Even een inkijkje in de journalistiek.
Van een collega die met mij een jaar of vijftien geleden
een zomerproject (De Waterkrant) deed, herinner ik me
dat hij elk telefonisch afgenomen interview beëindigde
met de vraag: U vindt het toch niet erg als ik er nog
wat bij verzin? Hij had (heeft, moet ik eigenlijk
zeggen, want hij werkt nog steeds bij het concern) een
gouden pennetje en de stukjes voor de zomerpagina
moesten een beetje smeuïg worden, vandaar. In bijna alle
gevallen belde de geïnterviewde de collega later terug
met het compliment: ,,Meneer X (ik noem geen namen,
uiteraard), wat heeft u mij dit prachtig laten zeggen!''
Gistermiddag wilde ik mijn
plaatsgenoot Bert van der Meij een kort telefonisch
interview afnemen voor een rubriekje dat in onze krant
Vraag & Antwoord heet. Ik ken Bert. Als hij op zijn
terras aan de Boulevard zit, mag ik - het gebeurt helaas
veel te weinig - graag even bij hem stoppen om een goed
glas wijn te drinken. Eén van zijn laatste projecten is
een bouwplaat van een typisch Katwijks strandhuisje,
waarover ik hem wat vragen wilde stellen. Maar ik kwam
niet verder dan zijn antwoordapparaat. Bert is op mei,
pardon, op Meijvakantie. Niet voor één gat te vangen -
en omdat het rubriekje toch vol moest - heb ik zijn
antwoorden bij elkaar geknipt en geplakt uit het
persberichtje dat hij me had gestuurd en de wekelijkse
nieuwsbrieven die ik van hem in mijn mailbox ontvang. En
dat ik er hier en daar wat bij verzonnen heb, zal Bert
me niet euvel duiden. Ik heb geprobeerd het hem prachtig
te laten zeggen.
Ik ben al geen held in
een vliegtuig, maar als je vlak voor het opstijgen
het bericht krijgt dat zowel de gezagvoerder als de
co-piloot van het vrouwelijk geslacht is, moet je
als man toch even wat wegslikken. Een
politiek-incorrect stukje leverde het in elk geval
op, met uiteraard als dieper liggende laag dat ik
mijn soortgenoten en mezelf een spiegel voorhoud.
Wat is het programma,
hoe wordt er getraind en hebben we het nog een beetje
gezellig onderweg? Alleen wielerliefhebbers hoeven door
te klikken naar
het wielerlog 2010.
Het opgroeiboek
Pretvaderen,
het opgroeiboek voor mannen, nu ook verkrijgbaar
in de betere boekhandel, zoals Van den Berg aan de
Achterweg in Katwijk aan den Rijn. Binnenkort ook
weer via internet te bestellen bij HDCmedia.
De berichten over een België
dat al decennia gebukt gaat onder de taalstrijd hebben
voor ons, Hollanders, een hoog abstractieniveau. Ik werd
pas met mijn neus op de feiten gedrukt toen ik me
gisteren wilde inschrijven voor de Waalse Pijl, een
toerfietsklassiekers door het Franstalige gedeelte van
de Ardennen. Ik koos voor de Nederlandse tekst op de
site en las het volgende:
Om deel
te nemen:
1) U kunt zich aanmelden met vrijdag
van 17u tot 20u en de dag van de wandeling vanaf 5:30 2) worden afgesloten via internet of
op locatie formulier dat overeenkomt met uw galerij
220km, 166km, 130 km. In
beide gevallen de handtekening nodig is. 3) gaan betalen: zij ontvangt het
frame plaat genummerd, de doos van uw reis met de recto:
beschrijving van de routes en tijden van de
verschillende leveringen, de omgekeerde dozen voor. Diverse stempels: evidence.
Doorgangsrechten en telefoonnummer van de macht van de
dag en meer is van essentieel belang voor het recht om
leveringen. 4) naar stempel vertrek en de goede
weg.
Faciliteiten:
1) toiletten en douches zijn
beschikbaar. 2) een kleine bar en het restaurant
zijn de hele dag open. 3) vakken van vrijstelling voor
kleine verwondingen alle posities, beginnend en
benzinestation. 4) Een reeks van kaarten met
verschillende routes routes beschikbaar zijn. 5) Een stand te bekijken en te kopen
van de foto's om te gaan, de opnamen werden gemaakt op
de top van de Col de la Redoute na Remouchamps. 6) Neem contact op voor foto'swww.actionphototeam.cominfo@actionphototeam.com 7) deelstukken voor grote
groepen en deelnemers buiten de normen.
Tips:
1) Respect voor de regels
van de weg nog steeds vereist. 2) Zijn de reparatie zelf
op een fiets en in perfecte conditie. 3) Wees zeer voorzichtig,
want de ervaring ongevallen gebeuren tijdens fatigues en
kleine wedstrijden cyclo veroorzaken afleiding!!!!!!! 4) Wees goed voorbereid
en opgeleid om het plezier om te rijden en te genieten
van het landschap. 5) Volg de wegmarkeringen
samengesteld uit onze symbool in het geel.en bifurcaties
van verschillende afstanden.
Het is me opeens
allemaal volkomen duidelijk. De kloof tussen Vlamingen
en Walen is onoverbrugbaar.
Woensdag 5 mei 2010
Een rare foto, op
Bevrijdingsdag? Nou, echt niet. Twee schilders - mijn
buurjongen Arjan en zijn maat - bevrijden mij vandaag
van het tijdrovende klusje om zelf de buitenboel in
de verf te zetten. Na het voorbereidende werk in de
afgelopen week, gaan ze vandaag de hele dag door, zodat
alles vanavond af is. Kan ik - heel bevrijdend - een
stukje gaan fietsen.
Dinsdag 4 mei 2010
Ze gruwt van welke vorm van
nationalisme dan ook, maar voor Dodenherdenking mag mijn
eega graag een uitzondering maken. Het is ondenkbaar dat
we op 4 mei de twee minuten na 20 uur niet in stilte
doorbrengen, liefst op een - bij voorkeur sfeervolle,
want gevoel is minstens zo belangrijk - plechtigheid in
de regio. In 2009 waren we met onze nazaten bij de
oorlogsgraven aan de Oude Zeeweg in Noordwijk, dit jaar
wilde ze ons meekrijgen naar de 'oer'-herdenking op de
Waalsdorpervlakte, bij Scheveningen. Goed idee, sprak ik
aarzelend, maar ik heb ook een praktische kant. Hoe
komen we er? Op de herdenkingssite zag ik dat de eerste
belangstellenden - vorig jaar ruim 3000 - zich al om 18
uur verzamelen, terwijl de voorkant van de stoet pas om
19.40 uur naar het monument vertrekt. De laatste
bezoeker wandelt doorgaans rond 22.00 uur langs de
beroemde bourdonklok. Je auto moet je zien kwijt te
raken ergens in een woonwijk van Den Haag (en dan te
voet naar het begin van de tocht), op de gewone fiets is
het vanuit Katwijk al gauw een klein uurtje. En dan moet
je nog terug ook. Toegegeven, in het licht van de
ontberingen die onze groot- en overgrootouders in de
Tweede Wereldoorlog moesten doorstaan, is het klein
ongemak. Maar bij de jongste generatie slonk het
enthousiasme om de herdenking op de Waalsdorpervlakte -
waar het na zonsondergang erg koud kan zijn, waarschuwt
de site - mee te maken, al bij voorbaat tot het nulpunt.
'Ik moet bovendien om 18.15 uur nog trainen', aldus onze
zoon, die als het hem uitkomt óók een hele praktische
kant heeft. 'Nou ja, als het zo ligt', deed ook ik een
duit in het zakje, 'dan kan ik nog een stukje fietsen,
zonder dat de gevallenen eronder lijden.' Zo heeft een
driekwart meerderheid in ons gezin er vrede mee dat we
vanavond de Dodenherdenking comfortabel voor de buis mee maken.
Maandag 3 mei 2010
Zelf
was ik negentien jaar een overtuigde (zachte)
lenzendrager, totdat het toenemende ongemak me (weer)
naar de bril dreef. Nu ik inmiddels zo'n twintig jaar de
oogprothese draag, lijkt de geschiedenis zich in ons
huis te herhalen. Het schrikbeeld van de beugel is
afgewend en onze zoon wil ook van zijn bril af. Mijn
wijze raad dat het allemaal wel een behoorlijk gedoe is,
lenzen, is aan hem niet besteed. Net als de tijden
zullen ook de lenzen wel veranderd zijn, denkt hij, en
ik kan hem er uiteindelijk geen ongelijk in geven. Komende
zaterdag moet hij naar de opticien en in de aanloop daar
naartoe, moet hij alvast oefenen om zijn vinger in zijn
oog te steken zonder te knipperen. Na twintig jaar kan
ik dat nog steeds, wat handig is bij het verwijderen van
losse haartjes of vliegen. Maar dat is dan ook het enige
gemak wat ik aan de lens heb overgehouden.
Deze column schreef ik
precies vier jaar geleden over het moment dat onze zoon
aan de bril moest. Ook dat bleek een veel minder groot
drama dan ik - met mijn eigen historie - had voorzien.
Trauma
Om het grootste trauma van mijn jeugd op
de juiste waarde te schatten, is het goed om eerst
kennis te nemen van het op een na grootste. In het
lokaal hangt de gespannen stilte die normaal alleen door
rammelende magen wordt verstoord. Ik zit in klas 5 van
de lagere
school en heb me opgegeven voor Franse les, nog onwetend
van het feit dat mijn stotterhandicap zich pas in volle
hevigheid openbaart onder invloed van zachte mediterrane
medeklinkers en de harde blik van meester Van Eessen. Ik
blijf hangen in een zin die begint met 'Je
suis' en probeer minutenlang met open mond een klank te
vormen die
mijn keel maar niet wil verlaten. Twintig paar ogen
kijken me
gebiologeerd aan, als naar de doodstrijd van een vis op
het droge, als
er uit mijn rode, gebogen hoofd opeens een druppel uit
m'n neus valt,
midden op mijn lesboek. Het is even stil, maar dan
krijst Evelien van
Santen - pestwijf! - wat iedereen al heeft gezien: 'Er
valt een
druppel uit zijn neus!' Maar nu durven ze er wel massaal
om te lachen.
Veel erger nog dan die druppel vond ik
dat ik datzelfde jaar een bril
moest. Niet zo'n bijna onzichtbaar Balkenende-brilletje
van
tegenwoordig, maar een donkerbruine, hoornen geval dat
mij veranderde
in een combinatie van Klark Kent - voor zijn
transformatie tot
superman - en Rick de Kikker. Ik ging naar school in een
tijd dat het
nog gemeengoed was om lichtverstandelijk gehandicapte
klasgenootjes te
treiteren, kinderen met een afwijkende haarkleur voor 'rooie'
uit te
schelden en beugelbekkies - toen nog een zeldzaamheid -
slissend na te
praten.
Ik droeg mijn bril alleen thuis bij het tv kijken. Op
weg naar school
stopte ik hem in mijn zak en ik herinner me een zomer
met tropische
temperaturen die ik volledig binnenshuis doorbracht, om
de
buitenwereld maar niet met een gezichtsprothese onder
ogen te hoeven
komen. Met mijn afwijking van min vijf raakte ik
geleidelijk aan
vertrouwd met een vervagende samenleving en viel ik pas
door de mand
toen ik in dienst op moest voor het certificaat Schutter
Derde Klas,
en als een Antwerpse skinhead om me heen maaide met een
halfautomatisch geweer. Daarna brachten zachte lenzen
uitkomst.
Vrijwel even oud als ik toen, is mijn zoon nu ook toe
aan een bril.
Vanaf zijn plekje vooraan in de klas is het schoolbord
nog net te
ontcijferen, maar voor de televisie moet hij op
anderhalve meter gaan
zitten om de ondertiteling te lezen. Tijdens de
meivakantie wijst hij
ons op een konijntje, dat op het veld voor onze caravan
dartelt. Een
konijntje? Wij zien alleen een te dikke bruine
vrouwtjeseend naar de
glijbaan waggelen.
Met alle ervaringen uit mijn eigen jeugd bereid ik hem
zorgvuldig voor
op zijn leven met een bril, houd hem voor dat hij steeds
de regie in
handen heeft, er heel geleidelijk aan mag wennen en hem
pas in het
openbaar op hoeft als hij meent er geestelijk klaar voor
te zijn. Hij
krijgt een rechthoekig designmontuur aangemeten, met
pootjes die - als
bij jetset zonnebrillen - recht naar achteren staan. Als
ik met de
opticien de formaliteiten afhandel, zie ik hem een paar
meter achter
me zichzelf vanuit alle hoeken in de spiegel bekijken.
,,Zal ik je
bril in de koker doen?'', vraag de mevrouw van de winkel
nog, nadat
ook zij hem de raad heeft gegeven om eerst voorzichtig
te beginnen met
een paar uurtjes binnenshuis. Maar nee, hij wil hem
meteen op.
Kaarsrecht zit hij naast me op zijn fiets, met de
verbijstering van
een eendagskuiken de wereld in zich opnemend. Als we
stilstaan voor
verkeerslichten laat hij zijn montuur steeds een beetje
zakken, om
zijn wazige wereldbeeld even te vergelijken met de
scherpe blik die
hem zojuist weer is gegund.
Als we op een paar honderd meter van ons huis zijn,
slaat hij rechtsaf
naar een speelpleintje waar hij zijn vriendjes weet.
,,Zou je dat nou
wel doen?'', roept de pedagoog in mij hem nog na, maar
tevergeefs. De
hele avond snelt hij naar buiten, als hij vanuit de
woonkamer een
bekende voorbij ziet gaan, om dan heel nonchalant in de
deuropening
'Hallo' te zeggen en zijn bril precies in het blikveld
van de
voorbijganger te positioneren.
De dag erop gaat hij naar school, met bril, talloze
vermaningen en
goede raad over de wreedheid van de hedendaagse jeugd
negerend. Jozias
van Aartsen, daar doet hij me aan denken, als ik hem met
grote
waardigheid en immuun voor welke aardse aantijging dan
ook, de paar
honderd meter naar het plein zie schrijden.
Als jeugdtrauma had ik meer werk moeten maken van die
druppel uit mijn
neus, bedenk ik me beschaamd. Dat van die bril sloeg
nergens op.
Zaterdag 1 mei 2010
De mooiste muziek wordt niet
gemaakt in stadions of megalomane hallen, waar het
publiek als slachtvee bijeen wordt gedreven. De
pareltjes opereren in de marge, op tochtige pleintjes of
in bedompte zaaltjes, waar het merendeel van de gasten
meer oog heeft voor elkaar en voor de bierpomp dan voor
de artiest die met bezieling zijn nummers brengt. John
Carrie and Moor Green speelden gisteren in Sassenheim,
op het pleintje bij de Oude Haven, waar de
koninginnedagvierders zich vooral ophielden rond de
terrassen van de cafés. Geen gillende jonge meiden vlak
voor het podium, alleen die ene aandachtige luisteraar
met zijn fiets die niet wist hoe snel hij moest wegkomen
toen de mannen echt los gingen.
Een preview van steeds 30
seconden van de twee albums van John Carrie en Moor
Green staat
hier. Gewoon bij elk nummer even op Play drukken.
Mijn voorlopige favoriet: Easy Chew, nummer 8 van hun
laatste album.
Vrijdag 30 april 2010
Bij het doorbladeren van de
feestgids van onze lokale Oranjevereniging bekroop mij
sterk het gevoel dat ze voor vandaag de editie van 1956
hadden herdrukt. Ik zag mezelf alweer zwalken van de
kindermarkt naar het spuitvoetbal, en van het vrouw
sjouwen naar het Nederlands kampioenschap makreel roken
op de Boulevard. Totdat - omdat ik in mijn dagblad ook
de feestprogramma's van de hele regio moet plaatsen -
mijn oog viel op het Havenfestival in Sassenheim waar
een Iers bandje optreedt dat wel eens kan uitgroeien tot
mijn favoriet voor 2010: John Carrie and Moor Green.
Alternatieve, rockende folksongs, mooie ballads en soms
een scheutje reggae. Van 14.45 tot 15.30 uur staan ze op
het podium van de Oude Haven in Sassenheim. Het kost
niks.
Donderdag 29 april 2010
Bij sommige krantencolumns
verwacht je al tijdens het tikken dat er een stortvloed
van verontwaardigde mails over je wordt uitgestort. En
onwillekeurig probeer je dan nét wat zorgvuldiger te
formuleren en je hier en daar ook wat in te dekken. Zo
ook bij de column 'Angst', die vorige week donderdag in
de dagbladen van HDCmedia stond. Voor de niet abonnees
is het goed om er eerst even kennis van te nemen, door
hier te klikken.
Bent u daar weer?
De reacties kwamen wel, maar
waren toch anders dan ik had gedacht. Ik selecteer drie
opvallende. Deze is van een 61-jarige lezer uit Leiden:
Met veel plezier lezen
mijn vrouw en ik altijd uw columns.
Zo ook bovengenoemde van
vandaag. Een zeer humoristisch en informatief
artikel. Wat mij echter het meest opviel was uw
omschrijving van die Engelse mevrouw.
Zowel in de gesproken
als in de geschreven media wordt mijns inziens vaak
ten onrechte het woord dame gebruikt om aan te tonen
dat het niet om een man maar om een vrouw gaat.
Niet iedere vrouw is
automatisch een dame.
Niet helemaal wat ik als
de kern van mijn stuk beschouw, maar toch
interessant. Een
lezeres (woonplaats onbekend) wilde vooral haar
ervaringen met mij delen:
Vorig jaar vloog ik
ook naar of van Valencia met een vrouwelijke
gezagvoerder en aangezien ikzelf ook vrouw ben
moet dat mij deugd doen, toch?? Eenmaal in de
lucht heeft zij zeker een kwartier voorin staan
praten (vrij luid) en toen we gingen landen
zette zij de Boeing ook nu niet bepaald
zachtzinnig aan de grond....
Een lezeres uit
IJmuiden kwam wel tot de kern:
Moest hartelijk
lachen om uw schandelijke bekentenis, dat u een
'paniekaanval' kreeg toen u hoorde vervoerd te
worden door twee vrouwelijke piloten.
Terwijl de wetenschap het ene na het andere feit
aanvoert dat vrouwen principieel veiliger
vervoeren dan mannen.
Uw angst zij u toch vergeven. Die zit zo diep in
het macho-systeem dat een man wel een heel erg
moderne westerse filosoof moet zijn om daar een
beetje bovenuit te kunnen redeneren.
Ik beken intussen retour dat ik (als vrouw)
altijd heel goed oplet in het autoverkeer of dat
niet onveilig gemaakt wordt door een man,
speciaal door zo'n testosteron-gestuurd manneke
van tussen de 18 en 24 jaar (dat volgens de
cijfers tot de grootste verkeersmisdadigers
behoort en voor straf ook tot de meeste
dodelijke slachtoffers).
Terwijl vrouwen dusdanig bewezen veiliger
verkeersdeelnemers zijn dat er zelfs speciale
goedkopere autoverzekeringen bestaan voor
vrouwen.
Laten we aannemen dat voor piloten ongeveer
dezelfde cijfers gelden als voor automobilisten,
dan zijn mijn gevoelens gebaseerd op
feiten, en de uwe op antieke
macho-vooroordelen.
Tot slot nog een aardige en misschien
instructieve familie-anekdote:
Mijn dochter vaart als kapitein de wereldzeeën
rond. Als ze af en toe moet aanmeren in een
land waar mannen uw klassieke mannenangsten
delen, over vrouwelijke gezagvoerders (zoals in
het Midden-Oosten, in Zuid-Amerika) dan vraagt
zij graag een bemanningslid of mannelijke
passagier om voor kapitein te spelen, om gezeur,
moeilijkheden en ongemak te voorkomen. Dan kiest
ze een man van een jaar of 50 uit, het liefst
eentje met baard, en vraagt hem om naast haar
bij de reling te gaan staan waar douane of loods
aan boord gaan komen. En ja hoor, meteen als
loods/douane aan boord komt schudt die de
baardige man de hand, en negeert mijn dochter. Dan
schuifelt zij als een soort secretaresse achter
de delegatie aan. Om ten slotte onder verbaasd
gelach van de lokale macho's en de
komediespelende namaakkapitein de papieren te
tekenen.
Het erge is, dat ze niet zonder deze komedie
kan: als ze zichzelf meteen als kapitein
presenteert, kost het soms wel twee dagen om
ingeklaard te worden.
Lacht u nog?
Wij lachen hier thuis wel om, maar misschien is
het in het licht van alle ongelijkheid toch niet
zo heel erg leuk?
Ik hoop dat ze
begrijpt dat ik met mijn columns mijn
generatiegenoten - ja, ook in het Midden-Oosten
en Zuid-Amerika en, vooruit, ook mezelf - een
spiegel voor houd.
Woensdag 28 april 2010
Als fan van Lance Armstrong
heb ik me in een ver verleden opgegeven voor de
nieuwsbrief van zijn Livestrong-organisatie, niet
wetende dat ik me daarmee verbond aan een club die een
gezonde levenswandel hoog in het vaandel heeft staan.
Een paar keer per week ontvang ik mailings met
blijmoedige teksten die zo van de producenten van Oprah
Winfrey lijken te komen. Na een dag waarop ik me in de
kantine van ons hoofdkantoor in Alkmaar weer heb laten
verleiden door een enorme gehaktbal met pindasaus, kreeg
ik gisteren van Livestrong de fastfood-quiz toegestuurd.
