IJsclub Voorwaarts

Wielervereniging Katwijk

Noordbikers

 

HTWV

(Hijgend Trekken Wij Voort)

Club Ciclista Xaló

 

 
Alles over La Marmotte 2009
Klik hier
 
 

 

Trainingskamp Spanje 2009

Klik hier

 
 

     
 
 
 
 
 
 

Programma 2010

 

Maart:

Joop Zoetemelk Classic vanuit Leiden

April:

Trainingskamp in Spanje

(van 6 t/m 13)

Hart van de Bollenstreek

 Mei:

Waalse Pijl (15 mei)

Route des Amblèves (Ardenennen, 29 mei)

Juni:

Jean Nelissen Classic

(Vianden, 12 juni)

Trainingskamp

Dolomieten (27 juni)

Juli:

Dolomieten Marathon

(4 juli)

Augustus:

Vakantie (Ierland)

September:

Fietsweek

Vogezen (HTWV)

Oktober:

Herfstmountainbiken

in Leersum

November:

Rabo Beach Challenge

 
 
 
 
 
 

 
 
 

 

     
   
     
  Ik werd er een beetje moe van, van het bijna dagelijks bijhouden van twee websites. Daarom is er nu Dicks log. Een site over meer dan wielrennen. Klik hier, of op de banner, voor uw nieuwe favoriet.  
 

 

 
  Deze pagina wordt niet meer bijgewerkt en krijgt over een paar maanden een archieffunctie.  
     
     
  Seizoen 2010  
 
 
     
 

Vrijdag 7 mei

Veel wielrenners willen in hun hart eigenlijk helemaal niet fietsen. Zitten 's morgens al om 08.00 uur achter hun bureau met een zorgelijk gezicht naar de buienradar te kijken. Nee, dat wordt weer niks vanavond. Zucht. Onze Afdeling Wielersport telt meer dan honderd leden. Stoere kerels. Niet voor een kleintje vervaard. Vanavond kwamen er - na een grijze dag met veel regen, dat wel - daarvan welgeteld negen opdraven voor een kurkdroog ritje (behoudens wat modderspatten van de weg), met weinig wind en een temperatuur die in elk geval veel te hoog was voor alle kleding die ik zelf had aangetrokken en mij in het peloton - voor even, mag ik hopen, en als gevolg van mijn opbollende regenjack - de bijnaam 'Nijlpaard' bezorgde. Bedankt, Graham. Wel een nadeel van een nat wegdek: lekke banden. Al binnen twee kilometer was het raak. Maar omdat de kern van mijn betoog is dat veel wielrenners eigenlijk niet willen fietsen, past ook dit er wonderwel in. Bij zo'n log horen beelden waarop niet wordt gereden. Bovendien kreeg ik mijn camera - op een rondje Vogelenzang/Ringvaart - niet onder mijn jack vandaan op alle stukken waarop de testosteron weer als vanouds door het groepje gierde.

 
 
 
 

Woensdag 5 mei

Gemopper, boosheid en berusting.... O nee, zo ben ik gisteren al begonnen. Maar het had zo weer gekund, want ook dit ritje Noordzeekanaal in de beoogde trainingszone D1 kreeg weer wat weg van een slijtageslag in D3. Volgens Rob2 paste dat overigens geheel in het schema dat voor deze week was uitgestippeld, dus waar klaagden we over? Nou ja, ik klaag eigenlijk nooit, tegen Rob2. Ik klaag alleen bij Rob1 waarom hij niet wat eerder klaagt bij Rob2. Zo liggen de verhoudingen. Maar, zoals ik na afloop tegen Rob1 zei (kunt u het nog volgen?), het zal vast wel ergens goed voor zijn geweest. En dan doel ik niet op het klagen, maar op een pittig ritje van ruim honderd kilometer met een gemiddelde van flink boven de 30. Met onderweg ook nog een rustmoment in een bescheiden uitspanning, ergens langs het Noordzeekanaal, met uitstekende cappuccino en warm appelgebak. Nee, toen hoorde je even helemaal niemand klagen. 

Na het klimmersrondje met de Afdeling Wielersport vergat Rob2 zijn Garmin uit te zetten, waardoor er op dit kaartje twee routes zijn weergegeven. Vandaag begonnen we bij de rode stip en reden richting het noorden.

 

 
 
 
     
 

Dinsdag 4 mei

Gemopper, boosheid en berusting - al dan niet gespeeld - zijn de gebruikelijke emoties die komen bovendrijven tijdens een fietstochtje met Rob2. Al moet ik bekennen dat ik er vandaag ook een zeker aandeel in had dat we Rob1 tijdens een 'los-trap-rondje' even totall loss trapten op het duinpad tussen Zandvoort en Noordwijk. Mijn kilometerteller doet het niet meer, op mijn oude fiets, maar met het windje in de rug en de grote plaat erop moet het toch zeker een tijdlang tussen de vijftig en de zestig in het uur zijn gegaan. De twee strakke mannetjes die ons - toen wij de heenweg evalueerden en alles er nog genoeglijk aan toe ging - met een flinke snelheid passeerden, haalden we in elk geval in alsof ze stilstonden. Het was fris, er stond een behoorlijke bries en alleen de allerdapperste van ons kwam gewoon in korte broek. Nee, ik noem geen namen, beelden spreken voor zich.

 
     
 
 
     
 

Maandag 3 mei

In een overmoedige bui - of was het uit frustratie vanwege een afgelaste zondagmorgentraining? - schreven Albert en Menno voor vanavond spontaan een alternatieve training voor de Afdeling Wielersport uit. Dat was gistermiddag, in de vaste overtuiging dat de weersomstandigheden vandaag wel een stuk beter zouden zijn. Maar helaas. Geen droog moment, een harde noordenwind en een graadje of zeven leidden de hele dag tot een discussie op het Ledenboek rond het thema 'gaan' of 'niet gaan'. Maar de dapperen lieten zich niet kennen, al moet gezegd dat ze rond de klok van 19 uur voor het hek van De Goerie op niet al te veel medestanders hoefden te rekenen. Als ze zich over twee uur weer doorweekt bij moeder de vrouw melden, zullen ze ongetwijfeld roepen dat de thuisblijvers ongelijk hadden. Maar wij weten wel beter.

P.S. Waar was ik? Achter de goede kant van het hek natuurlijk, met een tasje clubadministratie en brieven die door secretaris Menno nog moesten worden ondertekend. En daarna zo snel mogelijk naar huis om de lezers van dit log te informeren.

 
 
 
  Zondag 2 mei

Nu de regen me binnen houdt maar even een fietscolumn die ik nog niet op internet heb gezet.

Uit: de dagbladen van HDCmedia, 15 april 2010

 

Noodzakelijk kwaad

De keren dat ik er een gestroomlijnde carbon koffer voor huur, maak ik graag een extra rondje door de aankomst- of vertrekhal van Schiphol of willekeurig welke andere luchthaven in den vreemde dan ook. De moeite wordt vrijwel altijd beloond door iemand die nieuwsgierig, maar toch met een zekere aarzeling op je af stapt. ,,Mag ik vragen wat daar in zit, meneer?'' Een zekere achteloosheid in de stem is dan een pre. ,,Mijn racefiets, mevrouw.'' Met daarna - van haar kant - de vaststelling waar het allemaal om begonnen is. ,,Ah, meneer is een wielrenner.''


