Nieuw op deze site:

 

 

Column

Vanuit Spanje word ik - zeer terecht - gemaand om een inhaalslag te plegen met mijn krantencolumns, die daar uiteraard alleen op het web zijn te lezen. We vervolgen met: Ingreep.

 
 

 

Elders in het gezin

Het weblog van mijn wederhelft

 
 

 

HTWV

Alles over de HTWV-jubileumweek 2010 vind je hier.

 
 

 

Ierland 2010

Alles over onze zomervakantie in het land van drizzle, Guinness en kabouters overzichtelijk op een rijtje op deze pagina.

 
 

Wonen in Spanje

Het weblog van onze rentenierende vrienden in Jalón, Costa Blanca

 
 

 

Dossier Dolomieten

 

Alles over de Dolomieten Marathon 2010 staat hier.

 
 
 

Wielerclubs en sites

 

Afdeling Wielersport

IJsclub Voorwaarts Katwijk

Noordbikers

 

HTWV

(Hijgend Trekken Wij Voort)

Club Ciclista Xaló

 

 
Alles over La Marmotte 2009
Klik hier
 
 

 

Trainingskamp Spanje 2009

Klik hier

 

 

 

 

Stukjes tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek, maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of elders in Europa aan het trappen. Op deze site  verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik ook voor de lol.

 
 
 

 

Pretvaderen is het centrale thema van een column die ik wekelijks schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site, behalve met wielrennen, ook kennis met een prettige kijk op het vaderschap.

 

Naam: Dick van der Plas Leeftijd: 50

Woonplaats: Katwijk

 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Programma 2011

 

Maart:

12 maart Witte Kruis Classic, Den Haag

19 maart Joop Zoetemelk Classic, Leiden

 

April:

2 april Rabo Bergtoer, Ochten

23 april Ronde van Noord-Holland, Oostzaan

 

Mei:

1 mei Elfdorpentocht, Stompwijk

15 mei Abdijentocht La Trappe

29 mei Jean Nelissen Classic, Vianden (Luxemburg)

 

Juni:

4 juni Waalse Pijl, Spa

(Belgie)

 

Juni/Juli:

26 juni-2 juli Marmotteweek, Bourg d’Oisans

(Frankrijk)

 

Augustus:

Vakantie

 (Cornwall en Wales)

20 aug Mergerllandroute

 

September:

Fietsweekend

Vlaanderen (HTWV)

 

Oktober:

Herfstmountainbiken

in Leersum

 

November:

Rabo Beach Challenge,

Scheveningen

 
 
 

 
 
 
 

 

 

 

Seizoen 2011

 

 
 

Zaterdag 23 april 2011

Als voorbereiding op de Marmotte lijkt de Ronde van Noord-Holland niet bijzonder geschikt. Het aantal hoogtemeters is met 250 te verwaarlozen en de afstand - 160 kilometer - is met alle meters die we al in de benen hebben, ook niet om over naar huis te schrijven. Maar verandering van trainingsomgeving kan natuurlijk nooit kwaad. En wij Hollanders bemoedigen ons met de gedachte dat langdurig tegen de wind in rijden, een beetje te vergelijken is met bergtraining. Op naar Oostzaan, derhalve!

Met twee auto's vertrekken we (Peter, Arjan, Hugo, Rob2, Ton en ik) uit Katwijk, en één auto (clubgenoot Graham en zijn fietsmaat Frans) komt uit Castricum. De Ronde van Noord-Holland kun je op verschillende plekken beginnen, maar voor ons ligt Oostzaan het meest voor de hand. Bijkomend voordeel is dat de wind uit de Noordoosthoek blaast, waardoor we hem de laatste 60 kilometer min of meer in de rug hebben.

Moeten we het nog hebben over de omstandigheden? Eigenlijk niet. Die zijn namelijk zoals voorspeld: een graadje of zestien bij de start, rond 8 uur, maar al snel oplopend tot ver boven de twintig graden. Ton (links op de foto boven) - een Ronde van Noord-Holland-veteraan die de tocht voor de eerste keer op zijn twaalfde reed - kan zich ook edities herinneren waarin het maar een paar graden boven nul was.

Mijn voorbereiding op deze ronde bestond uit het inschrijven via internet, waarna ik een paar dagen voor de grote dag een stuurplaatje en een routebeschrijving kreeg opgestuurd. In grote lijnen weet ik daardoor dat we een flinke lus door de provincie maken, maar vraag me niet welke dorpen en stadjes we allemaal tegenkomen. Af en toe geeft Graham een hint: Heemskerk, hierna komt Castricum. Soms zie ik zelf een naambord voorbij flitsen. Maar welke plaats we hier binnen rijden? Zaanstad, wellicht?

Vooral de eerste vijftig kilometer is het behoorlijk druk. In een lang lint rijden we toch een behoorlijk tempo en het is constant dringen om een beetje voorin te blijven. Het voortdurend gaten dicht rijden kost kracht en af en toe moeten we ook even gas terug nemen om onze groep weer bij elkaar te brengen. Maar boven Schoorl krijgen we wat meer lucht en rijden we als Afdeling Wielersport van de IJVK vooral onze eigen race. Dat wil zeggen: we nestelen ons op kop van de pelotons, draaien ons molentje, foeteren indringers uit die het ritme verstoren en houden het tempo zo hoog dat er niemand langs komt.

Parcourskennis is er wel bij Graham, die ons in Medemblik loodst naar een mooi terras aan de haven, waar ze een hele beste cappuccino en appelgebak serveren. Voor Ton (rechtsvoor) ook een goede gelegenheid om de schedel nog eens goed in de zonnebrandolie te zetten.

Onze kersverse fietsmaat Frans geeft op het tweede deel van de tocht geregeld te kennen dat hij op eigen kracht verder wil omdat onze snelheid (we eindigen met een gemiddelde van 33) hem te hoog ligt, maar bij elke controle- of verversingspost haakt hij toch weer aan. Als Hugo40 en Rob2 er bij het naderen van de finish nog een schepje bovenop gooien, krijgt ook Arjan het moeilijk. Maar door gewoon door te rijden als wij onze stempels halen of de bidons vullen, halen we toch gezamenlijk de finish.

En daar wacht - behalve een foeilelijk herinneringstegeltje - ook het herstelbier!

 

 
 
 
 

Dinsdag 19 april 2011

Je kunt je als captain van - in dit geval - de B-groep, nóg zo goed voorbereiden, bij onvoorziene omstandigheden komt het aan op improvisatie. En dan is het pijnlijk om te zien hoe niet iedereen in de groep daar even goed mee om gaat. Een rondje Rijn- en Veenstreek had ik gepland, via Leiderdorp, Oud Ade, Rijpwetering en Weteringbrug, om via de Ringvaart in een soepel molentje terug te rijden naar het ondergaande zonnetje.

Maar het tempo lag zo hoog, dat ik ter hoogte van Sassenheim besloot tot nog een rondje Poelpolder, om niet al te vroeg bij het clubhuis aan te komen. Een deel van het lusje dat ik in gedachten had, reed ik zaterdagmiddag ook al. Maar door ergens linksaf te gaan waar ik rechtdoor had gemoeten, belandde ik met mijn B-groep in een Lissese nieuwbouwwijk, met alle 30-kilometerellende (druppels, doodlopende straten, haakse bochten, rotondes en andere obstakels) van dien. Bij dit soort tegenslag geldt maar één remedie: het gas er goed op houden en steeds op het laatste moment naar bewind van zaken handelen. Tsja, en dan gaat er wel eens iemand naar rechts, als jij zelf besluit naar links te gaan. De mannen hadden in elk geval weer wat om na te praten, tijdens de afsluitende koffie. Of napraten, om in de beeldspraak van fietsmaat Rob1 te blijven: de ene emmer stront na de andere over mijn mooie hoofdje uitstorten!

 
 
 
 

Zondag 17 april 2011

Ieder zijn kwaliteit. Als we ver boven de veertig kilometer in het uur over het fietspad van de Meije denderen en ik bij Rob L. een spaak hoor knappen, kan ik twee dingen doen: stoppen om er een foto van te maken, of er nog een schepje bovenop doen en naar voren rijden, waar ik wegkapitein en sleutelgenie Rob2 weet. Ik kies voor het laatste. Wat heeft Rob L. eraan als ik een foto van hem maak, onder deze kommervolle omstandigheden? Ik tip Rob2, die na een zekere aarzeling omdraait, en sluit me aan bij Hugo40, Peter en Teun die onverminderd hard richting de koffie met appelpunt razen. Ja, want ook daar moet een foto van worden gemaakt. Ieder zijn kwaliteit:

Het is kritiek die bij elk pechgeval weer aanzwelt: Van der Plas maakt geen vuile handen. Nee, inderdaad, dat is niet mijn kwaliteit. Ik kan een beetje aan zo'n spaak gaan staan rukken, er een half uur over doen om voor iemand anders een bandje te wisselen, maar wat schiet de groep daar mee op? Is het niet veel leuker om na afloop een kiekje van het gebeuren te hebben? Of te weten dat ik - in het bovenstaande geval - de juiste man naar de juiste plaats heb gestuurd?

