Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol.
De meeste kilometers draai ik in de Duin- en
Bollenstreek, maar
enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij mijn
rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, Spanje. Op
deze site columns over en verslagen van trainingsritjes,
officiële toertochten en vakantietrips. Want stukjes
tikken over fietsen doe ik ook voor de lol.
Naam:
Dick van der Plas, Leeftijd:
49,
Woonplaats: Katwijk aan Zee
Seizoen
2010
Dinsdag
28 december
2010
Renners
die het hele jaar de mooiste koersen rijden maar niet
mogen starten in de Tour de France, beschouwen hun
seizoen als incompleet. Mislukt, zelfs. En zo is het, op
uiteraard een heel ander niveau, ook met ons,
enthousiaste wielertoeristen. Een seizoen zonder
absoluut hoogtepunt kabbelt maar een beetje voort, van
training naar toertocht en vice versa. Het is belangrijk
een doel te hebben, om toe te leven naar die ene koers
die belangrijker is dan alle andere. Waar alle
trainingsarbeid zich moet uitbetalen. Het afgelopen jaar
was dat voor mij de Dolomieten Marathon, voor volgend
jaar staat (opnieuw) de Marmotte op het programma. Ik
moet toegeven, het kostte wat moeite mij over de streep
te trekken. Maar het feit dat neef Raymon straks gaat
beginnen aan zijn werkzame leven voor de klas en dit
misschien wel de laatste keer is dat hij de Tocht der
Tocht kan rijden, gaf net het laatste zetje. Van de
Afdeling Wielersport gaat in elk geval ook Peter Meester
mee en verder heeft zwager Rinus een startbewijs
aangeschaft. In klein comité hebben we gisteravond al
vergaderd over de accommodatie en een voorlopige lijst
met toertochten opgesteld die we in de voorbereiding
absoluut moet rijden. Want dat gekeutel vooraf is
uiteraard bijna net zo belangrijk als de Tocht der
Tochten zelf.
De beelden maakte ik in 2009, toen ik de Marmotte voor
de eerste keer reed.
Zaterdag
25 december
2010
Het is een merkwaardige gewoonte die ook
nog eens door mijn eigen vrouw in het leven is geroepen.
Binnen onze familie doen we - ik moet eigenlijk zeggen:
ze - alleen aan kerstcadeaus voor de vrouwen. Na het
aansnijden van de kersttaart worden er bij de koffie van
alle kanten goedgevulde tassen tevoorschijn gehaald,
waarna de dames elkaar - onder veel gekir, gejoel en
gekus - overstelpen met goede gaven: armbanden,
oorbellen, kerstsnuisterijen, boeken, kortom, allemaal
dingen die je als man ook wel zou willen hebben. Maar
wij zitten er jaar in, jaar uit voor spek en bonen bij.
Behalve dit keer dan: ik heb mezelf deze kerstdagen maar
eens getrakteerd op de
Continental Spike Claw 240 Drahreifen, sneeuwbanden
voor mijn mountainbike met 240 stalen spijkertjes in het
rubber. Het gejoel van de vrouwen kreeg opeens een heel
andere toonhoogte, bij de onthulling van dit ideale
kerstcadeau voor echte kerels.
Dinsdag
21 december
2010
Het
zijn barre tijden voor de woon-werkverkeerfietser. De
gemeentelijke strooi-, schuif- en borstelploegen richten
zich vooral op de doorgaande wegen en verspillen geen
korreltje zout aan de rijwielpaden. In de krant van
heden mocht ik al even mijn gal spuwen op met name de
gemeente Katwijk, die in een gladheidbestrijdingsplan
van 72 pagina's van straat tot straat heeft beschreven
wat de aanpak bij sneeuw en vorst is. Maar kennelijk
zaten alle beambten dit lijvige stuk nog lekker bij de
warme kachel door te nemen, toen ik gistermorgen door
een laag van twintig centimeter mijn weg zocht naar de
redactie in Leiden. Wat is het beste vervoermiddel om
dat te doen, nu alles op de provinciale weg N206 in
zowel de ochtend- als de avondspits muurvast staat?
Eerst dacht ik aan de mountainbike met noppenbanden,
maar bij dit type sneeuw - zacht als poedersuiker -
bevalt de strandfiets mij het best. De Super Moto-banden
van mijn Be One Karma Beach rijden gemakkelijk door
opgehoopte sneeuwduinen, trekken zich weinig aan van
opgevroren sporen en bieden voldoende draagvermogen op
een mulle ondergrond. De afneembare BBB-spatborden
bieden bescherming tegen opspattende pekel. Op de plek
van de rechterbidon bevindt zich het nieuwste,
goedgekeurde Abus vouwslot. En wat zit er achterop? Mijn
Topeak-tas die op een slede met bajonetsluiting aan de
zadelpen vastzit. Groot genoeg voor een laptop,
fototoestel, schrijfblok, regenpak en overschoenen,
kortom, alles wat een wakkere verslaggever bij dit
weertype nodig heeft.
Zondag 19 december
2010
Ajax-Feijenoord is afgelast,
automobilisten wordt aangeraden thuis te blijven en het
vliegverkeer in heel Europa is een chaos. Maar wie gaan
er gewoon lekker een stukje fietsen? Juist, de mannen
van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts
Katwijk. Zij begroeten elkaar rond 9 uur bij het
clubhuis De Goerie hartelijk met achtereenvolgens
'Goedemorgen gekken', 'Goedemorgen malloten' en
'Goedemorgen mongolen'. Want helemaal honderd procent
moet je natuurlijk niet zijn, om door twintig tot dertig
centimeter poedersneeuw over het duinpad tussen Katwijk
en Noordwijk te ploegen.
Hoe vaak ik dat deze winter nog ga
zeggen, valt niet te voorspellen: maar zoals vandaag heb
ik het nog niet eerder meegemaakt. De maagdelijke
sneeuwlaag voelde aan als mul zand, waardoor je wielen
zelf maar een beetje hun weg moesten zoeken. De keren
dat ze er op eigen houtje voor kozen om in een
uitgesleten spoor haakse bochten te maken, lag je meteen
op je plaat. Pas op de Astrid Boulevard in Noordwijk
kwamen we weer op ondergrond die kennis had gemaakt met
een sneeuwschuiver en kon er, tot aan de Duinweg,
betrekkelijk normaal worden gereden. Nou ja, normaal...
Je verschuift je grenzen met dit weer, zoveel is wel
zeker.
Maar mooi was het allemaal wel.
Het atb-parcours lag er behoorlijk goed
bij. De sneeuwlaag op de singletracks rijd je al met een
paar fietsen goed plat en door de stugge ondergrond was
het absoluut niet glad. Wel voelde je bij het aanzetten
op de hellingen je achterwiel doordraaien en moest er -
nou ja, ik althans - af en toe een stukje worden gelopen
om boven te komen. Verder was het oppassen voor
laaghangende takken: tot vijf keer toe raakte ik met het
puntje van mijn neus het voorwiel en dat had echt niet
alleen met de omvang van mijn gok te maken. Echt
ondoenlijk werd het pas op het verbindingsstuk tussen de
twee singletracks: hier lag een pak sneeuw van zeker
dertig centimeter waarin nauwelijks te fietsen viel,
zoals neef Raymon en Arie Nijgh demonstreren:
Het tweede deel van het atb-parcours
voelde daarna weer als een verademing. Op het nieuwe
gedeelte dat pas gisteren is afgerond lag zelfs meer
zand dan sneeuw. Na dinsdagavond in het donker merkten
we nu ook in daglicht dat deze aanvulling behoorlijk
veel fietstechniek vergt: het gaat op en neer, met
haakse bochten, en halverwege een steile helling waar we
opnieuw iemand - niet van onze groep - met een salto
mortale omlaag zagen gaan. Peter en ik demonstreerden
vervolgens met welke fenomenale techniek je ook lopend
naar beneden kunt komen.
Op weg naar huis lieten we de duinpaden
rechts liggen. De doorgaande routes via Noordwijkerhout
en Noordwijk waren goed begaanbaar, al was Rob1 - tot
groot genoegen van mijn eega die voor het raam stond te
kijken - zo goed om op de kruising Melkweg/Poolster vlak
voor ons huis nog een laatste keer op zijn plaat te
gaan. Viel er voor haar ook nog wat te genieten, op deze
gedenkwaardige zondagmorgen.
Dinsdag 14 december
2010
Mooi, droog vriesweer. Dat levert in de
duinen met tien uitdampende mountainbikers het volgende
plaatje op:
Het vernieuwde atb-parcours stond voor
deze dinsdagavondtraining op het programma: voor een
deel oude koek, maar voor een deel ook helemaal nieuw
omdat het traject op het tweede deel juist afgelopen
zaterdag was verlegd. Wegkapitein Tonny had daar
hoogstpersoonlijk nog aan meegeholpen en keek dus nog
verbaasder dan wij toen een deel van die nieuwe route
met takken weer was afgesloten. Waarom? Geen idee. Dus
daarom trokken we ons er ook niks van aan, hobbelden
over de afzetting heen en stortten ons even verderop van
een helling met een hoek van 45 graden. O, dus daarom
was deze route afgesloten:
De eerste salto was van Dirk Nijgh,
direct daarna deed Rob1 het nog eens dunnetjes over.
'Blijf nog even liggen voor de foto!', kon ik nog net
roepen, want beelden zijn belangrijk. Al is het maar
voor de nabestaanden. Maar mens en machine konden hun
weg vervolgen en via de - voor fietsers verboden - witte
paaltjesroute reden we weer terug naar Noordwijk dat,
als Kerstdorp aan Zee, baadde in het licht. Een waardige
afsluiter van een ritje Nacht und Nebel.
Gelukkig hebben we de
foto's nog
Maandag
14 december
2010
Het nadeel van zelf meerijden in een race
is dat je moeilijk uit jezelf kunt treden om dat op de
gevoelige plaat vast te leggen. Maar gelukkig zijn er de
mannen van Sportkiek die dat onderweg voor je doen. Ook
bij de strandrace Noordwijk-IJmuiden-Noordwijk was ik
zondag weer veroordeeld tot het gezelschap van
clubgenoot Peter, die ook bij 7 graden boven nul
rondrijdt alsof we een rondje Noordpool gaan doen:
Op de terugweg kregen we gezelschap van
collega en fietsmaat Rob1. Het groepje dat ons in de
waaier naar IJmuiden bracht, was uit elkaar gevallen.
Maar met het windje in de rug en een steeds harder
wordend strand hadden we niemand meer nodig. Puntje van
kritiek van clubgenoot Graham: je kunt aan mij niet
(nooit) zien dat ik afzie. Daarvoor moet je inderdaad
naar degene kijken die in mijn wiel zit. Zelf rijd ik
vooral voor de gezelligheid mee.
Alleen met de modernste technieken ben je
in staat om ons op de foto helemaal bovenaan, bij de
start, te ontdekken. Maar neem van mij aan dat we ook
dit keer weer helemaal achteraan stonden. Meer dan
vierhonderd mountainbikers startten voor ons en net als
in de Rabo Beach Challenge eindigden Peter en ik (Rob1
deed in Scheveningen niet mee) keurig in de middenmoot:
Wel opmerkelijk in de einduitslag: dat
maar 242 rijders de eindstreep haalden. Onderweg hebben
we inderdaad veel fietsers gezien die halverwege het
mulle zand richting Zandvoort omkeerden of stiekem de
afslag naar het duinpad namen. Maar dat het er - na Robs
uitroep: 'Wat zijn we hier eigenlijk aan het doen?' -
bijna tweehonderd zouden zijn, had ik niet kunnen
bevroeden.
Noordwijk
- IJmuiden - Noordwijk
Zondag 13 december
2010
Een smal strand, mul zand en een koude
noordwester tegen. Welkom in de hel die
Noordwijk-IJmuiden-Noordwijk heet. Een strandrace over
52 kilometer die zijn eerste editie beleeft, nota bene
in onze buurgemeente, dus een kleine moeite om er even
aan mee te doen. Maar de vijf dapperen van de Afdeling
Wielersport van de IJVK keken elkaar al in de eerste
kilometers aan met een blik die Rob1 zo treffend onder
woorden bracht met: 'Wat zijn we hier eigenlijk aan het
doen?'
Met zes dapperen - malloten, zo u
wilt, mocht u afgaan op bovenstaande foto - hadden we
aan de race willen beginnen. Maar Mart (tweede van
links) trapte al bij het inrijden op de Koningin
Wilhelmina Boulevard zijn freewheelhuis stuk en kon
steppend en wandelend het duinpad naar Katwijk nemen. De
rest startte - het wordt bijna een gewoonte - helemaal
achteraan in het veld van ruim vierhonderd deelnemers;
veel meer dan de organisatie had verwacht, gelet op feit
dat alle startnummers waren uitverkocht.
Onder de deelnemers uiteraard ook mijn
voormalige fietsvrienden van de Noordbikers (oranje
shirts), die een thuiswedstrijd reden, en zelf mocht ik
ook even op de foto:
De speaker hield er bij de start al
lekker de moed in, door uitgebreid gewag te maken van de
'lood- en loodzware omstandigheden'. Dan kan het alleen
maar meevallen, hoopten wij, maar niets was minder waar.
Daar waar het zand op zijn hardst zou moeten zijn - aan
de vloedlijn - was het nat en papperig. Het zoog en trok
aan je banden waardoor de hele meute al gauw een traject
enkele tientallen meters meer landinwaarts volgde. Ook
redelijk mul, maar wel een stuk harder dan aan de
waterkant. Met hooguit 10 tot 12 kilometer per uur
ploeterden we richting Zandvoort, glijdend en glibberend
over de uitgereden sporen, waarbij het in elkaars wiel
blijven niet echt aan te raden was. De twee keer dat ik
in het mulle zand onderuit ging, reed er meteen iemand
over me heen.
Met Peter kwam ik ergens ter hoogte
van Langevelderslag in een soort niemandsland terecht:
de kanjers voor ons reden uit het zicht en onze
clubgenoten bevonden zich een eindje achter ons. Maar
ook met z'n tweeën hadden we meer last van het zand dan
van de wind. Een eindje voorbij Zandvoort werden we
bijgehaald door en konden we aanhaken bij Rob1, die een
mooi clubje mannen had gevonden dat in een waaier
richting IJmuiden reed. Het strand werd hier ook breder
en beter begaanbaar, waarbij het gemiddeld meteen omhoog
schoot naar 17 (!) kilometer in het uur.
Al met al deden we er twee uur over om
van Noordwijk in IJmuiden te komen, een uur langer dan
ik vooraf in een optimistische bui had ingeschat. Na wat
snelle suikers, een sportdrankje en een urinestop
(Peter) draaiden we om, in de overtuiging dat we ook op
de terugweg meer last van de mulle ondergrond dan
profijt van het windje in de rug zouden hebben. Maar,
andermaal, niets was minder waar: we vlogen naar
Noordwijk over een harde plaat die door een combinatie
van eb, wind en zon behoorlijk was ingedroogd. Een feest
was het, om weer gewoon met 32 kilometer in het uur over
het strand te rijden, slalommend tussen de loslopende
honden en dagjesmensen.
Ton en Arie waren nog aan de heenweg
bezig, toen wij met z'n drieën (Rob1, Peter en ik) naar
Noordwijk werden geblazen, waar Mart z'n hele gezin als
ontvangstcomité had meegenomen om te laten zien wat hij
allemaal had kunnen fietsen als dat verrekte
freewheelhuis niet de geest had gegeven. En op die
laatste 26 kilometer met het windje in de rug van deze
halve helletocht werd ook de vraag 'Wat zijn we hier
eigenlijk aan het doen?' beantwoord.
Hier deden we het allemaal voor.
Vrijdag 10 december
2010
Voor elke wielrenner die gewend is om
zondagmorgen in alle vroegte het huis te verlaten om met
zijn maten een rondje te trappen, heeft mijn vaste
webloglezer Harrie Kusters stof tot nadenken:
Zondagdagochtend, half zeven.
Ik ontwaak, glip stilletjes
uit bed om
m'n vrouw niet te wekken en verdwijn in alle stilte in
de badkamer. Eenmaal in mijn strakke wielerkloffie, ga ik op
m'n tenen naar de garage om mijn fiets stilletjes buiten
te zetten.
Bij het openen van de garagepoort slaat de
ijskoude sneeuwregen me in het gezicht. Alhoewel ik al
erger heb meegemaakt, besluit ik toch maar eerst naar
het weerbericht te luisteren op de radio. De
weersvoorspelling is dramatisch: sneeuw, ijzel, hagel,
stormwind...
Uiteindelijk besluit ik maar weer te gaan
slapen. Ik kleed me uit en, terug in bed, kruip ik dicht
tegen m’n vrouw haar rug aan en fluister: 'Het is
verschrikkelijk slecht weer!'
Waarop zij, half-slapend, antwoordt:
'Kun
jij geloven dat mijn man dáárin is gaan fietsen!'
Dinsdag 7 december
2010
Als geregelde laatste man kan ik de meute
bij het Wassenaarse hotel Duinoord nog maar net tot
stoppen brengen. 'Even wachten, de laatste man is er nog
niet!' Tot vijf minuten daarvoor hing secretaris Menno
nog in mijn wiel. Niet dat ik hem uit de wind hield,
maar als laatste man moest hij het tempo aannemen van de
langzaamste kneus in het gezelschap. En laat ik er maar
niet omheen draaien: dat was ik. Voor snel afdalen en
rijden op een hobbelige ijsvlakte ben ik nu eenmaal te
intelligent. Het leger eencelligen voor mij - ook
allemaal lid van de Afdeling Wielersport van de IJVK -
rijdt alsof het er geen weet van heeft dat het menselijk
lichaam is opgebouwd uit broze botten. Op de wandelpaden
van Hollands Duin is nog redelijk vooruit te komen, al
duik je ook hier soms onverwacht nog in sneeuwhopen of
op dikke, geribbelde ijskorsten. Maar de fietspaden zijn
- zeker in Meijendel en een deel van de Wassenaarse
Landgoederenroute - alleen goed berijdbaar als je spikes
om je banden monteert. En dat hebben we niet gedaan.
Maar goed, de laatste man, waar was hij gebleven?
A-technisch als ik ben, begreep ik er niet veel van,
maar het had te maken met een bevroren freewheelhuis, of
zoiets. Terwijl wij bij hotel Duinoord in de sneeuw
wortel staan te schieten, discussiëren de teruggereden
Rob2 en Arwin met Menno over de eer om dit probleem te
mogen oplossen, waarbij de laatste man op zeker moment
schijnt te hebben uitgeroepen: 'Er pist er maar één over
mijn fiets, en dat ben ik!'. En ofschoon ik er bij het
bedrijven van de liefde niks van moet hebben, bij het
ontdooien van een freewheelhuis schijnt een golden
shower heel heilzaam te werken. Nee, daar zijn geen
beelden van.
Zaterdag
4 december
2010
Achter het glas van de warme huiskamer
had er geen spoor van twijfel doorgeklonken in mijn stem
toen collega en fietsmaat Rob1 belde met de geur van
afzeggen in zijn stem. 'Natuurlijk gaan we!' Maar al op
het duinpad tussen Katwijk en Noordwijk vroeg ik me -
niet openlijk, natuurlijk - af of dit wel zo'n
verstandig besluit was. Tien tot twintig centimeter
verse plaksneeuw maakte het fietsen tot ploegen en de
harde zuidoostenwind bleef maar nieuwe ladingen van dit
ijzige witte goedje in ons gezicht blazen. Zelfs de
brede noppenbanden, waarmee ik afgelopen jaar zo goed
onder winterse omstandigheden heb getrapt, wisten zich
geen raad met deze dikke laag. Glibberend en glijdend
haalden we de Noordwijkse Boulevard, waar ter hoogte van
Huis ter Duin mijn grootste angst was om voor de wielen
van een achter ons rijdende vrachtwagen onderuit te
gaan.
Behalve Rob1 was ook Arie zo gek geweest
om zich bij mij aan te sluiten voor wat een romantisch
ritje in de sneeuw had moeten worden. Maar lang voordat
we het atb-parcours in de duinen hadden bereikt, spraken
we zelf al van een helletocht. Op goed geluk volgden we
het pad, waarbij de één na de ander onderuit ging als
hij met zijn wiel tegen de - goed verborgen - opstaande
rand van het asfalt reed. Het parcours was redelijk
begaanbaar, al bleef elke helling en afdaling een
krachtproef met doorslippende (omhoog) en scheef
glijdende (omlaag) wielen. Maar - en dat zeg ik vooral
voor alle thuisblijvers - wat was het mooi! Achter elke
bocht doemde alweer zo'n winters Anton Pieck-schilderij
op, waarbij je zou wensen dat je niet zulke dikke
handschoenen aan had en je camera zich niet zo lastig
uit de zak van je thermojack liet pakken. O ja, en een
zonnetje: dat zou ook fijn geweest zijn. Maar ook in al
zijn grijze somberheid was het bos een plaatje.
Van de terugweg zal ons vooral het
duinpad tussen Noordwijk en Katwijk nog lang heugen: een
decimeters dikke sneeuwlaag om doorheen te zwoegen en
een snijdende tegenwind die een combinatie van hagel en
stukken ijs in ons gezicht blies. Aan het eind, bij het
informatiepaneel van Staatsbosbeheer, zochten we even de
luwte om uit te hijgen en vond ik mezelf opeens terug
tussen twee huilende, grote kerels. Tsja, wat doe je
dan? Leuke meisjes kun je troosten. Daar sla je een arm
om heen. Fluister je bemoedigende, lieve woordjes in hun
oor. Maar het leek me in dit geval goed om wat afstand
te bewaren en het beeld voor het nageslacht vast te
leggen.
Donderdag
2 december
2010
Het lijkt - wederom - van A tot Z
verzonnen, maar dit gesprek tussen mij en mijn eega
heeft zich ook in werkelijkheid afgespeeld. Voor mijn
krantencolumn hoefde ik het alleen maar even op te
tikken.
Oudejaarstrekking
,,Als ik de
oudejaarstrekking van de Staatsloterij win, neem ik een
eigen mannetje in dienst om mijn fietsen te onderhouden.
Dat wanneer je ’s middags of ’s avonds terugkomt van een
tocht, je de mountainbike of je racer alleen maar hoeft
af te geven. Schoonmaken, afstellen, oliën, dat werk.
Regelt dat mannetje allemaal. Daar gaat nu zoveel tijd
in zitten. Een eigen mannetje is echt niet zo gek. De
broer van een collega van me kent een gefortuneerde
duivenmelker. Die heeft wel twéé mannetjes in dienst om
voor zijn duiven te zorgen.
Twéé
mannetjes is eigenlijk ook niet zo gek. Er zou er eentje
bij ons tweede huis in Zuid-Frankrijk kunnen werken. O,
had ik dat nog niet verteld? Als ik de oudejaarstrekking
van de Staatsloterij win, zoek ik iets tussen Nice en Menton. Moet kunnen, als die 27,5 miljoen euro eenmaal
belastingvrij is bijgeschreven. Iets in de buurt van
Nice is lekker praktisch. Kunnen we op vrijdagmiddag –
als de kinderen uit school zijn – in nog geen anderhalf
uur naartoe vliegen. Even lekker een weekendje er
tussenuit. Op dat vliegveld van Nice kan dan ook de auto
blijven staan. Daar regel ik wel iets voor. Zo’n Bentley
Azure zet je niet op lang parkeren, natuurlijk. Had ik
ook nog niet gezegd, zeker, van die Bentley Azure? Mooi
ding. Cabrio, 6,8 liter turbo. Voor vier ton weet je
alles. En een busje, moeten we ook hebben. Kan het
mannetje de jongens van de fietsclub van het vliegveld
ophalen, als ze in het weekend komen trappen bij ons.
Zullen ze mooi vinden, hoor.
Nee, die hoeven
niet bij ons in huis te logeren, wees maar niet bang. Ik
zat te denken aan drie appartementjes, achterin de tuin,
of zo. Boven de garage en de fietsenschuur. Grond
genoeg. Heb je ’Villa Felderhof’ wel eens gezien? Dat
staat trouwens binnenkort leeg, want de NCRV stopt
ermee. Maar dat huis ligt niet zo gunstig, bij dat
ordinaire Saint Tropez. In het achterland van Nice rijd
je bovendien zo de Maritieme Alpen in. Daar ligt de Col
de la Madone, waar Lance Armstrong altijd zijn vorm
testte voor de Tour de France. Juist, daarom heet mijn
Trek-racefiets ook Trek Madone. Vernoemd naar die berg.
Als ik de oudejaarstrekking van de Staatsloterij win,
koop ik een 6.9, de allerduurste uit de serie. Dat mag
dan wel een keer.
Wat dat
fietsenmannetje van me de rest van de dag moet doen?
Nou, mijn treinbaan afbouwen, bijvoorbeeld. Daar kom ik
nu ook niet aan toe. Ja, ik weet dat je momenteel alles
op Marktplaats aan het zetten bent, maar ik wil
eigenlijk toch alles nieuw kopen. En dan meteen
digitaal. Dan kun je die hele baan via de computer
aansturen. Lijkt me mooi, zo’n enorme Amerikaanse
treinbaan in de kelder van ons huis.
En de boot een
beetje nalopen, natuurlijk, dat kan dat mannetje ook wel
doen. Ook nog niet verteld, zeker, van die boot? Je kunt
niet de hele dag op je racefiets of voor je treinbaan
zitten. Niks buitensporigs hoor, die boot, gewoon een
kajuitsloep. Teakhouten dek. Binnen overal staruimte.
Kleine bibliotheek. Barretje. Flatscreen. Zie je ons al
liggen, in het haventje van Menton?
Het mannetje doet
ook de boodschappen voor de kokkin. Ja, een kokkin. Wou
jij zelf gaan koken dan? Zo’n moeke van een jaar of
zestig uit het dorp, dat kan toveren met regionale
ingrediënten. Lekker voedzame ontbijtjes, verfijnde
lunches en copieuze diners. Als je de hele dag op de
racefiets zit, moet je goed eten, tenslotte.
Wat?
Waar slaat dat
nou op, dat je van me gaat scheiden als ik de
oudejaarstrekking van de Staatsloterij win?
Dinsdag
30 november
2010
Eigenlijk dacht, nee hóópte ik dat ik de
enige zou zijn die zo gek was om in dit weer te gaan
fietsen. Ik stond al een paar minuten bij De Goerie te
wachten zonder ook maar een spoor van mijn clubgenoten.
