| |
|
| |
Herfst 2008,
Leersum |
|
| |
|
|
| |

Leersum, zaterdag
18 oktober
Onze Kip
weegt - met vier fietsen erop en eraan, plus
mondvoorraad voor een week - zo'n 1500 kilo. Dat gewicht
moet je niet in je eentje van de parkeerplaats de weg
opduwen richting de smachtende trekhaak van je auto.
Want dan ga je door je rug. Dus ja, mocht u op landgoed
Ginkelduin in Leersum - waar wij traditiegetrouw
herfstvakantie vieren - een grote kerel, licht kalend,
brildragend, een beetje kromgebogen achter een
afwasteiltje zien lopen, dan is dat iemand die deze
wetmatigheid niet heeft begrepen. |
|
| |
|
|
| |

Leersum, maandag 20 oktober
De basis voor mijn
jaarlijkse gewichtstoename van tien kilo wordt in de
regel gelegd in de herfstvakantie. De belangrijkste
oorzaak? Mijn moeder. Vanuit haar kleine Beyerland-caravan voorziet ze ons op de camping van 's
morgens vroeg tot 's avonds laat van appeltaart, gevulde
koeken, saladebuffetten, Belgisch bier, erwtensoep, winegums, chips, chocola, kaakjes, nog meer Belgisch
bier, wijn, likeur en - als je niet onmiddellijk een
smoes binnen handbereik hebt - warme maaltijden met
verse bruine bonen, groene erwten en hachee. Met uren
fietsen en wandelen vallen die calorieën
niet te compenseren: haar Gazelle met trapondersteuning
heeft namelijk twee enorme fietstassen waaruit de hele
dag nog meer vette heerlijkheden komen. De eerste volle
kampeerdag eindigt voor mij traditiegetrouw in buikloop,
wat op weg naar het toiletgebouw niet meevalt, als je
kort daarvoor door je rug bent gegaan.
(De volgende
opnamen - gemaakt door Irene - zijn overigens geen
gevolg van mijn buikloop, maar van een wandeling over en
rond de camping.)

  |
|
| |
|
|
| |

Leersum, dinsdag 21 oktober
Als de welvaart van een
land kan worden afgemeten aan de hoeveelheid uitgepijlde
fietsroutes, is Nederland verreweg het rijkste land ter
wereld. In de vier jaar dat wij nu de herfstweek
doorbrengen in Leersum, komen er elk jaar rondjes bij om
het leger van vutters, gepensioneerden en atv- en
vakantievierders zinvol op de straat te houden. Op
sommige kruispunten zie je door de bordjes de weg niet
meer, zodat het geen wonder was dat we gisteren op 'Heel
de Heuvelrug, route 1' ergens in de buurt van Rhenen
volledig het spoor bijster raakten. Maar geen nood, sla
op een willekeurige weg rechts of links en je pikt
altijd wel weer een route op, die op een zeker moment
weer leidt naar de route die je oorspronkelijk
volgde. Want het aantal wegen waarop al die rondjes
worden uitgezet, neemt niet evenredig toe met het aantal
bordjes. Op zeker moment namen we ook het heft in
eigen hand om, los van welk bordje dan ook, de steven te wenden naar het
karakteristieke Veerhuis in Opheusden, waar de beste
koffie en appeltaart uit de wijde omtrek wordt
opgediend. Maar helaas, al op de pont kregen we te horen
dat ook in de herstvakantie de vaste maandagsluiting
wordt gerespecteerd. Na twee keer rechts en één keer links pikten we 'Heel
de Heuvelrug, route 1' weer op, richting Amerongen, waar
we ook een terras wisten waar ze de beste koffie en
appeltaart (met vanillesaus en slagroom) uit de wijde
omtrek opdienen.
 |
|
| |
|
|
| |

Leersum, woensdag 22 oktober
Onze sleurhut heeft
centrale verwarming, satelliettv, 'computer an bord' en
nog wat andere snufjes waar een moderne kampeerder niet
van buiten kan. Maar de charme van het campingleven is
natuurlijk om - zodra het maar een momentje droog is -
met een bokbiertje bij twaalf graden boven nul lekker
buiten te zitten. Zelfs als er twee types op bezoek zijn
die vooral gedijen onder mediterrane omstandigheden. Op
hun toernee door Nederland deden onze rentenierende
Spaanse vrienden twee nachtjes Landgoed Ginkelduin,
waarbij we Edwin 's middags meevoerden door zijn
(voormalige) natuurlijke habitat: onze door
Staatsbosbeheer aangeharkte achtertuin. Het vrouwelijk
smaldeel van ons gezelschap raakte daarbij voortdurend
achterop omdat het - meer dan wij - oog had voor de
wonderen die de natuur in de herfst voor hen in petto
heeft. De stinkzwam vertegenwoordigt - in elk geval voor
vliegen - alles wat mijn collega Paul de Vlieger zo
treffend samenvat in een van zijn befaamde one-liners:
een goeie lul stinkt een beetje.
 |
|
| |
|
|
| |

