|
 |
|
|
|
Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De
meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek,
maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij
mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of
elders in Europa aan het trappen. Op deze site
verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en
vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik
ook voor de lol. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Pretvaderen
is het centrale thema van een column die ik wekelijks
schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands
Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch
Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site,
behalve met wielrennen, ook kennis met een
prettige kijk op het vaderschap. |
|
|
|
Naam:
Dick van der Plas Leeftijd:
50
Woonplaats: Katwijk |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
| |
| |
|
Programma 2011
Maart:
12 maart Witte Kruis Classic, Den Haag
19 maart Joop Zoetemelk Classic, Leiden
April:
2 april Rabo Bergtoer, Ochten
23 april Ronde van Noord-Holland, Oostzaan
26 -30 april
Trainingskamp Spanje
Mei:
1 mei Elfdorpentocht, Stompwijk
15 mei Abdijentocht La Trappe
29 mei Jean Nelissen Classic, Vianden (Luxemburg)
Juni:
4 juni Waalse Pijl, Spa
(Belgie)
Juni/Juli:
26 juni-2 juli Marmotteweek, Bourg d’Oisans
(Frankrijk)
Augustus:
Vakantie
(Cornwall
en Wales)
20 aug
Mergerllandroute
September:
Fietsweekend
Vlaanderen (HTWV)
Oktober:
Herfstmountainbiken
in Leersum
November:
Rabo Beach Challenge,
Scheveningen
|
| |
|
|
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
|
|
| |
seizoen 2011 - 2e kwartaal
|
|
| |
|
|
| |
| |
| |
|
|
| |
|
|
| |

Zondag 17 juli 2011
Doelstellingen hebben de
neiging te verwateren, zelfs bij een zo typisch Katwijks
fenomeen als de Club van Honderd. Daarom is het goed om
bij tijd en wijle wat ijkpunten te toetsen, zoals daar
zijn: rijden we nog wel honderd kilometer en zijn we op
tijd thuis om fris gedoucht bij moeders op de koffie te
gaan (Katwijkse bakkiestijd = rond 12 uur)? Vijf A-tjes
doen vanmorgen mee aan deze tussentoets, te weten Hugo40
- bij een race tegen de klok kun je hem er altijd wel
bij hebben - Peter, Patrice, Rob2 et moi. Een
klassiek rondje Hoek van Holland moet het worden,
inclusief koffie met appelgebak en ook nog wat ruimte
voor malheur, zoals de lekke band van Rob2, al na een
kilometer of acht. Dit is het punt om afscheid van te
nemen van de Groep Albert, die ons tot hiertoe had
vergezeld maar uiteraard zijn eigen doelstelling heeft
op de zondagmorgen, zoals het ronden van een plas met
Dobbe- of Krabbe- in de naam.

Wat dit rondje Hoek van
Holland nóg klassieker dan klassiek maakt, is de stevige
zuidwestenwind die een enkele wiek van ons molentje -
dat weliswaar draait met snelheden van 33 tot 36
kilometer in het uur - geregeld doet haperen. Gelukkig
is er dan altijd de brede rug van Hugo40 om weer even
achter te consolideren.


Onze klassieke
pleisterplaats bij een rondje Hoek van Holland is De
Torpedoloods, waar we ook vandaag een nogal vage
afspraak met de Groep Albert hebben. Maar daar trekt
onze routeplanner Hugo40 - de manier waarop hij ons door
Schipluiden loodst, is voor mij onnavolgbaar - zich niks
van aan. Hij leidt ons, direct naast het duinpad
richting Kijkduin, naar een basale campingkantine waar
we, eerlijk is eerlijk, de moeder aller appeltaarten
krijgen voorgeschoteld.

Met vijf man en met dit
weertype durven we het wel aan om in hoogzomer over het
duinpad terug te rijden. Enigszins gecontroleerd, maar
toch nog altijd met snelheden van tussen de 40 en 45
kilometer in het uur, gaat het richting Katwijk.
Gespitst op de enkele tegenligger of fietser die we
inhalen, doen we onszelf een paar kilometer voor
Kijkduin nog bijna de das om door een beetje te laat op
te merken dat het fietspad hier in een bocht in een
soort stuifduin is veranderd. Waar Rob2 - dankzij zijn
mountainbike-ervaring, zegt hij er zelf van - redelijk
zijn lijn houdt, dendert de rest rechtdoor om
uiteindelijk met de assen in het zand tot stilstand te
komen. Maar alles blijft heel, zelfs het oude barrel van
Peter dat hij - net als neef Raymon - tegenwoordig uit
de kast haalt als het er ook maar de schijn van heeft
dat het gaat regenen of waaien. Een fiets is geen
pronkstuk, heren, maar een gebruiksvoorwerp!
Precies om half twaalf en
met exact honderd kilometer op de teller laat ik thuis
de tuindeur openzwaaien, om een half uur later fris
gedoucht achter de koffie met taart van moeders aan te
schuiven. Want zo hoort het, op een klassiek Katwijks
Club van Honderd-ritje.
|
|
| |
|
|
| |

Zondag 10 juli 2011
Het is even wennen, in de
après-Marmotte periode. Na vier maanden opeens weer een
zaterdag vrij - wat doe je ook alweer op zo'n dag,
krantjes lezen, auto wassen? - omdat ik niet ergens in
een uithoek van de Benelux of in Frankrijk op een
racefiets zit. En op zondagmorgen sinds tijden mee met
de Club van Honderd van de Afdeling Wielersport van de
IJVK. De hele week kampte ik nog wel met de naweeën van
de Tocht der Tochten: na de training van dinsdagavond
was ik de rest van de week moe en had last van
vreetbuien, iets wat mijn andere Marmotte-maatjes bekend
voorkwam. Neef Raymon is hedenmorgen afgereisd naar
Spanje na de afgelopen week, op een ritje op
dinsdagavond na, voornamelijk met een fles prosecco in
zijn hand te hebben gelopen. Peter ontbreekt de hele
week al op het appèl.

Mike was er vanmorgen wel
weer bij, al oogde hij niet helemaal okselfris, wat
binnen tien kilometer ook werd onderstreept met een
lekke band (als je goed bent...). Na het BBQ-feestje
gisteravond bij mijn neef - geslaagd voor de Pabo -
waarbij de Prosecco rijkelijk vloeide, was ikzelf
vanmorgen opeens wel weer wonderlijk hersteld van alle
inspanningen. De benen voelden goed, ik kon lekker
meekomen met het mannelijke tempo (het gemiddelde over
de hele rit van ruim 110 kilometer lag op 33,5), al was
mijn hartslag met een gemiddelde van 125 nog wel wat aan
de lage kant (maar er was ook een max. van 167 bij, dus
waarschijnlijk reed ik gewoon met twee vingers in mijn
neus ;-).
De route was
uitgestippeld door Hugo40 en voerde voor mij
gedeeltelijk door terra incognita: via Reeuwijk en Gouda
naar Moordrecht, langs plassen en over rivieren, door
uiterwaarden en over dijken. Voor ingewijden: de rit
vertoonde bovendien Albert-elementen, wat inhoudt dat er
minimaal één pontje moest worden genomen (nee, geen
liften, tunnels of roltrappen, maar je kunt niet alles
hebben).

Water was vandaag in elk
geval het centrale thema, zelfs tijdens de koffiestop
die ergens langs de Rottemeren bij een jachthaven was
gepland. Voor mij tamelijk ongebruikelijk reed ik
vrijwel de hele rit met - niet door een enkele banaan te
stillen - honger, ongetwijfeld ook een gevolg van de
calorieënvretende Marmotte die mijn spijsvertering in
een hogere versnelling heeft gezet.

