|
 |
|
|
|
Stukjes
tikken is mijn vak, maar fietsen doe ik voor de lol. De
meeste kilometers draai ik in de Duin- en Bollenstreek,
maar enkele keren per jaar ben ik op trainingskamp bij
mijn rentenierende vriend in Jalón, Costa Blanca, of
elders in Europa aan het trappen. Op deze site
verslagen van trainingsritjes, officiële toertochten en
vakantietrips. Want stukjes tikken over fietsen doe ik
ook voor de lol. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Pretvaderen
is het centrale thema van een column die ik wekelijks
schrijf voor de dagbladen van HDCmedia (Noordhollands
Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch
Dagblad en Gooi en Eemlander). Maak op deze site,
behalve met wielrennen, ook kennis met een
prettige kijk op het vaderschap. |
|
|
|
Naam:
Dick van der Plas Leeftijd:
50
Woonplaats: Katwijk |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
| |
| |
|
Programma 2011
Maart:
12 maart Witte Kruis Classic, Den Haag
19 maart Joop Zoetemelk Classic, Leiden
April:
2 april Rabo Bergtoer, Ochten
23 april Ronde van Noord-Holland, Oostzaan
Mei:
1 mei Elfdorpentocht, Stompwijk
15 mei Abdijentocht La Trappe
29 mei Jean Nelissen Classic, Vianden (Luxemburg)
Juni:
4 juni Waalse Pijl, Spa
(Belgie)
Juni/Juli:
26 juni-2 juli Marmotteweek, Bourg d’Oisans
(Frankrijk)
Augustus:
Vakantie
(Cornwall
en Wales)
20 aug
Mergerllandroute
September:
Fietsweekend
Vlaanderen (HTWV)
Oktober:
Herfstmountainbiken
in Leersum
November:
Rabo Beach Challenge,
Scheveningen
|
| |
|
|
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
|
|
| |
Seizoen
2011
|
|
| |

Zaterdag
23 april 2011
Als voorbereiding op de Marmotte lijkt de
Ronde van Noord-Holland niet bijzonder geschikt. Het
aantal hoogtemeters is met 250 te verwaarlozen en de
afstand - 160 kilometer - is met alle meters die we al
in de benen hebben, ook niet om over naar huis
te schrijven. Maar verandering van trainingsomgeving kan
natuurlijk nooit kwaad. En wij Hollanders
bemoedigen ons met de gedachte dat langdurig tegen de
wind in rijden, een beetje te vergelijken is met
bergtraining. Op naar Oostzaan, derhalve!

Met twee auto's vertrekken we (Peter,
Arjan, Hugo, Rob2, Ton en ik) uit Katwijk, en één auto
(clubgenoot Graham en zijn fietsmaat Frans) komt uit
Castricum. De Ronde van Noord-Holland kun je op
verschillende plekken beginnen, maar voor ons ligt
Oostzaan het meest voor de hand. Bijkomend voordeel is
dat de wind uit de Noordoosthoek blaast, waardoor we hem
de laatste 60 kilometer min of meer in de rug hebben.

Moeten we het nog hebben over de
omstandigheden? Eigenlijk niet. Die zijn namelijk zoals
voorspeld: een graadje of zestien bij de start, rond 8
uur, maar al snel oplopend tot ver boven de twintig
graden. Ton (links op de foto boven) - een Ronde van
Noord-Holland-veteraan die de tocht voor de eerste keer
op zijn twaalfde reed - kan zich ook edities herinneren
waarin het maar een paar graden boven nul was.

Mijn voorbereiding op deze ronde
bestond uit het inschrijven via internet, waarna ik een
paar dagen voor de grote dag een stuurplaatje en een
routebeschrijving kreeg opgestuurd. In grote lijnen weet
ik daardoor dat we een flinke lus door de provincie
maken, maar vraag me niet welke dorpen en stadjes we
allemaal tegenkomen. Af en toe geeft Graham een hint:
Heemskerk, hierna komt Castricum. Soms zie ik zelf een
naambord voorbij flitsen. Maar welke plaats we hier binnen
rijden? Zaanstad, wellicht?