Leersum, donderdag 23
oktober
Nee, in de
kleine Beyerland van mijn moeder is geen proefproject
gaande om losgeslagen Marokkaanse jongeren te
heropvoeden. Bovenstaande foto is een combinatie van een
beslagen lens en de standaardreactie van een stelletje
pubers op het vermoeden dat ze dit weblog gaan halen. In
de mist zitten de vier campinghangjongeren uit ons
gezelschap bij oma achter een bord rode kool met
gekookte aardappelen en drie (!) gehaktballen de man,
terwijl hun eigen ouders zich in hun eigen sleurhutten
te goed doen aan exotischer gerechten die de jeugd niet
blieft. Bij oma komt altijd Hollandse kost op tafel. Op
zondag serveerde ze gebakken aardappelen, op maandag
bruine bonen en op dinsdag rode kool. Gisteren was het
voederloket eventjes dicht: de hangjeugd ging - met
instemming van oma - patat en kroketten halen bij de
campingsnackbar.
 |
|
| |
|
|
| |

Leersum, vrijdag 24 oktober
Waarom, zo wil mijn
fietsmaat Rob weten, leest hij wel van alles over
erwtensoep, bruine bonen, appelgebak en bokbier, maar
nauwelijks iets over fietsen? Waar blijven de logs over
uitputtende mountainbiketochten en gruwelijke ritten op
de racefiets? Tsja, dat is een goeie. Aan het materiaal
kan het niet liggen. Alleen voor mezelf heb ik deze
herfstvakantie al drie fietsen bij me: mijn 'gewone'
fiets, mijn mountainbike en mijn racefiets. Maar iets
anders dan mijn gewone fiets heb ik nog niet gebruikt.
Elke ochtend, als het zonnetje door de ramen van de
caravan schijnt, bekruipt mij de aanvechting om een van
de drie mountainbikeroutes te gaan rijden die hier pal
om de hoek beginnen. Of om mijn zwager - die geen
mountainbike heeft - te porren voor een stukje op de
racefiets. Maar ja, aan het begin van de week had ik het
in m'n rug. En om 11 uur is er al koffie. En daarna moet
ik met de rest van het spul op pad. Kortom, allemaal lulsmoezen die ertoe leiden dat twee van mijn drie
fietsen al de hele week onder een zeiltje staan. Maar
vandaag dan, zult u zeggen? Vandaag gaat het regenen.

 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Frankrijk,
Val de Cantobre,
augustus
2008 |
|
| |
|
|
| |

Val de
Cantobre, week 1, 10-17
augustus
De A75, ook
wel bekend als l'Aquitaine, is de hoogst gelegen
snelweg van Europa. Maar dat las ik pas op onze plek van
bestemming, nadat we met onze bijna 4000 kilo wegende
combinatie - herkenbaar aan de racefietsen achterop en
hier bij het viaduct van Millau (ook het hoogste van
Europa) gefotografeerd door mijn zus, die vlak achter
ons reed - soms in z'n tweede versnelling de venijnige
hellingen op waren gekropen. Een uurtje of zeventien
deden we over de heenweg, met een tussenstop op een
camping ergens boven Clermont-Ferrand. Dat zou ook heel
verstandig zijn voor de terugweg, maar in de wetenschap
dat we na Parijs toch de stal ruiken, zullen we over
drie weken die ruim 1200 kilometer wel in één ruk
rijden.

Ons
kampeerterrein, Val de Cantobre, ligt aan de rand van de
Cevennen, niet ver van de Gorges du Tarn, en is van alle
gemakken voorzien. Alleen voor draadloos internet moeten
we hier de bar opzoeken, maar dat is geen straf. Zodra
we eenmaal zijn geïnstalleerd - luifel en tentje voor
onze dochter opgezet, de satellietschotel (voor de
Olympische Spelen) goed gericht - zijn we er altijd van
overtuigd dat we het mooiste plekje van de camping
hebben. Zonnig, maar ook met een paar schaduwboompjes,
met een mooi uitzicht over de heuvels en het tegen de
rotsen geplakte dorpje Cantobre (net niet zichtbaar op
deze foto). Normaal heb je je buren niet voor het
uitkiezen, maar dit keer wel: mijn twee zussen, twee
zwagers en drie neven hebben we helemaal mee uit
Nederland gesleept.

