| |
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
| |
|
Programma 2009
Maart:
Joop
Zoetemelk Classic vanuit Leiden
April:
Veenendaal-Veenendaal
Amstel Gold Race
Mei:
Hart van de Bollenstreek
Juni:
Trainingskamp in Spanje
Limburgs
Mooiste
Juli:
Fietsweek in
de Alpen, inclusief La Marmotte
Augustus:
Zomervakantie, waarschijnlijk in de Dolomieten, Italië
September:
Fietsweekend
Ardennen
|
| |
| |
| |
| |
|
 |
| |
 |
| |
|
 |
|
  |
|
| |
Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol.
De meeste kilometers draai ik in de Duin- en
Bollenstreek, maar
enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij mijn
rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, Spanje. Op
deze site columns over en verslagen van trainingsritjes,
officiële toertochten en vakantietrips. Want stukjes
tikken over fietsen doe ik ook voor de lol. |
|
| |
|
|
| |
Naam:
Dick van der Plas, Leeftijd:
48,
Woonplaats:
Katwijk aan Zee |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Seizoen
2009 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |

Woensdag
30 december
De 'mooiste rit van 2009'
op de op één na laatste dag van het jaar en Rob1 en ik
waren er niet bij. Dat was de teneur van het mailtje dat
ik hedenavond mocht ontvangen van Rob2, die met drie
maten in de besneeuwde Schoorlse duinen had gefietst.
Jazeker, we waren er keurig voor uitgenodigd, maar
helaas: te veel abonnees wachtten nog op een Leidsch
Dagblad voor Oudejaarsdag om er een dagje tussenuit te
knijpen. En het is mooi hoor, in de sneeuw trappen, maar
2009 had zoveel mooie ritten. Ik denk aan La Marmotte,
de beklimming van de Passo Manghen in Italië, alle
ritten die ik maakte in Spanje. En, om mijn vrouw maar
te citeren: er is meer in het leven dan fietsen alleen.
Maar oké, dat is bij het
zien van deze beelden toch een schrale troost. |
|
| |
|
|
| |
Zondag 27 december,
Derde Kerstdag
Die toevoeging mag er
inderdaad wel bij: Derde Kerstdag. Opgeblazen van de
gevulde rollades, het steengrillen en liters wijn
verschenen er hedenmorgen acht mountainbikers aan de
start bij de Goerie, om er onder leiding van Oscar weer
wat kilo's af te trainen. Op enkele spekgladde stukken
na - waar Simon de afwezige tuimelaar Graham Shepley
waardig verving door spectaculair op z'n plaat te gaan -
was het parcours in de Noordwijkse duinen goed te
berijden.

Mijn leermoment van de
dag: het staand klimmen. Normaal hang ik als een
vleeszak op het zadel om op het kleinste verzetje omhoog
te malen, maar er was Oscar vandaag veel aan gelegen om
die 95 kilo vlees en botten overeind te krijgen. Dat
lukte, zowaar, al voel ik me achter het ranke mannetje
dat als een hinde over de singletracks knalt nog altijd
een verdwaalde walrus die door vier begeleiders van het
Dolfinarium op een fiets is gezet. Ruim twee uur
draaiden we onze rondjes, om daarna tussen Noordwijk en
Katwijk nog te worden vergast op een bui ijsregen. Maar
ook dat paste prima in onze zelfkastijding op deze Derde
Kerstdag.

 |
|
| |
|
|
| |


Zondag 20 december
Vijf dapperen slechts verschenen
er in het ochtendschemer aan de start bij De Goerie, voor
een remake van de 'Hel van '63'. Hun namen mogen
met gouden krulletters worden gekalligrafeerd in de nog
zo jonge analen van de Wielervereniging Katwijk en
dienen voortaan in één adem te worden genoemd met die
van Reinier Paping:
Rob2, Graham, Dirk, Aad, Dick
De angstige thuisblijvers
hadden - onder de klamme lappen bij moeder de vrouw -
het grootste ongelijk van de wereld, want wat de ANWB
ook mocht beweren, het was niet glad. Wie zich niet
begaf op de paden waar met pekel was gestrooid, reed
door een dikke laag, stugge poedersneeuw, waar de
mountainbikebanden veel grip op hadden. Zelfs op het
parcours in de Noordwijkse duinen kon elke helling
moeiteloos worden genomen. Alleen Graham ging twee keer
tegen de vlakte, maar dat had meer te maken met
verstopte stoepranden en het onvoorspelbare rijgedrag
van Rob2 dan met de weersomstandigheden.


Al bij de Estec kon
mijn regenjasje uit - te warm - en reden we,
voortgejaagd door een stevige zuidenwind - door een
winterwonderland. Over singletracks, besneeuwd asfalt,
voetpaden en Rob2's sluiproutes door hakhout en
struikgewas: de hele Bollenstreek was één groot
mountainbikeparcours. De terugweg was na ruim tweeënhalf
uur - met wind tegen, ijsregen en een stugge ondergrond
(het leek wel strandrijden) - een stuk pittiger, maar
dat droeg alleen maar bij aan de heroïek van een rit
waarover over veertig jaar nog steeds zal worden
gesproken. Al was het maar door ons vijven.



O ja, sms of mail
'Gordon!' naar:
r.onderwater@hdcmedia.nl
<r.onderwater@hdcmedia.nl>;
Christiaan Weegink <c.weegink@lexence.com>;
Xander Wouda <XWouda@shl.nl>; xwouda@kpnplanet.nl <xwouda@kpnplanet.nl>;
Menno Boon <mennoboon@gmail.com>; Arwin <akrayenoord@hotmail.com>;
simon.brandt@wanadoo.nl <simon.brandt@wanadoo.nl>;
Kuijt, Cees <CKu@allseas.com>; jaecobus@hotmail.com <jaecobus@hotmail.com>;
j.kralt@casema.nl <j.kralt@casema.nl>; arie-kralt@hotmail.com
<arie-kralt@hotmail.com>; marcov@namsterdam.nl <marcov@namsterdam.nl>; gerard@casema.nl
<gerard@casema.nl>; peedeeka@telfort.nl <peedeeka@telfort.nl>
Zij waren er niet bij. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 15 december
De verleiding om de bij
de warme kachel te blijven was groot, maar zes dapperen
trotseerden vanavond de vrieskou voor een ijzig rondje
op de bevroren ondergrondgrond van het Noordwijkse
mountainbikeparcours. Wederom een slijtageslag voor mens
en machine (we noteerden een onwillig ventieltje en
haperende versnellingen) maar overigens toch een
redelijk soepel ritje waardoor we nog voor 20.30 uur
onder de warme douche stonden en een uurtje later al
weer een beetje op temperatuur waren, een enkel
afgestorven lichaamsdeel daar gelaten. (Sorry, verder
tikken niet mogelijk met tien zwarte stompjes.) |
|
| |
|
|
| |

Maandag 14 december
Ik geef toe, in momenten
van vertwijfeling heb ik de afgelopen maanden weleens
gedacht: ze zouden me toch niet vergeten zijn, de mannen
van Schwalbe? Ook na ook mijn laatste echec met de
Ultremo-bobbelbanden kreeg ik per ommegaande niet alleen
vervangende Durano's, maar werd mij tevens een setje
geheel vernieuwde Ultremo R.1's in het vooruitzicht
gesteld, uiteraard compleet met binnenbanden. En
warempel, onze kerstboom stond nog maar net, of er lagen
al vijf Schwalbe-pakjes onder: de beloofde banden, plus
een 'Lebkuchen-Herz' met een ruimhartig 'Sorry!' erop.
Uiteraard was er ook een folder bijgevoegd met de
complete Schwalbe 2010-collectie (56 pagina's
bandenplezier), maar dat klantenbindertje was eigenlijk
niet meer nodig. Ik ben al Schwalbe-fan voor het leven! |
|
| |
|
|
| |


Zondag 13 december
Veel mountainbikers tegen
wil en dank, vanmorgen in Oscars klasje, maar onze inzet
was er niet minder om. Al na honderd meter op het
parcours in de Noordwijkse duinen viel de eerste
afgebroken derailleur te noteren, waarna Graham - de
enige met een kettingpons in zijn rugzak, zo bleek veel
later - vrolijk zwaaiend nog drie rondjes langs de
reparatieploeg reed die met primitieve middelen een
'thuiskomertje' in elkaar sleutelde. Maar Onze Lieve
Heer is ook een wrakende God, zo moge blijken uit de
navolgende beelden:
Waarna die kettingpons
nog goed van pas kwam om Graham uit zijn eigen frame te
lepelen dat hij zo bruusk om een boom had gevouwen. De
lichamelijke schade bleef beperkt tot een pijnlijke
schouder, de geestelijke knauw zal wat meer nazorg
vergen. Maar voor die vorm van mededogen was geen
plaats, op het vervolg van onze rit die nu werd geleid
door Rob2, over duistere paden rond de Langevelderslag
en langs het Oosterduinsemeer. Maar toen hij na drie uur
biken ons ook nog eens over trappen en
achterafsteegjes in Villawijk De Zuid wilde leiden,
bleek dat hij - als tempobeul en demarragedwaas - het
gezag over de groep compleet was kwijtgeraakt. Waar hij
linksaf ging, reden de mannen - na het wisselen van
ampele blikken van verstandhouding - over het duinpad
rechtdoor, naar huis, naar moeder de vrouw. Het was mooi
geweest.
 |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 8 december
In het duingebied van
Noord-Holland wordt in het donker al gepatrouilleerd omdat
grote groepen mountainbikers met hun schijnwerpers het
wild verstoren. Bij ons in Zuid-Holland kon The Wild
Bunch vanavond nog ongestoord over het Noordwijkse parcours razen, waarbij we ons wel opvallend
aan de uitgezette paden hielden. Een uitstapje richting
Oosterduinsemeer werd afgeblazen na oponthoud door een
lekke band, zodat we ook via het duinpad weer naar
Noordwijk reden. Alleen het laatste stukje pakten we
daarvoor de wandelroute, die halverwege uitgerekend
vandaag bleek bestrooid met een dikke laag grintpap waar
met geen mogelijkheid doorheen te trappen viel. Zoals
Arjan merkte die in deze prut een spontane salto op
zijn fiets maakte en vervolgens Rob2 bijna over zich
heen kreeg. Het cementbad leverde in elk geval een
tweede lekke band in de groep op, die bij het schijnsel
van de vuurtoren kon worden gerepareerd. En nog voor het
einde van de Astrid Boulevard riep er alweer iemand
'lek'. Nee, ik geloof dat we hier in Zuid-Holland hele
andere redenen hebben om ons voortaan bij het mountainbiken maar tot het asfalt te beperkten.
P.S. Net m'n fiets
afgespoten. In de schuur hoor ik mijn band zachtjes
leeglopen. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 6 december
Altijd wel een reden om
niet te fietsen, deze maand. Te nat, te koud, te druk
(met werk, sinterklaas of eindejaarsetentjes). Ook
hedenmorgen weer even hoopvol een blik op de buienradar
geworpen, maar helaas, pas tegen een uur of twaalf zou
het gaan gieten. Dus uit die ochtendjas en, met een
lichte goedheiligman-kater, het wielerkloffie aan voor
een rondje Landgoederenroute, Scheveningen en terug over
het duinpad naar Katwijk, met Rob1, Rob2 en Kees, ook
een HTWV'er die we halverwege oppikten. Na een
bijna-aanrijding met een jogster het wandelpad maar
verlaten en keurig over het asfalt getrapt, waarbij aan
het eind de gashandel ouderwets kon worden
opengetrokken. Zodra alle marsepein, chocoladeletters,
hertenbouten en oliebollen zijn weggewerkt, wordt 2010
het jaar waarin we ons (weer) volledig aan de sport gaan
wijden. Eerst maar eens 8 kilo afvallen. |
|
| |
|
|
| |


Zondag 29 november
Oscars fietsklasje heeft
zich van het strand verplaatst naar het bos- en
duingebied van Schoorl, dat het deze zondagmorgen met
een hardloopwedstrijd, een atb-toertocht en de
gebruikelijke wandelaars met hond toch al zo zwaar te
verduren heeft. Maar wij van de Wielervereniging Katwijk
onttrekken ons zoveel mogelijk aan de drukte om net
naast en half op het parcours aan onze techniek te
schaven. Dat betekent vooral rondjes draaien op door
Oscar van te voren geselecteerde plekjes waar haakse
bochten, imposante boomwortels, afdalingen met kuilen en
mul zand op het programma staan. Zoals in elk klasje
ziet onze instructeur zich ook hier geconfronteerd met
het eigenwijze etterbakje dat zich niks van zijn wijze
raad aantrekt (Graham), de gebruikelijke uitslover
(Rob2) en de lamzak die zich op cruciale momenten
probeert te drukken omdat hij zo nodig een foto moet
maken. Nee, we noemen hier geen namen, dit weblog is
niet bedoeld om mensen te beschadigen. Leerzame ochtend,
niettemin, waarvan vooral het rijden met de slepende
achterrem (te bedienen met de rechterhand, ook zo'n
handig weetje) mij zal bijblijven. Bovendien heb ik bij
vrijwel elk onderdeel de gelegenheid om het breken van
de val met het rijwiel uitgebreid te oefenen, waarbij ik
mag constateren dat vooral op dat terrein grote
vorderingen worden gemaakt. Zeker vijf keer tegen de
grond gekwakt, geen zichtbare schade. Tegen half twaalf
vindt de helft van ons achttal het welletjes, de
braafste jongetjes van de klas maken met meester Oscar
in de stromende regen nog een rondje over het parcours.
Allemaal een plaatje, een stempel of een krul, zou ik
zeggen. Of, helemaal mooi, volgende keer met
gekleurde pen schrijven!

 |
|
| |
|
|
| |
Donderdag 26 november
Magere fietsweek, tot nog
toe. Mensen die minder toegewijd zijn aan werk en gezin
dan ik - nee, Rob1 en Rob2, ik noem geen namen - mogen
in dit verband graag de woorden 'homoseksueel gedrag' in
de mond nemen. Maar vaste volgers van dit log weten
beter. Behalve dat fietsmaat Rob1 vanavond moet werken,
heb ik niet echt een reden om deze donderdagavond thuis
te blijven, of het moeten de wind en de regen zijn. Maar
dinsdagavond heb ik verstek laten gaan omdat ik onder
meer dit stukje moest tikken voor de krant van vandaag:
Uitlachen
De plek lijkt niet toevallig gekozen. Moeder en peuter
staan –
verlangend, begerig bijna - op het snijvlak van hard en
mul zand, waar
de mountainbike zich met het voorwiel vastbijt in een
kuil, een halve
slag in de rondte draait en zijn berijder van zich
afwerpt. Groot en
klein slaan zich op de knieën van de pret. ’Niet mij
uitlachen!’, roep
ik huilerig, terwijl ik moeizaam overeind probeer te
komen. Eigenlijk
wil ik erbij met mijn voeten op de grond stampen, maar
mijn schoenen
zitten nog vast aan die verrekte pedalen.
Dat ik thuis onderwerp van spot en hoon ben zodra ik mij
in mijn kekke
wielerkleding hijs, ben ik inmiddels gewoon. Maar nu
bespeur ik ook in
rest van de samenleving een verruwing op dit vlak. Wie
zich tegen zijn
vijftigste op zijn ’all terrain bike’ nog buiten de
geijkte paden
begeeft, kan louter rekenen op meewarige blikken als hij
ergens op de
Utrechtse Heuvelrug op zijn rug in de modder ligt. Te
onaantrekkelijk
voor een jonge vriendin. Te arm voor een Harley Davidson.
En wat moet
je dan, met een dijk van een midlife crisis?
Door de week is het allemaal nog wel te doen. De
mountainbike is pas
van de muur gehaald op het moment dat het te donker werd
om ’s avonds
te racefietsen. Onder de bescherming van de duisternis
schudden wij,
senioren, de jaren van ons af. Niemand die ons ziet, als
we met onze
schijnwerpers over de singletracks van het atb-parcours
rossen of,
stiekem, de wandelpaden nemen, altijd beducht voor een
overwerkende
koddebeier of duinwachter. Vorige week nog wisten we het
zoeklicht van
een pickup-truck van de douane op ons gericht, voordat
we –
achterlichtjes uit – ons lieten opslokken door een
dennenbosje, het
hart kloppend in de keel, als Dik Troms achtervolgd door
veldwachter
Flipse. Als Swiebertjes, met Bromsnor ons op de hielen.
Ook in bewoond gebied mogen we graag van asfalt of
klinkers afwijken,
om strookjes groen, niet al te steile trappen of een
enkel overwoekerd
voortuintje met onze robuuste banden te bedwingen. Urban
bikers, dat
zijn we.
Apenkooi voor bejaarden, meent mijn dochter.
Ja, ik heb het wel afgeleerd om daar bij terugkomst
vrouw en kinderen
met rode konen over te vertellen. Ook mijn trofeeën van
die avondlijke
avonturen houd ik zorgvuldig verborgen sinds ik – met
mijn geschaafde
knieën en blauwe plekken op de heupen – ben vergeleken
met tante Els,
die bij leven met haar rollator ook niet meer zo vast
ter been was.
En, weet mijn zoon, boven de vijftig (Ik: ’49!’) teken
je nou eenmaal snel.
Nachtblind en een beetje angstig ben ik, op die
mountainbike. Alleen
psychologen gespecialiseerd in groepsdwang kunnen mijn
beweegredenen
doorgronden.
Naast het bos en het duin heb ik sinds kort ook het
strand ontdekt. Na
twee oefenritjes was de tijd rijp voor de Rabo Beach
Challenge
(Scheveningen-Noordwijk-Scheveningen) waar negenhonderd
man en een
enkele vrouw - uit frustratie over de bijna-zomerse
omstandigheden van
afgelopen zaterdag - er behagen in schiep om zeker de
helft van die 43
kilometer half in het water af te leggen, met
vervaarlijke sprongen de
diepe geulen nemend waarmee een brede zwin de weg naar
de zee zocht.
Zeker twee van ons groepje eindigden kopje onder in zo’n
stroomgat,
waarbij in elk geval één fietsbril (merk Carrera) op zee
gebleven is.
Komend weekeinde rijd ik op het mountainbikeparcours in
Schoorl. Het
deert me niet, als u onaangedaan over me heen stapt,
mocht ik ergens
vlak voor of achter u ter aarde storten. Of wanneer uw
hondje zijn
achterpootje naast mijn hoofd optilt. Ik lig tenslotte
in zijn
territorium.
Maar, doe me een lol:
Niet mij uitlachen!
|
|
| |
|
|
| |

Maandag 23 november
Dat is het nadeel, als je
zelf de camera vasthoudt. Dan sta je er zelf niet op.
Gelukkig zijn er de mannen van Sportplaat, die ook nog
eens hebben vastgelegd dat ik zaterdag bijna al het
kopwerk deed:
|
|
| |
|
|
| |



Zaterdag 21 november
Mijn
grootste angst - dat Lars Boom 43 kilometer in mijn wiel
zou blijven hangen om me bij de finish geniepig voorbij
te steken - kwam niet uit. Zoals er maar weinig te
vrezen viel op mijn eerste Rabo Beach Challenge,
waarvoor de omstandigheden bijna te perfect waren. Een
graadje of 14, zonnetje erbij en een matige zuidenwind,
die ook de terugweg naar Scheveningen niet al te
heroïsch maakte. Maar mogen we het ook een keer treffen?
Onze - ik spreek van Rob2 en mijzelf, Rob1 stond
vanmorgen tussen andere tandeloze Katwijkse bejaarden in
de rij voor een griepprik - voorbereiding bestond uit
welgeteld twee strandritjes. Maar dat bleek voldoende,
al ging het er aan de vloedlijn, tussen honderden andere
bikers, ruiger aan toe dan we op trainingen gewend
waren. Startnummer 1102 kreeg ik toebedeeld - dat heb je
met daginschrijvingen - maar in het vak 800 en hoger
stond ik daarmee toch nog tussen vier andere leden van
de Wielervereniging Katwijk. Graham en Maarten mochten
een paar honderd nummers voor ons invoegen, maar ook nog
ruim achter klasbakken als Boom en Michael Boogerd.



Indachtig de wijze raad
van Rob2 - zet deze eerste keer niet een al te snelle
tijd neer, anders heb je volgend jaar een probleem om
die te verbeteren - bleef ik al tijdens de start een
paar keer staan om foto's te maken, waardoor ik de rest
van mijn 'vrienden' in de verte zag verdwijnen. Terwijl
ik de plaat van de dag had kunnen maken door bij Maarten
en Christiaan
te blijven, die bij het passeren van een diepe zwin
kopje onder in een spuigat verdwenen. Chris ligt nog
ergens op z'n knieën in het water naar z'n dure Carrera
fietsbril te zoeken. Zelf bleef ik twee
tot drie keer met moeite overeind tijdens zo'n passage.
Vrijwel het hele stuk tussen Scheveningen en Katwijk
hielden we een brede zwin aan onze rechterhand, waarbij
om de paar honderd meter een soort 'uitwatering' moest
worden overgestoken, met flinke stroomgeulen. Door het
opspattende water was je tot aan je middel sowieso
doorweekt, dus goedbeschouwd was Maarten maar een klein
stukje natter dan wij. Niettemin was hij bij 3 graden
onder nul waarschijnlijk doodgevroren op de fiets, nu
bleek hij de finish alweer aardig opgedroogd.


Tot aan Katwijk
ging het - windje in de rug - behoorlijk hard: binnen 40
minuten waren we van Scheveningen bij de Uitwatering,
altijd een lastige barrière op weg naar Noordwijk. Ook
daar moesten we, ter hoogte van de vuurtoren, van de
fiets op een keerpunt met mul zand en hetzelfde gold
voor de strandopgang naar het duinpad tussen Noordwijk
en Katwijk, waar ik - onder hilarisch gelach van een
moeder met peuter - onderuit ging. Daarna was het zaak
om - windje tegen - een lekker groepje te zoeken om
geniepig achterin mee terug te rijden. Aanvankelijk
lukte dat niet best - in een gezelschap van vier kon ik
me moeilijk verstoppen - maar tussen Katwijk en
Scheveningen dijde deze groep geleidelijk uit waardoor
ik stiekem kon blijven volgen tot aan de finish.


En de editie 2009 van de
Rabo Beach Challenge mocht dan niet de meeste heroïsche
zijn van de afgelopen decennia, de verhalen uit door
zand en zout getekende kopen waren er na afloop op de
Scheveningse Boulevard niet minder sterk om. Dit is nu
al een blijvertje in ons winterprogramma. Weer of geen
weer!
Later meer over tijden en
uitslagen. Eerst de fiets onder de douche zetten.
 (Inmiddels is de uitslag
ook binnen: ik was eervol 486ste, in een tijd van
1.38.27). Bekijk
hier alle uitslagen. |
|
| |
|
|
| |
Donderdag 19 november
De
mededeling dat we (Rob1 en ik) een beetje rustig aan
willen doen, heeft in de regel geen effect op Rob2. Dus
gooien we het meestal op 'hersteltraining'. Dat begrijpt
hij. Weer opbouwen na een zware inspanning.
Meestal beklijft dat bij hem een kwartier, soms een half
uur, en dan gaat hij weer voluit. Maar vanavond bleef
het bij een paar oprispingen, gelukkig, want ter elfder
ure hebben we gedrieën toch maar besloten om zaterdag de
Rabo Beach Challenge te rijden. Dus deden we vanavond
het parcours in Noordwijk - met voldoende licht op het
stuur, dus zonder te vallen - reden daarna (illegaal)
over de wandelpaden terug naar de badplaats en pakten
ook op het gedeelte tussen Noordwijk en Katwijk het
behoorlijk glooiende schelpenpad, waar Rob1 en ik tegen
het eind werden verrast door een overdwarse greppel van
zeker een halve meter diep, waar we vol indoken. Wonder
boven wonder bleven we, half over het stuur hangend,
overeind. Je nek breken tijdens een hersteltraining, dat
is heel goed mogelijk, met Rob2.
P.S. En waarom die foto
zo klein is? Dit keer had de batterij van mijn Olympus
de laatste adem uitgeblazen, waardoor er nog maar een
heel miezerig flitsje uit kwam. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 17 november
Een behoorlijk uitgedunde
'Wild Bunch' vanavond, vanwege een fietsweekeinde in
Weert waarop meer whisky dan sportdrank schijnt te zijn
genuttigd. Maar wij, HTWV'ers Rob1, Rob2 en ik, waren in
elk geval compleet. Naar Scheveningen dit keer, maar dan
via Valkenburg en Wassenaar (Landgoederenroute) en door
de duinen terug. Deels over het fietspad, maar zodra het
even kon over de wandelpaden, waarbij we halverwege
tussen Wassenaar en Katwijk stuitten op een pick-uptruck
(met zoeklicht) van de douane. Aangezien we niks hadden
aan te geven, denderden we door, achterlichtjes uit en
rechtsaf, het voor fietsers verboden gebied richting de
Cantineweg in. Als in de betere jongensboeken, waarbij
het wettelijk gezag (Bromsnor, veldwachter Flipse) ook
altijd het nakijken heeft. |
|
| |
|
|
| |


Zondag 15 november
Modder,
regen, valpartijen, een lekke band en door zand en
andere narigheid blokkerende kettingen. Een ritje op de
mountainbike is altijd een avontuur. Zeker als je er
anderhalf uur voor in de auto stapt om de fietsen ergens
voor Arnhem uit te laden op het parkeerterrein van
zweefvliegveld Terlet, vanwaar het maar een paar honderd
meter is naar een offroad-route van zo'n 50 kilometer.
Met vier mede-HTWV'ers was ik - Rob1, Rob2, Rob3 (tsja,
het is niet anders) en Harold - van wie ik de hele rit
zo'n beetje alleen de bemodderde ruggen heb gezien. Ik
ben niet zo'n held op de mountainbike en heb in ruw
terrein - laat u niet misleiden door de foto's, dit
waren de enige momenten dat ik m'n camera durfde te
pakken - graag wat ruimte om me heen. En liever geen
gehijg in m'n nek. Niettemin ging ik twee keer
spectaculair tegen de vlakte, één keer op een venijnig
kort hellinkje waarbij ik in een te zware versnelling
stond, en de tweede keer toen ik tot m'n assen in de
modder verdween. Zo'n tien kilometer voor het eind bleek
mijn binnenband onder al dit geweld de laatste adem te
hebben uitgeblazen. Bij thuiskomst - moe, doorweekt,
maar voldaan - moest ik niet alleen m'n fiets, maar ook
m'n kledingstukken grondig afspuiten voordat ik ze in
een emmer bij de wasmachine mocht zetten (ja, zo liggen
de verhouding nog, bij ons thuis).
P.S. Tijdens de nazit in
het restaurant van de zweefvliegclub poneerde ik nog
maar eens de stelling dat ik veel te intelligent ben om
in ruw terrein hard te rijden op een mountainbike. Daar
werd door mijn fietsmaten uiteraard om gelachen, waarna
het volgende weerwoord volgde: 'Je moet gewoon je
verstand op nul zetten.' Dat is nou precies wat ik
bedoel.
 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 12 november
Nog wat vergeten,
vanavond? Alleen mijn achterlichtje en m'n bidon, dank
u. Mocht ik ooit moeten stoppen met fietsen dan is het
niet vanwege ouderdom of conditiegebrek, maar als
gevolg van Alzheimer. Inmiddels heb ik wel drie
koplampen op m'n stuur die het warempel ook allemaal
deden, op onze (ik reed weer achter Rob1 en 2 aan) tocht
door de duinen richting Wassenaar. Niet over het
fietspad, uiteraard, maar over het schelpenpad voor
wandelaars, dat zich als een stuiptrekkende lintworm
door het gebied kronkelt. En met mijn nachtblindheid zie
ik elk bochtje net een seconde te laat, ook al zou ik
zeven lampen hebben om me bij te lichten. Terug ging het
via Meijendel en de Landgoederenroute, plus nog een
staartje Valkenburgsemeer, over modderige zandpaden,
beregende stroken asfalt en zuigende grasvelden.
Allemaal op de sonar die zich ergens voorin de schedel
van Rob2 schijnt te bevinden. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 10 november
Er hoeven eigenlijk maar
twee dingen in orde te zijn, als je in het donker gaat
mountainbiken. Je fiets. En je licht. Met m'n Trek was
niks mis, vanavond, maar al na een kwartier gaf een rood
ledje aan dat de accu van m'n Sigma-setje nagenoeg leeg
was. En ik zou toch zweren dat ik hem twee weken geleden
meteen had opgeladen. Geloof ik. Op de gewone weg trapte
ik, om stroom te sparen, zonder verlichting mee met 'The
Wild Bunch' - oftewel 'The Bikkels' rond Arjan Luyten -
maar op het mountainbikepad in de duinen reed ik al na
tien minuten alleen nog op de verlichting van Henk van
den Eshof, die achter me het pad een beetje bij scheen.
Halverwege hield ik het dus voor gezien en trapte in m'n
eentje terug naar huis, onderweg nog een hert, vos, of
ander groot, donker beest de stuipen op het lijf jagend
toen ik het, hem of haar in het pikkedonker half onder
m'n wielen kreeg.
 |
|
| |
|
|
| |


Zondag 8 november
Van
overjarige muilezels moet je geen circuspaarden willen
maken, luidt een zojuist bedacht spreekwoord. Maar
instructeur Oscar van de Wielervereniging Katwijk deed
vanmorgen toch een poging. Aan ons groepje van zes
(Christiaan, Dirk, Graham, Rob1, Rob2 en ik) probeerde
hij de fijne kneepjes van het af- en oprijden van
strandopgangen bij te brengen, het intervallen door het
semi-mulle zand en het beklimmen van het talud van de
Katwijkse uitwatering. Voor een aantal van ons als
voorbereiding op de Rabo Beach Challenge, voor de rest
als pittige wintertraining op onze nieuwe Schwalbe Big
Apples en Super Moto-banden. Dat het mogelijk is, bewees
hij zelf elke keer met schijnbaar speels gemak, om
vervolgens van een afstandje ons geploeter van opbeurend
commentaar te voorzien. En warempel, ook voor een
groepje jongbejaarden (neem me niet kwalijk, Chris, maar
ik ga uit van gemiddelden) geldt: oefening baart kunst.
Zelf had mijn lichaam het meest baat bij Oscars
definitie van 'actief op de fiets zitten'. Niet als een
zoutzak in de rondte malen, zoals op de weg, maar
voordurend ook met je lijf reageren op wat er met de
bike gebeurt. Want het lijkt wel vlak, zo'n strand,
bijna elke meter is anders. En dat het ook zwaar is,
merk je aan het kilometers 'waaier rijden' richting
Wassenaar en terug, waarbij voor elke meter moet worden
gewerkt. Want, weer een citaatje van Oscar (ja, ik heb
opgelet): Strandfietsen is net als hardlopen. Als je
even je benen niet gebruikt, sta je meteen stil.

