Leren skeeleren

Het mooie van opgroeien is dat zoveel dingen vanzelf gaan. Dat je er als ouder geen omkijken naar hebt. Dat je gewoon de natuur zijn gang kunt laten gaan. Zo heb ik me met het kruipen, staan en lopen van mijn zoon (6) nauwelijks hoeven te bemoeien. En toch heeft hij alles perfect onder knie gekregen. Daar had ik het dan ook bij moeten laten. Gewoon, tevreden zijn met wat hij allemaal kan. Hij loopt, hij huppelt, hij rent probleemloos. Waarom moet ik hem dan nog zo nodig leren skeeleren?

Lees verder...

 
     
   
 
 
  Glossy

Zo'n zes jaargangen schreef ik columns voor het kindermagazine Kek. Dit kwartaalblad voor ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar besteedt veel aandacht aan kleding, design, interieurs, kunst, boeken, familiereizen en nog veel meer zaken die het leven van ouders en kinderen kunnen veraangenamen. Met mijn opvattingen als opvoeder viel ik eigenlijk een beetje uit de toon in dit glossy blad, maar de uitgeefster vond dit wel 'aansprekend en verfrissend' voor de doelgroep. Totdat mijn kinderen, inmiddels 12 en 16 jaar oud, uit de Kek-leeftijd groeiden en ik er ook als columnist werd uitgeknikkerd. Op deze pagina een greep uit de erfenis van Kek-columns.

 
 
 
  Columns  
     
 

Als de kinderen het maar naar hun zin hebben 

Een jaar of zeven voel ik me, en dertig meter voor me uit zie ik mijn ouders weer een ander paadje inslaan tijdens de verplichte zondagmiddagwandeling. Ik sleep met m’n benen, loop met afhangende schouders en van de omgeving zie ik niet meer dan de drie meter die zich vlak voor de neuzen van m’n schoenen bevindt.

De werkelijkheid is altijd erger. Ik ben 41 en het is m’n 9-jarige dochter die tientallen meters voor me uit een berg oploopt, als een profeet uit het Oude Testament haar koolstofwandelstok bij elke stap voor zich uit zwaaiend. Een meter of tien daarachter loopt mijn zoon (net 5), in alles haar wat tragere schaduw. Het mankeert er nog maar aan dat ze af en toe blijven staan om me aan te moedigen. Dat hoeft niet. Ik moet volgen, of ik wil of niet. Om de bocht schuilt het gevaar. En het blijven toch je kinderen.

Lees verder...

 
 
 
     
Alleen een kunstgebit is volmaakt

De wind is pal tegen en ik buig mijn hoofd diep over het fietsstuur om de luchtweerstand zo klein mogelijk te maken. Nog een paar trappen en ik ben bij opa en oma. Ik kijk niet verder dan een meter voor m’n wiel en dat blijkt een armzalig korte remweg als plotseling uit de waterdamp een stilstaande auto opdoemt. Ik klap met mijn mond op het stuur. Bij opa en oma inspecteer ik de schade. Er ontbreekt een schuin stukje van m’n rechtervoortand. Kon erger, vind ik.

Lees verder...

 
 
 
     
  Creatief met wasknijpers

Kinderen hebben tegenwoordig geen fantasie meer, bedenk ik me, als ik de mand met wasknijpers door mijn handen laat gaan. Het is het laatste dat ik moet opruimen op de zolderetage, die ik voor één dag aan het ombouwen ben tot tv-, pc- en dvd-ruimte. Voor één dag? Ja, voor een verjaardag. Nee, niet de verjaardag van één van onze twee kinderen. Mijn vrouw wordt 41. En om de neefjes en nichtjes weg te houden van de feestelijkheden op de begane grond, bouw ik hun eigen Fun & Games Room.

Lees verder...

 
 
 
     
  Gebonden idolen

Mijn boeken uit de Arendsoog-reeks zijn ooit uitgeleend, en nooit teruggekomen. Mijn Kameleons en Pietje Bells voor een habbekrats verpatst op een kinderrommelmarkt. Geen idee wat er met mijn Kapitein Rob’s is gebeurd. Het lot van mijn complete Bob Evers-serie is wel bekend. De licht vergeelde pockets werden op een kwade dag door mijn echtgenote in de papierbak gegooid. Opgeruimd staat netjes.

Lees verder...

 
 
 
     
  Speelgoedpsychose

Zwijgend loop ik met een vriend langs het lint van koopplezier dat bij ons in het dorp als Kinderrommelmarkt in het programma van de najaarsfeesten is opgenomen. Aan weerszijden van ons zijn kleurrijke hagen opgeworpen van overtollig geworden Legosteentjes, fietsjes met en zonder zijwielen, moedwillig verminkte poppen en allerhande prullaria die hier voor een fractie van de nieuwwaarde van eigenaar wisselen. Na honderd meter kijken we niet eens meer opzij, we staren alleen nog maar vooruit. ,,Dat is een van de kenmerken van een psychose’’, analyseert de vriend, die al een leven lang in de psychiatrie werkt. ,,Op een gegeven moment krijg je zoveel indrukken dat je ze niet meer kunt verwerken.’’

Lees verder...

 
 
 
     
  Niet zo zoenerig

Tussen de lees- en de luismoeders door beent mijn echtgenote het schoolplein op. Als plastificeermoeder brengt zij de prentenboeken van de schoolbibliotheek terug die zijn voorzien van een speeksel- en vieze kindervingers-bestendige laag. Als ze onderweg onze zoon (6) tegenkomt, buigt ze zich gewoontegetrouw voorover om hem een kus te geven. Met een resoluut ‘Nee’ trekt hij zijn hoofd terug en holt naar zijn vriendjes, zijn moeder ontredderd achterlatend.

Lees verder...

 
 
 
     
  Een carrière in de sport

Mijn gedachten dwalen even af naar de opofferingen die de ouders van Richard Krajicek, Rafaël van der Vaart en Pieter van den Hoogenband zich moesten getroosten voor de sportcarrières van hun kroost, als ik mijn zoon het startblok aan de rand van het 50-meterbad zie beklimmen. Met zijn armen wijd swingt hij op zijn verhoging op de muziek uit de speakers, als iemand die al zeker is van de overwinning op de honderd meter vrije slag. Het lijkt alleen niet de geschikte pose voor iemand die na een lijdensweg van anderhalf jaar eindelijk mag afzwemmen voor zijn A-diploma.

Lees verder...

 
     
 
 
  Voor mijn columns in Kek moet ik proberen aan te haken bij het thema van het kwartaal, en in die zin is het uitgangspunt wat anders dan bij de stukjes die ik voor de kranten schrijf. Binnen dat thema heb ik wel een grote vrijheid. Aan de vormgeving van het blad wordt erg veel aandacht besteed. Het ziet er in alle opzichten kek uit. Een opvallend element daarin is dat van de medewerkers geen actuele foto's worden geplaatst, maar uitsluitend afbeeldingen uit hun jeugd. Mijn ouders beseften kennelijk al vrij vroeg dat ik moeders mooiste niet ben, want het aanbod uit mijn kindertijd is beperkt. Jarenlang heeft bij mijn columns in de Kek een kiekje gestaan zoals de schoolfotograaf die vroeger schoot. Tegenwoordig worden mijn stukjes opgesierd door een zwartwit-portret waarbij ik zorgelijk de wereld in kijk.

Op deze pagina een aantal columns uit mijn 'vroege' Kek-periode.

Kek is een uitgave van Jonge Gezinnen