De eerste vraag luidt:
1. Which of the following contains the MOST calories?
a) Burger King whopper with cheese
b) McDonald's double quarter pounder with cheese
c) McDonald's Selects (10 pieces)
d) Wendy's Big Bacon Classic
Van een collega die veel vragen bedenkt voor populaire
quizzen in de horeca, weet ik dat hij er - om de vrouwen
een beetje voor te trekken - altijd zo'n calorievraag
instopt. Vrouwen weten dit soort dingen. Mannen willen
ze niet weten. Die krijgen er alleen maar enorme trek van.
En komen met belangwekkende tegenvragen: waarom hebben wij hier in Nederland geen Wendy's?
Dinsdag 27 april 2010
Eén van de gezegden uit het
Nederlandse taalgebied die mij op het lijf is
geschreven, luidt: Gemak dient de mens. Vandaar dat ik
gistermorgen even wat later naar de redactie reed omdat
ik aan de overzijde van de straat, bij het Lidl-filiaal,
mijn slag moest slaan. Onze trektocht door Ierland
dreigde in een logistieke nachtmerrie te veranderen nu
beide nazaten te kennen hebben gegeven elk in een eigen
tentje te willen slapen. Weg van het gesnurk van hun
vader in de caravan en het alwakend oog van hun moeder.
Maar ik zag me al om de dag - want we gaan campinghoppen
- uren met stokken, zeildoek en rotspennen in de weer om
een bescheiden tentenkamp naast onze sleurhut op te
bouwen. Totdat mijn oog het afgelopen weekeinde viel op
een reclamefolder waarin al mijn vakantiemuizenissen in
één keer werden opgelost door: de werptent! Een pakketje
ter grootte van een fietswiel dat je in de lucht gooit
en hoppa, daar staat de tent. Vier harinkjes in de grond
en vaders kan tevreden met een Guinness zijn ligstoel opzoeken. Waaien en
regenen doet het nauwelijks in Ierland, heb ik me laten
vertellen, en anders is een klop op de deur voldoende om
het kroost weer binnen te halen. Voor nog geen 5
tientjes mag het - ondanks de beloofde 3 jaar garantie - ook gewoon een wegwerptent zijn, natuurlijk.
Maandag 26 april 2010
Wij
mannen hebben de naam nogal kleinzerig te zijn. Ten
onrechte. Er is ons gewoon veel aan gelegen om snel weer
fit te worden. Vandaar dat ik in twee dagen tijd de
bovenstaande collectie aan wondverzorgingsproducten
aanschafte (of door onwillige huisgenoten liet halen).
Ik ben begonnen met losse Betadine uit een flesje
(linksonder) en losse gaasjes (midden), stapte daarna
over op de absorberende kompressen (niet op de foto,
die zijn inmiddels op), vervolgde met de steriele Betadinegaasjes (rechtsonder), kocht ondertussen ook
schaaf & brandwonden zalfgaas (tweede van linksonder),
eilandpleisters (voor grote wonden, linksboven) en
steriel afdekgaas (rechtsboven). Twee van deze drie
artikelen zijn nog ongebruikt, maar je kunt het maar in
huis hebben. Op advies van een fietsmaat kocht ik tot
slot de parafinekompressen (midden boven, een doos van
tien), waarvan ik er inmiddels slechts twee doorheen heb
gejaagd. Want het best voel ik me toch als ik de wond
gewoon in de open lucht laat drogen. Dat kost niks,
inderdaad, maar wanneer je als man je huisgenoten en
verdere familieleden het
hele weekeinde op een halve blote kont met een open wond
trakteert, is het wéér niet goed!
Zaterdag 24 april 2010
Voor al die avonden op de
fietsclub en weken op trainingskamp moet je thuis
compensatiepunten opbouwen. Hedenmorgen derhalve besteed
aan het opruimen van de schuur en het in de file staan
bij de gemeentelijke milieustraat om overtollig
tuinhout, nutteloos ijzerwerk, een step, kapotte
strandspullen, kilo's aan poetsdoeken voor mijn fietsen,
een garnalennet, een bouwhelm, een tuinslang en ander
ongeregeld spul in te leveren. Nu alleen nog het plafond
van de badkamer witten en de zolder opknappen - het
buitenschilderwerk heb ik inmiddels succesvol uitbesteed
aan de buurjongen - dan kan ik er weer een jaartje
tegen.
Vrijdag 23 april 2010
Harde
woorden heb ik op deze plek gesproken over het eerzame
beroep van orthodontist, hiertoe
mede aangezet door geluiden uit mijn omgeving, de Tweede
Kamer en allerlei zorginstanties. Zij duiden de
betreffende beroepsgroep nog net niet aan als criminele
organisatie, maar veel scheelt het niet. Ook onze zoon
dreigde in de handen te vallen van deze bende
grootverdieners, maar wist - onder meer dankzij een
moeder die haar rug recht hield - te voorkomen dat zijn
minieme gebitsafwijking van een peperduur ijzerbeslag
werd voorzien. Met angst en beven wachtte ik - als
schatkistbewaarder in dit gezin - de nota af van de
orthodontiepraktijk, waar men ongetwijfeld niet zou
terugdeinzen voor een fikse ingreep in onze maandelijke
wedde. Fietsuitgaven werden even op een lager pitje
gezet. De lokale Beach Boetiek werd geïnformeerd over
het feit dat voor mijn eega voorlopig een
kledingaankoopstop bestond. De route naar de
dichtstbijzijnde voedselbank werd in de TomTom onder de
favorieten gezet. Met trillende vingers scheurde ik
gistermiddag de factuur open. Dan maar niet op vakantie,
ging er door mij heen. Of nog maar een hap uit de
overwaarde van onze woning nemen. Maar niets van dit al.
Een luttele 24,72 euro brengt de orthodontist ons in
rekening. Geen kwaad woord derhalve meer over deze
weldoener, deze sieraad voor de gezondheidszorg, deze
gebitsfilantroop. Of het moet van mijn eega zijn, die
altijd de neiging heeft om 24,72 euro voor een onderzoek
van twee minuten naar een uurtarief om te rekenen. Alsof
de orthodontist het nog niet moeilijk genoeg heeft.
Dit meende ik enkele weken
geleden nog in mijn krantencolumn
over de 'ortho' te moeten schrijven.
Donderdag 22 april 2010
Vakantiegangers, zakenlui,
luchtvaartmaatschappijen, vliegvelden: de gedupeerden
van het 'knettergekke besluit het luchtruim te sluiten'
(citaatje van sterrenkundige Rudolf le Poole op de
voorpagina van mijn krant van gisteren) zijn gemakkelijk
te duiden. Maar deze week zag ik aan tafel bij Matthijs
van Nieuwkerk ook de - voor heel even - werkloze Joris
Linssen van het programma 'Hello Goodbye'. Simpele
formule, mooie tv. Schaar je onder de wachtenden
in de aankomsthal, duikel een mooi verhaal op (hoef je
niet zelf te doen, een goede redactie volstaat), maak
een praatje en wacht op het moment dat de schuifdeuren
open gaan en ontvangstcomité en verloren zoon of dochter
met elkaar worden herenigd. Vorige week dinsdagavond
liep ik tegen 18.30 uur, komende vanuit Valencia, door
diezelfde deuren recht in de camera van 'Hello Goodbye'.
Goh, ze heeft me toch meer gemist dan ik had gedacht,
ging er even door me heen, maar omdat ik op dat moment
nog zeker een kwartier moest wachten voordat mijn eega
me zou komen afhalen, verdween dat besef even snel als
het was opgekomen. Om de tijd te doden - en omdat het
binnen warmer was dan buiten - ben ik bijna een kwartier
blijven wachten op de roerende ontmoeting die de
Hallo Goodbye-ploeg spontaan wilde vastleggen. De cameraman
kreeg een slapende schouder, de geluidsman een lamme
arm, de redactrices een paar stalpoten. Maar er kwam
niemand. Ook Joris Linssen was in geen velden of wegen
te bekennen. Afijn, uiteindelijk moest ook ik toch naar
buiten omdat mijn vrouw was gearriveerd, dus laat ik u
hier net zo onbevredigd achter als ik vorige week
dinsdag was.
Woensdag 21 april 2010
Voor ons, Westerlingen, zijn
de verhalen die mijn collega Paul de Vlieger - afkomstig
van de boerderij - in de kantine van ons krantenbedrijf
over het leven op het platteland vertelt, zedenschetsen
van een andere planeet. Niettemin mag ik graag luisteren
naar zijn smakelijke anekdotes over het onverdoofd castreren van
varkens, het afsnijden van bokkenstaarten met een
roestig mesje, het voeren van uit de boom geschoten maar
nog half levende meeuwen aan de varkens, de avonturen
van Herman de
sekseend (die alles besprong wat veren had: kippen,
pauwen, ganzen, het maakte niet uit, en dat de hele dag
door), de lucratieve
handel in eenden, duiven en varkens die hij er als
lagere schoolknaap op na hield en de lotgevallen van
Gerrit Been, Piet Knoest en hoe die andere oerfiguren
uit de polder ook allemaal mogen heten. Menig stagiaire
was in het verleden tot tranen toe geroerd - of in elk
geval tot het uiten van afschuw bereid - als De Vlieger
tijdens het eten weer op de proppen kwam met een
waargebeurde dierenhistorie met een lage
aaibaarheidsfactor. Maar deze periode tovert hij met
zijn kantineverhalen alleen blikken van herkenning op
het gelaat van onze Jojanneke - een studente
Taalwetenschappen uit het landelijke Waddinxveen - die
net zo makkelijk meepraat over het afhakken van
kippenkoppen, het rapen van eieren en noodslachtingen
waarbij ter plekke een pen door de kop van het dier
wordt geschoten. Er schijnt een foto van haar in omloop
te zijn waarop ze als 8-jarige aan de peesjes trekt van
twee afgehakte kippenpoten. ,,Wat een vrouw'', verzuchtte
collega Paul, toen hij dit hoorde. ,,Ze kan leuke
stukjes tikken en een geit melken. Wat wil je als man
nog meer?''
Dinsdag 20 april 2010
Het
is een witte bladzijde in de vaderlandse
wielergeschiedenis, maar Peter Winnen en ik hebben ooit
samen gekoerst. Op een spreekbeurt in de Katwijkse
bibliotheek moest ik hem er gisteravond aan herinneren,
maar toen wist hij het weer: het Nederlands
Kampioenschap voor Journalisten in Boekel (2006). De
oud-winnaar van de etappes naar Alpe d'Huez (tweemaal)
en ik bungelden een paar ronden lang achterin een peloton
dat met 45 tot 50 kilometer in het uur een bochtig
stratenparcours aflegde in de geboorteplaats van
Leontien van Moorsel, toen ik er - met nog wat ongelukkigen - af waaierde, waar de taaie Winnen op het
tandvlees standhield. Er zat nog iets van oerkracht in
dat kleine mannetje, dat in de bieb verlegen en een
beetje onwennig vertelde over zijn carrière. Zoals
zoveel schrijvers moet hij het niet van een gelikte
presentatie maar van zijn pennetje hebben. Net toen hij
een beetje los kwam bij de vragen uit een goed gevulde
zaal, maakte de CAO voor bibliotheekpersoneel een eind
aan het genoeglijk samenzijn. Tien uur is tien uur. Maar
toen had ik mijn twee Peter Winnen-bundels al binnen,
inclusief handtekening en opdracht van de meester zelf:
Voor Dick, leesgenot en tot ziens in de waaier van
Boekel!
Dit schreef ik er destijds over op mijn log:
Fietsles in Boekel
B
ij
de start in Boekel had een veteraan uit het peloton me
al gewaarschuwd: veertig kilometer per uur rijden in
een groep, dat kan iedereen. Maar om op een
stratenparcours - met veel bochten, klinkers en
dranghekken - het gemiddelde ver boven de veertig te
houden, dat is andere koek. Tien meterna
het startschot van het Nederlands kampioenschap
wielrennen voor journalisten zit mijn hartslag al op 180
en loopt de snelheid, na de eerste haakse bocht, meteen
op tot 45 kilometer. Dat duurt een paar rondjes, en
daarna zakt het soms wat af, had de veteraan me ook
gezegd. Zo lang moet ik het zien vol te houden. Maar dat
'soms' zit me dwars. Soms zakt het tempo ook niet af,
dus.
Een paar rondjes met een
hartslag van 180 rondrijden, dat lukt me wel. Maar een
uur? Met mijn 46 jaar en 86 kilo ben ik gebaat bij een
regelmatig tempo. Maar dat is me niet gegund, tijdens
deze jakkerrondjes rond de kerk. Het voortdurende
afremmen en weer optrekken naar topsnelheid is funest
voor een oude man. Ik rij een paar rondjes in het wiel
van oud-Touretappe-winnaar en columnist Peter Winnen,
bij wie ik ook sporen van vermoeidheid denk te zien.
Maar, en dat is in het verleden wel gebleken, hij is
veel taaier dan ik. Met een paar lotgenoten schakel ik
een tandje lichter naar een gemiddelde van zo'n 38
kilometer, wat ikop
dit parcours wel kan volhouden.
De winnaar was uiteindelijk 22 jaar
jonger en 14 kilo lichter dan ik, maar komt wel van
hetzelfde concern: eliterenner Kasimir den Hertog,
van de Alkmaarsche Courant, ook een uitgave van HDCmedia.
Zo'n type dat af en toe en stukje schrijft en verder
vooral fietst. Ik zou graag op deze plek hebben gemeld
dat ik de eindsprint voor hem aantrok, maar helaas, zo
mocht het niet zijn. De speaker had het steeds
bemoedigend over de 'achtervolgers', als wij met ons
drietjes passeerden, maar voor ons gevoel waren we de 'gelosten'.
Toch duurde het nog tot drie rondjes voor het einde
voordat de kopgroep ons dubbelde, en wij het parcours
moesten verlaten. Ik mocht nog wel sprinten voor de
25ste plek, maar uiteindelijk waren mijn twee
mede-achtervolgers in geen velden of wegen meer te
bekennen.
Uiteindelijk was ik wel als eerste bij
het buffet. En dat is ook wat waard, op zo'n dag.
Maandag 19 april 2010
Na
een optreden in 1975 van The Boss schreef
journalist Jon Landau: Ik heb de toekomst van de
rock-'n-roll gezien en zijn naam is Bruce Springsteen.
Zo'n 35 jaar later schrijft journalist Dick van der Plas
op zijn weblog: Ik heb de toekomst van het Katwijkse
basketbal in de ogen gekeken en het team heet Grasshoppers J42.
De tweede helft van de wedstrijd tegen de Aardamse
Basketbal Club (ABC) was het beste wat ik ooit van ze
heb gezien. Toegegeven, de eerste helft zag het daar nog
niet naar uit. Het duel ging redelijk gelijk op, maar
tot een paar minuten voor de rust keken onze mannen
voortdurend tegen een kleine achterstand aan. Toen, op
het eind van de tweede periode, opeens alles op zijn
plek begon te vallen. Al die uren dat coach ArendJan
erop had getraind, alle decibellen die hij ook deze
middag weer de sporthal in schreeuwde, betaalden zich
eindelijk uit: het team ging pressie zetten, de
technische mannetjes van ABC raakten de kluts kwijt en
bleken geen bal meer fatsoenlijk te kunnen raken. De
kleine voorsprong van Grasshoppers bij rust werd in hoog
tempo uitgebouwd: niet alleen door de vaste waarden
Marvin en Steven, nee, de hele ploeg leek zichzelf naar
een hoger niveau te tillen. De bal ging snel rond,
spelers vonden elkaar blindelings en waar J42 in de
regel erg veel kansen nodig heeft om te scoren leek het
netje nu opeens een magische aantrekkingskracht te
hebben. Al die maanden van knarsetanden langs de lijn
waren vergeten, tijdens twee perioden van wervelend
basketbal in een wedstrijd die eindigde met -
zeker gezien het verloop voor rust - een monsterscore:
86-41. Halleluja. Rest mij toch nog enigszins
voorzichtig te eindigen met een citaat van een andere
(anonieme) grootheid uit het Nederlandse taalgebied:
één zwaluw maakt nog geen zomer.
Zaterdag 17 april 2010
Het was druk, gisteravond in de kleine
zaal van het hoofdstedelijke Paradiso, waar ik de
vrijdagavondtraining van de wielerclub opgaf voor The Unthanks, het bandje van de Britse zusjes Rachel
en Becky Unthank. Wonderschone
folk uit Northumberland. Niet altijd zo rustig en
ingetogen als op dit fragment uit het programma van
Jools Holland - luister maar naar hun cd's - maar dit
nummer is wel typerend voor hun muziek: Here's the
tender coming (zo heet ook hun laatste plaat). De
volgende keer in Paradiso zal de kleine zaal te klein
zijn.
Vrijdag 16 april 2010
Als die vulkaan een paar dagen eerder was uitgebarsten,
had ik zomaar een tijdje aan mijn Spaanse trainingskamp
kunnen vastplakken. Nu zat ik op de zolder van ons huis,
mijn tijdelijke verbanningsoord, op een houten
bureaustoel achter een oude computer een bardienstschema
voor de wielerclub in elkaar te draaien en met een
schuin oog naar de uitreiking van de 3FM-awards te
kijken. Had mijn dochter een feestje? Stond het parket
van de woonkamer in de langzaam drogende was? Had ik
ruzie met mijn vrouw? Warm. Geen ruzie, maar zij was het
wel die me naar boven stuurde omdat ze als gastvrouw van
haar boekenclubje geen kritische poppenkijkers (De
criticus is de strateeg in het kamp van de literatuur
- Walter Benjamin) in haar directe omgeving
wenste. Zelfs de weekendboodschappen moest ik, uiteraard
onder protest, voor half acht hebben gedaan en
ingeruimd, omdat ik anders de beraadslagingen over de
wereldliteratuur zou kunnen verstoren (De
Nederlandse literatuur wordt helaas niet alleen door de
Nederlanders zelf voor onbeduidend gehouden
- Willem Frederik Hermans). Een bescheiden dienblad met
een kop koffie en een stukje quarktaart (dat dan nog
wel) kreeg ik mee omhoog, maar verder was het niet de
bedoeling dat ik mijn gezicht liet zien (Wie
mens wil zijn moet pijn lijden
- J. van Oostenbrugge). Nou ja, ik heb er in elk geval
weer een logje aan overgehouden, voor wat het waard is,
tenminste. (Het
verschil tussen journalistiek en literatuur is, dat
journalistiek onleesbaar is en literatuur niet wordt
gelezen
- Oscar Wilde).
Donderdag 15 april 2010
Op 23
maart had ik deze al beloofd, maar u had hem nog
steeds tegoed: mijn tiende column voor het maandblad De
Rebound van de Katwijkse basketbalclub Grasshoppers.
Ophalen
Het
telefoontje kan niet op een ongelukkiger moment komen.
Net als ik in de damp van een uitdruipende pan
tagliatelle boven de spoelbak hang, met naast mij een
goed gegaarde ovenschotel met kabeljauw, meldt onze zoon
zich. ,,Kun je me even komen halen? De training is
afgelopen.’’
Nu is
het zo dat de basketbaltrainingen al een behoorlijke
wissel op ons gezinsleven trekken doordat ze – in de
leeftijdscategorie van onze jongste nazaat – bij
voorkeur onder etenstijd worden gegeven. Kennelijk ligt
de zaalhuur dan wat lager, al hebben we dat nog niet in
de contributie mogen merken. Er zijn weken dat ons lid
van J42 het drie keer in de week zonder warme maaltijd
moet doen omdat hij a: te gehaast is om vóór de training
te eten en b: na de training geen trek meer heeft. Dat
hebben wij weer: de enige persoon ter wereld die zijn
trek verliest door lichamelijke inspanning bevindt zich
uitgerekend in ons gezin.
Het
voordeel van zijn gevorderde leeftijd (13) is inmiddels
wel dat ik hem niet meer van en naar de training hoef te
brengen, zodat míjn maaltijd er in elk geval niet bij
inschiet. Behalve dan in dit onderhavige geval dat zijn
moeder hem – na een bezoek aan een trendy kapper in
Rijnsburg (hebben we die in Katwijk niet?) – om
tijdswille met de auto heeft afgezet bij de sporthal,
met het uitdrukkelijke verzoek aan mijn adres om onze
zoon daar weer op te halen. Zelf werkt ze, op
vrijdagavond, vandaar.
Hoe
laat? Nou, ergens tussen zeven en half acht. Maar het
kan ook zomaar een kwartier eerder zijn, als ik net aan
mijn Italiaanse koningsmaal wil beginnen. ,,Kun je het
niet weer even in de oven zetten?’’, oppert mijn zoon
weinig begripvol, als ik zeg dat hij maar even een
kwartiertje moet wachten. ,,Daar wordt verse tagliatelle
in de regel niet beter van’’, zo geef ik hem zijn eerste
kookonderricht.
Niettemin prop ik het spul zo gehaast naar binnen dat de
blaren op mijn gehemelte staan en race ik naar Cleijn
Duijn. Wat een geweldige sporthal is dat toch. Je kunt
je auto fatsoenlijk en gratis kwijt, er is een ruime
kantine waar een geagiteerde zoon best een kwartiertje
voor de flatscreen-tv
op je kan wachten en er zijn maar een paar kleedkamers
die je moet aflopen om hem te vinden. Maar hij is
nergens. In de kantine bouwt een rockband zijn
installatie op, maar tussen alle apparatuur geen spoor
van mijn kroost. Ook in de zaal – die dan opeens wel
weer heel erg groot is – heeft niemand hem gezien. Pas
in de laatste kleedkamer die ik, steeds geagiteerder,
doorzoek, weet een oud-teamgenoot me te vertellen dat
hij helemaal niet in Cleijn Duin is.
