| |
|
 |
|
|
|
Deze site
loopt - bij het plaatsen van de actuele column,
tenminste - altijd minimaal een week achter bij het
gedrukte woord. En zo hoort het ook. Kranten hebben het
toch al niet makkelijk. |
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
| |
Over deze site
Vrouwen hebben reünies van de
zwangerschaps-gymnastiek om ervaringen uit te
wisselen, maar voor vaders was er - in de
tijd dat ik met mijn columns begon -
helemaal niets. Geen zelfhulpgroep, geen
vertrouwenstelefoon en geen speciale
afdeling bij het consultatiebureau. Om die
reden ben ik begonnen met het vastleggen van
mijn ervaringen als pretvader. Eerst voor de
krant, toen in een boek, nu op deze site.
Wat is een pretvader?
Iemand die wel zijn best doet om een
volwaardige partner te zijn in de dagelijkse
strijd die opvoeding heet, maar daar volgens
zijn eega niet echt in slaagt. Iemand die
wel de kinderen naar bed brengt, maar het
speelgoed dat in hun kamers op de grond
rondslingert aan de kant schopt, in plaats
van het op te ruimen. Iemand die op
zaterdagmorgen, als zijn vrouw aan het werk
is, de nazaten om half acht voor de tv zet
om zich direct daarna in bed nog eens lekker
om te draaien. Iemand die liever meegaat
naar de basketbaltraining dan dat hij
toeziet op het leren van het huiswerk.
'Pretvaders' zijn dat, die zich - ondanks al
hun goede bedoelingen - ogenschijnlijk
alleen bemoeien met de aantrekkelijke kanten
van het opvoeden.
|
| |
|
|
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 19 mei 2011
Hengstenbal
Zelf
vind ik het wel wat hebben, om even weg te zakken
tijdens een hoorcollege over lichamelijke aftakeling.
Maar mijn dochter heeft zich mijn bijdrage aan de
Ouderdag van de Medische Faculteit Leiden wat anders
voorgesteld. Met een venijnige por brengt ze me weer
terug in de werkelijkheid van 'De ziekte die ouderdom
heet', door prof. dr. R.G.J. Westendorp. ,,Je zit gewoon
te slapen!'' Na de lunch overkomt me hetzelfde bij de
Workshop Neurologie.
Vier
dagen daarvoor heb ik mijn echtgenote op het vliegtuig
naar Spanje gezet, waar ze een week bij vrienden
doorbrengt. Behalve met de spoedcursus 'Hoe werkt de
wasmachine ook alweer?' heeft ze me achtergelaten met
een agenda die bol staat van kraambezoeken,
verjaardagspartijtjes en een dagje meelopen in het
studieprogramma van onze oudste nazaat, waarvan ik het
lef niet had om te melden dat dit precies viel op de
datum dat al mijn fietsmaatjes in de Ardennen de Route
des Amblève rijden.
Niet 'communiceren', maar af en toe je mond houden. Dat
is de basis voor een harmonieus huwelijksleven.
'Hengstenbal!' had ik voor mezelf genoteerd voor de week
dat mijn wederhelft Valencia en omstreken onveilig
maakt. Maar alle vrienden die ik mee naar de kroeg had
willen nemen, blijken nog wél gewoon getrouwd. En alle
jonge meiden waarop ik mijn zinnen heb gezet, zijn nog
gewoon bij hun volle verstand. Dus verval ik in een vorm
van onschuldige rebellie die ik naadloos kopieer van
mijn ongenadig puberende zoon: niemand gaat mij deze
week vertellen hoe laat ik naar bed moet! Flesje wijn op
tafel, chorizoworst onder handbereik, beentjes languit
en na 'Pauw en Witteman' (vanaf begin deze week: 'Knevel
en Van den Brink') zappen naar de herhaling van 'De
Wereld Draait Door', gevolgd door Kunststof-tv of ander
verantwoord amusement dat de publieken ver na
middernacht willen uitzenden. (Nee, ik houd mij verre
van de commerciëlen, met uitzondering van zaterdagavond,
als ik het Eurovisie Songfestival laat schieten voor 'Terminator
3'.) Als ik dan tegen tweeën mijn bed opzoek, herinner
ik me altijd nog wel dat er een wasje in de trommel
staat ('Nooit te lang in laten zitten, dan gaat het
stinken', uit les 3 van 'Hoe werkt de wasmachine ook
alweer?'), lijkt het me handig om de aardappels voor de
volgende dag alvast te schillen of schiet me weer te
binnen dat de viooltjes in de 'hanging basket' onder het
afdakje van de voordeur al drie dagen geen water meer
hebben gehad.
Tijd
rekken. Daar is mijn puberende zoon ook een meester in.
Na drie dagen van dit vrijgezellenbestaan verander ik op
de werkvloer na de lunch in een stuk menselijk wrakhout,
dat zichzelf bij de levenden houdt door het drinken van
veel koud water, doelloze wandelingetjes naar de printer
en noodzakelijke tripjes naar het toilet (het directe
gevolg van het drinken van veel koud water). Net als
mijn jongste nazaat blijk ik wel heel goed tegen laat
naar bed gaan te kunnen. Alleen bij het vroege opstaan
breekt mijn gevorderde leeftijd me op, net als het
vermogen om in die paar uur slaap de gevolgen van een
flesje wijn teniet te doen.
Op zaterdag sleep ik me om 8.30 uur naar de Medische
Faculteit Leiden waar ons, ouders van studenten
Geneeskunde, een slopend programma rond het thema 'Circle
of Life' wordt aangeboden. De nadruk lijkt daarbij te
liggen op de laatste levensfase, al zou je met een
beetje goede wil de Workshop 'Hechten' - zeker na een
kraambezoek dat ik eerder die week heb afgelegd -
eveneens als een noodzakelijke handeling aan het begin
van de levenscyclus kunnen zien.
'Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn',
hoor ik de hoogleraar ouderengeneeskunde en directeur
van de Leyden Academy on Vitality and Ageing betogen. In
weerwil van wat een 87-jarige ons eerder bij een
patiëntendemonstratie heeft meegegeven, zijn de
ongemakken die lichamelijke aftakeling met zich
meebrengen, geen onvermijdelijkheid.
'Zo is het', gaat het nog net door me heen, voordat
ergens in mijn hersens een signaaltje wordt afgegeven
(in één of andere cortex, vraag me na één workshop
Neurologie niet welke) om mijn oogleden te sluiten.
Het is niet de tol van een week waarin ik de leiding van
een eenoudergezin probeer te combineren met een
vrijgezellenbestaan.
Het is een ziekte.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 12 mei 2011
Thuisdieren
De ontknoping van de bekerfinale
Ajax-Twente wordt voor mij onderbroken door een
dienstopdracht. ,,Ga jij eens buiten kijken, ik hoor
weer zo'n herrie.'' Zelf probeer ik me af te sluiten
voor het geluid dat nog het meeste wegheeft van een
defecte rookmelder, maar sinds mijn echtgenote heeft
gezien dat drie eksters de kop van een jong vogeltje
afhakten, is ze buitengewoon alert op de angstroep van
de merelmoeder in onze tuin. Er is zelfs persoonlijke
bewaking voor ingesteld. Kijk, daar sloft die malloot
toevallig mokkend naar de achterdeur.
Na
ruim negentien jaar als de persoonlijke assistent van
een buitengewoon verwende kat te hebben gefungeerd, nam
ik me voor om onze woning de komende decennia
huisdiervrij te houden. Helemaal gelukt is dat niet.
Mijn dochter werkt op haar zolderkamer aan een
experiment om vissen zo lang mogelijk in leven te houden
in een donkergroen uitgeslagen aquarium. Op momenten dat
ik het echt niet meer kan aanzien, wil ik de uitbundige
algengroei in die bak van tachtig liter nog wel eens met
een schuursponsje en emmers vers water te lijf gaan.
Zowel vissen als dochter reageren daar apathisch op.
Maar echt last heb ik alleen van het beestenspul dat -
voornamelijk vanwege het feit dat al onze buren de grond
achter hun huis hebben veranderd in een asfaltjungle -
onze overwoekerde tuin opzoekt om er te nestelen en zich
voort te planten. Dat varieert van een egel die via het
kattenluikje bezit had genomen van onze schuur tot
koolmeesjes die jaar in jaar uit de beschutting van het
neskastje van Staatsbosbeheer opzoeken dat ik aan de
zijgevel van de garage van de buren heb geschroefd, en
merels die op de ongelukkigste plekken van de
klimhortensia hun jongen denken groot te kunnen brengen.
Dat laatste is een misverstand. Ik verdenk ze er zo
langzamerhand van dat ze, louter om mij te pesten,
anderhalve meter boven de grond en in het volle zicht
van de katten van de buren en andere roofdieren hun nest
bouwen.
Het merelnest zit op de enige plek in ons stukje groen
waar je van 's morgens vroeg tot aan het eind van de
middag in de zon kunt zitten, de enige vorm van
tuinieren waar ik in uit blink. Maar het voorjaar heeft
zich nog niet aangediend, of ik voel me een indringer in
eigen tuin omdat ik uitgerekend in de aanvliegroute zit
van vogels die hun takken, plastic zakjes en ander
bouwmateriaal via een luchtbrug naar de klimhortensia
transporteren. Als ik niet snel maak dat ik wegkom, gaan
ze me op de pergola net zo lang met een snavel als een
uitpuilende groenbak zitten aankijken, dat ik slappe
knieën krijg en een onbehaaglijk plekje van 12 graden in
de schaduw opzoek.
Als er eenmaal eitjes in het nest liggen, heb ik er alle
belang bij dat het gebroed ook uitkomt, anders begint
alle ellende weer opnieuw. Maar aangezien mijn eega en
ik er ook nog een vaste betrekking op na houden, komt
het elk jaar wel een keer voor dat we schalen moeten
rapen. Op het lijstje van meest gehate vogelsoort staat
bij mijn wederhelft inmiddels de ekster.
Dit voorjaar zijn de merels er - dankzij mijn hulp, het
moet maar eens gezegd - in geslaagd twee jongen groot te
brengen. Buitengewoon domme, wat dikkige beesten met een
veel te korte staart die voorlopig alleen nog maar een
beetje rondhuppen in onze tuin en af en toe tegen de
ruiten van de keuken opvliegen. Als ik weer eens
onverhoopt in een aanvliegroute ben gaan zitten, word ik
van twee kanten verwijtend aangekeken.
Behalve de 'Als ik neerstort, zorg je dan dat de
kinderen gelukkig worden'-speech, kreeg ik gistermorgen
- toen ik mijn vrouw naar Schiphol bracht voor een
weekje Spanje bij vrienden - ook te horen dat ik goed
voor de merels moest zorgen.
Want, zo leuk, ze waren - aan de overkant van de
klimhortensia - aan nóg een nest begonnen in de hedera.
Als ik zeg dat het eksters waren die gistermiddag die
half opgebouwde behuizing van plastic zakjes en
tuinafval uit elkaar hebben getrokken, gelooft ze het
vast.
