Twitter: @dickvanderplas

 

Nieuw op deze site:

 

 

Column

Vanuit Spanje word ik - zeer terecht - gemaand om een inhaalslag te plegen met mijn krantencolumns, die daar uiteraard alleen op het web zijn te lezen. We vervolgen met: Ingreep.

 
 

 

Elders in het gezin

Het weblog van mijn wederhelft

 
 

 

HTWV

Alles over de HTWV-jubileumweek 2010 vind je hier.

 
 

 

Ierland 2010

Alles over onze zomervakantie in het land van drizzle, Guinness en kabouters overzichtelijk op een rijtje op deze pagina.

 
 

Wonen in Spanje

Het weblog van onze rentenierende vrienden in Jalón, Costa Blanca

 
 

 

Dossier Dolomieten

 

Alles over de Dolomieten Marathon 2010 staat hier.

 
 
 

Wielerclubs en sites

 

Afdeling Wielersport

IJsclub Voorwaarts Katwijk

Noordbikers

 

HTWV

(Hijgend Trekken Wij Voort)

Club Ciclista Xaló

 

 
Alles over La Marmotte 2009
Klik hier
 
 

 

Trainingskamp Spanje 2009

Klik hier

 

 

 

 

Stukjes tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek, maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of elders in Europa aan het trappen. Op deze site  verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik ook voor de lol.

 
 
 

 

Pretvaderen is het centrale thema van een column die ik wekelijks schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site, behalve met wielrennen, ook kennis met een prettige kijk op het vaderschap.

 

Naam: Dick van der Plas Leeftijd: 50

Woonplaats: Katwijk

 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Programma 2011

 

Maart:

12 maart Witte Kruis Classic, Den Haag

19 maart Joop Zoetemelk Classic, Leiden

 

April:

2 april Rabo Bergtoer, Ochten

23 april Ronde van Noord-Holland, Oostzaan

26 -30 april

Trainingskamp Spanje

 

Mei:

1 mei Elfdorpentocht, Stompwijk

15 mei Abdijentocht La Trappe

29 mei Jean Nelissen Classic, Vianden (Luxemburg)

 

Juni:

4 juni Waalse Pijl, Spa

(Belgie)

 

Juni/Juli:

26 juni-2 juli Marmotteweek, Bourg d’Oisans

(Frankrijk)

 

Augustus:

Vakantie

 (Cornwall en Wales)

20 aug Mergerllandroute

 

September:

Fietsweekend

Vlaanderen (HTWV)

 

Oktober:

Herfstmountainbiken

in Leersum

 

November:

Rabo Beach Challenge,

Scheveningen

 
 
 

 
 
 
 

 

   

seizoen 2011 - 2e kwartaal

 

 
     
 
 
     
 
 
 

Zondag 17 juli 2011

Doelstellingen hebben de neiging te verwateren, zelfs bij een zo typisch Katwijks fenomeen als de Club van Honderd. Daarom is het goed om bij tijd en wijle wat ijkpunten te toetsen, zoals daar zijn: rijden we nog wel honderd kilometer en zijn we op tijd thuis om fris gedoucht bij moeders op de koffie te gaan (Katwijkse bakkiestijd = rond 12 uur)? Vijf A-tjes doen vanmorgen mee aan deze tussentoets, te weten Hugo40 - bij een race tegen de klok kun je hem er altijd wel bij hebben - Peter, Patrice, Rob2 et moi. Een klassiek rondje Hoek van Holland moet het worden, inclusief koffie met appelgebak en ook nog wat ruimte voor malheur, zoals de lekke band van Rob2, al na een kilometer of acht. Dit is het punt om afscheid van te nemen van de Groep Albert, die ons tot hiertoe had vergezeld maar uiteraard zijn eigen doelstelling heeft op de zondagmorgen, zoals het ronden van een plas met Dobbe- of Krabbe- in de naam.

Wat dit rondje Hoek van Holland nóg klassieker dan klassiek maakt, is de stevige zuidwestenwind die een enkele wiek van ons molentje - dat weliswaar draait met snelheden van 33 tot 36 kilometer in het uur - geregeld doet haperen. Gelukkig is er dan altijd de brede rug van Hugo40 om weer even achter te consolideren.

 

 

Onze klassieke pleisterplaats bij een rondje Hoek van Holland is De Torpedoloods, waar we ook vandaag een nogal vage afspraak met de Groep Albert hebben. Maar daar trekt onze routeplanner Hugo40 - de manier waarop hij ons door Schipluiden loodst, is voor mij onnavolgbaar - zich niks van aan. Hij leidt ons, direct naast het duinpad richting Kijkduin, naar een basale campingkantine waar we, eerlijk is eerlijk, de moeder aller appeltaarten krijgen voorgeschoteld.

Met vijf man en met dit weertype durven we het wel aan om in hoogzomer over het duinpad terug te rijden. Enigszins gecontroleerd, maar toch nog altijd met snelheden van tussen de 40 en 45 kilometer in het uur, gaat het richting Katwijk. Gespitst op de enkele tegenligger of fietser die we inhalen, doen we onszelf een paar kilometer voor Kijkduin nog bijna de das om door een beetje te laat op te merken dat het fietspad hier in een bocht in een soort stuifduin is veranderd. Waar Rob2 - dankzij zijn mountainbike-ervaring, zegt hij er zelf van - redelijk zijn lijn houdt, dendert de rest rechtdoor om uiteindelijk met de assen in het zand tot stilstand te komen. Maar alles blijft heel, zelfs het oude barrel van Peter dat hij - net als neef Raymon - tegenwoordig uit de kast haalt als het er ook maar de schijn van heeft dat het gaat regenen of waaien. Een fiets is geen pronkstuk, heren, maar een gebruiksvoorwerp!

Precies om half twaalf en met exact honderd kilometer op de teller laat ik thuis de tuindeur openzwaaien, om een half uur later fris gedoucht achter de koffie met taart van moeders aan te schuiven. Want zo hoort het, op een klassiek Katwijks Club van Honderd-ritje.

 
 
 
 

Zondag 10 juli 2011

Het is even wennen, in de après-Marmotte periode. Na vier maanden opeens weer een zaterdag vrij - wat doe je ook alweer op zo'n dag, krantjes lezen, auto wassen? - omdat ik niet ergens in een uithoek van de Benelux of in Frankrijk op een racefiets zit. En op zondagmorgen sinds tijden mee met de Club van Honderd van de Afdeling Wielersport van de IJVK. De hele week kampte ik nog wel met de naweeën van de Tocht der Tochten: na de training van dinsdagavond was ik de rest van de week moe en had last van vreetbuien, iets wat mijn andere Marmotte-maatjes bekend voorkwam. Neef Raymon is hedenmorgen afgereisd naar Spanje na de afgelopen week, op een ritje op dinsdagavond na, voornamelijk met een fles prosecco in zijn hand te hebben gelopen. Peter ontbreekt de hele week al op het appèl.

Mike was er vanmorgen wel weer bij, al oogde hij niet helemaal okselfris, wat binnen tien kilometer ook werd onderstreept met een lekke band (als je goed bent...). Na het BBQ-feestje gisteravond bij mijn neef - geslaagd voor de Pabo - waarbij de Prosecco rijkelijk vloeide, was ikzelf vanmorgen opeens wel weer wonderlijk hersteld van alle inspanningen. De benen voelden goed, ik kon lekker meekomen met het mannelijke tempo (het gemiddelde over de hele rit van ruim 110 kilometer lag op 33,5), al was mijn hartslag met een gemiddelde van 125 nog wel wat aan de lage kant (maar er was ook een max. van 167 bij, dus waarschijnlijk reed ik gewoon met twee vingers in mijn neus ;-).