Om de
achterban koest te houden, doen we natuurlijk ook aan
wandelen, middeleeuwse dorpjes bekijken en marktjes aflopen.
Maar eigenlijk komt de harde kern van ons gezelschap
(mijn zwager Hans, neef Raymon, dochter Maaike en
ikzelf) hier om te fietsen. Het gebied is daarvoor
ideaal, zoals lezers van het klassieke wielerboek De
Renner van Tim Krabbé weten. Een netwerk van rustige
weggetjes, langs kolkende riviertjes en steile
rotswanden, met pittige cols van tussen de 900 en 1600
meter. Om die reden wordt onze zoon - vooral op advies
van de vrouwelijke leden van ons gezelschap - nog even gespaard.
We rijdens ons deze week een paar keer warm voor wat
uiteindelijk onze koninginnerit moet worden: de
beklimming van de Mont Aigoal. Een nare puist van 1586
meter, met op de
top zo'n beetje het slechtste weer (in elk geval het
meeste wind) van heel Frankrijk,
maar hierover later meer.
 |
|
| |
|
|
| |


Val de
Cantobre,
week 2, 21-24
augustus
Nóg een
centraal thema op deze vakantie: de markt. We draaien op
een gemiddelde van drie per week, waarbij de avondmarkt
van Montredon - een minuut of twintig van onze camping -
voorlopig met stip op één staat. Montredon is een
plaatsje van niks, maar voor de boerenmarkt moeten op de
omringende weilanden extra parkeerplaatsen worden
afgezet. Er komen vrijwel alleen maar Fransen, die op
een groot picknickterrein tussen de kramen meteen alles
opeten of opdrinken wat ze op de markt kopen: kaasjes,
cakejes, crèpes, fruit, worst, boerenbrood, wijn en
zelfs vlees, dat ter plekke door een bekwaam
barbecueteam centraal wordt geroosterd. De streekgenoten
staan hier in de rij voor een goedje dat aligot
wordt genoemd: een soort aardappelpuree met kaas dat in
grote glimmende ketels vers wordt bereid. Wij domme
Hollanders kwamen natuurlijk na het eten, waardoor we
genoegen moesten nemen met vers gebrouwen glazen
boerenbier. Ook niet verkeerd.

Onze camping
ligt aan de Gorge du Dourbie, een bescheidener en
rustiger uitvoering van de Gorge du Tarn, op een klein
uurtje rijden van ons. Zodra je hier de natuur intrekt,
heb je rond de Dourbie vrijwel het rijk alleen. Maar
langs de Tarn is het op zomerse dagen - en daar hebben
we hier genoeg van - bijna filerijden op de oevers. Op
het water is het met de vloot van gele, groene en rode
kano's al niet veel anders. Vanaf deze week is het hier
officieel laagseizoen: alle Fransen gaan weer aan het
werk en de meeste Nederlanders weer naar huis. Behalve?
Juist. De familie Van der Plas heeft de komende dagen
het rijk alleen op het water van de Tarn waar je,
eerlijk is eerlijk, voortdurend door een levensgrote
ansichtkaart peddelt.

En is er nog
gefietst, afgelopen dagen? Jazeker, voornamelijk wat ik
compromisrondjes zou willen noemen, om het
niet-fietsende deel van ons gezelschap niet teveel tegen
het hoofd te stoten. Na het ontbijt - vanaf een uurtje
of tien - tot aan de lunch - rond half twee - rijden we
steeds zo'n zestig kilometer, meestal keurig verdeeld in
dertig kilometer klimmen en dertig kilometer dalen. Vlak
fietsen kennen ze hier niet, zelfs pal langs de rivieren
glooit het nog. Komende dinsdag denken we mijn zwager -
die op de racefiets nog nooit meer dan 75 kilometer
heeft gereden - te hebben klaargestoomd voor de
beklimming van de Mont Aigoal (1586 meter), waarvoor
deze gemeenteambtenaar met zitvlees voor het eerst meer
dan honderd kilometer op een zadel moet zitten. |
|
| |
|
|
| |

