Pretvaderen is het centrale

thema van mijn column

die elke dinsdag verschijnt in

de dagbladen van HDCmedia

(Noordhollands Dagblad,

Haarlems Dagblad, IJmuider

Courant, Leidsch Dagblad en

Gooi- en Eemlander). Deze

site is mijn openbare kladblok:

onderwerpen of delen van het

weblog kunnen ook in de

krant opduiken. Maak kennis

met een prettige kijk op het vaderschap.

 

Dick van der Plas

 

 
 
 
 

 

     
 

 

Inkijkje

 

Vrijdag 7 mei 2010

 

Even een inkijkje in de journalistiek. Van een collega die met mij een jaar of vijftien geleden een zomerproject (De Waterkrant) deed, herinner ik me dat hij elk telefonisch afgenomen interview beëindigde met de vraag: U vindt het toch niet erg als ik er nog wat bij verzin? Hij had (heeft, moet ik eigenlijk zeggen, want hij werkt nog steeds bij het concern) een gouden pennetje en de stukjes voor de zomerpagina moesten een beetje smeuïg worden, vandaar. In bijna alle gevallen belde de geïnterviewde de collega later terug met het compliment: ,,Meneer X (ik noem geen namen, uiteraard), wat heeft u mij dit prachtig laten zeggen!''

Gistermiddag wilde ik mijn plaatsgenoot Bert van der Meij een kort telefonisch interview afnemen voor een rubriekje dat in onze krant Vraag & Antwoord heet. Ik ken Bert. Als hij op zijn terras aan de Boulevard zit, mag ik - het gebeurt helaas veel te weinig - graag even bij hem stoppen om een goed glas wijn te drinken. Eén van zijn laatste projecten is een bouwplaat van een typisch Katwijks strandhuisje, waarover ik hem wat vragen wilde stellen. Maar ik kwam niet verder dan zijn antwoordapparaat. Bert is op mei, pardon, op Meijvakantie. Niet voor één gat te vangen - en omdat het rubriekje toch vol moest - heb ik zijn antwoorden bij elkaar geknipt en geplakt uit het persberichtje dat hij me had gestuurd en de wekelijkse nieuwsbrieven die ik van hem in mijn mailbox ontvang. En dat ik er hier en daar wat bij verzonnen heb, zal Bert me niet euvel duiden. Ik heb geprobeerd het hem prachtig te laten zeggen.

 

(Klik op het scheurcliché om de tekst te lezen.)

 

 

 

   

 

Naar het  Wielerlog, Prretje'sblog of Wonen in Spanje

 
     
     
 

 

 
  Nieuw op deze site  
 
 
 

 

Column

 

Ik ben al geen held in een vliegtuig, maar als je vlak voor het opstijgen het bericht krijgt dat zowel de gezagvoerder als de co-piloot van het vrouwelijk geslacht is, moet je als man toch even wat wegslikken. Een politiek-incorrect stukje leverde het in elk geval op, met uiteraard als dieper liggende laag dat ik mijn soortgenoten en mezelf een spiegel voorhoud.

 

Angst

 
 

Trainingskamp Spanje 2010 

 
 

 

Wat is het programma, hoe wordt er getraind en hebben we het nog een beetje gezellig onderweg? Alleen wielerliefhebbers hoeven door te klikken naar het wielerlog 2010.

 
     
 

 

Het opgroeiboek

Pretvaderen, het opgroeiboek voor mannen, nu ook verkrijgbaar in de betere boekhandel, zoals Van den Berg aan de Achterweg in Katwijk aan den Rijn. Binnenkort ook weer via internet te bestellen bij HDCmedia.

 

 
       
       
       
       
Weeklog 2010  

     
 

 

Donderdag 6 mei 2010

 

De berichten over een België dat al decennia gebukt gaat onder de taalstrijd hebben voor ons, Hollanders, een hoog abstractieniveau. Ik werd pas met mijn neus op de feiten gedrukt toen ik me gisteren wilde inschrijven voor de Waalse Pijl, een toerfietsklassiekers door het Franstalige gedeelte van de Ardennen. Ik koos voor de Nederlandse tekst op de site en las het volgende:

Om deel te nemen: 

1) U kunt zich aanmelden met vrijdag van 17u tot 20u en de dag van de wandeling vanaf 5:30 
2) worden afgesloten via internet of op locatie formulier dat overeenkomt met uw galerij 220km, 166km, 130 km. In beide gevallen de handtekening nodig is. 
3) gaan betalen: zij ontvangt het frame plaat genummerd, de doos van uw reis met de recto: beschrijving van de routes en tijden van de verschillende leveringen, de omgekeerde dozen voor.
Diverse stempels: evidence. Doorgangsrechten en telefoonnummer van de macht van de dag en meer is van essentieel belang voor het recht om leveringen. 
4) naar stempel vertrek en de goede weg. 

Faciliteiten: 

1) toiletten en douches zijn beschikbaar. 
2) een kleine bar en het restaurant zijn de hele dag open. 
3) vakken van vrijstelling voor kleine verwondingen alle posities, beginnend en benzinestation. 
4) Een reeks van kaarten met verschillende routes routes beschikbaar zijn. 
5) Een stand te bekijken en te kopen van de foto's om te gaan, de opnamen werden gemaakt op de top van de Col de la Redoute na Remouchamps. 
6) Neem contact op voor foto's www.actionphototeam.com info@actionphototeam.com
7) deelstukken voor grote groepen en deelnemers buiten de normen. 

Tips: 

1) Respect voor de regels van de weg nog steeds vereist. 
2) Zijn de reparatie zelf op een fiets en in perfecte conditie. 
3) Wees zeer voorzichtig, want de ervaring ongevallen gebeuren tijdens fatigues en kleine wedstrijden cyclo veroorzaken afleiding!!!!!!! 
4) Wees goed voorbereid en opgeleid om het plezier om te rijden en te genieten van het landschap. 
5) Volg de wegmarkeringen samengesteld uit onze symbool in het geel.
 en bifurcaties van verschillende afstanden.

Het is me opeens allemaal volkomen duidelijk. De kloof tussen Vlamingen en Walen is onoverbrugbaar.

 
 
 
 

 

Woensdag 5 mei 2010

 

Een rare foto, op Bevrijdingsdag? Nou, echt niet. Twee schilders - mijn buurjongen Arjan en zijn maat - bevrijden mij vandaag van het tijdrovende klusje om zelf de buitenboel in de verf te zetten. Na het voorbereidende werk in de afgelopen week, gaan ze vandaag de hele dag door, zodat alles vanavond af is. Kan ik - heel bevrijdend - een stukje gaan fietsen.

 
 
 
 

 

Dinsdag 4 mei 2010

 

Ze gruwt van welke vorm van nationalisme dan ook, maar voor Dodenherdenking mag mijn eega graag een uitzondering maken. Het is ondenkbaar dat we op 4 mei de twee minuten na 20 uur niet in stilte doorbrengen, liefst op een - bij voorkeur sfeervolle, want gevoel is minstens zo belangrijk - plechtigheid in de regio. In 2009 waren we met onze nazaten bij de oorlogsgraven aan de Oude Zeeweg in Noordwijk, dit jaar wilde ze ons meekrijgen naar de 'oer'-herdenking op de Waalsdorpervlakte, bij Scheveningen. Goed idee, sprak ik aarzelend, maar ik heb ook een praktische kant. Hoe komen we er? Op de herdenkingssite zag ik dat de eerste belangstellenden - vorig jaar ruim 3000 - zich al om 18 uur verzamelen, terwijl de voorkant van de stoet pas om 19.40 uur naar het monument vertrekt. De laatste bezoeker wandelt doorgaans rond 22.00 uur langs de beroemde bourdonklok. Je auto moet je zien kwijt te raken ergens in een woonwijk van Den Haag (en dan te voet naar het begin van de tocht), op de gewone fiets is het vanuit Katwijk al gauw een klein uurtje. En dan moet je nog terug ook. Toegegeven, in het licht van de ontberingen die onze groot- en overgrootouders in de Tweede Wereldoorlog moesten doorstaan, is het klein ongemak. Maar bij de jongste generatie slonk het enthousiasme om de herdenking op de Waalsdorpervlakte - waar het na zonsondergang erg koud kan zijn, waarschuwt de site - mee te maken, al bij voorbaat tot het nulpunt. 'Ik moet bovendien om 18.15 uur nog trainen', aldus onze zoon, die als het hem uitkomt óók een hele praktische kant heeft. 'Nou ja, als het zo ligt', deed ook ik een duit in het zakje, 'dan kan ik nog een stukje fietsen, zonder dat de gevallenen eronder lijden.' Zo heeft een driekwart meerderheid in ons gezin er vrede mee dat we vanavond de Dodenherdenking comfortabel voor de buis mee maken.

 
 
 
 

Maandag 3 mei 2010

 

Zelf was ik negentien jaar een overtuigde (zachte) lenzendrager, totdat het toenemende ongemak me (weer) naar de bril dreef. Nu ik inmiddels zo'n twintig jaar de oogprothese draag, lijkt de geschiedenis zich in ons huis te herhalen. Het schrikbeeld van de beugel is afgewend en onze zoon wil ook van zijn bril af. Mijn wijze raad dat het allemaal wel een behoorlijk gedoe is, lenzen, is aan hem niet besteed. Net als de tijden zullen ook de lenzen wel veranderd zijn, denkt hij, en ik kan hem er uiteindelijk geen ongelijk in geven. Komende zaterdag moet hij naar de opticien en in de aanloop daar naartoe, moet hij alvast oefenen om zijn vinger in zijn oog te steken zonder te knipperen. Na twintig jaar kan ik dat nog steeds, wat handig is bij het verwijderen van losse haartjes of vliegen. Maar dat is dan ook het enige gemak wat ik aan de lens heb overgehouden.

 

Deze column schreef ik precies vier jaar geleden over het moment dat onze zoon aan de bril moest. Ook dat bleek een veel minder groot drama dan ik - met mijn eigen historie - had voorzien.

 

Trauma

Om het grootste trauma van mijn jeugd op de juiste waarde te schatten, is het goed om eerst kennis te nemen van het op een na grootste. In het lokaal hangt de gespannen stilte die normaal alleen door rammelende magen wordt verstoord. Ik zit in klas 5 van de lagere
school en heb me opgegeven voor Franse les, nog onwetend van het feit dat mijn stotterhandicap zich pas in volle hevigheid openbaart onder invloed van zachte mediterrane medeklinkers en de harde blik van meester Van Eessen. Ik blijf hangen in een zin die begint met 'Je
suis' en probeer minutenlang met open mond een klank te vormen die
mijn keel maar niet wil verlaten. Twintig paar ogen kijken me
gebiologeerd aan, als naar de doodstrijd van een vis op het droge, als
er uit mijn rode, gebogen hoofd opeens een druppel uit m'n neus valt,
midden op mijn lesboek. Het is even stil, maar dan krijst Evelien van
Santen - pestwijf! - wat iedereen al heeft gezien: 'Er valt een
druppel uit zijn neus!' Maar nu durven ze er wel massaal om te lachen.

 

 

Veel erger nog dan die druppel vond ik dat ik datzelfde jaar een bril
moest. Niet zo'n bijna onzichtbaar Balkenende-brilletje van
tegenwoordig, maar een donkerbruine, hoornen geval dat mij veranderde
in een combinatie van Klark Kent - voor zijn transformatie tot
superman - en Rick de Kikker. Ik ging naar school in een tijd dat het
nog gemeengoed was om lichtverstandelijk gehandicapte klasgenootjes te
treiteren, kinderen met een afwijkende haarkleur voor 'rooie' uit te
schelden en beugelbekkies - toen nog een zeldzaamheid - slissend na te
praten.


Ik droeg mijn bril alleen thuis bij het tv kijken. Op weg naar school
stopte ik hem in mijn zak en ik herinner me een zomer met tropische
temperaturen die ik volledig binnenshuis doorbracht, om de
buitenwereld maar niet met een gezichtsprothese onder ogen te hoeven
komen. Met mijn afwijking van min vijf raakte ik geleidelijk aan
vertrouwd met een vervagende samenleving en viel ik pas door de mand
toen ik in dienst op moest voor het certificaat Schutter Derde Klas,
en als een Antwerpse skinhead om me heen maaide met een
halfautomatisch geweer. Daarna brachten zachte lenzen uitkomst.


Vrijwel even oud als ik toen, is mijn zoon nu ook toe aan een bril.
Vanaf zijn plekje vooraan in de klas is het schoolbord nog net te
ontcijferen, maar voor de televisie moet hij op anderhalve meter gaan
zitten om de ondertiteling te lezen. Tijdens de meivakantie wijst hij
ons op een konijntje, dat op het veld voor onze caravan dartelt. Een
konijntje? Wij zien alleen een te dikke bruine vrouwtjeseend naar de
glijbaan waggelen.


Met alle ervaringen uit mijn eigen jeugd bereid ik hem zorgvuldig voor
op zijn leven met een bril, houd hem voor dat hij steeds de regie in
handen heeft, er heel geleidelijk aan mag wennen en hem pas in het
openbaar op hoeft als hij meent er geestelijk klaar voor te zijn. Hij
krijgt een rechthoekig designmontuur aangemeten, met pootjes die - als
bij jetset zonnebrillen - recht naar achteren staan. Als ik met de
opticien de formaliteiten afhandel, zie ik hem een paar meter achter
me zichzelf vanuit alle hoeken in de spiegel bekijken. ,,Zal ik je
bril in de koker doen?'', vraag de mevrouw van de winkel nog, nadat
ook zij hem de raad heeft gegeven om eerst voorzichtig te beginnen met
een paar uurtjes binnenshuis. Maar nee, hij wil hem meteen op.
Kaarsrecht zit hij naast me op zijn fiets, met de verbijstering van
een eendagskuiken de wereld in zich opnemend. Als we stilstaan voor
verkeerslichten laat hij zijn montuur steeds een beetje zakken, om
zijn wazige wereldbeeld even te vergelijken met de scherpe blik die
hem zojuist weer is gegund.


Als we op een paar honderd meter van ons huis zijn, slaat hij rechtsaf
naar een speelpleintje waar hij zijn vriendjes weet. ,,Zou je dat nou
wel doen?'', roept de pedagoog in mij hem nog na, maar tevergeefs. De
hele avond snelt hij naar buiten, als hij vanuit de woonkamer een
bekende voorbij ziet gaan, om dan heel nonchalant in de deuropening
'Hallo' te zeggen en zijn bril precies in het blikveld van de
voorbijganger te positioneren.


De dag erop gaat hij naar school, met bril, talloze vermaningen en
goede raad over de wreedheid van de hedendaagse jeugd negerend. Jozias
van Aartsen, daar doet hij me aan denken, als ik hem met grote
waardigheid en immuun voor welke aardse aantijging dan ook, de paar
honderd meter naar het plein zie schrijden.


Als jeugdtrauma had ik meer werk moeten maken van die druppel uit mijn
neus, bedenk ik me beschaamd. Dat van die bril sloeg nergens op.

 

 
 
 
 

 

Zaterdag 1 mei 2010

 

De mooiste muziek wordt niet gemaakt in stadions of megalomane hallen, waar het publiek als slachtvee bijeen wordt gedreven. De pareltjes opereren in de marge, op tochtige pleintjes of in bedompte zaaltjes, waar het merendeel van de gasten meer oog heeft voor elkaar en voor de bierpomp dan voor de artiest die met bezieling zijn nummers brengt. John Carrie and Moor Green speelden gisteren in Sassenheim, op het pleintje bij de Oude Haven, waar de koninginnedagvierders zich vooral ophielden rond de terrassen van de cafés. Geen gillende jonge meiden vlak voor het podium, alleen die ene aandachtige luisteraar met zijn fiets die niet wist hoe snel hij moest wegkomen toen de mannen echt los gingen.

 

 

 

Een preview van steeds 30 seconden van de twee albums van John Carrie en Moor Green staat hier. Gewoon bij elk nummer even op Play drukken. Mijn voorlopige favoriet: Easy Chew, nummer 8 van hun laatste album.

 
 
 
 

 

Vrijdag 30 april 2010

 

Bij het doorbladeren van de feestgids van onze lokale Oranjevereniging bekroop mij sterk het gevoel dat ze voor vandaag de editie van 1956 hadden herdrukt. Ik zag mezelf alweer zwalken van de kindermarkt naar het spuitvoetbal, en van het vrouw sjouwen naar het Nederlands kampioenschap makreel roken op de Boulevard. Totdat - omdat ik in mijn dagblad ook de feestprogramma's van de hele regio moet plaatsen - mijn oog viel op het Havenfestival in Sassenheim waar een Iers bandje optreedt dat wel eens kan uitgroeien tot mijn favoriet voor 2010: John Carrie and Moor Green. Alternatieve, rockende folksongs, mooie ballads en soms een scheutje reggae. Van 14.45 tot 15.30 uur staan ze op het podium van de Oude Haven in Sassenheim. Het kost niks.

 
 
 
 

Donderdag 29 april 2010

 

Bij sommige krantencolumns verwacht je al tijdens het tikken dat er een stortvloed van verontwaardigde mails over je wordt uitgestort. En onwillekeurig probeer je dan nét wat zorgvuldiger te formuleren en je hier en daar ook wat in te dekken. Zo ook bij de column 'Angst', die vorige week donderdag in de dagbladen van HDCmedia stond. Voor de niet abonnees is het goed om er eerst even kennis van te nemen, door hier  te klikken.

 

Bent u daar weer?

De reacties kwamen wel, maar waren toch anders dan ik had gedacht. Ik selecteer drie opvallende. Deze is van een 61-jarige lezer uit Leiden:

 

Met veel plezier  lezen mijn vrouw en ik altijd uw columns.

 

Zo ook bovengenoemde van vandaag. Een zeer humoristisch en informatief artikel. Wat mij echter het meest opviel was uw omschrijving van die Engelse mevrouw.

 

Zowel in de gesproken als in de geschreven media wordt mijns inziens vaak ten onrechte het woord dame gebruikt om aan te tonen dat het niet om een man maar om een vrouw gaat.

 

Niet iedere vrouw is automatisch een dame.

 

Niet helemaal wat ik als de kern van mijn stuk beschouw, maar toch interessant. Een lezeres (woonplaats onbekend) wilde vooral haar ervaringen met mij delen:

 

Vorig jaar vloog ik ook naar of van Valencia met een vrouwelijke gezagvoerder en aangezien ikzelf ook vrouw ben moet dat mij deugd doen, toch?? Eenmaal in de lucht heeft zij zeker een kwartier voorin staan praten (vrij luid) en toen we gingen landen zette zij de Boeing ook nu niet bepaald zachtzinnig aan de grond....

 

Een lezeres uit IJmuiden kwam wel tot de kern:

 

Moest hartelijk lachen om uw schandelijke bekentenis, dat u een 'paniekaanval' kreeg toen u hoorde vervoerd te worden door twee vrouwelijke piloten.
Terwijl de wetenschap het ene na het andere feit aanvoert dat vrouwen principieel veiliger vervoeren dan mannen.


Uw angst zij u toch vergeven. Die zit zo diep in het macho-systeem dat een man wel een heel erg moderne westerse filosoof moet zijn om daar een beetje bovenuit te kunnen redeneren.


Ik beken intussen retour dat ik (als vrouw) altijd heel goed oplet in het autoverkeer of dat niet onveilig gemaakt wordt door een man, speciaal door zo'n testosteron-gestuurd manneke van tussen de 18 en 24 jaar (dat volgens de cijfers tot de grootste verkeersmisdadigers behoort en voor straf ook tot de meeste dodelijke slachtoffers).
Terwijl vrouwen dusdanig bewezen veiliger verkeersdeelnemers zijn dat er zelfs speciale goedkopere autoverzekeringen bestaan voor vrouwen.
Laten we aannemen dat voor piloten ongeveer dezelfde cijfers gelden als voor automobilisten, dan zijn mijn gevoelens gebaseerd op feiten, en de uwe op antieke macho-vooroordelen.

Tot slot nog een aardige en misschien instructieve familie-anekdote:
Mijn dochter vaart als kapitein de wereldzeeën rond. Als ze af en toe moet aanmeren in een land waar mannen uw klassieke mannenangsten delen, over vrouwelijke gezagvoerders (zoals in het Midden-Oosten, in Zuid-Amerika) dan vraagt zij graag een bemanningslid of mannelijke passagier om voor kapitein te spelen, om gezeur, moeilijkheden en ongemak te voorkomen. Dan kiest ze een man van een jaar of 50 uit, het liefst eentje met baard, en vraagt hem om naast haar bij de reling te gaan staan waar douane of loods aan boord gaan komen. En ja hoor, meteen als loods/douane aan boord komt schudt die de baardige man de hand, en negeert mijn dochter. Dan schuifelt zij als een soort secretaresse achter de delegatie aan. Om ten slotte onder verbaasd gelach van de lokale macho's en de komediespelende namaakkapitein de papieren te tekenen.


Het erge is, dat ze niet zonder deze komedie kan: als ze zichzelf meteen als kapitein presenteert, kost het soms wel twee dagen om ingeklaard te worden.
Lacht u nog?


Wij lachen hier thuis wel om, maar misschien is het in het licht van alle ongelijkheid toch niet zo heel erg leuk?

 

Ik hoop dat ze begrijpt dat ik met mijn columns mijn generatiegenoten - ja, ook in het Midden-Oosten en Zuid-Amerika en, vooruit, ook mezelf - een spiegel voor houd.

