanteren. Maar bij het bekend
worden van de datum, trok er toch even een schaduw over
haar geluk. 'Shit, dan zit ik met mama in Spanje.' De
eerste keer dat ze gebruik mag maken van haar
democratisch recht moet ze de machtiging in
mijn onbetrouwbare handen leggen.
Dinsdag 23 februari
Bij
producttesten in het consumentenprogramma Kassa komen
opmerkelijk vaak artikelen van Lidl, Aldi en Action als
beste uit de bus. Dat appelleert aan het goede gevoel
bij mensen. Iets goedkoops aanschaffen, dat
tegelijkertijd ook nog eens goed en/of lekker is. Zo was ook
ik apentrots op mijn 'best geteste' regenpak, van FJS, dat
voor nog geen 12 euro bij de Action in de schappen ligt.
Bij lichte miezer is het ding inderdaad goed waterdicht,
maar bij serieuze neerslag - waar zondag en maandag
bijna 24 uur achtereen sprake van was - lekt vooral de broek aan
alle kanten. Toch nog maar even verder gezocht op
internet bij de zoekterm 'Het beste regenpak' en dan
krijg je dit te lezen:
Vorig jaar een als beste getest regenpak aangeschaft en
slechts een paar keer aan gehad. En wat blijkt? De
coating aan de binnenkant laat los en je wordt even nat
alsof je geen pak aan hebt. Door het dragen van een
lange broek en of trui gaat de binnenkant langzaam aan
kapot. Als je de broek en of het jasje tegen het licht
houdt zijn er allemaal gaten te zien waar de regen doorheen kan. Hoe zo als beste getest? Het is rotzooi en
niets waard. Misschien een reden om dit pak opnieuw te
testen.
Een teleur gestelde klant van Action
Die zogenaamde producttesten van bijvoorbeeld Kassa en
de Consumentenbond stellen niets voor en zetten de
consument naar mijn mening systematisch op het verkeerde
been. Steeds weer blijkt dat de genoemde organisaties
technisch volstrekt onvoldoende zijn toegerust om
uitspraken te doen over de kwaliteit van producten.
Met vriendelijke groet, ReadAC.
Mijn in Spanje rentenierende vriend kon zich in de jaren
tachtig al druk maken als de socialistische
consumentenbroeders een goedkope Praktica-camera uit het
Oostblok het predikaat 'Beste prijs/kwaliteit' meegaven.
Er is sinds die tijd niet veel veranderd.
Vanmiddag maar naar de degelijke Hema voor een broek die volgens
dezelfde Kassa-test vier keer zo duur is als die prul
van de Action.
Maandag 22 februari
Als Geert het straks voor
het zeggen heeft, maakt hij korte metten met
gesubsidieerde cultuur voor de elite, heeft hij al laten weten. Dus zo
lang het nog kan, profiteren mijn vriend Mart en ik
nog met volle teugen van ons voordelige singer/songwriterabonnementje
in de Aalmarktzaal van de Stadsgehoorzaal in Leiden.
Vier optredens voor 60 euro, Geert, steeds in een
splinternieuwe concertzaal, allemaal met overheidsgeld
betaald. Zaterdagavond stond er vijf man (twee meer dan
de basisbezetting) op het podium,
heel veel instrumenten (waaronder een heuse Steinway-vleugel!), een mannetje dat gitaren aanreikte
tussen de nummers door en twee geluids- en
lichttechnici. Dan tel ik de twee mensen die in de mooie
foyer achter de bar stonden nog niet eens mee. Wat denk
je dat dat allemaal kost? De halflege zaal gaat dat niet
opbrengen. En van de koffie van 1,50 euro zullen ze ook
niet vet worden. Nee Geert, allemaal subsidiegeld dat
beter kan worden besteed. Niettemin, we hebben genoten
van A Balladeer, een Nederlands bandje met
internationale uitstraling. Wat ze met z'n vijven
precies in de serie singer/songwriters deden, is mij een
raadsel. Maar misschien was het omdat
zanger/liedjesschrijver
Marinus de Goederen ook net een solo-album uit
heeft. Maar verder riekt het allemaal naar oplichterij
van de linkse kerk, Geert. Doe er wat aan.
Zaterdag 20 februari
Het
dreigt een beetje onder te sneeuwen door de val van het
kabinet, maar niettemin bericht ik u dat mijn leven een
ingrijpende wending heeft genomen. Na jarenlang
wekelijks trouw de Digros te hebben bezocht voor mijn
weekendboodschappen, heb ik deze volle dochter van het
Dirk van den Broek-concern definitief de rug toegekeerd.
De kwaliteit van groenten en fruit speelden daarbij een
rol, alsmede het feit dat ik steeds meer favoriete
producten niet meer in de schappen terugvond, met als
tragisch dieptepunt het uit het assortiment nemen van de
Pringles Light. Dan is op een gegeven moment de maat
vol. Op vrijdagavond heb ik derhalve voor het eerst de
lokale Albert Heijn bezocht en een bonuskaart gescoord,
waarmee ik dankzij het programmaatje 'Appie' op mijn Iphone boodschappen kan doen zoals dat in de 21ste eeuw
hoort. Appie houdt bij wat ik heb gekocht, kan
boodschappenlijstjes maken, weet wat de
Bonus-aanbiedingen zijn en kent 8000 recepten en hun
ingrediënten uit het hoofd. Valt er dan helemaal niks te
klagen na mijn bezoek aan het filiaal in de Katwijkse
Zeilmakerstraat? Welzeker. De zaak heeft de omvang en de
allure van een superstore, maar de winkelwagentjes en de
kassa's zijn die van de buurtsuper. Mijn
boodschappenkrat past er niet in en ik kon maar
ternauwernood al mijn inkopen kwijt. Ik zal mij hierover
met de filiaalmanager -
Harry Piekema, als ik het wel heb - in verbinding
stellen.
Vrijdag 19 februari
Van mijn twintigste tot mijn
dertigste was ik voor het Leidsch Dagblad redacteur in
Katwijk, één van de mooiste baantjes die ik bij de krant
heb gehad. Want wat is er nu leuker dan schrijven over
je eigen dorp? Ik banjerde langs het strand als de
eerste paviljoens werden opgebouwd, ging mee met de
vissersvloot, sjouwde over het industrieterrein op zoek
naar obscure bedrijfjes en stond met mijn benen in het
bluswater als er weer eens ergens een grote fik was.
Maar bovenal was ik veel in het raadhuis te vinden, voor
commissie- en raadsvergaderingen. Dat onderdeel van het
werk vond ik zo belangrijk dat ik er, bij mijn afscheid
in 1990, vast van overtuigd was dat ik nog maandelijks de
raadsvergaderingen zou blijven bezoeken. Gewoon, voor
mijn lol. Maar ook omdat dáár de dingen gebeuren, in een
dorp. Afijn, ik ben er sindsdien nooit meer geweest.
Totdat ik gisteravond weer de kans had omdat mijn
collega Rob naar de wintersport is. Leuk, naar de raad!,
reageerde ik eerder deze week op de vraag of ik hem kon
vervangen. Maar toen het puntje bij paaltje kwam had ik
toch weinig zin om een hele avond op een persbankje naar
wauwelende dorpspolitici te kijken en te luisteren. En
dat hoeft tegenwoordig ook niet meer. Dankzij de lokale
omroep kun je de vergadering gewoon thuis met de laptop
op schoot vanaf de bank
volgen en bovendien ook nog makkelijk schakelen naar het
schaatsen en het voetballen. Wijntje erbij, plakje
boterhamworst
met augurk (helemaal dr. Frank). Niks tegen Rob zeggen,
s.v.p. Want als redacteur Katwijk hoort hij uiteraard te
denken dat het allemaal nog verschrikkelijk belangrijk
is.
Donderdag
18 februari
Net als de rest van deze
sessie hoop ik dat die de buitenwereld nooit bereikt,
maar ik vrees het ergste, schreef ik vorige week op
deze plek na mijn bezoek aan de Face Factory
tijdens het communicatiefestival De Verleiding. In een
denkbeeldige fabriek werd een profiel van mij - en
tientallen andere - bezoekers samengesteld, onder meer
aan de hand van een symbolisch voorwerp dat je verdere
leeftijd zou (kunnen) bepalen. Ik koos om mij
moverende redenen
voor het telraam, waarmee ik op de foto moest, maar ook
in een poppenkast moest uitleggen wat mij tot deze keuze
had bewogen. Net als in het VPRO-kinderprogramma
Achterwerk In De Kast stond er een camera op de
poppenkast gericht om dit verhaal op te nemen. En
gisteren was het zover: in mijn bedrijfsmail zat de
foto, met een link naar het profiel waar achter de
gestreepte gordijntjes van de poppenkast mijn filmpje
zou moeten instarten. Het moment van de waarheid. Afijn,
kijkt u zelf maar:
Zie je wel dat er een God
is?, mag ik onder deze omstandigheden graag roepen. Ik
was niet te filmen.