Val de
Cantobre,
week 2, 18-20
augustus
Na een ritje met post-,
pre- en echte puberrenners filosoferen mijn in Spanje
rentenierende vriend en ik er wel eens over hoe het zou
zijn, om als ploegleider van zo'n zooitje ongeregeld op
te treden. Deze drie weken in de Cevennen krijg ik er
iets van mee. Mijn jongste renner - mijn 16-jarige
dochter - rijdt het liefst zoveel mogelijk vlak, haar
politiek incorrecte neef (20) wil alleen maar klimmen.
Los dat maar eens op, bij het uitstippelen van de
routes. De één sterft in het wiel,
als het steil omhoog gaat, de ander leeft juist op. Mijn
compromis is dat in elke gezamenlijke rit een flinke
puist is opgenomen, waarbij mijn neef - ver voor de
troepen uit - helemaal los kan gaan. En dat mijn dochter
na elke fietstocht waarin ze tot het gaatje is gegaan,
een keertje overslaat. Verder heeft mijn neef van de
ploegleiding toestemming om elke nacht - liefst tot een
uurtje of drie - onbeperkt te 'bieren' in de bar van de
camping. Dat houdt hem overdag ook redelijk mak. Het minste last heb ik, zoals
verwacht, van de veteraan in het gezelschap. Mijn
zwager Hans is 53, maar nog wel een groentje als het op
serieus racefietsen aankomt. Hij is klein en licht, en
van fietstochtjes in Zuid-Engeland - een jaartje of 11
geleden - herinner ik me momenten dat hij mij en mijn
vader op hellinkjes van twintig procent of meer
behoorlijk naar het leven kon staan. Maar nu rijdt hij -
met mijn incorrecte neef voorop en ik er ergens tussenin
- rustig in zijn eigen tempo omhoog, zonder mopperen en
elke bergrit een beetje beter in vorm. Naar zulke
renners heb je als ploegleider geen omkijken.

Over compromissen
gesproken, wie denkt dat ik hier voor mijn lol in de
wildwaterbaan van het zwemparadijs op onze camping
ronddobber, heeft het mis. Mijn zoon wil alleen met mij
mee op zijn racefiets, als ik met hem naar het zwembad
ga. Aan mijn verplichting (zo voelt het: ik heb een
schurft aan zwemmen) heb ik tot nog toe
één keer voldaan, maar het wachten is
nog op de eerste keer dat ik mijn zoon op zijn racefiets
de camping af krijg.

Soms zijn bootjes, dan
weer bergen of bossen, maar het centrale thema van deze
vakantie is het middeleeuwse bergdorpje. Ze liggen hier
overal tegen de steile hellingen van de gorges geplakt
en vanaf parkeerplaatsen voeren er schilderachtige
geitenpaadjes naartoe. Veel van die gehuchtjes zijn de
afgelopen jaren liefdevol en met veel gevoel voor
historie en sfeer gerestaureerd en je klikt er met je
fotocamera al gauw een geheugenkaartje op vol. De
taakverdeling tussen mijn eega en mij is een
natuurlijke: ik richt me op het grote geheel, zij met
haar camera op het detail.
 |
|
| |
|
|
| |


Val de
Cantobre,
week 3, 25-29
augustus
Als berg
stelt de Mont Aigoual niet veel voor. De puist van 1567
meter in het Cevenne-landschap moet het vooral hebben
van de magische klank voor lezers van het ultieme
wielerboek 'De Renner' van Tim Krabbé. Maar op onze
koninginnerit van deze vakantie werd het vooral een
aardige klimmetje door de lange aanloop vanaf de
camping, die op ruim 400 meter hoogte ligt. Tot de top reden we
zo'n 40 kilometer geleidelijk omhoog, waardoor we niet
eens goed in de gaten hadden waar de Mont Aigoual
eigenlijk begon. Op de top stond een ontvangstcomité
bestaande uit mijn zwager, twee zussen en mijn eega, elk
gewapend met een eigen camera waardoor onze
legendarische rit in elk geval voor het nageslacht goed
is gedocumenteerd. Bij een graadje of 30 liet de berg
zich ook van zijn genoeglijke kant zien: het grote
observatoire metéorologique staat hier vooral omdat
je er 300 dagen van het jaar uit je hemd waait of 120
dagen per jaar tot je knieën in de sneeuw staat.


