IJsclub Voorwaarts

Wielervereniging Katwijk

Noordbikers

 

HTWV

(Hijgend Trekken Wij Voort)

Club Ciclista Xaló

 

 
Alles over La Marmotte 2009
Klik hier
 
 

 

Trainingskamp Spanje 2009

Klik hier

 
 

     
 
 
 
 
 
 

Programma 2010

 

Maart:

Joop Zoetemelk Classic vanuit Leiden

April:

Trainingskamp in Spanje

(van 6 t/m 13)

 Mei:

Toertocht Giro d'Italia

(vanuit Middelburg)

Hart van de Bollenstreek

Juni:

Jean Nelissen Classic

(Vianden)

Trainingskamp

Dolomieten

Juli:

Dolomieten Marathon

Augustus:

Vakantie (Ierland)

September:

Fietsweek

Vogezen (HTWV)

Oktober:

Herfstmountainbiken

in Leersum

November:

Rabo Beach Challenge

 
 
 
 
 
 

 
 
 

 

 

 

Stukjes tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek, maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, Spanje. Op deze site columns over en verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik ook voor de lol.

 
     
 

Naam: Dick van der Plas, Leeftijd: 49, Woonplaats: Katwijk aan Zee

 
     
     
  Seizoen 2010  
 
 
     
 

Dinsdag 28 december 2010

Renners die het hele jaar de mooiste koersen rijden maar niet mogen starten in de Tour de France, beschouwen hun seizoen als incompleet. Mislukt, zelfs. En zo is het, op uiteraard een heel ander niveau, ook met ons, enthousiaste wielertoeristen. Een seizoen zonder absoluut hoogtepunt kabbelt maar een beetje voort, van training naar toertocht en vice versa. Het is belangrijk een doel te hebben, om toe te leven naar die ene koers die belangrijker is dan alle andere. Waar alle trainingsarbeid zich moet uitbetalen. Het afgelopen jaar was dat voor mij de Dolomieten Marathon, voor volgend jaar staat (opnieuw) de Marmotte op het programma. Ik moet toegeven, het kostte wat moeite mij over de streep te trekken. Maar het feit dat neef Raymon straks gaat beginnen aan zijn werkzame leven voor de klas en dit misschien wel de laatste keer is dat hij de Tocht der Tocht kan rijden, gaf net het laatste zetje. Van de Afdeling Wielersport gaat in elk geval ook Peter Meester mee en verder heeft zwager Rinus een startbewijs aangeschaft. In klein comité hebben we gisteravond al vergaderd over de accommodatie en een voorlopige lijst met toertochten opgesteld die we in de voorbereiding absoluut moet rijden. Want dat gekeutel vooraf is uiteraard bijna net zo belangrijk als de Tocht der Tochten zelf.

De beelden maakte ik in 2009, toen ik de Marmotte voor de eerste keer reed.

 
 
 
  Zaterdag 25 december 2010

Het is een merkwaardige gewoonte die ook nog eens door mijn eigen vrouw in het leven is geroepen. Binnen onze familie doen we - ik moet eigenlijk zeggen: ze - alleen aan kerstcadeaus voor de vrouwen. Na het aansnijden van de kersttaart worden er bij de koffie van alle kanten goedgevulde tassen tevoorschijn gehaald, waarna de dames elkaar - onder veel gekir, gejoel en gekus - overstelpen met goede gaven: armbanden, oorbellen, kerstsnuisterijen, boeken, kortom, allemaal dingen die je als man ook wel zou willen hebben. Maar wij zitten er jaar in, jaar uit voor spek en bonen bij. Behalve dit keer dan: ik heb mezelf deze kerstdagen maar eens getrakteerd op de Continental Spike Claw 240 Drahreifen, sneeuwbanden voor mijn mountainbike met 240 stalen spijkertjes in het rubber. Het gejoel van de vrouwen kreeg opeens een heel andere toonhoogte, bij de onthulling van dit ideale kerstcadeau voor echte kerels.

 

 
 
 
 

Dinsdag 21 december 2010

Het zijn barre tijden voor de woon-werkverkeerfietser. De gemeentelijke strooi-, schuif- en borstelploegen richten zich vooral op de doorgaande wegen en verspillen geen korreltje zout aan de rijwielpaden. In de krant van heden mocht ik al even mijn gal spuwen op met name de gemeente Katwijk, die in een gladheidbestrijdingsplan van 72 pagina's van straat tot straat heeft beschreven wat de aanpak bij sneeuw en vorst is. Maar kennelijk zaten alle beambten dit lijvige stuk nog lekker bij de warme kachel door te nemen, toen ik gistermorgen door een laag van twintig centimeter mijn weg zocht naar de redactie in Leiden. Wat is het beste vervoermiddel om dat te doen, nu alles op de provinciale weg N206 in zowel de ochtend- als de avondspits muurvast staat? Eerst dacht ik aan de mountainbike met noppenbanden, maar bij dit type sneeuw - zacht als poedersuiker - bevalt de strandfiets mij het best. De Super Moto-banden van mijn Be One Karma Beach rijden gemakkelijk door opgehoopte sneeuwduinen, trekken zich weinig aan van opgevroren sporen en bieden voldoende draagvermogen op een mulle ondergrond. De afneembare BBB-spatborden bieden bescherming tegen opspattende pekel. Op de plek van de rechterbidon bevindt zich het nieuwste, goedgekeurde Abus vouwslot. En wat zit er achterop? Mijn Topeak-tas die op een slede met bajonetsluiting aan de zadelpen vastzit. Groot genoeg voor een laptop, fototoestel, schrijfblok, regenpak en overschoenen, kortom, alles wat een wakkere verslaggever bij dit weertype nodig heeft.

 
 
 
 

Zondag 19 december 2010

Ajax-Feijenoord is afgelast, automobilisten wordt aangeraden thuis te blijven en het vliegverkeer in heel Europa is een chaos. Maar wie gaan er gewoon lekker een stukje fietsen? Juist, de mannen van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk. Zij begroeten elkaar rond 9 uur bij het clubhuis De Goerie hartelijk met achtereenvolgens 'Goedemorgen gekken', 'Goedemorgen malloten' en 'Goedemorgen mongolen'. Want helemaal honderd procent moet je natuurlijk niet zijn, om door twintig tot dertig centimeter poedersneeuw over het duinpad tussen Katwijk en Noordwijk te ploegen.

Hoe vaak ik dat deze winter nog ga zeggen, valt niet te voorspellen: maar zoals vandaag heb ik het nog niet eerder meegemaakt. De maagdelijke sneeuwlaag voelde aan als mul zand, waardoor je wielen zelf maar een beetje hun weg moesten zoeken. De keren dat ze er op eigen houtje voor kozen om in een uitgesleten spoor haakse bochten te maken, lag je meteen op je plaat. Pas op de Astrid Boulevard in Noordwijk kwamen we weer op ondergrond die kennis had gemaakt met een sneeuwschuiver en kon er, tot aan de Duinweg, betrekkelijk normaal worden gereden. Nou ja, normaal... Je verschuift je grenzen met dit weer, zoveel is wel zeker. 

Maar mooi was het allemaal wel.

Het atb-parcours lag er behoorlijk goed bij. De sneeuwlaag op de singletracks rijd je al met een paar fietsen goed plat en door de stugge ondergrond was het absoluut niet glad. Wel voelde je bij het aanzetten op de hellingen je achterwiel doordraaien en moest er - nou ja, ik althans - af en toe een stukje worden gelopen om boven te komen. Verder was het oppassen voor laaghangende takken: tot vijf keer toe raakte ik met het puntje van mijn neus het voorwiel en dat had echt niet alleen met de omvang van mijn gok te maken. Echt ondoenlijk werd het pas op het verbindingsstuk tussen de twee singletracks: hier lag een pak sneeuw van zeker dertig centimeter waarin nauwelijks te fietsen viel, zoals neef Raymon en Arie Nijgh demonstreren: 

Het tweede deel van het atb-parcours voelde daarna weer als een verademing. Op het nieuwe gedeelte dat pas gisteren is afgerond lag zelfs meer zand dan sneeuw. Na dinsdagavond in het donker merkten we nu ook in daglicht dat deze aanvulling behoorlijk veel fietstechniek vergt: het gaat op en neer, met haakse bochten, en halverwege een steile helling waar we opnieuw iemand - niet van onze groep - met een salto mortale omlaag zagen gaan. Peter en ik demonstreerden vervolgens met welke fenomenale techniek je ook lopend naar beneden kunt komen.

Op weg naar huis lieten we de duinpaden rechts liggen. De doorgaande routes via Noordwijkerhout en Noordwijk waren goed begaanbaar, al was Rob1 - tot groot genoegen van mijn eega die voor het raam stond te kijken - zo goed om op de kruising Melkweg/Poolster vlak voor ons huis nog een laatste keer op zijn plaat te gaan. Viel er voor haar ook nog wat te genieten, op deze gedenkwaardige zondagmorgen.

 
 
 
 

Dinsdag 14 december 2010

Mooi, droog vriesweer. Dat levert in de duinen met tien uitdampende mountainbikers het volgende plaatje op:

Het vernieuwde atb-parcours stond voor deze dinsdagavondtraining op het programma: voor een deel oude koek, maar voor een deel ook helemaal nieuw omdat het traject op het tweede deel juist afgelopen zaterdag was verlegd. Wegkapitein Tonny had daar hoogstpersoonlijk nog aan meegeholpen en keek dus nog verbaasder dan wij toen een deel van die nieuwe route met takken weer was afgesloten. Waarom? Geen idee. Dus daarom trokken we ons er ook niks van aan, hobbelden over de afzetting heen en stortten ons even verderop van een helling met een hoek van 45 graden. O, dus daarom was deze route afgesloten:

De eerste salto was van Dirk Nijgh, direct daarna deed Rob1 het nog eens dunnetjes over. 'Blijf nog even liggen voor de foto!', kon ik nog net roepen, want beelden zijn belangrijk. Al is het maar voor de nabestaanden. Maar mens en machine konden hun weg vervolgen en via de - voor fietsers verboden - witte paaltjesroute reden we weer terug naar Noordwijk dat, als Kerstdorp aan Zee, baadde in het licht. Een waardige afsluiter van een ritje Nacht und Nebel.

 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

Gelukkig hebben we de foto's nog

Maandag 14 december 2010

Het nadeel van zelf meerijden in een race is dat je moeilijk uit jezelf kunt treden om dat op de gevoelige plaat vast te leggen. Maar gelukkig zijn er de mannen van Sportkiek die dat onderweg voor je doen. Ook bij de strandrace Noordwijk-IJmuiden-Noordwijk was ik zondag weer veroordeeld tot het gezelschap van clubgenoot Peter, die ook bij 7 graden boven nul rondrijdt alsof we een rondje Noordpool gaan doen:

Op de terugweg kregen we gezelschap van collega en fietsmaat Rob1. Het groepje dat ons in de waaier naar IJmuiden bracht, was uit elkaar gevallen. Maar met het windje in de rug en een steeds harder wordend strand hadden we niemand meer nodig. Puntje van kritiek van clubgenoot Graham: je kunt aan mij niet (nooit) zien dat ik afzie. Daarvoor moet je inderdaad naar degene kijken die in mijn wiel zit. Zelf rijd ik vooral voor de gezelligheid mee.

Alleen met de modernste technieken ben je in staat om ons op de foto helemaal bovenaan, bij de start, te ontdekken. Maar neem van mij aan dat we ook dit keer weer helemaal achteraan stonden. Meer dan vierhonderd mountainbikers startten voor ons en net als in de Rabo Beach Challenge eindigden Peter en ik (Rob1 deed in Scheveningen niet mee) keurig in de middenmoot:

Wel opmerkelijk in de einduitslag: dat maar 242 rijders de eindstreep haalden. Onderweg hebben we inderdaad veel fietsers gezien die halverwege het mulle zand richting Zandvoort omkeerden of stiekem de afslag naar het duinpad namen. Maar dat het er - na Robs uitroep: 'Wat zijn we hier eigenlijk aan het doen?' - bijna tweehonderd zouden zijn, had ik niet kunnen bevroeden.

 
 
 
 

Noordwijk - IJmuiden - Noordwijk

Zondag 13 december 2010

Een smal strand, mul zand en een koude noordwester tegen. Welkom in de hel die Noordwijk-IJmuiden-Noordwijk heet. Een strandrace over 52 kilometer die zijn eerste editie beleeft, nota bene in onze buurgemeente, dus een kleine moeite om er even aan mee te doen. Maar de vijf dapperen van de Afdeling Wielersport van de IJVK keken elkaar al in de eerste kilometers aan met een blik die Rob1 zo treffend onder woorden bracht met: 'Wat zijn we hier eigenlijk aan het doen?'

Met zes dapperen - malloten, zo u wilt, mocht u afgaan op bovenstaande foto - hadden we aan de race willen beginnen. Maar Mart (tweede van links) trapte al bij het inrijden op de Koningin Wilhelmina Boulevard zijn freewheelhuis stuk en kon steppend en wandelend het duinpad naar Katwijk nemen. De rest startte - het wordt bijna een gewoonte - helemaal achteraan in het veld van ruim vierhonderd deelnemers; veel meer dan de organisatie had verwacht, gelet op feit dat alle startnummers waren uitverkocht.

Onder de deelnemers uiteraard ook mijn voormalige fietsvrienden van de Noordbikers (oranje shirts), die een thuiswedstrijd reden, en zelf mocht ik ook even op de foto:

De speaker hield er bij de start al lekker de moed in, door uitgebreid gewag te maken van de 'lood- en loodzware omstandigheden'. Dan kan het alleen maar meevallen, hoopten wij, maar niets was minder waar. Daar waar het zand op zijn hardst zou moeten zijn - aan de vloedlijn - was het nat en papperig. Het zoog en trok aan je banden waardoor de hele meute al gauw een traject enkele tientallen meters meer landinwaarts volgde. Ook redelijk mul, maar wel een stuk harder dan aan de waterkant. Met hooguit 10 tot 12 kilometer per uur ploeterden we richting Zandvoort, glijdend en glibberend over de uitgereden sporen, waarbij het in elkaars wiel blijven niet echt aan te raden was. De twee keer dat ik in het mulle zand onderuit ging, reed er meteen iemand over me heen.

 

Met Peter kwam ik ergens ter hoogte van Langevelderslag in een soort niemandsland terecht: de kanjers voor ons reden uit het zicht en onze clubgenoten bevonden zich een eindje achter ons. Maar ook met z'n tweeën hadden we meer last van het zand dan van de wind. Een eindje voorbij Zandvoort werden we bijgehaald door en konden we aanhaken bij Rob1, die een mooi clubje mannen had gevonden dat in een waaier richting IJmuiden reed. Het strand werd hier ook breder en beter begaanbaar, waarbij het gemiddeld meteen omhoog schoot naar 17 (!) kilometer in het uur.

 

 

Al met al deden we er twee uur over om van Noordwijk in IJmuiden te komen, een uur langer dan ik vooraf in een optimistische bui had ingeschat. Na wat snelle suikers, een sportdrankje en een urinestop (Peter) draaiden we om, in de overtuiging dat we ook op de terugweg meer last van de mulle ondergrond dan profijt van het windje in de rug zouden hebben. Maar, andermaal, niets was minder waar: we vlogen naar Noordwijk over een harde plaat die door een combinatie van eb, wind en zon behoorlijk was ingedroogd. Een feest was het, om weer gewoon met 32 kilometer in het uur over het strand te rijden, slalommend tussen de loslopende honden en dagjesmensen.

Ton en Arie waren nog aan de heenweg bezig, toen wij met z'n drieën (Rob1, Peter en ik) naar Noordwijk werden geblazen, waar Mart z'n hele gezin als ontvangstcomité had meegenomen om te laten zien wat hij allemaal had kunnen fietsen als dat verrekte freewheelhuis niet de geest had gegeven. En op die laatste 26 kilometer met het windje in de rug van deze halve helletocht werd ook de vraag 'Wat zijn we hier eigenlijk aan het doen?' beantwoord.

Hier deden we het allemaal voor.

 
 
 
 

Vrijdag 10 december 2010

Voor elke wielrenner die gewend is om zondagmorgen in alle vroegte het huis te verlaten om met zijn maten een rondje te trappen, heeft mijn vaste webloglezer Harrie Kusters stof tot nadenken:

Zondagdagochtend, half zeven.

Ik ontwaak, glip stilletjes uit bed om m'n vrouw niet te wekken en verdwijn in alle stilte in de badkamer. Eenmaal in mijn strakke wielerkloffie, ga ik op m'n tenen naar de garage om mijn fiets stilletjes buiten te zetten.

Bij het openen van de garagepoort slaat de ijskoude sneeuwregen me in het gezicht. Alhoewel ik al erger heb meegemaakt, besluit ik toch maar eerst naar het weerbericht te luisteren op de radio. De weersvoorspelling is dramatisch: sneeuw, ijzel, hagel, stormwind...

Uiteindelijk besluit ik maar weer te gaan slapen. Ik kleed me uit en, terug in bed, kruip ik dicht tegen m’n vrouw haar rug aan en fluister: 'Het is verschrikkelijk slecht weer!'

Waarop zij, half-slapend, antwoordt: 'Kun jij geloven dat mijn man dáárin is gaan fietsen!'

 
 
 
 

Dinsdag 7 december 2010

Als geregelde laatste man kan ik de meute bij het Wassenaarse hotel Duinoord nog maar net tot stoppen brengen. 'Even wachten, de laatste man is er nog niet!' Tot vijf minuten daarvoor hing secretaris Menno nog in mijn wiel. Niet dat ik hem uit de wind hield, maar als laatste man moest hij het tempo aannemen van de langzaamste kneus in het gezelschap. En laat ik er maar niet omheen draaien: dat was ik. Voor snel afdalen en rijden op een hobbelige ijsvlakte ben ik nu eenmaal te intelligent. Het leger eencelligen voor mij - ook allemaal lid van de Afdeling Wielersport van de IJVK - rijdt alsof het er geen weet van heeft dat het menselijk lichaam is opgebouwd uit broze botten. Op de wandelpaden van Hollands Duin is nog redelijk vooruit te komen, al duik je ook hier soms onverwacht nog in sneeuwhopen of op dikke, geribbelde ijskorsten. Maar de fietspaden zijn - zeker in Meijendel en een deel van de Wassenaarse Landgoederenroute - alleen goed berijdbaar als je spikes om je banden monteert. En dat hebben we niet gedaan. Maar goed, de laatste man, waar was hij gebleven? A-technisch als ik ben, begreep ik er niet veel van, maar het had te maken met een bevroren freewheelhuis, of zoiets. Terwijl wij bij hotel Duinoord in de sneeuw wortel staan te schieten, discussiëren de teruggereden Rob2 en Arwin met Menno over de eer om dit probleem te mogen oplossen, waarbij de laatste man op zeker moment schijnt te hebben uitgeroepen: 'Er pist er maar één over mijn fiets, en dat ben ik!'. En ofschoon ik er bij het bedrijven van de liefde niks van moet hebben, bij het ontdooien van een freewheelhuis schijnt een golden shower heel heilzaam te werken. Nee, daar zijn geen beelden van.

 
 
 
 

Zaterdag 4 december 2010

Achter het glas van de warme huiskamer had er geen spoor van twijfel doorgeklonken in mijn stem toen collega en fietsmaat Rob1 belde met de geur van afzeggen in zijn stem. 'Natuurlijk gaan we!' Maar al op het duinpad tussen Katwijk en Noordwijk vroeg ik me - niet openlijk, natuurlijk - af of dit wel zo'n verstandig besluit was. Tien tot twintig centimeter verse plaksneeuw maakte het fietsen tot ploegen en de harde zuidoostenwind bleef maar nieuwe ladingen van dit ijzige witte goedje in ons gezicht blazen. Zelfs de brede noppenbanden, waarmee ik afgelopen jaar zo goed onder winterse omstandigheden heb getrapt, wisten zich geen raad met deze dikke laag. Glibberend en glijdend haalden we de Noordwijkse Boulevard, waar ter hoogte van Huis ter Duin mijn grootste angst was om voor de wielen van een achter ons rijdende vrachtwagen onderuit te gaan.

Behalve Rob1 was ook Arie zo gek geweest om zich bij mij aan te sluiten voor wat een romantisch ritje in de sneeuw had moeten worden. Maar lang voordat we het atb-parcours in de duinen hadden bereikt, spraken we zelf al van een helletocht. Op goed geluk volgden we het pad, waarbij de één na de ander onderuit ging als hij met zijn wiel tegen de - goed verborgen - opstaande rand van het asfalt reed. Het parcours was redelijk begaanbaar, al bleef elke helling en afdaling een krachtproef met doorslippende (omhoog) en scheef glijdende (omlaag) wielen. Maar - en dat zeg ik vooral voor alle thuisblijvers - wat was het mooi! Achter elke bocht doemde alweer zo'n winters Anton Pieck-schilderij op, waarbij je zou wensen dat je niet zulke dikke handschoenen aan had en je camera zich niet zo lastig uit de zak van je thermojack liet pakken. O ja, en een zonnetje: dat zou ook fijn geweest zijn. Maar ook in al zijn grijze somberheid was het bos een plaatje.

 

Van de terugweg zal ons vooral het duinpad tussen Noordwijk en Katwijk nog lang heugen: een decimeters dikke sneeuwlaag om doorheen te zwoegen en een snijdende tegenwind die een combinatie van hagel en stukken ijs in ons gezicht blies. Aan het eind, bij het informatiepaneel van Staatsbosbeheer, zochten we even de luwte om uit te hijgen en vond ik mezelf opeens terug tussen twee huilende, grote kerels. Tsja, wat doe je dan? Leuke meisjes kun je troosten. Daar sla je een arm om heen. Fluister je bemoedigende, lieve woordjes in hun oor. Maar het leek me in dit geval goed om wat afstand te bewaren en het beeld voor het nageslacht vast te leggen.

  

 
 
 
 

Donderdag 2 december 2010

Het lijkt - wederom - van A tot Z verzonnen, maar dit gesprek tussen mij en mijn eega heeft zich ook in werkelijkheid afgespeeld. Voor mijn krantencolumn hoefde ik het alleen maar even op te tikken.

 

Oudejaarstrekking

 

,,Als ik de oudejaarstrekking van de Staatsloterij win, neem ik een eigen mannetje in dienst om mijn fietsen te onderhouden. Dat wanneer je ’s middags of ’s avonds terugkomt van een tocht, je de mountainbike of je racer alleen maar hoeft af te geven. Schoonmaken, afstellen, oliën, dat werk. Regelt dat mannetje allemaal. Daar gaat nu zoveel tijd in zitten. Een eigen mannetje is echt niet zo gek. De broer van een collega van me kent een gefortuneerde duivenmelker. Die heeft wel twéé mannetjes in dienst om voor zijn duiven te zorgen.

 

Twéé mannetjes is eigenlijk ook niet zo gek. Er zou er eentje bij ons tweede huis in Zuid-Frankrijk kunnen werken. O, had ik dat nog niet verteld? Als ik de oudejaarstrekking van de Staatsloterij win, zoek ik iets tussen Nice en Menton. Moet kunnen, als die 27,5 miljoen euro eenmaal belastingvrij is bijgeschreven. Iets in de buurt van Nice is lekker praktisch. Kunnen we op vrijdagmiddag – als de kinderen uit school zijn – in nog geen anderhalf uur naartoe vliegen. Even lekker een weekendje er tussenuit. Op dat vliegveld van Nice kan dan ook de auto blijven staan. Daar regel ik wel iets voor. Zo’n Bentley Azure zet je niet op lang parkeren, natuurlijk. Had ik ook nog niet gezegd, zeker, van die Bentley Azure? Mooi ding. Cabrio, 6,8 liter turbo. Voor vier ton weet je alles. En een busje, moeten we ook hebben. Kan het mannetje de jongens van de fietsclub van het vliegveld ophalen, als ze in het weekend komen trappen bij ons. Zullen ze mooi vinden, hoor.

 

Nee, die hoeven niet bij ons in huis te logeren, wees maar niet bang. Ik zat te denken aan drie appartementjes, achterin de tuin, of zo. Boven de garage en de fietsenschuur. Grond genoeg. Heb je ’Villa Felderhof’ wel eens gezien? Dat staat trouwens binnenkort leeg, want de NCRV stopt ermee. Maar dat huis ligt niet zo gunstig, bij dat ordinaire Saint Tropez. In het achterland van Nice rijd je bovendien zo de Maritieme Alpen in. Daar ligt de Col de la Madone, waar Lance Armstrong altijd zijn vorm testte voor de Tour de France. Juist, daarom heet mijn Trek-racefiets ook Trek Madone. Vernoemd naar die berg. Als ik de oudejaarstrekking van de Staatsloterij win, koop ik een 6.9, de allerduurste uit de serie. Dat mag dan wel een keer.

 

Wat dat fietsenmannetje van me de rest van de dag moet doen? Nou, mijn treinbaan afbouwen, bijvoorbeeld. Daar kom ik nu ook niet aan toe. Ja, ik weet dat je momenteel alles op Marktplaats aan het zetten bent, maar ik wil eigenlijk toch alles nieuw kopen. En dan meteen digitaal. Dan kun je die hele baan via de computer aansturen. Lijkt me mooi, zo’n enorme Amerikaanse treinbaan in de kelder van ons huis.

 

En de boot een beetje nalopen, natuurlijk, dat kan dat mannetje ook wel doen. Ook nog niet verteld, zeker, van die boot? Je kunt niet de hele dag op je racefiets of voor je treinbaan zitten. Niks buitensporigs hoor, die boot, gewoon een kajuitsloep. Teakhouten dek. Binnen overal staruimte. Kleine bibliotheek. Barretje. Flatscreen. Zie je ons al liggen, in het haventje van Menton?

 

Het mannetje doet ook de boodschappen voor de kokkin. Ja, een kokkin. Wou jij zelf gaan koken dan? Zo’n moeke van een jaar of zestig uit het dorp, dat kan toveren met regionale ingrediënten. Lekker voedzame ontbijtjes, verfijnde lunches en copieuze diners. Als je de hele dag op de racefiets zit, moet je goed eten, tenslotte.

 

Wat?

 

Waar slaat dat nou op, dat je van me gaat scheiden als ik de oudejaarstrekking van de Staatsloterij win?