Rotbeesten.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 5 mei 2011
Wraak
In de
rij van Benidorm Bastards die op het vliegveld van
Alicante wachten op hun vlucht naar Amsterdam, staat een
van de laatste slachtoffers van Osama Bin Laden. De man
achter het röntgenapparaat heeft zojuist zijn rugzak
gescand, wenkt de eigenaar met zijn hand en wijst op het
scherm naar een smal voorwerp - model brillenkoker -
waarin zich een langwerpige staaf van een centimeter of
twintig bevindt, met daar omheen vijf schijfjes. Het
Spaanse woord voor 'momentsleutel' schiet mijn fietsmaat
even niet te binnen. Maar dat hoeft ook niet. 'Forbidden',
zegt de employee die waakt over onze veiligheid in de
lucht.
Waar
ik was toen de vliegtuigen de Twin Towers binnen vlogen?
Bij de opticien om een sportbril voor mijn dochter uit
te zoeken. Mooier kan ik het niet maken. Net als
iedereen dacht ook ik destijds dat dit soort
gebeurtenissen de wereld voorgoed zouden veranderen.
Maar eigenlijk ondervindt alleen de vliegtuigpassagier
nog elke dag de hinder van de daad waarmee Osama zijn
Al-Qaeda stevig op de kaart zette. Nu wil ik het leed
van mensen die flaconnetjes met body lotion, zalfjes
tegen aambeien of pilletjes tegen zonne-allergie in een
grote afvalton zien verdwijnen niet groter maken dan het
is, maar het zijn toch de uitwassen van een permanente
angst voor iets verschrikkelijks zodra je bent
ingecheckt voor wat in de pré 9/11-periode een
feestelijke gebeurtenis was. Nou ja, behalve dan voor
Dennis Bergkamp en een aantal van zijn lotgenoten die
behept zijn met de chronische angst om het luchtruim te
kiezen.
De zwakte in veiligheidssystemen is dat ze altijd
controleren op reeds beproefde methoden om een toestel
te laten exploderen. Terwijl het kenmerk van een
vernuftige terrorist toch is dat hij altijd weer iets
nieuws verzint, denk ik, wanneer ik braaf zelfs mijn
lompe Meindl-bergschoenen op de lopende band laat
scannen sinds iemand een halfslachtige poging heeft
gedaan om zijn zolen te doen ontploffen. Bovendien zal
het fanatisme waarmee veiligheidsbeambten momenteel nog
steeds vloeistoffen, nagelschaartjes en kurkentrekkers
uit de handbagage plukken, ook wel gevoed worden door
een lobby van de verzamelde middenstand áchter de
incheckbalies van internationale vliegvelden.
De wetenschap dat security altijd achter de feiten
aanloopt maakt dat ik van start tot landing rekening
houd met het feit dat ik zomaar in één klap tot
honderdduizend kleine stukjes kan worden geblazen. Want
wie zegt mij dat al die koffers onder in het ruim net zo
grondig zijn gecheckt als de handbagage boven mijn
hoofd?
De fietsmaat waarmee ik net vier dagen lang hebt getrapt
in het berglandschap achter de Costa Blanca, kan niet
bepaald als een 'frequent flyer' worden omschreven.
Vandaar dat ik hem voor vertrek naar de luchthaven al
bevrijd van de twee liter dessertwijn uit de coöperatie
van Jalón, een worst met de omvang van een
honkbalknuppel en genoeg gemeen stinkende kaasjes om,
zodra ze van hun verpakking worden ontdaan, boven de
rijen 1 tot en met 24 de zuurstofmaskers omlaag te
brengen.
Zelf ben ik inmiddels al zo ervaren dat ik met
afzakkende driekwartbroek (de riem met stalen gesp zit,
mét de wijn, de worst en de kaas in mijn koffer) en
struikelend over losse veters door het detectiepoortje
ga, waarna ik in veel gevallen alsnog van top tot teen
wordt betast omdat het alarm afgaat door de ritssluiting
van mijn gulp of een stalen kroon die mij ooit in
oorlogstijd is aangemeten. Maar dan mag ik doorlopen om
het bakje met mijn laptop en mobiele telefoon op te
halen.
Van een afstandje kijk ik hoe de beveiligingsbeambte en
mijn fietsmaat een tragikomische pantomime opvoeren rond
de momentsleutel die hij nodig had voor de carbonfiets
die gedeeltelijk is gedemonteerd om in een koffer te
passen. De woordloze conversatie wordt afgesloten als de
terrorismebestrijder het kostbare stuk gereedschap even
tussen duim en wijsvinger houdt en dan - ik zweer het:
in slow motion - in een blauwe ton laat vallen.
Wel een keer of vijf verzucht mijn fietsmaat '75 euro'
totdat hij - na zijn tweede Whopper bij de BurgerKing
tegenover gate C39 - liegt dat hij er overheen is.
Het is ook een beetje zijn wraak, als twee dagen later
de man wordt doodgeschoten die hij hier ten diepste voor
verantwoordelijk houdt.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 28 april 2011
Verjaardag
,,Half één. Dat is niet te vroeg voor rosé, toch?''
,,Nou, de laatste keer dat jij al zo vroeg aan de drank
ging, was op je eigen verjaardag. En je weet nog wat er
toen na middernacht gebeurde?'
'
,,Ja, maar ik heb geen zin om dat nu te vertellen.''
,,Kom op! Zij kennen dat verhaal nog niet.''
,,Vertel het dan zelf maar.''
,,Moet
je horen: het leek hem wel handig, toen alle visite naar
huis was, om met zijn zatte kop te gaan douchen voor het
slapen gaan. Eenmaal onder de warme straal, voelde hij
zich niet helemaal lekker worden. Hij liet zich met zijn
kont op het doucheputje zakken en viel daar in slaap.
Het water kon geen kant op. Hij werd pas wakker toen de
hele badkamer blank stond en het beneden in de keuken in
stroompjes langs de muren liep. Het is dat zijn vrouw
hem wakker maakte, anders was iedereen in huis
verdronken.''
,,Schenk jij nou maar in…''
,,Ik was even bang dat jullie op het 'Land van Bartje'
zouden zitten. Dat heeft toch altijd iets treurigs.''
,,Nee, dat zit hier naast. Dit park heet Hunzendal,
geloof ik. Dit hele gebied is één grote kampeer- en
bungalowparkenkolonie.''
,,Marlies kan niet geloven dat jullie 240 kilometer
hebben gereden om hier de vierde verjaardag van haar
broertje te vieren.''
,,Nou, ik moet zeggen dat ik dat zelf ook niet…''
,,Neem jij nou nog maar roseetje. Wat had je vandaag
anders willen doen, dan maar weer op die stomme
racefiets van je kruipen?''
,,...en die 240 kilometer moeten we straks ook weer
terug, Marlies.''
,,Heeft er iemand kind 1 gezien?''
,,Dat is met kind 2 en 3 kikkervisjes vangen in de
vijver.''
,,En dat vond jij goed? Ze kan niet eens zwemmen!''
,,Ga jij maar even kijken op je fiets, Maarten.''
,,Ja, mooie fiets hè. Gewonnen met een fotowedstrijd op
www.papaineenjurk.nl''
,,Vertel!''
,,Nee, niks geen kinky toestanden. Gewoon een wedstrijd
georganiseerd door Smoeltjes, die ronde speculaasjes.
Jaap had mijn zwangerschapsjurkje en netkousen aan. Ja,
dat dan weer wel.''
,,Ik deed ook mee uit berekening hè, dat moet je er wel
bij zeggen. Een paar dagen voor de sluitingstermijn zag
ik op de website dat er pas 150 inzendingen waren. En er
waren 100 fietsen te verloten.''
,,Op Jaap waren eigenlijk geen stemmen uitgebracht. Hij
is gekozen door de vakjury.''
,,Wie zaten daar in, dan? Geer en Goor?''
,,Chris, haal jij Monique even naar binnen! Daar is Koos
Konijn.''
,,Ja, zo heet dat ding achter op die pickup-truck. Hij
moet kinderen naar het animatieteam lokken, maar ze zijn
alleen maar als de dood van hem. Ze hollen huilend naar
de stacaravan, elke keer als hij voorbij komt, met dat
stomme muziekje.''
,,Iemand nog rosé?''
,,Nee, ik kom niet tafeltennissen. Er staat teveel wind.
Ja, die papa van dat jongetje doet het wel. Maar die kan
er geen fluit van, dat zie je toch zelf ook wel.''
,,Gaan jullie zwemmen? Letten jullie dan wel op de
kleintjes?''
,,Nou, aan Steef heb je niks. Die doet net zijn lenzen
uit. Voel elke tien minuten even met je handen op de
bodem. Ha ha!''
,,Dat is niet grappig.''
,,Plassen kan bij ons .Poepen doen jullie maar in die
andere stacaravan.''
,,Wat doe je nou, lul!''
,,Taalgebruik, pap.''
,,Heb je gezien wat ie uit zijn mond op mijn schoot laat
vallen!''
,,Zal ik even wat meer rosé halen in het winkeltje?''
,,Ja, dat is goed.''
(...)
,,Wat nou?''
,,Ik hoopte dat je zou zeggen dat jij het wel zou
doen.''
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 21 april 2011
The Killing
Zelf
heb ik helemaal niks met traditionele rollenpatronen,
als mijn pantoffels en mijn eten maar klaar staan als ik
na een lange dag van hard werken thuiskom. Maar dat zit
er vandaag even niet in. In het schemerdonker van de
dichtgedraaide luxaflex zie ik vrouw en dochter voor de
tv zitten. Vanaf haar plek op de bank wuift mijn eega
afwezig in de richting van waar ze de keuken weet,
onderwijl haar ogen strak gericht op het
televisietoestel. ,,Zet jij even de aardappels en de
groente op, we zitten even een Killinkje te kijken.''
Dat is wat 'The Killing' doet met een mens.
'Forbrydelsen'
heet de tv-serie in het Deens, en geen enkele
Nederlandse zendgemachtigde heeft het (nog) in zijn
hoofd gehaald om hem hier op het scherm te brengen. Maar
op dvd is 'The Killing' inmiddels een culthit. Iedereen
die ik ken, kijkt 'The Killing'. Behalve ik.
De eerste reeks van 'The Killing' dateert uit 2007 en
verbeeldt twintig afleveringen lang de jacht door
Kopenhagen op de moordenaar van een jong meisje. Het is
verslavend, had mijn jongere zus al gezegd, toen ze mijn
echtgenote de eerste dvd's overhandigde. Mijn taak was
het om die schijfjes over te zetten naar de harde schijf
van onze mediaplayer. Verder gaat 'The Killing' helemaal
buiten mij om. Bloedstollende thrillerseries - bij
voorkeur over seriemoordenaars - zijn bij ons thuis
kwaliteitsmomentjes voor moeder en dochter.