Vooral de eerste vijftig kilometer is
het behoorlijk druk. In een lang lint
rijden we toch een behoorlijk tempo en het is
constant dringen om een beetje voorin te blijven. Het
voortdurend gaten dicht rijden kost kracht en af en toe
moeten we ook even gas terug nemen om onze groep weer
bij elkaar te brengen. Maar boven Schoorl krijgen we wat
meer lucht en rijden we als Afdeling Wielersport van de
IJVK vooral onze eigen race. Dat wil zeggen: we nestelen
ons op kop van de pelotons, draaien ons molentje,
foeteren indringers uit die het ritme verstoren en
houden het tempo zo hoog dat er niemand langs komt.


Parcourskennis is er wel bij Graham,
die ons in Medemblik loodst naar een mooi terras aan de
haven, waar ze een hele beste cappuccino en appelgebak
serveren. Voor Ton (rechtsvoor) ook een goede
gelegenheid om de schedel nog eens goed in de
zonnebrandolie te zetten.

Onze kersverse fietsmaat Frans geeft
op het tweede deel van de tocht geregeld te kennen dat
hij op eigen kracht verder wil omdat onze snelheid (we
eindigen met een gemiddelde van 33) hem
te hoog ligt, maar bij elke controle- of verversingspost
haakt hij toch weer aan. Als Hugo40 en Rob2 er bij het
naderen van de finish nog een schepje bovenop gooien,
krijgt ook Arjan het moeilijk. Maar door gewoon door te
rijden als wij onze stempels halen of de bidons vullen,
halen we toch gezamenlijk de finish.

En daar wacht - behalve een foeilelijk
herinneringstegeltje - ook het herstelbier!
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
19 april 2011
Je kunt je als captain van - in dit
geval - de B-groep, nóg zo goed voorbereiden, bij
onvoorziene omstandigheden komt het aan op improvisatie.
En dan is het pijnlijk om te zien hoe niet iedereen in
de groep daar even goed mee om gaat. Een rondje Rijn- en Veenstreek had ik gepland, via Leiderdorp, Oud Ade,
Rijpwetering en Weteringbrug, om via de Ringvaart in een
soepel molentje terug
te rijden naar het ondergaande zonnetje.

Maar het tempo lag zo hoog, dat ik ter hoogte
van Sassenheim besloot tot nog een rondje Poelpolder, om
niet al te vroeg bij het clubhuis aan te komen. Een deel
van het lusje dat ik in gedachten had, reed ik
zaterdagmiddag ook al. Maar door ergens linksaf te gaan
waar ik rechtdoor had gemoeten, belandde ik met mijn
B-groep in een Lissese nieuwbouwwijk, met alle
30-kilometerellende (druppels, doodlopende straten,
haakse bochten, rotondes en andere obstakels) van dien.
Bij dit soort tegenslag geldt maar één remedie: het gas
er goed op houden en steeds op het laatste moment naar
bewind van zaken handelen. Tsja, en dan gaat er wel eens
iemand naar rechts, als jij zelf besluit naar links te
gaan. De mannen hadden in elk geval weer wat om na te
praten, tijdens de afsluitende koffie. Of napraten, om
in de beeldspraak van fietsmaat Rob1 te blijven: de
ene emmer stront na de andere over mijn mooie hoofdje
uitstorten!
|
|
| |
|
|
| |

Zondag 17 april 2011
Ieder zijn kwaliteit. Als we ver boven de
veertig kilometer in het uur over het fietspad van de
Meije denderen en ik bij Rob L. een spaak hoor knappen, kan
ik twee dingen doen: stoppen om er een foto van te
maken, of er nog een schepje bovenop doen en naar voren
rijden, waar ik wegkapitein en sleutelgenie Rob2 weet. Ik kies voor het
laatste. Wat heeft Rob L. eraan als ik een foto van hem
maak, onder deze kommervolle omstandigheden? Ik tip
Rob2, die na een zekere aarzeling omdraait, en sluit me
aan bij Hugo40, Peter en Teun die onverminderd hard
richting de koffie met appelpunt razen. Ja, want ook
daar moet een foto van worden gemaakt. Ieder zijn
kwaliteit:

Het is kritiek die bij elk pechgeval weer
aanzwelt: Van der Plas maakt geen vuile handen. Nee,
inderdaad, dat is niet mijn kwaliteit. Ik kan een beetje
aan zo'n spaak gaan staan rukken, er een half uur over
doen om voor iemand anders een bandje te wisselen, maar
wat schiet de groep daar mee op? Is het niet veel leuker
om na afloop een kiekje van het gebeuren te hebben? Of
te weten dat ik - in het bovenstaande geval - de juiste
man naar de juiste plaats heb gestuurd?