Zo is het. Ik loop hier niet gewoon een beetje de toerist uit te hangen, in Valencia en omstreken, tussen valsblonde en roodverbrande
landgenoten die ergens aan een costa hebben overwinterd. Elke schijn van vakantie of gepensioneerde leegloperij dient te worden vermeden. Meneer is een wielrenner. Hij is hier om kilometers te maken. Of, mooier nog, hij heeft ze al gemaakt. ,,Meer dan 730, mevrouw. En bijna 10.000 hoogtemeters, als u dat wat zegt. In zes dagen tijd. Ja, toch een beetje rustig aan gedaan, dit keer. Het streven is altijd 1000, maar u weet hoe dat gaat, in zo'n week. Je wilt toch ook niet overtraind terugkomen. Het seizoen is nog lang.''
 

Fietsen kost tijd, veel tijd. Je gaat nooit voor een uurtje, maar
minimaal voor een dagdeel. Het liefst voor een hele dag. Ook om die
reden is het van belang het wielrennen niet in de recreatieve sfeer te
trekken, maar er een levensvervulling van te maken. Een noodzakelijk
kwaad. Types die je 'veel plezier' menen te moeten wensen als je er
weer vijf of zes uur - laat staan een hele week - zonder het gezin op
uit trekt, dienen met kracht te worden weersproken. Alleen al het idee
dat er iets van plezier bij komt kijken! Plezier is hooguit een
afgeleide van iets wat zich toevalligerwijze ook bij het fietsen kan
voordoen. Zoals je ook een plezierig gesprek kunt hebben in de
wachtkamer van de tandarts, of in de rij bij de nierdialyse.
 

Wielrennen dient een hoger doel. Welk doel? Tja, dat verschilt per jaar en ligt voor iedereen anders. Mijn hoofddoel is op 4 juli het rijden van de Maratona dles Dolomites in een tijd die voor mijn leeftijdscategorie - omdat ik in juli jarig ben, geld ik voor de organisatie al als 50-plusser - goud oplevert na een tocht van 138 kilometer over Italiaanse bergtoppen met in totaal bijna 4200 hoogtemeters.
 

De hoogste graad van acceptatie van dit hogere doel heb je bereikt
wanneer de rest van het gezin er met een zekere vanzelfsprekendheid
vanuit gaat dat je moet fietsen. Minimaal vier keer in de week. En af
en toe op hoogtestage moet omdat klimmerskuiten nu eenmaal niet worden
gekweekt op de Utrechtse Heuvelrug of in het bronsgroen eikenhout rond
de Cauberg. ,,Papa moet fietsen.'' Zelf vind ik dat beter klinken dan
de treurige vaststelling dat papa altijd maar moet werken. Of in de
kroeg hangt.
 

Om nu te zeggen dat de hoogtestage die ik net bij mijn rentenierende
vriend in het achterland van de Costa Blanca achter de rug heb, me
door de strot is geduwd, gaat misschien wat ver. Maar een feit is dat
mijn eega me er min of meer toe heeft aangezet. ,,Moet je dit jaar
niet naar Spanje?'', vroeg ze op een zondagavond een beetje verbaasd,
na de vaststelling dat mijn buitenlandprogramma tot dan toe uit niet
meer dan een weekje Italië en de Vogezen bestond. Ik liet de schouders
een beetje hangen, stond een sluier van moedeloosheid toe op mijn nog
niet zo afgetrainde gelaat en nam alvast een voorschot op de berusting
waarmee ik binnen enkele ogenblikken een retourtje Valencia zou
boeken.
 

,,Dat zou inderdaad wel beter zijn.''
 

Beschouw het als de vrucht van mijn inspanningen om het fietsen uit de
recreatieve sfeer te halen.
 

Fietser is wat ik ben.
 

Meneer is een wielrenner.

 

 
 
 
 

Zaterdag 1 mei

Gewoon guur was het, toen ik tussen de middag voor de zaterdagse lekkerbekken even naar De Krul reed. Snijdend koude wind, motregen, na een ochtend die ook al behoorlijk nat was verlopen. Dus toen het rond 14 uur droog werd, haalde ik de winterkleding maar weer uit de mottenballen, waar ze eigenlijk tot oktober in had moeten blijven liggen. Nog geen paar kilometer op het duinpad tussen Katwijk en Scheveningen trok de lucht open en kreeg ik al spijt van mijn fietsboerka. (Niet zo erg als clubgenoot Mart, die binnen op zijn Tacx reed, maar toch.) Lekker toeristisch rond de haven van Scheveningen getrapt, bootjes gekeken, even stilgestaan bij de Tridens en de Barend Biesheuvel van de kustwacht en aan de kop van de haven ook nog bij een Franse mijnenveger (of zoiets). Daarna weer terug over het duinpad waar ik alle andere wielrenners zo hard voorbij reed - ik had nog energie over - dat die de rest van het weekeinde met een minderwaardigheidscomplex op de bank moeten zitten.

 
 
 
  Vrijdag 30 april

Het is vandaag toch geen fietsweer, dus kan ik er wel een column ingooien die ik eerder deze maand schreef, aan de vooravond van mijn trainingskamp in Spanje.

 

Uit: de dagbladen van HDCmedia, 8 april 2010

Trainingskamp

Het dekbed van de echtelijke sponde ligt al uren bezaaid onder
stapeltjes vrolijk gekleurde wielerkleding. Ik haal er setjes af, leg
er andere setjes voor terug. Wissel schoenen, sta minuten lang met een helm in mijn hand en loop handschoentjes en sokken na op scheurtjes of gaten. Zoals alleen zwarte mannen elkaar mogen uitschelden voor neger en ouders van een kind met het Syndroom van Down iemand een mongool mogen noemen, zo is ook deze kwalificatie alleen voorbehouden aan wat voor mij de andere sekse is. 'Je lijkt wel een vrouw', zegt mijn eega misprijzend.


Het was eigenlijk niet de bedoeling omdat ik voor mezelf dit jaar al -
los van het gezin - twee fietsvakanties heb geregeld. Begin juli rijd ik in Italië de Dolomietenmarathon en in september viert de gelegenheidsclub HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort) een jubileum met een weekje trappen in de Vogezen. En echt hoor, ik heb helemaal niet gezeurd, verdrietig gekeken of wekenlang geslijmd om mijn echtgenote zover te krijgen dat ze op een zondagavond, zomaar vanuit haar luie stoel, zei: 'Moet je niet ook nog een weekje naar je rentenierende vriend in Spanje?'


'Ik zat er net aan te denken', antwoordde ik naar waarheid.


(Nog even tellen: zes fietstruitjes, voor elke dag één, met in elk
geval mijn Marmotteshirt, het zwarte HTWV-tenue, de shirtjes van mijn
fietsclubs en natuurlijk het tenue van de Spaanse club in Xaló. Een
driekwart broek van de club, twee windstoppers, een regenjack, zes
zweethempjes en mijn dure Assos-broek voor de langste ritten.)


Het is een wonder dat ik dit jaar op deze plek nog niet vaker over
racefietsen heb geschreven, want mijn leven wordt er meer dan ooit
door beheerst. Ook allemaal de schuld van mijn vrouw. Haar appèl aan
mij om ook eens wat terug te doen voor de maatschappij, heb ik
vertaald in een indrukwekkende bestuursfunctie van de Afdeling
Wielersport van onze lokale ijsclub, waar ik sinds enige maanden de
clubkas beheer, de ledenadministratie doe en mij verder bemoei met
alle lopende bestuurskwesties. Of dit helemaal is wat ze bedoelde,
weet ik niet, maar elke keer als ik niet op mijn wielerschoenen maar
met een ordner onder mijn arm het huis verlaat, prijst ze me uitbundig
voor mijn inzet.


Het zal waarschijnlijk ook Hare Majesteit niet ontgaan, mocht het haar
over twintig jaar behagen mij niet alleen voor mijn verzamelde
educatieve columns maar ook voor mijn verdiensten voor de lokale
wielersport de versierselen behorend bij het Lid in de Orde van Oranje
Nassau op te spelden.


