.d
 
 
     
 

     
 

 
 

 

 

 

 

Programma 2009

Maart:

Joop Zoetemelk Classic vanuit Leiden

April:

Veenendaal-Veenendaal

 Amstel Gold Race

Mei:

Hart van de Bollenstreek

Juni:

Trainingskamp in Spanje

Limburgs Mooiste

Juli:

Fietsweek in de Alpen, inclusief La Marmotte

Augustus: Zomervakantie, waarschijnlijk in de Dolomieten, Italië

September:

Fietsweekend

Ardennen

 
 
 
 

 
 

 

 

Stukjes tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek, maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, Spanje. Op deze site columns over en verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik ook voor de lol.

 
     
 

Naam: Dick van der Plas, Leeftijd: 48, Woonplaats: Katwijk aan Zee

 
     
     
 

Seizoen 2009

 
 
 
     
 

Woensdag 30 december

De 'mooiste rit van 2009' op de op één na laatste dag van het jaar en Rob1 en ik waren er niet bij. Dat was de teneur van het mailtje dat ik hedenavond mocht ontvangen van Rob2, die met drie maten in de besneeuwde Schoorlse duinen had gefietst. Jazeker, we waren er keurig voor uitgenodigd, maar helaas: te veel abonnees wachtten nog op een Leidsch Dagblad voor Oudejaarsdag om er een dagje tussenuit te knijpen. En het is mooi hoor, in de sneeuw trappen, maar 2009 had zoveel mooie ritten. Ik denk aan La Marmotte, de beklimming van de Passo Manghen in Italië, alle ritten die ik maakte in Spanje. En, om mijn vrouw maar te citeren: er is meer in het leven dan fietsen alleen.

Maar oké, dat is bij het zien van deze beelden toch een schrale troost.

 
 
 
 

Zondag 27 december, Derde Kerstdag

Die toevoeging mag er inderdaad wel bij: Derde Kerstdag. Opgeblazen van de gevulde rollades, het steengrillen en liters wijn verschenen er hedenmorgen acht mountainbikers aan de start bij de Goerie, om er onder leiding van Oscar weer wat kilo's af te trainen. Op enkele spekgladde stukken na - waar Simon de afwezige tuimelaar Graham Shepley waardig verving door spectaculair op z'n plaat te gaan - was het parcours in de Noordwijkse duinen goed te berijden.

Mijn leermoment van de dag: het staand klimmen. Normaal hang ik als een vleeszak op het zadel om op het kleinste verzetje omhoog te malen, maar er was Oscar vandaag veel aan gelegen om die 95 kilo vlees en botten overeind te krijgen. Dat lukte, zowaar, al voel ik me achter het ranke mannetje dat als een hinde over de singletracks knalt nog altijd een verdwaalde walrus die door vier begeleiders van het Dolfinarium op een fiets is gezet. Ruim twee uur draaiden we onze rondjes, om daarna tussen Noordwijk en Katwijk nog te worden vergast op een bui ijsregen. Maar ook dat paste prima in onze zelfkastijding op deze Derde Kerstdag.

 
 
 
 

Zondag 20 december

Vijf dapperen slechts verschenen er in het ochtendschemer aan de start bij De Goerie, voor een remake van de 'Hel van '63'. Hun namen mogen met gouden krulletters worden gekalligrafeerd in de nog zo jonge analen van de Wielervereniging Katwijk en dienen voortaan in één adem te worden genoemd met die van Reinier Paping:

Rob2, Graham, Dirk, Aad, Dick

 

De angstige thuisblijvers hadden - onder de klamme lappen bij moeder de vrouw - het grootste ongelijk van de wereld, want wat de ANWB ook mocht beweren, het was niet glad. Wie zich niet begaf op de paden waar met pekel was gestrooid, reed door een dikke laag, stugge poedersneeuw, waar de mountainbikebanden veel grip op hadden. Zelfs op het parcours in de Noordwijkse duinen kon elke helling moeiteloos worden genomen. Alleen Graham ging twee keer tegen de vlakte, maar dat had meer te maken met verstopte stoepranden en het onvoorspelbare rijgedrag van Rob2 dan met de weersomstandigheden.

 

 

 

 Al bij de Estec kon mijn regenjasje uit - te warm - en reden we, voortgejaagd door een stevige zuidenwind - door een winterwonderland. Over singletracks, besneeuwd asfalt, voetpaden en Rob2's sluiproutes door hakhout en struikgewas: de hele Bollenstreek was één groot mountainbikeparcours. De terugweg was na ruim tweeënhalf uur - met wind tegen, ijsregen en een stugge ondergrond (het leek wel strandrijden) - een stuk pittiger, maar dat droeg alleen maar bij aan de heroïek van een rit waarover over veertig jaar nog steeds zal worden gesproken. Al was het maar door ons vijven.

 

 

 

O ja, sms of mail 'Gordon!' naar:

r.onderwater@hdcmedia.nl <r.onderwater@hdcmedia.nl>; Christiaan Weegink <c.weegink@lexence.com>; Xander Wouda <XWouda@shl.nl>; xwouda@kpnplanet.nl <xwouda@kpnplanet.nl>; Menno Boon <mennoboon@gmail.com>; Arwin <akrayenoord@hotmail.com>; simon.brandt@wanadoo.nl <simon.brandt@wanadoo.nl>; Kuijt, Cees <CKu@allseas.com>; jaecobus@hotmail.com <jaecobus@hotmail.com>; j.kralt@casema.nl <j.kralt@casema.nl>; arie-kralt@hotmail.com <arie-kralt@hotmail.com>; marcov@namsterdam.nl <marcov@namsterdam.nl>; gerard@casema.nl <gerard@casema.nl>; peedeeka@telfort.nl <peedeeka@telfort.nl>

Zij waren er niet bij.

 
 
 
 

Dinsdag 15 december

De verleiding om de bij de warme kachel te blijven was groot, maar zes dapperen trotseerden vanavond de vrieskou voor een ijzig rondje op de bevroren ondergrondgrond van het Noordwijkse mountainbikeparcours. Wederom een slijtageslag voor mens en machine (we noteerden een onwillig ventieltje en haperende versnellingen) maar overigens toch een redelijk soepel ritje waardoor we nog voor 20.30 uur onder de warme douche stonden en een uurtje later al weer een beetje op temperatuur waren, een enkel afgestorven lichaamsdeel daar gelaten. (Sorry, verder tikken niet mogelijk met tien zwarte stompjes.)

 
 
 
 

Maandag 14 december

Ik geef toe, in momenten van vertwijfeling heb ik de afgelopen maanden weleens gedacht: ze zouden me toch niet vergeten zijn, de mannen van Schwalbe? Ook na ook mijn laatste echec met de Ultremo-bobbelbanden kreeg ik per ommegaande niet alleen vervangende Durano's, maar werd mij tevens een setje geheel vernieuwde Ultremo R.1's in het vooruitzicht gesteld, uiteraard compleet met binnenbanden. En warempel, onze kerstboom stond nog maar net, of er lagen al vijf Schwalbe-pakjes onder: de beloofde banden, plus een 'Lebkuchen-Herz' met een ruimhartig 'Sorry!' erop. Uiteraard was er ook een folder bijgevoegd met de complete Schwalbe 2010-collectie (56 pagina's bandenplezier), maar dat klantenbindertje was eigenlijk niet meer nodig. Ik ben al Schwalbe-fan voor het leven!

 
 
 
 

Zondag 13 december

Veel mountainbikers tegen wil en dank, vanmorgen in Oscars klasje, maar onze inzet was er niet minder om. Al na honderd meter op het parcours in de Noordwijkse duinen viel de eerste afgebroken derailleur te noteren, waarna Graham - de enige met een kettingpons in zijn rugzak, zo bleek veel later - vrolijk zwaaiend nog drie rondjes langs de reparatieploeg reed die met primitieve middelen een 'thuiskomertje' in elkaar sleutelde. Maar Onze Lieve Heer is ook een wrakende God, zo moge blijken uit de navolgende beelden:

Waarna die kettingpons nog goed van pas kwam om Graham uit zijn eigen frame te lepelen dat hij zo bruusk om een boom had gevouwen. De lichamelijke schade bleef beperkt tot een pijnlijke schouder, de geestelijke knauw zal wat meer nazorg vergen. Maar voor die vorm van mededogen was geen plaats, op het vervolg van onze rit die nu werd geleid door Rob2, over duistere paden rond de Langevelderslag en langs het Oosterduinsemeer. Maar toen hij na drie uur biken ons ook nog eens over trappen en achterafsteegjes in Villawijk De Zuid wilde leiden, bleek dat hij - als tempobeul en demarragedwaas - het gezag over de groep compleet was kwijtgeraakt. Waar hij linksaf ging, reden de mannen - na het wisselen van ampele blikken van verstandhouding - over het duinpad rechtdoor, naar huis, naar moeder de vrouw. Het was mooi geweest.

 
 
 
 

Dinsdag 8 december

In het duingebied van Noord-Holland wordt in het donker al gepatrouilleerd omdat grote groepen mountainbikers met hun schijnwerpers het wild verstoren. Bij ons in Zuid-Holland kon The Wild Bunch vanavond nog ongestoord over het Noordwijkse parcours razen, waarbij we ons wel opvallend aan de uitgezette paden hielden. Een uitstapje richting Oosterduinsemeer werd afgeblazen na oponthoud door een lekke band, zodat we ook via het duinpad weer naar Noordwijk reden. Alleen het laatste stukje pakten we daarvoor de wandelroute, die halverwege uitgerekend vandaag bleek bestrooid met een dikke laag grintpap waar met geen mogelijkheid doorheen te trappen viel. Zoals Arjan merkte die in deze prut een spontane salto op zijn fiets maakte en vervolgens Rob2 bijna over zich heen kreeg. Het cementbad leverde in elk geval een tweede lekke band in de groep op, die bij het schijnsel van de vuurtoren kon worden gerepareerd. En nog voor het einde van de Astrid Boulevard riep er alweer iemand 'lek'. Nee, ik geloof dat we hier in Zuid-Holland hele andere redenen hebben om ons voortaan bij het mountainbiken maar tot het asfalt te beperkten.

P.S. Net m'n fiets afgespoten. In de schuur hoor ik mijn band zachtjes leeglopen.

 
 
 
 

Zondag 6 december

Altijd wel een reden om niet te fietsen, deze maand. Te nat, te koud, te druk (met werk, sinterklaas of eindejaarsetentjes). Ook hedenmorgen weer even hoopvol een blik op de buienradar geworpen, maar helaas, pas tegen een uur of twaalf zou het gaan gieten. Dus uit die ochtendjas en, met een lichte goedheiligman-kater, het wielerkloffie aan voor een rondje Landgoederenroute, Scheveningen en terug over het duinpad naar Katwijk, met Rob1, Rob2 en Kees, ook een HTWV'er die we halverwege oppikten. Na een bijna-aanrijding met een jogster het wandelpad maar verlaten en keurig over het asfalt getrapt, waarbij aan het eind de gashandel ouderwets kon worden opengetrokken. Zodra alle marsepein, chocoladeletters, hertenbouten en oliebollen zijn weggewerkt, wordt 2010 het jaar waarin we ons (weer) volledig aan de sport gaan wijden. Eerst maar eens 8 kilo afvallen.

 
 
 
 

Zondag 29 november

Oscars fietsklasje heeft zich van het strand verplaatst naar het bos- en duingebied van Schoorl, dat het deze zondagmorgen met een hardloopwedstrijd, een atb-toertocht en de gebruikelijke wandelaars met hond toch al zo zwaar te verduren heeft. Maar wij van de Wielervereniging Katwijk onttrekken ons zoveel mogelijk aan de drukte om net naast en half op het parcours aan onze techniek te schaven. Dat betekent vooral rondjes draaien op door Oscar van te voren geselecteerde plekjes waar haakse bochten, imposante boomwortels, afdalingen met kuilen en mul zand op het programma staan. Zoals in elk klasje ziet onze instructeur zich ook hier geconfronteerd met het eigenwijze etterbakje dat zich niks van zijn wijze raad aantrekt (Graham), de gebruikelijke uitslover (Rob2) en de lamzak die zich op cruciale momenten probeert te drukken omdat hij zo nodig een foto moet maken. Nee, we noemen hier geen namen, dit weblog is niet bedoeld om mensen te beschadigen. Leerzame ochtend, niettemin, waarvan vooral het rijden met de slepende achterrem (te bedienen met de rechterhand, ook zo'n handig weetje) mij zal bijblijven. Bovendien heb ik bij vrijwel elk onderdeel de gelegenheid om het breken van de val met het rijwiel uitgebreid te oefenen, waarbij ik mag constateren dat vooral op dat terrein grote vorderingen worden gemaakt. Zeker vijf keer tegen de grond gekwakt, geen zichtbare schade. Tegen half twaalf vindt de helft van ons achttal het welletjes, de braafste jongetjes van de klas maken met meester Oscar in de stromende regen nog een rondje over het parcours. Allemaal een plaatje, een stempel of een krul, zou ik zeggen. Of, helemaal mooi, volgende keer met gekleurde pen schrijven!

 
 
 
  Donderdag 26 november

Magere fietsweek, tot nog toe. Mensen die minder toegewijd zijn aan werk en gezin dan ik - nee, Rob1 en Rob2, ik noem geen namen - mogen in dit verband graag de woorden 'homoseksueel gedrag' in de mond nemen. Maar vaste volgers van dit log weten beter. Behalve dat fietsmaat Rob1 vanavond moet werken, heb ik niet echt een reden om deze donderdagavond thuis te blijven, of het moeten de wind en de regen zijn. Maar dinsdagavond heb ik verstek laten gaan omdat ik onder meer dit stukje moest tikken voor de krant van vandaag:

Uitlachen


De plek lijkt niet toevallig gekozen. Moeder en peuter staan –
verlangend, begerig bijna - op het snijvlak van hard en mul zand, waar
de mountainbike zich met het voorwiel vastbijt in een kuil, een halve
slag in de rondte draait en zijn berijder van zich afwerpt. Groot en
klein slaan zich op de knieën van de pret. ’Niet mij uitlachen!’, roep
ik huilerig, terwijl ik moeizaam overeind probeer te komen. Eigenlijk
wil ik erbij met mijn voeten op de grond stampen, maar mijn schoenen
zitten nog vast aan die verrekte pedalen.


Dat ik thuis onderwerp van spot en hoon ben zodra ik mij in mijn kekke
wielerkleding hijs, ben ik inmiddels gewoon. Maar nu bespeur ik ook in
rest van de samenleving een verruwing op dit vlak. Wie zich tegen zijn
vijftigste op zijn ’all terrain bike’ nog buiten de geijkte paden
begeeft, kan louter rekenen op meewarige blikken als hij ergens op de
Utrechtse Heuvelrug op zijn rug in de modder ligt. Te onaantrekkelijk
voor een jonge vriendin. Te arm voor een Harley Davidson. En wat moet
je dan, met een dijk van een midlife crisis?


Door de week is het allemaal nog wel te doen. De mountainbike is pas
van de muur gehaald op het moment dat het te donker werd om ’s avonds
te racefietsen. Onder de bescherming van de duisternis schudden wij,
senioren, de jaren van ons af. Niemand die ons ziet, als we met onze
schijnwerpers over de singletracks van het atb-parcours rossen of,
stiekem, de wandelpaden nemen, altijd beducht voor een overwerkende
koddebeier of duinwachter. Vorige week nog wisten we het zoeklicht van
een pickup-truck van de douane op ons gericht, voordat we –
achterlichtjes uit – ons lieten opslokken door een dennenbosje, het
hart kloppend in de keel, als Dik Troms achtervolgd door veldwachter
Flipse. Als Swiebertjes, met Bromsnor ons op de hielen.


Ook in bewoond gebied mogen we graag van asfalt of klinkers afwijken,
om strookjes groen, niet al te steile trappen of een enkel overwoekerd
voortuintje met onze robuuste banden te bedwingen. Urban bikers, dat
zijn we.


Apenkooi voor bejaarden, meent mijn dochter.


Ja, ik heb het wel afgeleerd om daar bij terugkomst vrouw en kinderen
met rode konen over te vertellen. Ook mijn trofeeën van die avondlijke
avonturen houd ik zorgvuldig verborgen sinds ik – met mijn geschaafde
knieën en blauwe plekken op de heupen – ben vergeleken met tante Els,
die bij leven met haar rollator ook niet meer zo vast ter been was.
En, weet mijn zoon, boven de vijftig (Ik: ’49!’) teken je nou eenmaal snel.


Nachtblind en een beetje angstig ben ik, op die mountainbike. Alleen
psychologen gespecialiseerd in groepsdwang kunnen mijn beweegredenen
doorgronden.


Naast het bos en het duin heb ik sinds kort ook het strand ontdekt. Na
twee oefenritjes was de tijd rijp voor de Rabo Beach Challenge
(Scheveningen-Noordwijk-Scheveningen) waar negenhonderd man en een
enkele vrouw - uit frustratie over de bijna-zomerse omstandigheden van
afgelopen zaterdag - er behagen in schiep om zeker de helft van die 43
kilometer half in het water af te leggen, met vervaarlijke sprongen de
diepe geulen nemend waarmee een brede zwin de weg naar de zee zocht.
Zeker twee van ons groepje eindigden kopje onder in zo’n stroomgat,
waarbij in elk geval één fietsbril (merk Carrera) op zee gebleven is.


Komend weekeinde rijd ik op het mountainbikeparcours in Schoorl. Het
deert me niet, als u onaangedaan over me heen stapt, mocht ik ergens
vlak voor of achter u ter aarde storten. Of wanneer uw hondje zijn
achterpootje naast mijn hoofd optilt. Ik lig tenslotte in zijn
territorium.


Maar, doe me een lol:


Niet mij uitlachen!

 

 
 
 
 

Maandag 23 november

Dat is het nadeel, als je zelf de camera vasthoudt. Dan sta je er zelf niet op. Gelukkig zijn er de mannen van Sportplaat, die ook nog eens hebben vastgelegd dat ik zaterdag bijna al het kopwerk deed:

 

 
 
 
 

Zaterdag 21 november

Mijn grootste angst - dat Lars Boom 43 kilometer in mijn wiel zou blijven hangen om me bij de finish geniepig voorbij te steken - kwam niet uit. Zoals er maar weinig te vrezen viel op mijn eerste Rabo Beach Challenge, waarvoor de omstandigheden bijna te perfect waren. Een graadje of 14, zonnetje erbij en een matige zuidenwind, die ook de terugweg naar Scheveningen niet al te heroïsch maakte. Maar mogen we het ook een keer treffen? Onze - ik spreek van Rob2 en mijzelf, Rob1 stond vanmorgen tussen andere tandeloze Katwijkse bejaarden in de rij voor een griepprik - voorbereiding bestond uit welgeteld twee strandritjes. Maar dat bleek voldoende, al ging het er aan de vloedlijn, tussen honderden andere bikers, ruiger aan toe dan we op trainingen gewend waren. Startnummer 1102 kreeg ik toebedeeld - dat heb je met daginschrijvingen - maar in het vak 800 en hoger stond ik daarmee toch nog tussen vier andere leden van de Wielervereniging Katwijk. Graham en Maarten mochten een paar honderd nummers voor ons invoegen, maar ook nog ruim achter klasbakken als Boom en Michael Boogerd.

Indachtig de wijze raad van Rob2 - zet deze eerste keer niet een al te snelle tijd neer, anders heb je volgend jaar een probleem om die te verbeteren - bleef ik al tijdens de start een paar keer staan om foto's te maken, waardoor ik de rest van mijn 'vrienden' in de verte zag verdwijnen. Terwijl ik de plaat van de dag had kunnen maken door bij Maarten en Christiaan te blijven, die bij het passeren van een diepe zwin kopje onder in een spuigat verdwenen. Chris ligt nog ergens op z'n knieën in het water naar z'n dure Carrera fietsbril te zoeken. Zelf bleef ik twee tot drie keer met moeite overeind tijdens zo'n passage. Vrijwel het hele stuk tussen Scheveningen en Katwijk hielden we een brede zwin aan onze rechterhand, waarbij om de paar honderd meter een soort 'uitwatering' moest worden overgestoken, met flinke stroomgeulen. Door het opspattende water was je tot aan je middel sowieso doorweekt, dus goedbeschouwd was Maarten maar een klein stukje natter dan wij. Niettemin was hij bij 3 graden onder nul waarschijnlijk doodgevroren op de fiets, nu bleek hij de finish alweer aardig opgedroogd.

Tot aan Katwijk ging het - windje in de rug - behoorlijk hard: binnen 40 minuten waren we van Scheveningen bij de Uitwatering, altijd een lastige barrière op weg naar Noordwijk. Ook daar moesten we, ter hoogte van de vuurtoren, van de fiets op een keerpunt met mul zand en hetzelfde gold voor de strandopgang naar het duinpad tussen Noordwijk en Katwijk, waar ik - onder hilarisch gelach van een moeder met peuter - onderuit ging. Daarna was het zaak om - windje tegen - een lekker groepje te zoeken om geniepig achterin mee terug te rijden. Aanvankelijk lukte dat niet best - in een gezelschap van vier kon ik me moeilijk verstoppen - maar tussen Katwijk en Scheveningen dijde deze groep geleidelijk uit waardoor ik stiekem kon blijven volgen tot aan de finish.

En de editie 2009 van de Rabo Beach Challenge mocht dan niet de meeste heroïsche zijn van de afgelopen decennia, de verhalen uit door zand en zout getekende kopen waren er na afloop op de Scheveningse Boulevard niet minder sterk om. Dit is nu al een blijvertje in ons winterprogramma. Weer of geen weer!

Later meer over tijden en uitslagen. Eerst de fiets onder de douche zetten.

(Inmiddels is de uitslag ook binnen: ik was eervol 486ste, in een tijd van 1.38.27). Bekijk hier alle uitslagen.

 
 
 
  Donderdag 19 november

De mededeling dat we (Rob1 en ik) een beetje rustig aan willen doen, heeft in de regel geen effect op Rob2. Dus gooien we het meestal op 'hersteltraining'. Dat begrijpt hij.  Weer opbouwen na een zware inspanning. Meestal beklijft dat bij hem een kwartier, soms een half uur, en dan gaat hij weer voluit. Maar vanavond bleef het bij een paar oprispingen, gelukkig, want ter elfder ure hebben we gedrieën toch maar besloten om zaterdag de Rabo Beach Challenge te rijden. Dus deden we vanavond het parcours in Noordwijk - met voldoende licht op het stuur, dus zonder te vallen - reden daarna (illegaal) over de wandelpaden terug naar de badplaats en pakten ook op het gedeelte tussen Noordwijk en Katwijk het behoorlijk glooiende schelpenpad, waar Rob1 en ik tegen het eind werden verrast door een overdwarse greppel van zeker een halve meter diep, waar we vol indoken. Wonder boven wonder bleven we, half over het stuur hangend, overeind. Je nek breken tijdens een hersteltraining, dat is heel goed mogelijk, met Rob2.

P.S. En waarom die foto zo klein is? Dit keer had de batterij van mijn Olympus de laatste adem uitgeblazen, waardoor er nog maar een heel miezerig flitsje uit kwam.

 
 
 
 

Dinsdag 17 november

Een behoorlijk uitgedunde 'Wild Bunch' vanavond, vanwege een fietsweekeinde in Weert waarop meer whisky dan sportdrank schijnt te zijn genuttigd. Maar wij, HTWV'ers Rob1, Rob2 en ik, waren in elk geval compleet. Naar Scheveningen dit keer, maar dan via Valkenburg en Wassenaar (Landgoederenroute) en door de duinen terug. Deels over het fietspad, maar zodra het even kon over de wandelpaden, waarbij we halverwege tussen Wassenaar en Katwijk stuitten op een pick-uptruck (met zoeklicht) van de douane. Aangezien we niks hadden aan te geven, denderden we door, achterlichtjes uit en rechtsaf, het voor fietsers verboden gebied richting de Cantineweg in. Als in de betere jongensboeken, waarbij het wettelijk gezag (Bromsnor, veldwachter Flipse) ook altijd het nakijken heeft.

 
 
 
 

Zondag 15 november

Modder, regen, valpartijen, een lekke band en door zand en andere narigheid blokkerende kettingen. Een ritje op de mountainbike is altijd een avontuur. Zeker als je er anderhalf uur voor in de auto stapt om de fietsen ergens voor Arnhem uit te laden op het parkeerterrein van zweefvliegveld Terlet, vanwaar het maar een paar honderd meter is naar een offroad-route van zo'n 50 kilometer. Met vier mede-HTWV'ers was ik - Rob1, Rob2, Rob3 (tsja, het is niet anders) en Harold - van wie ik de hele rit zo'n beetje alleen de bemodderde ruggen heb gezien. Ik ben niet zo'n held op de mountainbike en heb in ruw terrein - laat u niet misleiden door de foto's, dit waren de enige momenten dat ik m'n camera durfde te pakken - graag wat ruimte om me heen. En liever geen gehijg in m'n nek. Niettemin ging ik twee keer spectaculair tegen de vlakte, één keer op een venijnig kort hellinkje waarbij ik in een te zware versnelling stond, en de tweede keer toen ik tot m'n assen in de modder verdween. Zo'n tien kilometer voor het eind bleek mijn binnenband onder al dit geweld de laatste adem te hebben uitgeblazen. Bij thuiskomst - moe, doorweekt, maar voldaan - moest ik niet alleen m'n fiets, maar ook m'n kledingstukken grondig afspuiten voordat ik ze in een emmer bij de wasmachine mocht zetten (ja, zo liggen de verhouding nog, bij ons thuis).

P.S. Tijdens de nazit in het restaurant van de zweefvliegclub poneerde ik nog maar eens de stelling dat ik veel te intelligent ben om in ruw terrein hard te rijden op een mountainbike. Daar werd door mijn fietsmaten uiteraard om gelachen, waarna het volgende weerwoord volgde: 'Je moet gewoon je verstand op nul zetten.' Dat is nou precies wat ik bedoel.

 
 
 
 

Donderdag 12 november

Nog wat vergeten, vanavond? Alleen mijn achterlichtje en m'n bidon, dank u. Mocht ik ooit moeten stoppen met fietsen dan is het niet vanwege ouderdom of conditiegebrek, maar  als gevolg van Alzheimer. Inmiddels heb ik wel drie koplampen op m'n stuur die het warempel ook allemaal deden, op onze (ik reed weer achter Rob1 en 2 aan) tocht door de duinen richting Wassenaar. Niet over het fietspad, uiteraard, maar over het schelpenpad voor wandelaars, dat zich als een stuiptrekkende lintworm door het gebied kronkelt. En met mijn nachtblindheid zie ik elk bochtje net een seconde te laat, ook al zou ik zeven lampen hebben om me bij te lichten. Terug ging het via Meijendel en de Landgoederenroute, plus nog een staartje Valkenburgsemeer, over modderige zandpaden, beregende stroken asfalt en zuigende grasvelden. Allemaal op de sonar die zich ergens voorin de schedel van Rob2 schijnt te bevinden.

 
 
 
 

Dinsdag 10 november

Er hoeven eigenlijk maar twee dingen in orde te zijn, als je in het donker gaat mountainbiken. Je fiets. En je licht. Met m'n Trek was niks mis, vanavond, maar al na een kwartier gaf een rood ledje aan dat de accu van m'n Sigma-setje nagenoeg leeg was. En ik zou toch zweren dat ik hem twee weken geleden meteen had opgeladen. Geloof ik. Op de gewone weg trapte ik, om stroom te sparen, zonder verlichting mee met 'The Wild Bunch' - oftewel 'The Bikkels' rond Arjan Luyten - maar op het mountainbikepad in de duinen reed ik al na tien minuten alleen nog op de verlichting van Henk van den Eshof, die achter me het pad een beetje bij scheen. Halverwege hield ik het dus voor gezien en trapte in m'n eentje terug naar huis, onderweg nog een hert, vos, of ander groot, donker beest de stuipen op het lijf jagend toen ik het, hem of haar in het pikkedonker half onder m'n wielen kreeg.

 
 
 
 

Zondag 8 november

Van overjarige muilezels moet je geen circuspaarden willen maken, luidt een zojuist bedacht spreekwoord. Maar instructeur Oscar van de Wielervereniging Katwijk deed vanmorgen toch een poging. Aan ons groepje van zes (Christiaan, Dirk, Graham, Rob1, Rob2 en ik) probeerde hij de fijne kneepjes van het af- en oprijden van strandopgangen bij te brengen, het intervallen door het semi-mulle zand en het beklimmen van het talud van de Katwijkse uitwatering. Voor een aantal van ons als voorbereiding op de Rabo Beach Challenge, voor de rest als pittige wintertraining op onze nieuwe Schwalbe Big Apples en Super Moto-banden. Dat het mogelijk is, bewees hij zelf elke keer met schijnbaar speels gemak, om vervolgens van een afstandje ons geploeter van opbeurend commentaar te voorzien. En warempel, ook voor een groepje jongbejaarden (neem me niet kwalijk, Chris, maar ik ga uit van gemiddelden) geldt: oefening baart kunst. Zelf had mijn lichaam het meest baat bij Oscars definitie van 'actief op de fiets zitten'. Niet als een zoutzak in de rondte malen, zoals op de weg, maar voordurend ook met je lijf reageren op wat er met de bike gebeurt. Want het lijkt wel vlak, zo'n strand, bijna elke meter is anders. En dat het ook zwaar is, merk je aan het kilometers 'waaier rijden' richting Wassenaar en terug, waarbij voor elke meter moet worden gewerkt. Want, weer een citaatje van Oscar (ja, ik heb opgelet): Strandfietsen is net als hardlopen. Als je even je benen niet gebruikt, sta je meteen stil.

 
 
 
 

Zaterdag 31 oktober

Op de ochtend na een copieus diner in De Moerbei in Warmond (één Michelinster) is het altijd even slikken als om 8 uur de wekker gaat voor een rondje biken. Maar fietsmaat Rob1 kent geen genade, zelfs niet als op het parcours in de Noordwijkse duinen mijn maaginhoud met mul, heilbot en kalfslende - alles besprenkeld met een wijnarrangement - begint op te spelen. We zijn er vroeg bij omdat deze zaterdag vol andere verplichtingen zit (zijn zoon voetbalt om 11.15 uur met FC Rijnvogels tegen Katwijk, die van mij basketbalt om 12 uur tegen een, ook voor hem, onbekende tegenstander) en de zondag dit keer geen optie is (we hebben allebei een zware zaterdagavond voor de boeg en bovendien voorspelt Piet Paulusma de hele dag regen). Op de terugweg zien we een eenzame secretaris Christiaan Weegink van de Wielervereniging Katwijk in noordelijke richting over het duinpad trappen, die om 9.30 uur bij het clubgebouw waarschijnlijk tevergeefs heeft gewacht op medestanders. Voor de winterse mountainbiketochtjes van de Wvk bestaat onder racefietsers nog weinig animo, waarschijnlijk vanwege de antireclame die een paar bikebikkels wekelijks op het ledenboek verspreiden. De verhalen over 5 keer de eerste helft en vier keer de tweede helft van het parcours in Noordwijk over buffelen, of tochten van drie keer 50 kilometer in de bossen van de Veluwe hebben mij in elk geval voldoende angst ingeboezemd om mijn eigen plan te trekken.