 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 31
oktober
Op de ochtend na een
copieus diner in De Moerbei in Warmond (één Michelinster)
is het altijd even slikken als om 8 uur de wekker gaat
voor een rondje biken. Maar fietsmaat Rob1 kent geen
genade, zelfs niet als op het parcours in de Noordwijkse
duinen mijn maaginhoud met mul, heilbot en kalfslende -
alles besprenkeld met een wijnarrangement - begint op te
spelen. We zijn er vroeg bij omdat deze zaterdag vol
andere verplichtingen zit (zijn zoon voetbalt om 11.15
uur met FC Rijnvogels tegen Katwijk, die van mij
basketbalt om 12 uur tegen een, ook voor hem, onbekende
tegenstander) en de zondag dit keer geen optie is (we
hebben allebei een zware zaterdagavond voor de boeg en
bovendien voorspelt Piet Paulusma de hele dag regen). Op
de terugweg zien we een eenzame secretaris Christiaan
Weegink van de Wielervereniging Katwijk in noordelijke
richting over het duinpad trappen, die om 9.30 uur bij
het clubgebouw waarschijnlijk tevergeefs heeft gewacht
op medestanders. Voor de winterse mountainbiketochtjes
van de Wvk bestaat onder racefietsers nog weinig animo,
waarschijnlijk vanwege de antireclame die een paar
bikebikkels wekelijks op het ledenboek verspreiden.
De verhalen over 5 keer de eerste helft en vier keer de
tweede helft van het parcours in Noordwijk over
buffelen, of tochten van drie keer 50 kilometer in de
bossen van de Veluwe hebben mij in elk geval voldoende
angst ingeboezemd om mijn eigen plan te trekken.
 |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 27 oktober

Drie Noordwijkse
fietsvrienden van me zijn afgelopen week de halve wereld
overgevlogen om in Australië de
Crocodile Trophy
te rijden. Terwijl in hun eigen achtertuin het avontuur
voor het grijpen ligt. Door op een willekeurige
dinsdagavond met het bikerteam van de ijsclub Voorwaarts
- schaatsers zijn te herkennen aan de manier waarop ze
wijdbeens op de fiets zitten - het mountainbikeparcours
in de duinen te rijden, in het schijnsel van 24
batterijlampen. Die zee van licht bleek overigens niet
voldoende. Bij een groepstelling aan het eind van het
traject bleek Ard van Leeuwen (links op de foto en deze
avond ook al bekend door het feit dat hij al na honderd
meter lek reed) ergens een verkeerde afslag te hebben
genomen en - waar wist niemand - eenzaam door een
dennenbos te dolen. Zelfs telefonisch contact bracht ons
niet veel verder. 'Waar zit je?' - 'Geen idee!'
Uiteindelijk reed de helft van de groep over de
singletracks terug naar het begin om hem te zoeken en
maakten wij op het fietspad de bocht buitenom. En
warempel, vlak bij de vuurtoren in Noordwijk kwamen we
het verloren schaap weer tegen. Op het geluid van de
auto's in de verte had hij op eigen kracht de weg weer
weten te vinden. Om het avontuur compleet te maken had
dat van ons ook 24 uur later mogen zijn, maar je kunt
niet alles hebben bij avonturen in je eigen achtertuin. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 25 oktober
Niet
alleen op de weg, maar (vooral) in het terrein zijn de
wegen van Rob2 ondoorgrondelijk. De route naar
Scheveningen voerde vanmorgen via het beoogde tracé
(maar nu nog hondenuitrenplaats) van de Katwijkse
Westerbaan naar het voetpadenstelsel van het duingebied
Berkheide, waar we - beducht op koddebeiers en
wandelaars - richting Pier gingen. Vooral het eerste
deel van het parcours verliep met horten en stoten omdat
er steeds iemand nogal hinderlijk op het pad lag (foto
rechts). Maar meer dan een bescheiden verontschuldiging
van onze wegkapitein ('Ik dacht dat het wat minder mul
was') kon er niet vanaf. Voor Rob1 en ondergetekende is
het strand op de mountainbike nog onontgonnen terrein:
ons materiaal is er - met verende voorvorken en banden
met profiel - ook niet echt geschikt voor, al pleitten
de stevige zuidenwind in de rug en het redelijk harde
zand sterk in het voordeel van deze terugweg. En mooi
was het: lekker zonnetje, grote delen van het strand
goed berijdbaar (vooral aan de vloedlijn, zoals
Rijnsburger Rob2 door ons Katwijkers geregeld moest
worden duidelijk gemaakt als hij weer eens tot de assen
in het mulle zand stond) en de enkele hond die het
waagde om blaffend met ons mee te hollen werd
getrakteerd op een bidondouche recht in de bek. De
eerlijkheid gebiedt mij nog te melden dat de enige
serieuze valpartij in de staart van het pelotonnetje
plaatshad toen ik op de scheiding van zand en stenen bij
de Katwijkse uitwatering op mijn plaat ging. Het is
altijd stoer om thuis te komen met een bloedende knie en
een gat in het beenstuk. De indrukwekkende blauwe
plekken op mijn linkerarm van de laatste keer biken
met Rob2 waren tenslotte net een beetje weggetrokken.

 |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 21 oktober,
Leersum
Eigenlijk is het loper,
mijn zwager Hans, maar omdat de meeste fietsers die ik
ken toch gemankeerde lopers zijn, bereid ik hem in de
vakanties alvast een beetje voor op zijn toekomstige
sport. In de zomermaanden trapt hij in de Italiaanse
bergen dapper mee omhoog en in de herfst leent hij de
mountainbike van mijn vrouw - die er alleen mee op de
gebaande paden rijdt - om de parcoursen in Leersum en
Amerongen af te werken. Alle honderden bikers die me
hier zondag nog gezelschap hielden, zaten vandaag bij
hun baas. Want anders kan ik het niet verklaren dat ze
deze schitterende herfstdag zomaar lieten lopen. Alleen
aan het eind kwamen we twee pensionado's tegen op
gehuurde fietsen die ergens op de overgang tussen het
ene en het andere parcours de weg kwijt waren geraakt.
Dat overkomt mij hier ook elke keer, dus veel meer dan
medeleven had ik ze niet te bieden.
 |
|
| |
|
|
| |


Zondag 18 oktober,
Leersum
De
enige mountainbikeroute bij ons aan de kust ligt in de
Noordwijkse duinen en is een kleine zes kilometer lang.
Het parcourrecord ligt op een minuut of 12, geloof ik,
maar dat staat niet op mijn naam. Wat dat betreft is
onze camping in Leersum het mountainbikewalhalla: door
routes te combineren kun je hier urenlang offroad
blijven fietsen. Vanmorgen begon ik een paar honderd
meter vanaf Ginkelduin met het parcours door het
Ginkelsebos, dat ik halverwege combineerde met het
Amerongsebos - inclusief Amerongseberg - om tegen het
eind van de route weer de bordjes door het Ginkelsebos
te volgen. Ruim twee uur zat ik op de fiets, in mijn
eentje - zwager Hans was niet vooruit te branden - maar
zeker niet alleen. Het was een geruststellende gedachte
dat ik na een serieuze valpartij hooguit een paar
minuten zou moeten wachten op de volgende fietser. Erg
technisch - zoals in Noordwijk - zijn de routes normaal
gesproken niet, maar na een paar weken met behoorlijk
wat regen liggen er hier en daar flinke baggerobstakels
op het pad die de nodige stuurkunst vergen om zonder een
nat pak te passeren. Maar ik bleef overeind, wat niet
gezegd kan worden van Don van der Linden, de olympische
handbiker (en oud-Europees kampioen) op de weg die bij
ons op de camping staat. Hij waagde zich, met een
aangepaste bike, voor het eerst aan het mountainbiken en
ging twee keer onderuit, wat me nog vrij weinig leek met
dubbele wielen op de vele singletracks. We hebben een
vage afspraak om deze week een keer samen te rijden en
ik weet nu al dat het een ongelijke strijd wordt. Zelf
ben ik in het terrein een behoorlijke stumper, maar wie
op handkracht door de modder de Amerongseberg oprijdt
doet aan topsport.

 |
|
| |
|
|
| |
Donderdag 15 oktober
Daar komen ze weer: de
smoezen van deze week om niet te fietsen:
Maandagavond: Gisteren
(zondag) nog gefietst.
Dinsdagavond: De vrouw van
een vriend werd 50, vierde het in een kroeg in Leiden.
Woensdagavond: Bardienst bij
de basketbalclub van m'n zoon.
Donderdagavond: Caravan
gehaald voor de herfstvakantie. Fietsmaat Rob1 moet
werken.
Vrijdagavond: Caravan
inpakken voor herfstvakantie in Leersum (veel
mountainbikeroutes!)
Maar fietsplannen voor
2010 worden volop gesmeed of zijn zelfs al ten uitvoer
gebracht. Net de aanbetaling gedaan voor een week in de
Dolomieten, inclusief inschrijving voor de
Dolomietenmarathon (28 juni tot 5 juli). Ook in de
agenda: een week naar de Vogezen met de HTWV (11 tot 18
september). |
|
| |
|
|
| |

Zondag 11 oktober
Het
mountainbikeparcours in de Noordwijkse duinen is zo'n
beetje de enige plek waar je in deze regio met de fiets
off road kunt. Maar niet als je Rob2 in je
gelederen hebt. Elk onverhard stukje voet-, fiets- en
karrenspoor tussen Katwijk en De Zilk pakten we
vanmorgen, tot verdriet van argeloze wandelaars met hun
hondjes, eigenaren van percelen met bordjes als 'eigen
terrein' en 'niet betreden' en (semi-)overheidsinstanties
als Staatsbosbeheer en het Zuidhollands Landschap die de
komende weken grote delen van hun
natuurbeheerprogramma's moeten herschrijven. Alleen
particuliere voortuintjes bij eengezinswoningen werden
ontzien, maar dat wil niet zeggen dat huizenbezitters
met een lapje verzorgd groen, een vijvertje en borders
met tuinkabouters in het vervolg veilig zijn voor ons.
De voorliefde voor steile trappen die Rob2 verder aan de
dag legde leverde ook verrassende omwegen op, waarbij
herhaaldelijk het klaaglijk gejammer van Rob1 en
ondergetekende - doorgewinterde redacteuren Duin- en
Bollenstreek die de regio als hun broekzak meenden te
kennen - viel te beluisteren: 'Waar zijn we in
hemelsnaam!?', en, belangrijker nog: 'Wat doen we
hier!?'. Twee keer ging ik genadeloos op mijn plaat: de
eerste keer met een te hard opgepompte voorband in mul
zand en de tweede keer op een steile helling met een
enorme boomstronk dwars over het pad, waar ik eerst al
Rob1 voor me tegen de grond zag gaan. Het heeft altijd
iets pathetisch, als vijftigers in een kek fietspakje
met een dubbelgevouwen frame tussen hun benen in het
lover duiken, maar gelukkig zijn er geen beelden van. En
nu lekker de hele week klagen over blauwe plekken (een
indrukwekkende op m'n linkerbovenarm en eentje op mijn
kuit, inclusief bloederige snee). Want dat heb je met
oude mensen, die tekenen nogal snel. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 6 oktober
Voor goed zicht maak ik
gebruik van een BBB-fietsbril met meekleurende glazen en
een binnenbril die mijn bijziendheid (min 6,25 en een
beetje) corrigeert. Normaal kan ik daar goed mee uit de
voeten, maar in het donker, in de miezerregen en met een
uitdampend lijf leidt dit tot beslagen glazen. Wrijven
helpt niet: als je net de buitenkant en de binnenkant
hebt schoongepoetst, blijkt er opeens tussen de glazen
een soort beduimeld matglas te zijn ontstaan. Tijdens de
dinsdagavondrit werd het zicht zo slecht dat ik
halverwege zonder bril ben gaan rijden. In de bebouwde
kom ging dit nog redelijk, maar in het pikdonkere
duingebied - ja, ik weet het: ik stuurde zelf die kant
op - reed ik voornamelijk op het knipperende
achterlichtje van Rob1 (mijn eigen dubbelloops
schijnwerpers van Sigma zitten nog op mijn andere
mountainbike, die bij Kees Fietsshop een onderhoudsbeurt
krijgt), totdat ik zelfs dat uit het oog verloor en
languit op m'n plaat ging in een berg op het fietspad
gewaaid zand. 'Ja, ik wilde je nog waarschuwen', aldus
Rob1, die verder in het midden liet waarom dat niet
gebeurde. Volgende keer neem ik een blindengeleidehond
mee. Die schijnen wel betrouwbaar te zijn. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 4 oktober
Infame critici waren er
hedenmorgen weer als de kippen bij om mij te
confronteren met mijn eigen uitspraak 'Als je goed bent,
rijd je niet lek'. Dus met name voor hen benadruk ik nog
maar eens dat ik niet lek reed, op het
zondagochtendritje met de HTWV. Bij het op spanning
brengen van mijn achterband werd ik rond 8 uur
geconfronteerd met een onwillig ventielboutje, dat ik
met de oerkracht die in mij huist (een overblijfsel van
mijn tijd in het leger) uiteindelijk met iets te veel
geweld opendraaide, waardoor ook het binnenwerk
gedeeltelijk losschoot. Dat leidde al bij het aanrijden
naar mijn fietsmaten tot aanmerkelijk drukverlies, wat
met (na even te zijn teruggereden) een tweede pompactie
kon worden verholpen (voor wisselen was geen tijd, ik
was reeds aan de late kant). De band hield het tot een
kwartier voor de koffiestop uitstekend, maar daarna kon
ik met goed fatsoen geen bocht meer door omdat ik
nagenoeg op de velg reed (nog bedankt voor het wachten,
jongens!). Met een beetje bijpompen na de koffie (toen
ik die hufters weer had ingehaald) was dit zo weer
verholpen en reed ik - probleemloos, want niet lek -
naar huis. Voor de critici die niettemin nog niet
overtuigd zijn: kijk, zo ziet een lekke band eruit
(geeft niks Jan, verder reed je hartstikke goed):
 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 1 oktober
Discipline.
Dat is waar het om draait bij het herfstbiken.
Hoe verleidelijk is het niet om na de warme prak
behaaglijk in de leunstoel weg te zakken voor
verantwoord televisievermaak als 'Man bijt hond' en 'De
Wereld Draait Door'. De schemering sluit de boze
buitenwereld buiten, de pantoffels houden de voetjes
warm en moeder de vrouw klapt huiselijk de strijkplank
uit. Maar nee mensen, zolang het droog is wordt er door
fietsmaat Rob1 en ik gereden, bij voorkeur op dinsdag en
donderdag. Voor de afwisseling was het prettig dat de
wind dit keer uit het noordwesten kwam, waardoor er een
rondje De Zilk in zat. Anderhalf á twee uur op een
avond, meer is niet nodig om de conditie een beetje bij
te houden, te meer omdat we er allebei overdag al een
ritje Katwijk-Leiden en vice versa op hebben zitten.
Voor mij voelde het des te vertrouwder aan omdat ik -
met een mountainbike die nog steeds met een lekke band
in de schuur staat en zaterdag hoognodig naar Kees
Fietsshop moet voor een onderhoudsbeurt - ons avondritje
op mijn woon/werkbike afwerkte, met verkeerde pedalen
waar mijn spd-schoenen voortdurend dreigden af te
glijden. Maar afzeggen was natuurlijk geen optie.
Discipline is het sleutelwoord. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 29 september
Twijfelweer. Maar twijfel
is gaan, op de eerste avond van ons mountainbikeseizoen.
En zo hard als 's middags op de weg van Leiden naar huis
regent het om half zeven niet meer. Wel om kwart voor
zeven, als ik met mijn fietsmaat Rob1 vertrek vanaf het
verzamelpunt aan de Zeeweg. Al na een paar honderd meter
kijken we elkaar aan. Wat doen we? Teruggaan? Het enige
verstandige lijkt doorrijden. We zijn toch al nat. Het
beoogde rondje Wassenaar wordt uitgebreid tot
Scheveningen als het geleidelijk aan toch weer droog
wordt en we kunnen - na een lang wegseizoen - weer een
beetje wennen aan de logge bikes die we, zonder
fatsoenlijke voorbereiding, voor deze avond gewoon van
zolder hebben geplukt. Halverwege het duinpad van
Wassenaar naar Katwijk krijg ik het vermoeden dat mijn
achterwiel loszit. Of in elk geval een paar losse spaken
heeft. Maar het blijkt uiteindelijk gewoon een
ouderwetse lekke band waarmee ik, vier kilometer staand
op de pedalen om de druk vooral op de voorband te
houden, nog net mee thuis kom. De kop is eraf! |
|
| |
|
|
| |
Zondag 27 september
De profs rijden vandaag het
WK en daarna nog een paar najaarsklassiekers. Dan is het
over. Maar wanneer is het seizoen voor ons,
fietstoeristen, voorbij? Vanaf januari had ik
voortdurend iets om naar toe te werken, een sportieve
stok achter de deur, van de Joop Zoetemelk Classic in
maart, beide Limburgse klassiekers, Spaanse, Franse en
Italiaanse fietsweken tot en met het HTWV-weekeinde in
september. Een week geleden reed ik nog 114 kilometer
met een uitgedund groepje, maar de rest van de avonden
kwam ik met vage smoezen om de fiets maar niet te hoeven
pakken. Vanmorgen zou ik de draad weer oppikken, als ik
niet sinds gisteravond 19.00 uur tot vanmorgen 3.00 uur
achter een glas wijn had gezeten. Nee, niet steeds
hetzelfde glas: eerst verscheidene soorten wit, twee
dessertwijntjes en - na het restaurantbezoek en tijdens
het klaverjassen - rood. 'Je gaat vanochtend toch niet
de wekker zetten, hè?', waarschuwde mijn eega toen ik er
iets na drieën inkroop. Ik beschouwde het maar als een
rijverbod van acht uur. Toen ik, enigszins brak, weer
onder de levenden was en door de spleetjes van mijn ogen
naar het stralende zonnetje keek, was daar natuurlijk de
wroeging. En dan moet het ergste nog komen: het
misprijzende gezicht van mijn collega Rob1 morgenochtend
op de redactie. Als boetedoening haal ik vanmiddag
meteen mijn mountainbike van zolder. Het is uit met het
perspectiefloos gelummel. Het seizoen gaat weer
beginnen! |
|
| |
|
|
| |

Zondag 20 september
Voor de eerste zondagse rit
na het uitputtende HTWV-weekeinde gelden ongeschreven
regels. Ik kende ze niet, maar werd er onderweg door
Maarten op gewezen: of ik niet met 37,4 kilometer per
uur tegen de wind in wilde blijven rijden langs de
Ringvaart rond de Haarlemmermeer. Neem me niet kwalijk,
maar na een week van rust voelde de benen weer als
nieuw. Niettemin waren we maar met z'n vieren (behalve
Maarten ook Rob1, Hugo en ik, zei de gek) komen
opdagen bij het verzamelpunt in Oegstgeest. De rest van
de HTWV'ers lag thuis nog onder de klamme lappen, achter
Kaap Kont, waar wij deze ochtend ruim 114 kilometer
wegtrapten, met een gemiddelde van (toch nog) boven de
32. Niet dat het de bedoeling was, maar op elke kruising
waar we voor een kortere variant konden kiezen, namen we
na ampel overleg toch de omweg, zodat we via
Aalsmeerderbrug en Uithoorn in De Hoef belandden, waarna
het vrij logisch leek om er maar een rondje De Meije aan
vast te knopen, met uiteraard een stop op het befaamde
wielerterras voor twee koffie met een appelpunt (de
vaste aanbieding voor 4,25 euro). Tegen half één pas
werd ik door een mopperende eega thuis met de deegroller
opgewacht, maar toen ik als excuus opvoerde dat we
steeds op Maarten moesten wachten, was het meteen goed.
Dat is namelijk een oud-schoolvriendje van haar.

Altijd mooi als wildvreemde
renners bij je fiets staan te kwijlen. |
|
| |
|
|
| |
Bekijk
alle foto's van het HTWV-weekend
hier. |
|
| |
|
|
| |
Zondag 13 september
Zeg nou niet dat de
organisatie van ons HTWV-fietsweekend in de Duitse
Eifel geen lering trekt uit gemaakte fouten. Na het
routedebacle van gisteren gaan de mannen op safe.
Vandaag volgen we de bordjes van de Ourtal-route: grote,
niet te missen exemplaren, overzichtelijk aangebracht,
kind kan de was doen. En de eerste veertig kilometer is
er ook geen vuiltje aan de lucht. Totdat de kopgroep
stuit op een T-splitsing met een drukke provincialeweg
waar het bordje ontbreekt. We kunnen naar links, we
kunnen naar rechts: twee opties waar - inclusief de
wachttijd op de midden- en de staartgroep - exact een
uur over wordt gediscussieerd. In de winderige kou (het
zou volgens chefkok Leo vandaag 23 graden worden: 's
morgens 11 en 's middags 12) en, wat later, een lichte
motregen.

Naast de bus posteerden
zich zes, steeds wisselende wijsneuzen die allemaal
wisten waar we heen moesten, maar hun wijsneuzen op geen
enkele moment dezelfde richting op kregen. Totdat er
gewoon iemand - ik geloof dat het Hugo was - naar rechts
fietste, richting St. Vith - waar we toch al een
koffiestop hadden gepland - de rest van de groep slaafs
volgde en we na een kilometer of vijf weer op de route
zaten. Na de koffie besloot ik - het voortdurende
koersen met de kopgroep moe - achter Jan 'Pep' te
blijven zitten, die met zijn vanwege een nekhernia
aangepaste racefiets geen potten kan breken. Dat bleek
een misrekening. Geen idee wat ze in zijn koffie hadden
gedaan, maar vanaf de eerste meters zette 'Pep' -
vanwege zijn houding op de fiets ook wel kapelaan
Odekerke genoemd - zich aan kop van de elitiegroep en
richtte al op de eerste lange helling een slagveld aan
onder de rest van de HTWV'ers. Pas aan het eind van de
bijna 120 kilometer lange route ging hij een beetje naar
de kloten, zoals dat zo mooi heet, maar dat had van mij
veel eerder gemogen. Respect Jan, respect!
 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 12 september
We leven in het tijdperk
dat zelfs vuttende senioren hun fietstochtjes rijden met
satellietnavigatie op het stuur of soepeltjes hun weg
weten te vinden middels de knooppuntennetwerken die -
ja, ook in België - als paddenstoelen uit de grond
schieten. Maar de organisatoren van het
HTWV-fietsweekeinde van dit jaar - Mart en Jan, deze
ereklus valt bij toerbeurt aan de leden ten deel -
zweren nog bij een beduimeld A4-tje waarop met een niet
al te vaste hand een rondje is getrokken. In
tegenstelling tot de rijwielen van vuttende senioren uit
een vorige generatie, ontberen onze racefietsen het
handige kaartenhoudertje op het stuur, waardoor we bij
elke kruising van betekenis van het zadel moeten om te
discussiëren over hoe nu verder. De keren dat we dat
moment overslaan - vorig jaar reed men hier immers
vrijwel dezelfde route, dus we weten het wel - moeten we
halverwege keren omdat we bij nader inzien toch verkeerd
gaan. Toen we na een uur of drie op die manier nog maar
een kilometer of twintig hadden afgelegd, besloot 'Jan
Pep' - al heeft hij liever dat ik hem hier 'de bemoeial
noem' omdat hij graag anoniem wil blijven - de zwalkende
leiding te overrulen om ons met strakke hand een
richting op te sturen die achteraf een omweg van
minimaal twintig kilometer inhield. Na de koffie met
royale punt werd andermaal besloten om gezamenlijk
terug te rijden naar ons onderkomen, een voornemen
dat al na honderd meter in rook opging. De schuld - ja,
deze site doet ook aan waarheidsvinding - kan deze keer
niet in de schoenen van Rob2 worden geschoven. Hij
volgde slechts. Het was Rob3 die de boel op een lange
helling richting Malmedy eerst in de vernieling reed en
daarna aan stukken scheurde. Dat onze kopgroep
uiteindelijk toch nog thuis kwam, was weer wél te danken
aan Rob2, die ons binnen 134 kilometer met vaste hand
naar huis leidde. Maar hij heeft dan ook
satellietnavigatie op zijn stuur.

 |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 11 september
Het rijden in een grote
groep (23-25 man), van sterk wisselende kwaliteiten en
in een vreemde omgeving, vergt een aangepaste tactiek.
Het grootste deel van de tocht dient de kop van de koers
te worden gemeden: alleen vandaag al moesten de meest
ambitieuze mannen op dit Duits/Belgische HTWV-weekeinde
vele honderden extra meters afleggen omdat ze in volle
vaart net die kruising passeerden waar we links of
rechtsaf gingen. (Onthoud: de traagsten weten altijd de
weg.) Bovendien moet er geregeld op achterblijvers
worden gewacht - de eerste uren rijden we sociaal, of
wat daar voor doorgaat - waardoor elke voorsprong
sowieso zinloos is. Nee, dat er de laatste 20 kilometer
pas echt wordt gekoerst, zoals ik van mijn fietsmaat
Rob1 hoorde, had ik goed in mijn oren geknoopt. Precies
op tijd zat ik op een venijnige helling bij het groepje
van drie (rechtsonder op de foto: Rob2, Rob3 en Tonny)
dat wegsprong van de rest en de voorsprong in het
laatste deel ook niet meer prijsgaf (let op de angstig
lege weg achter ons). Ruim 60 kilometer reden we op deze
eerste rit door de Eifel, met het stadje Prüm (boven)
als verste punt. Morgen een serieuzere tocht van rond de
130 kilometer, voornamelijk door de Belgische Ardennen.
Als geen van de mannen dit logje leest - en daar is hier
niet veel kans op - kan ik dezelfde tactiek nog een keer
gebruiken.
 |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 8 september
Al mijn vrienden - dat
zijn er nog maar twee bij de Wielervereniging Katwijk en
zelfs daarvan ben ik niet altijd zeker - gingen vanavond
mee met de 'middengroep'. En als kuddedier dat gevoelig
leek voor het argument van Rob2 - na zondag waren we wel
toe aan een hersteltraining - sloot ik me daarbij aan.
Maar, om met Herman Kuiphof uit een legendarisch
tv-verslag te citeren: Zijn we er weer ingetuind!
Een hersteltraining met Rob2 in de gelederen.
Dat is hetzelfde als een minuut stilte in het gezelschap
van Jochem Myjer. Een rustig zondagmiddagritje in
Taliban-gebied. Een vrolijke strandvakantie in Israël
met Gretta Duisenberg als reisleidster. Na tien meter
wilde mijn fietscomputer al niet onder de 35 kilometer
in het uur zakken. Maar voor Rob2 ging het niet snel
genoeg. Of we de snelheid niet een beetje rond de 40
konden houden, riep hij naar Captain Rob1. Zelf
gaf hij het goede voorbeeld door steeds - wanneer hij op
kop kwam - een aardig eindje richting de 50 te trappen.
Voor het begin van de training beklaagde hij zich nog
dat ik hem in dit wielerlog altijd de schuld gaf als het
een keer uit de hand loopt. Die verontwaardiging begreep
ik wel. Heb je het gedaan, krijg je nog de schuld. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 6 september
Als voorbereiding op ons
culinaire fietsweekend volgende week in de Duitse Eifel
en de Ardennen - we nemen onze eigen kok en sommelier
mee - kiezen we een aangepaste locatie om tijdens de
HTWV-zondagmorgenrit even te verpozen met cappuccino en
appelgebak. 'Geniet' heet het tentje, dat is ingericht
in een druivenkas in Huis ter Heide, midden in het
Westland. En inderdaad, onder de trossen is het genieten
geblazen. Eigenaar Sjaak zet nog een paar bakken druiven
voor ons op tafel en voor de taart rekenen ze maar een
euro, 'omdat het wat kleinere stukjes zijn'. Niks van
gemerkt. Ook anderszins is het genieten op dit winderige
rondje Delft-Hoek van Holland met de twaalf
HTWV-apostelen, al werd er na Scheveningen ook
behoorlijk gemopperd toen Rob2 - ja, alweer hij - de
groep op het duinpad behoorlijk uit elkaar trok.
'Bedankt VRIENDEN!', schreeuwde Rob1 ons
sarcastisch na op de sluis, waar ik met Rob2 en Hugo
uitbollend huiswaarts reed. Maar ik kon er natuurlijk
niks aan doen. Ik was blij dat ik een beetje kon volgen
na een zware zaterdagavond - ik zal u de details
besparen -
en om half twaalf onder de douche stond, om weer een
half uur later bij mijn moedertje aan te schuiven voor
de appeltaart. Voor het derde stuk deze zondagmorgen heb
ik beleefd bedankt. Ik ben een matig mens en bewaar m'n
trek voor volgende week. Dan zullen de gemoederen wel
weer een beetje bedaard zijn. Hoop ik.
 |
|
| |
|
|
| |
Woensdag 2 september
Als een dolgedraaide Rudolf
Luinge deelde ik zondag op deze plek een rode kaart uit
wegens Schwalbe. Maar opnieuw heeft de afdeling nazorg
van dit bedrijf mij mild weten te stemmen met de
volgende mail:
Geachte heer D. van
der Plas
U heeft met de ULTREMO R een bijzonder vervelende
ervaring opgedaan. Wij hebben begrip voor uw ergernis en
bieden u hiervoor onze excuses aan.
Uiteraard vergoeden wij u de beschadigde producten, in
de wetenschap dat wij hiermee uw negatieve ervaring niet
ongedaan kunnen maken. Wij stellen alles in het werk om
er voor te zorgen dat u in de toekomst weer goede
ervaringen met onze banden zult hebben.
Binnenkort wordt de ULTREMO R in de vernieuwde versie
R.1 uitgebracht. Hij wordt op de Eurobike in
Friedrichshafen geïntroduceerd. De uitvoering die u nu
gebruikt wordt momenteel niet meer geproduceerd. Wij
kunnen u daarom het volgende aanbieden:
● u ontvangt per direct 2 Durano buitenbanden, zwart,
inclusief binnenbanden.
● u ontvangt uiteraard ook 2 ULTREMO R (versie R.1),
inclusief binnenbanden, in de Zwarte versie zodra deze
band leverbaar is.
Dat is de vervanging voor de door u gemelde beschadigde
banden. Wij vragen u om enig geduld totdat de nieuwe
versie van de ULTREMO R.1 beschikbaar is.
● Beide leveringen zijn voor u helemaal kosteloos.
Deze situatie heeft voor u 2 voordelen:
● u kunt zo snel mogelijk weer met nieuwe SCHWALBE
banden rijden.
● u ontvangt als eerste de update versie R.1 en u bent
daarmee verzekerd van de nieuwste ULTREMO R.1
Als u nog verdere vragen heeft dan kunt u zich tot mij
wenden.
Tot zover de afdeling
Verkoop van Schwalbe.
Mijn fietsmaat Rob1 heeft
mij inmiddels van slappe knieën beschuldigd. Maar net
als Rudolf Luinge trek ik me niks aan van kritiek op de
leiding. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 30
augustus
Vooropgesteld: ik
zondigde tegen regel één van de gevorderde toerfietser.
Kijk minimaal een dag van tevoren altijd je materiaal
na. Nu had ik - op weg naar de verzamelplek van het
clubje HTWV - op de vroege zondagmorgen het idee dat er
een steentje aan mijn achterwiel bleef kleven. Maar toen
ik dat eraf wilde vegen, bleek dat ik andermaal het
slachtoffer was van een Schwalbe. Bijna twee maanden heb
ik gedacht dat de fabrikant met de nieuwe serie Ultremo
R het productielek boven had, maar ook deze band kreeg
na veel te weinig kilometers (zo'n duizend, schat ik),
weer zo'n typische bobbel die ik al twee keer eerder
opliep. (En dit is dus een exemplaar dat ik, ter
genoegdoening, van de importeur kreeg opgestuurd.) Er
zat niks anders op dan huiswaarts keren voor een korte
pitsstop met bandwissel, maar de HTWV-mannen waren toen
al lang en breed op weg richting het Noordzeekanaal. In
mijn eentje dus maar een rondje Bloemendaal aan Zee
gefietst: tachtig kilometer om te bedenken dat zelfs een
merkentrouw mannetje als ik me maar van Schwalbe
moet afkeren. In de laatste Fiets is de Michelin
Pro3 goed getest. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 25
augustus
Een apart monument op de
Boulevard is er (nog) niet. Maar op de koffiebalie van
de Wielervereniging Katwijk lagen vanavond al wel twee
beterschapskaarten. Voor hen die vielen.
De Europese ziekenhuizen liggen momenteel vol - dit is
een weblog, een zekere overdrijving is toegestaan - met
leden die een ritje op de racefiets mochten bekopen met
gebroken nekwervels en een kapot sleutelbeen. De eerste
(Gerald) overkwam dat in de buurt van de Alpe d'Huez
(hij ligt in het hospitaal van Grenoble), de ander
(Gerard) op het duinpad in Noordwijk. Hij wordt morgen
geopereerd in het LUMC in Leiden. Bellen helpt niet
tegen loslopende honden en vangrails. Met de schrik in
de benen namen mijn fietsmaten Rob1 en Gerard (met
zoveel Gerarden in de club moet ik die eigenlijk ook
gaan nummeren, dus voortaan Gerard37) hedenavond bij de
dinsdagavondtraining het besluit hun toch al kwakkelende
wielercarrière af te bouwen in de middengroep, waar ze
onmiddellijk werden gestraft met een - collectief
gedragen - lekke band. De snelle mannen kregen
daarentegen versterking van enkele ambitieuze,
doorgestroomde leden, die werden beloond met een
gedisciplineerde, veilige rit in een straf tempo. Het
'molentje' dat wij - met 37 tot 40 kilometer in het uur
de harde tegenwind trotserend - draaiden langs de
Ringvaart, mocht worden gezien als een passend en
glanzend eerbetoon aan hen die eeuwen geleden met hun
molens de Haarlemmermeer droogmaalden. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 23
augustus
Never a dull moment
with HTWV. 'O ja', klinkt het ergens achteruit de
groep, op ons rondje De Meije (110 kilometer), 'de brug
die straks komt, daar kunnen we niet overheen. Het ding
staat in de steigers. Dat was ik even vergeten.' Wat nu
te doen?