,,Specialisatietraining wordt altijd in de oude Boorsmazaal
gegeven.’’
Het is
op dat moment dat ik als basketbalouder er graag de befaamde uitspraak van Dick-voor-Mekaar uit wil gooien:
,,Waarom hoor ik hier nooit iets, in dit rothuis!’’
Woensdag 14 april 2010
Het laatste uur van mijn
verblijf in Spanje besteedde ik meestal aan het kopen
van souvenirs. Letterlijk het laatste uur, want de enige
plek waar ik na een fietsweek in de bergen met winkels
werd geconfronteerd, was het vliegveld van Valencia.
Eerst naar de bookshop, voor een Spaanse uitvoering van
Harry Potter voor mijn dochter, op de speelgoedafdeling
een ingewikkelde Lego-robot voor mijn zoon en in de
parfumerie een luchtje voor mijn vrouw. Naarmate de
bezoekjes aan het vliegveld frequenter werden, kreeg ik
op zeker moment te horen dat ik niet elke keer iets mee
hoefde te nemen. De kinderen werden te oud voor het
beperkte assortiment op Valencia Airport en ik koos
waarschijnlijk iets te vaak een fout Spaans luchtje uit
het assortiment. Een souvenirloze periode brak aan,
waarbij ik rustig in de koffieshop van het vliegveld kon
wachten op mijn vlucht. Totdat ik gistermorgen, na een
bezoek aan Bar Juans in Jalón, werd meegetroond naar de
favoriete winkel van mijn rentenierende vriend: de
bouwmarkt waar Manolo, de voorzitter van de plaatselijke
fietsclub, bedrijfsleider is. Terwijl mijn rentenierende
vriendin een paar batterijtjes afrekende, viel mijn oog
op het enige souvenir waarvan ik al een paar jaar -
altijd te laat - bedacht dat ik het mee naar huis moest
nemen. De pan had ik al, maar nu heb ik ook een echte
Spaanse paellapan-brander. Het gezin gaat er erg blij
mee zijn.
De verslagen van onze
Spaanse fietstochten staan op Dicks Wielerlog.
Dinsdag 13 april 2010,
Jalón, Spanje
De tijd vliegt, als je het
naar je zin hebt. Voor je het weet, ben je een
week verder en vlieg je zelf ook weer. Tussen de dinsdag dat
ik op het vliegveld van Valencia landde en het moment
dat ik er vanmiddag weer opstijg, liggen meer dan 700
fietskilometers, bijna 10.000 hoogtemeters, twee lekke banden
(niet van mij gelukkig, want als je goed bent, rijd je
niet lek), liters hersteldrank,
tientallen uren met filosofische zadelgesprekken, nooit
vervelende almuerzos, uitgebreide Spaanse lunches en het
samenzijn met amigos die
me omringden met goede zorgen (bedankt Cok!), mij uit de
wind hielden,
of met een stalen gezicht beweerden dat mijn paella best
te eten was. Dank ook aan de Spaanse weergoden, die het
zes dagen kurkdroog en zonnig hielden en de weemoed over
mijn vertrek verzachten door het vandaag pjipenstelen te
laten regenen. Ik ga mijn koffer pakken, met straks nog
een laatste almuerzo bij Bar Juan's in het dorp, mijn
favoriete bocadillo met lomo, queso en tomatos, en
uiteraard, vino tinto met gaseosa en een carajillo.
Allemaal mooi. Maar het allermooiste van deze plek, in het
achterland van de Costa Blanca? Dat het afscheid nooit voor lang is.
Maandag 12 april 2010,
Jalón, Spanje
Als je er allebei een weblog
op na houdt en op bepaalde dagen van het jaar op
hetzelfde moment dezelfde activiteiten onderneemt, ligt
het gevaar van digitale inteelt op de loer. Vandaar dat
mijn rentenierende vrienden en ik elkaar deze week
zoveel mogelijk proberen aan te vullen. Zo besteden zij
in hun log van gisteravond aandacht aan het opdienen van
de paella en beperk ik me tot de totstandkoming en het
opscheppen ervan. Blijft u alleen nog zitten met de
vraag waarom zes aan de Costa Blanca wonende
Nederlanders een oer-Hollander laten invliegen om voor
hen het nationale gerecht van Spanje te bereiden. De
enige reden die ik zelf kan bedenken is dat het me een
paar jaar geleden een keer is gelukt een redelijk
eetbare variant op tafel te zetten en ik er sindsdien
jaarlijks minimaal één keer aan vastzit. Zo, bent u van
twee kanten weer helemaal op de hoogte.
Zondag 11 april 2010,
Jalón, Spanje
Van nature ben ik - zowel
letterlijk als figuurlijk - een opgeruimd mens. Maar er
zijn uitzonderingen. Van de reportages op rustdagen van
de Tour de France herinner ik me vooral de opnamen uit
hotelkamers van slapies als Michael Boogerd en Thomas
Dekker of Tom Boonen en Steven de Jong. Een enorme
puinhoop van shirtjes, zweethemden, borstbanden,
wielerschoenen, uitdampenden broeken en opengeklapte
koffers. Dus als ik dan een weekje in Spanje de
wielrenner uithang, mag je mij niet verwijten dat ik
niet weet hoe het hoort.
Zaterdag 10 april 2010,
Jalón, Spanje
Hun huis mag na de
ingrijpende verbouwing het comfort hebben van een
5-sterrenhotel, in één opzicht blijft het kamperen: het
Spaanse drinkwater dat uit de kraan stroomt is zodanig
gechloleerd dat het - zeker voor ons, verwende
Nederlanders - niet te drinken is. Drinkwater haal je
bij de supermarkt of, veel romantischer en goedkoper,
bij een van de vele bronnen die ook ons wielrenners
onderweg ten dienste staan om lege bidons te vullen. Al
zolang ik bij ze op bezoek kom - en dat is inmiddels een
jaar of vijftien - maakt een bezoek aan de bron een
onderdeel uit van mijn verblijf bij mijn rentenierende
vrienden. Ik heb er al heel wat gezien, maar deze was
voor mij nieuw: een tappunt met bronwater uit de bergen
naast een monumentale wasplaats in Benigembla. Het water
is koud, glashelder en smaakt zoals water volgens ons
Hollanders moet smaken. Alleen volgens de Spaanse
autoriteiten is het formeel niet te drinken. Maar daar
trekt niemand zich iets van aan.
Zonder woorden
Vrijdag 9 april 2010,
Jalón, Spanje
Donderdag 8 april
Jalón, Spanje
De
website van onze rentenierende vrienden is niet
alleen populair bij familie, kennissen en een grote
schare geïnteresseerde broodsurfers, maar wordt
dagelijks ook bezocht door dromers en gelukszoekers. Een
groot aantal van hen klimt in de pen. 'Er zijn dagen dat
ik overweeg een stagiaire in dienst te nemen om alle
mail af te handelen', klaagt mijn vriend tijdens onze
urenlange fietstochten door het Spaanse binnenland. Hoe
hebben jullie het voor elkaar gekregen? Wat kost het om
Nederland de rug toe te keren? Weten jullie misschien
nog een goedkoop stuk grond en betrouwbare bouwvakkers?
Veel van die vragen komen niet van de slecht voorbereide
'Ik vertrek'-generatie, die de achterblijvers alleen
maar vermakelijke televisie opleveren. Nee, voor de
meeste mensen is het achterna jagen van de droom - hoe
serieus hun pogingen soms ook lijken - belangrijker dan
het uitkomen van de droom. Want daar komt een uitgekiend
plan en doorzettingsvermogen bij kijken, plus de ijzeren
wil om je oude leven rigoureus op z'n kop te zetten.
Zelf heb ik ook momenten gehad dat ik die droom najoeg,
vaak met de fles op tafel en urenlange filosoferend over
hoe het allemaal anders kan en moet. Maar tegenwoordig
neem ik er genoegen mee om elk jaar één of twee weken
deel uit te maken van de uitgekomen droom van een ander.
Bevalt goed.
Woensdag 7 april
Jalón, Spanje
Die hooguit twee keer per
jaar dat ik in een vliegtuig stap, zijn te weinig om
alle ergernissen rond het luchttransport voor lief te
nemen. Ook deze keer was ik, op weg naar mijn
rentenierende vrienden in Spanje voor een
fietstrainingskamp, weer verbijsterd over het feit dat
ik - na thuis al te zijn ingecheckt - in bovenstaande
rij moest plaatsnemen om mijn koffer af te geven bij een
chagrijnige juffrouw die - na een blik op mijn
uitgeprinte boardingcard - op een toetsenbord bleef tikken
alsof ze haar eindexamenscriptie zat af te ronden.
Daarna een minuut of twintig gelopen om van incheckbalie
18 naar gate C14 te komen, met onderweg ook nog het
circus van de veiligheidscontrole waarbij ik dit keer
niet alleen mijn schoenen en bodywarmer maar ook mijn
blouse moest uitdoen vanwege een detectiepoortje dat
maar rood bleef uitslaan. Vervolgens overal beklopt en
betast ('Dat is mijn zakdoek waar u nu in knijpt - en
dat niet, dankuwel') en mijn rugzak tot op het laatste stekkertje,
GPS-ontvanger, laptop, fototoestel, Iphone en oplader
leeg moeten halen voordat ik bomvrij werd verklaard.
Naast mij werd een hevig protesterende Engelse mevrouw
ontdaan van een explosief mengsel dat ze zelf omschreef
als een pot pindakaas. Nadat ik alles weer had ingepakt en
aangetrokken ontdekte ik, pas twee kilometer lopende
band verderop,
dat mijn blouse nog ergens voorbij de
veiligheidscorridor in een rood plastic bakje moest
liggen. Welkom aan boord!
Dinsdag 6 april
Vlucht HV 6331 vertrekt
vanmiddag om 12.50 uur van Amsterdam naar Valencia. En
ik ben aan boord. Om 15.15 uur moeten we zijn geland,
staat mijn rentenierende vriend mij op te wachten en
rijden we in een kleine vijf kwartier naar zijn huis in
Jalón, omringd door de bergen waar we de komende zes
dagen vele honderden kilometers gaan afleggen. 'Als we
's avonds om zeven uur je fiets op orde hebben (ik neem
altijd mijn eigen zadel mee en er moeten wellicht nog
wat dingen worden aangepast aan de Orbea die ik al jaren
als mijn persoonlijke leenfiets beschouw - DvdP) rijden we vanavond
al het oefenrondje', meldde mijn gastheer gisteren al
gretig per mail. Het oefenrondje is een kilometer of
dertig en voert langs een aantal dorpjes in de vallei.
Niet te zwaar, een mooi opwarmertje voor de dingen die
komen gaan.
Zondag 4 april
Of we, na de traditionele
zondagmorgen Trappist van Westmalle, nog een portje
blieven?, wil mijn moeder van mijn zwager en mij weten.
Na een lichte aarzeling - het is tenslotte pas half twee
en zo'n Westmalletje van 9 procent hakt er toch altijd
wel in - knikken we van graag. Van de vrouw die eerder
al taart, salades, kaas, worst en bakken vol met
frikadellen en andere frituursnacks op tafel heeft
gezet, hadden we niets anders kunnen verwachten. Toch
tonen we ons nog enigszins verbaasd als ze het
afzakkertje opdient in twee kloeke wijnglazen. Maar
protesten worden meteen de kop ingedrukt. 'Jullie hebben
twee dagen om er van bij te komen', zegt ze resoluut.
Prettige paasdagen, derhalve. Proost!
Vrijdag 2 april
'Klaagt er nooit iemand over
de veel te kleine karretjes?', vroeg ik de keurige
jongen achter de kassa van de AH, waar ik net mijn
boodschappenwagentje met de camera van mijn Iphone had
vastgelegd. Bewijsmateriaal voor het hoofdkantoor in
Zaandam, dat is nooit weg. Sterke opname ook, met de
dreiging van mijn Digros-tas nog latent aan de haak
aanwezig. 'Nee, nooit', antwoordde de kassajongen met
verbaasde oprechtheid. De foto doet mijn karretje niet
eens recht. Pas nadat ik op eigen kracht alle schappen
in de winkel ben afgegaan, kijk ik in de Appie van mijn
Iphone om te controleren of ik nog wat vergeten ben.
Daar zag ik het boodschappenlijstje van mijn Spaanse
vrienden, bij wie ik vanaf dinsdag een weekje aan mijn
fietsconditie ga werken:
Als je je eigen
fiets toch niet meebrengt is er vast wel ruimte in
je koffer voor:
1 grote zak AH
koffiepads met cafeïne
1 grote zak AH
koffiepads zonder cafeïne
1 grote pot AH pindakaas
5 zakjes Backin (Dr.
Oetker Bakpoeder), dat kan je Ipod vast wel vinden!
Die bakpoeder was geen
probleem. Maar met die pads en die pot pindakaas was
het aanstampen geblazen. 'Misschien als we een
Albert Heijn XL worden', probeerde de kassajongen
mijn hunkering naar grotere karretjes enig
toekomstperspectief te bieden. 'Dan hoef u ook niet
langer al uw boodschappen op de lopende band te
zetten, om daarna de kar weer vol te stouwen.
Dan komen er speciale scanners.'
Hij leefde met me mee, dat was wel duidelijk. 'Is
daar zicht op?', wilde ik weten. Hij haalde zijn
schouders op. Hij was alleen maar de kassajongen.
Vraagstukken met een dergelijke reikwijdte waren aan
hem niet besteed.
Donderdag 1 april
Zoon komt terug van basketbaltraining,
laat zijn fiets in de stromende regen op het tuinpad
staan en stommelt via de keukendeur naar binnen.
Tegen mij:
Pap, zet jij mijn fiets even binnen!
Ik (vanuit mijn luie
stoel):
Bekijk het maar. Ik zit
even lekker De Wereld Draait Door Te Kijken. Dat doe je
nou elke keer. Je fiets buiten laten staan in de regen
en dan van mij verwachten dat ik naar de schuur loop om
hem binnen te zetten. Ik ben gekke Henkie niet!
Zoon - terwijl hij de
trap oploopt naar zijn kamer - op plechtige toon:
Ik beschouw dat als een
ja.
Woensdag 31 maart
De gemiddelde leeftijd van
onze krantenredacties - niet alleen in Leiden, maar in
het hele HDCmedia-concern - is momenteel 47 jaar. Binnen
afzienbare tijd zijn we dus allemaal boven de vijftig,
net zo oud als onze gemiddelde lezer, dus eigenlijk is
er niks aan de hand, zou je zeggen. Toch gaan we er wat
aan doen: er is een regeling 'jong voor oud' in de maak,
waarbij oudere collega's met een aantrekkelijke bonus
het bedrijf verlaten en er jonge verslaggevers voor in
de plaats komen. Dezer dagen is op mijn Duin- en
Bollenstreekredactie al te zien hoe dat in de praktijk -
idealiter - uitpakt. Op de middelste stoel achter het
rondje van zes bureaus zit normaal mijn collega Rob
(bijna 55 jaar), die momenteel zijn badkamer aan het
slopen is. Daarvoor in de plaats heb ik - van links naar
rechts) Joanne (18 jaar), Jojanneke (20 jaar) en
Floortje (16 jaar) terug gekregen. Met z'n drieën nog
niet eens zo oud als Rob en - zeg nou eerlijk - het
levert toch een veel leuker plaatje op? Jammer dat het
voor Joanne gisteren al haar laatste dag was, Floortje
donderdag weer vertrekt en Jojanneke over een paar weken
weer teruggaat naar de universiteit. Dan zijn we met z'n
allen weer gewoon gemiddeld 47.
Dinsdag 30 maart
Ouders
die weken na de invoering van de zomertijd nog klaagden
dat hun nazaten zo'n last hadden van hun biologisch
klok, konden nooit op onze (lees: die van mijn vrouw en
mij) sympathie rekenen. Typisch gedrag, zo oordeelden
wij, van types die met een klein ongemak - je mist een
uurtje, so what? - een groot falen in de opvoeding
probeerden te maskeren. Die van ons hadden nooit nergens last van. Het uurtje dat ze bij
de omschakeling korter konden slapen, haalden ze meteen
in door wat langer te blijven liggen. En de nacht daarop
was alles weer normaal. Zelfs had ik er dit jaar iets
meer moeite mee omdat ik - na een met alcohol
doordrenkte avond - een uurtje eerder moest opstaan om
te fietsen. Vanaf zondagmiddag een uur of vier - Gent-Wevelgem - tot een uur of half twaalf in de avond -
Studio Voetbal - bracht ik grotendeels knikkebollend in mijn stoel
door, om daarna naar mijn bed te wankelen. Gistermorgen
was ik redelijk helder, maar direct na de lunch in de
kantine sloeg Klaas Vaak met de hamer opnieuw toe. Het
was rustig op de redactie, het zonnetje scheen door de
ramen en de pagina's vulden zich min of meer vanzelf.
Collega Paul had de stagiaires meegenomen naar een
rechtszaak, dus daar had ik ook geen omkijken naar. Tot
vijf uur heb ik gestreden tegen de aanvechting om mijn
zware hoofd op het toetsenbord neer te vlijen, waarna ik
slaapfietsend naar huis ben gereden. Terwijl ik dit tik
- 22.22 uur maandagavond - voel ik alweer een paar uur
mijn ogen branden, is mijn schedel al een paar keer met
een schok tegen het beeldscherm geklapt en vrees ik
straks het ergste voor have en goed wanneer ik me met
een glas rode wijn voor Pauw zonder Witteman installeer.
Iets of iemand heeft de raderen van mijn biologische
klok met veel gekraak tot stilstand gebracht.
Maandag 29 maart
Als een verslaggever op de redactie
binnen mijn gehoorsafstand een foto bestelt bij een van
onze vaste fotografen, roep ik altijd: 'Zorg dat er
mensen op staan!' Dat klinkt voor de hand liggend, maar
vrijwel dagelijks krijg ik beelden voor mijn neus
waaruit je zou mogen afleiden dat de neutronenbom in de
Duin- en Bollenstreek is afgeworpen. Troosteloze
gebouwen, lege straten. Of ik ontvang, zoals
van deze twee zeehondjes gisteren op het Katwijkse
strand, een detailopname waarbij je zo'n huiler recht in
de aandoenlijke ogen kijkt. Op zo'n moment is de foto
geschikt voor een uitgave van Natuurmonumenten, maar
niet voor een regionaal dagblad. Bij ons moet je kunnen
zien wáár de foto is gemaakt - regiogenoten herkennen hierboven de Katwijkse uitwatering - en wat voor effect het gebeuren
op de omgeving heeft. En er moeten mensen (liefst:
abonnees, maar dat heb je niet voor het zeggen) op staan. Mijn
eigen zeehondenfoto die ik gistermorgen vanaf de racefiets
maakte, bevat al deze elementen. Het is daarom
onbegrijpelijk dat mijn collega's hem vanmorgen niet op
de voorpagina van het Leidsch Dagblad hebben gezet.
Zaterdag
27 maart
Na weer een avondvullende
vergadering, uitputtende mailwisseling of moeizame
onderhandeling mocht secretaris Menno deze lange
wintermaanden weleens tegen zijn trouwe penningmeester
verzuchten: 'Ik zou weleens lekker willen gaan fietsen.'
Maar dat is wel het laatste wat erin zit, voor een
bestuurder van een wielerclub. Eerst moest er nog een
kickoff-avond voor het nieuwe seizoen worden
georganiseerd in ons clubgebouw De Goerie, waarvoor zo'n
zestig van de inmiddels bijna honderd leden van de
Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk
kwamen opdraven. Tussen de glimmende racertjes en
mountainbikes van Fietsplus Nico's en onder het toeziend
oog van barbie Ken in ons gloednieuwe wielertenue hield
de secretaris een al even gelikte presentatie en trad
hij op als spreekstalmeester om een reeks van
deskundigen in de trainingsleer, het koersprogramma en
de veiligheidsaspecten in te leiden. Daarna konden we
aan het bier, de wijn, de worst en de kaas, en bleef het
nog lang onrustig op De Goerie. Heel stiekem rijden we
al een paar weken op zondagmorgen met de club, maar
komende dinsdagavond lijkt het er toch op dat de
verzuchting van de secretaris werkelijkheid wordt: we
kunnen eindelijk gaan fietsen.
Vrijdag 26 maart
Ik mag graag mopperen op de
gemeente Katwijk, maar deze week waarschuwde ze me wel
mooi dat mijn ID-kaart op 11 april is verlopen. Dat is
precies twee dagen voordat ik van Valencia - na een
weekje trainingskamp - weer terug vlieg naar Amsterdam
en dan heb je toch een probleem als je een douanier uit
de Franco-tijd treft. Voordat ik gebruik kan maken van
de donderdagavondopstelling van de publieksbalie in het
raadhuis, snel even langs de fotograaf voor een opname
die aan de jongste veiligheidskenmerken voldoet: niet
lachen en bril af. Met mijn min 6,25 staar ik een beetje
verdwaasd naar waar ik denk dat het toestel zich
bevindt, om als een opgeschrikt konijn mijn ogen open te
sperren op het moment dat er met een flits wordt
afgedrukt. 'Nu nog eentje voor uzelf', moedigt de
fotograaf mij aan, 'waarop u mag lachen.' Ik
laat ze hier allebei maar even zien. Heeft u ook wat te
lachen.
Daarna zeker een kwartier aan de balie
van het raadhuis gehangen omdat het elektronische
scannertje weigerde mijn vingerafdrukken vast te leggen.