De tijdstippen waarop ze de twintig afleveringen van een
uur bekijken, moeten worden ingepast in het drukke
schema van mijn oudste nazaat. Ze zit in het eerste jaar
van twee volledige studies - Geneeskunde en Klassieke
Talen - en vindt daarnaast nog tijd voor aanverwante
avondcursussen als Medische Gebarentaal. 'The Killing'
kijkt ze met haar laptop op schoot, met aan weerskanten
van haar stoel een stapel naslagwerken over Griekse
filosofen (rechts) of de werking van de bloedsomloop
(links). In mijn optiek keurt ze de tv nauwelijks een
blik waardig, maar als ik daar iets van zeg, merkt ze
gebelgd op dat ze het heel goed kan volgen. Het zou me
niks verbazen als ze de afgelopen maand ook vloeiend
Deens heeft leren spreken. Ik heb haar tenslotte ook al
betrapt met deel 1 van Harry Potter in het Welsh ('Harri
Potter a Maen yr Athronydd').
Behalve dat het moet passen in haar studietijdtabel, is
het kijken naar 'The Killing' vaak ook een impulsief
besluit. De dames kunnen elkaar op een willekeurig
moment van de dag tegen het lijf lopen, een korte blik
van verstandhouding wisselen en gezamenlijk naar de tv
rennen om een Killinkje te kijken. Het schijnt dat mijn
zus en mijn zwager vier nachten niet geslapen hebben
toen ze eenmaal aan de serie waren begonnen.
Dat is wat 'The Killing' doet met een mens.
Ik breng avonden in alle eenzaamheid op onze zojuist
verbouwde zolder door omdat de jacht op een
kindermoordenaar zich niet houdt aan de uitzendtijden
van Champions League-wedstrijden of belangwekkende
nieuwsuitzendingen. In het huis waar de man normaliter
de kroon draagt (jazeker, ik mag graag Jaap Kooijman
citeren van 'Toen was geluk nog heel gewoon', een andere
kwaliteitsserie die helaas niet meer op de buis is) vind
ik mezelf na gedane arbeid geregeld terug achter het
fornuis. En duurt mijn wekelijkse, routineuze bezoek aan
de supermarkt voor de weekendboodschappen drie keer zo
lang omdat ik me gek zoek naar obscure ingrediënten voor
toetjes en taarten die in de regel 's middags door mijn
eega bij de kleine middenstander worden aangeschaft,
maar waar helaas dit keer niets van is gekomen omdat er
op klaarlichte dag één of twee Killinkjes moesten worden
gekeken.
De enige
keer dat ik tijdens 'The Killing' wel alle aandacht van
de vrouwen in ons huis heb, is wanneer de geplande
aflevering een 'error' geeft omdat er bij het overzetten
van de dvd naar de harde schijf van de mediaplayer iets
gruwelijk is misgegaan en het bestand corrupt blijkt.
Met de stress die ik de afgelopen weken alleen bij
Japanse kernfysici heb waargenomen, wordt op internet
gezocht naar de ontbrekende aflevering, waarna vrouw en
dochter - terwijl de Mb's tergend traag uit cyberspace
worden binnengezogen - moordlustige blikken werpen naar
hem (mij dus) die verantwoordelijk wordt gehouden voor
dit debacle.
Ja, dat is wat 'The Killing' doet met een mens!
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 14 april 2011
Ontvolgen
Aangemeld hebben ze zich nooit, maar als ze zich
persoonlijk bij je afmelden gebeurt dat doorgaans met
een verwijtende ondertoon. ,,Het gaat uitsluitend nog
maar over wielrennen, waarbij het ouwe jongens
krentenbrood-gehalte hoog is. Helaas, maar dit weblog
gaat uit mijn lijst met favorieten.''
Het
is mijn zoon die graag de rol van onheilsboodschapper op
zich neemt en dit soort mailtjes - bij voorkeur tijdens
de avondmaaltijd - aan de rest van het gezin voorleest.
Het staat ver van mij af, maar sommige mensen vinden het
nu eenmaal grappig om ten koste van anderen de lachers
op hun hand te krijgen.
Nog een voorbeeld: mijn dochter keerde afgelopen
zaterdag terug van een reünie van haar middelbare
school. Op mijn vraag 'Was het leuk?' knikt ze
enthousiast van 'Ja!'. En wel hierom: ,,Nu je nauwelijks
meer over ons gezin schrijft, kun je volgens mijn
oud-leraren wel stoppen met je column'', zegt ze.
Ik kan er niks aan doen maar mijn stem klinkt een beetje
huilerig, als ik mijn armen in machteloosheid ten hemel
hef en uitroep: ,,Maar ik mág van jullie helemaal niet
meer over het gezin schrijven!''
,,Zo is het'', beaamt ze ten overvloede.
Haar eigen columns - eerst voor de Jongeren- en
momenteel voor de Wetenschapspagina van één van de
edities van dit dagblad - mogen zich nog wel in de
populariteit van het lerarenkorps verheugen.
Al enige tijd ben ik op zoek naar een nieuwe identiteit.
Eerst op internet, waar ik twee weblogs bijhield: de één
over huis-, tuin- en keukenaangelegenheden, de ander
over wielrennen. Maar als gevolg van een combinatie van
factoren besloot ik tot een drastische koerswijziging.
Ik had er geen zin meer in, de dagelijkse last werd me
te zwaar en het begon te veel op werk te lijken.
Bovendien kreeg ik ook hier concurrentie uit onverwachte
hoek. Mijn eega - erkend digibeet - moest zich voor een
cursus bekwamen in de zegeningen van het world wide web
en een eigen weblog aanmaken. Sindsdien brengt ze zoveel
uren met haar laptop op schoot door dat een dik kussen
moet voorkomen dat haar bovenbenen verschroeien onder de
hitte die haar processor uitbraakt. Vrijwel dagelijks
laat ze me weten dat de bezoekersaantallen aan haar site
weer een nieuw hoogtepunt hebben bereikt.
Door mijn vernieuwde blog de ondertitel 'Een site over
meer dan wielrennen' mee te geven, dacht ik van twee
walletjes te kunnen eten. Maar wat de ontvolgers mij in
bittere mailtjes met veelzeggende onderwerpen als 'Ik
haak af' laten weten, is waar: ,,Dat meer dan wielrennen
zie ik niet meer terug in je verhaaltjes.''
Mijn weblog gaat - en dan nog alleen als ik er zin in
heb - over mijn hobby. Niet mijn volgers haken af, ik
ben zelf afgehaakt. En daarmee bevind ik mij in goed
gezelschap. Van steeds meer mensen hoor ik dat ze zich -
van Facebook tot Hyves en Twitter - laten ontvolgen
omdat het de kwaliteit van hun bestaan ondermijnt.
Mijn echtgenote bezoekt aan het begin van deze week een
lezing van filosoof Stine Jensen, die al langere tijd
kritisch is op het effect van sociale media op zaken als
intermenselijk contact en echte vriendschap. Begeesterd
door deze woorden zet ze zich laat op de avond aan het
tikken van een weblog waarin ze het heilzame effect van
lange wandelingen en goede discussies op zonovergoten
terrassen verkiest boven het niet aflatende geleuter in
cyberspace.
Tegen één uur vind ik het, alleen boven in bed,
welletjes en doe het licht uit.'
'Welterusten', twitter ik naar beneden.
Een dag later blijkt ze me niet te volgen.
Nooit gedaan ook.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 7 april 2011
Wielerkalender
,,Als
je nou zaterdag die oude dartkast, dat tafeltje en die
plinten naar de Gemeentewerf brengt, ruimt het hier op
de voorzolder ook lekker op.''
- ,,Zaterdag, zaterdag... Nee, dat gaat niet, dan rijd
ik Veenendaal-Veenendaal.''
,,De week daarop dan?''
- ,,Nee, dan is de Grensheuvelentocht in Hardenberg.''
,,Lekker
is dat. Afgelopen week moest je zonodig naar de Rabo
Bergtoer in Ochten. En wat had je daarvoor voor
smoezen?''
- ,,Witte Kruis Classic in Den Haag en de Joop Zoetemelk
Classic in Leiden.''
,,Over twee weken, wat zijn we dan? Juist, de 23ste. Dan
pak jij die oude dartkast, dat tafeltje en die
plinten...''
- ,,De 23ste. Ronde van Noord-Holland. Die kan ik echt
niet missen. Heb ik nog nooit gereden. Weet je hoeveel
abonnees al hebben gevraagd of ik een keertje mee doe?''
(Zucht) ,,En ook weer een wekker die zaterdagochtend om
zes uur afgaat zeker, het grote licht dat aan moet omdat
je je handschoentjes in het donker niet kunt vinden en
dan nog drie keer met je wielerschoenen de trap op en af
klossen omdat je je bril, je helm of je windstopper bent
vergeten.''
- ,,Dat is niet waar. Ik vergeet nooit meer dan één ding
per keer.''
,,Geef die agenda eens. De week daarop dan: shit, dan is
het 30 april, dan zal die Gemeentewerf wel gesloten
zijn.''
- ,,Vast. En ik had trouwens toch niet gekund, want dan
ben ik op trainingskamp bij onze rentenierende vriend in
Spanje. Vlieg ik dinsdagavond de 26ste met een maatje
van de fietsclub heen, komen we zaterdagavond laat weer
terug. Kunnen we vier hele dagen fietsen. En ben ik die
zondag weer lekker bij jou. Hebben we toch nog een
beetje weekend, samen.''
,,Tsjonge, ik kijk er naar uit.''
- ,,Of is het dan 1 mei? Balen, dan is de Elfdorpentocht
in Stompwijk. Die staat als gezamenlijke rit in het
programma van mijn fietsclub.''
,,Kun je niet een keer op een avond naar die
Gemeentewerf om de troep weg te brengen?''
- ,,Nee, dat ding gaat elke dag om half vijf dicht. Van
avondopstelling hebben ze nog nooit gehoord. Ambtenaren
hè. En ik ga er geen dag voor vrij nemen. Straks heb ik
geen vakantie-uren meer om te fietsen.''
,,Ja, dat zou verschrikkelijk zijn. Zaterdag 7 mei. Wat
heb je dan?
- ,,Omloop van Midden-Nederland in Woerden.''
,,Een week later, als ik in Spanje zit?''
- ,,De Amblève-tocht van de fietsclub in de Ardennen.
Daar kan ik als penningmeester echt niet ontbreken.''
,,De
21ste?''
- ,,Drentse Dorpentocht.''
,,Krijg nou wat! Hoeveel van die tochten zijn er dan?''
- ,,Elke week wel een stuk of twintig. Ik moet heel
streng selecteren. Een week daarna zit ik trouwens een
lang weekend in Vianden, Luxemburg. Jean Nelissen
Classic. En de week dáárna is de Waalse Pijl. Ook op een
zaterdag, 4 juni, vanuit Spa.
,,Ik durf het bijna niet te vragen, maar…''
- ,,Vergeet het maar. Voorafgaand aan de Marmotteweek -
van 26 juni tot 2 juli ben ik in Frankrijk - doen we
twee rustige duurritten op de zaterdag, waardoor we ook
rond vier uur pas terug zijn.''