 
 
 
 

Dinsdag 27 oktober

Drie Noordwijkse fietsvrienden van me zijn afgelopen week de halve wereld overgevlogen om in Australië de Crocodile Trophy te rijden. Terwijl in hun eigen achtertuin het avontuur voor het grijpen ligt. Door op een willekeurige dinsdagavond met het bikerteam van de ijsclub Voorwaarts - schaatsers zijn te herkennen aan de manier waarop ze wijdbeens op de fiets zitten - het mountainbikeparcours in de duinen te rijden, in het schijnsel van 24 batterijlampen. Die zee van licht bleek overigens niet voldoende. Bij een groepstelling aan het eind van het traject bleek Ard van Leeuwen (links op de foto en deze avond ook al bekend door het feit dat hij al na honderd meter lek reed) ergens een verkeerde afslag te hebben genomen en - waar wist niemand - eenzaam door een dennenbos te dolen. Zelfs telefonisch contact bracht ons niet veel verder. 'Waar zit je?' - 'Geen idee!' Uiteindelijk reed de helft van de groep over de singletracks terug naar het begin om hem te zoeken en maakten wij op het fietspad de bocht buitenom. En warempel, vlak bij de vuurtoren in Noordwijk kwamen we het verloren schaap weer tegen. Op het geluid van de auto's in de verte had hij op eigen kracht de weg weer weten te vinden. Om het avontuur compleet te maken had dat van ons ook 24 uur later mogen zijn, maar je kunt niet alles hebben bij avonturen in je eigen achtertuin.

 
 
 
 

Zondag 25 oktober

Niet alleen op de weg, maar (vooral) in het terrein zijn de wegen van Rob2 ondoorgrondelijk. De route naar Scheveningen voerde vanmorgen via het beoogde tracé (maar nu nog hondenuitrenplaats) van de Katwijkse Westerbaan naar het voetpadenstelsel van het duingebied Berkheide, waar we - beducht op koddebeiers en wandelaars - richting Pier gingen. Vooral het eerste deel van het parcours verliep met horten en stoten omdat er steeds iemand nogal hinderlijk op het pad lag (foto rechts). Maar meer dan een bescheiden verontschuldiging van onze wegkapitein ('Ik dacht dat het wat minder mul was') kon er niet vanaf. Voor Rob1 en ondergetekende is het strand op de mountainbike nog onontgonnen terrein: ons materiaal is er - met verende voorvorken en banden met profiel - ook niet echt geschikt voor, al pleitten de stevige zuidenwind in de rug en het redelijk harde zand sterk in het voordeel van deze terugweg. En mooi was het: lekker zonnetje, grote delen van het strand goed berijdbaar (vooral aan de vloedlijn, zoals Rijnsburger Rob2 door ons Katwijkers geregeld moest worden duidelijk gemaakt als hij weer eens tot de assen in het mulle zand stond) en de enkele hond die het waagde om blaffend met ons mee te hollen werd getrakteerd op een bidondouche recht in de bek. De eerlijkheid gebiedt mij nog te melden dat de enige serieuze valpartij in de staart van het pelotonnetje plaatshad toen ik op de scheiding van zand en stenen bij de Katwijkse uitwatering op mijn plaat ging. Het is altijd stoer om thuis te komen met een bloedende knie en een gat in het beenstuk. De indrukwekkende blauwe plekken op mijn linkerarm van de laatste keer biken met Rob2 waren tenslotte net een beetje weggetrokken.

 
 
 
 

Woensdag 21 oktober, Leersum

Eigenlijk is het loper, mijn zwager Hans, maar omdat de meeste fietsers die ik ken toch gemankeerde lopers zijn, bereid ik hem in de vakanties alvast een beetje voor op zijn toekomstige sport. In de zomermaanden trapt hij in de Italiaanse bergen dapper mee omhoog en in de herfst leent hij de mountainbike van mijn vrouw - die er alleen mee op de gebaande paden rijdt - om de parcoursen in Leersum en Amerongen af te werken. Alle honderden bikers die me hier zondag nog gezelschap hielden, zaten vandaag bij hun baas. Want anders kan ik het niet verklaren dat ze deze schitterende herfstdag zomaar lieten lopen. Alleen aan het eind kwamen we twee pensionado's tegen op gehuurde fietsen die ergens op de overgang tussen het ene en het andere parcours de weg kwijt waren geraakt. Dat overkomt mij hier ook elke keer, dus veel meer dan medeleven had ik ze niet te bieden.

 
 
 
 

 

Zondag 18 oktober, Leersum

De enige mountainbikeroute bij ons aan de kust ligt in de Noordwijkse duinen en is een kleine zes kilometer lang. Het parcourrecord ligt op een minuut of 12, geloof ik, maar dat staat niet op mijn naam. Wat dat betreft is onze camping in Leersum het mountainbikewalhalla: door routes te combineren kun je hier urenlang offroad blijven fietsen. Vanmorgen begon ik een paar honderd meter vanaf Ginkelduin met het parcours door het Ginkelsebos, dat ik halverwege combineerde met het Amerongsebos - inclusief Amerongseberg - om tegen het eind van de route weer de bordjes door het Ginkelsebos te volgen. Ruim twee uur zat ik op de fiets, in mijn eentje - zwager Hans was niet vooruit te branden - maar zeker niet alleen. Het was een geruststellende gedachte dat ik na een serieuze valpartij hooguit een paar minuten zou moeten wachten op de volgende fietser. Erg technisch - zoals in Noordwijk - zijn de routes normaal gesproken niet, maar na een paar weken met behoorlijk wat regen liggen er hier en daar flinke baggerobstakels op het pad die de nodige stuurkunst vergen om zonder een nat pak te passeren. Maar ik bleef overeind, wat niet gezegd kan worden van Don van der Linden, de olympische handbiker (en oud-Europees kampioen) op de weg die bij ons op de camping staat. Hij waagde zich, met een aangepaste bike, voor het eerst aan het mountainbiken en ging twee keer onderuit, wat me nog vrij weinig leek met dubbele wielen op de vele singletracks. We hebben een vage afspraak om deze week een keer samen te rijden en ik weet nu al dat het een ongelijke strijd wordt. Zelf ben ik in het terrein een behoorlijke stumper, maar wie op handkracht door de modder de Amerongseberg oprijdt doet aan topsport.

 
 
 
  Donderdag 15 oktober

Daar komen ze weer: de smoezen van deze week om niet te fietsen:

Maandagavond: Gisteren (zondag) nog gefietst.

Dinsdagavond: De vrouw van een vriend werd 50, vierde het in een kroeg in Leiden.

Woensdagavond: Bardienst bij de basketbalclub van m'n zoon.

Donderdagavond: Caravan gehaald voor de herfstvakantie. Fietsmaat Rob1 moet werken.

Vrijdagavond: Caravan inpakken voor herfstvakantie in Leersum (veel mountainbikeroutes!)

Maar fietsplannen voor 2010 worden volop gesmeed of zijn zelfs al ten uitvoer gebracht. Net de aanbetaling gedaan voor een week in de Dolomieten, inclusief inschrijving voor de Dolomietenmarathon (28 juni tot 5 juli). Ook in de agenda: een week naar de Vogezen met de HTWV (11 tot 18 september).

 
 
 
 

Zondag 11 oktober

Het mountainbikeparcours in de Noordwijkse duinen is zo'n beetje de enige plek waar je in deze regio met de fiets off road kunt. Maar niet als je Rob2 in je gelederen hebt. Elk onverhard stukje voet-, fiets- en karrenspoor tussen Katwijk en De Zilk pakten we vanmorgen, tot verdriet van argeloze wandelaars met hun hondjes, eigenaren van percelen met bordjes als 'eigen terrein' en 'niet betreden' en (semi-)overheidsinstanties als Staatsbosbeheer en het Zuidhollands Landschap die de komende weken grote delen van hun natuurbeheerprogramma's moeten herschrijven. Alleen particuliere voortuintjes bij eengezinswoningen werden ontzien, maar dat wil niet zeggen dat huizenbezitters met een lapje verzorgd groen, een vijvertje en borders met tuinkabouters in het vervolg veilig zijn voor ons. De voorliefde voor steile trappen die Rob2 verder aan de dag legde leverde ook verrassende omwegen op, waarbij herhaaldelijk het klaaglijk gejammer van Rob1 en ondergetekende - doorgewinterde redacteuren Duin- en Bollenstreek die de regio als hun broekzak meenden te kennen - viel te beluisteren: 'Waar zijn we in hemelsnaam!?', en, belangrijker nog: 'Wat doen we hier!?'. Twee keer ging ik genadeloos op mijn plaat: de eerste keer met een te hard opgepompte voorband in mul zand en de tweede keer op een steile helling met een enorme boomstronk dwars over het pad, waar ik eerst al Rob1 voor me tegen de grond zag gaan. Het heeft altijd iets pathetisch, als vijftigers in een kek fietspakje met een dubbelgevouwen frame tussen hun benen in het lover duiken, maar gelukkig zijn er geen beelden van. En nu lekker de hele week klagen over blauwe plekken (een indrukwekkende op m'n linkerbovenarm en eentje op mijn kuit, inclusief bloederige snee). Want dat heb je met oude mensen, die tekenen nogal snel.

 
 
 
 

Dinsdag 6 oktober

Voor goed zicht maak ik gebruik van een BBB-fietsbril met meekleurende glazen en een binnenbril die mijn bijziendheid (min 6,25 en een beetje) corrigeert. Normaal kan ik daar goed mee uit de voeten, maar in het donker, in de miezerregen en met een uitdampend lijf leidt dit tot beslagen glazen. Wrijven helpt niet: als je net de buitenkant en de binnenkant hebt schoongepoetst, blijkt er opeens tussen de glazen een soort beduimeld matglas te zijn ontstaan. Tijdens de dinsdagavondrit werd het zicht zo slecht dat ik halverwege zonder bril ben gaan rijden. In de bebouwde kom ging dit nog redelijk, maar in het pikdonkere duingebied - ja, ik weet het: ik stuurde zelf die kant op - reed ik voornamelijk op het knipperende achterlichtje van Rob1 (mijn eigen dubbelloops schijnwerpers van Sigma zitten nog op mijn andere mountainbike, die bij Kees Fietsshop een onderhoudsbeurt krijgt), totdat ik zelfs dat uit het oog verloor en languit op m'n plaat ging in een berg op het fietspad gewaaid zand. 'Ja, ik wilde je nog waarschuwen', aldus Rob1, die verder in het midden liet waarom dat niet gebeurde. Volgende keer neem ik een blindengeleidehond mee. Die schijnen wel betrouwbaar te zijn.

 
 
 
 

Zondag 4 oktober

Infame critici waren er hedenmorgen weer als de kippen bij om mij te confronteren met mijn eigen uitspraak 'Als je goed bent, rijd je niet lek'. Dus met name voor hen benadruk ik nog maar eens dat ik niet lek reed, op het zondagochtendritje met de HTWV. Bij het op spanning brengen van mijn achterband werd ik rond 8 uur geconfronteerd met een onwillig ventielboutje, dat ik met de oerkracht die in mij huist (een overblijfsel van mijn tijd in het leger) uiteindelijk met iets te veel geweld opendraaide, waardoor ook het binnenwerk gedeeltelijk losschoot. Dat leidde al bij het aanrijden naar mijn fietsmaten tot aanmerkelijk drukverlies, wat met (na even te zijn teruggereden) een tweede pompactie kon worden verholpen (voor wisselen was geen tijd, ik was reeds aan de late kant). De band hield het tot een kwartier voor de koffiestop uitstekend, maar daarna kon ik met goed fatsoen geen bocht meer door omdat ik nagenoeg op de velg reed (nog bedankt voor het wachten, jongens!). Met een beetje bijpompen na de koffie (toen ik die hufters weer had ingehaald) was dit zo weer verholpen en reed ik - probleemloos, want niet lek - naar huis. Voor de critici die niettemin nog niet overtuigd zijn: kijk, zo ziet een lekke band eruit (geeft niks Jan, verder reed je hartstikke goed):

 
 
 
 

Donderdag 1 oktober

Discipline. Dat is waar het om draait bij het herfstbiken. Hoe verleidelijk is het niet om na de warme prak behaaglijk in de leunstoel weg te zakken voor verantwoord televisievermaak als 'Man bijt hond' en 'De Wereld Draait Door'. De schemering sluit de boze buitenwereld buiten, de pantoffels houden de voetjes warm en moeder de vrouw klapt huiselijk de strijkplank uit. Maar nee mensen, zolang het droog is wordt er door fietsmaat Rob1 en ik gereden, bij voorkeur op dinsdag en donderdag. Voor de afwisseling was het prettig dat de wind dit keer uit het noordwesten kwam, waardoor er een rondje De Zilk in zat. Anderhalf á twee uur op een avond, meer is niet nodig om de conditie een beetje bij te houden, te meer omdat we er allebei overdag al een ritje Katwijk-Leiden en vice versa op hebben zitten. Voor mij voelde het des te vertrouwder aan omdat ik - met een mountainbike die nog steeds met een lekke band in de schuur staat en zaterdag hoognodig naar Kees Fietsshop moet voor een onderhoudsbeurt - ons avondritje op mijn woon/werkbike afwerkte, met verkeerde pedalen waar mijn spd-schoenen voortdurend dreigden af te glijden. Maar afzeggen was natuurlijk geen optie. Discipline is het sleutelwoord.

 
 
 
 

Dinsdag 29 september

Twijfelweer. Maar twijfel is gaan, op de eerste avond van ons mountainbikeseizoen. En zo hard als 's middags op de weg van Leiden naar huis regent het om half zeven niet meer. Wel om kwart voor zeven, als ik met mijn fietsmaat Rob1 vertrek vanaf het verzamelpunt aan de Zeeweg. Al na een paar honderd meter kijken we elkaar aan. Wat doen we? Teruggaan? Het enige verstandige lijkt doorrijden. We zijn toch al nat. Het beoogde rondje Wassenaar wordt uitgebreid tot Scheveningen als het geleidelijk aan toch weer droog wordt en we kunnen - na een lang wegseizoen - weer een beetje wennen aan de logge bikes die we, zonder fatsoenlijke voorbereiding, voor deze avond gewoon van zolder hebben geplukt. Halverwege het duinpad van Wassenaar naar Katwijk krijg ik het vermoeden dat mijn achterwiel loszit. Of in elk geval een paar losse spaken heeft. Maar het blijkt uiteindelijk gewoon een ouderwetse lekke band waarmee ik, vier kilometer staand op de pedalen om de druk vooral op de voorband te houden, nog net mee thuis kom. De kop is eraf!

 
 
 
  Zondag 27 september

De profs rijden vandaag het WK en daarna nog een paar najaarsklassiekers. Dan is het over. Maar wanneer is het seizoen voor ons, fietstoeristen, voorbij? Vanaf januari had ik voortdurend iets om naar toe te werken, een sportieve stok achter de deur, van de Joop Zoetemelk Classic in maart, beide Limburgse klassiekers, Spaanse, Franse en Italiaanse fietsweken tot en met het HTWV-weekeinde in september. Een week geleden reed ik nog 114 kilometer met een uitgedund groepje, maar de rest van de avonden kwam ik met vage smoezen om de fiets maar niet te hoeven pakken. Vanmorgen zou ik de draad weer oppikken, als ik niet sinds gisteravond 19.00 uur tot vanmorgen 3.00 uur achter een glas wijn had gezeten. Nee, niet steeds hetzelfde glas: eerst verscheidene soorten wit, twee dessertwijntjes en - na het restaurantbezoek en tijdens het klaverjassen - rood. 'Je gaat vanochtend toch niet de wekker zetten, hè?', waarschuwde mijn eega toen ik er iets na drieën inkroop. Ik beschouwde het maar als een rijverbod van acht uur. Toen ik, enigszins brak, weer onder de levenden was en door de spleetjes van mijn ogen naar het stralende zonnetje keek, was daar natuurlijk de wroeging. En dan moet het ergste nog komen: het misprijzende gezicht van mijn collega Rob1 morgenochtend op de redactie. Als boetedoening haal ik vanmiddag meteen mijn mountainbike van zolder. Het is uit met het perspectiefloos gelummel. Het seizoen gaat weer beginnen!

 
 
 
 

 

Zondag 20 september

 

Voor de eerste zondagse rit na het uitputtende HTWV-weekeinde gelden ongeschreven regels. Ik kende ze niet, maar werd er onderweg door Maarten op gewezen: of ik niet met 37,4 kilometer per uur tegen de wind in wilde blijven rijden langs de Ringvaart rond de Haarlemmermeer. Neem me niet kwalijk, maar na een week van rust voelde de benen weer als nieuw. Niettemin waren we maar met z'n vieren (behalve Maarten ook Rob1,  Hugo en ik, zei de gek) komen opdagen bij het verzamelpunt in Oegstgeest. De rest van de HTWV'ers lag thuis nog onder de klamme lappen, achter Kaap Kont, waar wij deze ochtend ruim 114 kilometer wegtrapten, met een gemiddelde van (toch nog) boven de 32. Niet dat het de bedoeling was, maar op elke kruising waar we voor een kortere variant konden kiezen, namen we na ampel overleg toch de omweg, zodat we via Aalsmeerderbrug en Uithoorn in De Hoef belandden, waarna het vrij logisch leek om er maar een rondje De Meije aan vast te knopen, met uiteraard een stop op het befaamde wielerterras voor twee koffie met een appelpunt (de vaste aanbieding voor 4,25 euro). Tegen half één pas werd ik door een mopperende eega thuis met de deegroller opgewacht, maar toen ik als excuus opvoerde dat we steeds op Maarten moesten wachten, was het meteen goed. Dat is namelijk een oud-schoolvriendje van haar.

 

Altijd mooi als wildvreemde renners bij je fiets staan te kwijlen.

 
 
 
 

Bekijk alle foto's van het HTWV-weekend hier.

 
 
 
  Zondag 13 september

Zeg nou niet dat de organisatie van ons HTWV-fietsweekend in de Duitse Eifel geen lering trekt uit gemaakte fouten. Na het routedebacle van gisteren gaan de mannen op safe. Vandaag volgen we de bordjes van de Ourtal-route: grote, niet te missen exemplaren, overzichtelijk aangebracht, kind kan de was doen. En de eerste veertig kilometer is er ook geen vuiltje aan de lucht. Totdat de kopgroep stuit op een T-splitsing met een drukke provincialeweg waar het bordje ontbreekt. We kunnen naar links, we kunnen naar rechts: twee opties waar - inclusief de wachttijd op de midden- en de staartgroep - exact een uur over wordt gediscussieerd. In de winderige kou (het zou volgens chefkok Leo vandaag 23 graden worden: 's morgens 11 en 's middags 12) en, wat later, een lichte motregen.

Naast de bus posteerden zich zes, steeds wisselende wijsneuzen die allemaal wisten waar we heen moesten, maar hun wijsneuzen op geen enkele moment dezelfde richting op kregen. Totdat er gewoon iemand - ik geloof dat het Hugo was - naar rechts fietste, richting St. Vith - waar we toch al een koffiestop hadden gepland - de rest van de groep slaafs volgde en we na een kilometer of vijf weer op de route zaten. Na de koffie besloot ik - het voortdurende koersen met de kopgroep moe - achter Jan 'Pep' te blijven zitten, die met zijn vanwege een nekhernia aangepaste racefiets geen potten kan breken. Dat bleek een misrekening. Geen idee wat ze in zijn koffie hadden gedaan, maar vanaf de eerste meters zette 'Pep' - vanwege zijn houding op de fiets ook wel kapelaan Odekerke genoemd - zich aan kop van de elitiegroep en richtte al op de eerste lange helling een slagveld aan onder de rest van de HTWV'ers. Pas aan het eind van de bijna 120 kilometer lange route ging hij een beetje naar de kloten, zoals dat zo mooi heet, maar dat had van mij veel eerder gemogen. Respect Jan, respect!

 
 
 
 

Zaterdag 12 september

We leven in het tijdperk dat zelfs vuttende senioren hun fietstochtjes rijden met satellietnavigatie op het stuur of soepeltjes hun weg weten te vinden middels de knooppuntennetwerken die - ja, ook in België - als paddenstoelen uit de grond schieten. Maar de organisatoren van het HTWV-fietsweekeinde van dit jaar - Mart en Jan, deze ereklus valt bij toerbeurt aan de leden ten deel - zweren nog bij een beduimeld A4-tje waarop met een niet al te vaste hand een rondje is getrokken. In tegenstelling tot de rijwielen van vuttende senioren uit een vorige generatie, ontberen onze racefietsen het handige kaartenhoudertje op het stuur, waardoor we bij elke kruising van betekenis van het zadel moeten om te discussiëren over hoe nu verder. De keren dat we dat moment overslaan - vorig jaar reed men hier immers vrijwel dezelfde route, dus we weten het wel - moeten we halverwege keren omdat we bij nader inzien toch verkeerd gaan. Toen we na een uur of drie op die manier nog maar een kilometer of twintig hadden afgelegd, besloot 'Jan Pep' - al heeft hij liever dat ik hem hier 'de bemoeial noem' omdat hij graag anoniem wil blijven - de zwalkende leiding te overrulen om ons met strakke hand een richting op te sturen die achteraf een omweg van minimaal twintig kilometer inhield. Na de koffie met royale punt werd andermaal besloten om gezamenlijk terug te rijden naar ons onderkomen, een voornemen dat al na honderd meter in rook opging. De schuld - ja, deze site doet ook aan waarheidsvinding - kan deze keer niet in de schoenen van Rob2 worden geschoven. Hij volgde slechts. Het was Rob3 die de boel op een lange helling richting Malmedy eerst in de vernieling reed en daarna aan stukken scheurde. Dat onze kopgroep uiteindelijk toch nog thuis kwam, was weer wél te danken aan Rob2, die ons binnen 134 kilometer met vaste hand naar huis leidde. Maar hij heeft dan ook satellietnavigatie op zijn stuur.

 
 
 
 

Vrijdag 11 september

Het rijden in een grote groep (23-25 man), van sterk wisselende kwaliteiten en in een vreemde omgeving, vergt een aangepaste tactiek. Het grootste deel van de tocht dient de kop van de koers te worden gemeden: alleen vandaag al moesten de meest ambitieuze mannen op dit Duits/Belgische HTWV-weekeinde vele honderden extra meters afleggen omdat ze in volle vaart net die kruising passeerden waar we links of rechtsaf gingen. (Onthoud: de traagsten weten altijd de weg.) Bovendien moet er geregeld op achterblijvers worden gewacht - de eerste uren rijden we sociaal, of wat daar voor doorgaat - waardoor elke voorsprong sowieso zinloos is. Nee, dat er de laatste 20 kilometer pas echt wordt gekoerst, zoals ik van mijn fietsmaat Rob1 hoorde, had ik goed in mijn oren geknoopt. Precies op tijd zat ik op een venijnige helling bij het groepje van drie (rechtsonder op de foto: Rob2, Rob3 en Tonny) dat wegsprong van de rest en de voorsprong in het laatste deel ook niet meer prijsgaf (let op de angstig lege weg achter ons). Ruim 60 kilometer reden we op deze eerste rit door de Eifel, met het stadje Prüm (boven) als verste punt. Morgen een serieuzere tocht van rond de 130 kilometer, voornamelijk door de Belgische Ardennen. Als geen van de mannen dit logje leest - en daar is hier niet veel kans op - kan ik dezelfde tactiek nog een keer gebruiken.

 
 
 
 

Dinsdag 8 september

Al mijn vrienden - dat zijn er nog maar twee bij de Wielervereniging Katwijk en zelfs daarvan ben ik niet altijd zeker - gingen vanavond mee met de 'middengroep'. En als kuddedier dat gevoelig leek voor het argument van Rob2 - na zondag waren we wel toe aan een hersteltraining - sloot ik me daarbij aan. Maar, om met Herman Kuiphof uit een legendarisch tv-verslag te citeren: Zijn we er weer ingetuind! Een hersteltraining met Rob2 in de gelederen. Dat is hetzelfde als een minuut stilte in het gezelschap van Jochem Myjer. Een rustig zondagmiddagritje in Taliban-gebied. Een vrolijke strandvakantie in Israël met Gretta Duisenberg als reisleidster. Na tien meter wilde mijn fietscomputer al niet onder de 35 kilometer in het uur zakken. Maar voor Rob2 ging het niet snel genoeg. Of we de snelheid niet een beetje rond de 40 konden houden, riep hij naar Captain Rob1. Zelf gaf hij het goede voorbeeld door steeds - wanneer hij op kop kwam - een aardig eindje richting de 50 te trappen. Voor het begin van de training beklaagde hij zich nog dat ik hem in dit wielerlog altijd de schuld gaf als het een keer uit de hand loopt. Die verontwaardiging begreep ik wel. Heb je het gedaan, krijg je nog de schuld.

 
 
 
 

Zondag 6 september

Als voorbereiding op ons culinaire fietsweekend volgende week in de Duitse Eifel en de Ardennen - we nemen onze eigen kok en sommelier mee - kiezen we een aangepaste locatie om tijdens de HTWV-zondagmorgenrit even te verpozen met cappuccino en appelgebak. 'Geniet' heet het tentje, dat is ingericht in een druivenkas in Huis ter Heide, midden in het Westland. En inderdaad, onder de trossen is het genieten geblazen. Eigenaar Sjaak zet nog een paar bakken druiven voor ons op tafel en voor de taart rekenen ze maar een euro, 'omdat het wat kleinere stukjes zijn'. Niks van gemerkt. Ook anderszins is het genieten op dit winderige rondje Delft-Hoek van Holland met de twaalf HTWV-apostelen, al werd er na Scheveningen ook behoorlijk gemopperd toen Rob2 - ja, alweer hij - de groep op het duinpad behoorlijk uit elkaar trok. 'Bedankt VRIENDEN!', schreeuwde Rob1 ons sarcastisch na op de sluis, waar ik met Rob2 en Hugo uitbollend huiswaarts reed. Maar ik kon er natuurlijk niks aan doen. Ik was blij dat ik een beetje kon volgen na een zware zaterdagavond - ik zal u de details besparen - en om half twaalf onder de douche stond, om weer een half uur later bij mijn moedertje aan te schuiven voor de appeltaart. Voor het derde stuk deze zondagmorgen heb ik beleefd bedankt. Ik ben een matig mens en bewaar m'n trek voor volgende week. Dan zullen de gemoederen wel weer een beetje bedaard zijn. Hoop ik.

 
 
 
  Woensdag 2 september

Als een dolgedraaide Rudolf Luinge deelde ik zondag op deze plek een rode kaart uit wegens Schwalbe. Maar opnieuw heeft de afdeling nazorg van dit bedrijf mij mild weten te stemmen met de volgende mail:

Geachte heer D. van der Plas

U heeft met de ULTREMO R een bijzonder vervelende ervaring opgedaan. Wij hebben begrip voor uw ergernis en bieden u hiervoor onze excuses aan.

Uiteraard vergoeden wij u de beschadigde producten, in de wetenschap dat wij hiermee uw negatieve ervaring niet ongedaan kunnen maken. Wij stellen alles in het werk om er voor te zorgen dat u in de toekomst weer goede ervaringen met onze banden zult hebben.

Binnenkort wordt de ULTREMO R in de vernieuwde versie R.1 uitgebracht. Hij wordt op de Eurobike in Friedrichshafen geïntroduceerd. De uitvoering die u nu gebruikt wordt momenteel niet meer geproduceerd. Wij kunnen u daarom het volgende aanbieden:

● u ontvangt per direct 2 Durano buitenbanden, zwart, inclusief binnenbanden.
● u ontvangt uiteraard ook 2 ULTREMO R (versie R.1), inclusief binnenbanden, in de Zwarte versie zodra deze band leverbaar is.

Dat is de vervanging voor de door u gemelde beschadigde banden. Wij vragen u om enig geduld totdat de nieuwe versie van de ULTREMO R.1 beschikbaar is.

● Beide leveringen zijn voor u helemaal kosteloos.

Deze situatie heeft voor u 2 voordelen:

● u kunt zo snel mogelijk weer met nieuwe SCHWALBE banden rijden.
● u ontvangt als eerste de update versie R.1 en u bent daarmee verzekerd van de nieuwste ULTREMO R.1

Als u nog verdere vragen heeft dan kunt u zich tot mij wenden.

Tot zover de afdeling Verkoop van Schwalbe.

Mijn fietsmaat Rob1 heeft mij inmiddels van slappe knieën beschuldigd. Maar net als Rudolf Luinge trek ik me niks aan van kritiek op de leiding.

 
 
 
 

Zondag 30 augustus

Vooropgesteld: ik zondigde tegen regel één van de gevorderde toerfietser. Kijk minimaal een dag van tevoren altijd je materiaal na. Nu had ik - op weg naar de verzamelplek van het clubje HTWV - op de vroege zondagmorgen het idee dat er een steentje aan mijn achterwiel bleef kleven. Maar toen ik dat eraf wilde vegen, bleek dat ik andermaal het slachtoffer was van een Schwalbe. Bijna twee maanden heb ik gedacht dat de fabrikant met de nieuwe serie Ultremo R het productielek boven had, maar ook deze band kreeg na veel te weinig kilometers (zo'n duizend, schat ik), weer zo'n typische bobbel die ik al twee keer eerder opliep. (En dit is dus een exemplaar dat ik, ter genoegdoening, van de importeur kreeg opgestuurd.) Er zat niks anders op dan huiswaarts keren voor een korte pitsstop met bandwissel, maar de HTWV-mannen waren toen al lang en breed op weg richting het Noordzeekanaal. In mijn eentje dus maar een rondje Bloemendaal aan Zee gefietst: tachtig kilometer om te bedenken dat zelfs een merkentrouw mannetje als ik me maar van  Schwalbe moet afkeren. In de laatste Fiets is de Michelin Pro3 goed getest.

 
 
 
 

Dinsdag 25 augustus

Een apart monument op de Boulevard is er (nog) niet. Maar op de koffiebalie van de Wielervereniging Katwijk lagen vanavond al wel twee beterschapskaarten. Voor hen die vielen. De Europese ziekenhuizen liggen momenteel vol - dit is een weblog, een zekere overdrijving is toegestaan - met leden die een ritje op de racefiets mochten bekopen met gebroken nekwervels en een kapot sleutelbeen. De eerste (Gerald) overkwam dat in de buurt van de Alpe d'Huez (hij ligt in het hospitaal van Grenoble), de ander (Gerard) op het duinpad in Noordwijk. Hij wordt morgen geopereerd in het LUMC in Leiden. Bellen helpt niet tegen loslopende honden en vangrails. Met de schrik in de benen namen mijn fietsmaten Rob1 en Gerard (met zoveel Gerarden in de club moet ik die eigenlijk ook gaan nummeren, dus voortaan Gerard37) hedenavond bij de dinsdagavondtraining het besluit hun toch al kwakkelende wielercarrière af te bouwen in de middengroep, waar ze onmiddellijk werden gestraft met een - collectief gedragen - lekke band. De snelle mannen kregen daarentegen versterking van enkele ambitieuze, doorgestroomde leden, die werden beloond met een gedisciplineerde, veilige rit in een straf tempo. Het 'molentje' dat wij - met 37 tot 40 kilometer in het uur de harde tegenwind trotserend - draaiden langs de Ringvaart, mocht worden gezien als een passend en glanzend eerbetoon aan hen die eeuwen geleden met hun molens de Haarlemmermeer droogmaalden.