Na het fietsen vast te lang onder de douche gestaan
waardoor mijn vingers zijn gaan rimpelen. Moedeloos liet
de beambte - 'dit gebeurt wel vaker, hoor' - het er
uiteindelijk maar bij zitten, toen al mijn vingers één
voor één tevergeefs door het scannertje waren afgetast.
'Dan maar zonder', zei ze, met een flexibiliteit die je
bij overheidsdienaren normaliter niet waarneemt. Hallo, Alberto
Stegeman, lees je mee? De nieuwe ID-kaart is nu al zo
lek als een mandje.
Donderdag 25 maart
Met het dagelijks vullen van
drie uit de kluiten gewassen snoeppotten met Engelse
drop, kaakjes en winegums op onze redactie is ze
gelukkig gestopt. Maar op de gekste momenten van de dag
kun je nog wel aan haar bureau terecht voor een handje
muesli, een mandarijn of chocolaatjes. En als je je zelf
niet meldt, komt ze er wel mee langs. Ze schijnt Anita
te heten, maar iedereen noemt haar Toet en sinds ze - na
een uitstapje van een aantal jaren op het hoofdkantoor
in Alkmaar - weer in Leiden deel uitmaakt van de
advertentieafdeling is het er op de werkvloer een stuk
vrolijker op geworden. Om half tien in de ochtend kan ze
al kirrend de koelkast opentrekken om zich te verheugen
op de kaas en worst die daar door een onbekende gulle
gever - meestal is ze het zelf - zijn achtergelaten,
duikt er altijd wel een fles witte wijn van tien jaar
oud op uit haar voorraadkast of zeurt ze net zo lang dat
ze zin heeft in een feestje dat iemand zich vrijwillig
meldt om bij de Digros een doos wijn, zakken chips en
cashewnoten te halen. Zoals gistermiddag, toen we al
rond drie uur een flesje wit ontkurkte, een vacuümpak
met drie liter rood werd aangebroken en Toet met een bord
gesneden kaas en worst langs de burelen ging. De
restanten verdwenen rond een uur of vijf in de
redactiekoelkast, die vanmorgen rond een uur of negen
ongetwijfeld weer verlekkerd wordt opengetrokken.
Jongens, ik heb zin in een feestje!
P.S. Geen kwaad woord (meer)
over orthodontisten. De afwijkingen
aan het gebit van onze zoon waren zo gering dat er geen
reden is om actie te ondernemen. Hij hoeft geen beugel.
Woensdag 24 maart
Je ziet ze nooit bij
Opsporing Verzocht, maar er zijn mensen die
orthodontisten wel degelijk tot het boevengilde rekenen.
Ik kan me er wel wat bij voorstellen. In onze gemeente
(60.000 inwoners)
is er welgeteld eentje van deze grootverdieners (zelfs
in de Tweede Kamer worden hun winsten 'schandalig'
genoemd),
waardoor de wachtlijst voor een bezoekje kan oplopen tot
een jaar of drie. De meeste tandartsen melden
adolescenten dus maar preventief aan; mocht er in de
tijd echt iets
aan de stand van het gebit moeten gebeuren, dan kun je
in elk geval binnen een redelijke termijn terecht. Onze
dochter heeft op die manier drie jaar op de wachtlijst
voor de orthodontist gestaan, totdat onze tandarts
constateerde dat al haar tanden en kiezen keurig op hun
plek waren gezakt. Probleem opgelost. Onze zoon is minder gelukkig: vandaag
heeft hij - na drie jaar wachten - eindelijk een
afspraak, die hem al bij voorbaat somber stemt. 'Ik heb
al een bril, straks krijg ik ook nog een beugel',
vatte hij het leed kernachtig samen. Want hij weet, als
je eenmaal in de klauwen van de orthodontist valt, laat
hij je voorlopig niet meer los.
Dinsdag 23 maart
Achteraf kun je het
beschouwen als een meesterzet. Aan het eind van een
polemiek met een bestuurslid van de basketbalvereniging
van mijn zoon over het clubblad - waarbij ik betoogde
dat het papieren vod zo snel mogelijk zou moeten worden
vervangen door een moderne website - vond ik mijzelf in
het colofon van het maandblad De Rebound terug als columnist. Elke
maand mag ik onder het kopje 'Mijmeringen van een
basketbalouder' mijn gal spuwen over de basketbalsport
in het algemeen en de rol van mijn zoon daarin in het
bijzonder. En die website? Die is nog steeds zo
krakkemikkig en onoverzichtelijk als voor onze polemiek. Sinds die tijd word
ik elke maand overvallen door het mailtje van redactrice Cobie die mij - en nog een aantal lamzakken, onder wie
vooral veel bestuursleden - meldt dat de deadline voor
de nieuwe Rebound alweer is verstreken en waar ons
stukje blijft!? Zeker in een periode dat ik al in geen
maand meer een wedstrijd van mijn zoon heb bezocht en ik
op de één of andere manier erin ben geslaagd om van het
rooster van de bardienstcommissie af te komen, valt dat
om de drommel nog niet mee. Gistermiddag begon ik,
tussen 17 en 17.15 uur, mijn stukje aldus:
Het telefoontje kan niet op een
ongelukkiger moment komen. Net als ik in de damp van een
uitdruipende pan tagliatelle boven de spoelbak hang, met
naast mij een goed gegaarde ovenschotel met kabeljauw,
meldt onze zoon zich. ,,Kun je me even komen halen? De
training is afgelopen.’’
Lezers van de
papieren Rebound weten binnen twee weken hoe dit
afloopt. Webloglezers moeten nog een weekje langer
geduld hebben. Leve de vooruitgang!
Maandag 22 maart
Politieagenten,
belastinginspecteurs en politici hebben er ook
last van. Zodra ze op verjaardagen bekend maken welke
professie ze bekleden, komt er altijd wel iemand met een
voorbeeld waaruit blijkt dat hun beroepsgroep niet deugt. Sinds ik het
hoge ambt van penningmeester bekleed, ken ik het
verschijnsel. ,,Jij beheert toch de clubkas?'', zegt
mijn jarige zwager met een verwachtingsvolle grijns op
zijn gezicht. ,,Dan heb ik nog een mooi verhaal voor je.
Echt gebeurd. De broer van een collega van mij was
penningmeester bij een voetbalclub in de streek die
al jaren spaarde voor nieuwe lichtmasten. Met loterijen,
veilingen, acties van leden, noem maar op. De hele club
was ervoor in touw. Toen de voorzitter inschatte dat het
totaalbedrag nu wel toereikend moest zijn, vroeg hij
tijdens een vergadering aan de penningmeester hoeveel er
in kas zat. Na wat gestamel en gedraai bleek dat nog
geen duizend euro te zijn! De penningmeester had die
andere 70.000 er persoonlijk doorheen gedraaid. En weet
je hoe? Niet met met fout beleggen, of gokken en zo.
Nee, allemaal naar het bordeel gebracht. Soms zat hij
met vier naakte vrouwen tegelijk in het bubbelbad!
Geweldig toch?'' Mijn gedachten gaan even naar het geld
voor de nieuwe clubtenues en dat van de sponsors dat -
bovenop de bedragen voor het lidmaatschap - komende
weken op de rekening van de Afdeling Wielersport van de
IJsclub Voorwaarts Katwijk wordt bijgeschreven. Vier
naakte vrouwen in een bubbelbad... Wat zou dat kosten? ,,De dag daarop'',
vervolgt mijn zwager, ,,gooide zijn vrouw hem het huis
uit, raakte hij zijn baan bij de plaatselijke bank kwijt
en ging hij voor een paar maanden de bak in. En o ja,
hij moest ook nog alles terugbetalen.'' Geen zorgen mannen, jullie
krijgen je shirtjes.
Vrijdag 19 maart
Onze
start was wat ongelukkig, maar inmiddels kunnen de
Belastingdienst en ik het redelijk goed vinden. Ooit
bestookte ze me maandelijks met naheffingen omdat ik het
als 20-jarige, rommelende freelancer niet zo nauw nam
met mijn administratie. Alleen dankzij de bruidsschat
die mijn huidige eega meenam naar mijn vochtige
zomerhuisje, wist ik een faillissement af te wenden.
Niet dat ik tegenwoordig alles tot in de puntjes heb
geregeld, maar door elk jaar ongeveer hetzelfde in te
vullen als het jaar daarvoor, laten 's lands
penningmeesters me met rust. Niet opvallen, de wet van
de gelijkmatigheid hanteren. Daar houden belastinginspecteurs
van. Een aangifte kostte me de afgelopen jaren al niet
langer dan
kwartiertje, maar nu de organisatie steeds meer
persoonlijke gegevens
op een digitaal presenteerblaadje aanbiedt, kan ik het
in vijf minuten. Het meeste werk is nog om
door allerlei schermen met potentiële aftrekposten
en nieuwe kortingsregelingen te klikken
waarvoor me de kracht ontbreekt om na te gaan of ik er
recht op heb. En of dat er wat mee te
maken heeft weet ik niet, maar een feit is dat ik aan
het eind altijd 500 euro minder terug krijg dan het jaar
daarvoor. Makkelijker kunnen ze het wel maken. Maar het
wordt er niet leuker op.
Donderdag 18 maart
Mijn kledingkasten puilen
uit van de wielertenues, maar wat er aan 'normale'
garderobe hangt is weliswaar overvloedig maar ook
enigszins gedateerd. De setjes zijn door mijn eega op
kleur en seizoen gesorteerd, zodat ik 's morgens maar
vooral niet hoef na te denken over wat ik aantrek. De
kleuren zijn - zomer of winter - overheersend grijs,
blauw en zwart. Als zelfs ik dat af en toe zat ben,
plaats ik een mondelinge bestelling - 'Neem even wat nieuwe blouses
voor me mee' - waarna er bij thuiskomst keurig op een
rijtje op de parketvloer een collectie voor me klaar
ligt. Daarna wordt het in de regel precair als mijn
wederhelft probeert om me op modegebied een beetje bij
de tijd te brengen. Schoorvoetend accepteer ik een wat
lichtere kleur blauw, discussieer ik over een wat
gewaagder, eigentijds design en spreek mijn veto uit
over een blouse die ik ronduit als 'paars' wil
omschrijven. 'Lila!', roept mijn vrouw dan, 'en het is
de kleur van dit jaar!' Bij ernstige twijfel roep ik de
hulp van mijn dochter in - ook een blauw, grijs en zwart-mens - die me in mijn eigen oordeel nooit teleur
stelt. De discussie eindigt in de regel met de uitroep
van mijn vrouw dat dit de laatste keer is geweest dat ze
zich voor mijn karretje heeft laten spannen en dat ik
het voortaan zelf maar moet uitzoeken. Zoals zo vaak
heeft ze - tot de eerstkomende keer - volkomen gelijk.
Woensdag 17 maart
Sommige mannen worden door
hun vrouw naar huis gehaald omdat ze wel erg veel tijd
aan de maatschappij besteden, maar ik ben enkele maanden
geleden juist met zachte hand gedwongen om ook eens wat voor
de publieke zaak te doen. Inmiddels neemt het
luizenbaantje van penningmeester van de Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk mij
gemiddeld drie avonden in de week in beslag en zit ik
overdag - in de baas z'n tijd - vrijwel constant per
mail in overleg met de secretaris om binnenbranden te
blussen, commissies in het gareel te houden en
vergaderingen, informatiebijeenkomsten en
trainingssessies voor te bereiden. Tussendoor probeer ik
ook nog een beetje te fietsen, want dat schijnt toch de
core business van onze Afdeling te zijn. In de
uren die ik daarna nog achter de computer doorbreng
spoor ik totaalweigeraars aan tot betaling, bekijk ik op
de Rabobank-site hoe de club ervoor staat en stel ik
begrotingen op om uitgaven - in elk geval op papier - te
verantwoorden waarvoor de liquide middelen (nog)
ontbreken. Het zal mij benieuwen wanneer mijn eega
sms-contact zoekt met de vrouwen van Bos en Eurlings.
Dinsdag 16 maart
Als chef van een bescheiden
regionale redactie besteed ik per jaar ongeveer tien
minuten aan ziekteverzuimregistratie. Gistermiddag moest
ik derhalve vijfenhalf uur op cursus (inclusief
aanrijdtijd) om één en ander efficiënter te maken. De
enkele keer dat iemand zich nu 's morgens bij mij
afmeldt met een lichamelijk ongemak, roep ik in de regel
- ongeacht het geslacht van de potentiële zieke - 'Verman
je!'. Als dat niet helpt, ga ik over tot:
'Niemand hoeft ziek te zijn in dit land. De huizen zijn
warm, er komt schoon water uit de kraan en er is genoeg
te eten voor iedereen.' Wanneer het personeelslid
dan nog volhardt in het standpunt dat hij niet in staat
moet worden geacht tot enige werkzaamheden, stuur ik een
mailtje naar de bedrijfsarts. Pietje of Marietje is
ziek. Enkele dagen later meld ik ze - als ik het niet
vergeet, tenminste - weer beter. In de toekomst moet ik
bij elke ziekmelding zeven kwesties met het slachtoffer
doornemen, waarbij het de kunst is te achterhalen welk
predicaat ik aan zijn of haar absentie moet hangen (ziek
is namelijk niet altijd ziek, er kan zoveel aan de hand
zijn en het juiste label is belangrijk) - zonder in
medische details te treden, want dat mag dan weer niet -
en te proberen om binnen de aard van de beperking
vervangende werkzaamheden te vinden. Iemand die over
zijn toetsenbord kotst en scheel ziet van de hoofdpijn
mag dan niet geschikt zijn om die ochtend een stukje
voor de krant te tikken, voor de nabezorging van het
dagblad in de frisse buitenlucht kan hij of zij nog
prima worden ingezet. Die efficiencyslag gaan we de
komende tijd maken. Ik ben er klaar voor.
Maandag 15 maart
Het lijkt op de traditionele
zondagmiddagdip die ik hier heb vastgelegd. Maar
feitelijk is er sprake van een verbanningsscène. Een
soort Robbeneiland, zo u wilt. Vrouw, zoon en ik waren
gistermiddag gedwongen ons terug te trekken op de
bovenste verdiepingen van onze woning vanaf het moment -
13.00 uur - dat onze dochter met vrienden haar
achttiende verjaardag vierde met een QI-kwis, een
pokermiddag, pizza's en film. Vanaf 16 uur werden we
zelfs geacht het huis helemaal te verlaten, waarna ons -
uren van vruchteloos geklop op talloze dichtgeslagen
deuren later - liefdevol onderdak werd verleend in
daklozenopvang Mart en Carla. Toen we voor middernacht
terugkeerden bleek dat eigenlijk niet de bedoeling, maar
ik hield het niet meer van de slaap na een dag die al om
negen uur op een racefiets was begonnen. Meteen weer
door naar Robbeneiland, derhalve, waar ik in een
zodanige coma viel dat ook het opruimfeestje dat nog tot
ver na middernacht duurde, aan mij voorbij ging. Daar
bleek ik achteraf wél voor te zijn uitgenodigd.
Zaterdag 13 maart
Op de laatste kledingpasochtend van onze
Afdeling Wielersport loopt het niet echt storm in het
clubgebouw, waardoor we eindelijk tijd hebben voor wat
formaliteiten. Als kersverse Afdeling Wielersport van de
IJsclub Voorwaarts Katwijk mogen we vanaf heden de vlag
van de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU) in top voeren.
Zolang op het gras geen bevroren laag water ligt - en
daar is de komende driekwartjaar dankzij de
klimaatverandering (ook wel wisseling der seizoenen
genoemd) weinig kans op - is het complex De Goerie het
domein van wielrenners en skeeleraars. En daar mogen Rob
(links) en Bas best even bij stilstaan.
Rond 12 uur zou ik mij melden voor de
basketbalwedstrijd van mijn zoon tegen de Jumpers uit
Den Haag, maar voordat ik kon afreizen naar sporthal Cleijn Duin meldde mijn nazaat mij al per telefoon de
overwinning. De tegenstander kwam niet opdagen waardoor
er een reglementaire 20-0 in de statistieken verdween.
Van dit soort akkefietjes moeten we het deze tweede
seizoenshelft hebben, om nog wat puntjes bij elkaar te
sprokkelen.
Vrijdag 12 maart
Meestal hangen ze verveeld
rond voor het pashokje waarin hun vrouw zich het ene
setje na het andere laat aanmeten, om na anderhalf uur
met een zucht hun creditcard te trekken. Kleding kopen,
en laat staan passen, is aan ons mannen niet besteed.
Hoe krijg je dan toch tientallen kerels op hun vrije
donderdagavond kwetterend als een stel jonge meiden rond
een kledingrekje verzameld? Op de pasavond voor de
nieuwe wielertenues van de Afdeling Wielersport van de
IJsclub Voorwaarts Katwijk, uiteraard. De juiste
fietsuniformen moeten nog worden besteld, waardoor we
alleen de beschikking hadden over universele sets
van BioRacer, vooral bedoeld om de juiste maten te
kiezen. Maar de catwalk van ons clubgebouw De
Goerie was te klein om alle zwaarbehaarde modellen een
plekje voor de spiegelende ramen te gunnen. Vanavond en
morgenochtend herhaalt deze modeshow zich nog, daarna is
het zes tot zeven weken wachten voordat we definitief in
het nieuw worden gestoken. Ik ben benieuwd hoeveel leden
de onderstaande samples netjes langs de lijntjes gaan
uitknippen om in de tussentijd alvast de Barbie of Ken
van hun dochter in de clubkleuren te hullen. Leve de
voorpret!
Donderdag 11 maart
Net zomin als we van carnaval, schaatsen
in Thialf of 3 oktober vieren houden, zo zijn ook verjaardagen
eigenlijk niet aan ons besteed. Vooral de Katwijkse
variant - met z'n allen in een kring, de vrouwen voor,
de mannen achter (of andersom) - was mijn eega (een Leiderdorpse) van
begin af aan een gruwel. De laatste jaren hebben we een
soort mix gevonden tussen wel en niet vieren. Iedereen
is welkom - uiteraard op de dag zelf - voor een instuif
van 16.00 tot ruwweg 20.00 uur (blijven hangen met een
glas whisky is niet verboden), voor taart, een borrel,
hapjes en onbeperkt patat, frikadellen en lasagne eten.
De praktijk is dat iedereen al ruim voor achten aan zijn
eerste wegtrekker ten prooi valt en de kleintjes van de
slaap beginnen te jengelen, waarna we tussen 20.00 en
20.30 uur aan het puinruimen kunnen beginnen.
Daarna ligt er nog een hele avond van zalig nietsdoen
voor ons open. Alleen in dit geval (onze dochter is
gisteren 18 geworden) volgt er zondag nog een nabrander
voor de jeugd, maar daarbij worden wij geacht op ruime
afstand te blijven. Er is opvang voor ons geregeld.
Woensdag 10 maart
Enkele uren daarvoor was ik
in de badkamer nog weggehoond vanwege de
Iphone-applicatie 'Poetshulp', die precies bijhoudt welk
deel van het gebit moet worden gereinigd (en hoe lang)
en daarbij twee minuten lang een vrolijk muziekje
afspeelt. Maar wat ik dankzij een tip van mijn collega
Annet aan nieuw Iphone-speelgoed 's middags mee naar
huis nam, overtreft zelfs mijn stoutste verwachtingen.
Het gratis(!) programmaatje Runkeeper verandert je
telefoon in een geavanceerde GPS-fiets- (loop-, zeil-,
schaats- of wat dan ook)computer. Vlak voor de rit op
een knopje drukken, na de rit nogmaals op een knopje
drukken en voilá: voordat je met je ogen kunt knipperen
staan al je gegevens meteen op internet. Routekaartje,
snelheid, hoogtemeters, met de juiste Polar-meter kun je
zelfs je hartslag er nog aan toe voegen. Bij Garmin
betaal je hier zeker 400 euro voor, hield ik mijn
sceptische echtgenote voor. Maar die hoorde me niet
eens, tussen haar schampere lachen door.
Bovenstaand: mijn route van
werk naar huis. Gemiddelde snelheid 19.15 kilometer (ik
moet natuurlijk niet gaan zweten), 12
meter (!) geklommen en 326 calorieën verbrand. Klik voor
meer details op het kaartje. Enige nadeel van het
programma: het vreet stroom. Na een tocht van drie uur
is je telefoon leeg, schat ik zo.
De verjaardag van onze
dochter (18!) wordt behandeld op Prretje'sblog.
Dinsdag 9 maart
Mijn vriend en collega Paul de Vlieger
heeft het zondagavond nog proberen te voorkomen, meldde
hij mij per sms.
Je staat morgen op de vp
(voorpagina, DvdP). Ik heb er alles aan gedaan om het
te verhinderen, maar Van Weel (fotoredacteur te
Alkmaar, DvdP) is onverbiddelijk.
Het verschil tussen politici en
journalisten is dat de tweede soort ervoor moet waken om
ooit met zijn beeltenis op de voorpagina van de krant te
verschijnen. Collega's die het toch overkomt - omdat ze als
een soort wethouder Hekking op de gekste plekken steeds
in de zoeker van de fotograaf opduiken - worden overladen met hoon. Er
worden prijzen naar hen vernoemd. Zo kennen wij in
Leiden de Robbert Minkhorst-trofee voor degene die -
onbedoeld, mogen we aannemen, maar daar wordt sterk aan
getwijfeld - steeds met z'n snufferd op een nieuwsfoto
valt waar te nemen. Dus lichte paniek nam zondagavond
bezit van mij na het bericht van Paul en verontrust
spiekte ik - vanuit huis - stiekem in het
redactieoverzicht waar ik mezelf iets teveel onderuit
gezakt, met open mond (nooit mensen fotograferen die
zitten te eten of te praten, heb ik altijd geleerd) en
met veel te plat achterovergekamd haar wat wezenloos
naar een beeldscherm zag turen. Een onrustige nacht lag
voor mij. De reacties bij het ontbijt - een dag later -
waren niet bemoedigend:
- Hé, daar heb je papa met z'n domme hoofd (zoon).