(Verder nog: drie paar handschoentjes, twee bandana's voor onder mijn
helm - zodat het zweet niet in mijn ogen loopt - armstukken,
beenstukken, twee paar schoenen met zowel Look als SPD-pedalen, mijn
helm, bril, mijn band voor de hartslagmeter. Zes paar fietssokjes.)


Het fietsen mag er natuurlijk niet onder lijden. Na een winter op de
mountainbike heb ik op de racefiets inmiddels honderden
trainingskilometers, de Joop Zoetemelk Classic en de Rabo Bergtoer
vanuit Ochten in de benen. Maar of ik klaar ben voor wat mij nu in
Spanje te wachten staat? Door een maandenlange verbouwing aan zijn
huis was mijn rentenierende vriend vorig jaar niet in goede doen.
Zelfs bergop reed ik hem eruit. Maar nu, dankzij de crisis, staan zijn
werkloze, Spaanse fietsmaatjes bijna elke dag gretig afgetraind voor
zijn deur.


(Een trainingsbroek voor na de rit, mijn verzameling T-shirts
(Limburgs Mooiste, Lance Armstrong), warme trui, slippers. In mijn
toilettas de sudocrème tegen schuurplekken op de billen, Pro-Fit
Ibuprofen-gel tegen zere knieën, mijn Braun bodycruzer tegen de
laatste windharen die ik op mijn geschoren benen tegenkom.)


'Zou je ook niet wat gewone kleren meenemen?', zegt mijn vrouw. 'En
een paar schone onderbroeken?'


In dat opzicht blijf ik gelukkig een echte kerel.

 

 
 
 
 

Donderdag 29 april

Koninginnedag en de herdenking van de gevallenen zetten de clubactiviteiten op vrijdag en dinsdag even op een laag pitje, maar er moet natuurlijk wel gefietst worden. Met beide Robben, Graham, Jan (alias kapelaan Odekerke) en Arno. De laatste pikten we op bij het verzamelpunt - de roomse kerk - waar hij op andere, naar nu blijkt vermeende vrienden stond te wachten. Normaal is hij gewend met Katwijkse notabelen te rijden, waardoor de cultuurschok van een kleine 70 kilometer doorrammen met kerels van de gestampte pot toch behoorlijk groot was. Zijn 'bedankt voor de les' was aan het eindpunt van dit rondje Vliet-Leidschendam-Zoetermeer-Leiden-Meijendel in elk geval meer dan een obligaat bedankje. Angst en respect klonken erin door. Dankzij de onnavolgbare manoeuvres van Rob2 raakten we elkaar ergens in Meijendel traditiegetrouw even kwijt, om op het duinpad tussen Wassenaar en Katwijk weer te worden herenigd. Minus kapelaan Odekerke, die Graham en Rob2 bij een verwarrende splitsing achterna was gereden en ergens tussen Wassenaar en Scheveningen in rook leek te zijn opgegaan. Een signalement, derhalve: rijzige gestalte op een rood Koga Miyata-raceframe met (vanwege nekhernia) een bakfietsstuur. Haal niet in, blijf rechts rijden, probeer de kapelaan met lichtsignalen te waarschuwen of neem contact op met de politie in uw woonplaats.

 
 
 
 

Dinsdag 27 april

Na een dagje vergaderen - met de benen op tafel en onderbroken door een goede lunch - in ons hoofdkantoor in Alkmaar over een redactiesysteem dat maar niet in de lucht wil komen, is een stukje fietsen in de avonduren voor mij niet minder dan een bevrijding. Heb je toch het idee dat je wat gedaan hebt, op zo'n dag. Maar er zijn leden die zich wél het lazarus moeten werken en zich dan even zo goed een paar uur in het zweet willen trappen. Zo was Jan-Willem (foto onder) - die samen met mij een tijdje aan kop van de C-groep reed - vanavond pas om half zeven thuisgekomen van een trip met de bloemenwagen naar Duitsland die gistermorgen in alle vroegte begon. Hij had er nog gauw even een banaan en een mueslireep ingegooid om op tijd bij de club te zijn. Warm eten deed hij daarna wel. Na het fietsen ging hij wat administratie afhandelen, een uurtje sociaal doen met de rest van de familie en op tijd weer naar bed, want morgen om een uurtje of drie gaat de wekker weer. Weer twee dagen Duitsland met de bloementrailer. En dan ook met een zodanig tempo - op een rondje De Horsten/Meijendel/Waalsdorp - de bult bij Scheveningen oprijden dat ik blij was dat ik naast hem kon blijven rijden. Als ik morgen weer comfortabel achter mijn computer hang, rijd hij alweer ergens in de buurt van Siegen, de Duitse zustergemeente van Katwijk. Ik zal even aan hem denken.

 

 
     
 
 
     
 

Zondag 25 april

De letterlijke tekst kan ik zo gauw niet vinden, maar het gedicht is van Toon Hermans, gaat over een urinerende inwoonster van Nieuwkoop en eindigt met de woordspeling '...en toen moest de Nieuwkoopse plassen'. Na vanochtend weet ik uit ervaring dat de Ackerdijksche Plassen hetzelfde effect hebben op de blazen van een groep wielrenners. Het gezeik was in elk geval niet van de lucht, op ons rondje van 85 kilometer, maar gelukkig hoefde we er maar één keer voor te stoppen.

Nadat het peloton zich al bij de Goerie had gesplitst in een groep Léon en een groep Albert reed ik - nog steeds revaliderend op mijn oude fiets - met de laatste mee, al was het alleen maar om voor de eerste keer in mijn leven de Ackerdijksche Plassen te zien. Een mannetje of elf sterk, waren we, die allemaal bij Albert aan het spreekwoordelijke touwtje hingen omdat hij als enige de route kende. De keren dat hij zich achterin de groep ophield en zijn gebrulde aanwijzingen de leiders niet bereikten, bleken een handige manier om van kopmannen te wisselen. De eerste twee reden dan rechtdoor, de rest ging links of rechts, waarna de eerste twee weer hijgend en puffend achteraan konden sluiten. Geniaal, zou mijn eveneens revaliderende neef zeggen.

Door polders, over dijkjes, langs laantjes en door recreatiegebieden ging het, grote steden als Delft en Den Haag schampend en in de verte zelfs - een beetje in de mist - de Euromast gezien. De eerste en enige lekke band viel pas aan het eind, bij de grote leider zelf, ter hoogte van de Katwijkse Molenwijk. Maar heb ik nu onderweg ook de Ackerdijksche Plassen gezien?, wilde ik van Albert weten. Zelf vond ik van niet, maar onze grote roerganger wist zeker dat ze ergens tussen de bomen verscholen hadden gelegen. 'Ze zijn niet zo groot.' Waarschijnlijk zie je ze alleen als het heeft geregend. Of als er een groep wielrenners in heeft staan zeiken.

 

 
 
 
     
 

Zaterdag 24 april

De drukte concentreerde zich vanmiddag in de noordelijke Bollenstreek rond het bloemencorso, dat van Noordwijk naar Haarlem reed. Dus stuurde ik naar het zuiden, waar ik al op de Katwijkse Buitensluis werd geconfronteerd met.... een corso! Niet het echte corso, maar De Mooiste File van Nederland die vanaf Noordwijk een rondje door Katwijk maakte en daar vooral hele gewone files veroorzaakte. Eenmaal in de duinen op weg naar Scheveningen was het weer de vertrouwde zaterdagmiddagdrukte bij mooi weer, waar je als fietser alleen minder last van hebt dan in een groep.