Slechts de
allersterksten van ons gezelschap konden het opbrengen
om twee dagen voor vertrek nog de Tarn per kano te
bedwingen. Waarbij, tot mijn niet geringe schande,
alleen het vaartuig waarop de voormalige kapitein van de
Leidsch Dagblad-boot het gezag voerde, door een
ongelukkig geplaatste boomtak en voortdurende onmin met
de bemanning (bestaande uit mijn zoon) in een
stroomversnelling tot zinken werd gebracht. Dat gebeurde
onder verder ideale omstandigheden: het is hier al
de hele week een graadje of 30 en behoudens een enkel
schoolklasje met Franse pubers was het heerlijk rustig
in de Gorge du Tarn.



Ik heb er
een tijdje voor moeten soebatten en mezelf moeten
onderwerpen aan kwellingen als een bezoek aan de
zwembadcamping, maar ik heb m'n zoon op de racefiets
gekregen. Geïmponeerd door het landschap kneep hij
aanvankelijk voornamelijk in zijn remmen, uit angst op
de bodem van een kloof te belanden, maar toen hij op een
bepaald moment doorkreeg dat dát je als fietser niet
veel verder brengt, ging het gaandeweg beter. Ik geloof nog
steeds dat het een klimmer kan worden, zodra hij
tenminste leert dat hij er op een steile helling niet binnen 30
seconden alles uit moet gooien wat hij aan energie
in zich heeft.

Met weemoed
nemen we afscheid van het Cevennelandschap en de Gorges
van de Tarn, de Dourbie, de Jonte, of hoe die door
rivieren uitgesleten kloven hier allemaal ook mogen
heten. Dit weekeinde rijden we terug naar huis, vanaf
zaterdag 07.00 uur tot ergens in de vroege
zondagochtend, verwachten we. Vanaf maandag is het weer,
ook qua weblog, business as usual. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Parijs, mei
2008 |
|
| |
|
|
| |