- Er staat iemand achter je te slapen (dochter).
- 's Nachts staat je mond ook zo open, maar dan komt er
alleen gesnurk uit (vrouw).
Met mijn wintermuts
dieper over de ogen getrokken dan ooit, ben ik schichtig
naar de redactie gefietst, om pas bij het invallende
duister weer huiswaarts te keren. De eerstkomende weken
zal dit mijn lot zijn.
Maandag 8 maart
Als columnist kun je vaak
niet meer dan de vinger op de zere plek leggen, in de
wetenschap dat er toch helemaal niks met je kritische
bemerkingen gebeurt. Maar wie schetst mijn verbazing als
ik enkele dagen na mijn column
over Appie van een collega een tip krijg over een
nieuwe versie van dit Iphone-programma. Wat schreef ik
donderdag?
Appie weet ook steeds het
dichtstbijzijnde filiaal te vinden. En aangezien mijn
iPhone ook is voorzien van gps, zou het een volgende
stap kunnen zijn om mijn boodschappenlijstje automatisch
zo te rangschikken dat ik de hele handel precies op de
goede routing door de winkel tegenkom. Maar zo blijft er
altijd wel wat te wensen over.
En raadt eens wat de nieuwe
Appie kan? Je boodschappenlijstje zodanig sorteren dat
alles precies in de looprichting van een filiaal naar
keuze te vinden is. Briljant.
Mijn eega denkt overigens
heel anders over de Appie, want alle boodschappen die ik
tot voor kort op de automatische piloot uit de Digros
meenam, vergeet ik doordat ze (nog) niet in mijn Appie
staan. De afgelopen dagen zaten wij derhalve zonder
afbakpistoletjes, sportdrankjes, croma en vochtige
doekjes om het aanrecht schoon te maken. Dat krijg je
als je in plaats van je hersens de Appie gebruikt, vindt
mijn vrouw.
Het is allemaal een kwestie
van gewenning, heb ik gezegd. Geef Appie nog even de
tijd.
Zaterdag 6 maart
De meest gestelde vraag
tijdens de open dag van het
Leidsch Dagblad? En mogen we dan nu even de
drukkerij zien? Het laatste jaar waarin onze krant nog
een drukkerij naast de deur had, was naar mijn weten in
1991, toen de oude pers werd afgebroken en naar Roemenië
verscheept. Sindsdien zijn we achtereenvolgens in
Haarlem, Alkmaar en (tegenwoordig) in Amsterdam gedrukt,
bij ons moederbedrijf De Telegraaf. Een krantje maken is
tegenwoordig vooral een digitaal proces, maar voor zeker
1500 lezers toch nog steeds de moeite waard om een dagje
te komen neuzen in ons pand aan de 3e Binnenvestgracht.
Al was het maar voor de taart, de spelletjes, de
workshops, de rondleidingen en de hebbedingetjes. Samen
met collega Paul (foto) had ik mezelf vandaag geen
columndienst gegeven maar gaf ik uitleg over het
redactiesysteem. Zes uur lang heb ik me de poliepen op
m'n stembanden geluld, waarbij vrijwel iedereen aan het
eind toch nog even de moeite nam om over mijn column te
beginnen. En over die van mijn dochter, niet te
vergeten. Bij de volgende open dagen treden we op als
komisch duo. Beloofd!
Vrijdag 5 maart
Of ik morgen nog een kunstje
doe, tijdens de Open Dag van ons jubilerende Leidsch
Dagblad, wilde de redactiechef weten. Een kunstje. In
mijn geval betekent dat voor een publiek geïnterviewd
worden over mijn columns, een lezing geven over de
worsteling die ik elke week doormaak om mijn columns af
te leveren, een workshop columns schrijven, tijdens een
spreekuur vragen van lezers beantwoorden over mijn
columns, of boekjes signeren met mijn columns. Ja, ik
heb het, op meerdere dagen van verschillende kranten,
allemaal al een keer gedaan. Vandaar dat ik morgen
lekker aan mijn bureau blijf zitten (jawel, met dat lege
gebaksbordje erop), een beamer met een
scherm naast mijn stoel zet en iedereen die het maar
horen wil vertel over het redactiesysteem, hoe we
pagina's opmaken en hoe redacteuren opmaak gestuurd
werken. En vooruit, iedereen die wat wil weten over m'n
columns geef ik ook gewoon antwoord.
Donderdag 4 maart
Een mooi vullertje (na een
doorwaakte verkiezingsnacht op de redactie) voor iedereen die de
jubileumbijlage van het Leidsch Dagblad - we bestaan 150
jaar - niet onder ogen heeft gekregen. Daarin stond de
column 'Het gaat nooit mis' over één van mijn grootste
uitglijders bij de krant. En geloof me,
het zijn er wat geweest, in de 25 jaar dat ik aan dit
prachtblad ben verbonden. Komende zaterdag open
huis, van 10 tot 16 uur aan de Binnenvestgracht 3b in
Leiden.
Woensdag 3 maart
De stoet van landelijke
politici die door straten en over de beeldbuis trekt,
dragen er vandaag mede toe bij dat veel kiezers hun stem
op hun favoriete landelijke partij gaan uitbrengen. Dat is
jammer. Ofschoon ik de linkse kerk op nationaal niveau
een warm hart toedraag, moet ik er niet aan denken om op
de lokale variant ervan te stemmen. Dat komt omdat ik de
vertegenwoordigers van nabij ken of heb meegemaakt, en
hun intellectuele vermogens noch hun opvattingen
aangaande lokale kwesties deel. Omgekeerd is ook het
geval. Landelijk zou ik nooit mijn stem uitbrengen op
politici van christendemocratische of andere
bevindelijke huize, maar bij ons in het dorp spelen deze
types met genuanceerde standpunten op tal van terreinen
een sleutelrol. Bestudering van partijprogramma's zouden
mijn eega dit keer zelfs noodzaken om SGP te stemmen,
aangezien deze mannenbroeders perfect haar opvattingen
over de nieuwe plek van de hoofdbibliotheek (in het
centrum van het dorp) en de toekomstige zeejachthaven
(Tegen!) verwoorden. Daar staan dan overigens weer
andere speerpunten tegenover die haar electoraal aan het
wankelen brengen. Maar wankelen is niet erg, net zo min
als zweven. Mijn enige stemadvies voor vandaag luidt:
stem lokaal!
Dinsdag 2 maart
Op
de Olympische winterspelen hadden ze weinig te zoeken,
constateert cursusleider Christian gelaten. Maar als het
gaat om het ontwerpen van systemen om kranten te maken,
zijn de Denen wereldleider. Van The New York Times tot
The Times of India, van de Toronto Star tot het
Noordhollands- en het Leidsch Dagblad, allemaal worden
ze gemaakt op CCI Newsdesk. Ik zit momenteel vier dagen
op cursus bij ons moederbedrijf De Telegraaf in
Amsterdam, om met collega's van de krant van wakker
Nederland, Spits en ons eigen HDCmedia vertrouwd te
raken met het nieuwste redactiesysteem. Opdat wij later
op onze beurt weer redacteuren en vormgevers kunnen
opleiden. Onze beminnelijke Deense leraar zat hiervoor
nog in New Delhi, daarvoor in Australië en in
Zuid-Afrika en weet in charmant Engels bij elk onderdeel
wel uit te leggen op welk continent ze dit snufje
helemaal niks vonden. Want een redactiesysteem hangt van
compromissen aan elkaar. De manier waarop een verhaal
bij The Los Angeles Times door de pijplijn druppelt, is
heel anders dan bij de Schager Courant. En daar moet je
software - lees: CCI - op inrichten. In ons geval
betekent dit vooral het strippen van zoveel overbodige
ballast dat ook de gemiddelde digibete redacteur ermee
uit de voeten kan. Straks zitten De Telegraaf, Spits en
alle regionale dagbladen van HDCmedia op hetzelfde
computersysteem, maar kunnen ze door allerlei digitale
schotten niet bij elkaar in de keuken kijken. Daar zijn
we (nog) niet aan toe. Alleen op cursus zitten we
gebroederlijk naast elkaar. Er zijn goede broodjes,
voldoende fruit en onbeperkt koffie en fris, en maar een
paar deuren verderop bekent Sieneke in een
chatsessie met Telegraaflezers dat ze tot over haar
oren verliefd is. Ja, zie dan maar eens bij de les te
blijven.
Maandag 1 maart
Het was het laatste feestje
op de krant waar ik enigszins beneveld vandaan kwam: het
afscheid van onze redactiesecretaresse Gerry. Ze was een
tijdje ziek geweest, maar leek weer op te knappen voor
een vertrek dat ze - 'pas' 65 en nog vol levenslust -
helemaal niet had gewild. Maar Ger was niet beter. Een
oncoloog stelde kort na haar druk bezochte receptie in
december een 'pijnlijk eerlijke' diagnose:
alvleesklierkanker. Daar weet ik toevallig wat van. Het
ziekteproces van mijn vader leek akelig nauwkeurig op
dat van Gerry, waardoor het volgen van het weblog dat ze
in die laatste maanden bijhield totdat ze het zelf niet
meer kon, een voorspelbare reis terug in de tijd werd.
Gistermiddag om 14.06 uur is ze overleden, rustig in de
slaap die barmhartige handen haar hadden gegund. Nog
geen drie maanden 'met pensioen', zoals ze met een zeker
cynisme boven haar log schreef. Alle keren dat ze ons -
zooitje ongeregeld op de redactie - bemoederde en
vermaande, noemde ik haar 'een goede vrouw'. Plagerig,
maar ook liefkozend. Want er school veel waars in dat
begrip. Ger kon zich, van de oude stempel als ze was,
volledig wegcijferen voor een ander, zonder ooit in
slaafsheid te vervallen. Want als iets haar niet beviel,
liet ze het ook weten. Soms met woorden, vaak met de
kleinmakende blik van de moederkloek om haar kroost weer
in het gareel te krijgen. Zo was ze tot op het laatste
moment, begreep ik van haar zoon Sjoerd. Een goede vrouw
is van ons heengegaan.
Zaterdag 27 februari
Reclame mocht ik er tot nog
toe niet voor maken. Het was een werkgerelateerd
project. Een opdracht voor een cursus over 23 dingen met
moderne mediatoepassingen, of zoiets. Eén van de
opdrachten was: maak een weblog. Vandaar. De naam
verwijst ook niet haar, maar naar één van haar taken:
het verzorgen van de pr voor de bieb. Pr-retjes Blog,
moet je eigenlijk lezen. Maar nu ze een paar weken bezig
is, begint ze er toch lol in te krijgen. En groeit -
ondanks enige reclame - haar schare volgelingen. Dus mag
ik ook hier het weblog van mijn eega voor het eerst van
harte aanbevelen:
prretje's blog. Misschien voor zolang de cursus
duurt. Misschien langer.
Vrijdag 26 februari
Een geslaagde column roept
verschillende reacties op. Laat ik daar maar weer eens
twee voorbeelden van geven. Kort nadat de krant met
'Oma heeft het gedaan' op de
mat lag, werd mijn ego gestreeld door:
Hallo Dick,
Zojuist las ik je column in de Gooi & Eemlander, in een
woord meesterlijk!! Altijd lekker om de dag met een lach
te beginnen. Je moeder is mijn nieuwe heldin!! Vooral
die laatste zin over klimatologen sprak mij erg aan,
heerlijk!
Vriendelijke groet,
(een lezeres uit Huizen).
Ik zat nog even na te genieten, toen de volgende mail
binnenkwam. Niks geen 'Beste Dick', of 'Hallo Dick',
nee, gelijk zakelijk beginnen:
Naar aanleiding van het stuk over oma die de kinderen
dik maakt het volgende:
Ik ben oma van 13 kleinkinderen, verdeeld over vijf
getrouwde kinderen. Voor 11 van de kleinkinderen hebben
mijn man en ik als oppasopa en -oma minimaal 2-4 dagen
per week gezorgd, zonder ze vol te stoppen met zoete en
vette dingen. Deze kinderen zijn allemaal super slank
(de twee die hier niet regelmatig kwamen waren juist
mollig.)
Wij hebben veel met de kinderen gewandeld, naar de
speeltuin of de pompen. Dan ging opa met hun varen op
een vlot en ik speelde met de kleintjes. Heerlijke tijd!
Sterk verdunde limonade mee en bekertjes, en ze
vermaakten zich prima.
Ik vind het zelfs zielig voor uw kinderen dat zij geen
mooie herinneringen hebben aan hun oma.
Voor oma vind ik het nog veel erger, zij wordt toch maar
mooi voor schut gezet in de krant door haar eigen zoon.
U maakt niet alleen uw moeder maar ook uzelf tot spot.
De ouders zelf staan het toe. Als jullie direct hadden
gezegd: ''Wij willen niet dat de kinderen verwend
worden' dan had oma zich daar aan moeten houden.
Achteraf de schuld geven aan oma dat vind ik erg laag en
naïef.
Een groet van een oma van 75 jaar.
Ik heb nog wel geprobeerd
één en ander uit te leggen, maar daar heb ik niks meer
op gehoord.
Donderdag 25 februari
Een collega van mijn
echtgenote was al eerder gestopt met dr. Frank. Doordat
ze de zemelen in haar donkerbruine brood miste, raakte
haar stoelgang behoorlijk ontregeld. Die problemen heb
ik niet ondervonden, dank u. Maar nu ik vijf kilo kwijt
ben en het racefietsseizoen eindelijk met een zekere
hevigheid losbarst, vind ik het goed om weer wat
koolhydraten tot mij te gaan nemen. In de
bedrijfskantine smokkelde ik gistermiddag al een bruine
boterham met mijn zalmsalade mee naar de tafel. En
vandaag doe ik wat aardappelpuree bij de rode kool. Van
mezelf mag ik dan vrijdag weer m'n eerste echte
pastamaaltijd. Dan verloopt namelijk ook de vervaldatum
van de Fettuccine met Spinazie die ik al een tijdje als
wenkend toekomstperspectief in het koelvak van mijn
ijskast heb liggen. Is mijn receptenbijbel 'Gezond slank
met Dr. Frank' dan meteen waardeloos geworden? Welnee.
Onder elk recept staat - zogenaamde voor de partner
van de dr. Frank-patiënt- ook welk
koolhydraat goedje je er het beste bij kunt eten.
Handige bliksem, die dr. Frank.
Woensdag 24 februari
Zeven dagen te laat geboren is onze
dochter, om straks op 3 maart te mogen stemmen voor de
gemeenteraadsverkiezingen. Daar baalt ze van, want als
je 18 wordt beschouw je de stemplicht nog als een grote
verworvenheid van onze democratie. Om die reden werd de
val van het kabinet Balkenende IV binnen ons gezin met
meer dan de gebruikelijke vrolijkheid begroet. Over drie
maanden mag ze toch voor de eerste keer de gang naar de
stembus maken om het rode potlood te hanteren. Maar bij
het bekend worden van de datum, trok er toch even een
schaduw over haar geluk. 'Shit, dan zit ik met mama in
Spanje.' De eerste keer dat ze gebruik mag maken van
haar democratisch recht moet ze de machtiging in mijn
onbetrouwbare handen leggen.
Dinsdag 23 februari
Bij
producttesten in het consumentenprogramma Kassa komen
opmerkelijk vaak artikelen van Lidl, Aldi en Action als
beste uit de bus. Dat appelleert aan het goede gevoel
bij mensen. Iets goedkoops aanschaffen, dat
tegelijkertijd ook nog eens goed en/of lekker is. Zo was
ook ik apentrots op mijn 'best geteste' regenpak, van
FJS, dat voor nog geen 12 euro bij de Action in de
schappen ligt. Bij lichte miezer is het ding inderdaad
goed waterdicht, maar bij serieuze neerslag - waar
zondag en maandag bijna 24 uur achtereen sprake van was
- lekt vooral de broek aan alle kanten. Toch nog maar
even verder gezocht op internet bij de zoekterm 'Het
beste regenpak' en dan krijg je dit te lezen:
Vorig jaar een als beste getest regenpak aangeschaft en
slechts een paar keer aan gehad. En wat blijkt? De
coating aan de binnenkant laat los en je wordt even nat
alsof je geen pak aan hebt. Door het dragen van een
lange broek en of trui gaat de binnenkant langzaam aan
kapot. Als je de broek en of het jasje tegen het licht
houdt zijn er allemaal gaten te zien waar de regen
doorheen kan. Hoe zo als beste getest? Het is rotzooi en
niets waard. Misschien een reden om dit pak opnieuw te
testen.
Een teleur gestelde klant van Action
Die zogenaamde producttesten van bijvoorbeeld Kassa en
de Consumentenbond stellen niets voor en zetten de
consument naar mijn mening systematisch op het verkeerde
been. Steeds weer blijkt dat de genoemde organisaties
technisch volstrekt onvoldoende zijn toegerust om
uitspraken te doen over de kwaliteit van producten.
Met vriendelijke groet, ReadAC.
Mijn in Spanje rentenierende vriend kon zich in de jaren
tachtig al druk maken als de socialistische
consumentenbroeders een goedkope Praktica-camera uit het
Oostblok het predikaat 'Beste prijs/kwaliteit' meegaven.
Er is sinds die tijd niet veel veranderd.
Vanmiddag maar naar de degelijke Hema voor een broek die
volgens dezelfde Kassa-test vier keer zo duur is als die
prul van de Action.
Maandag 22 februari
Als Geert het straks voor
het zeggen heeft, maakt hij korte metten met
gesubsidieerde cultuur voor de elite, heeft hij al laten
weten. Dus zo lang het nog kan, profiteren mijn vriend
Mart en ik nog met volle teugen van ons voordelige
singer/songwriterabonnementje in de Aalmarktzaal van de
Stadsgehoorzaal in Leiden. Vier optredens voor 60 euro,
Geert, steeds in een splinternieuwe concertzaal,
allemaal met overheidsgeld betaald. Zaterdagavond stond
er vijf man (twee meer dan de basisbezetting) op het
podium, heel veel instrumenten (waaronder een heuse
Steinway-vleugel!), een mannetje dat gitaren aanreikte
tussen de nummers door en twee geluids- en
lichttechnici. Dan tel ik de twee mensen die in de mooie
foyer achter de bar stonden nog niet eens mee. Wat denk
je dat dat allemaal kost? De halflege zaal gaat dat niet
opbrengen. En van de koffie van 1,50 euro zullen ze ook
niet vet worden. Nee Geert, allemaal subsidiegeld dat
beter kan worden besteed. Niettemin, we hebben genoten
van A Balladeer, een Nederlands bandje met
internationale uitstraling. Wat ze met z'n vijven
precies in de serie singer/songwriters deden, is mij een
raadsel. Maar misschien was het omdat
zanger/liedjesschrijver
Marinus de Goederen ook net een solo-album uit
heeft. Maar verder riekt het allemaal naar oplichterij
van de linkse kerk, Geert. Doe er wat aan.
Zaterdag 20 februari
Het
dreigt een beetje onder te sneeuwen door de val van het
kabinet, maar niettemin bericht ik u dat mijn leven een
ingrijpende wending heeft genomen. Na jarenlang
wekelijks trouw de Digros te hebben bezocht voor mijn
weekendboodschappen, heb ik deze volle dochter van het
Dirk van den Broek-concern definitief de rug toegekeerd.
De kwaliteit van groenten en fruit speelden daarbij een
rol, alsmede het feit dat ik steeds meer favoriete
producten niet meer in de schappen terugvond, met als
tragisch dieptepunt het uit het assortiment nemen van de
Pringles Light. Dan is op een gegeven moment de maat
vol. Op vrijdagavond heb ik derhalve voor het eerst de
lokale Albert Heijn bezocht en een bonuskaart gescoord,
waarmee ik dankzij het programmaatje 'Appie' op mijn
Iphone boodschappen kan doen zoals dat in de 21ste eeuw
hoort. Appie houdt bij wat ik heb gekocht, kan
boodschappenlijstjes maken, weet wat de
Bonus-aanbiedingen zijn en kent 8000 recepten en hun
ingrediënten uit het hoofd. Valt er dan helemaal niks te
klagen na mijn bezoek aan het filiaal in de Katwijkse
Zeilmakerstraat? Welzeker. De zaak heeft de omvang en de
allure van een superstore, maar de winkelwagentjes en de
kassa's zijn die van de buurtsuper. Mijn
boodschappenkrat past er niet in en ik kon maar
ternauwernood al mijn inkopen kwijt. Ik zal mij hierover
met de filiaalmanager -
Harry Piekema, als ik het wel heb - in verbinding
stellen.
Vrijdag 19 februari
Van mijn twintigste tot mijn
dertigste was ik voor het Leidsch Dagblad redacteur in
Katwijk, één van de mooiste baantjes die ik bij de krant
heb gehad. Want wat is er nu leuker dan schrijven over
je eigen dorp? Ik banjerde langs het strand als de
eerste paviljoens werden opgebouwd, ging mee met de
vissersvloot, sjouwde over het industrieterrein op zoek
naar obscure bedrijfjes en stond met mijn benen in het
bluswater als er weer eens ergens een grote fik was.
Maar bovenal was ik veel in het raadhuis te vinden, voor
commissie- en raadsvergaderingen. Dat onderdeel van het
werk vond ik zo belangrijk dat ik er, bij mijn afscheid
in 1990, vast van overtuigd was dat ik nog maandelijks
de raadsvergaderingen zou blijven bezoeken. Gewoon, voor
mijn lol. Maar ook omdat dáár de dingen gebeuren, in een
dorp. Afijn, ik ben er sindsdien nooit meer geweest.