 
 
 
 

 

Woensdag 28 april 2010

 

Als fan van Lance Armstrong heb ik me in een ver verleden opgegeven voor de nieuwsbrief van zijn Livestrong-organisatie, niet wetende dat ik me daarmee verbond aan een club die een gezonde levenswandel hoog in het vaandel heeft staan. Een paar keer per week ontvang ik mailings met blijmoedige teksten die zo van de producenten van Oprah Winfrey lijken te komen. Na een dag waarop ik me in de kantine van ons hoofdkantoor in Alkmaar weer heb laten verleiden door een enorme gehaktbal met pindasaus, kreeg ik gisteren van Livestrong de fastfood-quiz toegestuurd. De eerste vraag luidt:

 

1. Which of the following contains the MOST calories?
a) Burger King whopper with cheese
b) McDonald's double quarter pounder with cheese
c) McDonald's Selects (10 pieces) 
d) Wendy's Big Bacon Classic

 

Van een collega die veel vragen bedenkt voor populaire quizzen in de horeca, weet ik dat hij er - om de vrouwen een beetje voor te trekken - altijd zo'n calorievraag instopt. Vrouwen weten dit soort dingen. Mannen willen ze niet weten. Die krijgen er alleen maar enorme trek van. En komen met belangwekkende tegenvragen: waarom hebben wij hier in Nederland geen Wendy's?

 
 
 
 

 

Dinsdag 27 april 2010

 

Eén van de gezegden uit het Nederlandse taalgebied die mij op het lijf is geschreven, luidt: Gemak dient de mens. Vandaar dat ik gistermorgen even wat later naar de redactie reed omdat ik aan de overzijde van de straat, bij het Lidl-filiaal, mijn slag moest slaan. Onze trektocht door Ierland dreigde in een logistieke nachtmerrie te veranderen nu beide nazaten te kennen hebben gegeven elk in een eigen tentje te willen slapen. Weg van het gesnurk van hun vader in de caravan en het alwakend oog van hun moeder. Maar ik zag me al om de dag - want we gaan campinghoppen - uren met stokken, zeildoek en rotspennen in de weer om een bescheiden tentenkamp naast onze sleurhut op te bouwen. Totdat mijn oog het afgelopen weekeinde viel op een reclamefolder waarin al mijn vakantiemuizenissen in één keer werden opgelost door: de werptent! Een pakketje ter grootte van een fietswiel dat je in de lucht gooit en hoppa, daar staat de tent. Vier harinkjes in de grond en vaders kan tevreden met een Guinness zijn ligstoel opzoeken. Waaien en regenen doet het nauwelijks in Ierland, heb ik me laten vertellen, en anders is een klop op de deur voldoende om het kroost weer binnen te halen. Voor nog geen 5 tientjes mag het - ondanks de beloofde 3 jaar garantie - ook gewoon een wegwerptent zijn, natuurlijk.

 

 
 
 
 

 

Maandag 26 april 2010

 

Wij mannen hebben de naam nogal kleinzerig te zijn. Ten onrechte. Er is ons gewoon veel aan gelegen om snel weer fit te worden. Vandaar dat ik in twee dagen tijd de bovenstaande collectie aan wondverzorgingsproducten aanschafte (of door onwillige huisgenoten liet halen). Ik ben begonnen met losse Betadine uit een flesje (linksonder) en losse gaasjes (midden), stapte daarna over op de absorberende kompressen (niet op de foto, die zijn inmiddels op), vervolgde met de steriele Betadinegaasjes (rechtsonder), kocht ondertussen ook schaaf & brandwonden zalfgaas (tweede van linksonder), eilandpleisters (voor grote wonden, linksboven) en steriel afdekgaas (rechtsboven). Twee van deze drie artikelen zijn nog ongebruikt, maar je kunt het maar in huis hebben. Op advies van een fietsmaat kocht ik tot slot de parafinekompressen (midden boven, een doos van tien), waarvan ik er inmiddels slechts twee doorheen heb gejaagd. Want het best voel ik me toch als ik de wond gewoon in de open lucht laat drogen. Dat kost niks, inderdaad, maar wanneer je als man je huisgenoten en verdere familieleden het hele weekeinde op een halve blote kont met een open wond trakteert, is het wéér niet goed!

 
 
 
 

 

Zaterdag 24 april 2010

 

Voor al die avonden op de fietsclub en weken op trainingskamp moet je thuis compensatiepunten opbouwen. Hedenmorgen derhalve besteed aan het opruimen van de schuur en het in de file staan bij de gemeentelijke milieustraat om overtollig tuinhout, nutteloos ijzerwerk, een step, kapotte strandspullen, kilo's aan poetsdoeken voor mijn fietsen, een garnalennet, een bouwhelm, een tuinslang en ander ongeregeld spul in te leveren. Nu alleen nog het plafond van de badkamer witten en de zolder opknappen - het buitenschilderwerk heb ik inmiddels succesvol uitbesteed aan de buurjongen - dan kan ik er weer een jaartje tegen.

 

 
 
 
 

Vrijdag 23 april 2010

 

Harde woorden heb ik op deze plek gesproken over het eerzame beroep van orthodontist, hiertoe mede aangezet door geluiden uit mijn omgeving, de Tweede Kamer en allerlei zorginstanties. Zij duiden de betreffende beroepsgroep nog net niet aan als criminele organisatie, maar veel scheelt het niet. Ook onze zoon dreigde in de handen te vallen van deze bende grootverdieners, maar wist - onder meer dankzij een moeder die haar rug recht hield - te voorkomen dat zijn minieme gebitsafwijking van een peperduur ijzerbeslag werd voorzien. Met angst en beven wachtte ik - als schatkistbewaarder in dit gezin - de nota af van de orthodontiepraktijk, waar men ongetwijfeld niet zou terugdeinzen voor een fikse ingreep in onze maandelijke wedde. Fietsuitgaven werden even op een lager pitje gezet. De lokale Beach Boetiek werd geïnformeerd over het feit dat voor mijn eega voorlopig een kledingaankoopstop bestond. De route naar de dichtstbijzijnde voedselbank werd in de TomTom onder de favorieten gezet. Met trillende vingers scheurde ik gistermiddag de factuur open. Dan maar niet op vakantie, ging er door mij heen. Of nog maar een hap uit de overwaarde van onze woning nemen. Maar niets van dit al. Een luttele 24,72 euro brengt de orthodontist ons in rekening. Geen kwaad woord derhalve meer over deze weldoener, deze sieraad voor de gezondheidszorg, deze gebitsfilantroop. Of het moet van mijn eega zijn, die altijd de neiging heeft om 24,72 euro voor een onderzoek van twee minuten naar een uurtarief om te rekenen. Alsof de orthodontist het nog niet moeilijk genoeg heeft.

 

Dit meende ik enkele weken geleden nog in mijn krantencolumn over de 'ortho' te moeten schrijven.

 
 
 
 

 

Donderdag 22 april 2010

 

Vakantiegangers, zakenlui, luchtvaartmaatschappijen, vliegvelden: de gedupeerden van het 'knettergekke besluit het luchtruim te sluiten' (citaatje van sterrenkundige Rudolf le Poole op de voorpagina van mijn krant van gisteren) zijn gemakkelijk te duiden. Maar deze week zag ik aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk ook de - voor heel even - werkloze Joris Linssen van het programma 'Hello Goodbye'. Simpele formule, mooie tv. Schaar je onder de wachtenden in de aankomsthal, duikel een mooi verhaal op (hoef je niet zelf te doen, een goede redactie volstaat), maak een praatje en wacht op het moment dat de schuifdeuren open gaan en ontvangstcomité en verloren zoon of dochter met elkaar worden herenigd. Vorige week dinsdagavond liep ik tegen 18.30 uur, komende vanuit Valencia, door diezelfde deuren recht in de camera van 'Hello Goodbye'. Goh, ze heeft me toch meer gemist dan ik had gedacht, ging er even door me heen, maar omdat ik op dat moment nog zeker een kwartier moest wachten voordat mijn eega me zou komen afhalen, verdween dat besef even snel als het was opgekomen. Om de tijd te doden - en omdat het binnen warmer was dan buiten - ben ik bijna een kwartier blijven wachten op de roerende ontmoeting die de Hallo Goodbye-ploeg spontaan wilde vastleggen. De cameraman kreeg een slapende schouder, de geluidsman een lamme arm, de redactrices een paar stalpoten. Maar er kwam niemand. Ook Joris Linssen was in geen velden of wegen te bekennen. Afijn, uiteindelijk moest ook ik toch naar buiten omdat mijn vrouw was gearriveerd, dus laat ik u hier net zo onbevredigd achter als ik vorige week dinsdag was.

 
 
 
 

 

Woensdag 21 april 2010

 

Voor ons, Westerlingen, zijn de verhalen die mijn collega Paul de Vlieger - afkomstig van de boerderij - in de kantine van ons krantenbedrijf over het leven op het platteland vertelt, zedenschetsen van een andere planeet. Niettemin mag ik graag luisteren naar zijn smakelijke anekdotes over het onverdoofd castreren van varkens, het afsnijden van bokkenstaarten met een roestig mesje, het voeren van uit de boom geschoten maar nog half levende meeuwen aan de varkens, de avonturen van Herman de sekseend (die alles besprong wat veren had: kippen, pauwen, ganzen, het maakte niet uit, en dat de hele dag door), de lucratieve handel in eenden, duiven en varkens die hij er als lagere schoolknaap op na hield en de lotgevallen van Gerrit Been, Piet Knoest en hoe die andere oerfiguren uit de polder ook allemaal mogen heten. Menig stagiaire was in het verleden tot tranen toe geroerd - of in elk geval tot het uiten van afschuw bereid - als De Vlieger tijdens het eten weer op de proppen kwam met een waargebeurde dierenhistorie met een lage aaibaarheidsfactor. Maar deze periode tovert hij met zijn kantineverhalen alleen blikken van herkenning op het gelaat van onze Jojanneke - een studente Taalwetenschappen uit het landelijke Waddinxveen - die net zo makkelijk meepraat over het afhakken van kippenkoppen, het rapen van eieren en noodslachtingen waarbij ter plekke een pen door de kop van het dier wordt geschoten. Er schijnt een foto van haar in omloop te zijn waarop ze als 8-jarige aan de peesjes trekt van twee afgehakte kippenpoten. ,,Wat een vrouw'', verzuchtte collega Paul, toen hij dit hoorde. ,,Ze kan leuke stukjes tikken en een geit melken. Wat wil je als man nog meer?''

 
 
 
 

 

Dinsdag 20 april 2010

 

Het is een witte bladzijde in de vaderlandse wielergeschiedenis, maar Peter Winnen en ik hebben ooit samen gekoerst. Op een spreekbeurt in de Katwijkse bibliotheek moest ik hem er gisteravond aan herinneren, maar toen wist hij het weer: het Nederlands Kampioenschap voor Journalisten in Boekel (2006). De oud-winnaar van de etappes naar Alpe d'Huez (tweemaal) en ik bungelden een paar ronden lang achterin een peloton dat met 45 tot 50 kilometer in het uur een bochtig stratenparcours aflegde in de geboorteplaats van Leontien van Moorsel, toen ik er - met nog wat ongelukkigen - af waaierde, waar de taaie Winnen op het tandvlees standhield. Er zat nog iets van oerkracht in dat kleine mannetje, dat in de bieb verlegen en een beetje onwennig vertelde over zijn carrière. Zoals zoveel schrijvers moet hij het niet van een gelikte presentatie maar van zijn pennetje hebben. Net toen hij een beetje los kwam bij de vragen uit een goed gevulde zaal, maakte de CAO voor bibliotheekpersoneel een eind aan het genoeglijk samenzijn. Tien uur is tien uur. Maar toen had ik mijn twee Peter Winnen-bundels al binnen, inclusief handtekening en opdracht van de meester zelf: Voor Dick, leesgenot en tot ziens in de waaier van Boekel!

 

 

Dit schreef ik er destijds over op mijn log:

 

 

Fietsles in Boekel

 

Bij de start in Boekel had een veteraan uit het peloton me al gewaarschuwd:  veertig kilometer per uur rijden in een groep, dat kan iedereen. Maar om op een stratenparcours - met veel bochten, klinkers en dranghekken - het gemiddelde ver boven de veertig te houden, dat is andere koek. Tien meter na het startschot van het Nederlands kampioenschap wielrennen voor journalisten zit mijn hartslag al op 180 en loopt de snelheid, na de eerste haakse bocht, meteen op tot 45 kilometer. Dat duurt een paar rondjes, en daarna zakt het soms wat af, had de veteraan me ook gezegd. Zo lang moet ik het zien vol te houden. Maar dat 'soms' zit me dwars. Soms zakt het tempo ook niet af, dus.

 

Een paar rondjes met een hartslag van 180 rondrijden, dat lukt me wel. Maar een uur? Met mijn 46 jaar en 86 kilo ben ik gebaat bij een regelmatig tempo. Maar dat is me niet gegund, tijdens deze jakkerrondjes rond de kerk. Het voortdurende afremmen en weer optrekken naar topsnelheid is funest voor een oude man. Ik rij een paar rondjes in het wiel van oud-Touretappe-winnaar en columnist Peter Winnen, bij wie ik ook sporen van vermoeidheid denk te zien. Maar, en dat is in het verleden wel gebleken, hij is veel taaier dan ik. Met een paar lotgenoten schakel ik een tandje lichter naar een gemiddelde van zo'n 38 kilometer, wat ik op dit parcours wel kan volhouden.

 

De winnaar was uiteindelijk 22 jaar jonger en 14 kilo lichter dan ik, maar komt wel van hetzelfde concern: eliterenner Kasimir den Hertog, van de Alkmaarsche Courant, ook een uitgave van HDCmedia. Zo'n type dat af en toe en stukje schrijft en verder vooral fietst. Ik zou graag op deze plek hebben gemeld dat ik de eindsprint voor hem aantrok, maar helaas, zo mocht het niet zijn. De speaker had het steeds bemoedigend over de 'achtervolgers', als wij met ons drietjes passeerden, maar voor ons gevoel waren we de 'gelosten'. Toch duurde het nog tot drie rondjes voor het einde voordat de kopgroep ons dubbelde, en wij het parcours moesten verlaten. Ik mocht nog wel sprinten voor de 25ste plek, maar uiteindelijk waren mijn twee mede-achtervolgers in geen velden of wegen meer te bekennen.

 

Uiteindelijk was ik wel als eerste bij het buffet. En dat is ook wat waard, op zo'n dag.

 
 
 
 

 

Maandag 19 april 2010

 

Na een optreden in 1975 van The Boss schreef journalist Jon Landau: Ik heb de toekomst van de rock-'n-roll gezien en zijn naam is Bruce Springsteen. Zo'n 35 jaar later schrijft journalist Dick van der Plas op zijn weblog: Ik heb de toekomst van het Katwijkse basketbal in de ogen gekeken en het team heet Grasshoppers J42. De tweede helft van de wedstrijd tegen de Aardamse Basketbal Club (ABC) was het beste wat ik ooit van ze heb gezien. Toegegeven, de eerste helft zag het daar nog niet naar uit. Het duel ging redelijk gelijk op, maar tot een paar minuten voor de rust keken onze mannen voortdurend tegen een kleine achterstand aan. Toen, op het eind van de tweede periode, opeens alles op zijn plek begon te vallen. Al die uren dat coach ArendJan erop had getraind, alle decibellen die hij ook deze middag weer de sporthal in schreeuwde, betaalden zich eindelijk uit: het team ging pressie zetten, de technische mannetjes van ABC raakten de kluts kwijt en bleken geen bal meer fatsoenlijk te kunnen raken. De kleine voorsprong van Grasshoppers bij rust werd in hoog tempo uitgebouwd: niet alleen door de vaste waarden Marvin en Steven, nee, de hele ploeg leek zichzelf naar een hoger niveau te tillen. De bal ging snel rond, spelers vonden elkaar blindelings en waar J42 in de regel erg veel kansen nodig heeft om te scoren leek het netje nu opeens een magische aantrekkingskracht te hebben. Al die maanden van knarsetanden langs de lijn waren vergeten, tijdens twee perioden van wervelend basketbal in een wedstrijd die eindigde met  - zeker gezien het verloop voor rust - een monsterscore: 86-41. Halleluja. Rest mij toch nog enigszins voorzichtig te eindigen met een citaat van een andere (anonieme) grootheid uit het Nederlandse taalgebied: één zwaluw maakt nog geen zomer.

 
 
 
 

Zaterdag 17 april 2010

 

Het was druk, gisteravond in de kleine zaal van het hoofdstedelijke Paradiso, waar ik de vrijdagavondtraining van de wielerclub opgaf voor The Unthanks, het bandje van de Britse zusjes Rachel en Becky Unthank. Wonderschone folk uit Northumberland. Niet altijd zo rustig en ingetogen als op dit fragment uit het programma van Jools Holland - luister maar naar hun cd's - maar dit nummer is wel typerend voor hun muziek: Here's the tender coming (zo heet ook hun laatste plaat). De volgende keer in Paradiso zal de kleine zaal te klein zijn.

 

 

 

 
 
 
 

 

Vrijdag 16 april 2010

 

Als die vulkaan een paar dagen eerder was uitgebarsten, had ik zomaar een tijdje aan mijn Spaanse trainingskamp kunnen vastplakken. Nu zat ik op de zolder van ons huis, mijn tijdelijke verbanningsoord, op een houten bureaustoel achter een oude computer een bardienstschema voor de wielerclub in elkaar te draaien en met een schuin oog naar de uitreiking van de 3FM-awards te kijken. Had mijn dochter een feestje? Stond het parket van de woonkamer in de langzaam drogende was? Had ik ruzie met mijn vrouw? Warm. Geen ruzie, maar zij was het wel die me naar boven stuurde omdat ze als gastvrouw van haar boekenclubje geen kritische poppenkijkers (De criticus is de strateeg in het kamp van de literatuur - Walter Benjamin) in haar directe omgeving wenste. Zelfs de weekendboodschappen moest ik, uiteraard onder protest, voor half acht hebben gedaan en ingeruimd, omdat ik anders de beraadslagingen over de wereldliteratuur zou kunnen verstoren (De Nederlandse literatuur wordt helaas niet alleen door de Nederlanders zelf voor onbeduidend gehouden - Willem Frederik Hermans). Een bescheiden dienblad met een kop koffie en een stukje quarktaart (dat dan nog wel) kreeg ik mee omhoog, maar verder was het niet de bedoeling dat ik mijn gezicht liet zien (Wie mens wil zijn moet pijn lijden - J. van Oostenbrugge). Nou ja, ik heb er in elk geval weer een logje aan overgehouden, voor wat het waard is, tenminste. (Het verschil tussen journalistiek en literatuur is, dat journalistiek onleesbaar is en literatuur niet wordt gelezen - Oscar Wilde).

 
 
 
 

Donderdag 15 april 2010

 

Op 23 maart had ik deze al beloofd, maar u had hem nog steeds tegoed: mijn tiende column voor het maandblad De Rebound van de Katwijkse basketbalclub Grasshoppers.

 

 

 

 

 

 

Ophalen

Het telefoontje kan niet op een ongelukkiger moment komen. Net als ik in de damp van een uitdruipende pan tagliatelle boven de spoelbak hang, met naast mij een goed gegaarde ovenschotel met kabeljauw, meldt onze zoon zich. ,,Kun je me even komen halen? De training is afgelopen.’’

Nu is het zo dat de basketbaltrainingen al een behoorlijke wissel op ons gezinsleven trekken doordat ze – in de leeftijdscategorie van onze jongste nazaat – bij voorkeur onder etenstijd worden gegeven. Kennelijk ligt de zaalhuur dan wat lager, al hebben we dat nog niet in de contributie mogen merken. Er zijn weken dat ons lid van J42 het drie keer in de week zonder warme maaltijd moet doen omdat hij a: te gehaast is om vóór de training te eten en b: na de training geen trek meer heeft. Dat hebben wij weer: de enige persoon ter wereld die zijn trek verliest door lichamelijke inspanning bevindt zich uitgerekend in ons gezin.

Het voordeel van zijn gevorderde leeftijd (13) is inmiddels wel dat ik hem niet meer van en naar de training hoef te brengen, zodat míjn maaltijd er in elk geval niet bij inschiet. Behalve dan in dit onderhavige geval dat zijn moeder hem – na een bezoek aan een trendy kapper in Rijnsburg (hebben we die in Katwijk niet?) – om tijdswille met de auto heeft afgezet bij de sporthal, met het uitdrukkelijke verzoek aan mijn adres om onze zoon daar weer op te halen. Zelf werkt ze, op vrijdagavond, vandaar.

Hoe laat? Nou, ergens tussen zeven en half acht. Maar het kan ook zomaar een kwartier eerder zijn, als ik net aan mijn Italiaanse koningsmaal wil beginnen. ,,Kun je het niet weer even in de oven zetten?’’, oppert mijn zoon weinig begripvol, als ik zeg dat hij maar even een kwartiertje moet wachten. ,,Daar wordt verse tagliatelle in de regel niet beter van’’, zo geef ik hem zijn eerste kookonderricht.