Maar daar is gelukkig de
provincie Zuid-Holland om ons met een pontje over te
zetten, daarmee ook voor eens en altijd aan collega Rob
1 duidelijk makend dat deze bestuurslaag er wel degelijk
toe doet. (In kritische stukjes in het Leidsch Dagblad
heeft de wakkere verslaggever nut en noodzaak van
Provinciale Staten herhaaldelijk aan de kaak gesteld,
maar nu stond de opportunist als eerste aan boord. Het
'Leve de provincie!' kwam nog net niet over zijn
lippen.) En voort ging het weer, zodat we - op een
tijdstip dat leden van de Wielervereniging Katwijk nog
op één oor lagen - na een fantastische rit in het vroege
zondagochtendzonnetje in De Meije al aan de koffie met
appelgebak zaten.

Het mag dan een
gelegenheids- en/of vriendenclubje zijn, als je ze over
's Heeren wegen ziet razen in het nieuwe tenue kan HTWV
('Hijgend Trekken Wij Voort') zich qua uitstraling meten
met menige pro-tourploeg. Maar onderweg is er ook nog
tijd voor Gerben Kartens-achtige jolijt: als Maarten en
Mart op een lange polderweg in een waaier op het kantje
worden gereden en een paar honderd meter moeten lossen,
duikt de rest van het gezelschap na een bocht achter de
bosjes om het tweetal in grote verwarring en
verontwaardiging ('Waar zijn die klootzakken nou?')
achter te laten. Het humeur werd er niet veel beter op,
toen we ze na een kwartier weer achterop reden. Ja,
ik zei het al: Never a dull moment with HTWV!
 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 22
augustus
Als jongste telg in een
wielergezin, moet je het altijd doen met de
afdankertjes. Reed mijn zoon al in het (voor haar te
klein geworden) Alpe d'Huez-tenue van zijn zus, nu heeft
hij ook nog mijn oude bril op zijn neus. Maar wel met
zijn eigen geslepen glazen, voor helder zicht rondom. Na
weken van zalig nietsdoen kon hij vanmiddag weer eens
lekker - en af en toe mopperend - aan de bak. Meer dan
vijftig kilometer gereden: via de paden rond het
Valkenburgse Meer naar Wassenaar, toen naar Voorschoten
(onder het spoor rechtsaf naar de Horsten), Leidschendam,
via de sluizen en de Vliet naar Leiden, door de
Stevenshof en over de Kleipettenlaan weer terug naar
Katwijk. Onderweg herinnerde hij er mij fijntjes aan dat
volgende week vrijdag de basketbaltraining weer begint.
Maar zolang er op zaterdag nog geen wedstrijden op het
programma staan, blijf ik hem op de racefiets zetten.
Net weer geïnvesteerd in een mooie bril, tenslotte. |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 21
augustus
Als ik van tevoren had
geweten dat het bij de Wielervereniging Katwijk
thema-avond 'Beroerde fietspaden' was, had ik mijn
banden een paar bar zachter gezet. De wegkapitein van
dienst schiep er behagen in ons over het slechtste
plaveisel van Leiden en omstreken te jagen, met als
dieptepunt de doorgaande route door Stompwijk, waar nog
nooit een asfalteringsmachine de dorpsgrenzen heeft
gepasseerd. Bovendien reden we vrijwel nergens meer dan
honderd meter rechtuit op dit waanzinnige doolhofrondje
Randstad, wat bij een gemiddelde snelheid van ruim boven
de dertig op smalle paden met veel zomeravondfietsers
leidde tot een hele reeks van bijna-doodervaringen. Ja,
wij van de Wielervereniging Katwijk laten onze nieuwe
bellen liefst gelijktijdig een keer of twintig agressief
overgaan, om eerzame ouden van dagen de stuipen op het
lijf te jagen. Wel lekker getraind, overigens, want
anderhalf uur afremmen, als een waanzinnige optrekken en
op de macht gaatjes dichtrijden, is beter dan zo'n
uitgebalanceerd intervalschema. En in elk geval minder
saai. |
|
| |
|
|
| |
Woensdag 19
augustus Waar
ik dan wel zin had (zie het log van gisteren), na drie
weken van klimmen in Noord-Italië? Gewoon, lekker
vijftig kilometer malen met een gemiddelde van ruim
boven de dertig. Vanavond dus maar in m'n eentje een
rondje
Katwijk-Vogelenzang-Bennebroek-Ringvaart-Kaag-Sassenheim-Rijnsburg-Katwijk
gereden. Stiekem trainen, noemen ze dat, ware het niet
dat ik op het eind van mijn tochtje werd gezien door
secretaris Christiaan Weegink van de Wielervereniging
Katwijk. Een mens is nergens meer veilig. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 18
augustus
Als
je alleen wilt rijden waar je zelf zin in hebt, moet je
in je eentje gaan trainen, heb ik een oudere en wijzere
fietsmaat ooit horen zeggen. Dus schikte ik me vanavond,
tijdens het eerste après-vakantieritje bij de
Wielervereniging Katwijk, zonder morren in mijn lot: een
rondje met alles waar ik een hekel aan heb. Eerst naar
Wassenaar voor vier keer dezelfde heuvel in de villawijk
Rijksdorp, daarna via de duinen naar Noordwijk, voor de
venijnige, korte klimmetjes in de villawijk De Zuid -
bekend van de opstallen van Freddy Heineken - over
plaveisel dat zo in het Bos van Malherbe - bekend van
Parijs-Roubaix - kan worden neergelegd. Bij snelheden
tegen de veertig kilometer per uur in dit
rijkeluisdoolhof - waarbij wegwijzer Rob 2 steeds pas op
het laatste moment 'links' of 'rechts' zei - rammelden
onze fietsen zo door elkaar dat Graham de bidonhouder
van zijn De Rosa opnieuw moest vastzetten. En op het
enige comfortabele stukje in de route - de Katwijkse
Boulevard - protesteerde het oude karretje van Dirk door
een lekke band voor te wenden. Nee, ik was echt niet de
enige die een hekel aan dit rondje heeft. |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 12
augustus,
Levico Terme
Normaal
halen we over de landsgrenzen onze neus op voor
aangelegde fietspaden, maar nu zijn er voldoende redenen
om de route langs de rivier de Brenta te volgen. Het is
- de dag na Venetië - al drie uur in de middag als we
aan fietsen toekomen, het is behoorlijk heet (ruim boven
de 30 graden) en we zijn wel toe aan een
'overgangsetappe' om weer wat kilometers in de benen
krijgen voordat we vrijdag naar het vlakke Nederland
afreizen. En langs de snelstromende Brenta kunnen we in
een paar uur tijd al gauw honderd kilometer wegtrappen.
Het pad maakt deel uit van een langere fietsroute die
loopt van Monaco tot aan Venetië, is van uitstekende
kwaliteit, goed bewegwijzerd en ruim voorzien van
picknickplaatsen, waterkraantjes en uitspanningen die
zich helemaal hebben toelegd op fietsers. Wij rijden het
gedeelte tussen Levico Terme en Bassano en beginnen na
ruim vijftig kilometer aan de terugweg, om niet te laat
te komen voor de avondbarbecue. Aan weerskanten van het
pad rijzen de bergketens hoog op, maar wij hebben
voornamelijk te maken met vals plat. En dat is erg
genoeg, als je de teller steeds rond 35 kilometer in het
uur houdt. Neef Raymon koestert het stoute voornemen om
morgen - als afscheid - nogmaals de Panarotta te
beklimmen. Ik heb gevraagd om ook namens mij op 1800
meter de groeten te doen.
 |
|
| |
|
|
| |

Zondag 9
augustus,
Levico Terme
Tijdens onze eerste
fietstocht hier in Italië was hij ons, op de top van de
Panarotta, ontraden door een al wat oudere, Nederlandse
wielrenner. 'Niet aan beginnen, aan de
Kaiserjägerstrasse. Dat ding is zo steil, daar kun je
alleen met een mountainbike omhoog.' Maar omdat hij ons
door campingbuurman Wil en mijn Katwijkse
fietsclubgenoot Graham was aangeraden - en we hier
bergop alleen maar bijna stilstaande mountainbikers met
een wijvenverzetje inhalen - was dit het doel van ons
zondagochtendritje: de Kaiserjägerstrasse richting
Monterovere. En inderdaad, een gruwelijk pittig
klimmetje, dat kilometerslang een stijgingspercentage
van 15 procent aanhoudt naar ruim 1250 meter. Onderweg
weer veel geparkeerde bikers gezien, op weg naar de
hoogvlakte waar veel onverharde routes zijn uitgezet.
Het totale rondje via Carbonare - de langere versie via
Folgaria met daarna de drukke provincialeweg naar
Matarello en de gruwelijke klim naar Vigolo Vattaro kwam
ons wat onaantrekkelijk voor - was met 45 kilometer vrij
kort, waardoor we naar de camping stuurden voor koffie
met taart, én om zwager Hans aan zijn belofte te houden
om met ons de klim naar de Panarotta te doen.

De Italianen zijn
apentrots op hun Panarotta: onderweg en op de top zijn
de vergelijkingen met de Alpe d'Huez niet van de lucht.
Uit vergelijkende grafieken - aan de finish trots
ingelijst - blijkt dat hún berg langer, steiler en hoger
is. En het moet gezegd, het is een mooie klim, die
helaas - alle statistieken ten spijt - het legendarische
van de Alpe d'Huez ontbeert. Maar voor zwager Hans -
meer een hardloper - was het zijn eerste grote
fietsuitdaging op deze vakantie, die hij met verve
volbracht. Het bood 'meester' Raymon bovendien de
mogelijkheid om onderweg zijn didactische eigenschappen
uit te venten, waardoor de klim uitliep op een drie uur
durende fietsles in 'stijgen en dalen', inclusief het
analyseren van twee levensgevaarlijke slippartijen in de
lange afdaling naar Levico Terme. Want ja, zo goed is
het Nederlandse onderwijs niet meer. Dat blijkt ook uit
alle statistieken.

|
|
| |
|
|
| |

Woensdag 5 augustus,
Levico Terme
Nu
onze campingbuurman weer is afgereisd naar Brabant,
staan we er met onze fietsrondjes alleen voor. Rustig
aan beginnen dus maar, en niet op het onzalige tijdstip
(half acht!) waarop Wil altijd met ons afsprak. Rond
9.15 uur vertrek ik met neef Raymon - zwager Hans durft
het niveau nog steeds niet aan en rijdt zijn eigen
oefenrondjes - voor een tochtje door de Valle del
Mocheni: vanuit Pergine loopt een gele route recht
omhoog op de kaart, maakt dan een keurig bochtje bij het
gehucht Jorgar en keert na een mooie afdaling weer terug
in Pergine. Ook zonder Wil kunnen we de was doen. De
naam vallei is bovendien bedrieglijk. De weg loopt over
een kilometer of twintig op van 500 tot bijna 1400
meter, en dat is toch een lekker klimmetje. Een
belangrijk deel van de route hebben we verder voor ons
alleen, want kantonniers hebben de route afgesloten om
hun dingetje te doen. Maar wij, domme Nederlanders, doen
net of we gek zijn en behalve een slalom rond een dwars
op de weg geparkeerde kraanwagen, ergens halverwege,
hebben we nergens last van. Ook niet van autoverkeer. Zo
zie je maar. Waar geen Wil is, is toch een weg.
 |
|
| |
|
|
| |

Zondag 2 augustus,
Levico Terme
Het
begrip haalt ongetwijfeld pas volgend jaar de Van Dale,
maar tot die tijd gebruik ik het gewoon: het Kenny van
Hummel-momentje. Nu mijn gelijkwaardige
gelegenheidsfietsmaat Peter weer ergens aan het
Gardameer hangt, rijd ik mijn rondjes met campingbuurman
Wil en neef Raymon: de één een oersterke Brabander die
op de macht omhoog gaat, de ander een jong broekie dat
nog niet tot het inzicht is gekomen dat hij af en toe
gas moet terugnemen. Om zijn oom Dick te laten aanhaken,
bijvoorbeeld. Nu zie ik ze op elke berg van betekenis -
terwijl ik nog terugschakel naar het kleinste verzetje
van mijn compact - van me wegrijden, om pas op de top
weer met ze te worden herenigd. Onderweg ben ik dus op
mezelf aangewezen en dat is best lang, op de klim naar
de Passo del Manghen op 2042 meter. Het enige verschil
is dat ik niet uit koers wordt genomen bij
tijdsoverschrijding, dus ik laat de mannen lekker
wachten achter een colaatje en een stuk apfelstrüdel bij
een Oostenrijks georiënteerde uitspanning die altijd wel
op de top van zo'n Dolomietenreus is te vinden.
Schitterende klim, overigens, met halverwege redelijk
vlakke stukken om weer een beetje bij te komen, maar ook
kilometerslang stijgingspercentages van rond de 15
procent. En vooral de laatste kilometers wegen dan
zwaar. Na de afdaling rijden we via de Val de Cembra nog
naar Baselga di Pine: bekend van het langebaan schaatsen
maar voor altijd in mijn geheugen gegrift door het
stijgingspercentage van een procent of 17 (in de
brandende zon en met al een paar lamme poten) op de
lange helling naar de hoogvlakte. Uiteindelijk staat er
109 kilometer op de teller, met in totaal 2049
hoogtemeters. Een passend afscheid voor campingbuurman
Wil, die dinsdag weer naar Nederland moet. Mijn Kenny
van Hummel-momentjes deel ik vanaf nu alleen nog met
neef Raymon.

 |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 31 juli,
Levico Terme
Even
lijkt er geen zegen te rusten op onze fietstochten met
campingbuurman Wil. Er trekt in de nacht van donderdag
op vrijdag een hevig onweer het dal in, met zware
slagregen: de voorbode van ander weer. Rond half acht in
de ochtend is het weliswaar bewolkt, maar droog en we
vertrekken behalve met Wil ook met campinggast Ad en
neef Raymon naar ergens voorbij Aldeno, waar we
fietsclubmaten van Wil oppikken die vanaf een camping in
het noorden van het Gardameer komen rijden om met ons
gezamenlijk de Monte Bondone te beklimmen. Onderweg
pikken wij vieren ook nog de pittige helling (heen 4
kilometer, terug 6 kilometer met een beginnetje van 17
procent) naar Vigolo Vattaro mee. Omdat de
Gardameerklanten door een fout afgestelde wekker wat
later zijn vertrokken dan wij, ontmoeten we elkaar veel
zuidelijker, waardoor onze poging om vanaf dat punt naar
de top van de Bondone te rijden (1650 meter) halverwege
uitmondt in een afdaling die ons van bijna 900 meter
weer naar 500 meter terugbrengt. Nou ja, afdaling: het
is min of meer een vrije val met snelheden tot 85
kilometer per uur die de velgen van onze wielen bijna
tot het kookpunt brengt. Dat voelen we als we onderaan
de lekke band van Peter moeten vervangen. Omhoog dan
maar weer, waarbij blijkt dat die Peter en ik er
hetzelfde klimtempo op na houden. Dat is wel zo gezellig
als je de rest van het knoestige, overwegend Brabantse
gezelschap in rap tempo uit het zicht ziet verdwijnen op
deze bergrug met pittige stijgingspercentages tot 13
procent. In de buurt van de top begint het zachtjes te
regenen, waardoor na de cappuccino en warme apfelstrudel
de mooie, maar lastige afdaling naar Trento vrij
gevaarlijk wordt. Dat merkt Wil in elk geval als hij op
een uitgelopen oliespoor in een bocht onderuit gaat, met
behalve wat vegen op zijn shirt verder geen gevolgen. Na
het drukke Trento te hebben doorkruist wacht ons nog een
verradelijk toetje (de al eerder gememoreerde klim naar
Vigolo Vattaro), waardoor de teller uiteindelijk op 125
kilometer komt (het aantal hoogtemeters moet ik nog
nakijken, maar dat zal ook fors zijn). Neef Raymon en ik
brengen de rest van de middag in elk geval met open mond
slapend in een ligstoel door. Ja, daar zijn foto's van
gemaakt, maar aangezien die niet maatgevend zijn voor
deze tocht hebben ze dit weblog niet mogen halen.

 |
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 29 juli,
Levico Terme
Helemaal klaar, waren we ervoor. Banden opgepompt,
kettingen ingevet, wielerkleding bij elkaar gezocht en
ontbijt klaargezet om de rest van het vakantiegezelschap
om 7 uur in de ochtend niet wakker te maken voor onze
eerste tocht met campingbuurman Wil en nog een paar
andere loslopende renners. Maar nog voor de wekker van
mijn Iphone me rond die tijd kon wekken, zat ik al stijf
overeind in bed van een spectaculair onweer dat over de
bergen door ons dal trok. Tegen beter weten in liep ik
nog even naar buiten, maar uiteindelijk alleen om tussen
de hevige slagregens door het wasgoed en de stoelen
onder de luifel te slepen. Dit was zelfs buurman Wil te
gortig, gebaarde hij, terwijl hij verzopen op zijn Orbea
van de douches terugkeerde. Toen het een paar uur later
weer Italiaans tropisch werd, toch nog alleen met neef
Raymon vertrokken voor de beklimming van de Monte
Panarotta, de als 'Alpe d'Huez' aangeprezen puist pal
tegenover onze camping. Niks teveel gezegd, vonden wij,
na de klim van een kilometer of achttien die voortdurend
varieert in zwaarte: dan weer rijd je met zes, dan weer
met acht of twaalf procent omhoog. Maar wel prettig in
de schaduwzijde, vooral onder de bomen. De top ligt op
iets boven de 2000 meter, maar dat laatste stuk naar de
zendmasten is alleen via een onverharde weg of per
kabelbaan af te leggen. Ons moment van glorie kon alleen
op mijn Iphone worden vastgelegd omdat de accu van mijn
fototoestel onderweg leeg bleek. En vervolgens weigerde mijn oude
laptopje de usb-verbinding met mijn hypermoderne telefoon tot stand
te brengen. Vandaar de volgende primitieve oplossing:
een foto van de foto op mijn Iphone:

|
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 24 juli
De kleding van de
gelegenheidsclub HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort) is
binnen. Vooral dankzij de inspanningen van Rob van den
Oever (tevens mede kledingsponsor en in dit log beter
bekend als Rob 2), kan ons in herfst, winter en voorjaar
niks meer gebeuren: het pakket omvat namelijk korte
broek, lange broek, shirt met korte mouwen,
vierseizoenenshirt met lange mouwen, windstopper en
winterjack. Alleen voor hoogzomer moeten we - net als
Cervélo - nog een witte uitvoering van de korte broek en
het shirt met korte mouwen hebben, maar nu het ontwerp
gereed is, lijkt dat een fluitje van een cent. Meteen
een tippie voor de Wielervereniging Katwijk: wat doen we
in de herfst- en wintermaanden met het tenue? Rob 2 tot
voorzitter van de materiaalcommissie bombarderen? |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 23 juli
M'n racefiets deze week
nog steeds niet aangeraakt, of het moet zijn om er een
nat doekje over te halen. Maandagavond had ik een
vergadering, dinsdagavond moest ik naar de film,
woensdag naar Amsterdam, vanavond heb ik een verjaardag
en vrijdagavond is gereserveerd voor inpakken en vroeg
naar bed omdat we zaterdagmorgen op een ontijdig uur
naar Italië afreizen. Maar in gedachten ben ik al in de
bergen rond Levico Terme, niet in het minst door de
enthousiaste verhalen van clubgenoot Graham die mijn
vakantiebestemming - waar hij drie jaar achtereen heeft
gereden - omschrijft als 'het mooiste trainingsgebied
dat ik tot nog toe heb gevonden'. De aantrekkelijkste routes
heeft hij voor mij beschreven en op de inmiddels
aangeschafte Kompass kaart nr. 75 verlekker ik me al
elke avond aan indrukwekkende klimmetjes over de Passo
Manghen en naar dorpjes als Baselga di Pine (waar een
van de snelste buitenbanen voor schaatsers ligt).
Na anderhalve week rust ben ik de komende drie weken zo
scherp als een speer, dat leidt geen twijfel. Wie
jaloers is aangelegd, moet dit log maar even
mijden. |
|
| |
|
|
| |
Zondag 19 juli
Een zomerdip wil ik het niet
noemen, eerder een korte rustpauze tussen een hectisch
voorseizoen en een veelbelovend najaar, dat volgende
week al begint met een drie weken durend verblijf op een
camping aan de voet van de Dolomieten. Bij Mart Smeets
hoorde ik gisteravond Raborenner Sebastiaan Langeveld
nog uitleggen hoe goed het is, om even afstand te nemen
van het peloton. Toen ik vanmorgen om zeven uur in bed
lag te overdenken wat ik vandaag allemaal nog moest doen
- drie uur racefietsen met de Noordbikers, koffiedrinken
bij mijn moeder, mijn krantencolumn schrijven, niks
missen van een enerverende (eindelijk!) Touretappe,
werken aan het visserijboek en ook nog (vanuit huis) een
avonddienstje draaien - besloot ik spontaan om het
racefietsen te schrappen. Bovendien, hoorde ik het daar
niet regenen? Ja, nu ik dit optik met het zonnetje dat
door de ramen schijnt, heb ik spijt, natuurlijk. Maar
mijn krantencolumn is af, ik lig nog steeds drie uur
voor op schema. Kom daar vanmiddag in de Tour maar eens
om. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 14 juli
Na
afloop stoppen ze de zakken van je wielershirt vol met
veiligheidsinstructies - dat krijg je in een wielerclub
met een hoog notarisgehalte - maar vooraf trekken ze een
amper van de Marmotte herstelde oude man een witte
armband met de 'C' van Captain om de arm en bombarderen
hem tot leider van de 'snelle groep'. Onbewust ga je dan
toch bijna 70 kilometer lang gebukt onder de
verantwoordelijkheid, doet veel meer kopwerk dan goed is
voor een jongbejaarde en als de meute van jonge honden
achter je net over de helft van de tocht op hol slaat
moet je ook nog de indruk wekken dat je alles met gemak
bijtrapt en de zaak volledig onder controle hebt. Vragen
om moeilijkheden, heet dat. Niettemin, de tocht der
tochten bleek vrijwel geheel uit mijn benen verdwenen en
de zwoele zomeravond droeg in hoge mate bij tot het weer
volledig in de armen sluiten van mijn racefiets - na een
week waarin de relatie tussen mens en carbon toch een
beetje op gespannen voet was komen te staan. Zo'n 66
kilometer reden we, van Katwijk naar Scheveningen en via
Nieuwe Wetering weer terug, met een gemiddelde van bijna
33 in het uur. Nu moet ik mijn rijwiel alleen nog zover
zien te krijgen dat het de door de notarissen verplicht
gestelde bel accepteert. Er zijn tenslotte ook paarden
die niet aan een bit kunnen wennen. Daar moet één van
die klerken dan maar een uitzonderingsbepaling voor in
de veiligheidsinstructies opnemen. Tot nog toe riep ik
namelijk - als de enige wielrenner in Nederland - gewoon
heel vriendelijk 'pardon' als ik er niet door kon. Of ik
wachtte even geduldig. Er is namelijk niks zo
agressie-opwekkend als een wielrenner die twintig keer
als een manische Quasimodo aan zijn belletje trekt als
hem niet snel genoeg ruimte wordt gegund. |
|
| |
|
|
| |

Maandag 13 juli

De mannen van de Duitse
bandenproducent Schwalbe hebben het niet gemakkelijk. Na
het gedoe rond de spontane bulten in hun paradepaardje -
de Ultremo R - als gevolg van een productiefout, kwam
daar in de recentste uitgave van het blad Fiets ook nog
eens een vernietigende recensie van deze band (slechts
twee sterren, wegens te vaak lekrijden) overheen. Zelf
was ik wel slachtoffer van de productiefouten maar reed
ik dit seizoen op mijn Ultremo's nog maar één keer lek.
Wel zodanig dat ik de band meteen kon weggooien, maar
niettemin durfde ik het wel aan om op mijn Schwalbe's de
Marmotte te rijden. Al mijn exemplaren met een bult
waren keurig door de importeur vervangen (zelfs de
binnenbanden, die niet eens stuk waren) en met zulke
service is een beetje merkentrouw niet teveel gevraagd.
Een dag voor de tocht der tochten verving ik echter -
voor de zekerheid - alsnog mijn achterband door een
nieuwe (weer een Ultremo, uiteraard, ik heb er nog
genoeg) omdat het rubber op de naad begon los te laten
(zie inzetje; ik heb het een beetje weggetrokken om het
voor de foto duidelijker te maken). Dit euvel was bij
Schwalbe nog niet bekend, dus de band is inmiddels op
weg naar de technische afdeling. Als dank voor de moeite
kreeg ik weer twee nieuwe banden (de kilometervreter
Durano dit keer), plus een buitenmodel calculator (20
bij 30 centimeter). Want op Schwalbe kan ik rekenen,
luidt de boodschap. Zeker als ze in dit tempo nieuwe
bandjes blijven sturen. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
11 juli
Precies een week na de
Marmotte stap ik weer op de racefiets. Zo lang heb ik
ook nodig gehad om m'n lijf te laten herstellen. De
eerste dagen dacht ik nog dat ik me aanstelde - na met
wind tegen een half uurtje van werk naar huis te hebben
getrapt - maar toen ik op internet zocht naar de
ervaringen van lotgenoten begreep ik dat een man op mijn
leeftijd na zo'n tocht toch een jasje uit doet. Ik bleek
meteen ook vatbaar voor keelpijn en verkoudheden,
waardoor mijn racefietsloze periode kon worden ingevuld
met blafhoest, snotneuzen en moeizaam slikken. Toch nog
een hobby. Maar vandaag - op het tochtje met zoon Steven
van 40 kilometer door de noordelijke Bollenstreek, waar
we onderweg even stoppen om naar het bollenrooien en de
middeleeuwse spelen in het centrum van Noordwijkerhout
te kijken - herinnert helemaal niets meer aan de
Marmotte. Of het moeten de bescheiden letters op mijn
nieuwe wielershirt zijn:
 |
|
| |
|
|
| |
Donderdag 9 juli
Je kunt er natuurlijk wel
hele weblogs over vol schrijven, over die Marmotte, maar
het beeldverslag van de mannen van Photobreton zegt meer
dan duizend woorden:

Met Wilco in de beklimming
van de Col du Glandon, de eerste berg van de dag. Nog
een soepele pedaaltred, ontspannen gelaatstrekken.

De verschrikkelijke Galibier,
waar de sneeuw op 2600 meter nog hoog langs de weg ligt.
Het gezicht van de renner begint al te tekenen van de
inspanning.

De afdaling van de Galibier.
Windstopper aan tegen de snijdende kou. Fietsen gaat
weer even vanzelf.