,,Het is toch niet te geloven! Dus ik zit tot half juli
met die oude dartkast, dat tafeltje en die stapel
plinten op de voorzolder?'
,,Nu moet je niet onredelijk worden. Alsof ik het kan
helpen dat de Gemeentewerf op zaterdagmiddag om drie uur
dicht gaat!''
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 31 maart 2011
Nationale Knuffeldag
Normaal word ik in de hal van mijn
favoriete Albert Heijn-filiaal begroet door een
tandeloze straatkrantverkoper, maar nu dartelt er een
aantrekkelijke, jonge vrouw op mij af. ,,Goedenavond
mijnheer, weet u dat het vandaag Nationale Knuffeldag
is?'' Eerlijk gezegd was het fenomeen mij volslagen
onbekend, maar nog voordat ik 'O ja, is het alweer
zover?' heb kunnen mompelen, vraagt ze of ze mij een
knuffel mag geven. Pas nadat we elkaar met de
onhandigheid van twee voor elkaar volkomen vreemden
hebben omhelsd, valt me het klembord in haar hand op.
,,Zou ik nu misschien 30 seconden van uw tijd mogen?''
Zeg dan maar eens nee.
Het
is inmiddels al een paar weken geleden, maar pas sinds
gisteren durf ik het aan om deze ervaring aan het
krantenpapier toe te vertrouwen en met u te delen. Als
een coming out. Zelfs mijn vrouw weet nog van niks. Als
povere vorm van research heb ik er net op internet de
Bijzondere Dagenkalender voor 2011 op nageslagen, maar
daarop komt de Nationale Knuffeldag in Nederland niet
voor. Wel weet Google te melden dat onze zuiderburen
nogal druk zijn met deze gebeurtenis, maar ik krijg over
2010 verschillende data door in de maand oktober.
Uit ervaring weet ik dat iemand die 30 seconden van je
tijd vraagt, vast van plan is om je minimaal tien
minuten aan de praat te houden. En ook nu word ik hierin
niet teleurgesteld. De vrouw die mij zojuist met
schuchtere vastberadenheid heeft geknuffeld, wil weten
of ik tegen de prijs van een kopje koffie met appelgebak
- zeg zes euro - het leven van een kind in een Derde
Wereldland een heel stuk draaglijker wil maken.
Heel voorzichtig begint er een alarmbelletje - ergens
heel ver weg, in een door de warme omhelzing verdoofde
hersenkwab - te rinkelen, maar daar hou ik me - met die
mooie blauwe kijkers op me gericht - nog even doof voor.
Zes euro. Uit mijn rijke ervaring met de fietsclub weet
ik dat een cappuccino met appelpunt en slagroom bij de
vaderlandse uitspanningen gemiddeld 5,25 euro doet - in
Afrika kun je daar ongetwijfeld een heel dorp een week
mee voeden - maar dit meisje, want dat is het eigenlijk
nog, zal wel zo haar redenen hebben om het bedrag naar
boven af te ronden.
Zes euro. Tsja, waarom niet? Als ik daarmee de wereld
een beetje beter kan maken?
Het is niet de bedoeling dat ik mijn portemonnee trek.
De jonge vrouw met wie ik zo pas een knuffelrelatie ben
aangegaan, noteert mijn naam, adres, telefoon- en
bankrekeningnummer op het klembord dat ze nu opeens wel
heel zakelijk voor haar buik houdt, als een natuurlijke
barrière voor mijn mogelijke aanvechting haar nogmaals
om de hals te vliegen.
Ik blijk mij hiermee - na Unicef, Greenpeace,
Natuurmonumenten en nog een handvol goede doelenclubs -
ook als donateur te hebben aangemeld voor het Liliane
Fonds, dat niet eenmalig maar voor de rest van mijn
leven elke maand een kopje koffie met appeltaart voor
een stevige Nederlandse horecaprijs van mijn rekening
gaat afschrijven. Mocht ik ooit een eind aan deze
relatie willen maken - de jonge, aantrekkelijke vrouw
kan het zich bijna niet voorstellen - dan hoef ik alleen
maar dit telefoonnummer te bellen - ze omcirkelt een
nummer in een folder die ik in mijn zak stop - en de
kindertjes van het Liliane Fonds kunnen fluiten naar de
cappuccino met taart waarmee ik hen tot die tijd in
leven heb gehouden.
,,Mag ik u, als dank, nogmaals een warme knuffel
geven?'', zegt de jonge vrouw tegen de man op leeftijd
die nog steeds als was in haar handen is.
Ze slaat haar arm om me heen en laat haar hoofd op mijn
schouder rusten.
Twee dagen later blijkt de folder met het telefoonnummer
op mysterieuze wijze uit mijn jaszak verdwenen.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 24 maart 2011
Addertje
De
grijns op het gelaat van de verkoper heeft zich alleen
maar verbreed, in de paar minuten dat hij mij -
likkebaardend zigzaggend langs kostbare cabrio's en
fourwheeldrives - door de verder uitgestorven showroom
naar zijn balie ziet lopen.
Met
de onderdanigheid van een schoonpoetser uit de laagste
kaste schudt hij mijn hand en het is met een zekere
schroom dat ik hem moet teleurstellen. ,,Ik kom hier
eigenlijk voor mijn vrouw'', zeg ik, al even gedienstig
plaatsmakend voor mijn echtgenote die met groeiende
ergernis mijn kwijlspoor langs het blinkende koetswerk
heeft gevolgd. Haar kordate introductie doet het
bonusgevoel uit het lijf van onze gastheer wegvloeien:
,,Laat ik het maar meteen zeggen: ik heb helemaal niets
met auto's.''
Al maanden vallen aan haar geadresseerde enveloppen op
onze deurmat waarin zich, eveneens op naam en kenteken
gestelde, brieven bevinden waarin astronomische bedragen
worden beloofd voor haar Koreaanse truttenschudder -
zoals Youp van 't Hek haar wagentje zou noemen - mits
zij meteen een kek exemplaar van deze of gene
gloednieuwe uitvoering van een voertuig in het
damessegment aanschaft. De meeste van deze schrijfsels
belandden ongeopend in de oud papiertas, maar dankzij de
redelijk anonieme huisstijl van dit garagebedrijf is er
toch eentje aan haar desinteresse ontsnapt. Een dealer
van een Frans automobielconcern is bereid aan de
gangbare 3600 euro inruil voor haar bijna vijf jaar oude
barrel tijdens uitgerekend de komende drie dagen nog
eens 1500 euro toe te voegen. ,,Bijna 5100 euro! Dat is
meer dan ik er destijds voor heb betaald.''
Dat is niet helemaal waar, maar als uitvinder van het
creatieve boekhouden in ons gezin, lijkt het me niet
opportuun hier melding van te maken. ,,Klopt. En als we
er nog eens een kleine 5000 bijleggen, rijd je weer
helemaal nieuw én - want deze heeft vier sterren - een
stuk veiliger dan in dat oude ding.'' Gelet op het feit
dat onze dochter tegenwoordig zo'n beetje de
hoofdgebruiker van dit voertuig is, blijkt dat argument
haar over de streep te trekken.
Het addertje dat niet in het gras maar ergens in onze
verkoper schuilt, begint
met het bezingen van de lof op een completer model dan
mijn eega in het
schrijven is voorgerekend. Dat wil niet zeggen dat de
auto daarmee voor ons per se duurder wordt.
,,Integendeel, elke euro die u nu investeert, betaalt
zich dubbel en dwars terug als u hem weer inruilt.''
Onder het bulderende gelach van zijn prooi, wordt het
addertje een wormpje. ,,Over een paar jaar stuurt u mij
gewoon weer brieven met belachelijk hoge inruilprijzen,
zonder mijn autootje zelfs maar te hebben gezien.''
Dus nee,
ze hoeft geen elektrische ramen ('Er zit airco in, dan
hoeft mijn raam niet open'), noch centrale
deurvergrendeling ('Ik rijd meestal in mijn eentje'),
afstandsbediening op de sloten ('Als je instapt is het
een kleine moeite om het slot even met de hand open te
draaien'), meegespoten bumpers in de carrosseriekleur
('Waar is dat goed voor?), hoofdsteunen achterin ('Daar
zit nooit iemand') of een in twee delen neerklapbare
achterbank ('Wat mij betreft haal je dat ding eruit').
Ik maak
inmiddels een plaatsvervangend schaamterondje door de
showroom, als ik de verkoper de laatste troef uit zijn
hoge hoed hoor toveren. Juist vanmiddag om 16 uur zijn,
hij kon er ook niks aan doen, als gevolg van gestegen
grondstofprijzen, de basismodellen 200 euro duurder
geworden.
Op een
holletje ga ik achter mijn vrouw aan, die inmiddels op
weg is naar de uitgang. ,,Ik betaal 5000 euro bij en
geen cent meer. Als u daarmee akkoord gaat, stuurt u me
morgen maar een mailtje'', roept ze.
We zijn
nog niet thuis, of de bevestiging ploft in haar digitale
postbus.
De
geplaagde automobielindustrie is weer voor vijf jaar van
haar af.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 17 maart 2011
Die Ikea bestaat niet
meer
Even dreigt het toch nog mis te gaan. In
het gangpad van stelling 20, vak 01, kan mijn wederhelft
de rode sloop van een kussentje dat zo schattig staat op
de Beddinge Resmo - een 3-zits slaapbank - niet vinden.
Met de berusting van een echtgenoot die tegen zijn zin
is meegesleept, hang ik over onze stapelwagen waarop
zich al een Strind (tafeltje) en een Hemnes (tv-meubel)
bevinden, en kijk toe hoe haar ogen met toenemende
vertwijfeling over de vakken gaan. ,,Boven lag ie nog
wel'', zegt ze, een weetje dat wordt beaamd door een
employee achter een statafel met computer. En ja, dan
moet je in een stief half uur weer de hele winkel door
om zo'n ding te pakken te krijgen. Zo werkt dat bij
Ikea.
Na
de verbouwing van de zolder en dagen die van
behangplaksel en muurverf aan elkaar hingen, laat moeder
de vrouw nog maar eens een bommetje vallen. ,,Kun jij
woensdag niet een dagje vrij nemen om naar Ikea te
gaan?''
Ikea!
Voor columnisten en cabaretiers de Buckler onder de
woonwarenhuizen! In hoeveel zinnen hebben zij zich niet
boos - en u, beste lezer of kijker - vrolijk gemaakt
door te fulmineren tegen producten die bij nader inzien
toch niet op voorraad bleken, essentiële schroefjes die
ontbraken als meubelstukken voor negentig procent waren
afgebouwd en de lijzige stem van de filiaalomroepster
die ons kond doet van het feit dat 'Eva wil opgehaald
worden uit het kinderparadijs'.
Die
Ikea, dus.
En
toegegeven, in een ver verleden heb ik mezelf ook wel
eens in wanhoop en woede vastgebeten in de zwevende
kussens van een fauteuil waarvan ik met geen
mogelijkheid de zelftappende schroeven door de bekleding
heen in het frame kreeg, iets wat bij nadere beschouwing
door een handige zwager ook helemaal niet nodig bleek.