Na de appelpunt en
cappuccino kreeg de rit Rob2-kenmerken, wat inhoudt dat
er op sommige stukken kon worden gekoerst. Tot de
Horsten slaagden we er daarbij in om de boel op z'n Job
Cohens redelijk bij elkaar te houden, maar op het
laatste gedeelte rafelde de groep toch wat uit elkaar.
Deels vrijwillig - een enkeling sneed een stukje af voor
de snelste weg naar (schoon)moeders - maar ook
noodgedwongen. Ja, zo'n Marmotte maakt meer kapot dan je
lief is. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 5 juli 2011
Het eerste trainingsritje na het
Franse Alpenlandschap, waarbij ik me mag opwerpen als
captain van de B-groep van de Afdeling Wielersport van
de IJVK. Een rondje Ringvaart-Roelofarendsveen-Oud
Ade-Leiderdorp-Voorschoten-Wassenaar wordt het, waarbij
me bij bovenstaande foto van het oneindig laagland
onmiddellijk de term 'Hollands welvaren' te
binnen schiet. Maar ik weet nu niet of dat slaat op het
landschap plus molen, of het postuur van clublid Mart
Ouwehand (linksvoor). Ik hou het maar op allebei, denk
ik.
 |
|
| |
|
|
| |

Jan Jansen
Classic
Zaterdag 18 juni 2011
Geen betere voorbereiding op de Jan
Jansen Classic dan de jaarlijkse clubbarbecue. Mijn wekker staat op
5.30 uur, maar al geruime tijd daarvoor loop ik even
naar beneden om twee aspirines te slikken. Niks
prettiger dan daarna met bonkend hoofd in bed liggen
wachten tot wat zich lijkt aan te dienen als een kater,
langzaam wegtrekt. Met de kwaliteit van Chateau Afdeling
Wielersport was niks mis. Maar bij een zekere kwantiteit
wordt elk druivennat vanzelf hoofdpijnwijn. En als de
uren ontbreken om je roes uit te slapen, helpt Saridon
een handje.

De voorpret op deze toertocht van - in
ons geval - 200 kilometer, was er tijdens de barbecue
niet minder om. Onheilsaanzeggers voorspelden dat het in
Wageningen en omgeving de hele dag zou regenen.
Bovendien was de Jan Jansen Classic 'een kopie van
Veenendaal-Veenendaal of de Bergtoer in Ochten, maar dan
oneindig veel drukker.' Wat zegt de bijbel ook
alweer over valse profeten? Op twee korte, maar hevige
buitjes na, reden we de hele dag droog. En van drukte
hebben we niks gemerkt. Wel de prettige sfeer van een
goed georganiseerde 26ste editie van deze tocht.

De uitgebreide campus van de
Landbouwuniversiteit Wageningen biedt gastvrij onderdak
aan de deelnemers van de JJC. Volop parkeerruimte, een
goed geoutilleerde sportzaal met massageruimte, een wielermarkt en een
vlotte afhandeling van de inschrijfprocedure, zeker als
je achternaam met de O (Otten) of P (Van der Plas)
begint, want dat is de complete afvaardiging van de
Afdeling Wielersport van de IJVK voor deze tocht: Mike
et moi, niet toevallig allebei met legerervaring.
Later blijkt ook clubgenoot Rob L. de 150 km-versie te
hebben gereden, met twee fietsmaten.


Ons voornemen om een beetje lekker uit
te bollen in groepjes renners die ons uit de wind
houden, is in de praktijk lastig uitvoerbaar. Want: waar
is iedereen? De verschillende afstanden splitsen zich
vrij snel, dus wie én de 200km rijdt en al om 8 uur is
gestart - zoals wij - rijdt veelal in grote eenzaamheid.
We hebben ons ook als doel gesteld om er een aangename
duurrit van te maken en trappen ons eigen tempo. Voor de
enkelingen die we inhalen is dat te snel - zeker heuvel
op - en de echte koerstijgers laten wij gaan. Op 200km
moet je toch vooral doseren en op twee weken voor La Marmotte gaan we ons ook niet het snot voor de ogen
rijden. We hebben bovendien al genoeg te stellen met de
wind, die soms het carbon onder je kont vandaan blaast.
Maar in de bossen van de Veluwe is het beschut rijden.
Afwisselend is de route wel: soms eindeloos lang
lijkende, met vals plat omhoog lopende boswegen, dan
weer venijnig korte, kronkelende klimmetjes.

Over de verzorging onderweg hebben we
niks te klagen: er zijn volop sportdrank, Veluwse
krentenmik en bananen verkrijgbaar bij de
ravitailleringposten. En door sommige stempelplaatsen bij
restaurants in te richten, kan er ook appelgebak of een
lichte lunch worden gescoord. Wel is de route af en toe
een beetje op z'n Belgisch uitgepijld, dat wil zeggen:
routebordjes ná de bocht, in plaats van ervoor. Maar we
rijden geen een keer verkeerd. Voor mij nieuw: geen
lompe chips aan de voorvork, maar elektronische
stickers achter het zadel die ook door matten op het
wegdek worden uitgelezen. Tot zeker 160 kilometer houden
we het vrijwel droog en kunnen zelfs de mouwtjes af als
het zonnetje doorkomt. Maar dan...


...komt het na een donderslag opeens met
bakken uit de hemel. Niet één keer, maar twee keer. In beide gevallen heeft de organisatie gezorgd voor
waterdichte viaducten waaronder we kunnen schuilen.
Hooguit vijf minuten, duurt zo'n wolkbreuk, en daarna
kunnen we weer door met alleen het spatwater van de weg.
Daarvoor hebben we 's morgens nu net onze
waterdichte overschoenen aangetrokken. Vele tientallen
lekrijders zijn we al gepasseerd, als ik in een bocht
zelf ook voel dat mijn achterband niet meer op spanning
is. De twee binnenbandjes die ik al maanden in mijn
zadeltasje heb, blijken voor mijn winterwielen: de
ventielen zijn veel te kort om door mijn hoge carbonvelg te
steken. Maar Mike - vandaag ook hoogbevelgd - brengt
uitkomst. En het blijft gelukkig bij één lekke band.


Tegen het eind pikken we ook nog een
Rijnsburger in een Luyten-pakje op; volk waar je normaal
niks aan hebt, maar deze blijkt - na enige aansporing -
na een half uur wieltjesplakken ook bereid tot enig
kopwerk. In een stralend zonnetje maken we de tocht vol
en is het in de sporthal tijd voor herstelbier en
het bewonderen van onze trofeeën: een medaille en een heus
'Brevet, uitgereikt wegens het volbrengen van De Jan
Janssen Classic', met daarop alle 34 klimmetjes die we
achter de rug hebben. Mocht je je onderweg hebben
afgevraagd waar je het ruim 200 kilometer allemaal voor
doet, dan is dit het antwoord. |
|
| |
|
|
| |

Donderdag
16 juni 2011
Beste Corien,
Je zult de afgelopen weken wel gemerkt
hebben, dat je man Rob met aanmerkelijk meer plezier de
trainingen van de Afdeling Wielersport van de IJsclub
Voorwaarts Katwijk bezoekt. Natuurlijk, hij fietst ook
graag met jou, op zijn vrije woensdagmiddag, al mag hij
op zijn werk nog wel eens mopperen dat je om elk pijntje
aan het zitvlak verstek laat gaan. Maar op de
clubavonden leeft hij tegenwoordig helemaal op. Nee, ik
geloof niet dat het iets te maken heeft met het feit dat
we sinds kort iemand met lang blond haar en bijna
achttien lentes in de groep hebben. Dat lijkt misschien
maar zo, omdat hij er graag de hele avond naast fietst,
om gezellig een beetje te klessebessen, handige tips te
geven of een beetje stoeremannenpraat uit te slaan. En
omdat hij niet minder dan een mannetje of zes aan het
werk zet om haar lekke band te verwisselen. Maar verder
is het puur fietsplezier hoor, dat hem op een mooie
donderdagavond naar de club doet snellen. Maak je maar
geen zorgen!