De Alphe d'Huez. De helm aan
het stuur, om het hoofd wat koeler te houden. Mond open
om zoveel mogelijk zuurstof te happen. 'Zijn er geen
foto's waarop je moest lopen?', wilde een collega weten.
Nee, natuurlijk niet. Als je al een paar keer die berg
bent opgereden, weet je precies waar de fotografen van
Photobreton staan. |
|
| |
|
|
| |
Woensdag 8 juli
De dinsdagavondtraining van
de Wielervereniging Katwijk maar laten schieten. Op de
fiets van de garage in Leiderdorp - auto weggebracht
voor een grote beurt - naar de redactie in Leiden voelde
de tegenwind voor mijn benen nog steeds aan als de
eerste vijf bochten van de Alpe d'Huez. Bovendien begint
een keelontsteking op te komen, dus maar een beetje
rustig aan doen, de komende dagen. Hierbij mijn twee
krantencolumns over La Marmotte, waarvan de eerste
tijdens mijn verblijf al in uitgeknipte vorm opdook in
de Ozzie Bar van Le Hors Piste: voor de eigenaar
meegebracht door Noordhollands Dagblad-lezers.
|
|
| |
|
|
| |

Neef Raymon gespannen aan de
start voor de 'Tocht der tochten'.
La Marmotte (1)
Eeuwige roem zit er niet in.
Startnummer 3401 maakt net zoveel kans op de overwinning
in La Marmotte als Rita Verdonk op het premierschap. Het
hoogst haalbare is een diploma. Het bewijs dat ik deze
tocht over vier Alpenreuzen heb volbracht. Een
certificaat met mijn naam erop. Daarom is het zo
onuitstaanbaar dat die verrekte Fransen van deze Grand
Trophee des Cyclosportives mij in alle officiële
bescheiden hardnekkig ' Van der Pals, Dick' blijven
noemen.
Heimelijk jaloers op de Rijnreisjes en excursievakanties
die mijn
moeder met haar vriendinnen het hele jaar door
onderneemt, hebben neef
Raymon en ik gekozen voor een geheel verzorgde
Marmotte-reis. Lekker
in de bus zitten, op tijd je natje en je droogje,
nergens anders aan
denken dan aan fietsen. Net als thuis, mag mijn eega dan
venijnig
opmerken.
Maar
- dat was even weggezakt - alle groepsreizen beginnen in
uithoeken van het land met het onvermijdelijke
verzamelen op
onmogelijke tijdstippen. Voor ons was dat gistermorgen
op een
bedrijventerrein in Breda, om vijf uur in de ochtend.
Wekker om half drie, ontbijten, fietsen en koffers
inladen en slaaprijdend naar het
zuiden. Alternatieve opstapplaatsen waren er ook: om zes
uur in
Eindhoven, zeven uur in Maastricht.
Ben je er klaar voor? Dat is de vraag die mij de
afgelopen dagen het
meest is gesteld. Nee, natuurlijk niet. Ik had nog zeker
vijf kilo
moeten afvallen. De wijn, de Leffe Blond en het vette
voedsel moeten
laten staan. Veel meer kilometers moeten maken, buiten
de
trainingstripjes naar Spanje, Limburg en de Ardennen om.
De angst dat
ik van het thuisfront dan een enkele reis naar een
Alpentop had mogen
boeken, weerhield mij.
Wat doen mannen van mijn leeftijd om het gebrek aan
trainingsarbeid te
compenseren? Vluchten in het materiaal. Een racefiets
van drie keer
modaal. Wondergelletjes voor onderweg. Een fietsbroekje
van 165 euro
waarover mijn eega de afgelopen dagen (en ik vrees: ook
de komende
weken) niet uitgepraat zal raken. Alsof het argument dat
mijn gezin al
een jaar of twaalf compleet is er toe mag leiden dat ik
na ruim negen
uur gerust met een derde bal of een door bacteriën
aangetaste
bilspleet van het zadel mag komen.
Aan het begin van de avond kwamen we gisteren aan in
Résidence Club
Alpine 'Le Hors Piste' in het gehucht Oz en Oisans, met
net zulke
dikke enkels als mijn moeder altijd van lange busreizen
krijgt.
Vanmorgen is de eerste trainingsrit, naar de top van Les
Deux Alpes.
Aan het eind van de dag mogen we ook de Alpe d'Huez
oprijden, even
kijken hoe dat ook alweer voelt. Morgen staat een
trainingsrit naar de
Col de la Berarde op het programma, donderdag naar de
Croix de Fer en
vrijdag is een rustdag om de startnummers op te halen.
Zaterdag moet
het gebeuren.
La Marmotte is 174 kilometer lang, maar de echte pijn
zit hem in de
hoogtemeters. Zo'n 5000 zijn dat er, verdeeld over de
Croix de Fer, de
Col de Telegraph, de verschrikkelijke Galibier en, aan
het slot, de
legendarische Alpe d'Huez. Het hele rondje heb ik, vijf
jaar geleden,
vanaf de camping al een keer gereden. Op het gemakkie.
Het doel is nu
om het binnen de negen uur en 15 minuten te doen. Dat is
goed voor het
Brevet d'Or, goud in mijn leeftijdsklasse van 40 tot 49
jaar. Qua
conditie moet dat lukken. Alleen de omstandigheden -
hitte, regen,
sneeuw (alles is mogelijk met toppen van ver boven de
2000 meter),
lekke banden, iemand die in het ravijn rijdt of
anderszins het leven
laat - kunnen roet in het eten gooien.
Als het allemaal lekker loopt, gaat Dick van der Plas
voor goud.
Mocht het minder worden, dan heeft ' Van der Pals, Dick'
een slechte dag gehad.
Met hem wil ik niks te maken hebben. |
|
| |
|
|
| |
La Marmotte
(2)
De laatste peptalk van mijn vrouw bereikt me per sms:
'Je gaat toch
niet voor dat stomme goud? Ik heb liever dat je heel
terug komt.'
Natuurlijk ga ik niet voor goud. In mijn
leeftijdscategorie (40-49)
ben ik een oude man, te zwaar voor de klim, te angstig
in de afdaling. Alleen voor het geval dát heb ik achter
in mijn wielershirt, tussen de energierepen en de
gelletjes, het schema dat mij binnen de 9.15 uur aan de
finish moet brengen. Goed voor goud!
Wat is er leuk aan La Marmotte, een van de zwaarste
fietstoertochten
ter wereld? Alles, zo lang je nog aan de start staat in
Bourg
d'Oisans, waar 8000 renners zich in straten en op
pleinen verzamelen
om 174 kilometer te trappen over vier fameuze cols uit
de Tour de
France: de Col du Glandon (vlak voor de top van de Croix
de Fer een
stukje linksaf), de Telegraph, de Galibier en, als
sluitstuk, de Alpe
d'Huez. Je hoort er Frans, Italiaans, Deens, Duits,
Engels, sappig
Vlaams en veel, heel veel Nederlands. Na de 400
wedstrijdrenners
worden wij, ambitieuze wielertoeristen, rond half acht
in rotten van
2000 weggeschoten.
Vergeten
is het advies van de wegkapiteins Ton en Maurice van
Klimexperience, die onze trainingsgroep van twaalf man -
variërend in
leeftijd van 21 tot 61 - vooral heeft voorgehouden
rustig te beginnen.
Maar na een rustdag voel ik me top. Op de klim naar de
Glandon los ik zelfs mijn gelegenheidsfietsmaat Wilco,
die zich nog zo had
voorgenomen de hele dag in mijn wiel te zitten. Maar
dankzij twee
afdalinkjes sluit hij vlak voor de top weer aan. Onze
euforie stijgt:
20 minuten voor, liggen we, op het schema voor goud. In
de gevaarlijke
afdaling haakt hij weer af, als ik zigzag over wat een
slagveld uit de
Eerste Wereldoorlog lijkt. Ondanks de
waarschuwingsborden en mannen
met gele vlaggen, buigen hulpverleners zich in vrijwel
elke
haarspeldbocht over bebloede renners.
Ik kom heel beneden en vind een groepje dat me over het
redelijk
vlakke stuk naar de voet van de Telegraph loodst. Rond
12 uur kom ik
daar op de top, opeens een kwartier achter op schema
maar met de
wetenschap dat Ton dit ijkpunt zelf ook al niet
betrouwbaar vond. En
dat blijkt: om precies 13.50 uur ben ik weer helemaal
bij op de top
van de Galibier. Het is bewolkt op 2646 meter, het waait
en in de
verte knettert het onweer angstaanjagend uit gitzwarte
kruinen boven
de omringende bergen. De windstopper gaat aan, voor de
lange afdaling
naar Bourg d'Oisans, met snelheden van boven de 60 in
het uur op
hobbelig asfalt, langs campers en auto's met caravans,
door slecht
verlichte tunnels waar een donkere fietsbril het zicht
helemaal op
zwart zet. Ook hier weer de onvermijdelijke valpartijen,
ambulances,
paniekerige mannen met gele vlaggen.
Maar ik kom zonder een schrammetje aan bij de touringcar
waar Gé, onze
chauffeur, langs de weg staat met volle bidons en een
laatste
energiegelletje. Nog 1.35 uur heb ik, voor de beklimming
van de Alpe
d'Huez, die ik eerder in de week op het gemak in 1.15
uur opreed tot
de finish van La Marmotte, een kilometer voorbij het
dorp. Maar al na
twee bochten voel ik dat ik - zoals wielrenners dat zo
plastisch
kunnen uitdrukken - spectaculair naar de kloten ga. Mijn
hartspier
zegt 'bekijk het maar' na acht uur kloppen met 160
slagen per minuut
en zet de begrenzer op 140. En geen slag meer. Mijn
beenspieren
verklaren zich solidair. En bij het voortkruipen van de
kilometers
reken ik uit dat ik op deze manier net vijf minuten te
kort ga komen
voor goud. Vijf minuten! Erger kan bijna niet.
Maar er is niks dat ik eraan kan doen, behalve mezelf
overgeven aan
die opeens machteloze benen, mijn stotende gehijg en de
moordende
hitte: 45 graden, geeft mijn computer in de zon aan, en
geen zuchtje
wind. Ik zet de fiets neer, zak op een houten hekje en
laat me door
omstanders overgieten met koud water. Ik sukkel naar
boven, zoals ik
de Alpe vijf jaar geleden met mijn twaalfjarige dochter
opreed: na
elke twee bochten even stoppen, uithijgen boven mijn
stuur, wat
drinken en weer verder. Bij de laatste keer opstappen
val ik,
wielerheld, met fiets en al om.
Na 9.39 uur kom ik over de finish, bijna anderhalf uur
voor op het
langzaamste schema voor zilver. Want zo kun je het ook
bekijken. In de
file net na de elektronische matten van de
tijdregistratie, bel ik,
schor van het hijgen, mijn vrouw met het goede nieuws.
Ik ging dood, maar ik leef nog.
Pas volgend jaar, als jong broekie in de
leeftijdscategorie 50-59 die
er 21 minuten langer over mag doen, ga ik voor goud.
Dat wordt een makkie. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 7 juli
Onze Marmottegroep blijft
nog wel even - via de mail - wetenswaardigheden
uitwisselen. Dit was handig geweest voor het thuisfront,
ontdekte Pieter-Jan drie dagen na dato: door afgelopen
zaterdag mijn startnummer op de website van de
organisatie in te tikken, hadden ze me het hele rondje
kunnen volgen. 'Je denkt toch niet dat ik dat gedaan
had, hè?', zei mijn eega ongelovig, toen ik haar
enthousiast op deze noviteit wees. 'Ik had wel wat
anders te doen.' Wat rest zijn de tussentijden. |
|
| |
|
|
| |

Met chauffeur Gé bij de
start. Uiterst rechts: fietsmaat Kees in opperste
concentratie.
Zaterdag 4 juli -
maandag 6 juli
Hoewel
ik die Tocht der Tochten nooit heb gereden, moet ik toch
denken aan een Elfstedensfeertje, op het pleintje in
Bourg d'Oisans waar wij in het vak met de nummers
2000-4000 verzamelen voor de start. Anders dan andere
cyclo's die ik heb gereden - Amstel Gold Race, Limburgs
Mooiste, de Joop Zoetemelk Classic en noem maar op -
vertrek je in La Marmotte allemaal tegelijk voor
dezelfde afstand. Het geeft een kick om die eerste
tientallen kilometers op dan nog min of meer autovrije
wegen in een enorme stroom fietsers door het imponerende
berglandschap te rijden. Ook op de rest van de route
weet je je - hoewel de ergste drukte er gaandeweg wel
vanaf gaat - altijd omringd door lotgenoten. La Marmotte
is ook zwaarder dan de Elfstedentocht, verzekert
fietsmaat Sjaak - met 61 jaar de nestor van onze groep
maar nog fietsend als een jonge vent - ons. Hij reed een
keer of veertien de alternatieve versie van 200
kilometer op de Weissensee. Op deze dag is ook onze
chauffeur Gé in wielertenue gehesen, voor de
herkenbaarheid als hij ons vlak voor de voet van de Alpe
d'Huez verse bidons en eten aanreikt. Ook bij de start
komt hij van pas: om windstoppers, jackjes en armstukken
aan te nemen. Met verwilderde ogen kijkt hij - als hij
ons eenmaal heeft gevonden - tussen de duizenden renners
om zich heen: 'Waar is m'n fiets! M'n fiets is
gestolen!' Ja, met Gé kun je lachen. Als voor ons het
startschot klinkt, is het dringen geblazen in het nauwe
straatje dat naar de streep leidt. Vlak naast de
opblaasbare boog speelt een Frans dweilorkest.

De beklimming van de Col du
Glandon.
De eerste vijftien
kilometers zijn vlak en gaan in een flink tempo. Dan
begint de beklimming van de Col du Glandon: meteen al
met een procentje of tien. Versnellingen klikken in hoog
tempo tandjes lager, de ademhaling en de hartslag gaan
omhoog. Vijf kilometer klimmen, dan weer een stukje
dalen, weer steil omhoog en geleidelijk verder stijgen
tot de top op 1924 meter, ruim 36 kilometer afgelegd.
Snel even wat eten, de bidons vullen en dan naar
beneden, in wat ons is voorspeld als een gevaarlijke
afdaling. Toch zijn er tientallen renners die borden en
gele vlaggen aan hun laars lappen en zich als een dwaas
in de haarspeldbochten storten. Bij bosjes zie je
onderuit gaan, of al hun wonden likken aan de kant, vaak
in gezelschap van ambulancebroeders of EHBO'ers. Ik
slalom door een aflevering van Mash.
De
afdaling is lang, maar voor wie een beetje voorzichtig
in de bochten is, goed te doen. Het stuk tot 81
kilometer is min of meer vlak. Min of meer, zeg ik, want
er zijn kilometers vals plat bij, waarbij je moet zorgen
dat je in een groepje zit dat je meesleept. Dan begint
de klim naar de Col du Telegraph, die veel renners mooi
en gelijkmatig vinden. Ik vind het een rotding, juist
omdat hij bijna overal met hetzelfde percentage omhoog
gaat. Nooit een moment om even de benen te strekken of
de rug te rechten. Op de top - 1570 meter - proberen
honderden fietsers hun bidons te vullen onder een klein
pisstraaltje van een watertappunt, maar vijf kilometer
verderop, in Valloire, is een grote bevoorradingspost
met bananen, sinaasappels, koeken en wafels. Eten doe ik
niet veel - ik krijg het gewoon niet weg - maar drinken
des te meer. Op naar de Galibier, met een aanloop die
min of meer vlak lijkt door het meestijgende landschap,
maar toch kilometers lang met tien procent omhoog gaat.
Een Nederlander die naast me rijdt, is dolbij met die
mededeling. 'Man, ik dacht dat ik uit mezelf amper
vooruit kwam. Is dit echt 10 procent? Je maakt m'n hele
dag goed!' Graag gedaan.

Naar de top van de Galibier.
Na een haakse bocht in de
weg begint de eigenlijke klim, die kilometers doorloopt
in een kaal landschap. Ver boven je zie je renners als
stipjes tegen de berg opkruipen, een weinig bemoedigend
beeld. Voor het eerst stap ik even af, om wat te drinken
en te eten. Als ik dat bergop rijdend doe, raak ik in
ademnood, heb ik gemerkt. Maar het is ook een goed
excuus om even dat stomme gemaal op de pedalen te
onderbreken. Ik rijd bovendien mooi vlak op schema, hou
goed de borden met het aantal kilometers naar de top in
de gaten en kijk voortdurend op mijn computer of het
tempo niet inzakt of mijn hartslag niet te laag wordt.
Tegen de 160 is min of meer mijn omslagpunt, dat moet ik
uren kunnen volhouden. Als ik lager ga, doe ik niet
genoeg m'n best. Het wordt hier ook gelukkig steeds
koeler, bovenop zelfs uitgesproken fris, terwijl boven
de bergen achter me de donkere onweerswolken samenpakken
en spectaculaire knallen en lichtflitsen produceren.
Maar ik rijd voor de bui uit, ook later, op de Alpe
d'Huez. Anderen zijn minder gelukkig. Op de top - 2642
meter - stop ik kort, om even een windstopper aan te
trekken. Water en eten heb ik nog genoeg, mijn
achterzakken puilen uit van de reepjes en de cakejes.
Nog steeds geen trek. Ik pak wat stukken banaan en bijt
in wat sinaasappelpartjes. Dan zo gauw mogelijk omlaag,
eerst weer met gevaarlijke haarspeldbochten, dan op
lange rechte stukken met veel autoverkeer en donkere
tunnels. Opnieuw valpartijen, bebloede koppen,
ambulances. Zelf heb ik vooral oog voor mijn teller en
mijn horloge. Rond 15 uur moet ik bij de bus van Gé
zijn, om voldoende over te houden voor de klim naar Alpe
d'Huez. Om tien over drie kom ik daar aan, gehaast maar
opgewonden over het naderende goud: nog 1.35 uur om
boven te komen. Moet te doen zijn.

Bovenop de Galibier nog even
omlaag kijken. Rechts: finishen op de Alpe d'Huez.
Maar dan blijkt het ware
venijn van deze Marmotte vooral in de staart te zitten.
Mijn benen zouden nog wel honderd kilometer vlak kunnen
malen. Ze willen alleen niet meer omhoog. Daarom haken
duizenden deelnemers ook af aan de voet van deze berg en
nemen genoegen met een diploma van La Marmotton, de
Marmotte zonder de Alpe d'Huez. Uiteindelijk finishen er
zaterdag maar 5300 van de 8000 op de top. Na mijn
lijdensweg omhoog - even zitten, stukje fietsen, even
zitten, stukje fietsen - word ik in het
eindklassement 2694ste, en 993ste in mijn
leeftijdsklasse van 40-49 jaar. (Neef Raymon wordt -
heel knap - 1581ste, met 8.50 uur. Maar omdat hij nog zo
jong is, wordt ook dit niet meer dan zilver in de
categorie 18-29.) Volgend jaar - als ik het weer kan
opbrengen en mijn vrouw ermee instemt - mag ik een
categorie hoger. Het jaar waarin je 50 wordt - voor mij
op 24 juli 2010 - geldt voor de organisatie van La
Marmotte als je leeftijd. Voor goud wordt dan mijn
eindtijd 9.36 uur. Zeker nu ik weet waar het fout ging -
te weinig ritten boven de 150 kilometer gedaan - ligt in
mijn jubeljaar een gouden Marmotte in het verschiet.
Kijk
hier voor een fotoreportage van onze Marmotteweek
met
Klimexperience, dat het motto 'Klimmen met plezier'
voor mij in elk geval meer dan waarmaakt. Ik wil Ton,
Maurice (organisatie), Frans (masseur), Gé (chauffeur)
en mijn fietsmaten voor één week (Dennis, Wilco,
Kees, Sjaak, Pieter-Jan, Dirk-Jan, Ton, Rob en neef
Raymon) ontzettend bedanken voor hun steun,
kameraadschap, gezelligheid, foute grappen en smerige
winden. Het was onvergetelijk. |
|
| |
|
|
| |

Het 'dak' van La Marmotte,
de Galibier. In de verte knetterd het onweer boven de
bergen.
Zaterdag 4 juli
Tot
Alpe d'Huez was ik geweldig. Alles klopte op mijn eerste
Marmotte. Op het schema van wegkapitein Ton dat voor mij
naar goud moest leiden, lag ik op de top van de Glandon
al zo'n twintig minuten voor en ook op de toppen van de
Telegraph en de Galibier was er nog niks aan het handje.
Het 'dak' van deze Marmotte (2600 meter en een beetje)
passeerde ik om precies 13.50 uur, als een intercity zo
stipt volgens het boekje. In de vliegende afdaling naar
Bourg d'Oisans - soms met 60 in het uur, tussen auto's
en campers en door lange, onverlichte tunnels - had ik
uiteindelijk nog 1.35 uur om de Alpe d'Huez te beklimmen
en te finishen binnen een gouden tijd van 9.15 uur (in
mijn leeftijdscategorie). Moest te doen zijn, want
eerder deze week reed ik hem op het gemakkie in 1.15
uur. De eerste vier, zwaarste bochten leek er nog niks
aan de hand: het ging moeizaam, maar dat gaat het op dit
gedeelte altijd. Maar daarna wilde m'n snelheid en m'n
hartslag niet meer omhoog, stroomde er pap in m'n benen
en bleek halverwege volgens mijn meest optimistische
planning dat ik - als ik mezelf helemaal naar de kloten
zou rijden, zoals dat in wielertermen heet - op de
eindstreep vijf minuten tekort zou komen. Dat bleek de
mentale nekslag te zijn: het leidde in elk geval tot het
besef dat ik best (nog) rustiger aan kon doen omdat ik
voor 'zilver' (een Brevet d'Argent) nog wel twee uur
later zou mogen finishen. Dus reed ik als een toerist:
alle bevoorradingsposten aandoen, soms even op een hekje
zitten en me uitgebreid met water laten besproeien door
dames in bikini. Kortom, onderweg bloemetjes plukken,
zoals fietsmaat Wilco het uitdrukte (die hetzelfde
overkwam, net als de grote meerderheid van onze groep,
inclusief neef Raymon, ook zicht op goud, maar na de
Alpe toch zilver). Uiteindelijk kwam ik binnen op 9.39
minuten, waar ik - na de eerste teleurstelling - vrede
mee had. Ik reed goed, maar op een gegeven moment was
het gewoon op. En ik stelde me niet eens aan. Dat
gevoegd bij de wetenschap dat gewoonlijk 2000 van de
8000 deelnemers de tocht niet eens uitrijden, en weer
anderen eindigen in de ambulance of het lijkenhuis, is
het uitrijden van zo'n slopende tocht met nog niet eens
een lekke band de bekroning van een geweldige fietsweek
in de Alpen. En, eerlijk waar, tot Alpe d'Huez was ik
geweldig.

De top van de Glandon. |
|
| |
|
|
| |

Sjaak (links) en Dennis met
hun stuurplaatjes en andere startbescheiden.
Vrijdag 3 juli
Het
gebied rond de Alpe d'Huez raakt in Marmottesfeer. De
hele week zien we al grote groepen fietsers trainen voor
de tocht, maar met het opzetten van het tentenkamp en
het afhalen van de startbescheiden komt iedereen op
scherp te staan. Zijn we er klaar voor?, is opnieuw de
meest gestelde vraag. Er zijn deze week dagen geweest
dat ik dacht van niet. Deze cols voelen in de benen toch
heel anders aan dan de Limburgse heuvels en zelfs het
Spaanse middelgebergte bij mijn rentenierende vriend. En
daar komt de hitte dan nog eens bij. Zonder wind, in een
kaal landschap, bij een graadje of veertig naar 2000
meter hoogte (en meer) trappen. Wie verzint zoiets? En
dan liggen er morgen zo'n vier van die smerige dingen op
ons te wachten. 'Je gaat toch niet voor dat stomme
goud?', luidde de peptalk van mijn eega gisteren in een
telefoongesprek. 'Ik heb liever dat je heel terugkomt.'
Niet alleen daarom is mijn voornemen om La Marmotte
morgen vooral met mijn verstand te rijden. Ik houd
voortdurend één oog op de hartslagmeter, ga mezelf niet
over de kop trappen en mocht ik uiteindelijk de 174
kilometer en 5000 hoogtemeters toch binnen de 9.15 uur
hebben afgelegd, dan is dat mooi meegenomen. Maar meer
ook niet. |
|
| |
|
|
| |

Opnieuw klimmen met plezier.
Ruimte genoeg voor renner en fiets.
Donderdag 2 juli
Steeds inventiever worden
we, om de nare klim van acht kilometer naar ons hotel te
vermijden. Na de beklimming van de Alpe d'Huez - viel
niet tegen, lekker tegen hartslag 160 opgereden in vijf
kwartier tot aan de Marmotte-finish - maakten we handig
gebruik van de wetenschap dat chauffeur Gé en masseur
Frans deze route van ons hotel in Oz en Oisans naar het
dorpje Alpe d'Huez al eens per kabelbaan hadden
afgelegd. 's Winters vervoeren de ruime gondels skiërs
naar de top, 's zomers vooral mountainkbikers - die zich
dan via kleine paadjes omlaag storten - en wandelaars.
En nu ook racefietsers, dus. Nadat we onze startbewijzen
voor La Marmotte hadden opgehaald en een terrasje hadden
gepakt, gleden we voor 13 euro met een adembenemend mooi
uitzicht omhoog en stapten daar - op hetzelfde kaartje -
over op de kleinere gondel die ons vrijwel voor de deur
van het hotel in Oz afzette. Precies op tijd voor het
pastabuffet van vier uur. Alleen Ton en neef Raymon
(hoogtevrees!, dat heb ik ook, maar ik ben niet gek en
ik heb bovendien legerervaring om zelfs de grootste
angst te onderdrukken) verkozen de Alpe d'Huez per fiets
af te dalen, de twintig kilometer van Bourg d'Oisans
naar de voet van de Oz-berg te trappen en vandaar in de
bloedhitte de gruwelijke klim naar het hotel te
ondernemen. Bange helden, dat zijn het, die we op het
terras van het restaurant (een uur te laat, dat wel)
niettemin met applaus onthaalden. De pasta was nog warm.

Het dorpje Alpe d'Huez
verdwijnt in de verte. We zijn op weg naar de top. Links
wegkapitein Ton en kopman Dennis in de kleinere gondel
naar Oz.

De laatste etappe: van de
absolute top van de Alpe d'Huez naar Oz-station. Ons
hotel ligt aan het eind van de kabel. |
|
| |
|
|
| |

Na de afdaling vanuit Oz en
Oisans verzamelen bij het stuwmeer.
Woensdag 1 juli ('s
avonds)
'Klimmen
met plezier' is het motto van Klimexperience dat
onze Marmottereis organiseert. En onderweg schreeuwt dat
geregeld om aanpassingen. 'Doodgaan met plezier' maakte
fietsmaat Wilco er vandaag van in de beklimming naar het
skioord Les Deux Alpes, waar we (opnieuw) reden met 33
graden in de schaduw en 43 in de zon. En we rijden bijna
altijd in de zon. Na een dagje aftasten kennen we in de
groep elkaars sterke en zwakke kanten wel zo'n beetje.
Ik heb ontdekt dat ik met de beteren meekan als mijn
hartslag in de klim tussen de 160 en 170 ligt. Maar
aangezien ik dat geen Marmotte ga volhouden,
experimenteer ik met een tandje lager. Sinds Wilco heeft
ontdekt dat ik akelig regelmatig klim, doodstil op de
fiets zit en ook geen gekke stuurbewegingen maak, wijkt
zijn voorwiel geen centimeter van mijn achterwiel.
Praten doen we onderweg niet veel. Klagen wel. Na de
eerste vijf steile bochten van Alpe d'Huez sloegen we
vanmorgen rechtsaf bij La Grave, waar wegkapitein Ton
ons een mooie, alternatieve route naar Les Deux Alpes
had beloofd. Mooi was ie zeker, maar hij liep ook
voortdurend omhoog, waardoor we er uiteindelijk toch nog
een soort Huez aan vastplakten. Ook Les Deux Alpes mocht
er zijn: negen kilometer in evenzoveel bochten omhoog
tot de skiliften op 1650 meter. Maar de afdaling was
super. Voor de terugweg kwam chauffeur Gé met de bus om
ons de steile klim naar het hotel te besparen. Terwijl
we in de met racefietsen volgepakte touringcar op de
berg de ene na de andere zwoegende renner passeerden,
kon ik toch nog wat respect opbrengen voor het motto van
Klimexperience: Kijk, dit is nou klimmen met plezier.

Langs het stuwmeer (links)
en een fotoshoot voor de Wielervereniging Katwijk
(rechts).

Eindelijk klimmen met
plezier. |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 1 juli
Vanaf vandaag wordt alles -
tot aan de dag van La Marmotte, tenminste -
gemakkelijker, hebben Ton en Maurice van Klimexperience
ons verzekerd. Gisteren was niet alleen vanwege de
hoogtemeters en de hitte een loodzware rit. Onze lijven
moesten ook wennen aan het verblijf op grote hoogte.
Vandaag dalen we weer af van ons hotel op 1500 meter, om
via Bourg d'Oisans de eerste vijf - zwaarste - bochten
van de Alpe d'Huez te doen. Dan slaan we bij het dorpje
La Grave rechtsaf en rijden we naar Les Deux Alpes voor
de belangrijkste klim van deze woensdag. Rustig aan, is
ons verzekerd, voor wat het waard is. Na de afdaling
wacht de bus beneden op ons voor een comfortabele klim
naar het hotel en het pastabuffet. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 30 juni
Ons hotel ligt op ruim 1500
meter aan een doodlopende weg. Het grote voordeel
daarvan is dat elke fietstocht begint met een heerlijke
afdaling. Over het grote nadeel later meer. Na een korte
instructie van wegkapitein Ton lieten we ons dus een
meter of zeshonderd omlaag vallen, om vandaar via de
rustige achterkant Alpe d'Huez op te rijden. Op vier
kilometer van de top kwamen we de voor Hollanders zo
legendarische klimroute op en toen was de verleiding om
meteen maar naar boven te trappen natuurlijk niet te
weerstaan. Voor de finish van de Tour de France, en
straks ook van La Marmotte, moet je het dorp door en nog
een kilometer verder naar boven, waar een schamel
erepodium vooral dienstdoet bij fotoshoots van bij
voorbaat kanslozen, zoals ondergetekende. Vandaar ging
het omlaag naar Bourg d'Oisans voor een terrasje, met
daarna de klim naar de voor mij onbekende Berarde. Les
Deux Alpes, die eigenlijk voor vandaag op het programma
stond, bewaren we voor morgen. De grootste vijand van
vandaag - de hitte - en het besef om in de aanloop naar
La Marmotte niet al het kruit te verschieten deed ons
halverwege deze lange, een beetje glooiende klim
omkeren, om de dagtrip niet te ver boven de 90 kilometer
te laten uitkomen. Want voordat we ons in het chalet
konden overgeven aan de goddelijke handen van masseur
Frans, wachtte nog een helse klim met
stijgingspercentages tot 12 procent en temperaturen van
tegen de 40 graden in de volle zon. Ja, dat bedoelde ik
met het grote nadeel van een hotel dat op ruim 1500
meter aan een doodlopende weg ligt. Morgen zetten we de
bus beneden.

Niet eens een droom, gewoon een onwaarschijnlijk beeld.

Na gedane arbeid aan de cola
(!) - aan meer was even geen behoefte - bij Ozzie's Bar. |
|
| |
|
|
| |

Maandag 29 juni
De eerste dag van de Marmotte-week is
al een loodzware. De wekker staat om 2.30 uur (!) om het
volgende schema af te werken: om 3.00 uur neef Raymon
oppikken, fietsen opladen, rond 04.30 uur aankomst in
Breda, fietsen en koffers uitladen, overstappen in de
bus met fietsaanhanger die ons via tussenstops in
Eindhoven en Maastricht aan het begin van de avond bij
hotel
Le Hors Piste in Oz en Oisans moet afleveren. Voor
de volgende dagen staat ons het volgende te wachten
(klik om te vergroten):

Geen idee hoe de
internet-infrastructuur in dit afgelegen oord is, maar
op momenten dat er verbinding kan worden gelegd staan op
deze site verslagen van trainingsritten en andere
voorbereidende activiteiten op de tocht der tochten.
Onze Marmotte-week is
georganiseerd door
www.klimexperience.nl. Kijk op de site naar het
buitenlandprogramma. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 27 juni
De laatste
voorbereidingen voor La Marmotte. 's Morgens nog een
stukje gefietst met mijn zoon Steven - die vanwege mijn
Spanje-reis, Limburgs Mooiste en de Ardennen al vier
weken niks had gedaan - en daarna naar Kees Fietsshop om
nog wat noodzakelijkheden in te slaan. Een buitengemeen
goede fietsbroek van Assos (inclusief smeerseltjes om
het een uur of negen op het zadel uit te houden),
sokken, handschoenen, remblokjes (je weet maar nooit) en
energiegelletjes in allerlei soorten en maten. En
natuurlijk bij een kop koffie de waardevolle adviezen
van Kees en Berry, beiden ervaren Marmotte-rijders. Bij
het weggaan moest ik nog een gewetensvraag beantwoorden:
'Je gaat toch niet in dat pakje van Nico's Fietsplus
(het tenue van de wielervereniging Katwijk, DvdP) de
Marmotte rijden, hè? Op trainingsdagen, oké, dan kun je
aantrekken wat je wilt. Maar de Marmotte rijd je in het
Kees Fietsshop-shirt van de Noordbikers.' Ik kan (dus)
niet anders. La Marmotte is de (voorlopige) bekroning
van de fietslessen die ik jaren bij de Noordbikers heb
gehad. |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 26 juni
Het is een wrak. Hij komt
niet meer vooruit. Zit er helemaal doorheen. Het wordt
niks meer met hem, dit seizoen. Aldus fietsmaat Rob 1
over Rob 2 die 'zwaar overtraind en mentaal gebroken'
niks meer van zijn fiets zou willen weten. In een
telefoongesprek tussen de Robben had Rob 2 geklonken als
Michael Jackson kort voor het bewuste 911-telefoontje
naar de alarmcentrale. Een beetje verbaasd was ik dus
wel, toen hij vanavond opdook bij de clubtraining en als
wegkapitein vertrok van de groep snelle mannen. En die
verbazing nam tijdens de rit alleen maar toe. Eén moment
in het bijzonder staat me nog bij: een Rob 2 die het
tempo van kop af voor de zoveelste keer tot ver boven de
vijftig kilometer per uur trekt en - superieur en licht
geërgerd - achterom kijkt naar mij, het mannetje in zijn
wiel dat maar niet overneemt. Alleen na afloop op het
clubterras kwam er weer iets van de klager in hem naar
boven: 'Mijn hartslag wilde niet boven de 145, een teken
dat er iets helemaal niet goed zit.' Zo overtraind wil
ik volgende week zaterdag wel aan La Marmotte beginnen.

Hij heeft de training weer
hervat: Mart M. (links), die liever anoniem wil blijven
totdat hij die tien kilo overgewicht kwijt is. Binnen
twee maanden, heeft hij beloofd.