Totdat ik gisteravond weer de kans had omdat mijn
collega Rob naar de wintersport is. Leuk, naar de raad!,
reageerde ik eerder deze week op de vraag of ik hem kon
vervangen. Maar toen het puntje bij paaltje kwam had ik
toch weinig zin om een hele avond op een persbankje naar
wauwelende dorpspolitici te kijken en te luisteren. En
dat hoeft tegenwoordig ook niet meer. Dankzij de lokale
omroep kun je de vergadering gewoon thuis met de laptop
op schoot vanaf de bank volgen en bovendien ook nog
makkelijk schakelen naar het schaatsen en het
voetballen. Wijntje erbij, plakje boterhamworst met
augurk (helemaal dr. Frank). Niks tegen Rob zeggen,
s.v.p. Want als redacteur Katwijk hoort hij uiteraard te
denken dat het allemaal nog verschrikkelijk belangrijk
is.
Donderdag
18 februari
Net als de rest van deze
sessie hoop ik dat die de buitenwereld nooit bereikt,
maar ik vrees het ergste, schreef ik vorige week op
deze plek na mijn bezoek aan de Face Factory
tijdens het communicatiefestival De Verleiding. In een
denkbeeldige fabriek werd een profiel van mij - en
tientallen andere - bezoekers samengesteld, onder meer
aan de hand van een symbolisch voorwerp dat je verdere
leeftijd zou (kunnen) bepalen. Ik koos om mij
moverende redenen
voor het telraam, waarmee ik op de foto moest, maar ook
in een poppenkast moest uitleggen wat mij tot deze keuze
had bewogen. Net als in het VPRO-kinderprogramma
Achterwerk In De Kast stond er een camera op de
poppenkast gericht om dit verhaal op te nemen. En
gisteren was het zover: in mijn bedrijfsmail zat de
foto, met een link naar het profiel waar achter de
gestreepte gordijntjes van de poppenkast mijn filmpje
zou moeten instarten. Het moment van de waarheid. Afijn,
kijkt u zelf maar:
Zie je wel dat er een God
is?, mag ik onder deze omstandigheden graag roepen. Ik
was niet te filmen.
Woensdag 17 februari
Soms moet ik zelf ook nog even wennen aan
de moderne tijd waarin wij leven. Zoals maandagavond,
toen ik in één van die mooie Olympische Studio
Sport-portretten - dit keer van sprinter Jeremy
Wotherspoon - als achtergrondmuziek een nummer voorbij
hoorde komen dat me meteen bij de strot greep. Wie mocht
dat wel zijn? Een jaartje geleden zou ik een pakkende
regel of een refreintje hebben onthouden, om dat in
combinatie met het woord lyrics op Google op te
zoeken. Maar nu herinnerde ik me - een beetje laat, het
filmpje was al afgelopen maar de
Olympische site van de NOS bracht uitkomst - het
programmaatje Shazam op mijn Iphone. Je houdt het
toestel voor de geluidsbox en binnen een paar seconden
verschijnt op je schermpje:
Eddie Vedder - No Ceiling
Album: Into the Wild
Genre: Soundtracks
Label: Monkey Wrench.
Genoeg informatie om de cd binnen een
paar minuten van een Torrent-site binnen te slurpen.
Leve de vooruitgang! Eddie Vedder is trouwens de zanger
van Pearl Jam, maar op deze schitterende soloplaat laat
hij zich van zijn ingetogen kant horen.
'Into the Wild' schijnt ook nog een
prachtige film te zijn over een rijkeluisjongetje dat de
wildernis opzoekt. (Te huur in de Katwijkse bibliotheek,
maar dit terzijde.) Elke gelijkenis met Jeremy
Wotherspoon in dit portret berust uiteraard op louter
toeval. Kijk en luister zelf maar:
Dinsdag 16 februari
Er zijn mensen die pronken met een
telegram van Hare Majesteit, een handgeschreven brief
van Johan Cruijff of een persoonlijke twitter van Barack
Obama. Maar in mijn inbox zit - sinds gistermiddag en
naar aanleiding van mijn krantencolumn met de
veelzeggende titel 'Dank dank dank, dr. Frank' - een
mail van mijn dieetgoeroe zelf:
Hoewel de foto op mijn website al zo'n twaalf jaar oud
is, ben ik in werkelijkheid geen spat veranderd. Op het
oog niet te dik, maar wel elke winter - als het
racefietsen op een lager pitje staat - wel steeds tien
kilo te zwaar. Ook in deze koude maanden fiets ik nog
één uur (heen en weer naar de redactie) tot drie uur
(mountainbiketochten) per dag, dus ik moet er welhaast
enorme hoeveelheden voedsel instoppen om toch elke keer
weer in omvang toe te nemen. Nou, dat doe ik ook.
Afvallen lukt me elke keer ook zonder specifiek
dieet: niet alle borden van de familieleden leeggrazen
als er nog restjes op liggen, geen drie gebakjes
nemen als er iemand jarig is, en niet elke dag een
gehaktbal met mayo in de kantine.
Maar ik vind het een sport om elk jaar mijn 'race' naar
de 85 kilo (ik ben 1.94 meter lang) enige kracht bij te
zetten door iets nieuws uit te proberen. En ik moet
zeggen - na een avondmaal met gehaktbrood en spinazie
uit uw beststeller - tot nog toe bevalt het prima. Ik
hoop deze week de 90 kilo weer aan te stippen op de
weegschaal. Dan nog maar een paar weken te gaan.
Dus, opnieuw zonder ironie, dank dr. Frank!
Groeten,
Dick van der Plas
En zijn weerwoord is, in al
zijn bescheidenheid, ook helemaal dr. Frank:
Geen dank.
Voor wie hem nog niet
gelezen heeft, hierbij mijn ode
aan dr. Frank.
Maandag 15
februari
'Pap,
waarom mag ik niet downloaden?', vroeg mijn zoon een
tijdje terug. Dat mag niet van de
auteursrechtenorganisaties, had ik natuurlijk moeten
zeggen, maar dan zou hij weten dat ik zelf bijna
dagelijks in overtreding ben. 'Omdat ik er geen zin in
heb om elke week jouw pc opnieuw op te bouwen omdat je
een virus hebt binnengehaald', antwoordde ik daarom maar
naar waarheid. Als hij een spel of een crackje nodig
heeft, vraagt hij het aan mij. Zo is het altijd al
gegaan. Maar omdat ik ook mijn ogen niet sluit voor het
proces dat volwassenwording heet, leidde ik hem de weken
daarna al wel voorzichtig binnen in de wereld van
creatief computergebruik. De rest van zijn klas deed het
tenslotte ook. Totdat hij zaterdagavond wist te melden
dat zijn computer 'opeens zo raar deed' - allemaal
blauwe schermen - en of ik daar eens naar wilde kijken.
Er was inderdaad sprake van een probleem: het ding
startte nog wel op, maar helemaal aan het eind van dat
proces kwam er een fatal error scherm, met steeds
een andere foutmelding en bijbehorende getallenreeks.
Alleen omdat ik ook ergens iets met 'memory' zag staan,
schroefde ik de kast open en haalde één voor één - met
steeds weer opnieuw opstarten - de geheugenmodules
eruit, net zo lang totdat de computer na het verwijderen
van het laatste stripje (zul je altijd zien) weer
stabiel begon te draaien. Probleem opgelost, en helemaal
als ik vandaag weer wat nieuw, extra geheugen voor hem
koop. Maar ergens in mijn achterhoofd zingt ook nog zijn
bekentenis rond dat de problemen ontstonden net na het
installeren van een nieuwe no cd crack voor de
zoveelste gameversie van Lord of the Rings. Als dat zo
is, hebben de komende dagen nog iets leuks voor mij in
petto. Voorlopig de pc via systeemherstel drie dagen
teruggezet en een complete backup van zijn harde schijf
gemaakt. En, o ja: het downloadverbod is voorlopig weer
van kracht.
Het voordeel van een
behuizing in een hip kantoorpand met allerlei snelle
mediabedrijfjes? Er gebeurt nog eens wat. Zo hadden we
gisteren de hele dag het bruisende communicatiefestival
De Verleiding binnen de muren van Nieuwe Energie, het
gebouw waar ook onze redactie domicilie houdt. Het
nadeel van zo'n behuizing? Dat je onder die
omstandigheden meteen wordt gebruikt als proefkonijn
voor moderne malle fratsen als de 'Face Factory'. Daar
werd in de vroege ochtenduren mijn levensprofiel
bijgesteld. Zo moest ik uit een tafel vol met de gekste
voorwerpen iets uitkiezen wat de rest van mijn bestaan
kon beïnvloeden. Over die keuze moest ik vervolgens
vertellen met mijn hoofd in een poppenkast, waarbij mijn
bekentenis op film werd vastgelegd. Net als de rest van
deze sessie hoop ik dat die de buitenwereld nooit
bereikt, maar ik vrees het ergste. Waarom het telraam?
Omdat ik mij - volgens mijn eega uit pure lamlendigheid
- al zo'n 49 jaar aan allerlei maatschappelijke
verplichtingen onttrek, maar nu voor het eerst een
bestuursbaantje (bij de wielerclub) als penningmeester
heb aanvaard. Zij ziet dat als een belangwekkende
wending in mijn armzalige bestaan. Pas toen ik weer
buiten de 'Face Factory' stond, besefte ik dat het niet
bepaald van een onafhankelijke geest getuigde om mijn
bijgestelde levensprofiel op te hangen aan de
standpunten van mijn vrouw. Ik moet verder met het
telraam als keerpunt in mijn leven.
Donderdag 11
februari
De term komt van mijn
zwager. Toen hij vernam dat nu ook al mijn echtgenote -
zijn oudste zus - was toegetreden tot het aanzwellende
leger der webloggers - zij het ambtshalve, maar toch -
zakte zijn lijf tot een zielig hoopje ineen. 'Nee hè!,
ik trek het niet meer. Ik krijg enorme last van
weblogstress.' Weblogstress komt voor bij mensen die -
vaak uit sociale overwegingen, lees: om mensen niet voor
het hoofd te stoten - dagelijks zoveel weblogs tot zich
moeten nemen dat het normale leven eenvoudigweg aan hen
voorbijgaat. Stiekem een keertje verzaken is geen optie.
Voor je het weet zit je op een verjaardag of andere
familiesamenkomst en blijk je de recentste voorvallen te
hebben gemist. Een bitter verwijt is dan zo gemaakt.
'Heb je dat dan niet op mijn weglog gelezen?' (Pijnlijke
stilte.) Mijn zwager volgt familielogs, logs van
collega's, logs van vrienden en spoort - om ze niet te
verwaarlozen - ook zijn 2-jarige zoon en dochters (6 en
8 jaar) inmiddels aan hun belevenissen vast te leggen in
een log, om maar niks van ze te hoeven missen. Zelfs dit
logje - waarvoor ik eigenlijk geen onderwerp had (ook
een vorm van weblogstress), maar me opeens die
weblogstress-verzuchting van mijn zwager te binnen
schoot - zal hij moeten lezen. Me dunkt, dit is het
toppunt van weblogstress.
Woensdag 10
februari
Normaal is dat je je
13-jarige zoon achter zijn broek moet zitten om zijn
huiswerk te maken. Dat hij af en toe met een onvoldoende
thuiskomt omdat hij ergens helemaal niet, of maar half
voor heeft geleerd. Of het niet snapt, niet goed heeft
opget, of anderszins. Maar met een dochter die er een
sport van maakt om alleen negens en tienen te scoren,
lijkt 'normaal' voor ons al gauw abnormaal. En is het
uiteindelijk toch een opluchting als hij thuiskomt met
een Atheneum-rapport dat - op twee zessen na - louter
zevens en achten bevat. We hebben hem er uitbundig om
geprezen, al was het maar om de kritische noten van zijn
zus te compenseren. Misschien té uitbundig, want
gistermiddag biechtte hij een 4 op voor een proefwerk
wiskunde (een van de twee vakken waarvoor hij een zes en
een beetje staat). 'Maar gelukkig heb ik nu nog net
boven een 5 gemiddeld, want dan hoef ik niet verplicht
naar de bijles die woensdagmiddag onder de sporturen
wordt gegeven', zo zag hij zelf nog de zonzijde van dit
cijfer in. Het duurde maar even voordat hij zijn blunder
besefte. 'Wat!? Bijles? Is er bijles voor wiskunde?', zo
sprong de helft van zijn ouderpaar als een geit op de
haverkist. Dus gaat onze zoon vanmiddag naar bijles
wiskunde. Nee, niet verplicht. Hij gaat als enige van
zijn klas vrijwillig. Al denkt hij daar zelf heel anders
over.
Dinsdag 9 februari
Waar ik me erg op verheug:
vanavond een districtsvergadering van de Nederlandse
Toer Fiets Unie (NTFU) in Dordrecht. Het is de eerste
keer dat ik in mijn functie van penningmeester van de
Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk
van het dorp af mag. Onze bestuursvoorgangers gingen er
nooit heen, maar secretaris Menno en ik schuwen het
onbekende niet. We moeten tenslotte eerst nog maar voor
elkaar zien te krijgen dat we weer lid mogen worden van
de grootste fietssportbond van Nederland, als
onderafdeling van nota bene een ijsclub uit 1893. Een
bekende sportbobo uit het Leidse hield mij een paar
weken geleden voor dat ik eigenlijk te jong was voor een
districtsvergadering van de NTFU. 'Dat zijn allemaal
gasten van een jaar of vijftig, joh.' Ik straalde, met
mijn 49,5. Maar onze secretaris is met 30 jaar nog
een broekie, dus die moet ik vanavond mee aan de hand
nemen in het gezelschap van mannen die met geruite
petten, op grof gelaste stalen frames en twee
draadbandjes om de nek hun koersen rijden. Wat er onder
meer op de agenda staat, behalve de uitreiking van het
Toerfiets Evenementen Programma? Een lezing van een
deskundige van het sportmedisch centrum Rotterdam.
'Gelet op de gemiddelde leeftijd van de NTFU-leden is
het van belang als verenigingsbestuurder hieromtrent
iets meer te weten', vermeldt de uitnodiging.
Hieromtrent. De laatste keer dat ik dat woord hoorde,
kwam het uit de mond van het Koot & Bie-typetje Cor van
der Laak. Zoals gezegd, ik verheug me er erg op.
Maandag
8 februari
Zijn strafblad is nog blanco, maar de
eerste boete is binnen. Wegens het niet komen opdagen
als 'tafelaar' bij een wedstrijd op 30 januari dient
onze zoon de indrukwekkende somma van 5,50 euro over te
maken op de rekening van zijn basketbalclub
Grasshoppers. Precies drie weken hebben we, om protest
aan te tekenen, en de messen worden geslepen. Zijn
raadsman Bram M. - die onze jongste nazaat voor de
Commissie van Beroep gaat verdedigen - spreekt van een
'zoveelste flagrante schending van het recht en een
dwaling die past in een lange rij van justitiële
missers'. Alleen al het verzenden van de brief noemt mr.
Bram al 'infaam en abject'. Hij zal zich in zijn
verdediging laten leiden door het indrukwekkende
pleidooi dat de vader van de verdachte eerder op
deze plek hield. De raadsman schroomt verder niet om, zo
nodig, in het kader van de Pluk Ze-wetgeving alvast
beslag te laten leggen op de verenigingstegoeden van
Grasshoppers. Wordt vervolgd, derhalve!
Zaterdag 6
februari
Van een ouderwetse
walkover was vanmorgen geen sprake, in de
basketbalwedstrijd tegen Springers uit Gouda. Maar onze
mannen stonden in de thuishal Cleijn Duin wel
voortdurend voor met een redelijk comfortabele tien
punten, een verschil dat al in de eerste periode werd
bereikt. Daarna ging het duel gelijk op: als zij
scoorden, deden wij het ook, tot in de laatste tien
minuten onze aanval vooral het bord en de ring van de
basket trof en Springers gluiperig naderbij sloop totdat
de voorsprong een paar minuten voor het eind nog maar
één punt bedroeg. Billenknijpen, niet alleen bij de
coaches ArendJan en Dirk, maar zeker ook bij de trouwe
supportersschare die voornamelijk uit John en mijzelf
bestond. Herrie maakten we in elk geval voor een heel
legioen. Zeker toen met twee snelle uitvallen -
waaronder eentje van Steven die er weer lekker op los
scoorde (foto) - de zaken net voor het laatste
fluitsignaal werden rechtgetrokken: 67-62. Altijd een
euforisch gevoel, als de bevrediging van de overwinning
samensmelt met de opluchting over het ontlopen van de
nederlaag.
Vrijdag 5
februari
Als kersverse volgeling heb ik binnen mijn gezin te
maken met een aantal dr. Frank-sceptici. De nieuwe
dieetgoeroe die mijn hart heeft gestolen met recepten
vol vlees, eieren en groenten, wordt als de nieuwste
hype weggezet in het rijtje Sonja Bakker, Montignac en
Robert Atkins. Daarmee wordt dr. Frank - een heuse
internist en vasculair (?) geneeskundige uit Hengelo,
geen prutser derhalve - groot onrecht aangedaan. Ik tik
dit stukje na een zeer bevredigend avondmaal dat bestond
uit een flinke hoeveelheid shoarmavlees en
roerbakgroenten, dat volgde op een lunch van carpaccio,
salade en een ei. Een paar weken zonder pasta,
aardappelen of brood, dat gaat me op deze manier wel
lukken. Zeker als ik er van mezelf behoorlijk bij mag
zondigen ('s morgens ontbijten met muesli en elke avond
mijn wijntjes) omdat ik nu eenmaal veel meer beweeg dan
de gemiddelde dr. Frank-volgeling. Zelfs inclusief de
verjaardag van mijn eega met gebak en snacks, ben ik
inmiddels al bijna drie kilo kwijt in nog geen zes
dagen. Dank, dank, dank,
dr. Frank!
Donderdag 4
februari
Als je ruim twaalf jaar
alleen maar opschrijft wat je om je heen ziet gebeuren,
ben je opeens een deskundige. Opvoeddeskundige, in mijn
geval. Niet in alle kringen, overigens, want een deel
van mijn lezerspubliek vindt mij een malloot. Maar dat
is een lot dat ik met vele andere deskundigen deel. Dat
maakt mij er dus niet minder deskundig om. Zet twee
deskundigen naast elkaar en ze hebben ieder een andere
mening, tenslotte. Ik kom erop omdat mij de afgelopen
dagen tot twee keer toe is gevraagd 'iets' als
opvoeddeskundige te doen op de open dagen van
respectievelijk het Leidsch- (6 maart) en het
Noordhollands Dagblad (29 mei). Bijna 24 uur per etmaal
heb ik me hier inmiddels het hoofd over gebroken, maar
ik kom er niet uit. Mijn basisfilosofie - ik doe maar
wat, en meestal doe ik helemaal niks - leent zich niet
voor een ochtendvullend programma. Op 6 maart kan ik me
in Leiden - als chef Duin- en Bollenstreek - op tal van
andere manieren nuttig maken. Voor zaterdag 29 mei denk
ik dat ik maar dat ik een smoes verzin. Er is vast wel
ergens een toertocht te rijden waarvoor ik me al heel
lang geleden heb opgegeven. Als deskundige moet je ook
je beperkingen kennen.
P.S. Mijn laatste
opvoedkundige column in de krant ging over
Puberen.
Woensdag 3
februari
Voor mijn eigen verjaardag
geef ik altijd - ruim van tevoren - luid en duidelijk
aan wat de wensen zijn. In veel gevallen heb ik het
cadeau zelfs al in huis, ooit onder valse voorwendselen
- tegen een veel te hoog bedrag - aangeschaft. 'Alvast
voor míjn verjaardag.' Maar in meer dan 25 jaar huwelijk
is het mij niet gelukt om te gaan met open opdrachten
van mijn echtgenote als: 'Verras me maar'. Wel heb ik
inmiddels een beperkte kring van (dames)winkels
opgebouwd waar ik mij vertrouwd voel en waar ze mijn
onzekerheden een beetje kennen. Bij de parfumerie ('Is
er nog iets nieuws wat mijn vrouw lekker vindt?') of de
sieradenwinkel, bijvoorbeeld ('Doe maar iets moderns,
met zwart of zilver'') waardoor ik in de regel toch
binnen een bevredigende minuut of tien weer buiten sta.
Voornamelijk vanwege het feit dat onze nazaten zo
mogelijk nog minder creatief zijn dan ik, moest ik
gistermiddag na werktijd voor hen op zoek naar een
badjas die zij hedenmorgen aan hun moeder (49 lentes,
vandaag, ja dank u wel) kunnen geven. Nieuwe winkels,
daar houd ik niet van. Bij Hunkemöller ben ik geweest,
voor het eerst van mijn leven, bij Livera en tenslotte
bij V&D, om uiteindelijk weer bij Hunkemöller uit te
komen (er zit er in Leiden ook eentje in de V&D,
ontdekte ik), om zo'n beetje overal hetzelfde verhaal te
horen: dit is het laatste restje van de wintercollectie,
de voorjaarsspullen druppelen wel binnen, maar daarvoor
bent u net een beetje te vroeg. Een uur van wanhoop en
vertwijfeling, gevoelens die niet wilden verdwijnen
nadat ik uiteindelijk een 'God zegene de greep'-keuze
had gemaakt. En dan ging het in mijn geval nog maar om
een badjas. Er zijn mannen die de gang naar Hunkemöller
moeten maken voor een lingeriesetje. 'Is er nog iets
nieuws voor mijn vrouw wat ik lekker vind?', lijkt me
dan een geijkte openingsvraag. Zo zie je maar, het kan
het altijd nog erger.