|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
14 juni 2011
Voor
de Jehova Getuigen van het Sociale Rijden - handjes op
het stuur, beetje slap ouwehoeren onderweg - geldt het
als een scheldwoord: gemiddeldegeilheid. Maar voor ons -
A'tjes van de Afdeling Wielersport van de IJVK - is het
gemiddelde slechts de weerslag van een goed verlopen
training waaraan iedereen een voldaan gevoel overhoudt.
Dus ja, dat vanavond het gemiddelde over 77 kilometer
uitkwam op een - voorlopig - clubrecord van 36,7 km in
het uur, was nooit het uitgangspunt maar slechts het
resultaat van een rondje Katwijk-Bloemendaal aan Zee,
dat aan het eind - anders waren we wel erg vroeg terug
in het clubhuis - nog spontaan werd uitgebreid met een
lusje Wassenaar. En uitgerekend daar kreeg kapitein Teun
een lekke band, waarbij ik snel mijn kilometerteller op
pauze zette en hem pas weer aandeed toen de snelheid
weer tegen de 40 kilometer liep. Want ja, zo'n
akkefietje zorgt er al gauw voor dat het gemiddelde met
enkele tienden terugloopt. En daar krijgen wij -
gemiddeldegeilers - toch wel een beetje een slappe van.
|
|
| |
|
|
| |

Maandag
13 juni 2011
Voor de zoveelste keer dit jaar reed ik
het afgelopen weekend naar de Ardennen en Luxemburg,
maar nu voor het eerst zonder racefiets. Met als excuus
dat we haar nieuwe auto moesten inrijden, voerde ik mijn
eega langs een aantal monumentale fietsroutes in België
en het Groot-Hertogdom, waarbij ik uiteraard de ogen
niet sloot voor de romantische kant van het landschap.
Iets wat je maar al te vaak ontgaat, als je met een stel
lelijke kerels op stap bent. En, hoewel ik er natuurlijk
niet aan ontkwam om af en toe wat wieleranekdotes in de
conversatie op te nemen, heb ik niet - zoals boze tongen
uit Spanje beweren - bij elke helling verteld met welk
verzet ik omhoog reed.
(Bovenstaande foto vergde het uiterste
van mijn Iphone.) |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
4 juni 2011
Organisatoren van wielertoertochten
hebben het niet gemakkelijk. En al helemaal niet als ze
in Limburg of de Belgische Ardennen een rondje wilt
uitpijlen. Onder druk van inwoners die een beetje gek
worden van al die mannetjes op snelle fietsen die in het
weekend hun hellinkjes onveilig komen maken, zijn
(vooral de gekozen) burgervaders gauw geneigd om geen
vergunning te verstrekken. Ook De Waalse Pijl, die wij
vorig jaar nog als officiële toertocht reden en voor
2011 op zaterdag 4 juni stond gepland, is daar het
slachtoffer van geworden. Maar niet getreurd, want met
behulp van de Garmin en de gele (Waalse) pijltjes op het
wegdek kun je ook 150 kilometer burgerlijk ongehoorzaam
zijn.

We waren niet de enigen die op deze
zaterdag naar Spa waren afgereisd, waar de sporthal die
het vertrekpunt vormt voor de Waalse Pijl vandaag de
plek is waar toerfietsers hun auto's stallen, fietsen
afladen en schoentjes aantrekken om kuitenbijters als La
Redoute en de Rosier te bedwingen. Zowel neef Raymon als
ik hebben hetzelfde gps-bestand op onze (ook verder
identieke) fietscomputer geladen, maar kennelijk als
gevolg van andere instellingen springt het ene apparaat
er anders mee om dan het andere. Na ampele discussies
bij kruisingen en T-splitsingen besluiten we blind te
varen op de Garmin van Raymon. Dat gaat bijna overal
goed. De Waalse pijltjes op het wegdek zijn wat minder
betrouwbaar omdat je niet goed weet welke afstand ze
aangeven (wij vermoeden dat alleen de langste - van
220km - nog goed zichtbaar is).


Een week eerder reed ik in Luxemburg
nog de Jean Nelissen Classic, waardoor het opvalt hoe
verschillend van karakter de klimmetjes zijn vergeleken
met de Ardennen. Rond Vianden lekker lang en geleidelijk
- wat mij beter ligt - en rond Spa betrekkelijk kort en
vaak venijnig steil. Zoals de eerste serieuze puist die
opduikt in ons rondje: La Redoute. Al vaker
scherprechter in de wedstrijdversie van de Waalse Pijl
en nog steeds uitbundig beschilderd met aanmoedigingen
voor (met name) Philip Gilbert. Ons gezelschap van zes -
behalve uit Raymon bestaande uit Graham (een paar dagen
op een camping bij Spa), Gerald (verblijft even in
Maastricht), Kees, Gerrit en ik (vanmorgen om 4.30 uur
opgestaan om rond half negen in Spa aan te komen) -
worstelt zich omhoog.

Op de stukjes van 15 tot 18 procent
bouw ik voor mezelf nog wat extra uitdagingen in om,
gedraaid op mijn fiets - bovenstaande plaatjes te
schieten. (Het lijkt heel wat, maar ik heb ze op de
computer allemaal handmatig recht moeten zetten.)

Tropische temperaturen tot 30 graden zijn
ons voorspeld, maar zelfs in het wintertenue van de
Afdeling Wielersport van de IJVK ('Waar blijven de
zomershirts?') is het nog goed uit te houden. Lekker
warm is het, met zeker op de wat vlakkere stukken een
aangenaam windje. Lekker rustig is het ook, zonder de
6000 andere fietsers die met ons mee waren gereden als
de Waalse Pijl op deze dag wél was doorgegaan. We pikken
hier en daar wat groepen fietsers op - soms zelfs een
heel peloton vrouwen - maar dat draagt alleen maar bij
aan de feestvreugde.

Want een feest is het, fietsen in het
Waalse land. Minder gepolijst dan in Luxemburg - vooral
in de afdalingen moet je beide handen stevig aan het
stuur houden op het slechte asfalt - maar altijd
afwisselend en van een grote landschappelijke
schoonheid. We rijden - ik kan het woord bijna niet meer
uit mijn toetsenbord krijgen - sociaal, dat wil zeggen:
ieder in zijn eigen tempo omhoog, boven (of soms, omdat
ik een slechte daler ben, na de afzink) op elkaar
wachten en op de wat vlakkere stukken elkaar uit de wind
houdend en een beetje ouwehoeren bij maximaal 30
kilometer in het uur. Het gemiddelde ligt om die reden
niet bijzonder hoog - mijn Garmin viel bij het navigeren
een paar keer uit, waardoor ik geen betrouwbare meting
heb - maar we hebben de tijd en nemen die ook, onder
meer om twee keer op te steken op een terras. Alleen
Graham, die zijn eerste klimmeters van het seizoen doet,
klaagt af en toe dat hij door het 'duo Hoek-Van der Plas
bergop naar de kloten wordt gereden', maar mijn vrouw
zou zeggen: Daar ben je toch zelf bij?