Maar die
Ikea bestaat niet meer.
Nadat ik
met een niet eens zo diepe zucht de vijftig bonuspunten
voor de gewillige echtgenoot had geïncasseerd, begon ik
met de voorbereidingen op de site www.ikea.nl, waar je
een boodschappenlijst kunt uitdraaien met de producten
op de juiste volgorde van 'locatie in het
zelfbedieningsmagazijn', op gewicht (de zwaarste eerst)
of de tijd waarop deze aan het boodschappenlijstje zijn
toegevoegd (waarom dat nodig is, weet ik niet, maar ik
wilde u deze mogelijkheid toch niet onthouden). Door aan
te geven in welke vestiging het spul wordt opgehaald,
zie je meteen in welke mate ze op voorraad zijn.
Mijn
voorstel om op de bewuste dag meteen maar heel praktisch
door te karren naar het zelfbedieningsmagazijn stuitte
op de opvatting dat we het ook als een dagje-uit moesten
zien, waarbij een uitgepijlde wandeling door het
showroomgedeelte en een bezoek aan het restaurant waren
inbegrepen. De roem van dat laatste onderdeel was mij al
bezongen door mensen die - bijvoorbeeld na een
nachtdienst in een zorginstelling - bereid zijn om
vijftig kilometer in de auto te zitten om hier voor één
euro te ontbijten. Maar ook de cappuccino (gratis
bijvullen, niet vergeten!) en appelgebak mochten er voor
een luttel bedrag zijn.
Op het
smetje van de ontbrekende kussensloop na, het gedoe bij
de zelfbedieningskassa met een echtpaar vóór ons dat de
scanner consequent voor een scheerapparaat hield en de
terugtocht naar huis waarbij we de Strind, de Hemnes en
de Beddinge Resmo alleen in de auto kregen door alle
hoofdsteunen te verwijderen, de dozen tot aan de
voorruit door te duwen en kromgebogen onder dit gewicht
als 83-jarige nonnen met de neus op het stuur naar huis
te tuffen, ging alles crescendo.
En dat
ik 's avonds de Hemnes halverwege twee keer moest
afbreken omdat ik van sommige onderdelen de voor- en
achterkant had verwisseld, was helemaal mijn eigen
stomme schuld.
Dat mag
ook wel eens worden gezegd, van Ikea!
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 10 maart 2011
Irritant
Een
man mag niet huilen, maar tegen een beetje jammeren
bestaat mijns inziens geen bezwaar. 'Ik kan het niet',
meesmuil ik op de zaterdagmorgen tegen mijn wederhelft,
die me zojuist met irritante kordaatheid heeft
voorgehouden dat 'we hier niet over gaan zeuren en ook
geen ruzie om gaan maken'. Na 28 jaar staat ons huwelijk
voor de ultieme krachtproef: we gaan samen behangen.
Succesvolle
klussers zijn irritant. Bij elk karweitje waarvoor je
zelf de hooggeschoolde vakman opzoekt, laten ze vervuld
van eigendunk weten dat het in elk geval veel goedkoper,
maar vaak ook beter, kan als je het zelf doet.
Spulletjes op internet bestellen, een vluchtige blik op
een gebruiksaanwijzing en luttele momenten van vrije
tijd later is het allemaal pico bello voor elkaar.
Irritant, juist, dat is het woord.
In een land dat meer Doe het Zelf-winkels dan kerken
telt, ben ik de laatste man die graag mag uitventen dat
hij helemaal niks kan.
In mijn schuur staan weliswaar drie uit de kluiten
gewassen en goed gevulde gereedschapskisten - aangevuld
met koffers met 1001 bitjes of specialistisch
sleutelwerk om raketmotoren en deeltjesversnellers uit
elkaar te halen - maar het meeste ervan is nooit
gebruikt. Ik ben er een beetje bang van. Van alle
apparaten - elektrisch of mechanisch - die ik ooit wél
uit hun verpakking heb gehaald, ben ik zonder
uitzondering een keer gewond geraakt. Of heb ik, na
eenvoudig herstelwerk, mijn bijnaam
'eenmansdestructiebedrijf' te danken.
Allemaal de schuld van vermeende vrienden en vage
kennissen - zonder uitzondering irritant - die wél met
twee rechterhanden zijn geboren en nooit de werkplaats
van een fietsenmaker of vakgarage van binnen hebben
gezien. Ze doen alles zelf. Fluitje van een cent. Dat
kan jij ook!
Maar na al die peptalk en investeringen, ben ik nog
steeds iemand die zich met een lekke band laat uitrollen
totdat hij naast de handigste mannen van het peloton tot
stilstand komt, om daar in snikken uit te barsten. Na
vijf minuten zijn we dan weer op weg, en heb ik nog
steeds schone handen. Daar kan geen gereedschap tegenop.
Dit keer heb ik alle irritante adviseurs die mij
voorhielden dat ik het Velux-raam in het dak van onze
zolderkamer eenvoudig zelf zou kunnen vervangen door een
exemplaar dat twee keer zo breed is, meewarig
uitgelachen. Om vervolgens te maken te krijgen met een
vakman die weliswaar zijn hand niet omdraaide voor dit
klusje, maar wel zijn neus ophaalde voor het
(glasvezel)behangwerk, het schilderen en het leggen van
een laminaatvloertje dat er achteraan kwam.
Dat kon ik makkelijk zelf.
Hulpeloos kijken bij mijn vaste Doe Het Zelf-winkel
haalde niks uit. Van alle soorten behang is glasvezel
echt de simpelste. En laminaat leggen? Ach meneer, dat
klikt aan alle kanten zo gemakkelijk in elkaar
tegenwoordig, dat kan echt iedereen.
Dit soort irritante peptalk neemt de glorie van het
'zelf doen' weg.
Wel eens - als man die vooral op zijn intuïtie afgaat -
glasvezelbehang zonder luchtbellen op een lijmzuigende
gipswand geplakt, met een echtgenote in je nek die stijf
staat van het theorieonderricht van irritante
familieleden en dito collega's? En hoe vaak kun je bij
het laminaat leggen een plank aan de verkeerde kant
afzagen? Vaak. Heel vaak. Niettemin vallen we elkaar na
afloop - we zijn dan zes dagen verder - in een strak in
het behang, de verf (twee lagen) en het laminaat
zittende zolderkamer in de armen, ontroerd door zoveel
klussersgeluk.
Maar nu houd ik erover op.
Voordat dit een irritant stukje begint te worden.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 3 maart 2011
Vrije verkiezingen
Er
breken revoluties voor uit en miljoenen mensen zijn
bereid om hun leven ervoor te riskeren. Maar een vrije
gang naar de stembus is mij in het democratische
Nederland niet gegund. Nadat ik me tijdens een interview
in Pauw en Witteman welwillend heb uitgelaten over onze
liberale minister-president, krijg ik deze
woensdagmorgen bij het verlaten van onze woning het
volgende advies van mijn eega mee: ,,Als je op de VVD
stemt, breek ik allebei je benen.''
Niet
de kogel, maar de loden pijp komt in ons huis van links.
(De loden pijp is volgens mijn wereldwijze collega's op
de redactie - die mijn echtgenote vooral kennen van
bedrijfsfeestjes en mijn columns - het meest geëigende
instrument om de door haar beloofde verwondingen toe te
brengen. Vrij gemakkelijk te krijgen bij elke
bouwsupermarkt, en hij gaat een leven lang mee.) Zowel
vrouw als inmiddels stemgerechtigde dochter mogen
tijdens politieke discussies in de felste bewoordingen
afstand nemen van de gevatte oneliners die ik graag in
het debat mag gebruiken ('GroenLinks? Nee, daar kan ik
als overtuigde één op zes-rijder niet op stemmen').
De angst dat ik de familie te schande maak door over te
lopen naar het liberale kamp, is niet ondenkbeeldig. In
een ver verleden was ik lid van de JOVD. Niet zozeer uit
een diep gewortelde overtuiging, maar omdat ik Anno
Domini 1979 in de kroeg een vriend tegen kwam die vroeg
of ik zin had om drie dagen gratis te drinken in
congrescentrum De Reehorst in Ede. Dan moet je wel even
lid worden van de JOVD, zei de vriend, want die viert
daar het 30-jarig bestaan.
Zo gezegd, zo gedaan. Onder voorzitterschap van Frank de
Grave beleefde ik een geweldig feestcongres, waarvan ik
me alleen nog herinner dat we 's nachts de tap van de
jeugdherberg waar wij verbleven lieten springen en dat
ik, leunend tegen de wand boven de urinoirs, wijlen
VVD-prominent Koos Rietkerk in de troebele ogen keek.
Na die drie dagen bleek het nog een heel gedoe om van
het JOVD-lidmaatschap af te komen. Met de hardnekkigheid
die ik me alleen herinnerde van de boekenclub ECI bleef
ik post ontvangen van de jonge liberalen, zelfs nadat ik
het lidmaatschapsgeld al jaren niet meer had
overgemaakt. Ook in mijn latere werk bleef deze
jeugdzonde mij nog decennialang achtervolgen: de keren
dat ik mij als lokaal verslaggever in de krant minder
vleiend uitliet over de politieke handel en wandel van
de VVD-fractie in de gemeenteraad, werd ik in het
partijblaadje als een verrader en een overloper
neergezet.
Waar menigeen van mijn generatie ultralinks begon om op
latere leeftijd rechts te eindigen, bewandel ik de
omgekeerde weg. Ook uit lijfsbehoud, want voor
afwijkende politieke opvattingen is in onze woning geen
plaats. 'Bij de FARC zou ik meer vrijheid van
meningsuiting hebben', mag ik graag mijn nood klagen,
'of in elk geval mijn eigen dagboek mogen bijhouden.'
Maar na al die jaren Balkenende en het gestotter van
Cohen kan ik het toch wel een verademing vinden dat we
een premier hebben die altijd vrolijk is, in zijn Haagse
bovenwoning de hond van Bart Chabot hoort blaffen en -
of je het er nu mee eens bent of niet - doorgaans weet
waarover hij praat?
Nou, nee dus.
Wat ik uiteindelijk heb gestemd?
Laat ik me maar beroepen op mijn recht op geheimhouding.
Aan het feit dat dit stukje gistermiddag de redactie
heeft bereikt, mag u niks afleiden.
Tikken kun je ook met twee gebroken benen.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 24
februari 2011
Vrijwilligerswerk
Alsof
het nog niet erg genoeg is dat ik hem al dertien jaar
laat figureren in een krantencolumn, zucht mijn zoon
(14) nu al een aantal maanden onder mijn feuilleton
'Mijmeringen van een basketbalouder' in het periodiek
van zijn club. Voor hem schuilt het grote leed in het
feit dat vrijwel niemand in zijn klas de krant leest,
maar iedereen op de basketbal wel het clubblad. Dat laat
zijn sporen op zijn gestel. ,,Hier kan je toch geen
stukje over schrijven, hè?'', zegt hij hoopvol na de
eerste wedstrijd van deze seizoenshelft tegen CobraNova
uit Voorburg.