Via De Horsten en De Vliet (foto) reed ik naar Leiderdorp voor de verjaardag van neef Mats (3 jaar) om na de taart en twee Lentebokjes in de tuin weer via de Stevenshof naar Katwijk te rijden. Op het fietspad langs de Tjalmaweg zag ik, ter hoogte van Katwijkerbroek, op ongeveer honderd meter een scooter zonder berijder over het bruggetje rijden en in de sloot verdwijnen. Ik schudde even met mijn hoofd om duidelijk te krijgen dat het niet aan mijn twee Lentebokjes lag, maar even verderop vond ik de berijder, met zijn been in een vreemde hoek op het fietspad. Hij was door zijn hoge snelheid (het ding kon wel 90 kilometer, hoorde ik later van zijn vrienden) en de knik die de brug in het midden maakte, van het zadel gelanceerd. Na met mijn mobiel de hulpverlening te hebben gecoördineerd, prees ik mezelf - hardop - gelukkig dat ik niet zelf over het bruggetje reed toen de scooter daar zonder berijder overheen denderde. 'Als ik u had zien aankomen, had ik niet zo hard gereden', kermde het slachtoffer op de grond. Het klonk enigszins verwijtend. Had ik maar een beetje moeten doorrijden, dan was dit nooit gebeurd, bedoelde hij.

 
     
 
 
     
 

Vrijdag 23 april

Het is de hoogste eer die een afgeschreven verenigingsbroekje ten deel kan vallen: nog een paar weken ten dienste staan van een gevallen lid. Dus, hoppa, de schaar in Fietsplus Nico's om de wond tijdens het trappen een beetje lucht te geven. Morgen nog een stukje naar omlaag knippen omdat de pijpen de neiging hebben om tijdens het rijden omhoog te kruipen. Maar verder werkte het prima, geen centje pijn om de mannen van B te volgen.

Na een paar weken van clubtrainingen kunnen we vaststellen dat er twee groepen zijn die kampen met een imagoprobleem: A en C. Van de één denkt iedereen dat die te hard gaat. Van de ander dat die niet vooruit te branden is. Zo stond ik er vanavond als interim-captain van de C-tjes helemaal alleen voor en sloot me bij het vertrek in arren moede maar aan bij de B-tjes van Wouter. Zoals ook de A-tjes pas op weg konden na de vage mededeling dat het hier een gecombineerde A/B-groep betrof. Nog even en we moeten gaan werken met B1, B2 en B3, totdat ook dat weer tot imagoproblemen leidt. De enige die daar geen last van heeft is Ton, met zijn Toergroep. Bij hem weet iedereen waar hij aan toe is. Niettemin, lekker getrapt met de B-tjes, op een rondje bollenvelden met onder meer een passage van de illegale campercamping tussen De Zilk en Lisse. Geen last van de wond, voelde zelfs al even de aandrang om mee te sprinten met de jonge honden maar liet door dat moment van aarzeling en een verkeerde positie in de groep het gat net even te groot worden. Volgende keer haak ik meteen aan, want voor je het weet krijg ik ook een imagoprobleem.

 
 
 
 

Dinsdag 20 april

Om aan te tonen dat je er in een opengewerkt Assosbroekje toch stijlvol en verleidelijk uit kunt zien, had ik eigenlijk op deze wijze vanavond naar de fietsclub willen gaan. Maar mijn eega stak er een stokje voor. Zogenaamd omdat de wond kou zou vatten en 'omdat ik er niet uitzag', maar meer waarschijnlijk toch omdat ze me in deze outfit voor zichzelf wil houden. De kwetsuur dus maar weer ingepakt met betadinegaas, een lange broek aangetrokken en de eerste honderden meters moeizaam op mijn oude fiets naar De Goerie getrapt. De haantjes van A, B en C liet ik links liggen, in mijn staat van revalidatie leek mij een gezelschap zonder ego's meer op zijn plaats: de toergroep van Ton. Fietsen zoals fietsen ooit bedoeld is: in een aangenaam tempo door het - in ons geval oer-Hollandse - landschap trappen. Maar ja, toen vond iemand de racefiets uit en begon alle ellende.

 
     
 
 
     
 

Dinsdag 20 april

Volgens secretaris Menno krijgt dit weblog steeds meer weg van de etalage van een slagerij. En ook vandaag stel ik hem niet teleur. Zie hier de wond die mij - naast de plekjes op mijn typevingers - de meeste last bezorgt: de schaafplek op mijn heup, die in feite rust op een langzaam blauw wordende bult. Als een IJslandse vulkaan spuwt hij de hele dag door pus en wondvocht uit, waarmee hij niet alleen gaasjes maar ook onderbroeken doordrenkt. En bij het pijnlijke verwijderen van deze laag, blijft er altijd nog wel een gaasje in de wond achter. Ja, dat moet ik er dan ook nog afpeuteren. Vandaag werk ik een dagje thuis om de boel een beetje te laten drogen in de buitenlucht.

 
 
 
 

Zondag 18 april

Niet gehinderd door aswolken en vliegverboden bracht de afdeling Wielersport van de IJVK vanmorgen een indrukwekkend rennersveld op de been voor de Hart van de Bollenstreektoer. Een mannetje of 20 vertrok stipt op de afgesproken tijd van 07.55 uur van De Goerie (de toer wacht op niemand, om wedstrijdleider Rob1 maar weer eens te citeren), maar ondanks dit adagium reden Rob2 en ik na een paar honderd meter toch nog maar even terug om de uitslapende jonge garde (Arie en Raymon) op te pikken. Eenmaal in Lisse werd de groep nog verder aangevuld met een Rijnsburgse delegatie, onder wie onze troef voor de lange rechte stukken met wind tegen: tempobeul Hugo.

Was de aarde bij de eerste uitvoering van deze rit in 2009 nog woest en ledig, nu reden we - zij het pas in het tweede deel van de 120 kilometer - tussen de kleurige en geurende bollenvelden. En we waren niet de enigen. Het deelnemersveld mocht de organisatie dan een beetje tegenvallen, de rest van de Bollenstreek was er wel op uitgetrokken om met de auto, de motor, de fiets, de driewieler, de skeelers, de Nordic-wandelstokken en te voet de bloeiende velden te bekijken. Als je dan een straf tempo van boven de 30 kilometer wilt aanhouden, is het een wonder dat er met zo'n grote groep geen ongelukken gebeuren. Daarover later meer.

De man die de koers zo graag hard wil maken - Rob2 - is doorgaans ook de man die de koers wil neutraliseren - of zo u wilt: degraderen tot een zondagmorgenritje van seniorenclub ODPGWM (Op De Pedalen Genieten We Meer) - door halverwege in de remmen te knijpen en het terras van een uitspanning op te sturen voor een kop koffie. Zonneweelde in Noordwijk, dit keer, waar de eigenaar zenuwtrekken aan beide ogen kreeg toen hij dit zooitje ongeregeld op zijn terras zag neerstrijken. Veertig kilometer verderop hadden we een nieuwe bevoorrading - nu een echte - op Het Vierkant in Lisse. Maar toen hadden we al honderd monumentale kilometers in de benen, met onder meer de beklimming van Het Kopje - Arie piekte te vroeg - en het - op een zonnige zondagmorgen - levensgevaarlijke duinpad van Zandvoort naar Noordwijk.

Kort na die honderd meter vond Rob2 het inderdaad tijd om de koers hard te maken en hij deed dat door aan de rand van de wijk Oosthout in Voorhout op de rijbaan weg te sluipen uit de kop van het peloton dat - volgens de voorschriften van het bestuur - keurig het fietspad had gekozen. Met snelheden van ver boven de veertig in het uur raasden we in de achtervolging richting Warmond, waar een deel van de groep bij de rotonde van Hotel Sassenheim bijna de rijksweg A44 richting Den Haag nam.