Tegen vieren zijn we in Stavelot, waar we
na een aardbeienpunt besluiten om het extra lusje met de
Stockeu en de Wanne maar te laten zitten. Gerald heeft
een behoorlijk slag in het wiel en zelfs zonder die
extra 20 kilometer zijn we nog pas om 18 uur bij de
auto's in Spa terug. Dan is het met 150 kilometer wel
welletjes. Op weg naar het eindpunt pikken we nog wel
even de Rosier mee, waar Graham ondanks het gebak een
serieuze hongerklop krijgt te verwerken en de
Marmotte-mannen Raymon et moi voor de laatste
keer nog even mogen doortrekken. Maar wel boven wachten,
natuurlijk. Voor sociale rijders hebben ze daarvoor
speciaal een bankje neergezet. |
|
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag
2 juni 2011
Mag ik van u, van de nooit vervelende
routes, het
rondje De Meije? Wel ja, pak maar in, voor een
mannetje of acht. De rest van de wielerclub staat langs
het sportveld bij een nazaat, moet deze Hemelvaartsdag
gewoon werken of draait zich
nog een paar keer om tussen de klamme lappen. Maar wij
koesteren ons in het bijna-zomerzonnetje dat uitbundig
straalt in het Groene Hart. We kunnen het begrip bijna
niet meer horen, maar vandaag wordt er sociaal gereden.
Dat betekent: een tempo rijden dat iedereen in de groep kan
bijhouden, geen rare demarrages of plotseling 'koers',
slechts één keer luid en duidelijk bellen bij het
passeren van recreatiefietsers en in het voorbijgaan
netjes 'dank u wel' zeggen. Maar wel lekker doorrijden,
ondertussen, met het klokje steeds rond de 30 kilometer
in het uur (met wind tegen) en ruim daarboven met het
windje in de rug. Want: wind mee en berg af kan iedereen
fietsen.


Tot aan de koffiestop bij het
inmiddels bekende paviljoen met de aanbieding (2 koppen
koffie en een appelpunt met slagroom voor 4,50 euro)
rijden we in betrekkelijke rust, maar vanaf een uur of
elf komen ook de dagjesmensen uit hun spelonken en wordt
het oppassen geblazen. In het sociale rijden houdt dat
in: veel op één lijn rijden, tempo aanpassen, elkaar met
armsignalen waarschuwen voor tegenliggers (niet gillen)
en geen gevaarlijke inhaalmanoeuvres. Dan kun je precies honderd
kilometer trappen, zonder één wanklank, lekke band of
gebroken spaak. Ja, óók bij de Afdeling
Wielersport van de IJVK.

Wel nog een paar prikkelende stellingen gehoord, onderweg:
- Wie nog één keer begint over sociaal
rijden, sla ik op zijn gezicht.
- Renners die het tempo gewoon kunnen
bijhouden, hoor je nooit over sociaal rijden.
- Sociaal rijden is een excuus voor
fietsers met een trainingsachterstand.
(Maar het kan ook zijn dat ik in mezelf
sprak....)
|
|
| |
|
|
| |

JNC 2011
Zaterdag 28
mei 2011
Wat krijg je als
vier kerels het beter weten dan de juffrouw van de
primitieve voorloper van de TomTom die fietsmaat Peter in zijn
auto heeft? Dan beland je op zeker moment met de caravan
achter de trekhaak op een onverhard weggetje tussen de
bietenvelden in Marc Dutroux-land. We zijn op deze
vrijdag afgereisd naar Vianden (Luxemburg) om de Jean
Nelissen Classic te rijden, maar op dat moment is onze
deelname aan deze tocht even onzeker als de bewering dat
Lance Armstrong zijn Tour de France-overwinning zonder
doping heeft gehaald. Chauffeur Peter heeft het even
helemaal gehad met de 15-procentshellingen en de twee
meter brede weggetjes waarover hij zijn 2.30 meter brede
sleurhut probeert te manoeuvreren. Tijd voor drastische
maatregelen, derhalve. Met mijn zestien jaar
caravanervaring neem ik het stuur van hem over en Ton
programmeert vanaf de achterbank een nieuwe route op de
Garmin-fiets(!)computer, die ons uiteindelijk weer naar
de bewoonde wereld leidt.

Tegen 16 uur rijden
we camping An dem Deich in Vianden op, waar we de
pootjes uitdraaien naast de camper van Rob2 en Ria, voor
wie de Jean Nelissen Classic ook het begin van hun
vakantie vormt. Als uitkomst van een ingewikkeld
compromis heb ik een slaapplekje in de caravan van Peter
bedongen, neef Raymon en Ton delen een tentje. Althans,
dat is de bedoeling. Maar zodra Raymon zijn buitenmodel
luchtbed heeft opgeblazen is er zelfs voor de drie
turven hoge Ton geen ruimte meer onder het dundoek.
Liefdevol gunnen Peet en ik hem met zijn opblaasbare
slaapmatje een plekje in het gangpad van de caravan,
waar wij allebei de beschikking hebben over een riant
tweepersoonsbed.



De Jean Nelissen Classic wordt dit
jaar voor de negende keer georganiseerd door de
Driebergse Tour Club (DTC). De befaamde wielerjournalist
was weliswaar een Limburger, maar had bij leven een
hotel-restaurant in Vianden. De naar hem vernoemde tocht
kan worden gereden over verschillende afstanden, die met
elkaar het forse aantal hoogtemeters gemeen hebben. De
hellingen zijn hier behoorlijk langer dan in de Ardennen,
waardoor je bij de koninginne-afstand (220 kilometer) op
ruim 4700 hoogtemeters (4,5 keer Alpe d’Huez) uitkomt.
Voor ons – Raymon, Peter, Mike (die zich hier vanaf een
andere camping bij ons voegt) en mij – een ideale
voorbereidingsrit voor La Marmotte (174 kilometer, 5500
hoogtemeters) op 2 juli. Voor de langste afstand is het
raadzaam om, na een riant rennersontbijt voor de
caravan, rond 7 uur te starten. Omdat de eerste lus van
135 kilometer die we rijden gelijk is aan het traject
voor degenen die de 165 kilometer doen, trekken we de
eerste uren samen op. Helemaal in opperste harmonie gaat
dat niet, vanwege de verschillende uitgangspunten voor
deze dag en het wisselende krachtsniveau, maar iedereen
die zich geregeld in een groepje wielrenners ophoudt
weet dat dat de gebruikelijke usance is.



De omstandigheden voor deze negende
Jean Nelissen Classic zijn ideaal te noemen. Al ruim
voor de start laat het zonnetje zich zien, het is niet
te warm en van de wind heb je alleen op de hoogvlaktes
een beetje hinder. Door een limiet aan het aantal
deelnemers (1500) en de goede organisatie, is de sfeer
overal gemoedelijk. Geen wachtrijen bij de bevoorrading,
een uitstekend uitgepijlde route en een schitterend
Luxemburgs wegennet waar je slechts af en toe te maken
hebt met een auto (zonder uitzondering in de hoogste
prijsklasse, als het tenminste een lokale bestuurder
betreft). Alle hellingen worden perfect aangeven met
informatieborden waarop lengte, gemiddeld- en maximaal
stijgingspercentage wordt aangeven, al betwijfelen wij –
vrijwel zonder uitzondering geavanceerde Garmin-bezitters – of alle gegevens op die bordjes
kloppen. Maar dat kan ook van de Garmins worden gezegd.
Een feit is in elk geval dat op heuvels met een maximale
hellingshoek van 10 procent, op onze schermpjes geregeld
13 tot 15 procent wordt aangetikt.



Bij de bevoorradingsposten is ook
een fietsherstellerspost ingericht, waardoor het een
bijzonder toeval mag worden genoemd dat Mike precies op
de voorlaatste helling van de eerste tussenstop besluit
om zijn ketting kapot te trappen, na een schakelmoment
waarbij hij zowel de voor- als de achterderailleur
probeert te bedienen. Zelf ben ik, naast hem rijdend, in
de veronderstelling dat de ketting er alleen maar
afloopt, dus laat ik hem heerlijk aan zijn lot over. Pas
na een kwartier zie ik – genietend van een banaantje en
een gevulde koek – hoe mijn fietsmaten hem de laatste
kilometer naar de mecanicien duwen. Als troost pas ik
voor deze armlastige marinier wat baar geld bij voor een
nieuwe Ultegra-ketting die hem weer op weg helpt.