Nog even, en ook ik kon lekker weer naar huis. Weg uit
de snijdende vrieskou die door de harde noordoostenwind
aanvoelde als min vijftien. Lekker 'Man bijt Hond' en
'De Wereld Draait Door' kijken. Om warm te blijven
draaide ik wat rondjes over het besneeuwde
parkeerterrein, toen er een lichtje aan kwam dansen over
het fietspad langs het kanaal: Rob2. En nog een lamp:
Rob4. Dan Peter, Tonny en - op de valreep - ook nog
Patrice. Heel even had ik een hekel aan alle vijf. Toch
fietsen! Zoveel mogelijk beschut en off road
richting het noorden gereden: achter de Estec langs en
via de Noordwijkse villawijk De Zuid naar de luwte van
het atb-parcours in de duinen, dat er weliswaar dik
besneeuwd maar heerlijk stroef bij lag. Halverwege nog
een uitstapje gemaakt naar een illegale klim die Tonny
een paar weken geleden had verkend en over de
wandelpaden - windje inmiddels in de rug - terug naar
Noordwijk en Katwijk. Geen moment echt koud gehad,
sprookjesachtig mooi getrapt en derhalve nogmaals
bevestigd in wat ik eigenlijk al wist: bij twijfel,
altijd gaan!
Zó lag het atb-parcours er gistermiddag bij. Het filmpje
is - op het eerste deel van het traject - gemaakt door de broer van clubgenoot Kees Kuijt. Kees
is zelf de voorrijder.
Rabo Beach
Challenge
Zaterdag 27 november
2010
Het water in de kuil die plotseling voor
me opdoemt heeft de donkergele kleur van de diepzee. Ik
denk nog net twee makrelen en een kabeljauw te zien
wegschieten, als mijn voorwiel in het gat duikt, zich
vastboort in de muur van zand, het achterwiel omhoog komt en
ik uit de pedalen wordt gelanceerd met een kracht die
straaljagerpiloten als 3G omschrijven. Al klapwiekend
probeer ik in mijn vlucht zover mogelijk uit de buurt van deze poel te
komen: bij de Rabo Beach Challenge van vorig jaar ging
clubgenoot Christiaan op een soortgelijk moment volledig
kopje-onder, en dat vooruitzicht lokt niet, bij
anderhalve graad boven nul. Met een doffe plof klap ik
op het strand, blijf even verdoofd liggen in de wetenschap
dat ik alle botten in mijn lijf heb gebroken, waarna
mijn legerervaring me weer bij zinnen brengt. Alles doet
zeer, behalve mijn rug. En dat is al twee weken andersom
geweest. Een wonder! Ik strompel naar mijn fiets die
twee meter terug in het water ligt, constateer dat alles
nog werkt - zelfs mijn Garmin-navigatie zit nog op z'n
plek - en rijd naar fietsmaat Peter die trouwhartig zijn
tempo wat heeft laten zakken toen hij van andere rijders
te horen kreeg dat er een lijk in het clubtenue van de
Afdeling Wielersport van de IJVK in het zand lag. Nee,
me helpen deed hij niet. Maar wachten is al heel wat.
Naar de editie van 2009 reed ik nog
gewoon met de auto, maar nu leek het clubgenoot Mart een
goed idee om op de fiets vanuit Katwijk naar
Scheveningen te gaan. 'Kunnen we alvast een beetje warm
rijden.' Wat hij zich daarbij voorstelde weet ik niet,
maar het vriest in elk geval als we rond 9 uur bij De Goerie vertrekken en het duingebied is wit besneeuwd. Zo
dans je de avond daarvoor nog met de bruid - mijn oudste
nicht is getrouwd - en zo rijd je met drie lelijke
kerels over een glibberig fietspad. Door de
alcoholconsumptie staan mijn huidporiën wijder open dan
goed voor me is.
Maar het kan altijd kouder: in het half
uur dat we moeten wachten voordat het startschot valt,
bijvoorbeeld. De vertrekvakken zijn niet meer ingedeeld
op de Scheveningse Boulevard, maar op het strand. Met mijn nummer 1060 - zojuist
bij de daginschrijvingen opgehaald - sta ik met mijn
clubmaten helemaal achteraan. Zo'n duizend fietsers voor
ons rijden onder
anderen Michael Boogerd en Sebastian Langeveld met de
besten mee. Onze race begint in de achterhoede en we
kunnen alleen maar hopen in de middenmoot te eindigen.
Dat lukt zeker niet als ik blijf
fotograferen tijdens het rijden. De vingerhandschoenen
moeten uit, het toestel laat zich lastig achter de rits
van mijn thermojack peuteren, maar omdat ik toch meer
journalist dan wielrenner ben, heb ik het er graag voor
over. En met de wind in de rug, gaat het ook lekker. Pas
na een kwartier zeg ik tegen Peter, als ik de camera in
mijn zak stop: 'Zo, en nu gaan we echt fietsen.' Mart en
Dirk zijn dan al in geen velden of wegen meer te
bekennen, Peter, Jeroen en Arie rijden met me op, en
ergens achter ons moet zich nog Ton bevinden.
Echt zwaar wordt het pas na het
keerpunt in Noordwijk, als we met wind tegen terug
moeten naar Scheveningen. Na mijn doodsmak hebben Peter
en ik binnen een stief kwartier Jeroen en Arie weer
ingehaald, maar een lekker groepje waar we geniepig
achterin mee kunnen fietsen vinden we zo gauw niet. Er
moet serieus gekoerst worden om het gat naar de
eerstvolgende strandrijders dicht te trappen en daarbij
raken we eerst Arie en daarna Jeroen in het geweld
kwijt. Want ook in deze groepjes rijd je niet echt op
het gemak: de één na de ander laat in de staart een gat
vallen, waardoor je voortdurend attent moet zijn om bij
te blijven. Uiteindelijk hebben we een gezelschap dat het
tempo zodanig laat zakken dat Jeroen ook weer terug
komt. We vinden het wel best zo. De winnaars zijn
toch al een tijdje binnen en onze eindtijd interesseert ons
niet zo veel.
Het voordeel van een duikeling in een
opvallend tenue is wel dat je na de finish nog door Jan
en Alleman wordt aangesproken. 'Was jij dat, van die
salto? Ik dacht dat je je nek brak!' Ter bevestiging
haal ik twee makrelen en een kabeljauw uit de rugzak van
mijn wielershirt.
Uiteindelijk werd deze als 1060ste
gestarte brekebeen na een indrukwekkende inhaalrace nog
eervol 497ste! Als dat geen middenmoot is.
Slechts vijf dapperen meldden zich
hedenavond bij De Goerie voor de dinsdagavondtraining
van de Afdeling Wielersport van de IJVK, dus de noodzaak
tot het aanwijzen van een Laatste Man deed zich niet
echt voelen. Het rondje was ook overzichtelijk: van
Katwijk naar de Landgoederenroute in Wassenaar en via
Meijendel door de duinen terug. De weersomstandigheden
waren redelijk goed, totdat net voor de Wassenaarseslag
een enorme hagelbui de temperatuur tot iets boven het
vriespunt deed dalen en de noordwestenwind zijn ijzige
adem over onze doorweekte lijven blies. Fietsmaat Rob1
had ik eerder horen zeggen dat hij na het koffiehuis
rechtsaf over de wandelpaden richting de Cantineweg
wilde, maar op het moment dat hij in de achterhoede
inderdaad met veel verbaal misbaar afsloeg, was Rob4
(Lagendijk) al zo ver voor ons uitgereden dat Peter en
ik hem niet meer konden aanschreeuwen. Vertwijfeld reden
we nog wel terug naar het afslagpunt, waar geen
spoor meer was van Rob1 en Arwin. Dus draaiden we maar
weer om naar het rode achterlichtje van Rob4, die
voorbij de Soefi-tempel trouwhartig op ons stond te
wachten, om vervolgens al na honderd meter afscheid te
nemen voor de kortste weg naar huis. Alleen met Peter
deed ik nog een ererondje Boulevard. Met z'n vijven uit,
samen thuis.
Zondag 21 november
2010
Het mailtje van trainer Oscar liet vooraf
aan duidelijkheid niks te wensen over:
Je dient er zelf zorg voor te dragen dat
je mountainbike in een goede, veilige en vooral werkende
staat verkeert!
Voor mij een betrekkelijk overbodige mededeling,
aangezien ik luttele weken geleden mijn fiets nog voor
ruim 400 euro had gereviseerd. Toch sloeg al bij de
eerste meters door het mulle zand van de Schoorlse
duinen mijn ketting vast en zou het klereding dat om de
paar meter blijven doen zolang ik gebruik maakte van
mijn midden- en kleinste voorblad. Alleen op de grote
plaat - ontdekte ik na veel gevloek, gezucht en
ettelijke duikelingen in het zand en op de bosgrond -
bleef de ketting normaal ronddraaien. Het gaf deze
zondagmorgentraining in elk geval een extra dimensie:
voor het eerst hoefde Oscar tegen mij niet te schreeuwen
dat ik met mijn kont uit het zadel moest bij het
klimmen.
De training stond vooral in het teken van mijn favoriete
onderdeel techniek. Over een parcours dat leek gemaakt
voor circusartiesten op een eenwieler, draaiden we
haakse bochten, cirkelden om bomen, ploegden door het
mulle zand en sprongen we over boomstammen. Daarna
dieper het duinbos in om het geleerde ook op hogere
snelheid in de praktijk te brengen: agressief de bocht
aanvallen, druk houden op de pedalen en vooral met je
kont uit het zadel. Allemaal geen enkel probleem, als je
noodgedwongen alleen je grote voorblad kunt gebruiken.
Door het gezelschap van Ton te kiezen, slaagde ik er
bovendien in om tijdens deze ene training twee keer de
groep kwijt te raken. Daar hielp geen Laatste Man aan.
Maar voor wie dacht dat ik het moeilijk had: wat te
denken van Ilse, de dochter van Arjan, die door haar
vader voor deze training onbarmhartig uit bed was
gehaald na een stapavond die tot half vijf in de ochtend
had geduurd? Tussen de oude mannen hield ze zich
wonderwel staande. En dat ze als laatste bij het
eindpunt aan kwam, had alles te maken met de ene
verkeerde keuze die ze vandaag maakte: ze reed bij een
cruciale kruising achter Ton en mij aan.
Dinsdag 16 november
2010
Er was niemand anders die het deed, dus
riep ik het op een gegeven moment zelf maar: 'Goh, wat
rijd ik goed!' Als een stuk menselijk wrakhout was ik om
18.50 uur op de fiets gestapt, maar eenmaal onderweg
ging het opvallend lekker. Terwijl de omstandigheden
bepaald niet in mijn voordeel waren, bij deze
dinsdagavondtraining van de Afdeling Wielersport van de
IJVK. Met een graad of 2 boven nul en een dikke mist,
was het zicht door mijn brillenglazen vrijwel nihil.
Fotograferen (zie boven), was zo goed als onmogelijk
omdat de flits werd weerkaatst door duizenden
waterdruppels. Maar met de ware doodsverachting van een
chronische rugpatiënt stortte ik me op het atb-parcours
en de schelpenpaden richting huis, waarbij het na twee
keer als Laatste Man te hebben gefigureerd ook wel eens
lekker voelde om een beetje voorin mee te rijden. Na het
douchen bleek de lichamelijke opleving overigens vooral
gevoed door adrenaline. Ik strompel inmiddels weer
gewoon als Quasimodo door het huis.
Woensdag
10 november
2010
Mijn relaas over de Laatste Man in de
dagbladen van HDCmedia van 4 november. Pas vanaf de
laatste alinea begin ik vrij te associëren - ja, dat mag
soms in een column - maar van de rest is geen woord
gelogen:
Laatste Man
Het is een ervaring die we delen met grotduikers,
bergbeklimmers en
paratroepers: na momenten van bloedstollende actie tot
de ontdekking
komen dat er iemand wordt vermist. Een groepje behelmde
kerels van
middelbare leeftijd hijgt uit op het duinpad en staart
met toenemende
vertwijfeling in het zwarte gat waar het atb-parcours
ophoudt. Met elf
mannen reden we er een half uur geleden op en met z'n
tienen kwamen we
er net weer af. Ergens in het pikkedonker moet één van
ons ronddolen.
Een verkeerde afslag genomen. Over de kop geslagen en
tegen een boom
geklapt, een paar meter doorgerold tot onder een
braambos,
overgeleverd aan de nachtdieren die zich tegoed doen aan
zijn nog
warme lijf. Er gaat een huivering door de overlevenden.
Er zal best wel iemand bij zijn die een boek van Mulisch
heeft
gelezen, maar ónze Herenclub spreekt elke dinsdagavond
af om te gaan
mountainbiken, bij voorkeur in gebieden waar
stratenmakers en
lantaarnopstekers niks te zoeken hebben. Veel
specifieker kan ik niet
zijn, want de vijand leest mee. Voor je het weet word je
zelf gevangen
in het licht van de schijnwerpers van een koddebeier die
zijn
bonnenquotum wil opvijzelen. Niet dat we zomaar wat aan
trappen, zo is
het niet. In de regel blijven we keurig op het pad, maar
dan nog kun
je met zo'n functionaris ('Wat zijn we hier aan het
doen, heren!')
behoorlijk van mening verschillen over de vraag of dat
pad wel voor
ons is bedoeld of over onze inschatting dat er niemand
anders is die
bij nacht en ontij in het open terrein of het struweel
wil verkeren.Bovendien geeft het opzoeken van de grenzen
van het betamelijke zo'n nachtritje wat extra cachet. De
twittergeneratie mag zich dan dood vervelen, weet ik uit
een onderzoek van BBC Radio, van de 50-plussers zegt
maar acht procent een saai leven te hebben. Het zal er
wel mee te maken hebben dat we met weinig tevreden zijn.
Met het elkaar kwijtraken hebben alle wielrenners
ervaring. Zelfs als
ze in een groep opereren, blijft het een verzameling
individualisten die
- als het spel eenmaal op de wagen is - niet graag
omziet naar de
zwakkeren. Op de momenten dat er wel op elkaar wordt
gewacht, hangt
het maar af van het temperament van de achterblijvers of
ze zich ook
daadwerkelijk weer bij de groep voegen. De keren dat we
staan te
wachten op iemand die boos de steven naar huis heeft
gewend of
verbitterd zijn eigen rondje is gaan rijden, zijn legio.
En: wat bij
daglicht geldt, komt in het donker in verhevigde mate
voor.
Waarom het zo lang heeft moeten duren, weet niemand,
maar deze week
kregen we de oplossing aangereikt in de persoon van de
Laatste Man.
Binnen de groep is er altijd iemand de Laatste Man. De
Laatste Man
blijft achter de kneuzen hangen. De Laatste Man veegt
achterblijvers
op. De Laatste Man helpt pechklantjes weer op weg. De
groep is pas
compleet als de Laatste Man zich heeft gemeld.
Een kwartier geleden is het nu, dat ik het knipperende
achterlichtje
van mijn voorganger met hoge snelheid van me heb zien
weg rijden.
Zelfs met mijn voor 400 euro aan led-lampen op het stuur
en de
schijnwerper op mijn helm, waan ik mij de bezoeker van
een darkroom
die op handen en voeten naar zijn contactlens zoekt.
Alle bomen lijken
op elkaar, deze singletrack zou zomaar een konijnenspoor
kunnen zijn
en behalve mijn eigen stotende ademhaling, hoor ik al
minutenlang niks
anders dan het geknars van mijn tandwielen en het
zwoegende gepiep van
de voorvork die in kuilen en over boomwortels beukt.
Met mijn nachtblindheid, gebrekkige techniek in het
terrein en
moeizame oriëntatievermogen leg ik - in toenemende mate
onbehaaglijk
over de beklemmende duisternis waarin ik mijn rondjes
rijd - de zwakte
in ons nieuwe systeem ongenadig bloot.
Ik ben de Laatste Man.
Dinsdag 9 november
2010
Om nu te zeggen dat we meteen in zeven
sloten tegelijk reden voert te ver, maar enigszins uit
koers raakten we wel, zonder onze nachtkapitein Rob2.
Voor deze dinsdagavondtraining kozen we de relatief
gemakkelijke Landgoederenroute, maar nog voordat we daar
op zaten misten we al een afslag. Geen ramp, natuurlijk,
want er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, maar
het was toch typerend voor deze rit waarbij de nadruk
meer lag op snelheid dan op techniek. Dus mij hoorde je
niet mopperen. Bijna 50 kilometer in krap twee uur,
inclusief nog een extra uitstapje richting De Kieviet
(weer een afslag gemist). De Laatste Man hield de boel
goed bij elkaar, al moest hij op het duinpad richting
Katwijk wel wat veegwerk verrichten. Ton moest zijn
beulswerk op kop bekopen met een fenomenale inzinking en
Arie noemde het feit dat hij niet meer vooruit te
branden was een gevolg van de krachttraining die hij
gisteren had afgewerkt. Boze tongen die hem het
afgelopen weekeinde nog zagen drinken en roken zullen
ongetwijfeld een andere verklaring aandragen. Maar op
dit log houden we ons verre van deze roddel en
achterklap.
Zondag 7 november
2010
Sinds
onze bond, de NTFU, zo'n beetje partner is geworden van
Weeronline, is het al gauw fietsweer. Op het schermpje
van buienradar ontnam een regenwolk ter grootte van de
provincie Zuid-Holland vanmorgen het zicht op de
kuststrook, waar ik onder leiding van coach Oscar een
strandtraining zou moeten afwerken. Voor de zekerheid
stak ik ook nog even mijn hoofd buiten de keukendeur
omdat er niets gaat boven eigen waarneming: geruisloos
maar gestaag viel het water naar beneden. Ik geef toe,
onder normale omstandigheden was ik misschien nog wel
over te halen geweest door enkele dapperen die op het
Ledenboek van de club meldden dat ze zouden gaan. Maar
het feest ter ere van het 150-jarig jubileum van het
Leidsch Dagblad, gisteravond in het koetshuis van De
Burcht in Leiden, had er toch harder ingehakt dan de
bedoeling was. Zelfs bij het tikken van dit weblogje
krijg ik de vliezen voor mijn ogen nauwelijks
weggeknipperd en zet zich een ritmische bonk vast in
mijn achterhoofd, nog op de maat van de Rubberen
Robbie-medley van de Rijnsons. Ik had de NTFU dus
eigenlijk helemaal niet nodig om vast te stellen: het is
voor mij vandaag geen fietsweer in Katwijk.
Dinsdag
2 november
2010
In het elkaar kwijt raken heeft de
Afdeling Wielersport van de IJVK de afgelopen maanden
een geduchte reputatie opgebouwd. Maar nog nooit zijn we
iemand kwijtgeraakt nog voordat de rit was begonnen. Tot
vanavond. Bij aankomst van Ton - jazeker, hij is weer
terecht, na zondag - keek deze bij het clubhuis De
Goerie vorsend om zich heen, om te constateren: 'Hè,
Rob2 is kwijt. En hij reed net nog naast me!' Normaal
zijn we niet zo snel ontdaan, maar een groep die zich
voor vertrek van zijn wegkapitein ziet beroofd, legt een
groot sociaal vermogen aan de dag. We gaan hem zoeken!
En warempel, nog geen halve kilometer verderop zien we
hem terug met twee lekke banden. Nu zo'n beetje alle
doorgaande fietspaden in Katwijk voor onderhoud buiten
gebruik zijn, was een belendend schelpenpaadje hem
noodlottig geworden. Dat was dan ook meteen het enige
malheur van de avond. Op het parcours in Noordwijk en de
semi-illegale rit door het duingebied naar huis verliep
alles vlekkeloos, mede dankzij het nieuwe fenomeen
Laatste Man. Maar ik denk dat ik daarover eerst maar een
stukje voor de krant van donderdag ga tikken. Die
schoorsteen moet tenslotte ook roken.
Zondag 31 oktober
2010
Staatsbosbeheer zal er wel iets op tegen
hebben, maar mij lijkt het wel handig: om de tien meter
megafoons aan de bomen in het Noordwijkse duingebied die
je op elk stukje van het atb-parcours toeschreeuwen:
Uit het zadel! Rechterkant aanhouden in de bocht! Staan
op de pedalen! Blijven trappen! Kont achter het zadel!
Met je achterrem remmen! Kleiner schakelen! Aanzetten!
Maar gelukkig hebben wij Oscar, onze
mountainbiketrainer van de Afdeling Wielersport van de
IJVK, die als een rijdende megafoon tien meter voor ons
- de vier man van het kneuzenklasje - over de
singletracks uit stuurt.
Mijn liefde voor de racefiets is er
debet aan dat ik alleen in de wintermaanden gebruik maak
van de diensten van Oscar. En hoewel er van vorig jaar
nog wel het nodige is blijven hangen, doen het oog en
vooral de stem - waarop een sergeant-majoor afgunstig
zou zijn - van de meester wederom wonderen. De laatste
steile heling met de blootliggende boomwortels waar ik
al dit hele atb-seizoen mijn Waterloo vind, rijd ik nu
twee keer achtereen op zonder stil- of om te vallen.
Alleen de derde keer zet een braampje op het middenblad
mijn fietsketting in één keer muurvast, waardoor ik
tergend langzaam in de berm stort. 'Dat is puur het
materiaal', weet Oscar dan, 'daar kan je niks aan doen.'
Nee, zoveel deskundigheid en mededogen hoef je normaal
niet te verwachten van je fietsmaten uit de
gevorderdengroep.
Na een gloedvol pleidooi over sociaal
rijden tijdens de ledenvergadering van afgelopen
vrijdag, waren daar vanmorgen al de eerste vruchten van
te plukken. Van het groepje van tien raakten we maar één
man definitief kwijt. Tien procent verlies is tijdens
een tocht heel acceptabel, vindt ook Oscar. Maar
niettemin: mocht u ergens in het bos onder een
paddenstoel - rood met witte stippen - een klein
mannetje met een fietshelmpje aantreffen, dan is dat
niet de atb-kabouter maar onze Ton. Op zijn
lidmaatschapspasje staat een telefoonnummer.
Dinsdag
26 oktober
2010
De term 'opladen' voor een sportprestatie
krijgt voor mij op dinsdagavond een hele nieuwe
dimensie. Om met de atb in het donker een beetje door de
duinen te rossen, moet ik tegenwoordig drie
verschillende accu's met energie vullen. In mijn
fietsenschuurtje heb ik daartoe een aparte plank
ingericht omdat mijn eega de uit de kluiten gewassen
transformatorklossen niet meer op het aanrecht van de
keuken wil zien. Voor elke avondlijke fietstocht ben ik
eerst een kwartier bezig om de spaghetti van draden te
ontwarren en elk stekkertje in de juiste accu te
krijgen. Daarna begint het feitelijke opladen: eerst van
de accu's en dan van mezelf. En de ontlading? Die kon ik
vanavond vergeten omdat ik als penningmeester samen met
secretaris Menno de Afdeling Wielersport van de IJVK in
Lisse diende te vertegenwoordigen op een vergadering van
de NTFU. Op de fiets (dat dan weer wel) van en naar het
clubgebouw van Ren- en Toervereniging De Bollenstreek
hadden we aan een eenvoudig led-lampje genoeg. Tijdens
de pauze slopen we hier ook weer stiekem weg omdat we al
een tijdje de indruk hadden in een aflevering van Benidorm
Bastards verzeild te zijn geraakt. Met de stormachtige
wind tegen op weg naar Katwijk (ik) en Wassenaar
(secretaris Menno) kwam het op de fiets alsnog tot een
ontlading in de vorm van een voortijdige zweetlozing.
Zondag 24 oktober
2010
De dag dat ik sierlijk als een hinde over
het Noordwijkse atb-parcours snel, ga ik in dit leven
niet meer meemaken. Maar vandaag ervoer ik zowaar iets
van soepelheid op de bochtige singletracks in de duinen,
ongetwijfeld een gevolg van mijn modderstage in Leersum
en omgeving waar ik heb ervaren dat het op de fiets
altijd erger kan. Bovendien waren er meerderen in ons
groepje als gevolg van drank of anderszins niet
optimaal fit, wat er uiteraard ook toe bijdraagt
dat de kneuzenstatus wat minder zwaar op mijn schouders
drukt. Het rondje Bollenstreek van Rob2 begint verder -
bij daglicht althans - zo vertrouwd te worden als mijn
broekzak, dus alle voetangels en klemmen weet ik
inmiddels te vermijden. Al word je elke week weer
verrast door nieuwe hindernissen, zoals een Heineken-glastapijt ergens bij het Oosterduinsemeer waar
Teun - ook geen hinde, meer een knoestig damhert op weg
naar de bronstkuil - op zijn nieuwe fiets tegen de
eerste lekke band aanreed. Niettemin was ik zo vroeg
thuis dat ik achter de rest van het ontwakende gezin in
de rij voor de badkamer moest aansluiten. Zo heeft mijn
groeiend zelfvertrouwen op de atb ook zijn
schaduwzijden.
Donderdag
21 oktober
2010, Leersum
Het door dichters zo gloedvol beschreven
Hollandse rivierenlandschap vind ik op zijn mooist
tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen. Vooral als de
wind op de dijk stevig in je rug blaast, zoals vandaag.
Maar poëten halen hier ook op andere plekken hun
inspiratie, zo zag ik op het toilet van café-restaurant
De Engel in het voormalige Dorestad. Wie staand voor de
pisbakken schuin omhoog kijkt - en waar moet je anders
naar kijken, tijdens het urineren? - ziet het dak van de
kerk. Tenminste, als je 1.95 meter bent, zoals ik. Een
dichter in de groei schreef hier op de muur:
Op mijn tenen kijkend door het raam
een dak, een plompe toren -
langzaamaan
zie ik - reikhalzend naar het blauwe
zwerk
met elke halve meter groei meer kerk
zo raak ik met dit zicht op Wijk
vertrouwd
ook met De Engel - minstens net zo oud
de plek waar paap, agnost en calvinist
er ouwehoert en drinkt - en pist
(André van Zwieten)
Geef toe, het is tijdens het plassen een
beter tijdverdrijf dan een richtvlieg in de pot.
Alle familie-activiteiten die niet met
dichten of urineren te maken hebben,
Het is soms een zegen, maar vaak een
vloek: buienradar. Als het aan deze website - en in niet
geringe mate ook aan Erwin Krol - had gelegen, was onze
herfstweek al bij voorbaat verregend geweest. De
voorspellingen en radarbeelden zouden ons veilig bij de
warme kachel in de caravan moeten houden, ware het niet
dat we met het hardnekkige optimisme dat vakantiegangers
eigen is, net doen alsof we geen kennis hebben van
moderne meteorologie. En wat blijkt? Zolang je maar in
beweging blijft, glijden de meeste buien langs je
heen. Vanaf zaterdag- tot woensdagmiddag hebben we - in
de paar honderd kilometer die we in totaal hebben
weggetrapt - onderweg welgeteld drie keer een minuut of
tien voor de regen moeten schuilen. De laatste keer deed
ik dat onder de luifel van H&M in Arnhem, waar ik zo
bewegingsloos De Volkskrant op mijn Iphone stond te
lezen dat een mevrouw twee kleine meisjes aan mijn
voeten stalde. 'Blijven jullie hier maar even op mij
wachten', zei ze. Toen ik me bewoog, schrok ze
zichtbaar. 'O, ik dacht dat u een paspop was.' En geloof
het of niet, een paar uur later overkwam me bij de
Esprit - verveeld leunend tegen een kledingrek - precies
hetzelfde. Nee, dat heeft niks met buienradar te maken.