 
 
 
 

Zondag 23 augustus

Never a dull moment with HTWV. 'O ja', klinkt het ergens achteruit de groep, op ons rondje De Meije (110 kilometer), 'de brug die straks komt, daar kunnen we niet overheen. Het ding staat in de steigers. Dat was ik even vergeten.' Wat nu te doen?

Maar daar is gelukkig de provincie Zuid-Holland om ons met een pontje over te zetten, daarmee ook voor eens en altijd aan collega Rob 1 duidelijk makend dat deze bestuurslaag er wel degelijk toe doet. (In kritische stukjes in het Leidsch Dagblad heeft de wakkere verslaggever nut en noodzaak van Provinciale Staten herhaaldelijk aan de kaak gesteld, maar nu stond de opportunist als eerste aan boord. Het 'Leve de provincie!' kwam nog net niet over zijn lippen.) En voort ging het weer, zodat we - op een tijdstip dat leden van de Wielervereniging Katwijk nog op één oor lagen - na een fantastische rit in het vroege zondagochtendzonnetje in De Meije al aan de koffie met appelgebak zaten.

Het mag dan een gelegenheids- en/of vriendenclubje zijn, als je ze over 's Heeren wegen ziet razen in het nieuwe tenue kan HTWV ('Hijgend Trekken Wij Voort') zich qua uitstraling meten met menige pro-tourploeg. Maar onderweg is er ook nog tijd voor Gerben Kartens-achtige jolijt: als Maarten en Mart op een lange polderweg in een waaier op het kantje worden gereden en een paar honderd meter moeten lossen, duikt de rest van het gezelschap na een bocht achter de bosjes om het tweetal in grote verwarring en verontwaardiging ('Waar zijn die klootzakken nou?') achter te laten. Het humeur werd er niet veel beter op, toen we ze na een kwartier weer achterop reden. Ja, ik zei het al: Never a dull moment with HTWV!

 
 
 
 

Zaterdag 22 augustus

Als jongste telg in een wielergezin, moet je het altijd doen met de afdankertjes. Reed mijn zoon al in het (voor haar te klein geworden) Alpe d'Huez-tenue van zijn zus, nu heeft hij ook nog mijn oude bril op zijn neus. Maar wel met zijn eigen geslepen glazen, voor helder zicht rondom. Na weken van zalig nietsdoen kon hij vanmiddag weer eens lekker - en af en toe mopperend - aan de bak. Meer dan vijftig kilometer gereden: via de paden rond het Valkenburgse Meer naar Wassenaar, toen naar Voorschoten (onder het spoor rechtsaf naar de Horsten), Leidschendam, via de sluizen en de Vliet naar Leiden, door de Stevenshof en over de Kleipettenlaan weer terug naar Katwijk. Onderweg herinnerde hij er mij fijntjes aan dat volgende week vrijdag de basketbaltraining weer begint. Maar zolang er op zaterdag nog geen wedstrijden op het programma staan, blijf ik hem op de racefiets zetten. Net weer geïnvesteerd in een mooie bril, tenslotte.

 
 
 
 

Vrijdag 21 augustus

Als ik van tevoren had geweten dat het bij de Wielervereniging Katwijk thema-avond 'Beroerde fietspaden' was, had ik mijn banden een paar bar zachter gezet. De wegkapitein van dienst schiep er behagen in ons over het slechtste plaveisel van Leiden en omstreken te jagen, met als dieptepunt de doorgaande route door Stompwijk, waar nog nooit een asfalteringsmachine de dorpsgrenzen heeft gepasseerd. Bovendien reden we vrijwel nergens meer dan honderd meter rechtuit op dit waanzinnige doolhofrondje Randstad, wat bij een gemiddelde snelheid van ruim boven de dertig op smalle paden met veel zomeravondfietsers leidde tot een hele reeks van bijna-doodervaringen. Ja, wij van de Wielervereniging Katwijk laten onze nieuwe bellen liefst gelijktijdig een keer of twintig agressief overgaan, om eerzame ouden van dagen de stuipen op het lijf te jagen. Wel lekker getraind, overigens, want anderhalf uur afremmen, als een waanzinnige optrekken en op de macht gaatjes dichtrijden, is beter dan zo'n uitgebalanceerd intervalschema. En in elk geval minder saai.

 
 
 
  Woensdag 19 augustus

Waar ik dan wel zin had (zie het log van gisteren), na drie weken van klimmen in Noord-Italië? Gewoon, lekker vijftig kilometer malen met een gemiddelde van ruim boven de dertig. Vanavond dus maar in m'n eentje een rondje Katwijk-Vogelenzang-Bennebroek-Ringvaart-Kaag-Sassenheim-Rijnsburg-Katwijk gereden. Stiekem trainen, noemen ze dat, ware het niet dat ik op het eind van mijn tochtje werd gezien door secretaris Christiaan Weegink van de Wielervereniging Katwijk. Een mens is nergens meer veilig.

 
 
 
 

Dinsdag 18 augustus

Als je alleen wilt rijden waar je zelf zin in hebt, moet je in je eentje gaan trainen, heb ik een oudere en wijzere fietsmaat ooit horen zeggen. Dus schikte ik me vanavond, tijdens het eerste après-vakantieritje bij de Wielervereniging Katwijk, zonder morren in mijn lot: een rondje met alles waar ik een hekel aan heb. Eerst naar Wassenaar voor vier keer dezelfde heuvel in de villawijk Rijksdorp, daarna via de duinen naar Noordwijk, voor de venijnige, korte klimmetjes in de villawijk De Zuid - bekend van de opstallen van Freddy Heineken - over plaveisel dat zo in het Bos van Malherbe - bekend van Parijs-Roubaix - kan worden neergelegd. Bij snelheden tegen de veertig kilometer per uur in dit rijkeluisdoolhof - waarbij wegwijzer Rob 2 steeds pas op het laatste moment 'links' of 'rechts' zei - rammelden onze fietsen zo door elkaar dat Graham de bidonhouder van zijn De Rosa opnieuw moest vastzetten. En op het enige comfortabele stukje in de route - de Katwijkse Boulevard - protesteerde het oude karretje van Dirk door een lekke band voor te wenden. Nee, ik was echt niet de enige die een hekel aan dit rondje heeft.

 
 
 
 

Woensdag 12 augustus, Levico Terme

Normaal halen we over de landsgrenzen onze neus op voor aangelegde fietspaden, maar nu zijn er voldoende redenen om de route langs de rivier de Brenta te volgen. Het is - de dag na Venetië - al drie uur in de middag als we aan fietsen toekomen, het is behoorlijk heet (ruim boven de 30 graden) en we zijn wel toe aan een 'overgangsetappe' om weer wat kilometers in de benen krijgen voordat we vrijdag naar het vlakke Nederland afreizen. En langs de snelstromende Brenta kunnen we in een paar uur tijd al gauw honderd kilometer wegtrappen. Het pad maakt deel uit van een langere fietsroute die loopt van Monaco tot aan Venetië, is van uitstekende kwaliteit, goed bewegwijzerd en ruim voorzien van picknickplaatsen, waterkraantjes en uitspanningen die zich helemaal hebben toelegd op fietsers. Wij rijden het gedeelte tussen Levico Terme en Bassano en beginnen na ruim vijftig kilometer aan de terugweg, om niet te laat te komen voor de avondbarbecue. Aan weerskanten van het pad rijzen de bergketens hoog op, maar wij hebben voornamelijk te maken met vals plat. En dat is erg genoeg, als je de teller steeds rond 35 kilometer in het uur houdt. Neef Raymon koestert het stoute voornemen om morgen - als afscheid - nogmaals de Panarotta te beklimmen. Ik heb gevraagd om ook namens mij op 1800 meter de groeten te doen.

 
 
 
 

Zondag 9 augustus, Levico Terme

Tijdens onze eerste fietstocht hier in Italië was hij ons, op de top van de Panarotta, ontraden door een al wat oudere, Nederlandse wielrenner. 'Niet aan beginnen, aan de Kaiserjägerstrasse. Dat ding is zo steil, daar kun je alleen met een mountainbike omhoog.' Maar omdat hij ons door campingbuurman Wil en mijn Katwijkse fietsclubgenoot Graham was aangeraden - en we hier bergop alleen maar bijna stilstaande mountainbikers met een wijvenverzetje inhalen - was dit het doel van ons zondagochtendritje: de Kaiserjägerstrasse richting Monterovere. En inderdaad, een gruwelijk pittig klimmetje, dat kilometerslang een stijgingspercentage van 15 procent aanhoudt naar ruim 1250 meter. Onderweg weer veel geparkeerde bikers gezien, op weg naar de hoogvlakte waar veel onverharde routes zijn uitgezet. Het totale rondje via Carbonare - de langere versie via Folgaria met daarna de drukke provincialeweg naar Matarello en de gruwelijke klim naar Vigolo Vattaro kwam ons wat onaantrekkelijk voor - was met 45 kilometer vrij kort, waardoor we naar de camping stuurden voor koffie met taart, én om zwager Hans aan zijn belofte te houden om met ons de klim naar de Panarotta te doen.

De Italianen zijn apentrots op hun Panarotta: onderweg en op de top zijn de vergelijkingen met de Alpe d'Huez niet van de lucht. Uit vergelijkende grafieken - aan de finish trots ingelijst - blijkt dat hún berg langer, steiler en hoger is. En het moet gezegd, het is een mooie klim, die helaas - alle statistieken ten spijt - het legendarische van de Alpe d'Huez ontbeert. Maar voor zwager Hans - meer een hardloper - was het zijn eerste grote fietsuitdaging op deze vakantie, die hij met verve volbracht. Het bood 'meester' Raymon bovendien de mogelijkheid om onderweg zijn didactische eigenschappen uit te venten, waardoor de klim uitliep op een drie uur durende fietsles in 'stijgen en dalen', inclusief het analyseren van twee levensgevaarlijke slippartijen in de lange afdaling naar Levico Terme. Want ja, zo goed is het Nederlandse onderwijs niet meer. Dat blijkt ook uit alle statistieken.

 
 
 
 

Woensdag 5 augustus, Levico Terme

Nu onze campingbuurman weer is afgereisd naar Brabant, staan we er met onze fietsrondjes alleen voor. Rustig aan beginnen dus maar, en niet op het onzalige tijdstip (half acht!) waarop Wil altijd met ons afsprak. Rond 9.15 uur vertrek ik met neef Raymon - zwager Hans durft het niveau nog steeds niet aan en rijdt zijn eigen oefenrondjes - voor een tochtje door de Valle del Mocheni: vanuit Pergine loopt een gele route recht omhoog op de kaart, maakt dan een keurig bochtje bij het gehucht Jorgar en keert na een mooie afdaling weer terug in Pergine. Ook zonder Wil kunnen we de was doen. De naam vallei is bovendien bedrieglijk. De weg loopt over een kilometer of twintig op van 500 tot bijna 1400 meter, en dat is toch een lekker klimmetje. Een belangrijk deel van de route hebben we verder voor ons alleen, want kantonniers hebben de route afgesloten om hun dingetje te doen. Maar wij, domme Nederlanders, doen net of we gek zijn en behalve een slalom rond een dwars op de weg geparkeerde kraanwagen, ergens halverwege, hebben we nergens last van. Ook niet van autoverkeer. Zo zie je maar. Waar geen Wil is, is toch een weg.

 
 
 
 

Zondag 2 augustus, Levico Terme

Het begrip haalt ongetwijfeld pas volgend jaar de Van Dale, maar tot die tijd gebruik ik het gewoon: het Kenny van Hummel-momentje. Nu mijn gelijkwaardige gelegenheidsfietsmaat Peter weer ergens aan het Gardameer hangt, rijd ik mijn rondjes met campingbuurman Wil en neef Raymon: de één een oersterke Brabander die op de macht omhoog gaat, de ander een jong broekie dat nog niet tot het inzicht is gekomen dat hij af en toe gas moet terugnemen. Om zijn oom Dick te laten aanhaken, bijvoorbeeld. Nu zie ik ze op elke berg van betekenis - terwijl ik nog terugschakel naar het kleinste verzetje van mijn compact - van me wegrijden, om pas op de top weer met ze te worden herenigd. Onderweg ben ik dus op mezelf aangewezen en dat is best lang, op de klim naar de Passo del Manghen op 2042 meter. Het enige verschil is dat ik niet uit koers wordt genomen bij tijdsoverschrijding, dus ik laat de mannen lekker wachten achter een colaatje en een stuk apfelstrüdel bij een Oostenrijks georiënteerde uitspanning die altijd wel op de top van zo'n Dolomietenreus is te vinden. Schitterende klim, overigens, met halverwege redelijk vlakke stukken om weer een beetje bij te komen, maar ook kilometerslang stijgingspercentages van rond de 15 procent. En vooral de laatste kilometers wegen dan zwaar. Na de afdaling rijden we via de Val de Cembra nog naar Baselga di Pine: bekend van het langebaan schaatsen maar voor altijd in mijn geheugen gegrift door het stijgingspercentage van een procent of 17 (in de brandende zon en met al een paar lamme poten) op de lange helling naar de hoogvlakte. Uiteindelijk staat er 109 kilometer op de teller, met in totaal 2049 hoogtemeters. Een passend afscheid voor campingbuurman Wil, die dinsdag weer naar Nederland moet. Mijn Kenny van Hummel-momentjes deel ik vanaf nu alleen nog met neef Raymon.

 
 
 
 

Vrijdag 31 juli, Levico Terme

Even lijkt er geen zegen te rusten op onze fietstochten met campingbuurman Wil. Er trekt in de nacht van donderdag op vrijdag een hevig onweer het dal in, met zware slagregen: de voorbode van ander weer. Rond half acht in de ochtend is het weliswaar bewolkt, maar droog en we vertrekken behalve met Wil ook met campinggast Ad en neef Raymon naar ergens voorbij Aldeno, waar we fietsclubmaten van Wil oppikken die vanaf een camping in het noorden van het Gardameer komen rijden om met ons gezamenlijk de Monte Bondone te beklimmen. Onderweg pikken wij vieren ook nog de pittige helling (heen 4 kilometer, terug 6 kilometer met een beginnetje van 17 procent) naar Vigolo Vattaro mee. Omdat de Gardameerklanten door een fout afgestelde wekker wat later zijn vertrokken dan wij, ontmoeten we elkaar veel zuidelijker, waardoor onze poging om vanaf dat punt naar de top van de Bondone te rijden (1650 meter) halverwege uitmondt in een afdaling die ons van bijna 900 meter weer naar 500 meter terugbrengt. Nou ja, afdaling: het is min of meer een vrije val met snelheden tot 85 kilometer per uur die de velgen van onze wielen bijna tot het kookpunt brengt. Dat voelen we als we onderaan de lekke band van Peter moeten vervangen. Omhoog dan maar weer, waarbij blijkt dat die Peter en ik er hetzelfde klimtempo op na houden. Dat is wel zo gezellig als je de rest van het knoestige, overwegend Brabantse gezelschap in rap tempo uit het zicht ziet verdwijnen op deze bergrug met pittige stijgingspercentages tot 13 procent. In de buurt van de top begint het zachtjes te regenen, waardoor na de cappuccino en warme apfelstrudel de mooie, maar lastige afdaling naar Trento vrij gevaarlijk wordt. Dat merkt Wil in elk geval als hij op een uitgelopen oliespoor in een bocht onderuit gaat, met behalve wat vegen op zijn shirt verder geen gevolgen. Na het drukke Trento te hebben doorkruist wacht ons nog een verradelijk toetje (de al eerder gememoreerde klim naar Vigolo Vattaro), waardoor de teller uiteindelijk op 125 kilometer komt (het aantal hoogtemeters moet ik nog nakijken, maar dat zal ook fors zijn). Neef Raymon en ik brengen de rest van de middag in elk geval met open mond slapend in een ligstoel door. Ja, daar zijn foto's van gemaakt, maar aangezien die niet maatgevend zijn voor deze tocht hebben ze dit weblog niet mogen halen.

 
 
 
  Dinsdag 29 juli, Levico Terme

Helemaal klaar, waren we ervoor. Banden opgepompt, kettingen ingevet, wielerkleding bij elkaar gezocht en ontbijt klaargezet om de rest van het vakantiegezelschap om 7 uur in de ochtend niet wakker te maken voor onze eerste tocht met campingbuurman Wil en nog een paar andere loslopende renners. Maar nog voor de wekker van mijn Iphone me rond die tijd kon wekken, zat ik al stijf overeind in bed van een spectaculair onweer dat over de bergen door ons dal trok. Tegen beter weten in liep ik nog even naar buiten, maar uiteindelijk alleen om tussen de hevige slagregens door het wasgoed en de stoelen onder de luifel te slepen. Dit was zelfs buurman Wil te gortig, gebaarde hij, terwijl hij verzopen op zijn Orbea van de douches terugkeerde. Toen het een paar uur later weer Italiaans tropisch werd, toch nog alleen met neef Raymon vertrokken voor de beklimming van de Monte Panarotta, de als 'Alpe d'Huez' aangeprezen puist pal tegenover onze camping. Niks teveel gezegd, vonden wij, na de klim van een kilometer of achttien die voortdurend varieert in zwaarte: dan weer rijd je met zes, dan weer met acht of twaalf procent omhoog. Maar wel prettig in de schaduwzijde, vooral onder de bomen. De top ligt op iets boven de 2000 meter, maar dat laatste stuk naar de zendmasten is alleen via een onverharde weg of per kabelbaan af te leggen. Ons moment van glorie kon alleen op mijn Iphone worden vastgelegd omdat de accu van mijn fototoestel onderweg leeg bleek. En vervolgens weigerde mijn oude laptopje de usb-verbinding met mijn hypermoderne telefoon tot stand te brengen. Vandaar de volgende primitieve oplossing: een foto van de foto op mijn Iphone:

 
 
 
 

Vrijdag 24 juli

De kleding van de gelegenheidsclub HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort) is binnen. Vooral dankzij de inspanningen van Rob van den Oever (tevens mede kledingsponsor en in dit log beter bekend als Rob 2), kan ons in herfst, winter en voorjaar niks meer gebeuren: het pakket omvat namelijk korte broek, lange broek, shirt met korte mouwen, vierseizoenenshirt met lange mouwen, windstopper en winterjack. Alleen voor hoogzomer moeten we - net als Cervélo - nog een witte uitvoering van de korte broek en het shirt met korte mouwen hebben, maar nu het ontwerp gereed is, lijkt dat een fluitje van een cent. Meteen een tippie voor de Wielervereniging Katwijk: wat doen we in de herfst- en wintermaanden met het tenue? Rob 2 tot voorzitter van de materiaalcommissie bombarderen?

 
 
 
 

Donderdag 23 juli

M'n racefiets deze week nog steeds niet aangeraakt, of het moet zijn om er een nat doekje over te halen. Maandagavond had ik een vergadering, dinsdagavond moest ik naar de film, woensdag naar Amsterdam, vanavond heb ik een verjaardag en vrijdagavond is gereserveerd voor inpakken en vroeg naar bed omdat we zaterdagmorgen op een ontijdig uur naar Italië afreizen. Maar in gedachten ben ik al in de bergen rond Levico Terme, niet in het minst door de enthousiaste verhalen van clubgenoot Graham die mijn vakantiebestemming - waar hij drie jaar achtereen heeft gereden - omschrijft als 'het mooiste trainingsgebied dat ik tot nog toe heb gevonden'. De aantrekkelijkste routes heeft hij voor mij beschreven en op de inmiddels aangeschafte Kompass kaart nr. 75 verlekker ik me al elke avond aan indrukwekkende klimmetjes over de Passo Manghen en naar dorpjes als Baselga di Pine (waar een van de snelste buitenbanen voor schaatsers ligt). Na anderhalve week rust ben ik de komende drie weken zo scherp als een speer, dat leidt geen twijfel. Wie jaloers is aangelegd, moet dit log maar even mijden.

 
 
 
  Zondag 19 juli

Een zomerdip wil ik het niet noemen, eerder een korte rustpauze tussen een hectisch voorseizoen en een veelbelovend najaar, dat volgende week al begint met een drie weken durend verblijf op een camping aan de voet van de Dolomieten. Bij Mart Smeets hoorde ik gisteravond Raborenner Sebastiaan Langeveld nog uitleggen hoe goed het is, om even afstand te nemen van het peloton. Toen ik vanmorgen om zeven uur in bed lag te overdenken wat ik vandaag allemaal nog moest doen - drie uur racefietsen met de Noordbikers, koffiedrinken bij mijn moeder, mijn krantencolumn schrijven, niks missen van een enerverende (eindelijk!) Touretappe, werken aan het visserijboek en ook nog (vanuit huis) een avonddienstje draaien - besloot ik spontaan om het racefietsen te schrappen. Bovendien, hoorde ik het daar niet regenen? Ja, nu ik dit optik met het zonnetje dat door de ramen schijnt, heb ik spijt, natuurlijk. Maar mijn krantencolumn is af, ik lig nog steeds drie uur voor op schema. Kom daar vanmiddag in de Tour maar eens om.

 
 
 
 

Dinsdag 14 juli

Na afloop stoppen ze de zakken van je wielershirt vol met veiligheidsinstructies - dat krijg je in een wielerclub met een hoog notarisgehalte - maar vooraf trekken ze een amper van de Marmotte herstelde oude man een witte armband met de 'C' van Captain om de arm en bombarderen hem tot leider van de 'snelle groep'. Onbewust ga je dan toch bijna 70 kilometer lang gebukt onder de verantwoordelijkheid, doet veel meer kopwerk dan goed is voor een jongbejaarde en als de meute van jonge honden achter je net over de helft van de tocht op hol slaat moet je ook nog de indruk wekken dat je alles met gemak bijtrapt en de zaak volledig onder controle hebt. Vragen om moeilijkheden, heet dat. Niettemin, de tocht der tochten bleek vrijwel geheel uit mijn benen verdwenen en de zwoele zomeravond droeg in hoge mate bij tot het weer volledig in de armen sluiten van mijn racefiets - na een week waarin de relatie tussen mens en carbon toch een beetje op gespannen voet was komen te staan. Zo'n 66 kilometer reden we, van Katwijk naar Scheveningen en via Nieuwe Wetering weer terug, met een gemiddelde van bijna 33 in het uur. Nu moet ik mijn rijwiel alleen nog zover zien te krijgen dat het de door de notarissen verplicht gestelde bel accepteert. Er zijn tenslotte ook paarden die niet aan een bit kunnen wennen. Daar moet één van die klerken dan maar een uitzonderingsbepaling voor in de veiligheidsinstructies opnemen. Tot nog toe riep ik namelijk - als de enige wielrenner in Nederland - gewoon heel vriendelijk 'pardon' als ik er niet door kon. Of ik wachtte even geduldig. Er is namelijk niks zo agressie-opwekkend als een wielrenner die twintig keer als een manische Quasimodo aan zijn belletje trekt als hem niet snel genoeg ruimte wordt gegund.

 
 
 
 

Maandag 13 juli

De mannen van de Duitse bandenproducent Schwalbe hebben het niet gemakkelijk. Na het gedoe rond de spontane bulten in hun paradepaardje - de Ultremo R - als gevolg van een productiefout, kwam daar in de recentste uitgave van het blad Fiets ook nog eens een vernietigende recensie van deze band (slechts twee sterren, wegens te vaak lekrijden) overheen. Zelf was ik wel slachtoffer van de productiefouten maar reed ik dit seizoen op mijn Ultremo's nog maar één keer lek. Wel zodanig dat ik de band meteen kon weggooien, maar niettemin durfde ik het wel aan om op mijn Schwalbe's de Marmotte te rijden. Al mijn exemplaren met een bult waren keurig door de importeur vervangen (zelfs de binnenbanden, die niet eens stuk waren) en met zulke service is een beetje merkentrouw niet teveel gevraagd. Een dag voor de tocht der tochten verving ik echter - voor de zekerheid - alsnog mijn achterband door een nieuwe (weer een Ultremo, uiteraard, ik heb er nog genoeg) omdat het rubber op de naad begon los te laten (zie inzetje; ik heb het een beetje weggetrokken om het voor de foto duidelijker te maken). Dit euvel was bij Schwalbe nog niet bekend, dus de band is inmiddels op weg naar de technische afdeling. Als dank voor de moeite kreeg ik weer twee nieuwe banden (de kilometervreter Durano dit keer), plus een buitenmodel calculator (20 bij 30 centimeter). Want op Schwalbe kan ik rekenen, luidt de boodschap. Zeker als ze in dit tempo nieuwe bandjes blijven sturen.

 
 
 
 

Zaterdag 11 juli

Precies een week na de Marmotte stap ik weer op de racefiets. Zo lang heb ik ook nodig gehad om m'n lijf te laten herstellen. De eerste dagen dacht ik nog dat ik me aanstelde - na met wind tegen een half uurtje van werk naar huis te hebben getrapt - maar toen ik op internet zocht naar de ervaringen van lotgenoten begreep ik dat een man op mijn leeftijd na zo'n tocht toch een jasje uit doet. Ik bleek meteen ook vatbaar voor keelpijn en verkoudheden, waardoor mijn racefietsloze periode kon worden ingevuld met blafhoest, snotneuzen en moeizaam slikken. Toch nog een hobby. Maar vandaag - op het tochtje met zoon Steven van 40 kilometer door de noordelijke Bollenstreek, waar we onderweg even stoppen om naar het bollenrooien en de middeleeuwse spelen in het centrum van Noordwijkerhout te kijken - herinnert helemaal niets meer aan de Marmotte. Of het moeten de bescheiden letters op mijn nieuwe wielershirt zijn:

 
 
 
 

Donderdag 9 juli

 

Je kunt er natuurlijk wel hele weblogs over vol schrijven, over die Marmotte, maar het beeldverslag van de mannen van Photobreton zegt meer dan duizend woorden:

 

Met Wilco in de beklimming van de Col du Glandon, de eerste berg van de dag. Nog een soepele pedaaltred, ontspannen gelaatstrekken.

 

De verschrikkelijke Galibier, waar de sneeuw op 2600 meter nog hoog langs de weg ligt. Het gezicht van de renner begint al te tekenen van de inspanning.

 

De afdaling van de Galibier. Windstopper aan tegen de snijdende kou. Fietsen gaat weer even vanzelf.

 

De Alphe d'Huez. De helm aan het stuur, om het hoofd wat koeler te houden. Mond open om zoveel mogelijk zuurstof te happen. 'Zijn er geen foto's waarop je moest lopen?', wilde een collega weten. Nee, natuurlijk niet. Als je al een paar keer die berg bent opgereden, weet je precies waar de fotografen van Photobreton staan.

 
 
 
  Woensdag 8 juli

De dinsdagavondtraining van de Wielervereniging Katwijk maar laten schieten. Op de fiets van de garage in Leiderdorp - auto weggebracht voor een grote beurt - naar de redactie in Leiden voelde de tegenwind voor mijn benen nog steeds aan als de eerste vijf bochten van de Alpe d'Huez. Bovendien begint een keelontsteking op te komen, dus maar een beetje rustig aan doen, de komende dagen. Hierbij mijn twee krantencolumns over La Marmotte, waarvan de eerste tijdens mijn verblijf al in uitgeknipte vorm opdook in de Ozzie Bar van Le Hors Piste: voor de eigenaar meegebracht door Noordhollands Dagblad-lezers. 

 
     
 

Neef Raymon gespannen aan de start voor de 'Tocht der tochten'.

 

 

La Marmotte (1)
 

Eeuwige roem zit er niet in. Startnummer 3401 maakt net zoveel kans op de overwinning in La Marmotte als Rita Verdonk op het premierschap. Het hoogst haalbare is een diploma. Het bewijs dat ik deze tocht over vier Alpenreuzen heb volbracht. Een certificaat met mijn naam erop. Daarom is het zo onuitstaanbaar dat die verrekte Fransen van deze Grand Trophee des Cyclosportives mij in alle officiële bescheiden hardnekkig ' Van der Pals, Dick' blijven noemen.


Heimelijk jaloers op de Rijnreisjes en excursievakanties die mijn
moeder met haar vriendinnen het hele jaar door onderneemt, hebben neef
Raymon en ik gekozen voor een geheel verzorgde Marmotte-reis. Lekker
in de bus zitten, op tijd je natje en je droogje, nergens anders aan
denken dan aan fietsen. Net als thuis, mag mijn eega dan venijnig
opmerken.


Maar - dat was even weggezakt - alle groepsreizen beginnen in
uithoeken van het land met het onvermijdelijke verzamelen op
onmogelijke tijdstippen. Voor ons was dat gistermorgen op een
bedrijventerrein in Breda, om vijf uur in de ochtend. Wekker om half drie, ontbijten, fietsen en koffers inladen en slaaprijdend naar het
zuiden. Alternatieve opstapplaatsen waren er ook: om zes uur in
Eindhoven, zeven uur in Maastricht.


Ben je er klaar voor? Dat is de vraag die mij de afgelopen dagen het
meest is gesteld. Nee, natuurlijk niet. Ik had nog zeker vijf kilo
moeten afvallen. De wijn, de Leffe Blond en het vette voedsel moeten
laten staan. Veel meer kilometers moeten maken, buiten de
trainingstripjes naar Spanje, Limburg en de Ardennen om. De angst dat
ik van het thuisfront dan een enkele reis naar een Alpentop had mogen
boeken, weerhield mij.


Wat doen mannen van mijn leeftijd om het gebrek aan trainingsarbeid te
compenseren? Vluchten in het materiaal. Een racefiets van drie keer
modaal. Wondergelletjes voor onderweg. Een fietsbroekje van 165 euro
waarover mijn eega de afgelopen dagen (en ik vrees: ook de komende
weken) niet uitgepraat zal raken. Alsof het argument dat mijn gezin al
een jaar of twaalf compleet is er toe mag leiden dat ik na ruim negen
uur gerust met een derde bal of een door bacteriën aangetaste
bilspleet van het zadel mag komen.


Aan het begin van de avond kwamen we gisteren aan in Résidence Club
Alpine 'Le Hors Piste' in het gehucht Oz en Oisans, met net zulke
dikke enkels als mijn moeder altijd van lange busreizen krijgt.
Vanmorgen is de eerste trainingsrit, naar de top van Les Deux Alpes.
Aan het eind van de dag mogen we ook de Alpe d'Huez oprijden, even
kijken hoe dat ook alweer voelt. Morgen staat een trainingsrit naar de
Col de la Berarde op het programma, donderdag naar de Croix de Fer en
vrijdag is een rustdag om de startnummers op te halen. Zaterdag moet
het gebeuren.


La Marmotte is 174 kilometer lang, maar de echte pijn zit hem in de
hoogtemeters. Zo'n 5000 zijn dat er, verdeeld over de Croix de Fer, de
Col de Telegraph, de verschrikkelijke Galibier en, aan het slot, de
legendarische Alpe d'Huez. Het hele rondje heb ik, vijf jaar geleden,
vanaf de camping al een keer gereden. Op het gemakkie. Het doel is nu
om het binnen de negen uur en 15 minuten te doen. Dat is goed voor het
Brevet d'Or, goud in mijn leeftijdsklasse van 40 tot 49 jaar. Qua
conditie moet dat lukken. Alleen de omstandigheden - hitte, regen,
sneeuw (alles is mogelijk met toppen van ver boven de 2000 meter),
lekke banden, iemand die in het ravijn rijdt of anderszins het leven
laat - kunnen roet in het eten gooien.