 

 
 
 
 

Dinsdag 30 november 2010

Eigenlijk dacht, nee hóópte ik dat ik de enige zou zijn die zo gek was om in dit weer te gaan fietsen. Ik stond al een paar minuten bij De Goerie te wachten zonder ook maar een spoor van mijn clubgenoten. Nog even, en ook ik kon lekker weer naar huis. Weg uit de snijdende vrieskou die door de harde noordoostenwind aanvoelde als min vijftien. Lekker 'Man bijt Hond' en 'De Wereld Draait Door' kijken. Om warm te blijven draaide ik wat rondjes over het besneeuwde parkeerterrein, toen er een lichtje aan kwam dansen over het fietspad langs het kanaal: Rob2. En nog een lamp: Rob4. Dan Peter, Tonny en - op de valreep - ook nog Patrice. Heel even had ik een hekel aan alle vijf. Toch fietsen! Zoveel mogelijk beschut en off road richting het noorden gereden: achter de Estec langs en via de Noordwijkse villawijk De Zuid naar de luwte van het atb-parcours in de duinen, dat er weliswaar dik besneeuwd maar heerlijk stroef bij lag. Halverwege nog een uitstapje gemaakt naar een illegale klim die Tonny een paar weken geleden had verkend en over de wandelpaden - windje inmiddels in de rug - terug naar Noordwijk en Katwijk. Geen moment echt koud gehad, sprookjesachtig mooi getrapt en derhalve nogmaals bevestigd in wat ik eigenlijk al wist: bij twijfel, altijd gaan!

 

Zó lag het atb-parcours er gistermiddag bij. Het filmpje is - op het eerste deel van het traject - gemaakt door de broer van clubgenoot Kees Kuijt. Kees is zelf de voorrijder.

 

 
 
 
 

Rabo Beach Challenge

Zaterdag 27 november 2010

Het water in de kuil die plotseling voor me opdoemt heeft de donkergele kleur van de diepzee. Ik denk nog net twee makrelen en een kabeljauw te zien wegschieten, als mijn voorwiel in het gat duikt, zich vastboort in de muur van zand, het achterwiel omhoog komt en ik uit de pedalen wordt gelanceerd met een kracht die straaljagerpiloten als 3G omschrijven. Al klapwiekend probeer ik in mijn vlucht zover mogelijk uit de buurt van deze poel te komen: bij de Rabo Beach Challenge van vorig jaar ging clubgenoot Christiaan op een soortgelijk moment volledig kopje-onder, en dat vooruitzicht lokt niet, bij anderhalve graad boven nul. Met een doffe plof klap ik op het strand, blijf even verdoofd liggen in de wetenschap dat ik alle botten in mijn lijf heb gebroken, waarna mijn legerervaring me weer bij zinnen brengt. Alles doet zeer, behalve mijn rug. En dat is al twee weken andersom geweest. Een wonder! Ik strompel naar mijn fiets die twee meter terug in het water ligt, constateer dat alles nog werkt - zelfs mijn Garmin-navigatie zit nog op z'n plek - en rijd naar fietsmaat Peter die trouwhartig zijn tempo wat heeft laten zakken toen hij van andere rijders te horen kreeg dat er een lijk in het clubtenue van de Afdeling Wielersport van de IJVK in het zand lag. Nee, me helpen deed hij niet. Maar wachten is al heel wat.

Naar de editie van 2009 reed ik nog gewoon met de auto, maar nu leek het clubgenoot Mart een goed idee om op de fiets vanuit Katwijk naar Scheveningen te gaan. 'Kunnen we alvast een beetje warm rijden.' Wat hij zich daarbij voorstelde weet ik niet, maar het vriest in elk geval als we rond 9 uur bij De Goerie vertrekken en het duingebied is wit besneeuwd. Zo dans je de avond daarvoor nog met de bruid - mijn oudste nicht is getrouwd - en zo rijd je met drie lelijke kerels over een glibberig fietspad. Door de alcoholconsumptie staan mijn huidporiën wijder open dan goed voor me is.

Maar het kan altijd kouder: in het half uur dat we moeten wachten voordat het startschot valt, bijvoorbeeld. De vertrekvakken zijn niet meer ingedeeld op de Scheveningse Boulevard, maar op het strand. Met mijn nummer 1060 - zojuist bij de daginschrijvingen opgehaald - sta ik met mijn clubmaten helemaal achteraan. Zo'n duizend fietsers voor ons rijden onder anderen Michael Boogerd en Sebastian Langeveld met de besten mee. Onze race begint in de achterhoede en we kunnen alleen maar hopen in de middenmoot te eindigen.

 

 

Dat lukt zeker niet als ik blijf fotograferen tijdens het rijden. De vingerhandschoenen moeten uit, het toestel laat zich lastig achter de rits van mijn thermojack peuteren, maar omdat ik toch meer journalist dan wielrenner ben, heb ik het er graag voor over. En met de wind in de rug, gaat het ook lekker. Pas na een kwartier zeg ik tegen Peter, als ik de camera in mijn zak stop: 'Zo, en nu gaan we echt fietsen.' Mart en Dirk zijn dan al in geen velden of wegen meer te bekennen, Peter, Jeroen en Arie rijden met me op, en ergens achter ons moet zich nog Ton bevinden.

Echt zwaar wordt het pas na het keerpunt in Noordwijk, als we met wind tegen terug moeten naar Scheveningen. Na mijn doodsmak hebben Peter en ik binnen een stief kwartier Jeroen en Arie weer ingehaald, maar een lekker groepje waar we geniepig achterin mee kunnen fietsen vinden we zo gauw niet. Er moet serieus gekoerst worden om het gat naar de eerstvolgende strandrijders dicht te trappen en daarbij raken we eerst Arie en daarna Jeroen in het geweld kwijt. Want ook in deze groepjes rijd je niet echt op het gemak: de één na de ander laat in de staart een gat vallen, waardoor je voortdurend attent moet zijn om bij te blijven. Uiteindelijk hebben we een gezelschap dat het tempo zodanig laat zakken dat Jeroen ook weer terug komt. We vinden het wel best zo. De winnaars zijn toch al een tijdje binnen en onze eindtijd interesseert ons niet zo veel.

Het voordeel van een duikeling in een opvallend tenue is wel dat je na de finish nog door Jan en Alleman wordt aangesproken. 'Was jij dat, van die salto? Ik dacht dat je je nek brak!' Ter bevestiging haal ik twee makrelen en een kabeljauw uit de rugzak van mijn wielershirt.

Uiteindelijk werd deze als 1060ste gestarte brekebeen na een indrukwekkende inhaalrace nog eervol 497ste! Als dat geen middenmoot is.

http://nl.mylaps.com/evenementen/uitslagen/2010/nov/27/scheveningen/Tot.html

.

 
 
 
 

Dinsdag 23 november 2010

Slechts vijf dapperen meldden zich hedenavond bij De Goerie voor de dinsdagavondtraining van de Afdeling Wielersport van de IJVK, dus de noodzaak tot het aanwijzen van een Laatste Man deed zich niet echt voelen. Het rondje was ook overzichtelijk: van Katwijk naar de Landgoederenroute in Wassenaar en via Meijendel door de duinen terug. De weersomstandigheden waren redelijk goed, totdat net voor de Wassenaarseslag een enorme hagelbui de temperatuur tot iets boven het vriespunt deed dalen en de noordwestenwind zijn ijzige adem over onze doorweekte lijven blies. Fietsmaat Rob1 had ik eerder horen zeggen dat hij na het koffiehuis rechtsaf over de wandelpaden richting de Cantineweg wilde, maar op het moment dat hij in de achterhoede inderdaad met veel verbaal misbaar afsloeg, was Rob4 (Lagendijk) al zo ver voor ons uitgereden dat Peter en ik hem niet meer konden aanschreeuwen. Vertwijfeld reden we nog wel terug naar het afslagpunt, waar geen spoor meer was van Rob1 en Arwin. Dus draaiden we maar weer om naar het rode achterlichtje van Rob4, die voorbij de Soefi-tempel trouwhartig op ons stond te wachten, om vervolgens al na honderd meter afscheid te nemen voor de kortste weg naar huis. Alleen met Peter deed ik nog een ererondje Boulevard. Met z'n vijven uit, samen thuis.

 
 
 
 

Zondag 21 november 2010

Het mailtje van trainer Oscar liet vooraf aan duidelijkheid niks te wensen over: Je dient er zelf zorg voor te dragen dat je mountainbike in een goede, veilige en vooral werkende staat verkeert! Voor mij een betrekkelijk overbodige mededeling, aangezien ik luttele weken geleden mijn fiets nog voor ruim 400 euro had gereviseerd. Toch sloeg al bij de eerste meters door het mulle zand van de Schoorlse duinen mijn ketting vast en zou het klereding dat om de paar meter blijven doen zolang ik gebruik maakte van mijn midden- en kleinste voorblad. Alleen op de grote plaat - ontdekte ik na veel gevloek, gezucht en ettelijke duikelingen in het zand en op de bosgrond - bleef de ketting normaal ronddraaien. Het gaf deze zondagmorgentraining in elk geval een extra dimensie: voor het eerst hoefde Oscar tegen mij niet te schreeuwen dat ik met mijn kont uit het zadel moest bij het klimmen.

 

 

De training stond vooral in het teken van mijn favoriete onderdeel techniek. Over een parcours dat leek gemaakt voor circusartiesten op een eenwieler, draaiden we haakse bochten, cirkelden om bomen, ploegden door het mulle zand en sprongen we over boomstammen. Daarna dieper het duinbos in om het geleerde ook op hogere snelheid in de praktijk te brengen: agressief de bocht aanvallen, druk houden op de pedalen en vooral met je kont uit het zadel. Allemaal geen enkel probleem, als je noodgedwongen alleen je grote voorblad kunt gebruiken. Door het gezelschap van Ton te kiezen, slaagde ik er bovendien in om tijdens deze ene training twee keer de groep kwijt te raken. Daar hielp geen Laatste Man aan.

Maar voor wie dacht dat ik het moeilijk had: wat te denken van Ilse, de dochter van Arjan, die door haar vader voor deze training onbarmhartig uit bed was gehaald na een stapavond die tot half vijf in de ochtend had geduurd? Tussen de oude mannen hield ze zich wonderwel staande. En dat ze als laatste bij het eindpunt aan kwam, had alles te maken met de ene verkeerde keuze die ze vandaag maakte: ze reed bij een cruciale kruising achter Ton en mij aan.

 
 
 
 

Dinsdag 16 november 2010

Er was niemand anders die het deed, dus riep ik het op een gegeven moment zelf maar: 'Goh, wat rijd ik goed!' Als een stuk menselijk wrakhout was ik om 18.50 uur op de fiets gestapt, maar eenmaal onderweg ging het opvallend lekker. Terwijl de omstandigheden bepaald niet in mijn voordeel waren, bij deze dinsdagavondtraining van de Afdeling Wielersport van de IJVK. Met een graad of 2 boven nul en een dikke mist, was het zicht door mijn brillenglazen vrijwel nihil. Fotograferen (zie boven), was zo goed als onmogelijk omdat de flits werd weerkaatst door duizenden waterdruppels. Maar met de ware doodsverachting van een chronische rugpatiënt stortte ik me op het atb-parcours en de schelpenpaden richting huis, waarbij het na twee keer als Laatste Man te hebben gefigureerd ook wel eens lekker voelde om een beetje voorin mee te rijden. Na het douchen bleek de lichamelijke opleving overigens vooral gevoed door adrenaline. Ik strompel inmiddels weer gewoon als Quasimodo door het huis.

 
 
 
 

Woensdag 10 november 2010

Mijn relaas over de Laatste Man in de dagbladen van HDCmedia van 4 november. Pas vanaf de laatste alinea begin ik vrij te associëren - ja, dat mag soms in een column - maar van de rest is geen woord gelogen:

 

Laatste Man

Het is een ervaring die we delen met grotduikers, bergbeklimmers en
paratroepers: na momenten van bloedstollende actie tot de ontdekking
komen dat er iemand wordt vermist. Een groepje behelmde kerels van
middelbare leeftijd hijgt uit op het duinpad en staart met toenemende
vertwijfeling in het zwarte gat waar het atb-parcours ophoudt. Met elf
mannen reden we er een half uur geleden op en met z'n tienen kwamen we
er net weer af. Ergens in het pikkedonker moet één van ons ronddolen.
Een verkeerde afslag genomen. Over de kop geslagen en tegen een boom
geklapt, een paar meter doorgerold tot onder een braambos,
overgeleverd aan de nachtdieren die zich tegoed doen aan zijn nog
warme lijf. Er gaat een huivering door de overlevenden.


Er zal best wel iemand bij zijn die een boek van Mulisch heeft
gelezen, maar ónze Herenclub spreekt elke dinsdagavond af om te gaan
mountainbiken, bij voorkeur in gebieden waar stratenmakers en
lantaarnopstekers niks te zoeken hebben. Veel specifieker kan ik niet
zijn, want de vijand leest mee. Voor je het weet word je zelf gevangen
in het licht van de schijnwerpers van een koddebeier die zijn
bonnenquotum wil opvijzelen. Niet dat we zomaar wat aan trappen, zo is
het niet. In de regel blijven we keurig op het pad, maar dan nog kun
je met zo'n functionaris ('Wat zijn we hier aan het doen, heren!')
behoorlijk van mening verschillen over de vraag of dat pad wel voor
ons is bedoeld of over onze inschatting dat er niemand anders is die
bij nacht en ontij in het open terrein of het struweel wil verkeren.Bovendien geeft het opzoeken van de grenzen van het betamelijke zo'n nachtritje wat extra cachet. De twittergeneratie mag zich dan dood vervelen, weet ik uit een onderzoek van BBC Radio, van de 50-plussers zegt maar acht procent een saai leven te hebben. Het zal er wel mee te maken hebben dat we met weinig tevreden zijn.


Met het elkaar kwijtraken hebben alle wielrenners ervaring. Zelfs als
ze in een groep opereren, blijft het een verzameling individualisten die
- als het spel eenmaal op de wagen is - niet graag omziet naar de
zwakkeren. Op de momenten dat er wel op elkaar wordt gewacht, hangt
het maar af van het temperament van de achterblijvers of ze zich ook
daadwerkelijk weer bij de groep voegen. De keren dat we staan te
wachten op iemand die boos de steven naar huis heeft gewend of
verbitterd zijn eigen rondje is gaan rijden, zijn legio. En: wat bij
daglicht geldt, komt in het donker in verhevigde mate voor.


Waarom het zo lang heeft moeten duren, weet niemand, maar deze week
kregen we de oplossing aangereikt in de persoon van de Laatste Man.
Binnen de groep is er altijd iemand de Laatste Man. De Laatste Man
blijft achter de kneuzen hangen. De Laatste Man veegt achterblijvers
op. De Laatste Man helpt pechklantjes weer op weg. De groep is pas
compleet als de Laatste Man zich heeft gemeld.
 

Een kwartier geleden is het nu, dat ik het knipperende achterlichtje
van mijn voorganger met hoge snelheid van me heb zien weg rijden.
Zelfs met mijn voor 400 euro aan led-lampen op het stuur en de
schijnwerper op mijn helm, waan ik mij de bezoeker van een darkroom
die op handen en voeten naar zijn contactlens zoekt. Alle bomen lijken
op elkaar, deze singletrack zou zomaar een konijnenspoor kunnen zijn
en behalve mijn eigen stotende ademhaling, hoor ik al minutenlang niks
anders dan het geknars van mijn tandwielen en het zwoegende gepiep van
de voorvork die in kuilen en over boomwortels beukt.
 

Met mijn nachtblindheid, gebrekkige techniek in het terrein en
moeizame oriëntatievermogen leg ik - in toenemende mate onbehaaglijk
over de beklemmende duisternis waarin ik mijn rondjes rijd - de zwakte
in ons nieuwe systeem ongenadig bloot.
 

Ik ben de Laatste Man.
 

 

 
 
 
 

Dinsdag 9 november 2010

Om nu te zeggen dat we meteen in zeven sloten tegelijk reden voert te ver, maar enigszins uit koers raakten we wel, zonder onze nachtkapitein Rob2. Voor deze dinsdagavondtraining kozen we de relatief gemakkelijke Landgoederenroute, maar nog voordat we daar op zaten misten we al een afslag. Geen ramp, natuurlijk, want er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, maar het was toch typerend voor deze rit waarbij de nadruk meer lag op snelheid dan op techniek. Dus mij hoorde je niet mopperen. Bijna 50 kilometer in krap twee uur, inclusief nog een extra uitstapje richting De Kieviet (weer een afslag gemist). De Laatste Man hield de boel goed bij elkaar, al moest hij op het duinpad richting Katwijk wel wat veegwerk verrichten. Ton moest zijn beulswerk op kop bekopen met een fenomenale inzinking en Arie noemde het feit dat hij niet meer vooruit te branden was een gevolg van de krachttraining die hij gisteren had afgewerkt. Boze tongen die hem het afgelopen weekeinde nog zagen drinken en roken zullen ongetwijfeld een andere verklaring aandragen. Maar op dit log houden we ons verre van deze roddel en achterklap.

 

 
 
 
 

Zondag 7 november 2010

Sinds onze bond, de NTFU, zo'n beetje partner is geworden van Weeronline, is het al gauw fietsweer. Op het schermpje van buienradar ontnam een regenwolk ter grootte van de provincie Zuid-Holland vanmorgen het zicht op de kuststrook, waar ik onder leiding van coach Oscar een strandtraining zou moeten afwerken. Voor de zekerheid stak ik ook nog even mijn hoofd buiten de keukendeur omdat er niets gaat boven eigen waarneming: geruisloos maar gestaag viel het water naar beneden. Ik geef toe, onder normale omstandigheden was ik misschien nog wel over te halen geweest door enkele dapperen die op het Ledenboek van de club meldden dat ze zouden gaan. Maar het feest ter ere van het 150-jarig jubileum van het Leidsch Dagblad, gisteravond in het koetshuis van De Burcht in Leiden, had er toch harder ingehakt dan de bedoeling was. Zelfs bij het tikken van dit weblogje krijg ik de vliezen voor mijn ogen nauwelijks weggeknipperd en zet zich een ritmische bonk vast in mijn achterhoofd, nog op de maat van de Rubberen Robbie-medley van de Rijnsons. Ik had de NTFU dus eigenlijk helemaal niet nodig om vast te stellen: het is voor mij vandaag geen fietsweer in Katwijk.

 

 
 
 
 

Dinsdag 2 november 2010

In het elkaar kwijt raken heeft de Afdeling Wielersport van de IJVK de afgelopen maanden een geduchte reputatie opgebouwd. Maar nog nooit zijn we iemand kwijtgeraakt nog voordat de rit was begonnen. Tot vanavond. Bij aankomst van Ton - jazeker, hij is weer terecht, na zondag - keek deze bij het clubhuis De Goerie vorsend om zich heen, om te constateren: 'Hè, Rob2 is kwijt. En hij reed net nog naast me!' Normaal zijn we niet zo snel ontdaan, maar een groep die zich voor vertrek van zijn wegkapitein ziet beroofd, legt een groot sociaal vermogen aan de dag. We gaan hem zoeken! En warempel, nog geen halve kilometer verderop zien we hem terug met twee lekke banden. Nu zo'n beetje alle doorgaande fietspaden in Katwijk voor onderhoud buiten gebruik zijn, was een belendend schelpenpaadje hem noodlottig geworden. Dat was dan ook meteen het enige malheur van de avond. Op het parcours in Noordwijk en de semi-illegale rit door het duingebied naar huis verliep alles vlekkeloos, mede dankzij het nieuwe fenomeen Laatste Man. Maar ik denk dat ik daarover eerst maar een stukje voor de krant van donderdag ga tikken. Die schoorsteen moet tenslotte ook roken.

 

 
 
 
 

Zondag 31 oktober 2010

Staatsbosbeheer zal er wel iets op tegen hebben, maar mij lijkt het wel handig: om de tien meter megafoons aan de bomen in het Noordwijkse duingebied die je op elk stukje van het atb-parcours toeschreeuwen: Uit het zadel! Rechterkant aanhouden in de bocht! Staan op de pedalen! Blijven trappen! Kont achter het zadel! Met je achterrem remmen! Kleiner schakelen! Aanzetten! Maar gelukkig hebben wij Oscar, onze mountainbiketrainer van de Afdeling Wielersport van de IJVK, die als een rijdende megafoon tien meter voor ons - de vier man van het kneuzenklasje - over de singletracks uit stuurt.

 

Mijn liefde voor de racefiets is er debet aan dat ik alleen in de wintermaanden gebruik maak van de diensten van Oscar. En hoewel er van vorig jaar nog wel het nodige is blijven hangen, doen het oog en vooral de stem - waarop een sergeant-majoor afgunstig zou zijn - van de meester wederom wonderen. De laatste steile heling met de blootliggende boomwortels waar ik al dit hele atb-seizoen mijn Waterloo vind, rijd ik nu twee keer achtereen op zonder stil- of om te vallen. Alleen de derde keer zet een braampje op het middenblad mijn fietsketting in één keer muurvast, waardoor ik tergend langzaam in de berm stort. 'Dat is puur het materiaal', weet Oscar dan, 'daar kan je niks aan doen.' Nee, zoveel deskundigheid en mededogen hoef je normaal niet te verwachten van je fietsmaten uit de gevorderdengroep.

Na een gloedvol pleidooi over sociaal rijden tijdens de ledenvergadering van afgelopen vrijdag, waren daar vanmorgen al de eerste vruchten van te plukken. Van het groepje van tien raakten we maar één man definitief kwijt. Tien procent verlies is tijdens een tocht heel acceptabel, vindt ook Oscar. Maar niettemin: mocht u ergens in het bos onder een paddenstoel - rood met witte stippen - een klein mannetje met een fietshelmpje aantreffen, dan is dat niet de atb-kabouter maar onze Ton. Op zijn lidmaatschapspasje staat een telefoonnummer.

 

 
 
 
 

Dinsdag 26 oktober 2010

De term 'opladen' voor een sportprestatie krijgt voor mij op dinsdagavond een hele nieuwe dimensie. Om met de atb in het donker een beetje door de duinen te rossen, moet ik tegenwoordig drie verschillende accu's met energie vullen. In mijn fietsenschuurtje heb ik daartoe een aparte plank ingericht omdat mijn eega de uit de kluiten gewassen transformatorklossen niet meer op het aanrecht van de keuken wil zien. Voor elke avondlijke fietstocht ben ik eerst een kwartier bezig om de spaghetti van draden te ontwarren en elk stekkertje in de juiste accu te krijgen. Daarna begint het feitelijke opladen: eerst van de accu's en dan van mezelf. En de ontlading? Die kon ik vanavond vergeten omdat ik als penningmeester samen met secretaris Menno de Afdeling Wielersport van de IJVK in Lisse diende te vertegenwoordigen op een vergadering van de NTFU. Op de fiets (dat dan weer wel) van en naar het clubgebouw van Ren- en Toervereniging De Bollenstreek hadden we aan een eenvoudig led-lampje genoeg. Tijdens de pauze slopen we hier ook weer stiekem weg omdat we al een tijdje de indruk hadden in een aflevering van Benidorm Bastards verzeild te zijn geraakt. Met de stormachtige wind tegen op weg naar Katwijk (ik) en Wassenaar (secretaris Menno) kwam het op de fiets alsnog tot een ontlading in de vorm van een voortijdige zweetlozing.

 

 
 
 
 

Zondag 24 oktober 2010

De dag dat ik sierlijk als een hinde over het Noordwijkse atb-parcours snel, ga ik in dit leven niet meer meemaken. Maar vandaag ervoer ik zowaar iets van soepelheid op de bochtige singletracks in de duinen, ongetwijfeld een gevolg van mijn modderstage in Leersum en omgeving waar ik heb ervaren dat het op de fiets altijd erger kan. Bovendien waren er meerderen in ons groepje als gevolg van drank of anderszins niet optimaal fit, wat er uiteraard ook toe bijdraagt dat de kneuzenstatus wat minder zwaar op mijn schouders drukt. Het rondje Bollenstreek van Rob2 begint verder - bij daglicht althans - zo vertrouwd te worden als mijn broekzak, dus alle voetangels en klemmen weet ik inmiddels  te vermijden. Al word je elke week weer verrast door nieuwe hindernissen, zoals een Heineken-glastapijt ergens bij het Oosterduinsemeer waar Teun - ook geen hinde, meer een knoestig damhert op weg naar de bronstkuil - op zijn nieuwe fiets tegen de eerste lekke band aanreed. Niettemin was ik zo vroeg thuis dat ik achter de rest van het ontwakende gezin in de rij voor de badkamer moest aansluiten. Zo heeft mijn groeiend zelfvertrouwen op de atb ook zijn schaduwzijden.

 

 
 
 
 

Donderdag 21 oktober 2010, Leersum

Het door dichters zo gloedvol beschreven Hollandse rivierenlandschap vind ik op zijn mooist tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen. Vooral als de wind op de dijk stevig in je rug blaast, zoals vandaag. Maar poëten halen hier ook op andere plekken hun inspiratie, zo zag ik op het toilet van café-restaurant De Engel in het voormalige Dorestad. Wie staand voor de pisbakken schuin omhoog kijkt - en waar moet je anders naar kijken, tijdens het urineren? - ziet het dak van de kerk. Tenminste, als je 1.95 meter bent, zoals ik. Een dichter in de groei schreef hier op de muur:

Op mijn tenen kijkend door het raam

 

een dak, een plompe toren - langzaamaan

 

zie ik - reikhalzend naar het blauwe zwerk

 

met elke halve meter groei meer kerk

 

zo raak ik met dit zicht op Wijk vertrouwd

 

ook met De Engel - minstens net zo oud

 

de plek waar paap, agnost en calvinist

 

er ouwehoert en drinkt - en pist

 

 

(André van Zwieten)

 

 

 

Geef toe, het is tijdens het plassen een beter tijdverdrijf dan een richtvlieg in de pot.

 

 

 

 

Alle familie-activiteiten die niet met dichten of urineren te maken hebben,

staan op het weblog van mijn vrouw.