Maar je kunt er wel uit opmaken dat ik zelfs bij slecht
weer voor velen nog een stijlicoon ben.
Dinsdag
19 oktober
2010, Leersum
Met bakken kletterde het de hele nacht op
het dak van de caravan en de luifel. Zelfs het grasveld
voor onze sleurhut staat op sommige plaatsen blank en
het laat zich raden hoe de van vette klei opgebouwde
bospaden er bij liggen. Ideale omstandigheden om, bij
een opkomend zonnetje, de atb te pakken. Maar niet nadat
neef Raymon (22 jaar, inmiddels) van oma een zakje snoep
voor onderweg heeft meegekregen.
Ja, oma (74) - die op haar E-bike nog
heel behoorlijk uit de voeten kan - weet wel hoe ze van
mannen weer jongetjes moet maken. Want jongetjes zijn
we, als we met onze fietsen door de modder ploegen.
Eerst nog wat aarzelend, omzichtig om de grootste
plassen heen sturend, maar al gauw laten we elke schroom
varen. Het is vaak veiliger om dwars door een baggerpoel
heen te sturen. Het gevaar ligt aan de randen, waar
gladde boomwortels en ingesleten sporen je uit balans
brengen. En als de bagger eenmaal toch al tot aan je
kruin staat, heeft het om een waterpartij heen sturen
geen enkele zin meer.
De twee keer dat ik op mijn plaat ga,
is dat inderdaad een direct gevolg van voorzichtigheid.
Maar waar ik mezelf om bewonder, is de fabelachtige
techniek waarmee ik beide keren de goede kant op val:
niet in een decimeters diepe modderplas, maar op het min
of meer droge hellinkje ernaast. Het kost me alleen wat
moeite om degene die het campingwasje doet, daarvan te
overtuigen.
Maandag
18 oktober
2010, Leersum
Het is goed dat je niet bent gegaan, zei
mijn eega zondagmorgen toen ik het voornemen om op de atb te
stappen om mij moverende
redenen had laten schieten. Het was letterlijk filerijden op het
parcours. Vandaag kwamen neef Raymon en ik in het hele
Leersummer- en Amerongsebos, waar voor tientallen
kilometers aan mountainbikeplezier ligt, welgeteld één
andere fietser tegen en die reed nog de verkeerde kant
op ook. De door
Erwin Krol beloofde regen bleef op deze eerste echte
herfstvakantiedag uit en de bospaden lagen er - op een
aantal spectaculaire modderplassen na - mooi bij. Voor
Raymon op zijn gloednieuwe bike was het de eerste
kennismaking met een ander parcours dan het Noordwijkse
en hoewel ik - met mijn gebrekkige beheersing van de
fiets, angsthazengedrag en afschuw van het voortdurende
aanzetten en afremmen dat bij het atb'en hoort - niet de
meest gezaghebbende ben om dit te beoordelen, reed hij
alsof hij nooit anders heeft gedaan. Hij is explosief -
vooral (Amerongse) bergop - en dom genoeg om overal in
te knallen, waardoor hij op een bepaald punt ook op zijn
plaat ging. Helaas buiten het bereik van mijn camera.
Alleen gebrek aan techniek speelt hem nog parten, maar
op dat punt kan ook ik hem helaas niet meer bijbrengen
dan wat prietpraat: je stuur losjes vasthouden in mul
zand, het wiel zelf zijn weg laten zoeken, kont achter
het zadel in de afdaling en vooral actief op je fiets
zitten bij het door kuilen en over boomwortels denderen.
Mwah, als je het zo achter elkaar zet, weet ik er in
theorie nog best veel van.
Zondag 17 oktober
2010
Al jaren sleep ik een collectie
mountainbikes - en soms ook een racefiets - mee naar
onze vaste herfstvakantiecamping in Leersum. Maar in de
regel kom ik - op een enkel excuusrondje na - niet
verder dan mijn 'gewone' fiets. De reden? Te mooi weer.
De rest van de familie staat gewoonlijk al om 10 uur te
stuiteren voor mijn caravan omdat ze er de hele dag op
uit wil in een stralend najaarszonnetje en mijn
aanwezigheid daarbij - als reisleider, routeplanner en
sfeermaker - onontbeerlijk is. Dus maakte ik hier
vrijwel elke dag tochtjes van een kilometer of 60, met
een gemiddelde van nog geen 15 kilometer per uur, van
terras naar picknickplek. Maar deze herfstvakantieweek
wordt alles anders. Ten eerste staat neef Raymon vanaf
maandagmorgen te stuiteren voor mijn caravan omdat hij
zijn nieuwe mountainbike wil uitproberen op de
parcoursen die hier vlak buiten de camping beginnen. En
ten tweede: het wordt slecht weer. Het KNMI voorspelt
voor de rest van de week elke dag regen. Dodelijk voor
familie-uitstapjes op de fiets. Maar ideaal om lekker
met je bike door de bossen te rossen. Gisteren en
vandaag bleef mijn atb nog ongebruikt tegen de caravan
staan. Het weer was te mooi. Er moest sociaal worden
gereden. En een campingtafel met hapjes en drankjes
worden leeggemaakt.
Maar, zoals gezegd: vanaf morgen wordt
alles anders.
Dinsdag
12 oktober
2010
Het nachtbiken blijft voor mij rijden
tussen hoop en vrees. Aan de ene kant vind ik het
machtig mooi om, zoals vanavond, het parcours door de
Noordwijkse duinen op te zoeken, maar aan de andere kant
vind ik het ook verrekte donker om je weg te zoeken over
bochtige singletracks, boomwortels en kuilen. Zelfs al
baadt het pad voor mij bijna in het daglicht dankzij de
Sigma Powerled op mijn helm, de BBB Highpower en de
Sigman Evo op mijn stuur, dan nog speelt mijn
nachtblindheid me parten omdat alles om me heen
inktzwart is. Als (voortdurend) laatste man in het
groepje raak ik ook volkomen gedesoriënteerd als
nachtuil Rob2 ons over de onbetreden paden van de
Bollenstreek loodst: ik zou ergens in Noordwijkerhout
kunnen zijn, denk ik halverwege, maar ook ergens in de
Congo. Ik laat me pas weer van voren zien als we tussen
de campings van Noordwijk de eerste lantaarnpalen weer
tegenkomen en we over het duinpad naar Katwijk in één
rechte streep gas kunnen geven. Als ik mijn eigen straat
inrijd - die toch al gauw een paar honderd meter lang
is - klaagt mijn eega dat ik haar op de bank achter haar
laptop al een tijdje volledig heb verblind met de
feestverlichting die ik op mijn atb meen te moeten
voeren. 'Dat de politie je niet van de weg haalt',
moppert ze. Dat kan dus kennelijk ook: tevéél licht op
je fiets.
Maandag 11 oktober
2010
Er zijn leden die zich er hardnekkig
tegen verzetten, maar het wegseizoen loopt nu toch echt
op z'n eind. Tijd dus om - naast het rondrossen in de
modder op de atb - het maatschappelijk-culturele
programma van de Afdeling Wielersport van de IJVK vorm
te geven. Onze eerste excursie voerde vanavond naar Tacx
in Wassenaar, in het wielerpeloton hofleverancier van
met name bidons en fietstrainers in alle soorten en
maten, maar ook fabrikant van gereedschap en
fietsstandaards.
Het bedrijf maakt tijdens onze
trainingen onderdeel uit van een rondje Maaldrift, maar
van de leden was alleen Peter Meester er al een keer
binnen geweest. Hij was het dan ook die het contact
legde met directeur Peter Tacx, die ons
hoogstpersoonlijk rondleidde door de fabriek. Want dat
was in elk geval voor mij de grote verrassing: ik dacht
dat hier niet meer dan een magazijn was gevestigd van
waaruit in het Verre Oosten vervaardigde producten over
West-Europa worden gedistribueerd. Maar de onderneming
dreunt zelfs op deze maandagavond nog van de motoren en
robots die de eigen productielijnen gaande houden.
Veel onderdelen van de fietstrainers
en in elk geval alles op en aan een bidon - van houder
tot dop - worden in het uitgebreide Wassenaarse
bedrijfscomplex door beweeglijke Hitachi's en andere
ingenieuze machines in elkaar gesleuteld en geduwd. Rob1
stak niet onder stoelen of banken dat hij één van zijn -
hier niet met name te noemen - collega's van het Leidsch
Dagblad graag vervangen zag door zo'n robot. ,,Dit ding
werkt de hele dag en houdt ook nog z'n mond.'' Jazeker,
dat maakt hij in de praktijk wel anders mee.
Alles wat computergestuurd draait en
keert, mag zich in de warme belangstelling van een groep
kerels verheugen, en helemaal als het hier ook nog
fietsspullen betreft. Hierboven het wordingsproces van
een bidon: een machine spuugt een behoorlijk hete staaf kunstof uit een trechter die vervolgens in een mal de
juiste vorm krijgt. Een robot plukt het kant-en-klare
product even verderop van de lopende band. Daaronder:
een display met maar een kleine greep uit het enorme
assortiment. Tacx voorziet onder meer vijf
pro-Tourploegen van materiaal (voornamelijk bidons en
trainers).
De robots spugen vooral bakken met
onderdelen uit die elders in het bedrijf door vaardige
handen in elkaar worden gezet.
Vooral die assemblage en het inpakken
is mensenwerk bij Tacx. Uiteindelijk belandt de complete
productie hoog opgestapeld in een immens magazijn; een
plek waar een club racefietsers enorm hebberig van
wordt.
Op de eerste verdieping van het
Tacx-concern wordt gewerkt aan de virtuele wereld van
het fietsen. De fietstrainers kunnen tegenwoordig worden
uitgerust met geavanceerde computerprogramma's die het
mogelijk maken om alle grote toertochten of memorabele
beklimmingen thuis voor de buis na te fietsen. Het
bedrijf heeft mensen in dienst die overal in de wereld
routes op beeld vastleggen en maakt verder gebruikt van
Google Earth en andere applicaties om alles zo
natuurgetrouw mogelijk weer te geven. De toekomst ligt
waarschijnlijk in het fietsgamen: via de computer
rijden tegen tegenstanders over de hele wereld. Nog een
paar jaar, dan hoeft de Afdeling Wielersport in de
wintermaanden niet meer uit arren moede door de modder
te rossen, maar rijden we - hoog en droog op onze
zolderkamers - via het breedbeeldscherm tegen elkaar.
Allemaal dankzij Tacx, in Wassenaar.
Zondag 10
oktober 2010
Het is dit seizoen nog nooit
zo druk geweest op de zondagmorgen, glundert wegkapitein
Albert als ik tien seconden voor negen uur aansluit bij
de vijftien renners die al bij het clubhuis staan te
wachten. Een dag ervoor heb ik neef Raymon - sinds een
week in het bezit van een gloednieuwe atb - proberen uit
te leggen dat het nog veel te mooi weer is om te
mountainbiken, maar behalve hij denkt alleen het
bescheiden groepje dat vandaag de Bart Brentjes
Challenge in Limburg rijdt er anders over. Om mezelf te
straffen voor een week die vooral in het teken stond van
overvloedig wijngebruik en machtige spijzen - een paar
uur ervoor wankelde ik nog uit het Haagse restaurant
Viszooi, bekend van Herman den Blijkers 'Herrie in
de keuken' - ben ik op de fiets gestapt zonder ontbijt
voor een rondje van zo'n tachtig kilometer richting
Midden-Delfland. Vet verbranden!
Mijn disgenoot in Viszooi
- ook een (wat bedaagdere) fietsliefhebber - beklaagde
zich er zaterdagavond over dat hij vanuit Katwijk zo
vaak dezelfde rondjes rijdt. Ik heb beloofd hem het
inschrijfformulier voor de Afdeling Wielersport van de
IJVK te sturen, met het advies zich aan te sluiten bij
de groepen van Ton en Albert. Beide kapiteins -
vanmorgen zelfs op één schip - zijn meesters in het
uitstippelen van afwisselende rondjes die je doen
vergeten dat je in de drukke Randstad verkeert. Wie met
hen rijdt betreedt in de regel onbetreden paden. Zo zag
ik vanmorgen voor het eerst van mijn leven de
uitgestrekte campus van de Technische Universiteit Delft
en het parkgebied achter de Ikea in Delft. Daarvoor al
had Ton zich met een enkeling afgesplitst voor een nog
uitgebreider rondje inclusief appelpunt, maar wij reden
- al vet verbrandend - zonder koffiestop naar huis en ik
vandaar - na een snelle douche - rechtdoor naar moeders.
Die zette me twee imposante stukken appeltaart voor, als
een voorafje voor de copieuze zondaglunch die volgde.
Moeders - en zeker die van mij - hebben helemaal niks
met vet verbranden.
Dinsdag 5 oktober
2010
Het is weer wennen, voor de nachtdieren
in Hollands Duin en de Wassenaarse landgoederen. Jagende
uilen en loerende vossen zoeken een goed heenkomen als
vijftien bikers van de Afdeling Wielersport van de IJVK
het duister oplichten met hun led-lampen op sturen en
helmen. Konijnen blijven verstard zitten op hun
wildpaadjes, gevangen in de bundels van deze fietsende
prinsen van de duisternis, om op het laatste moment een
goed heenkomen te zoeken in het struikgewas. Enkele
tientallen seconden duurt het, dat de nacht even dag
wordt, het gezoef van brede noppenbanden de stilte
verscheurt. Dan daalt de rust weer als een zwarte deken
neer over de natuur. Of toch niet? Daar komen nog twee
amechtig hijgende bikers aan, wat onzeker hun weg
zoekend met hun nachtblinde ogen, turend naar de rode
achterlichtjes van hun in de verte verdwijnende maten.
Ja, dat zijn Jan Kralt en ik. Wij hebben nu alweer
heimwee naar de zomertijd.
Maandag 4 oktober
2010
Als Katwijker heb ik niet zoveel met
Leidens Ontzet. De redactie Duin- en Bollenstreek was
vandaag - op 2 redacteuren met (vermeend) Leids bloed na
- dus gewoon aan het werk in ons redactielokaal aan de
3e Binnenvestgracht 23. Maar omdat ons
bedrijfsrestaurant op 4 oktober - nu 3 oktober dit jaar
op een zondag valt, wordt Leidens Onzet een dag later
gevierd - de deuren gesloten houdt, moesten we wel even
de kermis op. Niet om, zoals in onze jongelingsjaren wel
gebeurde, de spectaculairste attractie op te zoeken om
een paar minuten van doodsangst te doorstaan. Nee, onze
- nou ja, ik geef het toe, mijn: - favoriete tent staat
tegenwoordig op nog geen honderd meter van het LD-pand.
Het is een originele braadworstenkraam zoals je die op
de betere Duitse braderieën aantreft met een roterend
wagenwiel vol vlees. Mijn 3 oktober is pas geslaagd met
een (broodje) braadworst van een halve meter. Al gebiedt
de eerlijkheid mij daaraan toe te voegen dat ik luttele
minuten later ook nog een broodje warme beenham en een
oliebol naar binnen werkte. En geloof me, voor je maag
voelt dat na afloop precies hetzelfde als een ritje in
de Superbooster.
Zondag 3 oktober
2010
Bij de dilemma's op deze vroege
zondagmorgen vallen die van het CDA-congres in het niet:
pakken we de mountainbike of nemen we met dit mooie weer nog een keer de
racer, die eigenlijk al in het wintervet staat?
Fietsmaat Rob1 - die had verwacht dronken te zijn
vanwege de 2 oktober-viering, maar zijn kroegavond door
regen zag afgelast - hakt uiteindelijk voor mij de knoop
door: we sluiten ons aan bij de groep Albert, die op de
racefiets een rondje Klein Giethoorn gaat doen. Bij het
clubgebouw blijken nog eens acht leden van de Afdeling
Wielersport datzelfde idee te koesteren; alleen Mart en
Peter vertrekken op de mountainbike naar het Noordwijkse
parcours en vandaar naar het Kopje van Bloemendaal. De
rest van de club haalt op de atb onmogelijke capriolen
uit op en rond de oude vuilnisbelt van Bergschenhoek.
Maar dat is mij vorig jaar slecht bekomen.
Het rondje Klein Giethoorn van Albert is
vooral uitgezet in het Groene Hart achter Zoeterwoude.
Bij het uitstippelen kijkt hij niet zozeer naar de
hoogste gemiddelde snelheid die op een traject kan
worden gehaald, maar staan fietsplezier en
landschappelijke schoonheid voorop. Een dag later kun je
het tochtje bij wijze van spreken ook met je vrouw en
een picknickmandje achterop rijden. Voor de enkele
A-rijders in het gezelschap is het een belevenis, om
eens een keer niet met 45 kilometer in het uur langs de
Ringvaart te razen, maar de dunne bandjes door de
schapenstront op het erf van boer Biet te sturen.
Veel van die schapenpaadjes zijn ook maar
een banddikte breed, en dankzij de hekken en bruggetjes
die moeten worden gepasseerd, krijgt de tocht halverwege
het karakter van een steeple chase. Een dag
eerder heb ik mijn racefiets al winterklaar gemaakt,
door de carbonwielen te vervangen door mijn reguliere
setje, voorzien van Continental 4Seasons-banden, bij
uitstek gemaakt voor barre omstandigheden. Maar een oude
crossfiets op Marktplaats aanschaffen was voor deze
tocht ook een optie geweest. Het ploegen door de stront
en het wachten voor hekjes en wildroosters komt het sociale
karakter van de rit ten goede: op één van de weinige
stukken waarop de gashendel wél kan worden opengedraaid,
raakt de kopgroep prompt de staart van het peloton
kwijt: bocht naar rechts gemist. Want op de ritjes van
Albert is het nooit van lange halen, gauw thuis.
Zelfs in de bijna-bewoonde wereld van
Voorschoten heeft onze wegkapitein nog een obstakel
ingebouwd: de op afstand bestuurde Vlietlandbrug wordt
op zijn onzichtbare teken schielijk opgetrokken als het
tienmanspeloton van de Afdeling Wielersport komt
aangedenderd. Bijna 70 kilometer staat er op mijn Garmin als ik thuis mijn racefiets de wasstraat in rijd.
Het gemiddelde van 26,9 kilometer in het uur hoop ik de
komende weken nog eens samen met mijn vrouw -
picknickmandje achterop - te verbeteren.
Zaterdag
2 oktober
2010
Veegpartij, concludeerde ik vanmiddag al
tijdens het inspelen van het team van Zoebas in
Zoetermeer. De mannen legden de ballen er wel erg
gemakkelijk in, hadden er een paar donkere spelers bij
lopen die het spelletje leken te hebben uitgevonden en
torenden gemiddeld een centimeter of dertig boven onze
jongens van Grasshoppers uit. De eerste periode leek
mijn voorspelling ook uit te komen. Binnen een paar
minuten stond het 15-4 voor de thuisploeg en mijn
gedachten gingen vanaf dat moment meer uit naar mijn
Iphone - waarop ik het CDA-congres volgde - dan naar het
restant van de wedstrijd. Maar wie schetst mijn
verbazing toen ik halverwege constateerde dat het 21-21
was. Waren wij nu zo goed? Of waren zij even diep
weggezakt? Het laatste, zo bleek in de derde en de
vierde periode. Daarin scoorden wij nog maar 8 punten en
een opnieuw ontketende tegenstander 37. En als je
allebei begint met 21 levert dat een einduitslag van
58-29 op. Kreeg ik toch nog een beetje mijn veegpartij.
Zondag 26 september
Al na een paar honderd meter weet ik dat
dit weer een zwaar mountainbikeseizoen gaat worden.
Vanaf het clubhuis steek ik met beide Robben (1 en 2)
parkeerterrein De Noordduinen over en sla rechtsaf het
paadje naar de top van de voormalige puinstort in.
Daarna een steile afdaling met behoorlijk mul zand, een
grindpad met diepe plassen, een trap, twee houten
poortjes en een lang stuk onverhard terrein langs het
ruimtevaartcentrum ESA, populair bij mountainbikers en
hondenliefhebbers die elkaar op de smalste plekken
moeten passeren. Daarna sluipdoor-kruipdoor naar het
atb-parcours door de duinen. Het hele voorjaar en de
zomer op mijn racefiets ben ik gedurende 8000 kilometer
welgeteld één keer gevallen en hier ga ik meteen drie
keer op mijn plaat. Eigen schuld, dikke bult. Had ik
maar wat actiever op mijn fiets moeten zitten. Niet te
klein moeten schakelen. Op de pedalen moeten gaan staan
waar het kon en moest.
Halverwege het eerste rondje stuit ons
drietal op Team Slootweg en later sluiten ook Arwin en
Simon zich bij ons aan, waarmee de Afdeling Wielersport
van de IJVK op deze mistige zondagmorgen toch een
behoorlijk atb-groep op de been brengt. Een beetje over
singletracks door bos en duin rijden is tenslotte het
mooiste wat er is. Maar waarom moet het allemaal zo
hard? Zelfs als ik als laatste het parcours opstuur en
mijn clubgenoten al snel uit het oog verlies, hijgen
nieuwe achteropkomers voortdurend in mijn nek of komen
met hun voorwiel tegen mijn rug tot stilstand als ik
weer eens in het zand hap.
Maar als ik de van vorig seizoen wat
weggezakte lessen van atb-trainer Oscar weer naar boven
haal en wat praktische tips krijg van Rob2, slaag ik er
zowaar in het tweede rondje over het parcours overeind
te blijven. Alleen bij de laatste steile helling met de
grove boomwortels moet ik even uit de pedalen omdat Team
Slootweg - van huisuit hardlopers, Karin won gisteren
nog de tien kilometer voor vrouwen bij de 'Halve van
Katwijk' - hier op het gemak naar boven wandelt. Het is
een instelling waar ik op zich begrip voor heb. Maar zo
leer ik het natuurlijk nooit.
Zaterdag
25 september
De shirtsponsor is dit seizoen een
sloopbedrijf (H.H. van Egmond uit Rijnsburg) maar het
zou in deze eerste wedstrijd net zo goed Borduurwinkel
'Steekje Los' kunnen zijn geweest. Tegen een zooitje
ongeregeld uit Waddinxveen - er was niet één speler met
een compleet tenue - verloor het team van mijn zoon
vanmorgen met 32-46. Toen ik bij de rust mijn opwachting
maakte in onze sporthal Cleijn Duin - net als vorig
seizoen weet ik nu al dat ik een hele wedstrijd niet ga
trekken - stonden ze met 20-27 achter. Twee normale
scores en een driepunter, zou je zeggen, dan staat het
weer gelijk. En daarna is de tegenstander rijp voor de
sloop. Maar daar zit hem nou net de kneep. De mannen
missen scorend vermogen. Het breekijzer ontbreekt. Als
nog geen kwart van de kansen wordt benut en de opponent
haalt 50 procent, loop je altijd achter de feiten aan.
Dan kun je hooguit op wilskracht nog wat forceren. Maar
dit team is (nog) geen tienmansdestructiebedrijf.
Donderdag
23 september
Er zijn talloze toeristen die, eenmaal
thuis, in dezelfde fout vervallen. Ze schaffen bij de
lokale supermarkt een kartonnen pak sangria aan en
denken dat die precies hetzelfde smaakt als op dat
terrasje in Calpe, bij een graadje of 34 in de schaduw.
(Hetzelfde geldt voor ouzo, raki of welk ander
vakantiedrankje dan ook.)
Maar aangezien niets menselijks mij vreemd is, reed ik
deze week ogenblikkelijk naar de slijterij van de Digros toen mij
ter ore kwam dat daar bijzondere verpakkingen Guinness lagen
uitgestald. Mooie tonnetjes met zes halve liter blikken
waarin een gepatenteerde vinding ligt opgesloten: een
koolzuurcapsule die zijn inhoud vrijgeeft zodra je het
lipje van het blikje trekt. Het resultaat is een
schuimlaag die welhaast nog romiger is dan wanneer je
Guinness van de tap drinkt. Het glas dat in het midden
van het (kar)tonnetje zit, is in elk geval mooier dan
het exemplaar waarin de Ierse godendrank ons enkele
maanden geleden in de
thuishaven - The Guinness Storehouse in Dublin - werd geschonken.
Of het hier in Nederland tegenvalt? Dat laat ik over twaalf blikken
weten. Maar het begin is veelbelovend.
Woensdag
22 september
Voor onze eerste avondrit over het strand
zijn we welgeteld twee seconden onderweg als ik achter
me een doffe klap hoor. Menno en ik hebben - de lessen
van trainer Oscar van vorig jaar nog in het achterhoofd
- op de afrit naar het mulle zand nog wat versneld, wat
lichter geschakeld en laten het stuur zelf zijn weg
zoeken in de uitgesleten sporen. Rob4 - ja, die hebben
we ook: Rob Lagendijk - ziet ons alleen gas geven en zet
ook aan, op zijn splinternieuwe mountainbike die nog
ruikt naar de showroom. Zodra zijn voorwiel zich in de
eerste kuil boort, schiet hij met zijn voeten uit
allebei de pedalen, maakt een mooi boogje door de lucht
en ploft als een zak aardappelen op de grond. Welkom in
de wondere wereld van het strandbiken!
Eenmaal aan de vloedlijn zijn de
omstandigheden een stuk beter. We (een select gezelschap
dat behalve uit Menno, Rob4 en mezelf ook uit Peter
bestaat) rijden richting Noordwijk en vandaar naar de
Langevelderslag, in een mooi avondzonnetje tussen
wandelaars, ruiters en loslopende honden, die veel te
druk zijn met hun balletjes en met elkaar om ons naar
het leven te staan. We springen over zwinnetjes,
ontwijken geulen en laten ons insluiten bij een brede
doorgang naar zee, maar weten het over het algemeen
redelijk droog te houden.
Wedstrijdje doen?, vragen een paar jonge
meiden als ze hun paarden bij het passeren de sporen
geven. Ja, op het strand heb je als atb'er zo verkering.