Maandag
5 mei
Een
citytrip met campinggevoel, wilden we, en in dat
opzicht geen mooiere kampeerplek dan het Bois de
Boulogne in Parijs. Door de chaotische Franse slag
waarmee dit bedrijf tijdens topdrukte draait, sta je bij
aankomst en vertrek minimaal drie kwartier tot een uur
in een file van campers (veel campers!) en caravans.
Rond het centrale pleintje is het drukker dan op de Champs Elysées en er wordt zeker net zo veel getoeterd
door opgefokte autobestuurders. Maar eenmaal op onze
confort plek - veel stroom, water en een ketting om
je stekkie mee af te sluiten - is het met het gekabbel
van de Seine op de achtergrond ook echt kamperen. Het
gedeelte waar wij stonden werd voor meer dan negentig
procent bevolkt door campers, wat de merkwaardige
indeling verklaart: zelden zo'n lang en smal perceel
toegewezen gekregen. Wat wel gesmeerd draait is de
stokbrodenbakkerij van de kampeerwinkel die de hele dag
vers brood levert en de eigen shuttlebus die de gasten
de hele dag door (behalve 's middags) van en naar het
metrostation Porte Maillot brengt. Vandaar kun je gaan
lopen (de Arc de Triomphe zie je aan het eind van de
straat al liggen) maar je kunt ook op de ondergrondse
stappen naar een ander deel van Parijs. Het weer werkte
in alle opzichten mee: donderdag nog een beetje bewolk
met heel af en toe een spettertje, vrijdag en zaterdag
warm, bijna te warm volgens onze nazaten. Maar die
hebben - na een kilometer of twintig achter ons aan door
de stad te hebben gezwalkt - altijd wat te zeuren. Dat
ik op de tweede dag - bij het pakken van een
schroevendraaier uit m'n kofferbak - opnieuw door m'n
rug ging, maakte veel goed voor ze. Daardoor werd de Notre Dame de plek bij uitstek om mijn Quasimodo-loopje
te demonstreren.
 |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
6 mei
Voor een
beetje concert tel je tegenwoordig al gauw tussen de 60
en 100 euro neer, terwijl je in Parijs voor wat de gek
ervoor geeft de hele dag kan worden vermaakt. Op elk
pleintje van betekenis, drukke straathoek of min of meer
centraal gelegen brug - en geloof me, dat zijn zo'n
beetje alle veertig bruggen over de Seine - staan mensen
met een instrument hun stinkende best te doen. De beste
straatartiesten hebben de beste plekken, lijkt het, en
hebben daar ook hun apparatuur op aangepast. Tijdens ons
avondmaal op een terras aan het bescheiden Place de la Sorbonne werden we vergast op het concert van een
bejaarde die op de maat van een aftandse muziekdoos
rauwe keelklanken uitstootte. Hij stond aan de rand van
ons gehoorsveld, maar klonk beroerd genoeg om na afloop
langs de tafeltjes zijn hoedje leeg te houden. Nee, dan
de Spanjaard die een (vaste?) plek heeft op de trappen
van de Sacré Coeur, sowieso een van de mooiste podia van
Parijs. Zijn gitaar- en zanginstallatie vervoerde hij
professioneel op een karretje (ik sluit niet uit dat er
sprake was van roadies die het vuile werk voor hem
deden) en zijn repertoire was breed en populair genoeg
om een groot publiek meer dan een uur lang te boeien.
Alle waar naar zijn geld, dus gooide ik na afloop tien euro in zijn hoedje, net
zoveel als hij voor zijn cd met eigen werk vroeg. Dat
gaf nog enige verwarring toen ik daar feestelijk voor
bedankte. Want leg maar eens uit dat zo'n plaatje thuis, ver van
de trappen van de basiliek, alleen maar verschrikkelijk
kan tegenvallen.
 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Schotland augustus
2007 |
|
| |
Zondag
5 augustus
Het is niet
dé reden, maar wel een reden dat we graag naar het
Verenigd Koninkrijk reizen: de verbinding
IJmuiden-Newscastle. Vanaf ons huis is het 50 minuten
rijden naar onze eerste vakantiebestemming: de King of
Scandinavia. Voor het eerst gaan we als Commodore
Class-passagiers: ruime hut, minibar, tv, gratis
ontbijt. En: als een van de eersten aan boord. Helaas
was dat in ons geval ook: als een van de laatsten eraf.
|
|
| |
|
|
| |
Maandag
6 augustus
Onze zoon
kan de overmaat van de Commodore Class niet aan.
Middenin de nacht gaat hij, vooral als gevolg van het
dessertbuffet waarvan hij zich rijkelijk bediende, over
zijn nek. Gelukkig niet tussen de lakens, maar keurig in
de goed uitgeruste badkamer van onze vierpersoonshut.
Maar toch komen we allemaal enigszins gekraakt aan in
Newcastle. Eerste bestemming: de camping in Ayr,
zuid-west Schotland. |
|
| |
|
|
| |
Dinsdag
7 augustus
Ayr is nog
een behoorlijk stadje - 50.000 inwoners - met een
levendig centrum en breed strand. Zoals de meeste Britse