Meer nog dan de landschappelijke
schoonheid van dit rondje Meije, stond de malheur die ons
op deze mooie zondagmorgen overkwam, centraal. Eerst kreeg Jan Pep
te maken met spaakbreuk, wat hem op een voortijdige
aftocht naar huis kwam te staan. En vervolgens overkwam
Rob L. dubbele pech: spaakbreuk en een lekke band. Hem
restte niets anders dan vanaf het terras zijn oude vader
te bellen om vanaf Valkenburg (ZH) af te reizen naar,
ja, naar wat eigenlijk... ,,Richting Zwammerdam, en dan
ergens linksaf, een klein paadje op.'' Zo leg je dat uit, aan de pre-TomTom-generatie. Vlak bij huis kreeg ook Vincent nog
een lekke band, waarbij hij - terwijl Rob2 ook deze klus
klaarde - heel zorgvuldig in de grootste hondendrol van
Wassenaar en verre omstreken stapte. Zijn schoenen staan,
inclusief dichtgeslibde wielerplaatjes, inmiddels
op Marktplaats. Voor een schijtprijsje...
De eerste tien kilometer vergat ik mijn Garmin aan te
zetten, want het totale rondje was zo'n 110 kilometer.
Maar niettemin toch een lekker gemiddelde, voor een
rondje met zoveel pech. |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
9 april 2011
Het zijn voor de Marmotte-gangers de
weken van de noodzakelijke klimkilometers. Dus reizen we
een week na de Rabo Bergtoer in Ochten opnieuw af naar
de Utrechtse Heuvelrug, dit keer voor de klassieker
Veenendaal-Veenendaal, op het oog een overzichtelijke
rit, waarvan - niet onlogisch, bij een rondje fietsen -
zowel de start als de finish in Veenendaal is.

De routes van de Bergtoer en
Veenendaal-Veenendaal zijn voor een belangrijk deel
identiek, maar als je na afloop de statistieken van
beide ritten naast elkaar legt moet je toch constateren
dat 'Veenendaal' iets zwaarder is: meer dan 100
hoogtemeters, om precies te zijn. Dat komt
waarschijnlijk door de Amerongse Berg (foto boven) die
ontbreekt in Ochten, maar vanuit Veenendaal op een paar
kilometer van het clubgebouw van de organiserende
Valleirenners opduikt. Het totaal komt daarmee uit op
1136 meter (Bergtoer 1013 meter).

'Veenendaal' is wat bekender en
daardoor ook wat drukker dan Ochten. Vooral de eerste 30
kilometer is het soms filerijden, daarna scheiden de
mannen zich van de jongens bij een gemiddelde dat voor
ons dan hoog in de 31 kilometer per uur ligt. Nou ja,
mannen... We verheugen ons geruime tijd in het
gezelschap van een 19-jarige triatlete uit Almere die
traint voor het Nederlands Kampioenschap en - bij goed
resultaat- het EK (foto onder links). Pas na anderhalf
uur scheiden de mannen zich van de meid, als we in het
gedeelte van de koers komen waar de serieuze klimmetjes
(en later: veel verkeerslichten) opduiken. Dan daalt ook
het gemiddelde van ons drietal maar zakt
nooit onder de 30 kilometer in het uur.

Aangezien we dit keer niet voor de
gezelligheid rijden maar om een beetje serieus te
trainen, wordt er geen koffiestop ingebouwd. De benen
van Peter en mij zijn wat minder dan vorige week - de
oude mannen zijn toe aan rust - maar Raymon is in
bloedvorm. En sleept ons in zijn kielzog mee. Binnen 4,5
uur en bijna 135 kilometer zijn we precies om 13 uur terug
in Veenendaal. De volgende serieuze klimrit? De Ronde
van Noord-Holland. Ergens boven Hoorn schijnt daar een
heel lastig viaduct in te zitten.
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 5 april 2011
Op maandagavond leerden we als
wegkapiteins over het anaerobe uithoudingsvermogen, de
maximale zuurstofopname, de toename van de
glycogeenvoorraad en de conditionele coordinatieve
factoren in de trainingsleer. Maar een avond later
bedacht Mart Ouwehand voor Groep A gewoon het volgende:
zo hard mogelijk met de wind in de rug zo ver mogelijk
weg rijden. En zo hard mogelijk met windkracht 7 tegen
naar het clubhuis terug. Het ene ging met 45 kilometer
in het uur. Het andere met 32 kilometer. Alleen het feit
dat Teun onderweg moest pissen, had een zeker negatief
effect op de grondmotorische eigenschappen die ons
prestatievermogen positief moeten bevorderen.