Maar mis ging het pas op een geneutraliseerd stukje van de koers, op het asfaltweggetje langs het Landgoed Offem in Noordwijk. Rijdend in het midden van de groep, aan de rand van de weg, zette ik mijn wiel in een boomwortel die het asfalt had gebroken en opgebold, waardoor mijn stuur in één keer zo dwars op mijn frame stond dat ik er een kneuzing in mijn rechterhand aan overhield. Vervolgens vloog dat lijf van 89.6 kilo - jazeker, zelfs in Spanje ben ik nog afgevallen - over dat stuur heen om met een doffe klap op het wegdek te belanden en nog een stukje door te glijden voor de mooiste schaafwonden. Achter mij probeerde Peter te voorkomen dat hij over mijn hoofd reed, week uit en lanceerde neef Raymon, die ik - zodra ik zelf was opgekrabbeld - op zijn rug en klagend over pijn in de nek in de berm terugvond, waar zijn fietsmaten hem liefdevol in de brandnetels hadden gelegd.

Met nekproblemen kun je niet voorzichtig genoeg zijn, maar de ambulancebroeders die snel ter plekke waren stelden na uitvoerig onderzoek geen ernstige schade vast, behalve uitgerekte spieren die de komende dagen nog wel zullen opspelen. Ik liep vooral schaafwonden op, van mijn elleboog tot mijn bovenbeen: typische rennerskwetsuren waarmee in ze in de echte Tour gewoon doortrappen. Maar de mannen van de ambulance stuurden ons toch nog even langs de dokterspost in Voorhout voor een tetanusprik en een jodium- en betadinebehandeling. Dat Raymon zich ook toen al drukker maakte om de mogelijke beschadigingen aan zijn fiets dan om zijn lichamelijke gesteldheid, geeft aan dat het met de jeugd waarachtig wel weer goed komt. En met deze oude man? Hij tikt dit logje in een wijde zwembroek vanwege de wond op zijn heup, met pleisters op zijn geschaafde vingertoppen, met zijn elleboog wondvochtvlekken makend op de tafel en peinzend over een manier om een oud wielerbroekje zodanig open te knippen dat hij dinsdagavond - al was het maar op zijn oude fiets, want de nieuwe gaat ter controle naar de rijwiel- en carbonspecialist - weer kan trainen.

Bedankt voor alle goede zorgen, mannen, en voor de mooie koers tot op 125 kilometer. Ik heb van jullie genoten.

 
 
 
     
 

Zaterdag 17 april

Nee, ons clublid Jan Kralt heeft geen ontmoeting met Koos H. achter de rug. Ook heeft zijn echtgenote niet ontdekt dat hij er een vriendin op na houdt. Jan heeft een stukje gefietst met zoon Arie, ook een gewaardeerd lid van onze Afdeling Wielersport, en is ergens voor Overveen ongelukkig ten val gekomen. Hij schoof een stukje op zijn gezicht, bleef 10 tot 15 seconden buiten westen liggen, maar in het ziekenhuis bleek hij in elk geval inwendig niks te mankeren. En die buitenkant? Daarvan kan ik alleen maar zeggen wat ik altijd boven het wiegje van hele lelijke baby's zeg: dat trekt nog wel bij, mag ik hopen.

 
 
 
     
 

 

Maandag 12 april

Jalón, Spanje

 

De laatste tocht van onze trainingsweek geldt normaliter als de Koninginnerit. Niet eens zozeer qua afstand - hoewel de 157 kilometer van vandaag er ook behoorlijk inhakte - maar vooral qua hoogtemeters: 2700, dit keer. En dat met oude lijven die in zes dagen tijd al zo'n 40 uur op de fiets hebben gezeten. De benen voelden nog redelijk goed, maar de maximale hartslag wilde niet hoger dan 160, wat toch op vermoeidheid duidt. Het 'dak' van dit rondje lag op 953 meter, op de Port de Ares.

 

 

 

We beginnen tegen negen uur met de beklimming van de Coll de Rates, waarbij meteen al de mouwtjes en windstopper in de achterzak kunnen. Dan rechtdoor naar Tarbena en via een lange afdaling naar Callosa, en vandaar richting Guadelest: een van de toeristische topattracties van Spanje met jaarlijks 1,5 miljoen bezoekers. De klim naar het bergdorpje is een mooie: eerst een stuk door een bos, daarna glooiend omhoog totdat de torentjes op de rotsen van het bedevaartsoord in zicht komen.

Er is hier en daar wat kritiek geuit op de hoeveelheden voedsel die wij deze week wegstouwen, maar die komt vooral van lieden die zich hebben gespecialiseerd in rondjes om de kerk. Wie serieus trapt, moet serieus eten. Niettemin slaan we de almuerzo - na een indrukwekkend ontbijt van Cokky - vandaag over en nemen we rond half twaalf - even voorbij Guadelest, want veel goedkoper, leuker en rustiger - genoegen met koffie, cola en een mueslireep. Weer twee uur later doen we het lelijkste restaurant van dit deel van Spanje aan: La Ponderosa in Benilloba. We beginnen met soep met één bal, maar dat is dan ook geen kinderachtige, en een al even indrukwekkende cordon bleu. Wijntje erbij, stukje taart toe en uiteraard een carajillo.

En voort gaat het weer, door uitgestrekte en uitgestorven landschappen, met goed gevulde stuwmeren, tegen hellingen geplakte dorpjes en asfaltwegen die alleen voor ons lijken te zijn aangelegd. Als tegen vier uur de lucht dreigend wordt, hijsen we ons op de top van de Alt de Margarida weer in de windstopper en gaan de mouwtjes aan, om de glooiende, 24 kilometer lange afdaling met straffe wind tegen naar Pego met constante snelheden boven de 40 kilometer per uur af te leggen. Dan via Orba en Parcent naar Jalón, waarna op mijn kilometerteller - die ik de afgelopen zes dagen niet op 'nul' heb gezet - de balans van dit Spaanse trainingskamp kan worden opgemaakt.

 

 

 

 
 
     
 

 

Zondag 11 april

Jalón, Spanje

 

Weer een noodzakelijke 'rustdag' hier, waarbij we er niet voor kiezen om met de beentjes omhoog in het zonnetje te zitten, maar toch nog gewoon 70 kilometer weg trappen. Geen spectaculaire bergen, maar een rondje langs de kust, dé plek waar je hier relatief vlak kunt rijden. Via de brede N-weg - in Nederland verboden voor fietsers - dalen we vanuit Jalón als een speer af naar Calpe, waarbij ik met snelheden boven de zestig kilometer per uur maar heel even mijn camera durf te gebruiken.

 

Dit is qua temperatuur de mooiste dag van de week en direct na de afdaling kunnen op de boulevard van Calpe de mouwtjes af en de windstopper uit. Alleen de Duitser die we onderweg oppikken rijdt nog in lange broek, in wintershirt en met handschoenen met vingers. Maar die heeft dan ook wel meer merkwaardige trekken. Hij rijdt vrijwel alle hellingen stoempend op de grote plaat omhoog en klaagt daarna tegen ons dat hij nog maar twee keer in de week kan fietsen omdat hij zo last heeft van z'n knieën. Een tandje terug schakelen vindt hij 'niet mannelijk'. Gordon is niet mannelijk, probeer ik nog, maar de boodschap komt niet over.