De dieren blijken op de korte baan een stuk sneller dan
onze fietsen, maar wij beschikken over meer 'ausdauer',
zoals de Engelsen dat zo mooi kunnen zeggen. Een
kilometer of vijf na Langevelderslag - door de
avondnevel kunnen we Zandvoort net niet zien liggen -
keren we om en rijden terug naar Katwijk. Met een windje
in de rug en een zonnetje dat aan de rechterkant rood in
zee zakt is het geweldig rijden op het grootste
offroad-parcours van Nederland dat op een steenworp
van ons clubhuis begint. De hele zomer had ik er niks te
zoeken, maar deze winter word ik een strandmens.
Dinsdag
21 september
De deadline voor mijn column in het
basketbalblad The Rebound heb ik gisteravond weer op het
nippertje gehaald, dus kan ik met een gerust hart mijn
stukje van vorige maand op deze site plaatsen. Het heeft
tenslotte nog raakvlakken met wielrennen ook:
Nee, ik ben geen ezel. Dus heb ik er het
volste recht toe mij ook voor de tweede keer aan
dezelfde steen te stoten. Nadat eerder de Nintendo Wii
als het zoveelste elektronische gadget van het
verlanglijstje van onze zoon (die toen 12 werd) was
afgevoerd, opperde ik voorzichtig: ,,Wat denk je van een
racefiets?'' Hij kauwde even op het gegeven, knikte toen
bedachtzaam en sprak, een beetje aarzelend nog, de voor
mij heilzame woorden: ,,Ja, dat is misschien ook wel
leuk.'' Terwijl in de verte de echo van de uitroep van
mijn eega wegstierf ('Kan hij niet op de fiets van zijn
zus, die op zolder staat weg te roesten?'), was ik -
wapperend met mijn pinpas - al op weg naar de
fietsenspeciaalzaak.
In de tijd dat Katwijk nog geen eigen fietsclub had, zag
ik mijn koters met lede ogen naar basketbal gaan. Mooie
sport hoor, daar niet van. Maar het is geen fietsen.
Hoewel de makers van Peijnenburg er met hun karikaturale
reclame-uitingen alles aan doen om dat beeld kapot te
maken, geloof ik nog steeds heilig in een van generatie
op generatie doorgegeven passie voor de wielersport. Bij
mijn dochter lukte dat pas op haar veertiende toen ze,
geplaagd door blessures en het ontbreken van heilig
vuur, de basketbal met een grote boog in de wilgen
schoot. Het was nog een heel gedoe om voor haar
puberlijf (uitzonderlijk lange benen, betrekkelijk korte
romp en armpjes) een geschikte fiets te vinden, maar bij
het Belgische Ridley draaien ze hun hand niet om voor
maatwerk.
En er komt een dag, houd ik mijn eega
voor in de bijna vier jaar dat deze investering staat
weg te kwijnen op onze zolderkamer, dat dit zich gaat
uitbetalen in snelle koersen, adembenemende bergritten
en machtige eindsprints.
Twaalf is natuurlijk ook een betere leeftijd om een
fundament te leggen voor een wielerleven. De tijd en de
geesten zijn er rijp voor. Basketbal, ik zei het al
eerder, is een mooie sport. Korte competities en lange
zomervakanties waarin mijn zoon alleen maar voor de
computer hangt. Fietsen zal hij! En ja, natuurlijk zou
ik eerst gaan voor een tweedehands, maar ook zijn lijf
in de groei vraagt eigenlijk om maatwerk dat alleen in
de fabriek te krijgen is.
Twee jaar verder zijn we inmiddels en
vorige week zag ik op de fietscomputer op zijn stuur dat
hij er in totaal 18 uur op heeft gereden. Net iets meer
dan vijfhonderd kilometer. Dit jaar is het er helemaal
niet van gekomen omdat zijn basketbaltrainer het wel een
goed idee leek om in de zomermaanden aan
conditietraining te blijven doen.
En ja, waarom zou je dan nog gaan
trappen, vond mijn zoon?
Een net afgestudeerde psycholoog met het
postuur van mijn nu veertienjarige nazaat heeft de
racefiets voor een luttel bedrag van Marktplaats
geplukt.
Het basketbal heeft gewonnen.
Maar ik geef het nog niet op.
Zondag 19 september
Het serieuze vermoeden rijst dat
www.buienradar.nl
wordt gemanipuleerd door het AtdW (Actiecomité tegen de
Wielrennerij). De regenwolken die op zondagmorgen in
alle vroegte digitaal op ons af worden gestuurd, moeten de
fietsers ertoe verleiden zich in de echtelijke sponde nog eens behaaglijk tegen
de weke delen van Kaap Kont aan te schurken. Slechts
vier renners van de Club van Honderd van de Afdeling Wielersport
verkozen vanmorgen het ongemak van het harde zadel en bij het negen uur-gezelschap van Albert was
de opkomst niet veel beter. Op onze route Delft, Schipluiden, Maassluis, Hoek van Holland moesten we
welgeteld drie druppels incasseren. Want net zoals
blaffende honden (vaak) niet bijten, zo hoeft het uit
dreigende luchten ook niet te regenen.
Wel stond er nog een straffe
zuidwestenwind, wat in het selecte groepje vooral op de
heenweg tot het uiterste puntje van de Nieuwe Waterweg
herhaaldelijk
tot een zeker gekreun leidde als de teller naar de 35 in
het uur ging. Ja, zelfs bij Ringvaartbeul
Teun, al gooide die zijn spierklachten aanvankelijk
vooral op het potje zaalvoetbal dat hij eerder in de
week had gespeeld. Maar bij het opdraaien van het
duinpad naar Scheveningen wilde hij wel bekennen dat het
lange wegseizoen hem eveneens begint op te breken.
Alleen de man met drie weken zalig nietsdoen in Ierland
in de benen oogde nog fris en fruitig (dank u). Op het
moeilijkste deel van de rit door het vlakke Westland
haalden we twee Hagenaars in die zich bereid toonden mee
te draaien in ons molentje. En na de koffie met
appelpunt in de Torpedoloods kwam de ultieme beloning
voor hen die niet vielen voor de misleiding van
www.buienradar.nl:
met 40 in het uur en windje mee op weg naar huis.
Woensdag
15 en donderdag 16
september, Ventron (Vogezen)
Op de terugweg van Ventron naar Katwijk
wordt de weemoed over ons voortijdige vertrek - de
plicht roept ons weer naar de werkvloer - even naar
achteren gedrongen voor een moment van vrolijkheid.
Zelfs nu er op deze woensdag zes van de achttien
fietsers de thuisreis moeten aanvaarden, slaagt de
resterende groep HTWV'ers er niet in om bij elkaar te
blijven. Bij een tussenstop in een restaurant in
Luxemburg verschijnt er een sms'je op mijn Iphone:
Dick, sms Rob Onderwater zijn 06 svp. Hij heeft ergens
een verkeerde afslag genomen. Groet, Harold.
We hebben onze tassen gepakt als de groep
zich opmaakt voor een rit over onder meer de Grand
Ballon en de Ballon d'Alsace. Als het weer het toelaat,
tenminste, want de buienradar voorspelt niet veel goeds.
In de auto bereikt de regen ons al ter hoogte van Epinal
en zeker twee uur rijden we met de ruitenwissers aan
door de hoosbuien die langzaam naar het zuiden zakken.
Slecht weer voor de mannen op de fiets, maar voor ons
maakt dit het missen van de woensdagrit er toch een
beetje draaglijker op. Bijna jammer dat er voor de
donderdag weer mooi weer is voorspeld... Tegen die
onchristelijke gedachte vechten we de resterende 500
kilometer naar huis.
Een rondje door onze gîte van het ontbijt tot het diner,
de nazit bij de houtkachel en het avondvermaak:
snookeren, flipperen of tafeltennissen op zolder, en
zwikken, klaverjassen of voetbal kijken op de
benedenverdieping.
Dinsdag
14
september, Ventron (Vogezen)
Als je gewend bent om alles op vakantie
zelf uit te zoeken, is het een verademing om eens een
keer een dagje bustoerist te mogen spelen. Lekker achter
de leiding aansjokken, verstand op nul, afgezet worden
op mooie toeristische plekjes en op tijd worden voorzien
van je natje en je droogje. De mannen van de HTWV laten
de racefiets na drie dagen in het zadel even in het
schuurtje staan en maken een wijnreisje naar de Elzas.
De tocht loopt via Munster - waar nog een vertwijfelde
poging wordt gedaan om onze portemonnee met 500 euro
terrasgeld boven tafel te krijgen maar op het
politiebureau weten ze van niks - en vandaar rijden we
het verduitste deel van Frankrijk in. Maar uiteraard
niet nadat we elkaar - geheel in HTWV-traditie - op de
weg naar Ribeauville zijn kwijtgeraakt. Na de hereniging
onder koffie met frambozenpunt gaan we op zoek naar een
domaine waar ze achttien fietstoeristen een rondleiding
willen geven en vervolgens bereid zijn om enkele van hun
verfijnste wijnen aan dit gezelschap te schenken.
Bij Du Moulin de Dusenbach willen ze het
er, na de lunchpauze die tot twee uur duurt, wel op
wagen, maar de wijntjes van Bernard Schwach komen op ons
wat zwakjes over. Te laf, te zuur, te weinig
uitgesproken luidt het oordeel van het kennerspanel,
waarna het verder gaat naar een wederverkoper in
Sigolsheim waarmee reisleider Jan Pep in het verleden
goede ervaringen heeft opgedaan. Aan de toog van het
winkeltje laten we ons dit keer de wijnen van
Meyer-Krumb uitbundig smaken en na het zoveelste glaasje
laat ik het oog vallen op een Gewurztraminer uit 2008,
die met recht het predicaat Alsace Grand Cru Mambourg
mag dragen. Daar gaat een doosje van mee naar Katwijk.
Het dagje uit wordt besloten met een Elzasser maaltijd
op een terras in toeristenfuik Kaysersberg, waar de
Sauerkraut mit Eisbein wordt weggewerkt onder de klanken
van een straatsaxofonist die zijn middle of the
road-wijsjes voor de eerste keer begeleid weet door
achttien uitbundig met Riesling gesmeerde keeltjes. Ook
de argeloze voorbijganger in een blauwgeruite kiel en
een rode zakdoek om de hals zal het zich nog enige tijd
heugen dat hij vanaf het terras wordt getrakteerd op de
meezinger: Ik ben boer Teun en ik loop in de steun en
ik hou van porno... Ja, de mannen waren vandaag echt
een dagje uit.
Maandag
13
september, Ventron (Vogezen)
Wat mij destijds als eerstejaarslid van
de HTWV van het fietsweekeinde in 2009 is bijgebleven,
is de verwarring. Over de route, de positie van de
verschillende renners, vermeende pechgevallen, de plek
van de bus, de keuze van de koffietent, ja, over alles
eigenlijk. Om te zeggen dat ik daarin de eerste twee
dagen van deze jubileumweek 2010 teleurgesteld ben, is
wat teveel gezegd. Maar de echte grote verwarring bleef
uit. Tot vandaag dan.
Vanuit onze gîte is het zo'n 200 meter
naar de top van de Col d'Oderen en daarna is het een
stief kwartiertje afdalen naar Kruth, waar we op elkaar
zullen wachten. In die, zeg een half uur, slagen we erin
zo'n vijf van de achttien renners kwijt te raken. Twee
blijken er halverwege teruggegaan omdat ze hun
hartslagmeter zijn vergeten, een derde krijgt pech, een
vierde raakt aan de schijterij en besluit toch maar
thuis te blijven en de vijfde blijft ergens in die
afdaling op de nummers 2, 3 en 4 wachten. Van enige
communicatie met de bus - waarvan de bemanning de andere
kant op is gereden om te pinnen - is geen sprake. Maar
de verwarring is elk geval compleet bij het tiental dat
in Kruth staat te wachten indachtig het voor vandaag
opnieuw bekrachtigde motto: bij elkaar blijven.
Bij het op elkaar wachten - wat overigens
nooit langer dan tien minuten lukt - vervult de HTWV-bus
een sleutelrol. Het is het verzamelpunt voor een peloton
dat volledig losgeslagen door de Vogezen trapt. Uit deze
rijdende doos van Pandorra komt bovendien een nooit
aflatende stroom cola en water, schijven meloen en
bananen en het voertuig fungeert tevens als opslagplaats
voor in de loop van de dag overtollig geworden
kledingstukken en uiteraard als bezemwagen voor
opgeveegde coureurs. Maar ook vanuit deze bus slaat
vandaag de verwarring toe als we - gps en routekaartjes
ten spijt - op cruciale punten de verkeerde kant op
worden gestuurd.
Het is een wonder dat we uiteindelijk
toch - met een halve groep - in Gérardmer geraken, waar
opnieuw de verwarring toeslaat omdat hier kan worden
gekozen tussen een lange en een korte route naar huis.
De bus hebben we ergens in het stadje van ons afgeschud,
een deel van de renners is al eerder afgeslagen richting
de avondbarbecue en na ampele discussies kiezen alleen
Rob2, Tonnie en ondergetekende voor de lange variant
(108 kilometer) terug naar Ventron. Om onszelf te
belonen voor deze extra inspanning zoeken we in La
Bresse een mooi terras en een groot glas witbier op, om
bij thuiskomst te constateren dat de groep van de
verkorte route bij het versterken van de inwendige mens
ook niet heeft stilgezeten. Dat is namelijk één van de
weinige onderdelen van het HTWV-kamp waarover in dertig
jaar nog nooit enige verwarring heeft bestaan.
Zaterdag
11 en zondag 12
september, Ventron (Vogezen)
Er zijn duistere krachten aan het werk om
de jubileumweek van gelegenheidsclub HTWV (Hijgend
Trekken Wij voort) tot een debacle te maken. Werden we
eerder als gevolg van een zwakke rug beroofd van onze
chefkok en vinoloog Leo - Kees voor intimi, maar dat is
een lang verhaal - op weg naar de Vogezen dreigen we ook
heel even onze complete (en imposante, mag ik wel
zeggen) voorraad drank en voedsel te verspelen doordat
de aanhangwagen van Rob2 bij honderd kilometer per uur
een klapband krijgt. Met kunst-, vliegwerk en veel
rookwolken wordt de combinatie min of meer heel aan de
kant gezet, maar dat betekent geenszins een eind aan
onze tegenspoed. Een dag later raakt een zojuist
volgepinde portemonnee - vooral bedoeld om
terrasconsumpties af te rekenen - op mysterieuze wijze
verloren na verwarring omtrent (wederom) een lekke band.
Een fietsband, dit keer. En dan is deze jubileumweek nog
maar twee dagen op streek.
Maar, en zo mogen we het ook bekijken,
daarmee heb ik alle onheil tot op heden in één alinea
kunnen samenvatten. Verder loopt alles hier op
rolletjes, in de sfeer van geoliede chaos die al dertig
jaar lang de HTWV-reizen kenmerkt. De functie van
chef-kok en koksmaat zijn moeiteloos overgenomen door
respectievelijk Rob1 en Rob2, en ook anderszins komen we
voor welk huishoudelijk karwei dan ook geen handjes
tekort. Zelf beschouw ik in dit onnavolgbare samenspel
van alle hens aan dek het 'Niet in de weg lopen' als
mijn grootste kwaliteit.
Het lijkt, na het bovenstaande, een
bijzaak, maar we komen hier vooral om te fietsen. Nadat
reisleider Jan Pep zijn bus met twee magnetische platen
en een enkele sponsbeweging weer officieel tot
bezemwagen heeft verklaard, maken we zaterdagmiddag al
onze eerste verkenningsronde van een kleine vijftig
kilometer met tenminste twee serieuze colletjes, de Col
de Bramont (956 meter) en de Col de Oderen (951 meter).
De laatste komen we nog wel vaker tegen, want net achter
de top ligt onze Gite voor 25 personen. En - ook
traditie - binnen het half uur moet Jan Pep in zijn rol
van wegkapitein al de eerste krachttermen, gevolgd door
een donderspeech, uit de kast halen omdat de groep zelfs
op het relatieve vlakke gedeelte van de rit door enkele
onverlaten aan gort wordt gereden.
Nadat aan de voet van de eerste col
eenmaal het sein 'vrij rijden' is gegeven, zitten we
binnen twee uur en na bijna duizend hoogtemeters in de
tuin aan het herstelbier, staat na vier uur de
avondpasta op tafel en ligt iedereen na zes uur onder de
klamme lappen aan moeder de vrouw te denken. Ja, dat is
fietsrock-'n'-roll, mensen.
Ook fietsrock-'n'-roll: de volgende
ochtend keurig om half negen aan het ontbijt. De tijd
van hoeren en snoeren ligt ver achter ons in de
dertigjarige geschiedenis van de HTWV. De eerzame
huisvaders van nu zitten om half tien op de fiets voor
de eerste grote ronde: 115 kilometer en bijna 2500
hoogtemeters over onder meer de Petit Ballon (1272
meter) en nog zo'n lelijk ding met kilometerslang een
stijgingspercentage van 10 tot 12 procent dat luistert
naar de naam Col de Plasserwasser of Wasserplasser, daar
wil ik vanaf zijn.
Onder de indruk van de woorden van Jan
Pep - die de avond daarvoor 30 jaar HTWV in een
hilarische toespraak heeft samengevat - wordt er het
eerste uur in opnieuw schitterend weer gecontroleerd
gereden, waarna het in de aanloop naar de Col de la
Schlucht (1138 meter) ieder voor zich is richting
Munster. Hier vallen we met onze neus in de cultuur met
de grote C: het jaarlijkse Waldhoornblazersfestival, of
in elk geval iets wat daar alle schijn van heeft. Het
verleidt in elk geval Rob1 ertoe om even zijn partijtje
mee te blazen, wat dan weer cultuur met een hele kleine
c oplevert.
Ook geheel in HTWV-tradities slaat
kort na Munster de verwarring over de te volgen koers
toe, maar dat is in de aanloop van de Petit Ballon
slechts een kort moment. Op meerdere manieren is dit
jaar gepoogd te voorkomen dat we de weg en elkaar kwijt
raken: de tochten zijn uitgestippeld via GPS, maar staan
ook op papier en - een cadeau voor alle leden ter ere
van het jubileum - op een ingenieuze
Knooppuntenroutekaarthouder die een enkeling zonder
schaamtegevoel inderdaad op zijn stuur heeft gemonteerd.
Niettemin slaagt Peter P. erin om op die Ballon -
volgens velen één rechte streep naar de top - in zijn
eentje ergens op een onverhard pad te geraken. Ook dit
voorval mogen we gerust plaatsen in de rijke
HTWV-historie. (Wordt vervolgd.)
Vrijdag
10
september
In de dertigjarige geschiedenis van
gelegenheidsformatie HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort)
ben ik slechts een nietig pluisje. Derhalve voelt het
als een bijzondere eer dat ik het jubileum van dit
eerbiedwaardige gezelschap renners uit Oegstgeest en wijde
omstreken mag meebeleven. Normaal beslaan de jaarlijkse
uitjes van HTWV een lang weekeinde. Dit keer is voor een
hele week een huis (linksboven op de foto, vermoed ik)
afgehuurd in de Vogezen. Dat wil niet zeggen dat
iedereen ook een week aanwezig is. Geheel indachtig het
vrijblijvende karakter van de club vertrekt het overgrote deel op
zaterdag naar Frankrijk, maar gaan de eersten al op
dinsdag weer terug. Daarna een groep op woensdag. En
wellicht ook nog op donderdag of vrijdag. Daarentegen
vliegen er
op dinsdag en woensdag nog mensen aan in deze duiventil. Zelf verwacht ik
op woensdag naar huis te moeten omdat de situatie
bij mijn werkgever daar om vraagt. Maar zodra zich een
opening voordoet om langer te blijven, zal ik die
met beide handen aangrijpen. Want behalve door het
fietsen is het samenzijn met HTWV zo aangenaam omdat er
volop aandacht is voor die andere belangrijke zaken in het
leven, zoals daar zijn: uitgelezen wijnen en bijzondere
spijzen. Daarom hakt het uitvallen van onze vaste kok
Leo (net als ik door zijn rug gegaan, maar hij kan
kennelijk niet bogen op legerervaring) er deze week zo
hard in. Niettemin heb ik alle vertrouwen in zijn navolgers, al wordt de roep om mijn fameuze vislasagne
(dit keer voor 25 personen) luider. Tot mijn
laatste snik zal ik blijven roepen dat ik een
geheel verzorgde reis dacht te hebben geboekt.
Dinsdag 7
september
Eigenlijk was het een doorsnee
trainingsavond voor de Afdeling Wielersport van de
IJsclub Voorwaarts Katwijk. Een rustig ritje, zou het
worden, maar al binnen drie kilometer reden we met 38
kilometer in het uur tegen een straffe noordoostenwind
in. Business as usual. Wegkapitein Albert die
zich de afgelopen maanden met veel noeste
trainingsarbeid heeft opgewerkt van de D-tjes, de C-tjes
naar de B-tjes en het nu ook een keer bij de A-tjes
wilde proberen, haakte halverwege hoofdschuddend af. Zo
hoefde hij ook niet mee te maken dat het spel langs de
Ringvaart pas echt op de wagen ging toen we een klasbak
van de
Noordbikers
inhaalden, die na deze vernedering prompt wilde laten
zien hoe hard hij wel niet kon fietsen. Nou, niet harder
dan wij, zo bleek. Maar wat de rit toch tot een
bijzondere maakte, was het feit dat dit eigenlijk de
laatste keer was dat we dit wegseizoen met goed fatsoen
nog een avondrit op de racefiets konden maken. Tegen 20
uur begon de schemering in te vallen en rond half negen
was het gewoon donker. Was ik even blij met de
led-lichtjes die ik deze week voor 1,06 euro (!) per set
bij de Action heb aangeschaft.
Zondag 5
september
Amechtig hijgend voor de slagbomen van
een ophaalbrug die ons even een moment van rust gunt,
spreekt clubfilosoof Mart opnieuw behartenswaardige
woorden: 'Als je nu nog goed bent, heb je het seizoen
verkeerd ingedeeld.' Bij de mannen van de Club van
Honderd begint er, na al die maanden fietsen, wat sleet
op te komen. Niettemin wordt er nog heel behoorlijk
gereden, op ons rondje Spaarnwoude onder leiding van
wegkapitein Rob2, befaamd om de haakse bochten die hij,
liefst zonder enige waarschuwing vooraf, als een haas op
de vlucht maakt. Maar ook vandaag voert hij ons weer
over mooie, nooit eerder betreden paden op en rond de
voormalige vuilnisbelt van Spaarnwoude, waar het lijkt
alsof de Inca's er hun sporen hebben nagelaten. Mijn
eigen problemen op de fiets zijn van andere aard. Na
zoveel weken rust (door mijn vakantie in Ierland, zware
regen op trainingsavonden en recente rugklachten) is het
niet de vermoeidheid na een lang seizoen die mij parten
speelt, als wel het gebrek aan ritme. Toch valt het me
niet tegen, op dit rondje van ruim honderd kilometer dat
met een gemiddeld van bijna 32 in het uur wordt
afgeraffeld. De rug houdt het goed, de benen zijn niet
slecht en de moraal keert - als gevolg van een
combinatie van die eerste twee factoren - weer terug.
Kortom, het ziet er naar uit dat ik mijn seizoen
helemaal verkeerd heb ingedeeld.
Zaterdag
4 september
Zonder die gekken van de Afdeling
Wielersport van de IJVK kun je nog eens een beetje
toeristisch fietsen. De tijd nemen om te genieten van
wat er om je heen gebeurt. Of je fiets even neerzetten
bij een publieksevenement, zoals het internationale
zandsculpturenfestival op de Noordwijkse Boulevard. Het
rondje was bedoeld om te testen of m'n rug het hield op
de racefiets, voordat ik morgen mijn opwachting maak bij
de Club van Honderd (kilometer). Een voorlopige
conclusie? Zolang het morgenochtend een beetje
toeristisch gaat, voorzie ik geen problemen. Maar daar
zullen die gekken wel anders over denken.
Vrijdag 3 september
Niet alleen lichamelijk ga ik krakend en
kreunend door het leven, ook materieel heb ik betere
tijden gekend. Ik geloof niet dat er eerder een
wielerseizoen is geweest dat ik zo vaak met een lekke
band heb gestaan. Zelfs in een week dat ik noodgedwongen
niet op de racefiets zit, blijft het me niet bespaard.
De dikke Schwalbe Big Apple's die mijn dochter een
beetje zwaar vond rijden onder haar van mij overgenomen
Trek, verving ik woensdagavond door
twee snelle slicks die ik al een tijdje in de schuur heb
hangen. Een heel tijdje, zo bleek, want tijdens een
proefrit naar de andere kant van het dorp - waar ik een
bijeenkomst in het sponsorhome van Quick Boys bezocht -
voelde ik de achterband al behoorlijk over het wegdek
hobbelen. Maar pas bij het verlaten van het sportpark
Nieuw Zuid bleek de binnenband over zo'n veertig
centimeter uit elkaar geknald. Heel vaak
heb ik dit seizoen al beweerd dat het gezegde 'Als je
goed bent, rijd je niet lek' absoluut niet op mij van
toepassing is. Maar ik kan er niet langer omheen. Dingen
moeten worden gezegd. Voor anderen was het al duidelijk,
maar nu weet ik het zelf ook: Ik ben helemaal niet goed.
En iedereen die woensdagavond, op die vijf kilometer
naar huis, een onder rugklachten en een rugzak krom
gebogen mannetje naast een fiets met een over de velg
voortslepende achterband heeft zien strompelen, zal het
kunnen beamen.
Woensdag
1 september
Oppassen dat dit geen oude mannen-log met
bijbehorende kwalen gaat worden, maar voor wie hier na
de dinsdagavondtraining een vrolijk verslag van een
fietstocht verwacht, heb ik toch één en ander uit te
leggen. Na mijn worsteling op zondagmorgen met een immer
lekkende kraan, ga ik nog steeds kromgebogen als een
Oost-Europees takkenvrouwtje door het leven. Ondanks de
Voltaren K en de BioFreeze waarvan een collega van de
Bedrijfshulpverlening mij heeft voorzien. De
vergelijking met het takkenvrouwtje is overigens niet
helemaal accuraat. Als ik eenmaal een tijdje loop, zoals
op bovenstaande afbeelding is te zien, lijkt alles zo
goed als normaal. Maar al na enkele ogenblikken achter
een beeldscherm zakt mijn ruggengraat en het omringende
spierstelsel geleidelijk in elkaar en moet ik elke keer
weer door een evolutieproces heen om normaal rechtop te
lopen. Daarbij mag ik graag geluiden maken, om lucht te
geven aan mijn algehele staat van onwel bevinden. Na één
dag met de auto naar werk te zijn geweest, verplaats ik
mij nu weer per rijwiel. Niet van harte, overigens,
zeker nu de beugel van mijn zadelrugzak is afgebroken en
ik het ding weer - tijdelijk, mag ik hopen - op mijn
(jawel) rug moet dragen. Het is de enige onderbreking in
een zittend bestaan. Na elke vijftien zinnen op mijn
toetsenbord - nu
dus even - sta ik krakend en kreunend op, maak een
geleidelijk aan steeds minder krom rondje om de tafel of
een ladenblok, en eindig weer voorovergebogen voor mijn
beeldscherm. Leve de vooruitgang!