 

 
 
 
 

Woensdag 20 oktober 2010, Leersum

Het is soms een zegen, maar vaak een vloek: buienradar. Als het aan deze website - en in niet geringe mate ook aan Erwin Krol - had gelegen, was onze herfstweek al bij voorbaat verregend geweest. De voorspellingen en radarbeelden zouden ons veilig bij de warme kachel in de caravan moeten houden, ware het niet dat we met het hardnekkige optimisme dat vakantiegangers eigen is, net doen alsof we geen kennis hebben van moderne meteorologie. En wat blijkt? Zolang je maar in beweging blijft, glijden de meeste buien  langs je heen. Vanaf zaterdag- tot woensdagmiddag hebben we - in de paar honderd kilometer die we in totaal hebben weggetrapt - onderweg welgeteld drie keer een minuut of tien voor de regen moeten schuilen. De laatste keer deed ik dat onder de luifel van H&M in Arnhem, waar ik zo bewegingsloos De Volkskrant op mijn Iphone stond te lezen dat een mevrouw twee kleine meisjes aan mijn voeten stalde. 'Blijven jullie hier maar even op mij wachten', zei ze. Toen ik me bewoog, schrok ze zichtbaar. 'O, ik dacht dat u een paspop was.' En geloof het of niet, een paar uur later overkwam me bij de Esprit - verveeld leunend tegen een kledingrek - precies hetzelfde. Nee, dat heeft niks met buienradar te maken. Maar je kunt er wel uit opmaken dat ik zelfs bij slecht weer voor velen nog een stijlicoon ben.

 

 
 
 
 

Dinsdag 19 oktober 2010, Leersum

Met bakken kletterde het de hele nacht op het dak van de caravan en de luifel. Zelfs het grasveld voor onze sleurhut staat op sommige plaatsen blank en het laat zich raden hoe de van vette klei opgebouwde bospaden er bij liggen. Ideale omstandigheden om, bij een opkomend zonnetje, de atb te pakken. Maar niet nadat neef Raymon (22 jaar, inmiddels) van oma een zakje snoep voor onderweg heeft meegekregen.

Ja, oma (74) - die op haar E-bike nog heel behoorlijk uit de voeten kan - weet wel hoe ze van mannen weer jongetjes moet maken. Want jongetjes zijn we, als we met onze fietsen door de modder ploegen. Eerst nog wat aarzelend, omzichtig om de grootste plassen heen sturend, maar al gauw laten we elke schroom varen. Het is vaak veiliger om dwars door een baggerpoel heen te sturen. Het gevaar ligt aan de randen, waar gladde boomwortels en ingesleten sporen je uit balans brengen. En als de bagger eenmaal toch al tot aan je kruin staat, heeft het om een waterpartij heen sturen geen enkele zin meer.

De twee keer dat ik op mijn plaat ga, is dat inderdaad een direct gevolg van voorzichtigheid. Maar waar ik mezelf om bewonder, is de fabelachtige techniek waarmee ik beide keren de goede kant op val: niet in een decimeters diepe modderplas, maar op het min of meer droge hellinkje ernaast. Het kost me alleen wat moeite om degene die het campingwasje doet, daarvan te overtuigen.

 

 
 
 
 

Maandag 18 oktober 2010, Leersum

Het is goed dat je niet bent gegaan, zei mijn eega zondagmorgen toen ik het voornemen om op de atb te stappen om mij moverende redenen had laten schieten. Het was letterlijk filerijden op het parcours. Vandaag kwamen neef Raymon en ik in het hele Leersummer- en Amerongsebos, waar voor tientallen kilometers aan mountainbikeplezier ligt, welgeteld één andere fietser tegen en die reed nog de verkeerde kant op ook. De door Erwin Krol beloofde regen bleef op deze eerste echte herfstvakantiedag uit en de bospaden lagen er - op een aantal spectaculaire modderplassen na - mooi bij. Voor Raymon op zijn gloednieuwe bike was het de eerste kennismaking met een ander parcours dan het Noordwijkse en hoewel ik - met mijn gebrekkige beheersing van de fiets, angsthazengedrag en afschuw van het voortdurende aanzetten en afremmen dat bij het atb'en hoort - niet de meest gezaghebbende ben om dit te beoordelen, reed hij alsof hij nooit anders heeft gedaan. Hij is explosief - vooral (Amerongse) bergop - en dom genoeg om overal in te knallen, waardoor hij op een bepaald punt ook op zijn plaat ging. Helaas buiten het bereik van mijn camera. Alleen gebrek aan techniek speelt hem nog parten, maar op dat punt kan ook ik hem helaas niet meer bijbrengen dan wat prietpraat: je stuur losjes vasthouden in mul zand, het wiel zelf zijn weg laten zoeken, kont achter het zadel in de afdaling en vooral actief op je fiets zitten bij het door kuilen en over boomwortels denderen. Mwah, als je het zo achter elkaar zet, weet ik er in theorie nog best veel van.

 

 
 
 
 

Zondag 17 oktober 2010

Al jaren sleep ik een collectie mountainbikes - en soms ook een racefiets - mee naar onze vaste herfstvakantiecamping in Leersum. Maar in de regel kom ik - op een enkel excuusrondje na - niet verder dan mijn 'gewone' fiets. De reden? Te mooi weer. De rest van de familie staat gewoonlijk al om 10 uur te stuiteren voor mijn caravan omdat ze er de hele dag op uit wil in een stralend najaarszonnetje en mijn aanwezigheid daarbij - als reisleider, routeplanner en sfeermaker - onontbeerlijk is. Dus maakte ik hier vrijwel elke dag tochtjes van een kilometer of 60, met een gemiddelde van nog geen 15 kilometer per uur, van terras naar picknickplek. Maar deze herfstvakantieweek wordt alles anders. Ten eerste staat neef Raymon vanaf maandagmorgen te stuiteren voor mijn caravan omdat hij zijn nieuwe mountainbike wil uitproberen op de parcoursen die hier vlak buiten de camping beginnen. En ten tweede: het wordt slecht weer. Het KNMI voorspelt voor de rest van de week elke dag regen. Dodelijk voor familie-uitstapjes op de fiets. Maar ideaal om lekker met je bike door de bossen te rossen. Gisteren en vandaag bleef mijn atb nog ongebruikt tegen de caravan staan. Het weer was te mooi. Er moest sociaal worden gereden. En een campingtafel met hapjes en drankjes worden leeggemaakt.

Maar, zoals gezegd: vanaf morgen wordt alles anders.

 

 
 
 
 

Dinsdag 12 oktober 2010

Het nachtbiken blijft voor mij rijden tussen hoop en vrees. Aan de ene kant vind ik het machtig mooi om, zoals vanavond, het parcours door de Noordwijkse duinen op te zoeken, maar aan de andere kant vind ik het ook verrekte donker om je weg te zoeken over bochtige singletracks, boomwortels en kuilen. Zelfs al baadt het pad voor mij bijna in het daglicht dankzij de Sigma Powerled op mijn helm, de BBB Highpower en de Sigman Evo op mijn stuur, dan nog speelt mijn nachtblindheid me parten omdat alles om me heen inktzwart is. Als (voortdurend) laatste man in het groepje raak ik ook volkomen gedesoriënteerd als nachtuil Rob2 ons over de onbetreden paden van de Bollenstreek loodst: ik zou ergens in Noordwijkerhout kunnen zijn, denk ik halverwege, maar ook ergens in de Congo. Ik laat me pas weer van voren zien als we tussen de campings van Noordwijk de eerste lantaarnpalen weer tegenkomen en we over het duinpad naar Katwijk in één rechte streep gas kunnen geven. Als ik mijn eigen straat inrijd - die toch al gauw een paar honderd meter lang is - klaagt mijn eega dat ik haar op de bank achter haar laptop al een tijdje volledig heb verblind met de feestverlichting die ik op mijn atb meen te moeten voeren. 'Dat de politie je niet van de weg haalt', moppert ze. Dat kan dus kennelijk ook: tevéél licht op je fiets.

 
 
 
 

Maandag 11 oktober 2010

Er zijn leden die zich er hardnekkig tegen verzetten, maar het wegseizoen loopt nu toch echt op z'n eind. Tijd dus om - naast het rondrossen in de modder op de atb - het maatschappelijk-culturele programma van de Afdeling Wielersport van de IJVK vorm te geven. Onze eerste excursie voerde vanavond naar Tacx in Wassenaar, in het wielerpeloton hofleverancier van met name bidons en fietstrainers in alle soorten en maten, maar ook fabrikant van gereedschap en fietsstandaards.

Het bedrijf maakt tijdens onze trainingen onderdeel uit van een rondje Maaldrift, maar van de leden was alleen Peter Meester er al een keer binnen geweest. Hij was het dan ook die het contact legde met directeur Peter Tacx, die ons hoogstpersoonlijk rondleidde door de fabriek. Want dat was in elk geval voor mij de grote verrassing: ik dacht dat hier niet meer dan een magazijn was gevestigd van waaruit in het Verre Oosten vervaardigde producten over West-Europa worden gedistribueerd. Maar de onderneming dreunt zelfs op deze maandagavond nog van de motoren en robots die de eigen productielijnen gaande houden.

Veel onderdelen van de fietstrainers en in elk geval alles op en aan een bidon - van houder tot dop - worden in het uitgebreide Wassenaarse bedrijfscomplex door beweeglijke Hitachi's en andere ingenieuze machines in elkaar gesleuteld en geduwd. Rob1 stak niet onder stoelen of banken dat hij één van zijn - hier niet met name te noemen - collega's van het Leidsch Dagblad graag vervangen zag door zo'n robot. ,,Dit ding werkt de hele dag en houdt ook nog z'n mond.'' Jazeker, dat maakt hij in de praktijk wel anders mee.

Alles wat computergestuurd draait en keert, mag zich in de warme belangstelling van een groep kerels verheugen, en helemaal als het hier ook nog fietsspullen betreft. Hierboven het wordingsproces van een bidon: een machine spuugt een behoorlijk hete staaf kunstof uit een trechter die vervolgens in een mal de juiste vorm krijgt. Een robot plukt het kant-en-klare product even verderop van de lopende band. Daaronder: een display met maar een kleine greep uit het enorme assortiment. Tacx voorziet onder meer vijf pro-Tourploegen van materiaal (voornamelijk bidons en trainers).

De robots spugen vooral bakken met onderdelen uit die elders in het bedrijf door vaardige handen in elkaar worden gezet.

 

Vooral die assemblage en het inpakken is mensenwerk bij Tacx. Uiteindelijk belandt de complete productie hoog opgestapeld in een immens magazijn; een plek waar een club racefietsers enorm hebberig van wordt.

Op de eerste verdieping van het Tacx-concern wordt gewerkt aan de virtuele wereld van het fietsen. De fietstrainers kunnen tegenwoordig worden uitgerust met geavanceerde computerprogramma's die het mogelijk maken om alle grote toertochten of memorabele beklimmingen thuis voor de buis na te fietsen. Het bedrijf heeft mensen in dienst die overal in de wereld routes op beeld vastleggen en maakt verder gebruikt van Google Earth en andere applicaties om alles zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven. De toekomst ligt waarschijnlijk in het fietsgamen: via de computer rijden tegen tegenstanders over de hele wereld. Nog een paar jaar, dan hoeft de Afdeling Wielersport in de wintermaanden niet meer uit arren moede door de modder te rossen, maar rijden we - hoog en droog op onze zolderkamers - via het breedbeeldscherm tegen elkaar.

Allemaal dankzij Tacx, in Wassenaar.

 
 
 
 

Zondag 10 oktober 2010

Het is dit seizoen nog nooit zo druk geweest op de zondagmorgen, glundert wegkapitein Albert als ik tien seconden voor negen uur aansluit bij de vijftien renners die al bij het clubhuis staan te wachten. Een dag ervoor heb ik neef Raymon - sinds een week in het bezit van een gloednieuwe atb - proberen uit te leggen dat het nog veel te mooi weer is om te mountainbiken, maar behalve hij denkt alleen het bescheiden groepje dat vandaag de Bart Brentjes Challenge in Limburg rijdt er anders over. Om mezelf te straffen voor een week die vooral in het teken stond van overvloedig wijngebruik en machtige spijzen - een paar uur ervoor wankelde ik nog uit het Haagse restaurant Viszooi, bekend van Herman den Blijkers 'Herrie in de keuken' - ben ik op de fiets gestapt zonder ontbijt voor een rondje van zo'n tachtig kilometer richting Midden-Delfland. Vet verbranden!

 

Mijn disgenoot in Viszooi - ook een (wat bedaagdere) fietsliefhebber - beklaagde zich er zaterdagavond over dat hij vanuit Katwijk zo vaak dezelfde rondjes rijdt. Ik heb beloofd hem het inschrijfformulier voor de Afdeling Wielersport van de IJVK te sturen, met het advies zich aan te sluiten bij de groepen van Ton en Albert. Beide kapiteins - vanmorgen zelfs op één schip - zijn meesters in het uitstippelen van afwisselende rondjes die je doen vergeten dat je in de drukke Randstad verkeert. Wie met hen rijdt betreedt in de regel onbetreden paden. Zo zag ik vanmorgen voor het eerst van mijn leven de uitgestrekte campus van de Technische Universiteit Delft en het parkgebied achter de Ikea in Delft. Daarvoor al had Ton zich met een enkeling afgesplitst voor een nog uitgebreider rondje inclusief appelpunt, maar wij reden - al vet verbrandend - zonder koffiestop naar huis en ik vandaar - na een snelle douche - rechtdoor naar moeders. Die zette me twee imposante stukken appeltaart voor, als een voorafje voor de copieuze zondaglunch die volgde. Moeders - en zeker die van mij - hebben helemaal niks met vet verbranden.

 
 
 
 

Dinsdag 5 oktober 2010

Het is weer wennen, voor de nachtdieren in Hollands Duin en de Wassenaarse landgoederen. Jagende uilen en loerende vossen zoeken een goed heenkomen als vijftien bikers van de Afdeling Wielersport van de IJVK het duister oplichten met hun led-lampen op sturen en helmen. Konijnen blijven verstard zitten op hun wildpaadjes, gevangen in de bundels van deze fietsende prinsen van de duisternis, om op het laatste moment een goed heenkomen te zoeken in het struikgewas. Enkele tientallen seconden duurt het, dat de nacht even dag wordt, het gezoef van brede noppenbanden de stilte verscheurt. Dan daalt de rust weer als een zwarte deken neer over de natuur. Of toch niet? Daar komen nog twee amechtig hijgende bikers aan, wat onzeker hun weg zoekend met hun nachtblinde ogen, turend naar de rode achterlichtjes van hun in de verte verdwijnende maten. Ja, dat zijn Jan Kralt en ik. Wij hebben nu alweer heimwee naar de zomertijd.

 
 
 
 

Maandag 4 oktober 2010

Als Katwijker heb ik niet zoveel met Leidens Ontzet. De redactie Duin- en Bollenstreek was vandaag - op 2 redacteuren met (vermeend) Leids bloed na - dus gewoon aan het werk in ons redactielokaal aan de 3e Binnenvestgracht 23. Maar omdat ons bedrijfsrestaurant op 4 oktober - nu 3 oktober dit jaar op een zondag valt, wordt Leidens Onzet een dag later gevierd - de deuren gesloten houdt, moesten we wel even de kermis op. Niet om, zoals in onze jongelingsjaren wel gebeurde, de spectaculairste attractie op te zoeken om een paar minuten van doodsangst te doorstaan. Nee, onze - nou ja, ik geef het toe, mijn: - favoriete tent staat tegenwoordig op nog geen honderd meter van het LD-pand. Het is een originele braadworstenkraam zoals je die op de betere Duitse braderieën aantreft met een roterend wagenwiel vol vlees. Mijn 3 oktober is pas geslaagd met een (broodje) braadworst van een halve meter. Al gebiedt de eerlijkheid mij daaraan toe te voegen dat ik luttele minuten later ook nog een broodje warme beenham en een oliebol naar binnen werkte. En geloof me, voor je maag voelt dat na afloop precies hetzelfde als een ritje in de Superbooster.

 

 

 
 
 
 

Zondag 3 oktober 2010

Bij de dilemma's op deze vroege zondagmorgen vallen die van het CDA-congres in het niet: pakken we de mountainbike of nemen we met dit mooie weer nog een keer de racer, die eigenlijk al in het wintervet staat? Fietsmaat Rob1 - die had verwacht dronken te zijn vanwege de 2 oktober-viering, maar zijn kroegavond door regen zag afgelast - hakt uiteindelijk voor mij de knoop door: we sluiten ons aan bij de groep Albert, die op de racefiets een rondje Klein Giethoorn gaat doen. Bij het clubgebouw blijken nog eens acht leden van de Afdeling Wielersport datzelfde idee te koesteren; alleen Mart en Peter vertrekken op de mountainbike naar het Noordwijkse parcours en vandaar naar het Kopje van Bloemendaal. De rest van de club haalt op de atb onmogelijke capriolen uit op en rond de oude vuilnisbelt van Bergschenhoek. Maar dat is mij vorig jaar slecht bekomen.

Het rondje Klein Giethoorn van Albert is vooral uitgezet in het Groene Hart achter Zoeterwoude. Bij het uitstippelen kijkt hij niet zozeer naar de hoogste gemiddelde snelheid die op een traject kan worden gehaald, maar staan fietsplezier en landschappelijke schoonheid voorop. Een dag later kun je het tochtje bij wijze van spreken ook met je vrouw en een picknickmandje achterop rijden. Voor de enkele A-rijders in het gezelschap is het een belevenis, om eens een keer niet met 45 kilometer in het uur langs de Ringvaart te razen, maar de dunne bandjes door de schapenstront op het erf van boer Biet te sturen.

Veel van die schapenpaadjes zijn ook maar een banddikte breed, en dankzij de hekken en bruggetjes die moeten worden gepasseerd, krijgt de tocht halverwege het karakter van een steeple chase. Een dag eerder heb ik mijn racefiets al winterklaar gemaakt, door de carbonwielen te vervangen door mijn reguliere setje, voorzien van Continental 4Seasons-banden, bij uitstek gemaakt voor barre omstandigheden. Maar een oude crossfiets op Marktplaats aanschaffen was voor deze tocht ook een optie geweest. Het ploegen door de stront en het wachten voor hekjes en wildroosters komt het sociale karakter van de rit ten goede: op één van de weinige stukken waarop de gashendel wél kan worden opengedraaid, raakt de kopgroep prompt de staart van het peloton kwijt: bocht naar rechts gemist. Want op de ritjes van Albert is het nooit van lange halen, gauw thuis.

 

Zelfs in de bijna-bewoonde wereld van Voorschoten heeft onze wegkapitein nog een obstakel ingebouwd: de op afstand bestuurde Vlietlandbrug wordt op zijn onzichtbare teken schielijk opgetrokken als het tienmanspeloton van de Afdeling Wielersport komt aangedenderd. Bijna 70 kilometer staat er op mijn Garmin als ik thuis mijn racefiets de wasstraat in rijd. Het gemiddelde van 26,9 kilometer in het uur hoop ik de komende weken nog eens samen met mijn vrouw - picknickmandje achterop - te verbeteren.

 

 

 
 
 
 

Zaterdag 2 oktober 2010

Veegpartij, concludeerde ik vanmiddag al tijdens het inspelen van het team van Zoebas in Zoetermeer. De mannen legden de ballen er wel erg gemakkelijk in, hadden er een paar donkere spelers bij lopen die het spelletje leken te hebben uitgevonden en torenden gemiddeld een centimeter of dertig boven onze jongens van Grasshoppers uit. De eerste periode leek mijn voorspelling ook uit te komen. Binnen een paar minuten stond het 15-4 voor de thuisploeg en mijn gedachten gingen vanaf dat moment meer uit naar mijn Iphone - waarop ik het CDA-congres volgde - dan naar het restant van de wedstrijd. Maar wie schetst mijn verbazing toen ik halverwege constateerde dat het 21-21 was. Waren wij nu zo goed? Of waren zij even diep weggezakt? Het laatste, zo bleek in de derde en de vierde periode. Daarin scoorden wij nog maar 8 punten en een opnieuw ontketende tegenstander 37. En als je allebei begint met 21 levert dat een einduitslag van 58-29 op. Kreeg ik toch nog een beetje mijn veegpartij.

 

 

 
 
 
 

Zondag 26 september

Al na een paar honderd meter weet ik dat dit weer een zwaar mountainbikeseizoen gaat worden. Vanaf het clubhuis steek ik met beide Robben (1 en 2) parkeerterrein De Noordduinen over en sla rechtsaf het paadje naar de top van de voormalige puinstort in. Daarna een steile afdaling met behoorlijk mul zand, een grindpad met diepe plassen, een trap, twee houten poortjes en een lang stuk onverhard terrein langs het ruimtevaartcentrum ESA, populair bij mountainbikers en hondenliefhebbers die elkaar op de smalste plekken moeten passeren. Daarna sluipdoor-kruipdoor naar het atb-parcours door de duinen. Het hele voorjaar en de zomer op mijn racefiets ben ik gedurende 8000 kilometer welgeteld één keer gevallen en hier ga ik meteen drie keer op mijn plaat. Eigen schuld, dikke bult. Had ik maar wat actiever op mijn fiets moeten zitten. Niet te klein moeten schakelen. Op de pedalen moeten gaan staan waar het kon en moest.

Halverwege het eerste rondje stuit ons drietal op Team Slootweg en later sluiten ook Arwin en Simon zich bij ons aan, waarmee de Afdeling Wielersport van de IJVK op deze mistige zondagmorgen toch een behoorlijk atb-groep op de been brengt. Een beetje over singletracks door bos en duin rijden is tenslotte het mooiste wat er is. Maar waarom moet het allemaal zo hard? Zelfs als ik als laatste het parcours opstuur en mijn clubgenoten al snel uit het oog verlies, hijgen nieuwe achteropkomers voortdurend in mijn nek of komen met hun voorwiel tegen mijn rug tot stilstand als ik weer eens in het zand hap.

Maar als ik de van vorig seizoen wat weggezakte lessen van atb-trainer Oscar weer naar boven haal en wat praktische tips krijg van Rob2, slaag ik er zowaar in het tweede rondje over het parcours overeind te blijven. Alleen bij de laatste steile helling met de grove boomwortels moet ik even uit de pedalen omdat Team Slootweg - van huisuit hardlopers, Karin won gisteren nog de tien kilometer voor vrouwen bij de 'Halve van Katwijk' - hier op het gemak naar boven wandelt. Het is een instelling waar ik op zich begrip voor heb. Maar zo leer ik het natuurlijk nooit.

 
 
 
 

Zaterdag 25 september

De shirtsponsor is dit seizoen een sloopbedrijf (H.H. van Egmond uit Rijnsburg) maar het zou in deze eerste wedstrijd net zo goed Borduurwinkel 'Steekje Los' kunnen zijn geweest. Tegen een zooitje ongeregeld uit Waddinxveen - er was niet één speler met een compleet tenue - verloor het team van mijn zoon vanmorgen met 32-46. Toen ik bij de rust mijn opwachting maakte in onze sporthal Cleijn Duin - net als vorig seizoen weet ik nu al dat ik een hele wedstrijd niet ga trekken - stonden ze met 20-27 achter. Twee normale scores en een driepunter, zou je zeggen, dan staat het weer gelijk. En daarna is de tegenstander rijp voor de sloop. Maar daar zit hem nou net de kneep. De mannen missen scorend vermogen. Het breekijzer ontbreekt. Als nog geen kwart van de kansen wordt benut en de opponent haalt 50 procent, loop je altijd achter de feiten aan. Dan kun je hooguit op wilskracht nog wat forceren. Maar dit team is (nog) geen tienmansdestructiebedrijf.

 

 
 
 
 

Donderdag 23 september

Er zijn talloze toeristen die, eenmaal thuis, in dezelfde fout vervallen. Ze schaffen bij de lokale supermarkt een kartonnen pak sangria aan en denken dat die precies hetzelfde smaakt als op dat terrasje in Calpe, bij een graadje of 34 in de schaduw. (Hetzelfde geldt voor ouzo, raki of welk ander vakantiedrankje dan ook.) Maar aangezien niets menselijks mij vreemd is, reed ik deze week ogenblikkelijk naar de slijterij van de Digros toen mij ter ore kwam dat daar bijzondere verpakkingen Guinness lagen uitgestald. Mooie tonnetjes met zes halve liter blikken waarin een gepatenteerde vinding ligt opgesloten: een koolzuurcapsule die zijn inhoud vrijgeeft zodra je het lipje van het blikje trekt. Het resultaat is een schuimlaag die welhaast nog romiger is dan wanneer je Guinness van de tap drinkt. Het glas dat in het midden van het (kar)tonnetje zit, is in elk geval mooier dan het exemplaar waarin de Ierse godendrank ons enkele maanden geleden in de thuishaven - The Guinness Storehouse in Dublin - werd geschonken. Of het hier in Nederland tegenvalt? Dat laat ik over twaalf blikken weten. Maar het begin is veelbelovend.

 
 
 
 

Woensdag 22 september

Voor onze eerste avondrit over het strand zijn we welgeteld twee seconden onderweg als ik achter me een doffe klap hoor. Menno en ik hebben - de lessen van trainer Oscar van vorig jaar nog in het achterhoofd - op de afrit naar het mulle zand nog wat versneld, wat lichter geschakeld en laten het stuur zelf zijn weg zoeken in de uitgesleten sporen. Rob4 - ja, die hebben we ook: Rob Lagendijk - ziet ons alleen gas geven en zet ook aan, op zijn splinternieuwe mountainbike die nog ruikt naar de showroom. Zodra zijn voorwiel zich in de eerste kuil boort, schiet hij met zijn voeten uit allebei de pedalen, maakt een mooi boogje door de lucht en ploft als een zak aardappelen op de grond. Welkom in de wondere wereld van het strandbiken!

Eenmaal aan de vloedlijn zijn de omstandigheden een stuk beter. We (een select gezelschap dat behalve uit Menno, Rob4 en mezelf ook uit Peter bestaat) rijden richting Noordwijk en vandaar naar de Langevelderslag, in een mooi avondzonnetje tussen wandelaars, ruiters en loslopende honden, die veel te druk zijn met hun balletjes en met elkaar om ons naar het leven te staan. We springen over zwinnetjes, ontwijken geulen en laten ons insluiten bij een brede doorgang naar zee, maar weten het over het algemeen redelijk droog te houden.