De route was uitgestippeld door Hugo40 en voerde voor mij gedeeltelijk door terra incognita: via Reeuwijk en Gouda naar Moordrecht, langs plassen en over rivieren, door uiterwaarden en over dijken. Voor ingewijden: de rit vertoonde bovendien Albert-elementen, wat inhoudt dat er minimaal één pontje moest worden genomen (nee, geen liften, tunnels of roltrappen, maar je kunt niet alles hebben).

Water was vandaag in elk geval het centrale thema, zelfs tijdens de koffiestop die ergens langs de Rottemeren bij een jachthaven was gepland. Voor mij tamelijk ongebruikelijk reed ik vrijwel de hele rit met - niet door een enkele banaan te stillen - honger, ongetwijfeld ook een gevolg van de calorieënvretende Marmotte die mijn spijsvertering in een hogere versnelling heeft gezet.

Na de appelpunt en cappuccino kreeg de rit Rob2-kenmerken, wat inhoudt dat er op sommige stukken kon worden gekoerst. Tot de Horsten slaagden we er daarbij in om de boel op z'n Job Cohens redelijk bij elkaar te houden, maar op het laatste gedeelte rafelde de groep toch wat uit elkaar. Deels vrijwillig - een enkeling sneed een stukje af voor de snelste weg naar (schoon)moeders - maar ook noodgedwongen. Ja, zo'n Marmotte maakt meer kapot dan je lief is.

 
 
 
 

Dinsdag 5 juli 2011

Het eerste trainingsritje na het Franse Alpenlandschap, waarbij ik me mag opwerpen als captain van de B-groep van de Afdeling Wielersport van de IJVK. Een rondje Ringvaart-Roelofarendsveen-Oud Ade-Leiderdorp-Voorschoten-Wassenaar wordt het, waarbij me bij bovenstaande foto van het oneindig laagland onmiddellijk de term 'Hollands welvaren' te binnen schiet. Maar ik weet nu niet of dat slaat op het landschap plus molen, of het postuur van clublid Mart Ouwehand (linksvoor). Ik hou het maar op allebei, denk ik.

 
 
 
 

Jan Jansen Classic

Zaterdag 18 juni 2011

Geen betere voorbereiding op de Jan Jansen Classic dan de jaarlijkse clubbarbecue. Mijn wekker staat op 5.30 uur, maar al geruime tijd daarvoor loop ik even naar beneden om twee aspirines te slikken. Niks prettiger dan daarna met bonkend hoofd in bed liggen wachten tot wat zich lijkt aan te dienen als een kater, langzaam wegtrekt. Met de kwaliteit van Chateau Afdeling Wielersport was niks mis. Maar bij een zekere kwantiteit wordt elk druivennat vanzelf hoofdpijnwijn. En als de uren ontbreken om je roes uit te slapen, helpt Saridon een handje.

De voorpret op deze toertocht van - in ons geval - 200 kilometer, was er tijdens de barbecue niet minder om. Onheilsaanzeggers voorspelden dat het in Wageningen en omgeving de hele dag zou regenen. Bovendien was de Jan Jansen Classic 'een kopie van Veenendaal-Veenendaal of de Bergtoer in Ochten, maar dan oneindig veel drukker.' Wat zegt de bijbel ook alweer over valse profeten? Op twee korte, maar hevige buitjes na, reden we de hele dag droog. En van drukte hebben we niks gemerkt. Wel de prettige sfeer van een goed georganiseerde 26ste editie van deze tocht.

De uitgebreide campus van de Landbouwuniversiteit Wageningen biedt gastvrij onderdak aan de deelnemers van de JJC. Volop parkeerruimte, een goed geoutilleerde sportzaal met massageruimte, een wielermarkt en een vlotte afhandeling van de inschrijfprocedure, zeker als je achternaam met de O (Otten) of P (Van der Plas) begint, want dat is de complete afvaardiging van de Afdeling Wielersport van de IJVK voor deze tocht: Mike et moi, niet toevallig allebei met legerervaring. Later blijkt ook clubgenoot Rob L. de 150 km-versie te hebben gereden, met twee fietsmaten.

Ons voornemen om een beetje lekker uit te bollen in groepjes renners die ons uit de wind houden, is in de praktijk lastig uitvoerbaar. Want: waar is iedereen? De verschillende afstanden splitsen zich vrij snel, dus wie én de 200km rijdt en al om 8 uur is gestart - zoals wij - rijdt veelal in grote eenzaamheid. We hebben ons ook als doel gesteld om er een aangename duurrit van te maken en trappen ons eigen tempo. Voor de enkelingen die we inhalen is dat te snel - zeker heuvel op - en de echte koerstijgers laten wij gaan. Op 200km moet je toch vooral doseren en op twee weken voor La Marmotte gaan we ons ook niet het snot voor de ogen rijden. We hebben bovendien al genoeg te stellen met de wind, die soms het carbon onder je kont vandaan blaast. Maar in de bossen van de Veluwe is het beschut rijden. Afwisselend is de route wel: soms eindeloos lang lijkende, met vals plat omhoog lopende boswegen, dan weer venijnig korte, kronkelende klimmetjes.

Over de verzorging onderweg hebben we niks te klagen: er zijn volop sportdrank, Veluwse krentenmik en bananen verkrijgbaar bij de ravitailleringposten. En door sommige stempelplaatsen bij restaurants in te richten, kan er ook appelgebak of een lichte lunch worden gescoord. Wel is de route af en toe een beetje op z'n Belgisch uitgepijld, dat wil zeggen: routebordjes ná de bocht, in plaats van ervoor. Maar we rijden geen een keer verkeerd. Voor mij nieuw: geen lompe chips aan de voorvork, maar elektronische stickers achter het zadel die ook door matten op het wegdek worden uitgelezen. Tot zeker 160 kilometer houden we het vrijwel droog en kunnen zelfs de mouwtjes af als het zonnetje doorkomt. Maar dan...

...komt het na een donderslag opeens met bakken uit de hemel. Niet één keer, maar twee keer. In beide gevallen heeft de organisatie gezorgd voor waterdichte viaducten waaronder we kunnen schuilen. Hooguit vijf minuten, duurt zo'n wolkbreuk, en daarna kunnen we weer door met alleen het spatwater van de weg. Daarvoor hebben we 's morgens nu net onze waterdichte overschoenen aangetrokken. Vele tientallen lekrijders zijn we al gepasseerd, als ik in een bocht zelf ook voel dat mijn achterband niet meer op spanning is. De twee binnenbandjes die ik al maanden in mijn zadeltasje heb, blijken voor mijn winterwielen: de ventielen zijn veel te kort om door mijn hoge carbonvelg te steken. Maar Mike - vandaag ook hoogbevelgd - brengt uitkomst. En het blijft gelukkig bij één lekke band.

Tegen het eind pikken we ook nog een Rijnsburger in een Luyten-pakje op; volk waar je normaal niks aan hebt, maar deze blijkt - na enige aansporing - na een half uur wieltjesplakken ook bereid tot enig kopwerk. In een stralend zonnetje maken we de tocht vol en is het in de sporthal tijd voor herstelbier en het bewonderen van onze trofeeën: een medaille en een heus 'Brevet, uitgereikt wegens het volbrengen van De Jan Janssen Classic', met daarop alle 34 klimmetjes die we achter de rug hebben. Mocht je je onderweg hebben afgevraagd waar je het ruim 200 kilometer allemaal voor doet, dan is dit het antwoord. 