Dinsdag 2 februari
Al een paar weken volgt mijn
echtgenote voor de bibliotheek de cursus '23 dingen' -
ontdek, speel en leer over Web 2.0 - en sindsdien ken ik
haar voornamelijk als de vrouw die in de rode stoel in
onze woonkamer met de laptop op haar schoot zit. Voor de
tweede keer in die cursusweken was onze woning
gistermiddag doordrongen van de geur van aangebrande
aardappelen omdat ze aan haar - verplichte - weblog zat
te tikken. Aangezien haar log beter was dan haar
aardappels, dien ik die hier maar op:
Maandag 1 februari
Of ik een foto wilde van een
auto te water, vroeg een freelance fotograaf
dinsdagmiddag rond een uur of vijf. Onze Duin- en
Bollenstreekpagina's waren al zo goed als dichtgetimmerd
en om ze nou voor een modale auto in de sloot weer open
te breken? 'Nee bedankt', zei ik, 'als het nou een
vliegtuig was...' Een paar dagen later stonden ze wel in
een huis-aan-huisblad - niet zo mooi als hierboven, die
heb ik van
112Bollenstreek gepikt - maar helder genoeg om de
onfortuinlijke auto te herkennen. 'Was jij dat, Huibert,
in het kanaal?', vroeg ik mijn buurman van twee huizen
verderop, toen ik hem met zoon en twee honden op straat
tegenkwam. Huibert ging er eens goed voor staan. Aan het
'Nee hè!' van zijn nazaat leidde ik af dat hij het
verhaal al een keer of honderd had verteld. Maar hij had
er nog steeds plezier in. Hij reed, met nog geen vijf
kilometer per uur, naar zijn bedrijfje aan de waterkant,
om halverwege de afrit te ontdekken dat de brandweer
hier de avond ervoor een oefening had afgewerkt waarbij
er nogal wat water was gemorst. En dat was inmiddels een
ijsvlakte van een decimeter dik geworden. Hij begon te
glijden, ging met twee wielen over de walkant en kwam op
z'n dak, dus ondersteboven, op de bodem van het kanaal
terecht. 'Hoe kom ik hier nu weer uit?', ging er door
hem. De radio speelde nog, er kwam geen druppel water
binnen, maar hij lag er toch wat ongelukkig bij. Op dat
moment kantelde de bedrijfsauto en kwam, als een
opstijgende onderzeeër, met de goede kant weer naar
boven. Nog steeds geen druppel water binnen, alle
elektriciteit deed het nog en Huibert zocht, wel
enigszins gehaast, zijn dierbaarste spullen bij elkaar
(hij kon alleen zijn telefoon niet vinden) en klom -
zelfs het zijraam ging nog automatisch naar omlaag -
zich vasthoudend aan de imperiaal op het dak. De actie
had inmiddels de aandacht getrokken van de mannen in de
brandweerkazerne, pal aan de overkant, die hem binnen
een paar minuten - op een auto die steeds verder wegzonk
- uit zijn benarde positie bevrijdde. 'Kurkdroog was ik
nog, ik had niet eens natte schoenen!', aldus Huibert.
Wie basketbal speelt, heeft
ook verplichtingen aan de club. 'Tafelen' is daar één
van: het bijhouden van scores, persoonlijke fouten, de
tijd en nog zo wat van die statistieken op een formulier
met zoveel vakjes dat je een avond cursus moet volgen om
er wijs uit te worden. Vandaag moet mijn zoon opdraven
bij een wedstrijd van Grasshoppers Jongens onder 16-3
om 16.15 uur, in de Katwijkse sporthal Cleijn Duin.
Geen probleem, ware het niet dat hij om 14 uur een
ingelaste wedstrijd van zijn eigen team heeft in
Wateringen, achterin het Westland. Daarmee is hij zeker
anderhalf tot twee uur zoet, en dan is het nog een uur
terugrijden naar Katwijk. 'Zelf voor vervanging zorgen',
meldt de wedstrijdsecretaris die niet alleen hem maar
ook een aantal teamgenoten heeft ingedeeld voor de
tafelbeurt. Spelertjes van 12 en 13 jaar - die op de
club geen groot netwerk hebben om op terug te vallen en
van iedereen die ze wél kennen weten dat die ook moeten
spelen - in paniek, de coach - die zijn halve team ziet
wegvallen - met de handen in het haar. De
wedstrijdsecretaris houdt zijn poot stijf, met een
beroep op het huishoudelijk reglement van de club dat
elke jeugdspeler inderdaad onder zijn kussen heeft
liggen. Veel opgewonden gebel en e-mailverkeer, tussen
zoon, teamgenoten en coach, waarbij uiteindelijk wordt
besloten om het tafelen - niet komen opdagen betekent
een boete - maar voor het spelen te laten gaan. Totdat
gisteravond om negen uur coach ArendJan strijdbaar
opbelde, na het inwinnen van advies bij juridisch
geschoolde clubleden die menen dat het team straks bij
de 'Commissie van Beroep' een goede zaak heeft. ''We
gaan spelen!', roept hij uit. See you in court,
wedstrijdsecretaris!
Tot zover dit relaas over
verenigingspolitiek en jongetjes van 13 die worden
vermalen tussen verplichtingen, huishoudelijk
reglementen en het teambelang.
Laatste nieuws: vet
gewonnen, Steven weet alleen niet met hoeveel.
Vrijdag 29 januari
In de
periode tussen vijf tot zes dat ik de basketbalkantine
alleen open heb om Tineke en Krijn een bakje in te
schenken en de vaatwasser zich nog staat op te warmen
voor mijn maandelijkse werkje (het schoonmaken van de
roosters boven de frituur), zou het me toch moeten
lukken: geluid krijgen uit de imposante flatscreen-tv
boven het koffieapparaat. Maar al sinds de ingebruikname
van
The Bucket worstel ik met de Denon DN-X500 4-kanaals
DJ-mixer die een audiofiel om onverklaarbare redenen in
het stereorekje heeft geschroefd.
Niet
dat ik geen vorderingen heb gemaakt: ik ben er – geheel
op eigen kracht want een gebruiksaanwijzing is nergens
te vinden – in geslaagd om een muziekje te laten horen
via de boxen boven de bar. Ik kan de LCD-tv aanzetten,
de Windows-mediaplayer opstarten (als de computer
tenminste al aanstaat, maar inmiddels weet ik ook hoe
dat moet), een afspeellijst kiezen en het geluid
afregelen met één van de vier schuifknoppen die in de
Denon-versterker zitten. (Eerlijk gezegd weet ik niet
precies welke, maar dat maakt verder niet uit. Het zijn
er maar vier, er is er altijd wel eentje die doet wat ik
wil. Soms doen ze het zelfs alle vier.)
Wat ik
nog meer kan? Ik geef toe dat het een paar maanden heeft
geduurd – hoewel dat ook aan het signaal kan hebben
gelegen – maar ik weet hoe ik de tv aan krijg en slaag
er zelfs in om er via de computer (nee, er is geen
normale kabelverbinding, alles gaat via Windows
Mediaplayer) livebeelden uit te toveren van Nederland 1,
2 of 3. Ja, dat klinkt makkelijk, maar iedereen die
bardienst draait in The Bucket weet dat het eenvoudiger
is om een satelliet in een baan om de aarde te krijgen.
Maar
dan.
Weet jij
hoe je er geluid uit kunt krijgen, Krijn?
Nee?
Jij,
Tineke?
Nee,
alle knopjes op de Denon DN-X500 heb ik dan al
geprobeerd. Sommige meer dan tien keer, in honderden
verschillende combinaties. Aan de versterker kan het
niet liggen. Het betreft hier, ik citeer,
een
19” rackmount DJ mixer die het mixen een
heel andere belevenis maakt. Deze DN-X500 is een analoge
matrix mixer met 8 line en 2 phono ingangen die vrij
kunnen worden toegewezen aan één van de vier kanalen.
Vier 60 mm VCA kanaalfaders met volumecontrole,
onafhankelijke PFL kanaalmeters, de DN-X500 bevat alles
om het de DJ zo veel mogelijk naar zijn of haar zin te
maken. Mooi vormgegeven, sterk en robuust, de X500 is
een heerser in de audiomarkt!
Ja, ik
kan op de LCD-tv zelfs het internet aan de gang krijgen
voor het opzoeken van dit soort weetjes.
Ha, daar
is Bert. Weet jij hoe je geluid uit de tv krijgt, Bert?
Jij dan,
John?
Cobie?
ArendJan?
Dirk?
Niemand
die het weet. Van narigheid gebruik ik maar Teletekst
pagina 888, om in elk geval een beetje te kunnen lezen
wat het Zes Uur Journaal meldt. Of wat er in mijn
favoriete programma Man Bijt Hond wordt gezegd.
Maar
toch schijnt het te kunnen. Er zijn wel degelijk
momenten dat er geluid klinkt, uit de tv in The Bucket.
Maar
nooit als ik achter de bar sta.
Dit is de column die ik
deze maand maakte voor het blad The Rebound van de
Katwijkse basketbalclub The Grasshoppers. Altijd
gemakkelijk om op hectische dagen iets voor het log
achter de hand te hebben. Mijn nicht Naomi - geslaagd
voor de PA - gaf gisteravond een feestje. En mijn vriend
Mart werd opa van een hele kleine Anouk (33
weken plus drie dagen en al bijna zelfstandig).
Het is teveel, op één dag, om te verwerken. Ik ben ook
de jongste niet meer.
Donderdag
28 januari
Een collega in Alkmaar
hoorde ik vorige week zeggen: Mijn zoon heeft de
hersens van mijn vrouw. (Hier liet hij even een
stilte vallen, om te vervolgen met:) De mijne heb ik
nog. Ja, denk daar maar even over na. Dus mij hoor
je niet beweren dat onze dochter mijn hersens heeft.
Noch die van mijn vrouw, overigens, want wij snappen
allebei geen bal van wiskunde. Alles boven de tafel van
twaalf gaat ons boven de pet. Mijn eega ging zelfs zover
dat ze destijds openlijk twijfels zette bij het
voornemen van onze dochter om wiskunde aan haar
vakkenpakket toe te voegen.
Want dat kunnen wij (wij Van der Plassen,
bedoelde ze) helemaal niet. Maar kennelijk is
onkunde niet altijd erfelijk, want zelfs in haar
examenjaar tweetalig gymnasium scoort onze dochter ook
met dit vak enen en nullen (maar dan naast elkaar). Op
aanraden van haar leraar deed ze gisteravond mee aan het
oplossen van het Problem of the Week, een
onderdeel van een
Math Contest van de
Columbus State University. Wie de oplossing weet van
de volgende opgave, moet het antwoord zo snel mogelijk
mailen:
There exists a special six-digit number such that when
this number is multiplied by four, its digits are
reversed. Determine this special six-digit number. Note:
digits can be used more than once.
Ze heeft me uitgelegd hoe ze het heeft gedaan, maar ik
kan het hier niet reproduceren. Ik snap de vraag niet
eens, laat staan het antwoord. Het zou ook niet eerlijk
zijn, want u mag uw oplossing nog steeds insturen. Zij
was de 227ste die het is gelukt (maar haar leraar, die
21ste staat, tipte haar pas een paar dagen na het begin
van de contest):
Woensdag 27
januari
Foto's - en zeker geflitste
- geven altijd een vertekend beeld van de werkelijkheid.
Vooral zwellingen laten zich lastig vastleggen. En blauw
is altijd minder blauw. Vandaar dat de visualisatie van
de handicap waarmee ik - als gevolg van een salto met
mijn mountainbike - al drie dagen door het leven
strompel, op het Ledenboek van de Wielervereniging
Katwijk leidde tot schampere reacties als 'Is dit
alles? Had iets spectaculairders verwacht.' En
vervolgens begon deze empathische persoonlijkheid ook
nog een omslachtige verhandeling over het feit dat ik
mijn bovenbenen niet had geschoren, iets wat mij onder
wielrenners in de wintermaanden toch als buitengewoon
normaal voorkomt. Maar dit terzijde. Speciaal voor dit
soort critici dus ook nog maar even een foto van mijn
onderbenen. Spectaculair genoeg? En ja, ik weet het: ook
mijn kuiten zijn niet geschoren. Het is winter,
tenslotte.
Dinsdag 26
januari
Eigenlijk kom ik uit een
familie van financieel specialisten:
- Mijn ome Jan was een half
leven lang wethouder financiën van de gemeente Katwijk;
- Mijn ome Gilles (zaliger,
inmiddels) was een gerespecteerd accountant;
- Mijn neef Jan is fiscaal
jurist bij Grant Thornton.
Dus ja, ik begrijp werkelijk
niet wat er vanmorgen aan de ontbijttafel te lachen viel
- 'Jij? Jij hebt een gat in je hand! Wat zeg ik: twee
gaten!' - toen ik bekend maakte dat ik gisteravond
binnen het bestuur van de afdeling Wielersport van de
IJsclub Voorwaarts Katwijk officieel ben benoemd tot
penningmeester.
Geslaagde layup van Steven.
Maandag 25
januari
De wedstrijd moest ik
anderhalve dag laten bezinken, om er nog met enige
objectiviteit over te kunnen schrijven. Want
zaterdagavond vond ik het - in sporthal 't Zandje op de
grens van Den Haag en Rijswijk - onze slechtste
wedstrijd van het seizoen 2010. Nou was het ook de
eerste van dit jaar, maar aangezien de competitie niet
te lang duurt en het aantal tegenstanders beperkt is
(tot vijf, geloof ik, dus dat is tien wedstrijden), zou
je kunnen zeggen dat we het kampioenschap meteen al
hebben verspeeld. Tenzij we thuis dik van de mannen van
Jumpers winnen. Daar had ik, vooraf, in de uitwedstrijd
op het onzalige tijdstip van 19 uur ook mijn zinnen op
gezet. De tegenstander zag er niet indrukwekkend uit,
miste nogal wat lengte, en vond bij het inspelen ook
niet echt soepel het netje. Maar met wat onze jongens
daar tegenover stelden, was dat toch genoeg. Over mijn
eigen nazaat was ik niet eens zo ontevreden - ik was in
elk geval weer blij dat de bonusregeling voor elk
gescoord punt was afgeschaft - maar op cruciale momenten
liet ook hij het afweten. Net als de rest van het
twaalftal, want hoe coach ArendJan ze daar ook van
probeerde te doordringen, de lengte werd niet uitgebuit
en de passing was in de regel beroerd. Maar bovenal
miste het team de bezieling en de strijdlust die de
Haagse mannetjes wel aan de dag legden. Uiteindelijk
werd het 53-39, meer een korfbal- dan een
basketbaluitslag. Met deze ultieme belediging zou ik dit
stukje willen afsluiten.
Vrijdag 22 januari
Zelf vond hij dat wij ook
wel wat beter hadden mogen opletten, maar een feit is
dat - tien minuten nadat onze zoon gistermorgen naar
school was vertrokken - zijn brood en pakjes drinken nog
op het aanrecht stonden. Geld had hij ook niet bij zich,
noch een telefoon, want die had ik boven op zijn bureau
zien liggen. Ik gooide mezelf in een wat hogere
versnelling bij het naar binnen werken van mijn eigen
ontbijt, stopte zijn eten en drinken in een plastic
tasje en reed hem - met een kwartier achterstand -
achterna naar school. Toen ik bij de hoofdingang stopte,
kwam hij net de fietsenkelder uit, zijn rantsoen
aanpakkend alsof het de normaalste zaak van de wereld
was. Toen ik 's middags thuis kwam, lag onze
avondmaaltijd nog in de verpakking op hetzelfde aanrecht
als waarop hij 's morgens zijn lunchpakket had laten
liggen, maar van zowel zoon als vrouw geen spoor. Pas
toen ik alles zo'n beetje eettafel-gereed had, kwamen ze
hijgend binnen zetten. Hij wat besmuikt kijkend, het
gezicht van z'n moeder op onweer. Van de
basketbalschoenen die hij 's avonds weer voor zijn
training nodig had, was hij er - waarschijnlijk onderweg
van school naar huis - één kwijtgeraakt en derhalve
moest er - vlak voor de winkelsluiting - nog een nieuw
paar worden aangeschaft. En het brood dat ik hem 's
morgens was gaan nabrengen? Dat zat 's avonds nog gewoon
in zijn brooddoos in de tas. Er vielen wat uren uit,
waardoor hij al om 13 uur thuis was. Daar had hij zich
maar gevoed met stroopwafels en andere zoetwaren. En
vanmorgen vroeg moest ik het lichtje van mijn fiets aan
hem afstaan omdat het zijne, ook gisteren, op
mysterieuze wijze was verdwenen. Just another day
met een puberzoon, zou ik willen zeggen.
Donderdag 21 januari
Lezers van dit weblog en
leden van de basketbalclub Grasshoppers zullen vandaag
een Aha-erlebnis hebben gehad bij het lezen van mijn
krantencolumn. Inspiratie- en tijdgebrek, zou je zeggen.
Jazeker. Maar ik vind het vaak ook zonde om iets wat ik
voor een betrekkelijk klein publiek maak, nooit meer te
gebruiken voor de krant. In 2006 schreef ik een column
waarin ik de 'premie' per gescoord punt voor mijn zoon
openbaar maakte. En dan is het wel zo netjes om ook te
melden dat ik daar nu zelf een punt achter heb gezet.
Veel beter dan ik dat al heb gedaan op dit log en in
The Rebound - hier en daar is 'ie hooguit wat
opgerekt - lukte me niet meer. En als je jezelf niet mag
plagiëren, wat mag dan nog wel?
Wel nieuw, voor het internet
althans, de schaatscolumn
Hunkeren.
Woensdag 20
januari
Ik
begin mijn mailtje aan haar maar een beetje luchtig,
want dat ligt me toch het best.
''Hallo Ger, dat je op je oude dag nog
aan het weblog gaat, wie had dat ooit kunnen denken?'
Maar dat houd ik niet lang vol.
Jammer dat de aanleiding zo verdrietig is.
Een paar weken geleden nog maar nam ze afscheid als
redactiesecretaresse van het Leidsch Dagblad, als de
'moeder' van het stelletje ongeregeld dat elke dag de
krant maakt. Eigenlijk wilde ze helemaal niet met
pensioen, maar ondanks alle grote woorden van de
regering over het doorwerken na je 65ste moest ze er
toch mee stoppen. 'Met pensioen' heet haar log dan ook,
maar dat is inmiddels een hele wrange titel geworden. Al
een tijdje voelde ze zich niet goed, maar pas op 13
januari volgde een, wat ze zelf noemt, pijnlijk eerlijk
gesprek bij de oncoloog. Op die dag begint ook haar
weblog:
http://gerrybrox.blogspot.com/
Dinsdag 19 januari
Op
een paar honderd meter van ons huis rijd ik in een
politiefuik. Twee patrouillewagens staan schuin over de
weg, vier agenten - onder wie één vrouw - hebben zich op
straat opgesteld. Als ik over het bruggetje in hun
richting trapt, zie ik de voorste politieman zijn beide
handen opheffen. Snel check ik alles wat mij eventueel
een bon zou kunnen opleveren. Licht? In orde. ID? In
mijn portemonnee. Bel? Werkt. Verder heb ik geen boetes
openstaan en recentelijk ook niemand vermoord of
anderszins gemolesteerd. Het straatje waar ik doorheen
moet, behoort wel tot de ruigste buurten van mijn
woonplaats. Troosteloze jaren zestig flats, gedeukte
auto's voor de deur en meer afval naast de container dan
erin. Zou zich hiér dan iets vreselijks hebben
voorgedaan? Er staan nu twee agenten naar me te gebaren
en te roepen, maar omdat ik het geluid van mijn Iphone
nogal hard op mijn oren heb staan, hoor ik niks. Even
wachten, handschoen uit, knopje op het draadje van mijn
koptelefoon indrukken, de buitenwereld weer toelaten in
mijn hoofd. De sterke arm spreekt weer: 'Oppassen
meneer, het is hier vreselijk glad. Er heeft net al een
meisje haar been gebroken.' De andere drie agenten
knikken om het hardst mee en wijzen, voor mij al ten
overvloede, op het spiegelende plaveisel dat zich voor
mijn fiets uitstrekt. Een kleine politiemacht om te
voorkomen dat ik in dit achterafstraatje op mijn plaat
ga. Ik word overstroomd door een goed gevoel over dit
dorp, dit land, dit volk, deze natie.
Maandag 18
januari
De Van der Plassen hebben
zich de afgelopen 60 jaar spectaculair vermeerderd, zo
toonde mijn in Spanje rentenierende vriend onlangs met
hulp van het
Meertens-instituut aan. Maar die cijfers komen
pas tot leven als je een aantal van die afstammelingen
bij elkaar ziet op de verjaardag van mijn moeder. De
foto's boven en onder zijn de vrucht van twee generaties
en daarbij zijn de echte Van der Plassen nog in de
minderheid. Dankzij mijn drie getrouwde zussen zijn er
ook Mazees, Palits en Hoeken bij gekomen. En de jongste
generatie sleept ook alweer aanhang met zich mee, al
zijn er twee neven van 22 en 25 bij die eeuwig vrijgezel
lijken. Vanaf 16 uur was het gistermiddag weer onbeperkt
taart, chips, salade, paling, goulash, kip met rijst,
pizza en vislasagne eten (ik vergeet vast nog het één en
ander), en dan had mijn moeder ook nog genoeg over om
vanmiddag haar zes vriendinnen mee te voeren. Want
vandaag wordt ze pas echt 74.