Woensdag 17 februari
Soms moet ik zelf ook nog even wennen aan
de moderne tijd waarin wij leven. Zoals maandagavond,
toen ik in één van die mooie Olympische
Studio Sport-portretten - dit keer van sprinter Jeremy
Wotherspoon - als achtergrondmuziek een nummer voorbij
hoorde komen dat me meteen bij de strot greep. Wie mocht
dat wel zijn? Een jaartje geleden zou ik een pakkende
regel of een refreintje hebben onthouden, om dat in
combinatie met het woord lyrics op Google op te
zoeken. Maar nu herinnerde ik me - een beetje laat, het
filmpje was al afgelopen maar de
Olympische
site van de NOS bracht uitkomst - het programmaatje Shazam op mijn Iphone. Je houdt het toestel voor de
geluidsbox en binnen een paar seconden verschijnt op je
schermpje:
Eddie Vedder - No Ceiling
Album: Into the Wild
Genre: Soundtracks
Label: Monkey Wrench.
Genoeg informatie om de cd binnen een
paar minuten van een Torrent-site binnen te slurpen.
Leve de vooruitgang! Eddie Vedder is trouwens de zanger
van Pearl Jam, maar op deze schitterende soloplaat laat
hij zich van zijn ingetogen kant horen.
'Into the Wild' schijnt ook nog een
prachtige film te zijn over een rijkeluisjongetje dat de
wildernis opzoekt. (Te huur in de Katwijkse bibliotheek,
maar dit terzijde.) Elke
gelijkenis met Jeremy Wotherspoon in dit portret berust uiteraard op
louter toeval. Kijk en luister zelf maar:
Dinsdag 16 februari
Er zijn mensen die pronken met een
telegram van Hare Majesteit, een handgeschreven brief
van Johan Cruijff of een persoonlijke twitter van Barack
Obama. Maar in mijn inbox zit - sinds gistermiddag en
naar aanleiding van mijn krantencolumn met de
veelzeggende titel 'Dank dank dank, dr. Frank' - een
mail van mijn dieetgoeroe zelf:
Hoewel de foto op mijn website al zo'n twaalf jaar oud
is, ben ik in werkelijkheid geen spat veranderd. Op het
oog niet te dik, maar wel elke winter - als het
racefietsen op een lager pitje staat - wel steeds tien
kilo te zwaar. Ook in deze koude maanden fiets ik nog
één uur (heen en weer naar de redactie) tot drie uur
(mountainbiketochten) per dag, dus ik moet er welhaast
enorme hoeveelheden voedsel instoppen om toch elke keer
weer in omvang toe te nemen. Nou, dat doe ik ook.
Afvallen lukt me elke keer ook zonder specifiek
dieet: niet alle borden van de familieleden leeggrazen
als er nog restjes op liggen, geen drie gebakjes
nemen als er iemand jarig is, en niet elke dag een
gehaktbal met mayo in de kantine.
Maar ik vind het een sport om elk jaar mijn 'race' naar
de 85 kilo (ik ben 1.94 meter lang) enige kracht bij te
zetten door iets nieuws uit te proberen. En ik moet
zeggen - na een avondmaal met gehaktbrood en spinazie
uit uw beststeller - tot nog toe bevalt het prima. Ik
hoop deze week de 90 kilo weer aan te stippen op de
weegschaal. Dan nog maar een paar weken te gaan.
Dus, opnieuw zonder ironie, dank dr. Frank!
Groeten,
Dick van der Plas
En zijn weerwoord is, in al
zijn bescheidenheid, ook helemaal dr. Frank:
Geen dank.
Voor wie hem nog niet
gelezen heeft, hierbij mijn ode
aan dr. Frank.
Maandag 15
februari
'Pap,
waarom mag ik niet downloaden?', vroeg mijn zoon een
tijdje terug. Dat mag niet van de
auteursrechtenorganisaties, had ik natuurlijk moeten
zeggen, maar dan zou hij weten dat ik zelf bijna
dagelijks in overtreding ben. 'Omdat ik er geen zin in
heb om elke week jouw pc opnieuw op te bouwen omdat je
een virus hebt binnengehaald', antwoordde ik daarom maar
naar waarheid. Als hij een spel of een crackje nodig
heeft, vraagt hij het aan mij. Zo is het altijd al
gegaan. Maar omdat ik ook mijn ogen niet sluit voor het
proces dat volwassenwording heet, leidde ik hem de weken
daarna al wel voorzichtig binnen in de wereld van
creatief computergebruik. De rest van zijn klas deed het
tenslotte ook. Totdat hij zaterdagavond wist te melden
dat zijn computer 'opeens zo raar deed' - allemaal
blauwe schermen - en of ik daar eens naar wilde kijken.
Er was inderdaad sprake van een probleem: het ding
startte nog wel op, maar helemaal aan het eind van dat
proces kwam er een fatal error scherm, met steeds
een andere foutmelding en bijbehorende getallenreeks.
Alleen omdat ik ook ergens iets met 'memory' zag staan,
schroefde ik de kast open en haalde één voor één - met
steeds weer opnieuw opstarten - de geheugenmodules
eruit, net zo lang totdat de computer na het verwijderen
van het laatste stripje (zul je altijd zien) weer
stabiel begon te draaien. Probleem opgelost, en helemaal
als ik vandaag weer wat nieuw, extra geheugen voor hem
koop. Maar ergens in mijn achterhoofd zingt ook nog zijn
bekentenis rond dat de problemen ontstonden net na het
installeren van een nieuwe no cd crack voor de
zoveelste gameversie van Lord of the Rings. Als dat zo
is, hebben de komende dagen nog iets leuks voor mij in
petto. Voorlopig de pc via systeemherstel drie dagen
teruggezet en een complete backup van zijn harde schijf
gemaakt. En, o ja: het downloadverbod is voorlopig weer van
kracht.
Het voordeel van een
behuizing in een hip kantoorpand met allerlei snelle
mediabedrijfjes? Er gebeurt nog eens wat. Zo hadden we
gisteren de hele dag het bruisende communicatiefestival
De Verleiding binnen de muren van Nieuwe Energie, het
gebouw waar ook onze redactie domicilie houdt. Het
nadeel van zo'n behuizing? Dat je onder die
omstandigheden meteen wordt gebruikt als proefkonijn
voor moderne malle fratsen als de 'Face Factory'. Daar
werd in de vroege ochtenduren mijn levensprofiel
bijgesteld. Zo moest ik uit een tafel vol met de gekste
voorwerpen iets uitkiezen wat de rest van mijn bestaan
kon beïnvloeden. Over die keuze moest ik vervolgens
vertellen met mijn hoofd in een poppenkast, waarbij mijn
bekentenis op film werd vastgelegd. Net als de rest van
deze sessie hoop ik dat die de buitenwereld nooit
bereikt, maar ik vrees het ergste. Waarom het telraam?
Omdat ik mij - volgens mijn eega uit pure
lamlendigheid - al zo'n 49 jaar aan allerlei
maatschappelijke verplichtingen onttrek, maar nu voor
het eerst een bestuursbaantje (bij de wielerclub) als
penningmeester heb aanvaard. Zij ziet dat als een
belangwekkende wending in mijn armzalige bestaan. Pas
toen ik weer buiten de 'Face Factory' stond, besefte ik
dat het niet bepaald van een onafhankelijke geest
getuigde om mijn bijgestelde levensprofiel op te hangen
aan de standpunten van mijn vrouw. Ik moet verder met
het telraam als keerpunt in mijn leven.
Donderdag 11
februari
De term komt van mijn
zwager. Toen hij vernam dat nu ook al mijn echtgenote -
zijn oudste zus - was toegetreden tot het aanzwellende
leger der webloggers - zij het ambtshalve, maar toch -
zakte zijn lijf tot een zielig hoopje ineen. 'Nee hè!,
ik trek het niet meer. Ik krijg enorme last van
weblogstress.' Weblogstress komt voor bij mensen die -
vaak uit sociale overwegingen, lees: om mensen niet voor
het hoofd te stoten - dagelijks zoveel weblogs tot zich
moeten nemen dat het normale leven eenvoudigweg aan hen
voorbijgaat. Stiekem een keertje verzaken is geen optie.
Voor je het weet zit je op een verjaardag of andere
familiesamenkomst en blijk je de recentste voorvallen te
hebben gemist. Een bitter verwijt is dan zo gemaakt.
'Heb je dat dan niet op mijn weglog gelezen?'
(Pijnlijke stilte.) Mijn zwager volgt familielogs, logs van
collega's, logs van vrienden en spoort - om ze niet te
verwaarlozen - ook zijn 2-jarige zoon en
dochters (6 en 8 jaar) inmiddels aan hun belevenissen
vast te leggen in een log, om maar niks van ze te hoeven
missen. Zelfs dit logje - waarvoor ik eigenlijk geen
onderwerp had (ook een vorm van weblogstress), maar me opeens die weblogstress-verzuchting van mijn zwager te binnen
schoot - zal hij moeten lezen. Me dunkt, dit is het toppunt van weblogstress.