Niettemin prop ik het spul zo gehaast naar binnen dat de blaren op mijn gehemelte staan en race ik naar Cleijn Duijn. Wat een geweldige sporthal is dat toch. Je kunt je auto fatsoenlijk en gratis kwijt, er is een ruime kantine waar een geagiteerde zoon best een kwartiertje voor de flatscreen-tv op je kan wachten en er zijn maar een paar kleedkamers die je moet aflopen om hem te vinden. Maar hij is nergens. In de kantine bouwt een rockband zijn installatie op, maar tussen alle apparatuur geen spoor van mijn kroost. Ook in de zaal – die dan opeens wel weer heel erg groot is – heeft niemand hem gezien. Pas in de laatste kleedkamer die ik, steeds geagiteerder, doorzoek, weet een oud-teamgenoot me te vertellen dat hij helemaal niet in Cleijn Duin is. ,,Specialisatietraining wordt altijd in de oude Boorsmazaal gegeven.’’

Het is op dat moment dat ik als basketbalouder er graag de befaamde uitspraak van Dick-voor-Mekaar uit wil gooien:

,,Waarom hoor ik hier nooit iets, in dit rothuis!’’

 
 
 
 

 

Woensdag 14 april 2010

 

Het laatste uur van mijn verblijf in Spanje besteedde ik meestal aan het kopen van souvenirs. Letterlijk het laatste uur, want de enige plek waar ik na een fietsweek in de bergen met winkels werd geconfronteerd, was het vliegveld van Valencia. Eerst naar de bookshop, voor een Spaanse uitvoering van Harry Potter voor mijn dochter, op de speelgoedafdeling een ingewikkelde Lego-robot voor mijn zoon en in de parfumerie een luchtje voor mijn vrouw. Naarmate de bezoekjes aan het vliegveld frequenter werden, kreeg ik op zeker moment te horen dat ik niet elke keer iets mee hoefde te nemen. De kinderen werden te oud voor het beperkte assortiment op Valencia Airport en ik koos waarschijnlijk iets te vaak een fout Spaans luchtje uit het assortiment. Een souvenirloze periode brak aan, waarbij ik rustig in de koffieshop van het vliegveld kon wachten op mijn vlucht. Totdat ik gistermorgen, na een bezoek aan Bar Juans in Jalón, werd meegetroond naar de favoriete winkel van mijn rentenierende vriend: de bouwmarkt waar Manolo, de voorzitter van de plaatselijke fietsclub, bedrijfsleider is. Terwijl mijn rentenierende vriendin een paar batterijtjes afrekende, viel mijn oog op het enige souvenir waarvan ik al een paar jaar - altijd te laat - bedacht dat ik het mee naar huis moest nemen. De pan had ik al, maar nu heb ik ook een echte Spaanse paellapan-brander. Het gezin gaat er erg blij mee zijn.

 

 

De verslagen van onze Spaanse fietstochten staan op Dicks Wielerlog.

 
 
 
 

 

Dinsdag 13 april 2010, Jalón, Spanje

 

De tijd vliegt, als je het naar je zin hebt. Voor je het weet, ben je een week verder en vlieg je zelf ook weer. Tussen de dinsdag dat ik op het vliegveld van Valencia landde en het moment dat ik er vanmiddag weer opstijg, liggen meer dan 700 fietskilometers, bijna 10.000 hoogtemeters, twee lekke banden (niet van mij gelukkig, want als je goed bent, rijd je niet lek), liters hersteldrank, tientallen uren met filosofische zadelgesprekken, nooit vervelende almuerzos, uitgebreide Spaanse lunches en het samenzijn met amigos die me omringden met goede zorgen (bedankt Cok!), mij uit de wind hielden, of met een stalen gezicht beweerden dat mijn paella best te eten was. Dank ook aan de Spaanse weergoden, die het zes dagen kurkdroog en zonnig hielden en de weemoed over mijn vertrek verzachten door het vandaag pjipenstelen te laten regenen. Ik ga mijn koffer pakken, met straks nog een laatste almuerzo bij Bar Juan's in het dorp, mijn favoriete bocadillo met lomo, queso en tomatos, en uiteraard, vino tinto met gaseosa en een carajillo. Allemaal mooi. Maar het allermooiste van deze plek, in het achterland van de Costa Blanca? Dat het afscheid nooit voor lang is. 

 
 
 
 

 

Maandag 12 april 2010, Jalón, Spanje

 

Als je er allebei een weblog op na houdt en op bepaalde dagen van het jaar op hetzelfde moment dezelfde activiteiten onderneemt, ligt het gevaar van digitale inteelt op de loer. Vandaar dat mijn rentenierende vrienden en ik elkaar deze week zoveel mogelijk proberen aan te vullen. Zo besteden zij in hun log van gisteravond aandacht aan het opdienen van de paella en beperk ik me tot de totstandkoming en het opscheppen ervan. Blijft u alleen nog zitten met de vraag waarom zes aan de Costa Blanca wonende Nederlanders een oer-Hollander laten invliegen om voor hen het nationale gerecht van Spanje te bereiden. De enige reden die ik zelf kan bedenken is dat het me een paar jaar geleden een keer is gelukt een redelijk eetbare variant op tafel te zetten en ik er sindsdien jaarlijks minimaal één keer aan vastzit. Zo, bent u van twee kanten weer helemaal op de hoogte.

 

 

 
 
 
 

 

Zondag 11 april 2010, Jalón, Spanje

 

Van nature ben ik - zowel letterlijk als figuurlijk - een opgeruimd mens. Maar er zijn uitzonderingen. Van de reportages op rustdagen van de Tour de France herinner ik me vooral de opnamen uit hotelkamers van slapies als Michael Boogerd en Thomas Dekker of Tom Boonen en Steven de Jong. Een enorme puinhoop van shirtjes, zweethemden, borstbanden, wielerschoenen, uitdampenden broeken en opengeklapte koffers. Dus als ik dan een weekje in Spanje de wielrenner uithang, mag je mij niet verwijten dat ik niet weet hoe het hoort.

 
 
 
   
 

 

 

Zaterdag 10 april 2010, Jalón, Spanje

 

Hun huis mag na de ingrijpende verbouwing het comfort hebben van een 5-sterrenhotel, in één opzicht blijft het kamperen: het Spaanse drinkwater dat uit de kraan stroomt is zodanig gechloleerd dat het - zeker voor ons, verwende Nederlanders - niet te drinken is. Drinkwater haal je bij de supermarkt of, veel romantischer en goedkoper, bij een van de vele bronnen die ook ons wielrenners onderweg ten dienste staan om lege bidons te vullen. Al zolang ik bij ze op bezoek kom - en dat is inmiddels een jaar of vijftien - maakt een bezoek aan de bron een onderdeel uit van mijn verblijf bij mijn rentenierende vrienden. Ik heb er al heel wat gezien, maar deze was voor mij nieuw: een tappunt met bronwater uit de bergen naast een monumentale wasplaats in Benigembla. Het water is koud, glashelder en smaakt zoals water volgens ons Hollanders moet smaken. Alleen volgens de Spaanse autoriteiten is het formeel niet te drinken. Maar daar trekt niemand zich iets van aan.

 

 
 
 
 

 

Zonder woorden

 

Vrijdag 9 april 2010, Jalón, Spanje

 

 

 
 
 
 

 

Donderdag 8 april

Jalón, Spanje

 

De website van onze rentenierende vrienden is niet alleen populair bij familie, kennissen en een grote schare geïnteresseerde broodsurfers, maar wordt dagelijks ook bezocht door dromers en gelukszoekers. Een groot aantal van hen klimt in de pen. 'Er zijn dagen dat ik overweeg een stagiaire in dienst te nemen om alle mail af te handelen', klaagt mijn vriend tijdens onze urenlange fietstochten door het Spaanse binnenland. Hoe hebben jullie het voor elkaar gekregen? Wat kost het om Nederland de rug toe te keren? Weten jullie misschien nog een goedkoop stuk grond en betrouwbare bouwvakkers? Veel van die vragen komen niet van de slecht voorbereide 'Ik vertrek'-generatie, die de achterblijvers alleen maar vermakelijke televisie opleveren. Nee, voor de meeste mensen is het achterna jagen van de droom - hoe serieus hun pogingen soms ook lijken - belangrijker dan het uitkomen van de droom. Want daar komt een uitgekiend plan en doorzettingsvermogen bij kijken, plus de ijzeren wil om je oude leven rigoureus op z'n kop te zetten. Zelf heb ik ook momenten gehad dat ik die droom najoeg, vaak met de fles op tafel en urenlange filosoferend over hoe het allemaal anders kan en moet. Maar tegenwoordig neem ik er genoegen mee om elk jaar één of twee weken deel uit te maken van de uitgekomen droom van een ander. Bevalt goed.

 
 
 
 

 

Woensdag 7 april

Jalón, Spanje

 

Die hooguit twee keer per jaar dat ik in een vliegtuig stap, zijn te weinig om alle ergernissen rond het luchttransport voor lief te nemen. Ook deze keer was ik, op weg naar mijn rentenierende vrienden in Spanje voor een fietstrainingskamp, weer verbijsterd over het feit dat ik - na thuis al te zijn ingecheckt - in bovenstaande rij moest plaatsnemen om mijn koffer af te geven bij een chagrijnige juffrouw die - na een blik op mijn uitgeprinte boardingcard - op een toetsenbord bleef tikken alsof ze haar eindexamenscriptie zat af te ronden. Daarna een minuut of twintig gelopen om van incheckbalie 18 naar gate C14 te komen, met onderweg ook nog het circus van de veiligheidscontrole waarbij ik dit keer niet alleen mijn schoenen en bodywarmer maar ook mijn blouse moest uitdoen vanwege een detectiepoortje dat maar rood bleef uitslaan. Vervolgens overal beklopt en betast ('Dat is mijn zakdoek waar u nu in knijpt - en dat niet, dankuwel') en mijn rugzak tot op het laatste stekkertje, GPS-ontvanger, laptop, fototoestel, Iphone en oplader leeg moeten halen voordat ik bomvrij werd verklaard. Naast mij werd een hevig protesterende Engelse mevrouw ontdaan van een explosief mengsel dat ze zelf omschreef als een pot pindakaas. Nadat ik alles weer had ingepakt en aangetrokken ontdekte ik, pas twee kilometer lopende band verderop, dat mijn blouse nog ergens voorbij de veiligheidscorridor in een rood plastic bakje moest liggen. Welkom aan boord!

 
 
 
 

 

Dinsdag 6 april

 

Vlucht HV 6331 vertrekt vanmiddag om 12.50 uur van Amsterdam naar Valencia. En ik ben aan boord. Om 15.15 uur moeten we zijn geland, staat mijn rentenierende vriend mij op te wachten en rijden we in een kleine vijf kwartier naar zijn huis in Jalón, omringd door de bergen waar we de komende zes dagen vele honderden kilometers gaan afleggen. 'Als we 's avonds om zeven uur je fiets op orde hebben (ik neem altijd mijn eigen zadel mee en er moeten wellicht nog wat dingen worden aangepast aan de Orbea die ik al jaren als mijn persoonlijke leenfiets beschouw - DvdP) rijden we vanavond al het oefenrondje', meldde mijn gastheer gisteren al gretig per mail. Het oefenrondje is een kilometer of dertig en voert langs een aantal dorpjes in de vallei. Niet te zwaar, een mooi opwarmertje voor de dingen die komen gaan.

 
 
 
 

 

Zondag 4 april

 

Of we, na de traditionele zondagmorgen Trappist van Westmalle, nog een portje blieven?, wil mijn moeder van mijn zwager en mij weten. Na een lichte aarzeling - het is tenslotte pas half twee en zo'n Westmalletje van 9 procent hakt er toch altijd wel in - knikken we van graag. Van de vrouw die eerder al taart, salades, kaas, worst en bakken vol met frikadellen en andere frituursnacks op tafel heeft gezet, hadden we niets anders kunnen verwachten. Toch tonen we ons nog enigszins verbaasd als ze het afzakkertje opdient in twee kloeke wijnglazen. Maar protesten worden meteen de kop ingedrukt. 'Jullie hebben twee dagen om er van bij te komen', zegt ze resoluut. Prettige paasdagen, derhalve. Proost!

 
 
 
 

 

Vrijdag 2 april

 

'Klaagt er nooit iemand over de veel te kleine karretjes?', vroeg ik de keurige jongen achter de kassa van de AH, waar ik net mijn boodschappenwagentje met de camera van mijn Iphone had vastgelegd. Bewijsmateriaal voor het hoofdkantoor in Zaandam, dat is nooit weg. Sterke opname ook, met de dreiging van mijn Digros-tas nog latent aan de haak aanwezig. 'Nee, nooit', antwoordde de kassajongen met verbaasde oprechtheid. De foto doet mijn karretje niet eens recht. Pas nadat ik op eigen kracht alle schappen in de winkel ben afgegaan, kijk ik in de Appie van mijn Iphone om te controleren of ik nog wat vergeten ben. Daar zag ik het boodschappenlijstje van mijn Spaanse vrienden, bij wie ik vanaf dinsdag een weekje aan mijn fietsconditie ga werken:

 

Als je je eigen fiets toch niet meebrengt is er vast wel ruimte in je koffer voor:

1 grote zak AH koffiepads met cafeïne

1 grote zak AH koffiepads zonder cafeïne

1 grote pot AH pindakaas

5 zakjes Backin (Dr. Oetker Bakpoeder), dat kan je Ipod vast wel vinden!

 

Die bakpoeder was geen probleem. Maar met die pads en die pot pindakaas was het aanstampen geblazen. 'Misschien als we een Albert Heijn XL worden', probeerde de kassajongen mijn hunkering naar grotere karretjes enig toekomstperspectief te bieden. 'Dan hoef u ook niet langer al uw boodschappen op de lopende band te zetten, om daarna de kar weer vol te stouwen. Dan komen er speciale scanners.' Hij leefde met me mee, dat was wel duidelijk. 'Is daar zicht op?', wilde ik weten. Hij haalde zijn schouders op. Hij was alleen maar de kassajongen. Vraagstukken met een dergelijke reikwijdte waren aan hem niet besteed.

 
 
 
 

 

Donderdag 1 april

 

Zoon komt terug van basketbaltraining, laat zijn fiets in de stromende regen op het tuinpad staan en stommelt via de keukendeur naar binnen.

 

Tegen mij:

Pap, zet jij mijn fiets even binnen!

 

Ik (vanuit mijn luie stoel):

Bekijk het maar. Ik zit even lekker De Wereld Draait Door Te Kijken. Dat doe je nou elke keer. Je fiets buiten laten staan in de regen en dan van mij verwachten dat ik naar de schuur loop om hem binnen te zetten. Ik ben gekke Henkie niet!

 

Zoon - terwijl hij de trap oploopt naar zijn kamer - op plechtige toon:

Ik beschouw dat als een ja.

 
 
 
 

 

Woensdag 31 maart

 

De gemiddelde leeftijd van onze krantenredacties - niet alleen in Leiden, maar in het hele HDCmedia-concern - is momenteel 47 jaar. Binnen afzienbare tijd zijn we dus allemaal boven de vijftig, net zo oud als onze gemiddelde lezer, dus eigenlijk is er niks aan de hand, zou je zeggen. Toch gaan we er wat aan doen: er is een regeling 'jong voor oud' in de maak, waarbij oudere collega's met een aantrekkelijke bonus het bedrijf verlaten en er jonge verslaggevers voor in de plaats komen. Dezer dagen is op mijn Duin- en Bollenstreekredactie al te zien hoe dat in de praktijk - idealiter - uitpakt. Op de middelste stoel achter het rondje van zes bureaus zit normaal mijn collega Rob (bijna 55 jaar), die momenteel zijn badkamer aan het slopen is. Daarvoor in de plaats heb ik - van links naar rechts) Joanne (18 jaar), Jojanneke (20 jaar) en Floortje (16 jaar) terug gekregen. Met z'n drieën nog niet eens zo oud als Rob en - zeg nou eerlijk - het levert toch een veel leuker plaatje op? Jammer dat het voor Joanne gisteren al haar laatste dag was, Floortje donderdag weer vertrekt en Jojanneke over een paar weken weer teruggaat naar de universiteit. Dan zijn we met z'n allen weer gewoon gemiddeld 47. 

 
 
 
 

Dinsdag 30 maart

 

Ouders die weken na de invoering van de zomertijd nog klaagden dat hun nazaten zo'n last hadden van hun biologisch klok, konden nooit op onze (lees: die van mijn vrouw en mij) sympathie rekenen. Typisch gedrag, zo oordeelden wij, van types die met een klein ongemak - je mist een uurtje, so what? - een groot falen in de opvoeding probeerden te maskeren. Die van ons hadden nooit nergens last van. Het uurtje dat ze bij de omschakeling korter konden slapen, haalden ze meteen in door wat langer te blijven liggen. En de nacht daarop was alles weer normaal. Zelfs had ik er dit jaar iets meer moeite mee omdat ik - na een met alcohol doordrenkte avond - een uurtje eerder moest opstaan om te fietsen. Vanaf zondagmiddag een uur of vier - Gent-Wevelgem - tot een uur of half twaalf in de avond - Studio Voetbal - bracht ik grotendeels knikkebollend in mijn stoel door, om daarna naar mijn bed te wankelen. Gistermorgen was ik redelijk helder, maar direct na de lunch in de kantine sloeg Klaas Vaak met de hamer opnieuw toe. Het was rustig op de redactie, het zonnetje scheen door de ramen en de pagina's vulden zich min of meer vanzelf. Collega Paul had de stagiaires meegenomen naar een rechtszaak, dus daar had ik ook geen omkijken naar. Tot vijf uur heb ik gestreden tegen de aanvechting om mijn zware hoofd op het toetsenbord neer te vlijen, waarna ik slaapfietsend naar huis ben gereden. Terwijl ik dit tik - 22.22 uur maandagavond - voel ik alweer een paar uur mijn ogen branden, is mijn schedel al een paar keer met een schok tegen het beeldscherm geklapt en vrees ik straks het ergste voor have en goed wanneer ik me met een glas rode wijn voor Pauw zonder Witteman installeer. Iets of iemand heeft de raderen van mijn biologische klok met veel gekraak tot stilstand gebracht.

 
 
 
 

 

Maandag 29 maart

 

Als een verslaggever op de redactie binnen mijn gehoorsafstand een foto bestelt bij een van onze vaste fotografen, roep ik altijd: 'Zorg dat er mensen op staan!' Dat klinkt voor de hand liggend, maar vrijwel dagelijks krijg ik beelden voor mijn neus waaruit je zou mogen afleiden dat de neutronenbom in de Duin- en Bollenstreek is afgeworpen. Troosteloze gebouwen, lege straten. Of ik ontvang, zoals van deze twee zeehondjes gisteren op het Katwijkse strand, een detailopname waarbij je zo'n huiler recht in de aandoenlijke ogen kijkt. Op zo'n moment is de foto geschikt voor een uitgave van Natuurmonumenten, maar niet voor een regionaal dagblad. Bij ons moet je kunnen zien wáár de foto is gemaakt - regiogenoten herkennen hierboven de Katwijkse uitwatering - en wat voor effect het gebeuren op de omgeving heeft. En er moeten mensen (liefst: abonnees, maar dat heb je niet voor het zeggen) op staan. Mijn eigen zeehondenfoto die ik gistermorgen vanaf de racefiets maakte, bevat al deze elementen. Het is daarom onbegrijpelijk dat mijn collega's hem vanmorgen niet op de voorpagina van het Leidsch Dagblad hebben gezet.

 
 
 
 

 

 

Zaterdag 27 maart

 

Na weer een avondvullende vergadering, uitputtende mailwisseling of moeizame onderhandeling mocht secretaris Menno deze lange wintermaanden weleens tegen zijn trouwe penningmeester verzuchten: 'Ik zou weleens lekker willen gaan fietsen.' Maar dat is wel het laatste wat erin zit, voor een bestuurder van een wielerclub. Eerst moest er nog een kickoff-avond voor het nieuwe seizoen worden georganiseerd in ons clubgebouw De Goerie, waarvoor zo'n zestig van de inmiddels bijna honderd leden van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk kwamen opdraven. Tussen de glimmende racertjes en mountainbikes van Fietsplus Nico's en onder het toeziend oog van barbie Ken in ons gloednieuwe wielertenue hield de secretaris een al even gelikte presentatie en trad hij op als spreekstalmeester om een reeks van deskundigen in de trainingsleer, het koersprogramma en de veiligheidsaspecten in te leiden. Daarna konden we aan het bier, de wijn, de worst en de kaas, en bleef het nog lang onrustig op De Goerie. Heel stiekem rijden we al een paar weken op zondagmorgen met de club, maar komende dinsdagavond lijkt het er toch op dat de verzuchting van de secretaris werkelijkheid wordt: we kunnen eindelijk gaan fietsen.

 

 
 
 
 

 

Vrijdag 26 maart

 

Ik mag graag mopperen op de gemeente Katwijk, maar deze week waarschuwde ze me wel mooi dat mijn ID-kaart op 11 april is verlopen. Dat is precies twee dagen voordat ik van Valencia - na een weekje trainingskamp - weer terug vlieg naar Amsterdam en dan heb je toch een probleem als je een douanier uit de Franco-tijd treft. Voordat ik gebruik kan maken van de donderdagavondopstelling van de publieksbalie in het raadhuis, snel even langs de fotograaf voor een opname die aan de jongste veiligheidskenmerken voldoet: niet lachen en bril af. Met mijn min 6,25 staar ik een beetje verdwaasd naar waar ik denk dat het toestel zich bevindt, om als een opgeschrikt konijn mijn ogen open te sperren op het moment dat er met een flits wordt afgedrukt. 'Nu nog eentje voor uzelf', moedigt de fotograaf mij aan, 'waarop u mag lachen.' Ik laat ze hier allebei maar even zien. Heeft u ook wat te lachen.