 
 
 
 

Donderdag 16 juni 2011

Beste Corien,

Je zult de afgelopen weken wel gemerkt hebben, dat je man Rob met aanmerkelijk meer plezier de trainingen van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk bezoekt. Natuurlijk, hij fietst ook graag met jou, op zijn vrije woensdagmiddag, al mag hij op zijn werk nog wel eens mopperen dat je om elk pijntje aan het zitvlak verstek laat gaan. Maar op de clubavonden leeft hij tegenwoordig helemaal op. Nee, ik geloof niet dat het iets te maken heeft met het feit dat we sinds kort iemand met lang blond haar en bijna achttien lentes in de groep hebben. Dat lijkt misschien maar zo, omdat hij er graag de hele avond naast fietst, om gezellig een beetje te klessebessen, handige tips te geven of een beetje stoeremannenpraat uit te slaan. En omdat hij niet minder dan een mannetje of zes aan het werk zet om haar lekke band te verwisselen. Maar verder is het puur fietsplezier hoor, dat hem op een mooie donderdagavond naar de club doet snellen. Maak je maar geen zorgen!

 
 
 
 

Dinsdag 14 juni 2011

Voor de Jehova Getuigen van het Sociale Rijden - handjes op het stuur, beetje slap ouwehoeren onderweg - geldt het als een scheldwoord: gemiddeldegeilheid. Maar voor ons - A'tjes van de Afdeling Wielersport van de IJVK - is het gemiddelde slechts de weerslag van een goed verlopen training waaraan iedereen een voldaan gevoel overhoudt. Dus ja, dat vanavond het gemiddelde over 77 kilometer uitkwam op een - voorlopig - clubrecord van 36,7 km in het uur, was nooit het uitgangspunt maar slechts het resultaat van een rondje Katwijk-Bloemendaal aan Zee, dat aan het eind - anders waren we wel erg vroeg terug in het clubhuis - nog spontaan werd uitgebreid met een lusje Wassenaar. En uitgerekend daar kreeg kapitein Teun een lekke band, waarbij ik snel mijn kilometerteller op pauze zette en hem pas weer aandeed toen de snelheid weer tegen de 40 kilometer liep. Want ja, zo'n akkefietje zorgt er al gauw voor dat het gemiddelde met enkele tienden terugloopt. En daar krijgen wij - gemiddeldegeilers - toch wel een beetje een slappe van.

 

 
 
 
 

Maandag 13 juni 2011

Voor de zoveelste keer dit jaar reed ik het afgelopen weekend naar de Ardennen en Luxemburg, maar nu voor het eerst zonder racefiets. Met als excuus dat we haar nieuwe auto moesten inrijden, voerde ik mijn eega langs een aantal monumentale fietsroutes in België en het Groot-Hertogdom, waarbij ik uiteraard de ogen niet sloot voor de romantische kant van het landschap. Iets wat je maar al te vaak ontgaat, als je met een stel lelijke kerels op stap bent. En, hoewel ik er natuurlijk niet aan ontkwam om af en toe wat wieleranekdotes in de conversatie op te nemen, heb ik niet - zoals boze tongen uit Spanje beweren - bij elke helling verteld met welk verzet ik omhoog reed.

(Bovenstaande foto vergde het uiterste van mijn Iphone.)

 
 
 
 

Zaterdag 4 juni 2011

Organisatoren van wielertoertochten hebben het niet gemakkelijk. En al helemaal niet als ze in Limburg of de Belgische Ardennen een rondje wilt uitpijlen. Onder druk van inwoners die een beetje gek worden van al die mannetjes op snelle fietsen die in het weekend hun hellinkjes onveilig komen maken, zijn (vooral de gekozen) burgervaders gauw geneigd om geen vergunning te verstrekken. Ook De Waalse Pijl, die wij vorig jaar nog als officiële toertocht reden en voor 2011 op zaterdag 4 juni stond gepland, is daar het slachtoffer van geworden. Maar niet getreurd, want met behulp van de Garmin en de gele (Waalse) pijltjes op het wegdek kun je ook 150 kilometer burgerlijk ongehoorzaam zijn.

We waren niet de enigen die op deze zaterdag naar Spa waren afgereisd, waar de sporthal die het vertrekpunt vormt voor de Waalse Pijl vandaag de plek is waar toerfietsers hun auto's stallen, fietsen afladen en schoentjes aantrekken om kuitenbijters als La Redoute en de Rosier te bedwingen. Zowel neef Raymon als ik hebben hetzelfde gps-bestand op onze (ook verder identieke) fietscomputer geladen, maar kennelijk als gevolg van andere instellingen springt het ene apparaat er anders mee om dan het andere. Na ampele discussies bij kruisingen en T-splitsingen besluiten we blind te varen op de Garmin van Raymon. Dat gaat bijna overal goed. De Waalse pijltjes op het wegdek zijn wat minder betrouwbaar omdat je niet goed weet welke afstand ze aangeven (wij vermoeden dat alleen de langste - van 220km - nog goed zichtbaar is).

Een week eerder reed ik in Luxemburg nog de Jean Nelissen Classic, waardoor het opvalt hoe verschillend van karakter de klimmetjes zijn vergeleken met de Ardennen. Rond Vianden lekker lang en geleidelijk - wat mij beter ligt - en rond Spa betrekkelijk kort en vaak venijnig steil. Zoals de eerste serieuze puist die opduikt in ons rondje: La Redoute. Al vaker scherprechter in de wedstrijdversie van de Waalse Pijl en nog steeds uitbundig beschilderd met aanmoedigingen voor (met name) Philip Gilbert. Ons gezelschap van zes - behalve uit Raymon bestaande uit Graham (een paar dagen op een camping bij Spa), Gerald (verblijft even in Maastricht), Kees, Gerrit en ik (vanmorgen om 4.30 uur opgestaan om rond half negen in Spa aan te komen) - worstelt zich omhoog. 

Op de stukjes van 15 tot 18 procent bouw ik voor mezelf nog wat extra uitdagingen in om, gedraaid op mijn fiets - bovenstaande plaatjes te schieten. (Het lijkt heel wat, maar ik heb ze op de computer allemaal handmatig recht moeten zetten.)

Tropische temperaturen tot 30 graden zijn ons voorspeld, maar zelfs in het wintertenue van de Afdeling Wielersport van de IJVK ('Waar blijven de zomershirts?') is het nog goed uit te houden. Lekker warm is het, met zeker op de wat vlakkere stukken een aangenaam windje. Lekker rustig is het ook, zonder de 6000 andere fietsers die met ons mee waren gereden als de Waalse Pijl op deze dag wél was doorgegaan. We pikken hier en daar wat groepen fietsers op - soms zelfs een heel peloton vrouwen - maar dat draagt alleen maar bij aan de feestvreugde.

Want een feest is het, fietsen in het Waalse land. Minder gepolijst dan in Luxemburg - vooral in de afdalingen moet je beide handen stevig aan het stuur houden op het slechte asfalt - maar altijd afwisselend en van een grote landschappelijke schoonheid. We rijden - ik kan het woord bijna niet meer uit mijn toetsenbord krijgen - sociaal, dat wil zeggen: ieder in zijn eigen tempo omhoog, boven (of soms, omdat ik een slechte daler ben, na de afzink) op elkaar wachten en op de wat vlakkere stukken elkaar uit de wind houdend en een beetje ouwehoeren bij maximaal 30 kilometer in het uur. Het gemiddelde ligt om die reden niet bijzonder hoog - mijn Garmin viel bij het navigeren een paar keer uit, waardoor ik geen betrouwbare meting heb - maar we hebben de tijd en nemen die ook, onder meer om twee keer op te steken op een terras. Alleen Graham, die zijn eerste klimmeters van het seizoen doet, klaagt af en toe dat hij door het 'duo Hoek-Van der Plas bergop naar de kloten wordt gereden', maar mijn vrouw zou zeggen: Daar ben je toch zelf bij?