Met nog wat meer horten en stoten –
onder meer een lekke band voor Hugo en een
snelheidsschisma in de groep – bereiken we min of meer
gezamenlijk ook de tweede en derde bevoorrading en zijn
de 220-kilometersgangers de eerste 135 kilometer ook nog
in een dusdanige tijd doorgekomen, dat ze nog aan de
laatste lus van 85 kilometer mogen beginnen. Maar dan
blijkt het eerste deel van de tocht bij Mike en Peter
toch zijn tol te hebben geëist. Zij schuiven bij de
165-kilometergangers aan op een terras voor koffie en
een appelpunt, terwijl Raymon en ik doorrijden voor de
220. Maar niet nadat we in de sporthal waar we een
controlestempel halen een riant bord spaghetti en een
cola wegwerken. Na bijna vijf uur gelletjes,
mueslirepen, gevulde koeken en zoete sportdrank die zich
tot een kleffe bal in mijn maag hebben gekneed, is dat
een verademing. Als herboren gaan we weer op pad.
Samen rijden we daarop – bevrijd
van de ballast die fietsmaten heet – het laatste deel
van de route, die nog bijna 2000 hoogtemeters voor ons
in petto heeft. Pas in de laatste vijf kilometer gaat
het kaarsje bij mijn neef in één keer uit, een effect
dat 215 kilometer fietsen in zwaar terrein soms op
mensen schijnt te hebben. Maar dan hoeft hij alleen nog
maar de Muur van Vianden op - met stukjes waar het 23
procent omhoog gaat - die de parcoursbouwers met
satanisch genoegen helemaal op het eind van de tocht
hebben neergelegd. Maar dat is slechts een kwestie van
verstand op nul, moeizaam rondmalen en de handen
krampachtig aan het stuur houden om je voorwiel op de
grond te houden, en je bent boven. En de spierpijn? Die
komt pas op de terugweg, op de achterbank van de niet
met veel beenruimte gezegende Volkswagen Touran van
Peter. Heel gehoorzaam luisteren we naar de juffrouw van
de TomTom die ons feilloos - via Antwerpen dit keer -
naar huis stuurt.
|
|
| |
|
|
| |

Zondag 22
mei 2011
Nee, van het sociale rijden zijn we
vandaag niet. Als ik - net nadat ik bovenstaande foto
heb gemaakt - met één hand aan het stuur en de ander in
de rugzak van mijn shirt om mijn camera weg te stoppen,
op de brug bij Rhenen te ver doorschiet terwijl we
rechtsaf naar beneden moeten, draaien mijn 'vrienden' op
de dijk langs de Nederrijn meteen het gas vol open.
Alleen Teun blijft op me wachten en samen rijden we -
wind pal tegen - met 43 in het uur, steeds kop over kop - het gat van bijna een kilometer dicht. En dat
valt niet mee, tegen vier man die vastbesloten zijn om
ons er niet bij te laten komen. Na de hereniging is
het dan ook tijd voor subtiele wraak. Bij elke overname
in ons molentje gooi ik bewust steeds drie tot vijf
kilometer bovenop het vaste tempo van 37 kilometer, zodat het achterin langzaam maar zeker begint
te kraken. Bij Wijk bij Duurstede blaast Floor - hij is
door drie verraders aangewezen als degene die het spel
op de wagen zette - zichzelf op. En is Raymon zo gretig om dat meteen te constateren
en ons tot een lager tempo te manen. Meestal ook een
teken dat je er zelf doorheen zit. Revenge!

Met zes man - Rob2, Raymon, Peter,
Teun, Floor et moi - zijn we deze zondag afgereisd naar
de Utrechtse Heuvelrug om vanuit Driebergen een rondje
van 90 kilometer te rijden waarin 'alles' zit: leuke
klimmetjes (onder meer de 'Amerongse- en de Grebbeberg),
brede bospaden en polderland. Bij de start is het zowaar
droog, al houden we nog wel een paar uur last van een
nat wegdek. Maar dat zorgt in elk geval dit keer niet
voor lekke banden. Traditiegetrouw beginnen we wel met
het oplappen van de fiets van Raymon: hij heeft op zich
het duurste materiaal, maar zijn verkeerde zuinigheid
leidt er elke keer weer toe dat hij met het wrak van de
weg aan de start verschijnt. Dit keer heeft hij zijn
dure Dura Ace-wielen - mogen ook niet nat worden -
vervangen door dunne Fulcrummetjes en blijkt hij met een
losse voorrem te rijden. Omdat niemand de juiste
inbussleutel bij zich heeft, brengt een behulpzame
assistent van een benzinepomp uitkomst.



De route die Rob2 van internet heeft
geplukt, rijdt inderdaad als een speer. Mooie, brede
wegen, nauwelijks andere fietsers of recreatief verkeer
- daar zullen de dreigende luchten ook toe hebben
bijgedragen - en de omgeving is van een grote
landschappelijke schoonheid. Er zitten zelfs wat
Albert-elementjes in - een verwijzing naar de
meesterrouterplanner van de Afdeling Wielersport van de
IJVK - in de vorm van een oversteek per pont. Ruim
binnen de drie uur zitten we op het terras van het Wapen
van Driebergen aan een vorstelijke punt. Vanaf nu mogen
we weer sociaal doen. In elk geval tot de volgende rit.

|
|
| |
|
|
| |

Zondag 15
mei 2011
Waar twee passies - fietsen en bier
drinken - bij elkaar komen, is ooit de Abdijentocht
ontstaan. Een toertocht door het Brabantse land die
voert van bierbrouwerij De Koningshoeven - makers van
het trappistenbier La Trappe - naar de Achelse Kluis,
ook al zo'n trappistenklooster waar ze wel wat anders te
doen hebben dan aan de kleine jongetjes zitten. De
Abdijentocht: de eerste fietstocht waarvoor Graham, Rob2
en ik een Bob regelen. Neef Raymon belooft na afloop
niet van het gerstenat te proeven maar rijdt ons,
benevelde oude mannen, terug naar huis.


De aankomst bij het monumentale klooster-
en brouwerijcomplex in Berkel-Enschot stelt ons niet
teleur. We mogen onze auto letterlijk parkeren tussen de
stapels met bierkratten. Wat is er mooier dan je bandjes
op druk brengen terwijl je De Rosa rust tegen in de
juiste kleur gespoten kistjes met trappistenfust? Echt
storm loopt het niet met wielertoeristen op deze, qua
weer wisselvallige, zondagmorgen, wat de Brabantse
gemoedelijkheid bij inschrijving en start alleen maar
ten goede komt.

Waar we onderweg naar Berkel-Enschot al
bang voor waren - geregeld reden we al door flinke
hoosbuien - wordt eigenlijk al vanaf de eerste minuut
van de Abdijentocht bewaarheid: het begint te regenen.
Niet zomaar te regenen, maar - zoals ze in het vaderland
van Graham zeggen - katten en honden te regenen. Neef
Raymon - die staat te stuiteren na wekenlang te hebben
gewerkt aan een lijvige scriptie over Technisch Lezen -
reageert op het noodweer door als een speer uit de
startblokken te schieten. Als ik de rits van mijn jack
nog sta dicht te trekken, ligt hij al op 500 meter met
Graham - ook het hoofd gebogen in een
zie-niet-om-mentaliteit - in zijn kielzog. Onderweg
schijnt hij aan zijn medevluchter te hebben voorspeld
hoe ik ga reageren als we hen hebben bijgehaald. En ik
stel hem niet teleur: 'Sjongejongejonge! Doe effe
normaal, garnalenverstand!'


Een uur lang rijden we in de stromende
regen, totdat we geen droge draad meer aan ons lijf
hebben. Soppend in onze schoenen zoeken we bij de eerste
bevoorradingspost beschutting in een muziektent, waar we
ons laten volstoppen met vruchtencake en tropisch fruit.
Ja, bij de Abdijentocht hebben ze zo hun eigen ideeën
over het bijvoeren van wielrenners. En dan begint het
warempel droog te worden, ware het niet dat zich daarmee
een nieuwe vorm van ellende aandient: lekke banden. De
eerste is voor neef Raymon, die zijn peperdure Giant
thuis in de schuur heeft laten staan - het ding mag niet
nat worden - en zich hier verplaatst op een gammele Trek
met uitgewoonde bandjes.