 

 

Daarna zeker een kwartier aan de balie van het raadhuis gehangen omdat het elektronische scannertje weigerde mijn vingerafdrukken vast te leggen. Na het fietsen vast te lang onder de douche gestaan waardoor mijn vingers zijn gaan rimpelen. Moedeloos liet de beambte - 'dit gebeurt wel vaker, hoor' - het er uiteindelijk maar bij zitten, toen al mijn vingers één voor één tevergeefs door het scannertje waren afgetast. 'Dan maar zonder', zei ze, met een flexibiliteit die je bij overheidsdienaren normaliter niet waarneemt. Hallo, Alberto Stegeman, lees je mee? De nieuwe ID-kaart is nu al zo lek als een mandje.

 
 
 
 

 

Donderdag 25 maart

 

Met het dagelijks vullen van drie uit de kluiten gewassen snoeppotten met Engelse drop, kaakjes en winegums op onze redactie is ze gelukkig gestopt. Maar op de gekste momenten van de dag kun je nog wel aan haar bureau terecht voor een handje muesli, een mandarijn of chocolaatjes. En als je je zelf niet meldt, komt ze er wel mee langs. Ze schijnt Anita te heten, maar iedereen noemt haar Toet en sinds ze - na een uitstapje van een aantal jaren op het hoofdkantoor in Alkmaar - weer in Leiden deel uitmaakt van de advertentieafdeling is het er op de werkvloer een stuk vrolijker op geworden. Om half tien in de ochtend kan ze al kirrend de koelkast opentrekken om zich te verheugen op de kaas en worst die daar door een onbekende gulle gever - meestal is ze het zelf - zijn achtergelaten, duikt er altijd wel een fles witte wijn van tien jaar oud op uit haar voorraadkast of zeurt ze net zo lang dat ze zin heeft in een feestje dat iemand zich vrijwillig meldt om bij de Digros een doos wijn, zakken chips en cashewnoten te halen. Zoals gistermiddag, toen we al rond drie uur een flesje wit ontkurkte, een vacuümpak met drie liter rood werd aangebroken en Toet met een bord gesneden kaas en worst langs de burelen ging. De restanten verdwenen rond een uur of vijf in de redactiekoelkast, die vanmorgen rond een uur of negen ongetwijfeld weer verlekkerd wordt opengetrokken. Jongens, ik heb zin in een feestje! 

 

 

P.S. Geen kwaad woord (meer) over orthodontisten. De afwijkingen aan het gebit van onze zoon waren zo gering dat er geen reden is om actie te ondernemen. Hij hoeft geen beugel.

 
 
 
 

 

Woensdag 24 maart

 

Je ziet ze nooit bij Opsporing Verzocht, maar er zijn mensen die orthodontisten wel degelijk tot het boevengilde rekenen. Ik kan me er wel wat bij voorstellen. In onze gemeente (60.000 inwoners) is er welgeteld eentje van deze grootverdieners (zelfs in de Tweede Kamer worden hun winsten 'schandalig' genoemd), waardoor de wachtlijst voor een bezoekje kan oplopen tot een jaar of drie. De meeste tandartsen melden adolescenten dus maar preventief aan; mocht er in de tijd echt iets aan de stand van het gebit moeten gebeuren, dan kun je in elk geval binnen een redelijke termijn terecht. Onze dochter heeft op die manier drie jaar op de wachtlijst voor de orthodontist gestaan, totdat onze tandarts constateerde dat al haar tanden en kiezen keurig op hun plek waren gezakt. Probleem opgelost. Onze zoon is minder gelukkig: vandaag heeft hij - na drie jaar wachten - eindelijk een afspraak, die hem al bij voorbaat somber stemt. 'Ik heb al een bril, straks krijg ik ook nog een beugel', vatte hij het leed kernachtig samen. Want hij weet, als je eenmaal in de klauwen van de orthodontist valt, laat hij je voorlopig niet meer los.

 
 
 
 

 

Dinsdag 23 maart

 

Achteraf kun je het beschouwen als een meesterzet. Aan het eind van een polemiek met een bestuurslid van de basketbalvereniging van mijn zoon over het clubblad - waarbij ik betoogde dat het papieren vod zo snel mogelijk zou moeten worden vervangen door een moderne website - vond ik mijzelf in het colofon van het maandblad De Rebound terug als columnist. Elke maand mag ik onder het kopje 'Mijmeringen van een basketbalouder' mijn gal spuwen over de basketbalsport in het algemeen en de rol van mijn zoon daarin in het bijzonder. En die website? Die is nog steeds zo krakkemikkig en onoverzichtelijk als voor onze polemiek. Sinds die tijd word ik elke maand overvallen door het mailtje van redactrice Cobie die mij - en nog een aantal lamzakken, onder wie vooral veel bestuursleden - meldt dat de deadline voor de nieuwe Rebound alweer is verstreken en waar ons stukje blijft!? Zeker in een periode dat ik al in geen maand meer een wedstrijd van mijn zoon heb bezocht en ik op de één of andere manier erin ben geslaagd om van het rooster van de bardienstcommissie af te komen, valt dat om de drommel nog niet mee. Gistermiddag begon ik, tussen 17 en 17.15 uur, mijn stukje aldus:

 

Het telefoontje kan niet op een ongelukkiger moment komen. Net als ik in de damp van een uitdruipende pan tagliatelle boven de spoelbak hang, met naast mij een goed gegaarde ovenschotel met kabeljauw, meldt onze zoon zich. ,,Kun je me even komen halen? De training is afgelopen.’’

 

Lezers van de papieren Rebound weten binnen twee weken hoe dit afloopt. Webloglezers moeten nog een weekje langer geduld hebben. Leve de vooruitgang!

 
 
 
 

 

Maandag 22 maart

 

Politieagenten, belastinginspecteurs  en politici hebben er ook last van. Zodra ze op verjaardagen bekend maken welke professie ze bekleden, komt er altijd wel iemand met een voorbeeld waaruit blijkt dat hun beroepsgroep niet deugt. Sinds ik het hoge ambt van penningmeester bekleed, ken ik het verschijnsel. ,,Jij beheert toch de clubkas?'', zegt mijn jarige zwager met een verwachtingsvolle grijns op zijn gezicht. ,,Dan heb ik nog een mooi verhaal voor je. Echt gebeurd. De broer van een collega van mij was penningmeester bij een voetbalclub in de streek die al jaren spaarde voor nieuwe lichtmasten. Met loterijen, veilingen, acties van leden, noem maar op. De hele club was ervoor in touw. Toen de voorzitter inschatte dat het totaalbedrag nu wel toereikend moest zijn, vroeg hij tijdens een vergadering aan de penningmeester hoeveel er in kas zat. Na wat gestamel en gedraai bleek dat nog geen duizend euro te zijn! De penningmeester had die andere 70.000 er persoonlijk doorheen gedraaid. En weet je hoe? Niet met met fout beleggen, of gokken en zo. Nee, allemaal naar het bordeel gebracht. Soms zat hij met vier naakte vrouwen tegelijk in het bubbelbad! Geweldig toch?'' Mijn gedachten gaan even naar het geld voor de nieuwe clubtenues en dat van de sponsors dat - bovenop de bedragen voor het lidmaatschap - komende weken op de rekening van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk wordt bijgeschreven. Vier naakte vrouwen in een bubbelbad... Wat zou dat kosten? ,,De dag daarop'', vervolgt mijn zwager, ,,gooide zijn vrouw hem het huis uit, raakte hij zijn baan bij de plaatselijke bank kwijt en ging hij voor een paar maanden de bak in. En o ja, hij moest ook nog alles terugbetalen.'' Geen zorgen mannen, jullie krijgen je shirtjes.

 
 
 
 

Vrijdag 19 maart

 

Onze start was wat ongelukkig, maar inmiddels kunnen de Belastingdienst en ik het redelijk goed vinden. Ooit bestookte ze me maandelijks met naheffingen omdat ik het als 20-jarige, rommelende freelancer niet zo nauw nam met mijn administratie. Alleen dankzij de bruidsschat die mijn huidige eega meenam naar mijn vochtige zomerhuisje, wist ik een faillissement af te wenden. Niet dat ik tegenwoordig alles tot in de puntjes heb geregeld, maar door elk jaar ongeveer hetzelfde in te vullen als het jaar daarvoor, laten 's lands penningmeesters me met rust. Niet opvallen, de wet van de gelijkmatigheid hanteren. Daar houden belastinginspecteurs van. Een aangifte kostte me de afgelopen jaren al niet langer dan kwartiertje, maar nu de organisatie steeds meer persoonlijke gegevens op een digitaal presenteerblaadje aanbiedt, kan ik het in vijf minuten. Het meeste werk is nog om door allerlei schermen met potentiële  aftrekposten en nieuwe kortingsregelingen te klikken waarvoor me de kracht ontbreekt om na te gaan of ik er recht op heb. En of dat er wat mee te maken heeft weet ik niet, maar een feit is dat ik aan het eind altijd 500 euro minder terug krijg dan het jaar daarvoor. Makkelijker kunnen ze het wel maken. Maar het wordt er niet leuker op.

 
 
 
 

 

Donderdag 18 maart

 

Mijn kledingkasten puilen uit van de wielertenues, maar wat er aan 'normale' garderobe hangt is weliswaar overvloedig maar ook enigszins gedateerd. De setjes zijn door mijn eega op kleur en seizoen gesorteerd, zodat ik 's morgens maar vooral niet hoef na te denken over wat ik aantrek. De kleuren zijn - zomer of winter - overheersend grijs, blauw en zwart. Als zelfs ik dat af en toe zat ben, plaats ik een mondelinge bestelling - 'Neem even wat nieuwe blouses voor me mee' - waarna er bij thuiskomst keurig op een rijtje op de parketvloer een collectie voor me klaar ligt. Daarna wordt het in de regel precair als mijn wederhelft probeert om me op modegebied een beetje bij de tijd te brengen. Schoorvoetend accepteer ik een wat lichtere kleur blauw, discussieer ik over een wat gewaagder, eigentijds design en spreek mijn veto uit over een blouse die ik ronduit als 'paars' wil omschrijven. 'Lila!', roept mijn vrouw dan, 'en het is de kleur van dit jaar!' Bij ernstige twijfel roep ik de hulp van mijn dochter in - ook een blauw, grijs en zwart-mens - die me in mijn eigen oordeel nooit teleur stelt. De discussie eindigt in de regel met de uitroep van mijn vrouw dat dit de laatste keer is geweest dat ze zich voor mijn karretje heeft laten spannen en dat ik het voortaan zelf maar moet uitzoeken. Zoals zo vaak heeft ze - tot de eerstkomende keer - volkomen gelijk.

 
 
 
 

 

Woensdag 17 maart

 

Sommige mannen worden door hun vrouw naar huis gehaald omdat ze wel erg veel tijd aan de maatschappij besteden, maar ik ben enkele maanden geleden juist met zachte hand gedwongen om ook eens wat voor de publieke zaak te doen. Inmiddels neemt het luizenbaantje van penningmeester van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk mij gemiddeld drie avonden in de week in beslag en zit ik overdag - in de baas z'n tijd - vrijwel constant per mail in overleg met de secretaris om binnenbranden te blussen, commissies in het gareel te houden en vergaderingen, informatiebijeenkomsten en trainingssessies voor te bereiden. Tussendoor probeer ik ook nog een beetje te fietsen, want dat schijnt toch de core business van onze Afdeling te zijn. In de uren die ik daarna nog achter de computer doorbreng spoor ik totaalweigeraars aan tot betaling, bekijk ik op de Rabobank-site hoe de club ervoor staat en stel ik begrotingen op om uitgaven - in elk geval op papier - te verantwoorden waarvoor de liquide middelen (nog) ontbreken. Het zal mij benieuwen wanneer mijn eega sms-contact zoekt met de vrouwen van Bos en Eurlings.

 
 
 
 

 

Dinsdag 16 maart

 

Als chef van een bescheiden regionale redactie besteed ik per jaar ongeveer tien minuten aan ziekteverzuimregistratie. Gistermiddag moest ik derhalve vijfenhalf uur op cursus (inclusief aanrijdtijd) om één en ander efficiënter te maken. De enkele keer dat iemand zich nu 's morgens bij mij afmeldt met een lichamelijk ongemak, roep ik in de regel - ongeacht het geslacht van de potentiële zieke - 'Verman je!'. Als dat niet helpt, ga ik over tot: 'Niemand hoeft ziek te zijn in dit land. De huizen zijn warm, er komt schoon water uit de kraan en er is genoeg te eten voor iedereen.' Wanneer het personeelslid dan nog volhardt in het standpunt dat hij niet in staat moet worden geacht tot enige werkzaamheden, stuur ik een mailtje naar de bedrijfsarts. Pietje of Marietje is ziek. Enkele dagen later meld ik ze - als ik het niet vergeet, tenminste - weer beter. In de toekomst moet ik bij elke ziekmelding zeven kwesties met het slachtoffer doornemen, waarbij het de kunst is te achterhalen welk predicaat ik aan zijn of haar absentie moet hangen (ziek is namelijk niet altijd ziek, er kan zoveel aan de hand zijn en het juiste label is belangrijk) - zonder in medische details te treden, want dat mag dan weer niet - en te proberen om binnen de aard van de beperking vervangende werkzaamheden te vinden. Iemand die over zijn toetsenbord kotst en scheel ziet van de hoofdpijn mag dan niet geschikt zijn om die ochtend een stukje voor de krant te tikken, voor de nabezorging van het dagblad in de frisse buitenlucht kan hij of zij nog prima worden ingezet. Die efficiencyslag gaan we de komende tijd maken. Ik ben er klaar voor.

 
 
 
 

 

Maandag 15 maart

 

Het lijkt op de traditionele zondagmiddagdip die ik hier heb vastgelegd. Maar feitelijk is er sprake van een verbanningsscène. Een soort Robbeneiland, zo u wilt. Vrouw, zoon en ik waren gistermiddag gedwongen ons terug te trekken op de bovenste verdiepingen van onze woning vanaf het moment - 13.00 uur - dat onze dochter met vrienden haar achttiende verjaardag vierde met een QI-kwis, een pokermiddag, pizza's en film. Vanaf 16 uur werden we zelfs geacht het huis helemaal te verlaten, waarna ons - uren van vruchteloos geklop op talloze dichtgeslagen deuren later - liefdevol onderdak werd verleend in daklozenopvang Mart en Carla. Toen we voor middernacht terugkeerden bleek dat eigenlijk niet de bedoeling, maar ik hield het niet meer van de slaap na een dag die al om negen uur op een racefiets was begonnen. Meteen weer door naar Robbeneiland, derhalve, waar ik in een zodanige coma viel dat ook het opruimfeestje dat nog tot ver na middernacht duurde, aan mij voorbij ging. Daar bleek ik achteraf wél voor te zijn uitgenodigd.

 
 
 
 

 

Zaterdag 13 maart

 

Op de laatste kledingpasochtend van onze Afdeling Wielersport loopt het niet echt storm in het clubgebouw, waardoor we eindelijk tijd hebben voor wat formaliteiten. Als kersverse Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk mogen we vanaf heden de vlag van de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU) in top voeren. Zolang op het gras geen bevroren laag water ligt - en daar is de komende driekwartjaar dankzij de klimaatverandering (ook wel wisseling der seizoenen genoemd) weinig kans op - is het complex De Goerie het domein van wielrenners en skeeleraars. En daar mogen Rob (links) en Bas best even bij stilstaan.

 

Rond 12 uur zou ik mij melden voor de basketbalwedstrijd van mijn zoon tegen de Jumpers uit Den Haag, maar voordat ik kon afreizen naar sporthal Cleijn Duin meldde mijn nazaat mij al per telefoon de overwinning. De tegenstander kwam niet opdagen waardoor er een reglementaire 20-0 in de statistieken verdween. Van dit soort akkefietjes moeten we het deze tweede seizoenshelft hebben, om nog wat puntjes bij elkaar te sprokkelen.

 
 
 
 

 

Vrijdag 12 maart

 

Meestal hangen ze verveeld rond voor het pashokje waarin hun vrouw zich het ene setje na het andere laat aanmeten, om na anderhalf uur met een zucht hun creditcard te trekken. Kleding kopen, en laat staan passen, is aan ons mannen niet besteed. Hoe krijg je dan toch tientallen kerels op hun vrije donderdagavond kwetterend als een stel jonge meiden rond een kledingrekje verzameld? Op de pasavond voor de nieuwe wielertenues van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk, uiteraard. De juiste fietsuniformen moeten nog worden besteld, waardoor we alleen de beschikking hadden over universele sets van BioRacer, vooral bedoeld om de juiste maten te kiezen. Maar de catwalk van ons clubgebouw De Goerie was te klein om alle zwaarbehaarde modellen een plekje voor de spiegelende ramen te gunnen. Vanavond en morgenochtend herhaalt deze modeshow zich nog, daarna is het zes tot zeven weken wachten voordat we definitief in het nieuw worden gestoken. Ik ben benieuwd hoeveel leden de onderstaande samples netjes langs de lijntjes gaan uitknippen om in de tussentijd alvast de Barbie of Ken van hun dochter in de clubkleuren te hullen. Leve de voorpret!

 

 
 
 
 

 

Donderdag 11 maart

 

Net zomin als we van carnaval, schaatsen in Thialf of 3 oktober vieren houden, zo zijn ook verjaardagen eigenlijk niet aan ons besteed. Vooral de Katwijkse variant - met z'n allen in een kring, de vrouwen voor, de mannen achter (of andersom) - was mijn eega (een Leiderdorpse) van begin af aan een gruwel. De laatste jaren hebben we een soort mix gevonden tussen wel en niet vieren. Iedereen is welkom - uiteraard op de dag zelf - voor een instuif van 16.00 tot ruwweg 20.00 uur (blijven hangen met een glas whisky is niet verboden), voor taart, een borrel, hapjes en onbeperkt patat, frikadellen en lasagne eten. De praktijk is dat iedereen al ruim voor achten aan zijn eerste wegtrekker ten prooi valt en de kleintjes van de slaap beginnen te jengelen, waarna we tussen 20.00 en 20.30 uur aan het puinruimen kunnen beginnen. Daarna ligt er nog een hele avond van zalig nietsdoen voor ons open. Alleen in dit geval (onze dochter is gisteren 18 geworden) volgt er zondag nog een nabrander voor de jeugd, maar daarbij worden wij geacht op ruime afstand te blijven. Er is opvang voor ons geregeld.

 
 
 
 

 

Woensdag 10 maart

 

Enkele uren daarvoor was ik in de badkamer nog weggehoond vanwege de Iphone-applicatie 'Poetshulp', die precies bijhoudt welk deel van het gebit moet worden gereinigd (en hoe lang) en daarbij twee minuten lang een vrolijk muziekje afspeelt. Maar wat ik dankzij een tip van mijn collega Annet aan nieuw Iphone-speelgoed 's middags mee naar huis nam, overtreft zelfs mijn stoutste verwachtingen. Het gratis(!) programmaatje Runkeeper verandert je telefoon in een geavanceerde GPS-fiets- (loop-, zeil-, schaats- of wat dan ook)computer. Vlak voor de rit op een knopje drukken, na de rit nogmaals op een knopje drukken en voilá: voordat je met je ogen kunt knipperen staan al je gegevens meteen op internet. Routekaartje, snelheid, hoogtemeters, met de juiste Polar-meter kun je zelfs je hartslag er nog aan toe voegen. Bij Garmin betaal je hier zeker 400 euro voor, hield ik mijn sceptische echtgenote voor. Maar die hoorde me niet eens, tussen haar schampere lachen door.

 

Bovenstaand: mijn route van werk naar huis. Gemiddelde snelheid 19.15 kilometer (ik moet natuurlijk niet gaan zweten), 12 meter (!) geklommen en 326 calorieën verbrand. Klik voor meer details op het kaartje. Enige nadeel van het programma: het vreet stroom. Na een tocht van drie uur is je telefoon leeg, schat ik zo.

 

De verjaardag van onze dochter (18!) wordt behandeld op Prretje'sblog.

 
 
 
 

 

Dinsdag 9 maart

 

Mijn vriend en collega Paul de Vlieger heeft het zondagavond nog proberen te voorkomen, meldde hij mij per sms.

 

Je staat morgen op de vp (voorpagina, DvdP). Ik heb er alles aan gedaan om het te verhinderen, maar Van Weel (fotoredacteur te Alkmaar, DvdP) is onverbiddelijk.

 

Het verschil tussen politici en journalisten is dat de tweede soort ervoor moet waken om ooit met zijn beeltenis op de voorpagina van de krant te verschijnen. Collega's die het toch overkomt - omdat ze als een soort wethouder Hekking op de gekste plekken steeds in de zoeker van de fotograaf opduiken - worden overladen met hoon. Er worden prijzen naar hen vernoemd. Zo kennen wij in Leiden de Robbert Minkhorst-trofee voor degene die - onbedoeld, mogen we aannemen, maar daar wordt sterk aan getwijfeld - steeds met z'n snufferd op een nieuwsfoto valt waar te nemen. Dus lichte paniek nam zondagavond bezit van mij na het bericht van Paul en verontrust spiekte ik - vanuit huis - stiekem in het redactieoverzicht waar ik mezelf iets teveel onderuit gezakt, met open mond (nooit mensen fotograferen die zitten te eten of te praten, heb ik altijd geleerd) en met veel te plat achterovergekamd haar wat wezenloos naar een beeldscherm zag turen. Een onrustige nacht lag voor mij. De reacties bij het ontbijt - een dag later - waren niet bemoedigend:

 

- Hé, daar heb je papa met z'n domme hoofd (zoon).
- Er staat iemand achter je te slapen (dochter).
- 's Nachts staat je mond ook zo open, maar dan komt er alleen gesnurk uit (vrouw)
.