Wedstrijdje doen?, vragen een paar jonge meiden als ze hun paarden bij het passeren de sporen geven. Ja, op het strand heb je als atb'er zo verkering. De dieren blijken op de korte baan een stuk sneller dan onze fietsen, maar wij beschikken over meer 'ausdauer', zoals de Engelsen dat zo mooi kunnen zeggen. Een kilometer of vijf na Langevelderslag - door de avondnevel kunnen we Zandvoort net niet zien liggen - keren we om en rijden terug naar Katwijk. Met een windje in de rug en een zonnetje dat aan de rechterkant rood in zee zakt is het geweldig rijden op het grootste offroad-parcours van Nederland dat op een steenworp van ons clubhuis begint. De hele zomer had ik er niks te zoeken, maar deze winter word ik een strandmens.

 
 
 
 

Dinsdag 21 september

De deadline voor mijn column in het basketbalblad The Rebound heb ik gisteravond weer op het nippertje gehaald, dus kan ik met een gerust hart mijn stukje van vorige maand op deze site plaatsen. Het heeft tenslotte nog raakvlakken met wielrennen ook:

Nee, ik ben geen ezel. Dus heb ik er het volste recht toe mij ook voor de tweede keer aan dezelfde steen te stoten. Nadat eerder de Nintendo Wii als het zoveelste elektronische gadget van het verlanglijstje van onze zoon (die toen 12 werd) was afgevoerd, opperde ik voorzichtig: ,,Wat denk je van een racefiets?'' Hij kauwde even op het gegeven, knikte toen bedachtzaam en sprak, een beetje aarzelend nog, de voor mij heilzame woorden: ,,Ja, dat is misschien ook wel leuk.'' Terwijl in de verte de echo van de uitroep van mijn eega wegstierf ('Kan hij niet op de fiets van zijn zus, die op zolder staat weg te roesten?'), was ik - wapperend met mijn pinpas - al op weg naar de fietsenspeciaalzaak.


In de tijd dat Katwijk nog geen eigen fietsclub had, zag ik mijn koters met lede ogen naar basketbal gaan. Mooie sport hoor, daar niet van. Maar het is geen fietsen. Hoewel de makers van Peijnenburg er met hun karikaturale reclame-uitingen alles aan doen om dat beeld kapot te maken, geloof ik nog steeds heilig in een van generatie op generatie doorgegeven passie voor de wielersport. Bij mijn dochter lukte dat pas op haar veertiende toen ze, geplaagd door blessures en het ontbreken van heilig vuur, de basketbal met een grote boog in de wilgen schoot. Het was nog een heel gedoe om voor haar puberlijf (uitzonderlijk lange benen, betrekkelijk korte romp en armpjes) een geschikte fiets te vinden, maar bij het Belgische Ridley draaien ze hun hand niet om voor maatwerk.
 

En er komt een dag, houd ik mijn eega voor in de bijna vier jaar dat deze investering staat weg te kwijnen op onze zolderkamer, dat dit zich gaat uitbetalen in snelle koersen, adembenemende bergritten en machtige eindsprints.
Twaalf is natuurlijk ook een betere leeftijd om een fundament te leggen voor een wielerleven. De tijd en de geesten zijn er rijp voor. Basketbal, ik zei het al eerder, is een mooie sport. Korte competities en lange zomervakanties waarin mijn zoon alleen maar voor de computer hangt. Fietsen zal hij! En ja, natuurlijk zou ik eerst gaan voor een tweedehands, maar ook zijn lijf in de groei vraagt eigenlijk om maatwerk dat alleen in de fabriek te krijgen is.
 

Twee jaar verder zijn we inmiddels en vorige week zag ik op de fietscomputer op zijn stuur dat hij er in totaal 18 uur op heeft gereden. Net iets meer dan vijfhonderd kilometer. Dit jaar is het er helemaal niet van gekomen omdat zijn basketbaltrainer het wel een goed idee leek om in de zomermaanden aan conditietraining te blijven doen.
 

En ja, waarom zou je dan nog gaan trappen, vond mijn zoon?
 

Een net afgestudeerde psycholoog met het postuur van mijn nu veertienjarige nazaat heeft de racefiets voor een luttel bedrag van Marktplaats geplukt.


Het basketbal heeft gewonnen.


Maar ik geef het nog niet op.

 
 
 
 

Zondag 19 september

Het serieuze vermoeden rijst dat www.buienradar.nl wordt gemanipuleerd door het AtdW (Actiecomité tegen de Wielrennerij). De regenwolken die op zondagmorgen in alle vroegte digitaal op ons af worden gestuurd, moeten de fietsers ertoe verleiden zich in de echtelijke sponde nog eens behaaglijk tegen de weke delen van Kaap Kont aan te schurken. Slechts vier renners van de Club van Honderd van de Afdeling Wielersport verkozen vanmorgen het ongemak van het harde zadel en bij het negen uur-gezelschap van Albert was de opkomst niet veel beter. Op onze route Delft, Schipluiden, Maassluis, Hoek van Holland moesten we welgeteld drie druppels incasseren. Want net zoals blaffende honden (vaak) niet bijten, zo hoeft het uit dreigende luchten ook niet te regenen.

 

 

Wel stond er nog een straffe zuidwestenwind, wat in het selecte groepje vooral op de heenweg tot het uiterste puntje van de Nieuwe Waterweg herhaaldelijk tot een zeker gekreun leidde als de teller naar de 35 in het uur ging. Ja, zelfs bij Ringvaartbeul Teun, al gooide die zijn spierklachten aanvankelijk vooral op het potje zaalvoetbal dat hij eerder in de week had gespeeld. Maar bij het opdraaien van het duinpad naar Scheveningen wilde hij wel bekennen dat het lange wegseizoen hem eveneens begint op te breken. Alleen de man met drie weken zalig nietsdoen in Ierland in de benen oogde nog fris en fruitig (dank u). Op het moeilijkste deel van de rit door het vlakke Westland haalden we twee Hagenaars in die zich bereid toonden mee te draaien in ons molentje. En na de koffie met appelpunt in de Torpedoloods kwam de ultieme beloning voor hen die niet vielen voor de misleiding van www.buienradar.nl: met 40 in het uur en windje mee op weg naar huis.

 

 

 
 
 
 

Woensdag 15 en donderdag 16 september, Ventron (Vogezen)

Op de terugweg van Ventron naar Katwijk wordt de weemoed over ons voortijdige vertrek - de plicht roept ons weer naar de werkvloer - even naar achteren gedrongen voor een moment van vrolijkheid. Zelfs nu er op deze woensdag zes van de achttien fietsers de thuisreis moeten aanvaarden, slaagt de resterende groep HTWV'ers er niet in om bij elkaar te blijven. Bij een tussenstop in een restaurant in Luxemburg verschijnt er een sms'je op mijn Iphone: Dick, sms Rob Onderwater zijn 06 svp. Hij heeft ergens een verkeerde afslag genomen. Groet, Harold.

We hebben onze tassen gepakt als de groep zich opmaakt voor een rit over onder meer de Grand Ballon en de Ballon d'Alsace. Als het weer het toelaat, tenminste, want de buienradar voorspelt niet veel goeds. In de auto bereikt de regen ons al ter hoogte van Epinal en zeker twee uur rijden we met de ruitenwissers aan door de hoosbuien die langzaam naar het zuiden zakken. Slecht weer voor de mannen op de fiets, maar voor ons maakt dit het missen van de woensdagrit er toch een beetje draaglijker op. Bijna jammer dat er voor de donderdag weer mooi weer is voorspeld... Tegen die onchristelijke gedachte vechten we de resterende 500 kilometer naar huis.

 

 

Een rondje door onze gîte van het ontbijt tot het diner, de nazit bij de houtkachel en het avondvermaak: snookeren, flipperen of tafeltennissen op zolder, en zwikken, klaverjassen of voetbal kijken op de benedenverdieping.

 
 
 
 

Dinsdag 14 september, Ventron (Vogezen)

Als je gewend bent om alles op vakantie zelf uit te zoeken, is het een verademing om eens een keer een dagje bustoerist te mogen spelen. Lekker achter de leiding aansjokken, verstand op nul, afgezet worden op mooie toeristische plekjes en op tijd worden voorzien van je natje en je droogje. De mannen van de HTWV laten de racefiets na drie dagen in het zadel even in het schuurtje staan en maken een wijnreisje naar de Elzas. De tocht loopt via Munster - waar nog een vertwijfelde poging wordt gedaan om onze portemonnee met 500 euro terrasgeld boven tafel te krijgen maar op het politiebureau weten ze van niks - en vandaar rijden we het verduitste deel van Frankrijk in. Maar uiteraard niet nadat we elkaar - geheel in HTWV-traditie - op de weg naar Ribeauville zijn kwijtgeraakt. Na de hereniging onder koffie met frambozenpunt gaan we op zoek naar een domaine waar ze achttien fietstoeristen een rondleiding willen geven en vervolgens bereid zijn om enkele van hun verfijnste wijnen aan dit gezelschap te schenken.

Bij Du Moulin de Dusenbach willen ze het er, na de lunchpauze die tot twee uur duurt, wel op wagen, maar de wijntjes van Bernard Schwach komen op ons wat zwakjes over. Te laf, te zuur, te weinig uitgesproken luidt het oordeel van het kennerspanel, waarna het verder gaat naar een wederverkoper in Sigolsheim waarmee reisleider Jan Pep in het verleden goede ervaringen heeft opgedaan. Aan de toog van het winkeltje laten we ons dit keer de wijnen van Meyer-Krumb uitbundig smaken en na het zoveelste glaasje laat ik het oog vallen op een Gewurztraminer uit 2008, die met recht het predicaat Alsace Grand Cru Mambourg mag dragen. Daar gaat een doosje van mee naar Katwijk. Het dagje uit wordt besloten met een Elzasser maaltijd op een terras in toeristenfuik Kaysersberg, waar de Sauerkraut mit Eisbein wordt weggewerkt onder de klanken van een straatsaxofonist die zijn middle of the road-wijsjes voor de eerste keer begeleid weet door achttien uitbundig met Riesling gesmeerde keeltjes. Ook de argeloze voorbijganger in een blauwgeruite kiel en een rode zakdoek om de hals zal het zich nog enige tijd heugen dat hij vanaf het terras wordt getrakteerd op de meezinger: Ik ben boer Teun en ik loop in de steun en ik hou van porno... Ja, de mannen waren vandaag echt een dagje uit.

 
 
 
 

Maandag 13 september, Ventron (Vogezen)

Wat mij destijds als eerstejaarslid van de HTWV van het fietsweekeinde in 2009 is bijgebleven, is de verwarring. Over de route, de positie van de verschillende renners, vermeende pechgevallen, de plek van de bus, de keuze van de koffietent, ja, over alles eigenlijk. Om te zeggen dat ik daarin de eerste twee dagen van deze jubileumweek 2010 teleurgesteld ben, is wat teveel gezegd. Maar de echte grote verwarring bleef uit. Tot vandaag dan.

Vanuit onze gîte is het zo'n 200 meter naar de top van de Col d'Oderen en daarna is het een stief kwartiertje afdalen naar Kruth, waar we op elkaar zullen wachten. In die, zeg een half uur, slagen we erin zo'n vijf van de achttien renners kwijt te raken. Twee blijken er halverwege  teruggegaan omdat ze hun hartslagmeter zijn vergeten, een derde krijgt pech, een vierde raakt aan de schijterij en besluit toch maar thuis te blijven en de vijfde blijft ergens in die afdaling op de nummers 2, 3 en 4 wachten. Van enige communicatie met de bus - waarvan de bemanning de andere kant op is gereden om te pinnen - is geen sprake. Maar de verwarring is elk geval compleet bij het tiental dat in Kruth staat te wachten indachtig het voor vandaag opnieuw bekrachtigde motto: bij elkaar blijven.

Bij het op elkaar wachten - wat overigens nooit langer dan tien minuten lukt - vervult de HTWV-bus een sleutelrol. Het is het verzamelpunt voor een peloton dat volledig losgeslagen door de Vogezen trapt. Uit deze rijdende doos van Pandorra komt bovendien een nooit aflatende stroom cola en water, schijven meloen en bananen en het voertuig fungeert tevens als opslagplaats voor in de loop van de dag overtollig geworden kledingstukken en uiteraard als bezemwagen voor opgeveegde coureurs. Maar ook vanuit deze bus slaat vandaag de verwarring toe als we - gps en routekaartjes ten spijt - op cruciale punten de verkeerde kant op worden gestuurd.

Het is een wonder dat we uiteindelijk toch - met een halve groep - in Gérardmer geraken, waar opnieuw de verwarring toeslaat omdat hier kan worden gekozen tussen een lange en een korte route naar huis. De bus hebben we ergens in het stadje van ons afgeschud, een deel van de renners is al eerder afgeslagen richting de avondbarbecue en na ampele discussies kiezen alleen Rob2, Tonnie en ondergetekende voor de lange variant (108 kilometer) terug naar Ventron. Om onszelf te belonen voor deze extra inspanning zoeken we in La Bresse een mooi terras en een groot glas witbier op, om bij thuiskomst te constateren dat de groep van de verkorte route bij het versterken van de inwendige mens ook niet heeft stilgezeten. Dat is namelijk één van de weinige onderdelen van het HTWV-kamp waarover in dertig jaar nog nooit enige verwarring heeft bestaan.

 

 
 
 
 

Zaterdag 11 en zondag 12 september, Ventron (Vogezen)

Er zijn duistere krachten aan het werk om de jubileumweek van gelegenheidsclub HTWV (Hijgend Trekken Wij voort) tot een debacle te maken. Werden we eerder als gevolg van een zwakke rug beroofd van onze chefkok en vinoloog Leo - Kees voor intimi, maar dat is een lang verhaal - op weg naar de Vogezen dreigen we ook heel even onze complete (en imposante, mag ik wel zeggen) voorraad drank en voedsel te verspelen doordat de aanhangwagen van Rob2 bij honderd kilometer per uur een klapband krijgt. Met kunst-, vliegwerk en veel rookwolken wordt de combinatie min of meer heel aan de kant gezet, maar dat betekent geenszins een eind aan onze tegenspoed. Een dag later raakt een zojuist volgepinde portemonnee - vooral bedoeld om terrasconsumpties af te rekenen - op mysterieuze wijze verloren na verwarring omtrent (wederom) een lekke band. Een fietsband, dit keer. En dan is deze jubileumweek nog maar twee dagen op streek.

Maar, en zo mogen we het ook bekijken, daarmee heb ik alle onheil tot op heden in één alinea kunnen samenvatten. Verder loopt alles hier op rolletjes, in de sfeer van geoliede chaos die al dertig jaar lang de HTWV-reizen kenmerkt. De functie van chef-kok en koksmaat zijn moeiteloos overgenomen door respectievelijk Rob1 en Rob2, en ook anderszins komen we voor welk huishoudelijk karwei dan ook geen handjes tekort. Zelf beschouw ik in dit onnavolgbare samenspel van alle hens aan dek het 'Niet in de weg lopen' als mijn grootste kwaliteit.

Het lijkt, na het bovenstaande, een bijzaak, maar we komen hier vooral om te fietsen. Nadat reisleider Jan Pep zijn bus met twee magnetische platen en een enkele sponsbeweging weer officieel tot bezemwagen heeft verklaard, maken we zaterdagmiddag al onze eerste verkenningsronde van een kleine vijftig kilometer met tenminste twee serieuze colletjes, de Col de Bramont (956 meter) en de Col de Oderen (951 meter). De laatste komen we nog wel vaker tegen, want net achter de top ligt onze Gite voor 25 personen. En - ook traditie - binnen het half uur moet Jan Pep in zijn rol van wegkapitein al de eerste krachttermen, gevolgd door een donderspeech, uit de kast halen omdat de groep zelfs op het relatieve vlakke gedeelte van de rit door enkele onverlaten aan gort wordt gereden. 

Nadat aan de voet van de eerste col eenmaal het sein 'vrij rijden' is gegeven, zitten we binnen twee uur en na bijna duizend hoogtemeters in de tuin aan het herstelbier, staat na vier uur de avondpasta op tafel en ligt iedereen na zes uur onder de klamme lappen aan moeder de vrouw te denken. Ja, dat is fietsrock-'n'-roll, mensen.

 

Ook fietsrock-'n'-roll: de volgende ochtend keurig om half negen aan het ontbijt. De tijd van hoeren en snoeren ligt ver achter ons in de dertigjarige geschiedenis van de HTWV. De eerzame huisvaders van nu zitten om half tien op de fiets voor de eerste grote ronde: 115 kilometer en bijna 2500 hoogtemeters over onder meer de Petit Ballon (1272 meter) en nog zo'n lelijk ding met kilometerslang een stijgingspercentage van 10 tot 12 procent dat luistert naar de naam Col de Plasserwasser of Wasserplasser, daar wil ik vanaf zijn.

Onder de indruk van de woorden van Jan Pep - die de avond daarvoor 30 jaar HTWV in een hilarische toespraak heeft samengevat - wordt er het eerste uur in opnieuw schitterend weer gecontroleerd gereden, waarna het in de aanloop naar de Col de la Schlucht (1138 meter)  ieder voor zich is richting Munster. Hier vallen we met onze neus in de cultuur met de grote C: het jaarlijkse Waldhoornblazersfestival, of in elk geval iets wat daar alle schijn van heeft. Het verleidt in elk geval Rob1 ertoe om even zijn partijtje mee te blazen, wat dan weer cultuur met een hele kleine c oplevert.

Ook geheel in HTWV-tradities slaat kort na Munster de verwarring over de te volgen koers toe, maar dat is in de aanloop van de Petit Ballon slechts een kort moment. Op meerdere manieren is dit jaar gepoogd te voorkomen dat we de weg en elkaar kwijt raken: de tochten zijn uitgestippeld via GPS, maar staan ook op papier en - een cadeau voor alle leden ter ere van het jubileum - op een ingenieuze Knooppuntenroutekaarthouder die een enkeling zonder schaamtegevoel inderdaad op zijn stuur heeft gemonteerd. Niettemin slaagt Peter P. erin om op die Ballon - volgens velen één rechte streep naar de top - in zijn eentje ergens op een onverhard pad te geraken. Ook dit voorval mogen we gerust plaatsen in de rijke HTWV-historie. (Wordt vervolgd.)

 

 
 
 
 

Vrijdag 10 september

In de dertigjarige geschiedenis van gelegenheidsformatie HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort) ben ik slechts een nietig pluisje. Derhalve voelt het als een bijzondere eer dat ik het jubileum van dit eerbiedwaardige gezelschap renners uit Oegstgeest en wijde omstreken mag meebeleven. Normaal beslaan de jaarlijkse uitjes van HTWV een lang weekeinde. Dit keer is voor een hele week een huis (linksboven op de foto, vermoed ik) afgehuurd in de Vogezen. Dat wil niet zeggen dat iedereen ook een week aanwezig is. Geheel indachtig het vrijblijvende karakter van de club vertrekt het overgrote deel op zaterdag naar Frankrijk, maar gaan de eersten al op dinsdag weer terug. Daarna een groep op woensdag. En wellicht ook nog op donderdag of vrijdag. Daarentegen vliegen er op dinsdag en woensdag nog mensen aan in deze duiventil. Zelf verwacht ik op woensdag naar huis te moeten omdat de situatie bij mijn werkgever daar om vraagt. Maar zodra zich een opening voordoet om langer te blijven, zal ik die met beide handen aangrijpen. Want behalve door het fietsen is het samenzijn met HTWV zo aangenaam omdat er volop aandacht is voor die andere belangrijke zaken in het leven, zoals daar zijn: uitgelezen wijnen en bijzondere spijzen. Daarom hakt het uitvallen van onze vaste kok Leo (net als ik door zijn rug gegaan, maar hij kan kennelijk niet bogen op legerervaring) er deze week zo hard in. Niettemin heb ik alle vertrouwen in zijn navolgers, al wordt de roep om mijn fameuze vislasagne (dit keer voor 25 personen) luider. Tot mijn laatste snik zal ik blijven roepen dat ik een geheel verzorgde reis dacht te hebben geboekt.

 
 
 
 

Dinsdag 7 september

Eigenlijk was het een doorsnee trainingsavond voor de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk. Een rustig ritje, zou het worden, maar al binnen drie kilometer reden we met 38 kilometer in het uur tegen een straffe noordoostenwind in. Business as usual. Wegkapitein Albert die zich de afgelopen maanden met veel noeste trainingsarbeid heeft opgewerkt van de D-tjes, de C-tjes naar de B-tjes en het nu ook een keer bij de A-tjes wilde proberen, haakte halverwege hoofdschuddend af. Zo hoefde hij ook niet mee te maken dat het spel langs de Ringvaart pas echt op de wagen ging toen we een klasbak van de Noordbikers inhaalden, die na deze vernedering prompt wilde laten zien hoe hard hij wel niet kon fietsen. Nou, niet harder dan wij, zo bleek. Maar wat de rit toch tot een bijzondere maakte, was het feit dat dit eigenlijk de laatste keer was dat we dit wegseizoen met goed fatsoen nog een avondrit op de racefiets konden maken. Tegen 20 uur begon de schemering in te vallen en rond half negen was het gewoon donker. Was ik even blij met de led-lichtjes die ik deze week voor 1,06 euro (!) per set bij de Action heb aangeschaft.

 
 
 
 

Zondag 5 september

Amechtig hijgend voor de slagbomen van een ophaalbrug die ons even een moment van rust gunt, spreekt clubfilosoof Mart opnieuw behartenswaardige woorden: 'Als je nu nog goed bent, heb je het seizoen verkeerd ingedeeld.' Bij de mannen van de Club van Honderd begint er, na al die maanden fietsen, wat sleet op te komen. Niettemin wordt er nog heel behoorlijk gereden, op ons rondje Spaarnwoude onder leiding van wegkapitein Rob2, befaamd om de haakse bochten die hij, liefst zonder enige waarschuwing vooraf, als een haas op de vlucht maakt. Maar ook vandaag voert hij ons weer over mooie, nooit eerder betreden paden op en rond de voormalige vuilnisbelt van Spaarnwoude, waar het lijkt alsof de Inca's er hun sporen hebben nagelaten. Mijn eigen problemen op de fiets zijn van andere aard. Na zoveel weken rust (door mijn vakantie in Ierland, zware regen op trainingsavonden en recente rugklachten) is het niet de vermoeidheid na een lang seizoen die mij parten speelt, als wel het gebrek aan ritme. Toch valt het me niet tegen, op dit rondje van ruim honderd kilometer dat met een gemiddeld van bijna 32 in het uur wordt afgeraffeld. De rug houdt het goed, de benen zijn niet slecht en de moraal keert - als gevolg van een combinatie van die eerste twee factoren - weer terug. Kortom, het ziet er naar uit dat ik mijn seizoen helemaal verkeerd heb ingedeeld.

 
 
 
 

Zaterdag 4 september

Zonder die gekken van de Afdeling Wielersport van de IJVK kun je nog eens een beetje toeristisch fietsen. De tijd nemen om te genieten van wat er om je heen gebeurt. Of je fiets even neerzetten bij een publieksevenement, zoals het internationale zandsculpturenfestival op de Noordwijkse Boulevard. Het rondje was bedoeld om te testen of m'n rug het hield op de racefiets, voordat ik morgen mijn opwachting maak bij de Club van Honderd (kilometer). Een voorlopige conclusie? Zolang het morgenochtend een beetje toeristisch gaat, voorzie ik geen problemen. Maar daar zullen die gekken wel anders over denken.

 
 
 
 

Vrijdag 3 september

Niet alleen lichamelijk ga ik krakend en kreunend door het leven, ook materieel heb ik betere tijden gekend. Ik geloof niet dat er eerder een wielerseizoen is geweest dat ik zo vaak met een lekke band heb gestaan. Zelfs in een week dat ik noodgedwongen niet op de racefiets zit, blijft het me niet bespaard. De dikke Schwalbe Big Apple's die mijn dochter een beetje zwaar vond rijden onder haar van mij overgenomen Trek, verving ik woensdagavond door twee snelle slicks die ik al een tijdje in de schuur heb hangen. Een heel tijdje, zo bleek, want tijdens een proefrit naar de andere kant van het dorp - waar ik een bijeenkomst in het sponsorhome van Quick Boys bezocht - voelde ik de achterband al behoorlijk over het wegdek hobbelen. Maar pas bij het verlaten van het sportpark Nieuw Zuid bleek de binnenband over zo'n veertig centimeter uit elkaar geknald. Heel vaak heb ik dit seizoen al beweerd dat het gezegde 'Als je goed bent, rijd je niet lek' absoluut niet op mij van toepassing is. Maar ik kan er niet langer omheen. Dingen moeten worden gezegd. Voor anderen was het al duidelijk, maar nu weet ik het zelf ook: Ik ben helemaal niet goed. En iedereen die woensdagavond, op die vijf kilometer naar huis, een onder rugklachten en een rugzak krom gebogen mannetje naast een fiets met een over de velg voortslepende achterband heeft zien strompelen, zal het kunnen beamen.

 
 
 
 

Woensdag 1 september

Oppassen dat dit geen oude mannen-log met bijbehorende kwalen gaat worden, maar voor wie hier na de dinsdagavondtraining een vrolijk verslag van een fietstocht verwacht, heb ik toch één en ander uit te leggen. Na mijn worsteling op zondagmorgen met een immer lekkende kraan, ga ik nog steeds kromgebogen als een Oost-Europees takkenvrouwtje door het leven. Ondanks de Voltaren K en de BioFreeze waarvan een collega van de Bedrijfshulpverlening mij heeft voorzien. De vergelijking met het takkenvrouwtje is overigens niet helemaal accuraat. Als ik eenmaal een tijdje loop, zoals op bovenstaande afbeelding is te zien, lijkt alles zo goed als normaal. Maar al na enkele ogenblikken achter een beeldscherm zakt mijn ruggengraat en het omringende spierstelsel geleidelijk in elkaar en moet ik elke keer weer door een evolutieproces heen om normaal rechtop te lopen. Daarbij mag ik graag geluiden maken, om lucht te geven aan mijn algehele staat van onwel bevinden. Na één dag met de auto naar werk te zijn geweest, verplaats ik mij nu weer per rijwiel. Niet van harte, overigens, zeker nu de beugel van mijn zadelrugzak is afgebroken en ik het ding weer - tijdelijk, mag ik hopen - op mijn (jawel) rug moet dragen. Het is de enige onderbreking in een zittend bestaan. Na elke vijftien zinnen op mijn toetsenbord - nu dus even - sta ik krakend en kreunend op, maak een geleidelijk aan steeds minder krom rondje om de tafel of een ladenblok, en eindig weer voorovergebogen voor mijn beeldscherm. Leve de vooruitgang!