Meer nog dan de landschappelijke schoonheid van dit rondje Meije, stond de malheur die ons op deze mooie zondagmorgen overkwam, centraal. Eerst kreeg Jan Pep te maken met spaakbreuk, wat hem op een voortijdige aftocht naar huis kwam te staan. En vervolgens overkwam Rob L. dubbele pech: spaakbreuk en een lekke band. Hem restte niets anders dan vanaf het terras zijn oude vader te bellen om vanaf Valkenburg (ZH) af te reizen naar, ja, naar wat eigenlijk... ,,Richting Zwammerdam, en dan ergens linksaf, een klein paadje op.'' Zo leg je dat uit, aan de pre-TomTom-generatie. Vlak bij huis kreeg ook Vincent nog een lekke band, waarbij hij - terwijl Rob2 ook deze klus klaarde - heel zorgvuldig in de grootste hondendrol van Wassenaar en verre omstreken stapte. Zijn schoenen staan, inclusief dichtgeslibde wielerplaatjes, inmiddels op Marktplaats. Voor een schijtprijsje...

 

De eerste tien kilometer vergat ik mijn Garmin aan te zetten, want het totale rondje was zo'n 110 kilometer. Maar niettemin toch een lekker gemiddelde, voor een rondje met zoveel pech.

 
 
 
 

Zaterdag 9 april 2011

Het zijn voor de Marmotte-gangers de weken van de noodzakelijke klimkilometers. Dus reizen we een week na de Rabo Bergtoer in Ochten opnieuw af naar de Utrechtse Heuvelrug, dit keer voor de klassieker Veenendaal-Veenendaal, op het oog een overzichtelijke rit, waarvan - niet onlogisch, bij een rondje fietsen - zowel de start als de finish in Veenendaal is.

De routes van de Bergtoer en Veenendaal-Veenendaal zijn voor een belangrijk deel identiek, maar als je na afloop de statistieken van beide ritten naast elkaar legt moet je toch constateren dat 'Veenendaal' iets zwaarder is: meer dan 100 hoogtemeters, om precies te zijn. Dat komt waarschijnlijk door de Amerongse Berg (foto boven) die ontbreekt in Ochten, maar vanuit Veenendaal op een paar kilometer van het clubgebouw van de organiserende Valleirenners opduikt. Het totaal komt daarmee uit op 1136 meter (Bergtoer 1013 meter).

'Veenendaal' is wat bekender en daardoor ook wat drukker dan Ochten. Vooral de eerste 30 kilometer is het soms filerijden, daarna scheiden de mannen zich van de jongens bij een gemiddelde dat voor ons dan hoog in de 31 kilometer per uur ligt. Nou ja, mannen... We verheugen ons geruime tijd in het gezelschap van een 19-jarige triatlete uit Almere die traint voor het Nederlands Kampioenschap en - bij goed resultaat- het EK (foto onder links). Pas na anderhalf uur scheiden de mannen zich van de meid, als we in het gedeelte van de koers komen waar de serieuze klimmetjes (en later: veel verkeerslichten) opduiken. Dan daalt ook het gemiddelde van ons drietal maar zakt nooit onder de 30 kilometer in het uur.

Aangezien we dit keer niet voor de gezelligheid rijden maar om een beetje serieus te trainen, wordt er geen koffiestop ingebouwd. De benen van Peter en mij zijn wat minder dan vorige week - de oude mannen zijn toe aan rust - maar Raymon is in bloedvorm. En sleept ons in zijn kielzog mee. Binnen 4,5 uur en bijna 135 kilometer zijn we precies om 13 uur terug in Veenendaal. De volgende serieuze klimrit? De Ronde van Noord-Holland. Ergens boven Hoorn schijnt daar een heel lastig viaduct in te zitten.

 

 
 
 
 

Dinsdag 5 april 2011

Op maandagavond leerden we als wegkapiteins over het anaerobe uithoudingsvermogen, de maximale zuurstofopname, de toename van de glycogeenvoorraad en de conditionele coordinatieve factoren in de trainingsleer. Maar een avond later bedacht Mart Ouwehand voor Groep A gewoon het volgende: zo hard mogelijk met de wind in de rug zo ver mogelijk weg rijden. En zo hard mogelijk met windkracht 7 tegen naar het clubhuis terug. Het ene ging met 45 kilometer in het uur. Het andere met 32 kilometer. Alleen het feit dat Teun onderweg moest pissen, had een zeker negatief effect op de grondmotorische eigenschappen die ons prestatievermogen positief moeten bevorderen.

 

 
 
 
 

Zaterdag 3 april 2011

Serieus klimwerk, waar vind je dat in ons land nog buiten het bronsgroen eikenhout? Rond Ochten, schijnt het, want daar noemt wielerclub 't Versnellertje de door een plaatselijke Rabobank gesponsorde rit heel ambitieus een 'Bergtoer'. En warempel, na 130 kilometer trappen hebben we zowaar 1000 hoogtemeters in de benen. De belangrijkste cols? De Posbank, uiteraard, maar ook de Grebbeberg en nog wat van die bulten die ze beneden de Moerdijk tot erwten op een plankje bestempelen (cup AA). Maar de vijftien mannen van de Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk zijn er blij mee, niet in het minst omdat het vandaag de eerste Geschoren Benen-rit van het seizoen is. Net als op rokjesdag voor de dames kunnen wij, renners, weer onze blote kuiten tonen aan het volk bij een temperatuur van ruim boven de 20 graden. Een enkeling deed dat nog met zekere schroom en legde pas in de loop van de dag de beenstukken af. Weer anderen bleken slecht gesoigneerd aan deze tocht begonnen en reden met een bos haar op hun benen die je normaal alleen bij Roemeense takkenvrouwtjes aantreft.

Minstens net zo leuk als het fietsen, is de chaos die gepaard gaat met de gezamenlijke clubritten van onze Afdeling Wielersport. Dit keer brengen we ons bestuurslid Evenementenzaken Rob1 (wederom) tot wanhoop door onze auto's op geruime afstand te parkeren van de door hem bestuurde bus met racefietsen, aangezien hij er vanuit gaat dat we hem bij elke gemaakte beoordelingsfout (vanaf een vol parkeerterrein een heel stuk terugrijden terwijl er op honderd meter van de start volop ruimte in de berm is) blind navolgen. Daar is op zich wat voor te zeggen, al mag ik hem er graag op wijzen dat een dergelijke mentaliteit in de geschiedenis tot het uitbreken van twee wereldoorlogen heeft geleid.

Ochten ligt in Gelderland, maar zodra je de brug over de Nederrijn bij Rhenen oversteekt ben je in de Utrechtse Heuvelrug, een afwisselend landschap met rivierdijken, bossen, poldergebied en - de naam Heuvelrug houdt die belofte al in - een hele reeks mooie klimmetjes. We rijden - voor ons doen dan - op deze gezamenlijke ritten sociaal, wat gewoonlijk inhoudt dat de mannen met de sterkste benen er naar believen een snok aan geven, maar geregeld wachten op hen die reglementair uit het wiel zijn getrapt. Alleen aan het eind van de tocht wil de complete kolder nog wel eens in de koppen schieten, maar daarover later meer. Eerst genieten we nog van het zonnetje en de koffie met appelpunt op het terras bovenop de Posbank, waar het zelfs met deze zomerse temperaturen behoorlijk rustig is.

De natte uitvoering van de Bergtoer 2010 werd gekenmerkt door een hele reeks lekke banden van Hugo40 (vijf in getal), maar vandaag is er van geen enkele malheur sprake. Of het moet het tot razernij stemmende gekraak van de fiets van Rob L. zijn, die alleen bij snelheden van boven de 40 kilometer in het uur enigszins geruisloos wil lopen. En het voortdurende tegenlicht en de harde schaduwen waarmee ik als koersfotograaf te maken heb, al levert dat bij tijd en wijle ook wel mooie plaatjes op.

Nu met het aangescherpte veiligheidsbeleid van de club de doodstraf staat op het door rood-lichtrijden, staan we in en rond Arnhem meer stil dan we rijden.

Maar in het polderlandschap achter Rhenen is het - wegkapitein Rob2 had het al voorspeld - opeens koers! De stevige zijwind leidt tot waaiervorming en wie anders dan Hugo40 (het getal staat voor de kruissnelheid waarmee hij gewoonlijk tegen de wind in trapt) zet het spel op de wagen. Een select groepje kan, amechtig hijgend, volgen en is zelfs bereid om ook Hugo af en toe uit de wind te zetten. Op de foto zien we Wielerforum-orakel Graham zijn werk doen, met wegkapitein Rob2 in zijn kielzog. Bij het veroveren van de beste plekken in de groep wordt het betere gooi- en smijtwerk niet geschuwd, waarbij een enkeling er zelfs niet voor terugdeinst om uw huisfotograaf in de berm te rijden. Voor hem wacht echter de beloning voor het (doorgaans) slim rijden op de top van de Grebbeberg, waar hem de bollenpunten worden gegund door klimkoning Raymon - als enige nog in zijn wiel - met de woorden: 'Oude man, respect!' Dat mag ook wel eens gezegd!

Om het buitengewone karakter van deze Bergtoer andermaal te onderstrepen, wachten we bij de finish - onder het genot van Palm, pils en cola - op het terras keurig totdat na enige tijd ook Arie Nijgh is gearriveerd. Veel socialer kunnen we het niet maken!

 

 
 
 
 

Dinsdag 29 maart 2011

Bij sportscholen weten ze ook hoe het werkt: aan het begin van het seizoen ziet het zwart van de volgevreten abonnementhouders die na de feestdagen zeer gemotiveerd zijn om hun leven te beteren. Dus wat te denken van een seizoensopening van de wielerclub, op een bijna warme, zonovergoten dinsdagavond? Naar schatting veertig renners stonden er gretig aan de start, om na de gloedvolle woorden van secretaris Menno in vier groepen de weg op te gaan.