En het blijft niet bij één lekke band:
ook de tweede is voor Raymon, de derde voor Rob2, de
vierde weer voor Raymon en de vijfde voor Rob2. Maar
ach, eigenlijk zijn ze allemaal voor Rob2, want hij is
het steeds die de bandjes wisselt terwijl wij vol
bewondering toekijken. Man, wat kun jij dat snel! En
goed!

Echt vlot verloopt onze tocht derhalve
niet. Tegen de tijd dat we zo'n beetje hadden gedacht
weer bij de finish aan het trappistenbier te zitten,
laten we ons op keerpunt bij Achelse Kluis een perenpunt
met slagroom en een kop koffie voorzetten. En dan is nog
maar 60 kilometer wind tegen terug, met de doordringende
kou van te langzaam opdrogende klamme wielerkleding.
Toen ik op de heenweg neef Raymon
voorhield dat hij weer met garnalenverstand onbesuisd op
kop sleurde, meldde hij me overmoedig: 'En wat als ik
dat nou 125 kilometer volhoud?' Ik aarzelde niet met
mijn antwoord: 'Dan heb ik respect.' Maar na een uur
molentjes draaien tegen windkracht 6 met een
kruissnelheid van 35 kilometer in het uur laat mijn neef
steeds vaker verstek gaan in onze gesmeerd lopende
carrousel. Zijn trapfrequentie wordt nog lager dan die
normaal gesproken al is, en op het moment dat Rob2 hem
daarin probeer te corrigeren, is het definitief met onze
leerkracht in spé gedaan. Bergop rijdt hij als de beste,
maar hij heeft een hekel aan wind.

De nazit dan. Daarover kunnen we kort
zijn. Op het terras bij het Proeflokaal laten we ons in
een flauw zonnetje een dwarsdoorsnede van het La
Trappe-assortiment voorzetten: van Blond naar Isid'or
tot Triple, begeleidt door een constante stroom van
bittergarnituren.
De Abdijentocht is nu al een
klassieker in ons jaarlijkse toerschema! Proost!

Garmin-link:
http://connect.garmin.com/activity/86084851 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
7 mei 2011
Niemand van mijn vaste fietsmaten mag dan
zo gek zijn om, zoals ik, op een zaterdag 240 kilometer
weg te trappen, al na 15 kilometer heb ik een nieuwe
vriend. Een wat oudere man op een racefiets die op een
camping in Noordwijk verblijft en dit seizoen toe is aan
zijn eerste rondje Ringvaart. Bij Weteringbrug vraag
hij, als ik hem inhaal, beleefd of hij achter me mag
blijven hangen. 'Sommigen vinden dat niet prettig,
namelijk.' Mij maakt het niet uit en ik houd hem een
tijdlang uit de wind. De campinggast blijkt in zijn
glorietijd 78 marathons
te hebben gelopen - snelste tijd: 2.30 uur en een beetje,
top twintig van Nederland
- en daarna te zijn overgestapt op de triatlon. Hij
was een hele goede zwemmer, fietsen ging wat minder. Na
een kwartier vraagt hij aan mij of het ietsje zachter
kan. Dat is de eerste opsteker van de dag!

Ter hoogte van Schiphol rijd ik een
groepje renners achterop dat me feilloos naar het
startpunt van de Boretti loodst: het velodrome in
Sloten. Een gigantisch complex, dat voor de 6000
deelnemers toegankelijk blijkt door achter een enkele rij
stoeltjes door te schuifelen naar een smal trapje. Het is niet de enige vorm
van filevorming en vertraging. Mijn startnummer (5853)
haal ik vlot op, maar de rij voor de gratis shirtjes is
zeker honderd meter lang. Doordat ik laat heb
ingeschreven, wordt mijn wielertenue opgestuurd. Een
voorrecht dat alleen is weggelegd voor de startnummers
5000 en hoger. Mijn tweede opsteker van de dag!

De Boretti kun je rijden vanaf 50
kilometer. Maar er zijn ook rondjes van 75 en 110. Ik
rijd de 160 en omdat ik vanuit Katwijk op de fiets ben
gestart, maak ik vandaag de 240 kilometer vol. Mijn
eerste fietstocht boven de 200, iets wat ik me twee jaar
geleden heb voorgenomen toen ik net het goud miste in La
Marmotte. Het verschil tussen zes en negen uur op een
racefiets zitten, moet je een paar keer aan den lijve
hebben ervaren. Bij de marathon zijn de laatste
tien kilometer ook onevenredig veel zwaarder dan de
dertig ervoor.


Na 20 kilometer in deze Classico krijg
ik nog meer nieuwe vrienden. Clubgenoot Graham - zowel lid van de
Afdeling Wielersport in Katwijk als bij de Tourclub
Limmen in zijn nieuwe woonplaats Castricum - rijdt me
met zijn fietsmaten achterop. En hoewel ik me heb
voorgenomen om de hele dag niet boven de 30 kilometer
per uur te rijden en
mijn hartslag onder de 130 te houden, kan ik
het toch niet laten om aan te haken. Zeker nadat Graham
me heeft bezworen dat er ook in zijn groepje mannen
zitten die willen toeren. Vertrouw nooit een wielrenner
die dat zegt. Binnen de kortste keren buffelen we gewoon
met 40 kilometer over 's Heeren wegen, knallen het Kopje
van Bloemendaal op en doen ook anderszins alsof
het koers is.
Het rijden in een groep gelijkgezinden
is, behalve gezellig, ook tamelijk inefficiënt. Bij
bevoorradingsposten bepaalt de langzaamste het tempo en
onderweg moet er worden gewacht op een enkeling die het
tempo niet kan bijhouden. We zijn ene Hans kwijt en
vinden hem ook niet meer terug. Ook niet na enkele
telefonades en een kwartiertje langs de kant staan. Het is
ook overal hetzelfde, weet ik uit ervaring bij mijn
eigen cluppie. Wel zo geruststellend. Af en toe plaatsen
ook de parcoursbouwers ons voor een raadsel door bordjes
te hangen op plekken waar je ze niet verwacht en
wielrenners, ook bij verkeerd rijden, graag kuddegedrag vertonen. Verder zijn in
de Boretti alle paden opgenomen - zoals die door het
duingebied van Zandvoort naar Noordwijk - die je als
wielrenner op mooie dagen beter kunt mijden.

Als de TC Limmen in Voorhout het
terras opzoekt, rijd ik alleen door. Mijn dag is nog lang. En
er zijn genoeg andere groepjes om bij aan te sluiten.
Wel wreekt zich op het tweede deel van de rit dat ik al
twee bevoorradingsposten aan me voorbij heb laten gaan
omdat ik het er te druk vond. Op het terras van een
snackbar in Bennebroek eet ik snel twee broodjes
fricandeau ('Nee, geen frikadel', moet ik de
frietenbakker duidelijk maken) en bestel ik twee flesjes
sportdrank. De uitbater heeft alleen van die witte Aquarius. En
daar word ik misselijk van, merk ik na een half uur.
Bovendien heb ik ook pijn in mijn kop. Door de zon, maar
ongetwijfeld ook door vochtgebrek. De laatste twintig
kilometer zit ik er een beetje doorheen, op een parcours
dat nog steeds de raarste kronkels maakt maar
uiteindelijk weer uitkomt op de Ringvaart. Met wind
tegen sukkel ik terug naar de finish in Sloten, waar ik
een tijdje met een colaatje in de schaduw ga liggen om
moed te tanken voor de terugtocht naar Katwijk.