 
 
 
 

Maandag 30 augustus

Behalve bewondering voor zijn vakmanschap en zakelijk inzicht heb ik niet zoveel met André Rieu. Maar toch stond ik afgelopen week wat langer stil bij zijn reden om twee concerten in de Amsterdam ArenA wegens ziekte af te gelasten. Zoiets doe je niet zomaar, als je voor elk optreden een compleet kasteel laat optrekken. André en ik zijn niet vaak ziek. In de 25 jaar dat ik bij het Leidsch Dagblad werk, heb ik me welgeteld één keer vanwege een lichamelijk ongemak moeten afmelden. Rieu heeft in 32 jaar wegens ziekte nog geen concert laten lopen. De eerste en enige keer dat ik ziek werd, was ik met mijn twee (toen nog heel jonge) kinderen (mijn vrouw was aan het werk) naar mijn vaders verjaardag. Na één Westmalle Triple werd ik duizelig, wat opmerkelijk snel is, zelfs voor een zwaar Belgisch biertje. Bij mijn gang naar het toilet moest ik me aan de muur van de gang vasthouden omdat alles om me heen begon te golven. Kruipend haalde ik het bed van de logeerkamer, waar een opgeroepen arts een virusinfectie op het evenwichtsorgaan constateerde. Twee weken heb ik op bed gelegen, als een zeeziek bemanningslid van de Guppie in zware storm. André heeft het nu ook. In gedachten zie ik hem naar het toilet wankelen omdat hij zichzelf niet overeind kan houden. Als hij zijn ogen open heeft, draait de slaapkamer langzaam in het rond, op de maat van één van zijn walsjes. Bij mij duurde het twee weken en eigenlijk zijn de incidentele duizelingen daarna nooit helemaal weggeweest. Elke keer als André straks zijn hoofd scheef houdt om zijn viool onder zijn kin te schuiven, moet je niet gek opkijken als hij even staat te wankelen op zijn benen. En, als André en ik lichamelijk ongemakken blijven delen,  heb ik nóg een onaangename verrassing voor hem. Bij het vervangen van een kraanleertje ben ik gisteren op een verschrikkelijke manier door mijn rug gegaan. Bel een loodgieter, André. Voor het geld hoef je het niet te laten.

 
 
 
 

Vrijdag 27 augustus

Fotograferen vanaf de fiets gaat me inmiddels wel aardig af. Mijn waterdichte en shockproof Olympus zit voor het grijpen achterin mijn wielershirt en alle instellingen kan ik blindelings vinden. Het enige probleem wordt zo langzamerhand, na vele tientallen trainingsritjes, het kiezen voor originele invalshoeken. Deze foto vond ik, met straffe wind tegen op kop rijdend van een groep langs de Leidsevaart tussen Voorhout en Lisse, nog wel aardig. Tijdens het trappen de camera achterstevoren op mijn helm zetten en afdrukken. Nou ja, het lijkt makkelijk, maar je ziet pas wat je doet in de paar seconden dat het scherm na de opname heel even het beeld weergeeft. Van de acht foto's die ik maakte vond ik deze het mooist. Vooral vanwege de beweging en het grote lijden op de getekende koppen van Rob1, Vincent, Arie en Maarten.

 
 
 
 

Vrijdag 27 augustus

Zelf roep ik het al jaren, maar nu is het ook wetenschappelijk bewezen. Mijn hoogtevrees en daalangst zijn het directe gevolg van het feit dat mijn hersenen op hoog niveau werken. Zo luidt althans de conclusie van Pieter Frijters, specialist in het behandelen van mensen met fobieën na onderzoek van 25.000 patiënten. Bij dit soort angsten draait het volgens Frijters (vandaag geciteerd door de krant van wakker Nederland) allemaal om fantasie. ,,Het lichaam reageert vijftig keer sneller op onbewuste beelden dan op dingen die je bewust waarneemt. Slimmere mensen verwerken sneller informatie en creëren daarmee beelden in hun hoofd: een soort film met alles wat zou kunnen gebeuren. Daardoor worden de angsten, die onbewust zijn, uitvergroot en zijn ze dus vatbaarder voor fobieën.'' En wat zegt deze specialist over mijn fietsmaten - laat ik geen namen noemen - die zich met ware doodsverachting omlaag storten? ,,Het klinkt wat raar, maar sommige mensen zijn te dom om een fobie te ontwikkelen.''

Tot zover de wetenschap.

 
 
 
 

Donderdag 26 augustus

Voor veel krantenlezers ben ik pas vandaag terug van vakantie, na een zomerstop die duurde vanaf half juli. Dat is niks vergeleken met de periode dat een gemiddeld televisieprogramma er tussenuit knijpt, maar relatief lang vergeleken met de jaren dat ik zelfs uit den vreemde mijn column bleef doortikken. Sinds ik een weblog heb, is de tijd dat ik in de vakantie helemaal geen toetsenbord onder mijn vingers voel, overigens voorgoed voorbij. Maar als ik kijk naar het aantal pageviews op deze site kan ik de komende weken nog met een gerust hart een aantal Ierland-verhalen in de krant herkauwen. Zo'n 95 procent van de abonnees van de dagbladen van HDCmedia komt nooit op dit weblog. Vandaag trap ik in het gedrukte medium af met het verhaal van onze autopech op de ferry 'Hollandica' op het traject Hoek van Holland-Harwich. Waar gebeurd, net zoals alle andere vakantiepechgevallen die ik in dit krantenstukje opsom. Want, ook voor dit nieuwe columnseizoen geldt: zo gauw ik het moet gaan verzinnen, stop ik ermee.

Voor wie er nog niks van heeft meekregen: het verslag van onze Ierland-reis begin hier, inderdaad met het relaas van de autopech. Daarna is het langzaam drie weken lang omhoog scrollen. Sterkte ermee.

 
 
 
 

Ardennenoffensief

Zaterdag 21 augustus

Precies 4,9 kilometer heeft onze Ardennentocht geduurd, als in de groep het bekende 'Lek' weerklinkt, gevolgd door 'LEK, LEK!!, LEK!!!!' voor de dovemansoren (Raymon) die zich als een steen in de afdaling storten. Mart staat met een lege band aan de top van de helling, omringd door een paar clubgenoten, wij staan een paar honderd meter verderop, om pas poolshoogte te nemen als het wisselen van het rubber wel erg lang gaat duren. Ook de tweede binnenband heeft er dan al met luid gesis de brui aangegeven en er moeten mannen terug naar de auto om een nieuwe buitenband te halen. Het ziet ernaar uit dat Schwalbe voor zijn Ultremo R1 wederom een klant minder heeft.

Het is een mooie oefening in geduld en saamhorigheid: we hebben geen haast, het is schitterend weer en de bomen bieden de wachtenden genoeg verkoeling. Wat maakt het uit dat we het eerste uur afleggen met een gemiddelde van vijf kilometer?

Zeker één keer per jaar worden de eigenaren van een meubelzaak in Stavelot opgeschrikt door een stelletje ongeregeld dat uitgerekend hun parkeerterrein uitkiest als startpunt voor de Route des Amblève, een tocht door het mooiste gedeelte van de Ardennen. Meestal zijn het HTWV'ers onder leiding van Jan Peppelenbos die hier komen fietsen, maar dit keer is hij als gezaghebbend wegkapitein mee met de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk, die zijn eerste buitenlandse trip maakt. Tweeëntwintig man hebben aanvankelijk ingetekend bij activiteitenhoofdman Rob1, maar uiteindelijk reizen er slechts vijftien af. Meest gehoorde smoes van de thuisblijvers: ik mag niet van mijn vrouw (met stip op één), gevolgd door: ik heb geen paspoort.

De Ardennen vormen het ideale terrein voor renners die de oversteek van de Ringvaart naar het serieuzere klimwerk willen maken. Het is er rustig, de heuvels - bergen mag je het niet noemen - zijn pittig maar (nog) niet extreem, al denken clubleden die tot nog toe alleen ervaring hadden met het Kopje van Bloemendaal daar sinds gisteren anders over. Van de 100-kilo knallers op de vlakke weg weet in elk geval Teun zich met veel vertoon van macht in de kop van het peloton te manifesteren. Voor anderen - Mart, Vincent en Arie, om er maar een paar te noemen - ligt de weg naar de top geplaveid met goede voornemens: een kilootje of 20 afvallen en meer trainen zijn de meest gehoorde. Aan (over)moed ontbreekt het in elk geval Arie niet, die op de eerste de beste serieuze klim (de Rosier) het wiel kiest van bergkoning Raymon, maar zichzelf halverwege opblaast ('Hoe ver is het nog, naar boven?) en ingehaald weet door een oude man met parcourskennis die net 3,5 week Guinness-vakantie achter de rug heeft en in het voorbijgaan ook nog pesterig een foto van hem maakt

.

Sociaal gereden, wordt er. Met bovenop elke top een rustpunt voor het uitwisselen van sterke verhalen en het wegwerken van proviand. Maar zelfs dan kan het nog voorkomen dat je na drie van die stops de koppen telt en tot de conclusie komt: 'Verrek, we missen er één.' Rob Lagendijk is zoek en blijkt via zijn mobiel aanvankelijk ook niet te traceren. Dirk en Raymon rijden een stuk terug, maar vinden geen spoor van de achterblijver, die later - als het contact telefonisch wel is gelegd - monter meldt dat hij bij een splitsing niet de borden 'Route des Ambleve' maar de ruggen van een groep vreemde renners heeft gevolgd. Maar geen nood, nu heeft hij alles weer onder controle. Hij zit op de route. Weer een stief kwartiertje later meldt hij - opnieuw per gsm - dat hij bij de watervallen van Coo staat, op een kilometer of vijf van onze auto's. Heeft hij - net als Klein Duimpje - keurig weer de bordjes naar het beginpunt gevolgd. Afijn, uiteindelijk komen we elkaar op een terras in Trois Ponts weer tegen.

Het mag duidelijk zijn dat dit soort omtrekkende bewegingen de gang er een beetje uithaalt, maar tussendoor wordt er toch serieus gefietst, waarbij de eerste kennismaking met vooral de Wanne - een venijnige puist met een grillige aanloop - de Ardennenmaagden nog enige tijd zal heugen. Bovenop weet Jan Pep een uitstekend terras met fenomenaal uitzicht, waarna het nog maar tien kilometer is naar de uitsmijter van deze rit, de Stockeu. Het gedeelte met een stijging van 23 procent doet hier in elk geval Kimmo spontaan van zijn fiets stappen.

Tussen door rijdt Floor - die zich niet alleen als kitesurfer maar ook op de fiets een hoogvlieger toont - nog een keer lek, wat hem uit de groep op de opmerking 'Als je je voorband leeg rijdt, kun je echt niet fietsen' komt te staan. Maar God straft onmiddellijk, want ik beëindig na deze sneer mijn afdaling van de Stockeu met een daverende klapband die oorlogsveteranen tot tien kilometer in de omtrek dekking doet zoeken. Binnenband op de naad over zeker tien centimeter opengescheurd met zo'n kracht dat de buitenband meteen los van de velg schiet. De honderd meter naar het eindpunt kan ik wandelend overbruggen.

De getergde eigenaren van de meubelzaak worden als dank voor het aangenaam verpozen op hun parkeerterrein aan het eind van de dag getrakteerd op een blote lijven en -kontenparade en weten inmiddels wat fietsen met Fietsplus Nico's zo bijzonder maakt:

Op de drie uur durende terugweg vermaakt Arie de inzittenden van mijn auto met zijn voortdurende krampaanvallen, waardoor hij niet weet hoe hij op de achterbank zitten of liggen moet. Als ik na de feestelijke en copieuze afsluiting bij Chinees restaurant Peking in Katwijk even na tienen mijn huis binnenwankel, word ik aangesproken door een opgewonden zoon. 'Vanmorgen werd ik gebeld door een mevrouw Lagendijk, die vertelde dat haar man kwijt was geraakt in de Ardennen en geen telefoonnummers van zijn fietsmaten had. Of ik soms jouw nummer wist, wilde ze weten.' Hij haalt even adem. ''Wat is daar allemaal gebeurd, dan?'

Ik laat me tevreden op de bank zakken en mompel: 'Dat is een lang verhaal...'

 
 
 
 

Donderdag 19 augustus

Of ik soms een writersblock had, wilde één van mijn fietsmaten weten toen de dagelijkse berichtenstroom op deze site een paar dagen stokte. Nee, zo erg is het niet, als ik begin te typen komt er meestal wel wat uit. Maar het is een feit dat ik na mijn Ierland-vakantie maar moeilijk in het dagelijkse ritme kom. Ik moet - ondanks subtiele aansporingen vanaf de centrale redactie in Alkmaar ('we willen je niet onder druk zetten hoor, maar....') - zelfs nog niet denken aan mijn wekelijks column op de pagina Gesprek van de Dag. ('Nee hoor, alle begrip, neem nog maar een weekje rust. De lezer weet toch niet dat je al terug bent.') Vanaf volgende week, heb ik me voorgenomen, wordt alles weer normaal. Tot die tijd heb ik - voor alle niet-abonnees van de HDC-dagbladen - mijn laatste column van voor de vakantie uit het digitale archief opgevist. Daar kon ik nog net de kracht voor opbrengen.

Lees: Verstopping

 
 
 
 

 

Zondag 15 augustus

 

Lang voordat ik de respectabele leeftijd van 50 bereikte, overkwam het me natuurlijk ook. Maar nooit zo letterlijk als vanmorgen. Op het terras van De Hanenpoel langs de Ringvaart werd ik ingehaald door De Tijdgeest. En ik niet alleen. Ook mijn fietsmaten Teun, Graham en Raymon (foto boven) kregen ermee te maken. Niks ten nadele van deze drie gewaardeerde leden van de Afdeling Wielersport van de IJVK, maar ik kreeg het toch wel enigszins benauwd toen zij vanmorgen vroeg bij het hek van clubgebouw De Goerie stonden. Dat is wel het laatste dat je kunt gebruiken, als je je met een kater en de naweeën van een geblakerde vleesboom in je maag na de buurtbarbecue voor de zondagmorgenrit meldt. Op een grotere groep, had ik gehoopt, met meerdere zwakke broeders, zodat ik me vrij anoniem zou kunnen verstoppen.

 

 

 

Begrijp me goed, verstoppen deed ik me geregeld, maar in elk geval niet anoniem. Op veel stukken van dit rondje Noordzeekanaal ging het ook niet. Dan weer draaiden we met 36 kilometer in het uur een molentje tegen windkracht 6 tot 7 in, dan weer verkoos Teun om achter de rug van een onbekend gebleven gangmaker (die vóór ons keurig 36 reed richting Aerdenhout) weg te demarreren om de rest van die lange weg 40 kilometer in het uur te trappen. Verder moest natuurlijk ook het Kopje van Bloemendaal worden genomen (wat door ons nog lastig te vinden was), evenals de bult bij Spaarnwoude. Het letterlijk pijnlijkste moment kwam toen Teun na de koffie met taart bij De Hanenpoel meteen maar weer doortrok naar 40 kilometer in het uur. Niettemin, de vorm van voor mijn vakantie is er (nog) niet, maar iedereen die beweert dat je na drie weken niet naar je fiets te hebben omgekeken al je trainingsopbouw verliest, weet zich ook ingehaald door de tijdgeest.

 
 
 
 

 

Donderdag 12 augustus

 

Niemand kan beweren dat ik het niet heb geprobeerd. Voor zijn twaalfde verjaardag kreeg hij van mij een racefiets en een Rabobankpakje, twee zomers lang spoorde ik hem (met zachte drang) aan om in mijn kielzog mee te trappen, maar nu moet ik me er toch (voorlopig) bij neerleggen: mijn zoon is op zijn veertiende een renner in ruste. De conditietraining voor basketbal vindt hij deze zomer belangrijker dan de fiets. Bovendien staat het ding op zolder behoorlijk in het zichtveld van de enorme breedbeeldtv die hij voor het afspelen van zijn Xbox-games wil kopen. Vandaar dat sinds gisteravond deze advertentie de site van Marktplaats siert:

 

 

Gooi ik daarmee de handdoek definitief in de ring? Zeker niet. Als hij nog maar een klein stukje doorgroeit, is hij volgend jaar al groot genoeg voor mijn reservefiets. Het is nooit te laat voor grandioze comeback, weet ook Lance Armstrong na de laatste tour.

 
 
 
 

 

Woensdag 11 augustus

 

Onder normale omstandigheden zou ik - zoals mijn fietsmaat Rob1 zijn eigen status van thuisblijver zo treffend kan formuleren - ook liever een 'droge homo' zijn geweest. Maar nu ik mijn racefiets al 3,5 week niet heb aangekeken, leek het me wel een goed moment om de training in de stromende regen te hervatten. Het tempo zou dan in elk geval niet te hoog liggen. Het merendeel van de leden van de Afdeling Wielersport koos gisteravond voor de mountainbike met de brede banden, als een vroege voorbereiding op de Bart Brentjes Challenge die ergens in oktober op het programma staat. Maar zes dapperen reden op de smalle rubbers naar Bloemendaal aan Zee. Met het windje in de rug nog gewoon met 35 kilometer in het uur, waarbij de visueel gehandicapte rijders - Peter en ik - het al spoedig zonder hun beslagen dubbele glazen moesten stellen. Zolang het rechtuit ging op het duinpad viel dat zonder bril (we hebben allebei min 6,75) nog wel mee, maar eenmaal afgeslagen richting Vogelenzang vonden we onder de bomen met hun donkere bladerdak alleen nog op de tast aansluiting bij de groep. Op het wegdek deden zich inmiddels Pakistaanse toestanden voor omdat de door Buienradar en Weeronline voorspelde droogte zich rond een uur of acht aankondigde met een hernieuwde moesson waarbij alle Bloemendaalse dijken doorbraken en hele fietspaden blank kwamen te staan. Af en toe kwam mijn in bloedvorm verkerende neef even naar achteren om te informeren of ik echt helemaal niks zag ('Nee, helemaal niks'), even kort meelevend te knikken, om daarna weer als een gek naar de kop te rijden en er in het tempo nog een schepje bovenop te gooien. Waar heb ik zo'n natte hetero als familielid aan verdiend? Afijn, laat ik dit stukje maar besluiten met de aperte leugen die ik na een compleet verregende training altijd in het Ledenboek van de club aantref: De thuisblijvers hadden ongelijk!

 
 
 
 

 

Dinsdag 10 augustus

 

Het is geen beeld dat mijn eega graag naar buiten uitdraagt, maar er zijn avonden dat de tafel van onze caravan er op vakantie zo uit ziet. Maar door het ontbreken van gratis wifi op een aantal campings, haar principiële weigering om woekerbedragen voor een internetverbinding neer te tellen en het constante verlangen naar een goed boek, kwam de zware taak om onze vakantie in woord en beeld vast te leggen helemaal op de frêle  schouders van haar echtgenoot te liggen, die dankzij de wonderen der techniek (en wat hulp van zijn werkgever) met zijn overjarige laptop altijd en overal wél on line kan. Maar nu ze weer thuis is, heeft ze alle ruimte voor haar eigen kijk op Ierland. En kan ik even wat rustiger aan doen. Tijd voor een goed boek. Een stukje fietsen. Af en toe even off line.

 
 
 
  Het verslag van onze Ierland-vakantie staat hier.  
 
 
 

 

Zondag 11 juli

 

Het is niet de week van Lance en mij. Hij valt en ik rijd om de haverklap lek. Zo'n beetje op hetzelfde tijdstip als een week eerder tijdens de Dolomieten Marathon, sta ik nu met een lege binnenband op het fietspad tussen Scheveningen en Kijkduin. De grote wisseltruc met behulp van mijn koolzuurcapsule om de nieuwe band op te pompen lijkt me opnieuw snel op weg te helpen, maar het ventiel is in één keer zo stijf bevroren dat ik het binnenwerk eruit draai. Pssssst, weer leeg, die band. Dat overkomt me tot twee keer toe. Als ik op deze manier ook snel door mijn capsules heen ben, neemt Hugo het edele handwerk met de pomp voor zijn rekening. Kort voor Hoek van Holland loopt mijn band opnieuw leeg, waarschijnlijk doordat het ventiel toch is gaan lekken. Ergens in Delft lopen we onze derde lekke band op: niet ik, dit keer, maar Floor.

 

 

Verder doet de grote Rijnsburgse tempobeul op dit rondje Hoek van Holland ook zijn tweede bijnaam eer aan: Hugo 40. Zodra hij op kop komt - en geloof me, hij rijdt vrijwel alleen maar aan kop - komt de snelheid niet onder de 40. Vandaar dat ik tijdens deze rit met de Club van Honderd in goed Katwijks in meerdere opzichten 't lek had.

 

 
 
 
 

 

Zaterdag 10 juli

 

Gefocust. Rond het WK-voetbal is het woord een beetje beladen geworden, maar op sommige leden van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk is het wel degelijk van toepassing. Dirk Nijgh arriveerde gisteravond bij de jaarlijkse clubBBQ in vol ornaat en op zijn racefiets, om verbijsterd vast te stellen dat hij enigszins uit de toon viel. 'Ik had me nog wel opgegeven, maar was even kwijt dat het vanavond was', mompelde hij, om vervolgens toch nog maar een rondje te trappen om wat calorieën te verbranden die hij later op de avond weer met vette happen kon aanvullen.

 

De leden die niet op vakantie waren of niet zonder hun vrouw op stap mochten - jazeker, er waren er minimaal twee die dit in bedekte termen in hun afzegging lieten weten - laafden zich onder tropische temperaturen - alleen Hiacynta, even overgekomen uit Curaçao, voelde zich helemaal thuis - aan geschroeid vlees, gestoomde vis en het saladebuffet, waarbij secretaris Menno halverwege de avond de gelegenheid te baat nam om twee sponsors (Rabobank en Fietsplus Nico's) in het zonnetje te zetten. Ook tijdens zijn gloedvolle toespraak waren er leden (Rob en Hugo) die volop gefocust bleven. Maar dan op hun bordje.

 
 
 
 

 

 

Vrijdag 9 juli

 

De overgang van het berglandschap van de Dolomieten naar het platte Nederland viel me de afgelopen week zwaar. Niet in de laatste plaats omdat onze zoon in mijn afwezigheid een monster van een Trojan Horse zijn computer liet binnensluipen, waarmee zo'n beetje het halve westelijk halfrond van spam werd voorzien. Als u de afgelopen dagen nog aanbiedingen voor Viagra of penisverlengingen heeft gehad, bestaat er een dikke kans dat die via ons netwerk zijn binnengekomen. Provider Xs4all heeft onze internetverbinding achter een filter gezet. We kunnen nog wel het web op, maar alleen via een proxyserver. De eenvoudigste dingen - zoals het uploaden van mijn website - werden daarmee voor mij onmogelijk omdat ik de juiste instellingen niet weet. Hoe dit stukje dan toch tot u komt? Ik kopieer het naar een usb-stick, zet het over op mijn oude laptop en stuur het via een umts-telefoonlijn de wereld in. Dit moet niet veel langer dan een paar dagen duren. In een ander opzicht viel de overgang naar het vlakke polderland me wel weer mee. Het rondje uitfietsen met een stelletje Dolomietengangers liep gisteravond weer ouderwets uit op - wat mijn fietsmaat Rob1 omschreef als - een autistenrace. Maar toch voelde het goed om vast te stellen dat ik met mijn lompe lijf op de vlakke weg veel beter uit de voeten kan dan in het hooggebergte.

 

 
 
 
 

 

 

Zaterdag 26 juni 2010

 

Nou vooruit, om het af te leren. Twee dagen voordat we afreizen naar het hooggebergte van de Dolomieten doen we nog een rondje Ringvaart. Een half rondje Ringvaart, eigenlijk, want halverwege deze vrijdagavondtraining maken we een doorsteek naar de andere kant. Dat levert op de Garmin dit bijzondere profiel op:

 

 

De A-tjes reden met zijn zevenen, inclusief onze gastarbeider Kimmo, wat waarschijnlijk Fins is voor Koekenbakker. Het was waarschijnlijk voor het eerst in zijn leven dat hij een 'molentje' draaide, waarbij we hem voortdurend tot kalmte moesten manen als hij weer met verdubbelde snelheid de kop overnam. Tegen het eind van de rit had hij bovendien al zijn kruit verschoten, waardoor hij eerst heel nadrukkelijk aan het elastiek hing, totdat ook daar de rek uit was. De omstandigheden waren verder top: goede temperatuur, aangenaam windje, droog wegdek, waardoor het een wonder mag worden genoemd dat er toch nog iemand in een stalen krammetje reed.

 

 

Alleen de kenners zullen op deze foto mijn fiets herkennen. We zullen het maar op een slechte generale houden...

 
 
 
 

 

Vrijdag 25 juni 2010

 

Of we op het Ledenboek voor komende zondag onze belangstelling blijk willen geven voor een rondje Midden-Delfland met de club van 101-km-mannen-die-niet-per se-om-12 uur-naar-hun-moeder-moeten, wil fietsmaat Albert weten. Nee, bedankt Albert. Niks ten nadele van Midden-Delfland, natuurlijk, maar zondag zijn we op weg naar dit rondje:

 

 

De Dolomietenmarathon! Vanuit ons stulpje in La Villa (inzet) rijden we eerst een aantal trainingsritten door het hooggebergte. Zondag 4 juli staat de Tocht der Tochten op het programma.

Midden-Delfland eat your heart out!, zou ik in goed Italiaans willen zeggen.