 

Met mijn wintermuts dieper over de ogen getrokken dan ooit, ben ik schichtig naar de redactie gefietst, om pas bij het invallende duister weer huiswaarts te keren. De eerstkomende weken zal dit mijn lot zijn.

 
 
 
 

 

Maandag 8 maart

 

Als columnist kun je vaak niet meer dan de vinger op de zere plek leggen, in de wetenschap dat er toch helemaal niks met je kritische bemerkingen gebeurt. Maar wie schetst mijn verbazing als ik enkele dagen na mijn column over Appie van een collega een tip krijg over een nieuwe versie van dit Iphone-programma. Wat schreef ik donderdag?

 

Appie weet ook steeds het dichtstbijzijnde filiaal te vinden. En aangezien mijn iPhone ook is voorzien van gps, zou het een volgende stap kunnen zijn om mijn boodschappenlijstje automatisch zo te rangschikken dat ik de hele handel precies op de goede routing door de winkel tegenkom. Maar zo blijft er altijd wel wat te wensen over. 

 

En raadt eens wat de nieuwe Appie kan? Je boodschappenlijstje zodanig sorteren dat alles precies in de looprichting van een filiaal naar keuze te vinden is. Briljant.

Mijn eega denkt overigens heel anders over de Appie, want alle boodschappen die ik tot voor kort op de automatische piloot uit de Digros meenam, vergeet ik doordat ze (nog) niet in mijn Appie staan. De afgelopen dagen zaten wij derhalve zonder afbakpistoletjes, sportdrankjes, croma en vochtige doekjes om het aanrecht schoon te maken. Dat krijg je als je in plaats van je hersens de Appie gebruikt, vindt mijn vrouw.

Het is allemaal een kwestie van gewenning, heb ik gezegd. Geef Appie nog even de tijd.

 
 
 
 

 

Zaterdag 6 maart

 

De meest gestelde vraag tijdens de open dag van het Leidsch Dagblad? En mogen we dan nu even de drukkerij zien? Het laatste jaar waarin onze krant nog een drukkerij naast de deur had, was naar mijn weten in 1991, toen de oude pers werd afgebroken en naar Roemenië verscheept. Sindsdien zijn we achtereenvolgens in Haarlem, Alkmaar en (tegenwoordig) in Amsterdam gedrukt, bij ons moederbedrijf De Telegraaf. Een krantje maken is tegenwoordig vooral een digitaal proces, maar voor zeker 1500 lezers toch nog steeds de moeite waard om een dagje te komen neuzen in ons pand aan de 3e Binnenvestgracht. Al was het maar voor de taart, de spelletjes, de workshops, de rondleidingen en de hebbedingetjes. Samen met collega Paul (foto) had ik mezelf vandaag geen columndienst gegeven maar gaf ik uitleg over het redactiesysteem. Zes uur lang heb ik me de poliepen op m'n stembanden geluld, waarbij vrijwel iedereen aan het eind toch nog even de moeite nam om over mijn column te beginnen. En over die van mijn dochter, niet te vergeten. Bij de volgende open dagen treden we op als komisch duo. Beloofd!

 
 
 
 

 

Vrijdag 5 maart

 

Of ik morgen nog een kunstje doe, tijdens de Open Dag van ons jubilerende Leidsch Dagblad, wilde de redactiechef weten. Een kunstje. In mijn geval betekent dat voor een publiek geïnterviewd worden over mijn columns, een lezing geven over de worsteling die ik elke week doormaak om mijn columns af te leveren, een workshop columns schrijven, tijdens een spreekuur vragen van lezers beantwoorden over mijn columns, of boekjes signeren met mijn columns. Ja, ik heb het, op meerdere dagen van verschillende kranten, allemaal al een keer gedaan. Vandaar dat ik morgen lekker aan mijn bureau blijf zitten (jawel, met dat lege gebaksbordje erop), een beamer met een scherm naast mijn stoel zet en iedereen die het maar horen wil vertel over het redactiesysteem, hoe we pagina's opmaken en hoe redacteuren opmaak gestuurd werken. En vooruit, iedereen die wat wil weten over m'n columns geef ik ook gewoon antwoord.

 
 
 
 

 

Donderdag 4 maart

 

Een mooi vullertje (na een doorwaakte verkiezingsnacht op de redactie) voor iedereen die de jubileumbijlage van het Leidsch Dagblad - we bestaan 150 jaar - niet onder ogen heeft gekregen. Daarin stond de column 'Het gaat nooit mis' over één van mijn grootste uitglijders bij de krant. En geloof me, het zijn er wat geweest, in de 25 jaar dat ik aan dit prachtblad ben verbonden. Komende zaterdag open huis, van 10 tot 16 uur aan de Binnenvestgracht 3b in Leiden.

 
 
 
 

 

Woensdag 3 maart

 

De stoet van landelijke politici die door straten en over de beeldbuis trekt, dragen er vandaag mede toe bij dat veel kiezers hun stem op hun favoriete landelijke partij gaan uitbrengen. Dat is jammer. Ofschoon ik de linkse kerk op nationaal niveau een warm hart toedraag, moet ik er niet aan denken om op de lokale variant ervan te stemmen. Dat komt omdat ik de vertegenwoordigers van nabij ken of heb meegemaakt, en hun intellectuele vermogens noch hun opvattingen aangaande lokale kwesties deel. Omgekeerd is ook het geval. Landelijk zou ik nooit mijn stem uitbrengen op politici van christendemocratische of andere bevindelijke huize, maar bij ons in het dorp spelen deze types met genuanceerde standpunten op tal van terreinen een sleutelrol. Bestudering van partijprogramma's zouden mijn eega dit keer zelfs noodzaken om SGP te stemmen, aangezien deze mannenbroeders perfect haar opvattingen over de nieuwe plek van de hoofdbibliotheek (in het centrum van het dorp) en de toekomstige zeejachthaven (Tegen!) verwoorden. Daar staan dan overigens weer andere speerpunten tegenover die haar electoraal aan het wankelen brengen. Maar wankelen is niet erg, net zo min als zweven. Mijn enige stemadvies voor vandaag luidt: stem lokaal!

 
 
 
 

 

Dinsdag 2 maart

 

Op de Olympische winterspelen hadden ze weinig te zoeken, constateert cursusleider Christian gelaten. Maar als het gaat om het ontwerpen van systemen om kranten te maken, zijn de Denen wereldleider. Van The New York Times tot The Times of India, van de Toronto Star tot het Noordhollands- en het Leidsch Dagblad, allemaal worden ze gemaakt op CCI Newsdesk. Ik zit momenteel vier dagen op cursus bij ons moederbedrijf De Telegraaf in Amsterdam, om met collega's van de krant van wakker Nederland, Spits en ons eigen HDCmedia vertrouwd te raken met het nieuwste redactiesysteem. Opdat wij later op onze beurt weer redacteuren en vormgevers kunnen opleiden. Onze beminnelijke Deense leraar zat hiervoor nog in New Delhi, daarvoor in Australië en in Zuid-Afrika en weet in charmant Engels bij elk onderdeel wel uit te leggen op welk continent ze dit snufje helemaal niks vonden. Want een redactiesysteem hangt van compromissen aan elkaar. De manier waarop een verhaal bij The Los Angeles Times door de pijplijn druppelt, is heel anders dan bij de Schager Courant. En daar moet je software - lees: CCI - op inrichten. In ons geval betekent dit vooral het strippen van zoveel overbodige ballast dat ook de gemiddelde digibete redacteur ermee uit de voeten kan. Straks zitten De Telegraaf, Spits en alle regionale dagbladen van HDCmedia op hetzelfde computersysteem, maar kunnen ze door allerlei digitale schotten niet bij elkaar in de keuken kijken. Daar zijn we (nog) niet aan toe. Alleen op cursus zitten we gebroederlijk naast elkaar. Er zijn goede broodjes, voldoende fruit en onbeperkt koffie en fris, en maar een paar deuren verderop bekent Sieneke in een chatsessie met Telegraaflezers dat ze tot over haar oren verliefd is. Ja, zie dan maar eens bij de les te blijven.

 
 
 
 

 

Maandag 1 maart

 

Het was het laatste feestje op de krant waar ik enigszins beneveld vandaan kwam: het afscheid van onze redactiesecretaresse Gerry. Ze was een tijdje ziek geweest, maar leek weer op te knappen voor een vertrek dat ze - 'pas' 65 en nog vol levenslust - helemaal niet had gewild. Maar Ger was niet beter. Een oncoloog stelde kort na haar druk bezochte receptie in december een 'pijnlijk eerlijke' diagnose: alvleesklierkanker. Daar weet ik toevallig wat van. Het ziekteproces van mijn vader leek akelig nauwkeurig op dat van Gerry, waardoor het volgen van het weblog dat ze in die laatste maanden bijhield totdat ze het zelf niet meer kon, een voorspelbare reis terug in de tijd werd. Gistermiddag om 14.06 uur is ze overleden, rustig in de slaap die barmhartige handen haar hadden gegund. Nog geen drie maanden 'met pensioen', zoals ze met een zeker cynisme boven haar log schreef. Alle keren dat ze ons - zooitje ongeregeld op de redactie - bemoederde en vermaande, noemde ik haar 'een goede vrouw'. Plagerig, maar ook liefkozend. Want er school veel waars in dat begrip. Ger kon zich, van de oude stempel als ze was, volledig wegcijferen voor een ander, zonder ooit in slaafsheid te vervallen. Want als iets haar niet beviel, liet ze het ook weten. Soms met woorden, vaak met de kleinmakende blik van de moederkloek om haar kroost weer in het gareel te krijgen. Zo was ze tot op het laatste moment, begreep ik van haar zoon Sjoerd. Een goede vrouw is van ons heengegaan.

 
 
 
 

 

Zaterdag 27 februari

 

Reclame mocht ik er tot nog toe niet voor maken. Het was een werkgerelateerd project. Een opdracht voor een cursus over 23 dingen met moderne mediatoepassingen, of zoiets. Eén van de opdrachten was: maak een weblog. Vandaar. De naam verwijst ook niet haar, maar naar één van haar taken: het verzorgen van de pr voor de bieb. Pr-retjes Blog, moet je eigenlijk lezen. Maar nu ze een paar weken bezig is, begint ze er toch lol in te krijgen. En groeit - ondanks enige reclame - haar schare volgelingen. Dus mag ik ook hier het weblog van mijn eega voor het eerst van harte aanbevelen: prretje's blog. Misschien voor zolang de cursus duurt. Misschien langer.

 
 
 
 

 

Vrijdag 26 februari

 

Een geslaagde column roept verschillende reacties op. Laat ik daar maar weer eens twee voorbeelden van geven. Kort nadat de krant met 'Oma heeft het gedaan' op de mat lag, werd mijn ego gestreeld door:

 

Hallo Dick,

 

Zojuist las ik je column in de Gooi & Eemlander, in een woord meesterlijk!! Altijd lekker om de dag met een lach te beginnen. Je moeder is mijn nieuwe heldin!! Vooral die laatste zin over klimatologen sprak mij erg aan, heerlijk!
 

Vriendelijke groet,

(een lezeres uit Huizen).

 

Ik zat nog even na te genieten, toen de volgende mail binnenkwam. Niks geen 'Beste Dick', of 'Hallo Dick', nee, gelijk zakelijk beginnen:

 

Naar aanleiding van het stuk over oma die de kinderen dik maakt het volgende:

Ik ben oma van 13 kleinkinderen, verdeeld over vijf getrouwde kinderen. Voor 11 van de kleinkinderen hebben mijn man en ik als oppasopa en -oma minimaal 2-4 dagen per week gezorgd, zonder ze vol te stoppen met zoete en vette dingen. Deze kinderen zijn allemaal super slank (de twee die hier niet regelmatig kwamen waren juist mollig.)

Wij hebben veel met de kinderen gewandeld, naar de speeltuin of de pompen. Dan ging opa met hun varen op een vlot en ik speelde met de kleintjes. Heerlijke tijd! Sterk verdunde limonade mee en bekertjes, en ze vermaakten zich prima.

Ik vind het zelfs zielig voor uw kinderen dat zij geen mooie herinneringen hebben aan hun oma.

Voor oma vind ik het nog veel erger, zij wordt toch maar mooi voor schut gezet in de krant door haar eigen zoon. U maakt niet alleen uw moeder maar ook uzelf tot spot.

De ouders zelf staan het toe. Als jullie direct hadden gezegd: ''Wij willen niet dat de kinderen verwend worden' dan had oma zich daar aan moeten houden.

Achteraf de schuld geven aan oma dat vind ik erg laag en naïef.

 

Een groet van een oma van 75 jaar.

 

Ik heb nog wel geprobeerd één en ander uit te leggen, maar daar heb ik niks meer op gehoord.

 
 
 
 

 

Donderdag 25 februari

 

Een collega van mijn echtgenote was al eerder gestopt met dr. Frank. Doordat ze de zemelen in haar donkerbruine brood miste, raakte haar stoelgang behoorlijk ontregeld. Die problemen heb ik niet ondervonden, dank u. Maar nu ik vijf kilo kwijt ben en het racefietsseizoen eindelijk met een zekere hevigheid losbarst, vind ik het goed om weer wat koolhydraten tot mij te gaan nemen. In de bedrijfskantine smokkelde ik gistermiddag al een bruine boterham met mijn zalmsalade mee naar de tafel. En vandaag doe ik wat aardappelpuree bij de rode kool. Van mezelf mag ik dan vrijdag weer m'n eerste echte pastamaaltijd. Dan verloopt namelijk ook de vervaldatum van de Fettuccine met Spinazie die ik al een tijdje als wenkend toekomstperspectief in het koelvak van mijn ijskast heb liggen. Is mijn receptenbijbel 'Gezond slank met Dr. Frank' dan meteen waardeloos geworden? Welnee. Onder elk recept staat - zogenaamde voor de partner van de dr. Frank-patiënt - ook welk koolhydraat goedje je er het beste bij kunt eten. Handige bliksem, die dr. Frank.

 
 
 
 

 

Woensdag 24 februari

 

Zeven dagen te laat geboren is onze dochter, om straks op 3 maart te mogen stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Daar baalt ze van, want als je 18 wordt beschouw je de stemplicht nog als een grote verworvenheid van onze democratie. Om die reden werd de val van het kabinet Balkenende IV binnen ons gezin met meer dan de gebruikelijke vrolijkheid begroet. Over drie maanden mag ze toch voor de eerste keer de gang naar de stembus maken om het rode potlood te hanteren. Maar bij het bekend worden van de datum, trok er toch even een schaduw over haar geluk. 'Shit, dan zit ik met mama in Spanje.' De eerste keer dat ze gebruik mag maken van haar democratisch recht moet ze de machtiging in mijn onbetrouwbare handen leggen.

 
 
 
 

Dinsdag 23 februari

 

Bij producttesten in het consumentenprogramma Kassa komen opmerkelijk vaak artikelen van Lidl, Aldi en Action als beste uit de bus. Dat appelleert aan het goede gevoel bij mensen. Iets goedkoops aanschaffen, dat tegelijkertijd ook nog eens goed en/of lekker is. Zo was ook ik apentrots op mijn 'best geteste' regenpak, van FJS, dat voor nog geen 12 euro bij de Action in de schappen ligt. Bij lichte miezer is het ding inderdaad goed waterdicht, maar bij serieuze neerslag - waar zondag en maandag bijna 24 uur achtereen sprake van was - lekt vooral de broek aan alle kanten. Toch nog maar even verder gezocht op internet bij de zoekterm 'Het beste regenpak' en dan krijg je dit te lezen:

 

Vorig jaar een als beste getest regenpak aangeschaft en slechts een paar keer aan gehad. En wat blijkt? De coating aan de binnenkant laat los en je wordt even nat alsof je geen pak aan hebt. Door het dragen van een lange broek en of trui gaat de binnenkant langzaam aan kapot. Als je de broek en of het jasje tegen het licht houdt zijn er allemaal gaten te zien waar de regen doorheen kan. Hoe zo als beste getest? Het is rotzooi en niets waard. Misschien een reden om dit pak opnieuw te testen.

Een teleur gestelde klant van Action

 

Die zogenaamde producttesten van bijvoorbeeld Kassa en de Consumentenbond stellen niets voor en zetten de consument naar mijn mening systematisch op het verkeerde been. Steeds weer blijkt dat de genoemde organisaties technisch volstrekt onvoldoende zijn toegerust om uitspraken te doen over de kwaliteit van producten.

Met vriendelijke groet, ReadAC.

 

Mijn in Spanje rentenierende vriend kon zich in de jaren tachtig al druk maken als de socialistische consumentenbroeders een goedkope Praktica-camera uit het Oostblok het predikaat 'Beste prijs/kwaliteit' meegaven. Er is sinds die tijd niet veel veranderd.

 

Vanmiddag maar naar de degelijke Hema voor een broek die volgens dezelfde Kassa-test vier keer zo duur is als die prul van de Action.

 
 
 
 

 

Maandag 22 februari

 

Als Geert het straks voor het zeggen heeft, maakt hij korte metten met gesubsidieerde cultuur voor de elite, heeft hij al laten weten. Dus zo lang het nog kan, profiteren mijn vriend Mart en ik nog met volle teugen van ons voordelige singer/songwriterabonnementje in de Aalmarktzaal van de Stadsgehoorzaal in Leiden. Vier optredens voor 60 euro, Geert, steeds in een splinternieuwe concertzaal, allemaal met overheidsgeld betaald. Zaterdagavond stond er vijf man (twee meer dan de basisbezetting) op het podium, heel veel instrumenten (waaronder een heuse Steinway-vleugel!), een mannetje dat gitaren aanreikte tussen de nummers door en twee geluids- en lichttechnici. Dan tel ik de twee mensen die in de mooie foyer achter de bar stonden nog niet eens mee. Wat denk je dat dat allemaal kost? De halflege zaal gaat dat niet opbrengen. En van de koffie van 1,50 euro zullen ze ook niet vet worden. Nee Geert, allemaal subsidiegeld dat beter kan worden besteed. Niettemin, we hebben genoten van A Balladeer, een Nederlands bandje met internationale uitstraling. Wat ze met z'n vijven precies in de serie singer/songwriters deden, is mij een raadsel. Maar misschien was het omdat zanger/liedjesschrijver Marinus de Goederen ook net een solo-album uit heeft. Maar verder riekt het allemaal naar oplichterij van de linkse kerk, Geert. Doe er wat aan.

 

 

 

 
 
 
 

 

Zaterdag 20 februari

 

Het dreigt een beetje onder te sneeuwen door de val van het kabinet, maar niettemin bericht ik u dat mijn leven een ingrijpende wending heeft genomen. Na jarenlang wekelijks trouw de Digros te hebben bezocht voor mijn weekendboodschappen, heb ik deze volle dochter van het Dirk van den Broek-concern definitief de rug toegekeerd. De kwaliteit van groenten en fruit speelden daarbij een rol, alsmede het feit dat ik steeds meer favoriete producten niet meer in de schappen terugvond, met als tragisch dieptepunt het uit het assortiment nemen van de Pringles Light. Dan is op een gegeven moment de maat vol. Op vrijdagavond heb ik derhalve voor het eerst de lokale Albert Heijn bezocht en een bonuskaart gescoord, waarmee ik dankzij het programmaatje 'Appie' op mijn Iphone boodschappen kan doen zoals dat in de 21ste eeuw hoort. Appie houdt bij wat ik heb gekocht, kan boodschappenlijstjes maken, weet wat de Bonus-aanbiedingen zijn en kent 8000 recepten en hun ingrediënten uit het hoofd. Valt er dan helemaal niks te klagen na mijn bezoek aan het filiaal in de Katwijkse Zeilmakerstraat? Welzeker. De zaak heeft de omvang en de allure van een superstore, maar de winkelwagentjes en de kassa's zijn die van de buurtsuper. Mijn boodschappenkrat past er niet in en ik kon maar ternauwernood al mijn inkopen kwijt. Ik zal mij hierover met de filiaalmanager - Harry Piekema, als ik het wel heb - in verbinding stellen.