,,Hoezo
niet?'', wil ik weten. Als columnist heb ik een grote
vrijheid in mijn doen en laten, en ook in mijn eigen
huis wens ik daar niet in beknot te worden. ,,Nou, je
hebt maar een heel klein stukje van de wedstrijd
gezien'', zegt hij.
Daar heeft hij een punt. Meestal probeer ik vlak na de
rust binnen te komen omdat ik op mijn leeftijd een
volledig duel van J16-2 (jongeren onder 16, het tweede
team) niet meer trek. Maar dit keer moesten mijn
spaarzame haren worden geknipt, wilde ik nog even
lekkerbekken halen bij de lokale visboer en verliep de
wedstrijd qua zuivere speeltijd kennelijk ook vlotter
dan ik doorgaans bij dit foutenfestival gewend ben (in
basketbal staat bij elk luttel oponthoud de klok stil).
Formeel ben ik dan wel geen lid, als ouder voel ik mij
wel schatplichtig aan de basketbalvereniging. Na jaren
op woensdagmiddag achter de bar te hebben gestaan, is
mijn vaste werkje nu het tikken van een kritische column
voor het maandblad The Rebound. En dat valt nog niet
mee, tijdens een maanden durende winterstop waarin er in
de onderste regionen van de competitie geen wedstrijd
wordt gespeeld.
Dus heb ik voor mijn 'Mijmeringen van een
basketbalouder' al mijn hoop gevestigd op het duel tegen
CobraNova. De vierde (en laatste) periode is bijna
afgelopen als ik de sporthal betreed. Een vluchtige blik
op het scorebord leert dat 'we' voor staan: 45-35. Niet
slecht. De mannen zijn kennelijk goed uit de winterstop
gekomen (altijd een mooie zin, in een wedstrijdverslag).
Gaat het, na een uiterst wisselende seizoenstart in
2010, toch nog wat worden met het team dat zo ten
onrechte de naam van het slopersbedrijf Van Egmond op
het shirt draagt?
Ik ga er eens goed voor staan. Niet voor zitten, zoals
de rest van de schamele supportersschare (hoe ouder de
spelers, hoe geringer de support) omdat ik schuin onder
de basket deze aanstaande overwinning ook met mijn
camera wil vastleggen. Maar voorlopig valt er nog weinig
te fotograferen, want CobraNova - meer een naam voor een
nieuwbouwwijk dan voor een basketbalclub - is in de
aanval: 45-37. Nou ja, de marge is nog heel behoorlijk.
Zelfs als ook de tweede aanval van de Voorburgers met
succes wordt bekroond: 45-39.
Geen paniek, onze mannen zijn even de weg kwijt maar
komen ongetwijfeld terug en van al die schoten die net
naast of net over de basket dwarrelen, zal er in die
paar minuten toch wel eentje in het net vallen?
Nou ja, nu nog even niet, want na weer een aanval van
CobraNova is het opeens 45-41 en na nog een uitval zelfs
45-43.
Net als ik ervan overtuigd ben dat we op het eerste
grote debacle van 2011 afstevenen (wereldkopij!, voor
een columnist), gaat er zowaar een verdwaalde van ons
in: 47-43. Het is zo onverwacht dat ik met mijn camera
de score mis. Direct daarna klinkt de bevrijdende
toeter.
,,Ik zie niet in waarom ik hier geen stukje over zou
kunnen schrijven'', zeg ik afgemeten tegen mijn zoon.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 17
februari 2011
Recessie
Alle
aandacht gaat uit naar de 20 procent van de bevolking
die werkloos is, maar de Spaanse recessie houdt ook huis
onder de welgestelden. Javi - een kleine, tanige,
noodgedwongen deeltijdfysiotherapeut van begin 30 uit
Lliber - heeft zojuist gas gegeven op de flanken van de
Alt de Pinarets en alleen door mijn 92 kilo uit het
zadel te hijsen kan ik in zijn wiel blijven. ,,Dit wordt
mijn dood'', hijgt mijn rentenierende vriend, als hij
zich minuten later op de top bij ons voegt.
Jarenlang
trapte hij doordeweeks eenzaam en alleen door het
achterland van de Costa Blanca omdat al zijn
fietsmaatjes aan het werk waren. Nu wordt hij elke avond
gebeld door baanloze fysiotherapeuten, leerkrachten en
bouwvakkers uit de vallei van Jalón die in hem ideaal
gezelschap voor hun trainingsritjes zien. Altijd vrij en
niet gewend om 'nee' te zeggen. Meer dan 15.000
kilometer stond er het afgelopen jaar op de teller van
zijn racefiets. En hij kwam hier tien jaar geleden nog
wel voor zijn rust.
Dankzij tv-programma's als 'Benidorm Bastards' en
'Dokters aan de Costa' wordt de omgeving tussen Alicante
en Calpe weer eens neergezet als de grootste Nederlandse
bejaardenkolonie. Maar in de periode dat hij zelf
neerstreek in het wijndorpje Jalón was hij een
middenveertiger. Financieel onafhankelijk en klaar om
zijn droom - vrij zijn! - werkelijkheid te laten worden.
Toen hij na een jaar nog vrij en onafhankelijk zat te
wezen maar verder niet goed raad wist met zijn tijd,
kwam ik met de gouden tip: koop een racefiets!
De
ideale manier om te integreren in een Spaanse
dorpsgemeenschap. Hij werd lid van de Club Ciclista Xaló,
later ook van die van het buurdorp Pedreguer, en reed na
enige tijd met de besten mee omhoog. Want fietsen is
niet moeilijk: als je alle tijd van de wereld hebt en
veel kilometers kunt maken, word je er vanzelf goed in.
En al die Spaanse mannetjes met wie hij op zaterdag en
zondag in clubverband reed, waren op werkdagen actief in
de makelaardij, het restaurantwezen, de wijncoöperatie
of de zwembadenbranche. Mijn vriend reed in zijn eentje,
in zijn eigen tempo, urenlang door het gebied dat
professionele profploegen in januari en februari vanwege
klimaat en landschap als het beste trainingsgebied ter
wereld beschouwen. Hij was gewoon blij als ik, voor de
aanspraak, eens een weekje overkwam om met hem mee te
fietsen.
Tot de recessie kwam.
Dit keer stond niet ik maar zijn vriendin aan de oorzaak
van een wending in zijn leven. ,,Als je nog eens iemand
zoekt om mee te fietsen'', zei ze tegen elke werkloze
bouwvakker, leerkracht, ober, wegwerker en elektricien,
,,dan moet je hem maar gewoon bellen. Zelf doet hij dat
niet.''
Sinds die tijd gaat vrijwel elke avond de telefoon, in
zijn casa tussen de wijnvelden. Al die kleine, magere,
door werkloosheid tot het uiterste gedreven Spaanse
mannetjes willen minimaal vier uur per dag met hem
fietsen. Liefst zo hard mogelijk.
Als je bijna 56 bent en meer dan 15.000 kilometer per
jaar wegtrapt, word je daar echt niet beter van.
Integendeel. Dat merk ik in de februariweek dat ik een
paar dagen met hem optrek. Nu ben ik niet meer de
werkende vriend die op zijn ritjes voor wat aanspraak
zorgt, maar die gek uit Nederland die hem óók nog eens
komt uitwonen.
,,Misschien moet je elke maand een week lang de stekker
van de telefoon eruit trekken'', opper ik voorzichtig op
de top van de Alt de Pinarets, waar hij bijna
bloedspuwend over zijn stuur hangt.
,,In elk geval zolang deze recessie duurt.''
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 10
februari 2011
Kinderloos
De tickets zijn besteld in de periode dat
de Eindejaarsbijlage terugblikte op de Tripoli-ramp,
waarbij kinderen opeens wees en ouders plotsklaps
kinderloos werden. Maar bij ons zal het toch niet zo'n
vaart lopen, tijdens de eerste vliegreis zonder onze
nazaten? Nou, mooi wel, schiet het door me heen, als ik
ergens boven de Pyreneeën ruw wordt gewekt uit mijn
ochtendslaapje door een toestel dat bokkend en schuddend
de moeder aller turbulenties ondergaat.
Het
leek zo'n goed idee, om de vijftigste verjaardag van
mijn vrouw te vieren bij onze rentenierende vrienden in
Spanje. Lekker weg van grapjurken die een metershoge
Sarah in onze tuin gingen zetten, van de A4'tjes met een
scabreuze foto op de lantaarnpalen tot op kilometers in
de omtrek van ons huis, van drollige felicitaties in het
huis-aan-huisblad, spandoeken aan de gevel met een
oproep om vier keer te toeteren en T-shirts met teksten
als 'Ik ben vijftig, maar alles doet het nog'.
Nee, Spanje was een uitstekende vluchtroute.
Alleen het 'O, ga jij ook mee dan?' van mijn vrouw was
voor mij even een domper, al hield ze naderhand stug vol
dat haar enige overweging om mij thuis te laten de
kinderen (14 en 18) betrof.
Maar logistiek was dat voor die geplande vier dagen goed
te regelen: donderdag pannenkoeken en poffertjes uit de
magnetron, vrijdag pizza, zaterdag patat en zondag een
kant-en-klaarmaaltijd. Het risico dat ze elkaar
halverwege deze periode de hersens gingen inslaan, werd
ongetwijfeld afgedekt door het justitieel apparaat.
Als je maar niet alleen meegaat om daar op de racefiets
te klimmen, kreeg ik zelf nog een aanvullende voorwaarde
voor mijn kiezen.
Eén keertje maar, en alleen als mijn rentenierende
vriend erop aandringt, beloofde ik, terwijl ik stiekem
twee setjes wielerkleren in een apart koffertje stopte.
We gingen weg zonder de plichtplegingen die ik vooraf in
mijn angstdromen op een rijtje had gezet: het
uitwisselen van de wachtwoorden van onze girorekening,
de vindplek van de map met het testament en de papieren
van het huis, de mededeling wie van mijn zussen het
afwikkelen van de nalatenschap en de voogdij op zich zou
nemen en nog meer van die handelingen waarvan ik elke
keer weer een brok in mijn keel kreeg. Ik zou mijn
kinderen nooit zien opgroeien.
Maar eigenlijk ging het best goed, nadat we de
turbulentie hadden overleefd. Af en toe kwam er, op de
mobiel van mijn eega, een paniekerig sms'je binnen van
een enkel Kaïn en Abel-momentje in de huiselijke kring,
maar dat was niets wat zij niet op eigen kracht kon
afhandelen. Verder genoot ze volop van onze eerste
kinderloze trip in achttien jaar. Alleen toen ik op haar
vraag 'Vind jij het nou anders, zo zonder kinderen' na
drie dagen iets te eerlijk antwoordde, viel ze even uit
haar rol. ,,Ja, logisch, jij gaat altijd je eigen
gang!''