Op het laatste stukje Ringvaart van
vandaag heb ik de wind wel stevig in de rug, de laatste
opsteker! Bovendien wacht ter hoogte van jachtwerf Royal Van Lent
op Kaageiland nog
een mooie afleiding voor de pijn in mijn kuiten in de vorm van een tewaterlating van wat Graham later op het Ledenboek van de club een
'drijvend
bankiersbordeel' zal noemen. Daar heb ik niks aan toe te
voegen.
|
|
|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag
30 april 2011, Jalón, Costa Blanca
Spaanse wielrenners houden niet van
regen. Sterker nog, als de weg alleen maar nat is en er
verder geen neerslag van betekenis valt, blijven ze
thuis. Daar is bij het rijden in de bergen wel wat voor
te zeggen - de wegen worden hier bij nattigheid
spiegelglad door olie- en olijfresten en dat is niet
prettig in een afdaling met 70 kilometer in het uur -
maar net als bij ons in Nederland kun je hier ook prima
vlak fietsen, bijvoorbeeld als je de kust aanhoudt. Dus
wij laten ons - in tegenstelling tot de mannen van de
Club van Pedreguer - op de laatste dag van ons
trainingskamp niet weerhouden door een beetje regen. De
wekker was tenslotte toch al om zes uur gezet, we hebben
ontbeten en zitten in onze pakjes van de Afdeling
Wielersport van de IJsclub (!) Voorwaarts Katwijk te
trappelen van ongeduld. En die paar druppels...

...worden er wel wat meer als we in
het halfduister richting de donkere wolken boven het
dorpje Jalón rijden, vanwaar de Welshman Gareth al via
sms heeft laten weten dat hij lekker in zijn bedje bij
juf Carmen blijft omdat het buiten te nat is. We
schuilen even onder het afdakje van de
MasyMas-supermarkt en besluiten dan om van de regen weg
te fietsen, richting Benissa en verder langs de kust.
Vooral mijn rentenierende vriend Edwin is niet te houden
na een dag rust en knalt met een snelheid de heuvel bij
Senija op die doet vrezen voor de rest van deze rit.
Maar, zoals ik hem voorhoud, de prijzen worden pas aan
het eind verdeeld.

Langs de kust fietsen betekent rijden
over glooiende wegen, maar tijdens een rit sprokkel je
toch heel wat hoogtemeters mee. Zoals hier, bij de
beklimming van de Montgó, de puist die Javea van Denia
scheidt.

Onderweg nemen we - het is tenslotte
vakantie - de tijd voor toeristische
bezienswaardigheden, zoals het uitzichtpunt op de
landtong hoog boven het haventje van Javea.



Ook de bootjes in de haven van Denia zijn
- in elk geval voor mij - een vaste fotospot op een
trainingskamp, waarna we doorrijden naar ons favoriete
almuerzo-restaurant in Denia Nova. Hier beleggen ze mijn
stokbrood van bijna een meter uiteraard weer met lomo
(gebakken plakken varkensvlees), kaas en tomaat - de met
een minder sterke maag uitgeruste Rob2 en Edwin houden
het veiligheidshalve bij tortilla met kaas - en olijven,
een salade, pinda's, een fles wijn en gaseosa op tafel
zetten. Voor dit complete rennersmaal vragen ze na
afloop twaalf euro. 'Vanwege de concurrentie', legt
Edwin uit. 'Ze zijn goedkoper geworden. Voorheen was het
4,50 euro per persoon, nu maar vier.' Onderweg: verse
sinaasappels eten van de boom (linksboven), donkere
wolken boven Pego (rechtsboven) en (daaronder) voor mij
nog een lekke band. Niet omdat ik niet goed was, maar
omdat Edwin me dit al had voorspeld. De voorband op mijn
leen-Orbea was een beetje gaar.

Soms rijden we over een nat stukje weg of
worden gewaarschuwd door tegemoetkomende fietsers
dat we niet te ver naar het binnenland moeten - waar het
wel regent - maar wij houden het de hele rit droog.
Zelfs op de venijnige beklimming van wat ze hier de
Tourmalet noemen. En wat ik eerder op de dag al
voorspelde: de prijzen worden pas op de meet verdeeld.
Tot drie keer sla ik met speels gemak een aanval op
(eerst) de bolletjestrui en later op de eindoverwinning
in het klassement van Rob2 af. Edwin doet - in de
wetenschap dat hij in elk geval brons heeft - niet
fanatiek mee om het podium. Met hun complimenten
proberen ze me meteen ook te ontmoedigen: 'Jij bent nu
zo sterk, dat kan de komende maanden alleen maar minder
worden.' Prettig om te weten, in de aanloop naar mijn
hoofddoel voor dit jaar: La Marmotte (op 2 juli).

Als mijn fietsmaten het na 127 kilometer
voor gezien houden en Rob2 begint aan het inpakken van
zijn nieuwe Gazelle, doe ik nog een extra rondje vallei
om de 150 kilometer vol te maken. Ja mannen, succes zit
in de details en de wil om net wat meer werk te
verzetten dan een ander. |
|
| |
|
|
| |

Vrijdag
29 april 2011, Jalón, Costa Blanca
Na twee fietsdagen van bijna 250
kilometer en meer dan 4000 hoogtemeters is het - zeker
op onze leeftijd - tijd voor rust. Nou ja, rust, dat is
een beetje zonde als je hier maar vier dagen bent. Tijd
om wat gas terug te nemen dan, een soort adempauze voor
de koninginnenrit van morgen. Een beetje vlakke route,
derhalve, als ik Rob2 niet per se de route over de Bernia
had willen laten zien. Een schitterende klim die hier
zo'n beetje middenin Jalón begint. Alleen Edwin is
verstandig, die houdt echt rust. Maar die is hier dan
ook bijna 365 dagen per jaar.

Het is voor het eerst dit
trainingskamp dat we de zon moeten missen. De toppen van
de bergen hangen in de mist, maar de temperatuur is -
zeker bij het klimmen - heel aangenaam. De weg slingert
naar zo'n 600 meter hoogte, dan volgt een bloedstollende
afdaling - met steile stukken waar ik met rokende remmen
meer dan 20 procent omlaag kruip - naar de N-weg die we volgen tot in Calpe.
Haventje kijken, Rob aanwijzen waar we vroeger altijd
met de kinderen op strand lagen, langs ons favoriete
restaurant van tia Clara rijden en een blik werpen op de
rots die dit klein-Benidorm domineert. Daarna rijden we
naar de andere boulevard voor koffie met taart. Het is
tenslotte een rustdag.



We vervolgen onze toeristische trip
langs de kust richting Moiraira, over een weg die dan
weer vlak langs de zee, dan weer door dennenbossen en
langs proletenvilla's of de grootste verzameling Chinese
restaurants van de Costa Blanca leidt. Een menuutje Pato
Peking doet hier niet meer dan 6 euro. In het witte
kustplaatsje houden we halt bij het haventje waar ik me
vrijwel elk jaar door mijn rentenierende vriend bij de
vissersbootjes laat fotograferen. Maar dat kiekje is dit
keer voor Rob:
Naar Gata de Gorgos zijn nog wat
venijnige klimmetjes te nemen, maar mijn benen voelen
nog steeds goed en mijn hartslag krijg ik nog met gemak
naar de 170 (meten is weten), wat erop duidt dat de
vermoeidheid nog niet heeft toegeslagen. Over mijn
trapfrequentie verkeer ik nog steeds in zalige
onwetendheid, al probeer ik na de reprimandes van
gisteren wel wat minder zwaar te rijden. Het resultaat
van deze rustdag? Meer dan 80 kilometer en 1250
hoogtemeters. Meer dan in de Nederlandse klimklassieker
Veenendaal-Veenendaal.
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag
28 april 2011, Jalón, Costa Blanca
Meten is weten, zo luidt een gevleugelde
uitdrukking van mijn rentenierende vriend, die graag
alle facetten van zijn leven in overzichtelijke
statistieken verwerkt. Van zijn dagelijkse uitgaven tot
de hoeveelheid neerslag en het gemiddelde aantal zonuren
over de maand april. Zelf rommel ik altijd maar wat aan,
maar sinds ik op mijn fiets een geavanceerde
Garmin-computer heb die al mijn gegevens - niet alleen
de route en het aantal kilometers, maar ook mijn hartslag
en trapfrequentie - via een webpagina openbaar maakt,
ben ik kwetsbaar. 'Ik lees uit de cijfers dat je op een
heel andere manier bent gaan fietsen', zei mijn vriend
vandaag,