badplaatsen straalt het vooral vergane glorie uit. Daar
hebben ze genoeg van. In elk goed onderhouden park
worden de, voor ons meestal onbekende, helden geëerd.
Aan de seaside is het altijd kermis: goedkope
vermaakcentra en veel 'pricewinning' fish and
chips-shops. En veel te dikke Britten. |
|
| |
|
|
| |
Woensdag
8 augustus
Vrienden van
ons staan op een camping bij Edinburgh, maar willen
graag 320 kilometer op en neer rijden om een dagje bij
ons aan de westkust door te brengen. Het is voor Schotse
begrippen schitterend weer en 's middags kan er, door
onze zoon en hun twee kinderen, zelfs gezwommen worden.
Vanaf het strand van Ayr heb je zicht op het eiland
Arran. Dolfijnen, zeehonden en walvishaaien laten zich
vandaag wijselijk niet zien. |
|
| |
|
|
| |
Donderdag
9 augustus
En dan nu de
werkelijke reden voor onze vakanties in het Verenigd
Koninkrijk: de coastal footpaths. Vanaf Ayr rijden we
naar het zuiden om bij St. Ninians Cave langs de kust te
wandelen. Op deze plek werd in de vierde eeuw het
christendom aan land gebracht. In de pelgrimsgrot worden
zij die ons ontvielen herdacht, met kruisjes en bloemen.
Wij maken een gedenksteen voor opa Rinus, opa Simon en
oma Wub. |
|
| |
|
|
| |
Vrijdag
10 augustus
Voor het
eerst hebben we ook de fietsen meegesleept. In het
landelijke gebied achter de camping in Ayr zijn rustige
weggetjes, waar je nog moet stoppen voor overstekende
koeien en schapen, met slaperige dorpjes en verstilde
kerkhoven. Nee, wij zijn niet gefascineerd door de dood.
Vaak stoppen we alleen maar even voor een fotoshoot,
zoals bij dit merkwaardige Schotse kerkje en zijn
sfeervolle, oude begraafplaats. |
|
| |
|
|
| |
Zaterdag
11 augustus
Tot nog toe
hebben we het best getroffen, maar vandaag is het
uitgesproken schijtweer. Het regent 24 uur onafgebroken.
De rivier Ayr zwelt, maar wij houden het droog in onze
sleurhut. Alle gelegenheid om mijn Harry Potter uit te
lezen, een dvd'tje te kijken en voor de noodzakelijke
lichaamsverzorging. Na ruim een week wordt het tijd om
me, onder de luifel, te scheren. De caravanspiegel
bewijst goede diensten. |
|
| |
|
|
| |
Zondag
12 augustus
Vandaag is
het iets beter: het regent maar 20 van de 24 uur. Voor
ons, liefhebbers van wandelen en lezen, is Schotland het
ideale vakantieland. Als het droog is, wandelen we. Als
het regent, kunnen we lezen. Urenlang. Lekker in de
rondzit hangen. Muziekje erbij. En ook op zondag
verkoopt een vrouwtje op de camping vanuit de achterbak
van haar auto drie essentiële levensbehoeften: verse
bolletjes, melk en de krant. |
|
| |
|
|
| |
Maandag
13 augustus
Droog! Het
stond al een paar dagen op ons lijstje, maar vandaag
kunnen we naar Culzean Castle, een paar mijl onder Ayr.
Het kasteel ligt pal aan zee en is - ook in het echt -
een plaatje. Minstens net zo mooi is het landgoed er
omheen. Of de wandeling langs de kliffen, met om de paar
honderd meter een afdaling naar een klein rotsenstrand
of baai. Ik heb tientallen foto's, maar moest er een
kiezen. Deze dan maar. |
|
| |
|
|
| |
Dinsdag
14 augustus
We
vertrekken naar het 'echte' Schotland: de Highlands.
Mijn Garmin outdoor-gps werkt niet alleen in de
wildernis, hij loodst ons ook feilloos door Glasgow. Die
stad eenmaal gepasseerd is het overbruggen van de 200
mijl naar de camping in Shiel Bridge een feest: onder
een imposante wolkenhemel rijden we langs de mooiste
lochs en door de ruigste Glens, zoals die van Glen Coe,
waar ik even met het hele spul op de kiek mag.
|
|
| |
|
|
| |
Woensdag
15 augustus
Onze camping
ligt aan de voet van de bergketen Five Sisters of
Kintail. Direct buiten de poort staat een landrover van
het Mountain Rescue Team en boven ons hoofd cirkelt
geregeld een reddingshelikopter. Maar vanmorgen regende
het, dus 'doen' we het Eilean Donan Castle, dat zo'n
beetje bij ons om de hoek ligt, en het stadje Plockton.
Na tien dagen Schotland eten we, beschamend, pas onze
eerste fish & chips. |
|
| |
|
|
| |
Donderdag
16 augustus
Boven ons
deel van Schotland wervelt al dagenlang een dijk van een
depressie die menig kampeerder tot radeloosheid zou
brengen. In de regel is dat een gevolg van een te karige
uitrusting. Daar kun je ons niet op betrappen. Onze
sleurhut is ingericht voor alle vormen van
slechtweerrecreatie. Maar, beste lezer, zodra het ook
maar een moment een beetje droog is, gaan de
bergschoenen aan en trekken we eropuit! |
|
| |
|
|
| |
Vrijdag
17 augustus
Zowaar