Voor de haantjes van groep A kreeg ik ter plekke de kapiteinsstrepen uitgereikt, wat leidde tot een rit over ruim vijftig kilometer met een gemiddelde van bijna 33 kilometer in het uur. Waanzin, voor een eerste keer, zou je zeggen. Maar helemaal niet gek voor mannen die deze winter niet hebben stilgezeten en al vele honderden - zo niet enkele duizenden - kilometers in de benen hebben. Het was de uitkomst van een gelijkmatig rondje Ringvaart, waarbij het alleen aan het eind - met de invallende duisternis - een soort race tegen de klok werd om rond half negen aan de koffie te zitten. En hoe zit dat met het sportschool-effect, waarbij 70 procent van de abonnementhouders na een fanatiek begin nooit meer komt opdagen? Twee dagen later, op een frisse en een beetje miezerige donderdagavond, waren er van die veertig mannen (en één vrouw) van het eerste uur bij de Afdeling Wielersport nog maar acht over...

 

 
 
 
 

Zondag 27 maart 2011

Kun je dan helemaal nooit meer met een groep wielrenners over het duinpad denderen? Jawel, om 08.00 uur op een zondagmorgen, op de dag dat de zomertijd is ingegaan. Op het traject tussen Katwijk en Zandvoort kwamen we welgeteld drie andere renners tegen, verder niemand. Een schamele poging deden we om - in voorbereiding op de 'bergtoer' in Ochten, volgende week zaterdag - wat hoogtemeters in de benen te krijgen. In de Randstad betekent dat elk duinmetertje pakken wat je tegen komt, in villawijk De Zuid in Noordwijk wat draaien en keren rond het huis van wijlen Freddy Heineken, het Kopje van Bloemendaal pakken, uiteraard, en de bult bij Spaarnwoude. Dan heb je het wel gehad.

Maar dan nóg vind ik dat het met klimmen weinig te maken heeft. Met mijn manier van klimmen, tenminste. Nog maar koud op de fiets (en koud was het, zo vroeg op de ochtend!) klap je - staand op de pedalen - met het buitenblad omhoog op ultrakorte, venijnige hellinkjes. Het betere gooi- en smijtwerk voor krachtmensen, dat is het, waarbij mijn fluwelen techniek niet goed tot zijn recht komt. Zou ik daarom na afloop zo'n zeurende pijn in mijn benen hebben?

Met voor het eerst Jan Pep in de gelederen reed de A-groep van de Afdeling Wielersport van de IJVK vanmorgen met een mannetje of zeven (tellen is niet mijn sterkste kant). Zij gebruikten de terugweg via de Ringvaart niet alleen voor een koffie met punt-stop bij Cruquius, maar ook om het gemiddelde van deze rit tot ruim boven de 30 op te poetsen. Van de stuwkracht van ons molentje werd dankbaar gebruik gemaakt door opgepikte renners, die zich in ons kielzog lieten meesleuren tot aan de spoorbrug bij Sassenheim. Bij clubhuis De Goerie stond er niet meer dan 97 kilometer op de teller, maar met die schande kon een meerderheid van de Club van Honderd niet leven. Met een beetje reclame rijden op de Boulevard werd de teller op de begeerde drie cijfers gebracht.

 
 
 
 

Dinsdag 22 maart 2011

Nog even, en mijn haat-liefdeverhouding met de atb is weer voor zeker een half jaar over. Zes maanden lang niet meer met angst en vrees over het zanderige hobbelpad achter de Estec langs richting Noordwijk rijden, om daar in het pikkedonker je leven te wagen op de singletracks. Deze dinsdag is voorlopig de laatste keer dat we die kant uit gaan en, het moet gezegd, ook nu zijn er momenten dat de liefde het wint van de haat. Want het blijft toch machtig mooi om met een meute mountainbikers in het schijnsel van felle lampen door de natuur te rossen. Niet iedereen is daarvan overtuigd, overigens, want op de terugweg van het parcours over de wandelpaden, zien we in de verte opeens de lichten van de boswachtersauto. Op bevel van kapitein Rob2 knijpen we in de remmen, om met gezwinde spoed weer in tegengestelde richting te rijden, waarna we schijnheilig over het asfalt onze weg vervolgen. Het was tenslotte al spannend genoeg geweest, vanavond, met singletracks die er - in mijn blijvend onervaren ogen althans - behoorlijk zanderig en uitgesleten bij lagen. Mijn voorwiel dook opeens in diepe kuilen die er voorheen niet waren, of klapte op blootliggende wortels die opeens uit de grond leken geschoten. Dat het niet alleen aan mij lag, bleek wel uit het feit dat ook kapitein Rob2 met zijn crosser een echte salto mortale maakte. Donderdag nog één, relatief makkelijk rondje Landgoederenroute en de mountainbike kan een half jaar in het vet. Maar niet nadat ik er eerst een baggerlaag van zeker drie maanden vanaf heb geschrobd. Want zoals een ander zijn baard laat staan om een statement te maken, zo heb ik sinds de jaarwisseling mijn fiets niet meer gewassen. Want wat heeft dat voor zin? Ooit wel eens een varken onder de douche zien staan?

 
 
 
 

Zaterdag 19 maart 2011

De uitstraling is minder exotisch dan die van Milaan-San Remo, maar toch is de Joop Zoetemelk Classic voor ons al enkele jaren de 'primavera'. De echte opening van het seizoen. Voor ons geen schilderachtige, langs de Middellandse Zee neergesmeten dorpjes of met cipressen omzoomde afdalingen, maar lange, vaak met bagger en schapenpoep besmeurde polderwegen, ruw uit hun winterslaap gewerkte Veengehuchten, de chaos van het rijden in te grote groepen, doorweekte stempelkaarten, lekke banden, valpartijen, scheldpartijen, kortom, koers! 

Traditiegetrouw staat de Joop Zoetemelk Classic ook voor schijtweer: regen, natte sneeuw soms nog, temperaturen net boven het vriespunt en altijd wind, veel wind. Maar de uitvoering van 2011 heeft iets anders in petto. Na een mistige start zowaar een zonnetje, is ons beloofd, en dat heeft op het laatste moment nog heel wat gelegenheidsfietsers over de streep getrokken. Voor de tafels met de daginschrijvingen van organisator Swift in Leiden vormen zich lange rijen en het oponthoud door de enkele klojo's uit onze groep die zich niet via internet hebben aangemeld, tovert geërgerde trekken op het doorgaans toch zo zonnige gelaat van ons bestuurslid Evenementenzaken, Rob1.Dat moet volgend jaar anders!

Maar rond negenen, als ook Vincent zich op het laatste moment (met de auto) zich bij ons heeft gevoegd voor wat zijn eerste racefietsritje in 2011 wordt - welja, waarom dan niet gelijk 150 kilometer? - zijn we op pad. De Afdeling Wielersport van de IJsclub Voorwaarts Katwijk - vorig jaar nog een armoedig gekleed zooitje ongeregeld - trekt een strak lint van groen, zwart en rood over de fietspaden. Tellen is niet mijn sterksste kant, maar de groep die uiteindelijk voor de langste afstand van 150 kilometer gaat is 17 man groot en dan is daarvoor al een aantal leden afgebogen om de 75 kilometer te trappen. Niet alleen om foto's te maken houd ik me graag vooraan in deze meute op: je hebt overzicht, geen last van het harmonicamodel en je kunt - hoewel dat altijd lastig is met beulen als Hugo40, Teun en Mart in de gelederen - nog een beetje invloed uitoefenen op het tempo.

Ergens bij Driebruggen, vlak bij de afslag van de A12, gaat het mis. Een bochtje van niks, moeten we hier maken, maar het achterwiel van Gerard glijdt weg en tergend langzaam gaat de graatmagere reus op zijn steiger met wielen tegen het asfalt. Ook een valpartij van niks, taxeren wij, maar Gerard heeft pijn. Krijgt zijn ene been niet meer voor het andere, moet er bij gaan zitten en geeft al snel aan dat hij niet verder kan. Maar daar zijn wij nog niet van overtuigd. Spieren moet je in beweging houden, zodra het weer een beetje soepel is zul je zien dat het weer gaat, verman je, verdapperen moet je! En meer van die mannenpraat, zelfs uit de monden van hen die niet in het leger hebben gezeten. Een enkeling komt met de oeroude Koot en Bie-wijsheid 'Fysiek is altijd psychisch', weer een ander doet een plas, in afwachting van de uitkomsten van telefonades met de vader van Arie, die als bezemwagen op afstand fungeert. Na nog een vertwijfelde poging van ondergetekende om Gerard alsnog op de fiets te hijsen - nee, dat wordt niks - laten we hem heel alleen, gelijk het zigeunermeisje, achter op zijn steen. Want de koers wacht op niemand. Later blijkt de man van glas zijn heup te hebben gebroken. Een keurige breuk, dat wel, die met een pen kan worden gefixeerd, maar onze pechvogel (nog maar amper hersteld van een nare val over een loslopende hond) toch weer een aantal weken - misschien wel maanden - van de fiets houdt.

Een half uur tot drie kwartier zal het oponthoud hebben geduurd en al die tijd heeft Vincent onbekommerd staan ouwehoeren, onbewust van zijn langzaam leeglopende achterband. Zodra het 'Kom op mannen, we gaan!' weerklinkt, is ook het laatste zuchtje lucht eruit verdwenen en kan er derhalve meteen weer in de remmen worden geknepen voor nog eens tien minuten van knarsetandende rust en een bandenwissel.