Woensdag 10
februari
Normaal is dat je je
13-jarige zoon achter zijn broek moet zitten om zijn
huiswerk te maken. Dat hij af en toe met een onvoldoende
thuiskomt omdat hij ergens helemaal niet, of maar half
voor heeft geleerd. Of het niet snapt, niet goed heeft
opget, of anderszins. Maar met een dochter die er een
sport van maakt om alleen negens en tienen te scoren,
lijkt 'normaal' voor ons al gauw abnormaal. En is het
uiteindelijk toch een opluchting als hij thuiskomt met
een Atheneum-rapport dat - op twee zessen na - louter
zevens en achten bevat. We hebben hem er uitbundig om
geprezen, al was het maar om de kritische noten van zijn
zus te compenseren. Misschien té uitbundig, want
gistermiddag biechtte hij een 4 op voor een proefwerk
wiskunde (een van de twee vakken waarvoor hij een zes en
een beetje staat). 'Maar gelukkig heb ik nu nog net boven een 5
gemiddeld, want dan hoef ik niet verplicht naar de
bijles die woensdagmiddag onder de sporturen wordt
gegeven', zo zag hij zelf nog de zonzijde van dit
cijfer in. Het duurde maar even voordat hij zijn blunder
besefte. 'Wat!? Bijles? Is er bijles voor wiskunde?', zo sprong
de helft van zijn ouderpaar als een geit op de
haverkist. Dus gaat onze zoon vanmiddag naar bijles
wiskunde. Nee, niet verplicht. Hij gaat als enige van
zijn klas
vrijwillig. Al denkt hij daar zelf heel anders over.
Dinsdag 9
februari
Waar ik me erg op verheug:
vanavond een districtsvergadering van de Nederlandse
Toer Fiets Unie (NTFU) in Dordrecht. Het is de eerste
keer dat ik in mijn functie van penningmeester van de
Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk
van het dorp af mag. Onze bestuursvoorgangers gingen er
nooit heen, maar secretaris Menno en ik schuwen het
onbekende niet. We moeten tenslotte eerst nog maar voor
elkaar zien te krijgen dat we weer lid mogen worden van
de grootste fietssportbond van Nederland, als onderafdeling van nota bene een
ijsclub uit 1893. Een bekende sportbobo uit het Leidse hield mij
een paar weken geleden voor dat ik eigenlijk te jong was
voor een districtsvergadering van de NTFU. 'Dat zijn
allemaal gasten van een jaar of vijftig, joh.' Ik
straalde, met mijn 49,5. Maar onze secretaris
is met 30 jaar nog een broekie, dus die
moet ik vanavond mee aan de hand nemen in het gezelschap
van mannen die met geruite petten, op grof gelaste
stalen frames en twee draadbandjes om de nek hun koersen
rijden. Wat er onder
meer op de agenda staat, behalve de uitreiking van het
Toerfiets Evenementen Programma? Een lezing van een
deskundige van het sportmedisch centrum Rotterdam.
'Gelet op de gemiddelde leeftijd van de NTFU-leden is
het van belang als verenigingsbestuurder hieromtrent
iets meer te weten', vermeldt de uitnodiging. Hieromtrent. De laatste keer dat ik
dat woord hoorde, kwam het uit de mond van het Koot & Bie-typetje Cor van der Laak. Zoals gezegd, ik verheug
me er erg op.
Maandag
8
februari
Zijn strafblad is nog blanco, maar de
eerste boete is binnen. Wegens het niet komen opdagen
als 'tafelaar' bij een wedstrijd op 30 januari dient
onze zoon de indrukwekkende somma van 5,50 euro over te
maken op de rekening van zijn basketbalclub Grasshoppers.
Precies drie weken hebben we, om protest aan te tekenen,
en de messen worden geslepen. Zijn raadsman Bram M. -
die onze jongste nazaat voor de Commissie van Beroep
gaat verdedigen - spreekt van een 'zoveelste flagrante
schending van het recht en een dwaling die past in een
lange rij van justitiële missers'. Alleen al het
verzenden van de brief noemt mr. Bram al 'infaam en
abject'. Hij zal zich in zijn verdediging laten leiden
door het indrukwekkende pleidooi dat de vader van de verdachte eerder op
deze plek hield. De raadsman schroomt verder niet om, zo nodig,
in het kader van de Pluk Ze-wetgeving alvast beslag te
laten leggen op de verenigingstegoeden van Grasshoppers. Wordt vervolgd, derhalve!
Zaterdag 6
februari
Van een ouderwetse
walkover was vanmorgen geen sprake, in de
basketbalwedstrijd tegen Springers uit Gouda. Maar onze
mannen stonden in de thuishal Cleijn Duin wel
voortdurend voor met een redelijk comfortabele tien
punten, een verschil dat al in de eerste periode werd
bereikt. Daarna ging het duel gelijk op: als zij
scoorden, deden wij het ook, tot in de laatste tien
minuten onze aanval vooral het bord en de ring van de
basket trof en Springers gluiperig naderbij sloop totdat
de voorsprong een paar minuten voor het eind nog maar
één punt bedroeg. Billenknijpen, niet alleen bij de
coaches ArendJan en Dirk, maar zeker ook bij de trouwe
supportersschare die voornamelijk uit John en mijzelf
bestond. Herrie maakten we in elk geval voor een heel
legioen. Zeker toen met twee snelle uitvallen -
waaronder eentje van Steven die er weer lekker op los
scoorde (foto) - de zaken net voor het laatste
fluitsignaal werden rechtgetrokken: 67-62. Altijd een
euforisch gevoel, als de bevrediging van de overwinning
samensmelt met de opluchting over het ontlopen van de
nederlaag.
Vrijdag 5
februari
Als kersverse volgeling heb ik binnen mijn gezin te
maken met een aantal dr. Frank-sceptici. De nieuwe
dieetgoeroe die mijn hart heeft gestolen met recepten
vol vlees, eieren en groenten, wordt als de nieuwste
hype weggezet in het rijtje Sonja Bakker, Montignac en
Robert Atkins. Daarmee wordt dr. Frank - een heuse
internist en vasculair (?) geneeskundige uit Hengelo,
geen prutser derhalve - groot onrecht aangedaan. Ik tik
dit stukje na een zeer bevredigend avondmaal dat bestond
uit een flinke hoeveelheid shoarmavlees en
roerbakgroenten, dat volgde op een lunch van carpaccio,
salade en een ei. Een paar weken zonder pasta,
aardappelen of brood, dat gaat me op deze manier wel
lukken. Zeker als ik er van mezelf behoorlijk bij mag
zondigen ('s morgens ontbijten met muesli en elke avond
mijn wijntjes) omdat ik nu eenmaal veel meer beweeg dan
de gemiddelde dr. Frank-volgeling. Zelfs inclusief de
verjaardag van mijn eega met gebak en snacks, ben ik
inmiddels al bijna drie kilo kwijt in nog geen zes
dagen. Dank, dank, dank,
dr. Frank!
Donderdag 4 februari
Als je ruim twaalf jaar
alleen maar opschrijft wat je om je heen ziet gebeuren,
ben je opeens een deskundige. Opvoeddeskundige, in mijn
geval. Niet in alle kringen, overigens, want een deel
van mijn lezerspubliek vindt mij een malloot. Maar dat
is een lot dat ik met vele andere deskundigen deel. Dat
maakt mij er dus niet minder deskundig om. Zet twee
deskundigen naast elkaar en ze hebben ieder een andere
mening, tenslotte. Ik kom erop omdat mij de afgelopen
dagen tot twee keer toe is gevraagd 'iets' als
opvoeddeskundige te doen op de open dagen van
respectievelijk het Leidsch- (6 maart) en het
Noordhollands Dagblad (29 mei). Bijna 24 uur per etmaal
heb ik me hier inmiddels het hoofd over gebroken, maar
ik kom er niet uit. Mijn basisfilosofie - ik doe maar
wat, en meestal doe ik helemaal niks - leent zich niet
voor een ochtendvullend programma. Op 6 maart kan ik me in Leiden - als
chef Duin- en Bollenstreek - op tal van andere manieren
nuttig maken. Voor zaterdag 29 mei denk ik dat ik maar dat ik
een smoes verzin. Er is vast wel ergens een toertocht te
rijden waarvoor ik me al heel lang geleden heb
opgegeven. Als deskundige moet je ook je
beperkingen kennen.
P.S. Mijn laatste
opvoedkundige column in de krant ging over
Puberen.
Woensdag 3 februari
Voor mijn eigen verjaardag
geef ik altijd - ruim van tevoren - luid en duidelijk
aan wat de wensen zijn. In veel gevallen heb ik het
cadeau zelfs al in huis, ooit onder valse voorwendselen
- tegen een veel te hoog bedrag - aangeschaft. 'Alvast
voor míjn verjaardag.' Maar in meer dan 25 jaar
huwelijk is het mij niet gelukt om te gaan met open
opdrachten van mijn echtgenote als: 'Verras me maar'.