Tegen vieren zijn we in Stavelot, waar we na een aardbeienpunt besluiten om het extra lusje met de Stockeu en de Wanne maar te laten zitten. Gerald heeft een behoorlijk slag in het wiel en zelfs zonder die extra 20 kilometer zijn we nog pas om 18 uur bij de auto's in Spa terug. Dan is het met 150 kilometer wel welletjes. Op weg naar het eindpunt pikken we nog wel even de Rosier mee, waar Graham ondanks het gebak een serieuze hongerklop krijgt  te verwerken en de Marmotte-mannen Raymon et moi voor de laatste keer nog even mogen doortrekken. Maar wel boven wachten, natuurlijk. Voor sociale rijders hebben ze daarvoor speciaal een bankje neergezet.

 
 
 
 
     
 

Donderdag 2 juni 2011

Mag ik van u, van de nooit vervelende routes, het rondje De Meije? Wel ja, pak maar in, voor een mannetje of acht. De rest van de wielerclub staat langs het sportveld bij een nazaat, moet deze Hemelvaartsdag gewoon werken of draait zich nog een paar keer om tussen de klamme lappen. Maar wij koesteren ons in het bijna-zomerzonnetje dat uitbundig straalt in het Groene Hart. We kunnen het begrip bijna niet meer horen, maar vandaag wordt er sociaal gereden. Dat betekent: een tempo rijden dat iedereen in de groep kan bijhouden, geen rare demarrages of plotseling 'koers', slechts één keer luid en duidelijk bellen bij het passeren van recreatiefietsers en in het voorbijgaan netjes 'dank u wel' zeggen. Maar wel lekker doorrijden, ondertussen, met het klokje steeds rond de 30 kilometer in het uur (met wind tegen) en ruim daarboven met het windje in de rug. Want: wind mee en berg af kan iedereen fietsen.

Tot aan de koffiestop bij het inmiddels bekende paviljoen met de aanbieding (2 koppen koffie en een appelpunt met slagroom voor 4,50 euro) rijden we in betrekkelijke rust, maar vanaf een uur of elf komen ook de dagjesmensen uit hun spelonken en wordt het oppassen geblazen. In het sociale rijden houdt dat in: veel op één lijn rijden, tempo aanpassen, elkaar met armsignalen waarschuwen voor tegenliggers (niet gillen) en geen gevaarlijke inhaalmanoeuvres. Dan kun je precies honderd kilometer trappen, zonder één wanklank, lekke band of gebroken spaak. Ja, óók bij de Afdeling Wielersport van de IJVK.

Wel nog een paar prikkelende stellingen gehoord, onderweg:

- Wie nog één keer begint over sociaal rijden, sla ik op zijn gezicht.

- Renners die het tempo gewoon kunnen bijhouden, hoor je nooit over sociaal rijden.

- Sociaal rijden is een excuus voor fietsers met een trainingsachterstand.

 

(Maar het kan ook zijn dat ik in mezelf sprak....)

 
 
 
 

JNC 2011

Zaterdag 28 mei 2011

Wat krijg je als vier kerels het beter weten dan de juffrouw van de primitieve voorloper van de TomTom die fietsmaat Peter in zijn auto heeft? Dan beland je op zeker moment met de caravan achter de trekhaak op een onverhard weggetje tussen de bietenvelden in Marc Dutroux-land. We zijn op deze vrijdag afgereisd naar Vianden (Luxemburg) om de Jean Nelissen Classic te rijden, maar op dat moment is onze deelname aan deze tocht even onzeker als de bewering dat Lance Armstrong zijn Tour de France-overwinning zonder doping heeft gehaald. Chauffeur Peter heeft het even helemaal gehad met de 15-procentshellingen en de twee meter brede weggetjes waarover hij zijn 2.30 meter brede sleurhut probeert te manoeuvreren. Tijd voor drastische maatregelen, derhalve. Met mijn zestien jaar caravanervaring neem ik het stuur van hem over en Ton programmeert vanaf de achterbank een nieuwe route op de Garmin-fiets(!)computer, die ons uiteindelijk weer naar de bewoonde wereld leidt.

Tegen 16 uur rijden we camping An dem Deich in Vianden op, waar we de pootjes uitdraaien naast de camper van Rob2 en Ria, voor wie de Jean Nelissen Classic ook het begin van hun vakantie vormt. Als uitkomst van een ingewikkeld compromis heb ik een slaapplekje in de caravan van Peter bedongen, neef Raymon en Ton delen een tentje. Althans, dat is de bedoeling. Maar zodra Raymon zijn buitenmodel luchtbed heeft opgeblazen is er zelfs voor de drie turven hoge Ton geen ruimte meer onder het dundoek. Liefdevol gunnen Peet en ik hem met zijn opblaasbare slaapmatje een plekje in het gangpad van de caravan, waar wij allebei de beschikking hebben over een riant tweepersoonsbed.

De Jean Nelissen Classic wordt dit jaar voor de negende keer georganiseerd door de Driebergse Tour Club (DTC). De befaamde wielerjournalist was weliswaar een Limburger, maar had bij leven een hotel-restaurant in Vianden. De naar hem vernoemde tocht kan worden gereden over verschillende afstanden, die met elkaar het forse aantal hoogtemeters gemeen hebben. De hellingen zijn hier behoorlijk langer dan in de Ardennen, waardoor je bij de koninginne-afstand (220 kilometer) op ruim 4700 hoogtemeters (4,5 keer Alpe d’Huez) uitkomt. Voor ons – Raymon, Peter, Mike (die zich hier vanaf een andere camping bij ons voegt) en mij – een ideale voorbereidingsrit voor La Marmotte (174 kilometer, 5500 hoogtemeters) op 2 juli. Voor de langste afstand is het raadzaam om, na een riant rennersontbijt voor de caravan, rond 7 uur te starten. Omdat de eerste lus van 135 kilometer die we rijden gelijk is aan het traject voor degenen die de 165 kilometer doen, trekken we de eerste uren samen op. Helemaal in opperste harmonie gaat dat niet, vanwege de verschillende uitgangspunten voor deze dag en het wisselende krachtsniveau, maar iedereen die zich geregeld in een groepje wielrenners ophoudt weet dat dat de gebruikelijke usance is.

De omstandigheden voor deze negende Jean Nelissen Classic zijn ideaal te noemen. Al ruim voor de start laat het zonnetje zich zien, het is niet te warm en van de wind heb je alleen op de hoogvlaktes een beetje hinder. Door een limiet aan het aantal deelnemers (1500) en de goede organisatie, is de sfeer overal gemoedelijk. Geen wachtrijen bij de bevoorrading, een uitstekend uitgepijlde route en een schitterend Luxemburgs wegennet waar je slechts af en toe te maken hebt met een auto (zonder uitzondering in de hoogste prijsklasse, als het tenminste een lokale bestuurder betreft). Alle hellingen worden perfect aangeven met informatieborden waarop lengte, gemiddeld- en maximaal stijgingspercentage wordt aangeven, al betwijfelen wij – vrijwel zonder uitzondering geavanceerde Garmin-bezitters – of alle gegevens op die bordjes kloppen. Maar dat kan ook van de Garmins worden gezegd. Een feit is in elk geval dat op heuvels met een maximale hellingshoek van 10 procent, op onze schermpjes geregeld 13 tot 15 procent wordt aangetikt.

Bij de bevoorradingsposten is ook een fietsherstellerspost ingericht, waardoor het een bijzonder toeval mag worden genoemd dat Mike precies op de voorlaatste helling van de eerste tussenstop besluit om zijn ketting kapot te trappen, na een schakelmoment waarbij hij zowel de voor- als de achterderailleur probeert te bedienen. Zelf ben ik, naast hem rijdend, in de veronderstelling dat de ketting er alleen maar afloopt, dus laat ik hem heerlijk aan zijn lot over. Pas na een kwartier zie ik – genietend van een banaantje en een gevulde koek – hoe mijn fietsmaten hem de laatste kilometer naar de mecanicien duwen. Als troost pas ik voor deze armlastige marinier wat baar geld bij voor een nieuwe Ultegra-ketting die hem weer op weg helpt.