 
 
 
 

 

Vrijdag 19 februari

 

Van mijn twintigste tot mijn dertigste was ik voor het Leidsch Dagblad redacteur in Katwijk, één van de mooiste baantjes die ik bij de krant heb gehad. Want wat is er nu leuker dan schrijven over je eigen dorp? Ik banjerde langs het strand als de eerste paviljoens werden opgebouwd, ging mee met de vissersvloot, sjouwde over het industrieterrein op zoek naar obscure bedrijfjes en stond met mijn benen in het bluswater als er weer eens ergens een grote fik was. Maar bovenal was ik veel in het raadhuis te vinden, voor commissie- en raadsvergaderingen. Dat onderdeel van het werk vond ik zo belangrijk dat ik er, bij mijn afscheid in 1990, vast van overtuigd was dat ik nog maandelijks de raadsvergaderingen zou blijven bezoeken. Gewoon, voor mijn lol. Maar ook omdat dáár de dingen gebeuren, in een dorp. Afijn, ik ben er sindsdien nooit meer geweest. Totdat ik gisteravond weer de kans had omdat mijn collega Rob naar de wintersport is. Leuk, naar de raad!, reageerde ik eerder deze week op de vraag of ik hem kon vervangen. Maar toen het puntje bij paaltje kwam had ik toch weinig zin om een hele avond op een persbankje naar wauwelende dorpspolitici te kijken en te luisteren. En dat hoeft tegenwoordig ook niet meer. Dankzij de lokale omroep kun je de vergadering gewoon thuis met de laptop op schoot vanaf de bank volgen en bovendien ook nog makkelijk schakelen naar het schaatsen en het voetballen. Wijntje erbij, plakje boterhamworst met augurk (helemaal dr. Frank). Niks tegen Rob zeggen, s.v.p. Want als redacteur Katwijk hoort hij uiteraard te denken dat het allemaal nog verschrikkelijk belangrijk is.

 
 
 
 

Donderdag 18 februari

 

Net als de rest van deze sessie hoop ik dat die de buitenwereld nooit bereikt, maar ik vrees het ergste, schreef ik vorige week op deze plek na mijn bezoek aan de Face Factory tijdens het communicatiefestival De Verleiding. In een denkbeeldige fabriek werd een profiel van mij - en tientallen andere - bezoekers samengesteld, onder meer aan de hand van een symbolisch voorwerp dat je verdere leeftijd zou (kunnen) bepalen. Ik koos om mij moverende redenen voor het telraam, waarmee ik op de foto moest, maar ook in een poppenkast moest uitleggen wat mij tot deze keuze had bewogen. Net als in het VPRO-kinderprogramma Achterwerk In De Kast stond er een camera op de poppenkast gericht om dit verhaal op te nemen. En gisteren was het zover: in mijn bedrijfsmail zat de foto, met een link naar het profiel waar achter de gestreepte gordijntjes van de poppenkast mijn filmpje zou moeten instarten. Het moment van de waarheid. Afijn, kijkt u zelf maar:

 

 

Zie je wel dat er een God is?, mag ik onder deze omstandigheden graag roepen. Ik was niet te filmen.

 
 
 
 

Woensdag 17 februari

 

Soms moet ik zelf ook nog even wennen aan de moderne tijd waarin wij leven. Zoals maandagavond, toen ik in één van die mooie Olympische Studio Sport-portretten - dit keer van sprinter Jeremy Wotherspoon - als achtergrondmuziek een nummer voorbij hoorde komen dat me meteen bij de strot greep. Wie mocht dat wel zijn? Een jaartje geleden zou ik een pakkende regel of een refreintje hebben onthouden, om dat in combinatie met het woord lyrics op Google op te zoeken. Maar nu herinnerde ik me - een beetje laat, het filmpje was al afgelopen maar de Olympische site van de NOS bracht uitkomst - het programmaatje Shazam op mijn Iphone. Je houdt het toestel voor de geluidsbox en binnen een paar seconden verschijnt op je schermpje:

 

Eddie Vedder - No Ceiling

Album: Into the Wild

Genre: Soundtracks

Label: Monkey Wrench.

 

Genoeg informatie om de cd binnen een paar minuten van een Torrent-site binnen te slurpen. Leve de vooruitgang! Eddie Vedder is trouwens de zanger van Pearl Jam, maar op deze schitterende soloplaat laat hij zich van zijn ingetogen kant horen.

 

'Into the Wild' schijnt ook nog een prachtige film te zijn over een rijkeluisjongetje dat de wildernis opzoekt. (Te huur in de Katwijkse bibliotheek, maar dit terzijde.) Elke gelijkenis met Jeremy Wotherspoon in dit portret berust uiteraard op louter toeval. Kijk en luister zelf maar:

 

 

 

 
 
 
 

 

Dinsdag 16 februari

 

Er zijn mensen die pronken met een telegram van Hare Majesteit, een handgeschreven brief van Johan Cruijff of een persoonlijke twitter van Barack Obama. Maar in mijn inbox zit - sinds gistermiddag en naar aanleiding van mijn krantencolumn met de veelzeggende titel 'Dank dank dank, dr. Frank' - een mail van mijn dieetgoeroe zelf:

 

Beste Dick,

 

Leuk stukje ontving ik via via uit Texel!

 

Jij bent toch niet dik of di©k, tenminste als ik je homepage bekijk (of ben je gephotoshopt?)

 

Als je echt te zwaar bent kijk eens op www.eenkiloperweek.nl

 

Succes!

 

Groet

 

Frank

Dr. F.N.R. van Berkum, Internist

Previtas, Kliniek voor Gewichtsmanagement

ZiekenhuisGroepTwente

 

 

Dat schreeuwt natuurlijk om een reactie:

 

 

Hallo dr. Frank,

 

Hoewel de foto op mijn website al zo'n twaalf jaar oud is, ben ik in werkelijkheid geen spat veranderd. Op het oog niet te dik, maar wel elke winter - als het racefietsen op een lager pitje staat - wel steeds tien kilo te zwaar. Ook in deze koude maanden fiets ik nog één uur (heen en weer naar de redactie) tot drie uur (mountainbiketochten) per dag, dus ik moet er welhaast enorme hoeveelheden voedsel instoppen om toch elke keer weer in omvang toe te nemen. Nou, dat doe ik ook.

 

Afvallen lukt me elke keer ook zonder specifiek dieet: niet alle borden van de familieleden leeggrazen als er nog restjes op liggen, geen drie gebakjes nemen als er iemand jarig is, en niet elke dag een gehaktbal met mayo in de kantine.

 

Maar ik vind het een sport om elk jaar mijn 'race' naar de 85 kilo (ik ben 1.94 meter lang) enige kracht bij te zetten door iets nieuws uit te proberen. En ik moet zeggen - na een avondmaal met gehaktbrood en spinazie uit uw beststeller - tot nog toe bevalt het prima. Ik hoop deze week de 90 kilo weer aan te stippen op de weegschaal. Dan nog maar een paar weken te gaan.

 

Dus, opnieuw zonder ironie, dank dr. Frank!

 

Groeten,

 

Dick van der Plas

 

 

En zijn weerwoord is, in al zijn bescheidenheid, ook helemaal dr. Frank:

 

Geen dank.

 

 

 

Voor wie hem nog niet gelezen heeft, hierbij mijn ode aan dr. Frank.

 
 
 
 

Maandag 15 februari

'Pap, waarom mag ik niet downloaden?', vroeg mijn zoon een tijdje terug. Dat mag niet van de auteursrechtenorganisaties, had ik natuurlijk moeten zeggen, maar dan zou hij weten dat ik zelf bijna dagelijks in overtreding ben. 'Omdat ik er geen zin in heb om elke week jouw pc opnieuw op te bouwen omdat je een virus hebt binnengehaald', antwoordde ik daarom maar naar waarheid. Als hij een spel of een crackje nodig heeft, vraagt hij het aan mij. Zo is het altijd al gegaan. Maar omdat ik ook mijn ogen niet sluit voor het proces dat volwassenwording heet, leidde ik hem de weken daarna al wel voorzichtig binnen in de wereld van creatief computergebruik. De rest van zijn klas deed het tenslotte ook. Totdat hij zaterdagavond wist te melden dat zijn computer 'opeens zo raar deed' - allemaal blauwe schermen - en of ik daar eens naar wilde kijken. Er was inderdaad sprake van een probleem: het ding startte nog wel op, maar helemaal aan het eind van dat proces kwam er een fatal error scherm, met steeds een andere foutmelding en bijbehorende getallenreeks. Alleen omdat ik ook ergens iets met 'memory' zag staan, schroefde ik de kast open en haalde één voor één - met steeds weer opnieuw opstarten - de geheugenmodules eruit, net zo lang totdat de computer na het verwijderen van het laatste stripje (zul je altijd zien) weer stabiel begon te draaien. Probleem opgelost, en helemaal als ik vandaag weer wat nieuw, extra geheugen voor hem koop. Maar ergens in mijn achterhoofd zingt ook nog zijn bekentenis rond dat de problemen ontstonden net na het installeren van een nieuwe no cd crack voor de zoveelste gameversie van Lord of the Rings. Als dat zo is, hebben de komende dagen nog iets leuks voor mij in petto. Voorlopig de pc via systeemherstel drie dagen teruggezet en een complete backup van zijn harde schijf gemaakt. En, o ja: het downloadverbod is voorlopig weer van kracht.

 
 
 
 

Vrijdag 12 februari

Het voordeel van een behuizing in een hip kantoorpand met allerlei snelle mediabedrijfjes? Er gebeurt nog eens wat. Zo hadden we gisteren de hele dag het bruisende communicatiefestival De Verleiding binnen de muren van Nieuwe Energie, het gebouw waar ook onze redactie domicilie houdt. Het nadeel van zo'n behuizing? Dat je onder die omstandigheden meteen wordt gebruikt als proefkonijn voor moderne malle fratsen als de 'Face Factory'. Daar werd in de vroege ochtenduren mijn levensprofiel bijgesteld. Zo moest ik uit een tafel vol met de gekste voorwerpen iets uitkiezen wat de rest van mijn bestaan kon beïnvloeden. Over die keuze moest ik vervolgens vertellen met mijn hoofd in een poppenkast, waarbij mijn bekentenis op film werd vastgelegd. Net als de rest van deze sessie hoop ik dat die de buitenwereld nooit bereikt, maar ik vrees het ergste. Waarom het telraam? Omdat ik mij - volgens mijn eega uit pure lamlendigheid - al zo'n 49 jaar aan allerlei maatschappelijke verplichtingen onttrek, maar nu voor het eerst een bestuursbaantje (bij de wielerclub) als penningmeester heb aanvaard. Zij ziet dat als een belangwekkende wending in mijn armzalige bestaan. Pas toen ik weer buiten de 'Face Factory' stond, besefte ik dat het niet bepaald van een onafhankelijke geest getuigde om mijn bijgestelde levensprofiel op te hangen aan de standpunten van mijn vrouw. Ik moet verder met het telraam als keerpunt in mijn leven.

 
 
 
 

Donderdag 11 februari

De term komt van mijn zwager. Toen hij vernam dat nu ook al mijn echtgenote - zijn oudste zus - was toegetreden tot het aanzwellende leger der webloggers - zij het ambtshalve, maar toch - zakte zijn lijf tot een zielig hoopje ineen. 'Nee hè!, ik trek het niet meer. Ik krijg enorme last van weblogstress.' Weblogstress komt voor bij mensen die - vaak uit sociale overwegingen, lees: om mensen niet voor het hoofd te stoten - dagelijks zoveel weblogs tot zich moeten nemen dat het normale leven eenvoudigweg aan hen voorbijgaat. Stiekem een keertje verzaken is geen optie. Voor je het weet zit je op een verjaardag of andere familiesamenkomst en blijk je de recentste voorvallen te hebben gemist. Een bitter verwijt is dan zo gemaakt. 'Heb je dat dan niet op mijn weglog gelezen?' (Pijnlijke stilte.) Mijn zwager volgt familielogs, logs van collega's, logs van vrienden en spoort - om ze niet te verwaarlozen - ook zijn 2-jarige zoon en dochters (6 en 8 jaar) inmiddels aan hun belevenissen vast te leggen in een log, om maar niks van ze te hoeven missen. Zelfs dit logje - waarvoor ik eigenlijk geen onderwerp had (ook een vorm van weblogstress), maar me opeens die weblogstress-verzuchting van mijn zwager te binnen schoot - zal hij moeten lezen. Me dunkt, dit is het toppunt van weblogstress.

 
 
 
 

Woensdag 10 februari

Normaal is dat je je 13-jarige zoon achter zijn broek moet zitten om zijn huiswerk te maken. Dat hij af en toe met een onvoldoende thuiskomt omdat hij ergens helemaal niet, of maar half voor heeft geleerd. Of het niet snapt, niet goed heeft opget, of anderszins. Maar met een dochter die er een sport van maakt om alleen negens en tienen te scoren, lijkt 'normaal' voor ons al gauw abnormaal. En is het uiteindelijk toch een opluchting als hij thuiskomt met een Atheneum-rapport dat - op twee zessen na - louter zevens en achten bevat. We hebben hem er uitbundig om geprezen, al was het maar om de kritische noten van zijn zus te compenseren. Misschien té uitbundig, want gistermiddag biechtte hij een 4 op voor een proefwerk wiskunde (een van de twee vakken waarvoor hij een zes en een beetje staat). 'Maar gelukkig heb ik nu nog net boven een 5 gemiddeld, want dan hoef ik niet verplicht naar de bijles die woensdagmiddag onder de sporturen wordt gegeven', zo zag hij zelf nog de zonzijde van dit cijfer in. Het duurde maar even voordat hij zijn blunder besefte. 'Wat!? Bijles? Is er bijles voor wiskunde?', zo sprong de helft van zijn ouderpaar als een geit op de haverkist. Dus gaat onze zoon vanmiddag naar bijles wiskunde. Nee, niet verplicht. Hij gaat als enige van zijn klas vrijwillig. Al denkt hij daar zelf heel anders over.

 
 
 
 

Dinsdag 9 februari

Waar ik me erg op verheug: vanavond een districtsvergadering van de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU) in Dordrecht. Het is de eerste keer dat ik in mijn functie van penningmeester van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk van het dorp af mag. Onze bestuursvoorgangers gingen er nooit heen, maar secretaris Menno en ik schuwen het onbekende niet. We moeten tenslotte eerst nog maar voor elkaar zien te krijgen dat we weer lid mogen worden van de grootste fietssportbond van Nederland, als onderafdeling van nota bene een ijsclub uit 1893. Een bekende sportbobo uit het Leidse hield mij een paar weken geleden voor dat ik eigenlijk te jong was voor een districtsvergadering van de NTFU. 'Dat zijn allemaal gasten van een jaar of vijftig, joh.' Ik straalde, met mijn 49,5. Maar onze secretaris is met  30 jaar nog een broekie, dus die moet ik vanavond mee aan de hand nemen in het gezelschap van mannen die met geruite petten, op grof gelaste stalen frames en twee draadbandjes om de nek hun koersen rijden. Wat er onder meer op de agenda staat, behalve de uitreiking van het Toerfiets Evenementen Programma? Een lezing van een deskundige van het sportmedisch centrum Rotterdam. 'Gelet op de gemiddelde leeftijd van de NTFU-leden is het van belang als verenigingsbestuurder hieromtrent iets meer te weten', vermeldt de uitnodiging. Hieromtrent. De laatste keer dat ik dat woord hoorde, kwam het uit de mond van het Koot & Bie-typetje Cor van der Laak. Zoals gezegd, ik verheug me er erg op.

 
 
 
 

Maandag 8 februari

Zijn strafblad is nog blanco, maar de eerste boete is binnen. Wegens het niet komen opdagen als 'tafelaar' bij een wedstrijd op 30 januari dient onze zoon de indrukwekkende somma van 5,50 euro over te maken op de rekening van zijn basketbalclub Grasshoppers. Precies drie weken hebben we, om protest aan te tekenen, en de messen worden geslepen. Zijn raadsman Bram M. - die onze jongste nazaat voor de Commissie van Beroep gaat verdedigen - spreekt van een 'zoveelste flagrante schending van het recht en een dwaling die past in een lange rij van justitiële missers'. Alleen al het verzenden van de brief noemt mr. Bram al 'infaam en abject'. Hij zal zich in zijn verdediging laten leiden door het indrukwekkende pleidooi dat de vader van de verdachte eerder op deze plek hield. De raadsman schroomt verder niet om, zo nodig, in het kader van de Pluk Ze-wetgeving alvast beslag te laten leggen op de verenigingstegoeden van Grasshoppers. Wordt vervolgd, derhalve!

 
 
 
 

Zaterdag 6 februari

Van een ouderwetse walkover was vanmorgen geen sprake, in de basketbalwedstrijd tegen Springers uit Gouda. Maar onze mannen stonden in de thuishal Cleijn Duin wel voortdurend voor met een redelijk comfortabele tien punten, een verschil dat al in de eerste periode werd bereikt. Daarna ging het duel gelijk op: als zij scoorden, deden wij het ook, tot in de laatste tien minuten onze aanval vooral het bord en de ring van de basket trof en Springers gluiperig naderbij sloop totdat de voorsprong een paar minuten voor het eind nog maar één punt bedroeg. Billenknijpen, niet alleen bij de coaches ArendJan en Dirk, maar zeker ook bij de trouwe supportersschare die voornamelijk uit John en mijzelf bestond. Herrie maakten we in elk geval voor een heel legioen. Zeker toen met twee snelle uitvallen - waaronder eentje van Steven die er weer lekker op los scoorde (foto) - de zaken net voor het laatste fluitsignaal werden rechtgetrokken: 67-62. Altijd een euforisch gevoel, als de bevrediging van de overwinning samensmelt met de opluchting over het ontlopen van de nederlaag.

 
 
 
 

Vrijdag 5 februari

Als kersverse volgeling heb ik binnen mijn gezin te maken met een aantal dr. Frank-sceptici. De nieuwe dieetgoeroe die mijn hart heeft gestolen met recepten vol vlees, eieren en groenten, wordt als de nieuwste hype weggezet in het rijtje Sonja Bakker, Montignac en Robert Atkins. Daarmee wordt dr. Frank - een heuse internist en vasculair (?) geneeskundige uit Hengelo, geen prutser derhalve - groot onrecht aangedaan. Ik tik dit stukje na een zeer bevredigend avondmaal dat bestond uit een flinke hoeveelheid shoarmavlees en roerbakgroenten, dat volgde op een lunch van carpaccio, salade en een ei. Een paar weken zonder pasta, aardappelen of brood, dat gaat me op deze manier wel lukken. Zeker als ik er van mezelf behoorlijk bij mag zondigen ('s morgens ontbijten met muesli en elke avond mijn wijntjes) omdat ik nu eenmaal veel meer beweeg dan de gemiddelde dr. Frank-volgeling. Zelfs inclusief de verjaardag van mijn eega met gebak en snacks, ben ik inmiddels al bijna drie kilo kwijt in nog geen zes dagen. Dank, dank, dank,

dr. Frank!

 
 
 
 

Donderdag 4 februari

Als je ruim twaalf jaar alleen maar opschrijft wat je om je heen ziet gebeuren, ben je opeens een deskundige. Opvoeddeskundige, in mijn geval. Niet in alle kringen, overigens, want een deel van mijn lezerspubliek vindt mij een malloot. Maar dat is een lot dat ik met vele andere deskundigen deel. Dat maakt mij er dus niet minder deskundig om. Zet twee deskundigen naast elkaar en ze hebben ieder een andere mening, tenslotte. Ik kom erop omdat mij de afgelopen dagen tot twee keer toe is gevraagd 'iets' als opvoeddeskundige te doen op de open dagen van respectievelijk het Leidsch- (6 maart) en het Noordhollands Dagblad (29 mei). Bijna 24 uur per etmaal heb ik me hier inmiddels het hoofd over gebroken, maar ik kom er niet uit. Mijn basisfilosofie - ik doe maar wat, en meestal doe ik helemaal niks - leent zich niet voor een ochtendvullend programma. Op 6 maart kan ik me in Leiden - als chef Duin- en Bollenstreek - op tal van andere manieren nuttig maken. Voor zaterdag 29 mei denk ik dat ik maar dat ik een smoes verzin. Er is vast wel ergens een toertocht te rijden waarvoor ik me al heel lang geleden heb opgegeven. Als deskundige moet je ook je beperkingen kennen.

 

 

P.S. Mijn laatste opvoedkundige column in de krant ging over Puberen.

 
 
 
 

Woensdag 3 februari

Voor mijn eigen verjaardag geef ik altijd - ruim van tevoren - luid en duidelijk aan wat de wensen zijn. In veel gevallen heb ik het cadeau zelfs al in huis, ooit onder valse voorwendselen - tegen een veel te hoog bedrag - aangeschaft. 'Alvast voor míjn verjaardag.' Maar in meer dan 25 jaar huwelijk is het mij niet gelukt om te gaan met open opdrachten van mijn echtgenote als: 'Verras me maar'. Wel heb ik inmiddels een beperkte kring van (dames)winkels opgebouwd waar ik mij vertrouwd voel en waar ze mijn onzekerheden een beetje kennen. Bij de parfumerie ('Is er nog iets nieuws wat mijn vrouw lekker vindt?') of de sieradenwinkel, bijvoorbeeld ('Doe maar iets moderns, met zwart of zilver'') waardoor ik in de regel toch binnen een bevredigende minuut of tien weer buiten sta. Voornamelijk vanwege het feit dat onze nazaten zo mogelijk nog minder creatief zijn dan ik, moest ik gistermiddag na werktijd voor hen op zoek naar een badjas die zij hedenmorgen aan hun moeder (49 lentes, vandaag, ja dank u wel) kunnen geven. Nieuwe winkels, daar houd ik niet van. Bij Hunkemöller ben ik geweest, voor het eerst van mijn leven, bij Livera en tenslotte bij V&D, om uiteindelijk weer bij Hunkemöller uit te komen (er zit er in Leiden ook eentje in de V&D, ontdekte ik), om zo'n beetje overal hetzelfde verhaal te horen: dit is het laatste restje van de wintercollectie, de voorjaarsspullen druppelen wel binnen, maar daarvoor bent u net een beetje te vroeg. Een uur van wanhoop en vertwijfeling, gevoelens die niet wilden verdwijnen nadat ik uiteindelijk een 'God zegene de greep'-keuze had gemaakt. En dan ging het in mijn geval nog maar om een badjas. Er zijn mannen die de gang naar Hunkemöller moeten maken voor een lingeriesetje. 'Is er nog iets nieuws voor mijn vrouw wat ik lekker vind?', lijkt me dan een geijkte openingsvraag. Zo zie je maar, het kan het altijd nog erger.