Zaterdag 16
januari
Artiesten hebben het meestal
niet zo op abonnementhouders. Grote kans dat ze niet
speciaal voor jou komen, maar in de zaal zitten omdat je
nu eenmaal 'bij het pakket' hoort. En, eerlijk is
eerlijk, zo zaten mijn vriend Mart en ik gisteravond ook
bij Dougie MacLean in de Aalmarktzaal van de
Stadsgehoorzaal in Leiden. We hebben een abonnement op
een serie singer/songwriters, dolende zielen met een
gitaar, en Dougie was de enige waar we nog nooit van
hadden gehoord. Uiteraard hadden we ons - beter gezegd,
Mart - wel voorbereid: er waren muziekjes gedownload
maar er was nauwelijks tijd geweest om die te
beluisteren. Zelf wist ik alleen van MacLean dat zijn
liedjes nogal vaak door anderen - onder wie Mary Black -
zijn gecoverd. Verder dacht ik tot mijn schande dat het
een Ier was, maar het bleek een Schot, die ons
trakteerde op een aanstekelijke mix van mooie verhalen
en schitterende liedjes, zijn eigen merk
whisky heeft (genoemd naar een van zijn bekendste
nummers Caledonia) en zelfs in Leiden een behoorlijke
schare trouwe volgelingen op de been bracht. Hij kreeg
er twee abonnementhouders als fan bij.
Vrijdag 15 januari
Noodgedwongen rijd ik al twee dagen met
de auto naar mijn werk, in dit geval het hoofdkantoor
van ons krantenbedrijf in Alkmaar. Katwijk-Alkmaar is
voor iemand van mijn statuur op zich wel te doen op de
fiets, maar er komt dan zo weinig van werken. Ik heb ook
geen hekel aan de auto, na weken van glibberen over
slecht gestrooide fietspaden: radiootje aan,
klimaatbeheersing op 20 graden, cruise control, bijna
nooit files (zelfs niet in de ochtendspits) op de route
A44, A5 en A9 en nu de ring rond Alkmaar helemaal is
opgeknapt rijdt het ook daar lekker door. Het enige waar
ik een hekel aan heb is 's morgens de ruiten krabben.
Dit is op zich al een vrij oud filmpje, maar het blijft
leuk:
Donderdag 14
januari
Met de geslepen schaatsen in
de kofferbak van mijn auto reed ik gistermorgen richting
Alkmaar - het laatste stuk van de A9 door dik besneeuwde
weilanden met witte stuifduinen van enkele meters hoog.
Op weg naar De Rijp, zou ik moeten zijn, voor de
Eilandspoldertocht. Of naar de Waterland Westtocht. De
Spierdijker Gouw Tocht. De Lutjebroeker Poldertocht. De
Schermer Molentocht. Maar ik eindigde rond 9.30 uur in
een computerruimte van het hoofdkantoor van HDCmedia om
met twee nerds het nieuwe redactiesysteem zo in
te richten dat ook digibeten op de werkvloer er mee uit
de voeten kunnen. Dat is mijn rol: als eenvoudig
praktijkmannetje de whizzkids zodanig beteugelen dat er
ergens eind juni nog een krant uitkomt waarin meer staat
dan louter enen en nullen. Rond 17 uur reed ik, langs
diezelfde besneeuwde velden en bevroren sloten, de
schaatsen nog steeds achterin, weer naar huis. Vandaag
mag ik weer die kant op. Als ik tenminste de neiging kan
weerstaan om ergens ter hoogte van het AZ-stadion, waar
ik rechtsaf moet naar de Edisonweg, gewoon hard door te
rijden naar de eerste bevroren sloot die ik tegenkom.
Want van de ruim
vijftig toertochten die er in Noord-Holland onder
auspiciën van de KNSB kunnen worden georganiseerd, gaat
er voorlopig geen eentje door. De temperatuur komt boven
nul. Dit wordt de zoveelste vorstperiode die ik als een
hunkering aan me voorbij heb laten gaan.
Woensdag 13
januari
De drie tot vier uur
stroomuitval in onze Duin- en Bollenstreek, afgelopen
zaterdagavond, lijken inmiddels één grote reclamespot
geworden voor het noodpakket dat de overheid ons met
weinig succes door de strot probeert te duwen.
Burgemeesters, hulpverleners, ja zelfs medeburgers
schromen niet om te benadrukken hoeveel beter het was
verlopen wanneer wij de beschikking over dit pakket
hadden gehad. En, ik geef het toe, ook ik ging
gisteravond even naar
www.noodpakket.nl om te kijken welke praktische,
levensreddende artikelen ons terwille waren geweest. Als
ik had gekozen voor het pakket de luxe - 69.95 euro -
hadden wij bij calamiteiten een:
- Freeplay opwindbare zaklamp met radio,
GSM-lader en solarpaneel. Let op! Elke 2 maanden
gedurende gedurende 3-5 minuten opdraaien i.v.m.
duurzaamheid
- De Oranje Kruis verbandtrommel
- Twee reddingsdekens 58 gram per stuk
- Desinfecterende handgel, 250 ml
- Gouda waxinelichtjes, brandtijd 50 uur
- Twee doosjes waterproof lucifers, 45
stuks
- RVS combitool zakmes
- Waarschuwingsfluitje
- Waterdichte tas met reflectieband,
ophanghaakjes, schouderband en opbergvak voor medicijnen
- Rampeninstructiekaart
Zo'n zaklampje met radio is
nog wel wat, maar je zal zien dat je hem op het
moment suprême al jaren niet meer hebt
opgewonden. Weg duurzaamheid. En verder? Waxinelichtjes,
maar die hebben we altijd met zakken vol in huis. De
rest is misschien handig als we ten prooi vallen aan een
aardbeving en die kans lijkt me op deze breedtegraad
vrij miniem. Licht hadden we dus zelf genoeg, maar om nu
bij aanhoudende kou met z'n allen onder twee
reddngsdekens te gaan zitten? Weet je wat handig was
geweest?, zeg ik tegen mijn vrouw. Zo'n UPS-systeempje
voor de computer. Op zo'n noodstroomvoorziening kun je
bijvoorbeeld ook de ketel van de centrale verwarming een
tijdje laten draaien.
Ze keek mij wantrouwend aan.
,,Komt niks van in. Als hier de stroom uitvalt gaan we
bij kaarslicht spelletjes doen, en ga jij niet zitten
computeren.''
Het is maar zelden dat ik
ben voorbereid op de ramp die vrouw heet.
Dinsdag 12 januari
Nou, nog eentje dan, om
het af te leren. En omdat ik het zelf niet beter had
kunnen verwoorden:
Maandenlangleefde
ze met hem, ademde ze hem als het ware. Ze absorbeerde
elk woord dat uit zijn pen kwam, liet haar geest
doordrenkt raken van zijn gedachtegoed. Ze kende zijn
vrienden en vijanden, voelde zich soms verbijsterd over
zijn keuzes. Ze genoot van zijn complexiteit en ontdekte
dat intelligentie geen garantie voor geluk is. Ze
begreep dat de prijs die hij betaald had voor roem en
onsterfelijkheid, hoog was geweest. Ze schreef zijn
geboortedatum in de huisagenda die op tafel ligt en het
voelde alsof ze hem werkelijk gekend had.
Maar bovenal hield zij van zijn taal, van zijn woorden,
van zijn werk.
Mijn dochter maakte haar profielwerkstuk
over Oscar Wilde. Ze kreeg hiervoor een 10. Ik denk dat
er recht gesproken is.
Irene
Maandag 11 januari
Nee, het weblog dat zij voor
een internetcursus als lesstof moet maken, is niet voor
de openbaarheid bedoeld. Maar af en toe, als we toch
hetzelfde onderwerp hebben, mag ik er wel eentje lenen
van mijn vrouw. Bij deze, dus:
Als ik snel de deur open doe, zie ik
een plaatje van een uiterst gezellig samenzijn. Een lang
lint van meer dan 30 waxinelichtjes slingert door de
kamer, de vloer ligt bezaaid met stripboeken en kranten,
uit de speaker van een minuscuul klein Mp3-spelertje
zingt Luka Bloom een Ierse song, broer en zus zitten
samen bij een campinglampje te lezen. “Hé, zijn jullie
daar?” Nog geen anderhalf uur zitten we aan tafel in een
nogal leeg restaurant in Oud Ade voor het jaarlijkse
etentje met mijn familie, als de telefoon van Dick voor
het eerst gaat. Een collega van het Leidsch Dagblad. De
Duin- en Bollenstreek zou getroffen zijn door een
stroomstoring en hoe de situatie in Katwijk is? Geen
idee, niks gehoord van de kids, dus het zal wel
meevallen. Vele telefoonrinkels verder blijkt het niet
mee te vallen. Met de thuisbasis is geen contact te
maken: onze nazaten zitten al drie uur in het donker en
in de kou. Reden genoeg om het afsluitende rondje koffie
aan ons voorbij te laten gaan en voortijdig af te haken.
Voorzichtig door het besneeuwde landschap en over gladde
wegen terug. De autoradio spuugt verontrustende
berichten uit. Bij Katwijk rijden we ineens een volledig
donkere wereld in. De koning van de duisternis is hier
heer en meester. Blauwe zwaailichten van een politiebus
doorbreken de nacht en als we de wijk binnenkomen,
schiet een als een kerstboom verlichte brandweerauto net
voor ons langs. “Ik heb de temperatuurmeter van Edwin
erbij gepakt en als het kouder dan 20 graden werd,
zouden we de dekens van boven gehaald hebben. We hadden
afgesproken samen beneden te blijven. Als jullie om
23.30 uur nog niet thuis waren geweest, was Steven met
z’n dekbed op de bank gaan slapen. Ik zou gewoon wakker
zijn gebleven om op te letten.” Ze hebben het goed
gedaan, die twee. Als het licht vijf minuten later
ineens weer aanfloept, de kachel snort, de tv op gang
komt en de pc’s weer bliepen, blijft dat de conclusie
die me het meest verheugt.
Irene
(P.S. De kwalificatie 'Apenland!' die ik snaaks
terug kreeg van onze rentenierende vrienden in Spanje -
ik mag dat roepen als de stroom het bij hen weer 30 keer
op een dag laat afweten - mag ik graag weerleggen met
het feit dat een enkele storing hier twee dagen lang de
opening van het NOS Journaal is. En dan heb je het over
drie uur geen licht en tv (een goed geïsoleerd huis
blijft wel een paar uur lang warm). Dan is er geen
sprake van een Apenland, slechts van een door en door
verwende samenleving.)
Zaterdag 9 januari
Terwijl
het KNMI het land in de greep van de angst probeert te
krijgen, zijn wij - Hollanders - in de ban van het
schaatsen. Een groepje echte mannen ging hedenmorgen -
alle alarmen ten spijt - het IJsselmeer over - hoorde ik
op de radio - gewapend met prikijzers en touwen, waarmee
'99 procent' van de risico's werd weggenomen. Gewoon
eentje voorop die, mocht hij ergens doorzakken, met
speels gemak weer op het ijs wordt getrokken en voort
gaat het weer. Met een andere kopman, want zo spreid je
het gevaar. Mag ik graag naar luisteren, naar dit soort
verhalen. Tijdens de vorstperiode van vorig jaar heb ik
mijn snelle Vikings laten slijpen, maar stond ik niet
één keer op de ijzers. Dat heeft wel als grote voordeel
dat ik er nu helemaal klaar voor ben, als de eerste
serieuze toertochten worden uitgeschreven. Want ik ben
geen man van de krabbelbaantjes, meer van de grote
slagen en de weidse vergezichten. Dat virus wil nog niet
echt overspringen op mijn nazaten. Alleen onze zoon
schaatst - noodgedwongen - één keer per jaar met school,
als onderdeel van een sportles. Vorig jaar op een
kunstijsbaan (met gehuurd materiaal), komende woensdag
op natuurijs. Daartoe heb ik hem hedenmorgen uitgerust
met lage noren die ik nota bene bij mijn rondje door
supermarkt Digros tegenkwam. Terwijl in heel het land de
schappen van speciaalzaken leeg raken en ze in Friesland
de vraag niet meer aan kunnen, lagen ze hier nog in
grote stapels op voorraad tussen de shampoo en de
vaatwastabletten. Ongetwijfeld ergens uit een lage
lonenland vandaan (Arrow is Chinees voor pijl), want
anders lukt dat niet voor 25 euro. Heb gelijk maar twee
paar gekocht: maatje 43 voor nu, en 45 voor volgend
jaar. Wij Hollanders dienen te allen tijde voorbereid te
zijn, houd ik mijn jongste nazaat voor.
Zo, met dat goede gevoel
installeer ik me nu bij de kachel voor het EK allround
in Hamar.
Vrijdag 8 januari
Heeft u nog een tip,
vakantieman? Jazeker, voor iedereen die deze zomer een
bootreis naar Ierland boekt bij de Stena Line. Daarvoor
adviseert de maatschappij op de website te kiezen voor
het Landbridge-arrangement (ja, na twee dagen
deed de site het weer), waarin alle vier de overtochten
(van en naar Engeland, plus een retourtje Ierland) zijn
ondergebracht.
Bespaar door één boeking te maken voor vier overtochten!Handig en
voordelig! Maar wie de overtochten afzonderlijk boekt,
en zich (met vier personen) op de heenweg naar Harwich
laat trakteren op een diner, en op de terugweg naar Hoek
van Holland op een uitgebreide lunch, is in totaal nog
18 euro goedkoper uit dan met het Landbridge-arrangement
zónder maaltijden. Nou ja, het is eigenlijk niet eens
mijn tip.Het meisje van de Stena Line dat onze
internetboeking behandelde, kwam ermee op de proppen. Ik
ga nu even mijn gebroken klomp repareren.
Eeuwig jong
Donderdag 7 januari
De foto die wekelijks bij mijn
krantencolumn prijkt - zie links, onder de knoppenbalk -
is meer dan twaalf jaar oud. Dat is geen kwestie van
ijdelheid, eerder van lamlendigheid, waarbij ik maar
even in het midden laat van wie. De foto is ooit gemaakt
door een freelance fotograaf, ergens in 1998, vrijstaand
gemaakt (zoals dat heet) door een fotoredacteur, in een
tekstvormpje geperst, opgeslagen in een shapelibrary (de
vormenbibliotheek van het opmaaksysteem), kortom, er zat
nogal wat werk aan vast en het is altijd een gedoetje om
dat allemaal weer te veranderen. Het verzoek van de
centrale redactie in Alkmaar om een nieuwe foto te laten
maken voor mijn 'nieuwjaarscolumn' was dan ook een
gevoelige. Zouden er lezers zijn die zich verbijsterd
afvragen wie die oude vent is die hen opeens - onder
mijn naam - tegemoet grijnst? Nee, moet het antwoord
luiden. Helemaal niks gehoord. Kennelijk heeft niemand
het verschil opgemerkt tussen 2010 en 1998 en moet de
voorzichtige conclusie zijn dat ik eeuwig jong blijf.
Forever Young. Een collega van de
advertentieafdeling meende zelfs dat ik inmiddels meer
haar heb, dan twaalf jaar geleden. Ik spreek hem niet
tegen.
Woensdag 6 januari
Tegen collega's die hun vakantie
doorbrengen in de jungle van Borneo, in een ondergelopen
kolenmijn (ik verzin dit niet, het gebeurt) of een
Zuid-Amerikaanse buikloopbestemming, mag ik graag
zeggen: 'Als je er niet met de caravan kunt komen, hoeft
het voor mij niet.' Toch gaan we dit jaar - voor ons
doen - ontzettend avontuurlijk te werk. Voor onze reis
naar Ierland boeken we alleen de overtochten
Harwich-Hoek van Holland en Fishguard-Rosslare en daarna
zien we wel. Als het ons ergens bevalt, blijven we een
paar dagen staan. En anders trekken we door. Kamperen
zoals kamperen bedoeld is. Niks bespreken, er is altijd
wel een plekje te vinden, desnoods op een eenzame
landtong, aan de rand van een duizelingwekkende klif.
Zoveel Ieren zijn er niet (wij kennen alleen de zanger
Luka Bloom en zijn broer, Christie Moore). En de Ieren
die er zijn kunnen door de recessie toch niet op de
vakantie. De laatste volle dag(en) in Ierland willen we
doorbrengen in Dublin, waarna we via Dublin Port weer
naar het Engelse vasteland (Holyhead) varen. Ook die
overtocht leggen we al vast, via een zogenaamd
Landbridgeformulier (een uitkering aanvragen is
eenvoudiger) bij de Stena Line. Tenminste, dat was de
bedoeling. Al een keer of vijf ben ik er aan begonnen,
om dat tijdrovende klusje steeds halverwege af te breken
wegens verschil van inzicht met familieleden over de
vertrekdata. En nu we eindelijk alles op een rijtje
hebben, krijg ik dit:
Ik vrees toch dat het niks
voor ons is, zo'n avontuurlijke vakantie.
Dinsdag 5 januari
De journalistiek mag dan
weleens de 'linkse kerk' worden genoemd, in bepaalde
opzichten zijn we behoorlijk conservatief. Als we
anderhalf uur met elkaar moeten vergaderen op het
hoofdkantoor, gebruiken we daarvoor niet Skype of
een ander eigentijds communicatiemiddel, maar stappen we
twee uur in de auto om vanuit Leiden naar Alkmaar (en
weer terug, uiteraard) te rijden. Dat er boven het
Noordzeekanaal een flink pak sneeuw ligt, was mij
inmiddels bekend. Maar nu verliet ik rond 14 uur de
redactie ook in een vliegende sneeuwstorm, in de vaste
hoop dat ik ergens bij Haarlem zou moeten overschakelen
op mijn lage gearing - die ik tot nog toe maar
één keer heb hoeven te gebruiken - om me door metershoge
stuifduinen te ploegen. Waar heb je anders
vierwielaandrijving voor? Maar helaas, ergens bij
Haarlem ging de sneeuw over in regen en was ook de
rijksweg A9 verder goed te berijden. Een overijverige
beambte van de facilitaire dienst had bovendien een
shovel ingehuurd om het parkeerterrein van HDCmedia aan
de Edisonweg in Alkmaar schoon te vegen. Dus ja, als het
zo moet, kunnen we voortaan inderdaad beter gaan
Skypen. Hier is geen lol aan.
Maandag 4 januari
Zelf ben ik ook niet zo zoenerig, maar
een aanzienlijk deel van de werkende bevolking gaat
vandaag een zware dag tegemoet, zo blijkt uit dit
bericht van de Telegraaf-site:
Zelf was ik nog het meest geïntrigeerd
door de bovenste advertentie die Google automatisch aan
dit bericht toevoegt. Zou de zoekmachine zich daarbij
laten leiden door de tekst? Of door de foto?
Zaterdag 2 januari
Zelf hecht ik altijd aan de
traditie van Drie Koningen (6 januari) maar zodra de
jaarwisseling is geweest, komt bij mijn eega die
onstuitbare drang naar boven: de kerstboom moet eruit!
En hij stond er nog zo schitterend bij. Nog een paar
dagen mogen we er in zijn puurste vorm van genieten in
de achtertuin, daarna verdwijnt hij in de laadklep van
de gemeentereiniging. Die kluit is er alleen voor ons
gemak (dan past hij zo makkelijk in een rieten mand).
Het is hard, maar alleen onze lege wijnflessen komen
voor recycling in aanmerking.
Vrijdag 1 januari 2010
Eén rotje heb ik welgeteld
afgestoken, alleen om nog een keer te ervaren hoe dat
voelde. Maar als je kijkt ben je medeplichtig. Dus was
er voor mij vanmorgen rond een uur of elf - toen onze
hoofdvuurwerkafsteker vredig lag te ronken (ook voor hem
was het bijna half vier) - wel het ouderenpakket: de
straat schoonvegen. We waren de enigen van ons rijtje
van zeven die Oud en Nieuw thuis met vrienden vierden,
dus elke afgeknalde donderslag, rookpot, shock of
vuurpijl in een omtrek van honderd meter was voor mij.
Niettemin voelde het goed om 2010 rond het vriespunt -
als een voorbeeld voor ons allen - te beginnen met het
doen van mijn burgerplicht.
Vrouwen hebben reünies van de
zwangerschapsgymnastiek om ervaringen uit te
wisselen, maar voor vaders was er - in de
tijd dat ik met mijn columns begon -
helemaal niets. Geen zelfhulpgroep, geen
vertrouwenstelefoon en geen speciale
afdeling bij het consultatiebureau. Om die
reden ben ik begonnen met het vastleggen van
mijn ervaringen als pretvader. Eerst voor de
krant, toen in een boek, nu op deze site.
Wat is een pretvader?
Iemand die wel zijn best doet om een
volwaardige partner te zijn in de dagelijkse
strijd die opvoeding heet, maar daar volgens
zijn eega niet echt in slaagt. Iemand die
wel de kinderen naar bed brengt, maar het
speelgoed dat in hun kamers op de grond
rondslingert aan de kant schopt, in plaats
van het op te ruimen. Iemand die op
zaterdagmorgen, als zijn vrouw aan het werk
is, de nazaten om half acht voor de tv zet
om zich direct daarna in bed nog eens lekker
om te draaien. Iemand die liever meegaat
naar de basketbaltraining dan dat hij
toeziet op het leren van het huiswerk.
'Pretvaders' zijn dat, die zich - ondanks al
hun goede bedoelingen - ogenschijnlijk
alleen bemoeien met de aantrekkelijke kanten
van het opvoeden.
Deze site is voortdurend onder constructie.
Mocht u iets tegenkomen wat niet klopt,
meld het mij dan.