Maar we zijn niet de enigen met problemen: de bestuurder van deze aanhanger met pallets nam de bocht over het bruggetje te krap en zit met zijn combinatie hopeloos vastgeschaard tussen wegdek en leuning. Honderden fietsers kunnen hun weg alleen vervolgen door over zijn trekhaak heen te stappen. Van iedereen krijgt de ongelukkige chauffeur een vrolijk, bemoedigend woord, al ben ik benieuwd hoe lang het heeft geduurd voordat hij één van die grapjurken op zijn gezicht heeft geslagen.

De Joop Zoetemelk Classic is voor ons ook een tocht van tradities. Voor de geijkte rustpunten halen wij de neus op. Onze koffie met punt drinken we niet in het clubgebouw van de wielerclub Woerden, maar kilometers verderop in het Wapen van Harmelen. In 2010 zaten we hier nog uit te druipen op inderhaast op de stoelen gedrapeerde kranten, nu vindt Arie het tijd om zijn been- en armstukken af te leggen en met de lentekriebels in zijn buik verder te rijden, lak hebbend aan de schrale wind en een temperatuur - in de schaduw - van hooguit een graad of 6. Ach, die heerlijke onbezonnenheid van de jeugd!

Na de appelpunt verandert het karakter van de rit. We zijn anders uit de rust gekomen, zoals dat in voetbaltermen heet. Serieus gekoerst wordt er nu, met molentjes waaraan vrijwel niemand zich onttrekt en die het tempo tot tegen de 40 in het uur opstuwen. De enkele vreemdeling die het waagt ons ritme te verstoren, wordt hardhandig tot de orde geroepen. De Afdeling Wielersport van de IJVK dendert als een geoliede machine over 's Heeren wegen, met wegkapitein Rob2 vastberaden aan het roer van de KW!

Vanaf het moment dat de 75 en 150 kilometerrijders weer bij elkaar komen, gooit de drukte wat zand in onze raderen. De harmonica rekt steeds verder uit en de staart van de groep heeft op de Ringvaart moeite om bij te blijven. Zelfs een gedwongen stop van de kopgroep voor de draaibrug zorgt niet meer voor een samensmelting, hoe wanhopig een bezorgde Peter hen ook naderbij probeert te kijken.

De laatste kilometers gaat het gas er helemaal op, zoals dat werkt bij paarden die de stal ruiken. De finish lokt, net als het herstelbier, waarvan een enkeling in zijn eentje maar liefst vijf flesjes achter elkaar naar binnen slaat. Maar dat is weer een heel ander verhaal....

 

 
 
 
 

Zondag 13 maart 2011

Effectief trainen is ook: variatie aanbrengen. Vandaar dat ik na 160 kilometer buffelen op zaterdag, voor deze zondag bewust kies voor de lange duurrit naar de Brielse Maasdijk met de groep Albert. Enerzijds omdat hier wordt gereden in het volmaakte tempo voor de hersteltraining - al denkt lang niet iedereen daar zo over - anderzijds omdat routetovenaar en wegkapitein Albert vooraf al reclame had gemaakt voor dit pareltje van een tocht die mij - voor de eerste keer in mijn wielerleven - op één rit via een pont, een lift, een roltrap en een kilometerslange tunnel voerde.

Bij het clubgebouw De Goerie vertrekken zowel de snelle als de bedachtzame groep voor deze speciale gelegenheid om 08.00 uur, maar het eendrachtig oprijden duurt maar tot de Knipbrug in Voorschoten. Daar begint het al te kriebelen bij de haantjes (beter misschien: de kippen zonder kop) van de A-Groep, waardoor wegkapitein Rob2 het peloton splitst. Zes man gaan voor het doorsnee rondje Hoek van Holland met een gemiddelde van 30 in het uur, de andere acht betreden de wondere wereld van de Brielse Maasdijk.

Wie met de groep Albert meerijdt, kan het venster 'Gemiddelde snelheid' van zijn Garmin beter uitzetten. Het draait hier niet om 30-plus in het uur. Zo kan het gebeuren dat de route niet alleen voert over uitgestrekte polderwegen waar je stevig kunt doorhalen, maar dat je daarna zomaar ook dwars door het karakteristieke centrum van Maassluis trapt, langs ophaalbruggen en trapgeveltjes, met op de achtergrond de kerk die zo'n belangrijke rol speelt in de romans van Maarten 't Hart.

Normaal rijden we niet verder dan de Nieuwe Waterweg, maar vandaag steken we hem over. Met een uit de kluiten gewassen pont, die onderweg nog wel zodanig wil deinen dat de renners zonder zeebenen even steun moeten zoeken bij elkaar. En dan wil ook het tegenlicht van het zonnetje nog wel op het gemoed werken. Sterk spul hè, Fisherman's Friend!

Wat je ook van het landschap mag zeggen, saai is het allerminst. Dan weer rijd je langs de uitgestrekte olieterminal-velden van Shell en aanverwante bedrijven, dan weer over verstilde dijkpaden, waar de schapen en lammetjes zich uit de wind hebben neergevlijd. Naast jachthavens en zeereuzen doorkruis je dan weer een echt bos, dan weer een woud van stalen containers. En altijd zijn er bruggen en sluizen te passeren in dit land onder de rook van Brielle, waar de geest van de watergeuzen nog altijd rondwaart.

De terugtocht onder de Nieuwe Waterweg door is zo mogelijk nog spectaculairder dan de heenweg er overheen. Met de lift dalen we, in het gezelschap van een dame met twee honden, enkele tientallen meters af naar fietspadniveau, waarna we enkele kilometers onder de scheepsschroeven doortrappen. Daarna is het tijd voor nóg een compleet nieuwe discipline in het wielrennen: het roltrappen! Eenmaal boven, weer in het daglicht, voert de verbazing over deze wondere wereld van de Brielse Maasdijk de boventoon.

Zelfs de traditionele koffiestop is een verrassende. De uitbater - die had gerekend op een regenochtendje met weinig aanloop - heeft zich deerlijk vergist bij het inslaan van appeltaart. Er zijn nog maar vier stukken voor onze groep van acht. Maar er is nog wel cake, probeert hij ons niettemin lankmoedig te stemmen. Vandaar dat de halve stukken appeltaart worden aangevuld met cake en slagroom, als brandstof voor het laatste deel van het traject waarop met name Marco - te weinig kilometers in de benen - het moeilijk heeft. De manier waarop Menno en Gerard hem elke keer weer laten bijkomen, om hem er vervolgens weer heel geniepig af te rijden, heeft veel weg van het sadisme waarmee kleine jongetjes één voor één de pootjes van een rups uittrekken, om na elke amputatie nieuwsgierig te kijken of hij nog kan lopen. Met dit aspect van het sociaal rijden - onder andere omstandigheden ook wel moord met voorbedachte rade genoemd - heb ik zelfs bij de haantjes van de A-Groep nog geen kennis mogen maken. Maar niettemin: voor de meesten onder ons is de Brielse Maasdijk voor herhaling vatbaar!

 
 
 
 

Zaterdag 12 maart 2011

In theorie weten ze best hoe het moet. Er vallen termen als 'de tegenstander oproken' en 'eerst het bordje van de ander leeg eten'. En zowaar, de eerste tien kilometer van de Witte Kruis Classic rijden we keurig mee in een groep klasbakken die ons met gezwinde spoed door deze koers van 100 kilometer gaan loodsen. Maar al bij het eerste serieuze klimmetje op het duinpad van Scheveningen naar Wassenaar kan neef Raymon zich niet inhouden en knalt naar boven, met de rest van het zooitje ongeregeld - Peter, Dirk, Mart et moi - er achteraan. 'Kijk, nu rijden we dus vooraan, slimbo', zeg ik nog in de afdaling tegen mijn familielid, maar die mompelt iets van 'de club-eer hoog houden', kromt zijn rug en zet zich aan tientallen kilometers kopwerk met de rest van de groep vreemdelingen lachend in ons wiel. Zo sterk als een beer, maar het koersinzicht van een garnaal.

Het is even zoeken naar de start op de Laan van Poot in Kijkduin, waardoor we al zo'n dertig kilometer in de benen hebben voordat de Witte Kruis Classic werkelijk begint. Maar de organisatie is voor de 1000 deelnemers verder goed geregeld, het uitgeven van de transponders gaat vlot en de bevoorrading onderweg is uitstekend. Wij rijden de langste afstand die ons aanvankelijk via Scheveningen weer op de terugweg naar Katwijk voert, maar dan via Meijendel het Groene Hart in gaat, richting Benthuizen. Ook hier veel vertrouwd terrein, maar de koersbouwer heeft toch wat verrassingen voor ons in petto. Zeker in het Westland, waar de lange, brede fietspaden door oneindig laag polderland voor ons 'terra incognita' zijn. Bij Benthuizen komen we nog de Rijnsburgse tak van de Afdeling Wielersport tegen, rijden een stukje samen op en nemen prompt de verkeerde afslag. Want het is opletten bij de Witte Kruis Classic. De witte pijlen op het wegdek lijken door Klein Duimpje te zijn geschilderd.

Het tempo ligt hoog, mede doordat we aanvankelijk zelf al het kopwerk doen, maar gaandeweg komt ook het gezonde verstand weer boven drijven. Na de lunch sluiten we aan bij een groep krasse knarren uit het Westland, die ons met een vast gemiddelde van 37 kilometer in het uur door hun natuurlijke habitat loodsen. Langs de Nieuwe Waterweg is nog een gekkigheid ingebouwd: een tijdrit over drie kilometer, die aanvankelijk niet door neef Raymon als zodanig wordt opgemerkt. Maar als na een kilometer het kwartje valt, gaat hij er als een dolle vandoor, met Mart en ik in zijn wiel. Wég is de zorgvuldige opbouw van deze wedstrijd in de wedstrijd, waarbij we onze Westlanders uiteraard de eerste twee kilometer het tempo hadden moeten laten maken, om er vervolgens overheen te knallen. Nu blijf ik keurig in het wiel van neef Garnalenverstand zitten, die na een kilometer al zo goed als aan het eind van zijn krachten is, zich na een samensmelting van de groep weer herpakt, maar aan het eind van de drie kilometer door zijn meer dan twee keer zo oude oom toch nog makkelijk te kloppen blijkt. Achteraf meesmuilt hij dat ik in deze 'ploegentijdrit' - de eerste ploegentijdrit kennelijk waaruit iemand al na één kilometer wilde weg demarreren - te lang in het wiel heb gehangen.