Maandag 30
augustus
Behalve
bewondering voor zijn vakmanschap en zakelijk inzicht
heb ik niet zoveel met André Rieu. Maar toch stond ik
afgelopen week wat langer stil bij zijn reden om twee
concerten in de Amsterdam ArenA wegens ziekte af te
gelasten. Zoiets doe je niet zomaar, als je voor elk
optreden een compleet kasteel laat optrekken. André en
ik zijn niet vaak ziek. In de 25 jaar dat ik bij het
Leidsch Dagblad werk, heb ik me welgeteld één keer
vanwege een lichamelijk ongemak moeten afmelden. Rieu
heeft in 32 jaar wegens ziekte nog geen concert laten lopen. De eerste en enige keer dat ik ziek werd,
was ik met mijn twee (toen nog heel jonge) kinderen
(mijn vrouw was aan het werk) naar mijn vaders
verjaardag. Na één Westmalle Triple werd ik duizelig,
wat opmerkelijk snel is, zelfs voor een zwaar Belgisch
biertje. Bij mijn gang naar het toilet moest ik me aan
de muur van de gang vasthouden omdat alles om me heen
begon te golven. Kruipend haalde ik het bed van de
logeerkamer, waar een opgeroepen arts een virusinfectie
op het evenwichtsorgaan constateerde. Twee weken heb ik
op bed gelegen, als een zeeziek bemanningslid van de
Guppie in zware storm. André heeft het nu ook. In
gedachten zie ik hem naar het toilet wankelen omdat hij
zichzelf niet overeind kan houden. Als hij zijn ogen
open heeft, draait de slaapkamer langzaam in het rond,
op de maat van één van zijn walsjes. Bij mij duurde het
twee weken en eigenlijk zijn de incidentele duizelingen
daarna nooit helemaal weggeweest. Elke keer als André
straks zijn hoofd scheef houdt om zijn viool onder zijn
kin te schuiven, moet je niet gek opkijken als hij even
staat te wankelen op zijn benen. En, als André en ik
lichamelijk ongemakken blijven delen, heb ik nóg
een onaangename verrassing voor hem. Bij het vervangen
van een kraanleertje ben ik gisteren op een
verschrikkelijke manier door mijn rug gegaan. Bel een
loodgieter, André. Voor het geld hoef je het niet te
laten.
Vrijdag 27
augustus
Fotograferen vanaf de fiets gaat me
inmiddels wel aardig af. Mijn waterdichte en shockproof
Olympus zit voor het grijpen achterin mijn wielershirt
en alle instellingen kan ik blindelings vinden. Het
enige probleem wordt zo langzamerhand, na vele
tientallen trainingsritjes, het kiezen voor originele
invalshoeken. Deze foto vond ik, met straffe wind tegen
op kop rijdend van een groep langs de Leidsevaart tussen
Voorhout en Lisse, nog wel aardig. Tijdens het trappen
de camera achterstevoren op mijn helm zetten en
afdrukken. Nou ja, het lijkt makkelijk, maar je ziet pas
wat je doet in de paar seconden dat het scherm na de
opname heel even het beeld weergeeft. Van de acht foto's
die ik maakte vond ik deze het mooist. Vooral vanwege de
beweging en het grote lijden op de getekende koppen van
Rob1, Vincent, Arie en Maarten.
Vrijdag
27
augustus
Zelf roep ik het al jaren, maar nu is het
ook wetenschappelijk bewezen. Mijn hoogtevrees en
daalangst zijn het directe gevolg van het feit dat mijn
hersenen op hoog niveau werken. Zo luidt althans de
conclusie van Pieter Frijters, specialist in het
behandelen van mensen met fobieën na onderzoek van
25.000 patiënten. Bij dit soort angsten draait het
volgens Frijters (vandaag geciteerd door de krant van
wakker Nederland) allemaal om fantasie. ,,Het lichaam
reageert vijftig keer sneller op onbewuste beelden dan
op dingen die je bewust waarneemt. Slimmere mensen
verwerken sneller informatie en creëren daarmee beelden
in hun hoofd: een soort film met alles wat zou kunnen
gebeuren. Daardoor worden de angsten, die onbewust zijn,
uitvergroot en zijn ze dus vatbaarder voor fobieën.'' En
wat zegt deze specialist over mijn fietsmaten - laat ik
geen namen noemen - die zich met ware doodsverachting
omlaag storten? ,,Het klinkt wat raar, maar sommige
mensen zijn te dom om een fobie te ontwikkelen.''
Tot zover de wetenschap.
Donderdag
26
augustus
Voor veel krantenlezers ben ik pas
vandaag terug van vakantie, na een zomerstop die duurde
vanaf half juli. Dat is niks vergeleken met de periode
dat een gemiddeld televisieprogramma er tussenuit
knijpt, maar relatief lang vergeleken met de jaren dat
ik zelfs uit den vreemde mijn column bleef doortikken.
Sinds ik een weblog heb, is de tijd dat ik in de
vakantie helemaal geen toetsenbord onder mijn vingers
voel, overigens voorgoed voorbij. Maar als ik kijk naar
het aantal pageviews op deze site kan ik de
komende weken nog met een gerust hart een aantal
Ierland-verhalen in de krant herkauwen. Zo'n 95 procent
van de abonnees van de dagbladen van HDCmedia komt nooit
op dit weblog. Vandaag trap ik in het gedrukte medium af
met het verhaal van onze autopech op de ferry 'Hollandica'
op het traject Hoek van Holland-Harwich. Waar gebeurd,
net zoals alle andere vakantiepechgevallen die ik in dit
krantenstukje opsom. Want, ook voor dit nieuwe
columnseizoen geldt: zo gauw ik het moet gaan verzinnen,
stop ik ermee.
Voor wie er nog niks van heeft meekregen:
het verslag van onze Ierland-reis begin
hier, inderdaad met het relaas
van de autopech. Daarna is het langzaam drie weken
lang omhoog scrollen. Sterkte ermee.
Ardennenoffensief
Zaterdag
21
augustus
Precies 4,9 kilometer heeft onze
Ardennentocht geduurd, als in de groep het bekende 'Lek'
weerklinkt, gevolgd door 'LEK, LEK!!, LEK!!!!' voor de
dovemansoren (Raymon) die zich als een steen in de
afdaling storten. Mart staat met een lege band aan de
top van de helling, omringd door een paar clubgenoten,
wij staan een paar honderd meter verderop, om pas
poolshoogte te nemen als het wisselen van het rubber wel
erg lang gaat duren. Ook de tweede binnenband heeft er
dan al met luid gesis de brui aangegeven en er moeten
mannen terug naar de auto om een nieuwe buitenband te
halen. Het ziet ernaar uit dat Schwalbe voor zijn
Ultremo R1 wederom een klant minder heeft.
Het is een mooie oefening in geduld en
saamhorigheid: we hebben geen haast, het is schitterend
weer en de bomen bieden de wachtenden genoeg verkoeling.
Wat maakt het uit dat we het eerste uur afleggen met een
gemiddelde van vijf kilometer?
Zeker één keer per jaar worden de
eigenaren van een meubelzaak in Stavelot opgeschrikt
door een stelletje ongeregeld dat uitgerekend hun
parkeerterrein uitkiest als startpunt voor de Route des
Amblève, een tocht door het mooiste gedeelte van de
Ardennen. Meestal zijn het HTWV'ers onder leiding van
Jan Peppelenbos die hier komen fietsen, maar dit keer is
hij als gezaghebbend wegkapitein mee met de Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk, die zijn
eerste buitenlandse trip maakt. Tweeëntwintig man hebben
aanvankelijk ingetekend bij activiteitenhoofdman Rob1,
maar uiteindelijk reizen er slechts vijftien af. Meest
gehoorde smoes van de thuisblijvers: ik mag niet van
mijn vrouw (met stip op één), gevolgd door: ik heb geen
paspoort.
De Ardennen vormen het ideale terrein
voor renners die de oversteek van de Ringvaart naar het
serieuzere klimwerk willen maken. Het is er rustig, de
heuvels - bergen mag je het niet noemen - zijn pittig
maar (nog) niet extreem, al denken clubleden die tot nog
toe alleen ervaring hadden met het Kopje van Bloemendaal
daar sinds gisteren anders over. Van de 100-kilo
knallers op de vlakke weg weet in elk geval Teun zich
met veel vertoon van macht in de kop van het peloton te
manifesteren. Voor anderen - Mart, Vincent en Arie, om
er maar
een
paar te noemen - ligt de weg naar
de top geplaveid met goede voornemens: een kilootje of
20 afvallen en meer trainen zijn de meest gehoorde. Aan
(over)moed ontbreekt het in elk geval Arie niet, die op
de eerste de beste serieuze klim (de Rosier) het wiel
kiest van bergkoning Raymon, maar zichzelf halverwege
opblaast ('Hoe ver is het nog, naar boven?) en ingehaald
weet door een oude man met parcourskennis die net 3,5
week Guinness-vakantie achter de rug heeft en in het
voorbijgaan ook nog pesterig een foto van hem maakt
.
Sociaal gereden, wordt er. Met bovenop
elke top een rustpunt voor het uitwisselen van sterke
verhalen en het wegwerken van proviand. Maar zelfs dan
kan het nog voorkomen dat je na drie van die stops de
koppen telt en tot de conclusie komt: 'Verrek, we missen
er één.' Rob Lagendijk is zoek en blijkt via zijn mobiel
aanvankelijk ook niet te traceren. Dirk en Raymon rijden
een stuk terug, maar vinden geen spoor van de
achterblijver, die later - als het contact telefonisch
wel is gelegd - monter meldt dat hij bij een splitsing
niet de borden 'Route des Ambleve' maar de ruggen van
een groep vreemde renners heeft gevolgd. Maar geen nood,
nu heeft hij alles weer onder controle. Hij zit op de
route. Weer een stief kwartiertje later meldt hij -
opnieuw per gsm - dat hij bij de watervallen van Coo
staat, op een kilometer of vijf van onze auto's. Heeft
hij - net als Klein Duimpje - keurig weer de bordjes
naar het beginpunt gevolgd. Afijn, uiteindelijk komen we
elkaar op een terras in Trois Ponts weer tegen.
Het mag duidelijk zijn dat dit soort
omtrekkende bewegingen de gang er een beetje uithaalt,
maar tussendoor wordt er toch serieus gefietst, waarbij
de eerste kennismaking met vooral de Wanne - een
venijnige puist met een grillige aanloop - de
Ardennenmaagden nog enige tijd zal heugen. Bovenop weet
Jan Pep een uitstekend terras met fenomenaal uitzicht,
waarna het nog maar tien kilometer is naar de uitsmijter
van deze rit, de Stockeu. Het gedeelte met een stijging
van 23 procent doet hier in elk geval Kimmo spontaan van
zijn fiets stappen.
Tussen door rijdt Floor - die zich
niet alleen als kitesurfer maar ook op de fiets een
hoogvlieger toont - nog een keer lek, wat hem uit de
groep op de opmerking 'Als je je voorband leeg rijdt,
kun je echt niet fietsen' komt te staan. Maar God straft
onmiddellijk, want ik beëindig na deze sneer mijn
afdaling van de Stockeu met een daverende klapband die
oorlogsveteranen tot tien kilometer in de omtrek dekking
doet zoeken. Binnenband op de naad over zeker tien
centimeter opengescheurd met zo'n kracht dat de
buitenband meteen los van de velg schiet. De honderd
meter naar het eindpunt kan ik wandelend overbruggen.
De getergde eigenaren van de
meubelzaak worden als dank voor het aangenaam verpozen
op hun parkeerterrein aan het eind van de dag
getrakteerd op een blote lijven en -kontenparade en
weten inmiddels wat fietsen met Fietsplus Nico's zo
bijzonder maakt:
Op de drie uur durende terugweg
vermaakt Arie de inzittenden van mijn auto met zijn
voortdurende krampaanvallen, waardoor hij niet weet hoe
hij op de achterbank zitten of liggen moet. Als ik na de
feestelijke en copieuze afsluiting bij Chinees
restaurant Peking in Katwijk even na tienen mijn huis
binnenwankel, word ik aangesproken door een opgewonden
zoon. 'Vanmorgen werd ik gebeld door een mevrouw
Lagendijk, die vertelde dat haar man kwijt was geraakt
in de Ardennen en geen telefoonnummers van zijn
fietsmaten had. Of ik soms jouw nummer wist, wilde ze
weten.' Hij haalt even adem. ''Wat is daar
allemaal gebeurd, dan?'
Ik laat me tevreden op de bank zakken
en mompel: 'Dat is een lang verhaal...'
Donderdag
19
augustus
Of ik soms een writersblock had, wilde
één van mijn fietsmaten weten toen de dagelijkse
berichtenstroom op deze site een paar dagen stokte. Nee,
zo erg is het niet, als ik begin te typen komt er
meestal wel wat uit. Maar het is een feit dat ik na mijn
Ierland-vakantie maar moeilijk in het dagelijkse ritme
kom. Ik moet - ondanks subtiele aansporingen vanaf de
centrale redactie in Alkmaar ('we willen je niet onder
druk zetten hoor, maar....') - zelfs nog niet denken aan
mijn wekelijks column op de pagina Gesprek van de Dag.
('Nee hoor, alle begrip, neem nog maar een weekje rust.
De lezer weet toch niet dat je al terug bent.') Vanaf
volgende week, heb ik me voorgenomen, wordt alles weer
normaal. Tot die tijd heb ik - voor alle niet-abonnees
van de HDC-dagbladen - mijn laatste column van voor de
vakantie uit het digitale archief opgevist. Daar kon ik
nog net de kracht voor opbrengen.
Lang voordat ik de respectabele leeftijd
van 50 bereikte, overkwam het me natuurlijk ook. Maar
nooit zo letterlijk als vanmorgen. Op het terras van De
Hanenpoel langs de Ringvaart werd ik ingehaald door De
Tijdgeest. En ik niet alleen. Ook mijn fietsmaten Teun,
Graham en Raymon (foto boven) kregen ermee te maken. Niks ten nadele
van deze drie gewaardeerde leden van de Afdeling
Wielersport van de IJVK, maar ik kreeg het toch wel
enigszins benauwd toen zij vanmorgen vroeg bij het hek
van clubgebouw De Goerie stonden. Dat is wel het laatste
dat je kunt gebruiken, als je je met een kater en de
naweeën van een geblakerde vleesboom in je maag na de
buurtbarbecue voor de zondagmorgenrit meldt. Op een
grotere groep, had ik gehoopt, met meerdere zwakke
broeders, zodat ik me vrij anoniem zou kunnen
verstoppen.
Begrijp me goed, verstoppen deed ik me
geregeld, maar in elk geval niet anoniem. Op veel stukken
van dit rondje Noordzeekanaal ging het ook niet. Dan
weer draaiden we met 36 kilometer in het uur een
molentje tegen windkracht 6 tot 7 in, dan weer verkoos Teun om achter de rug van een
onbekend gebleven gangmaker (die vóór ons keurig 36 reed
richting Aerdenhout) weg te demarreren om de rest van
die lange weg 40 kilometer in het uur te trappen. Verder
moest natuurlijk ook het Kopje van Bloemendaal worden
genomen (wat door ons nog lastig te vinden was), evenals
de bult bij Spaarnwoude. Het letterlijk pijnlijkste
moment kwam toen Teun na de koffie met taart bij De
Hanenpoel meteen maar weer doortrok naar 40 kilometer in
het uur. Niettemin, de vorm van voor mijn vakantie is er
(nog) niet, maar iedereen die beweert dat je na drie
weken niet naar je fiets te hebben omgekeken al je
trainingsopbouw verliest, weet zich ook ingehaald door
de tijdgeest.
Donderdag
12
augustus
Niemand kan beweren dat ik het niet heb
geprobeerd. Voor zijn twaalfde verjaardag kreeg hij van
mij een racefiets en een Rabobankpakje, twee zomers lang spoorde ik hem (met
zachte drang) aan om in mijn kielzog mee te trappen,
maar nu moet ik me er toch (voorlopig) bij neerleggen:
mijn zoon is op zijn veertiende een renner in ruste. De
conditietraining voor basketbal vindt hij deze zomer
belangrijker dan de fiets. Bovendien staat het ding op
zolder behoorlijk in het zichtveld van de enorme
breedbeeldtv die hij voor het afspelen van zijn
Xbox-games wil kopen. Vandaar dat sinds gisteravond deze
advertentie de site van Marktplaats siert:
Gooi ik daarmee de handdoek definitief in
de ring? Zeker niet. Als hij nog maar een klein stukje
doorgroeit, is hij volgend jaar al groot genoeg voor
mijn reservefiets. Het is nooit te laat voor grandioze
comeback, weet ook Lance Armstrong na de laatste tour.
Woensdag
11
augustus
Onder
normale omstandigheden zou ik - zoals mijn fietsmaat
Rob1 zijn eigen status van thuisblijver zo treffend kan
formuleren - ook liever een 'droge homo' zijn geweest.
Maar nu ik mijn racefiets al 3,5 week niet heb
aangekeken, leek het me wel een goed moment om de
training in de stromende regen te hervatten. Het tempo
zou dan in elk geval niet te hoog liggen. Het merendeel
van de leden van de Afdeling Wielersport koos
gisteravond voor de mountainbike met de brede banden,
als een vroege voorbereiding op de Bart Brentjes
Challenge die ergens in oktober op het programma staat.
Maar zes dapperen reden op de smalle rubbers naar
Bloemendaal aan Zee. Met het windje in de rug nog gewoon
met 35 kilometer in het uur, waarbij de visueel
gehandicapte rijders - Peter en ik - het al spoedig
zonder hun beslagen dubbele glazen moesten stellen.
Zolang het rechtuit ging op het duinpad viel dat zonder
bril (we hebben allebei min 6,75) nog wel mee, maar
eenmaal afgeslagen richting Vogelenzang vonden we onder
de bomen met hun donkere bladerdak alleen nog op de tast
aansluiting bij de groep. Op het wegdek deden zich
inmiddels Pakistaanse toestanden voor omdat de door
Buienradar en Weeronline voorspelde droogte zich rond
een uur of acht aankondigde met een hernieuwde moesson
waarbij alle Bloemendaalse dijken doorbraken en hele
fietspaden blank kwamen te staan. Af en toe kwam mijn in
bloedvorm verkerende neef even naar achteren om te
informeren of ik echt helemaal niks zag ('Nee, helemaal
niks'), even kort meelevend te knikken, om daarna weer
als een gek naar de kop te rijden en er in het tempo nog
een schepje bovenop te gooien. Waar heb ik zo'n natte
hetero als familielid aan verdiend? Afijn, laat ik dit
stukje maar besluiten met de aperte leugen die ik na een
compleet verregende training altijd in het Ledenboek van
de club aantref: De thuisblijvers hadden ongelijk!
Dinsdag
10
augustus
Het is geen beeld dat mijn eega graag
naar buiten uitdraagt, maar er zijn avonden dat de tafel
van onze caravan er op vakantie zo uit ziet. Maar door
het ontbreken van gratis wifi op een aantal campings,
haar principiële weigering om woekerbedragen voor een
internetverbinding neer te tellen en het constante
verlangen naar een goed boek, kwam de zware taak om onze
vakantie in woord en beeld vast te leggen helemaal op de
frêle schouders van haar echtgenoot te liggen, die
dankzij de wonderen der techniek (en wat hulp van zijn
werkgever) met zijn overjarige laptop altijd en overal wél on line
kan. Maar nu ze weer thuis is, heeft ze alle
ruimte voor haar eigen kijk op
Ierland. En kan ik even wat rustiger aan doen. Tijd
voor een goed boek. Een stukje fietsen. Af en toe even
off line.
Het is niet de week van
Lance en mij. Hij valt en ik rijd om de haverklap lek.
Zo'n beetje op hetzelfde tijdstip als een week eerder
tijdens de Dolomieten Marathon, sta ik nu met een lege
binnenband op het fietspad tussen Scheveningen en
Kijkduin. De grote wisseltruc met behulp van mijn
koolzuurcapsule om de nieuwe band op te pompen lijkt me
opnieuw snel op weg te helpen, maar het ventiel is in
één keer zo stijf bevroren dat ik het binnenwerk eruit
draai. Pssssst, weer leeg, die band. Dat overkomt me tot
twee keer toe. Als ik op deze manier ook snel door mijn
capsules heen ben, neemt Hugo het edele handwerk met de
pomp voor zijn rekening. Kort voor Hoek van Holland
loopt mijn band opnieuw leeg, waarschijnlijk doordat het
ventiel toch is gaan lekken. Ergens in Delft lopen we
onze derde lekke band op: niet ik, dit keer, maar Floor.
Verder doet de grote
Rijnsburgse tempobeul op dit rondje Hoek van Holland ook
zijn tweede bijnaam eer aan: Hugo 40. Zodra hij op kop
komt - en geloof me, hij rijdt vrijwel alleen maar aan
kop - komt de snelheid niet onder de 40. Vandaar dat ik
tijdens deze rit met de Club van Honderd in goed
Katwijks in meerdere opzichten 't lek had.
Zaterdag
10 juli
Gefocust. Rond het
WK-voetbal is het woord een beetje beladen geworden,
maar op sommige leden van de Afdeling Wielersport van de
IJsclub Voorwaarts Katwijk is het wel degelijk van
toepassing. Dirk Nijgh arriveerde gisteravond bij de
jaarlijkse clubBBQ in vol ornaat en op zijn racefiets,
om verbijsterd vast te stellen dat hij enigszins uit de
toon viel. 'Ik had me nog wel opgegeven, maar was even
kwijt dat het vanavond was', mompelde hij, om vervolgens
toch nog maar een rondje te trappen om wat calorieën te
verbranden die hij later op de avond weer met vette
happen kon aanvullen.
De leden die niet op
vakantie waren of niet zonder hun vrouw op stap mochten
- jazeker, er waren er minimaal twee die dit in bedekte
termen in hun afzegging lieten weten - laafden zich
onder tropische temperaturen - alleen Hiacynta, even
overgekomen uit Curaçao, voelde zich helemaal thuis -
aan geschroeid vlees, gestoomde vis en het saladebuffet,
waarbij secretaris Menno halverwege de avond de
gelegenheid te baat nam om twee sponsors (Rabobank en
Fietsplus Nico's) in het zonnetje te zetten. Ook tijdens
zijn gloedvolle toespraak waren er leden (Rob en Hugo)
die volop gefocust bleven. Maar dan op hun bordje.
Vrijdag 9
juli
De overgang van het berglandschap van de
Dolomieten naar het platte Nederland viel me de
afgelopen week zwaar. Niet in de laatste plaats omdat
onze zoon in mijn afwezigheid een monster van een Trojan
Horse zijn computer liet binnensluipen, waarmee zo'n
beetje het halve westelijk halfrond van spam werd
voorzien. Als u de afgelopen dagen nog aanbiedingen voor
Viagra of penisverlengingen heeft gehad, bestaat er een
dikke kans dat die via ons netwerk zijn binnengekomen.
Provider Xs4all heeft onze internetverbinding achter een
filter gezet. We kunnen nog wel het web op, maar alleen
via een proxyserver. De eenvoudigste dingen - zoals het
uploaden van mijn website - werden daarmee voor mij
onmogelijk omdat ik de juiste instellingen niet weet.
Hoe dit stukje dan toch tot u komt? Ik kopieer het naar
een usb-stick, zet het over op mijn oude laptop en stuur
het via een umts-telefoonlijn de wereld in. Dit moet
niet veel langer dan een paar dagen duren. In een ander
opzicht viel de overgang naar het vlakke polderland me
wel weer mee. Het rondje uitfietsen met een stelletje
Dolomietengangers liep gisteravond weer ouderwets uit op
- wat mijn fietsmaat Rob1 omschreef als - een
autistenrace. Maar toch voelde het goed om vast te
stellen dat ik met mijn lompe lijf op de vlakke weg veel
beter uit de voeten kan dan in het hooggebergte.
Zaterdag 26 juni 2010
Nou vooruit, om het af te leren. Twee
dagen voordat we afreizen naar het hooggebergte van de
Dolomieten doen we nog een rondje Ringvaart. Een half
rondje Ringvaart, eigenlijk, want halverwege deze
vrijdagavondtraining maken we een doorsteek naar de
andere kant. Dat levert op de Garmin dit bijzondere
profiel op:
De A-tjes reden met zijn zevenen,
inclusief onze gastarbeider Kimmo, wat waarschijnlijk
Fins is voor Koekenbakker. Het was waarschijnlijk voor
het eerst in zijn leven dat hij een 'molentje' draaide,
waarbij we hem voortdurend tot kalmte moesten manen als
hij weer met verdubbelde snelheid de kop overnam. Tegen
het eind van de rit had hij bovendien al zijn kruit
verschoten, waardoor hij eerst heel nadrukkelijk aan het
elastiek hing, totdat ook daar de rek uit was. De
omstandigheden waren verder top: goede temperatuur,
aangenaam windje, droog wegdek, waardoor het een wonder
mag worden genoemd dat er toch nog iemand in een stalen
krammetje reed.
Alleen de kenners zullen op deze foto
mijn fiets herkennen. We zullen het maar op een slechte
generale houden...
Vrijdag 25 juni 2010
Of we op het Ledenboek voor komende
zondag onze belangstelling blijk willen geven voor een
rondje Midden-Delfland met de club van
101-km-mannen-die-niet-per se-om-12
uur-naar-hun-moeder-moeten,
wil fietsmaat Albert weten. Nee, bedankt Albert. Niks
ten nadele van Midden-Delfland, natuurlijk, maar zondag
zijn we op weg naar dit rondje:
De Dolomietenmarathon! Vanuit ons stulpje
in
La Villa (inzet) rijden we eerst een aantal
trainingsritten door het hooggebergte. Zondag 4 juli
staat de Tocht der Tochten op het programma.
Midden-Delfland eat your heart out!,
zou ik in goed Italiaans willen zeggen.
Donderdag 24 juni 2010
Of er ook beelden zijn van de beklimming
van de Rampe de Putscheid in Luxemburg waarop goed te
zien is hoe tempobeul Hugo zich wanhopig probeert vast
te klampen aan mijn achterwiel? Die vraag is mij na de
Jean Nelissen Classic van vorige week zaterdag
herhaaldelijk gesteld en steeds moest ik het antwoord
schuldig blijven. Totdat ik - geheel toevallig,
uiteraard - stuitte op deze opname van
Sportkiek.nl, die ik u niet wil onthouden. Al was
het alleen maar omdat het downloaden ervan mij vier euro
heeft gekost.