Als het allemaal lekker loopt, gaat Dick van der Plas voor goud.


Mocht het minder worden, dan heeft ' Van der Pals, Dick' een slechte dag gehad.


Met hem wil ik niks te maken hebben.

 
 
 
 

 

La Marmotte (2)

 

De laatste peptalk van mijn vrouw bereikt me per sms: 'Je gaat toch
niet voor dat stomme goud? Ik heb liever dat je heel terug komt.'
Natuurlijk ga ik niet voor goud. In mijn leeftijdscategorie (40-49)
ben ik een oude man, te zwaar voor de klim, te angstig in de afdaling. Alleen voor het geval dát heb ik achter in mijn wielershirt, tussen de energierepen en de gelletjes, het schema dat mij binnen de 9.15 uur aan de finish moet brengen. Goed voor goud!


Wat is er leuk aan La Marmotte, een van de zwaarste fietstoertochten
ter wereld? Alles, zo lang je nog aan de start staat in Bourg
d'Oisans, waar 8000 renners zich in straten en op pleinen verzamelen
om 174 kilometer te trappen over vier fameuze cols uit de Tour de
France: de Col du Glandon (vlak voor de top van de Croix de Fer een
stukje linksaf), de Telegraph, de Galibier en, als sluitstuk, de Alpe
d'Huez. Je hoort er Frans, Italiaans, Deens, Duits, Engels, sappig
Vlaams en veel, heel veel Nederlands. Na de 400 wedstrijdrenners
worden wij, ambitieuze wielertoeristen, rond half acht in rotten van
2000 weggeschoten.


Vergeten is het advies van de wegkapiteins Ton en Maurice van
Klimexperience, die onze trainingsgroep van twaalf man - variërend in
leeftijd van 21 tot 61 - vooral heeft voorgehouden rustig te beginnen.
Maar na een rustdag voel ik me top. Op de klim naar de Glandon los ik zelfs mijn gelegenheidsfietsmaat Wilco, die zich nog zo had
voorgenomen de hele dag in mijn wiel te zitten. Maar dankzij twee
afdalinkjes sluit hij vlak voor de top weer aan. Onze euforie stijgt:
20 minuten voor, liggen we, op het schema voor goud. In de gevaarlijke
afdaling haakt hij weer af, als ik zigzag over wat een slagveld uit de
Eerste Wereldoorlog lijkt. Ondanks de waarschuwingsborden en mannen
met gele vlaggen, buigen hulpverleners zich in vrijwel elke
haarspeldbocht over bebloede renners.


Ik kom heel beneden en vind een groepje dat me over het redelijk
vlakke stuk naar de voet van de Telegraph loodst. Rond 12 uur kom ik
daar op de top, opeens een kwartier achter op schema maar met de
wetenschap dat Ton dit ijkpunt zelf ook al niet betrouwbaar vond. En
dat blijkt: om precies 13.50 uur ben ik weer helemaal bij op de top
van de Galibier. Het is bewolkt op 2646 meter, het waait en in de
verte knettert het onweer angstaanjagend uit gitzwarte kruinen boven
de omringende bergen. De windstopper gaat aan, voor de lange afdaling
naar Bourg d'Oisans, met snelheden van boven de 60 in het uur op
hobbelig asfalt, langs campers en auto's met caravans, door slecht
verlichte tunnels waar een donkere fietsbril het zicht helemaal op
zwart zet. Ook hier weer de onvermijdelijke valpartijen, ambulances,
paniekerige mannen met gele vlaggen.


Maar ik kom zonder een schrammetje aan bij de touringcar waar Gé, onze
chauffeur, langs de weg staat met volle bidons en een laatste
energiegelletje. Nog 1.35 uur heb ik, voor de beklimming van de Alpe
d'Huez, die ik eerder in de week op het gemak in 1.15 uur opreed tot
de finish van La Marmotte, een kilometer voorbij het dorp. Maar al na
twee bochten voel ik dat ik - zoals wielrenners dat zo plastisch
kunnen uitdrukken - spectaculair naar de kloten ga. Mijn hartspier
zegt 'bekijk het maar' na acht uur kloppen met 160 slagen per minuut
en zet de begrenzer op 140. En geen slag meer. Mijn beenspieren
verklaren zich solidair. En bij het voortkruipen van de kilometers
reken ik uit dat ik op deze manier net vijf minuten te kort ga komen
voor goud. Vijf minuten! Erger kan bijna niet.


Maar er is niks dat ik eraan kan doen, behalve mezelf overgeven aan
die opeens machteloze benen, mijn stotende gehijg en de moordende
hitte: 45 graden, geeft mijn computer in de zon aan, en geen zuchtje
wind. Ik zet de fiets neer, zak op een houten hekje en laat me door
omstanders overgieten met koud water. Ik sukkel naar boven, zoals ik
de Alpe vijf jaar geleden met mijn twaalfjarige dochter opreed: na
elke twee bochten even stoppen, uithijgen boven mijn stuur, wat
drinken en weer verder. Bij de laatste keer opstappen val ik,
wielerheld, met fiets en al om.


Na 9.39 uur kom ik over de finish, bijna anderhalf uur voor op het
langzaamste schema voor zilver. Want zo kun je het ook bekijken. In de
file net na de elektronische matten van de tijdregistratie, bel ik,
schor van het hijgen, mijn vrouw met het goede nieuws.


Ik ging dood, maar ik leef nog.


Pas volgend jaar, als jong broekie in de leeftijdscategorie 50-59 die
er 21 minuten langer over mag doen, ga ik voor goud.


Dat wordt een makkie.

 
     
 
 
 

Dinsdag 7 juli

Onze Marmottegroep blijft nog wel even - via de mail - wetenswaardigheden uitwisselen. Dit was handig geweest voor het thuisfront, ontdekte Pieter-Jan drie dagen na dato: door afgelopen zaterdag mijn startnummer op de website van de organisatie in te tikken, hadden ze me het hele rondje kunnen volgen. 'Je denkt toch niet dat ik dat gedaan had, hè?', zei mijn eega ongelovig, toen ik haar enthousiast op deze noviteit wees. 'Ik had wel wat anders te doen.' Wat rest zijn de tussentijden.

 
 
 
 

Met chauffeur Gé bij de start. Uiterst rechts: fietsmaat Kees in opperste concentratie.

 

Zaterdag 4 juli - maandag 6 juli

 

Hoewel ik die Tocht der Tochten nooit heb gereden, moet ik toch denken aan een Elfstedensfeertje, op het pleintje in Bourg d'Oisans waar wij in het vak met de nummers 2000-4000 verzamelen voor de start. Anders dan andere cyclo's die ik heb gereden - Amstel Gold Race, Limburgs Mooiste, de Joop Zoetemelk Classic en noem maar op - vertrek je in La Marmotte allemaal tegelijk voor dezelfde afstand. Het geeft een kick om die eerste tientallen kilometers op dan nog min of meer autovrije wegen in een enorme stroom fietsers door het imponerende berglandschap te rijden. Ook op de rest van de route weet je je - hoewel de ergste drukte er gaandeweg wel vanaf gaat - altijd omringd door lotgenoten. La Marmotte is ook zwaarder dan de Elfstedentocht, verzekert fietsmaat Sjaak - met 61 jaar de nestor van onze groep maar nog fietsend als een jonge vent - ons. Hij reed een keer of veertien de alternatieve versie van 200 kilometer op de Weissensee. Op deze dag is ook onze chauffeur Gé in wielertenue gehesen, voor de herkenbaarheid als hij ons vlak voor de voet van de Alpe d'Huez verse bidons en eten aanreikt. Ook bij de start komt hij van pas: om windstoppers, jackjes en armstukken aan te nemen. Met verwilderde ogen kijkt hij - als hij ons eenmaal heeft gevonden - tussen de duizenden renners om zich heen: 'Waar is m'n fiets! M'n fiets is gestolen!' Ja, met Gé kun je lachen. Als voor ons het startschot klinkt, is het dringen geblazen in het nauwe straatje dat naar de streep leidt. Vlak naast de opblaasbare boog speelt een Frans dweilorkest.

 

De beklimming van de Col du Glandon.

 

De eerste vijftien kilometers zijn vlak en gaan in een flink tempo. Dan begint de beklimming van de Col du Glandon: meteen al met een procentje of tien. Versnellingen klikken in hoog tempo tandjes lager, de ademhaling en de hartslag gaan omhoog. Vijf kilometer klimmen, dan weer een stukje dalen, weer steil omhoog en geleidelijk verder stijgen tot de top op 1924 meter, ruim 36 kilometer afgelegd. Snel even wat eten, de bidons vullen en dan naar beneden, in wat ons is voorspeld als een gevaarlijke afdaling. Toch zijn er tientallen renners die borden en gele vlaggen aan hun laars lappen en zich als een dwaas in de haarspeldbochten storten. Bij bosjes zie je onderuit gaan, of al hun wonden likken aan de kant, vaak in gezelschap van ambulancebroeders of EHBO'ers. Ik slalom door een aflevering van Mash.

 

De afdaling is lang, maar voor wie een beetje voorzichtig in de bochten is, goed te doen. Het stuk tot 81 kilometer is min of meer vlak. Min of meer, zeg ik, want er zijn kilometers vals plat bij, waarbij je moet zorgen dat je in een groepje zit dat je meesleept. Dan begint de klim naar de Col du Telegraph, die veel renners mooi en gelijkmatig vinden. Ik vind het een rotding, juist omdat hij bijna overal met hetzelfde percentage omhoog gaat. Nooit een moment om even de benen te strekken of de rug te rechten. Op de top - 1570 meter - proberen honderden fietsers hun bidons te vullen onder een klein pisstraaltje van een watertappunt, maar vijf kilometer verderop, in Valloire, is een grote bevoorradingspost met bananen, sinaasappels, koeken en wafels. Eten doe ik niet veel - ik krijg het gewoon niet weg - maar drinken des te meer. Op naar de Galibier, met een aanloop die min of meer vlak lijkt door het meestijgende landschap, maar toch kilometers lang met tien procent omhoog gaat. Een Nederlander die naast me rijdt, is dolbij met die mededeling. 'Man, ik dacht dat ik uit mezelf amper vooruit kwam. Is dit echt 10 procent? Je maakt m'n hele dag goed!' Graag gedaan.

 

Naar de top van de Galibier.

 

Na een haakse bocht in de weg begint de eigenlijke klim, die kilometers doorloopt in een kaal landschap. Ver boven je zie je renners als stipjes tegen de berg opkruipen, een weinig bemoedigend beeld. Voor het eerst stap ik even af, om wat te drinken en te eten. Als ik dat bergop rijdend doe, raak ik in ademnood, heb ik gemerkt. Maar het is ook een goed excuus om even dat stomme gemaal op de pedalen te onderbreken. Ik rijd bovendien mooi vlak op schema, hou goed de borden met het aantal kilometers naar de top in de gaten en kijk voortdurend op mijn computer of het tempo niet inzakt of mijn hartslag niet te laag wordt. Tegen de 160 is min of meer mijn omslagpunt, dat moet ik uren kunnen volhouden. Als ik lager ga, doe ik niet genoeg m'n best. Het wordt hier ook gelukkig steeds koeler, bovenop zelfs uitgesproken fris, terwijl boven de bergen achter me de donkere onweerswolken samenpakken en spectaculaire knallen en lichtflitsen produceren. Maar ik rijd voor de bui uit, ook later, op de Alpe d'Huez. Anderen zijn minder gelukkig. Op de top - 2642 meter - stop ik kort, om even een windstopper aan te trekken. Water en eten heb ik nog genoeg, mijn achterzakken puilen uit van de reepjes en de cakejes. Nog steeds geen trek. Ik pak wat stukken banaan en bijt in wat sinaasappelpartjes. Dan zo gauw mogelijk omlaag, eerst weer met gevaarlijke haarspeldbochten, dan op lange rechte stukken met veel autoverkeer en donkere tunnels. Opnieuw valpartijen, bebloede koppen, ambulances. Zelf heb ik vooral oog voor mijn teller en mijn horloge. Rond 15 uur moet ik bij de bus van Gé zijn, om voldoende over te houden voor de klim naar Alpe d'Huez. Om tien over drie kom ik daar aan, gehaast maar opgewonden over het naderende goud: nog 1.35 uur om boven te komen. Moet te doen zijn.

 

Bovenop de Galibier nog even omlaag kijken. Rechts: finishen op de Alpe d'Huez.

 

Maar dan blijkt het ware venijn van deze Marmotte vooral in de staart te zitten. Mijn benen zouden nog wel honderd kilometer vlak kunnen malen. Ze willen alleen niet meer omhoog. Daarom haken duizenden deelnemers ook af aan de voet van deze berg en nemen genoegen met een diploma van La Marmotton, de Marmotte zonder de Alpe d'Huez. Uiteindelijk finishen er zaterdag maar 5300 van de 8000 op de top. Na mijn lijdensweg omhoog - even zitten, stukje fietsen, even zitten, stukje fietsen - word ik in het eindklassement 2694ste, en 993ste in mijn leeftijdsklasse van 40-49 jaar. (Neef Raymon wordt - heel knap - 1581ste, met 8.50 uur. Maar omdat hij nog zo jong is, wordt ook dit niet meer dan zilver in de categorie 18-29.) Volgend jaar - als ik het weer kan opbrengen en mijn vrouw ermee instemt - mag ik een categorie hoger. Het jaar waarin je 50 wordt - voor mij op 24 juli 2010 - geldt voor de organisatie van La Marmotte als je leeftijd. Voor goud wordt dan mijn eindtijd 9.36 uur. Zeker nu ik weet waar het fout ging - te weinig ritten boven de 150 kilometer gedaan - ligt in mijn jubeljaar een gouden Marmotte in het verschiet.

 

Kijk hier voor een fotoreportage van onze Marmotteweek met Klimexperience, dat het motto 'Klimmen met plezier' voor mij in elk geval meer dan waarmaakt. Ik wil Ton, Maurice (organisatie), Frans (masseur), Gé (chauffeur) en mijn fietsmaten voor één week  (Dennis, Wilco, Kees, Sjaak, Pieter-Jan, Dirk-Jan, Ton, Rob en neef Raymon) ontzettend bedanken voor hun steun, kameraadschap, gezelligheid, foute grappen en smerige winden. Het was onvergetelijk.

 
 
 
 

Het 'dak' van La Marmotte, de Galibier. In de verte knetterd het onweer boven de bergen.

 

Zaterdag 4 juli

 

Tot Alpe d'Huez was ik geweldig. Alles klopte op mijn eerste Marmotte. Op het schema van wegkapitein Ton dat voor mij naar goud moest leiden, lag ik op de top van de Glandon al zo'n twintig minuten voor en ook op de toppen van de Telegraph en de Galibier was er nog niks aan het handje. Het 'dak' van deze Marmotte (2600 meter en een beetje) passeerde ik om precies 13.50 uur, als een intercity zo stipt volgens het boekje. In de vliegende afdaling naar Bourg d'Oisans - soms met 60 in het uur, tussen auto's en campers en door lange, onverlichte tunnels - had ik uiteindelijk nog 1.35 uur om de Alpe d'Huez te beklimmen en te finishen binnen een gouden tijd van 9.15 uur (in mijn leeftijdscategorie). Moest te doen zijn, want eerder deze week reed ik hem op het gemakkie in 1.15 uur. De eerste vier, zwaarste bochten leek er nog niks aan de hand: het ging moeizaam, maar dat gaat het op dit gedeelte altijd. Maar daarna wilde m'n snelheid en m'n hartslag niet meer omhoog, stroomde er pap in m'n benen en bleek halverwege volgens mijn meest optimistische planning dat ik - als ik mezelf helemaal naar de kloten zou rijden, zoals dat in wielertermen heet - op de eindstreep vijf minuten tekort zou komen. Dat bleek de mentale nekslag te zijn: het leidde in elk geval tot het besef dat ik best (nog) rustiger aan kon doen omdat ik voor 'zilver' (een Brevet d'Argent) nog wel twee uur later zou mogen finishen. Dus reed ik als een toerist: alle bevoorradingsposten aandoen, soms even op een hekje zitten en me uitgebreid met water laten besproeien door dames in bikini. Kortom, onderweg bloemetjes plukken, zoals fietsmaat Wilco het uitdrukte (die hetzelfde overkwam, net als de grote meerderheid van onze groep, inclusief neef Raymon, ook zicht op goud, maar na de Alpe toch zilver). Uiteindelijk kwam ik binnen op 9.39 minuten, waar ik - na de eerste teleurstelling - vrede mee had. Ik reed goed, maar op een gegeven moment was het gewoon op. En ik stelde me niet eens aan. Dat gevoegd bij de wetenschap dat gewoonlijk 2000 van de 8000 deelnemers de tocht niet eens uitrijden, en weer anderen eindigen in de ambulance of het lijkenhuis, is het uitrijden van zo'n slopende tocht met nog niet eens een lekke band de bekroning van een geweldige fietsweek in de Alpen. En, eerlijk waar, tot Alpe d'Huez was ik geweldig.

 

De top van de Glandon.

 
 
 
 

Sjaak (links) en Dennis met hun stuurplaatjes en andere startbescheiden.

 

Vrijdag 3 juli

 

Het gebied rond de Alpe d'Huez raakt in Marmottesfeer. De hele week zien we al grote groepen fietsers trainen voor de tocht, maar met het opzetten van het tentenkamp en het afhalen van de startbescheiden komt iedereen op scherp te staan. Zijn we er klaar voor?, is opnieuw de meest gestelde vraag. Er zijn deze week dagen geweest dat ik dacht van niet. Deze cols voelen in de benen toch heel anders aan dan de Limburgse heuvels en zelfs het Spaanse middelgebergte bij mijn rentenierende vriend. En daar komt de hitte dan nog eens bij. Zonder wind, in een kaal landschap, bij een graadje of veertig naar 2000 meter hoogte (en meer) trappen. Wie verzint zoiets? En dan liggen er morgen zo'n vier van die smerige dingen op ons te wachten. 'Je gaat toch niet voor dat stomme goud?', luidde de peptalk van mijn eega gisteren in een telefoongesprek. 'Ik heb liever dat je heel terugkomt.' Niet alleen daarom is mijn voornemen om La Marmotte morgen vooral met mijn verstand te rijden. Ik houd voortdurend één oog op de hartslagmeter, ga mezelf niet over de kop trappen en mocht ik uiteindelijk de 174 kilometer en 5000 hoogtemeters toch binnen de 9.15 uur hebben afgelegd, dan is dat mooi meegenomen. Maar meer ook niet.

 
 
 
 

Opnieuw klimmen met plezier. Ruimte genoeg voor renner en fiets.

 

Donderdag 2 juli

 

Steeds inventiever worden we, om de nare klim van acht kilometer naar ons hotel te vermijden. Na de beklimming van de Alpe d'Huez - viel niet tegen, lekker tegen hartslag 160 opgereden in vijf kwartier tot aan de Marmotte-finish - maakten we handig gebruik van de wetenschap dat chauffeur Gé en masseur Frans deze route van ons hotel in Oz en Oisans naar het dorpje Alpe d'Huez al eens per kabelbaan hadden afgelegd. 's Winters vervoeren de ruime gondels skiërs naar de top, 's zomers vooral mountainkbikers - die zich dan via kleine paadjes omlaag storten - en wandelaars. En nu ook racefietsers, dus. Nadat we onze startbewijzen voor La Marmotte hadden opgehaald en een terrasje hadden gepakt, gleden we voor 13 euro met een adembenemend mooi uitzicht omhoog en stapten daar - op hetzelfde kaartje - over op de kleinere gondel die ons vrijwel voor de deur van het hotel in Oz afzette. Precies op tijd voor het pastabuffet van vier uur. Alleen Ton en neef Raymon (hoogtevrees!, dat heb ik ook, maar ik ben niet gek en ik heb bovendien legerervaring om zelfs de grootste angst te onderdrukken) verkozen de Alpe d'Huez per fiets af te dalen, de twintig kilometer van Bourg d'Oisans naar de voet van de Oz-berg te trappen en vandaar in de bloedhitte de gruwelijke klim naar het hotel te ondernemen. Bange helden, dat zijn het, die we op het terras van het restaurant (een uur te laat, dat wel) niettemin met applaus onthaalden. De pasta was nog warm.

 

Het dorpje Alpe d'Huez verdwijnt in de verte. We zijn op weg naar de top. Links wegkapitein Ton en kopman Dennis in de kleinere gondel naar Oz.

 

De laatste etappe: van de absolute top van de Alpe d'Huez naar Oz-station. Ons hotel ligt aan het eind van de kabel.

 
 
 
 

Na de afdaling vanuit Oz en Oisans verzamelen bij het stuwmeer.

 

Woensdag 1 juli ('s avonds)

 

'Klimmen met plezier' is het motto van Klimexperience dat onze Marmottereis organiseert. En onderweg schreeuwt dat geregeld om aanpassingen. 'Doodgaan met plezier' maakte fietsmaat Wilco er vandaag van in de beklimming naar het skioord Les Deux Alpes, waar we (opnieuw) reden met 33 graden in de schaduw en 43 in de zon. En we rijden bijna altijd in de zon. Na een dagje aftasten kennen we in de groep elkaars sterke en zwakke kanten wel zo'n beetje. Ik heb ontdekt dat ik met de beteren meekan als mijn hartslag in de klim tussen de 160 en 170 ligt. Maar aangezien ik dat geen Marmotte ga volhouden, experimenteer ik met een tandje lager. Sinds Wilco heeft ontdekt dat ik akelig regelmatig klim, doodstil op de fiets zit en ook geen gekke stuurbewegingen maak, wijkt zijn voorwiel geen centimeter van mijn achterwiel. Praten doen we onderweg niet veel. Klagen wel. Na de eerste vijf steile bochten van Alpe d'Huez sloegen we vanmorgen rechtsaf bij La Grave, waar wegkapitein Ton ons een mooie, alternatieve route naar Les Deux Alpes had beloofd. Mooi was ie zeker, maar hij liep ook voortdurend omhoog, waardoor we er uiteindelijk toch nog een soort Huez aan vastplakten. Ook Les Deux Alpes mocht er zijn: negen kilometer in evenzoveel bochten omhoog tot de skiliften op 1650 meter. Maar de afdaling was super. Voor de terugweg kwam chauffeur Gé met de bus om ons de steile klim naar het hotel te besparen. Terwijl we in de met racefietsen volgepakte touringcar op de berg de ene na de andere zwoegende renner passeerden, kon ik toch nog wat respect opbrengen voor het motto van Klimexperience: Kijk, dit is nou klimmen met plezier.

 

Langs het stuwmeer (links) en een fotoshoot voor de Wielervereniging Katwijk (rechts).

 

Eindelijk klimmen met plezier.

 
 
 
 

Woensdag 1 juli

Vanaf vandaag wordt alles - tot aan de dag van La Marmotte, tenminste - gemakkelijker, hebben Ton en Maurice van Klimexperience ons verzekerd. Gisteren was niet alleen vanwege de hoogtemeters en de hitte een loodzware rit. Onze lijven moesten ook wennen aan het verblijf op grote hoogte. Vandaag dalen we weer af van ons hotel op 1500 meter, om via Bourg d'Oisans de eerste vijf - zwaarste - bochten van de Alpe d'Huez te doen. Dan slaan we bij het dorpje La Grave rechtsaf en rijden we naar Les Deux Alpes voor de belangrijkste klim van deze woensdag. Rustig aan, is ons verzekerd, voor wat het waard is. Na de afdaling wacht de bus beneden op ons voor een comfortabele klim naar het hotel en het pastabuffet.

 
 
 
 

 

Dinsdag 30 juni

 

Ons hotel ligt op ruim 1500 meter aan een doodlopende weg. Het grote voordeel daarvan is dat elke fietstocht begint met een heerlijke afdaling. Over het grote nadeel later meer. Na een korte instructie van wegkapitein Ton lieten we ons dus een meter of zeshonderd omlaag vallen, om vandaar via de rustige achterkant Alpe d'Huez op te rijden. Op vier kilometer van de top kwamen we de voor Hollanders zo legendarische klimroute op en toen was de verleiding om meteen maar naar boven te trappen natuurlijk niet te weerstaan. Voor de finish van de Tour de France, en straks ook van La Marmotte, moet je het dorp door en nog een kilometer verder naar boven, waar een schamel erepodium vooral dienstdoet bij fotoshoots van bij voorbaat kanslozen, zoals ondergetekende. Vandaar ging het omlaag naar Bourg d'Oisans voor een terrasje, met daarna de klim naar de voor mij onbekende Berarde. Les Deux Alpes, die eigenlijk voor vandaag op het programma stond, bewaren we voor morgen. De grootste vijand van vandaag - de hitte - en het besef om in de aanloop naar La Marmotte niet al het kruit te verschieten deed ons halverwege deze lange, een beetje glooiende klim omkeren, om de dagtrip niet te ver boven de 90 kilometer te laten uitkomen. Want voordat we ons in het chalet konden overgeven aan de goddelijke handen van masseur Frans, wachtte nog een helse klim met stijgingspercentages tot 12 procent en temperaturen van tegen de 40 graden in de volle zon. Ja, dat bedoelde ik met het grote nadeel van een hotel dat op ruim 1500 meter aan een doodlopende weg ligt. Morgen zetten we de bus beneden.

 

Niet eens een droom, gewoon een onwaarschijnlijk beeld.

 

Na gedane arbeid aan de cola (!) - aan meer was even geen behoefte - bij Ozzie's Bar.

 
 
 
 

Maandag 29 juni

De eerste dag van de Marmotte-week is al een loodzware. De wekker staat om 2.30 uur (!) om het volgende schema af te werken: om 3.00 uur neef Raymon oppikken, fietsen opladen, rond 04.30 uur aankomst in Breda, fietsen en koffers uitladen, overstappen in de bus met fietsaanhanger die ons via tussenstops in Eindhoven en Maastricht aan het begin van de avond bij hotel Le Hors Piste in Oz en Oisans moet afleveren. Voor de volgende dagen staat ons het volgende te wachten (klik om te vergroten):

Geen idee hoe de internet-infrastructuur in dit afgelegen oord is, maar op momenten dat er verbinding kan worden gelegd staan op deze site verslagen van trainingsritten en andere voorbereidende activiteiten op de tocht der tochten.

Onze Marmotte-week is georganiseerd door www.klimexperience.nl. Kijk op de site naar het buitenlandprogramma.

 
 
 
 

Zaterdag 27 juni

De laatste voorbereidingen voor La Marmotte. 's Morgens nog een stukje gefietst met mijn zoon Steven - die vanwege mijn Spanje-reis, Limburgs Mooiste en de Ardennen al vier weken niks had gedaan - en daarna naar Kees Fietsshop om nog wat noodzakelijkheden in te slaan. Een buitengemeen goede fietsbroek van Assos (inclusief smeerseltjes om het een uur of negen op het zadel uit te houden), sokken, handschoenen, remblokjes (je weet maar nooit) en energiegelletjes in allerlei soorten en maten. En natuurlijk bij een kop koffie de waardevolle adviezen van Kees en Berry, beiden ervaren Marmotte-rijders. Bij het weggaan moest ik nog een gewetensvraag beantwoorden: 'Je gaat toch niet in dat pakje van Nico's Fietsplus (het tenue van de wielervereniging Katwijk, DvdP) de Marmotte rijden, hè? Op trainingsdagen, oké, dan kun je aantrekken wat je wilt. Maar de Marmotte rijd je in het Kees Fietsshop-shirt van de Noordbikers.' Ik kan (dus) niet anders. La Marmotte is de (voorlopige) bekroning van de fietslessen die ik jaren bij de Noordbikers heb gehad.

 
 
 
 

 

Vrijdag 26 juni

 

Het is een wrak. Hij komt niet meer vooruit. Zit er helemaal doorheen. Het wordt niks meer met hem, dit seizoen. Aldus fietsmaat Rob 1 over Rob 2 die 'zwaar overtraind en mentaal gebroken' niks meer van zijn fiets zou willen weten. In een telefoongesprek tussen de Robben had Rob 2 geklonken als Michael Jackson kort voor het bewuste 911-telefoontje naar de alarmcentrale. Een beetje verbaasd was ik dus wel, toen hij vanavond opdook bij de clubtraining en als wegkapitein vertrok van de groep snelle mannen. En die verbazing nam tijdens de rit alleen maar toe. Eén moment in het bijzonder staat me nog bij: een Rob 2 die het tempo van kop af voor de zoveelste keer tot ver boven de vijftig kilometer per uur trekt en - superieur en licht geërgerd - achterom kijkt naar mij, het mannetje in zijn wiel dat maar niet overneemt. Alleen na afloop op het clubterras kwam er weer iets van de klager in hem naar boven: 'Mijn hartslag wilde niet boven de 145, een teken dat er iets helemaal niet goed zit.' Zo overtraind wil ik volgende week zaterdag wel aan La Marmotte beginnen.

 

Hij heeft de training weer hervat: Mart M. (links), die liever anoniem wil blijven totdat hij die tien kilo overgewicht kwijt is. Binnen twee maanden, heeft hij beloofd.

 

Het rennersterras van clubgebouw De Goerie: koffie met wielerlatijn.

 
 
 
 

Dinsdag 23 juni

Een beetje rustig aan doen, deze week, in de aanloop naar La Marmotte. Dat was het plan. Misschien helemaal niet fietsen, dacht ik eerst, lekker 's avonds met de beentjes omhoog zitten. Om verschrikkelijk gretig te worden. Te mijmeren over supercompensatie op de flanken van de Galibier. Maar toen ik rond een uur of zeven al voor de tv bij Lingo in slaap dreigde te vallen, toch maar naar de club getrapt. Want ach, zo'n dinsdagavondritje met de Wielervereniging Katwijk is misschien wel goed als hersteltraining, na de Ardennentocht van zaterdag. Maar bij het indelen van de groepjes bleken de snelle mannen sterk onderbedeeld, waardoor ik mezelf er, na ampele momenten van aarzeling, op het laatste moment toch weer achteraan zag hobbelen. Bijna 65 kilometer gereden, derhalve, tegen een gemiddelde van ruim boven de 32, met een noordoostenwind die langs de Ringvaart kracht zes had. Misschien kan ik de rest van de week maar beter uit de buurt van m'n fiets blijven. Elke keer als ik op het zadel ga zitten, loopt het toch anders dan ik had gepland.

 
 
 
  Maandag 22 juni

De vraag is of dit ooit een wervende poster gaat worden voor de Wielervereniging Katwijk: twee oudere heren - door de vertekening van de lens lijkt het alsof ze worstelen met licht overgewicht, maar niets is minder waar - die in Limburgs Mooiste amechtig hijgend de steile Eyserbosweg proberen te beklimmen. Zelf heb ik deze opname (gratis van de LM-site te downloaden, waarvoor hulde aan de organisatie van deze toertocht) op mijn harde schijf opgeslagen onder de titel 'Wieltjesplakker', zonder daarmee mijn fietsmaat en collega Rob 1 tekort te doen, uiteraard. Maar ik moet al die foto's een beetje uit elkaar kunnen houden. Mocht Max, de Zonnebloem of een andere organisatie die zich bezighoudt met activiteiten in de laatste levensfase interesse tonen voor dit  promotiemateriaal, dan houden wij ons (tegen een redelijke vergoeding) aanbevolen.