 
 
 
 

 

Donderdag 24 juni 2010

 

Of er ook beelden zijn van de beklimming van de Rampe de Putscheid in Luxemburg waarop goed te zien is hoe tempobeul Hugo zich wanhopig probeert vast te klampen aan mijn achterwiel? Die vraag is mij na de Jean Nelissen Classic van vorige week zaterdag herhaaldelijk gesteld en steeds moest ik het antwoord schuldig blijven. Totdat ik - geheel toevallig, uiteraard - stuitte op deze opname van Sportkiek.nl, die ik u niet wil onthouden. Al was het alleen maar omdat het downloaden ervan mij vier euro heeft gekost.

 

 

 
 
 
 

 

Woensdag 23 juni 2010

 

Het is het klimmersrondje van Kapitein Rob, wat in deze regio betekent dat we elke vluchtheuvel tussen Wassenaar en de Langevelderslag mee pakken, sommigen wel een keer of tien. Aan het eind van zo'n rit hebben we dan in totaal 266 heuse hoogtemeters op de teller staan. Maar gisteravond mocht het klimmersrondje ook het rondje Werk in Uitvoering heten. De ene helft bonkten we over plaveisel dat hoognodig aan onderhoud toe was, de andere helft stonden we voor opgebroken straten, afgesloten bruggen of linten met 'Fietsers afstappen'. Ergens in Noordwijk kwam daar ook nog eens een lekke band bij. Op de terugweg negeerden we het laatste gele omleidingsbord om hardnekkig een pad op te rijden waarvan we al weken weten dat het door werkzaamheden onbegaanbaar is. En warempel, na vijf kilometer bleek dat  inderdaad nog steeds het geval en konden we het hele eind weer terug. Zo'n avond was het dus. Het is een godswonder dat we na ruim twee uur nog bijna zestig kilometer op de teller hadden staan.

 

 

 
 
 
 

 

 

Dinsdag 22 juni 2010

 

Dit seizoen leef ik van training naar toertocht en trainingskamp, waardoor ik me nauwelijks heb beziggehouden met de (geestelijke) voorbereiding op de Maratona dles Dolomites, die voor volgende week zondag (4 juli) op het programma staat. Ik weet dat we daarvoor ergens in Noord-Italië een week in een appartement zitten, ik ken het reisgezelschap en weet - vooral uit de verhalen van clubgenoot Graham - hoe mooi en hoe zwaar het gaat worden. Maar verder? Ik weet niet eens hoe het plaatsje heet waar we verblijven en heb me nog geen seconde daadwerkelijk verdiept in de route. Maar vanaf gisteren werd alles anders. Ik heb een paar uur lopen piekeren over het meenemen van vier racefietsen achterop mijn auto, waarvoor ik mijn Thule-drager voor 3 rijwielen met enkele kleine aanpassingen geschikt kan maken. De extra steunen komen vanmorgen bij mijn leverancier - onder de indruk van mijn vernuft - aan. Het mailverkeer met mijn mede-Dolomietengangers over bagage, rantsoenen en vertrektijdstip komt op gang. En gisteren arriveerde van de organisatie ook de brief met mijn startnummer: Mijn pettorale (starting number) is 2304 en ik mag met mijn 49 jaar mijn best doen in de categorie 'Men 50-57 years' omdat ik op 24 juli jarig ben. De komende dagen ga ik uitzoeken hoe lang ik als jonkie tussen de oude mannen mag doen over de 138 kilometer en bijna 4200 hoogtemeters. En of die Passo Giau echt zo erg is als Graham beweert.

 

 
 
 
 

 

Maandag 21 juni 2010

 

Sinds jaar en dag draag ik zwarte boxershorts omdat je daar - ook onder zware omstandigheden waarover ik verder niet zal uitwijden - zo weinig op ziet. Maar zoals veel vaders op Moederdag door lust gedreven de lingeriezaken afstruinen, zo mag ook mijn eega me voor Vaderdag graag trakteren op een frivool setje. Funderwear, heet deze lijn, die zich kenmerkt door vlotte kleurencombinaties en hallucinerende patronen, onweerstaanbaar in combinatie met het juiste, afgetrainde lijf. Dankuwel. Niettemin moet ik toch met enige reserve op deze gift hebben gereageerd, om me pas weer te herstellen toen mijn echtgenote me voordeed hoe ik de onderbroeken uit hun - met een handige zipper dichtgesealde - hardplastic verpakking haalde. 'Hé, handig om mijn telefoon en mijn geld in te bewaren tijdens het fietsen', reageerde ik enthousiast. 'Dat heb ik weer', mopperde mijn vrouw. 'Geef ik hem een cadeau, is hij als een kind zo blij met de verpakking.'

 
 
 
 

 

Zaterdag 19 juni 2010

 

Albert Heijn mag dan met zijn beesies pronken, de Afdeling Wielersport van de IJVK heeft beesten. Ringvaartbeesten. Maakt niet uit of ze de wind in de rug of pal tegen hebben, de kop gaat omlaag, de schouders zakken in en het tempo gaat omhoog. Liefst tot boven de 40 kilometer per uur - mijn nieuwe Garmin Edge 705 gaf 55,6 kilometer als maximum aan, ongetwijfeld toen ik van achteruit weer een gaatje moest dichtrijden - maar captain Graham van deze pre-vaderdagrit draaide af en toe hoogstpersoonlijk de gaskraan van Teun, Mart en Vincent dicht als we één van de schapen uit de kudde van acht dreigden te verliezen. Al was hij vervolgens ook weer niet te beroerd om het spel op de wagen te zetten.

 

 

De buienradar stuurde nogal wat ellende op ons af, maar zoals zo vaak viel het in de praktijk erg mee. Twee tot drie buitjes - nooit langer dan een minuut of tien - waarbij het in de regel stopte met regenen zodra Mart zijn waterdichte jackje ging aantrekken. De stevige noordwestenwind was wel een factor, maar door op dit rondje Noordzeekanaal (90 kilometer) heen 'binnendoor' te gaan (via Vogelenzang en Bloemendaal) reden we toch nog redelijk beschut.

 

 

Het wordt al bijna het stamcafé van de Club van Honderd: de uitspanning bij het gemaal Cruquius. De fietsen stonden illegaal op het terras - wat ons op een moederlijke vermaning van de koffiejuf kwam te staan - wij zaten binnen aan de stamtafel waar de mannenpraat hinderlijk werd overstemd door het piepen van mijn Garmin, die pas na diep spitten in de instellingen de mond kon worden gesnoerd. Maar ook in stilte kon 'ie vanmorgen de Ringvaartbeesten goed volgen.

 

        

 
 
 
 

 

Woensdag 16 juni 2010

 

Een ontspannen ritje in de dinsdagavondzon die laag over de duintoppen tussen Zandvoort en Noordwijk scheert. Op de stuifvlaktes koesteren konijnen zich in het gelige licht, een enkele ekster hopt langs het fietspad, op weg naar een verse paardenhoop. Verder is er niets te horen dan het zoeven van de bandjes, het ijle gekrijs van een meeuw boven zee en het gekraak van de fiets van Kees Kuijt. De A-tjes van de Afdeling Wielersport - van wie een drietal de loodzware Jean Nelissen Classic in Luxemburg heeft gereden - doet het rustig aan. Loom malende beentjes, een prettig gesprek, de oogjes half dichtgeknepen tegen de koperen ploert die een enkele vergeten haar op de gladgeschoren kuiten doet oplichten. Ja, zo had ik het kunnen beschrijven als ik een loopje wilde nemen met de werkelijkheid, die mij niettemin gebiedt te melden dat er weer zo gruwelijk hard aan kop werd gesleurd dat we, eenmaal in Noordwijk, Kees Kuijt in geen velden of wegen meer zagen. Onderweg bleek hij kennelijk zelf net zo te kraken als zijn fiets.

 
 
 
 

 

Maandag 14 juni 2010

 

Een feest is het, om het nieuwe werptentje van mijn nazaten op te zetten achter de uitlaat van de kampeerbus van Rob2 en zijn Ria. De rits van de hoes opentrekken, de inhoud in de lucht gooien (ja, letterlijk) en hopla: tentje staat! Bij windstil weer niet meer dan vier harinkjes in de grond prikken, matrasje en slaapzak uitrollen en wie doet je wat, aan de vooravond van de Jean Nelissen Classic in Vianden (Luxemburg). Leuke camping, direct tegen het stadje aan, met zicht op het kasteel. Niet te ver van het toiletgebouw. Aangenaam gezelschap. Fietsers onder elkaar.

 

 

Maar dan, op zondagmorgen, moet dat als een springveer openklappende tentje waarin ik twee genoeglijke nachten heb doorgebracht, ook weer in de hoes, zo plat als een pannenkoek. Er is een beschrijving bij, met niet echt heel duidelijke tekeningen, en een tekst die vanuit het Chinees door een Google vertaalmachine lijkt te zijn gehaald. Maar geen nood, er zijn minimaal drie handige mannen - mezelf niet meegerekend - in onze groep die een handje kunnen helpen. Eén daarvan heeft nota bene zelf een werptent - zij het van een ander model - bij zich.

 

 

Wat dan volgt is een half uur vrij worstelen met nylon en fiberstokken voor in totaal vier heren - want ik moet het natuurlijk ook leren - dat zich, beter nog dan in woorden, laat vangen in beeld. Bewegend beeld was eigenlijk nóg beter geweest, want een 2-persoons werptent terugbrengen tot een rondje ter grootte van een fietswiel heeft veel weg van het terugstoppen van een duveltje in een doosje. Bij elke verkeerde beweging klapt mijn tijdelijke onderkomen spontaan weer open, alles tegen de grond maaiend wat het op zijn weg vindt. Wie uiteindelijk de beslissende handeling uitvoert - Tonny, Ton of Rob2 (ikzelf kan het niet geweest zijn) - laat zich niet meer herleiden, maar voor de zekerheid vouwen ze het ding nog vier keer op om de slag onder de knie te krijgen. Daarna mag ook ik het proberen, maar het lukt me alleen als er twee extra handen worden toegestoken om de juiste slag te maken. Van alles wat ik in juli ga meeslepen op onze vakantie naar Ierland, is mijn handige zwager Hans nu al het onmisbaarst.

 
 
 
 

 

Zondag 13 juni 2010

 

Met de werkelijke afstand van toertochten wordt nog weleens gesjoemeld. Dus als ik uitga van 165 kilometer voor de Jean Nelissen Classic en Rob2 mij voorhoudt dat de beruchte Muur van Vianden op twee kilometer van de finish gaat opdoemen, heb ik nog geen enkele argwaan als ik na 155 kilometer linksaf een klein weggetje op stuur. Al in de bocht ben ik soepel naar het kleine voorblad geschakeld, maar ik weet niet hoe snel ik ook op het grootste achterblad moet komen. Het gaat omhoog. En niet zomaar omhoog. Het gaat als een Muur omhoog. Mijn benen kunnen nog net rond blijven draaien, maar om mij heen zie ik grote kerels huilend afstappen of zich domweg in de berm laten vallen. Het komt niet in me op naar mijn snelheidsmeter of mijn hartslag te kijken, alles is erop gericht om te blijven fietsen en dat verrekte voorwiel - dat bij elke trap steigert als een onwillig paard - op de grond te houden. 'Is dit de Muur van Vianden al?', hijg ik tegen een onbekende die ik - tergend langzaam, als vrachtwagens in de spits - passeer. Het zal je toch niet gebeuren dat er even later nog iets komt dat nog erger is dan dit. Maar nee, dit is de Muur, bevestigt die andere ongelukkige. Later hoor ik op de camping van Rob2 dat zijn Garmin-fietscomputer op sommige stukken een stijgingspercentage van 27 procent aangaf.

 

 

 

Maar dat was 5 - geen 2 - kilometer voor het eind van een tocht van 160 - geen 165 - kilometer, die voor ons om 8.15 uur begon. De files hadden we de dag ervoor al gehad, op het traject Utrecht-Den Bosch en rond Maastricht. Nu is het een paar honderd meter van ons plekje op de camping in Vianden naar de start, heel gemoedelijk in een sporthal, zonder wachtrijen, schreeuwerige sponsorkermis of protserige Viptenten, zoals in veel bekendere toertochten het geval is. Daar moet de Jean Nelissen Classic het niet van hebben. De kracht van de tocht schuilt in de schitterende route door het Luxemburgse landschap en de meer dan 3000 hoogtemeters, een hoeveelheid die je normaal alleen in bergetappes bij elkaar fietst.

 

 

Al een paar kilometer na de start stuurt de organiserende Driebergse Tourclub (DTC) ons 240 meter steil omhoog, en weer een paar kilometer later begint een helling met 473 hoogtemeters - zeg maar de helft van de Alpe d'Huez - met de toepasselijke naam ''Rampe de Putscheid'. En zo voelt het ook. Veel klimmetjes beginnen deze dag met de naam 'Rampe', wat in het Duits toch niet veel anders zal betekenen dan in het Nederlands.

 

 

 

De hele tocht golft zo door, vrijwel geen meter vlak, met alleen hier en daar een verversingspost als rustpunt om bidons te vullen en wafels en bananen in te slaan. Hier ergens komen we ook Mike, van onze eigen Afdeling Wielersport, tegen, die op eigen houtje naar Luxemburg is afgereisd. Hij sluit zich na een tweede stop bij ons aan en probeert twee hellingen mee te komen met de A-tjes van de HTWV-mannen: Rob2, Rob3 - jazeker!, die hebben we ook - Tonny, Hugo, Arjan en ik zei de gek. Maar hij moet zich al na twee hellingen laten afzakken naar de B-tjes - Ton, Harold en Hans - die een tandje lager trappen. Rugklachten, zere heupen, zwakke knieën en nog wat opspelende mankementen, zou hij later uitleggen bij een goed glas witbier, waarvan het naar binnen werken hem wel weer heel goed af ging.

 

 

Tochten als deze kun je rijden als 'cyclo' - neus op het stuur en maar doorbeuken - maar je kunt ook de tijd nemen om onderweg een bakkie te doen op een mooi terras. Een onderwerp van gesprek tussen Arjan en Hans (rechts)? De kopvoddentaks. Die moet er wat hen betreft niet komen.

 

 

Het weer houdt de hele dag al niet over. Niet koud, maar wel zwaar bewolkt en het zonnetje laat zich maar zelden zien. Op zich goed fietsweer, zo lang het droog blijft. 

 

 

 

Maar na de laatste tussenstop (foto rechts) bij wat ook het start- en finishpunt in Vianden is, laat het geluk ons in de steek. Dit is het moment waarop de B-tjes - die we al een tijd niet meer hebben gezien - het na 135 kilometer wel genoeg vinden, maar de A-tjes met een extra lus - twee zware hellingen en als toetje De Muur - de 160 kilometer gaan volmaken. Al op de eerste klim komen de spetters naar beneden. Aanvankelijk nog geen ramp (of Rampe, zoals ze hier zeggen) omdat we onder de bomen rijden, maar in de open vlakte naar de top begint het pas echt te gieten. Bergop en met de wind in de rug voelt het nog niet eens zo onaangenaam. Anders is het als je met wind tegen met zestig kilometer in het uur naar beneden rijdt en je tanden net zo hard klapperen als je doorweekte shirt. De hele dag heb ik met de top 2 van de A-tjes - Tonny en Rob3 - kunnen meerijden, maar als de eerste - toch een vader van vijf kinderen - zich op een glad wegdek als een kamikaze naar beneden stort, laten we hem lekker gaan. Kort voor De Muur - als ik een hongerklop voel opkomen - rijdt ook Rob3 van me weg. Achter ons ploeteren Rob2 ('Ik rijd net zo beroerd als in de Waalse Pijl', maar ieder die Rob2 kent weet dat dat nog heel behoorlijk is) en Arjan omhoog. Zij hebben Hugo ervan weten te overtuigen dat hij op dit laatste staartje van de Jean Nelissen Classic sociaal moet rijden (en bij zijn vrienden moet blijven), maar als ik in mijn zwartste momenten van De Muur zit, komt hij me puffend en hijgend als een postpaard toch nog voorbij op zijn voorblad 39. Sociaal doen is niks voor mij, zal hij later zeggen.

 

 

 

 

De vrouwen van Rob2, Harold, Hugo en Arjan -die een ongeorganiseerd rondje van 50 hebben gereden - wachten ons op een terras in Vianden op met witbier, koffie en cola, samen met de B-tjes die al eerder klaar waren. Maar alleen Hugo en Arjan tasten in hun natte kloffie meteen toe. De rest staat eerst nog een kwartiertje onder de warme douche op de camping, om via een paadje met schitterend uitzicht op het kasteel terug te lopen naar een avond vol drank en spijs. Want ook dat - zo zal iedereen die hem kent beamen - is helemaal Jean Nelissen.

 

 
 
 
 

 

 

Vrijdag 11 juni 2010

 

Jongere tv-kijkers kennen hem - van enkele jaren terug alweer - vooral als de aftakelende filmpjesleverancier in de Avondetappe van Mart Smeets. Maar voor mannen van mijn generatie is Jean Nelissen toch de Herman Kuiphof van het wielrennen. Een legendarische verslaggever - zowel met de pen als voor de microfoon - met een encyclopedische kennis van de sport. Naar hem heeft de Driebergse Tour Club al enige jaren een fameuze toertocht vernoemd, die start in Vianden (Luxemburg). Voor renners die deze zomer La Marmotte of de Dolomietenmarathon willen rijden, is dit een perfecte trainingsrit vanwege het grote aantal hoogtemeters. Zelfs als je de op één na langste afstand (165 kilometer) rijdt, zoals wij, pak je er al gauw zo'n 3600 mee. Rust goed uit, zei Rob2 eerder deze week dan ook. Maar daar is het niet echt van gekomen. Vanmiddag reis ik overigens niet af met Rob1 en Rob2 - de eerste viert dit weekeinde de 50ste verjaardag van zijn vrouw en de ander is al in Luxemburg - maar met Ton en Tonny (ik kan er ook niks aan doen). Tussen de middag vertrekken we, om aan het begin van de avond ons wegwerptentje uit te gooien op een camping in Vianden, waar al een behoorlijke groepje HTWV'ers is verzameld. Het uitzicht op het stadje moet er ongeveer uit zien als op onderstaande foto. Het kan beroerder, al schijnen de slotmeters van deze loodzware rit op de Muur van Vianden zo'n 22 procent te zijn. Als je mensen van hun fiets wilt zien vallen, moet je hier met een camera gaan staan.

 

 

 
 
 
 

 

Woensdag 9 juni 2010

 

In Spanje dénken ze niet eens aan fietsen, zodra er maar een druppel uit de hemel valt. Maar wij werpen een deskundige blik op buienradar, schatten in dat we heen langs de kust en terug via Leidschendam net dat ene verdwaalde regenwolkje ontlopen en gaan op pad. Zo'n drie kwartier lang klopt onze theorie precies. Dan begint het te regenen. Niet zomaar te regenen. De hemelsluizen gaan wijd open. Het clubregenjasje dat ik uit voorzorg in mijn achterzak heb gestoken, laat zich moeilijk aantrekken bij 40 kilometer in het uur. Daarna ben ik zo doorweekt van water van boven, water van onderen en water van opzij dat het geen enkel nut meer heeft. Het wordt ook niet meer droog, in de polders rond Leidschendam waar beschutting een onbekend begrip is. Ergens op de bult bij Zoetermeer zie ik iemand timmeren aan een groot houten schip. Dieren maken zich op om twee aan twee aan boord te gaan. Maar het kan ook zijn dat ik het door mijn beslagen brillenglazen allemaal niet meer zo helder waarneem. Later horen we in het clubhuis dat alle groepen die naar het noorden zijn gereden, alleen een paar verdwaalde spetters hebben opgelopen. Irritante lui.

 

 

 

 

Even iets anders: er gaan binnen de club stemmen op om volgend jaar La Marmotte te rijden. Dit filmpje is van vorig jaar, toen ik hem samen met neef Raymon heb getrapt. Op 8.20 minuten zie je hem nog fietsen, in een fel oranje Kees Fietsshopshirt, aan het begin van de Alpe d'Huez. Trek even tien minuten voor dit filmpje uit, dan weet je een heel klein beetje wat je te wachten staat.

 

 

 

 
 
 
 

 

Zondag 6 juni 2010

 

Het vorige seizoen heb ik al eens geprobeerd om de renners van de (toen nog) Wielervereniging Katwijk op zondagmorgen om 08.00 uur aan de start te krijgen. Maar dat mislukte toen jammerlijk. Deze keer kwam de roep vanuit de leden zelf: kunnen we in de warmste maanden van het jaar niet wat eerder weg, zodat er van de rest van de zondag ook nog wat overblijft? De Club van Honderd was geboren. Voorlopig nog niet genoemd naar het aantal deelnemers, maar naar de afstand die we bij benadering willen rijden: honderd kilometer. Omdat ook wij er nog even in moeten komen, bleef de teller deze eerste keer op 93 steken.

 

Met negen man vertrokken we van De Goerie, onder tropische temperaturen die volgens de buienradar spoedig konden worden ingeruild voor hevige slagregens, windstoten en hagel. Maar dat deerde deze dapperen niet. Voor het eerst sinds weken reed Mike weer mee, als een koekoeksjong in zijn witte outfit tussen de KW!-mannetjes. Nee, geen schande, hij heeft wel degelijk betaald voor zijn nieuwe kleding. Maar vanwege het feit dat hij in Devon en Cornwall een nieuwe lichting verkenners voor de mariniers heeft opgeleid, staat zijn goed gevulde tasje nog in het clubhuis. Ook kapitein Rob was verkwikt van een vakantie in Zuid-Frankrijk teruggekeerd om ons anderhalf keer over het Kopje en daarna nog over de Bult bij Spaarnwoude te leiden. Onmisbare klimmetjes, op een rondje Noordzeekanaal.

In de statuten van de Club van Honderd staat dat er onderweg koffie met een punt moet worden genuttigd, maar niet elke horecagelegenheid op onze route was hiervan reeds op de hoogte. Na twee dichte deuren konden we uiteindelijk terecht bij Cruquius, nog steeds onder broeierig warme omstandigheden en in de vaste overtuiging dat we weldra onze voorspelde hoosbuien zouden kunnen incasseren.

Maar niets van dat al. Met ons molentje dat steeds tussen de 37 en 40 in het uur langs de Ringvaart draaide pikten we wat loslopende renners op - onder wie een ranke schoonheid die het bloed van de mannen nog sneller deed stromen - waardoor we met een totaal gemiddelde van boven de 32 kilometer in het uur ruim voor half twaalf de Katwijkse gemeentegrens passeerden. Voor de weergoden was dát pas het moment om er  een paar losse spetters tegenaan te gooien. Meer dan honderd zullen het er niet geweest zijn.

 

De Garmin-uitdraai van kapitein Rob geeft 90.86 km aan, maar telt volgens mij niet het halve Kopje mee dat we extra hebben gedraaid.

 
 
 
 

 

Zaterdag 5 juni 2010

Met het lengen van de avonden variëren ook de tijden waarop de groepen renners van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk vertrekken. De snelle A-tjes en de bedachtzame Tourgroep rijden om 19 uur, de B-tjes en C-tjes gaan om 19.30 uur weg. Dat leidt soms tot interessante combinaties. Op deze mooie vrijdagavond sluiten de A-tjes bij de Tourgroep aan, pikken onderweg richting Oegstgeest nog een B-tje en een C-tje op die op weg waren naar het clubgebouw, en met een man of tien gaat het op weg naar de Braassemermeer. Captain Ton van de Toergroep is van de mooiste routes langs Hollands Glorie en houdt de touwtjes strak. Alleen op stukken waar het kan - op lange polderwegen en stukken Ringvaart - krijgen de A-tjes de vrije teugel om even gek te doen. Verder trappen ze een avondje heilzaam uit (want de boog kan niet altijd gespannen staan), genieten van het landschap en doen waar wielrenners ook verschrikkelijk goed in zijn: lekker ouwehoeren.

 
 
 
 

Donderdag 3 juni 2010

Het is de nachtmerrie voor iedere penningmeester: voorraad. Het ligt op de plank en kost  geld. Toch hebben we als wielerclub een zekere kledingvoorraad nodig. Je kunt nieuwe leden niet acht weken laten wachten op een shirtje. Maar hoevéél voorraad hebben we? Na het afwerken van de meeste bestellingen heb ik gisteravond - alleen, want dit soort momenten moet de penningmeester in stilte verwerken - in het clubhuis geïnventariseerd wat er allemaal nog op de plank ligt aan damesbroeken, koersbroeken met bretels, truien met korte mouwen, truien met lange mouwen, lange broeken, windstoppers en armstukken. Al deze artikelen zijn verkrijgbaar in de maten 1 tot en met 10. Sommige maten zijn uitverkocht, van andere resteren nog hele stapels, onder meer omdat renners ontdekten dat ze tussen het moment van passen en afleveren - een week of acht stevig doorfietsen - toch een maatje minder nodig hadden. In totaal vijf kloeke dozen vol, staan er nog. De eindconclusie van deze penningmeester? De Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk heeft het komende jaar behoefte aan de instroom van leden van het type XXL. Zegt het voort.

 
 
 
 

Woensdag 2 juni 2010

 

Een beetje wielerploeg kan niet zonder shirtreclame. Voor de Rabobank, uiteraard. Een plaatselijke bouwbedrijf. Of de lokale fietsenmakers. Ze staan alle drie - twee fietsenmakers, dus eigenlijk vier - op ons tenue. Maar de opvallendste reclame-uiting is wel die van Citymarketing Katwijk, dat ons wonderschone kustdorp tot het reisdoel van badgasten en winkelend publiek moet maken. Vier Zomer in Katwijk! Bezoek de website om kennis te nemen van alle evenementen! Citymarking krijgt geregeld verzoeken om ergens op een sportshirt te staan, maar alleen dat van ons - Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk - is gehonoreerd. De reden? Dat al die andere clubs vooral in Katwijk blijven en wij niet weten hoe snel we het dorp uit moeten fietsen. Extra bonuspunten krijgen we als we rondjes rijden door het megalomane Noordwijk, waar duizenden verweesde toeristen moet worden gewezen op de zegeningen van de mooie buurgemeente. Dus besluiten we veel fietsrondjes door de streek traditiegetrouw met een bezoekje aan de 'Noortukse' Koningin Wilhelmina Boulevard, staan bewust even stil bij hun vuurtoren en trappen dan stapvoets verder langs horecagelegenheden en terrassen. Op termijn nemen we al die badgasten en koopjesjagers over het duinpad mee naar Katwijk. Als fietsende rattenvangers van Hamelen.