droog! Uit de Deltas Wandelgids voor Schotland doen we
route 18: van Glen Shiel naar Creag nan Damh. De Creag
is een berg van ruim 900 meter. De beklimming is in
feite een lange klauterpartij over steile rotspaadjes,
die door het vele regenwater van de afgelopen dagen vaak
in riviertjes zijn veranderd. Onderweg worden we belaagd
door sikkeneurige koeien. Geen wonder dat we een heel
eind onder de top blijven steken. |
|
| |
|
|
| |
Zaterdag
18 augustus
Een bui,
wederom, maar nu eentje die een uurtje of 30 duurt.
Onafgebroken. Geen seconde is het droog. Het begint op
vrijdagavond en gaat de hele zaterdag door. We doen
boodschappen, versturen mail vanuit het postkantoor in
Kyle of Lochals, maken 's middags nog een autotochtje
langs wat benevelde lochs en stoppen op de terugweg bij
een benzinepomp voor whisky en bier, om ook onszelf te
benevelen. |
|
| |
|
|
| |
Zondag
19 augustus
Dit wordt
het begin van een compleet droge week. En ik kan het
weten, want ik tik dit pas achteraf. Mijn zoon en ik
mountainbiken vanaf de camping door de kloof achter de
Five Sisters of Kintail over een goed te berijden
landbouwpad. En 's middags fietsen we met de rest van
het gezin langs de oevers van Loch Duich, net zolang
totdat we aan de overkant weer het Eilean Donan Castle
zien liggen. Daar kun je niet verder. |
|
| |
|
|
| |
Maandag
20 augustus
Onze ruigste
wandeling maken we op het eiland Skye: de beklimming van
The Old Man of Storr. Er staat een behoorlijke wind, die
aanwakkert en kouder wordt naarmate we hoger komen bij
de top met de grillig gevormde rotsen. Tijdens een
fotosessie wordt mijn Discovery Pro Cycling Team-pet,
waar ik erg aan was gehecht, kilometers ver weg
geblazen. Als troost krijg ik in Portree van mijn gezin
een zwarte Isle of Skye-pet. |
|
| |
|
|
| |
Dinsdag
21 augustus
Ik heb het
altijd onbegrijpelijk gevonden als mensen tijdens een
vakantie hun leven op het spel zetten door
onverantwoorde activiteiten te ondernemen. Maar nu zie
ik mijzelf met mijn hoogtevrees de steilste passen nemen
over akelig smalle weggetjes - de hoogste in heel
Schotland - richting Applecross. In meerdere opzichten
adembenemend, vooral op de gedeelten zonder vangrail en
met tegenliggers. |
|
| |
|
|
| |
Woensdag
22 augustus
Met weemoed
nemen we afscheid van de Highlands, waar we graag nog
een paar maanden waren gebleven. Maar dat zit niet in de
planning. Vandaag rijden we al een heel stuk richting
Newcastle, zo'n 450 kilometer, om neer te strijken op
een camping aan Kieler Water, het grootste stuwmeer van
Engeland. Northumberland heet het hier, maar de Schotse
grens is maar een paar kilometer verderop. |
|
| |
|
|
| |
Donderdag
23 augustus
Op die grens
van Engeland en Schotland loopt Hadrian's Wall, de muur
waarmee keizer Hadrianus de bloeddorstige hooglanders
buiten zijn rijk hield. We rijden een heel stuk langs de
restanten, want veel van dit verdedigingswerk is later
gebruikt voor de bouw van boerderijen en de aanleg van
wegen. Maar aan de hand van tekeningen en plattegronden
krijg je toch een indruk van wat een rare jongens die
Romeinen waren. |
|
| |
|
|
| |
Vrijdag
24 augustus
Rond 'ons'
Kieler Water loopt een pad, wat we vandaag op de
mountainbike een kilometer of dertig volgen. Langs het
meer zijn bezoekerscentra, restaurants en strandjes
aangelegd, waarbij kosten noch moeite zijn gespaard. Van
mijn rentenierende vriend - een oud-boswachter - heb ik
geleerd dat je stuwmeren eigenlijk een schandalige
aantasting van het landschap moet vinden. Maar dit is
best mooi gedaan. |
|
| |
|
|
| |
Zaterdag
25 augustus
Alnwick
Castle kenden we onbewust al uit de eerste twee Harry
Potter-films, waarvoor allerlei scenes in en rond dit
middeleeuwse bouwwerk zijn opgenomen. Onze dochter was
een beetje bang dat het een 'kinderkasteel' zou
zijn geworden, maar dat viel in de praktijk erg mee. Na
een rondgang over de 'grounds' en met de uitleg van een
gids in ons achterhoofd, gaan we de films nog een keer
met andere ogen bekijken. |
|
| |
|
|
| |
Zondag
26 augustus
Omdat we
vrij dicht bij Newcastle op de camping staan, kunnen we
vanmorgen rustig aan doen. Op het gemak inpakken, de
caravan aan kant maken en nog een beetje lezen in de
zon, voordat we richting de boot vertrekken. Om een uur
of vier staan we in een lange rij van caravans op de
kade, waar de King of Scandinavia heel trouw drie weken
op ons heeft liggen wachten. Morgen zijn we rond half
tien in IJmuiden. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|
|
|