Voor ons is de Witte Kruis-classic uiteindelijk ook een koers in de koers, want met de extra kilometers vanuit en naar Katwijk hebben we uiteindelijk bijna 160 kilometer op de teller staan, met een totaal gemiddelde van iets boven de 30 kilometer in het uur. De thuisreis rijden we bovendien nog met 'bepakking': een paramedische goodiebag met handige artikelen als maagzuurremmers, spiergelletjes en een handdoek. Dit zou wel eens de vaste opening van ons toertochtenseizoen kunnen worden.

 

 
 
 
 

Zondag 6 maart 2011

Indachtig het motto 'Met dieven vang je dieven' reed de Club van Honderd - vanmorgen voor het eerst gestart op de zomertijd van 08.00 uur - onder verantwoordelijkheid van wegkapitein Raymon. Deze doldrieste kamikazepiloot, koning van de waanzinnige demarrage bergop en roverhoofdman van de sprint hield nu als een bijna afgestudeerde Pabo-student een groep van twaalf jong-bejaarden keurig in het gareel op een ritje van precies honderd kilometer via de Ringvaart naar het Noordzeekanaal en via Driehuis terug.

Toen het tempo op de eerste Ringvaart-kilometers naar een gemiddelde van 36 in het uur dreigde op te lopen - en er binnen de groep sprake was van geween en geknars van tanden - temporiseerde hij naar een keurige 33, hij controleerde het molentje, kon maar heel af en toe een sprintje niet bedwingen en was ook anderszins een voorbeeld voor aankomende generaties wegkapiteins.

Slechts drie keer hoefde hij een gele kaart wegens wangedrag uit te delen en alle drie de keren was dat meer dan terecht. Tot mijn niet geringe schande incasseerde ik twee waarschuwingen voor het aan kop van de groep door een rood licht rijden (met auto's die aan de andere kant optrokken) en nog een keer voor het geen voorrang verlenen aan een voertuig, dat mij bij het oversteken van de oprit naar de provinciale weg N206 reglementair in de berm reed.

Verder geen wanklank op dit frisse maar grotendeels zonnige ritje, waarbij het gemiddelde uitkwam op een keurige 31 kilometer in het uur. Nou ja, één wanklank dan: ons beoogde koffie-met-puntadres - De Ruigenhoek in Lisse - bleek met het oog op het carnaval gesloten. Maar dat viel zelfs de kersverse captain niet aan te rekenen.

 
     
 

Donderdag 24 februari 2011

Een heldere avond om lekker te trappen in het lichtgele schijnsel van de lantaarns. Lijkt het. Want behalve zacht en bijna windstil, was het ook mistig. Hoe mistig? Zo mistig:

Een groep in bijna de kleinst mogelijke samenstelling - Rob L., Raymon et moi - reden een rondje Horsten (45 kilometer) in een tempo dat ons na afloop op de Katwijkse Boulevard verlangend aan de ander deed vragen: Hebben jullie soms een teller op de fiets? Maar helaas. Misschien dat clubstatisticus Albert kan uitrekenen hoe hard je rijdt als je 45 kilometer in 1 uur en 35 minuten aflegt? Journalisten kunnen namelijk niet rekenen. Dat het altijd nóg harder kan, bewees neef Raymon door op lange hellingen van ons weg te stuiven als - zoals Rob L. het zo treffend vergeleek - een jonge hond die achter een stok aan rent. De oude beestjes volgden - op gepaste afstand - hijgend in zijn kielzog.

 
 
 
 

Dinsdag 22 februari 2011

Welke uitspraak hebben de Teletubbies en een groep atb'ers van de Afdeling Wielersport van de IJVK gemeen als ze het mountainbikeparcours in Noordwijk hebben gedaan? 'Nog een keer, nog een keer!' Dus daar gingen we weer - tot mijn leedwezen - voor nog een dodemansritje in het stikdonker, over boomwortels, langs stronken en onder laaghangende takken door. Niet alleen het eerste deel ('Nog een keer, nog een keer!'), nee, ook het door een waanzinnige aangelegde tweede deel moesten we nog een keer, nog een keer. En het was vanavond al een slagveld, ook zonder het parcours. Dirk N. kwam met een verstopte kransslagader aan de start, Rob1 haakte na een paar kilometer op het Estec-stukje met benauwdheidsverschijnselen af en Menno moest terug omdat hij een contactlens verloor. Niet meer dan aandoenlijk was de zoektocht die nog met vijf man werd ondernomen om het ding in het duister, op een zandbodem met duizenden dennennaalden, in het schijnsel van onze helmlampen te vinden. Het gekerm en gekreun van de mindere goden was vervolgens op het nieuwe parcoursgedeelte niet van de lucht. En terwijl ze aan het eindpunt hun besmeurde kleding afklopten en over pijnlijke knieën wreven, klonk het opnieuw: Nog een keer, nog een keer!

 
 
 
 

Dinsdag 15 februari 2011

Oefening baart kunst, luidt een bekend spreekwoord. Maar wie mij - zeker in het pikkedonker - op een mountainbike ziet rijden, vraagt zich af wat ik de afgelopen jaren in hemelsnaam op zo'n ding heb uitgevoerd. Nog geen paar honderd meter van het clubhuis, op het eerste off-road stukje naast de weg richting parkeerterrein Noordduinen - ontkom ik ternauwernood aan mijn eerste doodsmak. Mijn gegil doet in elk geval alle ouwetjes in verzorgingshuis De Duinrand rechtop in bed zitten, terwijl de verpleging de gangen afrent met de defibrillator in de aanslag. Twintig meter verderop knal ik - opnieuw als gevolg van een bijna dodelijke combinatie van onhandigheid en nachtblindheid - op een rood-wit geblokte afzetting, gelukkig alleen met de bar-end aan de rechterhand van mijn stuur. Dit keer laat mijn gegil de sprinklerinstallatie in het boothuis van de KNRM afgaan.

Ik had me geestelijk ingesteld op een rondje atb-parcours in Noordwijk, maar tot mijn aangename verrassing rijden we de landgoederenroute in Wassenaar, met in de aanloop onder meer de zompige grasbaan naast het Valkenburgsemeer. Als één na laatste man hobbel ik vervolgens over de smalle paadjes evenwijdig aan de Rijksstraatweg naar Den Haag en Scheveningen, om via Meijendel weer terug te rijden naar Katwijk. Alleen op het laatste, min of meer rechte stuk over het asfalt door de duinen voel ik me een beetje op het gemak, zeker als er ter hoogte van de Soefitempel traditiegetrouw wordt gesprint voor de kopposities. Het wordt onvermijdelijk elke avond een beetje langer licht. Maar het is nog dik anderhalve maand aftellen naar de zomertijd, in de wetenschap dat oefening op de mountainbike bij mij alleen maar meer ellende baart.

 
 
 
 

Zondag 13 februari 2011

Op volle zee zal het niet zo gauw gebeuren, dat de kapitein de lichtmatroos naar voren duwt en bromt: Oké, nu heb jij de leiding. Maar bij de Afdeling Wielersport van de IJVK kijkt niemand meer op van zo'n commandowisseling. Nou ja, alleen degene dan die deze aap op zijn schouders geplaatst ziet. In dit geval was dat Teun, die toch al een koude start beleefde omdat hij vanmorgen zo lang voor een herhaling van Rijnsburgse Boys bleef hangen dat hij op de club arriveerde zonder helm. En dan mag je niet mee, volgens de reglementen. Dus de route naar het Westland voerde voor de A-groep eerst langs het fietsenschuurtje van Teun in Rijnsburg, waarna hij kort daarop van Rob2 de gezagvoerdersstrepen en bovenop zijn helm ook nog eens de kapiteinspet kreeg.

Een belangrijke taak van de kapitein is het bepalen van de route. Op cruciale momenten is het derhalve handig om je voorin de groep te manifesteren omdat wielrenners, net als een kudde schapen, de neiging hebben om steeds de voorste te volgen. Opmerkzame kijkers zien op bovenstaande foto onze kapitein helemaal rechts achterin het peloton geposteerd, normaliter geen gebruikelijke positie voor tempobeul Teun, maar kennelijk wel zodra je hem de leiding in handen geeft. De keren dat hij van achteruit de boel nog probeerde bij te sturen - 'Naar rechts!!!' - ging het hele zooitje onverstoorbaar naar links. Ook al omdat de oorspronkelijke kapitein Rob2 voordurend met zijn handen aan het roer van de lichtmatroos bleef zitten.

Dat was maar goed ook, want hij zette koers naar De Bonte Haan (kan ook De Bonte Hond zijn geweest, daar wil ik vanaf zijn) waar ze de grootste appelpunten van het Westland serveren. Marinier Mike vond hier in elk geval zijn Waterloo en moest halverwege het baksel capituleren: 'Ik kan niet meer.'