Het rennersterras van
clubgebouw De Goerie: koffie met wielerlatijn. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 23 juni
Een beetje rustig aan
doen, deze week, in de aanloop naar La Marmotte. Dat was
het plan. Misschien helemaal niet fietsen, dacht ik
eerst, lekker 's avonds met de beentjes omhoog zitten.
Om verschrikkelijk gretig te worden. Te mijmeren over
supercompensatie op de flanken van de Galibier. Maar
toen ik rond een uur of zeven al voor de tv bij Lingo in
slaap dreigde te vallen, toch maar naar de club getrapt.
Want ach, zo'n dinsdagavondritje met de Wielervereniging
Katwijk is misschien wel goed als hersteltraining, na de
Ardennentocht van zaterdag. Maar bij het indelen van de
groepjes bleken de snelle mannen sterk onderbedeeld,
waardoor ik mezelf er, na ampele momenten van aarzeling,
op het laatste moment toch weer achteraan zag hobbelen.
Bijna 65 kilometer gereden, derhalve, tegen een
gemiddelde van ruim boven de 32, met een noordoostenwind
die langs de Ringvaart kracht zes had. Misschien kan ik
de rest van de week maar beter uit de buurt van m'n
fiets blijven. Elke keer als ik op het zadel ga zitten,
loopt het toch anders dan ik had gepland. |
|
| |
|
|
| |
Maandag
22 juniDe
vraag is of dit ooit een wervende poster gaat worden
voor de Wielervereniging Katwijk: twee oudere heren -
door de vertekening van de lens lijkt het alsof ze
worstelen met licht overgewicht, maar niets is minder
waar - die in Limburgs Mooiste amechtig hijgend de
steile Eyserbosweg proberen te beklimmen. Zelf heb ik
deze opname (gratis van de LM-site te downloaden,
waarvoor hulde aan de organisatie van deze toertocht) op
mijn harde schijf opgeslagen onder de titel
'Wieltjesplakker', zonder daarmee mijn fietsmaat en
collega Rob 1 tekort te doen, uiteraard. Maar ik moet al
die foto's een beetje uit elkaar kunnen houden. Mocht
Max, de Zonnebloem of een andere organisatie die zich bezighoudt met
activiteiten in de laatste levensfase interesse tonen
voor dit promotiemateriaal, dan houden wij ons
(tegen een redelijke vergoeding) aanbevolen. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 20 juni
(avond)
Uiteindelijk zit je
langer in de auto dan op de fiets, maar je moet er wat
voor over hebben om leuke klimmetjes te pakken uit de
Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Bovendien hoefde ik
niet te rijden, waardoor je onderweg minstens twee uur
(heen en terug) in vergetelheid kunt wegzakken in het
busje van Jan 'Pep'. Het was voor het eerst dat ik echt
een volledig rondje Ardennen reed, en niet als
aanhangsel van een Limburgs Mooiste, Boogie's Extreme of
een cyclo-Touretappe. Maar de mannen met wie ik mocht
rijden waren veteranen in dit gebied, die elke bult bij
naam en eigenaardigheid kennen. Zoals de Côte de Rosier,
de Côte de Wanne en - als toetje - de Côte de Stockeu,
met bovenop het beeld van Eddy Merckx. Dit is ook het
gebied van het Ardennenoffensief, met in elke dorpskern
nog een tank of een rupsvoertuig om aan die bloedige
periode te herinneren. Onze route voerde dwars door de
grootste markt met oorlogsspullen die ik ooit heb
gezien, met enge types in uniform die net iets te
enthousiast Duitse legerhelmen op hun hoofd zetten of
met hun vingers strelend over onschadelijk gemaakte
handgranaten gingen. Brrrr. Ik durfde er niet eens een
foto van te maken, zo'n sfeertje hing er. Tegenwoordig
zijn de Ardennen vooral een wielrennersparadijs, gelet
op het aantal pelotons dat we tegenkwamen. Een kleine
honderd kilometer reden we vandaag, met overwegend mooi
weer, op een flinke bui van een uur na die de
temperatuur met een graadje of tien deed dalen. Rond een
uur of drie waren we weer in Stavelot, vroeg genoeg om
kannibaal Merckx met een extra lusje eer te bewijzen aan
het eind van een gruwelijk steil hellinkje. Van ons
groepje dappere klimmers ben ik het best voorbereid op
La Marmotte, dat was wel duidelijk. Maar het (of
misschien wel mijn) probleem is: zij gaan niet
naar La Marmotte.


 |
|
| |
|
|
| |
Zaterdag 20 juni
Niet gepland, een week na
Limburgs Mooiste, maar toch leuk: vandaag met wat
HTWV'ers (Hijgend Trekken Wij Voort) naar de Ardennen om
vanuit Stavelot de Route des Ambleve te rijden. Vanavond
of anders morgenochtend een verslag. Klik
hier voor de route. |
|
| |
|
|
| |
Vrijdag 19 juni
Vanmorgen al een mailtje van
Schwalbe:
Geachte
heer Van der Plas,
Bedankt voor uw foto's. Wij
hebben deze inmiddels in ons garantiebestand
opgenomen. Om uit te sluiten dat u problemen krijgt
in Frankrijk zullen wij u vandaag nog twee nieuwe
zwarte Ultremo's inclusief binnenbanden opsturen.
Zodra u de banden in ontvangst genomen hebt kunt u
uw huidige versies weggooien.
Wij vertrouwen erop uw
garantieaanvraag naar volle tevredenheid te
hebben afgehandeld.
Als er nog vragen zijn, dan
horen wij dit graag.
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag 18 juni
Zo ziet een Schwalbe
Ultremo R met een productiefout eruit. Het is m'n tweede
exemplaar in een paar weken tijd dat tijdens de rit
spontaan een kamelenbult krijgt. De leverancier beweert
op de
site dat 'een beperkt aantal exemplaren' is
afgeleverd waarbij de weefsellagen onvoldoende van
rubber zijn voorzien. Kennelijk ben ik dan de grootste
pechvogel die op Ultremo's rondrijdt omdat - sinds ik dit
jaar Ultremo gebruik - al mijn banden
van dit merk dit mankement vertonen. En altijd
halverwege een lange rit. Mijn
eerste band is keurig onder garantie door mijn huisdealer
Kees Fietsshop in Noordwijk vervangen, maar voor dit
tweede exemplaar heb ik maar contact gezocht met
Schwalbe zelf, vooral om te horen hoe groot het
risico is dat dit me straks halverwege La Marmotte ook
overkomt. Na het mailen van een fotootje en een
productiecode (aan de binnenzijde van de band) stuurt Schwalbe mij 'per ommegaande' een goede band,
opdat ik 'met een goed gevoel La Marmotte in Frankrijk
kan gaan rijden'. Belooft de
afdeling Verkoop. Als mijn Marmotte op 4 juli niettemin
alsnog in een Camel Trophy verandert, rijd ik nooit meer
op een Schwalbe. Dat beloof ik dan weer, op mijn beurt. |
|
| |
|
|
| |
Woensdag 17 juni
(rectificatie)
Bij de minste of geringste vorm van tegenspraak, roept
hij theatraal dat 'de emmers stront weer over hem worden
uitgestort'. Zo ook vanmorgen weer, op de redactie, na
het lezen van mijn logje van 16 juni. Vandaar dat ik
hier maar - voor wat het waard is - even doorgeef dat
mijn collega en fietsmaat Rob 1 gisteravond - 'heus
waar, heus waar' - nog was teruggereden om te kijken
waar ik bleef, maar dat de politie hem er niet meer
doorliet. En - zou je net zien- had hij altijd z'n
politieperskaart in z'n portemonnee zitten, en
uitgerekend deze keer niet. Nee, ik onthoud me van een
waardeoordeel over deze lezing. Anders zit ik morgen
weer met dat gejank, over die emmers stront. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 16 juni
Nee, dit zijn niet de
organisatoren van een louche Belgische kermiskoers die
na afloop de startgelden zwart uitkeren. De leden- en
NTFU-pasjes van de Wielervereniging Katwijk zijn binnen
en secretaris Christiaan Weegink toont, voor het begin
van de dinsdagavondtraining, de bescheiden van Lidnummer
12: Dick van der Plas. Vooral de Toerfietskaart van de
NTFU is handig om - zoals een soldaat zijn
registratieplaatje - bij je te dragen omdat het alle
relevante gegevens bevat die je zelf niet meer aan
hulpverleners kunt doorgeven als ze je van het asfalt
schrapen. Na enkele weken te hebben verzuimd was het
weer even wennen in het peloton van de club, waar de
jonge honden van het bestuur de mannen van de snelle
groep opzweepten met kreten zoals de oudste generatie
(waartoe ik behoor) die nog wel kennen van de
veedrijvers uit series als Rawhide. Met halverwege
opnieuw een nare bobbel in mijn Ultremo R-achterband (de
tweede al, in drie weken tijd) was het lastig volgen,
maar op m'n tandvlees lukte het nog er snelheden tot 47
kilometer per uur uit te persen (advies
van fabrikant Schwalbe voor slachtoffers van deze
productiefout: onmiddellijk luchtdruk reduceren en de
tocht met een gering tempo en voorzichtige rijstijl
voortzetten.) Op de terugweg stuitten we bij Warmond
op de passagiers van een gestrande trein (morgen op de
voorpagina van het Leidsch Dagblad, lees die krant!), waarna mijn verslaggeversbloed begon te borrelen en ik de groep
moest laten gaan om wat geïmproviseerde interviews af te
nemen. In de verte zag ik mijn fietsmaat maar ook Duin-
en Bollenstreek-redacteur Rob 1 met een 'Na mij de
zondvloed'-gezicht nog eens aanzetten en ijzerenheinig
uit mijn blikveld verdwijnen. Puntje voor zijn komende
functioneringsgesprek, dunkt me. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 14 juni
Ook het trainingslogboek
van Limburgs Mooiste geeft aan dat de 2009-versie - in
elk geval voor mij - zwaarder was dan de
Amstel Gold Race. Met veel
meer kilometers in de benen dan op 18 april in de 'Amstel'
was mijn gemiddelde hartslag in de 'Mooiste' met 132
toch 6 slagen hoger. Hetzelfde geldt voor het
Energieverbruik (5069 tegen 4849 kcal). Van de totale
rit reed ik 8 procent in het 'rood' (6 in de Amstel).
Maar al
met al, toch geen cijfers die er op duiden dat ik voluit ben
gegaan. Laat ik dus maar moed putten uit het feit dat er
nog zoveel rek in zit dat ik La Marmotte met enige
vertrouwen tegemoet zie. Op de hellingen van de Croix de
Fer, de Telegraph, de Galibier en de Alp d'Huez moet de
gemiddelde hartslag toch zeker tussen de 150 en 160
komen om niet andermaal van een zondagmiddagritje te
hoeven spreken. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 13 juni
Limburgs
Mooiste is een femme fatale. Wreed, maar
onweerstaanbaar. Dat gold met name voor de uitvoering
van 2009. Want waar die andere grote Limburgse toertocht
- de Amstel Gold Race - zijn kracht voornamelijk
ontleent aan de voorspelbaarheid (toerfietsers volgen
het spoor van de profs), legt Limburgs Mooiste van jaar
tot jaar een behoorlijke grilligheid aan de dag. Deze
uitvoering vonden wij - neef Raymon en ik, die deze
femme fatale al eerder bereden - de zwaarste tot nog
toe. En fietsmaat Rob - tot vanmorgen een 54-jarige
maagd, wat Limburgs Mooiste betrof - sprak ons onderweg
niet tegen. De gekste klimmetjes reden we op, met
illustere namen als de Grijze Rots, de Kosenberg en het
Kersenpad, en als een helling (zoals de Fromberg) ons
eens vertrouwd voorkwam, had de organisatie ergens
halverwege wel een afslag gevonden met een
smokkelaarspaadje dat via een stijgingspercentage van 16
procent of meer ook nog naar de top voerde. Ook
anderszins was dit een uitvoering die er wezen mocht. De
laatste nieuwsbrief van de organisatie bevatte een tip
om de gebruikelijke file op de aanvoerroute te vermijden
die alleen wij leken te hebben nagevolgd (we reden als
enigen via Brunssum en konden in Landgraaf op zo'n
vijftig meter van de startstreep probleemloos parkeren)
en waar de organisatie in het verleden nog weleens
steken liet vallen bij de bevoorrading en de
controleposten, liep alles nu voorbeeldig. Hoewel dat
misschien ook wel kwam doordat wij om hiervoor
geschetste reden al om 8.10 uur in het zadel zaten en
hele stukken van het parcours met ons drieën aflegden
alsof er geen 16.000 andere deelnemers op pad waren.
Niettemin: vier keer krentenbollen, bananen, sportdrank
en energierepen bovenop de degelijke basis van zes (neef
Raymon) en zeven (ik, zei de gek) van te voren
geprepareerde broodjes bal, maakten dat de hongerklop
verre van ons bleef. Maar het mooiste van Limburgs
Mooiste was wel het glas bier dat we direct na de
finishlijn kregen overhandigd. Jazeker, deze femme
fatale weet hoe zij mannen moet behagen.

Hoe zwaar Limburgs Mooiste
soms was... |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 12 juni
Hoe vertel ik het mijn
vrouw?, was de centrale vraag op ons voorbije
trainingskamp in Spanje. Hoe vertel ik wat? Dat we twee
dagen na thuiskomst alweer moeten afreizen naar
Landgraaf om van start te gaan in Limburgs Mooiste.
Rinus en Frank vertrekken vanavond al, zelf ga ik pas
morgenochtend vroeg met neef Raymon en fietsmaat Rob. We
volgen de gebruikelijke routine van om een uurtje of
vijf vertrekken en rond half negen op het zadel zitten.
Ook dit keer doen we weer de 150 kilometer, de meest
courante afstand met toch alle leuke klimmetjes. Qua
hoogteprofiel (boven) ziet dat er zo uit. De
belangrijkste verschillen met de Amstel Gold Race zijn
de volgorde waarin je ze voor de kiezen krijgt en de
Belgische 'lus' (zie het kaartje onder) die Limburgs
Mooiste net weer even anders maakt. Zaterdagavond - of
als het tegenzit: zondagmorgen - op deze site een
verslag van de rit. De vrouw weet het inmiddels ook. Ze
reageerde zoals de vissersvrouwen in Kniertje, als de
mannen weer naar zee moesten: berustend.
 |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 10 juni
Vaste volgers van dit
wielerlog kennen ze wel: de hoogteprofielen die de
Hac4-fietscomputer van mijn rentenierende vriend
uitspuugt. Op dagen dat hij met ons meefietst, voorzien
ze ons na afloop van - voor statistici onmisbare -
informatie over hartslag, snelheid, hoogtemeters en
alles wat je verder nog over de rit wilt weten (en ook
wat je niet wilt weten). Maar nu hij afgelopen week een
aantal keren verstek moest laten gaan om bouwvakkers aan
te sporen, vanwege rugklachten en het bezoeken van zijn
vriendin in het ziekenhuis van Benidorm, zitten er ook
lacunes in de informatievoorziening. Daarom kan ik hier
alleen bij benadering zeggen hoeveel we hebben getrapt,
de afgelopen week. Een kilometer of 650, schatten we in.
Het aantal hoogtemeters? Geen idee. Maar het moeten er
duizenden zijn geweest. Tientallen bidons zijn er
geleegd en evenzoveel bocadillos weggewerkt. Liters
bier, rode wijn en carajillos, met - voor los
maricones - blikjes coca cola en kopjes Americanos.
Was het genoeg voor La Marmotte, waarvoor dit voor mij
een voorbereidingsweek was? Die vraag kan ik pas
beantwoorden op zaterdag 4 juli, als ik ergens
halverwege de Galibier omhoog kruip. Hoewel, dat kan ik
eigenlijk ook nu al: op dat soort momenten is het altijd te
weinig. |
|
| |
|
|
| |

De klim naar het bergdorpje
Guadalest (boven in beeld).
Dinsdag 9 juni
Op
papier heette het de koninginnenrit te zijn, maar
eigenlijk vond ik de tocht van afgelopen vrijdag met
Gareth (over de Tudons) veel zwaarder. Maar toen waren
Rinus en Frank halverwege omgekeerd. Nu reden ze wel mee
naar het bergdorpje Guadalest, de nummer 1 attractie van
toeristisch Spanje. Voordat we aan de serieuze klim
begonnen hadden we al de Col de Rates en het
hoogteverschil op de weg naar Tarbena bedwongen, maar
wat na Guadalest nog kwam was ook niet misselijk. De weg
golfde voortdurend omhoog richting Confrides en ook op
de route van Gorga naar Castell de Castells kregen we
voortdurend steile klimmetjes voor de kiezen. Frank had
het er maar zwaar mee, zeker toen hij - die hier ook
vooral was gekomen om mijn zwager Rinus eens een
fietslesje te leren - in de afdalingen vanaf Guadalest
ook voortdurende reglementair uit het wiel werd gereden
zonder zich te kunnen verschuilen achter zijn vaste
excuses te steil en/of te warm (want er stond een
lekker windje). Nee, hij was zelf zo sportief om een
passende benaming te bedenken voor dit rondje Guadalest:
een kwade les. Zijn lijf schreeuwt om revanche,
maar de evaluatiecommissie zal zich de komende maanden
moeten beraden over de vraag of hij er volgend jaar al
aan toe is om wederom met de grote mannen mee te trappen.

De 'hoofdweg' naar
Guadelest. |
|
| |
|
|
| |

De Bernia. Links op de
voorgrond ligt de 'rots van Calpe'.
Maandag 8 juni
Het
is nog steeds zo dat we hem op elke verkeersdrempel op
achterstand rijden, maar we zouden onze fietsmaat Frank
tekort doen wanneer we op deze plek niet onze respect
uitspraken voor de manier waarop hij vanmorgen de Bernia
opreed. Op het vlakke gedeelte van de prachtige klim
naar deze bergrug - die midden in het dorp Jalón begint
- reden zwager Rinus en ik (Edwin was Cokky uit het
ziekenhuis ophalen) zelfs een tijdje achter Frank aan.
We werden er verdorie een beetje verlegen mee. Na de
almuerzo in bar Juan's - waar ik de agenten nog steeds
niet kan verleiden tot wijn of bier bij hun bocadillo
lomo, queso y tomates (stokbrood met varkensvlees, kaas
en tomaten) - deden we de min of meer vlakke route langs
de kust, via Calpe, Moiraira naar Javea, waar je in
februari altijd wel trainende profploegen tegenkomt. Ook
hier - zeewindje, met een graadje of 26 nog niet te warm
- kan de bikeragent goed uit de voeten. Morgen, op onze
laatste koninginnerit door het hooggebergte, wordt het
tijd om zijn groeiend zelfvertrouwen weer de kop in te
drukken. Het vuur van de wraak moet de hele winter bij
hem blijven branden. Daar wordt hij alleen maar
beter van.

De kustweg van Calpe naar
Moiraira (rechts). |
|
| |
|
|
| |

Zondag 7 juni
Rust
is ook training, luidt een bekend adagium in de sport.
Dus deden we vandaag een beetje mak-an rond het zwembad,
met een enkel wandeluitstapje naar Lliber met Poppy
(Edwin en Frank) en een restaurant in Parcent voor een
paellamaaltijd. Verder niets, behoudens wat
fietsonderhoud (zwager Rinus - erkend lekrijder, zo u
weet - heeft altijd wel een band te plakken). In de zon
liggen voelt bovendien nog lekkerder aan als er vanuit
Nederland sms'jes binnenkomen dat de regen er met bakken
uit de lucht valt en mijn eega zelfs even overwogen
heeft om de kachel aan te steken. Hier was het alleen in
de schaduw van de palmbomen of in het water een beetje
draaglijk. Morgen gelukkig weer een stukje fietsen. Dat
is beter uit te houden.
Algemeenheden over onze
Spaanse week staan op het 'gewone'
log. |
|
| |
|
|
| |

Zo wordt het wachten tijdens
de traditionele lekke band van Rinus toch nog de moeite
waard.
Zaterdag 6 juni
De Alt de Margarida is, op
de derde dag van ons trainingskamp, een mooie
scherprechter. Even kijken hoe de mannen er inmiddels
voor staan. De klim is niet steil, maar wel lekker lang
en bovenal mooi: hij slingert door typische Spaanse
dorpjes waarvan de namen allemaal met 'Beni' beginnen,
in de rivierbedding bloeit oleander en de bergtoppen van
Vall de Gallinera rijzen aan weerskanten hoog op. In het
verleden, toen de fietsclub van Jalón nog sterk was,
voerden we gedurende de klim steeds de snelheid op om
het peloton aan gort te rijden. Dat werkt ook met Rinus
en Frank. Bij mijn eigen Noordbikers moet m'n hartslag
tot een eindje in de 170 oplopen, voordat de eersten
gaan piepen. Maar de agenten gaan er al bij 154 af. Ach
ja, de Nederlandse politie. En dan schijnen dit nog de
best getrainden van heel Kennemerland te zijn (beweren
ze zelf). Rinus is deze week geen ochtendmens en Frank -
die dacht dat Spanje, op de Pyreneën na, helemaal vlak
was - blijkt lichamelijk en dus ook geestelijk slecht
voorbereid. Edwin volgt goed op karakter en - dankzij
dit trainingskamp - met een stijgende conditie. Van
zwager Rinus weet ik uit voorgaande jaren dat hij altijd
nog een tweede, derde en een vierde leven heeft en dat
blijkt ook gedurende deze rit van 144 kilometer die nog
een aantal venijnige verrassingen voor ons in petto
heeft. Vooral de klim na Lorxa is dodelijk: slecht
wegdek, gruwelijk steil en met de wind in de rug stijgt
de temperatuur tot 37 graden. Maar Rinus blijft bij, al
is het grote lijden op zijn gezicht af te tekenen (af te
fotograferen, beter gezegd. De afdaling is, met
snelheden van tegen de tachtig kilometer per uur op een
weggedeelte dat door de EU speciaal voor ons alleen is
aangelegd, de ultieme beloning. We rijden vlak terug
langs de N-weg, waar om de honderd meter schaars geklede
prostituees op klandizie wachten. Maar die beloning
laten we, na zeven uur op een hard fietszadel, aan ons
voorbijgaan.

Het grote lijden op de
helling na Lorxa. Alleen de fotograaf dartelt vrolijk om
de mannen heen.

Deze afdaling bij de stuwdam
van Beniarres is alleen om naar te kijken.

Zelf mag ik ook eens op de
foto.
|
|
| |
|
|
| |

Als je Frank zoekt, altijd
twee bochten naar beneden kijken.
Vrijdag 5 juni
De Welshman Gareth
van de fietsclub van Pedreguer heeft tal van anekdotes
over politieagenten (of pigs zoals hij ze noemt).
Zeker nu hij een dag eerder zijn verkeerd geparkeerde
auto weggesleept zag door de dienders in Valencia (boete
van 150 euro), heeft hij weinig goeds voor de
beroepsgroep over. En na vandaag - waarop hij door Edwin
voor ons als fietsgids was ingeschakeld - heeft hij er
weer een mooi verhaal bij. De twee pigs die
achter ons aanreden naar het restaurant in Finistrat,
slaagden erin op een enkele rechte weg naar boven ons
kwijt te raken. En dat alleen maar omdat ze zich niet
aan regel 1 van het Spaanse wielrennen hielden: als
iemand zegt dat het nog vijf kilometer omhoog is, ga dan
uit van tien. Dan kan het alleen maar meevallen als het
achteraf acht blijkt te zijn. Gareth en ik zaten - tot
verbijstering van een groepje Hollandse fietsers dat
naast ons op het terras zat - al aan een liter bier en
voor de pigs hadden we twee blikjes cola laten
klaarzetten. Maar al wie er kwamen, geen Rinus en Frank.
Toen ik na een half uur weer naar beneden reed om ze te
zoeken, bleken ze na exact vijf kilometer al in de war
te zijn geraakt toen ze ons niet zagen en werd de
situatie na zes en zeven kilometer voor hen mentaal
helemaal onhoudbaar. Een reconstructie zou later
uitwijzen dat ze een paar honderd meter voor de bocht
waarachter we hadden afgesproken ('restaurant rechts
van de weg, wij houden jullie in de gaten vanachter ons
tafeltje, kan niet missen') te zijn omgekeerd om een
paar kilometer lager in een restaurant links van
de weg koppig op ons te gaan zitten wachten ('Vijf
kilometer is vijf kilometer'). Communiceren met de
kopgroep - zij hadden ons 06-nummer, wij niet die van
hen - leek ze niet nodig. Zo wordt nooit wat, met het
omlaag brengen van de criminaliteitcijfers, als de
Nederlandse politie aan dit soort personeel vastzit. Nu
was dit toch het punt waarop Frank had besloten om terug
te gaan en Rinus hem vergezelde, waardoor ik terugreed
naar Gareth om onze geplande tocht van 140 kilometer
over de Tudons (van zeeniveau naar 1020 meter hoogte)
vol te maken. Nog een kilometer of negentig moest ik dus
luisteren naar zijn in vaak onbegrijpelijk Welsh
vertelde anekdotes, raadsels en moppen over de door hem
zo gehate pigs.

 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 4 juni
(avond)
Na een jaartje of tien
fietsen in deze contreien, kan ik aan het lijstje met
plaatsnamen dat mijn rentenierende vriend op het
rittenschema heeft ingevuld afleiden dat de eerste tocht
meteen een hele gemene is. Hij heeft dan ook een
verborgen agenda: kijken hoe het met onze conditie is
gesteld en meteen checken hoe Frank - onze mystery
guest die voor het eerst mee is - moet worden
ingeschat. Deze wijkagent uit Haarlem-Noord heeft dit
jaar al 8000 kilometer op de (dienst)mountainbike en op
de racefiets in de benen, maar moet meteen al op de
eerste zware klim (Vall d'Ebo) erkennen dat dit toch
heel wat anders is dan het in de baas z'n tijd van kopje
koffie naar kopje koffie (22 op een dag, gaf hij toe)
trappen om, zoals wijkagenten tegenwoordig doen, de boel
een beetje bij elkaar te houden. Ook de rest van de dag
toonde hij zich nederig en niet alleen vol bewondering
voor onze klimcapaciteiten en de manier waarop we de
temperatuur van een graadje of 35 verteerden, maar ook
voor de enorme hoeveelheden voedsel en drank (oké, ik
geef toe: qua drank voornamelijk Edwin en ik) we tijdens
de driegangenlunch kunnen wegwerken. Zijn eigen optreden
analyseerde hij als 'dramatisch', wat door de rest van
het gezelschap niet werd weersproken. Want zo zijn we
dan ook weer. Zelf mocht ik niet mopperen: of mijn
Marmotte-vorm zit eraan te komen, óf mijn nieuwe Trek
Madone klimt uit zichzelf veel beter dan ik ooit heb
gedaan. Morgen blijft Edwin een dagje thuis (pijn in z'n
rug, conditiegebrek, vriendin Cok inmiddels toch
opgenomen in het ziekenhuis), maar heeft fietsclubgenoot
Gareth uitgenodigd om ons in de vernieling te rijden. De
wijkagent uit Haarlem-Noord heeft een optie genomen op
de eerste afslag richting zwembad, mocht hij na de
eerste anderhalf uur constateren dat meetrappen met de
echte renners nog een beetje te hoog gegrepen is.
  |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 4 juni
(ochtend)
We zijn er: Jalón, Costa
Blanca, Spanje. Vriijwel het complete huis van de buren
- het onderkomen van mijn rentenierende vriend is in
vergaande staat van verbouwing - staat tot onzer
beschikking, inclusief zwembad op de patio, maar later
daarover meer. De eerste rosado is reeds genuttigd in
onze eetkamer, er zijn cadeaus uitgewisseld voor onze
gastheer en -vrouw, er is goed geslapen en de fietsen
zijn zojuist rijklaar gemaakt. De eerste rit gaan we
meteen al zonder Edwin maken omdat hij te druk is met
wondverzorging (zijn vriendin Cokky heeft een nare
bacterie opgelopen) en het aansturen van bouwvakkers.
Maar het gaat goed komen: ik weet de weg. Zware tocht in
het vooruitzicht onder tropische omstandigheden. Het
wordt hoe dan ook zweten.
O, laatste nieuws: Edwin
fietst toch mee, de dokter is tevreden over Cok. Geen
koorts meer. Nu op weg. |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 3 juni
Een week lang
fietsen we - mijn zwager Rinus, zijn collega Frank en ik
- bij mijn rentenierende vriend in Jalón aan de Costa
Blanca in Spanje. Het is het dorpje rechts op dit Google
Earth-plaatje (Xaló is Valenciaans voor Jalón), net onder Lliber. Zodra je de
vallei met wijnvelden en sinaasappelboomgaarden uit
rijdt, zit je meteen in de bergen. Hier zijn de meeste
van onze trainingsritten uitgestippeld. Voor de
liefhebber met een Bosatlas hier het schema dat wij voor
de komende dagen kregen toegemaild:
Woensdag(avond):
aankomst in Valencia.
Donderdag: nadat we de fietsen hebben afgesteld
gaan we naar Vall de Ebo, via Murla, Orba, Val de Ebo,
Tollos, Castell de Castells, daar gaan we omhoog naar
Tarbena en over Coll de Rates weer terug.
Vrijdag: Onder leiding van Gareth wordt een
prachtige (verrassings)tocht gemaakt. Om 9 uur op de
kruising van Alcalali ontmoeten jullie hem.
Zaterdag: Wij gaan via Parcent naar Pego,
Benissiva, Alt de Margarida, stuwmeer naar Lorxa en dan
gaan we via de nieuwe weg naar Villalonga, Oliva,
Pedreguer, La Llosa.
Zondag, beetje rustig aan route: Misschien met de
fietsclub van Xaló mee, maar dat is wel erg rustig aan.
Ook leuk is om met de auto naar het binnenland te gaan
en om de Xoret de Cati te beklimmen (ter voorbereiding
op de Marmotte). Ergens wat eten en niet zoveel
kilometers maken maar wel klimmen oefenen.
Maandag, route langs de kust: Bernia omhoog, dan
naar Calpe, Moraira, Montgo, Denia dus niet al te
inspannend. Niet te veel klimwerk.
Dinsdag: Tudons, maar dan over Col de Rates,
Callosa, La Nucia, Finestrat, Sella, Tudons, Benassau,
Confrides, Guadalest, Callosa, Col de Rates. Dat is dan
dus de zwaarste rit van die week.
Woensdag(middag): terug naar Nederland.
Op dit log elke dag een
verslag van de ritten. |
|
| |
|
|
| |

Van links naar rechts:
Marco, Paul, Hans, een stiekeme, anonieme meerijder en,
helemaal rechts, Pieter.
Maandag 1 juni
Noordbikers
zijn gewoontedieren. Als de route van Eerste Pinksterdag
goed is bevallen en de wind waait nog steeds uit
dezelfde hoek, waarom zouden we hem op Tweede
Pinksterdag dan niet nog een keer rijden? Met z'n vijven
vandaag - van wie er vier gisteren ook van de partij
waren - ging het door de duinen naar Zandvoort, langs
het circuit en weer de (Kennemer)duinen in, tot aan
Driehuis, vandaar rechtsaf langs het Noordzeekanaal,
weer rechts langs golfterrein Spaarnwoude richting de
Ringvaart en vandaar via Sassenheim naar Noordwijk, voor
de traditionele nazit op het terras van de tennisclub.
Toch raar dat diezelfde route vandaag - met opnieuw een
gemiddelde van 34 - opeens een stuk zwaarder leek dan
gisteren. De slag in mijn achterwiel die ik halverwege
dacht te hebben opgelopen, bleek bij thuiskomst een
indrukwekkende uitstulping in een bijna doorboorde
buitenband. Als die onderweg - zeg ter hoogte van
Schiphol - was geklapt, had al het vliegverkeer een paar
uur stilgelegen. Nu hobbelde ik op mijn hardgekookte
Pinksterei veilig naar huis.
Een bericht aan mijn
fietsenmaker: Kees, ik kom morgen toch nog even langs,
voordat ik woensdag naar Spanje vertrek.
 |
|
| |
|
|
| |

Zondag 31 mei
Een goede racefiets onder
je kont en een warm ochtendzonnetje in de Kennemerduinen.
Wat wil een mens nog meer? Normaal komen we hier niet,
met de Noordbikers, maar met een door de Pinksteren
uitgedund peloton van acht renners en de meeste
zondagfietsers nog op één oor, durfden we het wel aan op
de nauwe paadjes van het natuurgebied. Vandaag reden we
ons rondje Noordzeekanaal 'andersom', met de Ringvaart
aan het slot van de etappe die door het uitstapje door
de duinen uitkwam op 105 kilometer met een gemiddelde
van bijna 34 in het uur. De benen en - belangrijker nog
- mijn knieën voelden goed, drie dagen voor het
trainingskamp in Spanje.