Wij hebben geen moeite met een tandje terug, net zomin als met het poseren op een vakantiekiekje in het haventje van Moraira. Want vandaag is het weer een beetje vakantie. Dus mogen we ook een lekker stukje langs het strand rijden:

Wat er nog over is van de Club Ciclista Xaló assisteert vandaag bij een mountainbiketocht in het dorp, dus houden mijn rentenierende vriend en ik de clubkleuren maar hoog. Uit respect voor hen die vandaag niet zelf konden fietsen, steken we ook op bij de bar die zij in deze streek altijd uitkiezen voor de almuerzo: Las Olas. In plaats van pinda's krijgen we hier vooraf een bordje met wat mijn rentenierende vriend aanvankelijk omschrijft als uitgebakken spekjes, maar waarvan hij pas nadat ik het laatste stukje in mijn mond heb gestoken, werkelijk onthult wat het zijn: gefrituurde varkensoren. Nou ja, alles wat je frituurt is lekker, luidt mijn levensmotto.

Bij Gata stoppen we - ook omdat het vakantie is - voor een typisch zondagmorgentafereel: een processie. Maar in plaats van een heiligenbeeld dragen de dorpelingen hier kleine kinderen op hun schouders door het dorp. Rare jongens, die Spanjaarden.

 

 
 
 
     
 

Zaterdag 10 april

Jalón, Spanje

 

Sinds de activiteiten van de club van Jalón zijn verworden tot bezigheidstherapie voor mensen die eigenlijk niet willen fietsen, heeft mijn rentenierende vriend aansluiting gezocht bij de mannen van Pedreguer. Een vereniging in grootte vergelijkbaar met onze Afdeling Wielersport van de IJVK, maar met een rijkere historie. Het routeboek staat vol met tochten van ruim boven de honderd kilometer en op sommige dagen worden ook ritten van 260(!) kilometer uitgeschreven. De club kent verschillende langeafstandsfietsers, die hun hand niet omdraaien voor 1200 kilometer in 64 uur (Parijs-Brest-Parijs). Voor de rit van deze zaterdag - waarvoor we al in het schemerdonker op pad moeten - staat een eenvoudige bergrit van 130 kilometer op het programma. Voor Edwin en mij een makkie, want alle klasbakken van de club gaan vandaag op voor hun eerste langeafstandsbrevet (200 kilometer) van dit seizoen, ergens in de buurt van Valencia. Van de elf renners die overblijven, kunnen we er zeker tien hebben. Alleen Rull test bergop onze geteisterde kuiten die in vier dagen al ruim 500 kilometer hebben weggetrapt.

 

 

 

Het eerste serieuze obstakel is Coll de Rates, een klassieke klim die vaak in de Spaanse Vuelta zit en voor de profs ook geldt als een ideale trainingsberg in het voorseizoen. Het geeft ons de gelegenheid een beetje warm te trappen: het is beneden in het dal een graad of 7 en naarmate we stijgen, wordt het er niet warmer op. Als enige van de club rijden wij in korte broek, maar wel met mouwstukken en windstopper.

 

 

 

Er lopen nogal wat familieverbanden binnen de Club Ciclista Pedreguer, vandaar dat Antonio die de volgauto bestuurt met recht 'opa' mag worden genoemd. Opa heeft nieuwe wielen achterin, een grote gereedschapskist om onderweg mankementen te verhelpen, hij houdt met zijn wagen renners uit de wind om terug te keren in het peloton en - ook belangrijk - als er gegeten moet worden, rijdt hij alvast vooruit naar de bar om de bestellingen op te geven.

 

 

Het sociale aspect is bij Spaanse fietsclubs bijna net zo belangrijk als het fietsen zelf: de kleine bar bij het gemeentelijke zwembad van Facheca staat bol van de herrie die Spaanse fietsers produceren. Normaal Spaans kan ik een beetje volgen, het Valenciaans is voor mij onverstaanbaar. De bocadillos (stokbroden) met tortilla en lomo (varkensvlees) worden broederlijk gedeeld, het bier uit de literflessen wordt aangelengd met cola. Met de pitten van de olijven en de doppen van de pelpinda's veranderen de tafels in een gezellig slagveld.

Het ontbreken van de klasbakken van de club drukt het tempo behoorlijk en onderweg breekt dan ook al een discussie los over de route: als we alle bergen rijden die in het boekje zijn opgenomen, zijn we tegen een uur of vijf pas thuis. Dat maakt mijn rentenierende vriend en mij niet uit - met deze snelheden is het voor ons een plezierritje - maar de Spanjaarden hebben geen vakantie. Na Facheca steken we daarom af naar Tollos en kiezen de 24 kilometer lange afdaling van de Alt de Margarida om in vliegende vaart naar Pego te rijden. De uit de kluiten gewassen Hollandse gangmakers doen hier met hun overgewicht wonderen, ook op het vlakke stuk van Pego naar Pedreguer, waar de kleine Spaanse mannetjes zelfs uit de wind nog beginnen te piepen dat het te hard gaat. Als we ze in Pedreguer weer voor de deur hebben afgezet, rijden wij nog de 14 kilometer terug naar Jalón, waarmee onze dagteller op 130 kilometer en ruim 1800 hoogtemeters komt. Morgen een relatieve rustdag, maandag de Koninginnerit van deze trainingsweek.

 

 

 
 
 
     
 

 

Vrijdag 9 april

Jalón, Spanje

De fietsclub van Pedreguer rijdt morgen mijn favoriete parcours door het middelgebergte, dus moeten mijn rentenierende vriend en ik vandaag een beetje op krachten komen. We doen een rondje Denia, overwegend vlak, al kunnen we het niet laten om halverwege toch ook nog even de Montgó - die als een imposante puist het landschap domineert - op te rijden. Dit is - minus de Montgó, uiteraard - het favoriete parcours van de club van Xaló, die al enige tijd op één oor ligt. Na twee uur stoppen we voor ons rennersontbijt, de almuerzo,  met standaard pinda's, olijven, wijn (aangelengd met gaseosa) en indrukwekkende stokbroden, belegd met tortilla y jamon o queso, afgesloten met koffie plus cognac (carajillo genaamd, vooruit, omdat het vandaag een rustdag is: twee carajillos de man). Vanwege die laatste uitspatting is het wat duurder dan normaal: een tientje voor twee personen. Wat er over is van de wijn (het is - buitenlanders, opgelet - niet de bedoeling de hele fles aan tafel leeg te drinken) nemen we mee voor onderweg.

We trappen een eindje langs de kust, waarbij ik als Katwijker ook niet om de haven van Denia heen kan. Bovendien: bootjes doen het altijd goed, op de foto.

Dan de Montgó, een niet al te hoge maar wel klassieke berg die tussen Denia en Javea in ligt. Je kunt hier op de macht naar boven stampen, maar vanwege onze rustdag rijden we in D1, hartslag niet hoger dan 130, op het gemak omhoog. Bovenop maken we nog een uitstapje naar de Cabo San Antonio, een landtong met een mooi klooster, een vuurtoren en weidse vergezichten. Het lijkt verdorie wel vakantie!

 

 

 
 
 
     
 

 

Donderdag 8 april

Jalón, Spanje

 

Alt de Margarida is een van mijn favoriete beklimmingen in Spanje. De vallei is schitterend, met verstilde dorpjes en bloeiende kersenbomen, en aan weerskanten rijzen hoge bergketens op. Het stijgingspercentage is ook niet indrukwekkend. Wat de klim zwaar maakt, is dat hij ruim 22 kilometer achter elkaar doorgaat. 'Mooi hè', hijg ik ergens halverwege tegen mijn rentenierende vriend. 'Ja', zegt hij. 'Je zou er eigenlijk van moeten kunnen genieten. Ergens op een bankje, of zo.' De 160 kilometer van gisteren zitten ons nog behoorlijk in de benen, zeker als Spanjaard Javi - die ons vandaag vergezelt - de teller in het begin rond de 25 houdt. Op deze helling heb ik pelotons in stukken zien breken, bomen van kerels in snikken zien uitbarsten, achterblijvers voor dood in de berm ineen zien zakken.