En dat klopt. Waar ik vroeger met een
koffiemolentje en een trapfrequentie van boven de 100 de
berghellingen op reed - helemaal volgens de school van
Lance Armstrong - kies ik nu voor het binnenblad met een
veel zwaarder verzet. 'Het was me al opgevallen bij Veenendaal-Veenendaal', aldus mijn rentenierende
statisticus. 'Je trapfrequentie komt nauwelijks boven de
60 uit.' In de conclusie dat dat niet goed is, krijgt
hij steun van mijn fietsmaat Rob2: 'Je trapfrequentie
moet in een rit met veel hoogtemeters tussen de 70 en de
80 liggen.' Het analyseren op afstand is helemaal in. De
trainer van Fraser - een renner van 16 jaar uit de
vallei van Jalón - woont in Engeland en leest de
conditie van zijn pupil af uit de Garmin-gegevens die
hij opstuurt. Hij hoeft hem nooit meer te zien om te
weten hoe het er voor staat.

Nu wil het toeval - maar voor mij is het
geen toeval - dat ik makkelijker rijd dan ooit. Ik ga
met twee vingers in mijn neus de bergen op en krijg mijn
fietsmaten niet eens meer op de foto. Vandaag reed ik op
ons rondje Guadalest voornamelijk omhoog met Javi, de
Spaanse fysiotherapeut uit Lliber, omdat mijn
rentenierende vriend en Rob2 een pact van de
achterblijvers hadden gesloten. Dus ja, wat moet ik met
die klachten over mijn trapfrequentie? Ria Visser had
als schaatscommentator ook altijd lovende woorden voor
de techniek van Nederlandse rijdsters die eervol 34ste
werden, en bleef maar stug volhouden dat de krabbelende
wereldkampioenen uit de Verenigde Staten er niks van
konden. Omdat het er stilistisch niet uitzag...

Na de wijn van gisteren is het vandaag
tijd voor experimenten met bier: we drinken het met
gaseosa en met cola. Rob2 heeft geleerd van zijn
varkensvlees-debacle van gisteren en kiest bij de almuerzo voor een
lichtere bocadillo met tortilla en kaas. Maar Javi en ik
zweren bij onze 'lomo'. Daar rijden we pas lekker mee
omhoog, dondert niet met welke frequentie.


Javi heeft 's middags nog zes patiënten,
dus rond half twee moeten we wel terug zijn. Ons rondje
is 117 kilometer, telt 2200 hoogtemeters en wordt -
omdat we weer via Castell de Castells terugrijden -
afgesloten met een woeste afdaling met harde wind tegen,
waarbij de snelheden voortdurend boven de 50 kilometer
in het uur liggen. En mijn trapfrequentie? Op de fiets
van mijn rentenierende vriend die ik hier gebruik, zit
geen sensor die dat bijhoudt...
 |
|
| |
|
|
| |

Woensdag
27 april 2011, Jalón, Costa Blanca
Zelf heb ik er al een jaar of twaalf aan
kunnen wennen, aan de Spaanse fietscultuur. Dus bestel
ik ook voor de eerste almuerzo van mijn fietsmaat Rob2 -
een vreemdeling nog, hier aan de Costa Blanca - bijna
gedachteloos mijn favoriete stokbrood met dikke plakken
varkensvlees, gesmolten kaas en tomaten. Het is 10.30
uur in de ochtend, we hebben net anderhalf uur de Alt de
Margarida beklommen en de fles rode wijn staat al op
tafel. Het is niet de drank die Rob2 na dit copieuze
maal tussen ontbijt en lunch in parten gaat spelen. Het
broodje varkensvlees ligt de hele dag als een steen op
zijn maag.



Voor onze eerste rit in het achterland
van de Costa Blanca krijgen we - mijn rentenierende
vriend Edwin, Rob2 en ik - gezelschap van de Welshman
Gareth, in zijn gloriejaren een niet onverdienstelijke
amateurwielrenner in het Verenigd Koninkrijk, maar hier
in Spanje vooral bekend als de British Mecanic. Hij
heeft de afgelopen weken vooral op de mountainbike
getraind en mist - net als de meesten van die artiesten
op de ongebaande weg - duurvermogen. Dat gaat hem nog
lelijk opbreken, op dit ritje van 127 kilometer met meer
dan 2000
hoogtemeters.

De omstandigheden zijn vrijwel volmaakt
te noemen: een graadje of 25 in de schaduw - meer dan 32
in de volle zon, dat is dan weer wat minder - weinig
wind en een landschap dat niet voor niks door renners
van naam en faam tot de beste trainingsgebieden ter
wereld wordt gerekend. Ondanks het blok varkensvlees met
gesmolten kaas en tomaten in zijn maag, toont Rob2 dat
de arbeid die wij verrichten bij de Afdeling Wielersport
van de IJsclub Voorwaarts Katwijk ook in den vreemde
zijn vruchten afwerpt. Het enige wat hem ontbreekt is
parcourskennis, waardoor ik hem bij de laatste sprint
naar Alcalalí weet te verrassen met een demarrage die
mijn fietscomputer even de 70 kilometer per uur laat
aantikken. Even daarvoor heeft Gareth mijn gevleugelde
woorden 'Als je goed bent, rijd je niet lek' eer
aangedaan door in de afdaling naar Castell de Castells
lek te rijden. Hij was niet goed, maar heeft alle
vertrouwen in zaterdag, als we hem weer tegenkomen voor
een rit van 165 kilometer met de club van Pedreguer.
Morgen rijden we met de Spanjaard Javi, geen liefhebber
van stevige almuerzo's. Ik weet zeker dat hij na vandaag
minstens één medestander heeft.
|
|
| |
|
|
| |

Maandag
25 april 2011
Voor theorieën over het weer, kan ik
altijd bij mijn rentenierende vriend terecht. Zo weet ik
van hem dat het in Spanje doorgaans zo´n tien graden
warmer is dan in Nederland. En dat wanneer in ons land
de temperatuur zodanig van slag is dat er zelfs met
Pasen bijna sprake is van een hittegolf, het bij hen aan
de Costa Blanca met bakken uit de hemel komt. Deze week
vormt daarop geen uitzondering. Ik tik dit weblog in een
hempje, met bruinverbrande schedel, nadat ik even op
zijn log heb gekeken hoe het water op het terras
klettert. Laat nou het toeval willen dat ik morgen met
mijn fietsmaat Rob2 afreis naar de Costa voor een kort,
maar hevig trainingskamp van vijf dagen. En wat doet het
weer in Spanje volgens weeronline? Vandaag krijgt het
een dikke drie, maar vanaf morgen - als wij onze
opwachting maken - een negen. En dat blijft ook
voorlopig zo, kun je aan de 14-daagse verwachting zien.
Volgens de omkeertheorie van mijn rentenierende vriend
krijgen jullie hier in Nederland straks dus te maken met
een serieuze weersomslag. Maar dat zal ons een zorg
zijn. Wij zitten in Spanje!
 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Naar de rest van het
wielerseizoen 2011 |
|
| |
|
|
| |
Naar het
wielerseizoen 2010 |
|
| |
|
|
| |
Naar het wielerseizoen 2009 |
|
| |
|
|
| |
Weer naar boven op deze pagina |
|
| |
|
|
| |
Het verslag van de
Dolomietenmarathon staat
hier. |
|
| |
|
|
|