Verder mocht ik inderdaad twee keer fietsen omdat er ook
een apart vrouwenprogramma was opgesteld en trok ik maar
heel eventjes een pruillip toen een derde keer niet
doorging omdat er zo nodig een amandelbloesemtocht moest
worden gelopen.
Op de terugweg was er wederom zo'n Tripoli-moment, toen
we zondagavond met windkracht 7 en uitschieters naar ver
daarboven, schommelend en klapwiekend op onze nationale
luchthaven aanstuurden, waar de piloot ons met een
Turkish Airways-achtige klap op de landingsbaan zette
voordat hij vol in de remmen ging.
Jammer dat daar tegenwoordig niet meer voor wordt
geklapt.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 3
februari 2011
Man cave
Het
heeft toch iets pathetisch, als een volwassen man zich
jammerend op een plunjebaal met legerkleding stort.
Helemaal als het niks uithaalt. Met een mengeling van
minachting en vastberadenheid velt mijn eega het
doodvonnis over de erfenis van de tijd dat ik onder de
wapenen was. ,,Dat spul ligt hier al twintig achter het
luik te beschimmelen. Ik wil het niet langer in mijn
huis.''
Al
weken zijn we bezig om de zolderkamer leeg te ruimen.
Dat wil zeggen, ik ben er ooit in mijn eentje mee
begonnen maar omdat het proces mijn echtgenote niet snel
genoeg gaat, komt ze me op deze regenachtige
zaterdagmorgen een handje helpen. De vijand rukt op naar
de zoldertrap. De grafrover betreedt farao's tombe. De
verzamelaar van kostbaar keramiek ziet de olifant
opduiken in zijn porseleinkast.
Lang
voordat het in de mode raakte om het zo te noemen, was
onze zolderkamer mijn 'Man Cave': de plek in het huis
waar ik mijn trofeeën verzamelde, ongestoord kon
knutselen aan oude computers en mij kon terugtrekken op
avonden waarop de reünie van de zwangerschapsgym in onze
woonkamer plaatshad. Hier hing mijn - met enige hulp van
het handige mannetje van de Hubo - zelf geconstrueerde
dartkabinet. Hier liep mijn treinbaan op dertig
centimeter van het plafond met vier sporen door een
dwarsdoorsnede van het Noord-Amerikaanse landschap. Hier
stonden mijn lp's, mijn draaitafel, mijn versterkers,
mijn sjoelbak, mijn tafelvoetbalspel, de rollenbank voor
mijn racefiets, de plunjebaal met mijn complete
gevechtsuitrusting als korporaal van het Commandokorps
Mobiele Colonnes, ja, alles wat een mannenleven zo
waardevol maakt had ik hier om mij heen verzameld.
Dat
kinderen een mens niet per se gelukkiger maken, wist ik
lang voordat ene Babette Pouwels dat in deze krant van
dinsdag wetenschappelijk wist aan te tonen. Mijn Man
Cave werd stormenderhand overgenomen door twee nazaten
die hier elk vrij uur doorbrachten voor hun
gemeenschappelijke Xboxen, de gladde vloer gebruikten om
er Domino Day na te spelen, mijn stellingkasten met oude
jaargangen van Muziekkrant Oor leeghaalden om er
Lego-exposities te houden en met hun onvaste handen voor
het dartkabinet met mijn pijlen dood en verderf zaaiden
op Grand Central Station dat ik ongelukkigerwijs een
meter boven Bulls Eye heb aangelegd.
En toen
kwam daar die kwade dag dat mijn eega besloot tot een
algehele ontruiming en een ambachtsman over de vloer
haalde waarmee ze plannen maakte voor grotere ramen,
afgetimmerde bergruimten, strak gesausde wanden en een
nieuwe vloer. Als een eenmansdestructiebedrijf maakte
zij - voorlopig nog met brede armgebaren - een eind aan
alles wat ik in een mensenleven had opgebouwd.
Een
periode van koude-oorlogvoering brak aan, waarin ik
dierbare objecten opeens op Marktplaats aangeboden zag
worden, ik onder luid protest ('Deze doen het nog!')
ritjes naar de Milieustraat of de Kringloopwinkel maakte
met cassettedecks, minidiskrecorders en
knutselcomputers, maar op slinkse wijze ook goederen aan
de boedel onttrok, als een Egyptische museumdirecteur
die het dierbaarste deel van zijn collectie voor de
plunderaars verstopt.
Een deel
van mijn treinbaan is nu - provisorisch - opgebouwd
tussen de bureaus van ons redactielokaal, de
archiefkasten doen dienst als tijdelijke
tentoonstellingsruimte voor mijn wapenuitrusting en als
prijzenkast voor de trofeeën van mijn wielercarrière als
renner op leeftijd.
Maar ook
hier zijn veiligheid en rust relatieve begrippen. Er
gaan elastiekballetjes richting mijn collectie zeldzame
bidons en er wordt geklaagd over de muffe lucht die uit
de plunjebaal achter mijn bureau komt. Collega's hebben
aangeboden een stationspet voor me te kopen of maken
stoomfluitgeluiden op momenten dat ik wijzigingen in het
spoortracé aanbreng.
Waarom
reageren mensen toch zo onvolwassen, als iemand zijn
treintjes en soldatenspullen meeneemt naar werk?
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 27
januari 2011
Ingreep
Sommigen binnen de familie houden het op
negen keer, maar zelf mag ik graag verhalen dat mijn
vader twaalf keer is gezakt voor zijn
rijbewijs. Dat past ook beter in de climax – die
dertiende keer – toen
hij de lesauto de laatste paar honderd meter voor het
CBR-gebouw
totall loss reed en daarbij ook een andere wagen op de
schroothoop
deed belanden. Het zijn mooie gedachten op de vroege
ochtend van de dag dat mijn dochter voor de tweede keer
rijexamen doet.
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen moet volgens
minister
Schultz van Haegen grondig op de schop. Het zelfstandige
bestuursorgaan,
dat valt onder het ministerie, heeft zijn financiën niet
op orde en de interne cultuur zorgt voor ’moeizame
arbeidsverhoudingen’. Het zal niet direct de reden zijn
geweest dat mijn oudste nazaat de eerste keer is gezakt,
maar omdat voor veel mensen de examinator past in het
rijtje belastinginspecteur,
parkeercontroleur en callcentermedewerker, kan elke
ingreep bij deze organisatie op brede sympathie rekenen.
Op mijn vader had elke CBR-functionaris een verlammende
uitwerking.
Zodra er eentje op de passagiersstoel van de lesauto
plaatsnam,
veranderde hij in een zenuwenlijder die niet meer wist
hoe hij van
zijn twee in zijn drie moest schakelen, geen weet had
van
buitenspiegels of richtingaanwijzers en ook anderszins
zijn voertuig
door het verkeer manoeuvreerde alsof hij alleen op de
wereld was. Dat
hij desondanks maar bleef opkomen voor zijn rijexamen,
had alles te
maken met de volharding van onze toenmalige buurman, die
behalve een
schoonmaakbedrijf ook een rijschool bestierde.
In zijn wat onorthodoxe bedrijfsvoering paste het dat
hij mijn vader
halverwege elke les bij een schoonmaakklus afzette, hem
de sleutels
van een bestelbusje overhandigde en, niet gehinderd door
de wetenschap
dat mijn pa niet over de juiste papieren beschikte,
vroeg: ’Wil jij
deze even naar de zaak rijden?’ Alleen achter het stuur
van zo’n met
emmers, boenmachines en ladders volgestouwde wagen reed
mijn pa alsof
hij nooit anders had gedaan, om de eerstvolgende keer
dat hij moest
afrijden al na vijf minuten met een ingreep aan de kant
te worden
gezet door een examinator die van narigheid net zijn
plas had laten
lopen.
Gewoonlijk verviel hij – mijn vader – dan in een periode
van
moedeloosheid, die altijd weer werd gebroken door een
buurman die
rammelend met de sleutels van een bestelbusje voor het
keukenraam
opdook. ,,Heb je nog tijd om een wagen op te halen?’’
De twaalfde – volgens sommigen in de familie de achtste
– keer dat hij
afreed, verleende mijn vader in al zijn grootmoedigheid
voorrang aan
een automobilist die met hoge snelheid van links kwam.
Gezakt. Waarop
hij enkele maanden later opging voor de dertiende –
negende – keer met
de instelling dat hem dit nooit, nooit, nooit meer ging
overkomen. De
bestuurder die hem – na een verder vlekkeloos verlopen
examen –
opnieuw met hoge snelheid van links naderde en vast van
plan was de
voorrangsregels naar zijn hand te zetten – dat effect
hebben
les-auto’s nu eenmaal op medeweggebruikers – zag zich
plotseling
geconfronteerd met mijn vader die in grote
vastberadenheid opeiste wat
hem volgens het wegenverkeersregelement toekwam.
De weg naar het CBR-kantoor legde hij met de examinator
lopend af,
terwijl onze buurman bij de rokende puinhoop van wat
eens zijn lesauto
was, de formaliteiten met het andere slachtoffer
regelde.
,,U bent geslaagd, mijnheer’’, zei de examinator.
,,Voortreffelijk
gereden. Dat laatste stukje schenk ik u.’’
Ik wil maar zeggen, er zijn ook CBR-functionarissen die
deugen.
Die mening is inmiddels ook mijn dochter toegedaan,
blijkens de tekst
van het sms’je dat ik gistermorgen om 8.46 uur van haar
ontving.
YES!!!
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 20
januari 2011
Tijdbommetje
Communiceren tijdens de maaltijd is een
overschatte bezigheid. De
gecombineerde functie van lees- en eettafel zorgt ervoor
dat wij
ontbijt, lunch en diner gebruiken in een prettige chaos
van boeken,
kranten, tijdschriften en reclameblaadjes. Maar nu kijkt
onze dochter (18) toch even op uit haar ’Leerboek
Psychiatrie: kinderen en adolescenten’ om een
tijdbommetje tussen onze bietjes te gooien: ,,Weten
jullie eigenlijk wel welk type ouders jullie zijn?’’
Haar studie Klassieke Talen leidt doorgaans tot weinig
problemen. De
kennis over de oude Grieken en Romeinen deelt ze hooguit
met mijn
vrouw
en is bovendien zo universeel dat er geen conflictstof
in ligt
opgesloten. Anders is het met Geneeskunde, dat ze
weliswaar met Klassieke Talen combineert maar toch als
haar hoofdbezigheid beschouwt. Elke dag maken we kennis
met ziektebeelden of
praktijkervaringen uit de snijzaal die je normaliter ver
van je bord
wilt houden. Wat moet ik met zeldzame tumoren en
huidaandoeningen als
ik op het punt sta me te verdiepen in de anatomie van de
slavink?
Deze module – haar leven is momenteel opgedeeld in
modules – gaan we
even over van het lichaam naar de geest. Ergens in haar
’Leerboek
Psychiatrie: kinderen en adolescenten’ worden vier
stijlen van
opvoeding beschreven: ’Men kan dan autoritatieve,
autoritaire,
permissieve en onverschillige ouders onderscheiden.’