 

 

 

Op de top slaan we linksaf, richt Vall d'Ebo, een dorpje dat je normaal van de andere kant bereikt via een klassieke beklimming van een berg met tientallen haarspeldbochten. Maar die mogen we nu - na de koffie - naar beneden rijden, na overigens eerst weer een paar honderd meter te zijn geklommen. Ergens tegen de top haal ik mijn camera tevoorschijn, leg mezelf vast met open mond, imposante roodverbrande neus en lege ogen, en vond om onverklaarbare redenen dat ik u dit beeld toch niet mocht onthouden:

 

 

 

Na Pego rijden we redelijk vlak, al zit in dit deel van het parcours nog wel een smerige helling die de renners hier de Tourmalet noemen. Zeker niet zo lang als de echte, wel net zo steil. Ergens voor Pedreguer komen we de jeugdploeg van Javea tegen, met Fraser, de zoon van fietsmaat Gareth, in de gelederen. We rijden een eindje samen op, comfortabel voor het volgwagentje uit, maar dan geeft Javi weer gas en scheiden de mannen zich van de knapen. We zijn hier tenslotte niet op vakantie. Ruim 116 kilometer staat er na afloop van dit rondje op de teller, wat het aantal fietskilometers binnen 48 uur na mijn aankomst precies op de 300 brengt. Nog vier, nu al memorabele, fietsdagen te gaan. Laten mijn benen het maar niet horen.

 

 

Spaanse algemeenheden staan op het Pretvaderlog

 
 
 
     
 

 

Woensdag 7 april

Jalón, Spanje

 

Wie veel ontberingen lijdt, kan maar het beste gezegend zijn met een slecht geheugen. Na elke steile helling, kilometers slecht wegdek of veel te lang uitgevallen tocht die hij mij voorschotelt, zegt mijn rentenierende vriend Edwin in alle oprechtheid: 'Dat was ik even vergeten.' Ons vlakke opwarmritje voor de zware trainingstocht met Spanjaard Javi op donderdag liep derhalve vandaag een beetje uit de hand: 162 kilometer met bijna 1800 meter hoogteverschil. En dan moet morgen nog komen.

 

Onze rit voerde vanuit Jalón (Xaló in het Valenciaans) naar de Barx, een in mijn ook al niet te beste geheugen een mythische berg die ik in een ver verleden nog eens met de wielerclub van Xaló heb gereden. Of ik was toen zo slecht, of ik ben nu zo goed, want op het moment dat ik dacht dat we nog driekwart van de klim moesten afleggen, was ik al boven. Veel te vroeg voor de Spaanse lunch (12.45 uur), waardoor we aan de achterkant de Barx weer afdaalden, via een andere weg omhoog reden, weer een stukje afdaalden en de berg voor een derde keer - weer via een andere route met veel haarspelden - omhoog gingen. Ja, zo kom je wel aan je hoogtemeters.

Maar verder - eerlijk is eerlijk - redelijk vlak gereden, voorzover dat hier mogelijk is. Door uitgestrekte sinasappelvelden waar de zoete geur van bloesem hing, dorpjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan en over stille wegen waar automobilisten hebben geleerd om met een ruimte bocht om fietsers heen te gaan. En, na een veel te lange en koude Hollandse winter, heerlijk met de warme Spaanse zon op je huid.

Fietsers weten in dit droge landschap feilloos de bronnen te vinden om hun bidons bij te vullen. Maar ook de inwendige mens moet worden versterkt. Onze lunch bestond - behalve uit salade, brood, cola en (met Gaseosa aangelengde) rode wijn - uit inktvis- en aardappelsoep, varkensvlees, boontjes met frites en tiramisu toe, voor (ook elk jaar weer een aangename verrassing) het luttele bedrag van nog geen 18 euro (voor twee personen en inclusief twee carajillo's - koffie met cognac). Ja, door jarenlange training zijn wij er bovendien in geslaagd om na zulke hoeveelheden voedsel en drank nog gewoon 90 kilometer in een behoorlijk tempo te fietsen.

In de afdaling van de Barx - met snelheden tegen de 80 kilometer per uur - verwijderde Edwin met de vlakke kant van zijn handschoen een steentje uit een tikkende voorband die daarna met een onheilspellend gesis, maar wel geleidelijk, ineen schrompelde. Twee dagen fietsen, twee dagen lek. Er lijkt zich een trend af te tekenen, waarbij ik er op een zeker moment toch mijn one-liner 'Als je goed bent, rijd je niet lek' zal moeten ingooien.

 

 

     
 
 
     
 

 

Dinsdag 6 april

Jalón, Spanje

 

Zo zit je 's morgens om half elf in Katwijk nog aan de koffie en zo rijd je om half zeven 's avonds je eerste ritje op de racefiets in Jalón, Costa Blanca, Spanje, ruim 2000 kilometer verderop. We doen het 'oefenrondje' langs de dorpjes in de vallei om de benen een beetje los te trappen: mijn rentenierende vriend na een zware etappe van gisteren in het achterland en ik nog kampend met de naweeën van mijn eigen bergtoer in Ochten op zaterdag, een trainingsrit met de Afdeling Wielersport van de IJVK op maandag en ruim twee uur op een XL-stoel in een vliegtuig. Het oefenrondje is ruim 20 kilometer lang, redelijk glooiend en geeft ons allebei de mogelijkheid elkaars conditie af te tasten. Daarna kan de psychologische oorlogsvoering - de ander het graf in prijzen en jezelf in een underdog-positie plaatsen - beginnen. 'Dick is sterk, dit jaar', kreunt Edwin na afloop tegen zijn vriendin. Boven de honderd kilometer en met een paar cols in de benen maken we deze week pas de balans op, beloof ik. De bergtoer in Ochten is nauwelijks een serieuze voorbereiding te noemen op wat mij hier deze week te wachten staat.

 

 

Op dit avondrondje gaat Edwin vlak voor Murla even voor me rijden om me langs een paar verkeersdrempels te loodsen, stuurt net iets te snel weer naar binnen en met een scherp gesis loopt zijn achterband leeg. Stootlek. Een Raymonnetje, noemen we dit in trainingskampkringen, naar mijn neef die er ook altijd in slaagt om op een eerste ritje één of soms zelfs twee lekke banden tegelijk op te lopen. Ook hier worden het uiteindelijk twee lekke banden omdat mijn rentenierende vriend met de bandenlichter het eerste reserve-exemplaar bij het omleggen lek prikt. Als dit maar geen voorbode is van een week vol onheil.

 

 
 
 
     
 

Maandag 5 april

De paasbrunchrit van de Afdeling Wielersport van de IJVK trok vanmorgen nog negen gretige mannen naar de Goerie voor een rondje Vlietlanden-Leidschendam-Horsten-Scheveningen. Het dreigend perspectief van tafelen met de schoonfamilie werd even terzijde geschoven voor een ontspannen tochtje met de teller rond de 30 kilometer in het uur, met  - op het duinpad - het traditionele gek doen waarvan ik me als jongbejaarde eigenlijk zou moeten distantiëren. Dit keer was het Dirk die fungeerde als gangmaker voor neef Raymon, die op het laatste moment het gaatje over het hoofd zag waar ik heel luizig net mijn fiets in kon gooien. Waarschijnlijk zat de schrik hem nog in de benen van de bijna-doodervaring die hij ons oudste lid Nico - nietsvermoedend komend van de andere kant - bezorgde, door spookrijdend de heuvel na Scheveningen op te denderen. 'Klootzak!' was nog de meest vleiende kwalificatie die Nico hem toevoegde. Niettemin, ruim anderhalve week lang - want door een trainingskamp in Spanje fiets ik pas volgende week vrijdag weer met de club mee - moet Raymon leven met het besef dat ik hem in de sprint heb geklopt.