 
 
 
 

Zaterdag 20 juni (avond)

Uiteindelijk zit je langer in de auto dan op de fiets, maar je moet er wat voor over hebben om leuke klimmetjes te pakken uit de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Bovendien hoefde ik niet te rijden, waardoor je onderweg minstens twee uur (heen en terug) in vergetelheid kunt wegzakken in het busje van Jan 'Pep'. Het was voor het eerst dat ik echt een volledig rondje Ardennen reed, en niet als aanhangsel van een Limburgs Mooiste, Boogie's Extreme of een cyclo-Touretappe. Maar de mannen met wie ik mocht rijden waren veteranen in dit gebied, die elke bult bij naam en eigenaardigheid kennen. Zoals de Côte de Rosier, de Côte de Wanne en - als toetje - de Côte de Stockeu, met bovenop het beeld van Eddy Merckx. Dit is ook het gebied van het Ardennenoffensief, met in elke dorpskern nog een tank of een rupsvoertuig om aan die bloedige periode te herinneren. Onze route voerde dwars door de grootste markt met oorlogsspullen die ik ooit heb gezien, met enge types in uniform die net iets te enthousiast Duitse legerhelmen op hun hoofd zetten of met hun vingers strelend over onschadelijk gemaakte handgranaten gingen. Brrrr. Ik durfde er niet eens een foto van te maken, zo'n sfeertje hing er. Tegenwoordig zijn de Ardennen vooral een wielrennersparadijs, gelet op het aantal pelotons dat we tegenkwamen. Een kleine honderd kilometer reden we vandaag, met overwegend mooi weer, op een flinke bui van een uur na die de temperatuur met een graadje of tien deed dalen. Rond een uur of drie waren we weer in Stavelot, vroeg genoeg om kannibaal Merckx met een extra lusje eer te bewijzen aan het eind van een gruwelijk steil hellinkje. Van ons groepje dappere klimmers ben ik het best voorbereid op La Marmotte, dat was wel duidelijk. Maar het (of misschien wel mijn) probleem is: zij gaan niet naar La Marmotte.

 
 
 
  Zaterdag 20 juni

Niet gepland, een week na Limburgs Mooiste, maar toch leuk: vandaag met wat HTWV'ers (Hijgend Trekken Wij Voort) naar de Ardennen om vanuit Stavelot de Route des Ambleve te rijden. Vanavond of anders morgenochtend een verslag. Klik hier voor de route.

 
 
 
 

Vrijdag 19 juni

 

Vanmorgen al een mailtje van Schwalbe:

 

Geachte heer Van der Plas,

 

Bedankt voor uw foto's. Wij hebben deze inmiddels in ons garantiebestand opgenomen. Om uit te sluiten dat u problemen krijgt in Frankrijk zullen wij u vandaag nog twee nieuwe zwarte Ultremo's inclusief binnenbanden opsturen. Zodra u de banden in ontvangst genomen hebt kunt u uw huidige versies weggooien.

 

Wij vertrouwen erop uw garantieaanvraag naar volle tevredenheid te hebben afgehandeld.

 

Als er nog vragen zijn, dan horen wij dit graag.

 
 
 
 

Donderdag 18 juni

Zo ziet een Schwalbe Ultremo R met een productiefout eruit. Het is m'n tweede exemplaar in een paar weken tijd dat tijdens de rit spontaan een kamelenbult krijgt. De leverancier beweert op de site dat 'een beperkt aantal exemplaren' is afgeleverd waarbij de weefsellagen onvoldoende van rubber zijn voorzien. Kennelijk ben ik dan de grootste pechvogel die op Ultremo's rondrijdt omdat - sinds ik dit jaar Ultremo gebruik - al mijn banden van dit merk dit mankement vertonen. En altijd halverwege een lange rit. Mijn eerste band is keurig onder garantie door mijn huisdealer Kees Fietsshop in Noordwijk vervangen, maar voor dit tweede exemplaar heb ik maar contact gezocht met Schwalbe zelf, vooral om te horen hoe groot het risico is dat dit me straks halverwege La Marmotte ook overkomt. Na het mailen van een fotootje en een productiecode (aan de binnenzijde van de band) stuurt Schwalbe mij 'per ommegaande' een goede band, opdat ik 'met een goed gevoel La Marmotte in Frankrijk kan gaan rijden'. Belooft de afdeling Verkoop. Als mijn Marmotte op 4 juli niettemin alsnog in een Camel Trophy verandert, rijd ik nooit meer op een Schwalbe. Dat beloof ik dan weer, op mijn beurt.

 
 
 
  Woensdag 17 juni (rectificatie)

Bij de minste of geringste vorm van tegenspraak, roept hij theatraal dat 'de emmers stront weer over hem worden uitgestort'. Zo ook vanmorgen weer, op de redactie, na het lezen van mijn logje van 16 juni. Vandaar dat ik hier maar - voor wat het waard is - even doorgeef dat mijn collega en fietsmaat Rob 1 gisteravond - 'heus waar, heus waar' - nog was teruggereden om te kijken waar ik bleef, maar dat de politie hem er niet meer doorliet. En - zou je net zien- had hij altijd z'n politieperskaart in z'n portemonnee zitten, en uitgerekend deze keer niet. Nee, ik onthoud me van een waardeoordeel over deze lezing. Anders zit ik morgen weer met dat gejank, over die emmers stront.

 
 
 
 

Dinsdag 16 juni

Nee, dit zijn niet de organisatoren van een louche Belgische kermiskoers die na afloop de startgelden zwart uitkeren. De leden- en NTFU-pasjes van de Wielervereniging Katwijk zijn binnen en secretaris Christiaan Weegink toont, voor het begin van de dinsdagavondtraining, de bescheiden van Lidnummer 12: Dick van der Plas. Vooral de Toerfietskaart van de NTFU is handig om - zoals een soldaat zijn registratieplaatje - bij je te dragen omdat het alle relevante gegevens bevat die je zelf niet meer aan hulpverleners kunt doorgeven als ze je van het asfalt schrapen. Na enkele weken te hebben verzuimd was het weer even wennen in het peloton van de club, waar de jonge honden van het bestuur de mannen van de snelle groep opzweepten met kreten zoals de oudste generatie (waartoe ik behoor) die nog wel kennen van de veedrijvers uit series als Rawhide. Met halverwege opnieuw een nare bobbel in mijn Ultremo R-achterband (de tweede al, in drie weken tijd) was het lastig volgen, maar op m'n tandvlees lukte het nog er snelheden tot 47 kilometer per uur uit te persen (advies van fabrikant Schwalbe voor slachtoffers van deze productiefout: onmiddellijk luchtdruk reduceren en de tocht met een gering tempo en voorzichtige rijstijl voortzetten.) Op de terugweg stuitten we bij Warmond op de passagiers van een gestrande trein (morgen op de voorpagina van het Leidsch Dagblad, lees die krant!), waarna mijn verslaggeversbloed begon te borrelen en ik de groep moest laten gaan om wat geïmproviseerde interviews af te nemen. In de verte zag ik mijn fietsmaat maar ook Duin- en Bollenstreek-redacteur Rob 1 met een 'Na mij de zondvloed'-gezicht nog eens aanzetten en ijzerenheinig uit mijn blikveld verdwijnen. Puntje voor zijn komende functioneringsgesprek, dunkt me.

 
 
 
 

Zondag 14 juni

Ook het trainingslogboek van Limburgs Mooiste geeft aan dat de 2009-versie - in elk geval voor mij - zwaarder was dan de Amstel Gold Race. Met veel meer kilometers in de benen dan op 18 april in de 'Amstel' was mijn gemiddelde hartslag in de 'Mooiste' met 132 toch 6 slagen hoger. Hetzelfde geldt voor het Energieverbruik (5069 tegen 4849 kcal). Van de totale rit reed ik 8 procent in het 'rood' (6 in de Amstel). Maar al met al, toch geen cijfers die er op duiden dat ik voluit ben gegaan. Laat ik dus maar moed putten uit het feit dat er nog zoveel rek in zit dat ik La Marmotte met enige vertrouwen tegemoet zie. Op de hellingen van de Croix de Fer, de Telegraph, de Galibier en de Alp d'Huez moet de gemiddelde hartslag toch zeker tussen de 150 en 160 komen om niet andermaal van een zondagmiddagritje te hoeven spreken.

 
 
 
 

Zaterdag 13 juni

Limburgs Mooiste is een femme fatale. Wreed, maar onweerstaanbaar. Dat gold met name voor de uitvoering van 2009. Want waar die andere grote Limburgse toertocht - de Amstel Gold Race - zijn kracht voornamelijk ontleent aan de voorspelbaarheid (toerfietsers volgen het spoor van de profs), legt Limburgs Mooiste van jaar tot jaar een behoorlijke grilligheid aan de dag. Deze uitvoering vonden wij - neef Raymon en ik, die deze femme fatale al eerder bereden - de zwaarste tot nog toe. En fietsmaat Rob - tot vanmorgen een 54-jarige maagd, wat Limburgs Mooiste betrof - sprak ons onderweg niet tegen. De gekste klimmetjes reden we op, met illustere namen als de Grijze Rots, de Kosenberg en het Kersenpad, en als een helling (zoals de Fromberg) ons eens vertrouwd voorkwam, had de organisatie ergens halverwege wel een afslag gevonden met een smokkelaarspaadje dat via een stijgingspercentage van 16 procent of meer ook nog naar de top voerde. Ook anderszins was dit een uitvoering die er wezen mocht. De laatste nieuwsbrief van de organisatie bevatte een tip om de gebruikelijke file op de aanvoerroute te vermijden die alleen wij leken te hebben nagevolgd (we reden als enigen via Brunssum en konden in Landgraaf op zo'n vijftig meter van de startstreep probleemloos parkeren) en waar de organisatie in het verleden nog weleens steken liet vallen bij de bevoorrading en de controleposten, liep alles nu voorbeeldig. Hoewel dat misschien ook wel kwam doordat wij om hiervoor geschetste reden al om 8.10 uur in het zadel zaten en hele stukken van het parcours met ons drieën aflegden alsof er geen 16.000 andere deelnemers op pad waren. Niettemin: vier keer krentenbollen, bananen, sportdrank en energierepen bovenop de degelijke basis van zes (neef Raymon) en zeven (ik, zei de gek) van te voren geprepareerde broodjes bal, maakten dat de hongerklop verre van ons bleef. Maar het mooiste van Limburgs Mooiste was wel het glas bier dat we direct na de finishlijn kregen overhandigd. Jazeker, deze femme fatale weet hoe zij mannen moet behagen.

 

Hoe zwaar Limburgs Mooiste soms was...

 

 

 

 
 
 

Vrijdag 12 juni

Hoe vertel ik het mijn vrouw?, was de centrale vraag op ons voorbije trainingskamp in Spanje. Hoe vertel ik wat? Dat we twee dagen na thuiskomst alweer moeten afreizen naar Landgraaf om van start te gaan in Limburgs Mooiste. Rinus en Frank vertrekken vanavond al, zelf ga ik pas morgenochtend vroeg met neef Raymon en fietsmaat Rob. We volgen de gebruikelijke routine van om een uurtje of vijf vertrekken en rond half negen op het zadel zitten. Ook dit keer doen we weer de 150 kilometer, de meest courante afstand met toch alle leuke klimmetjes. Qua hoogteprofiel (boven) ziet dat er zo uit. De belangrijkste verschillen met de Amstel Gold Race zijn de volgorde waarin je ze voor de kiezen krijgt en de Belgische 'lus' (zie het kaartje onder) die Limburgs Mooiste net weer even anders maakt. Zaterdagavond - of als het tegenzit: zondagmorgen - op deze site een verslag van de rit. De vrouw weet het inmiddels ook. Ze reageerde zoals de vissersvrouwen in Kniertje, als de mannen weer naar zee moesten: berustend.

 
 
 
 

 

Woensdag 10 juni

 

Vaste volgers van dit wielerlog kennen ze wel: de hoogteprofielen die de Hac4-fietscomputer van mijn rentenierende vriend uitspuugt. Op dagen dat hij met ons meefietst, voorzien ze ons na afloop van - voor statistici onmisbare - informatie over hartslag, snelheid, hoogtemeters en alles wat je verder nog over de rit wilt weten (en ook wat je niet wilt weten). Maar nu hij afgelopen week een aantal keren verstek moest laten gaan om bouwvakkers aan te sporen, vanwege rugklachten en het bezoeken van zijn vriendin in het ziekenhuis van Benidorm, zitten er ook lacunes in de informatievoorziening. Daarom kan ik hier alleen bij benadering zeggen hoeveel we hebben getrapt, de afgelopen week. Een kilometer of 650, schatten we in. Het aantal hoogtemeters? Geen idee. Maar het moeten er duizenden zijn geweest. Tientallen bidons zijn er geleegd en evenzoveel bocadillos weggewerkt. Liters bier, rode wijn en carajillos, met - voor los maricones - blikjes coca cola en kopjes Americanos. Was het genoeg voor La Marmotte, waarvoor dit voor mij een voorbereidingsweek was? Die vraag kan ik pas beantwoorden op zaterdag 4 juli, als ik ergens halverwege de Galibier omhoog kruip. Hoewel, dat kan ik eigenlijk ook nu al: op dat soort momenten is het altijd te weinig.

 

 
 
 

De klim naar het bergdorpje Guadalest (boven in beeld).

 

Dinsdag 9 juni

 

Op papier heette het de koninginnenrit te zijn, maar eigenlijk vond ik de tocht van afgelopen vrijdag met Gareth (over de Tudons) veel zwaarder. Maar toen waren Rinus en Frank halverwege omgekeerd. Nu reden ze wel mee naar het bergdorpje Guadalest, de nummer 1 attractie van toeristisch Spanje. Voordat we aan de serieuze klim begonnen hadden we al de Col de Rates en het hoogteverschil op de weg naar Tarbena bedwongen, maar wat na Guadalest nog kwam was ook niet misselijk. De weg golfde voortdurend omhoog richting Confrides en ook op de route van Gorga naar Castell de Castells kregen we voortdurend steile klimmetjes voor de kiezen. Frank had het er maar zwaar mee, zeker toen hij - die hier ook vooral was gekomen om mijn zwager Rinus eens een fietslesje te leren - in de afdalingen vanaf Guadalest ook voortdurende reglementair uit het wiel werd gereden zonder zich te kunnen verschuilen achter zijn vaste excuses te steil en/of te warm (want er stond een lekker windje). Nee, hij was zelf zo sportief om een passende benaming te bedenken voor dit rondje Guadalest: een kwade les. Zijn lijf schreeuwt om revanche, maar de evaluatiecommissie zal zich de komende maanden moeten beraden over de vraag of hij er volgend jaar al aan toe is om wederom met de grote mannen mee te trappen.

 

De 'hoofdweg' naar Guadelest.

 
 
 
 

De Bernia. Links op de voorgrond ligt de 'rots van Calpe'.

 

Maandag 8 juni

 

Het is nog steeds zo dat we hem op elke verkeersdrempel op achterstand rijden, maar we zouden onze fietsmaat Frank tekort doen wanneer we op deze plek niet onze respect uitspraken voor de manier waarop hij vanmorgen de Bernia opreed. Op het vlakke gedeelte van de prachtige klim naar deze bergrug - die midden in het dorp Jalón begint - reden zwager Rinus en ik (Edwin was Cokky uit het ziekenhuis ophalen) zelfs een tijdje achter Frank aan. We werden er verdorie een beetje verlegen mee. Na de almuerzo in bar Juan's - waar ik de agenten nog steeds niet kan verleiden tot wijn of bier bij hun bocadillo lomo, queso y tomates (stokbrood met varkensvlees, kaas en tomaten) - deden we de min of meer vlakke route langs de kust, via Calpe, Moiraira naar Javea, waar je in februari altijd wel trainende profploegen tegenkomt. Ook hier - zeewindje, met een graadje of 26 nog niet te warm - kan de bikeragent goed uit de voeten. Morgen, op onze laatste koninginnerit door het hooggebergte, wordt het tijd om zijn groeiend zelfvertrouwen weer de kop in te drukken. Het vuur van de wraak moet de hele winter bij hem blijven branden. Daar wordt hij alleen maar  beter van.

 

De kustweg van Calpe naar Moiraira (rechts).

 
 
 
 

Zondag 7 juni

Rust is ook training, luidt een bekend adagium in de sport. Dus deden we vandaag een beetje mak-an rond het zwembad, met een enkel wandeluitstapje naar Lliber met Poppy (Edwin en Frank) en een restaurant in Parcent voor een paellamaaltijd. Verder niets, behoudens wat fietsonderhoud (zwager Rinus - erkend lekrijder, zo u weet - heeft altijd wel een band te plakken). In de zon liggen voelt bovendien nog lekkerder aan als er vanuit Nederland sms'jes binnenkomen dat de regen er met bakken uit de lucht valt en mijn eega zelfs even overwogen heeft om de kachel aan te steken. Hier was het alleen in de schaduw van de palmbomen of in het water een beetje draaglijk. Morgen gelukkig weer een stukje fietsen. Dat is beter uit te houden.

Algemeenheden over onze Spaanse week staan op het 'gewone' log.

 
 
 
 

Zo wordt het wachten tijdens de traditionele lekke band van Rinus toch nog de moeite waard.

 

Zaterdag 6 juni

 

De Alt de Margarida is, op de derde dag van ons trainingskamp, een mooie scherprechter. Even kijken hoe de mannen er inmiddels voor staan. De klim is niet steil, maar wel lekker lang en bovenal mooi: hij slingert door typische Spaanse dorpjes waarvan de namen allemaal met 'Beni' beginnen, in de rivierbedding bloeit oleander en de bergtoppen van Vall de Gallinera rijzen aan weerskanten hoog op. In het verleden, toen de fietsclub van Jalón nog sterk was, voerden we gedurende de klim steeds de snelheid op om het peloton aan gort te rijden. Dat werkt ook met Rinus en Frank. Bij mijn eigen Noordbikers moet m'n hartslag tot een eindje in de 170 oplopen, voordat de eersten gaan piepen. Maar de agenten gaan er al bij 154 af. Ach ja, de Nederlandse politie. En dan schijnen dit nog de best getrainden van heel Kennemerland te zijn (beweren ze zelf). Rinus is deze week geen ochtendmens en Frank - die dacht dat Spanje, op de Pyreneën na, helemaal vlak was - blijkt lichamelijk en dus ook geestelijk slecht voorbereid. Edwin volgt goed op karakter en - dankzij dit trainingskamp - met een stijgende conditie. Van zwager Rinus weet ik uit voorgaande jaren dat hij altijd nog een tweede, derde en een vierde leven heeft en dat blijkt ook gedurende deze rit van 144 kilometer die nog een aantal venijnige verrassingen voor ons in petto heeft. Vooral de klim na Lorxa is dodelijk: slecht wegdek, gruwelijk steil en met de wind in de rug stijgt de temperatuur tot 37 graden. Maar Rinus blijft bij, al is het grote lijden op zijn gezicht af te tekenen (af te fotograferen, beter gezegd. De afdaling is, met snelheden van tegen de tachtig kilometer per uur op een weggedeelte dat door de EU speciaal voor ons alleen is aangelegd, de ultieme beloning. We rijden vlak terug langs de N-weg, waar om de honderd meter schaars geklede prostituees op klandizie wachten. Maar die beloning laten we, na zeven uur op een hard fietszadel, aan ons voorbijgaan.

 

Het grote lijden op de helling na Lorxa. Alleen de fotograaf dartelt vrolijk om de mannen heen.

 

Deze afdaling bij de stuwdam van Beniarres is alleen om naar te kijken.

 

Zelf mag ik ook eens op de foto.

 
 
 
 

Als je Frank zoekt, altijd twee bochten naar beneden kijken.

 

Vrijdag 5 juni

 

De Welshman Gareth van de fietsclub van Pedreguer heeft tal van anekdotes over politieagenten (of pigs zoals hij ze noemt). Zeker nu hij een dag eerder zijn verkeerd geparkeerde auto weggesleept zag door de dienders in Valencia (boete van 150 euro), heeft hij weinig goeds voor de beroepsgroep over. En na vandaag - waarop hij door Edwin voor ons als fietsgids was ingeschakeld - heeft hij er weer een mooi verhaal bij. De twee pigs die achter ons aanreden naar het restaurant in Finistrat, slaagden erin op een enkele rechte weg naar boven ons kwijt te raken. En dat alleen maar omdat ze zich niet aan regel 1 van het Spaanse wielrennen hielden: als iemand zegt dat het nog vijf kilometer omhoog is, ga dan uit van tien. Dan kan het alleen maar meevallen als het achteraf acht blijkt te zijn. Gareth en ik zaten - tot verbijstering van een groepje Hollandse fietsers dat naast ons op het terras zat - al aan een liter bier en voor de pigs hadden we twee blikjes cola laten klaarzetten. Maar al wie er kwamen, geen Rinus en Frank. Toen ik na een half uur weer naar beneden reed om ze te zoeken, bleken ze na exact vijf kilometer al in de war te zijn geraakt toen ze ons niet zagen en werd de situatie na zes en zeven kilometer voor hen mentaal helemaal onhoudbaar. Een reconstructie zou later uitwijzen dat ze een paar honderd meter voor de bocht waarachter we hadden afgesproken ('restaurant rechts van de weg, wij houden jullie in de gaten vanachter ons tafeltje, kan niet missen') te zijn omgekeerd om een paar kilometer lager in een restaurant links van de weg koppig op ons te gaan zitten wachten ('Vijf kilometer is vijf kilometer'). Communiceren met de kopgroep - zij hadden ons 06-nummer, wij niet die van hen - leek ze niet nodig. Zo wordt nooit wat, met het omlaag brengen van de criminaliteitcijfers, als de Nederlandse politie aan dit soort personeel vastzit. Nu was dit toch het punt waarop Frank had besloten om terug te gaan en Rinus hem vergezelde, waardoor ik terugreed naar Gareth om onze geplande tocht van 140 kilometer over de Tudons (van zeeniveau naar 1020 meter hoogte) vol te maken. Nog een kilometer of negentig moest ik dus luisteren naar zijn in vaak onbegrijpelijk Welsh vertelde anekdotes, raadsels en moppen over de door hem zo gehate pigs.

 

 

 
 
 
 

Donderdag 4 juni (avond)

Na een jaartje of tien fietsen in deze contreien, kan ik aan het lijstje met plaatsnamen dat mijn rentenierende vriend op het rittenschema heeft ingevuld afleiden dat de eerste tocht meteen een hele gemene is. Hij heeft dan ook een verborgen agenda: kijken hoe het met onze conditie is gesteld en meteen checken hoe Frank - onze mystery guest die voor het eerst mee is - moet worden ingeschat. Deze wijkagent uit Haarlem-Noord heeft dit jaar al 8000 kilometer op de (dienst)mountainbike en op de racefiets in de benen, maar moet meteen al op de eerste zware klim (Vall d'Ebo) erkennen dat dit toch heel wat anders is dan het in de baas z'n tijd van kopje koffie naar kopje koffie (22 op een dag, gaf hij toe) trappen om, zoals wijkagenten tegenwoordig doen, de boel een beetje bij elkaar te houden. Ook de rest van de dag toonde hij zich nederig en niet alleen vol bewondering voor onze klimcapaciteiten en de manier waarop we de temperatuur van een graadje of 35 verteerden, maar ook voor de enorme hoeveelheden voedsel en drank (oké, ik geef toe: qua drank voornamelijk Edwin en ik) we tijdens de driegangenlunch kunnen wegwerken. Zijn eigen optreden analyseerde hij als 'dramatisch', wat door de rest van het gezelschap niet werd weersproken. Want zo zijn we dan ook weer. Zelf mocht ik niet mopperen: of mijn Marmotte-vorm zit eraan te komen, óf mijn nieuwe Trek Madone klimt uit zichzelf veel beter dan ik ooit heb gedaan. Morgen blijft Edwin een dagje thuis (pijn in z'n rug, conditiegebrek, vriendin Cok inmiddels toch opgenomen in het ziekenhuis), maar heeft fietsclubgenoot Gareth uitgenodigd om ons in de vernieling te rijden. De wijkagent uit Haarlem-Noord heeft een optie genomen op de eerste afslag richting zwembad, mocht hij na de eerste anderhalf uur constateren dat meetrappen met de echte renners nog een beetje te hoog gegrepen is.

 

 
 
 
 

Donderdag 4 juni (ochtend)

We zijn er: Jalón, Costa Blanca, Spanje. Vriijwel het complete huis van de buren - het onderkomen van mijn rentenierende vriend is in vergaande staat van verbouwing - staat tot onzer beschikking, inclusief zwembad op de patio, maar later daarover meer. De eerste rosado is reeds genuttigd in onze eetkamer, er zijn cadeaus uitgewisseld voor onze gastheer en -vrouw, er is goed geslapen en de fietsen zijn zojuist rijklaar gemaakt. De eerste rit gaan we meteen al zonder Edwin maken omdat hij te druk is met wondverzorging (zijn vriendin Cokky heeft een nare bacterie opgelopen) en het aansturen van bouwvakkers. Maar het gaat goed komen: ik weet de weg. Zware tocht in het vooruitzicht onder tropische omstandigheden. Het wordt hoe dan ook zweten.

O, laatste nieuws: Edwin fietst toch mee, de dokter is tevreden over Cok. Geen koorts meer. Nu op weg.

 
 
 
 

Woensdag 3 juni

Een week lang fietsen we - mijn zwager Rinus, zijn collega Frank en ik - bij mijn rentenierende vriend in Jalón aan de Costa Blanca in Spanje. Het is het dorpje rechts op dit Google Earth-plaatje (Xaló is Valenciaans voor Jalón), net onder Lliber. Zodra je de vallei met wijnvelden en sinaasappelboomgaarden uit rijdt, zit je meteen in de bergen. Hier zijn de meeste van onze trainingsritten uitgestippeld. Voor de liefhebber met een Bosatlas hier het schema dat wij voor de komende dagen kregen toegemaild:

Woensdag(avond): aankomst in Valencia.
Donderdag: nadat we de fietsen hebben afgesteld gaan we naar Vall de Ebo, via Murla, Orba, Val de Ebo, Tollos, Castell de Castells, daar gaan we omhoog naar Tarbena en over Coll de Rates weer terug.
Vrijdag: Onder leiding van Gareth wordt een prachtige (verrassings)tocht gemaakt. Om 9 uur op de kruising van Alcalali ontmoeten jullie hem.
Zaterdag: Wij gaan via Parcent naar Pego, Benissiva, Alt de Margarida, stuwmeer naar Lorxa en dan gaan we via de nieuwe weg naar Villalonga, Oliva, Pedreguer, La Llosa.
Zondag, beetje rustig aan route: Misschien met de fietsclub van Xaló mee, maar dat is wel erg rustig aan. Ook leuk is om met de auto naar het binnenland te gaan en om de Xoret de Cati te beklimmen (ter voorbereiding op de Marmotte). Ergens wat eten en niet zoveel kilometers maken maar wel klimmen oefenen.
Maandag, route langs de kust: Bernia omhoog, dan naar Calpe, Moraira, Montgo, Denia dus niet al te inspannend. Niet te veel klimwerk.
Dinsdag: Tudons, maar dan over Col de Rates, Callosa, La Nucia, Finestrat, Sella, Tudons, Benassau, Confrides, Guadalest, Callosa, Col de Rates. Dat is dan dus de zwaarste rit van die week.
Woensdag(middag): terug naar Nederland.

Op dit log elke dag een verslag van de ritten.

 
 
 
 

Van links naar rechts: Marco, Paul, Hans, een stiekeme, anonieme meerijder en, helemaal rechts, Pieter.

Maandag 1 juni

Noordbikers zijn gewoontedieren. Als de route van Eerste Pinksterdag goed is bevallen en de wind waait nog steeds uit dezelfde hoek, waarom zouden we hem op Tweede Pinksterdag dan niet nog een keer rijden? Met z'n vijven vandaag - van wie er vier gisteren ook van de partij waren - ging het door de duinen naar Zandvoort, langs het circuit en weer de (Kennemer)duinen in, tot aan Driehuis, vandaar rechtsaf langs het Noordzeekanaal, weer rechts langs golfterrein Spaarnwoude richting de Ringvaart en vandaar via Sassenheim naar Noordwijk, voor de traditionele nazit op het terras van de tennisclub. Toch raar dat diezelfde route vandaag - met opnieuw een gemiddelde van 34 - opeens een stuk zwaarder leek dan gisteren. De slag in mijn achterwiel die ik halverwege dacht te hebben opgelopen, bleek bij thuiskomst een indrukwekkende uitstulping in een bijna doorboorde buitenband. Als die onderweg - zeg ter hoogte van Schiphol - was geklapt, had al het vliegverkeer een paar uur stilgelegen. Nu hobbelde ik op mijn hardgekookte Pinksterei veilig naar huis.

Een bericht aan mijn fietsenmaker: Kees, ik kom morgen toch nog even langs, voordat ik woensdag naar Spanje vertrek.

 
 
 
 

Zondag 31 mei

Een goede racefiets onder je kont en een warm ochtendzonnetje in de Kennemerduinen. Wat wil een mens nog meer? Normaal komen we hier niet, met de Noordbikers, maar met een door de Pinksteren uitgedund peloton van acht renners en de meeste zondagfietsers nog op één oor, durfden we het wel aan op de nauwe paadjes van het natuurgebied. Vandaag reden we ons rondje Noordzeekanaal 'andersom', met de Ringvaart aan het slot van de etappe die door het uitstapje door de duinen uitkwam op 105 kilometer met een gemiddelde van bijna 34 in het uur. De benen en - belangrijker nog - mijn knieën voelden goed, drie dagen voor het trainingskamp in Spanje.

Rechtsboven: de testinstallatie voor reddingsboten die worden gebruikt op booreilanden. Het gevaarte duikt met passagiers aan boord een meter of tien naar beneden, de Ringvaart in. De renner links is neef Raymon, rechts rijdt Paul van Hattem, alias Crocodile Dundee. Kijk op zijn site om alles te weten te komen over zijn deelname aan de Crocodile Trophy, een heroïsche mountainbiketocht van 1200 kilometer door de outback van Australië die in oktober wordt verreden.

 
 
 
 

 

Zaterdag 30 mei

 

Al na een paar weken is het bijna onmogelijk geworden om voor mijn zoon een zaterdagmiddagritje uit te stippelen. Na een paar keer door de duinen te hebben gereden, heeft hij dat wel gezien. Bossen vervelen hem ook. En polders? Polder vindt hij helemaal uitgesproken saai. Hij heeft behoefte aan afwisseling. Tsja, wat blijft er dan over? In de stad is tenminste wat te beleven, vindt hij, maar daar vind ik op de racefiets dan weer niks aan. Toch maar het Groene Hart opgezocht, vanmiddag, op zoek naar echte mannenkicks op ons tochtje van een kleine vijftig kilometer door Joop Zoetemelk-land (Oud Ade, Rijpwetering en Nieuwe Wetering): indrukwekkende landbouwvoertuigen, ouderwetse draaibruggen en bootjes, veel bootjes. Maar het mooiste vond hij de straffe oostenwind pal in de rug langs de Ringvaart. Wat dat betreft heb ik toch goede hoop dat er nog een wielrenner in hem schuilt.