Maar waar onze sergeant in eerdere ritten van 2011 ook op het echte strijdtoneel - de fiets - af en toe deserteerde, ging hij nu in de tweede helft van deze tocht voorop in het gevecht (foto rechts). Zeker nadat eerste kapitein Rob2 had gedemonstreerd vandaag niet goed te zijn (lekke band, foto links), nam Mike resoluut de leiding over om ons dwars door Den Haag naar Kijkduin te loodsen, via een parkenroute die eigenlijk meer geschikt was voor een wandelwagen dan een racefiets, maar goed: we kwamen er. Al ging dit wel ten koste van ons mooie gemiddelde, dat op het duinpad richting Katwijk weer een beetje moest worden opgepoetst. In het laatste gedeelte, waar weer ouderwets werd geracet achter een vreemde gangmaker, scheidden zich alsnog de (oude) mannen van de knapen, in die zin dat Rob2, Rob1 en ondergetekende de rest van het peloton door uitermate slim en scherp te koersen op een respectabele afstand reden. Zo moest het kennelijk gaan, op deze rit met drie kapiteins op één schip.

Het is weer even wennen, na een paar ritten in Spanje. Maar zo ziet je fiets er in Nederland uit, na een volledig 'droge' rit van 97 kilometer.

 
 
 
 

Zondag 6 februari 2011, Jalón, Costa Blanca

Iedereen die (veel te) veel tijd in fietsen steekt, weet dat er momenten zijn dat je een stapje terug moet doen. Dan heb ik het niet over de noodzakelijke rust na een intensieve trainingsperiode - waar mijn rentenierende vriend dringend aan toe is - maar over de keren dat je - heel opzichtig, dat dan weer wel - een ritje laat lopen om iets leuks te doen met moeder de vrouw. Op de ochtend dat we als afscheid van de Costa Blanca op de racefiets nog een keertje de Col de Rates zouden beklimmen, stribbelen mijn vriend en ik niet te hard tegen als de dames ons willen meenemen op een bloesemwandeling door de de vallei van Jalón. Investeren heet dat, in wielerkringen. Er komt dit seizoen een moment dat dergelijke opofferingsgezindheid zich dubbel en dwars laat uitbetalen. Dus blijven we, na nog een weemoedige blik op onze fietsen in het schuurtje, aan de voet van de berg lopen die ik in het voorjaar weer met de fiets hoop te beklimmen. Het wisselgeld ophalen, heet dat dan.

Meer Spaanse avonturen op het weblog van mijn eega en dat van mijn rentenierende vriend.

 
 
 
 

Zaterdag 5 februari 2011, Jalón, Costa Blanca

Het was me van tevoren nog zo op het hart gedrukt: niet meer dan één keer fietsen, in de vier dagen dat we hier in Spanje zijn om de vijftigste verjaardag van mijn vrouw te vieren. En hoewel ik voor de zekerheid meerdere setjes van de clubkleding in mijn koffer had gestopt - je moet tenslotte op alles voorbereid zijn - was ik oprecht van plan me daaraan te houden. Maar vanmorgen werden we verdorie door de vrouwen gewoon de straat opgeschopt: ze gingen met de echtgenote van de dorpsdokter een taart bakken en een stukje wandelen, en daar konden ze ons niet bij gebruiken, zelfs niet toen de dokteres op het laatste moment met griep afbelde. Dus ja, daar gingen we dan maar weer, tegen wil en dank.

Als gevolg van verkeerde Spaanse fietsmaten - te jong, te mager, te gretig - heeft mijn rentenierende vriend vorig jaar meer dan 15.000 kilometer - en ook nog in een veel te hoog tempo - op de racefiets afgelegd. En dan komen er af en toe ook nog een paar Hollanders langs die hem een paar dagen komen uitwonen. Eigenlijk ben je gewoon overtraind, had ik hem tijdens onze rit van gisteren al gediagnosticeerd, toen hij wat klagerig achter Javi en mij aanreed. Je moet wat vaker nee zeggen, als die jonge Spanjaarden je bellen, en wat meer variatie in je trainingen aanbrengen. Doe ook eens een keertje rustig aan.

Vandaag doen we dus rustig aan. Over een overwegend vlak parcours rijden we naar Denia Nova, om op te steken bij een tentje dat bij Spaanse wielrenners populair is om zijn almuerzo, de maaltijd tussen ontbijt en lunch in. Voor Hollanders die gewend zijn aan een kop koffie en een appelpunt (voor 5,50 euro): op tafel komen pelpinda's, olijven, een karaf wijn en een fles gaseosa (om de wijn mee aan te lengen) en twee uit de kluiten gewassen bocadillos (stokbroden) met tortilla en jamon serano (voor mijn rentenierende vriend) en lomo (varkensvlees) en tomaten voor mij. Als toetje nemen we carajillo: koffie met cognac. Totale kosten van deze maaltijd: 4 euro per persoon.

Op de terugweg wil ik in Denia altijd even bootjes kijken en dan kunnen we het toch niet laten om ook nog even een klimmetje mee te pakken: de Montgó over richting Javea. Na ruim 70 kilometer en een kleine 700 hoogtemeters gaan we heel voorzichtig informeren of we weer thuis mogen komen. Dat mag.

 
 
 
 

Vriijdag 4 februari 2011, Jalón, Costa Blanca

Bij het klaarleggen van mijn fietstenue hou ik me zoveel mogelijk aan de Wet van Rob2: als je het de eerste tien minuten niet koud hebt, ben je te warm gekleed. Bij onze landing op Valencia was het gistermorgen om 9.15 uur precies drie graden boven nul, met een strakblauwe lucht en weinig wind. Een paar uur later zaten we met 18 graden op een terrasje in Lliber aan het bier. Vanmorgen vroor het om half negen nog één graad, in de wit uitgeslagen tuin van mijn rentenierende vriend in Jalón, aan de Costa Blanca. Maar de zon was al bezig om hier korte metten mee te maken. Kledingadvies derhalve: laagjes die je kunt afpellen. Beenstukken onder mijn korte broek, armstukken onder mijn zomershirt, een dunne windstopper en handschoenen zonder vingers. Tien minuten had ik het inderdaad koud en na een uur reed ik in mijn korte broek. ,,Je lijkt wel een buitenlander'', meesmuilde mijn vriend. Zo'n beetje de ergste belediging die in de vallei van Jalón voorhanden is.

Javi, fysiotherapeut in Lliber en de vaste fietsmaat van mijn rentenierende vriend, haalt pas halverwege de ochtend zijn ijsmuts onder zijn helm vandaan en blijft de hele rit met zijn handschoenen met vingers aan rijden. De lange broek gaat pas begin april uit, als de winter voorbij is. Dat heeft niks met de temperatuur te maken: dat dóe je gewoon niet eerder. Als ze te warm gekleed zijn, zoeken Spanjaarden liever de schaduw op dan een kledingstuk af te pellen. Ze zijn geen buitenlanders.

Omdat Javi om half één zijn eerste patiënt heeft, rijden we vandaag tot 12 uur. Dat komt ons ook goed uit, kunnen we de rest van de dag gezellig doen met de vrouwen. De rit is redelijk vlak, voor Spaanse begrippen: een kleine 1000 meter stijging over ruim 80 kilometer, met een gemiddelde van 28,5 kilometer per uur. Mijn vele rondjes Ringvaart in de vrieskou en met harde wind  tegen, beginnen zich uit te betalen: als buitenlander met blote benen rijd ik moeiteloos met de ingepakte Spaanse mannetjes mee.

 
 
 
 

Donderdag 3 februari 2011

Eigenlijk gaan we om te wandelen, lekker te eten, gezellig te doen en, bovenal, de vijftigste verjaardag van mijn echtgenote te vieren. Maar voor de zekerheid heb ik ook maar een heel klein koffertje met wat wielerspulletjes ingepakt. Je weet het maar nooit, bij mijn rentenierende vriend in Spanje. Voor je het weet vraagt hij of ik een stukje mee wil trappen. Want zeg nou zelf, de hele dag wandelen, lekker eten of gezellig doen, dat houdt geen mens vol.

 
 
 
 

Zondag 30 januari 2011

Psychologen hebben er ongetwijfeld een goede verklaring voor, maar een feit is dat ik altijd veel moraal ontleen aan fietsmaten die er tijdens een rit een beetje doorheen zitten. De gemoedstoestand van neef Raymon vatte hij - ergens op ons ijzige rondje Ringvaart - treffend samen met de zin: Ik vind er geen fuck aan. Toen hij enkele tientallen kilometers verderop ook nog eens bijna werd getroffen door een hongerklop - ondanks een meegenomen banaan - werd zijn gemoedstoestand er niet veel beter op.

Enkele weken lang had hij mij de ogen uitgestoken met de kilo's die hij inmiddels was kwijtgeraakt, maar bij twee graden onder nul en een straf noordoostenwindje reed ik nog heerlijk op mijn januari-speklaag in de rondte waar hij al snel door zijn energie-reserves heen was. Mijn ontbijt? Een dun laag muesli en wat magere joghurt. Een banaan had ik niet eens bij me, want de laatste keren had ik die thuis na een rit moeten weggooien. Voor Raymon kwam de redding van Peter, die er altijd bij rijdt als het filiaal van een C1000. Dankzij het krachtvoer uit diens uitpuilende zakken wisten we mijn neef tot aan de uitspanning bij Cruquius mee te slepen.