Wel heb ik inmiddels een beperkte kring van
(dames)winkels opgebouwd waar ik mij vertrouwd voel en
waar ze mijn onzekerheden een beetje kennen. Bij de
parfumerie ('Is er nog iets nieuws wat mijn vrouw lekker
vindt?') of de sieradenwinkel, bijvoorbeeld ('Doe maar
iets moderns, met zwart of zilver'') waardoor ik in de
regel toch binnen een bevredigende minuut of tien weer
buiten sta. Voornamelijk vanwege het feit dat onze
nazaten zo mogelijk nog minder creatief zijn dan ik,
moest ik gistermiddag na werktijd voor hen op zoek naar
een badjas die zij hedenmorgen aan hun moeder (49
lentes, vandaag, ja dank u wel) kunnen geven. Nieuwe
winkels, daar houd ik niet van. Bij
Hunkemöller ben ik geweest, voor het eerst van mijn
leven, bij Livera en tenslotte bij
V&D, om uiteindelijk weer bij Hunkemöller uit te komen
(er zit er in Leiden ook eentje in de V&D, ontdekte ik),
om zo'n beetje overal hetzelfde verhaal te horen: dit is
het laatste restje van de wintercollectie, de
voorjaarsspullen druppelen wel binnen, maar daarvoor
bent u net een beetje te vroeg. Een uur van wanhoop en
vertwijfeling, gevoelens die niet wilden verdwijnen
nadat ik uiteindelijk een 'God zegene de greep'-keuze
had gemaakt. En dan ging het in mijn geval nog maar om
een badjas. Er zijn mannen die de gang naar
Hunkemöller moeten maken voor een lingeriesetje. 'Is er
nog iets nieuws voor mijn vrouw wat ik lekker vind?',
lijkt me dan een geijkte openingsvraag. Zo zie je maar,
het kan het altijd nog erger.
Dinsdag 2 februari
Al een paar weken volgt mijn
echtgenote voor de bibliotheek de cursus '23 dingen' -
ontdek, speel en leer over Web 2.0 - en sindsdien ken ik
haar voornamelijk als de vrouw die in de rode stoel in
onze woonkamer met de laptop op haar schoot zit. Voor de
tweede keer in die cursusweken was onze woning
gistermiddag doordrongen van de geur van aangebrande
aardappelen omdat ze aan haar - verplichte - weblog zat
te tikken. Aangezien haar log beter was dan haar
aardappels, dien ik die hier maar op:
Maandag 1 februari
Of ik een foto wilde van een
auto te water, vroeg een freelance fotograaf
dinsdagmiddag rond een uur of vijf. Onze Duin- en
Bollenstreekpagina's waren al zo goed als dichtgetimmerd
en om ze nou voor een modale auto in de sloot weer open te
breken? 'Nee bedankt', zei ik, 'als het nou een
vliegtuig was...' Een paar dagen later stonden ze wel in
een huis-aan-huisblad - niet zo mooi als hierboven, die
heb ik van
112Bollenstreek gepikt - maar helder genoeg om de
onfortuinlijke auto te herkennen. 'Was jij dat, Huibert, in het kanaal?', vroeg ik mijn buurman van twee
huizen verderop, toen ik hem met zoon en twee honden op
straat tegenkwam. Huibert ging er eens goed voor staan.
Aan het 'Nee hè!' van zijn nazaat leidde ik af dat hij
het verhaal al een keer of honderd had verteld. Maar hij
had er nog steeds plezier in. Hij reed, met nog geen
vijf kilometer per uur, naar zijn bedrijfje aan de
waterkant, om halverwege de afrit te ontdekken dat de
brandweer hier de avond ervoor een oefening had
afgewerkt waarbij er nogal wat water was gemorst. En dat
was inmiddels een ijsvlakte van een decimeter dik
geworden. Hij begon te glijden, ging met twee wielen
over de walkant en kwam op z'n dak, dus ondersteboven,
op de bodem van het kanaal terecht. 'Hoe kom ik hier nu
weer uit?', ging er door hem. De radio speelde nog, er
kwam geen druppel water binnen, maar hij lag er toch wat
ongelukkig bij. Op dat moment kantelde de bedrijfsauto
en kwam, als een opstijgende onderzeeër, met de goede
kant weer naar boven. Nog steeds geen druppel water
binnen, alle elektriciteit deed het nog en Huibert
zocht, wel enigszins gehaast, zijn dierbaarste spullen
bij elkaar (hij kon alleen zijn telefoon niet vinden) en
klom - zelfs het zijraam ging nog automatisch naar
omlaag - zich vasthoudend aan de imperiaal op het dak.
De actie had inmiddels de aandacht getrokken van de
mannen in de brandweerkazerne, pal aan de overkant, die
hem binnen een paar minuten - op een auto die steeds
verder wegzonk - uit zijn benarde positie bevrijdde.
'Kurkdroog was ik nog, ik had niet eens natte
schoenen!', aldus Huibert.
Wie basketbal speelt, heeft
ook verplichtingen aan de club. 'Tafelen' is daar één
van: het bijhouden van scores, persoonlijke fouten, de
tijd en nog zo wat van die statistieken op een formulier
met zoveel vakjes dat je een avond cursus moet volgen om
er wijs uit te worden. Vandaag moet mijn zoon opdraven
bij een wedstrijd van Grasshoppers Jongens onder 16-3
om 16.15 uur, in de Katwijkse sporthal Cleijn Duin.
Geen probleem, ware het niet dat hij om 14 uur een
ingelaste wedstrijd van zijn eigen team heeft in
Wateringen, achterin het Westland. Daarmee is hij zeker
anderhalf tot twee uur zoet, en dan is het nog een uur
terugrijden naar Katwijk. 'Zelf voor vervanging zorgen',
meldt de wedstrijdsecretaris die niet alleen hem maar
ook een aantal teamgenoten heeft ingedeeld voor de
tafelbeurt. Spelertjes van 12 en 13 jaar - die op de
club geen groot netwerk hebben om op terug te vallen en
van iedereen die ze wél kennen weten dat die ook moeten
spelen - in paniek, de coach - die zijn halve team ziet
wegvallen - met de handen in het haar. De
wedstrijdsecretaris houdt zijn poot stijf, met een
beroep op het huishoudelijk reglement van de club dat
elke jeugdspeler inderdaad onder zijn kussen heeft
liggen. Veel opgewonden gebel en e-mailverkeer, tussen
zoon, teamgenoten en coach, waarbij uiteindelijk wordt
besloten om het tafelen - niet komen opdagen betekent
een boete - maar voor het spelen te laten gaan. Totdat
gisteravond om negen uur coach ArendJan strijdbaar
opbelde, na het inwinnen van advies bij juridisch
geschoolde clubleden die menen dat het team straks bij
de 'Commissie van Beroep' een goede zaak heeft. ''We
gaan spelen!', roept hij uit. See you in court,
wedstrijdsecretaris!
Tot zover dit relaas over
verenigingspolitiek en jongetjes van 13 die worden
vermalen tussen verplichtingen, huishoudelijk
reglementen en het teambelang.
Laatste nieuws: vet
gewonnen, Steven weet alleen niet met hoeveel.
Vrijdag 29
januari
In de
periode tussen vijf tot zes dat ik de basketbalkantine
alleen open heb om Tineke en Krijn een bakje in te
schenken en de vaatwasser zich nog staat op te warmen
voor mijn maandelijkse werkje (het schoonmaken van de
roosters boven de frituur), zou het me toch moeten
lukken: geluid krijgen uit de imposante flatscreen-tv boven het
koffieapparaat. Maar al sinds de ingebruikname van
The Bucket worstel ik met de Denon DN-X500
4-kanaals DJ-mixer die een audiofiel om onverklaarbare
redenen in het stereorekje heeft geschroefd.
Niet
dat ik geen vorderingen heb gemaakt: ik ben er – geheel
op eigen kracht want een gebruiksaanwijzing is nergens
te vinden – in geslaagd om een muziekje te laten horen
via de boxen boven de bar. Ik kan de LCD-tv aanzetten,
de Windows-mediaplayer opstarten (als de computer
tenminste al aanstaat, maar inmiddels weet ik ook hoe
dat moet), een afspeellijst kiezen en het geluid
afregelen met één van de vier schuifknoppen die in de
Denon-versterker zitten. (Eerlijk gezegd weet ik niet
precies welke, maar dat maakt verder niet uit. Het zijn
er maar vier, er is er altijd wel eentje die doet wat ik
wil. Soms doen ze het zelfs alle vier.)
Wat ik
nog meer kan? Ik geef toe dat het een paar maanden heeft
geduurd – hoewel dat ook aan het signaal kan hebben
gelegen – maar ik weet hoe ik de tv aan krijg en slaag
er zelfs in om er via de computer (nee, er is geen
normale kabelverbinding, alles gaat via Windows
Mediaplayer) livebeelden uit te
toveren van Nederland 1, 2 of 3. Ja, dat klinkt
makkelijk, maar iedereen die bardienst draait in The Bucket weet dat het eenvoudiger is om een satelliet in
een baan om de aarde te krijgen.
Maar
dan.
Weet jij
hoe je er geluid uit kunt krijgen, Krijn?
Nee?
Jij,
Tineke?