Woensdag 23 juni 2010
Het is het klimmersrondje van Kapitein
Rob, wat in deze regio betekent dat we elke vluchtheuvel
tussen Wassenaar en de Langevelderslag mee
pakken, sommigen wel een keer of tien. Aan het eind van
zo'n rit hebben we dan in totaal 266 heuse hoogtemeters
op de teller staan. Maar gisteravond mocht het
klimmersrondje ook het rondje Werk in Uitvoering heten.
De ene helft bonkten we over plaveisel dat
hoognodig aan onderhoud toe was, de andere helft stonden
we voor opgebroken straten, afgesloten bruggen of linten
met 'Fietsers afstappen'. Ergens in Noordwijk kwam daar
ook nog eens een lekke band bij. Op de terugweg
negeerden we het laatste gele omleidingsbord om
hardnekkig een pad op te rijden waarvan we al weken
weten dat het door werkzaamheden onbegaanbaar is. En
warempel, na vijf kilometer bleek dat inderdaad nog
steeds het geval en konden we het hele eind weer terug.
Zo'n avond was het dus. Het is een godswonder dat we na
ruim twee uur nog bijna zestig kilometer op de teller
hadden staan.
Dinsdag 22
juni 2010
Dit
seizoen leef ik van training naar toertocht en
trainingskamp, waardoor ik me nauwelijks heb
beziggehouden met de (geestelijke) voorbereiding op de
Maratona dles Dolomites, die voor volgende week zondag
(4 juli) op het programma staat. Ik weet dat we daarvoor
ergens in Noord-Italië een week in een appartement
zitten, ik ken het reisgezelschap en weet - vooral uit
de verhalen van clubgenoot Graham - hoe mooi en hoe
zwaar het gaat worden. Maar verder? Ik weet niet eens
hoe het plaatsje heet waar we verblijven en heb me nog
geen seconde daadwerkelijk verdiept in de route. Maar
vanaf gisteren werd alles anders. Ik heb een paar uur
lopen piekeren over het meenemen van vier racefietsen
achterop mijn auto, waarvoor ik mijn Thule-drager voor 3
rijwielen met enkele kleine aanpassingen geschikt kan
maken. De extra steunen komen vanmorgen bij mijn
leverancier - onder de indruk van mijn vernuft - aan.
Het mailverkeer met mijn mede-Dolomietengangers over
bagage, rantsoenen en vertrektijdstip komt op gang. En
gisteren arriveerde van de organisatie ook de brief met
mijn startnummer: Mijn pettorale (starting number)
is 2304en ik mag
met mijn 49 jaar mijn best doen in de categorie 'Men 50-57 years' omdat ik op 24 juli jarig ben. De komende dagen
ga ik uitzoeken hoe lang ik als jonkie tussen de oude
mannen mag doen over de 138 kilometer en bijna 4200
hoogtemeters. En of die Passo Giau echt zo erg is als
Graham beweert.
Maandag 21
juni 2010
Sinds jaar en dag draag ik zwarte
boxershorts omdat je daar - ook onder zware
omstandigheden waarover ik verder niet zal uitwijden -
zo weinig op ziet. Maar zoals veel vaders op Moederdag
door lust gedreven de lingeriezaken afstruinen, zo mag ook mijn eega
me voor Vaderdag graag trakteren op een frivool setje. Funderwear, heet deze lijn, die zich kenmerkt door
vlotte kleurencombinaties en hallucinerende patronen,
onweerstaanbaar in combinatie met het juiste,
afgetrainde lijf. Dankuwel. Niettemin moet ik toch met
enige reserve op deze gift hebben gereageerd, om me pas
weer te herstellen toen mijn echtgenote me voordeed hoe
ik de onderbroeken uit hun - met een handige zipper
dichtgesealde - hardplastic verpakking haalde. 'Hé, handig
om mijn telefoon en mijn geld in te bewaren tijdens het
fietsen', reageerde ik enthousiast. 'Dat heb ik weer',
mopperde mijn vrouw. 'Geef ik hem een cadeau, is
hij als een kind zo blij met de verpakking.'
Zaterdag 19
juni 2010
Albert Heijn mag dan met zijn beesies
pronken,
de Afdeling Wielersport van de IJVK heeft beesten.
Ringvaartbeesten. Maakt niet uit of ze de wind in de rug
of pal tegen hebben, de kop gaat omlaag, de schouders
zakken in en het tempo gaat omhoog. Liefst tot boven de
40 kilometer per uur - mijn nieuwe Garmin Edge 705 gaf
55,6 kilometer als maximum aan, ongetwijfeld toen ik van
achteruit weer een gaatje moest dichtrijden - maar
captain Graham van deze pre-vaderdagrit draaide af en
toe hoogstpersoonlijk de gaskraan van Teun, Mart en
Vincent dicht
als we één van de schapen uit de kudde van acht dreigden
te verliezen. Al was hij vervolgens ook weer niet te
beroerd om het spel op de wagen te zetten.
De buienradar stuurde nogal wat ellende
op ons af, maar zoals zo vaak viel het in de praktijk
erg mee. Twee tot drie buitjes - nooit langer dan een
minuut of tien - waarbij het in de regel stopte met
regenen zodra Mart zijn waterdichte jackje ging
aantrekken. De stevige noordwestenwind was wel een
factor, maar door op dit rondje Noordzeekanaal (90
kilometer) heen 'binnendoor' te gaan (via Vogelenzang en
Bloemendaal) reden we toch nog redelijk beschut.
Het wordt al bijna het stamcafé van de
Club van Honderd: de uitspanning bij het gemaal Cruquius.
De fietsen stonden illegaal op het terras - wat ons op
een moederlijke vermaning van de koffiejuf kwam te staan - wij zaten
binnen aan de stamtafel waar de mannenpraat hinderlijk
werd overstemd door het piepen van mijn Garmin, die pas
na diep spitten in de instellingen de mond kon worden
gesnoerd. Maar ook in stilte kon 'ie vanmorgen de
Ringvaartbeesten goed volgen.
Woensdag 16
juni 2010
Een ontspannen ritje in de
dinsdagavondzon die laag over de duintoppen tussen
Zandvoort en Noordwijk scheert. Op de stuifvlaktes
koesteren konijnen zich in het gelige licht, een enkele
ekster hopt langs het fietspad, op weg naar een verse
paardenhoop. Verder is er niets te horen dan het zoeven
van de bandjes, het ijle gekrijs van een meeuw boven zee
en het gekraak van de fiets van Kees Kuijt. De A-tjes
van de Afdeling Wielersport - van wie een drietal de
loodzware Jean Nelissen Classic in Luxemburg heeft
gereden - doet het rustig aan. Loom malende beentjes,
een prettig gesprek, de oogjes half dichtgeknepen tegen
de koperen ploert die een enkele vergeten haar op de
gladgeschoren kuiten doet oplichten. Ja, zo had ik het
kunnen beschrijven als ik een loopje wilde nemen met de
werkelijkheid, die mij niettemin gebiedt te melden dat
er weer zo gruwelijk hard aan kop werd gesleurd dat we,
eenmaal in Noordwijk, Kees Kuijt in geen velden of wegen
meer zagen. Onderweg bleek hij kennelijk zelf net zo te
kraken als zijn fiets.
Maandag 14
juni 2010
Een feest is het, om het nieuwe
werptentje van mijn nazaten op te zetten achter de
uitlaat van de kampeerbus van Rob2 en zijn Ria. De rits
van de hoes opentrekken, de inhoud in de lucht gooien
(ja, letterlijk) en hopla: tentje staat! Bij windstil
weer niet meer dan vier harinkjes in de grond prikken,
matrasje en slaapzak uitrollen en wie doet je wat, aan
de vooravond van de Jean Nelissen Classic in Vianden
(Luxemburg). Leuke camping, direct tegen het stadje aan,
met zicht op het kasteel. Niet te ver van het
toiletgebouw. Aangenaam gezelschap. Fietsers onder
elkaar.
Maar dan, op zondagmorgen, moet dat als
een springveer openklappende tentje waarin ik twee
genoeglijke nachten heb doorgebracht, ook weer in de
hoes, zo plat als een pannenkoek. Er is een beschrijving
bij, met niet echt heel duidelijke tekeningen, en een
tekst die vanuit het Chinees door een Google
vertaalmachine lijkt te zijn gehaald. Maar geen nood, er
zijn minimaal drie handige mannen - mezelf niet
meegerekend - in onze groep die een handje kunnen
helpen. Eén daarvan heeft nota bene zelf een werptent -
zij het van een ander model - bij zich.
Wat dan volgt is een half
uur vrij worstelen met nylon en fiberstokken voor in
totaal vier heren - want ik moet het natuurlijk ook
leren - dat zich, beter nog dan in woorden, laat vangen
in beeld. Bewegend beeld was eigenlijk nóg beter
geweest, want een 2-persoons werptent terugbrengen tot
een rondje ter grootte van een fietswiel heeft veel weg
van het terugstoppen van een duveltje in een doosje. Bij
elke verkeerde beweging klapt mijn tijdelijke onderkomen
spontaan weer open, alles tegen de grond maaiend wat het
op zijn weg vindt. Wie uiteindelijk de beslissende
handeling uitvoert - Tonny, Ton of Rob2 (ikzelf kan het
niet geweest zijn) - laat zich niet meer herleiden, maar
voor de zekerheid vouwen ze het ding nog vier keer op om
de slag onder de knie te krijgen. Daarna mag ook ik het
proberen, maar het lukt me alleen als er twee extra
handen worden toegestoken om de juiste slag te maken.
Van alles wat ik in juli ga meeslepen op onze vakantie
naar Ierland, is mijn handige zwager Hans nu al het
onmisbaarst.
Zondag 13 juni 2010
Met de werkelijke afstand van toertochten
wordt nog weleens gesjoemeld. Dus als ik uitga van 165
kilometer voor de Jean Nelissen Classic en Rob2 mij
voorhoudt dat de beruchte Muur van Vianden op twee
kilometer van de finish gaat opdoemen, heb ik nog geen
enkele argwaan als ik na 155 kilometer linksaf een klein
weggetje op stuur. Al in de bocht ben ik soepel naar het
kleine voorblad geschakeld, maar ik weet niet hoe snel
ik ook op het grootste achterblad moet komen. Het gaat
omhoog. En niet zomaar omhoog. Het gaat als een Muur
omhoog. Mijn benen kunnen nog net rond blijven draaien,
maar om mij heen zie ik grote kerels huilend afstappen
of zich domweg in de berm laten vallen. Het komt niet in
me op naar mijn snelheidsmeter of mijn hartslag te
kijken, alles is erop gericht om te blijven fietsen en
dat verrekte voorwiel - dat bij elke trap steigert als
een onwillig paard - op de grond te houden. 'Is dit de
Muur van Vianden al?', hijg ik tegen een onbekende die
ik - tergend langzaam, als vrachtwagens in de spits -
passeer. Het zal je toch niet gebeuren dat er even later
nog iets komt dat nog erger is dan dit. Maar nee, dit is
de Muur, bevestigt die andere ongelukkige. Later hoor ik
op de camping van Rob2 dat zijn Garmin-fietscomputer op
sommige stukken een stijgingspercentage van 27 procent
aangaf.
Maar dat was 5 - geen 2 - kilometer voor
het eind van een tocht van 160 - geen 165 - kilometer,
die voor ons om 8.15 uur begon. De files hadden we de
dag ervoor al gehad, op het traject Utrecht-Den Bosch en
rond Maastricht. Nu is het een paar honderd meter van
ons plekje op de camping in Vianden naar de start, heel
gemoedelijk in een sporthal, zonder wachtrijen,
schreeuwerige sponsorkermis of protserige Viptenten,
zoals in veel bekendere toertochten het geval is. Daar
moet de Jean Nelissen Classic het niet van hebben. De
kracht van de tocht schuilt in de schitterende route
door het Luxemburgse landschap en de meer dan 3000
hoogtemeters, een hoeveelheid die je normaal alleen in
bergetappes bij elkaar fietst.
Al een paar kilometer na de start stuurt
de organiserende Driebergse Tourclub (DTC) ons 240 meter
steil omhoog, en weer een paar kilometer later begint
een helling met 473 hoogtemeters - zeg maar de helft van
de Alpe d'Huez - met de toepasselijke naam ''Rampe de Putscheid'. En zo voelt het ook. Veel klimmetjes
beginnen deze dag met de naam 'Rampe', wat in het Duits
toch niet veel anders zal betekenen dan in het
Nederlands.
De hele tocht golft zo door, vrijwel geen
meter vlak, met alleen hier en daar een verversingspost
als rustpunt om bidons te vullen en wafels en bananen in
te slaan. Hier ergens komen we ook Mike, van onze eigen
Afdeling Wielersport, tegen, die op eigen houtje naar
Luxemburg is afgereisd. Hij sluit zich na een tweede
stop bij ons aan en probeert twee hellingen mee te komen
met de A-tjes van de HTWV-mannen: Rob2, Rob3 - jazeker!,
die hebben we ook - Tonny, Hugo, Arjan en ik zei de gek.
Maar hij moet zich al na twee hellingen laten afzakken
naar de B-tjes - Ton, Harold en Hans - die een tandje
lager trappen. Rugklachten, zere heupen, zwakke knieën
en nog wat opspelende mankementen, zou hij later
uitleggen bij een goed glas witbier, waarvan het naar
binnen werken hem wel weer heel goed af ging.
Tochten als deze kun je rijden als 'cyclo'
- neus op het stuur en maar doorbeuken - maar je kunt
ook de tijd nemen om onderweg een bakkie te doen op een
mooi terras. Een onderwerp van gesprek tussen Arjan en
Hans (rechts)? De kopvoddentaks. Die moet er wat hen
betreft niet komen.
Het weer houdt de hele dag al niet over.
Niet koud, maar wel zwaar bewolkt en het zonnetje laat
zich maar zelden zien. Op zich goed fietsweer, zo lang
het droog blijft.
Maar na de laatste tussenstop (foto
rechts) bij wat ook het start- en finishpunt in Vianden
is, laat het geluk ons in de steek. Dit is het moment
waarop de B-tjes - die we al een tijd niet meer hebben
gezien - het na 135 kilometer wel genoeg vinden, maar de
A-tjes met een extra lus - twee zware hellingen en als
toetje De Muur - de 160 kilometer gaan volmaken. Al op
de eerste klim komen de spetters naar beneden.
Aanvankelijk nog geen ramp (of Rampe, zoals ze hier
zeggen) omdat we onder de bomen rijden, maar in de open
vlakte naar de top begint het pas echt te gieten. Bergop
en met de wind in de rug voelt het nog niet eens zo
onaangenaam. Anders is het als je met wind tegen met
zestig kilometer in het uur naar beneden rijdt en je
tanden net zo hard klapperen als je doorweekte shirt. De
hele dag heb ik met de top 2 van de A-tjes - Tonny en
Rob3 - kunnen meerijden, maar als de eerste - toch een
vader van vijf kinderen - zich op een glad wegdek als
een kamikaze naar beneden stort, laten we hem lekker
gaan. Kort voor De Muur - als ik een hongerklop voel
opkomen - rijdt ook Rob3 van me weg. Achter ons
ploeteren Rob2 ('Ik rijd net zo beroerd als in de Waalse
Pijl', maar ieder die Rob2 kent weet dat dat nog heel
behoorlijk is) en Arjan omhoog. Zij hebben Hugo ervan
weten te overtuigen dat hij op dit laatste staartje van
de Jean Nelissen Classic sociaal moet rijden (en bij
zijn vrienden moet blijven), maar als ik in mijn
zwartste momenten van De Muur zit, komt hij me puffend
en hijgend als een postpaard toch nog voorbij op zijn
voorblad 39. Sociaal doen is niks voor mij, zal hij
later zeggen.
De vrouwen van Rob2, Harold, Hugo en
Arjan -die een ongeorganiseerd rondje van 50 hebben
gereden - wachten ons op een terras in Vianden op met
witbier, koffie en cola, samen met de B-tjes die al
eerder klaar waren. Maar alleen Hugo en Arjan tasten in
hun natte kloffie meteen toe. De rest staat eerst nog
een kwartiertje onder de warme douche op de camping, om
via een paadje met schitterend uitzicht op het kasteel
terug te lopen naar een avond vol drank en spijs. Want
ook dat - zo zal iedereen die hem kent beamen - is
helemaal Jean Nelissen.
Vrijdag 11 juni 2010
Jongere tv-kijkers kennen hem - van
enkele jaren terug alweer - vooral als de aftakelende
filmpjesleverancier in de Avondetappe van Mart Smeets.
Maar voor mannen van mijn generatie is Jean Nelissen
toch de Herman Kuiphof van het wielrennen. Een
legendarische verslaggever - zowel met de pen als voor
de microfoon - met een encyclopedische kennis van de
sport. Naar hem heeft de Driebergse Tour Club al enige
jaren een fameuze toertocht vernoemd, die start in
Vianden (Luxemburg). Voor renners die deze zomer La
Marmotte of de Dolomietenmarathon willen rijden, is dit
een perfecte trainingsrit vanwege het grote aantal
hoogtemeters. Zelfs als je de op één na langste afstand
(165 kilometer) rijdt, zoals wij, pak je er al gauw zo'n
3600 mee. Rust goed uit, zei Rob2 eerder deze week dan
ook. Maar daar is het niet echt van gekomen. Vanmiddag
reis ik overigens niet af met Rob1 en Rob2 - de eerste
viert dit weekeinde de 50ste verjaardag van zijn vrouw
en de ander is al in Luxemburg - maar met Ton en Tonny
(ik kan er ook niks aan doen). Tussen de middag
vertrekken we, om aan het begin van de avond ons
wegwerptentje uit te gooien op een camping in Vianden,
waar al een behoorlijke groepje HTWV'ers is verzameld.
Het uitzicht op het stadje moet er ongeveer uit zien als
op onderstaande foto. Het kan beroerder, al schijnen de
slotmeters van deze loodzware rit op de Muur van Vianden
zo'n 22 procent te zijn. Als je mensen van hun fiets
wilt zien vallen, moet je hier met een camera gaan
staan.
Woensdag 9
juni 2010
In Spanje dénken ze niet eens aan
fietsen, zodra er maar een druppel uit de hemel valt.
Maar wij werpen een deskundige blik op buienradar,
schatten in dat we heen langs de kust en terug via
Leidschendam net dat ene verdwaalde regenwolkje ontlopen
en gaan op pad. Zo'n drie kwartier lang klopt onze
theorie precies. Dan begint het te regenen. Niet zomaar
te regenen. De hemelsluizen gaan wijd open. Het
clubregenjasje dat ik uit voorzorg in mijn achterzak heb
gestoken, laat zich moeilijk aantrekken bij 40 kilometer
in het uur. Daarna ben ik zo doorweekt van water van
boven, water van onderen en water van opzij dat het geen
enkel nut meer heeft. Het wordt ook niet meer droog, in de
polders rond Leidschendam waar beschutting een onbekend
begrip is. Ergens op de bult bij Zoetermeer zie ik
iemand timmeren aan een groot houten schip. Dieren
maken zich op om twee aan twee aan boord te gaan. Maar het kan ook
zijn dat ik het door mijn beslagen brillenglazen
allemaal niet meer zo helder waarneem. Later horen we in
het clubhuis dat alle groepen die naar het noorden zijn
gereden, alleen een paar verdwaalde spetters hebben
opgelopen. Irritante lui.
Even iets anders: er gaan binnen de club
stemmen op om volgend jaar La Marmotte te rijden. Dit
filmpje is van vorig jaar, toen ik hem samen met neef
Raymon heb getrapt. Op 8.20 minuten zie je hem nog
fietsen, in een fel oranje Kees Fietsshopshirt, aan het
begin van de Alpe d'Huez. Trek even tien minuten voor
dit filmpje uit, dan weet je een heel klein beetje wat
je te wachten staat.
Zondag 6
juni 2010
Het vorige seizoen heb ik al eens
geprobeerd om de renners van de (toen nog)
Wielervereniging Katwijk op zondagmorgen om 08.00 uur
aan de start te krijgen. Maar dat mislukte toen
jammerlijk. Deze keer kwam de roep vanuit de leden
zelf: kunnen we in de warmste maanden van het jaar niet
wat eerder weg, zodat er van de rest van de zondag ook
nog wat overblijft? De Club van Honderd was geboren.
Voorlopig nog niet genoemd naar het aantal deelnemers,
maar naar de afstand die we bij benadering willen
rijden: honderd kilometer. Omdat ook wij er nog even in
moeten komen, bleef de teller deze eerste keer op 93
steken.
Met negen man vertrokken we van De
Goerie, onder tropische temperaturen die volgens de
buienradar spoedig konden worden ingeruild voor hevige
slagregens, windstoten en hagel. Maar dat deerde deze dapperen niet. Voor het
eerst sinds weken reed Mike weer mee, als een
koekoeksjong in zijn witte outfit tussen de
KW!-mannetjes. Nee, geen schande,
hij heeft wel degelijk betaald voor zijn nieuwe kleding.
Maar vanwege het feit dat hij in Devon en Cornwall een
nieuwe lichting verkenners voor de mariniers heeft
opgeleid, staat zijn goed gevulde tasje nog in het
clubhuis. Ook kapitein Rob was verkwikt van een vakantie
in Zuid-Frankrijk teruggekeerd om ons anderhalf keer
over het Kopje en daarna nog over de Bult bij
Spaarnwoude te leiden. Onmisbare klimmetjes, op een
rondje Noordzeekanaal.
In de statuten van de Club van Honderd
staat dat er onderweg koffie met een punt moet worden
genuttigd, maar niet elke horecagelegenheid op onze
route was hiervan reeds op de hoogte. Na twee dichte deuren
konden we uiteindelijk terecht bij Cruquius, nog steeds
onder broeierig warme omstandigheden en in de vaste
overtuiging dat we weldra onze voorspelde hoosbuien
zouden kunnen incasseren.
Maar niets van dat al. Met ons
molentje dat steeds tussen de 37 en 40 in het uur langs
de Ringvaart draaide pikten we wat loslopende renners op
- onder wie een ranke schoonheid die het bloed van de
mannen nog sneller deed stromen -
waardoor we met een totaal gemiddelde van boven de 32
kilometer in het uur ruim voor half twaalf de Katwijkse
gemeentegrens passeerden. Voor de weergoden was dát pas
het moment om er een paar losse spetters tegenaan te
gooien. Meer dan honderd zullen het er niet geweest
zijn.
De
Garmin-uitdraai van kapitein Rob geeft 90.86 km aan,
maar telt volgens mij niet het halve Kopje mee dat we
extra hebben gedraaid.
Zaterdag 5
juni 2010
Met het lengen van de avonden variëren
ook de tijden waarop de groepen renners van de Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk
vertrekken. De snelle A-tjes en de bedachtzame Tourgroep
rijden om 19 uur, de B-tjes en C-tjes gaan om 19.30 uur
weg. Dat leidt soms tot interessante combinaties. Op
deze mooie vrijdagavond sluiten de A-tjes bij de
Tourgroep aan, pikken onderweg richting Oegstgeest nog
een B-tje en een C-tje op die op weg waren naar het
clubgebouw, en met een man of tien gaat het op weg naar
de Braassemermeer. Captain Ton van de Toergroep is van
de mooiste routes langs Hollands Glorie en houdt de
touwtjes strak. Alleen op stukken waar het kan - op
lange polderwegen en stukken Ringvaart - krijgen de
A-tjes de vrije teugel om even gek te doen. Verder
trappen ze een avondje heilzaam uit (want de boog kan
niet altijd gespannen staan), genieten van het landschap
en doen waar wielrenners ook verschrikkelijk goed in
zijn: lekker ouwehoeren.
Donderdag 3 juni 2010
Het is de nachtmerrie voor iedere
penningmeester: voorraad. Het ligt op de plank en kost
geld. Toch hebben we als wielerclub een zekere
kledingvoorraad nodig. Je kunt nieuwe leden niet acht
weken laten wachten op een shirtje. Maar hoevéél
voorraad hebben we? Na het afwerken van de meeste
bestellingen heb ik gisteravond - alleen, want dit soort
momenten moet de penningmeester in stilte verwerken - in
het clubhuis geïnventariseerd wat er allemaal nog op de
plank ligt aan damesbroeken, koersbroeken met bretels,
truien met korte mouwen, truien met lange mouwen, lange
broeken, windstoppers en armstukken. Al deze artikelen
zijn verkrijgbaar in de maten 1 tot en met 10. Sommige
maten zijn uitverkocht, van andere resteren nog hele
stapels, onder meer omdat renners ontdekten dat ze
tussen het moment van passen en afleveren - een week of
acht stevig doorfietsen - toch een maatje minder nodig
hadden. In totaal vijf kloeke dozen vol, staan er nog.
De eindconclusie van deze penningmeester? De Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk heeft het
komende jaar behoefte aan de instroom van leden van het
type XXL. Zegt het voort.
Woensdag 2
juni 2010
Een beetje wielerploeg kan niet zonder
shirtreclame. Voor de Rabobank, uiteraard. Een
plaatselijke bouwbedrijf. Of de lokale fietsenmakers. Ze
staan alle drie - twee fietsenmakers, dus eigenlijk vier
- op ons tenue. Maar de opvallendste reclame-uiting is
wel die van Citymarketing Katwijk, dat ons wonderschone
kustdorp tot het reisdoel van badgasten en winkelend
publiek moet maken. Vier Zomer in Katwijk! Bezoek de
website om kennis te nemen van alle evenementen!
Citymarking krijgt geregeld verzoeken om ergens op een
sportshirt te staan, maar alleen dat van ons - Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk - is
gehonoreerd. De reden? Dat al die andere clubs vooral in
Katwijk blijven en wij niet weten hoe snel we het dorp
uit moeten fietsen. Extra bonuspunten krijgen we als we
rondjes rijden door het megalomane Noordwijk, waar
duizenden verweesde toeristen moet worden gewezen op de
zegeningen van de mooie buurgemeente. Dus besluiten we
veel fietsrondjes door de streek traditiegetrouw met een
bezoekje aan de 'Noortukse' Koningin Wilhelmina
Boulevard, staan bewust even stil bij hun vuurtoren en
trappen dan stapvoets verder langs horecagelegenheden en
terrassen. Op termijn nemen we al die badgasten en
koopjesjagers over het duinpad mee naar Katwijk. Als
fietsende rattenvangers van Hamelen.
Maandag 31
mei 2010
Een twijfelgevalletje, dit logonderwerp.