Cola met appelpunt en slagroom deed hier de rest. Nadat hij ons eerder nog getrakteerd had op een anekdote over Teun en Graham die direct na de koffie de gewoonte hebben om met 40 kilometer in het uur weg te sprinten, deed Raymon langs de Ringvaart nu precies hetzelfde. Met een ferm 'Hé malloot, wat ben jij aan het doen?' moest ik hem tot de orde roepen. Die eerste meters na een koffiestop - als het warm geworden zweet weer aan de poollucht wordt blootgesteld - zijn toch al nooit mijn beste. Dat het, ondanks deze eenmalige oprisping van krachtpatserij, vandaag toch niet Raymons dag was, bleek ook uit de lekke band die hij kort voor Warmond opliep. Want - ik heb hem in 2011 nog niet gebruikt - als je goed bent, dan rijd je niet lek.

 
 
 
 

Dinsdag 25 januari 2011

Zolang het 's avonds nog om half zes donker wordt, duurt mijn haat-liefdeverhouding met de mountainbike voort. Als we op een harde ondergrond blijven, is het met mijn beperkte techniek nog wel te doen. Dus zie ik altijd erg uit naar de rondjes Landgoederenroute, waar het offroad-gedeelte beperkt blijft tot een kleine honderd meter. Edoch, er zijn van die dagen dat de bestemming niet bij toerbeurt maar bij handopsteken of een andere krakkemikkige vorm van democratie wordt bepaald, waarbij de eerste die iets roept de grootste kans loopt dat zijn idee wordt overgenomen. Dus hobbelden we ook deze dinsdagavond weer in het kielzog van de modderboeren naar het atb-parcours, dat er veel beter bij zou liggen dan een week geleden. Met het eerste deel was toen ook al weinig mis, het venijn zat in de nieuw aangelegde staart. Toegegeven, de modder reikte dit keer niet tot de assen van onze wielen, maar slurpte en zoog wel zodanig aan het rubber dat de achterblijvers toch echt het idee hadden dat ze in de pannenkoekenstroop reden. Toen voor mij Ton de Fietskikker op niet eens de allersteilste afdaling een salto mortale maakte en in het licht van mijn schijnwerper even voor dood in het zand bleef liggen - dat schijnen kikkers bij onheil te doen, daarom worden ze ook massaal platgereden - hielden wij atb-kneuzen het allerlaatste stuk andermaal voor gezien. Wel leuk: stiekem over de brede wandelpaden dwars door het bos terug naar Noordwijk. Daarmee bleef de verhouding haat-liefde hedenavond wederom stabiel op fifty-fifty.

 
 
 
 

Zondag 23 januari 2011

We hebben hem al zeker een half jaar niet gezien, maar clubgenoot Graham drukt wel degelijk een stempel op onze zondagmorgenritjes. Elke keer als het gemiddelde onder de 30 dreigt te duiken, gaat er huivering door de groep. 'Kom op jongens, Graham kijkt naar de cijfers!' En niemand zit te wachten op weer zo'n meedogenloze sneer op het Ledenboek als het gemiddelde weer eens ergens in de 28 blijft steken. Ook dit keer was er een inhaalslag op het tweede deel van ons rondje Noordzeekanaal voor nodig om boven de 30 uit te komen. In het eerste stuk hadden we Kraantje Lek, het Kopje van Bloemendaal en Albert, die overigens dapper meereed tot en met het Kopje. En we hadden Floor, die de hele winter heeft lopen flierefluiten en nu voor het eerst sinds maanden weer eens een trapper rond draaide. En Dirk Nijgh, die met de gevolgen van een nare griep kampte. Maar niettemin gooide met name een ontketende Gerard Wijling op zijn nieuwe Trek er de zweep over langs de Ringvaart, wat hem in de rest van het peloton op verbaasde blikken kwam te staan. Moet jij niet eens naar de dopingcontrole?

De weg was nat en modderig, en het miezerde voortdurend: kwam het water niet uit de lucht, dan kwam het wel van de wielen van je voorganger. Binnen een uur zagen wij - raspaardjes van de weg - eruit als de modderboeren van de mountainbike, wat ons ook bij de koffiestop in Cruquius op verbaasde blikken van het bedienend personeel en zelfs van medefietsers kwam te staan. 'Wat hebben jullie gedaan?', wilde een groepje senioren op de racefiets weten. Ja, dat krijg je als je harder dan 25 kilometer in het uur rijdt, dan komt het water vermengd modder van de weg omhoog. Daar keken die ouwetjes van op.

Op exact dezelfde Garmin van clubgenoot Peter zaten we al lang boven de 30 kilometer gemiddeld, maar op die van mij stond de teller op 29,6 (ik zal nog eens naar mijn instellingen kijken). Maar aangezien mijn gegevens bij dit weblog staan, was er op het laatste stuk na de koffie nog een eindsprint voor nodig om de 30 aan te tikken. Dat ging ten koste van Floor (Dirk was bij de koffie al afgehaakt) en op het laatste stuk ook van Gerard, van wie de Epo waarschijnlijk na 85 kilometer was uitgewerkt. Werd dit Rondje Noordzeekanaal toch nog een slijtageslag....

 
 
 
 

Dinsdag 18 januari 2011

Nergens is het verschil tussen asfaltridders en modderboeren zo duidelijk als op het nieuwe gedeelte van het atb-parcours in Noordwijk. Waar de laatste groep genoeglijk knorrend als de beesten die zich ook zo thuis voelen in de drek, de vele obstakels omzeilt en trotseert, daar glijden, mopperen, wandelen, strompelen en kreunen de raspaardjes van de weg. Waar de rest van de duinpaadjes er het hele jaar goed bij ligt, zijn de parcourbouwers erin geslaagd om hier een soort bostraject aan te leggen over een zandgrondtraject dat zowel bij droog weer (te mul) als bij regen (drassig en zuigend) voor een normaal mens - lees: iemand die zo snel als mogelijk zijn heil bij de racefiets zoekt - onberijdbaar is. Toen ik geniepig in het pikkedonker - mijn nachtblindheid was nog nooit zo'n handicap als hedenavond - een stukje afsneed maar alsnog tot halverwege mijn kuitbeen in een modderplas stapte - was voor mij - en nog vier anderen - de maat vol: we gaan naar huis! Over het asfalt! In de verte was nog net het geknor van de achterblijvers hoorbaar: nog een keer, nog een keer!

 
 
 
 

Zondag 16 januari 2011

Schoonmoeders opgelucht, moeders in tranen. De Club van Honderd (kilometer) maakt op deze zondagmorgen haar naam weer waar en dus schiet het wekelijkse koffie-uurtje met de familie er bij in. Zeven zonen van Katwijk hebben vandaag maling aan een eeuwenoude traditie.

Het mooie fietsweer lokt steeds meer renners uit hun winterslaap. Een mannetje of veertien stond er rond 9 uur bij De Goerie, van wie er zich al meteen drie afscheidden om naar het mountainbikeparcours in Zoetermeer te trappen. De rest reed richting Leidschendam met Albert als wegkapitein, wat met name richting en in Voorschoten weer bijzondere uitstapjes op veel betreden paden opleverde. In Leidschendam scheidde hij zich met onder anderen Huub en Marco af voor een rondje Dobbeplas en ging de rest (acht man) langs de Vliet door naar Delft, om halverwege ook Mike te zien afhaken die - in tegenstelling tot de rest - wel bang was voor de mattenklopper als hij te laat thuis zou komen. De nivellering laat ook het moreel van de mariniers niet ongemoeid.

Voordat de thuisblijvers - en de liefhebbers van fietscomputerjournalistiek (we noemen geen namen, maar Graham weet wie ik bedoel) - uit de gegevens van deze rit de conclusie trekken dat er niet werd gekoerst, even het volgende: toen we in Leidschendam afscheid namen van Albert en de zijnen stond het gemiddeld op 22 kilometer in het uur. Dan moet je op het resterende stuk - met op een belangrijk deel windkracht 6 tegen - nog behoorlijk doorrijden om dat naar de 28 op te schroeven. Zelfs op het duinpad - met het windje comfortabel in de rug - moest geregeld het gas eraf omdat het mooie weer niet alleen racefietsers naar buiten had gelokt, maar ook hardlopers, hondenuitlaters, bejaarden op e-bikes en loslopende kinderen met hun ouders.

Een serieuze kuil in het wegdek na de koffie met appelpunt-stop bij De Torpedoloods in Hoek van Holland bezorgde Arie nog een stootlek en ons wat oponthoud, terwijl we aan het eind van de Katwijkse Boulevard rond 13 uur moesten constateren dat er pas 97 kilometer op onze tellers stond. Maar een op-en-neertje over het duinpad naar Noordwijk bracht de gewenste 100-plus. Alleen Teun was toen al afgehaakt: bij Wassenaar sloeg hij rechtsaf naar huis. Omdat ook hij bij de mariniers heeft gezeten, zit de angst voor de mattenklopper van moeders er ook bij hem goed in.

 
 
 
 

Donderdag 13 januari 2011

Een rustige seizoensopbouw moest dit worden, met naast de atb-training op dinsdag en de langere tochten op zondag, ook duurritjes op de donderdagavond. Maar nu clubgenoot Teun zich bij de Marmottegangers heeft aangesloten, gaat alles eventjes in een hogere versnelling. Vanavond nestelde hij zich op kop van het groepje van vijf (Simon had zich bij Peter, Raymon en ondergetekende gevoegd), om die positie gedurende 47 kilometer niet meer af te staan. En bij elke verkeersdrempel, heuvel of talud vond hij ook nog de energie om met Raymon te sprinten om punten voor de bergtrui. 'Rijdt hij altijd zo?'', vroeg Simon met een ondertoon van respect op het laatste stukje dat we samen naar huis reden. Ik kon het alleen maar beamen. Op deze manier zijn we begin mei helemaal klaar voor de Marmotte. Alleen jammer dat we ons dan nog twee maanden op ons tandvlees moeten voortslepen totdat die ook daadwerkelijk wordt gereden.