Nee,
alle knopjes op de Denon DN-X500 heb ik dan al
geprobeerd. Sommige meer dan tien keer, in honderden
verschillende combinaties. Aan de versterker kan het
niet liggen. Het betreft hier, ik citeer,
een
19” rackmount DJ mixer die het mixen een
heel andere belevenis maakt. Deze DN-X500 is een analoge
matrix mixer met 8 line en 2 phono ingangen die vrij
kunnen worden toegewezen aan één van de vier kanalen.
Vier 60 mm VCA kanaalfaders met volumecontrole,
onafhankelijke PFL kanaalmeters, de DN-X500 bevat alles
om het de DJ zo veel mogelijk naar zijn of haar zin te
maken. Mooi vormgegeven, sterk en robuust, de X500 is
een heerser in de audiomarkt!
Ja, ik
kan op de LCD-tv zelfs het internet aan de gang krijgen voor het
opzoeken van dit soort weetjes.
Ha, daar
is Bert. Weet jij hoe je geluid uit de tv krijgt, Bert?
Jij dan,
John?
Cobie?
ArendJan?
Dirk?
Niemand
die het weet. Van narigheid gebruik ik maar Teletekst
pagina 888, om in elk geval een beetje te kunnen lezen
wat het Zes Uur Journaal meldt. Of wat er in mijn
favoriete programma Man Bijt Hond wordt gezegd.
Maar
toch schijnt het te kunnen. Er zijn wel degelijk
momenten dat er geluid klinkt, uit de tv in The Bucket.
Maar
nooit als ik achter de bar sta.
Dit is de column die ik
deze maand maakte voor het blad The Rebound van de
Katwijkse
basketbalclub The Grasshoppers. Altijd gemakkelijk om op
hectische dagen iets voor het log achter de hand te
hebben. Mijn nicht Naomi - geslaagd voor de PA - gaf
gisteravond een feestje. En mijn vriend Mart werd opa
van een hele kleine Anouk (33
weken plus drie dagen en al bijna zelfstandig).
Het is teveel, op één dag, om te verwerken. Ik ben ook
de jongste niet meer.
Donderdag
28
januari
Een collega in Alkmaar
hoorde ik vorige week zeggen: Mijn zoon heeft de
hersens van mijn vrouw. (Hier liet hij even een
stilte vallen, om te vervolgen met:) De mijne heb ik
nog. Ja, denk daar maar even over na. Dus mij hoor
je niet beweren dat onze dochter mijn hersens heeft.
Noch die van mijn vrouw, overigens, want wij snappen
allebei geen bal van wiskunde. Alles boven de tafel van
twaalf gaat ons boven de pet. Mijn eega ging zelfs zover
dat ze destijds openlijk twijfels zette bij het voornemen van
onze dochter om wiskunde aan haar vakkenpakket toe te voegen.
Want dat kunnen wij (wij Van der Plassen,
bedoelde ze) helemaal niet. Maar kennelijk is
onkunde niet altijd erfelijk, want zelfs in haar
examenjaar tweetalig gymnasium scoort onze dochter ook
met dit vak enen en nullen (maar dan naast elkaar). Op aanraden van
haar leraar deed ze gisteravond mee aan het oplossen van
het Problem of the Week, een onderdeel van een
Math Contest van de
Columbus State University. Wie
de oplossing weet van de volgende opgave, moet het
antwoord zo snel mogelijk mailen:
There exists a special six-digit number such that when
this number is multiplied by four, its digits are
reversed. Determine this special six-digit number. Note:
digits can be used more than once.
Ze heeft me uitgelegd hoe ze het heeft gedaan, maar ik
kan het hier niet reproduceren. Ik snap de vraag niet
eens, laat staan het antwoord. Het zou ook niet eerlijk
zijn, want u mag uw oplossing nog steeds insturen. Zij
was de 227ste die het is gelukt (maar haar leraar, die
21ste staat, tipte haar pas een paar dagen na het begin
van de contest):
Woensdag 27
januari
Foto's - en zeker geflitste
- geven altijd een vertekend beeld van de werkelijkheid.
Vooral zwellingen laten zich lastig vastleggen. En blauw
is altijd minder blauw. Vandaar dat de visualisatie van
de handicap waarmee ik - als gevolg van een salto met
mijn mountainbike - al drie dagen door het leven
strompel, op het Ledenboek van de Wielervereniging
Katwijk leidde tot schampere reacties als 'Is dit
alles? Had iets spectaculairders verwacht.' En
vervolgens begon deze empathische persoonlijkheid ook
nog een omslachtige verhandeling over het feit dat ik
mijn bovenbenen niet had geschoren, iets wat mij onder
wielrenners in de wintermaanden toch als buitengewoon
normaal voorkomt. Maar dit terzijde. Speciaal voor dit
soort critici dus ook nog maar even een foto van mijn
onderbenen. Spectaculair genoeg? En ja, ik weet het: ook
mijn kuiten zijn niet geschoren. Het is winter,
tenslotte.
Dinsdag 26
januari
Eigenlijk kom ik uit een
familie van financieel specialisten:
- Mijn ome Jan was een half
leven lang wethouder financiën van de gemeente Katwijk;
- Mijn ome Gilles (zaliger,
inmiddels) was een gerespecteerd accountant;
- Mijn neef Jan is fiscaal
jurist bij Grant Thornton.
Dus ja, ik begrijp werkelijk
niet wat er vanmorgen aan de ontbijttafel te lachen viel
- 'Jij? Jij hebt een gat in je hand! Wat zeg ik: twee
gaten!' - toen ik bekend maakte dat ik gisteravond
binnen het bestuur van de afdeling Wielersport van de
IJsclub Voorwaarts Katwijk officieel ben benoemd tot
penningmeester.
Geslaagde layup van Steven.
Maandag 25
januari
De wedstrijd moest ik
anderhalve dag laten bezinken, om er nog met enige
objectiviteit over te kunnen schrijven. Want
zaterdagavond vond ik het - in sporthal 't Zandje op de
grens van Den Haag en Rijswijk - onze slechtste
wedstrijd van het seizoen 2010. Nou was het ook de
eerste van dit jaar, maar aangezien de competitie niet
te lang duurt en het aantal tegenstanders beperkt is
(tot vijf, geloof ik, dus dat is tien wedstrijden), zou
je kunnen zeggen dat we het kampioenschap meteen al
hebben verspeeld. Tenzij we thuis dik van de mannen van
Jumpers winnen. Daar had ik, vooraf, in de uitwedstrijd
op het onzalige tijdstip van 19 uur ook mijn zinnen op
gezet. De tegenstander zag er niet indrukwekkend uit,
miste nogal wat lengte, en vond bij het inspelen ook
niet echt soepel het netje. Maar met wat onze jongens
daar tegenover stelden, was dat toch genoeg. Over mijn
eigen nazaat was ik niet eens zo ontevreden - ik was in
elk geval weer blij dat de bonusregeling voor elk
gescoord punt was afgeschaft - maar op cruciale momenten
liet ook hij het afweten. Net als de rest van het
twaalftal, want hoe coach ArendJan ze daar ook van
probeerde te doordringen, de lengte werd niet uitgebuit
en de passing was in de regel beroerd. Maar bovenal
miste het team de bezieling en de strijdlust die de
Haagse mannetjes wel aan de dag legden. Uiteindelijk
werd het 53-39, meer een korfbal- dan een
basketbaluitslag. Met deze ultieme belediging zou ik dit
stukje willen afsluiten.
Vrijdag 22
januari
Zelf vond hij dat wij ook
wel wat beter hadden mogen opletten, maar een feit is
dat - tien minuten nadat onze zoon gistermorgen naar
school was vertrokken - zijn brood en pakjes drinken nog
op het aanrecht stonden. Geld had hij ook niet bij zich,
noch een telefoon, want die had ik boven op zijn bureau
zien liggen. Ik gooide mezelf in een wat hogere
versnelling bij het naar binnen werken van mijn eigen
ontbijt, stopte zijn eten en drinken in een plastic
tasje en reed hem - met een kwartier achterstand -
achterna naar school. Toen ik bij de hoofdingang stopte,
kwam hij net de fietsenkelder uit, zijn rantsoen
aanpakkend alsof het de normaalste zaak van de wereld
was. Toen ik 's middags thuis kwam, lag onze
avondmaaltijd nog in de verpakking op hetzelfde aanrecht
als waarop hij 's morgens zijn lunchpakket had laten
liggen, maar van zowel zoon als vrouw geen spoor. Pas
toen ik alles zo'n beetje eettafel-gereed had, kwamen ze
hijgend binnen zetten. Hij wat besmuikt kijkend, het
gezicht van z'n moeder op onweer. Van de
basketbalschoenen die hij 's avonds weer voor zijn
training nodig had, was hij er - waarschijnlijk onderweg
van school naar huis - één kwijtgeraakt en derhalve
moest er - vlak voor de winkelsluiting - nog een nieuw
paar worden aangeschaft. En het brood dat ik hem 's
morgens was gaan nabrengen? Dat zat 's avonds nog gewoon
in zijn brooddoos in de tas. Er vielen wat uren uit,
waardoor hij al om 13 uur thuis was. Daar had hij
zich maar gevoed met stroopwafels en andere zoetwaren.