 

Met nog wat meer horten en stoten – onder meer een lekke band voor Hugo en een snelheidsschisma in de groep – bereiken we min of meer gezamenlijk ook de tweede en derde bevoorrading en zijn de 220-kilometersgangers de eerste 135 kilometer ook nog in een dusdanige tijd doorgekomen, dat ze nog aan de laatste lus van 85 kilometer mogen beginnen. Maar dan blijkt het eerste deel van de tocht bij Mike en Peter toch zijn tol te hebben geëist. Zij schuiven bij de 165-kilometergangers aan op een terras voor koffie en een appelpunt, terwijl Raymon en ik doorrijden voor de 220. Maar niet nadat we in de sporthal waar we een controlestempel halen een riant bord spaghetti en een cola wegwerken. Na bijna vijf uur gelletjes, mueslirepen, gevulde koeken en zoete sportdrank die zich tot een kleffe bal in mijn maag hebben gekneed, is dat een verademing. Als herboren gaan we weer op pad.

Samen rijden we daarop – bevrijd van de ballast die fietsmaten heet – het laatste deel van de route, die nog bijna 2000 hoogtemeters voor ons in petto heeft. Pas in de laatste vijf kilometer gaat het kaarsje bij mijn neef in één keer uit, een effect dat 215 kilometer fietsen in zwaar terrein soms op mensen schijnt te hebben. Maar dan hoeft hij alleen nog maar de Muur van Vianden op - met stukjes waar het 23 procent omhoog gaat - die de parcoursbouwers met satanisch genoegen helemaal op het eind van de tocht hebben neergelegd. Maar dat is slechts een kwestie van verstand op nul, moeizaam rondmalen en de handen krampachtig aan het stuur houden om je voorwiel op de grond te houden, en je bent boven. En de spierpijn? Die komt pas op de terugweg, op de achterbank van de niet met veel beenruimte gezegende Volkswagen Touran van Peter. Heel gehoorzaam luisteren we naar de juffrouw van de TomTom die ons feilloos - via Antwerpen dit keer - naar huis stuurt.

 
 
 
 

Zondag 22 mei 2011

Nee, van het sociale rijden zijn we vandaag niet. Als ik - net nadat ik bovenstaande foto heb gemaakt - met één hand aan het stuur en de ander in de rugzak van mijn shirt om mijn camera weg te stoppen, op de brug bij Rhenen te ver doorschiet terwijl we rechtsaf naar beneden moeten, draaien mijn 'vrienden' op de dijk langs de Nederrijn meteen het gas vol open. Alleen Teun blijft op me wachten en samen rijden we - wind pal tegen - met 43 in het uur, steeds kop over kop - het gat van bijna een kilometer dicht. En dat valt niet mee, tegen vier man die vastbesloten zijn om ons er niet bij te laten komen. Na de hereniging is het dan ook tijd voor subtiele wraak. Bij elke overname in ons molentje gooi ik bewust steeds drie tot vijf kilometer bovenop het vaste tempo van 37 kilometer, zodat het achterin langzaam maar zeker begint te kraken. Bij Wijk bij Duurstede blaast Floor - hij is door drie verraders aangewezen als degene die het spel op de wagen zette - zichzelf op. En is Raymon zo gretig om dat meteen te constateren en ons tot een lager tempo te manen. Meestal ook een teken dat je er zelf doorheen zit. Revenge!

Met zes man - Rob2, Raymon, Peter, Teun, Floor et moi - zijn we deze zondag afgereisd naar de Utrechtse Heuvelrug om vanuit Driebergen een rondje van 90 kilometer te rijden waarin 'alles' zit: leuke klimmetjes (onder meer de 'Amerongse- en de Grebbeberg), brede bospaden en polderland. Bij de start is het zowaar droog, al houden we nog wel een paar uur last van een nat wegdek. Maar dat zorgt in elk geval dit keer niet voor lekke banden. Traditiegetrouw beginnen we wel met het oplappen van de fiets van Raymon: hij heeft op zich het duurste materiaal, maar zijn verkeerde zuinigheid leidt er elke keer weer toe dat hij met het wrak van de weg aan de start verschijnt. Dit keer heeft hij zijn dure Dura Ace-wielen - mogen ook niet nat worden - vervangen door dunne Fulcrummetjes en blijkt hij met een losse voorrem te rijden. Omdat niemand de juiste inbussleutel bij zich heeft, brengt een behulpzame assistent van een benzinepomp uitkomst.

De route die Rob2 van internet heeft geplukt, rijdt inderdaad als een speer. Mooie, brede wegen, nauwelijks andere fietsers of recreatief verkeer - daar zullen de dreigende luchten ook toe hebben bijgedragen - en de omgeving is van een grote landschappelijke schoonheid. Er zitten zelfs wat Albert-elementjes in - een verwijzing naar de meesterrouterplanner van de Afdeling Wielersport van de IJVK - in de vorm van een oversteek per pont. Ruim binnen de drie uur zitten we op het terras van het Wapen van Driebergen aan een vorstelijke punt. Vanaf nu mogen we weer sociaal doen. In elk geval tot de volgende rit.

 
 
 
 

 

Zondag 15 mei 2011

 

Waar twee passies - fietsen en bier drinken - bij elkaar komen, is ooit de Abdijentocht ontstaan. Een toertocht door het Brabantse land die voert van bierbrouwerij De Koningshoeven - makers van het trappistenbier La Trappe - naar de Achelse Kluis, ook al zo'n trappistenklooster waar ze wel wat anders te doen hebben dan aan de kleine jongetjes zitten. De Abdijentocht: de eerste fietstocht waarvoor Graham, Rob2 en ik een Bob regelen. Neef Raymon belooft na afloop niet van het gerstenat te proeven maar rijdt ons, benevelde oude mannen, terug naar huis.

 

De aankomst bij het monumentale klooster- en brouwerijcomplex in Berkel-Enschot stelt ons niet teleur. We mogen onze auto letterlijk parkeren tussen de stapels met bierkratten. Wat is er mooier dan je bandjes op druk brengen terwijl je De Rosa rust tegen in de juiste kleur gespoten kistjes met trappistenfust? Echt storm loopt het niet met wielertoeristen op deze, qua weer wisselvallige, zondagmorgen, wat de Brabantse gemoedelijkheid bij inschrijving en start alleen maar ten goede komt.

Waar we onderweg naar Berkel-Enschot al bang voor waren - geregeld reden we al door flinke hoosbuien - wordt eigenlijk al vanaf de eerste minuut van de Abdijentocht bewaarheid: het begint te regenen. Niet zomaar te regenen, maar - zoals ze in het vaderland van Graham zeggen - katten en honden te regenen. Neef Raymon - die staat te stuiteren na wekenlang te hebben gewerkt aan een lijvige scriptie over Technisch Lezen - reageert op het noodweer door als een speer uit de startblokken te schieten. Als ik de rits van mijn jack nog sta dicht te trekken, ligt hij al op 500 meter met Graham - ook het hoofd gebogen in een zie-niet-om-mentaliteit - in zijn kielzog. Onderweg schijnt hij aan zijn medevluchter te hebben voorspeld hoe ik ga reageren als we hen hebben bijgehaald. En ik stel hem niet teleur: 'Sjongejongejonge! Doe effe normaal, garnalenverstand!'