 
 
 
 

Dinsdag 2 februari

Al een paar weken volgt mijn echtgenote voor de bibliotheek de cursus '23 dingen' - ontdek, speel en leer over Web 2.0 - en sindsdien ken ik haar voornamelijk als de vrouw die in de rode stoel in onze woonkamer met de laptop op haar schoot zit. Voor de tweede keer in die cursusweken was onze woning gistermiddag doordrongen van de geur van aangebrande aardappelen omdat ze aan haar - verplichte - weblog zat te tikken. Aangezien haar log beter was dan haar aardappels, dien ik die hier maar op:

 

 
 
 
 

 

Maandag 1 februari

Of ik een foto wilde van een auto te water, vroeg een freelance fotograaf dinsdagmiddag rond een uur of vijf. Onze Duin- en Bollenstreekpagina's waren al zo goed als dichtgetimmerd en om ze nou voor een modale auto in de sloot weer open te breken? 'Nee bedankt', zei ik, 'als het nou een vliegtuig was...' Een paar dagen later stonden ze wel in een huis-aan-huisblad - niet zo mooi als hierboven, die heb ik van 112Bollenstreek gepikt - maar helder genoeg om de onfortuinlijke auto te herkennen. 'Was jij dat, Huibert, in het kanaal?', vroeg ik mijn buurman van twee huizen verderop, toen ik hem met zoon en twee honden op straat tegenkwam. Huibert ging er eens goed voor staan. Aan het 'Nee hè!' van zijn nazaat leidde ik af dat hij het verhaal al een keer of honderd had verteld. Maar hij had er nog steeds plezier in. Hij reed, met nog geen vijf kilometer per uur, naar zijn bedrijfje aan de waterkant, om halverwege de afrit te ontdekken dat de brandweer hier de avond ervoor een oefening had afgewerkt waarbij er nogal wat water was gemorst. En dat was inmiddels een ijsvlakte van een decimeter dik geworden. Hij begon te glijden, ging met twee wielen over de walkant en kwam op z'n dak, dus ondersteboven, op de bodem van het kanaal terecht. 'Hoe kom ik hier nu weer uit?', ging er door hem. De radio speelde nog, er kwam geen druppel water binnen, maar hij lag er toch wat ongelukkig bij. Op dat moment kantelde de bedrijfsauto en kwam, als een opstijgende onderzeeër, met de goede kant weer naar boven. Nog steeds geen druppel water binnen, alle elektriciteit deed het nog en Huibert zocht, wel enigszins gehaast, zijn dierbaarste spullen bij elkaar (hij kon alleen zijn telefoon niet vinden) en klom - zelfs het zijraam ging nog automatisch naar omlaag - zich vasthoudend aan de imperiaal op het dak. De actie had inmiddels de aandacht getrokken van de mannen in de brandweerkazerne, pal aan de overkant, die hem binnen een paar minuten - op een auto die steeds verder wegzonk - uit zijn benarde positie bevrijdde. 'Kurkdroog was ik nog, ik had niet eens natte schoenen!', aldus Huibert.

Goed verhaal, toch?

 
 
 
 

Zaterdag 30 januari

Wie basketbal speelt, heeft ook verplichtingen aan de club. 'Tafelen' is daar één van: het bijhouden van scores, persoonlijke fouten, de tijd en nog zo wat van die statistieken op een formulier met zoveel vakjes dat je een avond cursus moet volgen om er wijs uit te worden. Vandaag moet mijn zoon opdraven bij een wedstrijd van Grasshoppers Jongens onder 16-3 om 16.15 uur, in de Katwijkse sporthal Cleijn Duin. Geen probleem, ware het niet dat hij om 14 uur een ingelaste wedstrijd van zijn eigen team heeft in Wateringen, achterin het Westland. Daarmee is hij zeker anderhalf tot twee uur zoet, en dan is het nog een uur terugrijden naar Katwijk. 'Zelf voor vervanging zorgen', meldt de wedstrijdsecretaris die niet alleen hem maar ook een aantal teamgenoten heeft ingedeeld voor de tafelbeurt. Spelertjes van 12 en 13 jaar - die op de club geen groot netwerk hebben om op terug te vallen en van iedereen die ze wél kennen weten dat die ook moeten spelen - in paniek, de coach - die zijn halve team ziet wegvallen - met de handen in het haar. De wedstrijdsecretaris houdt zijn poot stijf, met een beroep op het huishoudelijk reglement van de club dat elke jeugdspeler inderdaad onder zijn kussen heeft liggen. Veel opgewonden gebel en e-mailverkeer, tussen zoon, teamgenoten en coach, waarbij uiteindelijk wordt besloten om het tafelen - niet komen opdagen betekent een boete - maar voor het spelen te laten gaan. Totdat gisteravond om negen uur coach ArendJan strijdbaar opbelde, na het inwinnen van advies bij juridisch geschoolde clubleden die menen dat het team straks bij de 'Commissie van Beroep' een goede zaak heeft. ''We gaan spelen!', roept hij uit. See you in court, wedstrijdsecretaris!

 

Tot zover dit relaas over verenigingspolitiek en jongetjes van 13 die worden vermalen tussen verplichtingen, huishoudelijk reglementen en het teambelang.

 

Laatste nieuws: vet gewonnen, Steven weet alleen niet met hoeveel.

 
 
 
 

Vrijdag 29 januari

In de periode tussen vijf tot zes dat ik de basketbalkantine alleen open heb om Tineke en Krijn een bakje in te schenken en de vaatwasser zich nog staat op te warmen voor mijn maandelijkse werkje (het schoonmaken van de roosters boven de frituur), zou het me toch moeten lukken: geluid krijgen uit de imposante flatscreen-tv boven het koffieapparaat. Maar al sinds de ingebruikname van The Bucket worstel ik met de Denon DN-X500 4-kanaals DJ-mixer die een audiofiel om onverklaarbare redenen in het stereorekje heeft geschroefd.

Niet dat ik geen vorderingen heb gemaakt: ik ben er – geheel op eigen kracht want een gebruiksaanwijzing is nergens te vinden – in geslaagd om een muziekje te laten horen via de boxen boven de bar. Ik kan de LCD-tv aanzetten, de  Windows-mediaplayer opstarten (als de computer tenminste al aanstaat, maar inmiddels weet ik ook hoe dat moet), een afspeellijst kiezen en het geluid afregelen met één van de vier schuifknoppen die in de Denon-versterker zitten. (Eerlijk gezegd weet ik niet precies welke, maar dat maakt verder niet uit. Het zijn er maar vier, er is er altijd wel eentje die doet wat ik wil. Soms doen ze het zelfs alle vier.)

Wat ik nog meer kan? Ik geef toe dat het een paar maanden heeft geduurd – hoewel dat ook aan het signaal kan hebben gelegen – maar ik weet hoe ik de tv aan krijg en slaag er zelfs in om er via de computer (nee, er is geen normale kabelverbinding, alles gaat via Windows Mediaplayer) livebeelden uit te toveren van Nederland 1, 2 of 3. Ja, dat klinkt makkelijk, maar iedereen die bardienst draait in The Bucket weet dat het eenvoudiger is om een satelliet in een baan om de aarde te krijgen.

Maar dan.

Weet jij hoe je er geluid uit kunt krijgen, Krijn?

Nee?

Jij, Tineke?

Nee, alle knopjes op de Denon DN-X500 heb ik dan al geprobeerd. Sommige meer dan tien keer, in honderden verschillende combinaties. Aan de versterker kan het niet liggen. Het betreft hier, ik citeer, een 19” rackmount DJ mixer die het mixen een heel andere belevenis maakt. Deze DN-X500 is een analoge matrix mixer met 8 line en 2 phono ingangen die vrij kunnen worden toegewezen aan één van de vier kanalen. Vier 60 mm VCA kanaalfaders met volumecontrole, onafhankelijke PFL kanaalmeters, de DN-X500 bevat alles om het de DJ zo veel mogelijk naar zijn of haar zin te maken. Mooi vormgegeven, sterk en robuust, de X500 is een heerser in de audiomarkt!

Ja, ik kan op de LCD-tv zelfs het internet aan de gang krijgen voor het opzoeken van dit soort weetjes.

Ha, daar is Bert. Weet jij hoe je geluid uit de tv krijgt, Bert?

Jij dan, John?

Cobie?

ArendJan?

Dirk?

Niemand die het weet. Van narigheid gebruik ik maar Teletekst pagina 888, om in elk geval een beetje te kunnen lezen wat het Zes Uur Journaal meldt. Of wat er in mijn favoriete programma Man Bijt Hond wordt gezegd.

Maar toch schijnt het te kunnen. Er zijn wel degelijk momenten dat er geluid klinkt, uit de tv in The Bucket.

Maar nooit als ik achter de bar sta.

 

Dit is de column die ik deze maand maakte voor het blad The Rebound van de Katwijkse basketbalclub The Grasshoppers. Altijd gemakkelijk om op hectische dagen iets voor het log achter de hand te hebben. Mijn nicht Naomi - geslaagd voor de PA - gaf gisteravond een feestje. En mijn vriend Mart werd opa van een hele kleine Anouk (33 weken plus drie dagen en al bijna zelfstandig). Het is teveel, op één dag, om te verwerken. Ik ben ook de jongste niet meer.

 
 
 
 

Donderdag 28 januari

Een collega in Alkmaar hoorde ik vorige week zeggen: Mijn zoon heeft de hersens van mijn vrouw. (Hier liet hij even een stilte vallen, om te vervolgen met:) De mijne heb ik nog. Ja, denk daar maar even over na. Dus mij hoor je niet beweren dat onze dochter mijn hersens heeft. Noch die van mijn vrouw, overigens, want wij snappen allebei geen bal van wiskunde. Alles boven de tafel van twaalf gaat ons boven de pet. Mijn eega ging zelfs zover dat ze destijds openlijk twijfels zette bij het voornemen van onze dochter om wiskunde aan haar vakkenpakket toe te voegen. Want dat kunnen wij (wij Van der Plassen, bedoelde ze) helemaal niet. Maar kennelijk is onkunde niet altijd erfelijk, want zelfs in haar examenjaar tweetalig gymnasium scoort onze dochter ook met dit vak enen en nullen (maar dan naast elkaar). Op aanraden van haar leraar deed ze gisteravond mee aan het oplossen van het Problem of the Week, een onderdeel van een Math Contest van de Columbus State University. Wie de oplossing weet van de volgende opgave, moet het antwoord zo snel mogelijk mailen:

There exists a special six-digit number such that when this number is multiplied by four, its digits are reversed. Determine this special six-digit number. Note: digits can be used more than once.

 

Ze heeft me uitgelegd hoe ze het heeft gedaan, maar ik kan het hier niet reproduceren. Ik snap de vraag niet eens, laat staan het antwoord. Het zou ook niet eerlijk zijn, want u mag uw oplossing nog steeds insturen. Zij was de 227ste die het is gelukt (maar haar leraar, die 21ste staat, tipte haar pas een paar dagen na het begin van de contest):

 

 
 
 
 

Woensdag 27 januari

Foto's - en zeker geflitste - geven altijd een vertekend beeld van de werkelijkheid. Vooral zwellingen laten zich lastig vastleggen. En blauw is altijd minder blauw. Vandaar dat de visualisatie van de handicap waarmee ik - als gevolg van een salto met mijn mountainbike - al drie dagen door het leven strompel, op het Ledenboek van de Wielervereniging Katwijk leidde tot schampere reacties als 'Is dit alles? Had iets spectaculairders verwacht.' En vervolgens begon deze empathische persoonlijkheid ook nog een omslachtige verhandeling over het feit dat ik mijn bovenbenen niet had geschoren, iets wat mij onder wielrenners in de wintermaanden toch als buitengewoon normaal voorkomt. Maar dit terzijde. Speciaal voor dit soort critici dus ook nog maar even een foto van mijn onderbenen. Spectaculair genoeg? En ja, ik weet het: ook mijn kuiten zijn niet geschoren. Het is winter, tenslotte.

 
 
 
 

Dinsdag 26 januari

Eigenlijk kom ik uit een familie van financieel specialisten:

 

- Mijn ome Jan was een half leven lang wethouder financiën van de gemeente Katwijk;

- Mijn ome Gilles (zaliger, inmiddels) was een gerespecteerd accountant;

- Mijn neef Jan is fiscaal jurist bij Grant Thornton.

 

Dus ja, ik begrijp werkelijk niet wat er vanmorgen aan de ontbijttafel te lachen viel - 'Jij? Jij hebt een gat in je hand! Wat zeg ik: twee gaten!' - toen ik bekend maakte dat ik gisteravond binnen het bestuur van de afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk officieel ben benoemd tot penningmeester.

 
 
 
 

Geslaagde layup van Steven.

Maandag 25 januari

De wedstrijd moest ik anderhalve dag laten bezinken, om er nog met enige objectiviteit over te kunnen schrijven. Want zaterdagavond vond ik het - in sporthal 't Zandje op de grens van Den Haag en Rijswijk - onze slechtste wedstrijd van het seizoen 2010. Nou was het ook de eerste van dit jaar, maar aangezien de competitie niet te lang duurt en het aantal tegenstanders beperkt is (tot vijf, geloof ik, dus dat is tien wedstrijden), zou je kunnen zeggen dat we het kampioenschap meteen al hebben verspeeld. Tenzij we thuis dik van de mannen van Jumpers winnen. Daar had ik, vooraf, in de uitwedstrijd op het onzalige tijdstip van 19 uur ook mijn zinnen op gezet. De tegenstander zag er niet indrukwekkend uit, miste nogal wat lengte, en vond bij het inspelen ook niet echt soepel het netje. Maar met wat onze jongens daar tegenover stelden, was dat toch genoeg. Over mijn eigen nazaat was ik niet eens zo ontevreden - ik was in elk geval weer blij dat de bonusregeling voor elk gescoord punt was afgeschaft - maar op cruciale momenten liet ook hij het afweten. Net als de rest van het twaalftal, want hoe coach ArendJan ze daar ook van probeerde te doordringen, de lengte werd niet uitgebuit en de passing was in de regel beroerd. Maar bovenal miste het team de bezieling en de strijdlust die de Haagse mannetjes wel aan de dag legden. Uiteindelijk werd het 53-39, meer een korfbal- dan een basketbaluitslag. Met deze ultieme belediging zou ik dit stukje willen afsluiten.

 

 

 
 
 
 

Vrijdag 22 januari

Zelf vond hij dat wij ook wel wat beter hadden mogen opletten, maar een feit is dat - tien minuten nadat onze zoon gistermorgen naar school was vertrokken - zijn brood en pakjes drinken nog op het aanrecht stonden. Geld had hij ook niet bij zich, noch een telefoon, want die had ik boven op zijn bureau zien liggen. Ik gooide mezelf in een wat hogere versnelling bij het naar binnen werken van mijn eigen ontbijt, stopte zijn eten en drinken in een plastic tasje en reed hem - met een kwartier achterstand - achterna naar school. Toen ik bij de hoofdingang stopte, kwam hij net de fietsenkelder uit, zijn rantsoen aanpakkend alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Toen ik 's middags thuis kwam, lag onze avondmaaltijd nog in de verpakking op hetzelfde aanrecht als waarop hij 's morgens zijn lunchpakket had laten liggen, maar van zowel zoon als vrouw geen spoor. Pas toen ik alles zo'n beetje eettafel-gereed had, kwamen ze hijgend binnen zetten. Hij wat besmuikt kijkend, het gezicht van z'n moeder op onweer. Van de basketbalschoenen die hij 's avonds weer voor zijn training nodig had, was hij er - waarschijnlijk onderweg van school naar huis - één kwijtgeraakt en derhalve moest er - vlak voor de winkelsluiting - nog een nieuw paar worden aangeschaft. En het brood dat ik hem 's morgens was gaan nabrengen? Dat zat 's avonds nog gewoon in zijn brooddoos in de tas. Er vielen wat uren uit, waardoor hij al om 13 uur thuis was. Daar had hij zich maar gevoed met stroopwafels en andere zoetwaren. En vanmorgen vroeg moest ik het lichtje van mijn fiets aan hem afstaan omdat het zijne, ook gisteren, op mysterieuze wijze was verdwenen. Just another day met een puberzoon, zou ik willen zeggen.

 
 
 
 

Donderdag 21 januari

Lezers van dit weblog en leden van de basketbalclub Grasshoppers zullen vandaag een Aha-erlebnis hebben gehad bij het lezen van mijn krantencolumn. Inspiratie- en tijdgebrek, zou je zeggen. Jazeker. Maar ik vind het vaak ook zonde om iets wat ik voor een betrekkelijk klein publiek maak, nooit meer te gebruiken voor de krant. In 2006 schreef ik een column waarin ik de 'premie' per gescoord punt voor mijn zoon openbaar maakte. En dan is het wel zo netjes om ook te melden dat ik daar nu zelf een punt achter heb gezet. Veel beter dan ik dat al heb gedaan op dit log en in The Rebound - hier en daar is 'ie hooguit wat opgerekt - lukte me niet meer. En als je jezelf niet mag plagiëren, wat mag dan nog wel?

 

Wel nieuw, voor het internet althans, de schaatscolumn Hunkeren.

 
 
 
 

Woensdag 20 januari

Ik begin mijn mailtje aan haar maar een beetje luchtig, want dat ligt me toch het best. ''Hallo Ger, dat je op je oude dag nog aan het weblog gaat, wie had dat ooit kunnen denken?' Maar dat houd ik niet lang vol. Jammer dat de aanleiding zo verdrietig is. Een paar weken geleden nog maar nam ze afscheid als redactiesecretaresse van het Leidsch Dagblad, als de 'moeder' van het stelletje ongeregeld dat elke dag de krant maakt. Eigenlijk wilde ze helemaal niet met pensioen, maar ondanks alle grote woorden van de regering over het doorwerken na je 65ste moest ze er toch mee stoppen. 'Met pensioen' heet haar log dan ook, maar dat is inmiddels een hele wrange titel geworden. Al een tijdje voelde ze zich niet goed, maar pas op 13 januari volgde een, wat ze zelf noemt, pijnlijk eerlijk gesprek bij de oncoloog. Op die dag begint ook haar weblog: http://gerrybrox.blogspot.com/

 
 
 
 

Dinsdag 19 januari

Op een paar honderd meter van ons huis rijd ik in een politiefuik. Twee patrouillewagens staan schuin over de weg, vier agenten - onder wie één vrouw - hebben zich op straat opgesteld. Als ik over het bruggetje in hun richting trapt, zie ik de voorste politieman zijn beide handen opheffen. Snel check ik alles wat mij eventueel een bon zou kunnen opleveren. Licht? In orde. ID? In mijn portemonnee. Bel? Werkt. Verder heb ik geen boetes openstaan en recentelijk ook niemand vermoord of anderszins gemolesteerd. Het straatje waar ik doorheen moet, behoort wel tot de ruigste buurten van mijn woonplaats. Troosteloze jaren zestig flats, gedeukte auto's voor de deur en meer afval naast de container dan erin. Zou zich hiér dan iets vreselijks hebben voorgedaan? Er staan nu twee agenten naar me te gebaren en te roepen, maar omdat ik het geluid van mijn Iphone nogal hard op mijn oren heb staan, hoor ik niks. Even wachten, handschoen uit, knopje op het draadje van mijn koptelefoon indrukken, de buitenwereld weer toelaten in mijn hoofd. De sterke arm spreekt weer: 'Oppassen meneer, het is hier vreselijk glad. Er heeft net al een meisje haar been gebroken.' De andere drie agenten knikken om het hardst mee en wijzen, voor mij al ten overvloede, op het spiegelende plaveisel dat zich voor mijn fiets uitstrekt. Een kleine politiemacht om te voorkomen dat ik in dit achterafstraatje op mijn plaat ga. Ik word overstroomd door een goed gevoel over dit dorp, dit land, dit volk, deze natie.

 
 
 
 

Maandag 18 januari

De Van der Plassen hebben zich de afgelopen 60 jaar spectaculair vermeerderd, zo toonde mijn in Spanje rentenierende vriend onlangs met hulp van het Meertens-instituut aan. Maar  die cijfers komen pas tot leven als je een aantal van die afstammelingen bij elkaar ziet op de verjaardag van mijn moeder. De foto's boven en onder zijn de vrucht van twee generaties en daarbij zijn de echte Van der Plassen nog in de minderheid. Dankzij mijn drie getrouwde zussen zijn er ook Mazees, Palits en Hoeken bij gekomen. En de jongste generatie sleept ook alweer aanhang met zich mee, al zijn er twee neven van 22 en 25 bij die eeuwig vrijgezel lijken. Vanaf 16 uur was het gistermiddag weer onbeperkt taart, chips, salade, paling, goulash, kip met rijst, pizza en vislasagne eten (ik vergeet vast nog het één en ander), en dan had mijn moeder ook nog genoeg over om vanmiddag haar zes vriendinnen mee te voeren. Want vandaag wordt ze pas echt 74.