 
 
 
 

Dinsdag 11 januari 2011

Het zwaarste moment van de dinsdagavondtraining ligt even na zes (18.00) uur. In de miezerregen ben ik van Leiden naar Katwijk gefietst, kon thuis direct aanschuiven voor de boerenkoolmaaltijd en zak dan nog even diep weg in vaders stoel voor de buis om het Journaal tot mij te nemen. Onder de zwoele blikken van Eva Jinek voel ik mijn oogleden zwaarder worden, het knikkebollen neemt een aanvang en het gevecht tegen een vroeg avondslaapje lijkt al bij voorbaat verloren. 'Moet jij niet gaan fietsen?', wekt mijn eega me ruw uit dromen die hier geen verdere toelichting behoeven. Een kwartier later dender ik in het gezelschap van negen lelijke kerels bij een graadje of vier door het duingebied tussen Katwijk en Scheveningen. Absoluut een makkie, na het moment dat ik mezelf met een uiterste krachtsinspanning en tomeloze wilskracht aan mijn spaarzame haren uit vaders stoel heb gehesen.

 
 
 
 

Zondag 9 januari 2011

Vooraf was er nog enige twijfel: mountainbike of racefiets? Het zou weliswaar droog worden, met een zonnetje, maar in deze tijd van het jaar blijft de weg de hele dag nat en plakkerig: grote kans op lek rijden. Maar vijf leden van de Afdeling Wielersport van de IJVK - al dan niet voorzien van 4-seasonsbanden - wilden het er wel op wagen. En vooruit, ook Mike reed op zijn crossfiets probleemloos een rondje Ringvaart met ons mee. Tenminste, tot Weteringbrug. Want daar kreeg hij een lekke band. En iets voor Cruquius nog één. Waar onze dunne racerubbertjes het prima deden - zelfs die van Teun, die aan de start bij De Goerie eerst nog een afloper moest repareren - bleken de brede noppenbanden van Mike te gevoelig voor dit werk.

De Marmottegangers Raymon en Peter kozen - heel logisch - met Simon en Ard op hun ATB's voor een soort voorbereiding op de Bart Brentjens Classic (over het parcours in Noordwijk richting het Kopje van Bloemendaal), wij (Mart, Teun, Rob L., Gerard, Mike en ik) gingen voor een duurrondje Noordzeekanaal van 100 kilometer. Maar met twee lekke banden en een moeder en schoonmoeder die rond twaalf uur met koffie en appelgebak klaar zitten (en met de deegroller als je te laat komt) ging 'm dat niet worden. Bij de afslag Halfweg bleven we dus maar de Ringvaart volgen, om bij de brug naar Bennebroek weer richting de Bollenstreek te sturen.

Mike slaagde daar alleen in dankzij de zelfklevende Lezyme-plakkertjes - goeie spullen, dat is belangrijk - die ik al meer dan een jaar in mijn portemonnee heb zitten. Al na zijn eerste lekke band was onze marinier door zijn reservemateriaal heen. En onze kwetsbare dunne racebandjes passen natuurlijk niet om zijn robuuste, op zwaar terrein gebouwde crossers.  Uiteindelijk stond er bij terugkomst in Katwijk bijna 84 kilometer op onze tellers. 'De langste rit die ik zo vroeg in het jaar ooit heb gereden', mompelde Mike, die deze winter meer schaats- dan fietskilometers heeft gemaakt, op zijn tandvlees. Waarmee hij de bewering dat fietsen en schaatsen goed te combineren zijn, indirect naar het Rijk der Fabelen verwees. Serieus wielrennen heeft helemaal niks met die koek en zopie-sport te maken.

 
 
 
 

Donderdag 6 januari 2011

Het is nu officieel: de Afdeling Wielersport van de IJVK telt vier natte hetero's en ze heten Teun, Peter, Raymon en Dick. Over de geaardheid van de overige 111 leden laten we ons op deze plek niet uit (het tegenovergestelde van natte hetero wil me even niet te binnen schieten), maar een feit is dat ze er niet bij waren toen we vanavond bij een graadje of vier in de stromende regen vertrokken voor een rondje De Horsten van 45 kilometer. Nu moet ik zeggen dat ik halverwege ook openlijk aan mijn verstandelijke vermogens begon te twijfelen, toen we al een uur door ondergelopen straten reden en het ijswater onze gezichten geselde. Geen droge draad meer aan het lijf, langzaam opvriezende onderbenen en handschoenen waaruit bij het remmen het water in stroompjes naar beneden droop. Dankzij het petje onder mijn helm hield ik met de overhangende klep redelijk goed zicht door mijn dubbele brillenglazen, maar moest ik voor het maken van een foto toch even wachten op de enige droge plek die we onderweg tegen kwamen: het tunneltje onder de N44. Daarna duurde het een kwartier voordat ik mijn doorweekte handschoen weer aan kreeg.

 
 
 
 

Dinsdag 4 januari 2011

Elkaar eens lekker in de ogen kijken, is er tijdens een avondtraining van de Afdeling Wielersport van de IJVK niet bij. Steeds meer leden zijn uitgerust met een Sigma Powerled op hun helm, waarvan de 90 LUX zelfs de ster van Bethlehem doet verbleken. Een aangepast rondje Landgoederenroute reden we vanavond, onder leiding van kapitein Rob2. Dat betekende bij de Soefi-tempel de wandelpaden van Berkheide op, om na het paviljoen De Duinen weer op het fietspad uit te komen. Daarna richting Wassenaar en Den Haag en via Meijendel weer naar Katwijk. Op sommige plekken was het door sneeuw- en ijsresten nog behoorlijk glad, maar iedereen bleef overeind. Dat gold niet voor de argeloze wandelaars of enkele tegenligger op de fiets, die bij de nadering van onze Sigma's in de regel met hun handen voor de ogen op het asfalt zakken. En de kleine en grote roofdieren, zult u zeggen? Die kruipen in de regel jankend in hun hol, in de vaste overtuiging dat hun dag- en nachtritme door een wonderlijke speling van de natuur is omgedraaid.

 
 
 
 

Zondag 2 januari 2011

Soms is het niet genoeg om het te roepen, maar moet je het ook laten zien. 'Pas op, het is glad!', schreeuw ik in het bochtje bij De Ruigenhoek, op de grens van Noordwijkerhout en Lisse. Meteen daarop ga ik onderuit. Niet hard, wel pijnlijk, bovenop mijn knie. Door het gat in mijn broek (ook dat nog) zie ik de huid rood worden van het bloed. Het is wel een vorm van aanschouwelijk onderwijs die werkt, want de rest van de groep passeert stapvoets en zonder brokken deze ijsvlakte. Ook voor de rest van de rit zijn we meteen gewaarschuwd: de temperatuur mocht dan ruim boven nul zijn toen we om 09.00 uur vertrokken, bij het opkomende zonnetje en de bevroren onderlaag is het op sommige stukken opeens levensgevaarlijk.

Nu de nieuwjaarsreceptie nog een paar weken op zich laat wachten, vormt zich bij De Goerie spontaan een Beste Wensen-opstelling, waarbij elke renner die aankomt het rijtje clubgenoten af mag. Dankzij de Goede Voornemens is het opmerkelijk druk, voor deze eerste zondagmorgenrit in het nieuwe jaar. Een deel van de groep rijdt naar het parcours in Noordwijkerhout om de kwalijke sappen van oliebollen en champagne eruit te trappen, de rest kiest voor een rustige duurtocht richting het Noordzeekanaal. Maar daar zullen we nooit aankomen.

Boven De Zilk valt op sommige stukken niet normaal te fietsen: wat bij sneeuw en hagel de afgelopen weken nog redelijk probleemloos ging - overeind blijven - is nu met het verraderlijk dunne ijslaagje op het asfalt onmogelijk. Vooral boven bruggen en langs nog bevroren sloten moeten we soms stapvoets onze weg vervolgen. Halverwege de Ringvaart rijden we de Haarlemmermeer maar in, om een stuk van de beoogde route af te snijden. Om ergens bij station Hoofddorp het gladste stuk van deze rit tegen te komen.

Bij sneeuwrestanten is het duidelijk dat je moet oppassen, maar het gevaarlijkst zijn de weggedeelte die onschuldig in het zonnetje liggen te glinsteren. Dirk Nijgh maakt uitbundig reclame voor de wielrennerij in het algemeen en de Afdeling Wielersport van de IJVK in het bijzonder, door zijn mountainbike aan de kant te zetten en een oud vrouwtje aan zijn arm over het gladste stuk te loodsen. 'Ziet u wel dat er ook goede wielrenners zijn, mevrouw?'

Eenmaal bij de oostelijke kant van de Ringvaart aangekomen kunnen we weer redelijk normaal rijden, voor Mart, Teun en Raymon meteen aanleiding om de gashendel even open te draaien. Een duurrit is mooi, maar het moet niet te lang duren. Enige rust wordt ons niet gegund: restaurants waar we normaliter even opsteken voor koffie en appelgebak laten middels briefjes op de deur weten dat we vanaf 6 januari weer van harte welkom zijn. Niet meer helemaal compleet - Arie en Ard geven onderweg te kennen dat ze wel op eigen tempo naar huis rijden - komen we na ruim 65 kilometer weer bij De Goerie. Tijd om onze eerste wonden van het nieuwe jaar te likken:

 
 
 
     
     
     
  Het verslag van de Dolomietenmarathon staat hier.  
     
  Naar de rest van het wielerseizoen 2010  
     
  Naar het wielerseizoen 2009  
     
  Weer naar boven op deze pagina