Rechtsboven: de
testinstallatie voor reddingsboten die worden gebruikt
op booreilanden. Het gevaarte duikt met passagiers aan
boord een meter of tien naar beneden, de Ringvaart in.
De renner links is neef Raymon, rechts rijdt Paul van
Hattem, alias Crocodile Dundee. Kijk op zijn
site om alles te weten te komen over zijn deelname
aan de
Crocodile Trophy, een heroïsche mountainbiketocht
van 1200 kilometer door de outback van Australië die in
oktober wordt verreden. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 30 mei
Al
na een paar weken is het bijna onmogelijk geworden om
voor mijn zoon een zaterdagmiddagritje uit te stippelen.
Na een paar keer door de duinen te hebben gereden, heeft
hij dat wel gezien. Bossen vervelen hem ook. En polders?
Polder vindt hij helemaal uitgesproken saai. Hij heeft
behoefte aan afwisseling. Tsja, wat blijft er dan over?
In de stad is tenminste wat te beleven, vindt hij, maar
daar vind ik op de racefiets dan weer niks aan. Toch
maar het Groene Hart opgezocht, vanmiddag, op zoek naar
echte mannenkicks op ons tochtje van een kleine vijftig
kilometer door Joop Zoetemelk-land (Oud Ade,
Rijpwetering en Nieuwe Wetering): indrukwekkende
landbouwvoertuigen, ouderwetse draaibruggen en bootjes,
veel bootjes. Maar het mooiste vond hij de straffe
oostenwind pal in de rug langs de Ringvaart. Wat dat
betreft heb ik toch goede hoop dat er nog een wielrenner
in hem schuilt.
 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 28 mei
Het was mijn eerste
kledingparty voor heren, dus ik wist eigenlijk niet goed
wat ik ervan moest verwachten. Maar ik zal proberen er
zo deskundig mogelijk commentaar bij te leveren. Model
Rob 1 (rechts voor de kijkers) showt een broekje met
ingenaaid zeemleer, comfortabel op het zadel maar ook
praktisch voor de vijftigplusser die maar niet kan
stoppen met nadruppelen. Let op de elegantie waarmee hij
het laat zakken. Dit verraadt veel ervaring met
exhibitionisme in het algemeen. Model Ruud (midden, die
net als veel van zijn vrouwelijke collega's een
voortdurend gevecht tegen de anorexia voert) draagt een
shirt dat stijlvol over het middenrif valt. Hij trekt er
een bijpassend colbertje bij aan, dat de markante slip
nog beter doet uitkomen. Trendy model Rob 2 (links, let
op de kekke zonnebril in het haar) assisteert bij de
ensemble-wisselingen van wat uiteindelijk moet leiden
tot een hele nieuwe, deels gesponsorde kledinglijn van
gelegenheidsfietsclub HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort)
die zijn première beleeft tijdens een lang
trainingsweekeinde in de Duitse Eiffel.
 |
|
| |
|
|
| |
Woensdag 27 mei
Een beetje een rustweek is
dit voor me, als een soort stilte voor de storm. Mijn
fiets staat voor zijn eerste onderhoudsbeurt bij de
dealer en elke avond smeer ik mijn opspelende knieën in
met Pro-Fit, een gel met ibuprofen. Volgende week wacht
de eerste echt grote krachtproef van dit seizoen: de
trainingsweek in de Spaanse bergen. Om de tijd de doden,
hier mijn recentste wielercolumn uit de HDC-dagbladen.
Bolletjesslikker
In navolging van Tom Boonen
(cocaïne), Andreas Klöden (bloeddoping) en
alle andere broodfietsers die dit seizoen al tot een
bekentenis zijn
(of nog worden) gedwongen, kan ook ik er niet langer
omheen. Ja, ik
gebruik. Al jaren. Voor de zwaarste wedstrijden zoek ik
mijn toevlucht
tot witte bolletjes met de voorgebraden gehaktballen van
Dirk van den
Broek, in combinatie met de (per twee verpakte) gevulde
koeken van
hetzelfde supermarktconcern.
Wetenschappelijke studies geven er nog geen uitsluitsel
over, maar er
zullen ongetwijfeld deskundigen zijn die menen dat je
van gehaktballen
niet harder gaat fietsen. Dat doet er ook helemaal niet
toe. Net als
veel andere middeltjes heeft de bal – op mij dan – een
positief
psychologisch effect. Al voor mijn eerste schoolreisjes
braadde mijn
moeder op de vooravond van de trip naar Efteling,
Duinrell of
Omniversum
haar zelfgedraaide gehaktballen die zij - nog warm en
met het aanhangende jusmengsel - direct op de witte
bolletjes sneed, waarna het de hele nacht kon indikken
tot een goddelijk mengsel van deeg en vlees. Zes tot
acht van die bollen kregen we (mijn zussen waren er iets
minder dol op, maar daar had mijn moeder niks mee te
maken) mee in ons rugzakje en ik kan me niet heugen dat
er ooit één weer mee terugkwam. En nog steeds hoort de
bal – op de heenreis naar vakantieadressen, bijvoorbeeld
– tot de hoogtepunten in mijn bestaan en heb ik ook mijn
nazaten inmiddels warm gemaakt voor deze
familietraditie.
Er zijn wel wielermaten die vreemd opkijken als ik – op
weg naar
bijvoorbeeld een Amstel Goldrace – om een uurtje of vijf
in de ochtend
in de auto aan mijn eerste broodje bal begin, spoedig
gevolgd door een
tweede en een derde. Zelf bijten ze zich dan manmoedig
door een
mueslireep of een bruine banaan, maar die krijg ik
gewoon niet weg, op
mijn nuchtere maag. Ook halverwege een Keuten- of
Gulpenerberg glijdt
het balletje gemakkelijker naar binnen dan zo’n in
karamel gestold
granenmengsel met allerlei verantwoorde vitamines en
mineralen. Een
man heeft vlees nodig. Dat hoefde je onze vroege
voorvaderen al niet
te vertellen.
Enkele jaren geleden ben ik van de zelfgedraaide bal
afgestapt en heb
ik me overgegeven aan de kant en klare exemplaren van
Dirk van den
Broek. Gemak dient de mens, tenslotte, en ik weet niet
wat Dirk (of
zijn vaste slager) erin stopt – ik zie soms stukjes
paprika en ui –
maar ze zijn lekker pittig gekruid en na een kwartier
goed doorwarmen
in de Croma zijn ze op de ideale temperatuur om tussen
mijn bolletjes
te worden versneden. Met zes tot acht tegelijk gaan ze
dan – bovenop
elkaar – in de plastic broodzak, die ik open op het
aanrecht laat
staan om er een niet al te kleffe bende (condens!) van
te maken.
Op buitenstaanders mag dit proces merkwaardig overkomen,
het is me al
meerdere keren gebeurd dat ik bij bevoorradingsposten
van grote
toertochten tevreden in mijn broodje beet en mij door
andere fietsers
jaloers werd gevraagd: ’Wat heb jij?’ Na mijn antwoord
(’Broodje bal’)
lopen ze dan gretig alle kramen met verantwoorde repen,
krentenbrood
en bananen drie keer af om te kijken waar ik dat ding
vandaan heb (uit
de achterzak van mijn wielershirt, maar dat zeg ik er
natuurlijk niet
bij).
Nog geen enkele organisatie van een wielerronde durft
eraan, aan het
broodje bal. Terwijl er toch voorbeelden zijn van grote
renners – denk
aan een Johan Museeuw – die extra spierkracht dachten te
halen uit een
bezoek aan dierenartsen die niet vies waren van het
toedienen van
hormonen aan de veestapel van onze zuiderburen. Wat mij
meteen op de
zorgelijke gedachte brengt: zou Dirk van den Broek zijn
varkensvlees
soms uit België halen?
Om te voorkomen dat ik de eerste renner ben die straks
positief wordt
getest op de kant en klare gehaktbal, gooi ik alles
meteen maar op
straat.
Ja, ik gebruik, ik ben een bolletjesslikker.
En zolang de UCI ze niet op de verboden lijst zet, ga ik
er gewoon mee door. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 24 mei
De eerste hatemail kwam al binnen:
Beste Dick,
Volgens de woordenboeken is een
overloper iemand die tot een leger behoort en naar
een andere partij (lees vijandelijke) overgaat. Een
synoniem voor overloper is een deserteur of een
afvallige. Het toeval wil dat dit ook nog een
mannelijk woord is.
Zover wil ik natuurlijk niet gaan,
maar het valt wel op nu ik na drie jaar van
afwezigheid op de zondagochtend bij de NoordBikers
geen Dick van der Plas meer aantref.
Omdat er toevallig een Katwijkse
fietsenmaker het idee heeft opgevat een fietsclub op
te richten, en om daarom gelijk maar over te lopen
naar de 'vijand' gaat mij zelfs te ver.
Natuurlijk, je bent een Katwijker en
natuurlijk het is een Katwijkse fietsenmaker en
natuurlijk, het zijn allemaal Katwijkers die
meerijden en natuurlijk vind ik het jammer dat ik je
niet meer zie!
Nochtans, als ik me na de
oprichting van de Wielervereniging Katwijk één ding
heb voorgenomen, is dat ik op zondagmorgen bij de
Noordbikers blijf rijden. De Noordwijkse tijd (8.15 uur) vind ik
veel beter dan de Katwijkse (9.30) uur omdat je dan honderd kilometer
kunt fietsen en toch nog op tijd bij je moeder aan
de appeltaart zit. Deze Katwijkse gewoonte hebben ze
in Noordwijk beter begrepen. Bovendien wordt er door
de Noortukkers goed gefietst: ze maken me beter. Dat
ik dit jaar pas één keer ben geweest, heeft alles te maken
met het onheil dat de zondagmorgen over
zich afroept: het regent, of het is de dag na
de Amstel Gold Race, of de dag van de Hart van de
Bollenstreek-toer, of het is Moederdag, of het is
Pasen, of het is de dag na de zaterdagavond dat
ik teveel gedronken heb. Kortom, er is altijd wel
wat. Maar vanmorgen was ik er weer, nog vol goede
herinneringen aan de eerste rit, dit seizoen: geen
rondje Noordzeekanaal meer met een gemiddelde van 35
kilometer in het uur, maar een mooie, toeristische
route in een beschaafd tempo. Dit 'nieuwe
wielrennen' bleek bedekt onder een dun laagje
vernis. Zonder wegkapitein Kees (Fiets), bleek er
meteen sprake van Muiterij op de Bounty. Wat reden
we? Rondje Noordzeekanaal met een gemiddelde van 35
kilometer in het uur.
|
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 23 mei
Die kost wel een miljard,
veronderstelt mijn zoon Steven van het jacht dat voor de
kade van Royal Van Lent aan de Kagerplassen ligt. Een
miljard is veel, al weet je natuurlijk nooit of er
ergens onder het hydraulische helikopterdek nog een
kruisraketwerper tegen de Somalische piraten is
ingebouwd. Dat kan lekker in de papieren lopen. Maar
verder denk ik dat ook in deze tijd van kredietcrisis de
standaardformule van 'een miljoen euro per meter' nog
steeds geldt. En wat zou dit zijn, een metertje of
zeventig? Nou vooruit, nog wat extra voor aankleding en
gekkigheid (gouden kranen zijn populair in dit genre) en
voor een kleine honderd miljoen ben je helemaal
vaarklaar. En dan maar ergens aanleggen op een plek waar
iedereen je kan zien en lekker op het achterdek
champagne innemen. Ja, zo nemen we onderweg - een
kilometertje of 45 vanmorgen, stukje Ringvaart en
noordelijke Bollenstreek - het hele leven door. |
|
| |
|
|
| |

Foto Christiaan Weegink
Vrijdag 22 mei
(2)
Net als rond het monster
van Loch Ness en de Verschrikkelijke Sneeuwman moet er
ook rond The Lone Ranger van de Wielervereniging
Katwijk een zekere mystiek blijven hangen. Maar deze
foto neemt daarvan niets weg. Sterker nog, versterkt de
geheimzinnigheid alleen maar rond de eenzame renner die
altijd een paar meter voor de groep doolt. Rechtsvoor is
nog net de eerste slagschaduw van het peloton te zien.
Daarvoor rijdt hij. Als een verkenner, altijd op zoek
naar gevaar. Een gids, die ons door onbekende verten
leidt. Wie is hij?, vragen de volgers zich af. Heeft hij
een naam? Ouders? Woont hij in een huis, of ergens in
een fietsenschuurtje? Allemaal onbelangrijk. Het is
The Lone Ranger. |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 22 mei
Het spreekgestoelte en de
glazen autocues ontbreken nog, maar verder beginnen de
toespraken van secretaris Christiaan Weegink aan het
begin van elke training van de Wielervereniging Katwijk
Obama-achtige allure aan te nemen. Hij roept op tot
eenheid, saamhorigheid en ('Yes we can!') sociaal
gedrag, waarna we allen vervuld van deze mooie woorden
en vol goede voornemens op de pedalen gaan. Ergens
halverwege - een lekke band en vele structuurloze
kilometers verder - schreeuwt hij dan in de regel 'Vrij
rijden tot aan Zandvoort' waarna de club alsnog
verandert in een gezelschap dat zo gecast kan
worden voor The Pirates of the Caribbean. Maar
vandaag kregen we halverwege nóg een toespraak waarin
hij weidse vergezichten schetste en ons - voor de
terugweg - voorhield dat de sterken de zwakkeren moesten
behoeden door ze te omringen met lichaamslengte en de
bereidheid ze zorgvuldig uit de (tegen)wind te houden.
Het leidde zowaar tot één grote groepshug tot aan
Langevelderslag, waarna - The Lone Ranger voorop - tot
aan Katwijk de kolder alsnog in de koppen sloeg. Nou ja,
kolder, dat klinkt weer zo negatief. In een
eerstvolgende toespraak zal Christiaan dit 'bezieling'
noemen. Op die term bouwen we voort. Yes we can!
 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 21 mei
Alles goed en wel, zo'n
Wielerclub Katwijk, maar een fatsoenlijke honderd
kilometer rijden is er niet meer bij, tegenwoordig.
Vandaag (Hemelvaartdag, tenslotte) dus maar, met een
select clubje klasbakken, via Voorschoten, Leidschendam
en Delft door het Westland naar Hoek van Holland, waar
het fietspad langs de Nieuwe Waterweg - altijd wind
tegen! - het beste uit een mens haalt (of het slechtste,
maar nee, we noemen hier geen namen). Halverwege, bij de
stormvloedkering, zit zelfs nog een venijnig klimmetje.
Traditiegetrouw steken we op bij De Torpedoloods,
befaamder om zijn levendige uitzicht dan om zijn
appeltaart die we na een bevroren ervaring van de vorige
keer nu maar links lieten liggen. Dat leverde me op de
terugweg nog bijna een klassieke hongerklop op - ik had,
behalve water, natuurlijk weer niks bij me - maar een
gebroken spaak van fietsmaat Arjan zorgde ervoor dat de
snelheid vanaf Kijkduin een beetje werd aangepast. Al
duurde het tot Wassenaarseslag voordat twee leden van
ons groepje van vijf zich daarbij neer wensten te
leggen. Nee, laat ik opnieuw geen namen noemen. Al met
al lekker getrapt, gemiddelde heel ruim boven de 30
(moet het nog even precies nakijken), kortom: geen
helletocht op hemelvaart!

 |
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 19 mei (2)
Meestal rijd ik (rechts) er
zo bij, tijdens de trainingsritten van de
Wielervereniging Katwijk:

Dus sta ik zelf nooit
(zo) op de foto:

Maar nu wel, dankzij
Christiaan Weegink, die als secretaris ook aan
verslaglegging in beeldmateriaal doet. Links van mij Rob
van den Oever (uit mijn wielerlog ook wel bekend als
Rob2): een groot renner. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 19 mei
Aan deze foto kun je het al zien. Er
komt een beetje structuur in de Wielervereniging Katwijk.
Er zijn momenten dat er twee-aan-twee wordt gereden, in
een beschaafd tempo, keurig achter het bestuur dat de
lijnen uitzet. Structuur ook in die zin dat je
geleidelijk aan de leden leert kennen. Nog niet bij
naam, maar - als eerste - aan de fiets, het postuur of
de eigenaardigheden waarmee ze zich tijdens de rit
manifesteren. Je weet langzamerhand wie je in de gaten
moet houden, wie er afhaakt als er wordt aangezet, wie
er gaten laat vallen, wie er zwabbert of wie er, heel
geniepig, na kilometers wieltje zuigen altijd net zijn
eigen wiel een paar meter eerder over een denkbeeldige streep
moet drukken. Alleen van één lid kan
ik nog niet erg hoogte krijgen. Het is een kruising
tussen - laat ik het voorzichtig zeggen - Thor Hushovd
en Joris Drieprinter, die er een gewoonte van heeft
gemaakt om bij een geneutraliseerde koers driekwart van
de rit zo'n honderd meter voor de groep uit te rijden.
The Lone Ranger, is zijn bijnaam in het peloton. Af en toe kijkt hij om, of we volgen. Dat doen we. Bij
de eerstkomende ledenvergadering ga ik voorstellen of
hij voortaan niet een kwartier eerder mag vertrekken.
Kan hij bij terugkomst in het clubgebouw alvast het
koffiezetapparaat aanzetten. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 17 mei
Viri probati. Met die
term omschrijft het Vaticaan de rijpere, gehuwde mannen
die - anders dan de rusteloze knapen die veroordeeld
zijn tot het celibaat - de priesterwijding mogen
ontvangen. Zo zie ik ook mijn rol in het wielerpeloton
van de WV Katwijk. Als 48-jarige 'vir probatus' (voor
het enkelvoud moest ik even te rade gaan bij mijn
dochter, waarvoor dank) ben ik los van het
haantjesgedrag van de twintigers en dertigers die louter
rijden om te winnen, om te scoren, om testosteron te
verdampen. Dat geeft rust in mijn lijf, stabiliteit in
het hoofd, ook op zo'n rit als vanmorgen met een select
groepje dat met een blik op de buienradar half tien een
uitgelezen tijd vond om te starten. Nat werden we toch
wel, onderweg. Was het niet van de miezer die op een
gegeven moment toch weer begon te vallen, dan wel van
het van de weg opspattende water. Maar ook dat gaf rust
in de groep, want gooien en smijten op een natte
ondergrond is niet des 'viri probati' en aangezien dit
mijn vaste oefenrondje was, mocht ik voorop rijden.
Alleen op het duinpad tussen Scheveningen en Katwijk
ging het weer ouderwets los, waarbij ik alleen aan het
eind even uit mijn rol viel. Pas 32 jaar was het pikkie
dat ik op het bultje bij de Soefitempel als laatste
reglementair uit mijn wiel reed. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 16 mei
Beetje fris op de
heenweg, maar halverwege het rondje
Katwijk-Valkenburg-Leiden-Voorschoten-Vliet-Horsten-Wassenaar-Scheveningen-Katwijk
brak de zon door. Bijna 45 kilometer gereden met Steven.
Tempo maken is voor hem niet het probleem. Tempo hoúden,
daar moeten we aan werken.
 |
|
| |
|
|
| |
Vrijdag 15 mei
Geen training vanavond
(regen en onweer), dus even tijd voor een bespiegeling.
Bij mijn groot
sportmedisch onderzoek in februari bestudeerde de arts
van het Rijnland Ziekenhuis de resultaten van mijn
inspanningstest en concludeerde toen: 'Nou, ze rijden
jou er niet gauw af.' Daarmee raakte hij de kern van wat
ik op mijn gevorderde leeftijd op de fiets wil bereiken:
ik wil er niet afgereden worden. Alleen als iemand in
het peloton wat al te vaak de kolder in de kop krijgt,
wil ik hem nog weleens laten lopen. Maar verder trap ik
gewoon mee, hoe hard het ook gaat, doe braaf mijn
kopwerk - als er tenminste regelmatig wordt gereden
(wanneer iemand voortdurend wil laten zien hoe goed hij
is, blijf ik graag in het wiel hangen totdat zijn bordje
leeg is) - en als er op het eind gek wordt gedaan, wil
ik nog wel meesprinten ook. Maar vooral met als hoger,
door mijn sportarts geformuleerde doel: er niet
afgereden worden.
Dus ja: met berichtjes
als deze van secretaris Christiaan Weegink op het
ledenboek van de Wielervereniging Katwijk kan ik niet
zoveel:
"Vanavond een
mooie dinsdagavondtraining gereden, langs de
Leidsevaart en Keukenhof in Lisse en via het
duinpad Noordwijk-Katwijk weer terug, alwaar ik
Dick van der Plas (en alle andere dappere
strijders) te sterk af was in de eindsprint! Zie
zijn wielerlog "www.dickvanderplas.nl" onder
"wielrennen" waar hij deze nederlaag ook zelf
eerlijk toegeeft: respect Dick, je lijkt Marco
van Basten wel, dat is ook zo'n oprecht en
eerlijk mens..."
Er niet afgereden worden
is voor mij elke keer weer een overwinning. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 12 mei
Hollands weertje, dus
lekker veel wind tijdens de dinsdagavondtraining van de
Wielervereniging Katwijk die inmiddels zestig (!) leden
telt. Voor een renner van negentig kilo maakt dat niet
zoveel uit - heel bewust probeer ik niet teveel af te
vallen - maar het peloton waaide al snel in drie
stukken, die elkaar ergens in Noordwijk uiteindelijk
allemaal weer tegenkwamen. Met mijn opspelende
rechterknie moet ik eigenlijk een tijdje rustig aan
doen, maar in de voorbereiding op mijn trainingskamp in
Spanje en een maand daarna La Marmotte kan ik me dat
niet permitteren. En mijn rentenierende vriend beweert
altijd dat je de meeste knieproblemen gewoon kunt
wegtrappen. Dus reed ik het laatste stukje van Noordwijk
naar Katwijk weer als een dolle achter secretaris
Christiaan Weegink aan, van wie ik op deze plek moet
bekennen dat ik hem niet voorbijkwam. Zelf hou ik het
liever op: die ik uit respect op die laatste meters niet
wilde passeren. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 9 mei
Wassenaarseslag 15.15
uur. Rondje van 40 kilometer met Steef: Katwijk -
Wassenaar - Landgoederenroute - Meijendel - Scheveningen
- Wassenaar - Katwijk. |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 8 mei
Bij
een vereniging hoort natuurlijk ook een
trainingsprogramma, ritten met structuur, aandacht voor
techniek, tactiek en de fijne kneepjes van het rijden in
een groep. Na weken van dollemansritten was het tijd om
daar eens aandacht aan te besteden. Windkracht zeven
bood bovendien de gelegenheid om in waaiertjes en kop
over kop te rijden. Al op de heenweg langs vliegkamp
Valkenburg leidde dit tot kolderieke taferelen toen Rob
2 (linksvoor op de foto) met een subtiel handgebaar
aangaf dat er aan kop kon worden 'gedraaid' en een
enthousiast lid met een snijdende demarrage uit het
zicht verdween, de rest van de groep in verbijstering
achterlatend. Op naar Rijksdorps in Wassenaar dus maar,
waar vier keer een rondje met een venijnige bult kan
worden beklommen: klimtechniek, fietsbeheersing,
afdalen, werkelijk aan alles was gedacht. Jammer alleen
dat er bij de eerste meters bergop er al ergens een
derailleur afknalde, waardoor de helft van het
gezelschap zich met de noodreparatie bemoeide en de
andere helft in verwarring zijn rondjes draaide. De rest
van de rit via Scheveningen naar Katwijk oefenden we op
het duinpad op de tactiek: zo hard mogelijk rijden en we
zien wel wie er mee kan. Dat onderdeel hebben we
inmiddels aardig onder de knie. |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 7 mei
Voor trouwe volgers van
dit wielerlog is dit een zeldzaam beeld: mijn fietsmaat
Rob keurig op het zadel en niet ergens naast, onder of
tussen het frame van zijn rijwiel. Na vier dagen van
gedwongen revalideren in onderbroek - de wond op zijn
dijbeen heeft baat bij frisse lucht - hield hij het niet
langer uit in zijn gedwongen afzondering (de Arbodienst
heeft hem verboden in string achter zijn bureau op de
redactie plaats te nemen) en moest er weer een rondje
worden gereden. Voor mij als peoplesmanager was
het vooral een rit die in het teken stond van vertrouwen
geven - 'je kunt het, zo gaat ie goed, kijkt uit voor
die stoeprand, ja, hier rechtdoor, hou recht dat stuur,
geen rare bewegingen maken' - waardoor we uiteindelijk
heelhuids weer in Katwijk aan kwamen. Morgen gaan we het
heel voorzichtig met een grotere groep proberen. Er is
hoe dan ook nog een lange weg te gaan. |
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 5 mei
Op de Buienradar zie ik een
schuit met zure appelen aankomen, dus de
dinsdagavondtraining van de Wielervereniging Katwijk
laat ik even aan mij voorbijgaan. Morgenavond kan er,
volgens de voorspellingen, onder betere omstandigheden
worden gefietst. Om toch wat te melden te hebben op deze
plek, een column van mijn hand die enkele weken geleden in de
dagbladen van HDC Media stond. Spaarzaam kies ik
daarvoor de wielrennerij als onderwerp. Elke gelijkenis
met bestaande leden of (voorbije) omstandigheden binnen
de Wielervereniging Katwijk berust op toeval.
Getrouwde
vrijgezellen
De werkplaats van de fietsenmaker vult zich met wat mijn
wederhelft
'getrouwde vrijgezellen' noemt. Behelmde mannen van
middelbare
leeftijd in een fietspakje, met aan hun hand een rijwiel
van minimaal
twee keer modaal. Korte gesprekken, dito antwoorden.
,,Nog getraind?''
Een beteuterd hoofdschudden. ,,Nee, ik moest krediet
opbouwen.'' De
goede verstaander - en dat zijn ze hier allemaal, op de
verzamelplaats
van de plaatselijke wielerclub - weet genoeg. Hij mocht
niet van zijn
vrouw.
Toen
de wereld nog een stuk overzichtelijker was, kregen
alleen kerels die te lang in de kroeg hingen, hun
kinderen sloegen of achter hun
secretaresse aanjoegen ermee van doen. Maar tegenwoordig
maken ook zij die lichaam en geest stalen door een
substantieel deel van de week op het zadel van een
racefiets door te brengen, zich vatbaar voor
kritiek. Ik verlies me er helemaal in. Heb nergens
anders oog voor.
Vergeet dat ik nog een gezin heb dat liefde, tijd en
aandacht nodig
heeft. En dat ook de kozijnen hoognodig aan een
schilderbeurt toe
zijn.
Om maar eens een anonieme bron te citeren.
Fietsen is een tijdrovende hobby. Als je aan het begin
van het jaar -
met lankmoedige instemming - besluit de Alpenreuzen in
La Marmotte te
beklimmen, een trainingskamp in Spanje belegt,
inschrijvingen voor de
Amstel Gold Race, Limburgs Mooiste en nog een handvol
andere
toertochten de deur uit doet, weet iedere ingewijde dat
daar vele
honderden uren trainingsarbeid aan vast zitten. Nee, aan
de
niet-ingewijden is dat minder duidelijk gecommuniceerd.
Maar als je
alles voorkauwt, neem je iemand ook niet serieus.
Bovendien, trainen doe ik zoveel mogelijk op incourante
tijden. Op
zondagmorgen, tussen 8 en 11.30 uur, als de rest van het
gezin het
proces van uitslapen, uitgebreid ontbijten en badderen
ondergaat. Als
ik dan na 100 kilometer terugkom, moet ik voor de douche
nog op mijn
beurt wachten. Doordeweeks rijd ik vooral tussen 18.30
en 21 uur,
waarna er nog een avond voor ons open ligt. En nooit
meer dan één
grote toertocht per maand. Op die andere zaterdagen
train ik 'gewoon',
twee tot drie uurtjes. Of pleeg ik fietsonderhoud,
gezellig voor
iedereen aanspreekbaar in de achtertuin.
Wat daar op af te dingen valt? Dat ik op zaterdagavond
al 'ongezellig'
ben omdat ik op zondag op tijd moet fietsen. Dat ik
doordeweeks na het
avondritje nog een paar uur achter de computer kruip om
mijn
trainingsgegevens en m'n wielerlog bij te houden. Dat je
voor zo'n
toertocht in een uithoek van het land vaak tussen 7 en
17 uur onderweg
bent. Dat mijn vrouw na 4.15 uur geen oog meer dicht
deed, toen mijn wekker afliep voor de toerversie van de
Amstel Gold Race in Limburg ('s avonds om 20 uur weer
thuis met twee tasjes vuile was). Dat ik de week
daarvoor al een hele dag weg was voor
Veenendaal-Veenendaal. Kortom, dat ik meer genegenheid
aan de dag leg voor mijn carbon frame en kekke witte
schoentjes dan voor mijn eigen vlees en
bloed.
Berekenender wielrenners dan ik doen om die reden op
tactische
momenten een stapje terug. Laten een training lopen.
Zeggen af voor
een tocht. Niet omdat ze geen zin hebben. Maar om
krediet op te
bouwen. Via de ander investeren in zichzelf. De
frustratie die hieruit
voorkomt laat zo'n compromiszoeker de vrije loop door -
zodra de
gelegenheid zich voordoet - opzichtig jaloers aan mijn
eega te laten
weten 'dat ik toch wel heel veel mag', daarmee het zaad
zaaiend van de
overtuiging dat mijn teugels te veel worden gevierd.
Want is het niet zo dat ik er sta, zodra mijn gezin mij
nodig heeft?
Heb ik laatst niet vele uren gestoken in de computer van
mijn zoon,
die last had van chronisch blauwe Windowsschermen? En
wie neemt er
zijn verantwoordelijkheid, als 's morgens om 7.45 uur de
band van de
fiets van zijn dochter lek staat? Kleine dingetjes, ik
weet het, maar
mijn vriend Mart, met wie ik soms de zwaarte van het
bestaan deel,
verwoordde het laatst nog zo mooi. ,,De levenstaak van
ons mannen
speelt zich af achter de zwarte gordijnen van het
gezinspodium. Wat
zou dit familietoneel zijn zonder onze facilitering?''
Het is met een zekere schroom, dat ik hem citeer, want
hij schijnt
meer recht van spreken te hebben dan ik.
Hij doet niet aan wielrennen. |
|
| |
|
|
| |

Maandag 4 mei
Op termijn zullen we het
nog weleens hebben over zijn stuurkunsten en het
inschatten van situaties op de fiets. Maar op een dag
als vandaag kunnen wij slechts met stilte en respect
stilstaan bij de wond van mijn fietsmaat Rob, waarvoor
ruim een week geleden de basis werd gelegd tijdens een
regenachtige tocht over het Kopje van Bloemendaal.
Tijdens een opnieuw natte Hart van de Bollenstreek-toer
- toen alles net weer een beetje dicht was - viel hij er
zondag nog een keertje bovenop. Vanaf deze plek nogmaals
onze excuses aan de inwoners van de noordelijke
Bollenstreek die hem daarbij erbarmelijk hebben horen
schreeuwen. Zelf was ik ook tezeer onder de indruk om de
woorden 'Verman je' tot hem te spreken. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 3 mei
'En denk erom: sociaal
rijden', zeggen we na elke tussenstop tegen elkaar. Het
krijgt iets hilarisch, tijdens deze eerste Hart van de
Bollenstreek-toer, als van ons groepje fietsers - zonder
dat ook maar iemand het doorheeft - voortdurend renners
afwaaien door valpartijen, lekke banden of algehele
uitputting doordat er aan kop teveel wordt gesleurd.
Uiteindelijk komen we, na 155 kilometer draaien en keren
door de Bollenstreek, met z'n vieren aan bij het
clubhuis van FC Lisse, waar we eerder die ochtend met
elf man zijn vertrokken. Onderweg is er - bij de eerste
lus in Rijnsburg - al iemand naar huis gegaan die het
niet kon bolwerken, bleken we de andere helft kwijt bij
de koffie in De Ruigenhoek in Lisse, die weer ergens in
Noordwijk stond te wachten op een achterblijver, die bij
Valkenburg bleek lekgereden. Kunt u het nog volgen? Het
toppunt was wel de valpartij van mijn fietsmaat Rob, die
in De Zilk werd geveld door een slang - een gele
tuinslang, welteverstaan - en bovenop de wond viel die
hij een week eerder op het Kopje van Bloemendaal had
opgelopen. Daar bij het Kopje konden ze hem nu ook weer
horen schreeuwen, zo zeer deed het. Maar niet de rest
van ons groepje dappere fietsers, dat door een
achterblijver wel op de hoogte werd gebracht van dit
malheur, maar geen idee had dat het hier één van ons
betrof. Het is ook verwarrend, natuurlijk, al die gele
regenjasjes. Afijn, Rob bloedend naar huis, wij weer
voort, in de stromende regen, om bij de tweede
stempelpost in Lisse weer met elkaar te worden herenigd,
waarna we er in het resterende deel andermaal in
slaagden om de helft van de groep weer sociaal op een
hoop te rijden. Alleen het ritje vanaf de finish naar
huis volbrachten we, zowaar in het zonnetje,
uiteindelijk in gezamenlijkheid, voornamelijk omdat de
organisatie ons had voorzien van een buitengewoon pakket
aan gesponsorde goederen: een tas, bidon, massageolie en
een, anderhalve kilo wegend, boek over 10 jaar
Rabobank-wielrennen. Dit maakte elke ontsnapping
onmogelijk. Voor mij woog dit alles nog eens dubbel
zwaar omdat ik ook het pakketje van de ongelukkige Rob
in mijn tas had. Ik weet het, als voortijdige afhaker
had hij hier geen recht op. Maar dit gebaar paste
helemaal in ons sociale rijden van vandaag.
 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 2 mei
Scheveningen, het nieuwe
paadje bij de watertoren. De hele winter reden we hier
op de mountainbike in het pikkedonker door het zand,
maar nu is het netjes opgeknapt. Rondje van bijna 40
kilometer getrapt met mijn zoon Steven: via Meijendel,
het nieuwe paadje over de Waalsdorpervlakte en bij
Scheveningen door de duinen terug naar Katwijk. Hij gaat
met de week beter rijden, vooral bergop. Zodra het voor
mij angstaanjagend begint te worden, start hopelijk de
basketbalcompetitie weer. |
|
| |
|
|
| |
Vrijdag 1 mei
Echt veel gemeen met Oscar
Freire heb ik niet. Hij is klein, ik ben groot. Hij is
snel, ik ben..., nou ja, niet traag, maar ik heb gewoon
tijd nodig om op gang te komen. Maar allebei moeten we
niet teveel trainen, heb ik wel gemerkt. Dan krijg ik
last van mijn knieën, mijn rug en - het allerergste -
mijn moraal. Dus vanavond laat ik even lopen. Meer is
niet altijd beter. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 28 april
Zonder de beide Robben
(de één likt thuis zijn wonden na een valpartij, de
ander mocht waarschijnlijk niet van zijn vrouw) zocht ik
vanavond een andere uitdaging in het peloton van de
Wielervereniging Katwijk. Niet als een gek voorop
sleuren, maar achterin de gaatjes dichtrijden. Ook een
mooie training, als de groep bij elke bocht als een
accordeon in en uit elkaar schuift. Elke keer vol in de
pedalen om weer zo'n vijftig meter te overbruggen. Tegen
het eind van de tocht door de noordelijke Bollenstreek -
waar de koppen alweer van de tulpen gaan - kon ik op de
boulevard van Noordwijk de één na de ander 'oprapen' en
uitgeblust achter me laten: een ritje met een gemiddelde
van 32 kilometer per uur met veel remmen en optrekken is
niet voor iedereen even lekker te verteren. Waarna ik
het op het duinpad tussen Noordwijk en Katwijk toch niet
kon laten om voorop nog even gek te doen met het
overgebleven groepje vermeende klasbakken. Pikzwaaierij,
noem ik dat altijd, als de beide Robben dat doen. Bij
mij heet het: nog even de benen testen. Die voelden
goed.
 |
|
| |
|
|
| |