 

 

 

 

Een uur lang rijden we in de stromende regen, totdat we geen droge draad meer aan ons lijf  hebben. Soppend in onze schoenen zoeken we bij de eerste bevoorradingspost beschutting in een muziektent, waar we ons laten volstoppen met vruchtencake en tropisch fruit. Ja, bij de Abdijentocht hebben ze zo hun eigen ideeën over het bijvoeren van wielrenners. En dan begint het warempel droog te worden, ware het niet dat zich daarmee een nieuwe vorm van ellende aandient: lekke banden. De eerste is voor neef Raymon, die zijn peperdure Giant thuis in de schuur heeft laten staan - het ding mag niet nat worden - en zich hier verplaatst op een gammele Trek met uitgewoonde bandjes.

 

En het blijft niet bij één lekke band: ook de tweede is voor Raymon, de derde voor Rob2, de vierde weer voor Raymon en de vijfde voor Rob2. Maar ach, eigenlijk zijn ze allemaal voor Rob2, want hij is het steeds die de bandjes wisselt terwijl wij vol bewondering toekijken. Man, wat kun jij dat snel! En goed!

Echt vlot verloopt onze tocht derhalve niet. Tegen de tijd dat we zo'n beetje hadden gedacht weer bij de finish aan het trappistenbier te zitten, laten we ons op keerpunt bij Achelse Kluis een perenpunt met slagroom en een kop koffie voorzetten. En dan is nog maar 60 kilometer wind tegen terug, met de doordringende kou van te langzaam opdrogende klamme wielerkleding.

Toen ik op de heenweg neef Raymon voorhield dat hij weer met garnalenverstand onbesuisd op kop sleurde, meldde hij me overmoedig: 'En wat als ik dat nou 125 kilometer volhoud?' Ik aarzelde niet met mijn antwoord: 'Dan heb ik respect.' Maar na een uur molentjes draaien tegen windkracht 6 met een kruissnelheid van 35 kilometer in het uur laat mijn neef steeds vaker verstek gaan in onze gesmeerd lopende carrousel. Zijn trapfrequentie wordt nog lager dan die normaal gesproken al is, en op het moment dat Rob2 hem daarin probeer te corrigeren, is het definitief met onze leerkracht in spé gedaan. Bergop rijdt hij als de beste, maar hij heeft een hekel aan wind.

De nazit dan. Daarover kunnen we kort zijn. Op het terras bij het Proeflokaal laten we ons in een flauw zonnetje een dwarsdoorsnede van het La Trappe-assortiment voorzetten: van Blond naar Isid'or tot Triple, begeleidt door een constante stroom van bittergarnituren.

De Abdijentocht is nu al een klassieker in ons jaarlijkse toerschema! Proost!

Garmin-link: http://connect.garmin.com/activity/86084851

 
 
 
 

Zaterdag 7 mei 2011

Niemand van mijn vaste fietsmaten mag dan zo gek zijn om, zoals ik, op een zaterdag 240 kilometer weg te trappen, al na 15 kilometer heb ik een nieuwe vriend. Een wat oudere man op een racefiets die op een camping in Noordwijk verblijft en dit seizoen toe is aan zijn eerste rondje Ringvaart. Bij Weteringbrug vraag hij, als ik hem inhaal, beleefd of hij achter me mag blijven hangen. 'Sommigen vinden dat niet prettig, namelijk.' Mij maakt het niet uit en ik houd hem een tijdlang uit de wind. De campinggast blijkt in zijn glorietijd 78 marathons te hebben gelopen - snelste tijd: 2.30 uur en een beetje, top twintig van Nederland - en daarna te zijn overgestapt op de triatlon. Hij was een hele goede zwemmer, fietsen ging wat minder. Na een kwartier vraagt hij aan mij of het ietsje zachter kan. Dat is de eerste opsteker van de dag!

Ter hoogte van Schiphol rijd ik een groepje renners achterop dat me feilloos naar het startpunt van de Boretti loodst: het velodrome in Sloten. Een gigantisch complex, dat voor de 6000 deelnemers toegankelijk blijkt door achter een enkele rij stoeltjes door te schuifelen naar een smal trapje. Het is niet de enige vorm van filevorming en vertraging. Mijn startnummer (5853) haal ik vlot op, maar de rij voor de gratis shirtjes is zeker honderd meter lang. Doordat ik laat heb ingeschreven, wordt mijn wielertenue opgestuurd. Een voorrecht dat alleen is weggelegd voor de startnummers 5000 en hoger. Mijn tweede opsteker van de dag!

De Boretti kun je rijden vanaf 50 kilometer. Maar er zijn ook rondjes van 75 en 110. Ik rijd de 160 en omdat ik vanuit Katwijk op de fiets ben gestart, maak ik vandaag de 240 kilometer vol. Mijn eerste fietstocht boven de 200, iets wat ik me twee jaar geleden heb voorgenomen toen ik net het goud miste in La Marmotte. Het verschil tussen zes en negen uur op een racefiets zitten, moet je een paar keer aan den lijve hebben ervaren. Bij de marathon zijn de laatste tien kilometer ook onevenredig veel zwaarder dan de dertig ervoor.

 

 

Na 20 kilometer in deze Classico krijg ik nog meer nieuwe vrienden. Clubgenoot Graham - zowel lid van de Afdeling Wielersport in Katwijk als bij de Tourclub Limmen in zijn nieuwe woonplaats Castricum - rijdt me met zijn fietsmaten achterop. En hoewel ik me heb voorgenomen om de hele dag niet boven de 30 kilometer per uur te rijden en mijn hartslag onder de 130 te houden, kan ik het toch niet laten om aan te haken. Zeker nadat Graham me heeft bezworen dat er ook in zijn groepje mannen zitten die willen toeren. Vertrouw nooit een wielrenner die dat zegt. Binnen de kortste keren buffelen we gewoon met 40 kilometer over 's Heeren wegen, knallen het Kopje van Bloemendaal op en doen ook anderszins alsof het koers is.

Het rijden in een groep gelijkgezinden is, behalve gezellig, ook tamelijk inefficiënt. Bij bevoorradingsposten bepaalt de langzaamste het tempo en onderweg moet er worden gewacht op een enkeling die het tempo niet kan bijhouden. We zijn ene Hans kwijt en vinden hem ook niet meer terug. Ook niet na enkele telefonades en een kwartiertje langs de kant staan. Het is ook overal hetzelfde, weet ik uit ervaring bij mijn eigen cluppie. Wel zo geruststellend. Af en toe plaatsen ook de parcoursbouwers ons voor een raadsel door bordjes te hangen op plekken waar je ze niet verwacht en wielrenners, ook bij verkeerd rijden, graag kuddegedrag vertonen. Verder zijn in de Boretti alle paden opgenomen - zoals die door het duingebied van Zandvoort naar Noordwijk - die je als wielrenner op mooie dagen beter kunt mijden. 

Als de TC Limmen in Voorhout het terras opzoekt, rijd ik alleen door. Mijn dag is nog lang. En er zijn genoeg andere groepjes om bij aan te sluiten. Wel wreekt zich op het tweede deel van de rit dat ik al twee bevoorradingsposten aan me voorbij heb laten gaan omdat ik het er te druk vond. Op het terras van een snackbar in Bennebroek eet ik snel twee broodjes fricandeau ('Nee, geen frikadel', moet ik de frietenbakker duidelijk maken) en bestel ik twee flesjes sportdrank. De uitbater heeft alleen van die witte Aquarius. En daar word ik misselijk van, merk ik na een half uur. Bovendien heb ik ook pijn in mijn kop. Door de zon, maar ongetwijfeld ook door vochtgebrek. De laatste twintig kilometer zit ik er een beetje doorheen, op een parcours dat nog steeds de raarste kronkels maakt maar uiteindelijk weer uitkomt op de Ringvaart. Met wind tegen sukkel ik terug naar de finish in Sloten, waar ik een tijdje met een colaatje in de schaduw ga liggen om moed te tanken voor de terugtocht naar Katwijk. 