 

 
 
 
 

Donderdag 28 mei

Het was mijn eerste kledingparty voor heren, dus ik wist eigenlijk niet goed wat ik ervan moest verwachten. Maar ik zal proberen er zo deskundig mogelijk commentaar bij te leveren. Model Rob 1 (rechts voor de kijkers) showt een broekje met ingenaaid zeemleer, comfortabel op het zadel maar ook praktisch voor de vijftigplusser die maar niet kan stoppen met nadruppelen. Let op de elegantie waarmee hij het laat zakken. Dit verraadt veel ervaring met exhibitionisme in het algemeen. Model Ruud (midden, die net als veel van zijn vrouwelijke collega's een voortdurend gevecht tegen de anorexia voert) draagt een shirt dat stijlvol over het middenrif valt. Hij trekt er een bijpassend colbertje bij aan, dat de markante slip nog beter doet uitkomen. Trendy model Rob 2 (links, let op de kekke zonnebril in het haar) assisteert bij de ensemble-wisselingen van wat uiteindelijk moet leiden tot een hele nieuwe, deels gesponsorde kledinglijn van gelegenheidsfietsclub HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort) die zijn première beleeft tijdens een lang trainingsweekeinde in de Duitse Eiffel.

 
 
 
 

Woensdag 27 mei

 

Een beetje een rustweek is dit voor me, als een soort stilte voor de storm. Mijn fiets staat voor zijn eerste onderhoudsbeurt bij de dealer en elke avond smeer ik mijn opspelende knieën in met Pro-Fit, een gel met ibuprofen. Volgende week wacht de eerste echt grote krachtproef van dit seizoen: de trainingsweek in de Spaanse bergen. Om de tijd de doden, hier mijn recentste wielercolumn uit de HDC-dagbladen.

 

 

Bolletjesslikker

In navolging van Tom Boonen (cocaïne), Andreas Klöden (bloeddoping) en
alle andere broodfietsers die dit seizoen al tot een bekentenis zijn
(of nog worden) gedwongen, kan ook ik er niet langer omheen. Ja, ik
gebruik. Al jaren. Voor de zwaarste wedstrijden zoek ik mijn toevlucht
tot witte bolletjes met de voorgebraden gehaktballen van Dirk van den
Broek, in combinatie met de (per twee verpakte) gevulde koeken van
hetzelfde supermarktconcern.


Wetenschappelijke studies geven er nog geen uitsluitsel over, maar er
zullen ongetwijfeld deskundigen zijn die menen dat je van gehaktballen
niet harder gaat fietsen. Dat doet er ook helemaal niet toe. Net als
veel andere middeltjes heeft de bal – op mij dan – een positief
psychologisch effect. Al voor mijn eerste schoolreisjes braadde mijn
moeder op de vooravond van de trip naar Efteling, Duinrell of
Omniversum haar zelfgedraaide gehaktballen die zij - nog warm en met het aanhangende jusmengsel - direct op de witte bolletjes sneed, waarna het de hele nacht kon indikken tot een goddelijk mengsel van deeg en vlees. Zes tot acht van die bollen kregen we (mijn zussen waren er iets minder dol op, maar daar had mijn moeder niks mee te maken) mee in ons rugzakje en ik kan me niet heugen dat er ooit één weer mee terugkwam. En nog steeds hoort de bal – op de heenreis naar vakantieadressen, bijvoorbeeld – tot de hoogtepunten in mijn bestaan en heb ik ook mijn nazaten inmiddels warm gemaakt voor deze
familietraditie.


Er zijn wel wielermaten die vreemd opkijken als ik – op weg naar
bijvoorbeeld een Amstel Goldrace – om een uurtje of vijf in de ochtend
in de auto aan mijn eerste broodje bal begin, spoedig gevolgd door een
tweede en een derde. Zelf bijten ze zich dan manmoedig door een
mueslireep of een bruine banaan, maar die krijg ik gewoon niet weg, op
mijn nuchtere maag. Ook halverwege een Keuten- of Gulpenerberg glijdt
het balletje gemakkelijker naar binnen dan zo’n in karamel gestold
granenmengsel met allerlei verantwoorde vitamines en mineralen. Een
man heeft vlees nodig. Dat hoefde je onze vroege voorvaderen al niet
te vertellen.


Enkele jaren geleden ben ik van de zelfgedraaide bal afgestapt en heb
ik me overgegeven aan de kant en klare exemplaren van Dirk van den
Broek. Gemak dient de mens, tenslotte, en ik weet niet wat Dirk (of
zijn vaste slager) erin stopt – ik zie soms stukjes paprika en ui –
maar ze zijn lekker pittig gekruid en na een kwartier goed doorwarmen
in de Croma zijn ze op de ideale temperatuur om tussen mijn bolletjes
te worden versneden. Met zes tot acht tegelijk gaan ze dan – bovenop
elkaar – in de plastic broodzak, die ik open op het aanrecht laat
staan om er een niet al te kleffe bende (condens!) van te maken.


Op buitenstaanders mag dit proces merkwaardig overkomen, het is me al
meerdere keren gebeurd dat ik bij bevoorradingsposten van grote
toertochten tevreden in mijn broodje beet en mij door andere fietsers
jaloers werd gevraagd: ’Wat heb jij?’ Na mijn antwoord (’Broodje bal’)
lopen ze dan gretig alle kramen met verantwoorde repen, krentenbrood
en bananen drie keer af om te kijken waar ik dat ding vandaan heb (uit
de achterzak van mijn wielershirt, maar dat zeg ik er natuurlijk niet
bij).


Nog geen enkele organisatie van een wielerronde durft eraan, aan het
broodje bal. Terwijl er toch voorbeelden zijn van grote renners – denk
aan een Johan Museeuw – die extra spierkracht dachten te halen uit een
bezoek aan dierenartsen die niet vies waren van het toedienen van
hormonen aan de veestapel van onze zuiderburen. Wat mij meteen op de
zorgelijke gedachte brengt: zou Dirk van den Broek zijn varkensvlees
soms uit België halen?


Om te voorkomen dat ik de eerste renner ben die straks positief wordt
getest op de kant en klare gehaktbal, gooi ik alles meteen maar op
straat.


Ja, ik gebruik, ik ben een bolletjesslikker.


En zolang de UCI ze niet op de verboden lijst zet, ga ik er gewoon mee door.

 
 
 
 

Zondag 24 mei

De eerste hatemail kwam al binnen:

Beste Dick,
 

Volgens de woordenboeken is een overloper iemand die tot een leger behoort en naar een andere partij (lees vijandelijke) overgaat. Een synoniem voor overloper is een deserteur of een afvallige. Het toeval wil dat dit ook nog een mannelijk woord is.

Zover wil ik natuurlijk niet gaan, maar het valt wel op nu ik na drie jaar van afwezigheid op de zondagochtend bij de NoordBikers geen Dick van der Plas meer aantref.

Omdat er toevallig een Katwijkse fietsenmaker het idee heeft opgevat een fietsclub op te richten, en om daarom gelijk maar over te lopen naar de 'vijand' gaat mij zelfs te ver.

Natuurlijk, je bent een Katwijker en natuurlijk het is een Katwijkse fietsenmaker en natuurlijk, het zijn allemaal Katwijkers die meerijden en natuurlijk vind ik het jammer dat ik je niet meer zie!

 

Nochtans, als ik me na de oprichting van de Wielervereniging Katwijk één ding heb voorgenomen, is dat ik op zondagmorgen bij de Noordbikers blijf rijden. De Noordwijkse tijd (8.15 uur) vind ik veel beter dan de Katwijkse (9.30) uur omdat je dan honderd kilometer kunt fietsen en toch nog op tijd bij je moeder aan de appeltaart zit. Deze Katwijkse gewoonte hebben ze in Noordwijk beter begrepen. Bovendien wordt er door de Noortukkers goed gefietst: ze maken me beter. Dat ik dit jaar pas één keer ben geweest, heeft alles te maken met het onheil dat de zondagmorgen over zich afroept: het regent, of het is de dag na de Amstel Gold Race, of de dag van de Hart van de Bollenstreek-toer, of het is Moederdag, of het is Pasen, of het is de dag na de zaterdagavond dat ik teveel gedronken heb. Kortom, er is altijd wel wat. Maar vanmorgen was ik er weer, nog vol goede herinneringen aan de eerste rit, dit seizoen: geen rondje Noordzeekanaal meer met een gemiddelde van 35 kilometer in het uur, maar een mooie, toeristische route in een beschaafd tempo. Dit 'nieuwe wielrennen' bleek bedekt onder een dun laagje vernis. Zonder wegkapitein Kees (Fiets), bleek er meteen sprake van Muiterij op de Bounty. Wat reden we? Rondje Noordzeekanaal met een gemiddelde van 35 kilometer in het uur.

 

 

 
 
 
 

Zaterdag 23 mei

Die kost wel een miljard, veronderstelt mijn zoon Steven van het jacht dat voor de kade van Royal Van Lent aan de Kagerplassen ligt. Een miljard is veel, al weet je natuurlijk nooit of er ergens onder het hydraulische helikopterdek nog een kruisraketwerper tegen de Somalische piraten is ingebouwd. Dat kan lekker in de papieren lopen. Maar verder denk ik dat ook in deze tijd van kredietcrisis de standaardformule van 'een miljoen euro per meter' nog steeds geldt. En wat zou dit zijn, een metertje of zeventig? Nou vooruit, nog wat extra voor aankleding en gekkigheid (gouden kranen zijn populair in dit genre) en voor een kleine honderd miljoen ben je helemaal vaarklaar. En dan maar ergens aanleggen op een plek waar iedereen je kan zien en lekker op het achterdek champagne innemen. Ja, zo nemen we onderweg - een kilometertje of 45 vanmorgen, stukje Ringvaart en noordelijke Bollenstreek - het hele leven door.

 
 
 
 

Foto Christiaan Weegink

Vrijdag 22 mei (2)

Net als rond het monster van Loch Ness en de Verschrikkelijke Sneeuwman moet er ook rond The Lone Ranger van de Wielervereniging Katwijk een zekere mystiek blijven hangen. Maar deze foto neemt daarvan niets weg. Sterker nog, versterkt de geheimzinnigheid alleen maar rond de eenzame renner die altijd een paar meter voor de groep doolt. Rechtsvoor is nog net de eerste slagschaduw van het peloton te zien. Daarvoor rijdt hij. Als een verkenner, altijd op zoek naar gevaar. Een gids, die ons door onbekende verten leidt. Wie is hij?, vragen de volgers zich af. Heeft hij een naam? Ouders? Woont hij in een huis, of ergens in een fietsenschuurtje? Allemaal onbelangrijk. Het is The Lone Ranger.

 
 
 
 

Vrijdag 22 mei

Het spreekgestoelte en de glazen autocues ontbreken nog, maar verder beginnen de toespraken van secretaris Christiaan Weegink aan het begin van elke training van de Wielervereniging Katwijk Obama-achtige allure aan te nemen. Hij roept op tot eenheid, saamhorigheid en ('Yes we can!') sociaal gedrag, waarna we allen vervuld van deze mooie woorden en vol goede voornemens op de pedalen gaan. Ergens halverwege - een lekke band en vele structuurloze kilometers verder - schreeuwt hij dan in de regel 'Vrij rijden tot aan Zandvoort' waarna de club alsnog verandert in een gezelschap dat zo gecast kan worden voor The Pirates of the Caribbean. Maar vandaag kregen we halverwege nóg een toespraak waarin hij weidse vergezichten schetste en ons - voor de terugweg - voorhield dat de sterken de zwakkeren moesten behoeden door ze te omringen met lichaamslengte en de bereidheid ze zorgvuldig uit de (tegen)wind te houden. Het leidde zowaar tot één grote groepshug tot aan Langevelderslag, waarna - The Lone Ranger voorop - tot aan Katwijk de kolder alsnog in de koppen sloeg. Nou ja, kolder, dat klinkt weer zo negatief. In een eerstvolgende toespraak zal Christiaan dit 'bezieling' noemen. Op die term bouwen we voort. Yes we can!

 
 
 
 

Donderdag 21 mei

Alles goed en wel, zo'n Wielerclub Katwijk, maar een fatsoenlijke honderd kilometer rijden is er niet meer bij, tegenwoordig. Vandaag (Hemelvaartdag, tenslotte) dus maar, met een select clubje klasbakken, via Voorschoten, Leidschendam en Delft door het Westland naar Hoek van Holland, waar het fietspad langs de Nieuwe Waterweg - altijd wind tegen! - het beste uit een mens haalt (of het slechtste, maar nee, we noemen hier geen namen). Halverwege, bij de stormvloedkering, zit zelfs nog een venijnig klimmetje. Traditiegetrouw steken we op bij De Torpedoloods, befaamder om zijn levendige uitzicht dan om zijn appeltaart die we na een bevroren ervaring van de vorige keer nu maar links lieten liggen. Dat leverde me op de terugweg nog bijna een klassieke hongerklop op - ik had, behalve water, natuurlijk weer niks bij me - maar een gebroken spaak van fietsmaat Arjan zorgde ervoor dat de snelheid vanaf Kijkduin een beetje werd aangepast. Al duurde het tot Wassenaarseslag voordat twee leden van ons groepje van vijf zich daarbij neer wensten te leggen. Nee, laat ik opnieuw geen namen noemen. Al met al lekker getrapt, gemiddelde heel ruim boven de 30 (moet het nog even precies nakijken), kortom: geen helletocht op hemelvaart!

 

 
 
 
  Dinsdag 19 mei (2)

Meestal rijd ik (rechts) er zo bij, tijdens de trainingsritten van de Wielervereniging Katwijk:

Dus sta ik zelf nooit (zo) op de foto:

Maar nu wel, dankzij Christiaan Weegink, die als secretaris ook aan verslaglegging in beeldmateriaal doet. Links van mij Rob van den Oever (uit mijn wielerlog ook wel bekend als Rob2): een groot renner.

 
 
 
 

Dinsdag 19 mei

Aan deze foto kun je het al zien. Er komt een beetje structuur in de Wielervereniging Katwijk. Er zijn momenten dat er twee-aan-twee wordt gereden, in een beschaafd tempo, keurig achter het bestuur dat de lijnen uitzet. Structuur ook in die zin dat je geleidelijk aan de leden leert kennen. Nog niet bij naam, maar - als eerste - aan de fiets, het postuur of de eigenaardigheden waarmee ze zich tijdens de rit manifesteren. Je weet langzamerhand wie je in de gaten moet houden, wie er afhaakt als er wordt aangezet, wie er gaten laat vallen, wie er zwabbert of wie er, heel geniepig, na kilometers wieltje zuigen altijd net zijn eigen wiel een paar meter eerder over een denkbeeldige streep moet drukken. Alleen van één lid kan ik nog niet erg hoogte krijgen. Het is een kruising tussen - laat ik het voorzichtig zeggen - Thor Hushovd en Joris Drieprinter, die er een gewoonte van heeft gemaakt om bij een geneutraliseerde koers driekwart van de rit zo'n honderd meter voor de groep uit te rijden. The Lone Ranger, is zijn bijnaam in het peloton. Af en toe kijkt hij om, of we volgen. Dat doen we. Bij de eerstkomende ledenvergadering ga ik voorstellen of hij voortaan niet een kwartier eerder mag vertrekken. Kan hij bij terugkomst in het clubgebouw alvast het koffiezetapparaat aanzetten.

 
 
 
 

Zondag 17 mei

Viri probati. Met die term omschrijft het Vaticaan de rijpere, gehuwde mannen die - anders dan de rusteloze knapen die veroordeeld zijn tot het celibaat - de priesterwijding mogen ontvangen. Zo zie ik ook mijn rol in het wielerpeloton van de WV Katwijk. Als 48-jarige 'vir probatus' (voor het enkelvoud moest ik even te rade gaan bij mijn dochter, waarvoor dank) ben ik los van het haantjesgedrag van de twintigers en dertigers die louter rijden om te winnen, om te scoren, om testosteron te verdampen. Dat geeft rust in mijn lijf, stabiliteit in het hoofd, ook op zo'n rit als vanmorgen met een select groepje dat met een blik op de buienradar half tien een uitgelezen tijd vond om te starten. Nat werden we toch wel, onderweg. Was het niet van de miezer die op een gegeven moment toch weer begon te vallen, dan wel van het van de weg opspattende water. Maar ook dat gaf rust in de groep, want gooien en smijten op een natte ondergrond is niet des 'viri probati' en aangezien dit mijn vaste oefenrondje was, mocht ik voorop rijden. Alleen op het duinpad tussen Scheveningen en Katwijk ging het weer ouderwets los, waarbij ik alleen aan het eind even uit mijn rol viel. Pas 32 jaar was het pikkie dat ik op het bultje bij de Soefitempel als laatste reglementair uit mijn wiel reed.

 
 
 
 

Zaterdag 16 mei

Beetje fris op de heenweg, maar halverwege het rondje Katwijk-Valkenburg-Leiden-Voorschoten-Vliet-Horsten-Wassenaar-Scheveningen-Katwijk brak de zon door. Bijna 45 kilometer gereden met Steven. Tempo maken is voor hem niet het probleem. Tempo hoúden, daar moeten we aan werken.

 
 
 
  Vrijdag 15 mei

Geen training vanavond (regen en onweer), dus even tijd voor een bespiegeling.

Bij mijn groot sportmedisch onderzoek in februari bestudeerde de arts van het Rijnland Ziekenhuis de resultaten van mijn inspanningstest en concludeerde toen: 'Nou, ze rijden jou er niet gauw af.' Daarmee raakte hij de kern van wat ik op mijn gevorderde leeftijd op de fiets wil bereiken: ik wil er niet afgereden worden. Alleen als iemand in het peloton wat al te vaak de kolder in de kop krijgt, wil ik hem nog weleens laten lopen. Maar verder trap ik gewoon mee, hoe hard het ook gaat, doe braaf mijn kopwerk - als er tenminste regelmatig wordt gereden (wanneer iemand voortdurend wil laten zien hoe goed hij is, blijf ik graag in het wiel hangen totdat zijn bordje leeg is) - en als er op het eind gek wordt gedaan, wil ik nog wel meesprinten ook. Maar vooral met als hoger, door mijn sportarts geformuleerde doel: er niet afgereden worden.

Dus ja: met berichtjes als deze van secretaris Christiaan Weegink op het ledenboek van de Wielervereniging Katwijk kan ik niet zoveel:

"Vanavond een mooie dinsdagavondtraining gereden, langs de Leidsevaart en Keukenhof in Lisse en via het duinpad Noordwijk-Katwijk weer terug, alwaar ik Dick van der Plas (en alle andere dappere strijders) te sterk af was in de eindsprint! Zie zijn wielerlog "www.dickvanderplas.nl" onder "wielrennen" waar hij deze nederlaag ook zelf eerlijk toegeeft: respect Dick, je lijkt Marco van Basten wel, dat is ook zo'n oprecht en eerlijk mens..."

Er niet afgereden worden is voor mij elke keer weer een overwinning.

 
 
 
 

Dinsdag 12 mei

Hollands weertje, dus lekker veel wind tijdens de dinsdagavondtraining van de Wielervereniging Katwijk die inmiddels zestig (!) leden telt. Voor een renner van negentig kilo maakt dat niet zoveel uit - heel bewust probeer ik niet teveel af te vallen - maar het peloton waaide al snel in drie stukken, die elkaar ergens in Noordwijk uiteindelijk allemaal weer tegenkwamen. Met mijn opspelende rechterknie moet ik eigenlijk een tijdje rustig aan doen, maar in de voorbereiding op mijn trainingskamp in Spanje en een maand daarna La Marmotte kan ik me dat niet permitteren. En mijn rentenierende vriend beweert altijd dat je de meeste knieproblemen gewoon kunt wegtrappen. Dus reed ik het laatste stukje van Noordwijk naar Katwijk weer als een dolle achter secretaris Christiaan Weegink aan, van wie ik op deze plek moet bekennen dat ik hem niet voorbijkwam. Zelf hou ik het liever op: die ik uit respect op die laatste meters niet wilde passeren.

 
 
 
 

Zaterdag 9 mei

Wassenaarseslag 15.15 uur. Rondje van 40 kilometer met Steef: Katwijk - Wassenaar - Landgoederenroute - Meijendel - Scheveningen - Wassenaar - Katwijk.

 
 
 
 

Vrijdag 8 mei

Bij een vereniging hoort natuurlijk ook een trainingsprogramma, ritten met structuur, aandacht voor techniek, tactiek en de fijne kneepjes van het rijden in een groep. Na weken van dollemansritten was het tijd om daar eens aandacht aan te besteden. Windkracht zeven bood bovendien de gelegenheid om in waaiertjes en kop over kop te rijden. Al op de heenweg langs vliegkamp Valkenburg leidde dit tot kolderieke taferelen toen Rob 2 (linksvoor op de foto) met een subtiel handgebaar aangaf dat er aan kop kon worden 'gedraaid' en een enthousiast lid met een snijdende demarrage uit het zicht verdween, de rest van de groep in verbijstering achterlatend. Op naar Rijksdorps in Wassenaar dus maar, waar vier keer een rondje met een venijnige bult kan worden beklommen: klimtechniek, fietsbeheersing, afdalen, werkelijk aan alles was gedacht. Jammer alleen dat er bij de eerste meters bergop er al ergens een derailleur afknalde, waardoor de helft van het gezelschap zich met de noodreparatie bemoeide en de andere helft in verwarring zijn rondjes draaide. De rest van de rit via Scheveningen naar Katwijk oefenden we op het duinpad op de tactiek: zo hard mogelijk rijden en we zien wel wie er mee kan. Dat onderdeel hebben we inmiddels aardig onder de knie.

 
 
 
 

Donderdag 7 mei

Voor trouwe volgers van dit wielerlog is dit een zeldzaam beeld: mijn fietsmaat Rob keurig op het zadel en niet ergens naast, onder of tussen het frame van zijn rijwiel. Na vier dagen van gedwongen revalideren in onderbroek - de wond op zijn dijbeen heeft baat bij frisse lucht - hield hij het niet langer uit in zijn gedwongen afzondering (de Arbodienst heeft hem verboden in string achter zijn bureau op de redactie plaats te nemen) en moest er weer een rondje worden gereden. Voor mij als peoplesmanager was het vooral een rit die in het teken stond van vertrouwen geven - 'je kunt het, zo gaat ie goed, kijkt uit voor die stoeprand, ja, hier rechtdoor, hou recht dat stuur, geen rare bewegingen maken' - waardoor we uiteindelijk heelhuids weer in Katwijk aan kwamen. Morgen gaan we het heel voorzichtig met een grotere groep proberen. Er is hoe dan ook nog een lange weg te gaan.

 
 
 
  Dinsdag 5 mei

Op de Buienradar zie ik een schuit met zure appelen aankomen, dus de dinsdagavondtraining van de Wielervereniging Katwijk laat ik even aan mij voorbijgaan. Morgenavond kan er, volgens de voorspellingen, onder betere omstandigheden worden gefietst. Om toch wat te melden te hebben op deze plek, een column van mijn hand die enkele weken geleden in de dagbladen van HDC Media stond. Spaarzaam kies ik daarvoor de wielrennerij als onderwerp. Elke gelijkenis met bestaande leden of (voorbije) omstandigheden binnen de Wielervereniging Katwijk berust op toeval.

 

Getrouwde vrijgezellen


De werkplaats van de fietsenmaker vult zich met wat mijn wederhelft
'getrouwde vrijgezellen' noemt. Behelmde mannen van middelbare
leeftijd in een fietspakje, met aan hun hand een rijwiel van minimaal
twee keer modaal. Korte gesprekken, dito antwoorden. ,,Nog getraind?''
Een beteuterd hoofdschudden. ,,Nee, ik moest krediet opbouwen.'' De
goede verstaander - en dat zijn ze hier allemaal, op de verzamelplaats
van de plaatselijke wielerclub - weet genoeg. Hij mocht niet van zijn
vrouw.


Toen de wereld nog een stuk overzichtelijker was, kregen alleen kerels die te lang in de kroeg hingen, hun kinderen sloegen of achter hun
secretaresse aanjoegen ermee van doen. Maar tegenwoordig maken ook zij die lichaam en geest stalen door een substantieel deel van de week op het zadel van een racefiets door te brengen, zich vatbaar voor
kritiek. Ik verlies me er helemaal in. Heb nergens anders oog voor.
Vergeet dat ik nog een gezin heb dat liefde, tijd en aandacht nodig
heeft. En dat ook de kozijnen hoognodig aan een schilderbeurt toe
zijn.


Om maar eens een anonieme bron te citeren.


Fietsen is een tijdrovende hobby. Als je aan het begin van het jaar -
met lankmoedige instemming - besluit de Alpenreuzen in La Marmotte te
beklimmen, een trainingskamp in Spanje belegt, inschrijvingen voor de
Amstel Gold Race, Limburgs Mooiste en nog een handvol andere
toertochten de deur uit doet, weet iedere ingewijde dat daar vele
honderden uren trainingsarbeid aan vast zitten. Nee, aan de
niet-ingewijden is dat minder duidelijk gecommuniceerd. Maar als je
alles voorkauwt, neem je iemand ook niet serieus.


Bovendien, trainen doe ik zoveel mogelijk op incourante tijden. Op
zondagmorgen, tussen 8 en 11.30 uur, als de rest van het gezin het
proces van uitslapen, uitgebreid ontbijten en badderen ondergaat. Als
ik dan na 100 kilometer terugkom, moet ik voor de douche nog op mijn
beurt wachten. Doordeweeks rijd ik vooral tussen 18.30 en 21 uur,
waarna er nog een avond voor ons open ligt. En nooit meer dan één
grote toertocht per maand. Op die andere zaterdagen train ik 'gewoon',
twee tot drie uurtjes. Of pleeg ik fietsonderhoud, gezellig voor
iedereen aanspreekbaar in de achtertuin.


Wat daar op af te dingen valt? Dat ik op zaterdagavond al 'ongezellig'
ben omdat ik op zondag op tijd moet fietsen. Dat ik doordeweeks na het
avondritje nog een paar uur achter de computer kruip om mijn
trainingsgegevens en m'n wielerlog bij te houden. Dat je voor zo'n
toertocht in een uithoek van het land vaak tussen 7 en 17 uur onderweg
bent. Dat mijn vrouw na 4.15 uur geen oog meer dicht deed, toen mijn wekker afliep voor de toerversie van de Amstel Gold Race in Limburg ('s avonds om 20 uur weer thuis met twee tasjes vuile was). Dat ik de week daarvoor al een hele dag weg was voor Veenendaal-Veenendaal. Kortom, dat ik meer genegenheid aan de dag leg voor mijn carbon frame en kekke witte schoentjes dan voor mijn eigen vlees en
bloed.


Berekenender wielrenners dan ik doen om die reden op tactische
momenten een stapje terug. Laten een training lopen. Zeggen af voor
een tocht. Niet omdat ze geen zin hebben. Maar om krediet op te
bouwen. Via de ander investeren in zichzelf. De frustratie die hieruit
voorkomt laat zo'n compromiszoeker de vrije loop door - zodra de
gelegenheid zich voordoet - opzichtig jaloers aan mijn eega te laten
weten 'dat ik toch wel heel veel mag', daarmee het zaad zaaiend van de
overtuiging dat mijn teugels te veel worden gevierd.


Want is het niet zo dat ik er sta, zodra mijn gezin mij nodig heeft?
Heb ik laatst niet vele uren gestoken in de computer van mijn zoon,
die last had van chronisch blauwe Windowsschermen? En wie neemt er
zijn verantwoordelijkheid, als 's morgens om 7.45 uur de band van de
fiets van zijn dochter lek staat? Kleine dingetjes, ik weet het, maar
mijn vriend Mart, met wie ik soms de zwaarte van het bestaan deel,
verwoordde het laatst nog zo mooi. ,,De levenstaak van ons mannen
speelt zich af achter de zwarte gordijnen van het gezinspodium. Wat
zou dit familietoneel zijn zonder onze facilitering?''


Het is met een zekere schroom, dat ik hem citeer, want hij schijnt
meer recht van spreken te hebben dan ik.


Hij doet niet aan wielrennen.

 
 
 
 

Maandag 4 mei

Op termijn zullen we het nog weleens hebben over zijn stuurkunsten en het inschatten van situaties op de fiets. Maar op een dag als vandaag kunnen wij slechts met stilte en respect stilstaan bij de wond van mijn fietsmaat Rob, waarvoor ruim een week geleden de basis werd gelegd tijdens een regenachtige tocht over het Kopje van Bloemendaal. Tijdens een opnieuw natte Hart van de Bollenstreek-toer - toen alles net weer een beetje dicht was - viel hij er zondag nog een keertje bovenop. Vanaf deze plek nogmaals onze excuses aan de inwoners van de noordelijke Bollenstreek die hem daarbij erbarmelijk hebben horen schreeuwen. Zelf was ik ook tezeer onder de indruk om de woorden 'Verman je' tot hem te spreken.

 
 
 
 

Zondag 3 mei

'En denk erom: sociaal rijden', zeggen we na elke tussenstop tegen elkaar. Het krijgt iets hilarisch, tijdens deze eerste Hart van de Bollenstreek-toer, als van ons groepje fietsers - zonder dat ook maar iemand het doorheeft - voortdurend renners afwaaien door valpartijen, lekke banden of algehele uitputting doordat er aan kop teveel wordt gesleurd. Uiteindelijk komen we, na 155 kilometer draaien en keren door de Bollenstreek, met z'n vieren aan bij het clubhuis van FC Lisse, waar we eerder die ochtend met elf man zijn vertrokken. Onderweg is er - bij de eerste lus in Rijnsburg - al iemand naar huis gegaan die het niet kon bolwerken, bleken we de andere helft kwijt bij de koffie in De Ruigenhoek in Lisse, die weer ergens in Noordwijk stond te wachten op een achterblijver, die bij Valkenburg bleek lekgereden. Kunt u het nog volgen? Het toppunt was wel de valpartij van mijn fietsmaat Rob, die in De Zilk werd geveld door een slang - een gele tuinslang, welteverstaan - en bovenop de wond viel die hij een week eerder op het Kopje van Bloemendaal had opgelopen. Daar bij het Kopje konden ze hem nu ook weer horen schreeuwen, zo zeer deed het. Maar niet de rest van ons groepje dappere fietsers, dat door een achterblijver wel op de hoogte werd gebracht van dit malheur, maar geen idee had dat het hier één van ons betrof. Het is ook verwarrend, natuurlijk, al die gele regenjasjes. Afijn, Rob bloedend naar huis, wij weer voort, in de stromende regen, om bij de tweede stempelpost in Lisse weer met elkaar te worden herenigd, waarna we er in het resterende deel andermaal in slaagden om de helft van de groep weer sociaal op een hoop te rijden. Alleen het ritje vanaf de finish naar huis volbrachten we, zowaar in het zonnetje, uiteindelijk in gezamenlijkheid, voornamelijk omdat de organisatie ons had voorzien van een buitengewoon pakket aan gesponsorde goederen: een tas, bidon, massageolie en een, anderhalve kilo wegend, boek over 10 jaar Rabobank-wielrennen. Dit maakte elke ontsnapping onmogelijk. Voor mij woog dit alles nog eens dubbel zwaar omdat ik ook het pakketje van de ongelukkige Rob in mijn tas had. Ik weet het, als voortijdige afhaker had hij hier geen recht op. Maar dit gebaar paste helemaal in ons sociale rijden van vandaag.