Er staat een fiets op, maar omdat het hier mijn nieuwe
bedrijfsrijwiel betreft, zou ik het net zo goed onder de Pretvadernoemer van deze site kunnen tikken. De
bedrijfsfiets is - na het om zeep helpen van de
computerregeling - voor een loonslaaf zo'n beetje de laatste mogelijkheid om deels op
kosten van de fiscus nog eens wat leuks te doen met zijn
leven. Er is namelijk niemand die controleert of je een
degelijk herenmodelletje met twee zijtassen aanschaft,
of een product dat ook in sportief opzicht enige
voldoening schenkt. Deze BeOne is uitstekend
geschikt om op naar je werk te fietsen, zeker als ik
onder het zadel de beugel voor mijn rugzak heb
gemonteerd. Uitvoering en afdichting zijn erop berekend
om regen en koude te trotseren. En mijn ervaring met
spatborden is dat je zónder vaak even nat wordt als mét.
Maar deze Beone is ook een Jeckyll and Hide-fiets. Het
type heet niet voor niks Karma Beach Ltd. Let
maar eens op de dikke Super Moto-banden en de vaste
voorvork. Het ding is bij uitstek ontworpen om - na
gedane arbeid - mee op het strand te rijden en te racen.
Als nog meer leden hun fiscale fietsruimte handig
benutten, kan dit najaar een nieuwe onderafdeling van de
Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk
worden opgericht om de wintermaanden aan de vloedlijn zinvol door te
komen. Het grootste offroad-terrein van Nederland
ligt op een paar honderd meter van ons clubhuis.Over een degelijke, Kattukse naam denk ik nog na.
Voorlopig gaat het tussen de Skillepebaggerders, de Bokkums,
de Kokkelekaenen of de Zaekaeken. Andere suggesties zijn
welkom.
Zaterdag 29
mei 2010
Voor de tweede keer in twee weken zitten
we - op een onzalig tijdstip - ruim drie uur in de auto
om een stukje te fietsen in de Ardennen. Maar voorwaar,
zoals bovenstaande opname vermag te illustreren, het is
geen straf. Zeker niet omdat we dit keer - na de Waalse
Pijl - semi-toeristisch rijden: de Route Sommets
Lienne-Ambleve, mooi uitgezet op bordjes die je niet
over het hoofd ziet. Veel klimmetjes uit de Pijl zitten
ook in deze route, die rond Stavelot kronkelt, maar het
ontbreken van een cyclo-element en ook de samenstelling
van het gezelschap nodigen uit tot een prettig dagje
toeren. Kapitein Rob, tempobeul Hugo en dagklassiekerkoning Arjan ontbreken, waarmee ons
gezelschap bestaat uit Rob1, Gerard, Jan, Maarten, Léon,
Toine (de laatste twee voegen zich vanuit Brabant bij
ons) en uw held zelf. Geen concurrentie bij het klimmen,
schatte ik bij voorbaat in, maar ik had buiten de
wederopstanding van Gerard gerekend. Hing hij twee weken
geleden na afloop nog als een opgewarmd lijk in het
busje, nu ging hij op elke helling de strijd aan. Zo
groot was het contrast, dat ergens halverwege de rit de
naam van Floyd Landis viel. Maar daarmee doen we onze
ambtenaar financiën van de gemeente Oegstgeest
ongetwijfeld groot onrecht aan. Ironisch genoeg stond
onze bus dit keer wel pal naast een mortuarium
geparkeerd, maar zelfs na de voltooiing van deze kleine
honderd kilometer hoefde Gerard niet te worden afgelegd.
De jaarlijkse Ambleve-rit onder leiding
van Jan 'Pep' - die als gevolg van een nekhernia op een
aangepast rijwiel zit, maar daardoor geenszins als een
renner met een beperking mag worden aangemerkt - staat
bol van de tradities. Koffie drinken, parkeren,
omkleden, lunchen, alles gebeurt tijdens deze
HTWV-klassieker op exact dezelfde plek als het jaar
ervoor. Al even traditiegetrouw gaat ongeveer de helft
van het gezelschap halverwege naar de kloten en probeert
langs slinkse wegen de venijnigste colletjes - de Wanne,
de Stockeu - te mijden.
Wel veranderlijk: het weer. Reden we
hier in 2009 nog in de stromende regen en zaten we
halverwege bibberend uit te druipen in dit restaurant in
Trois Pont, nu was het azen op een tafeltje voor zeven
op het terras van dezelfde eetgelegenheid. 'Feierbiest'
Maarten keek begerig naar de vele Chimay-biertjes op de
menukaart, maar koos uiteindelijk - net als wij - voor
koffie, soep en brood, al vermocht dat geen invloed - in
positieve noch negatieve zin - op zijn fietsprestaties
te hebben. Maar
op zijn nieuwe retro-bike van Engelse makelij begint het seizoen voor hem
pas.
Van mijn trainingskampen in Spanje -
waar de alcohol onderweg wél rijkelijk kan vloeien -
weet ik dat het na de lunch behoorlijk kan inkakken.
Maar al vrijwel direct na de soep splitst ook hier onze
groep zich in tweeën: Rob1, Gerard, Jan en ik rijden
onverdroten voort door het golvende Waalse land, Toine
en Maarten kiezen achter ons hun eigen tempo en Léon
(rechtsonder op de foto boven al niet in beste doen)
muist stiekem terug naar de bus. Pogingen om de groepen
onderweg weer bij elkaar te brengen, mislukken
jammerlijk. We zien elkaar weer in Stavelot, waar ik op
de Belgische klinkerstraatjes voel dat mijn achterband
begint leeg te lopen. Ik haal er nog net de bus van Jan
mee, die de omwonenden van onze parkeerplek vervolgens
trakteert op het uitzicht op zijn goddelijke lijf onder
de Spa-douche. Goddank ook maar één keer per jaar.
Woensdag 26
mei 2010
Om bovenstaande opname op zijn waarde te
schatten, moet je er eigenlijk bewegend beeld bij
hebben. Hier is namelijk sprake van een molentje. En
molentjes horen te draaien. Op de mooiste plek voor een
molentje, namelijk de Ringvaart rond de Haarlemmermeer.
Het waren de molentjes die hier ooit het water weg
maalden voor honderden hectares boerenland. Het molentje
wordt in de wielersport toegepast als er in een straf
tempo tegen de wind in wordt gereden. Waaien doet het hier
altijd. Van de buitenste rij renners schuift steeds de
voorste aan in de binnenrij, laat zich in het treintje
geleidelijk naar achteren zakken en voegt aan het eind
weer in bij de buitenste rij en rijdt weer naar voren.
Het grote voordeel? Dat je allemaal maar een paar
seconden met je snufferd in de wind zit en voor de rest
behaaglijk achter de brede rug van je voorganger trapt.
Het molentje is een mooi Nederlands fenomeen. In Spanje
snappen ze er niks van. Toch zijn er ook hier binnen een
groep altijd types die een molentje om zeep helpen. Door
bijvoorbeeld met vijf kilometer harder dan de rest de
kop over te nemen. Of aan het eind hun beurt over te
slaan. Beiden geven gezonde ergernis in de groep. Bij de
tien A'tjes van de Afdeling Wielersport was gisteravond
sprake van het volmaakte molentje. Allemaal keurig
hetzelfde tempo, niemand die verzaakte, niemand die
mopperde, geen wanklank werd gehoord. Ook tijdens de
rest van de rit niet, trouwens. Ja, dat is heel
bijzonder, onder wielrenners. Dat mag op deze plek best
ook eens worden
vermeld.
Nee, dit is geen molentje. Op de
terugweg voor de wind langs de Leidsevaart is het gewoon
volle bak naar huis.
Zondag 23
mei 2010
Het kan geen toeval zijn. De eerste
zondag dat we met onze nieuwe wielerkleding de website
'Zomer in Katwijk' in de regio promoten is het ook
prachtig zomers weer. De mouw- en beenstukken blijven in
de achterzak, op de bleke neuzen zou eigenlijk een
laagje Nivea moeten tijdens deze verlengde
Westeinderplassen-rit met twaalf man. Rijdt de Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk
doordeweeks op A, B en C-niveau, bij de zondagse
saamhorigheid van de club hoort dat alle groepen elkaar
op oecumenische grondslag vinden. Na een paar maanden
van noeste trainingsarbeid blijkt dat daarbij het tempo
zonder een wanklank behoorlijk kan worden opgeschroefd:
op de heenweg (bescheiden wind tegen) begin 30, op de
terugweg langs de Ringvaart (zijwind) met zo'n 37
kilometer per uur, waarmee het gemiddelde toch ruim
boven de 30 uitkomt. Bij de Lisserbrug splitst de groep
zich georganiseerd in tweeën: de mannen die zich aan God
noch gebod storen maken een extra lusje (totaal 85 km),
zij die van het boven hen gestelde gezag te horen hadden
gekregen dat ze om half twaalf thuis moesten zijn, gaan
linksaf naar Katwijk (75 km). En jazeker, ook volgens
mijn vrouw was ik keurig op tijd.
Het voorheen Mexicaanse leger ziet er meteen strak en
gedisciplineerd uit in het nieuwe wielerkloffie. Het is
een lust voor het oog om de mannen door het weidse
landschap te zien snellen.
Zaterdag 22
mei 2010
Niet ingewijden - zoals echtgenotes -
mogen er graag lacherig over doen. Maar onze nieuwe
wielerkleding is meer dan een hebbedingetje. Het geeft
ons, als Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts
Katwijk, een identiteit. Het samengeraapte zooitje
ongeregeld wordt een eenheid. Een club. In die zin was
het een mijlpaal dat we gisteravond voor het eerst op
pad konden in ons nieuwe uniform. Nog een beetje als een
Mexicaans leger - want zoals het altijd moeite kost om
een grote groep in beweging te krijgen, zo heeft nog
niet iedereen de moeite genomen om het bestelde kloffie
af te halen - maar de voorraad slinkt. En nieuwe kleding
dwingt. Wie over een week nog in een exotische outfit
rondrijdt, heeft: óf niet betaald (nieuwe kleding werkt
voor mij als penningmeester beter dan een
incassobureau), óf zet zichzelf neer als het toonbeeld
van lamledigheid. Van die lamlendigheid was overigens
verder geen sprake gisteravond, op het trainingsrondje
van de A'tjes richting Kraantje Lek. Kapitein Rob raasde
op zijn Vliegende Hollander over de paden, vastbesloten
om zijn hologige bemanning naar de eeuwige fietsvelden
te trappen. Nog een paar weken, geef ik hem, dan wil er
helemaal niemand meer aanmonsteren op die helleschuit
van hem. Op het laatste gedeelte vanaf Noordwijk kozen
Graham en ik in elk geval voor ons eigen
scheepsheldenverhaal: Muiterij op de Bounty. Joho,
joho, en een vat vol rum.
Een groepsfoto toont aan dat de blauwe helm - en zeker
de lichtgevende, zoals die van Albert - met de komst van
het nieuwe wieleruniform helemaal passé is.
Donderdag 20
mei 2010
De hoeveelheid wielerkleding die mijn kast
doet uitpuilen is binnen ons huwelijk, zoals dat
tegenwoordig heet, best wel een dingetje. Dus heb ik bij
elke nieuwe aanschaf voor mijn eega altijd een goed
verhaal paraat, waarbij de termen 'absoluut
noodzakelijke investering' en 'een koopje bovendien,
nee, ik weet niet meer hoeveel' geregeld opduiken. Maar op het
aan de deur bezorgen van zeven
enorme dozen van leverancier BioRacer had ik haar niet voorbereid.
Mezelf ook niet, trouwens, want de verwachting was dat
onze nieuwe clubkleding pas ergens in de loop van
volgende week zou arriveren, en dan ook nog eens zou
worden afgegeven bij een bestuurslid met een
fietsenzaak. Nu stond er gistermiddag opeens een
chauffeur van een bestelbusje aan te bellen, die
met een zekere hardnekkigheid mijn echtgenote van haar
werk in de tuin wist lost te rukken. De arme man durfde
het niet aan om zijn pakketjes bij de buren af te geven.
Waarvoor hulde.
Onze geplande bestuursvergadering kreeg derhalve
onverwacht
het karakter van pakjesavond. Als kleuters die vijf
kwartier vrij mogen winkelen bij de Intertoys storten we
ons direct na het afwerken van de bespreekpunten op
meer dan honderd koersbroeken (kort, lang, driewart), truien
(lange en korte mouwen), windstoppers,
winterjacks en arm- en beenstukken, geleverd in de maten één
(voor de vrouwelijke leden) tot en met
tien (voor Arie Kralt en z'n vader). Vanavond is het
voor de leden bestellingen afhalen in het clubhuis. En
zolang de sponsors nog niet over de brug zijn gekomen,
komt het mij als penningmeester niet slecht uit dat ik
in geen enkele doos de rekening heb aangetroffen.
Dinsdag 18
mei 2010
Als 13-jarig meisje moet je niet met zes
Antillianen meegaan naar een kelderbox om een feestje te
vieren. En als je een beetje rustig wilt uitrijden na
170 kilometer Waalse Pijl, is het niet verstandig om je
aan te sluiten bij een groep met Rob2 in de gelederen.
Dat zijn bepaalde wetmatigheden in het leven, die
overigens niet iedereen ervan weerhouden om zich er -
tijdens of achteraf - over te beklagen. Zelf wist ik wat
me te wachten stond in de kelderbox van de Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk. En dan
kun je maar beter niet teveel tegenspartelen. Dan doet
het minder pijn. Gewoon voorop in de strijd, je nooit
verder laten terugzakken dan de derde rij en als het
even kan de groep jouw tempo proberen op te leggen. Dan
is het ook weer snel voorbij.
Een prettig rondje Zandvoort vanavond,
derhalve, met veel duinpad. Alleen voor die eenzame
solist op de driewieler was het afzien als een beer.
Maandag 17
mei 2010
In een film over Joris Ivens zag ik de
befaamde documentairemaker opnamen maken van de grote
mars van de Chinezen (of een ander groot werelddrama,
dat ben ik even kwijt). Wat ik me nog wél herinner is
dat Joris tegen die Chinezen, Indiërs of wie het ook
maar waren die voor zijn camera langs liepen, voortdurend
gilde: Niet in de lens kijken! Als opvolger van
Joris in ons peloton van wielertoeristen kamp ik met
soortgelijke problemen. Zodra ik de camera trek, zie ik
de blik van mijn personages naar het oog van mijn
toestel getrokken,
waardoor het vrijwel onmogelijk wordt om mijn fietsmaten
naturel vast te leggen. 'Ik geloof niet dat ik jou ooit
normaal op de foto heb gehad', zei ik zaterdagmorgen in
Spa tegen Rob1, en de beelden van die dag onderstrepen
dat dit ook in de Waalse Pijl wederom niet het geval
was. Rob (55-plus) verkeert overigens in goed
gezelschap. Ook mijn 13-jarige zoon krijg ik niet voor
de lens zonder het complete gekkebekkencircus dat bij
de puberteit hoort.
Met mijn camera leg ik in het peloton de
hoogte- en de dieptepunten van de koers vast. Bij het
eerste facet krijg ik in de regel alle medewerking van
de mannen. Op de finish willen ze wel juichen, het glas
heffen en net zo lang en gewillig poseren als mij
goeddunkt. Maar als ik op een venijnige helling de
camera trek om een levend lijk met een verwrongen gelaat
en twee lege oogkassen op de gevoelige plaat te
vereeuwigen, zijn de reacties
heel wat minder enthousiast. In het ongunstigste geval
kun je een klap voor je kanis krijgen, veel vaker zie je
het armzalige hoopje mens opveren om voor het thuisfront
een 'niets aan de hand'-uitdrukking over zijn tronie te
laten glijden. Neem Arjan, zaterdag worstelend op de
flanken van de Wanne, die zijn langzaam uitdovende
kaarsje met zijn laatste krachten weer wat leven
inblies door nog even gauw een vinger in zijn neus te
steken. Alsof het voor mij zo gemakkelijk is om op een
helling van 15 procent nog even een sprintje te trekken,
het toestel uit mijn achterzak te halen, aan te zetten,
me half op de fiets om te draaien, een mooie
beelduitsnede te bepalen en af te drukken. Laat staan
dat ik nog lucht heb om 'Niet in de lens kijken!'
te roepen.
Zondag 16
mei 2010, Fleche de Wallonie
Op tv vind ik het, landschappelijk maar
ook sportief, de mooiste eendaagse koersen: de Waalse
klassiekers. De bossen, de gemene lange hellingen,
glooiende velden, stadjes van vergane glorie en
troosteloze dorpen waar je achter elke scheefhangende
deur de toegang naar een kelder van Dutroux weet. Zodra
de wolken korte metten maken met de lieflijke glans van
de zon trekt er een sluier van naderend onheil over het
gebied. Maar vandaag is alles mooi, op mijn eerste
Fleche de Wallonie, de Waalse Pijl. Koud in de
afdalingen, warm bij het klimmen. Een kurkdroge weg.
Geen lekke banden. Een gemoedelijke, losse organisatie.
En ik voel me - na vier dagen niet naar mijn fiets te
hebben omgekeken - goed uitgerust en sterk. Ik fiets
verdorie voor mijn plezier. Als een jonge hond rijd ik
naar boven, fier voor me uitkijkend, alsof ik me vooruit
gestuwd weet door onzichtbare krachten. En warempel,
tegen het eind van de koers kan ik dat gevoel ook nog
verbeelden in mijn mooiste plaat van de dag:
Eigenlijk is het gekkenwerk: de wekker om
vier uur laten aflopen, in het donker met je sporttas
naar het clubgebouw De Goerie waar we verzamelen, 290 kilometer
rijden in de kampeerbus van Rob2, je omkleden in een
steil straatje in een villawijk van Spa, voor vijf euro een
stempelkaart halen in een sporthal, 170 kilometer
trappen en - na een tussenstop bij de goedkoopste
Chinees van Best, bij Eindhoven - weer 290 kilometer naar huis, om rond
22.30 uur te worden verenigd met het gezin.
Maar is het het waard? Elke minuut.
Dit is historische wielergrond. Elk weggetje, elke
helling ademt geschiedenis. Op het asfalt - zoals
hier op La Redoute - staan de namen van de helden
geverfd, soms honderden keren achter elkaar: Phil(lippe)
Gilbert. De Stockeu, de Wanne, de Rosier, de Thier de
Coo, stuk voor stuk langer en steiler dan hun
Zuid-Limburgse evenknieën als de Keutenberg, de
Eijserbosweg en de Fromberg. Bovendien: de Amstel Gold
Race is vijf keer zo duur en oneindig veel drukker. En
bij de verzorgingsposten moet je er vaak nog langer
wachten dan wij nu doen, op de twee bejaarde vrouwtjes
in een bushokje die een stempel op onze kaart zetten en
tegelijkertijd zoete wafels en stukken banaan uitdelen.
En het landschap? Dat is van een grote
schoonheid:
De koers dan. Voor Rob1 en Rob2 waren
vooral de eerste honderd kilometer zwaar. Rob1 zat al na
tachtig kilometer tegen kramp aan, Rob2 kreeg zijn
hartslag niet boven de 150 uit. Maar na koffie, taart en
zoete frisdrank
op een terras herstelden ze in het tweede deel
wonderwel. Gerard moest een winter van (te veel)
hardlopen en te weinig kilometers op de fiets bezuren, maar hield
dapper stand. Arjan was top, reed als een jonge God
omhoog, en Hugo, ach Hugo is een kat met zeven
levens. Als je hem op ene helling eraf rijdt, dendert
hij de volgende gewoon weer over je heen. 'Laat mij nou maar
een beetje in mijn eigen tempo aanmodderen', zegt hij
dan, als hij het grote, zware lijf schokkend weer zo'n akelige
puist opsleurt. En ik? Ik fladderde maar een beetje om
de mannen heen, met mijn camera. Want ik fietste niet
beroerd, vandaag.
Tot 40 kilometer kan iedereen fietsen,
zegt mijn rentenierende vriend in Spanje altijd. Tussen
de 40 en de 80 kilometer merk je of iemand getraind is. En boven de
100 kilometer pas of hij goed getraind is. Deze Waalse Pijl duurt
voor ons 170 kilometer en telt meer dan 3000
hoogtemeters. Daar kun je veel
woorden aan vuil maken. Maar het laat zich ook vangen in
beelden.
Nee, het is niet steeds dezelfde
persoon, op deze foto's. Ook de man met de camera moet voort, tenslotte. Langs
Arjan, die zich met een grimas omhoog worstelt naar de
top van de Wanne, waar anderen, overvallen door kramp,
hun toevlucht zoeken tot de benenwagen. En de zwaarte
van de koers is na afloop af te lezen op het gezicht van
Gerard, die tot de bodem moest. Houd die uitdrukking
even vast, vroeg ik hem voor deze foto. Het kostte hem
geen enkele moeite.
De koers volgens de Garmin van Rob2.
Voor de scherpslijpers onder ons die de cijfers gaan
analyseren: de tijden zijn inclusief een uurtje op het
terras en sociaal doen, op elkaar wachten bovenop
hellingen en bij tussenstops.
Zaterdag 15
mei 2010
Het
valt niet mee om te breken met de wekelijkse routine van
vlakke ritjes in de Duin- en Bollenstreek. Ik mag één of twee keer per jaar naar
Spanje, soms nog een weekje naar Italië (Dolomieten), naar Frankrijk
(Alpen) of (zoals dit jaar) de Vogezen. Dat is behelpen, ja. Voor eendaagse ritjes ben
ik aangewezen op Limburg en de Ardennen. Voor 2010 heb ik
bewust de volkshysterie rond de Amstel Goldrace en (in
mindere mate) Limburgs Mooiste (allebei al minstens een
keer of vijf gereden) laten lopen, ten faveure van wat
minder bekende koersen in Wallonië en Luxemburg. Vandaag
staat de Waalse Pijl op het programma, volgens
wielersites die het weten kunnen een echte
klimklassieker. Als ik lieg, doe ik dat in commissie:
De populaire
versie voor wielertoeristen vanuit Spa is zwaarder dan
die voor de profs. Met beklimmingen als de Côte de la
Redoute, Stockeu, Wanneraval, le Thier de Coo, Le Haute
Levée en Côte du Rosier krijgt de wielertoerist de
mooiste beklimmingen van dit deel van de Ardennen
voorgelegd.
Eigenlijk rijden wij - een gezelschap renners van HTWV
(Hijgend Trekken Wij Voort) - de kleine Waalse Pijl,
maar die is nog altijd 166 kilometer. Het zwaarste deel
van de dag? Het verzamelen om 04.45 (!) uur bij het
clubhuis De Goerie in Katwijk (ik ga nooit voor half één
slapen en pas na een paar wijntjes), waarna ik onderweg nog
een paar uurtjes hoop te pitten in de camperbus van
Rob2. De starttijd in Spa ligt rond 08.30 uur. Mijn
fameuze broodjes bal - veel eiwitten, ik zag deze week
dat ook de broertjes Schleck zweren bij veel vlees - gaan
mee.
Vrijdag
14
mei 2010
Er gaat natuurlijk niets boven het live
volgen van de koers op tv, maar als je vastzit in een
saaie vergadering of ergens in een ver buitenland zonder
toestel in de buurt, is er nu Rabo Cycling voor de
Iphone. Alle eerdere wielrenapplicaties van de bank -
zoals de Rabo iTour - zijn daarin samengevoegd. Grote koersen - eendaagse wedstrijden maar ook de
bekende
rondes - kun je 'live' volgen op je telefoon. Nee, (nog)
niet met bewegende beelden, maar het verloop wordt wel
van minuut tot minuut doorgegeven. Als Maarten Ducrot
bij de NOS nog zit te zwatelen over het oude en het
nieuwe wielrennen, kun je op je Iphone al zien wie er in de kopgroep zitten en hoeveel
voorsprong ze hebben. Van eenmaal verreden koersen vind
je ook alle klassementen, er zijn YouTube-filmpjes en er
is een nieuwssectie met vooral (Rabo)wielernieuws.
Etappes en wedstrijden die nog moeten worden verreden,
komen overzichtelijk in beeld (inclusief
hoogteprofielen) en er is informatie over
deelnemende renners. Bij de etappe van gisteren - van Novara naar Novi Ligure, 162 kilometer - heb ik de
telefoon bij de tv-beelden gehouden, waarbij de
informatie - weliswaar met een kleine vertraging -
adequaat doorkwam. Ook alle uitslagen worden snel en
netjes bijgewerkt. Tenslotte wilt u als wielerconsument
natuurlijk weten wat de grootbank in rekening brengt
voor deze Rabo Cyling App? Helemaal niks, nada, noppes.
Leve het nieuwe wielrennen!
Donderdag 13
mei 2010
De laatste korst krabbelde ik dinsdag
rond middernacht van mijn heup. Een plakkaat van 3 bij 4
centimeter dat, na eindeloos gefrunnik, in één keer - en
aan één stuk - losliet. Wat rest is de roze,
geschilferde huid van een brandwondenpatiënt. Thanks
for sharing, hoor ik u denken, maar hoe kan ik op
deze plek blessures opvoeren zonder ze ook weer af te
sluiten? Na mijn duikeling op 18 april zijn alle
zichtbare wonden geheeld en heb ik alleen nog last van
mijn hand. Niet de hele tijd - een stukje typen en een
paginaatje muizen voor de computer gaat best. Dus ik kan
er gewoon mijn brood mee verdienen. Niks aan de hand. Maar een pot
appelmoes opendraaien, een volle waterkoker optillen of
iemand een stevige hand geven, dat is er al drie weken
niet bij. Niet dat dat mensen ervan weerhoudt om mij wél
een stevige hand te geven, maar dit terzijde. In het
leger heb ik geleerd helse pijnen met een stalen gezicht
te ondergaan. Vervelender is dat ook het stuur van mijn
racefiets vasthouden of hard remmen vaak een
pijnlijke aangelegenheid is. Van een collega die op
cricket zit - een onbegrijpelijk spel waarbij een hele
harde bal moet worden gevangen - weet ik dat er talloze
botjes in je hand zitten die je ook allemaal kunt
breken. Om over het gedoe met pezen en spieren maar te
zwijgen. In de meeste gevallen geneest het allemaal
vanzelf, zei hij bemoedigend. Om te vervolgen met: In
sommige gevallen ook niet. Dan moet je worden
geopereerd. Maar wie leeft voor de sport, weet dat ik me
dat pas na afloop van het wielerseizoen kan veroorloven.
Komende winter krijgen ze weer appelmoes, heb ik mijn
kinderen beloofd.
Bij de tekening: de pijnlijke plek zit
ergens in
het vlezige gedeelte tussen de pink en pols.