 

 
 
 
 

 

Maandag 31 mei 2010

 

Een twijfelgevalletje, dit logonderwerp. Er staat een fiets op, maar omdat het hier mijn nieuwe bedrijfsrijwiel betreft, zou ik het net zo goed onder de Pretvadernoemer van deze site kunnen tikken. De bedrijfsfiets is - na het om zeep helpen van de computerregeling - voor een loonslaaf zo'n beetje de laatste mogelijkheid om deels op kosten van de fiscus nog eens wat leuks te doen met zijn leven. Er is namelijk niemand die controleert of je een degelijk herenmodelletje met twee zijtassen aanschaft, of een product dat ook in sportief opzicht enige voldoening schenkt. Deze BeOne is uitstekend geschikt om op naar je werk te fietsen, zeker als ik onder het zadel de beugel voor mijn rugzak heb gemonteerd. Uitvoering en afdichting zijn erop berekend om regen en koude te trotseren. En mijn ervaring met spatborden is dat je zónder vaak even nat wordt als mét. Maar deze Beone is ook een Jeckyll and Hide-fiets. Het type heet niet voor niks Karma Beach Ltd. Let maar eens op de dikke Super Moto-banden en de vaste voorvork. Het ding is bij uitstek ontworpen om - na gedane arbeid - mee op het strand te rijden en te racen. Als nog meer leden hun fiscale fietsruimte handig benutten, kan dit najaar een nieuwe onderafdeling van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk worden opgericht om de wintermaanden aan de vloedlijn zinvol door te komen. Het grootste offroad-terrein van Nederland ligt op een paar honderd meter van ons clubhuis. Over een degelijke, Kattukse naam denk ik nog na. Voorlopig gaat het tussen de Skillepebaggerders, de Bokkums, de Kokkelekaenen of de Zaekaeken. Andere suggesties zijn welkom.

 
 
 
 

 

 

Zaterdag 29 mei 2010

 

Voor de tweede keer in twee weken zitten we - op een onzalig tijdstip - ruim drie uur in de auto om een stukje te fietsen in de Ardennen. Maar voorwaar, zoals bovenstaande opname vermag te illustreren, het is geen straf. Zeker niet omdat we dit keer - na de Waalse Pijl - semi-toeristisch rijden: de Route Sommets Lienne-Ambleve, mooi uitgezet op bordjes die je niet over het hoofd ziet. Veel klimmetjes uit de Pijl zitten ook in deze route, die rond Stavelot kronkelt, maar het ontbreken van een cyclo-element en ook de samenstelling van het gezelschap nodigen uit tot een prettig dagje toeren. Kapitein Rob, tempobeul Hugo en dagklassiekerkoning Arjan ontbreken, waarmee ons gezelschap bestaat uit Rob1, Gerard, Jan, Maarten, Léon, Toine (de laatste twee voegen zich vanuit Brabant bij ons) en uw held zelf. Geen concurrentie bij het klimmen, schatte ik bij voorbaat in, maar ik had buiten de wederopstanding van Gerard gerekend. Hing hij twee weken geleden na afloop nog als een opgewarmd lijk in het busje, nu ging hij op elke helling de strijd aan. Zo groot was het contrast, dat ergens halverwege de rit de naam van Floyd Landis viel. Maar daarmee doen we onze ambtenaar financiën van de gemeente Oegstgeest ongetwijfeld groot onrecht aan. Ironisch genoeg stond onze bus dit keer wel pal naast een mortuarium geparkeerd, maar zelfs na de voltooiing van deze kleine honderd kilometer hoefde Gerard niet te worden afgelegd.

 

 

De jaarlijkse Ambleve-rit onder leiding van Jan 'Pep' - die als gevolg van een nekhernia op een aangepast rijwiel zit, maar daardoor geenszins als een renner met een beperking mag worden aangemerkt - staat bol van de tradities. Koffie drinken, parkeren, omkleden, lunchen, alles gebeurt tijdens deze HTWV-klassieker op exact dezelfde plek als het jaar ervoor. Al even traditiegetrouw gaat ongeveer de helft van het gezelschap halverwege naar de kloten en probeert langs slinkse wegen de venijnigste colletjes - de Wanne, de Stockeu - te mijden.

 

Wel veranderlijk: het weer. Reden we hier in 2009 nog in de stromende regen en zaten we halverwege bibberend uit te druipen in dit restaurant in Trois Pont, nu was het azen op een tafeltje voor zeven op het terras van dezelfde eetgelegenheid. 'Feierbiest' Maarten keek begerig naar de vele Chimay-biertjes op de menukaart, maar koos uiteindelijk - net als wij - voor koffie, soep en brood, al vermocht dat geen invloed - in positieve noch negatieve zin - op zijn fietsprestaties te hebben. Maar op zijn nieuwe retro-bike van Engelse makelij begint het seizoen voor hem pas.

Van mijn trainingskampen in Spanje - waar de alcohol onderweg wél rijkelijk kan vloeien - weet ik dat het na de lunch behoorlijk kan inkakken. Maar al vrijwel direct na de soep splitst ook hier onze groep zich in tweeën: Rob1, Gerard, Jan en ik rijden onverdroten voort door het golvende Waalse land, Toine en Maarten kiezen achter ons hun eigen tempo en Léon (rechtsonder op de foto boven al niet in beste doen) muist stiekem terug naar de bus. Pogingen om de groepen onderweg weer bij elkaar te brengen, mislukken jammerlijk. We zien elkaar weer in Stavelot, waar ik op de Belgische klinkerstraatjes voel dat mijn achterband begint leeg te lopen. Ik haal er nog net de bus van Jan mee, die de omwonenden van onze parkeerplek vervolgens trakteert op het uitzicht op zijn goddelijke lijf onder de Spa-douche. Goddank ook maar één keer per jaar.

 
 
 
 

 

 

Woensdag 26 mei 2010

 

Om bovenstaande opname op zijn waarde te schatten, moet je er eigenlijk bewegend beeld bij hebben. Hier is namelijk sprake van een molentje. En molentjes horen te draaien. Op de mooiste plek voor een molentje, namelijk de Ringvaart rond de Haarlemmermeer. Het waren de molentjes die hier ooit het water weg maalden voor honderden hectares boerenland. Het molentje wordt in de wielersport toegepast als er in een straf tempo tegen de wind in wordt gereden. Waaien doet het hier altijd. Van de buitenste rij renners schuift steeds de voorste aan in de binnenrij, laat zich in het treintje geleidelijk naar achteren zakken en voegt aan het eind weer in bij de buitenste rij en rijdt weer naar voren. Het grote voordeel? Dat je allemaal maar een paar seconden met je snufferd in de wind zit en voor de rest behaaglijk achter de brede rug van je voorganger trapt. Het molentje is een mooi Nederlands fenomeen. In Spanje snappen ze er niks van. Toch zijn er ook hier binnen een groep altijd types die een molentje om zeep helpen. Door bijvoorbeeld met vijf kilometer harder dan de rest de kop over te nemen. Of aan het eind hun beurt over te slaan. Beiden geven gezonde ergernis in de groep. Bij de tien A'tjes van de Afdeling Wielersport was gisteravond sprake van het volmaakte molentje. Allemaal keurig hetzelfde tempo, niemand die verzaakte, niemand die mopperde, geen wanklank werd gehoord. Ook tijdens de rest van de rit niet, trouwens. Ja, dat is heel bijzonder, onder wielrenners. Dat mag op deze plek best ook eens worden vermeld.

 

 

Nee, dit is geen molentje. Op de terugweg voor de wind langs de Leidsevaart is het gewoon volle bak naar huis.

 
 
 
 

 

Zondag 23 mei 2010

 

Het kan geen toeval zijn. De eerste zondag dat we met onze nieuwe wielerkleding de website 'Zomer in Katwijk' in de regio promoten is het ook prachtig zomers weer. De mouw- en beenstukken blijven in de achterzak, op de bleke neuzen zou eigenlijk een laagje Nivea moeten tijdens deze verlengde Westeinderplassen-rit met twaalf man. Rijdt de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk doordeweeks op A, B en C-niveau, bij de zondagse saamhorigheid van de club hoort dat alle groepen elkaar op oecumenische grondslag vinden. Na een paar maanden van noeste trainingsarbeid blijkt dat daarbij het tempo zonder een wanklank behoorlijk kan worden opgeschroefd: op de heenweg (bescheiden wind tegen) begin 30, op de terugweg langs de Ringvaart (zijwind) met zo'n 37 kilometer per uur, waarmee het gemiddelde toch ruim boven de 30 uitkomt. Bij de Lisserbrug splitst de groep zich georganiseerd in tweeën: de mannen die zich aan God noch gebod storen maken een extra lusje (totaal 85 km), zij die van het boven hen gestelde gezag te horen hadden gekregen dat ze om half twaalf thuis moesten zijn, gaan linksaf naar Katwijk (75 km). En jazeker, ook volgens mijn vrouw was ik keurig op tijd.

 

 

 

 

 

Het voorheen Mexicaanse leger ziet er meteen strak en gedisciplineerd uit in het nieuwe wielerkloffie. Het is een lust voor het oog om de mannen door het weidse landschap te zien snellen.

 
 
 
 

 

Zaterdag 22 mei 2010

 

Niet ingewijden - zoals echtgenotes - mogen er graag lacherig over doen. Maar onze nieuwe wielerkleding is meer dan een hebbedingetje. Het geeft ons, als Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk, een identiteit. Het samengeraapte zooitje ongeregeld wordt een eenheid. Een club. In die zin was het een mijlpaal dat we gisteravond voor het eerst op pad konden in ons nieuwe uniform. Nog een beetje als een Mexicaans leger - want zoals het altijd moeite kost om een grote groep in beweging te krijgen, zo heeft nog niet iedereen de moeite genomen om het bestelde kloffie af te halen - maar de voorraad slinkt. En nieuwe kleding dwingt. Wie over een week nog in een exotische outfit rondrijdt, heeft: óf niet betaald (nieuwe kleding werkt voor mij als penningmeester beter dan een incassobureau), óf zet zichzelf neer als het toonbeeld van lamledigheid. Van die lamlendigheid was overigens verder geen sprake gisteravond, op het trainingsrondje van de A'tjes richting Kraantje Lek. Kapitein Rob raasde op zijn Vliegende Hollander over de paden, vastbesloten om zijn hologige bemanning naar de eeuwige fietsvelden te trappen. Nog een paar weken, geef ik hem, dan wil er helemaal niemand meer aanmonsteren op die helleschuit van hem. Op het laatste gedeelte vanaf Noordwijk kozen Graham en ik in elk geval voor ons eigen scheepsheldenverhaal: Muiterij op de Bounty. Joho, joho, en een vat vol rum.

 

 

 

 

Een groepsfoto toont aan dat de blauwe helm - en zeker de lichtgevende, zoals die van Albert - met de komst van het nieuwe wieleruniform helemaal passé is.

 

 
 
 
 

 

 

Donderdag 20 mei 2010

 

De hoeveelheid wielerkleding die mijn kast doet uitpuilen is binnen ons huwelijk, zoals dat tegenwoordig heet, best wel een dingetje. Dus heb ik bij elke nieuwe aanschaf voor mijn eega altijd een goed verhaal paraat, waarbij de termen 'absoluut noodzakelijke investering' en 'een koopje bovendien, nee, ik weet niet meer hoeveel' geregeld opduiken. Maar op het aan de deur bezorgen van zeven enorme dozen van leverancier BioRacer had ik haar niet voorbereid. Mezelf ook niet, trouwens, want de verwachting was dat onze nieuwe clubkleding pas ergens in de loop van volgende week zou arriveren, en dan ook nog eens zou worden afgegeven bij een bestuurslid met een fietsenzaak. Nu stond er gistermiddag opeens een chauffeur van een bestelbusje aan te bellen, die met een zekere hardnekkigheid mijn echtgenote van haar werk in de tuin wist lost te rukken. De arme man durfde het niet aan om zijn pakketjes bij de buren af te geven. Waarvoor hulde. Onze geplande bestuursvergadering kreeg derhalve onverwacht het karakter van pakjesavond. Als kleuters die vijf kwartier vrij mogen winkelen bij de Intertoys storten we ons direct na het afwerken van de bespreekpunten op meer dan honderd koersbroeken (kort, lang, driewart), truien (lange en korte mouwen), windstoppers, winterjacks en arm- en beenstukken, geleverd in de maten één (voor de vrouwelijke leden) tot en met tien (voor Arie Kralt en z'n vader). Vanavond is het voor de leden bestellingen afhalen in het clubhuis. En zolang de sponsors nog niet over de brug zijn gekomen, komt het mij als penningmeester niet slecht uit dat ik in geen enkele doos de rekening heb aangetroffen.

 

 

 

 
 
 
 

 

 

Dinsdag 18 mei 2010

 

Als 13-jarig meisje moet je niet met zes Antillianen meegaan naar een kelderbox om een feestje te vieren. En als je een beetje rustig wilt uitrijden na 170 kilometer Waalse Pijl, is het niet verstandig om je aan te sluiten bij een groep met Rob2 in de gelederen. Dat zijn bepaalde wetmatigheden in het leven, die overigens niet iedereen ervan weerhouden om zich er - tijdens of achteraf - over te beklagen. Zelf wist ik wat me te wachten stond in de kelderbox van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk. En dan kun je maar beter niet teveel tegenspartelen. Dan doet het minder pijn. Gewoon voorop in de strijd, je nooit verder laten terugzakken dan de derde rij en als het even kan de groep jouw tempo proberen op te leggen. Dan is het ook weer snel voorbij.

 

Een prettig rondje Zandvoort vanavond, derhalve, met veel duinpad. Alleen voor die eenzame solist op de driewieler was het afzien als een beer.

 

 

 
 
 
 

 

Maandag 17 mei 2010

In een film over Joris Ivens zag ik de befaamde documentairemaker opnamen maken van de grote mars van de Chinezen (of een ander groot werelddrama, dat ben ik even kwijt). Wat ik me nog wél herinner is dat Joris tegen die Chinezen, Indiërs of wie het ook maar waren die voor zijn camera langs liepen, voortdurend gilde: Niet in de lens kijken! Als opvolger van Joris in ons peloton van wielertoeristen kamp ik met soortgelijke problemen. Zodra ik de camera trek, zie ik de blik van mijn personages naar het oog van mijn toestel getrokken, waardoor het vrijwel onmogelijk wordt om mijn fietsmaten naturel vast te leggen. 'Ik geloof niet dat ik jou ooit normaal op de foto heb gehad', zei ik zaterdagmorgen in Spa tegen Rob1, en de beelden van die dag onderstrepen dat dit ook in de Waalse Pijl wederom niet het geval was. Rob (55-plus) verkeert overigens in goed gezelschap. Ook mijn 13-jarige zoon krijg ik niet voor de lens zonder het complete gekkebekkencircus dat bij de puberteit hoort.

Met mijn camera leg ik in het peloton de hoogte- en de dieptepunten van de koers vast. Bij het eerste facet krijg ik in de regel alle medewerking van de mannen. Op de finish willen ze wel juichen, het glas heffen en net zo lang en gewillig poseren als mij goeddunkt. Maar als ik op een venijnige helling de camera trek om een levend lijk met een verwrongen gelaat en twee lege oogkassen op de gevoelige plaat te vereeuwigen, zijn de reacties heel wat minder enthousiast. In het ongunstigste geval kun je een klap voor je kanis krijgen, veel vaker zie je het armzalige hoopje mens opveren om voor het thuisfront een 'niets aan de hand'-uitdrukking over zijn tronie te laten glijden. Neem Arjan, zaterdag worstelend op de flanken van de Wanne, die zijn langzaam uitdovende kaarsje met zijn laatste krachten weer wat leven inblies door nog even gauw een vinger in zijn neus te steken. Alsof het voor mij zo gemakkelijk is om op een helling van 15 procent nog even een sprintje te trekken, het toestel uit mijn achterzak te halen, aan te zetten, me half op de fiets om te draaien, een mooie beelduitsnede te bepalen en af te drukken. Laat staan dat ik nog lucht heb om 'Niet in de lens kijken!' te roepen.

 

 
 
 
 

 

 

Zondag 16 mei 2010, Fleche de Wallonie

 

Op tv vind ik het, landschappelijk maar ook sportief, de mooiste eendaagse koersen: de Waalse klassiekers. De bossen, de gemene lange hellingen, glooiende velden, stadjes van vergane glorie en troosteloze dorpen waar je achter elke scheefhangende deur de toegang naar een kelder van Dutroux weet. Zodra de wolken korte metten maken met de lieflijke glans van de zon trekt er een sluier van naderend onheil over het gebied. Maar vandaag is alles mooi, op mijn eerste Fleche de Wallonie, de Waalse Pijl. Koud in de afdalingen, warm bij het klimmen. Een kurkdroge weg. Geen lekke banden. Een gemoedelijke, losse organisatie. En ik voel me - na vier dagen niet naar mijn fiets te hebben omgekeken - goed uitgerust en sterk. Ik fiets verdorie voor mijn plezier. Als een jonge hond rijd ik naar boven, fier voor me uitkijkend, alsof ik me vooruit gestuwd weet door onzichtbare krachten. En warempel, tegen het eind van de koers kan ik dat gevoel ook nog verbeelden in mijn mooiste plaat van de dag:

 

 

 

 

 

Eigenlijk is het gekkenwerk: de wekker om vier uur laten aflopen, in het donker met je sporttas naar het clubgebouw De Goerie waar we verzamelen, 290 kilometer rijden in de kampeerbus van Rob2, je omkleden in een steil straatje in een villawijk van Spa, voor vijf euro een stempelkaart halen in een sporthal, 170 kilometer trappen en - na een tussenstop bij de goedkoopste Chinees van Best, bij Eindhoven - weer 290 kilometer naar huis, om rond 22.30 uur te worden verenigd met het gezin.

 

 

Maar is het het waard? Elke minuut. Dit is historische wielergrond. Elk weggetje, elke helling ademt geschiedenis. Op het asfalt - zoals hier op La Redoute - staan de namen van de helden geverfd, soms honderden keren achter elkaar: Phil(lippe) Gilbert. De Stockeu, de Wanne, de Rosier, de Thier de Coo, stuk voor stuk langer en steiler dan hun Zuid-Limburgse evenknieën als de Keutenberg, de Eijserbosweg en de Fromberg. Bovendien: de Amstel Gold Race is vijf keer zo duur en oneindig veel drukker. En bij de verzorgingsposten moet je er vaak nog langer wachten dan wij nu doen, op de twee bejaarde vrouwtjes in een bushokje die een stempel op onze kaart zetten en tegelijkertijd zoete wafels en stukken banaan uitdelen.

En het landschap? Dat is van een grote schoonheid:

De koers dan. Voor Rob1 en Rob2 waren vooral de eerste honderd kilometer zwaar. Rob1 zat al na tachtig kilometer tegen kramp aan, Rob2 kreeg zijn hartslag niet boven de 150 uit. Maar na koffie, taart en zoete frisdrank op een terras herstelden ze in het tweede deel wonderwel. Gerard moest een winter van (te veel) hardlopen en te weinig kilometers op de fiets bezuren, maar hield dapper stand. Arjan was top, reed als een jonge God omhoog, en Hugo, ach Hugo is een kat met zeven levens. Als je hem op ene helling eraf rijdt, dendert hij de volgende gewoon weer over je heen. 'Laat mij nou maar een beetje in mijn eigen tempo aanmodderen', zegt hij dan, als hij het grote, zware lijf schokkend weer zo'n akelige puist opsleurt. En ik? Ik fladderde maar een beetje om de mannen heen, met mijn camera. Want ik fietste niet beroerd, vandaag.

Tot 40 kilometer kan iedereen fietsen, zegt mijn rentenierende vriend in Spanje altijd. Tussen de 40 en de 80 kilometer merk je of iemand getraind is. En boven de 100 kilometer pas of hij goed getraind is. Deze Waalse Pijl duurt voor ons 170 kilometer en telt meer dan 3000 hoogtemeters. Daar kun je veel woorden aan vuil maken. Maar het laat zich ook vangen in beelden.

Nee, het is niet steeds dezelfde persoon, op deze foto's. Ook de man met de camera moet voort, tenslotte. Langs Arjan, die zich met een grimas omhoog worstelt naar de top van de Wanne, waar anderen, overvallen door kramp, hun toevlucht zoeken tot de benenwagen. En de zwaarte van de koers is na afloop af te lezen op het gezicht van Gerard, die tot de bodem moest. Houd die uitdrukking even vast, vroeg ik hem voor deze foto. Het kostte hem geen enkele moeite.

 

De koers volgens de Garmin van Rob2. Voor de scherpslijpers onder ons die de cijfers gaan analyseren: de tijden zijn inclusief een uurtje op het terras en sociaal doen, op elkaar wachten bovenop hellingen en bij tussenstops.

 

 
 
 
 

 

Zaterdag 15 mei 2010

 

Het valt niet mee om te breken met de wekelijkse routine van vlakke ritjes in de Duin- en Bollenstreek. Ik mag één of twee keer per jaar naar Spanje, soms nog een weekje naar Italië (Dolomieten), naar Frankrijk (Alpen) of (zoals dit jaar) de Vogezen. Dat is behelpen, ja. Voor eendaagse ritjes ben ik aangewezen op Limburg en de Ardennen. Voor 2010 heb ik bewust de volkshysterie rond de Amstel Goldrace en (in mindere mate) Limburgs Mooiste (allebei al minstens een keer of vijf gereden) laten lopen, ten faveure van wat minder bekende koersen in Wallonië en Luxemburg. Vandaag staat de Waalse Pijl op het programma, volgens wielersites die het weten kunnen een echte klimklassieker. Als ik lieg, doe ik dat in commissie:

 

De populaire versie voor wielertoeristen vanuit Spa is zwaarder dan die voor de profs. Met beklimmingen als de Côte de la Redoute, Stockeu, Wanneraval, le Thier de Coo, Le Haute Levée en Côte du Rosier krijgt de wielertoerist de mooiste beklimmingen van dit deel van de Ardennen voorgelegd.

 

Eigenlijk rijden wij - een gezelschap renners van HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort) - de kleine Waalse Pijl, maar die is nog altijd 166 kilometer. Het zwaarste deel van de dag? Het verzamelen om 04.45 (!) uur bij het clubhuis De Goerie in Katwijk (ik ga nooit voor half één slapen en pas na een paar wijntjes), waarna ik onderweg nog een paar uurtjes hoop te pitten in de camperbus van Rob2. De starttijd in Spa ligt rond 08.30 uur. Mijn fameuze broodjes bal - veel eiwitten, ik zag deze week dat ook de broertjes Schleck zweren bij veel vlees - gaan mee.

 

 

 
 
 
 

Vrijdag 14 mei 2010

 

Er gaat natuurlijk niets boven het live volgen van de koers op tv, maar als je vastzit in een saaie vergadering of ergens in een ver buitenland zonder toestel in de buurt, is er nu Rabo Cycling voor de Iphone. Alle eerdere wielrenapplicaties van de bank - zoals de Rabo iTour - zijn daarin samengevoegd. Grote koersen - eendaagse wedstrijden maar ook de bekende rondes - kun je 'live' volgen op je telefoon. Nee, (nog) niet met bewegende beelden, maar het verloop wordt wel van minuut tot minuut doorgegeven. Als Maarten Ducrot bij de NOS nog zit te zwatelen over het oude en het nieuwe wielrennen, kun je op je Iphone al zien wie er in de kopgroep zitten en hoeveel voorsprong ze hebben. Van eenmaal verreden koersen vind je ook alle klassementen, er zijn YouTube-filmpjes en er is een nieuwssectie met vooral (Rabo)wielernieuws. Etappes en wedstrijden die nog moeten worden verreden, komen overzichtelijk in beeld (inclusief hoogteprofielen) en er is informatie over deelnemende renners. Bij de etappe van gisteren - van Novara naar Novi Ligure, 162 kilometer - heb ik de telefoon bij de tv-beelden gehouden, waarbij de informatie - weliswaar met een kleine vertraging - adequaat doorkwam. Ook alle uitslagen worden snel en netjes bijgewerkt. Tenslotte wilt u als wielerconsument natuurlijk weten wat de grootbank in rekening brengt voor deze Rabo Cyling App? Helemaal niks, nada, noppes. Leve het nieuwe wielrennen!

 

 

 
 
 
 

 

 

Donderdag 13 mei 2010

 

De laatste korst krabbelde ik dinsdag rond middernacht van mijn heup. Een plakkaat van 3 bij 4 centimeter dat, na eindeloos gefrunnik, in één keer - en aan één stuk - losliet. Wat rest is de roze, geschilferde huid van een brandwondenpatiënt. Thanks for sharing, hoor ik u denken, maar hoe kan ik op deze plek blessures opvoeren zonder ze ook weer af te sluiten? Na mijn duikeling op 18 april zijn alle zichtbare wonden geheeld en heb ik alleen nog last van mijn hand. Niet de hele tijd - een stukje typen en een paginaatje muizen voor de computer gaat best. Dus ik kan er gewoon mijn brood mee verdienen. Niks aan de hand. Maar een pot appelmoes opendraaien, een volle waterkoker optillen of iemand een stevige hand geven, dat is er al drie weken niet bij. Niet dat dat mensen ervan weerhoudt om mij wél een stevige hand te geven, maar dit terzijde. In het leger heb ik geleerd helse pijnen met een stalen gezicht te ondergaan. Vervelender is dat ook het stuur van mijn racefiets vasthouden of hard remmen vaak een pijnlijke aangelegenheid is. Van een collega die op cricket zit - een onbegrijpelijk spel waarbij een hele harde bal moet worden gevangen - weet ik dat er talloze botjes in je hand zitten die je ook allemaal kunt breken. Om over het gedoe met pezen en spieren maar te zwijgen. In de meeste gevallen geneest het allemaal vanzelf, zei hij bemoedigend. Om te vervolgen met: In sommige gevallen ook niet. Dan moet je worden geopereerd. Maar wie leeft voor de sport, weet dat ik me dat pas na afloop van het wielerseizoen kan veroorloven. Komende winter krijgen ze weer appelmoes, heb ik mijn kinderen beloofd.