 
 
 
 

Zaterdag 2 mei

Scheveningen, het nieuwe paadje bij de watertoren. De hele winter reden we hier op de mountainbike in het pikkedonker door het zand, maar nu is het netjes opgeknapt. Rondje van bijna 40 kilometer getrapt met mijn zoon Steven: via Meijendel, het nieuwe paadje over de Waalsdorpervlakte en bij Scheveningen door de duinen terug naar Katwijk. Hij gaat met de week beter rijden, vooral bergop. Zodra het voor mij angstaanjagend begint te worden, start hopelijk de basketbalcompetitie weer.

 
 
 
  Vrijdag 1 mei

Echt veel gemeen met Oscar Freire heb ik niet. Hij is klein, ik ben groot. Hij is snel, ik ben..., nou ja, niet traag, maar ik heb gewoon tijd nodig om op gang te komen. Maar allebei moeten we niet teveel trainen, heb ik wel gemerkt. Dan krijg ik last van mijn knieën, mijn rug en - het allerergste - mijn moraal. Dus vanavond laat ik even lopen. Meer is niet altijd beter.

 
 
 
 

Dinsdag 28 april

Zonder de beide Robben (de één likt thuis zijn wonden na een valpartij, de ander mocht waarschijnlijk niet van zijn vrouw) zocht ik vanavond een andere uitdaging in het peloton van de Wielervereniging Katwijk. Niet als een gek voorop sleuren, maar achterin de gaatjes dichtrijden. Ook een mooie training, als de groep bij elke bocht als een accordeon in en uit elkaar schuift. Elke keer vol in de pedalen om weer zo'n vijftig meter te overbruggen. Tegen het eind van de tocht door de noordelijke Bollenstreek - waar de koppen alweer van de tulpen gaan - kon ik op de boulevard van Noordwijk de één na de ander 'oprapen' en uitgeblust achter me laten: een ritje met een gemiddelde van 32 kilometer per uur met veel remmen en optrekken is niet voor iedereen even lekker te verteren. Waarna ik het op het duinpad tussen Noordwijk en Katwijk toch niet kon laten om voorop nog even gek te doen met het overgebleven groepje vermeende klasbakken. Pikzwaaierij, noem ik dat altijd, als de beide Robben dat doen. Bij mij heet het: nog even de benen testen. Die voelden goed.

 
 
 
 

Maandag 27 april

Meten is weten. Maar eerlijk gezegd ben ik niet zo'n meter. Mijn Polar-fietscomputer spuugt - als ik hem één keer in de twee weken in mijn computer leegschudt - meer gegevens uit dan ik kan verwerken. Bij bovenstaand schemaatje blijf ik meestal hangen omdat mijn gemiddelde snelheid en hartslag er overzichtelijk in beeld worden gebracht, met aan de rechterkant de trainingstijd in sportzones. Wat ik daarvan leer? Dat ik maar zes procent van de Amstel Gold Race in het 'rood' heb gereden, bijvoorbeeld, en dat mijn gemiddelde hartslag niet hoger kwam dan 126. Op het gemakkie, dus. Daar rijd je dan helemaal naar Zuid-Limburg voor...

 
 
 
  Zondag 26 april

Waar zouden we zijn zonder de vooruitgang? In de tijd dat er nog geen www.buienradar.nl bestond, was ik vanmorgen om acht uur gewoon gaan fietsen. Toen zag het er nog prima uit. En van de deskundigen van het KNMI - die de schepen met zure appelen die vanuit Frankrijk en België op ons afdrijven op Teletekst interpreteren met 'af en toe regen' - werd je ook niet veel wijzer. Nu ben ik er, na kort sms- en mailoverleg met neef Raymon - kon vroeger ook niet - weer lekker ingedoken. Zonder vooruitgang maakten we, kortom, meer kilometers.

 
 
 
 

Zaterdag 25 april

De tweede zaterdag zonder basketbalwedstrijd, dus op de pedalen maar weer, om te voorkomen dat hij zijn leven slijt voor de Xbox360. Dit keer krijgen mijn zoon en ik gezelschap van neef Raymon, die zich opwerpt als coach voor het klimwerk. Hij heeft de versnelling in huis die ik op mijn gevorderde leeftijd zo node mis, maar waarmee een 12-jarige hem nog aardig kan verrassen. Bij de klim vanuit Scheveningen spoort hij Steven aan vol gas te rijden, waarna hij zelf ook het uiterste moet geven om hem met meer dan 40 kilometer per uur bergop (!) weer in te halen. Op mijn manier doe ik ook mijn best, maar op minder dan vijftig meter van dit jong geweld kom ik niet. De klim is te kort, dat zal het zijn. Net als de oude vos Rebellin op de Muur van Hoei heb ook ik eerst een lange aanloop nodig om genadeloos te kunnen toeslaan.

 
 
 
 

Vrijdag 24 april

Nou, één biertje dan, want ik moet om zeven uur trainen met de fietsclub. En ik heb net op de redactie al een wit wijntje op. Dus om half zes moet ik weg. Half uurtje naar huis fietsen, snel even wat pasta in de magnetron, omkleden, alle tijd. Nou ja, als ik een kwartier later weg ga, red ik het ook nog wel. Nog maar een La Chouffe dan. Zo'n fris kabouterbiertje is heerlijk, op een zonnig terras. Ja, wel pittig, procentje of 8. Maar dat zweet je er zo weer uit, met dat warme weer. Een laatste dan nog, dan sla ik de pasta wel over. Zo'n biertje is tenslotte ook twee boterhammen per keer. Nee, is het al kwart over zes? Ik moet nu echt weg, sorry. Wat? Ja, ik was nog net op tijd. Ze reden weg toen ik kwam aanrijden, kon meteen bij de kopgroep aansluiten. Nog nooit zo lekker gereden, dit jaar. Zat steeds bij de eerste vier en we reden alles eraf. Kan ik iedereen aanraden, op een witte wijn en drie La Chouffe. Kon alleen mijn camera niet meer recht houden. En goed dat ik niet hoefde te blazen, onderweg.

 
 
 
 

Donderdag 23 april

Nooit je wielerkleding laten opruimen door je vrouw. Dan begint ze te zeuren wat je in vredesnaam met al die shirts moet...

 
 
 
 

 

Dinsdag 21 april

 

Dat is het kenmerk van een vereniging: op elke straathoek vergaderen over de route. Zet dertig wijsneuzen bij elkaar en iedereen weet welke kant het op moet. Maar gelukkig is er nog het bestuur dat richting geeft, al geldt tijdens de eerste trainingsritten van de kersverse Wielervereniging Katwijk vooral het recht van de sterkste. Bij ontstentenis van een indeling naar niveau trekt het groepje vermeende klasbakken het peloton op het duinpad tussen Noordwijk en Langevelderslag uit elkaar door - windje tegen - tegen de veertig kilometer in het uur te trappen. Achterblijvers krijgen herhaaldelijk de kans om terug te komen, maar eenmaal op de terugweg langs de Leidsevaart gaat opnieuw de gesel erover waardoor ons groepje tot een overzichtelijke acht man en één vrouw (niet eens een grote, kijk maar op de foto) in een gifgroene outfit wordt teruggebracht. Eenmaal weer op het buitenterrein van het clubhuis dat deze dinsdagavond in bezit is genomen voor een oefensessie van drum- en showfanfare DVS, hijgt één van de leden: 'Ik dacht: laat ik bij een club gaan. Dan kan ik lekker een beetje geleidelijk conditie opbouwen.' Hij geeft nog een beetje bloed op en zakt dan in elkaar over zijn stuur. Oké, dit laatste is gelogen, maar het geeft wel aan dat het er niet kinderachtig aan toe gaat, bij de Wielervereniging Katwijk.

 
 
 
 

 

Zondag 19 april

 

Vanwege verplichtingen in het bronsgroen eikenhout kon ik ook mijn zoons laatste basketbalwedstrijd van dit seizoen niet bijwonen. De Grasshoppers J14-2 (jongens onder 14, tweede team) speelden tegen Forwodians, in Voorhout, en dat ging geheel in stijl van alle voorgaande duels in 2009. Verloren. En dit keer, wist mijn zoon te vertellen, 'met meer dan honderd punten verschil'. Het lag niet aan hen, daar is hij al een paar weken van overtuigd. Dat maakt het allemaal veel draaglijker. 'Het is de schuld van Peter, onze trainer. Die heeft ons veel te hoog ingedeeld, bij allemaal eerste teams. Terwijl wij het tweede zijn.' Tsja, dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Getraind wordt er nog wel, de komende weken, maar in elk geval de zaterdagen zijn vrij. De korte seizoenen, die heb ik altijd als het grote voordeel van de basketbalcompetitie gezien. Niet omdat dan ook mijn corvee als rij-ouder afloopt, hoewel ook dat mooi meegenomen is. Nee, van april tot september kan ik mijn zoon met enige zachte dwang overhalen zich te wijden aan zijn zomersport. In de voor zijn zus te klein geworden Alp d'Huez-outfit, zijn zadel een paar centimeter hoger dan vorig jaar, reed hij me er vanmiddag meteen al af in de venijnige klimmetjes langs de Duinweg in Noordwijk. Ik geloof niet eens dat ik het expres liet gebeuren.

 
 
 
 

Zaterdag 18 april (vervolg)

'We waren niet alleen', hoorde ik mijn fietsmaat Rob onderweg in de auto door de telefoon tegen een thuisblijver zeggen. En dat was een understatement. Maar echt nadrukkelijk gewaar van de drukte word je je bij de toerversie van de Amstel Gold Race vooral op plekken waar alles samenkomt: bij de bevoorrading, op lastige hellingen en natuurlijke bij de finish. Op bovenstaande foto heeft iedereen linksboven (onder de Fiets-poort) de eindstreep al een paar honderd meter gepasseerd en wordt er stapvoets gewandeld naar het feestterrein, waar je je startnummer moet inleveren. Een dicht pak van duizenden fietsers slingert zich in een lint omhoog. Mopperend, natuurlijk, want zo zijn wij: 'De finish is al net zo'n zooitje als het inschrijven.' Maar uiteindelijk waren we in een kwartiertje wel boven.

 

Een foto-impressie van de Goldrace, klik op de plaatjes om ze te vergroten.

 

Bij de start nog geen wachttijden: vertrekken kan voor de 150 kilometer van 7 tot 11 uur. Voor de 250 kilometer zelfs al vanaf 6.30 uur. Ook het ophalen van tijdregistratiechip en fietsplaatje is goed geregeld. Pas bij de eerste bevoorradingspost, na 50 km, is het even wandelen naar de bananen en de krentenbollen.

 

Onderweg zijn er zowaar ook stukken waarop je de ruimte krijgt. Ik ben - met mijn camera - dan de enige die ook nog oog voor de omgeving en cultuurhistorie heeft.

 

Veel Limburgser dan op het plaatje links kun je het niet krijgen. Bij neef Raymon gaan de armstukken af. Voor een paar uurtjes, want dan trekt het weer dicht. De tweede bevoorradingspost (rechts) is weer een groepsmoment met een paar duizend renners.

 

De finish bovenop de Cauberg. Er is altijd wel een voorbijganger die ons alle drie op de kiek wil zetten. Rechts: even inzoemen op een veld van gekleurde helmpjes.

 
     
 

 

Zaterdag 18 april

 

Er zijn renners - meestal mopperige mannen van middelbare leeftijd - die het veel te massaal vinden. En het is natuurlijk ook druk: op veel hellingen ben je meer met je voorganger bezig dan met je eigen prestaties. Maar heeft ook wel wat om een dagje deel uit te maken van de gekte die Amstel Gold Race heet. Tussen 12.000 (!) andere tourfietsers gingen we - neef Raymon, fietsmaat Rob en ik - rond half negen in Valkenburg van start voor onze 150 kilometer, in de mist van het Limburgse heuvelland. Want waar heel Nederland baadde in het zonlicht, was het in het uiterste zuiden grijs en grauw. Pas rond een uur of elf kwam de koperen ploert er voor een paar uur flauwtjes doorheen, voor mij in elk geval niet overtuigend genoeg om mijn been- en armstukken uit te doen. Echt te regenen begon het pas toen we rond een uur of vier 's middags weer bij de auto stonden. Toen hadden we de finish op de Cauberg (15.17 uur) en de gemeenste hellingen die traditiegetrouw samengepakt zitten in de laatste dertig kilometer, al achter de rug. En was in onze eigen wielerhistorie ook de blunder van de Keutenberg bijgeschreven, waar mijn neef Raymon zich met zijn gebruikelijke enthousiasme (andermaal) vast reed in een groepje kneuzen, waarvan er één van vermoeidheid vlak voor hem van zijn fiets viel en hij, onze bergkoning, moest afstappen (en later door een vrouw weer op gang moest worden geduwd) waar ik met veel gevoel voor techniek en koersinzicht om de puinhoop heen stuurde. Een hoogtepuntje, zult u begrijpen, in een dag die voor ons vanmorgen om 04.15 uur begon en die nu voor mij hoognodig moet worden afgesloten met een douche, want ik zit nog steeds te meuren in mijn wielerkloffie en er komen klachten van het gezin. Later dus meer beeldmateriaal en boeiende wetenswaardigheden, al gaat er voorlopig uiteraard niets boven de - door mijn neef niet als zodanig ervaren - 'Blunder van de Keutenberg' (waarover later dus nog veel meer).

 
 
 
 

 

Zaterdag 18 april

 

Mocht u vandaag ook in Zuid-Limburg zijn, let op nummer 392! In de loop van de avond meer over de Amstel Gold Race op deze site.

 

Of kijk live naar de beelden.

 

 
 
 
 

 

Donderdag 16 april

 

Zou het waar zijn, wat mijn vrouw beweert, dat ik dezer dagen alleen met fietsen bezig ben? Dat lijkt me niet. De rest van de week ben ik 's avonds thuis, beloof ik plechtig. Ze kijkt me wantrouwig aan. Nee echt, ik moet me sparen voor de Amstel Gold Race. Geen goede opmerking, zo blijkt, want opnieuw voortkomend uit eigenbelang. Mijn eerste 'vrije' fietsavond besteed ik ook al verkeerd: met het schoonmaken van mijn fietsen. Zowel mijn mountainbike als mijn oude racefiets zijn weken geleden in de schuur gezet met de modder en pekel van een halve winter op, onder en tussen het frame. Vier fietsen heb ik inmiddels en ik zou eigenlijk een professionele mechanieker in dienst moeten hebben om ze voortdurend af te sponsen, af te stellen en weer koersklaar te maken. Maar vandaag, vandaag kom ik echt los van de fiets. Alleen vanmiddag nog even naar de fietsenmaker om een miniem slagje uit het  achterwiel van mijn nieuwe Trek te halen. Kan ik meteen nog een uurtje lostrappen, want mijn dealer zit in Noordwijk. Even een paar keer het duinpad op en neer. Vrijdag wordt dan écht een dag waarop ik volledig 'los' ben van de fiets. 's Avonds alleen de spullen voor zaterdag (de 'Amstel') klaarmaken, mijn rugnummer opspelden en het fietsenrek achter mijn auto zo indelen dat er drie racefietsen (van neef Raymon, fietsmaat Rob en mezelf) op kunnen. Heerlijk toch, al met al, zo'n paar dagen vrij van de fiets.

 
 
 
 

 

Dinsdag 14 april

 

Het is niet te hopen dat het de Wielervereniging Katwijk net zo vergaat als de plaatselijke kerstwandeling. Daar kwamen op een gegeven moment zoveel mensen op af, dat Staatsbosbeheer de gelovigen uit de duinen weerde. Voor de eerste training van de kersverse wielerclub trad vanavond een mannetje of dertig aan, onder wie een aantal vrouwen dat zich gelukkig niets had aangetrokken van de oproep van een subversieve enkeling om maar een eigen onderafdeling op te richten. Het oogde allemaal nog een beetje rommelig, met alleen de bestuursleden in het officiële clubtenue, maar het gerucht gaat - of dat heb ik hierbij in elk geval in het leven geroepen - dat sponsor en voorzitter Nico de setjes binnenkort met spectaculaire kortingen gaat aanbieden. Tenslotte is dit voor hem één grote reclamekaravaan. Aardig gereden werd er ook nog, op dit uitgebreide rondje Scheveningen, waarbij de vermeende klasbakken zich bij tijd en wijle even mochten ontworstelen aan het juk van de 'voorrijders'. Maar het merendeel van de route bleven we keurig achter het bestuur. 'Het kost je 75 euro', zei ik onderweg tevreden tegen mijn fietsmaat Rob, 'maar dan rijd je ook het hele jaar uit de wind.'

 

 
 
 
 

 

Maandag 13 april

 

Om neef Raymon in zijn nieuwe Caisse d'Epargne-outfit te kunnen fotograferen moest ik vanmorgen dicht achter hem gaan rijden, zo mistig was het in de kuststrook waar we ons trainingsrondje van een kilometer of 70 hadden uitgezet. Het zicht verminderde al snel tot een meter of vijf, als je niet om de paar minuten je handschoenen over je bril haalde. Nee, afzetten is voor mij geen optie, dan zie ik helemaal niks meer. Veel klimmetjes mee gepakt op onze route door duinen en villawijken, want over een krappe week wacht de Amstel Gold Race. Morgen nog één keer trainen en dan een paar dagen kalm aan. Zaterdag moeten we gretig zijn als kalveren die voor het eerst de wei in mogen. Voor Raymon is dat sowieso geen punt: in zijn nieuwe outfit lijkt hij nog meer op zijn idool Alejandro Valverde. Het als een kalf omhoog rijden en dan maar zien waar het schip strandt heeft hij tot een ware kunst verheven.

 
 
 
 

 

Zaterdag 11 april

 

Op het oog ziet dit er ontspannen uit: mooi terras, gedienstige ober, vijf wielrenners in zomerkleding. Maar schijn bedriegt. Kenners herkennen in deze uitspanning de Posbank, een van de venijnige klimmetjes in de toerklassieker Veenendaal-Veenendaal die - en voor Nederlandse begrippen is dat heel wat - 1000 (!) hoogtemeters telt. Onder hoogzomerse omstandigheden konden we hem vandaag rijden, pas toen we in het clubhuis van de organiserende Axa-Valleiruiters aan het bier zaten, begon het (kortstondig) te regenen. Veenendaal-Veenendaal geldt als een ideale voorbereidingskoers voor de Amstel Gold Race, die komende zaterdag op het programma staat. Om alvast wat aan de Limburgse kuitenbijters te wennen, zijn in het parcours van 135 kilometer onder meer de Amerongse Berg, de Wageningse Berg, de Zypenberg, de Emma Pyramide, de Posbank, de Grebbeberg, de Koerheuvel en andere beklimmingen rondom Oosterbeek, Doorwerth en Arnhem opgenomen. Ontspannen rijden is er verder niet bij, met Rob, Rob, Rob en Hugo in de gelederen, waarbij met name Rob en Rob  - geeft niet als u dit stukje niet helemaal kunt volgen - de gesel over de groep legden met een gemiddelde van 30 km per uur. Om het nog ingewikkelder te maken: op deze foto wachten we eigenlijk op ene Hans, de buurman van Rob, die ergens verkeerd was gereden en pas na het appelgebak en de cappuccino aan ons op de Posbank voorbij kwam. Ook in het resterende deel van de rit reden we hem weer volledig zoek. Waarschijnlijk dwaalt hij nu nog ergens rond op de Veluwezoom. Mocht u hem tegenkomen (man op leeftijd in een zwart wielerpakje): gewoon afleveren bij Rob. Maakt niet uit welke.

 
 
 
 

Donderdag 9 april

Als er één terrein is waarop racefietsers het chronisch met elkaar oneens zijn, dan is het wel de keuze voor de fietsenmaker en/of het materiaal. Zowel van het één als het ander deugt in de regel weinig, waarbij niet zelden oud zeer de discussie negatief beïnvloedt. Toen mijn fietsmaat Rob deze week de keuze moest maken voor een nieuwe fiets mocht het weliswaar een Trek zijn, maar natuurlijk geen witte (zoals die van mij) en bleef hij uiteraard trouw aan zijn eigen dealer met wie hij altijd zo lekker chaotisch zaken kan doen. Dus ja, op ons eerste gezamenlijke rondje op het zojuist aan de doos ontstegen rijwiel hadden we in elk geval genoeg stof voor discussie. Schitterende fiets, goed merk, jammer van het achterhaalde zwart en die foute fietsenmaker, mocht uiteindelijk de slotconclusie van het debat luiden. (Het moge duidelijk zijn dat die niet door iedereen werd gedeeld, maar dit is tenslotte mijn weblog).

 
 
 
 

 

Woensdag 8 april

 

Racefietsers zijn individualisten. Alleen voor hun trainingsritjes willen ze zich nog wel eens aansluiten bij wat in de psychologie 'lichte gemeenschappen' worden genoemd: clubjes van gelijkgezinden die op hetzelfde tijdstip vertrekken, onderweg min of meer hetzelfde tempo aanhouden, maar niet noodzakelijkerwijs tegelijk hoeven aan te komen. Daarom was de enorme opkomst bij de informatiebijeenkomst van de kersverse Wielervereniging Katwijk vanavond zo verrassend. De werkplaats van Nico's Fietsplus puilde uit en elders in het dorp werden nog verdwaalde renners waargenomen die de weg naar het achterafstraatje niet hadden kunnen vinden. Ambitieuze plannen werden er ontvouwd door het bestuur, dat ons trainingsritten (op dinsdag, vrijdag, zaterdag en zondag) in het vooruitzicht stelde, deelname aan toertochten, fietsvakanties, leerzame instructieavonden en - bovenal, mag ik hopen - wielerborrels met veel rennerslatijn. Veel middelbare mannen onder de aanwezigen, maar ook een flink contingent dames, wat mij bij het vragenrondje tot de verzuchting bracht 'dat er toch wel een aparte vrouwenafdeling kwam - want dit houdt natuurlijk enorm op'. Een belangrijk deel van de nazit was ik druk doende om het damessmaldeel ervan te overtuigen dat het hier luchtige scherts betrof. Geen gelukkige start, derhalve, als lid van de Wielervereniging Katwijk.

 
 
 
  Dinsdag 7 april

 

Als ik 's morgens achter mijn bureau op de redactie lees dat mijn in Spanje rentenierende vriend in zijn dagagenda weer een fietstocht heeft uitgestippeld, rij ik in gedachten met hem mee. Van Xaló naar Alcalalí en Parcent, daar linksaf naar de Coll de Rates, dan door naar Tárbena en vandaar rechtsaf naar Castell de Castells of rechtdoor naar Callosa, verder de bergen in. Na tien jaar kan ik de meeste weggetjes wel dagdromen en dat is prettig, met een kop koffie bij de hand in een verder nog vrijwel leeg redactielokaal. Gisteravond droomde ik onderweg ook nog even, toen fietsmaat Rob 2 (Rob 1 moest werken en zit bovendien even zonder fiets) mij uitnodigde voor zijn vaste 'klimrondje' in de Duin- en Bollenstreek. Droom maar even mee Edwin, daar in Spanje: via Panbos naar de hellinkjes in het Wassenaarse Rijksdorp (drie keer achter elkaar dezelfde bult), daarna de Klip op, dan door de duinen naar Meijendel, via de Kievit naar Scheveningen, daar over de 'berg' weer richting Wassenaar en Katwijk, tenslotte nog even door naar Noordwijk om een beetje te kronkelen en te stuiteren over de steile klinkerweggetjes in de Zuid (langs het huis van Freddie Heineken en omgeving, je weet wel). Bijna 55 kilometer hadden we op de teller maar het aantal 'hoogtemeters'  hou je van me tegoed. Die laat ik nog even in m'n fietscomputer zitten om je dagdroom van ons 'klimrondje' niet te verstoren.

 
 
 
  Zondag 5 april

Er waait een nieuwe wind bij mijn clubje De Noordbikers. Deed ik enkele dagen geleden nog schamper over de uitnodiging voor het nieuwe fietsseizoen waarin ons 'een gezellige, gezamenlijke en afwisselende rit' werd beloofd, vandaag werd ik aangenaam verrast toen het gezelschap snelheidsmaniakken vrij aan het begin van ons vaste rondje Noordzeekanaal (normaal afgeraffeld met 37 kilometer per uur gemiddeld) opeens afsloeg voor een semi-toeristische tocht over Kudelstaart, Bilderdam, Woubrugge en Leiderdorp (Ruigenkade) waarop het mooiste van het Hollandsche landschap zich aan ons voltrok. En de snelheid? Een heel beschaafde 33, met een enkele uitschieter naar 40, maar dat werd door de wegkapiteins Kees en Sjaak meteen gecorrigeerd. De twee prachtige foto's die ik onderweg van deze unieke belevenis schoot, moet u helaas missen. Mijn geheugenkaartje was achtergebleven in de cardreader van mijn pc. Wat rest is derhalve een samenvatting van mijn Polar ProTrainer-fietscomputer die mijn woorden onderstreept: afstand 90,5 kilometer, gemiddelde snelheid 30,1 kilometer, gemiddelde hartslag 121.

 
 
 
 

Donderdag 2 april

Het was volgens alle deskundigen nog geen 'rokjesdag', maar een enkele uitslover werd op het rondje Katwijk/Weteringbrug al wel waargenomen in korte broek en dito mouwen. En waar de echte klasbakken het hielden bij been- en armwarmers om de kostbare spieren niet bloot te stellen aan de afkoelende avondlucht, bleef mijn fietsmaat Rob maar beweren dat hij het absoluut niet koud had.

 
 
 
 

Woensdag 1 april

Wie bezit vermeerdert, vermeerdert smart. Wat had ik allemaal niet voor nuttigs kunnen doen, in de uren die het me gekost heeft om het volgende staatje uit mijn nieuwe fietscomputer te toveren:

Het begon eigenlijk allemaal met mijn - enigszins verouderde - Dell-laptop die weliswaar beschikt over een infraroodpoort om gegevens uit te wisselen, maar steeds geen sjoege gaf op momenten dat ik hem een innige relatie wilde laten aangaan met mijn geavanceerde Polar CS600-fietscomputer. Omdat ik te onhandig ben om het ding van m'n rijwiel af te halen heb ik geruime tijd met mijn laptopje rond het stuur gescharreld, in de hoop signalen op te vangen. Maar tevergeefs. Totdat gistermiddag een wizzkid van ons HDCmedia-hoofdkwartier mij op de redactie wist te vertellen dat de infraroodpoort in die ouwe redactie-Delletjes standaard in de Bios staat uitgevinkt. Lekker dan. Afijn, dat euvel gisteravond verholpen, maar op welke Com-poort moet dat ding dan? (Sorry voor de niet-techneuten, maar het voert te ver om dit allemaal uit te leggen.) Weer zes keer opstarten later en evenzovele gangen naar het donkere schuurtje waar mijn racefiets (met computer) zich bevindt, klonk eindelijk het bevrijdende signaal dat Polar en Dell elkaar in een innige infrarode kus hadden gevonden en het grote uitwisselen van gegevens (mijn Polar onthoudt 99 ritten, maar zoveel heb ik er natuurlijk nog niet mee gemaakt) beginnen. De stortvloed aan data is enorm - bovenstaande afbeelding is nog maar een van de vele die je kunt oproepen - en het analyseren gaat me ongetwijfeld nog vele avonden kosten. Waarbij ik dan nog niet eens aan de allesomvattende vraag toe ben gekomen: wat moet ik er in hemelsnaam allemaal mee?

 
 
 
 

Dinsdag 31 maart

Nog geen kilometer waren we - de twee Robben en ik - onderweg op ons eerste lente-avondritje, of ik werd geveld door een Schwalbe. Een Schwalbe Ultremo R om precies te zijn, de band om de wielen van mijn nieuwe fiets die in één keer leegstond toen ik ergens langs de Maandagsche Wetering tussen Katwijk en Noordwijk lek reed. Op dezelfde plek waar iemand anders uit hun gezelschap afgelopen zondag hetzelfde overkwam, dus er moet daar iets heel lelijks op de grond liggen. Maar waarschuwen, ho maar. Zulke vrienden zijn het. Alleen maar afgeven op mijn band (let op het duimpje van Rob 1 en het vileine lachje van Rob 2), die weliswaar heel lekker loopt maar volgens het vakblad Fiets te weinig doorprikkend vermogen heeft. Of teveel, daar wil ik vanaf zijn. Maar gelet op het gat dat in m'n buitenband zat, was alleen een houten model uit de jaren '40-'45 bestand geweest tegen wat hier op het wegdek was achtergelaten. Alleen door een noodgreep - klein stukje reserve-buitenband tussen binnen- en buitenband - kon ik verder op ons rondje Bloemendaal aan Zee, dat we afraffelden op een manier die niet bepaald past bij een gezellig eerste lente-avondritje. De drie andere Katwijkers die we onderweg oppikten konden na wat manmoedig gedeeld kopwerk alleen nog in ons wiel blijven hangen, waarna we ze meer dood dan levend in hun woonplaats afleverden. Of ze moesten zich hebben aangesteld. Dan begon en eindigde dit ritje met een Schwalbe.

 
 
 
 

Zondag 29 maart

Het weg-wielerseizoen van mijn clubje de Noordbikers begint altijd met een bedrieglijk mailtje waarin onze hoofdsponsor, Kees' Fietsshop in Noordwijk, ons - wielerliefhebbers - oproept om de eerste zondag van de zomertijd te verzamelen bij het vertrekpunt langs de Jhr. Geversbaan. 'Wij bieden je een gezellige, gezamenlijke en afwisselende rit, waarbij de gemiddelde snelheid rond de 30 km/u ligt. En na afloop doen we dan met z’n allen nog een lekker bakkie bij het startpunt.' De gemoedelijkheid druipt er vanaf. Handjes op het stuur, beetje keuvelen onderweg, oog voor de omgeving en na afloop nog een kopje koffie ook. Wie ervaring heeft met de Noordbikers weet dat hij 's zondags om 08.15 uur wordt opgewacht door een groepje afgetrainde mannen met bloeddoorlopen ogen, dat bij de eerste bocht de teller al op 35 heeft staan en die op de lange rechte stukken laat oplopen tot boven de 40. Op sommige plekken willen ze nog wel eens wachten op achterblijvers, maar als dit te vaak voorkomt ga je vanzelf wel op zoek naar een ander clubje. Zij denderen door, meestal wekelijks op hetzelfde rondje Noordzeekanaal omdat je daar zo lekker de ruimte hebt om flink door te halen. Een meerderheid van het gezelschap rijdt na de honderd afmattende kilometers direct door naar huis, om de rest van de zondag uitgeblust met de beentjes omhoog te liggen. Waarom ik dan toch meega? Ik word er onbetwist beter van. Alleen toen ik gistermorgen om 7 uur - na drukke dag met BBC Awards, een etentje, een verjaardag en een nacht met vijf uur slaap - in mijn ochtendjas voor het slaapkamerraam stond, besloot ik spontaan mijn weg-wielerseizoen een weekje later te laten beginnen.