En vanmorgen vroeg moest ik het lichtje van mijn fiets
aan hem afstaan omdat het zijne, ook gisteren, op
mysterieuze wijze was verdwenen. Just another day
met een puberzoon, zou ik willen zeggen.
Donderdag 21
januari
Lezers van dit weblog en
leden van de basketbalclub Grasshoppers zullen vandaag
een Aha-erlebnis hebben gehad bij het lezen van mijn
krantencolumn. Inspiratie- en tijdgebrek, zou je zeggen.
Jazeker.
Maar ik vind het vaak ook zonde om iets wat ik voor een
betrekkelijk klein publiek maak, nooit meer te gebruiken
voor de krant. In 2006 schreef ik een column waarin ik
de 'premie' per gescoord punt voor mijn zoon openbaar
maakte. En dan is het wel zo netjes om ook te melden dat
ik daar nu zelf een punt achter heb gezet. Veel beter
dan ik dat al heb gedaan op dit log en in The Rebound - hier
en daar is 'ie hooguit wat opgerekt - lukte me niet
meer. En als je jezelf niet mag plagiëren, wat mag dan
nog wel?
Wel nieuw, voor het internet
althans, de schaatscolumn
Hunkeren.
Woensdag 20
januari
Ik
begin mijn mailtje aan haar maar een beetje luchtig,
want dat ligt me toch het best.
''Hallo Ger, dat je op je oude dag nog
aan het weblog gaat, wie had dat ooit kunnen denken?'
Maar dat houd ik niet lang vol.
Jammer dat de aanleiding zo verdrietig is.
Een paar weken geleden nog maar nam ze afscheid als
redactiesecretaresse van het Leidsch Dagblad, als de
'moeder' van het stelletje ongeregeld dat elke dag de
krant maakt. Eigenlijk
wilde ze helemaal niet met pensioen, maar ondanks alle
grote woorden van de regering over het doorwerken na je
65ste moest ze er toch mee stoppen. 'Met pensioen' heet
haar log dan ook, maar dat is inmiddels een hele wrange
titel geworden. Al een tijdje voelde ze zich niet goed,
maar pas op 13 januari volgde een, wat ze zelf noemt,
pijnlijk eerlijk gesprek bij de oncoloog. Op die dag
begint ook haar weblog:
http://gerrybrox.blogspot.com/
Dinsdag 19
januari
Op
een paar honderd meter van ons huis rijd ik in een
politiefuik. Twee patrouillewagens staan schuin over de
weg, vier agenten - onder wie één vrouw - hebben zich op
straat opgesteld. Als ik over het bruggetje in hun
richting trapt, zie ik de voorste politieman zijn beide
handen opheffen. Snel check ik alles wat mij eventueel
een bon zou kunnen opleveren. Licht? In orde. ID? In
mijn portemonnee. Bel? Werkt. Verder heb ik geen boetes
openstaan en recentelijk ook niemand vermoord of
anderszins gemolesteerd. Het straatje waar ik doorheen
moet, behoort wel tot de ruigste buurten van mijn
woonplaats. Troosteloze jaren zestig flats, gedeukte
auto's voor de deur en meer afval naast de container dan
erin. Zou zich hiér dan iets vreselijks hebben
voorgedaan? Er staan nu twee agenten naar me te gebaren
en te roepen, maar omdat ik het geluid van mijn Iphone
nogal hard op mijn oren heb staan, hoor ik niks. Even
wachten, handschoen uit, knopje op het draadje van mijn
koptelefoon indrukken, de buitenwereld weer toelaten in
mijn hoofd. De sterke arm spreekt weer: 'Oppassen
meneer, het is hier vreselijk glad. Er heeft net al een
meisje haar been gebroken.' De andere drie agenten
knikken om het hardst mee en wijzen, voor mij al ten
overvloede, op het spiegelende plaveisel dat zich voor
mijn fiets uitstrekt. Een kleine politiemacht om te
voorkomen dat ik in dit achterafstraatje op mijn plaat
ga. Ik word overstroomd door een goed gevoel over dit
dorp, dit land, dit volk, deze natie.
Maandag 18
januari
De Van der Plassen hebben
zich de afgelopen 60 jaar spectaculair vermeerderd, zo
toonde mijn in Spanje rentenierende vriend onlangs met
hulp van het
Meertens-instituut aan. Maar die cijfers komen
pas tot leven als je een aantal van die afstammelingen
bij elkaar ziet op de verjaardag van mijn moeder. De
foto's boven en onder zijn de vrucht van twee generaties
en daarbij zijn de echte Van der Plassen nog in de
minderheid. Dankzij mijn drie getrouwde zussen zijn er
ook Mazees, Palits en Hoeken bij gekomen. En de jongste
generatie sleept ook alweer aanhang met zich mee, al
zijn er twee neven van 22 en 25 bij die eeuwig vrijgezel
lijken. Vanaf 16 uur was het gistermiddag weer onbeperkt
taart, chips, salade, paling, goulash, kip met rijst,
pizza en vislasagne eten (ik vergeet vast nog het één en
ander), en dan had mijn moeder ook nog genoeg over om
vanmiddag haar zes vriendinnen mee te voeren. Want vandaag
wordt ze pas echt 74.
Zaterdag 16
januari
Artiesten hebben het meestal
niet zo op abonnementhouders. Grote kans dat ze niet
speciaal voor jou komen, maar in de zaal zitten omdat je
nu eenmaal 'bij het pakket' hoort. En, eerlijk is
eerlijk, zo zaten mijn vriend Mart en ik gisteravond ook
bij Dougie MacLean in de Aalmarktzaal van de
Stadsgehoorzaal in Leiden. We hebben een abonnement op
een serie singer/songwriters, dolende zielen met een
gitaar, en Dougie was de enige waar we nog nooit van
hadden gehoord. Uiteraard hadden we ons - beter gezegd,
Mart - wel voorbereid: er waren muziekjes gedownload
maar er was nauwelijks tijd geweest om die te
beluisteren. Zelf wist ik alleen van MacLean dat zijn
liedjes nogal vaak door anderen - onder wie Mary Black -
zijn gecoverd. Verder dacht ik tot mijn schande dat het
een Ier was, maar het bleek een Schot, die ons
trakteerde op een aanstekelijke mix van mooie verhalen
en schitterende liedjes, zijn eigen merk
whisky heeft (genoemd naar een van zijn bekendste
nummers Caledonia) en zelfs in Leiden een behoorlijke
schare trouwe volgelingen op de been bracht. Hij kreeg
er twee abonnementhouders als fan bij.
Vrijdag 15 januari
Noodgedwongen rijd ik al twee dagen met
de auto naar mijn werk, in dit geval het hoofdkantoor
van ons krantenbedrijf in Alkmaar. Katwijk-Alkmaar is voor
iemand van mijn statuur op zich wel te doen op de fiets,
maar er komt dan zo weinig van werken. Ik heb ook geen
hekel aan de auto, na weken van glibberen over slecht
gestrooide fietspaden: radiootje aan, klimaatbeheersing
op 20 graden, cruise control, bijna nooit files (zelfs
niet in de ochtendspits) op de route A44, A5 en A9 en nu de
ring rond Alkmaar helemaal is opgeknapt rijdt het ook
daar lekker door. Het enige waar ik een hekel aan heb is
's morgens de ruiten krabben. Dit is op zich al een vrij
oud filmpje, maar het blijft leuk:
Donderdag 14 januari
Met de geslepen schaatsen in
de kofferbak van mijn auto reed ik gistermorgen richting
Alkmaar - het laatste stuk van de A9 door dik besneeuwde
weilanden met witte stuifduinen van enkele meters hoog.
Op weg naar De Rijp, zou ik moeten zijn, voor de Eilandspoldertocht. Of naar de Waterland Westtocht. De
Spierdijker Gouw Tocht. De Lutjebroeker Poldertocht. De
Schermer Molentocht. Maar ik eindigde rond 9.30 uur in
een computerruimte van het hoofdkantoor van HDCmedia om
met twee nerds het nieuwe redactiesysteem zo in
te richten dat ook digibeten op de werkvloer er mee uit
de voeten kunnen. Dat is mijn rol: als eenvoudig praktijkmannetje
de whizzkids zodanig beteugelen dat er ergens eind juni
nog een krant uitkomt waarin meer staat dan louter enen
en nullen. Rond 17 uur reed ik, langs diezelfde
besneeuwde velden en bevroren sloten, de schaatsen nog
steeds achterin, weer naar huis. Vandaag mag ik weer die
kant op.
Als ik tenminste de neiging kan weerstaan om ergens ter
hoogte van het AZ-stadion, waar ik rechtsaf moet naar de
Edisonweg, gewoon hard door te rijden naar de eerste
bevroren sloot die ik tegenkom. Want van de ruim
vijftig toertochten die er in Noord-Holland onder
auspiciën van de KNSB kunnen worden georganiseerd, gaat
er voorlopig geen eentje door. De temperatuur komt boven
nul. Dit wordt de zoveelste vorstperiode die ik als een
hunkering aan me voorbij
heb laten gaan.