Woensdag 12 mei 2010
Veel Italianen hebben het de afgelopen
dagen tot hun ongenoegen ervaren: we mogen hier geen
bergen hebben, we hebben wel wind. Anders dan bij
klimmen - waarbij je vooral op jezelf bent aangewezen -
kun je je voor de wind nog een beetje verschuilen. Door
geniepig achter een brede rug te blijven hangen. Of in
de juiste waaier te kruipen. Maar niet als je met maar
vier man de onderbond van de Afdeling Wielersport vormt.
De grote meute was gisteravond wederom te angstig voor A en te
trots voor C, waardoor ik als captain uiteindelijk
gezelschap kreeg van drie renners die niet worstelden
met de penopauze. Ook het landschap leende zich niet
voor verstoppertje spelen: lange rechte wegen, door voor
een belangrijk deel al kale bollenvelden, met hier en
daar nog een streepje geel of rood. Harken, stoempen, er
een snok aan geven, alle ooit door Gerry Knetemann
bedachte wielertermen zijn ontsproten aan ritten onder
deze omstandigheden. Maar bij het keerpunt in
Vogelenzang wacht die andere kant van de wind: de
behulpzame ademtocht in de rug die je in de helft van de
tijd naar het clubhuis De Goerie blaast om daar de
verjaardag van Rob1 (55 lentes jong) met een stroopwafel
te gedenken.
Boven: al
bijna kale velden met hier en daar nog een streepje
geel. Linksmidden: Paul, Marco en Willem, dappere C-tjes
die geen last hebben van de penopauze. Rechtsmidden:
voor de wind na het keerpunt bij Vogelenzang. Onder:
Menno gooit de bar open om op z'n Kattuks de verjaardag
van Rob1 te vieren. De mannen in de voorkamer. De
vrouwen in geen velden of wegen te bekennen.
Dinsdag 11 mei 2010
Normaal is het een koers die ik in het
late Sportjournaal voorbij zie komen of - bij
spectaculaire bergetappes - ook wel eens 'live' volg,
vooral op de Belg. Maar nu de Ronde van Italië in
Nederland begint, lijden we allemaal aan Giromania. Ik
heb er lang tegen gevochten. De behoefte om naar de
start in Amsterdam te gaan, kwam pas toen ik er anderen
enthousiast over hoorde vertellen. Aan georganiseerde
toertochten deed ik niet mee. Voorspelbare ritjes, vond
ik het, door mijn eigen vertrouwde trainingsgebied. Maar
toen ik zondagmiddag de spectaculaire helikopterbeelden
zag van het peloton over mijn favoriete Nederlandse
fietsparcours - het dijkenlandschap tussen Amerongen en
Wijk bij Duurstede - ging ik alsnog voor de bijl.
Gistermorgen onderbrak ik mijn werk op de Leidse
redactie om op het hoekje van de Haarlemmerstraat een
uur lang op een grote, ijzeren vuilnisbak te staan, me
met mijn linkerarm vasthoudend aan een verkeersbord. Een
wankel punt voor die ene foto, maar wel met een perfect
zicht op de Blauwpoortsbrug en het Galgewater, veel
Leidser kon het niet. Van het uur dat ik er stond
gebeurde er 58 minuten niks noemenswaardigs. Veel witte
autootjes met prullaria, motoragenten en een
reclamekaravaan die - zeker als je de Tour de France
gewend bent - helemaal niks voorstelt. Maar die twee
minuten waarin eerst de kopgroep van drie renners
voorbijkwam - onder aanzwellend gejuich van het publiek
- en later het jagende peloton - met het treintje van
Evans voorop - maakte alles goed. Nooit, nooit, nooit
meer zal ik de Giro een kermiskoers voor gedrogeerde
B-renners noemen.
Bij de
foto's: het peloton passeert de Blauwpoortsbrug
(helemaal boven), het treintje Evans (midden), het
jeugdklasje van Swift geeft het goede voorbeeld
(linksonder) en Giroprullaria voor een tientje.
Maandag 10 mei 2010
Over
de vertrouwensband tussen een mecanicien en de renner
zijn mooie verhalen geschreven. Iedere kampioen deelt
zijn overwinningen met de man die achter de schermen
zijn materiaal verzorgt. En ook ik, eenvoudige
wielertoerist met twee linkerhanden, ben volkomen
afhankelijk van de fietsenmaker die mijn bewierookte
rijwiel controleert, afstelt en repareert. De drie weken
sinds mijn onvrijwillige tuimeling heeft mijn witte Trek
doorgebracht in de werkplaats van mijn huisdealer,
Kees
Fietsshop in Noordwijk, in afwachting van de
inspecteur van de verzekering die moest vaststellen wat
de exacte schade was. Vrijdagmiddag belde de beste man
mij op, met de steunende betoogtrant van hen die op het
punt staan om een veer van meer dan 1200 euro te laten.
Een nieuwe rechtershifter van mijn Dura Ace-groep, een
nieuwe derailleur, een nieuw zadel en, niet te vergeten,
een nieuw stuur. Plus nog wat lakreparatie en de
vervanging van een gescheurde Assosbroek. Toen ik een
dag later toch even bij Kees in de buurt was, bleek mijn
racer bijna klaar. Als ik nog even geduld had, kon ik
hem meteen meenemen. Kopje koffie? Bij Kees weten ze
hoezeer ik hem heb gemist. Wilde ik dan op deze plek wel
even vermelden dat de zaak deze maand twintig jaar
bestaat? En dat er momenteel twintig dagen lang
op het hele assortiment twintig procent
korting wordt gegeven? Natuurlijk wil ik dat. In de
vertrouwensband met je fietsenmaker moet je blijven
investeren.
Zondag 9 mei
Eén van de redenen om
vandaag geen Girotoertocht vanuit Amsterdam te rijden,
was voor mij de parcourskeuze. De ritten waren zonder
uitzondering uitgezet in een gebied waar ik normaal ook
al rijd: Kopje van Bloemendaal, Ringvaart, stukje
Bollenstreek of - richting Utrecht - het gebied rond
Breukelen. Hoe juist dat was, bleek vanmorgen wel. Op de
Ringvaart kwamen we - elf man van de Afdeling
Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk - enkele
duizenden fietsers tegen met het roze stuurplaatje van
de Ronde van Italië of het speciale - roze -
Rabobankshirt. Op grote delen van de route reden we
tegen de stroom in, waarbij andermaal bleek wat een
malloten wielrenners zijn zodra ze in groepsverband
menen boven de wet te staan.
Bij de
Westereinderplassen lieten we de meute los, voor (vanuit
Leimuiden) een rondje links om het water richting
Aalsmeer, om daarna weer via de Ringvaart - Girorenners
nu aan beide kanten van de weg - weer naar Sassenheim te
rijden. Een krap schema, hadden we, op dit
Moederdagrondje van een kleine 70 kilometer dat rond
half twaalf weer in Katwijk moest eindigen om thuis geen
hooglopende ruzie te krijgen. Een tweede lekke band van
Marc - ook vrijdagavond hij al pech - dreigde roet in
het eten te gooien, maar Léon duwde langs de Ringvaart
in de waaier de trappers zo hard rond dat we keurig
volgens schema de gemeentegrenzen van Katwijk weer
overschreden. Nou ja, negen van de elf dan. Ergens op de
terugweg verkozen twee leden de tuchtiging met de
deegroller van moeders boven het sterven in het wiel van
Léon.
Bij de foto's:
duizenden Girorenners aan de andere kant van de weg
(bovenste foto), eerste oponthoud door onderhoud aan het
spoor bij de vuiloverslag in Voorhout (kleine foto
boven), als het gras twee kontjes hoog is, laten
wielrenners hem graag uit de broek hangen (kleine foto
onder), bandenwissel aan de voet van de watertoren van
Aalsmeer (staande foto rechts) en (op de heenweg) de
groep nog compleet langs de Ringvaart (onder).
Vrijdag 7 mei
Veel
wielrenners willen in hun hart helemaal niet
fietsen. Zitten 's morgens al om 08.00 uur achter hun
bureau met een zorgelijk gezicht naar de buienradar te
kijken. Nee, dat wordt weer niks vanavond. Zucht. Onze
Afdeling Wielersport telt meer dan honderd leden. Stoere
kerels. Niet voor een kleintje vervaard. Vanavond kwamen
er - na een grijze dag met veel regen, dat wel - daarvan
welgeteld negen opdraven voor een kurkdroog ritje
(behoudens wat modderspatten van de weg), met weinig
wind en een temperatuur die in elk geval veel te hoog
was voor alle kleding die ik zelf had aangetrokken en
mij in het peloton - voor even, mag ik hopen, en als
gevolg van mijn opbollende regenjack - de bijnaam
'Nijlpaard' bezorgde. Bedankt, Graham. Wel een nadeel
van een nat wegdek: lekke banden. Al binnen twee
kilometer was het raak. Maar omdat de kern van mijn
betoog is dat veel wielrenners eigenlijk niet willen
fietsen, past ook dit er wonderwel in. Bij zo'n log
horen beelden waarop niet wordt gereden. Bovendien kreeg
ik mijn camera - op een rondje Vogelenzang/Ringvaart -
niet onder mijn jack vandaan op alle stukken waarop de
testosteron weer als vanouds door het groepje gierde.
Donderdag 6 mei 2010
De berichten over een België
dat al decennia gebukt gaat onder de taalstrijd hebben
voor ons, Hollanders, een hoog abstractieniveau. Ik werd
pas met mijn neus op de feiten gedrukt toen ik me
gisteren wilde inschrijven voor de Waalse Pijl, een
toerfietsklassiekers door het Franstalige gedeelte van
de Ardennen. Ik koos voor de Nederlandse tekst op de
site en las het volgende:
Om deel
te nemen:
1) U kunt zich aanmelden met vrijdag
van 17u tot 20u en de dag van de wandeling vanaf 5:30 2) worden afgesloten via internet of
op locatie formulier dat overeenkomt met uw galerij
220km, 166km, 130 km. In
beide gevallen de handtekening nodig is. 3) gaan betalen: zij ontvangt het
frame plaat genummerd, de doos van uw reis met de recto:
beschrijving van de routes en tijden van de
verschillende leveringen, de omgekeerde dozen voor. Diverse stempels: evidence.
Doorgangsrechten en telefoonnummer van de macht van de
dag en meer is van essentieel belang voor het recht om
leveringen. 4) naar stempel vertrek en de goede
weg.
Faciliteiten:
1) toiletten en douches zijn
beschikbaar. 2) een kleine bar en het restaurant
zijn de hele dag open. 3) vakken van vrijstelling voor
kleine verwondingen alle posities, beginnend en
benzinestation. 4) Een reeks van kaarten met
verschillende routes routes beschikbaar zijn. 5) Een stand te bekijken en te kopen
van de foto's om te gaan, de opnamen werden gemaakt op
de top van de Col de la Redoute na Remouchamps. 6) Neem contact op voor foto'swww.actionphototeam.cominfo@actionphototeam.com 7) deelstukken voor grote
groepen en deelnemers buiten de normen.
Tips:
1) Respect voor de regels
van de weg nog steeds vereist. 2) Zijn de reparatie zelf
op een fiets en in perfecte conditie. 3) Wees zeer voorzichtig,
want de ervaring ongevallen gebeuren tijdens fatigues en
kleine wedstrijden cyclo veroorzaken afleiding!!!!!!! 4) Wees goed voorbereid
en opgeleid om het plezier om te rijden en te genieten
van het landschap. 5) Volg de wegmarkeringen
samengesteld uit onze symbool in het geel.en bifurcaties
van verschillende afstanden.
Het is me opeens
allemaal volkomen duidelijk. De kloof tussen Vlamingen
en Walen is onoverbrugbaar.
Woensdag 5 mei
Gemopper, boosheid en
berusting.... O nee, zo ben ik gisteren al begonnen.
Maar het had zo weer gekund, want ook dit ritje
Noordzeekanaal in de beoogde trainingszone D1 kreeg weer
wat weg van een slijtageslag in D3. Volgens Rob2 paste
dat overigens geheel in het schema dat voor deze week
was uitgestippeld, dus waar klaagden we over? Nou ja, ik
klaag eigenlijk nooit, tegen Rob2. Ik klaag alleen bij
Rob1 waarom hij niet wat eerder klaagt bij Rob2. Zo
liggen de verhoudingen. Maar, zoals ik na afloop tegen
Rob1 zei (kunt u het nog volgen?), het zal vast wel
ergens goed voor zijn geweest. En dan doel ik niet op
het klagen, maar op een pittig ritje van ruim honderd
kilometer met een gemiddelde van flink boven de 30. Met
onderweg ook nog een rustmoment in een bescheiden
uitspanning, ergens langs het Noordzeekanaal, met
uitstekende cappuccino en warm appelgebak. Nee, toen
hoorde je even helemaal niemand klagen.
Na het klimmersrondje met
de Afdeling Wielersport vergat Rob2 zijn Garmin uit te
zetten, waardoor er op dit kaartje twee routes zijn
weergegeven. Vandaag begonnen we bij de rode stip en
reden richting het noorden.
Dinsdag 4 mei
Gemopper, boosheid en
berusting - al dan niet gespeeld - zijn de gebruikelijke
emoties die komen bovendrijven tijdens een fietstochtje
met Rob2. Al moet ik bekennen dat ik er vandaag ook een
zeker aandeel in had dat we Rob1 tijdens een 'los-trap-rondje'
even totall loss trapten op het duinpad tussen Zandvoort
en Noordwijk. Mijn kilometerteller doet het niet meer,
op mijn oude fiets, maar met het windje in de rug en de
grote plaat erop moet het toch zeker een tijdlang tussen
de vijftig en de zestig in het uur zijn gegaan. De twee
strakke mannetjes die ons - toen wij de heenweg
evalueerden en alles er nog genoeglijk aan toe ging -
met een flinke snelheid passeerden, haalden we in elk
geval in alsof ze stilstonden. Het was fris, er stond
een behoorlijke bries en alleen de allerdapperste van
ons kwam gewoon in korte broek. Nee, ik noem geen namen,
beelden spreken voor zich.
Maandag 3 mei
In een overmoedige bui -
of was het uit frustratie vanwege een afgelaste
zondagmorgentraining? - schreven Albert en Menno voor
vanavond spontaan een alternatieve training voor de
Afdeling Wielersport uit. Dat was gistermiddag, in de
vaste overtuiging dat de weersomstandigheden vandaag wel
een stuk beter zouden zijn. Maar helaas. Geen droog
moment, een harde noordenwind en een graadje of zeven
leidden de hele dag tot een discussie op het Ledenboek
rond het thema 'gaan' of 'niet gaan'. Maar de dapperen
lieten zich niet kennen, al moet gezegd dat ze rond de
klok van 19 uur voor het hek van De Goerie op niet al te
veel medestanders hoefden te rekenen. Als ze zich over
twee uur weer doorweekt bij moeder de vrouw melden,
zullen ze ongetwijfeld roepen dat de thuisblijvers
ongelijk hadden. Maar wij weten wel beter.
P.S. Waar was ik? Achter
de goede kant van het hek natuurlijk, met een tasje
clubadministratie en brieven die door secretaris Menno
nog moesten worden ondertekend. En daarna zo snel
mogelijk naar huis om de lezers van dit log te
informeren.
Zondag 2 mei
Nu de regen me binnen houdt
maar even een fietscolumn die ik nog niet op internet
heb gezet.
Uit: de dagbladen van HDCmedia, 15 april 2010
Noodzakelijk kwaad
De keren dat ik er een gestroomlijnde carbon koffer voor
huur, maak ik graag een extra rondje door de aankomst-
of vertrekhal van Schiphol of willekeurig welke andere
luchthaven in den vreemde dan ook. De moeite wordt
vrijwel altijd beloond door iemand die nieuwsgierig,
maar toch met een zekere aarzeling op je af stapt. ,,Mag
ik vragen wat daar in zit, meneer?'' Een zekere
achteloosheid in de stem is dan een pre. ,,Mijn
racefiets, mevrouw.'' Met daarna - van haar kant - de
vaststelling waar het allemaal om begonnen is. ,,Ah,
meneer is een wielrenner.''
Zo
is het. Ik loop hier niet gewoon een beetje de toerist
uit te hangen, in Valencia en omstreken, tussen
valsblonde en roodverbrande
landgenoten die ergens aan een costa hebben overwinterd.
Elke schijn van vakantie of gepensioneerde leegloperij
dient te worden vermeden. Meneer is een wielrenner. Hij
is hier om kilometers te maken. Of, mooier nog, hij
heeft ze al gemaakt. ,,Meer dan 730, mevrouw. En bijna
10.000 hoogtemeters, als u dat wat zegt. In zes dagen
tijd. Ja, toch een beetje rustig aan gedaan, dit keer.
Het streven is altijd 1000, maar u weet hoe dat gaat, in
zo'n week. Je wilt toch ook niet overtraind terugkomen.
Het seizoen is nog lang.''
Fietsen kost tijd, veel tijd. Je gaat nooit voor een
uurtje, maar
minimaal voor een dagdeel. Het liefst voor een hele dag.
Ook om die
reden is het van belang het wielrennen niet in de
recreatieve sfeer te
trekken, maar er een levensvervulling van te maken. Een
noodzakelijk
kwaad. Types die je 'veel plezier' menen te moeten
wensen als je er
weer vijf of zes uur - laat staan een hele week - zonder
het gezin op
uit trekt, dienen met kracht te worden weersproken.
Alleen al het idee
dat er iets van plezier bij komt kijken! Plezier is
hooguit een
afgeleide van iets wat zich toevalligerwijze ook bij het
fietsen kan
voordoen. Zoals je ook een plezierig gesprek kunt hebben
in de
wachtkamer van de tandarts, of in de rij bij de
nierdialyse.
Wielrennen
dient een hoger doel. Welk doel? Tja, dat verschilt per
jaar en ligt voor iedereen anders. Mijn hoofddoel is op
4 juli het rijden van de Maratona dles Dolomites in een
tijd die voor mijn leeftijdscategorie - omdat ik in juli
jarig ben, geld ik voor de organisatie al als 50-plusser
- goud oplevert na een tocht van 138 kilometer over
Italiaanse bergtoppen met in totaal bijna 4200
hoogtemeters.
De hoogste graad van acceptatie van dit hogere doel heb
je bereikt
wanneer de rest van het gezin er met een zekere
vanzelfsprekendheid
vanuit gaat dat je moet fietsen. Minimaal vier keer in
de week. En af
en toe op hoogtestage moet omdat klimmerskuiten nu
eenmaal niet worden
gekweekt op de Utrechtse Heuvelrug of in het bronsgroen
eikenhout rond
de Cauberg. ,,Papa moet fietsen.'' Zelf vind ik dat
beter klinken dan
de treurige vaststelling dat papa altijd maar moet
werken. Of in de
kroeg hangt.
Om nu te zeggen dat de hoogtestage die ik net bij mijn
rentenierende
vriend in het achterland van de Costa Blanca achter de
rug heb, me
door de strot is geduwd, gaat misschien wat ver. Maar
een feit is dat
mijn eega me er min of meer toe heeft aangezet. ,,Moet
je dit jaar
niet naar Spanje?'', vroeg ze op een zondagavond een
beetje verbaasd,
na de vaststelling dat mijn buitenlandprogramma tot dan
toe uit niet
meer dan een weekje Italië en de Vogezen bestond. Ik
liet de schouders
een beetje hangen, stond een sluier van moedeloosheid
toe op mijn nog
niet zo afgetrainde gelaat en nam alvast een voorschot
op de berusting
waarmee ik binnen enkele ogenblikken een retourtje
Valencia zou
boeken.
,,Dat zou inderdaad wel beter zijn.''
Beschouw het als de vrucht van mijn inspanningen om het
fietsen uit de
recreatieve sfeer te halen.
Fietser is wat ik ben.
Meneer is een wielrenner.
Zaterdag 1 mei
Gewoon guur was het, toen
ik tussen de middag voor de zaterdagse lekkerbekken even
naar De Krul reed. Snijdend koude wind, motregen, na een
ochtend die ook al behoorlijk nat was verlopen. Dus toen
het rond 14 uur droog werd, haalde ik de winterkleding
maar weer uit de mottenballen, waar ze eigenlijk tot
oktober in had moeten blijven liggen. Nog geen paar
kilometer op het duinpad tussen Katwijk en Scheveningen
trok de lucht open en kreeg ik al spijt van mijn
fietsboerka. (Niet zo erg als clubgenoot Mart, die
binnen op zijn Tacx reed, maar toch.) Lekker toeristisch
rond de haven van Scheveningen getrapt, bootjes gekeken,
even stilgestaan bij de Tridens en de Barend Biesheuvel
van de kustwacht en aan de kop van de haven ook nog bij
een Franse mijnenveger (of zoiets). Daarna weer terug
over het duinpad waar ik alle andere wielrenners zo hard
voorbij reed - ik had nog energie over - dat die de rest
van het weekeinde met een minderwaardigheidscomplex op
de bank moeten zitten.
Vrijdag 30 april
Het is vandaag toch geen
fietsweer, dus kan ik er wel een column ingooien die ik
eerder deze maand schreef, aan de vooravond van mijn
trainingskamp in Spanje.
Uit: de dagbladen van HDCmedia, 8 april 2010
Trainingskamp
Het dekbed van de echtelijke sponde ligt
al uren bezaaid onder
stapeltjes vrolijk gekleurde wielerkleding. Ik haal er
setjes af, leg
er andere setjes voor terug. Wissel schoenen, sta
minuten lang met een helm in mijn hand en loop
handschoentjes en sokken na op scheurtjes of gaten.
Zoals alleen zwarte mannen elkaar mogen uitschelden voor
neger en ouders van een kind met het Syndroom van Down
iemand een mongool mogen noemen, zo is ook deze
kwalificatie alleen voorbehouden aan wat voor mij de
andere sekse is. 'Je lijkt wel een vrouw', zegt mijn
eega misprijzend.
Het
was eigenlijk niet de bedoeling omdat ik voor mezelf dit
jaar al -
los van het gezin - twee fietsvakanties heb geregeld.
Begin juli rijd ik in Italië de Dolomietenmarathon en in
september viert de gelegenheidsclub HTWV (Hijgend
Trekken Wij Voort) een jubileum met een weekje trappen
in de Vogezen. En echt hoor, ik heb helemaal niet
gezeurd, verdrietig gekeken of wekenlang geslijmd om
mijn echtgenote zover te krijgen dat ze op een
zondagavond, zomaar vanuit haar luie stoel, zei: 'Moet
je niet ook nog een weekje naar je rentenierende vriend
in Spanje?'
'Ik zat er net aan te denken', antwoordde ik naar
waarheid.
(Nog even tellen: zes fietstruitjes, voor elke dag één,
met in elk
geval mijn Marmotteshirt, het zwarte HTWV-tenue, de
shirtjes van mijn
fietsclubs en natuurlijk het tenue van de Spaanse club
in Xaló. Een
driekwart broek van de club, twee windstoppers, een
regenjack, zes
zweethempjes en mijn dure Assos-broek voor de langste
ritten.)
Het is een wonder dat ik dit jaar op deze plek nog niet
vaker over
racefietsen heb geschreven, want mijn leven wordt er
meer dan ooit
door beheerst. Ook allemaal de schuld van mijn vrouw.
Haar appèl aan
mij om ook eens wat terug te doen voor de maatschappij,
heb ik
vertaald in een indrukwekkende bestuursfunctie van de
Afdeling
Wielersport van onze lokale ijsclub, waar ik sinds enige
maanden de
clubkas beheer, de ledenadministratie doe en mij verder
bemoei met
alle lopende bestuurskwesties. Of dit helemaal is wat ze
bedoelde,
weet ik niet, maar elke keer als ik niet op mijn
wielerschoenen maar
met een ordner onder mijn arm het huis verlaat, prijst
ze me uitbundig
voor mijn inzet.
Het zal waarschijnlijk ook Hare Majesteit niet ontgaan,
mocht het haar
over twintig jaar behagen mij niet alleen voor mijn
verzamelde
educatieve columns maar ook voor mijn verdiensten voor
de lokale
wielersport de versierselen behorend bij het Lid in de
Orde van Oranje
Nassau op te spelden.
(Verder nog: drie paar handschoentjes, twee bandana's
voor onder mijn
helm - zodat het zweet niet in mijn ogen loopt -
armstukken,
beenstukken, twee paar schoenen met zowel Look als
SPD-pedalen, mijn
helm, bril, mijn band voor de hartslagmeter. Zes paar
fietssokjes.)
Het fietsen mag er natuurlijk niet onder lijden. Na een
winter op de
mountainbike heb ik op de racefiets inmiddels honderden
trainingskilometers, de Joop Zoetemelk Classic en de
Rabo Bergtoer
vanuit Ochten in de benen. Maar of ik klaar ben voor wat
mij nu in
Spanje te wachten staat? Door een maandenlange
verbouwing aan zijn
huis was mijn rentenierende vriend vorig jaar niet in
goede doen.
Zelfs bergop reed ik hem eruit. Maar nu, dankzij de
crisis, staan zijn
werkloze, Spaanse fietsmaatjes bijna elke dag gretig
afgetraind voor
zijn deur.
(Een trainingsbroek voor na de rit, mijn verzameling
T-shirts
(Limburgs Mooiste, Lance Armstrong), warme trui,
slippers. In mijn
toilettas de sudocrème tegen schuurplekken op de billen,
Pro-Fit
Ibuprofen-gel tegen zere knieën, mijn Braun bodycruzer
tegen de
laatste windharen die ik op mijn geschoren benen
tegenkom.)
'Zou je ook niet wat gewone kleren meenemen?', zegt mijn
vrouw. 'En
een paar schone onderbroeken?'
In dat opzicht blijf ik gelukkig een echte kerel.
Donderdag 29 april
Koninginnedag en de
herdenking van de gevallenen zetten de clubactiviteiten
op vrijdag en dinsdag even op een laag pitje, maar er
moet natuurlijk wel gefietst worden. Met beide Robben,
Graham, Jan (alias kapelaan Odekerke) en Arno. De
laatste pikten we op bij het verzamelpunt - de roomse
kerk - waar hij op andere, naar nu blijkt vermeende
vrienden stond te wachten. Normaal is hij gewend met
Katwijkse notabelen te rijden, waardoor de cultuurschok
van een kleine 70 kilometer doorrammen met kerels van de
gestampte pot toch behoorlijk groot was. Zijn 'bedankt
voor de les' was aan het eindpunt van dit rondje
Vliet-Leidschendam-Zoetermeer-Leiden-Meijendel in elk
geval meer dan een obligaat bedankje. Angst en respect
klonken erin door. Dankzij de onnavolgbare manoeuvres
van Rob2 raakten we elkaar ergens in Meijendel
traditiegetrouw even kwijt, om op h