Maandag 27 april
Meten is weten. Maar
eerlijk gezegd ben ik niet zo'n meter. Mijn
Polar-fietscomputer spuugt - als ik hem één keer in de
twee weken in mijn computer leegschudt - meer gegevens
uit dan ik kan verwerken. Bij bovenstaand schemaatje
blijf ik meestal hangen omdat mijn gemiddelde snelheid
en hartslag er overzichtelijk in beeld worden gebracht,
met aan de rechterkant de trainingstijd in sportzones.
Wat ik daarvan leer? Dat ik maar zes procent van de
Amstel Gold Race in het 'rood' heb gereden,
bijvoorbeeld, en dat mijn gemiddelde hartslag niet hoger
kwam dan 126. Op het gemakkie, dus. Daar rijd je dan
helemaal naar Zuid-Limburg voor... |
|
| |
|
|
| |
Zondag
26 aprilWaar
zouden we zijn zonder de vooruitgang? In de tijd dat er
nog geen
www.buienradar.nl
bestond, was ik vanmorgen om acht uur gewoon gaan
fietsen. Toen zag het er nog prima uit. En van de
deskundigen van het KNMI - die de schepen met zure
appelen die vanuit Frankrijk en België op ons afdrijven
op Teletekst interpreteren met 'af en toe regen' - werd
je ook niet veel wijzer. Nu ben ik er, na kort sms- en
mailoverleg met neef Raymon - kon vroeger ook niet -
weer lekker ingedoken. Zonder vooruitgang maakten we,
kortom, meer kilometers. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 25 april
De tweede zaterdag zonder
basketbalwedstrijd, dus op de pedalen maar weer, om te
voorkomen dat hij zijn leven slijt voor de Xbox360. Dit
keer krijgen mijn zoon en ik gezelschap van neef Raymon,
die zich opwerpt als coach voor het klimwerk. Hij heeft
de versnelling in huis die ik op mijn gevorderde
leeftijd zo node mis, maar waarmee een 12-jarige hem nog
aardig kan verrassen. Bij de klim vanuit Scheveningen
spoort hij Steven aan vol gas te rijden, waarna hij zelf
ook het uiterste moet geven om hem met meer dan 40
kilometer per uur bergop (!) weer in te halen. Op mijn
manier doe ik ook mijn best, maar op minder dan vijftig
meter van dit jong geweld kom ik niet. De klim is te
kort, dat zal het zijn. Net als de oude vos Rebellin op
de Muur van Hoei heb ook ik eerst een lange aanloop
nodig om genadeloos te kunnen toeslaan.

 |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag 24 april
Nou,
één biertje dan, want ik moet om zeven uur trainen met
de fietsclub. En ik heb net op de redactie al een wit
wijntje op. Dus om half zes moet ik weg. Half uurtje
naar huis fietsen, snel even wat pasta in de magnetron,
omkleden, alle tijd. Nou ja, als ik een kwartier later
weg ga, red ik het ook nog wel. Nog maar een La Chouffe
dan. Zo'n fris kabouterbiertje is heerlijk, op een
zonnig terras. Ja, wel pittig, procentje of 8. Maar dat
zweet je er zo weer uit, met dat warme weer. Een laatste
dan nog, dan sla ik de pasta wel over. Zo'n biertje is
tenslotte ook twee boterhammen per keer. Nee, is het al
kwart over zes? Ik moet nu echt weg, sorry. Wat? Ja, ik
was nog net op tijd. Ze reden weg toen ik kwam
aanrijden, kon meteen bij de kopgroep aansluiten. Nog
nooit zo lekker gereden, dit jaar. Zat steeds bij de
eerste vier en we reden alles eraf. Kan ik iedereen
aanraden, op een witte wijn en drie La Chouffe. Kon
alleen mijn camera niet meer recht houden. En goed dat
ik niet hoefde te blazen, onderweg.
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag 23 april
Nooit je
wielerkleding laten opruimen door je vrouw. Dan begint
ze te zeuren wat je in vredesnaam met al die shirts moet... |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 21 april
Dat
is het kenmerk van een vereniging: op elke straathoek
vergaderen over de route. Zet dertig wijsneuzen bij
elkaar en iedereen weet welke kant het op moet. Maar
gelukkig is er nog het bestuur dat richting geeft, al
geldt tijdens de eerste trainingsritten van de kersverse
Wielervereniging Katwijk vooral het recht van de
sterkste. Bij ontstentenis van een indeling naar niveau
trekt het groepje vermeende klasbakken het peloton op
het duinpad tussen Noordwijk en Langevelderslag uit
elkaar door - windje tegen - tegen de veertig kilometer
in het uur te trappen. Achterblijvers krijgen
herhaaldelijk de kans om terug te komen, maar eenmaal op
de terugweg langs de Leidsevaart gaat opnieuw de gesel
erover waardoor ons groepje tot een overzichtelijke acht
man en één vrouw (niet eens een grote, kijk maar op de
foto) in een gifgroene outfit wordt teruggebracht.
Eenmaal weer op het buitenterrein van het clubhuis dat
deze dinsdagavond in bezit is genomen voor een
oefensessie van drum- en showfanfare DVS, hijgt één van
de leden: 'Ik dacht: laat ik bij een club gaan. Dan kan
ik lekker een beetje geleidelijk conditie opbouwen.' Hij
geeft nog een beetje bloed op en zakt dan in elkaar over
zijn stuur. Oké, dit laatste is gelogen, maar het geeft
wel aan dat het er niet kinderachtig aan toe gaat, bij
de Wielervereniging Katwijk. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 19 april
Vanwege verplichtingen in
het bronsgroen eikenhout kon ik ook mijn zoons laatste
basketbalwedstrijd van dit seizoen niet bijwonen. De
Grasshoppers J14-2 (jongens onder 14, tweede team)
speelden tegen Forwodians, in Voorhout, en dat ging geheel
in stijl van alle voorgaande duels in 2009. Verloren. En
dit keer, wist mijn zoon te vertellen, 'met meer dan
honderd punten verschil'. Het lag niet aan hen, daar is
hij al een paar weken van overtuigd. Dat maakt het
allemaal veel draaglijker. 'Het is de schuld
van Peter, onze trainer. Die heeft ons veel te hoog
ingedeeld, bij allemaal eerste teams. Terwijl wij het
tweede zijn.' Tsja, dat is natuurlijk vragen om
moeilijkheden. Getraind wordt er nog wel, de komende
weken, maar in elk geval de zaterdagen zijn vrij. De
korte seizoenen, die heb ik altijd als het grote
voordeel van de basketbalcompetitie gezien. Niet omdat
dan ook mijn corvee als rij-ouder afloopt, hoewel ook
dat mooi meegenomen is. Nee, van
april tot september kan ik mijn zoon met enige zachte
dwang overhalen zich te wijden aan zijn zomersport. In de voor zijn zus te klein geworden Alp
d'Huez-outfit, zijn zadel een paar centimeter hoger dan
vorig jaar, reed hij me er vanmiddag meteen al af in
de venijnige klimmetjes langs de Duinweg in Noordwijk.
Ik geloof niet eens dat ik het expres liet gebeuren. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 18 april
(vervolg)
'We waren niet alleen',
hoorde ik mijn fietsmaat Rob onderweg in de auto door de
telefoon tegen een thuisblijver zeggen. En dat was een
understatement. Maar echt nadrukkelijk gewaar van de
drukte word je je bij de toerversie van de Amstel Gold
Race vooral op plekken waar alles samenkomt: bij de
bevoorrading, op lastige hellingen en natuurlijke bij de
finish. Op bovenstaande foto heeft iedereen linksboven
(onder de Fiets-poort) de eindstreep al een paar honderd
meter gepasseerd en wordt er stapvoets gewandeld naar
het feestterrein, waar je je startnummer moet inleveren.
Een dicht pak van duizenden fietsers slingert zich in
een lint omhoog. Mopperend, natuurlijk, want zo zijn
wij: 'De finish is al net zo'n zooitje als het
inschrijven.' Maar uiteindelijk waren we in een
kwartiertje wel boven.
Een foto-impressie van de
Goldrace, klik op de plaatjes om ze te vergroten.

Bij de start nog geen
wachttijden: vertrekken kan voor de 150 kilometer van 7
tot 11 uur. Voor de 250 kilometer zelfs al vanaf 6.30
uur. Ook het ophalen van tijdregistratiechip en
fietsplaatje is goed geregeld. Pas bij de eerste
bevoorradingspost, na 50 km, is het even wandelen naar
de bananen en de krentenbollen.

Onderweg zijn er zowaar ook
stukken waarop je de ruimte krijgt. Ik ben - met mijn
camera - dan de enige die ook nog oog voor de omgeving
en cultuurhistorie heeft.

Veel Limburgser dan op het
plaatje links kun je het niet krijgen. Bij neef Raymon
gaan de armstukken af. Voor een paar uurtjes, want dan
trekt het weer dicht. De tweede bevoorradingspost
(rechts) is weer een groepsmoment met een paar duizend
renners.

De finish bovenop de Cauberg.
Er is altijd wel een voorbijganger die ons alle drie op
de kiek wil zetten. Rechts: even inzoemen op een veld
van gekleurde helmpjes. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 18 april
Er zijn renners - meestal
mopperige mannen van middelbare leeftijd - die het veel
te massaal vinden. En het is natuurlijk ook druk: op
veel hellingen ben je meer met je voorganger bezig dan
met je eigen prestaties. Maar heeft ook wel wat om een
dagje deel uit te maken van de gekte die Amstel Gold
Race heet. Tussen 12.000 (!) andere tourfietsers gingen
we - neef Raymon, fietsmaat Rob en ik - rond half negen
in Valkenburg van start voor onze 150 kilometer, in de
mist van het Limburgse heuvelland. Want waar heel
Nederland baadde in het zonlicht, was het in het
uiterste zuiden grijs en grauw. Pas rond een uur of elf
kwam de koperen ploert er voor een paar uur flauwtjes
doorheen, voor mij in elk geval niet overtuigend genoeg
om mijn been- en armstukken uit te doen. Echt te regenen
begon het pas toen we rond een uur of vier 's middags
weer bij de auto stonden. Toen hadden we de finish op de
Cauberg (15.17 uur) en de gemeenste hellingen die
traditiegetrouw samengepakt zitten in de laatste dertig
kilometer, al achter de rug. En was in onze eigen
wielerhistorie ook de blunder van de Keutenberg
bijgeschreven, waar mijn neef Raymon zich met zijn
gebruikelijke enthousiasme (andermaal) vast reed in een
groepje kneuzen, waarvan er één van vermoeidheid vlak
voor hem van zijn fiets viel en hij, onze bergkoning,
moest afstappen (en later door een vrouw weer op gang
moest worden geduwd) waar ik met veel gevoel voor
techniek en koersinzicht om de puinhoop heen stuurde.
Een hoogtepuntje, zult u begrijpen, in een dag die voor
ons vanmorgen om 04.15 uur begon en die nu voor mij
hoognodig moet worden afgesloten met een douche, want ik
zit nog steeds te meuren in mijn wielerkloffie en er
komen klachten van het gezin. Later dus meer
beeldmateriaal en boeiende wetenswaardigheden, al gaat
er voorlopig uiteraard niets boven de - door mijn neef
niet als zodanig ervaren - 'Blunder van de Keutenberg'
(waarover later dus nog veel meer). |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 18 april
Mocht u vandaag ook in
Zuid-Limburg zijn, let op nummer 392! In de loop van de
avond meer over de Amstel Gold Race op deze site.
Of kijk live naar de
beelden.
 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 16 april
Zou het waar zijn, wat mijn vrouw
beweert, dat ik dezer dagen alleen met fietsen bezig
ben? Dat lijkt me niet. De rest van de week ben ik 's
avonds thuis, beloof ik plechtig. Ze kijkt me wantrouwig
aan. Nee echt, ik moet me sparen voor de Amstel Gold
Race. Geen goede opmerking, zo blijkt, want opnieuw
voortkomend uit eigenbelang. Mijn eerste 'vrije'
fietsavond besteed ik ook al verkeerd: met het
schoonmaken van mijn fietsen. Zowel mijn mountainbike
als mijn oude racefiets zijn weken geleden in de schuur
gezet met de modder en pekel van een halve winter op,
onder en tussen het frame. Vier fietsen heb ik inmiddels
en ik zou eigenlijk een professionele mechanieker in
dienst moeten hebben om ze voortdurend af te sponsen, af
te stellen en weer koersklaar te maken. Maar vandaag,
vandaag kom ik echt los van de fiets. Alleen vanmiddag
nog even naar de fietsenmaker om een miniem slagje uit
het achterwiel van mijn nieuwe Trek te halen. Kan ik meteen nog een uurtje
lostrappen, want mijn dealer zit in Noordwijk. Even een
paar keer het duinpad op en neer. Vrijdag wordt dan écht een dag waarop ik volledig 'los'
ben van de fiets. 's Avonds alleen de spullen voor
zaterdag (de 'Amstel') klaarmaken, mijn rugnummer
opspelden en het fietsenrek achter mijn auto zo indelen
dat er drie racefietsen (van neef Raymon, fietsmaat Rob
en mezelf) op kunnen. Heerlijk toch, al met al, zo'n
paar dagen vrij van de fiets. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 14 april
Het is niet te hopen dat het
de Wielervereniging Katwijk net zo vergaat als de
plaatselijke kerstwandeling. Daar kwamen op een gegeven
moment zoveel mensen op af, dat Staatsbosbeheer de
gelovigen uit de duinen weerde. Voor de eerste training
van de kersverse wielerclub trad vanavond een
mannetje of dertig aan, onder wie een aantal vrouwen dat
zich gelukkig niets had aangetrokken van de oproep van
een subversieve enkeling om maar een eigen onderafdeling
op te richten. Het oogde allemaal nog een beetje
rommelig, met alleen de bestuursleden in het officiële
clubtenue, maar het gerucht gaat - of dat heb ik hierbij
in elk geval in het leven geroepen - dat sponsor en
voorzitter Nico de setjes binnenkort met spectaculaire
kortingen gaat aanbieden. Tenslotte is dit voor hem één
grote reclamekaravaan. Aardig gereden werd er ook nog,
op dit uitgebreide rondje Scheveningen, waarbij de
vermeende klasbakken zich bij tijd en wijle even mochten
ontworstelen aan het juk van de 'voorrijders'. Maar het
merendeel van de route bleven we keurig achter het
bestuur. 'Het kost je 75 euro', zei ik onderweg tevreden
tegen mijn fietsmaat Rob, 'maar dan rijd je ook het hele
jaar uit de wind.'
 |
|
| |
|
|
| |

Maandag 13 april
Om neef Raymon in zijn
nieuwe Caisse d'Epargne-outfit te kunnen fotograferen
moest ik vanmorgen dicht achter hem gaan rijden, zo
mistig was het in de kuststrook waar we ons
trainingsrondje van een kilometer of 70 hadden uitgezet.
Het zicht verminderde al snel tot een meter of vijf, als
je niet om de paar minuten je handschoenen over je bril
haalde. Nee, afzetten is voor mij geen optie, dan zie ik
helemaal niks meer. Veel klimmetjes mee gepakt op onze
route door duinen en villawijken, want over een krappe
week wacht de Amstel Gold Race. Morgen nog één keer
trainen en dan een paar dagen kalm aan. Zaterdag moeten
we gretig zijn als kalveren die voor het eerst de wei in
mogen. Voor Raymon is dat sowieso geen punt: in zijn
nieuwe outfit lijkt hij nog meer op zijn idool Alejandro
Valverde. Het als een kalf omhoog rijden en dan maar
zien waar het schip strandt heeft hij tot een ware kunst
verheven. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 11 april
Op het oog ziet dit er
ontspannen uit: mooi terras, gedienstige ober, vijf
wielrenners in zomerkleding. Maar schijn bedriegt.
Kenners herkennen in deze uitspanning de Posbank, een
van de venijnige klimmetjes in de toerklassieker Veenendaal-Veenendaal die - en voor Nederlandse
begrippen is dat heel wat - 1000 (!) hoogtemeters telt.
Onder hoogzomerse omstandigheden konden we hem vandaag
rijden, pas toen we in het clubhuis van de organiserende Axa-Valleiruiters aan het bier zaten, begon het
(kortstondig) te regenen. Veenendaal-Veenendaal geldt
als een ideale voorbereidingskoers voor de Amstel Gold
Race, die komende zaterdag op het programma staat. Om
alvast wat aan de Limburgse kuitenbijters te wennen,
zijn in het parcours van 135 kilometer onder meer de
Amerongse Berg, de Wageningse Berg, de Zypenberg, de
Emma Pyramide, de Posbank, de Grebbeberg, de Koerheuvel
en andere beklimmingen rondom Oosterbeek, Doorwerth en
Arnhem opgenomen. Ontspannen rijden is er verder niet
bij, met Rob, Rob, Rob en Hugo in de gelederen, waarbij
met name Rob en Rob - geeft niet als u dit stukje
niet helemaal kunt volgen - de gesel over de groep
legden met een gemiddelde van 30 km per uur. Om het nog
ingewikkelder te maken: op deze foto wachten we
eigenlijk op ene Hans, de buurman van Rob, die ergens
verkeerd was gereden en pas na het appelgebak en de
cappuccino aan ons op de Posbank voorbij kwam. Ook in
het resterende deel van de rit reden we hem weer
volledig zoek. Waarschijnlijk dwaalt hij nu nog ergens
rond op de Veluwezoom. Mocht u hem tegenkomen (man op
leeftijd in een zwart wielerpakje): gewoon afleveren bij
Rob. Maakt niet uit welke. |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 9 april
Als er één terrein is
waarop racefietsers het chronisch met elkaar oneens
zijn, dan is het wel de keuze voor de fietsenmaker en/of
het materiaal. Zowel van het één als het ander deugt in
de regel weinig, waarbij niet zelden oud zeer de
discussie negatief beïnvloedt. Toen mijn fietsmaat Rob deze week de keuze moest maken voor een nieuwe fiets
mocht het weliswaar een Trek zijn, maar natuurlijk geen
witte (zoals die van mij) en bleef hij uiteraard trouw
aan zijn eigen dealer met wie hij altijd zo lekker
chaotisch zaken kan doen. Dus ja, op ons eerste
gezamenlijke rondje op het zojuist aan de doos ontstegen
rijwiel hadden we in elk geval genoeg stof voor
discussie. Schitterende fiets, goed merk, jammer van het
achterhaalde zwart en die foute fietsenmaker, mocht
uiteindelijk de slotconclusie van het debat luiden. (Het
moge duidelijk zijn dat die niet door iedereen werd
gedeeld, maar dit is tenslotte mijn weblog). |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 8 april
Racefietsers
zijn individualisten. Alleen voor hun trainingsritjes
willen ze zich nog wel eens aansluiten bij wat in de
psychologie 'lichte gemeenschappen' worden genoemd:
clubjes van gelijkgezinden die op hetzelfde tijdstip
vertrekken, onderweg min of meer hetzelfde tempo
aanhouden, maar niet noodzakelijkerwijs tegelijk hoeven
aan te komen. Daarom was de enorme opkomst bij de
informatiebijeenkomst van de kersverse Wielervereniging
Katwijk vanavond zo verrassend. De werkplaats van Nico's Fietsplus puilde uit en elders in het dorp werden
nog verdwaalde renners waargenomen die de weg naar het
achterafstraatje niet hadden kunnen vinden. Ambitieuze
plannen werden er ontvouwd door het bestuur, dat ons
trainingsritten (op dinsdag, vrijdag, zaterdag en
zondag) in het vooruitzicht stelde, deelname aan
toertochten, fietsvakanties, leerzame instructieavonden
en - bovenal, mag ik hopen - wielerborrels met veel
rennerslatijn. Veel middelbare mannen onder de
aanwezigen, maar ook een flink contingent dames, wat mij
bij het vragenrondje tot de verzuchting bracht 'dat er
toch wel een aparte vrouwenafdeling kwam - want dit
houdt natuurlijk enorm op'. Een belangrijk deel van de
nazit was ik druk doende om het damessmaldeel ervan te
overtuigen dat het hier luchtige scherts betrof. Geen
gelukkige start, derhalve, als lid van de
Wielervereniging Katwijk. |
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 7 april
Als ik 's morgens achter mijn bureau op
de redactie lees dat mijn in Spanje rentenierende vriend
in zijn dagagenda weer een fietstocht heeft
uitgestippeld, rij ik in gedachten met hem mee. Van Xaló
naar Alcalalí en Parcent, daar linksaf naar de Coll de
Rates, dan door naar Tárbena en vandaar rechtsaf naar
Castell de Castells of rechtdoor naar Callosa, verder
de bergen in. Na tien jaar kan ik de meeste weggetjes
wel dagdromen en dat is prettig, met een kop koffie
bij de hand in een verder nog vrijwel leeg
redactielokaal. Gisteravond droomde ik onderweg ook nog
even, toen fietsmaat Rob 2 (Rob 1 moest werken en zit bovendien even zonder fiets)
mij uitnodigde voor zijn vaste 'klimrondje' in de Duin-
en
Bollenstreek.
Droom maar even mee Edwin,
daar in Spanje: via Panbos naar de hellinkjes in het
Wassenaarse Rijksdorp (drie keer achter elkaar dezelfde
bult), daarna de
Klip op, dan door de duinen naar Meijendel, via de
Kievit naar Scheveningen, daar over de 'berg' weer
richting Wassenaar en Katwijk, tenslotte nog even door
naar Noordwijk om een beetje te kronkelen en te
stuiteren over de steile klinkerweggetjes in de Zuid
(langs het huis van Freddie Heineken en omgeving, je weet wel). Bijna
55 kilometer hadden we op de teller maar het aantal
'hoogtemeters' hou je van me tegoed. Die laat
ik nog even in m'n fietscomputer zitten om je dagdroom
van ons 'klimrondje' niet te verstoren. |
|
| |
|
|
| |
Zondag 5 april
Er waait een nieuwe wind bij
mijn clubje De Noordbikers. Deed ik enkele dagen geleden
nog schamper over de uitnodiging voor het nieuwe
fietsseizoen waarin ons
'een gezellige, gezamenlijke en afwisselende rit'
werd beloofd, vandaag werd ik aangenaam verrast toen het
gezelschap snelheidsmaniakken vrij aan het begin van ons
vaste rondje Noordzeekanaal (normaal afgeraffeld met 37
kilometer per uur gemiddeld) opeens afsloeg voor een
semi-toeristische tocht over Kudelstaart, Bilderdam,
Woubrugge en Leiderdorp (Ruigenkade) waarop het mooiste
van het Hollandsche landschap zich aan ons voltrok. En
de snelheid? Een heel beschaafde 33, met een enkele
uitschieter naar 40, maar dat werd door de wegkapiteins
Kees en Sjaak meteen gecorrigeerd. De twee prachtige
foto's die ik onderweg van deze unieke belevenis schoot,
moet u helaas missen. Mijn geheugenkaartje was
achtergebleven in de cardreader van mijn pc. Wat rest is
derhalve een samenvatting van mijn Polar
ProTrainer-fietscomputer die mijn woorden onderstreept:
afstand 90,5 kilometer, gemiddelde snelheid 30,1
kilometer, gemiddelde hartslag 121. |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 2 april
Het was volgens alle
deskundigen nog geen 'rokjesdag', maar een enkele
uitslover werd op het rondje Katwijk/Weteringbrug al wel
waargenomen in korte broek en dito mouwen. En waar de
echte klasbakken het hielden bij been- en armwarmers om
de kostbare spieren niet bloot te stellen aan de
afkoelende avondlucht, bleef mijn fietsmaat Rob maar
beweren dat hij het absoluut niet koud had. |
|
| |
|
|
| |
Woensdag 1 april
Wie bezit vermeerdert, vermeerdert
smart. Wat had ik allemaal
niet voor nuttigs kunnen doen, in de uren die het me
gekost heeft om het volgende staatje uit mijn nieuwe
fietscomputer te toveren:

Het begon eigenlijk allemaal met mijn -
enigszins verouderde - Dell-laptop die weliswaar
beschikt over een infraroodpoort om gegevens uit te
wisselen, maar steeds geen sjoege gaf op momenten dat ik
hem een innige relatie wilde laten aangaan met mijn
geavanceerde Polar CS600-fietscomputer. Omdat ik te
onhandig ben om het ding van m'n rijwiel af te halen heb
ik geruime tijd met mijn laptopje rond het stuur
gescharreld, in de hoop signalen op te vangen. Maar
tevergeefs. Totdat gistermiddag een wizzkid van ons
HDCmedia-hoofdkwartier mij op de redactie wist te
vertellen dat de infraroodpoort in die ouwe redactie-Delletjes standaard in de Bios staat uitgevinkt. Lekker
dan. Afijn, dat euvel gisteravond verholpen, maar op
welke Com-poort moet dat ding dan? (Sorry voor de
niet-techneuten, maar het voert te ver om dit allemaal
uit te leggen.) Weer zes keer opstarten later en
evenzovele gangen naar het donkere schuurtje waar mijn
racefiets (met computer) zich bevindt, klonk eindelijk
het bevrijdende signaal dat Polar en Dell elkaar in een
innige infrarode kus hadden gevonden en het grote
uitwisselen van gegevens (mijn Polar onthoudt 99 ritten,
maar zoveel heb ik er natuurlijk nog niet mee gemaakt)
beginnen. De stortvloed aan data is enorm -
bovenstaande afbeelding is nog maar een van de vele die
je kunt oproepen - en het analyseren gaat me
ongetwijfeld nog vele avonden kosten. Waarbij ik dan nog
niet eens aan de allesomvattende vraag toe ben gekomen:
wat moet ik er in hemelsnaam allemaal mee? |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 31 maart
Nog geen kilometer waren we
- de twee Robben en ik - onderweg op ons eerste
lente-avondritje, of ik werd geveld door een Schwalbe.
Een Schwalbe Ultremo R om precies te zijn, de band om de
wielen van mijn nieuwe fiets die in één keer leegstond
toen ik ergens langs de Maandagsche Wetering tussen
Katwijk en Noordwijk lek reed. Op dezelfde plek waar
iemand anders uit hun gezelschap afgelopen zondag
hetzelfde overkwam, dus er moet daar iets heel lelijks
op de grond liggen. Maar waarschuwen, ho maar. Zulke
vrienden zijn het. Alleen maar afgeven op mijn band (let
op het duimpje van Rob 1 en het vileine lachje van Rob
2), die weliswaar heel lekker loopt maar volgens het
vakblad Fiets te weinig doorprikkend vermogen heeft. Of
teveel, daar wil ik vanaf zijn. Maar gelet op het gat
dat in m'n buitenband zat, was alleen een houten model
uit de jaren '40-'45 bestand geweest tegen wat hier
op het wegdek was achtergelaten. Alleen door een
noodgreep - klein stukje reserve-buitenband tussen
binnen- en buitenband - kon ik verder op ons rondje
Bloemendaal aan Zee, dat we afraffelden op een manier
die niet bepaald past bij een gezellig eerste
lente-avondritje. De drie andere Katwijkers die we
onderweg oppikten konden na wat manmoedig gedeeld
kopwerk alleen nog in ons wiel blijven hangen, waarna we
ze meer dood dan levend in hun woonplaats afleverden. Of
ze moesten zich hebben aangesteld. Dan begon en eindigde
dit ritje met een Schwalbe. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 29 maart
Het
weg-wielerseizoen van mijn clubje de Noordbikers
begint altijd met een bedrieglijk mailtje waarin
onze hoofdsponsor, Kees' Fietsshop in Noordwijk, ons
- wielerliefhebbers - oproept om de eerste zondag
van de zomertijd te verzamelen bij het vertrekpunt
langs de Jhr. Geversbaan. 'Wij
bieden je een gezellige, gezamenlijke en
afwisselende rit, waarbij de gemiddelde snelheid
rond de 30 km/u ligt. En
na afloop doen we dan met z’n allen nog een lekker
bakkie bij het startpunt.'
De
gemoedelijkheid druipt er vanaf. Handjes op het
stuur, beetje keuvelen onderweg, oog voor de
omgeving en na afloop nog een kopje koffie ook. Wie
ervaring heeft met de Noordbikers weet dat hij 's
zondags om 08.15 uur wordt opgewacht door een
groepje afgetrainde mannen met bloeddoorlopen ogen,
dat bij de eerste bocht de teller al op 35 heeft
staan en die op de lange rechte stukken laat oplopen
tot boven de 40. Op sommige plekken willen ze nog
wel eens wachten op achterblijvers, maar als dit te
vaak voorkomt ga je vanzelf wel op zoek naar een
ander clubje. Zij denderen door, meestal wekelijks
op hetzelfde rondje Noordzeekanaal omdat je daar zo
lekker de ruimte hebt om flink door te halen. Een
meerderheid van het gezelschap rijdt na de honderd
afmattende kilometers direct door naar huis, om de
rest van de zondag uitgeblust met de beentjes omhoog
te liggen. Waarom ik dan toch meega? Ik word er
onbetwist beter van. Alleen toen ik gistermorgen om
7 uur - na drukke dag met BBC Awards, een etentje,
een verjaardag en een nacht met vijf uur slaap - in
mijn ochtendjas voor het slaapkamerraam stond,
besloot ik spontaan mijn weg-wielerseizoen een
weekje later te laten beginnen. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 22 maart
Een uurtje losfietsen na
de 180 kilometer van gisteren. |
|
| |
|
|
| |