Op het laatste stukje Ringvaart van vandaag heb ik de wind wel stevig in de rug, de laatste opsteker! Bovendien wacht ter hoogte van jachtwerf Royal Van Lent op Kaageiland nog een mooie afleiding voor de pijn in mijn kuiten in de vorm van een tewaterlating van wat Graham later op het Ledenboek van de club een 'drijvend bankiersbordeel' zal noemen. Daar heb ik niks aan toe te voegen.

 
 
 
 
 

Zaterdag 30 april 2011, Jalón, Costa Blanca

Spaanse wielrenners houden niet van regen. Sterker nog, als de weg alleen maar nat is en er verder geen neerslag van betekenis valt, blijven ze thuis. Daar is bij het rijden in de bergen wel wat voor te zeggen - de wegen worden hier bij nattigheid spiegelglad door olie- en olijfresten en dat is niet prettig in een afdaling met 70 kilometer in het uur - maar net als bij ons in Nederland kun je hier ook prima vlak fietsen, bijvoorbeeld als je de kust aanhoudt. Dus wij laten ons - in tegenstelling tot de mannen van de Club van Pedreguer - op de laatste dag van ons trainingskamp niet weerhouden door een beetje regen. De wekker was tenslotte toch al om zes uur gezet, we hebben ontbeten en zitten in onze pakjes van de Afdeling Wielersport van de IJsclub (!) Voorwaarts Katwijk te trappelen van ongeduld. En die paar druppels...

...worden er wel wat meer als we in het halfduister richting de donkere wolken boven het dorpje Jalón rijden, vanwaar de Welshman Gareth al via sms heeft laten weten dat hij lekker in zijn bedje bij juf Carmen blijft omdat het buiten te nat is. We schuilen even onder het afdakje van de MasyMas-supermarkt en besluiten dan om van de regen weg te fietsen, richting Benissa en verder langs de kust. Vooral mijn rentenierende vriend Edwin is niet te houden na een dag rust en knalt met een snelheid de heuvel bij Senija op die doet vrezen voor de rest van deze rit. Maar, zoals ik hem voorhoud, de prijzen worden pas aan het eind verdeeld.

Langs de kust fietsen betekent rijden over glooiende wegen, maar tijdens een rit sprokkel je toch heel wat hoogtemeters mee. Zoals hier, bij de beklimming van de Montgó, de puist die Javea van Denia scheidt.   

Onderweg nemen we - het is tenslotte vakantie - de tijd voor toeristische bezienswaardigheden, zoals het uitzichtpunt op de landtong hoog boven het haventje van Javea.

 

 

Ook de bootjes in de haven van Denia zijn - in elk geval voor mij - een vaste fotospot op een trainingskamp, waarna we doorrijden naar ons favoriete almuerzo-restaurant in Denia Nova. Hier beleggen ze mijn stokbrood van bijna een meter uiteraard weer met lomo (gebakken plakken varkensvlees), kaas en tomaat - de met een minder sterke maag uitgeruste Rob2 en Edwin houden het veiligheidshalve bij tortilla met kaas - en olijven, een salade, pinda's, een fles wijn en gaseosa op tafel zetten. Voor dit complete rennersmaal vragen ze na afloop twaalf euro. 'Vanwege de concurrentie', legt Edwin uit. 'Ze zijn goedkoper geworden. Voorheen was het 4,50 euro per persoon, nu maar vier.' Onderweg: verse sinaasappels eten van de boom (linksboven), donkere wolken boven Pego (rechtsboven) en (daaronder) voor mij nog een lekke band. Niet omdat ik niet goed was, maar omdat Edwin me dit al had voorspeld. De voorband op mijn leen-Orbea was een beetje gaar.

 

 

Soms rijden we over een nat stukje weg of worden gewaarschuwd door  tegemoetkomende fietsers dat we niet te ver naar het binnenland moeten - waar het wel regent - maar wij houden het de hele rit droog. Zelfs op de venijnige beklimming van wat ze hier de Tourmalet noemen. En wat ik eerder op de dag al voorspelde: de prijzen worden pas op de meet verdeeld. Tot drie keer sla ik met speels gemak een aanval op (eerst) de bolletjestrui en later op de eindoverwinning in het klassement van Rob2 af. Edwin doet - in de wetenschap dat hij in elk geval brons heeft - niet fanatiek mee om het podium. Met hun complimenten proberen ze me meteen ook te ontmoedigen: 'Jij bent nu zo sterk, dat kan de komende maanden alleen maar minder worden.' Prettig om te weten, in de aanloop naar mijn hoofddoel voor dit jaar: La Marmotte (op 2 juli).

 

 

 

Als mijn fietsmaten het na 127 kilometer voor gezien houden en Rob2 begint aan het inpakken van zijn nieuwe Gazelle, doe ik nog een extra rondje vallei om de 150 kilometer vol te maken. Ja mannen, succes zit in de details en de wil om net wat meer werk te verzetten dan een ander.

 

 

 

 
 
 
 

Vrijdag 29 april 2011, Jalón, Costa Blanca

Na twee fietsdagen van bijna 250 kilometer en meer dan 4000 hoogtemeters is het - zeker op onze leeftijd - tijd voor rust. Nou ja, rust, dat is een beetje zonde als je hier maar vier dagen bent. Tijd om wat gas terug te nemen dan, een soort adempauze voor de koninginnenrit van morgen. Een beetje vlakke route, derhalve, als ik Rob2 niet per se de route over de Bernia had willen laten zien. Een schitterende klim die hier zo'n beetje middenin Jalón begint. Alleen Edwin is verstandig, die houdt echt rust. Maar die is hier dan ook bijna 365 dagen per jaar.

Het is voor het eerst dit trainingskamp dat we de zon moeten missen. De toppen van de bergen hangen in de mist, maar de temperatuur is - zeker bij het klimmen - heel aangenaam. De weg slingert naar zo'n 600 meter hoogte, dan volgt een bloedstollende afdaling - met steile stukken waar ik met rokende remmen meer dan 20 procent omlaag kruip - naar de N-weg die we volgen tot in Calpe. Haventje kijken, Rob aanwijzen waar we vroeger altijd met de kinderen op strand lagen, langs ons favoriete restaurant van tia Clara rijden en een blik werpen op de rots die dit klein-Benidorm domineert. Daarna rijden we naar de andere boulevard voor koffie met taart. Het is tenslotte een rustdag.

We vervolgen onze toeristische trip langs de kust richting Moiraira, over een weg die dan weer vlak langs de zee, dan weer door dennenbossen en langs proletenvilla's of de grootste verzameling Chinese restaurants van de Costa Blanca leidt. Een menuutje Pato Peking doet hier niet meer dan 6 euro. In het witte kustplaatsje houden we halt bij het haventje waar ik me vrijwel elk jaar door mijn rentenierende vriend bij de vissersbootjes laat fotograferen. Maar dat kiekje is dit keer voor Rob:

 

Naar Gata de Gorgos zijn nog wat venijnige klimmetjes te nemen, maar mijn benen voelen nog steeds goed en mijn hartslag krijg ik nog met gemak naar de 170 (meten is weten), wat erop duidt dat de vermoeidheid nog niet heeft toegeslagen. Over mijn trapfrequentie verkeer ik nog steeds in zalige onwetendheid, al probeer ik na de reprimandes van gisteren wel wat minder zwaar te rijden. Het resultaat van deze rustdag? Meer dan 80 kilometer en 1250 hoogtemeters. Meer dan in de Nederlandse klimklassieker Veenendaal-Veenendaal.