Ja, ze wil best een stukje voorlezen:
’Autoritatieve ouders zijn warm en ondersteunend jegens
hun kinderen,
maar stellen ook grenzen en controleren het gedrag.
Daarbij erkennen
ze de individualiteit van het kind en proberen ze het te
sturen, op
een rationele en democratische manier. Ze stimuleren
zelfstandigheid
en het gezamenlijk nemen van beslissingen. Autoritaire
ouders
overleggen weinig, stellen veel regels en beperkingen
zonder uitleg te
geven, en verwachten directe gehoorzaamheid. Ze zijn ook
minder warm
en minder gevoelig voor de behoeften van hun kind.
Permissieve ouders
zijn wel warm, accepterend en betrokken, maar stellen
nauwelijks eisen
aan het gedrag. Ze straffen niet, zijn tolerant en laten
het aan het
kind over om zijn gedrag en activiteiten te reguleren.
Ouders met een
onverschillige opvoedstijl zijn weinig betrokken en
geïnteresseerd in
het kind. Ze zijn niet ondersteunend en ook niet
controlerend: ze
laten het kind eigenlijk aan zijn lot over.’
De effectiviteit van de opvoeding in ons gezin, meet
onze dochter af
aan de manier waarop we met haar broertje (14) omgaan.
Haar eigen
opvoeding beschouwt ze als een privéaangelegenheid die
zich sowieso
ver buiten ons blikveld en nederige vermogens heeft
afgespeeld. ,,Maar
jij’’, zegt ze tegen mijn eega, ,,bent in elk geval een
permissieve
ouder. Je stel wel grenzen, maar bent verre van
consequent. Als je
zegt dat hij (wijst naar haar broer) niet meer achter
zijn Xbox mag
kruipen omdat hij een 3 heeft gehaald voor Duits, trek
je dat een uur
later alweer in. Hetzelfde geldt voor die zogenaamde
straffen omdat
hij ’s avonds consequent te laat thuiskomt.’’
Zelf kan ik heel goed tegen kritiek op een ander, dus
betuig ik
omstandig mijn instemming met deze rake analyse. Het
zijn minpuntjes
in de opvoeding, die ik bij ons thuis in belangrijke
mate aan mijn
echtgenote heb gedelegeerd. Het is dan jammer om te
horen dat ze er in
de praktijk weinig van bakt, maar dingen moeten wél
gezegd worden.
,,En bij jou’’, vervolgt mijn dochter in mijn richting,
,,twijfel ik
ernstig tussen permissief en onverschillig.’’
Ze zet haar bord in de vaatwasser, neemt haar boek onder
de arm en
verdwijnt onder instemmend hoongelach van mijn eega naar
boven.
Nog een paar weken, dan kunnen we het aan tafel weer
gewoon over acute
reuma of ontstekingen aan de endeldarm hebben.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 13
januari 2011
Niet over wielrennen
De instructies vooraf zijn helder: niet over
wielrennen praten. Maar als blijkt dat één van de drie
studenten Klassieke Talen aan mijn eettafel uit Eijsden
komt, kan ik het toch niet laten om het gesprek over de
geschiedschrijver Herodotos uit Halikarnassos even te
onderbreken met: 'Eijsden onder Maastricht? Gaat daar de
Amstel Gold Race niet doorheen?'
Van
enige fysieke verandering is geen sprake geweest, maar
sinds de overgang van de middelbare school naar de
universiteit mag je zeggen dat onze dochter op kamers
woont in ons huis. We zien haar rond etenstijd in de
centrale leefruimte (voorheen: onze woonkamer)
rondscharrelen, om direct na het voederen weer naar haar
eigen onderkomen te verdwijnen, in de regel met
medeneming van een hand drop en een glas cola uit de -
ook centrale - voorraadkast, die door mij wekelijks met
goederen van de AH wordt bijgevuld.
Tijdens
de verlengde kerstvakantie - wie geen hertentamens hoeft
te doen, mag nog een weekje langer thuisblijven - dient
de centrale leefruimte - waar voorheen 'onze'
flatscreen-tv aan de muur hangt - ook als de plek waar
ze met twee studiegenoten tijdens een themadagje 'Supernatural'
de hele dag Doctor Who-afleveringen zit te kijken. Als
rond 18.30 uur het eten op tafel kan staan, komt dat de
dames heel goed uit, dankjewel, dan zit dat net tussen
twee episodes in. En o ja (ik word door inwonende
dochter even apart genomen) niet over wielrennen praten!
Maar als blijkt dat de andere student Klassieke Talen in
Camerig woont, moet ik de beschouwing over de cijfers
voor het tentamen Literatuurwetenschap (aan tafel
zitten: een 10, een 9,5 en een 8,5) toch even
onderbreken met: Camerig?
Een smerige beklimming in Limburgs Mooiste. En ook in de
Amstel Gold Race, trouwens. Vanuit Epen meer dan vier
kilometer omhoog trappen.
Niet Camerig maar Kamerik, corrigeert de studente, een
dorpje bij Woerden.
Ook mooi. Daar komt de Joop Zoetemelk Classic doorheen,
als ik het wel heb. Voor mij de openingsklassieker van
het seizoen.
Hebben jullie trouwens een hobby, behalve het analyseren
van de gedichten van Aischylos, Sophokles en Euripides?
Wel eens aan wielrennen gedacht? Dat is echt hip aan het
worden. De Amstel Gold Race is op internet tegenwoordig
sneller uitverkocht dan een concert van U2. Toen de
inschrijving afgelopen maandagavond werd geopend, vloog
de site er meteen uit.
Oké oké, ik zal het niet meer over wielrennen hebben.
Dus jij woont op een boerderij? Hebben jullie een
melkrobot? Ik deed twee jaar geleden mee aan de eerste
Boogie's Xtreme, de toertocht van Michael Boogerd vanuit
Valkenburg, en daar stond ik met de tent op de
Waalheimerfarm, een kampeerboerderij in Walem. Daar
hadden ze dus een melkrobot. Kon ik uren naar kijken.
Heb ik ook gedaan, want ik deed er geen oog dicht omdat
er naast mijn tent een koe met een stuitligging stond te
bevallen. Het beest loeide de hele camping bij elkaar.
Ik reed als een krant, de volgende dag. Best een pittig
tochtje hoor, Boogie's Xtreme. Geen idee eigenlijk of
die door Eijsden of over Camerig gaat, maar dat kan ik
desgewenst wel even voor jullie nakijken. Hij gaat in
elk geval niet door Kamerik, zoveel is wel zeker.
Nog iemand een toetje?
O, jullie gaan naar boven. Maar jullie kunnen de rest
van de Doctor Who-afleveringen toch ook hier beneden
kijken? Mij hoor je niet. En zeker niet over wielrennen.
|
|
| |
|
|
| |
Uit de dagbladen van HDCmedia van 6
januari 2011
Slechte voornemens
De intonatie had al wat alarmbellen moeten doen
rinkelen, als het
zesde zintuig daarvoor bij mannen niet zo slecht
ontwikkeld zou zijn.
,,Wat heb jíj eigenlijk voor goede voornemens?'', wil
mijn vrouw
quasi-achteloos weten. Meer aandacht voor elkaar, had ik
zonder enige aarzeling moeten zeggen. Samen mooie
wandelingen maken, vaker laten merken dat ik van je hou
en af en toe weer eens - helemaal uit mezelf - een
bloemetje meenemen. Dat klinkt allemaal stukken beter
dan het enige voornemen dat me voor 2011 op dat moment
te binnen schoot. ,,Meer kilometers maken op mijn
racefiets.''
Aangezien
ik dacht dat het een follow up van mijn eerdere column
over 'Winterkost' betrof, voelde ik me persoonlijk zeer
aangesproken door het artikel dat twee dagen geleden op
deze pagina stond onder de kop
'Ook mister Perfect laat wel eens een wind'. Want
probeer dat maar eens tegen te houden, na drie dagen
hachee of bruine bonen. Het bleek daarentegen te gaan
over de zeventig procent van de mensheid die probeert om
de slechte gewoonten van hun partner te veranderen.
Dat proces vangt volgens Tjeerd Korenstra van de website
relatieplanet.nl aan
zodra de roze wolk van de eerste verliefdheid is
opgetrokken. Dan beginnen de nare gewoontes op te
vallen. De top vijf
van ergernissen waarnaar de site onderzoek heeft laten
doen, bestaat
uit: kleding laten slingeren, tegen je aan zeuren als je
net iets aan
het doen bent, niet luisteren, niet opruimen en winden
laten. In de
regel is het streven naar karakterverandering een
heilloze weg.
Zeventig procent accepteert uiteindelijk de slechte
gewoontes van de
ander. De rest blijft het proberen en valt uiteindelijk
ten prooi aan
frustraties.
Zelf heb ik niet veel oog voor de kleine onvolkomenheden
van mijn
eega. Wat heeft het voor nut om op deze plek uit te
weiden over het
feit dat ze onze kostbare elektrische tandenborstel
gebruikt alsof ze
een kunststof exemplaar van 1,50 euro in de hand heeft?
Wordt onze
relatie daar beter van? Irritant is het natuurlijk wel.
Zo'n verfijnd
roterend borsteltje moet je zelf zijn werk laten doen,
dat heb ik haar
al honderd keer verteld. Daar kun je zelf niet tegenop
poetsen. Maar
ze staat ermee in haar mond te raggen als een
straatveger die op
Nieuwjaarsdag de natte restanten van een
honderdduizendklapper van het
asfalt probeert te boenen. Binnen een paar weken staan
de haartjes van
haar borsteltje alle kanten op.
En nu ik toch bezig ben: waarom bakt ze de tartaartjes
altijd net zo
lang totdat de binnenkant volkomen grijs is? Ook daar is
mijn mond al
moe van. En waarom vraagt ze na 28 jaar huwelijk nog
steeds: 'Kijk jij
even of de aardappels al gaar zijn, dat vind ik altijd
lastig te
beoordelen'. Net als haar principiële weigering om haar
fietsbanden op
te pompen omdat ze beweert dat ze niet weet hoe de pomp
werkt. En dat
ze haar eigen slapeloosheid toeschrijft aan mijn
gesnurk. Tot zover
mijn top vijf.
Dit is natuurlijk óók niet de plek om op te sommen aan
welke zaken
mijn wederhelft zich ergert. Maar als ik één
pietepeuterig dingetje
zou moeten noemen dat ze in 28 jaar huwelijk aan mijn
karakter heeft
proberen te veranderen, is dat ik minder met mezelf
bezig moet zijn.
'Is dat alles?', probeert ze me ook dit keer nog een
paar andere goede
voornemens te ontfutselen.
,,Nou, ik wil ook weer tien kilo afvallen. Maar dat gaat
eigenlijk
vanzelf, als ik meer kilometers ga maken. Dus leek het
me niet nodig
om dat apart te noemen.''
Maar dat was niet wat ze bedoelde. Weet ik nu.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Weer naar boven op deze pagina |
|
| |
|
|
| |
Naar de
columns van 2010 |
|
|