Joop 2009
Zaterdag 21 maart
Wat
Milaan-San Remo is voor de profs, is de Joop Zoetemelk
Classic voor ons, kleine krabbelaars: de échte opening
van het wielerseizoen. En zowaar, de uitvoering 2009
deed zich gelden als een Primavera met de hele
dag een strakblauwe lucht en een matig - zij het nog een
beetje fris - windje. Het lokte in elk geval een
recordaantal deelnemers naar het clubgebouw van Swift in
Leiden. Joop zelf was uiteraard ook weer van de partij
(niet voor de 150 kilometer, maar wel voor de helft) en
wilde na afloop in hemdsmouwen per se met ons uitgedunde
gezelschap (fietsmaat Rob, neef Raymon en ik) op de
foto. En wie zijn wij om deze vaderlandse wielericoon
dit plezier te weigeren? De rest van ons groepje waren
we al na een uurtje kwijtgeraakt toen Raymon lek reed en
de rest - uitgewaaierd over een breed peloton van
tientallen renners - dat niet in de gaten had. Dus werd
het voor ons andermaal een dag van 'groepjes zoeken'.
Een groepje is belangrijk: vooral om je uit de wind te
houden, op uitgestrekte polderwegen. Maar een groepje
mag niet te hard gaan - net boven de veertig is voor ons
de limiet, op een dag waarop er in totaal 180 kilometer
op de teller komt - en zeker niet te langzaam (als de
snelheid onder de dertig zakt rijden we door naar een
volgend groepje, of pakken we ons eigen tempo). Met deze
instelling bleken we ergens halverwege de tocht door het
Groene Hart ook de rest van ons eerste groepje - ergens
aan de koffie - te zijn gepasseerd, waarmee deze Joop
Zoetemelk Classic 2009 voor ons niet meer stuk kon. Ook
niet voor neef Raymon, die op de 15 kilometer naar huis
nog verzuchtte dat hij op de foto had gestaan met één
van de beste renners die ons land heeft voortgebracht.
'Met twéé van de beste renners', corrigeerde ik
bescheiden. Maar daar moest hij net even te lang over
nadenken.

 |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 18 maart
Als ik de poort uitrijd word ik begroet
door het homerische gelach van mijn fietsmaat Rob - zijn
natuurlijke reactie op alles wat maar afwijkt van zijn
beperkte wereldbeeld. De afgelopen keren dat ik op mijn
nieuwe rijwiel met hem meereed waren ze bedekt met
stemmige zwarte Sidi-dekjes, maar met dit flauwe
voorjaarszonnetje mogen ze - op de dinsdagmiddag dat wij
een avondklus aangrijpen om lekker overdag te fietsen -
gezien worden: mijn nieuwe witte fietsschoenen. En dat
is om te lachen, natuurlijk, als je niet beter weet. Wie
bij de eerste koersen op tv namelijk goed zijn ogen de
kost geeft in het peloton is er inmiddels van
doordrongen dat iedereen
die het wielrennen serieus neemt op een witte fiets
rijdt en witte schoenen draagt. Toegegeven, mijn
huisdealer Kees Fiets moest ook enige aandrang op mij
uitoefenen om mij zover te krijgen dat ik mijn zwarte Sidi's aan de wilgen hing, maar gesterkt door de
wetenschap dat Contador en ik - behalve ons merk en de
kleur fiets - ook dit met elkaar gemeen hebben, geeft
steun. En kracht. Om m'n rug recht te houden ten
opzichte van conservatieve krachten die zich -
uiteindelijk tevergeefs - verzetten tegen de
vooruitgang, het heersende modebeeld, kortom, het leven
zelf. |
|
| |
|
|
| |
Column
Stempel
Schroomvallig is het woord dat
zich opdringt bij de blik waarmee de doktersassistente
mijn urinecontainer met garantiesluiting in ontvangst
neemt. Ze klinkt een beetje schor als ze, na een korte
stilte, het woord tot me richt. ’Ik durf het bijna niet
te vragen...’ Na mijn goedmoedige knikje verbreekt zij
het zegel en neemt – de ogen geloken – een klein slokje.
Tsja, mijn collega’s wilden dit ook al niet geloven,
maar je moet toch
wat om een zekere heroïek toe te kennen aan het groot
sportmedisch
onderzoek waaraan een ambitieuze senior zich moet
onderwerpen om La
Marmotte te mogen fietsen. Voor mijn 20-jarig neef
volstaan tien
symbolische
kniebuigingen, voordat de arts zijn bevrijdende
handtekening en stempel op het formulier zet. Ik word op
een
woensdagmiddag drie uur door de mangel gehaald alsof ik
voor zes maanden word afgeschoten naar de steriele
atmosfeer van het ruimtevaartstation ISS.
Indekgedrag, oordeel ik aanvankelijk over het
formuliertje dat de organisatie van La Marmotte – een
eendaagse fietstocht van 174 kilometer waarbij
achtereenvolgens de alpenreuzen Croix de Fer, Telegraph,
Galibier en Alpe d’Huez moeten worden beklommen – van
mij wil ontvangen voordat ik een startbewijs krijg. In
Nederland mag je
met twee lekkende hartkleppen nog de Amstel Gold Race,
Limburgs
Mooiste en de Steven Rooks Classic op één dag rijden,
maar Fransen en
Spanjaarden laten je pas aan de start verschijnen als
alle organen een
keer zijn doorgemeten en alle gewrichten zijn betast.
Van collega-fietsers hoorde ik dat met deze verplichting
pragmatisch
kan worden omgegaan: je belt even naar je huisarts, laat
de assistente
een stempeltje zetten en fietsen maar. Doch mijn poging
mijn eigen
huisarts zo gek te krijgen – in mijn elektronisch
patiëntendossier kan
hij zien dat ik, op een dagelijkse hogebloeddrukpilletje
na, al 48
jaar zo gezond ben als een vis – strandden op een
secretaresse die
haar certificaat klantvriendelijkheid nog in het
vroegere Oostblok
heeft gehaald. Het enige dat ik van haar krijg is een
lijstje met
artsen in mijn woonplaats die wel een keuringsprogramma
in hun pakket
hebben.
Dat blijkt nog niet mee te vallen. Telkens weer stuit ik
op de muur
die assistentes optrekken rond hun employee, die het zo
druk zou
hebben dat hij geen krabbeltje kan/wil zetten onder de
gezondheidsverklaring van een jongbejaarde die op één
dag 5000
hoogtemeters wil gaan wegtrappen. Ten einde raad wend ik
me tot de
sportgeneeskundige afdeling van een streekziekenhuis,
waar ik in een
ver verleden goede ervaringen heb opgedaan met een
hardnekkige
hardloopblessure.
Op
internet had ik al gezien dat mij een breed scala van
sportkeuringen ter beschikking staat, maar na het
opgeven van mijn
missie (La Marmotte) en mijn leeftijd (48), blijft er
volgens de
functionaris die ik aan de telefoon heb nog maar weinig
te kiezen
over: het groot sportmedisch onderzoek moet en zal het
worden. Naast
het opnemen van allerlei lichaamskenmerken omvat deze
apk voor het
lichaam – zoals mijn lijfblad Fiets het deze maand zo
treffend
omschrijft – onderzoek naar de longfunctie, een
hartfilmpje in rust,
een bloed- en urineonderzoek en een maximale
inspanningstest met
ECG-controle. Dat laatste houdt in dat je, beplakt met
elektroden, een
kwartier lang met steeds meer weerstand de trappers rond
moet krijgen,
totdat je uiteindelijk op (in mijn geval) een hartslag
van 187 zit.
En
dat is nog heel behoorlijk, vindt de sportarts, als je
het
vergelijkt met de andere recreatiefietsers in hun
laatste levenshelft.
Uit de grafieken die de plotter uitspuugt blijk ik
bovendien 29
procent boven het gemiddelde te trappen. Na mijn
bescheiden ’En dan
ben ik dit jaar nog maar nauwelijks in training’ krijgt
mijn
rennersego een nieuwe boost: ’Met jouw maximale vermogen
zou je ook
bij de amateurs goed kunnen meekomen.’ Over mijn
koersinzicht kan hij
niet oordelen, maar ’ze rijden je er in elk geval niet
af’.
Ook anderszins kom ik glansrijk door de keuring, al
maalt de laatste
dagen wel het zinnetje door mijn hoofd waarmee de
sportarts mij -
languit op zijn behandeltafel - typeerde. ’Je hebt niet
echt het
postuur van een wielrenner, hè?’
Vijf kilo moet er zeker af. Tien zou ook helemaal niet
gek zijn.
De oorzaak daarvan verwoordt hij op een prominente plek
in de uitslag
van mijn groot medisch sportonderzoek:
’Alcohol: 15 eenheden per week’.
Zat er toch wijnazijn in mijn urinecontainer. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 15 maart
Een zondagmorgenbeeld zoals
dat in menig café in de lage wielerlanden kan worden
aangetroffen. Uitgebluste oude mannen met verweerde
koppen en een enkele politiek-incorrecte neef - vandaag
21 jaar geworden - laten zich na 70 moordende kilometers
de welverdiende cappuccino voorzetten. Wat volgt is een
kwartier met rennerslatijn, drollenhumor en hogere
afzeikkunde. Zoals zo vaak, als je acht dampende kerels
rond een Perzisch tapijtje aan de koffie zet. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 14 maart
Ik had mijn
politiek-incorrecte neef nog een laf mailtje gestuurd
('Vieze miezer, wat denk jij ervan?') in de hoop dat hij
niet zou komen opdagen, maar omdat hij zijn digitale
postbus niet had geleegd, stond hij stipt om half twee
voor mijn deur. Dus ja, toen moest ik wel. Toch nog
zeventig kilometer weggetrapt, waarvan zeker vijftig in
de regen. En mijn nieuwe fiets? Ach, dat is een
gebruiksvoorwerp, hadden de mannen van Kees Fietsshop in
Noordwijk mij op het hart gedrukt. En zo is het. Hoewel
je dat na afloop niet zou zeggen, als je me zag poetsen
om hem weer smetteloos wit te krijgen. |
|
| |
|
|
| |

Maandag 9 maart
Alsof
ik thuiskwam met een gevulde Maxi Cosi, zo werd ik
zaterdag na mijn bezoek aan de fietsenwinkel door mijn
echtgenote begroet. Haar gebrek aan respect voor de
goede dingen uit een rennersleven was mij al eerder
opgevallen, maar op voor mij bijzondere hoogtijdagen
laat zij nauwelijks verholen doorschemeren dat ik me
gedraag als een kleuter met een nieuw speeltje. Al het
bezoek - dankzij een feestje van mijn dochter hadden we
veel aanloop - wordt reeds in de gang (steeds zo hard dat ik het
zelf ook hoor) geïnstrueerd luidkeels zijn bewondering
voor mijn rijwiel te uiten, het ding even op te tillen
en 'O, wat is ie licht!' te roepen. Een weinig subtiele
wraak voor mijn diepste wens om mijn nieuwe Trek voor
een dag en een nacht in de woonkamer te mogen stallen.
In de loop van de avond kwam per mail ook een - welgemeend -
eerbetoon van mijn fietsmaat Rob: 'Geweldig. Onder je
deken leggen en zelf in de schuur gaan slapen, zo
mooi!!' En dat vond mijn vrouw nu wel weer een goed
idee: 'Dat ding snurkt tenminste niet.'

Zoek de tien
verschillen:
Zoals op de bovenste foto staat
de Madone 5.2 in de folder van Trek. Het basisframe vond
ik direct mooi, maar de complete fiets bevatte naar mijn
smaak teveel rood - de biezen op de banden, en de kabels
- en teveel wit - in de wielen en het stuurlint. In
overleg met mijn dealer Kees Fietsshop uit Noordwijk heb
ik gekozen voor andere, zwarte banden (Schwalbe Ultremo
R) en zwarte wielen (Bontrager Race X-Lite), een zwart
stuurlint en een ander zadel, voor een betere zwart-wit
balans. Maar de grootste verandering ten opzichte van
het origineel is de Shimano-groep. De originele Trek is
afgemonteerd met Ultegra SL, de mijne heeft het neusje
van de zalm van de Japanse fietstechniekers: de Dura Ace
7900-groep. Tot mijn verdriet wordt de Triple-uitvoering
(drie tandwielen voor) niet meer gemaakt, dus ga ik me
behelpen met Compact (een groot en een heel klein blad
voor), met voor in Nederland een 12-23 cassette achter.
In de bergen ruil ik die om voor een 12-28 of - als die
er komt, tenminste - een 12-29. Ik moet mijn 90 kilo
tenslotte nog wel omhoog kunnen trappen. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 7 maart
Onder
racefietsers is het rondje Delft-Westland-Hoek van
Holland berucht vanwege de vrijwel constante westenwind,
die nooit onder kracht 4 lijkt te komen. Het is open,
kaal land, afgewisseld met glazen steden vol radijs en
inheemse bloemensoorten, totdat uiteindelijk de Nieuwe
Waterweg opdoemt, die we van Maassluis tot aan het
zeegat volgen. 'We' waren vanmorgen mijn politiek
incorrecte neef Raymon, twee Robben en ik, waarbij
vooral de ene Rob (de middelste op de bovenste foto) ons
groepje zodanig geselde dat de kramp de andere Rob
(rechts) op de gekste plekken in het lijf schoot. Even
uitpuffend bij de Torpedoloods bleek het 'vreemde
transportendag' op de watersnelweg richting Rotterdam:
een gevaarte met 13 casco's van binnenvaartschepen en
een enorm hefschip van Ballast Nedam verrijkten ons
uitzicht vanachter de cappuccino en de nauwelijks
ontdooide appeltaart. Ook terug was de ene Rob pas
tevreden als de snelheid boven de 40 lag, waardoor er
weinig terechtkwam van het vaste voornemen om op het
gemak met de wind in de rug terug fietsen. Dat zou maar
afdruk doen aan de beruchte reputatie van het rondje
Delft-Westland-Hoek van Holland (in mijn geval 105
kilometer).

 |
|
| |
|
|
| |

Donderdag 5 maart
Voor mijn 20-jarige neef
volstaan 10 diepe kniebuigingen nog wel, maar voordat ík groen
licht krijg voor deelname aan
La Marmotte, wil de
secretaresse van de sportafdeling van het Rijnland
Ziekenhuis in Leiderdorp eerst even weten hoe oud ik
ben. 48? Dan adviseren wij een uitgebreid sportmedisch
onderzoek, voor een luttele 195 euro. Nou ja, dat is
nooit weg. Mocht ik desondanks dood neervallen op een
alpentop, dan kan mijn eega met het keuringsbewijs in
elk geval naar de verzekering. Alle onderdelen uit het
bovenstaande schema heb ik gistermiddag afgewerkt, met
als hoogtepunt de inspanningstest op de fiets. Een
kwartier lang in een constant tempo trappen, waarbij de
weerstand steeds verder werd opgevoerd. In mijn geval
tot een hartslag van 187, wat voor een oude man met
bloeddrukpillen nog heel behoorlijk is. Voor de
toerfietser die ik ben, lagen mijn resultaten
uiteindelijk 29 procent hoger dan bij vergelijkbare
bejaarden en zou ik, volgens de sportarts, ook bij de
amateurs nog heel behoorlijk kunnen meekomen. 'Op
vermogen fietsen ze je er in elk geval niet af.' Over
koersinzicht kan hij natuurlijk niet oordelen. Waren
er nog minpuntjes? Jazeker, ik heb niet echt de bouw van
een wielrenner. Voor het juiste vetpercentage mag er
zeker nog wel vijf kilo af van de 90 die de weegschaal
nu aangaf. Tien kilo zou helemaal mooi zijn. Dan moet ik
niet alleen veel meer trainen maar ook mijn voeding
aanpassen en, erger nog, mijn twee tot drie glazen wijn
per dag achterwege laten. Daarvan begreep de sportarts
ook wel dat hij het onmogelijke van me vroeg. Dus ja, ik
ben goedgekeurd voor La Marmotte! |
|
| |
|
|
| |

Zondag 1 maart
Met 'De Omloop Het
Nieuwsblad' is het wielerseizoen pas echt begonnen. Dat
heeft ook zijn weerslag op ons, armzalige krabbelaars.
Deze week heb ik - met mijn fietsmaat Rob - voor het
eerst het door 'Fiets' voorgeschreven aantal
trainingsuren gehaald met ritjes op dinsdagavond,
donderdagmiddag, zaterdagmorgen en vanmorgen. Ook om ons
heen zien we - nog kilo's te zware - kerels van
middelbare leeftijd uit hun wielerwinterslaap ontwaken
en wordt er op het duinpad bij het beklimmen van elk
hellinkje weer aan pikzwaaierij gedaan. Nu mijn eega een
weekeindje Texel doet, kan ik onze slaapkamer ook
ongestraft laten veranderen in een rennerskot. Vrouwen
begrijpen niet hoe belangrijk het is voor onze fietshormonen
om de nacht door te brengen in de nabijheid van
uitdampende wielerkleding. Laat ik dus niet vergeten om
vanmiddag alles snel in de wasmand te gooien.
 |
|
| |
|
|
| |

Maandag 23
februari
De
trainingschema's van mijn lijfblad Fiets gaan uit van
minimaal acht uur per week, in voorbereiding op - in
mijn geval - La Marmotte. Een complete dag in het zadel,
naast de normale werkweek voor de baas. Met trainingen
op dinsdagavond (anderhalf tot twee uur), donderdagavond
(ook zoiets), zaterdag (twee tot drie uur) en zondag
(idem), is dat wel te doen, maar dan moet het in deze
tijd van het jaar nooit regenen, nooit glad zijn en dien
je je volledig vrij te maken van eventuele
(avond-)klussen en sociale verplichtingen. Eigenlijk
moet je gewoon gaan rentenieren, hoewel dat voor strakke
trainingschema's weer zo zijn eigen problemen met zich
meebrengt. De afgelopen weken werden de acht uur bij
lange na niet gehaald, maar zaterdagmiddag lokte het
zonnetje mijn politiek-incorrecte neef en mij weer eens
met plezier naar buiten. Dat bleek van korte duur. Op
het duinpad van Wassenaar naar Hoek van Holland
reden we zeker anderhalf uur in een 'zeevlam', een dikke
mistlaag met een zicht van een meter of twintig en een
temperatuur van een graadje of drie. Maar eenmaal aan de
Nieuwe Waterweg werd het weer helder en konden we ons
als bewijs van goed gedrag vastleggen met behulp van de
zelfontspanner en een veel te laag bankje. Ik was nog
niet thuis of fietsmaat Rob - koud terug van de
wintersport - meldde zich aan voor de zondagmorgen,
waarop het opnieuw ouderwets guur was op ons rondje
Zandvoort. Maar toch spookte het voorjaar door ons
hoofd, waardoor we vanaf deze week vastbesloten zijn om
de acht uur per week te halen. Of is het pure angst,
omdat over vier weken de 150 kilometer van de Joop
Zoetemelk Classic wacht?
 |
|
| |
|
|
| |
Maandag 15
februari
De
twijfel is het ergst. De keren dat je op zondagmorgen
wakker wordt terwijl de regen tegen de ramen klettert,
zijn in een jaar op één hand te tellen. Alleen op die
momenten weet je zeker dat ook je maten zich nog een
keer omdraaien en de rest van de zondag niet wordt
gevuld met een knagend schuldbesef doordat je racefiets
lekker droog in de schuur is blijven hangen. Al die
andere keren is er de onzekere gang van het bed naar de
spleet in het horgordijn, van de buienradar naar de
achterdeur, om een ouderwetse blik op de grijze lucht te
werpen. Zal ik? Of zal ik niet? Duidelijke regels zijn
er alleen in theorie. We gaan altijd, behalve als het
regent. Maar wanneer regent het? Ja, als het met bakken
uit de lucht komt. Maar het kan ook gaan regenen in de
drie kwartier dat je ontbijt en daarna je wielerkloffie
aantrekt. Of als je net op de fiets zit. Dus bij twijfel
mail je. Stuur je sms'jes. En als het moment van vertrek
niet langer kan worden uitgesteld, bel je elkaar op.
Gaan we? Of gaan we niet? Dus ja, om dat hele moeizame
twijfelproces een keertje over te slaan (en fietsmaat
Rob toch op skivakantie is), hebben mijn politiek-incorrecte neef en ik op zaterdagavond al
besloten dat het zondagmorgen zou gaan regenen. Dat
geeft zoveel rust. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 8 februari
Hadden de
thuisblijvers, waarop wij bij het Groene Kerkje in
Oegstgeest tevergeefs stonden te wachten, gelijk?
Vanachter het dubbele glas in de warme woonkamer leek
het een mooie fietsochtend te kunnen worden, maar al na
een paar honderd meter voelden mijn politiek incorrecte
neef en ik onze achterwielen wegglijden: het was glad,
koud en nat. Met z'n drieën - Rob toonde zich ook een
man - reden we naar het verzamelpunt waar we nog twee
fietsmaten moesten oppikken, waarbij neef Raymon langs
het Oegstgeester Kanaal al een keer op z'n plaat ging.
Maar deze judoleraar weet hoe te vallen. Nog steeds met
z'n drieën ging het richting Sassenheim en Lisse, om -
voorzichtig, voorzichtig - via het duinpad weer naar
Katwijk te rijden. De blik ging daarbij voortdurend naar
rechts, waar boven zee de schepen met zure appelen aan
het opstomen waren. Toen het bij Katwijk in de vorm van
regen, sneeuw en hagel uit de hemel kwam, kreeg ik de
handen niet meer op elkaar voor mijn voorstel er nog een
rondje Wassenaar aan vast te plakken. Precies zoals ik
had gehoopt.
 |
|
| |
|
|
| |
Zondagmiddag 1
februari, 15.30 uur
Eigenlijk
zag je het een dag van tevoren al aankomen. In De
Volkskrant stond een dubbelinterview met Marianne Vos en
Lars Boom. De eerste was op een damesfiets gekomen naar
de interviewafspraak in een hotel in Vlijmen, een ritje
van zo'n drie kwartier in de vrieskou. De tweede kwam,
een kwartier te laat, in zijn nieuwe Range Rover
aanrijden. De één werd vandaag wereldkampioen, de ander
reed volstrekt kansloos zijn rondjes in het achterveld. |
|
| |
|
|
| |
Zondagmorgen 1
februari, 07.39 uur
Ik (per
sms): Feestje gehad. Half vier thuis. Ben nu nog
dronken. Fietsen wordt niks. Ga er weer in met 2
aspirines.
Rob (per
sms): Ja ja. Je moet zeker repeteren voor het
songfestival vanavond. Tjongejonge. Ik ga wel alleen. |
|
| |
|
|
| |
Donderdag
29 januari
Terwijl
essentiële onderdelen in onze woning afbrokkelen,
spontaan dienst weigeren, klemmen of juist loslaten,
bleven mijn dramatische oproepen op dit weblog en in de
krant om een handyman onbeantwoord. Klusjesmannen
en beunhazen verscholen zich achter 'druk, druk, druk'
en erkende bouwondernemingen haalden hun neus op voor
het kruimelwerk wat ik ze wilde voorschotelen. En elke
dag maar weer werd ik geconfronteerd met de
jubelverhalen van onze in Spanje rentenierende vrienden
over het fijnmazige netwerk van
vaklieden dat ze
dankzij hun fietsclub hebben leren kennen en dat hun
woning - toch al niet van paradijselijkheid gespeend -
klaarstoomt voor het walhalla op aarde. 'Weet jij dan
niemand?', vroeg ik afgelopen dinsdagavond - met een
licht verwijtende ondertoon - aan mijn fietsmaat Rob,
toen we met -4 op onze mountainbikes door de
Bollenstreek reden. 'Moet je Rob (niet deze Rob, een
andere Rob - DvdP) even bellen', zei hij in een fractie
van een seconde, 'die heeft een klusbedrijf.' En waar
iedere andere klojo met twee rechterhanden mij al
maanden laat bungelen, verscheen Rob gistermiddag zelfs
tien minuten voor de afgesproken tijd in ons huis in
verval, liet hij het rustige oog van de vakman over mijn
lijstje schijnen, droeg oplossingen aan die nog nooit in
mij waren opgekomen en beloofde plechtig binnen drie
weken - als wij met witten en verven willen beginnen -
te verschijnen om van onze onverklaarbaar bewoonde
woning weer een modelhuis te maken. Wie is die Rob, die
andere Rob, die Rob de Bouwer, zult u zeggen? Uh ja, dat
is een beetje gênant, want in z'n klussenbus,
werkkleding en met dat petje had ik hem nauwelijks
herkend. Alle keren dat ik hem eerder heb gezien, had
hij namelijk een wielerpakje aan en een fietshelm op z'n
hoofd. |
|
| |
|
|
| |

Rob, neef
Raymon en ik.
Foto: Zelfontspanner
Zondag 25 januari
In het half
uur dat ik meestal wakker word voor een fietsafspraak op
de vroege zondagmorgen, loop ik in bed de pijntjes in
een ouder wordend lijf na. Het gezeur aan de zijkant van
mijn rechterknie, een rug die niet helemaal meer
meewerkt en de kneuzing in mijn pols, die na een val in
december nog steeds niet helemaal over is. Eenmaal op de
racefiets voel je in de regel niks meer, maar vanmorgen
was ik toch een beetje val-angstig toen bleek dat het
wegdek was bedekt met een dikke laag rijp. Echt spekglad
was het niet - de laag was eerder korrelig - maar in de
bochten reden we voorzichtigheidshalve toch vrijwel
stapvoets in dit winterwonderland. Helden zijn mensen die te dom zijn om de
consequenties van hun gedrag te overzien, mag ik in dit
soort gevallen mijn fietsmaten graag voorhouden. Maar
zoals altijd lag het gevaar op de loer op stukken waar
je het het minst verwacht: in een bocht langs de Vliet,
waar alles al leek opgedroogd - gingen we met een
gangetje van een kilometer of dertig bijna gedrieën
onderuit op een bevroren plas die zich over de hele
breedte van het fietspad uitstrekte. Twee meter verderop
lonkte het gitzwarte water, maar we bleven - met
wegslippende achterwielen - overeind. Maar goed ook,
want meer vage pijntjes kan dit ouder wordende lijf er
even niet bij hebben. |
|
| |
|
|
| |

(Foto
Maaldrift: zelfontspanner)
Donderdag 22
januari
Er is weinig
deprimerender dan in je eentje op een gure avond
in het pikkedonker door een duingebied rijden. Dus nu
mijn fietsmaat Rob door droeve familieomstandigheden
even wat anders aan zijn hoofd heeft, is de verleiding
groot om 's avonds lekker thuis bij de warme kachel te
blijven zitten. Zonder stok achter de deur ben ik als
wielrenner nergens, dat besef ik maar al te goed. Toen ik
gistermiddag derhalve in het Leidse redactielokaal zat weg te
suffen bij een graadje of 28 - de geavanceerde
vloerverwarming was weer eens van slag - besloot ik het
nuttige met het aangename te verenigen. Een uur eerder
dan normaal pakte ik mijn rijwiel om de vaste route naar
huis zodanig te verleggen dat die via de landelijke Wassenaarse Maaldrift en de chique villawijk De Kieviet
door de duinen - zo hard mogelijk - weer naar Katwijk
voerde. Mijn door eerlijk zweet doorweekte kleren konden meteen
bij het klein chemisch afval,
maar de rest van de gure avond zat ik met een goed gevoel bij
de warme kachel. Nee, niet onder een dekentje, zo erg is
het nou ook weer niet. |
|
| |
|
|
| |

Maandag 19 januari
Onder
fietsers is het inmiddels een 'dingetje', een kwestie,
zo u wilt. De chaotische inschrijving voor de Amstel
Gold Race is het gesprek van de dag, op winderige
duinpaden, in mailboxen en bij mijn kaasboer, ook een
fanatieke wielrenner die het niet is gelukt om binnen de
30 uur dat de toertocht volledige was volgeboekt door
een haperende website heen te komen. Ook mijn trouwe
webloglezer Harrie was te laat. En mijn
politiek-incorrecte neef lukte het pas donderdagmorgen
om half vijf - hij bezorgt een ochtendkrant. Dus
achteraf had ik nog mazzel dat ik er woensdagmiddag om half drie - na vierenhalf
uur vruchteloos klikken op de 'ververstoets' - in
slaagde om zowel mezelf als mijn fietsmaat Rob in te
schrijven. Zaterdagmorgen ging ik met mijn neef over het
duinpad van Scheveningen naar Katwijk, toen we twee
wielrenners achterop reden. We bleven bij ze hangen en
maakten een praatje, waarbij ik me halverwege het
gesprek opmaakte voor een tirade jegens de organisatie
van de Amstel Gold Race, die nu beweert dat 'ze nooit
heeft kunnen voorzien' dat ze deze gekte over zichzelf
heeft afgeroepen (zie mijn
eerdere log over dit
onderwerp). 'Kijk uit wat je zegt', waarschuwde de
fietser naast me, 'want ik ben verantwoordelijk voor de
technische kant van de Amstel Gold Race-website.' Hij
bleek een Noordwijker, bij Amstel e-business te
werken en had daags voor de inschrijving nog extra
bandbreedte ingekocht, die echter niet bestand bleek
tegen een spervuur van 150 hits per seconde. 'We hebben
er van geleerd', beweerde hij, toen ik me opmaakte om
hem de berm in te rijden. Een schrale troost, voor
Harrie en mijn kaasboer. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag 17
januari
Dit is wel
een mooi plekje, zei ik tegen mijn politiek-incorrecte
neef, om mijn nieuwe camera-instellingen te testen. We
reden vanmorgen langs de Vliet ter hoogte van
Voorschoten en op een bruggetje was een ijzeren
plateautje waarop het toestel kon staan. Dertig seconden
hadden we, om een stukje terug te rijden, te keren en
richting de camera te trappen, die vervolgens vijf
opnamen van ons zou maken. Dertig seconden is nog best
veel, merkten we bij de eerste sessie, toen we de camera
al voorbij waren toen die aan het klikken sloeg. Maar de
tweede keer ging het, al moesten we wel weer afremmen,
prima. De eerste spetters kwamen al uit de lucht en even
later begon het met bakken te regenen. De wind trok aan
tot kracht zes á zeven - natuurlijk hadden we hem tegen
- en het was nog behoorlijk koud ook. Maar toch 65
kilometer gereden, voor mijn neef de eerste training op
weg naar La Marmotte, op 4 juli. Hij is gestopt met
drinken - nou ja, af en toe een biertje nog - en op de
serieuze hellinkjes in de duinen reed hij weer akelig
hard van me weg. Ik stond bij de finish boven niet eens
op de foto, om het in wielertermen uit te drukken.

 |
|
| |
|
|
| |
Donderdag
15 januari
Van eerdere
edities kan ik me herinneren dat ik ergens halverwege
januari dacht: o ja, nog even inschrijven voor de Amstel
Gold Race. Je ging naar de site, klikte op de juiste
link, vulde je gegevens in, kreeg na een paar minuten
een mailtje en klaar was Dick. Maar daar nam de
organisatie van deze toertocht door het Limburgse
heuvelland geen genoegen meer mee. Al weken word ik
bestookt met nieuwsbrieven waarin de inschrijvingsdatum
wordt aangekondigd, en ja wel hoor, ten lange leste kwam
er ook nog een inschrijvingstijd bij: op 15
januari vanaf 10 uur mensen, dan is het zover! En wees
er snel bij, want vorig jaar was de populairste afstand
(150 kilometer, die wij ook willen rijden) in recordtijd
volgeboekt. Het gevolg laat zich raden: om precies 10
uur gistermorgen klapte de site van de Amstel Gold Race
uit de lucht omdat duizenden malloten tegelijkertijd hun
inschrijvingsformuliertje wilden invullen. Jazeker, daar
was ik ook bij. Door in de baas z'n tijd om het kwartier
eventjes te klikken op de 'ververs-toets' kwam ik er om
een uurtje of half drie in de middag doorheen. Eerst
voor mezelf, toen nog voor mijn fietsmaat Rob, die in
Oostenrijk op de lange latten staat. Zo doe je dat, als
organisatie. Je organiseert ook je eigen chaos. |
|