 
     
 
 
     
 

Zaterdag 3 april

De Spaanse fietsvrienden waarmee ik dinsdag weer een weekje mag gaan trappen, zouden er de slappe lach van krijgen. Hun eigen pieken (tot 1020 meter hoog) in het gebied onder Valencia, beschouwen ze al niet eens als bergen. Bergen? Die heb je in de Pyreneeën. Maar vandaag rijden wij - onder de HTWV-vlag, maar met de IJVK-leden Rob1, Rob2, Hugo, Arjan en Dick, aangevuld met Harald - in Nederland de Rabo Bergtoer. Vanuit Ochten (Betuwe) meteen bij Rhenen de rivier over, richting Utrechtse Heuvelrug en het hooggebergte rond Arnhem, met als 'dak' van de toer de Posbank (foto).

De Bergtoer is er in verschillende afstanden: wij kiezen voor de 130, met de ervaring dat de mannen van de organiserende fietsclub 't Versnellertje (!) er altijd wel een paar kilometer bij smokkelen. En zeker als je - zoals niet alleen wij - al meteen bij het begin een paar verkeerde bordjes pakt en al de extra meters maakt die pas in een lus aan het eind van de toer gereden horen te worden.

Van onze jaarlijkse herfstvakanties in Leersum ken ik het gebied rond Rhenen en de Amerongseberg goed. De glooiende dijken en rivieren, de bossen en de heidevelden. Wat minder vertrouwd is het gedeelte rond Arhem, met dorpjes als Kesteren en Renkum. Een belangrijk deel van het parcours zit ook in Veenendaal-Veenendaal - die volgende week wordt verreden - maar de Bergtoer vind ik landschappelijker nog wat mooier. Veenendaal-Veenendaal heeft daarentegen wat meer hoogtemeters, onder meer omdat je de Posbank wel van drie kanten beklimt.

Bovenop die Posbank staat een modernistisch paviljoen dat zich prima leent voor koffie met appelgebak of citroentaart. Er is een mooi terras - waar we vorig jaar met 20 graden zaten - maar nu - met nog geen 10 - verkiezen we het interieur. De eerste 70 kilometer zitten erop, het zonnetje verrast ons af en toe, maar wat belangrijk is: het is, ondanks alle sombere voorspellingen, droog. Kurkdroog. De gedachten aan wat nog komen gaat, vermogen ons genoeglijke samenzijn niet te overschaduwen.

Want bij 80 kilometer begint het te regenen. Niet gewoon te regenen: te gieten. Beter gezegd: het komt met bakken uit de hemel. Binnen vijf minuten zijn we doornat, binnen tien minuten doorweekt en na een kwartier wil Rob2 gaan schuilen. Hij houdt niet van regen. Wordt er mopperig van. Hij dirigeert ons - sommigen onwillig - naar de overvolle kantine van een tennisclub, waar we na een kop koffie en sombere blikken op de buienradar van mijn Iphone, weer opstappen. Het regent zo mogelijk nog harder dan net. Van 80 tot 120 kilometer rijden we in het water, mijn bril beslaat, moet na enige tijd af en met mijn min 6.25 probeer ik het gele, als een schip onder zeil klapperende regenjack van Rob1 te volgen. Is het niet op het zicht, dan toch op het gehoor.

Nog meer onheil ná de Posbank: het lekke bandencircus komt op gang. Bij Rob2 (één maal), maar vooral bij Hugo. De imposante tempobeul - voor wie in 2009 elke verkeersdrempel in Veenendaal-Veenendaal nog te hoog was - maakte vandaag indruk met zijn klimcapaciteiten. Net als ik eigenlijk te zwaar voor het bergwerk, maar puur op de macht omhoog rijdend. Ik voel het een dag later nog steeds in mijn knieën van alle keren dat hij zich los reed uit de groep en ik met hem mee moest om hem op de foto te zetten. Dat is het lot van ons, cameralieden, bij bergbeklimmen en fietsen: we staan er nooit op, maar moeten de publiekshelden altijd een stapje voor blijven om hen te kunnen portretteren op hun momenten van glorie:

Edoch, hoe tragisch ook, deze Rabo Bergtoer zal ons niet bijblijven door zijn onvermoede klimmerskwaliteiten, maar door de vier lekke banden die Hugo op rij scoorde. De eerste al na honderd (!) meter na onze koffiestop op de Posbank en de rest keurig verdeeld over de resterende 80 kilometer, met de laatste een paar kilometer voor de finish. Inclusief de lekke band van Rob2 zijn we in totaal een klein uurtje aan het wisselen en pompen geweest. Nou ja, 'we': vooral Rob2, Arjan en Hugo zelf. Mijn vaste smoes onder dit soort omstandigheden - als je het mij laat doen, ben je al gauw een uurtje langer bezig - is helaas maar al te waar.

Veel later dan gepland - door koffiestops, regen en lekrijden - vallen we elkaar rond half vier na de finish huilend in de armen, na een tocht die ik - als Graham het niet verboden had - heel graag heroïsch had willen noemen.

 

 
     
 
 
     
 

Vrijdag 2 april

Buienradar voorspelde het regenfront al rond 19 uur. Weeronline pas om 20.30. Zoals gewoonlijk lag de waarheid ergens in het midden, maar echt indrukwekkend was de nattigheid niet, die rond 19.45 uur naar beneden begon te komen. De enige plek waar echt serieus sprake was van neerslag was het Ledenboek: hier regende het afzeggingen. Toch kwam er naar schatting nog een mannetje of 16 (kunnen er ook 14 zijn geweest, sorry Albert, ik heb niet goed geteld) de sombere voorspellingen trotseren op een eenvoudig rondje Waalsdorpervlakte: door de duinen heen, bij Meijendel linksaf, dan lekker beschut via een klein paadje langs de van de dodenherdenking bekende bel en (wat verderop) TNO naar de Alexanderkazerne en via de watertoren van Scheveningen weer terug naar Katwijk, waar Raymon en Arie de laatste kilometers met wind mee even gek mochten doen. Maar niet nadat ze de hele rit lekker achter de hoge ruggen van Gerard en mij in de luwte hadden gereden en ik aan het eind van het duinpad ook nog de sprint voor ze mocht aantrekken. Ja, ik weet het. Als ik dat zelf flik, noem ik dat koersinzicht.

 
     
 
 
     
 

Dinsdag 30 maart

Aangezien mijn betrokkenheid bij de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk volgens mijn vrouw een lesje in nederigheid en verantwoordelijkheid nemen moet zijn, vertrok ik vanavond niet met de testosteron-mannetjes van Groep A voor onze openingsrit van het seizoen, maar met de captainsband om mijn arm als wegkapitein van Groep C. Een mooi groepje van een mannetje of zeven die hun beperkingen kennen en bereid zijn om daaraan te werken. Rondje De Horsten gedaan, onder dreigende luchten, striemende windstoten en invallende duisternis, met wind tegen de snelheidsmeter steeds tegen de 30 kilometer en windje mee op het duinpad daar nog een schepje bovenop. Behalve uit de gezelligheid haalde ik mijn bevrediging vooral uit de jonge Ezra (nog net geen 18) die zijn eerste schreden op het wielerpad zette, mij het gevoel gaf dat ik er met mijn tips verstand van had en gretig alle nieuwe kennis en ervaringen opslokte. Bij RTV Katwijk heb ik deze week voorspeld dat de eerste Katwijkse tourwinnaar uit onze Afdeling Wielersport in 2030 mag worden verwacht. Dat komt voor Ezra net te laat.

 
     
     
  Naar het eerste kwartaal van 2010  
     
  Naar het wielerseizoen 2009