Woensdag 13 januari
De drie tot vier uur
stroomuitval in onze Duin- en Bollenstreek, afgelopen
zaterdagavond, lijken inmiddels één grote reclamespot
geworden voor het noodpakket dat de overheid ons met
weinig succes door de strot probeert te duwen.
Burgemeesters, hulpverleners, ja zelfs medeburgers
schromen niet om te benadrukken hoeveel beter het was
verlopen wanneer wij de beschikking over dit pakket
hadden gehad. En, ik geef het toe, ook ik ging
gisteravond even naar
www.noodpakket.nl om te kijken welke praktische,
levensreddende artikelen ons terwille waren geweest. Als
ik had gekozen voor het pakket de luxe - 69.95 euro -
hadden wij bij calamiteiten een:
- Freeplay opwindbare zaklamp met radio,
GSM-lader en solarpaneel. Let op! Elke 2 maanden
gedurende gedurende 3-5 minuten opdraaien i.v.m.
duurzaamheid
- De Oranje Kruis verbandtrommel
- Twee reddingsdekens 58 gram per stuk
- Desinfecterende handgel, 250 ml
- Gouda waxinelichtjes, brandtijd 50 uur
- Twee doosjes waterproof lucifers, 45
stuks
- RVS combitool zakmes
- Waarschuwingsfluitje
- Waterdichte tas met reflectieband,
ophanghaakjes, schouderband en opbergvak voor medicijnen
- Rampeninstructiekaart
Zo'n zaklampje met radio
is nog wel wat, maar je zal zien dat je hem op het
moment suprême al jaren niet meer hebt opgewonden. Weg
duurzaamheid. En verder? Waxinelichtjes, maar die hebben
we altijd met zakken vol in huis. De rest is misschien
handig als we ten prooi vallen aan een aardbeving en die
kans lijkt me op deze breedtegraad vrij miniem. Licht
hadden we dus zelf genoeg, maar om nu bij aanhoudende
kou met z'n allen onder twee reddngsdekens te gaan
zitten? Weet je wat handig was geweest?, zeg ik tegen
mijn vrouw. Zo'n UPS-systeempje voor de computer. Op
zo'n noodstroomvoorziening kun je bijvoorbeeld ook de
ketel van de centrale verwarming een tijdje laten
draaien.
Ze keek mij wantrouwend aan.
,,Komt niks van in. Als hier de stroom uitvalt gaan we
bij kaarslicht spelletjes doen, en ga jij niet zitten
computeren.''
Het is maar zelden dat ik ben voorbereid
op de ramp die vrouw heet.
Dinsdag 12 januari
Nou, nog eentje dan, om
het af te leren. En omdat ik het zelf niet beter had
kunnen verwoorden:
Maandenlangleefde
ze met hem, ademde ze hem als het ware. Ze absorbeerde
elk woord dat uit zijn pen kwam, liet haar geest
doordrenkt raken van zijn gedachtegoed. Ze kende zijn
vrienden en vijanden, voelde zich soms verbijsterd over
zijn keuzes. Ze genoot van zijn complexiteit en ontdekte
dat intelligentie geen garantie voor geluk is. Ze
begreep dat de prijs die hij betaald had voor roem en
onsterfelijkheid, hoog was geweest. Ze schreef zijn
geboortedatum in de huisagenda die op tafel ligt en het
voelde alsof ze hem werkelijk gekend had.
Maar bovenal hield zij van zijn taal, van zijn woorden,
van zijn werk.
Mijn dochter maakte haar profielwerkstuk over Oscar
Wilde. Ze kreeg hiervoor een 10. Ik denk dat er recht
gesproken is.
Irene
Maandag 11 januari
Nee, het weblog dat zij voor
een internetcursus als lesstof moet maken, is niet voor
de openbaarheid bedoeld. Maar af en toe, als we toch
hetzelfde onderwerp hebben, mag ik er wel eentje lenen
van mijn vrouw. Bij deze, dus:
Als ik snel de deur open doe, zie ik een plaatje van een
uiterst gezellig samenzijn. Een lang lint van meer dan
30 waxinelichtjes slingert door de kamer, de vloer ligt
bezaaid met stripboeken en kranten, uit de speaker van
een minuscuul klein Mp3-spelertje zingt Luka Bloom een
Ierse song, broer en zus zitten samen bij een
campinglampje te lezen. “Hé, zijn jullie daar?” Nog geen
anderhalf uur zitten we aan tafel in een nogal leeg
restaurant in Oud Ade voor het jaarlijkse etentje met
mijn familie, als de telefoon van Dick voor het eerst
gaat. Een collega van het Leidsch Dagblad. De Duin- en
Bollenstreek zou getroffen zijn door een stroomstoring
en hoe de situatie in Katwijk is? Geen idee, niks
gehoord van de kids, dus het zal wel meevallen. Vele
telefoonrinkels verder blijkt het niet mee te vallen.
Met de thuisbasis is geen contact te maken: onze nazaten
zitten al drie uur in het donker en in de kou. Reden
genoeg om het afsluitende rondje koffie aan ons voorbij
te laten gaan en voortijdig af te haken. Voorzichtig
door het besneeuwde landschap en over gladde wegen
terug. De autoradio spuugt verontrustende berichten uit.
Bij Katwijk rijden we ineens een volledig donkere wereld
in. De koning van de duisternis is hier heer en meester.
Blauwe zwaailichten van een politiebus doorbreken de
nacht en als we de wijk binnenkomen, schiet een als een
kerstboom verlichte brandweerauto net voor ons langs.
“Ik heb de temperatuurmeter van Edwin erbij gepakt en
als het kouder dan 20 graden werd, zouden we de dekens
van boven gehaald hebben. We hadden afgesproken samen
beneden te blijven. Als jullie om 23.30 uur nog niet
thuis waren geweest, was Steven met z’n dekbed op de
bank gaan slapen. Ik zou gewoon wakker zijn gebleven om
op te letten.” Ze hebben het goed gedaan, die twee. Als
het licht vijf minuten later ineens weer aanfloept, de
kachel snort, de tv op gang komt en de pc’s weer bliepen,
blijft dat de conclusie die me het meest verheugt.
Irene
(P.S.
De kwalificatie 'Apenland!' die ik snaaks terug
kreeg van onze rentenierende vrienden in Spanje - ik mag
dat roepen als de stroom het bij hen weer 30 keer
op een dag laat afweten - mag ik graag weerleggen met
het feit dat een enkele storing hier twee dagen lang de opening
van het NOS Journaal is. En dan heb je het over drie uur
geen licht en tv (een goed geïsoleerd huis blijft wel
een paar uur lang warm). Dan is er geen sprake van een
Apenland, slechts van
een door en door verwende samenleving.)
Zaterdag 9 januari
Terwijl
het KNMI het land in de greep van de angst probeert te
krijgen, zijn wij - Hollanders - in de ban van het
schaatsen. Een groepje echte mannen ging hedenmorgen -
alle alarmen ten spijt - het IJsselmeer over - hoorde ik
op de radio - gewapend met prikijzers en touwen, waarmee
'99 procent' van de risico's werd weggenomen. Gewoon
eentje voorop die, mocht hij ergens doorzakken, met
speels gemak weer op het ijs wordt getrokken en voort
gaat het weer. Met een andere kopman, want zo spreid je
het gevaar. Mag ik graag naar luisteren, naar dit soort
verhalen. Tijdens de vorstperiode van vorig jaar heb ik
mijn snelle Vikings laten slijpen, maar stond ik niet
één keer op de ijzers. Dat heeft wel als grote voordeel
dat ik er nu helemaal klaar voor ben, als de eerste
serieuze toertochten worden uitgeschreven. Want ik ben
geen man van de krabbelbaantjes, meer van de grote
slagen en de weidse vergezichten. Dat virus wil nog niet
echt overspringen op mijn nazaten. Alleen onze zoon
schaatst - noodgedwongen - één keer per jaar met school,
als onderdeel van een sportles. Vorig jaar op een
kunstijsbaan (met gehuurd materiaal), komende woensdag
op natuurijs. Daartoe heb ik hem hedenmorgen uitgerust
met lage noren die ik nota bene bij mijn rondje door
supermarkt Digros tegenkwam. Terwijl in heel het land de
schappen van speciaalzaken leeg raken en ze in Friesland
de vraag niet meer aan kunnen, lagen ze hier nog in
grote stapels op voorraad tussen de shampoo en de
vaatwastabletten. Ongetwijfeld ergens uit een lage
lonenland vandaan (Arrow is Chinees voor pijl), want
anders lukt dat niet voor 25 euro. Heb gelijk maar twee
paar gekocht: maatje 43 voor nu, en 45 voor volgend
jaar. Wij Hollanders dienen te allen tijde voorbereid te
zijn, houd ik mijn jongste nazaat voor.
Zo, met dat goede gevoel
installeer ik me nu bij de kachel voor het EK allround
in Hamar.