 

 

Bij de tekening: de pijnlijke plek zit ergens in het vlezige gedeelte tussen de pink en pols.

 
 
 
 

Woensdag 12 mei 2010

Veel Italianen hebben het de afgelopen dagen tot hun ongenoegen ervaren: we mogen hier geen bergen hebben, we hebben wel wind. Anders dan bij klimmen - waarbij je vooral op jezelf bent aangewezen - kun je je voor de wind nog een beetje verschuilen. Door geniepig achter een brede rug te blijven hangen. Of in de juiste waaier te kruipen. Maar niet als je met maar vier man de onderbond van de Afdeling Wielersport vormt. De grote meute was gisteravond wederom te angstig voor A en te trots voor C, waardoor ik als captain uiteindelijk gezelschap kreeg van drie renners die niet worstelden met de penopauze. Ook het landschap leende zich niet voor verstoppertje spelen: lange rechte wegen, door voor een belangrijk deel al kale bollenvelden, met hier en daar nog een streepje geel of rood. Harken, stoempen, er een snok aan geven, alle ooit door Gerry Knetemann bedachte wielertermen zijn ontsproten aan ritten onder deze omstandigheden. Maar bij het keerpunt in Vogelenzang wacht die andere kant van de wind: de behulpzame ademtocht in de rug die je in de helft van de tijd naar het clubhuis De Goerie blaast om daar de verjaardag van Rob1 (55 lentes jong) met een stroopwafel te gedenken.

 

Boven: al bijna kale velden met hier en daar nog een streepje geel. Linksmidden: Paul, Marco en Willem, dappere C-tjes die geen last hebben van de penopauze. Rechtsmidden: voor de wind na het keerpunt bij Vogelenzang. Onder: Menno gooit de bar open om op z'n Kattuks de verjaardag van Rob1 te vieren. De mannen in de voorkamer. De vrouwen in geen velden of wegen te bekennen.

 
 
 
 

Dinsdag 11 mei 2010

Normaal is het een koers die ik in het late Sportjournaal voorbij zie komen of - bij spectaculaire bergetappes - ook wel eens 'live' volg, vooral op de Belg. Maar nu de Ronde van Italië in Nederland begint, lijden we allemaal aan Giromania. Ik heb er lang tegen gevochten. De behoefte om naar de start in Amsterdam te gaan, kwam pas toen ik er anderen enthousiast over hoorde vertellen. Aan georganiseerde toertochten deed ik niet mee. Voorspelbare ritjes, vond ik het, door mijn eigen vertrouwde trainingsgebied. Maar toen ik zondagmiddag de spectaculaire helikopterbeelden zag van het peloton over mijn favoriete Nederlandse fietsparcours - het dijkenlandschap tussen Amerongen en Wijk bij Duurstede - ging ik alsnog voor de bijl. Gistermorgen onderbrak ik mijn werk op de Leidse redactie om op het hoekje van de Haarlemmerstraat een uur lang op een grote, ijzeren vuilnisbak te staan, me met mijn linkerarm vasthoudend aan een verkeersbord. Een wankel punt voor die ene foto, maar wel met een perfect zicht op de Blauwpoortsbrug en het Galgewater, veel Leidser kon het niet. Van het uur dat ik er stond gebeurde er 58 minuten niks noemenswaardigs. Veel witte autootjes met prullaria, motoragenten en een reclamekaravaan die - zeker als je de Tour de France gewend bent - helemaal niks voorstelt. Maar die twee minuten waarin eerst de kopgroep van drie renners voorbijkwam - onder aanzwellend gejuich van het publiek - en later het jagende peloton - met het treintje van Evans voorop - maakte alles goed. Nooit, nooit, nooit meer zal ik de Giro een kermiskoers voor gedrogeerde B-renners noemen.

 

Bij de foto's: het peloton passeert de Blauwpoortsbrug (helemaal boven), het treintje Evans (midden), het jeugdklasje van Swift geeft het goede voorbeeld (linksonder) en Giroprullaria voor een tientje.

 
 
 
 

Maandag 10 mei 2010

Over de vertrouwensband tussen een mecanicien en de renner zijn mooie verhalen geschreven. Iedere kampioen deelt zijn overwinningen met de man die achter de schermen zijn materiaal verzorgt. En ook ik, eenvoudige wielertoerist met twee linkerhanden, ben volkomen afhankelijk van de fietsenmaker die mijn bewierookte rijwiel controleert, afstelt en repareert. De drie weken sinds mijn onvrijwillige tuimeling heeft mijn witte Trek doorgebracht in de werkplaats van mijn huisdealer, Kees Fietsshop in Noordwijk, in afwachting van de inspecteur van de verzekering die moest vaststellen wat de exacte schade was. Vrijdagmiddag belde de beste man mij op, met de steunende betoogtrant van hen die op het punt staan om een veer van meer dan 1200 euro te laten. Een nieuwe rechtershifter van mijn Dura Ace-groep, een nieuwe derailleur, een nieuw zadel en, niet te vergeten, een nieuw stuur. Plus nog wat lakreparatie en de vervanging van een gescheurde Assosbroek. Toen ik een dag later toch even bij Kees in de buurt was, bleek mijn racer bijna klaar. Als ik nog even geduld had, kon ik hem meteen meenemen. Kopje koffie? Bij Kees weten ze hoezeer ik hem heb gemist. Wilde ik dan op deze plek wel even vermelden dat de zaak deze maand twintig jaar bestaat? En dat er momenteel twintig dagen lang op het hele assortiment twintig procent korting wordt gegeven? Natuurlijk wil ik dat. In de vertrouwensband met je fietsenmaker moet je blijven investeren.

 
 
 
 

Zondag 9 mei

Eén van de redenen om vandaag geen Girotoertocht vanuit Amsterdam te rijden, was voor mij de parcourskeuze. De ritten waren zonder uitzondering uitgezet in een gebied waar ik normaal ook al rijd: Kopje van Bloemendaal, Ringvaart, stukje Bollenstreek of - richting Utrecht - het gebied rond Breukelen. Hoe juist dat was, bleek vanmorgen wel. Op de Ringvaart kwamen we - elf man van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk - enkele duizenden fietsers tegen met het roze stuurplaatje van de Ronde van Italië of het speciale - roze - Rabobankshirt. Op grote delen van de route reden we tegen de stroom in, waarbij andermaal bleek wat een malloten wielrenners zijn zodra ze in groepsverband menen boven de wet te staan.

Bij de Westereinderplassen lieten we de meute los, voor (vanuit Leimuiden) een rondje links om het water richting Aalsmeer, om daarna weer via de Ringvaart - Girorenners nu aan beide kanten van de weg - weer naar Sassenheim te rijden. Een krap schema, hadden we, op dit Moederdagrondje van een kleine 70 kilometer dat rond half twaalf weer in Katwijk moest eindigen om thuis geen hooglopende ruzie te krijgen. Een tweede lekke band van Marc - ook vrijdagavond hij al pech - dreigde roet in het eten te gooien, maar Léon duwde langs de Ringvaart in de waaier de trappers zo hard rond dat we keurig volgens schema de gemeentegrenzen van Katwijk weer overschreden. Nou ja, negen van de elf dan. Ergens op de terugweg verkozen twee leden de tuchtiging met de deegroller van moeders boven het sterven in het wiel van Léon.

Bij de foto's: duizenden Girorenners aan de andere kant van de weg (bovenste foto), eerste oponthoud door onderhoud aan het spoor bij de vuiloverslag in Voorhout (kleine foto boven), als het gras twee kontjes hoog is, laten wielrenners hem graag uit de broek hangen (kleine foto onder), bandenwissel aan de voet van de watertoren van Aalsmeer (staande foto rechts) en (op de heenweg) de groep nog compleet langs de Ringvaart (onder).

 
 
 
 

Vrijdag 7 mei

Veel wielrenners willen in hun hart helemaal niet fietsen. Zitten 's morgens al om 08.00 uur achter hun bureau met een zorgelijk gezicht naar de buienradar te kijken. Nee, dat wordt weer niks vanavond. Zucht. Onze Afdeling Wielersport telt meer dan honderd leden. Stoere kerels. Niet voor een kleintje vervaard. Vanavond kwamen er - na een grijze dag met veel regen, dat wel - daarvan welgeteld negen opdraven voor een kurkdroog ritje (behoudens wat modderspatten van de weg), met weinig wind en een temperatuur die in elk geval veel te hoog was voor alle kleding die ik zelf had aangetrokken en mij in het peloton - voor even, mag ik hopen, en als gevolg van mijn opbollende regenjack - de bijnaam 'Nijlpaard' bezorgde. Bedankt, Graham. Wel een nadeel van een nat wegdek: lekke banden. Al binnen twee kilometer was het raak. Maar omdat de kern van mijn betoog is dat veel wielrenners eigenlijk niet willen fietsen, past ook dit er wonderwel in. Bij zo'n log horen beelden waarop niet wordt gereden. Bovendien kreeg ik mijn camera - op een rondje Vogelenzang/Ringvaart - niet onder mijn jack vandaan op alle stukken waarop de testosteron weer als vanouds door het groepje gierde.

 
 
 
 

 

Donderdag 6 mei 2010

 

De berichten over een België dat al decennia gebukt gaat onder de taalstrijd hebben voor ons, Hollanders, een hoog abstractieniveau. Ik werd pas met mijn neus op de feiten gedrukt toen ik me gisteren wilde inschrijven voor de Waalse Pijl, een toerfietsklassiekers door het Franstalige gedeelte van de Ardennen. Ik koos voor de Nederlandse tekst op de site en las het volgende:

Om deel te nemen: 

1) U kunt zich aanmelden met vrijdag van 17u tot 20u en de dag van de wandeling vanaf 5:30 
2) worden afgesloten via internet of op locatie formulier dat overeenkomt met uw galerij 220km, 166km, 130 km. In beide gevallen de handtekening nodig is. 
3) gaan betalen: zij ontvangt het frame plaat genummerd, de doos van uw reis met de recto: beschrijving van de routes en tijden van de verschillende leveringen, de omgekeerde dozen voor.
Diverse stempels: evidence. Doorgangsrechten en telefoonnummer van de macht van de dag en meer is van essentieel belang voor het recht om leveringen. 
4) naar stempel vertrek en de goede weg. 

Faciliteiten: 

1) toiletten en douches zijn beschikbaar. 
2) een kleine bar en het restaurant zijn de hele dag open. 
3) vakken van vrijstelling voor kleine verwondingen alle posities, beginnend en benzinestation. 
4) Een reeks van kaarten met verschillende routes routes beschikbaar zijn. 
5) Een stand te bekijken en te kopen van de foto's om te gaan, de opnamen werden gemaakt op de top van de Col de la Redoute na Remouchamps. 
6) Neem contact op voor foto's www.actionphototeam.com info@actionphototeam.com
7) deelstukken voor grote groepen en deelnemers buiten de normen. 

Tips: 

1) Respect voor de regels van de weg nog steeds vereist. 
2) Zijn de reparatie zelf op een fiets en in perfecte conditie. 
3) Wees zeer voorzichtig, want de ervaring ongevallen gebeuren tijdens fatigues en kleine wedstrijden cyclo veroorzaken afleiding!!!!!!! 
4) Wees goed voorbereid en opgeleid om het plezier om te rijden en te genieten van het landschap. 
5) Volg de wegmarkeringen samengesteld uit onze symbool in het geel.
 en bifurcaties van verschillende afstanden.

Het is me opeens allemaal volkomen duidelijk. De kloof tussen Vlamingen en Walen is onoverbrugbaar.

 
 
 
 

Woensdag 5 mei

Gemopper, boosheid en berusting.... O nee, zo ben ik gisteren al begonnen. Maar het had zo weer gekund, want ook dit ritje Noordzeekanaal in de beoogde trainingszone D1 kreeg weer wat weg van een slijtageslag in D3. Volgens Rob2 paste dat overigens geheel in het schema dat voor deze week was uitgestippeld, dus waar klaagden we over? Nou ja, ik klaag eigenlijk nooit, tegen Rob2. Ik klaag alleen bij Rob1 waarom hij niet wat eerder klaagt bij Rob2. Zo liggen de verhoudingen. Maar, zoals ik na afloop tegen Rob1 zei (kunt u het nog volgen?), het zal vast wel ergens goed voor zijn geweest. En dan doel ik niet op het klagen, maar op een pittig ritje van ruim honderd kilometer met een gemiddelde van flink boven de 30. Met onderweg ook nog een rustmoment in een bescheiden uitspanning, ergens langs het Noordzeekanaal, met uitstekende cappuccino en warm appelgebak. Nee, toen hoorde je even helemaal niemand klagen. 

Na het klimmersrondje met de Afdeling Wielersport vergat Rob2 zijn Garmin uit te zetten, waardoor er op dit kaartje twee routes zijn weergegeven. Vandaag begonnen we bij de rode stip en reden richting het noorden.

 

 
 
 
     
 

Dinsdag 4 mei

Gemopper, boosheid en berusting - al dan niet gespeeld - zijn de gebruikelijke emoties die komen bovendrijven tijdens een fietstochtje met Rob2. Al moet ik bekennen dat ik er vandaag ook een zeker aandeel in had dat we Rob1 tijdens een 'los-trap-rondje' even totall loss trapten op het duinpad tussen Zandvoort en Noordwijk. Mijn kilometerteller doet het niet meer, op mijn oude fiets, maar met het windje in de rug en de grote plaat erop moet het toch zeker een tijdlang tussen de vijftig en de zestig in het uur zijn gegaan. De twee strakke mannetjes die ons - toen wij de heenweg evalueerden en alles er nog genoeglijk aan toe ging - met een flinke snelheid passeerden, haalden we in elk geval in alsof ze stilstonden. Het was fris, er stond een behoorlijke bries en alleen de allerdapperste van ons kwam gewoon in korte broek. Nee, ik noem geen namen, beelden spreken voor zich.

 
 
 
 

Maandag 3 mei

In een overmoedige bui - of was het uit frustratie vanwege een afgelaste zondagmorgentraining? - schreven Albert en Menno voor vanavond spontaan een alternatieve training voor de Afdeling Wielersport uit. Dat was gistermiddag, in de vaste overtuiging dat de weersomstandigheden vandaag wel een stuk beter zouden zijn. Maar helaas. Geen droog moment, een harde noordenwind en een graadje of zeven leidden de hele dag tot een discussie op het Ledenboek rond het thema 'gaan' of 'niet gaan'. Maar de dapperen lieten zich niet kennen, al moet gezegd dat ze rond de klok van 19 uur voor het hek van De Goerie op niet al te veel medestanders hoefden te rekenen. Als ze zich over twee uur weer doorweekt bij moeder de vrouw melden, zullen ze ongetwijfeld roepen dat de thuisblijvers ongelijk hadden. Maar wij weten wel beter.

P.S. Waar was ik? Achter de goede kant van het hek natuurlijk, met een tasje clubadministratie en brieven die door secretaris Menno nog moesten worden ondertekend. En daarna zo snel mogelijk naar huis om de lezers van dit log te informeren.

 
 
 
  Zondag 2 mei

Nu de regen me binnen houdt maar even een fietscolumn die ik nog niet op internet heb gezet.

Uit: de dagbladen van HDCmedia, 15 april 2010

 

Noodzakelijk kwaad

De keren dat ik er een gestroomlijnde carbon koffer voor huur, maak ik graag een extra rondje door de aankomst- of vertrekhal van Schiphol of willekeurig welke andere luchthaven in den vreemde dan ook. De moeite wordt vrijwel altijd beloond door iemand die nieuwsgierig, maar toch met een zekere aarzeling op je af stapt. ,,Mag ik vragen wat daar in zit, meneer?'' Een zekere achteloosheid in de stem is dan een pre. ,,Mijn racefiets, mevrouw.'' Met daarna - van haar kant - de vaststelling waar het allemaal om begonnen is. ,,Ah, meneer is een wielrenner.''


Zo is het. Ik loop hier niet gewoon een beetje de toerist uit te hangen, in Valencia en omstreken, tussen valsblonde en roodverbrande
landgenoten die ergens aan een costa hebben overwinterd. Elke schijn van vakantie of gepensioneerde leegloperij dient te worden vermeden. Meneer is een wielrenner. Hij is hier om kilometers te maken. Of, mooier nog, hij heeft ze al gemaakt. ,,Meer dan 730, mevrouw. En bijna 10.000 hoogtemeters, als u dat wat zegt. In zes dagen tijd. Ja, toch een beetje rustig aan gedaan, dit keer. Het streven is altijd 1000, maar u weet hoe dat gaat, in zo'n week. Je wilt toch ook niet overtraind terugkomen. Het seizoen is nog lang.''
 

Fietsen kost tijd, veel tijd. Je gaat nooit voor een uurtje, maar
minimaal voor een dagdeel. Het liefst voor een hele dag. Ook om die
reden is het van belang het wielrennen niet in de recreatieve sfeer te
trekken, maar er een levensvervulling van te maken. Een noodzakelijk
kwaad. Types die je 'veel plezier' menen te moeten wensen als je er
weer vijf of zes uur - laat staan een hele week - zonder het gezin op
uit trekt, dienen met kracht te worden weersproken. Alleen al het idee
dat er iets van plezier bij komt kijken! Plezier is hooguit een
afgeleide van iets wat zich toevalligerwijze ook bij het fietsen kan
voordoen. Zoals je ook een plezierig gesprek kunt hebben in de
wachtkamer van de tandarts, of in de rij bij de nierdialyse.
 

Wielrennen dient een hoger doel. Welk doel? Tja, dat verschilt per jaar en ligt voor iedereen anders. Mijn hoofddoel is op 4 juli het rijden van de Maratona dles Dolomites in een tijd die voor mijn leeftijdscategorie - omdat ik in juli jarig ben, geld ik voor de organisatie al als 50-plusser - goud oplevert na een tocht van 138 kilometer over Italiaanse bergtoppen met in totaal bijna 4200 hoogtemeters.
 

De hoogste graad van acceptatie van dit hogere doel heb je bereikt
wanneer de rest van het gezin er met een zekere vanzelfsprekendheid
vanuit gaat dat je moet fietsen. Minimaal vier keer in de week. En af
en toe op hoogtestage moet omdat klimmerskuiten nu eenmaal niet worden
gekweekt op de Utrechtse Heuvelrug of in het bronsgroen eikenhout rond
de Cauberg. ,,Papa moet fietsen.'' Zelf vind ik dat beter klinken dan
de treurige vaststelling dat papa altijd maar moet werken. Of in de
kroeg hangt.
 

Om nu te zeggen dat de hoogtestage die ik net bij mijn rentenierende
vriend in het achterland van de Costa Blanca achter de rug heb, me
door de strot is geduwd, gaat misschien wat ver. Maar een feit is dat
mijn eega me er min of meer toe heeft aangezet. ,,Moet je dit jaar
niet naar Spanje?'', vroeg ze op een zondagavond een beetje verbaasd,
na de vaststelling dat mijn buitenlandprogramma tot dan toe uit niet
meer dan een weekje Italië en de Vogezen bestond. Ik liet de schouders
een beetje hangen, stond een sluier van moedeloosheid toe op mijn nog
niet zo afgetrainde gelaat en nam alvast een voorschot op de berusting
waarmee ik binnen enkele ogenblikken een retourtje Valencia zou
boeken.
 

,,Dat zou inderdaad wel beter zijn.''
 

Beschouw het als de vrucht van mijn inspanningen om het fietsen uit de
recreatieve sfeer te halen.
 

Fietser is wat ik ben.
 

Meneer is een wielrenner.

 

 
 
 
 

Zaterdag 1 mei

Gewoon guur was het, toen ik tussen de middag voor de zaterdagse lekkerbekken even naar De Krul reed. Snijdend koude wind, motregen, na een ochtend die ook al behoorlijk nat was verlopen. Dus toen het rond 14 uur droog werd, haalde ik de winterkleding maar weer uit de mottenballen, waar ze eigenlijk tot oktober in had moeten blijven liggen. Nog geen paar kilometer op het duinpad tussen Katwijk en Scheveningen trok de lucht open en kreeg ik al spijt van mijn fietsboerka. (Niet zo erg als clubgenoot Mart, die binnen op zijn Tacx reed, maar toch.) Lekker toeristisch rond de haven van Scheveningen getrapt, bootjes gekeken, even stilgestaan bij de Tridens en de Barend Biesheuvel van de kustwacht en aan de kop van de haven ook nog bij een Franse mijnenveger (of zoiets). Daarna weer terug over het duinpad waar ik alle andere wielrenners zo hard voorbij reed - ik had nog energie over - dat die de rest van het weekeinde met een minderwaardigheidscomplex op de bank moeten zitten.

 
 
 
  Vrijdag 30 april

Het is vandaag toch geen fietsweer, dus kan ik er wel een column ingooien die ik eerder deze maand schreef, aan de vooravond van mijn trainingskamp in Spanje.

 

Uit: de dagbladen van HDCmedia, 8 april 2010

Trainingskamp

Het dekbed van de echtelijke sponde ligt al uren bezaaid onder
stapeltjes vrolijk gekleurde wielerkleding. Ik haal er setjes af, leg
er andere setjes voor terug. Wissel schoenen, sta minuten lang met een helm in mijn hand en loop handschoentjes en sokken na op scheurtjes of gaten. Zoals alleen zwarte mannen elkaar mogen uitschelden voor neger en ouders van een kind met het Syndroom van Down iemand een mongool mogen noemen, zo is ook deze kwalificatie alleen voorbehouden aan wat voor mij de andere sekse is. 'Je lijkt wel een vrouw', zegt mijn eega misprijzend.


Het was eigenlijk niet de bedoeling omdat ik voor mezelf dit jaar al -
los van het gezin - twee fietsvakanties heb geregeld. Begin juli rijd ik in Italië de Dolomietenmarathon en in september viert de gelegenheidsclub HTWV (Hijgend Trekken Wij Voort) een jubileum met een weekje trappen in de Vogezen. En echt hoor, ik heb helemaal niet gezeurd, verdrietig gekeken of wekenlang geslijmd om mijn echtgenote zover te krijgen dat ze op een zondagavond, zomaar vanuit haar luie stoel, zei: 'Moet je niet ook nog een weekje naar je rentenierende vriend in Spanje?'


'Ik zat er net aan te denken', antwoordde ik naar waarheid.


(Nog even tellen: zes fietstruitjes, voor elke dag één, met in elk
geval mijn Marmotteshirt, het zwarte HTWV-tenue, de shirtjes van mijn
fietsclubs en natuurlijk het tenue van de Spaanse club in Xaló. Een
driekwart broek van de club, twee windstoppers, een regenjack, zes
zweethempjes en mijn dure Assos-broek voor de langste ritten.)


Het is een wonder dat ik dit jaar op deze plek nog niet vaker over
racefietsen heb geschreven, want mijn leven wordt er meer dan ooit
door beheerst. Ook allemaal de schuld van mijn vrouw. Haar appèl aan
mij om ook eens wat terug te doen voor de maatschappij, heb ik
vertaald in een indrukwekkende bestuursfunctie van de Afdeling
Wielersport van onze lokale ijsclub, waar ik sinds enige maanden de
clubkas beheer, de ledenadministratie doe en mij verder bemoei met
alle lopende bestuurskwesties. Of dit helemaal is wat ze bedoelde,
weet ik niet, maar elke keer als ik niet op mijn wielerschoenen maar
met een ordner onder mijn arm het huis verlaat, prijst ze me uitbundig
voor mijn inzet.


Het zal waarschijnlijk ook Hare Majesteit niet ontgaan, mocht het haar
over twintig jaar behagen mij niet alleen voor mijn verzamelde
educatieve columns maar ook voor mijn verdiensten voor de lokale
wielersport de versierselen behorend bij het Lid in de Orde van Oranje
Nassau op te spelden.


(Verder nog: drie paar handschoentjes, twee bandana's voor onder mijn
helm - zodat het zweet niet in mijn ogen loopt - armstukken,
beenstukken, twee paar schoenen met zowel Look als SPD-pedalen, mijn
helm, bril, mijn band voor de hartslagmeter. Zes paar fietssokjes.)


Het fietsen mag er natuurlijk niet onder lijden. Na een winter op de
mountainbike heb ik op de racefiets inmiddels honderden
trainingskilometers, de Joop Zoetemelk Classic en de Rabo Bergtoer
vanuit Ochten in de benen. Maar of ik klaar ben voor wat mij nu in
Spanje te wachten staat? Door een maandenlange verbouwing aan zijn
huis was mijn rentenierende vriend vorig jaar niet in goede doen.
Zelfs bergop reed ik hem eruit. Maar nu, dankzij de crisis, staan zijn
werkloze, Spaanse fietsmaatjes bijna elke dag gretig afgetraind voor
zijn deur.


(Een trainingsbroek voor na de rit, mijn verzameling T-shirts
(Limburgs Mooiste, Lance Armstrong), warme trui, slippers. In mijn
toilettas de sudocrème tegen schuurplekken op de billen, Pro-Fit
Ibuprofen-gel tegen zere knieën, mijn Braun bodycruzer tegen de
laatste windharen die ik op mijn geschoren benen tegenkom.)


'Zou je ook niet wat gewone kleren meenemen?', zegt mijn vrouw. 'En
een paar schone onderbroeken?'


In dat opzicht blijf ik gelukkig een echte kerel.

 

 
 
 
 

Donderdag 29 april

Koninginnedag en de herdenking van de gevallenen zetten de clubactiviteiten op vrijdag en dinsdag even op een laag pitje, maar er moet natuurlijk wel gefietst worden. Met beide Robben, Graham, Jan (alias kapelaan Odekerke) en Arno. De laatste pikten we op bij het verzamelpunt - de roomse kerk - waar hij op andere, naar nu blijkt vermeende vrienden stond te wachten. Normaal is hij gewend met Katwijkse notabelen te rijden, waardoor de cultuurschok van een kleine 70 kilometer doorrammen met kerels van de gestampte pot toch behoorlijk groot was. Zijn 'bedankt voor de les' was aan het eindpunt van dit rondje Vliet-Leidschendam-Zoetermeer-Leiden-Meijendel in elk geval meer dan een obligaat bedankje. Angst en respect klonken erin door. Dankzij de onnavolgbare manoeuvres van Rob2 raakten we elkaar ergens in Meijendel traditiegetrouw even kwijt, om op h