 

 
 
 
 

Donderdag 28 april 2011, Jalón, Costa Blanca

Meten is weten, zo luidt een gevleugelde uitdrukking van mijn rentenierende vriend, die graag alle facetten van zijn leven in overzichtelijke statistieken verwerkt. Van zijn dagelijkse uitgaven tot de hoeveelheid neerslag en het gemiddelde aantal zonuren over de maand april. Zelf rommel ik altijd maar wat aan, maar sinds ik op mijn fiets een geavanceerde Garmin-computer heb die al mijn gegevens - niet alleen de route en het aantal kilometers, maar ook mijn hartslag en trapfrequentie - via een webpagina openbaar maakt, ben ik kwetsbaar. 'Ik lees uit de cijfers dat je op een heel andere manier bent gaan fietsen', zei mijn vriend vandaag,

En dat klopt. Waar ik vroeger met een koffiemolentje en een trapfrequentie van boven de 100 de berghellingen op reed - helemaal volgens de school van Lance Armstrong - kies ik nu voor het binnenblad met een veel zwaarder verzet. 'Het was me al opgevallen bij Veenendaal-Veenendaal', aldus mijn rentenierende statisticus. 'Je trapfrequentie komt nauwelijks boven de 60 uit.' In de conclusie dat dat niet goed is, krijgt hij steun van mijn fietsmaat Rob2: 'Je trapfrequentie moet in een rit met veel hoogtemeters tussen de 70 en de 80 liggen.' Het analyseren op afstand is helemaal in. De trainer van Fraser - een renner van 16 jaar uit de vallei van Jalón - woont in Engeland en leest de conditie van zijn pupil af uit de Garmin-gegevens die hij opstuurt. Hij hoeft hem nooit meer te zien om te weten hoe het er voor staat.

Nu wil het toeval - maar voor mij is het geen toeval - dat ik makkelijker rijd dan ooit. Ik ga met twee vingers in mijn neus de bergen op en krijg mijn fietsmaten niet eens meer op de foto. Vandaag reed ik op ons rondje Guadalest voornamelijk omhoog met Javi, de Spaanse fysiotherapeut uit Lliber, omdat mijn rentenierende vriend en Rob2 een pact van de achterblijvers hadden gesloten. Dus ja, wat moet ik met die klachten over mijn trapfrequentie? Ria Visser had als schaatscommentator ook altijd lovende woorden voor de techniek van Nederlandse rijdsters die eervol 34ste werden, en bleef maar stug volhouden dat de krabbelende wereldkampioenen uit de Verenigde Staten er niks van konden. Omdat het er stilistisch niet uitzag...

Na de wijn van gisteren is het vandaag tijd voor experimenten met bier: we drinken het met gaseosa en met cola. Rob2 heeft geleerd van zijn varkensvlees-debacle van gisteren en kiest bij de almuerzo voor een lichtere bocadillo met tortilla en kaas. Maar Javi en ik zweren bij onze 'lomo'. Daar rijden we pas lekker mee omhoog, dondert niet met welke frequentie.

Javi heeft 's middags nog zes patiënten, dus rond half twee moeten we wel terug zijn. Ons rondje is 117 kilometer, telt 2200 hoogtemeters en wordt - omdat we weer via Castell de Castells terugrijden - afgesloten met een woeste afdaling met harde wind tegen, waarbij de snelheden voortdurend boven de 50 kilometer in het uur liggen. En mijn trapfrequentie? Op de fiets van mijn rentenierende vriend die ik hier gebruik, zit geen sensor die dat bijhoudt... 

 

 
 
 
 

Woensdag 27 april 2011, Jalón, Costa Blanca

Zelf heb ik er al een jaar of twaalf aan kunnen wennen, aan de Spaanse fietscultuur. Dus bestel ik ook voor de eerste almuerzo van mijn fietsmaat Rob2 - een vreemdeling nog, hier aan de Costa Blanca - bijna gedachteloos mijn favoriete stokbrood met dikke plakken varkensvlees, gesmolten kaas en tomaten. Het is 10.30 uur in de ochtend, we hebben net anderhalf uur de Alt de Margarida beklommen en de fles rode wijn staat al op tafel. Het is niet de drank die Rob2 na dit copieuze maal tussen ontbijt en lunch in parten gaat spelen. Het broodje varkensvlees ligt de hele dag als een steen op zijn maag.

 

 

Voor onze eerste rit in het achterland van de Costa Blanca krijgen we - mijn rentenierende vriend Edwin, Rob2 en ik - gezelschap van de Welshman Gareth, in zijn gloriejaren een niet onverdienstelijke amateurwielrenner in het Verenigd Koninkrijk, maar hier in Spanje vooral bekend als de British Mecanic. Hij heeft de afgelopen weken vooral op de mountainbike getraind en mist - net als de meesten van die artiesten op de ongebaande weg - duurvermogen. Dat gaat hem nog lelijk opbreken, op dit ritje van 127 kilometer met meer dan 2000 hoogtemeters.

 

 

 

De omstandigheden zijn vrijwel volmaakt te noemen: een graadje of 25 in de schaduw - meer dan 32 in de volle zon, dat is dan weer wat minder - weinig wind en een landschap dat niet voor niks door renners van naam en faam tot de beste trainingsgebieden ter wereld wordt gerekend. Ondanks het blok varkensvlees met gesmolten kaas en tomaten in zijn maag, toont Rob2 dat de arbeid die wij verrichten bij de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk ook in den vreemde zijn vruchten afwerpt. Het enige wat hem ontbreekt is parcourskennis, waardoor ik hem bij de laatste sprint naar Alcalalí weet te verrassen met een demarrage die mijn fietscomputer even de 70 kilometer per uur laat aantikken. Even daarvoor heeft Gareth mijn gevleugelde woorden 'Als je goed bent, rijd je niet lek' eer aangedaan door in de afdaling naar Castell de Castells lek te rijden. Hij was niet goed, maar heeft alle vertrouwen in zaterdag, als we hem weer tegenkomen voor een rit van 165 kilometer met de club van Pedreguer. Morgen rijden we met de Spanjaard Javi, geen liefhebber van stevige almuerzo's. Ik weet zeker dat hij na vandaag minstens één medestander heeft.

 

 

 
 
 
 

Maandag 25 april 2011

Voor theorieën over het weer, kan ik altijd bij mijn rentenierende vriend terecht. Zo weet ik van hem dat het in Spanje doorgaans zo´n tien graden warmer is dan in Nederland. En dat wanneer in ons land de temperatuur zodanig van slag is dat er zelfs met Pasen bijna sprake is van een hittegolf, het bij hen aan de Costa Blanca met bakken uit de hemel komt. Deze week vormt daarop geen uitzondering. Ik tik dit weblog in een hempje, met bruinverbrande schedel, nadat ik even op zijn log heb gekeken hoe het water op het terras klettert. Laat nou het toeval willen dat ik morgen met mijn fietsmaat Rob2 afreis naar de Costa voor een kort, maar hevig trainingskamp van vijf dagen. En wat doet het weer in Spanje volgens weeronline? Vandaag krijgt het een dikke drie, maar vanaf morgen - als wij onze opwachting maken - een negen. En dat blijft ook voorlopig zo, kun je aan de 14-daagse verwachting zien. Volgens de omkeertheorie van mijn rentenierende vriend krijgen jullie hier in Nederland straks dus te maken met een serieuze weersomslag. Maar dat zal ons een zorg zijn. Wij zitten in Spanje!

 
     
     
     
     
  Naar de rest van het wielerseizoen 2011  
     
  Naar het wielerseizoen 2010  
     
  Naar het wielerseizoen 2009  
     
  Weer naar boven op deze pagina  
     
  Het verslag van de Dolomietenmarathon staat hier.