Vrijdag 8 januari
Heeft u nog een tip,
vakantieman? Jazeker, voor iedereen die deze zomer een
bootreis naar Ierland boekt bij de Stena Line. Daarvoor
adviseert de maatschappij op de website te kiezen voor
het Landbridge-arrangement (ja, na twee dagen deed de
site het weer), waarin alle vier de overtochten (van en naar Engeland, plus
een retourtje Ierland)
zijn ondergebracht.
Bespaar door één boeking te maken voor vier overtochten!Handig en
voordelig! Maar wie de overtochten afzonderlijk boekt,
en zich (met vier personen) op de heenweg naar Harwich
laat trakteren op een diner, en op de terugweg naar Hoek
van Holland op een uitgebreide lunch, is in totaal nog
18 euro goedkoper uit dan met het Landbridge-arrangement
zónder maaltijden. Nou ja, het is eigenlijk niet eens
mijn tip.Het meisje van de Stena Line dat onze
internetboeking behandelde, kwam ermee op de proppen. Ik ga nu even
mijn gebroken klomp repareren.
Eeuwig jong
Donderdag 7 januari
De foto die wekelijks bij mijn
krantencolumn prijkt - zie links, onder de knoppenbalk -
is meer dan twaalf jaar oud. Dat is geen kwestie van
ijdelheid, eerder van lamlendigheid, waarbij ik maar
even in het midden laat van wie. De foto is ooit gemaakt
door een freelance fotograaf, ergens in 1998, vrijstaand
gemaakt (zoals dat heet) door een fotoredacteur, in een
tekstvormpje geperst, opgeslagen in een shapelibrary (de
vormenbibliotheek van het opmaaksysteem), kortom, er zat
nogal wat werk aan vast en het is altijd een gedoetje om
dat allemaal weer te veranderen. Het verzoek van de
centrale redactie in Alkmaar om een nieuwe foto te laten
maken voor mijn 'nieuwjaarscolumn' was dan ook een
gevoelige. Zouden er lezers zijn die zich verbijsterd
afvragen wie die oude vent is die hen opeens - onder
mijn naam - tegemoet grijnst? Nee, moet het antwoord
luiden. Helemaal niks gehoord. Kennelijk heeft niemand
het verschil opgemerkt tussen 2010 en 1998 en moet de
voorzichtige conclusie zijn dat ik eeuwig jong blijf.
Forever Young. Een collega van de advertentieafdeling
meende zelfs dat ik inmiddels meer haar heb, dan twaalf
jaar geleden. Ik spreek hem niet tegen.
Woensdag 6 januari
Tegen collega's die hun vakantie
doorbrengen in de jungle van Borneo, in een ondergelopen
kolenmijn (ik verzin dit niet, het gebeurt) of een
Zuid-Amerikaanse buikloopbestemming, mag ik graag
zeggen: 'Als je er niet met de caravan kunt komen, hoeft
het voor mij niet.' Toch gaan we dit jaar - voor ons
doen - ontzettend avontuurlijk te werk. Voor onze reis
naar Ierland boeken we alleen de overtochten
Harwich-Hoek van Holland en Fishguard-Rosslare en daarna
zien we wel. Als het ons ergens bevalt, blijven we een
paar dagen staan. En anders trekken we door. Kamperen
zoals kamperen bedoeld is. Niks bespreken, er is altijd
wel een plekje te vinden, desnoods op een eenzame
landtong, aan de rand van een duizelingwekkende klif.
Zoveel Ieren zijn er niet (wij kennen alleen de zanger
Luka Bloom en zijn broer, Christie Moore). En de Ieren
die er zijn kunnen door de recessie toch niet op de
vakantie. De
laatste volle dag(en) in Ierland willen we doorbrengen
in Dublin, waarna we via Dublin Port weer naar het
Engelse vasteland (Holyhead) varen. Ook die overtocht
leggen we al vast, via een zogenaamd Landbridgeformulier
(een uitkering aanvragen is eenvoudiger)
bij de Stena Line. Tenminste, dat was de bedoeling. Al
een keer of vijf ben ik er aan begonnen, om dat
tijdrovende klusje steeds halverwege af te breken wegens
verschil van inzicht met familieleden over de
vertrekdata. En nu we eindelijk alles op een rijtje
hebben, krijg ik dit:
Ik vrees toch dat het niks
voor ons is, zo'n avontuurlijke vakantie.
Dinsdag 5 januari
De journalistiek mag dan
weleens de 'linkse kerk' worden genoemd, in bepaalde
opzichten zijn we behoorlijk conservatief. Als we
anderhalf uur met elkaar moeten vergaderen op het
hoofdkantoor, gebruiken we daarvoor niet Skype of
een ander eigentijds communicatiemiddel, maar stappen we
twee uur in de auto om vanuit Leiden naar Alkmaar (en
weer terug, uiteraard) te rijden. Dat er boven het
Noordzeekanaal een flink pak sneeuw ligt, was mij
inmiddels bekend. Maar nu verliet ik rond 14 uur de
redactie ook in een vliegende sneeuwstorm, in de vaste
hoop dat ik ergens bij Haarlem zou moeten overschakelen
op mijn lage gearing - die ik tot nog toe maar
één keer heb hoeven te gebruiken - om me door metershoge
stuifduinen te ploegen. Waar heb je anders
vierwielaandrijving voor? Maar helaas, ergens bij Haarlem
ging de sneeuw over in regen en was ook de rijksweg A9
verder goed te berijden. Een overijverige beambte van de
facilitaire dienst had bovendien een shovel ingehuurd om
het parkeerterrein van HDCmedia aan de Edisonweg in
Alkmaar schoon te vegen. Dus ja, als het zo moet, kunnen we voortaan
inderdaad beter gaan Skypen. Hier is geen lol
aan.
Maandag 4 januari
Zelf ben ik ook niet zo zoenerig, maar
een aanzienlijk deel van de werkende bevolking gaat
vandaag een zware dag tegemoet, zo blijkt uit dit
bericht van de Telegraaf-site:
Zelf was ik nog het meest geïntrigeerd
door de bovenste advertentie die Google automatisch aan
dit bericht toevoegt. Zou de zoekmachine zich daarbij
laten leiden door de tekst? Of door de foto?
Zaterdag 2 januari
Zelf hecht ik altijd aan de
traditie van Drie Koningen (6 januari) maar zodra de
jaarwisseling is geweest, komt bij mijn eega die
onstuitbare drang naar boven: de kerstboom moet eruit!
En hij stond er nog zo schitterend bij. Nog een paar
dagen mogen we er in zijn puurste vorm van genieten in
de achtertuin, daarna verdwijnt hij in de laadklep van
de gemeentereiniging. Die kluit is er alleen voor ons
gemak (dan past hij zo makkelijk in een rieten mand).
Het is hard, maar alleen onze lege wijnflessen komen
voor recycling in aanmerking.
Vrijdag 1 januari 2010
Eén rotje heb ik welgeteld
afgestoken, alleen om nog een keer te ervaren hoe dat
voelde. Maar als je kijkt ben je medeplichtig. Dus was
er voor mij vanmorgen rond een uur of elf - toen onze
hoofdvuurwerkafsteker vredig lag te ronken (ook voor hem
was het bijna half vier) - wel het ouderenpakket: de
straat schoonvegen. We waren de enigen van ons rijtje
van zeven die Oud en Nieuw thuis met vrienden vierden,
dus elke afgeknalde donderslag, rookpot, shock of
vuurpijl in een omtrek van honderd meter was voor mij.
Niettemin voelde het goed om 2010 rond het vriespunt -
als een voorbeeld voor ons allen - te beginnen met het
doen van mijn burgerplicht.
Vrouwen hebben reünies van de
zwangerschapsgymnastiek om ervaringen uit te
wisselen, maar voor vaders was er - in de
tijd dat ik met mijn columns begon -
helemaal niets. Geen zelfhulpgroep, geen
vertrouwenstelefoon en geen speciale
afdeling bij het consultatiebureau. Om die
reden ben ik begonnen met het vastleggen van
mijn ervaringen als pretvader. Eerst voor de
krant, toen in een boek, nu op deze site.
Wat is een pretvader?
Iemand die wel zijn best doet om een
volwaardige partner te zijn in de dagelijkse
strijd die opvoeding heet, maar daar volgens
zijn eega niet echt in slaagt. Iemand die
wel de kinderen naar bed brengt, maar het
speelgoed dat in hun kamers op de grond
rondslingert aan de kant schopt, in plaats
van het op te ruimen. Iemand die op
zaterdagmorgen, als zijn vrouw aan het werk
is, de nazaten om half acht voor de tv zet
om zich direct daarna in bed nog eens lekker
om te draaien. Iemand die liever meegaat
naar de basketbaltraining dan dat hij
toeziet op het leren van het huiswerk.
'Pretvaders' zijn dat, die zich - ondanks al
hun goede bedoelingen - ogenschijnlijk
alleen bemoeien met de aantrekkelijke kanten
van het opvoeden.
Deze site is voortdurend onder constructie.
Mocht u iets tegenkomen wat niet klopt,
meld het mij dan.