 

 
 
 
 

Zaterdag 16 januari

Artiesten hebben het meestal niet zo op abonnementhouders. Grote kans dat ze niet speciaal voor jou komen, maar in de zaal zitten omdat je nu eenmaal 'bij het pakket' hoort. En, eerlijk is eerlijk, zo zaten mijn vriend Mart en ik gisteravond ook bij Dougie MacLean in de Aalmarktzaal van de Stadsgehoorzaal in Leiden. We hebben een abonnement op een serie singer/songwriters, dolende zielen met een gitaar, en Dougie was de enige waar we nog nooit van hadden gehoord. Uiteraard hadden we ons - beter gezegd, Mart - wel voorbereid: er waren muziekjes gedownload maar er was nauwelijks tijd geweest om die te beluisteren. Zelf wist ik alleen van MacLean dat zijn liedjes nogal vaak door anderen - onder wie Mary Black - zijn gecoverd. Verder dacht ik tot mijn schande dat het een Ier was, maar het bleek een Schot, die ons trakteerde op een aanstekelijke mix van mooie verhalen en schitterende liedjes, zijn eigen merk whisky heeft (genoemd naar een van zijn bekendste nummers Caledonia) en zelfs in Leiden een behoorlijke schare trouwe volgelingen op de been bracht. Hij kreeg er twee abonnementhouders als fan bij.

 
 
 
 

Vrijdag 15 januari

Noodgedwongen rijd ik al twee dagen met de auto naar mijn werk, in dit geval het hoofdkantoor van ons krantenbedrijf in Alkmaar. Katwijk-Alkmaar is voor iemand van mijn statuur op zich wel te doen op de fiets, maar er komt dan zo weinig van werken. Ik heb ook geen hekel aan de auto, na weken van glibberen over slecht gestrooide fietspaden: radiootje aan, klimaatbeheersing op 20 graden, cruise control, bijna nooit files (zelfs niet in de ochtendspits) op de route A44, A5 en A9 en nu de ring rond Alkmaar helemaal is opgeknapt rijdt het ook daar lekker door. Het enige waar ik een hekel aan heb is 's morgens de ruiten krabben. Dit is op zich al een vrij oud filmpje, maar het blijft leuk:

 

 

 
 
 
 

Donderdag 14 januari

Met de geslepen schaatsen in de kofferbak van mijn auto reed ik gistermorgen richting Alkmaar - het laatste stuk van de A9 door dik besneeuwde weilanden met witte stuifduinen van enkele meters hoog. Op weg naar De Rijp, zou ik moeten zijn, voor de Eilandspoldertocht. Of naar de Waterland Westtocht. De Spierdijker Gouw Tocht. De Lutjebroeker Poldertocht. De Schermer Molentocht. Maar ik eindigde rond 9.30 uur in een computerruimte van het hoofdkantoor van HDCmedia om met twee nerds het nieuwe redactiesysteem zo in te richten dat ook digibeten op de werkvloer er mee uit de voeten kunnen. Dat is mijn rol: als eenvoudig praktijkmannetje de whizzkids zodanig beteugelen dat er ergens eind juni nog een krant uitkomt waarin meer staat dan louter enen en nullen. Rond 17 uur reed ik, langs diezelfde besneeuwde velden en bevroren sloten, de schaatsen nog steeds achterin, weer naar huis. Vandaag mag ik weer die kant op. Als ik tenminste de neiging kan weerstaan om ergens ter hoogte van het AZ-stadion, waar ik rechtsaf moet naar de Edisonweg, gewoon hard door te rijden naar de eerste bevroren sloot die ik tegenkom. Want van de ruim vijftig toertochten die er in Noord-Holland onder auspiciën van de KNSB kunnen worden georganiseerd, gaat er voorlopig geen eentje door. De temperatuur komt boven nul. Dit wordt de zoveelste vorstperiode die ik als een hunkering aan me voorbij heb laten gaan.

 
 
 
 

Woensdag 13 januari

De drie tot vier uur stroomuitval in onze Duin- en Bollenstreek, afgelopen zaterdagavond, lijken inmiddels één grote reclamespot geworden voor het noodpakket dat de overheid ons met weinig succes door de strot probeert te duwen. Burgemeesters, hulpverleners, ja zelfs medeburgers schromen niet om te benadrukken hoeveel beter het was verlopen wanneer wij de beschikking over dit pakket hadden gehad. En, ik geef het toe, ook ik ging gisteravond even naar www.noodpakket.nl om te kijken welke praktische, levensreddende artikelen ons terwille waren geweest. Als ik had gekozen voor het pakket de luxe - 69.95 euro - hadden wij bij calamiteiten een:

 

- Freeplay opwindbare zaklamp met radio, GSM-lader en solarpaneel. Let op! Elke 2 maanden gedurende gedurende 3-5 minuten opdraaien i.v.m. duurzaamheid

- De Oranje Kruis verbandtrommel

- Twee reddingsdekens 58 gram per stuk

- Desinfecterende handgel, 250 ml

- Gouda waxinelichtjes, brandtijd 50 uur

- Twee doosjes waterproof lucifers, 45 stuks

- RVS combitool zakmes

- Waarschuwingsfluitje

- Waterdichte tas met reflectieband, ophanghaakjes, schouderband en opbergvak voor medicijnen

- Rampeninstructiekaart

 

Zo'n zaklampje met radio is nog wel wat, maar je zal zien dat je hem op het moment suprême al jaren niet meer hebt opgewonden. Weg duurzaamheid. En verder? Waxinelichtjes, maar die hebben we altijd met zakken vol in huis. De rest is misschien handig als we ten prooi vallen aan een aardbeving en die kans lijkt me op deze breedtegraad vrij miniem. Licht hadden we dus zelf genoeg, maar om nu bij aanhoudende kou met z'n allen onder twee reddngsdekens te gaan zitten? Weet je wat handig was geweest?, zeg ik tegen mijn vrouw. Zo'n UPS-systeempje voor de computer. Op zo'n noodstroomvoorziening kun je bijvoorbeeld ook de ketel van de centrale verwarming een tijdje laten draaien. Ze keek mij wantrouwend aan. ,,Komt niks van in. Als hier de stroom uitvalt gaan we bij kaarslicht spelletjes doen, en ga jij niet zitten computeren.''

Het is maar zelden dat ik ben voorbereid op de ramp die vrouw heet.

 
 
 
 

Dinsdag 12 januari

Nou, nog eentje dan, om het af te leren. En omdat ik het zelf niet beter had kunnen verwoorden:

Maandenlang leefde ze met hem, ademde ze hem als het ware. Ze absorbeerde elk woord dat uit zijn pen kwam, liet haar geest doordrenkt raken van zijn gedachtegoed. Ze kende zijn vrienden en vijanden, voelde zich soms verbijsterd over zijn keuzes. Ze genoot van zijn complexiteit en ontdekte dat intelligentie geen garantie voor geluk is. Ze begreep dat de prijs die hij betaald had voor roem en onsterfelijkheid, hoog was geweest. Ze schreef zijn geboortedatum in de huisagenda die op tafel ligt en het voelde alsof ze hem werkelijk gekend had.
Maar bovenal hield zij van zijn taal, van zijn woorden, van zijn werk.

Mijn dochter maakte haar profielwerkstuk over Oscar Wilde. Ze kreeg hiervoor een 10. Ik denk dat er recht gesproken is.

 

Irene

 
 
 
 

 

Maandag 11 januari

 

Nee, het weblog dat zij voor een internetcursus als lesstof moet maken, is niet voor de openbaarheid bedoeld. Maar af en toe, als we toch hetzelfde onderwerp hebben, mag ik er wel eentje lenen van mijn vrouw. Bij deze, dus:

 

Als ik snel de deur open doe, zie ik een plaatje van een uiterst gezellig samenzijn. Een lang lint van meer dan 30 waxinelichtjes slingert door de kamer, de vloer ligt bezaaid met stripboeken en kranten, uit de speaker van een minuscuul klein Mp3-spelertje zingt Luka Bloom een Ierse song, broer en zus zitten samen bij een campinglampje te lezen. “Hé, zijn jullie daar?” Nog geen anderhalf uur zitten we aan tafel in een nogal leeg restaurant in Oud Ade voor het jaarlijkse etentje met mijn familie, als de telefoon van Dick voor het eerst gaat. Een collega van het Leidsch Dagblad. De Duin- en Bollenstreek zou getroffen zijn door een stroomstoring en hoe de situatie in Katwijk is? Geen idee, niks gehoord van de kids, dus het zal wel meevallen. Vele telefoonrinkels verder blijkt het niet mee te vallen. Met de thuisbasis is geen contact te maken: onze nazaten zitten al drie uur in het donker en in de kou. Reden genoeg om het afsluitende rondje koffie aan ons voorbij te laten gaan en voortijdig af te haken. Voorzichtig door het besneeuwde landschap en over gladde wegen terug. De autoradio spuugt verontrustende berichten uit. Bij Katwijk rijden we ineens een volledig donkere wereld in. De koning van de duisternis is hier heer en meester. Blauwe zwaailichten van een politiebus doorbreken de nacht en als we de wijk binnenkomen, schiet een als een kerstboom verlichte brandweerauto net voor ons langs. “Ik heb de temperatuurmeter van Edwin erbij gepakt en als het kouder dan 20 graden werd, zouden we de dekens van boven gehaald hebben. We hadden afgesproken samen beneden te blijven. Als jullie om 23.30 uur nog niet thuis waren geweest, was Steven met z’n dekbed op de bank gaan slapen. Ik zou gewoon wakker zijn gebleven om op te letten.” Ze hebben het goed gedaan, die twee. Als het licht vijf minuten later ineens weer aanfloept, de kachel snort, de tv op gang komt en de pc’s weer bliepen, blijft dat de conclusie die me het meest verheugt.

 

Irene

 

(P.S. De kwalificatie 'Apenland!' die ik snaaks terug kreeg van onze rentenierende vrienden in Spanje - ik mag dat roepen als de stroom het bij hen weer 30 keer op een dag laat afweten - mag ik graag weerleggen met het feit dat een enkele storing hier twee dagen lang de opening van het NOS Journaal is. En dan heb je het over drie uur geen licht en tv (een goed geïsoleerd huis blijft wel een paar uur lang warm). Dan is er geen sprake van een Apenland, slechts van een door en door verwende samenleving.)

 
 
 
 

 

Zaterdag 9 januari

 

Terwijl het KNMI het land in de greep van de angst probeert te krijgen, zijn wij - Hollanders - in de ban van het schaatsen. Een groepje echte mannen ging hedenmorgen - alle alarmen ten spijt - het IJsselmeer over - hoorde ik op de radio - gewapend met prikijzers en touwen, waarmee '99 procent' van de risico's werd weggenomen. Gewoon eentje voorop die, mocht hij ergens doorzakken, met speels gemak weer op het ijs wordt getrokken en voort gaat het weer. Met een andere kopman, want zo spreid je het gevaar. Mag ik graag naar luisteren, naar dit soort verhalen. Tijdens de vorstperiode van vorig jaar heb ik mijn snelle Vikings laten slijpen, maar stond ik niet één keer op de ijzers. Dat heeft wel als grote voordeel dat ik er nu helemaal klaar voor ben, als de eerste serieuze toertochten worden uitgeschreven. Want ik ben geen man van de krabbelbaantjes, meer van de grote slagen en de weidse vergezichten. Dat virus wil nog niet echt overspringen op mijn nazaten. Alleen onze zoon schaatst - noodgedwongen - één keer per jaar met school, als onderdeel van een sportles. Vorig jaar op een kunstijsbaan (met gehuurd materiaal), komende woensdag op natuurijs. Daartoe heb ik hem hedenmorgen uitgerust met lage noren die ik nota bene bij mijn rondje door supermarkt Digros tegenkwam. Terwijl in heel het land de schappen van speciaalzaken leeg raken en ze in Friesland de vraag niet meer aan kunnen, lagen ze hier nog in grote stapels op voorraad tussen de shampoo en de vaatwastabletten. Ongetwijfeld ergens uit een lage lonenland vandaan (Arrow is Chinees voor pijl), want anders lukt dat niet voor 25 euro. Heb gelijk maar twee paar gekocht: maatje 43 voor nu, en 45 voor volgend jaar. Wij Hollanders dienen te allen tijde voorbereid te zijn, houd ik mijn jongste nazaat voor.

 

Zo, met dat goede gevoel installeer ik me nu bij de kachel voor het EK allround in Hamar.

 
 
 
 

 

Vrijdag 8 januari

 

Heeft u nog een tip, vakantieman? Jazeker, voor iedereen die deze zomer een bootreis naar Ierland boekt bij de Stena Line. Daarvoor adviseert de maatschappij op de website te kiezen voor het Landbridge-arrangement (ja, na twee dagen deed de site het weer), waarin alle vier de overtochten (van en naar Engeland, plus een retourtje Ierland) zijn ondergebracht. Bespaar door één boeking te maken voor vier overtochten! Handig en voordelig! Maar wie de overtochten afzonderlijk boekt, en zich (met vier personen) op de heenweg naar Harwich laat trakteren op een diner, en op de terugweg naar Hoek van Holland op een uitgebreide lunch, is in totaal nog 18 euro goedkoper uit dan met het Landbridge-arrangement zónder maaltijden. Nou ja, het is eigenlijk niet eens mijn tip.Het meisje van de Stena Line dat onze internetboeking behandelde, kwam ermee op de proppen. Ik ga nu even mijn gebroken klomp repareren. 

 
 
 
 

 

Eeuwig jong

 

Donderdag 7 januari

 

De foto die wekelijks bij mijn krantencolumn prijkt - zie links, onder de knoppenbalk - is meer dan twaalf jaar oud. Dat is geen kwestie van ijdelheid, eerder van lamlendigheid, waarbij ik maar even in het midden laat van wie. De foto is ooit gemaakt door een freelance fotograaf, ergens in 1998, vrijstaand gemaakt (zoals dat heet) door een fotoredacteur, in een tekstvormpje geperst, opgeslagen in een shapelibrary (de vormenbibliotheek van het opmaaksysteem), kortom, er zat nogal wat werk aan vast en het is altijd een gedoetje om dat allemaal weer te veranderen. Het verzoek van de centrale redactie in Alkmaar om een nieuwe foto te laten maken voor mijn 'nieuwjaarscolumn' was dan ook een gevoelige. Zouden er lezers zijn die zich verbijsterd afvragen wie die oude vent is die hen opeens - onder mijn naam - tegemoet grijnst? Nee, moet het antwoord luiden. Helemaal niks gehoord. Kennelijk heeft niemand het verschil opgemerkt tussen 2010 en 1998 en moet de voorzichtige conclusie zijn dat ik eeuwig jong blijf. Forever Young. Een collega van de advertentieafdeling meende zelfs dat ik inmiddels meer haar heb, dan twaalf jaar geleden. Ik spreek hem niet tegen.

 
 
 
 

 

Woensdag 6 januari

 

Tegen collega's die hun vakantie doorbrengen in de jungle van Borneo, in een ondergelopen kolenmijn (ik verzin dit niet, het gebeurt) of een Zuid-Amerikaanse buikloopbestemming, mag ik graag zeggen: 'Als je er niet met de caravan kunt komen, hoeft het voor mij niet.' Toch gaan we dit jaar - voor ons doen - ontzettend avontuurlijk te werk. Voor onze reis naar Ierland boeken we alleen de overtochten Harwich-Hoek van Holland en Fishguard-Rosslare en daarna zien we wel. Als het ons ergens bevalt, blijven we een paar dagen staan. En anders trekken we door. Kamperen zoals kamperen bedoeld is. Niks bespreken, er is altijd wel een plekje te vinden, desnoods op een eenzame landtong, aan de rand van een duizelingwekkende klif. Zoveel Ieren zijn er niet (wij kennen alleen de zanger Luka Bloom en zijn broer, Christie Moore). En de Ieren die er zijn kunnen door de recessie toch niet op de vakantie. De laatste volle dag(en) in Ierland willen we doorbrengen in Dublin, waarna we via Dublin Port weer naar het Engelse vasteland (Holyhead) varen. Ook die overtocht leggen we al vast, via een zogenaamd Landbridgeformulier (een uitkering aanvragen is eenvoudiger) bij de Stena Line. Tenminste, dat was de bedoeling. Al een keer of vijf ben ik er aan begonnen, om dat tijdrovende klusje steeds halverwege af te breken wegens verschil van inzicht met familieleden over de vertrekdata. En nu we eindelijk alles op een rijtje hebben, krijg ik dit:

 

 

Ik vrees toch dat het niks voor ons is, zo'n avontuurlijke vakantie.

 
 
 
 

 

Dinsdag 5 januari

 

De journalistiek mag dan weleens de 'linkse kerk' worden genoemd, in bepaalde opzichten zijn we behoorlijk conservatief. Als we anderhalf uur met elkaar moeten vergaderen op het hoofdkantoor, gebruiken we daarvoor niet Skype of een ander eigentijds communicatiemiddel, maar stappen we twee uur in de auto om vanuit Leiden naar Alkmaar (en weer terug, uiteraard) te rijden. Dat er boven het Noordzeekanaal een flink pak sneeuw ligt, was mij inmiddels bekend. Maar nu verliet ik rond 14 uur de redactie ook in een vliegende sneeuwstorm, in de vaste hoop dat ik ergens bij Haarlem zou moeten overschakelen op mijn lage gearing - die ik tot nog toe maar één keer heb hoeven te gebruiken - om me door metershoge stuifduinen te ploegen. Waar heb je anders vierwielaandrijving voor? Maar helaas, ergens bij Haarlem ging de sneeuw over in regen en was ook de rijksweg A9 verder goed te berijden. Een overijverige beambte van de facilitaire dienst had bovendien een shovel ingehuurd om het parkeerterrein van HDCmedia aan de Edisonweg in Alkmaar schoon te vegen. Dus ja, als het zo moet, kunnen we voortaan inderdaad beter gaan Skypen. Hier is geen lol aan.

 

 
 
 
 

Maandag 4 januari

 

Zelf ben ik ook niet zo zoenerig, maar een aanzienlijk deel van de werkende bevolking gaat vandaag een zware dag tegemoet, zo blijkt uit dit bericht van de Telegraaf-site:

 

 

 

 

Zelf was ik nog het meest geïntrigeerd door de bovenste advertentie die Google automatisch aan dit bericht toevoegt. Zou de zoekmachine zich daarbij laten leiden door de tekst? Of door de foto?

 
 
 
 

 

Zaterdag 2 januari

 

Zelf hecht ik altijd aan de traditie van Drie Koningen (6 januari) maar zodra de jaarwisseling is geweest, komt bij mijn eega die onstuitbare drang naar boven: de kerstboom moet eruit! En hij stond er nog zo schitterend bij. Nog een paar dagen mogen we er in zijn puurste vorm van genieten in de achtertuin, daarna verdwijnt hij in de laadklep van de gemeentereiniging. Die kluit is er alleen voor ons gemak (dan past hij zo makkelijk in een rieten mand). Het is hard, maar alleen onze lege wijnflessen komen voor recycling in aanmerking.

 
 
 
 

 

Vrijdag 1 januari 2010

 

Eén rotje heb ik welgeteld afgestoken, alleen om nog een keer te ervaren hoe dat voelde. Maar als je kijkt ben je medeplichtig. Dus was er voor mij vanmorgen rond een uur of elf - toen onze hoofdvuurwerkafsteker vredig lag te ronken (ook voor hem was het bijna half vier) - wel het ouderenpakket: de straat schoonvegen. We waren de enigen van ons rijtje van zeven die Oud en Nieuw thuis met vrienden vierden, dus elke afgeknalde donderslag, rookpot, shock of vuurpijl in een omtrek van honderd meter was voor mij. Niettemin voelde het goed om 2010 rond het vriespunt - als een voorbeeld voor ons allen - te beginnen met het doen van mijn burgerplicht.

 

Iedereen de Beste Wensen voor dit jaar!

 
 
 
     
     
     
 

Naar het weeklogarchief

 
     
  Weer naar boven  
     
     
     
 
 
     
 

Over deze site

Vrouwen hebben reünies van de zwangerschapsgymnastiek om ervaringen uit te wisselen, maar voor vaders was er - in de tijd dat ik met mijn columns begon - helemaal niets. Geen zelfhulpgroep, geen vertrouwenstelefoon en geen speciale afdeling bij het consultatiebureau. Om die reden ben ik begonnen met het vastleggen van mijn ervaringen als pretvader. Eerst voor de krant, toen in een boek, nu op deze site.

Wat is een pretvader?

Iemand die wel zijn best doet om een volwaardige partner te zijn in de dagelijkse strijd die opvoeding heet, maar daar volgens zijn eega niet echt in slaagt. Iemand die wel de kinderen naar bed brengt, maar het speelgoed dat in hun kamers op de grond rondslingert aan de kant schopt, in plaats van het op te ruimen. Iemand die op zaterdagmorgen, als zijn vrouw aan het werk is, de nazaten om half acht voor de tv zet om zich direct daarna in bed nog eens lekker om te draaien. Iemand die liever meegaat naar de basketbaltraining dan dat hij toeziet op het leren van het huiswerk.

'Pretvaders' zijn dat, die zich - ondanks al hun goede bedoelingen - ogenschijnlijk alleen bemoeien met de aantrekkelijke kanten van het opvoeden.

 

 
 
 
 

Deze site is voortdurend onder constructie. Mocht u iets tegenkomen wat niet klopt, meld het mij dan.