 
 
 
 

Zondag 22 maart

Een uurtje losfietsen na de 180 kilometer van gisteren.

 
 
 
 

Joop 2009

Zaterdag 21 maart

Wat Milaan-San Remo is voor de profs, is de Joop Zoetemelk Classic voor ons, kleine krabbelaars: de échte opening van het wielerseizoen. En zowaar, de uitvoering 2009 deed zich gelden als een Primavera met de hele dag een strakblauwe lucht en een matig - zij het nog een beetje fris - windje. Het lokte in elk geval een recordaantal deelnemers naar het clubgebouw van Swift in Leiden. Joop zelf was uiteraard ook weer van de partij (niet voor de 150 kilometer, maar wel voor de helft) en wilde na afloop in hemdsmouwen per se met ons uitgedunde gezelschap (fietsmaat Rob, neef Raymon en ik) op de foto. En wie zijn wij om deze vaderlandse wielericoon dit plezier te weigeren? De rest van ons groepje waren we al na een uurtje kwijtgeraakt toen Raymon lek reed en de rest - uitgewaaierd over een breed peloton van tientallen renners - dat niet in de gaten had. Dus werd het voor ons andermaal een dag van 'groepjes zoeken'. Een groepje is belangrijk: vooral om je uit de wind te houden, op uitgestrekte polderwegen. Maar een groepje mag niet te hard gaan - net boven de veertig is voor ons de limiet, op een dag waarop er in totaal 180 kilometer op de teller komt - en zeker niet te langzaam (als de snelheid onder de dertig zakt rijden we door naar een volgend groepje, of pakken we ons eigen tempo). Met deze instelling bleken we ergens halverwege de tocht door het Groene Hart ook de rest van ons eerste groepje - ergens aan de koffie - te zijn gepasseerd, waarmee deze Joop Zoetemelk Classic 2009 voor ons niet meer stuk kon. Ook niet voor neef Raymon, die op de 15 kilometer naar huis nog verzuchtte dat hij op de foto had gestaan met één van de beste renners die ons land heeft voortgebracht. 'Met twéé van de beste renners', corrigeerde ik bescheiden. Maar daar moest hij net even te lang over nadenken.

 
 
 
 

Woensdag 18 maart

Als ik de poort uitrijd word ik begroet door het homerische gelach van mijn fietsmaat Rob - zijn natuurlijke reactie op alles wat maar afwijkt van zijn beperkte wereldbeeld. De afgelopen keren dat ik op mijn nieuwe rijwiel met hem meereed waren ze bedekt met stemmige zwarte Sidi-dekjes, maar met dit flauwe voorjaarszonnetje mogen ze - op de dinsdagmiddag dat wij een avondklus aangrijpen om lekker overdag te fietsen - gezien worden: mijn nieuwe witte fietsschoenen. En dat is om te lachen, natuurlijk, als je niet beter weet. Wie bij de eerste koersen op tv namelijk goed zijn ogen de kost geeft in het peloton is er inmiddels van doordrongen dat iedereen die het wielrennen serieus neemt op een witte fiets rijdt en witte schoenen draagt. Toegegeven, mijn huisdealer Kees Fiets moest ook enige aandrang op mij uitoefenen om mij zover te krijgen dat ik mijn zwarte Sidi's aan de wilgen hing, maar gesterkt door de wetenschap dat Contador en ik - behalve ons merk en de kleur fiets - ook dit met elkaar gemeen hebben, geeft steun. En kracht. Om m'n rug recht te houden ten opzichte van conservatieve krachten die zich - uiteindelijk tevergeefs - verzetten tegen de vooruitgang, het heersende modebeeld, kortom, het leven zelf.

 
 
 
 

Column

 

 

Stempel


Schroomvallig is het woord dat zich opdringt bij de blik waarmee de doktersassistente mijn urinecontainer met garantiesluiting in ontvangst neemt. Ze klinkt een beetje schor als ze, na een korte stilte, het woord tot me richt. ’Ik durf het bijna niet te vragen...’ Na mijn goedmoedige knikje verbreekt zij het zegel en neemt – de ogen geloken – een klein slokje.


Tsja, mijn collega’s wilden dit ook al niet geloven, maar je moet toch
wat om een zekere heroïek toe te kennen aan het groot sportmedisch
onderzoek waaraan een ambitieuze senior zich moet onderwerpen om La
Marmotte te mogen fietsen. Voor mijn 20-jarig neef volstaan tien
symbolische kniebuigingen, voordat de arts zijn bevrijdende
handtekening en stempel op het formulier zet. Ik word op een
woensdagmiddag drie uur door de mangel gehaald alsof ik voor zes maanden word afgeschoten naar de steriele atmosfeer van het ruimtevaartstation ISS.
 

Indekgedrag, oordeel ik aanvankelijk over het formuliertje dat de organisatie van La Marmotte – een eendaagse fietstocht van 174 kilometer waarbij achtereenvolgens de alpenreuzen Croix de Fer, Telegraph, Galibier en Alpe d’Huez moeten worden beklommen – van mij wil ontvangen voordat ik een startbewijs krijg. In Nederland mag je
met twee lekkende hartkleppen nog de Amstel Gold Race, Limburgs
Mooiste en de Steven Rooks Classic op één dag rijden, maar Fransen en
Spanjaarden laten je pas aan de start verschijnen als alle organen een
keer zijn doorgemeten en alle gewrichten zijn betast.
 

Van collega-fietsers hoorde ik dat met deze verplichting pragmatisch
kan worden omgegaan: je belt even naar je huisarts, laat de assistente
een stempeltje zetten en fietsen maar. Doch mijn poging mijn eigen
huisarts zo gek te krijgen – in mijn elektronisch patiëntendossier kan
hij zien dat ik, op een dagelijkse hogebloeddrukpilletje na, al 48
jaar zo gezond ben als een vis – strandden op een secretaresse die
haar certificaat klantvriendelijkheid nog in het vroegere Oostblok
heeft gehaald. Het enige dat ik van haar krijg is een lijstje met
artsen in mijn woonplaats die wel een keuringsprogramma in hun pakket
hebben.
 

Dat blijkt nog niet mee te vallen. Telkens weer stuit ik op de muur
die assistentes optrekken rond hun employee, die het zo druk zou
hebben dat hij geen krabbeltje kan/wil zetten onder de
gezondheidsverklaring van een jongbejaarde die op één dag 5000
hoogtemeters wil gaan wegtrappen. Ten einde raad wend ik me tot de
sportgeneeskundige afdeling van een streekziekenhuis, waar ik in een
ver verleden goede ervaringen heb opgedaan met een hardnekkige
hardloopblessure.
 

Op internet had ik al gezien dat mij een breed scala van
sportkeuringen ter beschikking staat, maar na het opgeven van mijn
missie (La Marmotte) en mijn leeftijd (48), blijft er volgens de
functionaris die ik aan de telefoon heb nog maar weinig te kiezen
over: het groot sportmedisch onderzoek moet en zal het worden. Naast
het opnemen van allerlei lichaamskenmerken omvat deze apk voor het
lichaam – zoals mijn lijfblad Fiets het deze maand zo treffend
omschrijft – onderzoek naar de longfunctie, een hartfilmpje in rust,
een bloed- en urineonderzoek en een maximale inspanningstest met
ECG-controle. Dat laatste houdt in dat je, beplakt met elektroden, een
kwartier lang met steeds meer weerstand de trappers rond moet krijgen,
totdat je uiteindelijk op (in mijn geval) een hartslag van 187 zit.
 

En dat is nog heel behoorlijk, vindt de sportarts, als je het
vergelijkt met de andere recreatiefietsers in hun laatste levenshelft.
Uit de grafieken die de plotter uitspuugt blijk ik bovendien 29
procent boven het gemiddelde te trappen. Na mijn bescheiden ’En dan
ben ik dit jaar nog maar nauwelijks in training’ krijgt mijn
rennersego een nieuwe boost: ’Met jouw maximale vermogen zou je ook
bij de amateurs goed kunnen meekomen.’ Over mijn koersinzicht kan hij
niet oordelen, maar ’ze rijden je er in elk geval niet af’.
 

Ook anderszins kom ik glansrijk door de keuring, al maalt de laatste
dagen wel het zinnetje door mijn hoofd waarmee de sportarts mij -
languit op zijn behandeltafel - typeerde. ’Je hebt niet echt het
postuur van een wielrenner, hè?’
 

Vijf kilo moet er zeker af. Tien zou ook helemaal niet gek zijn.
De oorzaak daarvan verwoordt hij op een prominente plek in de uitslag
van mijn groot medisch sportonderzoek:
 

’Alcohol: 15 eenheden per week’.
 

Zat er toch wijnazijn in mijn urinecontainer.

 
 
 
 

 

Zondag 15 maart

 

Een zondagmorgenbeeld zoals dat in menig café in de lage wielerlanden kan worden aangetroffen. Uitgebluste oude mannen met verweerde koppen en een enkele politiek-incorrecte neef - vandaag 21 jaar geworden - laten zich na 70 moordende kilometers de welverdiende cappuccino voorzetten. Wat volgt is een kwartier met rennerslatijn, drollenhumor en hogere afzeikkunde. Zoals zo vaak, als je acht dampende kerels rond een Perzisch tapijtje aan de koffie zet.

 
 
 
 

Zaterdag 14 maart

Ik had mijn politiek-incorrecte neef nog een laf mailtje gestuurd ('Vieze miezer, wat denk jij ervan?') in de hoop dat hij niet zou komen opdagen, maar omdat hij zijn digitale postbus niet had geleegd, stond hij stipt om half twee voor mijn deur. Dus ja, toen moest ik wel. Toch nog zeventig kilometer weggetrapt, waarvan zeker vijftig in de regen. En mijn nieuwe fiets? Ach, dat is een gebruiksvoorwerp, hadden de mannen van Kees Fietsshop in Noordwijk mij op het hart gedrukt. En zo is het. Hoewel je dat na afloop niet zou zeggen, als je me zag poetsen om hem weer smetteloos wit te krijgen.

 
 
 
 

 

Maandag 9 maart

 

Alsof ik thuiskwam met een gevulde Maxi Cosi, zo werd ik zaterdag na mijn bezoek aan de fietsenwinkel door mijn echtgenote begroet. Haar gebrek aan respect voor de goede dingen uit een rennersleven was mij al eerder opgevallen, maar op voor mij bijzondere hoogtijdagen laat zij nauwelijks verholen doorschemeren dat ik me gedraag als een kleuter met een nieuw speeltje. Al het bezoek - dankzij een feestje van mijn dochter hadden we veel aanloop - wordt reeds in de gang (steeds zo hard dat ik het zelf ook hoor) geïnstrueerd luidkeels zijn bewondering voor mijn rijwiel te uiten, het ding even op te tillen en 'O, wat is ie licht!' te roepen. Een weinig subtiele wraak voor mijn diepste wens om mijn nieuwe Trek voor een dag en een nacht in de woonkamer te mogen stallen. In de loop van de avond kwam per mail ook een - welgemeend - eerbetoon van mijn fietsmaat Rob: 'Geweldig. Onder je deken leggen en zelf in de schuur gaan slapen, zo mooi!!' En dat vond mijn vrouw nu wel weer een goed idee: 'Dat ding snurkt tenminste niet.'

 

 

 

Zoek de tien verschillen:

Zoals op de bovenste foto staat de Madone 5.2 in de folder van Trek. Het basisframe vond ik direct mooi, maar de complete fiets bevatte naar mijn smaak teveel rood - de biezen op de banden, en de kabels - en teveel wit - in de wielen en het stuurlint. In overleg met mijn dealer Kees Fietsshop uit Noordwijk heb ik gekozen voor andere, zwarte banden (Schwalbe Ultremo R) en zwarte wielen (Bontrager Race X-Lite), een zwart stuurlint en een ander zadel, voor een betere zwart-wit balans. Maar de grootste verandering ten opzichte van het origineel is de Shimano-groep. De originele Trek is afgemonteerd met Ultegra SL, de mijne heeft het neusje van de zalm van de Japanse fietstechniekers: de Dura Ace 7900-groep. Tot mijn verdriet wordt de Triple-uitvoering (drie tandwielen voor) niet meer gemaakt, dus ga ik me behelpen met Compact (een groot en een heel klein blad voor), met voor in Nederland een 12-23 cassette achter. In de bergen ruil ik die om voor een 12-28 of - als die er komt, tenminste - een 12-29. Ik moet mijn 90 kilo tenslotte nog wel omhoog kunnen trappen.

 
 
 
 

 

Zaterdag 7 maart

Onder racefietsers is het rondje Delft-Westland-Hoek van Holland berucht vanwege de vrijwel constante westenwind, die nooit onder kracht 4 lijkt te komen. Het is open, kaal land, afgewisseld met glazen steden vol radijs en inheemse bloemensoorten, totdat uiteindelijk de Nieuwe Waterweg opdoemt, die we van Maassluis tot aan het zeegat volgen. 'We' waren vanmorgen mijn politiek incorrecte neef Raymon, twee Robben en ik, waarbij vooral de ene Rob (de middelste op de bovenste foto) ons groepje zodanig geselde dat de kramp de andere Rob (rechts) op de gekste plekken in het lijf schoot. Even uitpuffend bij de Torpedoloods bleek het 'vreemde transportendag' op de watersnelweg richting Rotterdam: een gevaarte met 13 casco's van binnenvaartschepen en een enorm hefschip van Ballast Nedam verrijkten ons uitzicht vanachter de cappuccino en de nauwelijks ontdooide appeltaart. Ook terug was de ene Rob pas tevreden als de snelheid boven de 40 lag, waardoor er weinig terechtkwam van het vaste voornemen om op het gemak met de wind in de rug terug fietsen. Dat zou maar afdruk doen aan de beruchte reputatie van het rondje Delft-Westland-Hoek van Holland (in mijn geval 105 kilometer).

 
 
 
 

 

Donderdag 5 maart

Voor mijn 20-jarige neef volstaan 10 diepe kniebuigingen nog wel, maar voordat ík groen licht krijg voor deelname aan La Marmotte, wil de secretaresse van de sportafdeling van het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp eerst even weten hoe oud ik ben. 48? Dan adviseren wij een uitgebreid sportmedisch onderzoek, voor een luttele 195 euro. Nou ja, dat is nooit weg. Mocht ik desondanks dood neervallen op een alpentop, dan kan mijn eega met het keuringsbewijs in elk geval naar de verzekering. Alle onderdelen uit het bovenstaande schema heb ik gistermiddag afgewerkt, met als hoogtepunt de inspanningstest op de fiets. Een kwartier lang in een constant tempo trappen, waarbij de weerstand steeds verder werd opgevoerd. In mijn geval tot een hartslag van 187, wat voor een oude man met bloeddrukpillen nog heel behoorlijk is. Voor de toerfietser die ik ben, lagen mijn resultaten uiteindelijk 29 procent hoger dan bij vergelijkbare bejaarden en zou ik, volgens de sportarts, ook bij de amateurs nog heel behoorlijk kunnen meekomen. 'Op vermogen fietsen ze je er in elk geval niet af.' Over koersinzicht kan hij natuurlijk niet oordelen. Waren er nog minpuntjes? Jazeker, ik heb niet echt de bouw van een wielrenner. Voor het juiste vetpercentage mag er zeker nog wel vijf kilo af van de 90 die de weegschaal nu aangaf. Tien kilo zou helemaal mooi zijn. Dan moet ik niet alleen veel meer trainen maar ook mijn voeding aanpassen en, erger nog, mijn twee tot drie glazen wijn per dag achterwege laten. Daarvan begreep de sportarts ook wel dat hij het onmogelijke van me vroeg. Dus ja, ik ben goedgekeurd voor La Marmotte!

 
 
 
 

 

Zondag 1 maart

Met 'De Omloop Het Nieuwsblad' is het wielerseizoen pas echt begonnen. Dat heeft ook zijn weerslag op ons, armzalige krabbelaars. Deze week heb ik - met mijn fietsmaat Rob - voor het eerst het door 'Fiets' voorgeschreven aantal trainingsuren gehaald met ritjes op dinsdagavond, donderdagmiddag, zaterdagmorgen en vanmorgen. Ook om ons heen zien we - nog kilo's te zware - kerels van middelbare leeftijd uit hun wielerwinterslaap ontwaken en wordt er op het duinpad bij het beklimmen van elk hellinkje weer aan pikzwaaierij gedaan. Nu mijn eega een weekeindje Texel doet, kan ik onze slaapkamer ook ongestraft laten veranderen in een rennerskot. Vrouwen begrijpen niet hoe belangrijk het is voor onze fietshormonen om de nacht door te brengen in de nabijheid van uitdampende wielerkleding. Laat ik dus niet vergeten om vanmiddag alles snel in de wasmand te gooien.

 
 
 
 

Maandag 23 februari

De trainingschema's van mijn lijfblad Fiets gaan uit van minimaal acht uur per week, in voorbereiding op - in mijn geval - La Marmotte. Een complete dag in het zadel, naast de normale werkweek voor de baas. Met trainingen op dinsdagavond (anderhalf tot twee uur), donderdagavond (ook zoiets), zaterdag (twee tot drie uur) en zondag (idem), is dat wel te doen, maar dan moet het in deze tijd van het jaar nooit regenen, nooit glad zijn en dien je je volledig vrij te maken van eventuele (avond-)klussen en sociale verplichtingen. Eigenlijk moet je gewoon gaan rentenieren, hoewel dat voor strakke trainingschema's weer zo zijn eigen problemen met zich meebrengt. De afgelopen weken werden de acht uur bij lange na niet gehaald, maar zaterdagmiddag lokte het zonnetje mijn politiek-incorrecte neef en mij weer eens met plezier naar buiten. Dat bleek van korte duur. Op het duinpad van Wassenaar naar Hoek van Holland reden we zeker anderhalf uur in een 'zeevlam', een dikke mistlaag met een zicht van een meter of twintig en een temperatuur van een graadje of drie. Maar eenmaal aan de Nieuwe Waterweg werd het weer helder en konden we ons als bewijs van goed gedrag vastleggen met behulp van de zelfontspanner en een veel te laag bankje. Ik was nog niet thuis of fietsmaat Rob - koud terug van de wintersport - meldde zich aan voor de zondagmorgen, waarop het opnieuw ouderwets guur was op ons rondje Zandvoort. Maar toch spookte het voorjaar door ons hoofd, waardoor we vanaf deze week vastbesloten zijn om de acht uur per week te halen. Of is het pure angst, omdat over vier weken de 150 kilometer van de Joop Zoetemelk Classic wacht?

 
 
 
 

Maandag 15 februari

De twijfel is het ergst. De keren dat je op zondagmorgen wakker wordt terwijl de regen tegen de ramen klettert, zijn in een jaar op één hand te tellen. Alleen op die momenten weet je zeker dat ook je maten zich nog een keer omdraaien en de rest van de zondag niet wordt gevuld met een knagend schuldbesef doordat je racefiets lekker droog in de schuur is blijven hangen. Al die andere keren is er de onzekere gang van het bed naar de spleet in het horgordijn, van de buienradar naar de achterdeur, om een ouderwetse blik op de grijze lucht te werpen. Zal ik? Of zal ik niet? Duidelijke regels zijn er alleen in theorie. We gaan altijd, behalve als het regent. Maar wanneer regent het? Ja, als het met bakken uit de lucht komt. Maar het kan ook gaan regenen in de drie kwartier dat je ontbijt en daarna je wielerkloffie aantrekt. Of als je net op de fiets zit. Dus bij twijfel mail je. Stuur je sms'jes. En als het moment van vertrek niet langer kan worden uitgesteld, bel je elkaar op. Gaan we? Of gaan we niet? Dus ja, om dat hele moeizame twijfelproces een keertje over te slaan (en fietsmaat Rob toch op skivakantie is), hebben mijn politiek-incorrecte neef en ik op zaterdagavond al besloten dat het zondagmorgen zou gaan regenen. Dat geeft zoveel rust.

 
 
 
 

Zondag 8 februari

Hadden de thuisblijvers, waarop wij bij het Groene Kerkje in Oegstgeest tevergeefs stonden te wachten, gelijk? Vanachter het dubbele glas in de warme woonkamer leek het een mooie fietsochtend te kunnen worden, maar al na een paar honderd meter voelden mijn politiek incorrecte neef en ik onze achterwielen wegglijden: het was glad, koud en nat. Met z'n drieën - Rob toonde zich ook een man - reden we naar het verzamelpunt waar we nog twee fietsmaten moesten oppikken, waarbij neef Raymon langs het Oegstgeester Kanaal al een keer op z'n plaat ging. Maar deze judoleraar weet hoe te vallen. Nog steeds met z'n drieën ging het richting Sassenheim en Lisse, om - voorzichtig, voorzichtig - via het duinpad weer naar Katwijk te rijden. De blik ging daarbij voortdurend naar rechts, waar boven zee de schepen met zure appelen aan het opstomen waren. Toen het bij Katwijk in de vorm van regen, sneeuw en hagel uit de hemel kwam, kreeg ik de handen niet meer op elkaar voor mijn voorstel er nog een rondje Wassenaar aan vast te plakken. Precies zoals ik had gehoopt.

 
 
 
  Zondagmiddag 1 februari, 15.30 uur

Eigenlijk zag je het een dag van tevoren al aankomen. In De Volkskrant stond een dubbelinterview met Marianne Vos en Lars Boom. De eerste was op een damesfiets gekomen naar de interviewafspraak in een hotel in Vlijmen, een ritje van zo'n drie kwartier in de vrieskou. De tweede kwam, een kwartier te laat, in zijn nieuwe Range Rover aanrijden. De één werd vandaag wereldkampioen, de ander reed volstrekt kansloos zijn rondjes in het achterveld.

 
 
 
  Zondagmorgen 1 februari, 07.39 uur

Ik (per sms): Feestje gehad. Half vier thuis. Ben nu nog dronken. Fietsen wordt niks. Ga er weer in met 2 aspirines.

Rob (per sms): Ja ja. Je moet zeker repeteren voor het songfestival vanavond. Tjongejonge. Ik ga wel alleen.

 
 
 
 

Donderdag 29 januari

Terwijl essentiële onderdelen in onze woning afbrokkelen, spontaan dienst weigeren, klemmen of juist loslaten, bleven mijn dramatische oproepen op dit weblog en in de krant om een handyman onbeantwoord. Klusjesmannen en beunhazen verscholen zich achter 'druk, druk, druk' en erkende bouwondernemingen haalden hun neus op voor het kruimelwerk wat ik ze wilde voorschotelen. En elke dag maar weer werd ik geconfronteerd met de jubelverhalen van onze in Spanje rentenierende vrienden over het fijnmazige netwerk van vaklieden dat ze dankzij hun fietsclub hebben leren kennen en dat hun woning - toch al niet van paradijselijkheid gespeend - klaarstoomt voor het walhalla op aarde. 'Weet jij dan niemand?', vroeg ik afgelopen dinsdagavond - met een licht verwijtende ondertoon - aan mijn fietsmaat Rob, toen we met -4 op onze mountainbikes door de Bollenstreek reden. 'Moet je Rob (niet deze Rob, een andere Rob - DvdP) even bellen', zei hij in een fractie van een seconde, 'die heeft een klusbedrijf.' En waar iedere andere klojo met twee rechterhanden mij al maanden laat bungelen, verscheen Rob gistermiddag zelfs tien minuten voor de afgesproken tijd in ons huis in verval, liet hij het rustige oog van de vakman over mijn lijstje schijnen, droeg oplossingen aan die nog nooit in mij waren opgekomen en beloofde plechtig binnen drie weken - als wij met witten en verven willen beginnen - te verschijnen om van onze onverklaarbaar bewoonde woning weer een modelhuis te maken. Wie is die Rob, die andere Rob, die Rob de Bouwer, zult u zeggen? Uh ja, dat is een beetje gênant, want in z'n klussenbus, werkkleding en met dat petje had ik hem nauwelijks herkend. Alle keren dat ik hem eerder heb gezien, had hij namelijk een wielerpakje aan en een fietshelm op z'n hoofd.

 
 
 
 

 

Rob, neef Raymon en ik.                                                                                                      Foto: Zelfontspanner

Zondag 25 januari

In het half uur dat ik meestal wakker word voor een fietsafspraak op de vroege zondagmorgen, loop ik in bed de pijntjes in een ouder wordend lijf na. Het gezeur aan de zijkant van mijn rechterknie, een rug die niet helemaal meer meewerkt en de kneuzing in mijn pols, die na een val in december nog steeds niet helemaal over is. Eenmaal op de racefiets voel je in de regel niks meer, maar vanmorgen was ik toch een beetje val-angstig toen bleek dat het wegdek was bedekt met een dikke laag rijp. Echt spekglad was het niet - de laag was eerder korrelig - maar in de bochten reden we voorzichtigheidshalve toch vrijwel stapvoets in dit winterwonderland. Helden zijn mensen die te dom zijn om de consequenties van hun gedrag te overzien, mag ik in dit soort gevallen mijn fietsmaten graag voorhouden. Maar zoals altijd lag het gevaar op de loer op stukken waar je het het minst verwacht: in een bocht langs de Vliet, waar alles al leek opgedroogd - gingen we met een gangetje van een kilometer of dertig bijna gedrieën onderuit op een bevroren plas die zich over de hele breedte van het fietspad uitstrekte. Twee meter verderop lonkte het gitzwarte water, maar we bleven - met wegslippende achterwielen - overeind. Maar goed ook, want meer vage pijntjes kan dit ouder wordende lijf er even niet bij hebben.

 
 
 
 

(Foto Maaldrift: zelfontspanner)

Donderdag 22 januari

Er is weinig deprimerender dan in je eentje op een gure avond in het pikkedonker door een duingebied rijden. Dus nu mijn fietsmaat Rob door droeve familieomstandigheden even wat anders aan zijn hoofd heeft, is de verleiding groot om 's avonds lekker thuis bij de warme kachel te blijven zitten. Zonder stok achter de deur ben ik als wielrenner nergens, dat besef ik maar al te goed. Toen ik gistermiddag derhalve in het Leidse redactielokaal zat weg te suffen bij een graadje of 28 - de geavanceerde vloerverwarming was weer eens van slag - besloot ik het nuttige met het aangename te verenigen. Een uur eerder dan normaal pakte ik mijn rijwiel om de vaste route naar huis zodanig te verleggen dat die via de landelijke Wassenaarse Maaldrift en de chique villawijk De Kieviet door de duinen - zo hard mogelijk - weer naar Katwijk voerde. Mijn door eerlijk zweet doorweekte kleren konden meteen bij het klein chemisch afval, maar de rest van de gure avond zat ik met een goed gevoel bij de warme kachel. Nee, niet onder een dekentje, zo erg is het nou ook weer niet.

 
 
 
 

Maandag 19 januari

Onder fietsers is het inmiddels een 'dingetje', een kwestie, zo u wilt. De chaotische inschrijving voor de Amstel Gold Race is het gesprek van de dag, op winderige duinpaden, in mailboxen en bij mijn kaasboer, ook een fanatieke wielrenner die het niet is gelukt om binnen de 30 uur dat de toertocht volledige was volgeboekt door een haperende website heen te komen. Ook mijn trouwe webloglezer Harrie was te laat. En mijn politiek-incorrecte neef lukte het pas donderdagmorgen om half vijf - hij bezorgt een ochtendkrant. Dus achteraf had ik nog mazzel dat ik er woensdagmiddag om half drie - na vierenhalf uur vruchteloos klikken op de 'ververstoets' - in slaagde om zowel mezelf als mijn fietsmaat Rob in te schrijven. Zaterdagmorgen ging ik met mijn neef over het duinpad van Scheveningen naar Katwijk, toen we twee wielrenners achterop reden. We bleven bij ze hangen en maakten een praatje, waarbij ik me halverwege het gesprek opmaakte voor een tirade jegens de organisatie van de Amstel Gold Race, die nu beweert dat 'ze nooit heeft kunnen voorzien' dat ze deze gekte over zichzelf heeft afgeroepen (zie mijn eerdere log over dit onderwerp). 'Kijk uit wat je zegt', waarschuwde de fietser naast me, 'want ik ben verantwoordelijk voor de technische kant van de Amstel Gold Race-website.' Hij bleek een Noordwijker, bij Amstel e-business te werken en had daags voor de inschrijving nog extra bandbreedte ingekocht, die echter niet bestand bleek tegen een spervuur van 150 hits per seconde. 'We hebben er van geleerd', beweerde hij, toen ik me opmaakte om hem de berm in te rijden. Een schrale troost, voor Harrie en mijn kaasboer.

 
 
 
 

Zaterdag 17 januari

Dit is wel een mooi plekje, zei ik tegen mijn politiek-incorrecte neef, om mijn nieuwe camera-instellingen te testen. We reden vanmorgen langs de Vliet ter hoogte van Voorschoten en op een bruggetje was een ijzeren plateautje waarop het toestel kon staan. Dertig seconden hadden we, om een stukje terug te rijden, te keren en richting de camera te trappen, die vervolgens vijf opnamen van ons zou maken. Dertig seconden is nog best veel, merkten we bij de eerste sessie, toen we de camera al voorbij waren toen die aan het klikken sloeg. Maar de tweede keer ging het, al moesten we wel weer afremmen, prima. De eerste spetters kwamen al uit de lucht en even later begon het met bakken te regenen. De wind trok aan tot kracht zes á zeven - natuurlijk hadden we hem tegen - en het was nog behoorlijk koud ook. Maar toch 65 kilometer gereden, voor mijn neef de eerste training op weg naar La Marmotte, op 4 juli. Hij is gestopt met drinken - nou ja, af en toe een biertje nog - en op de serieuze hellinkjes in de duinen reed hij weer akelig hard van me weg. Ik stond bij de finish boven niet eens op de foto, om het in wielertermen uit te drukken.

 
 
 
 

Donderdag 15 januari

Van eerdere edities kan ik me herinneren dat ik ergens halverwege januari dacht: o ja, nog even inschrijven voor de Amstel Gold Race. Je ging naar de site, klikte op de juiste link, vulde je gegevens in, kreeg na een paar minuten een mailtje en klaar was Dick. Maar daar nam de organisatie van deze toertocht door het Limburgse heuvelland geen genoegen meer mee. Al weken word ik bestookt met nieuwsbrieven waarin de inschrijvingsdatum wordt aangekondigd, en ja wel hoor, ten lange leste kwam er ook nog een inschrijvingstijd bij: op 15 januari vanaf 10 uur mensen, dan is het zover! En wees er snel bij, want vorig jaar was de populairste afstand (150 kilometer, die wij ook willen rijden) in recordtijd volgeboekt. Het gevolg laat zich raden: om precies 10 uur gistermorgen klapte de site van de Amstel Gold Race uit de lucht omdat duizenden malloten tegelijkertijd hun inschrijvingsformuliertje wilden invullen. Jazeker, daar was ik ook bij. Door in de baas z'n tijd om het kwartier eventjes te klikken op de 'ververs-toets' kwam ik er om een uurtje of half drie in de middag doorheen. Eerst voor mezelf, toen nog voor mijn fietsmaat Rob, die in Oostenrijk op de lange latten staat. Zo doe je dat, als organisatie. Je organiseert ook je eigen chaos.