|
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
3 april 2011
Serieus klimwerk, waar vind je dat in ons
land nog buiten het bronsgroen eikenhout? Rond Ochten,
schijnt het, want daar noemt wielerclub 't Versnellertje
de door een plaatselijke Rabobank gesponsorde rit heel
ambitieus een 'Bergtoer'. En warempel, na 130 kilometer
trappen hebben we zowaar 1000 hoogtemeters in de benen.
De belangrijkste cols? De Posbank, uiteraard, maar ook
de Grebbeberg en nog wat van die bulten die ze beneden
de Moerdijk tot erwten op een plankje bestempelen (cup
AA). Maar de vijftien mannen van de Afdeling Wielersport
van de IJsclub Voorwaarts Katwijk zijn er blij mee, niet
in het minst omdat het vandaag de eerste
Geschoren Benen-rit van het seizoen is. Net als op
rokjesdag voor de dames kunnen wij, renners, weer onze
blote kuiten tonen aan het volk bij een temperatuur van
ruim boven de 20 graden. Een enkeling deed dat nog met
zekere schroom en legde pas in de loop van de dag de
beenstukken af. Weer anderen bleken slecht gesoigneerd
aan deze tocht begonnen en reden met een bos haar op hun
benen die je normaal alleen bij Roemeense
takkenvrouwtjes aantreft.


Minstens net zo leuk als het fietsen, is
de chaos die gepaard gaat met de gezamenlijke clubritten
van onze Afdeling Wielersport. Dit keer brengen we ons
bestuurslid Evenementenzaken Rob1 (wederom) tot wanhoop
door onze auto's op geruime afstand te parkeren van de
door hem bestuurde bus met racefietsen, aangezien hij er
vanuit gaat dat we hem bij elke gemaakte beoordelingsfout (vanaf
een vol parkeerterrein een heel stuk terugrijden terwijl
er op honderd meter van de start volop ruimte in de berm
is) blind navolgen. Daar is op zich wat voor te zeggen,
al mag ik hem er graag op wijzen dat een dergelijke
mentaliteit in de geschiedenis tot het uitbreken van
twee wereldoorlogen heeft geleid.

Ochten ligt in Gelderland, maar zodra je
de brug over de Nederrijn bij Rhenen oversteekt ben je
in de Utrechtse Heuvelrug, een afwisselend landschap met
rivierdijken, bossen, poldergebied en - de naam
Heuvelrug houdt die belofte
al in - een hele reeks mooie klimmetjes. We rijden - voor
ons doen dan - op deze gezamenlijke ritten sociaal, wat
gewoonlijk inhoudt dat de mannen met de sterkste benen
er naar believen een snok aan geven, maar geregeld
wachten op hen die reglementair uit het wiel zijn
getrapt. Alleen aan het eind van de tocht wil de
complete kolder nog wel eens in de koppen schieten, maar
daarover later meer. Eerst genieten we nog van het
zonnetje en de koffie met appelpunt op het terras bovenop de
Posbank, waar het zelfs met deze zomerse temperaturen
behoorlijk rustig is.
De natte uitvoering van de Bergtoer 2010
werd gekenmerkt door een hele reeks lekke banden van
Hugo40 (vijf in getal), maar vandaag is er van geen
enkele malheur sprake. Of het moet het tot razernij
stemmende gekraak van de fiets van Rob L. zijn, die
alleen bij snelheden van boven de 40 kilometer in het
uur enigszins geruisloos wil lopen. En het voortdurende
tegenlicht en de harde schaduwen waarmee ik als
koersfotograaf te maken heb, al levert dat bij tijd en
wijle ook wel mooie plaatjes op.


Nu met het aangescherpte
veiligheidsbeleid van de club de doodstraf staat op het
door rood-lichtrijden, staan we in en rond Arnhem meer
stil dan we rijden.

Maar in het polderlandschap achter Rhenen
is het - wegkapitein Rob2 had het al voorspeld - opeens
koers! De stevige zijwind leidt tot waaiervorming en wie
anders dan Hugo40 (het getal staat voor de kruissnelheid
waarmee hij gewoonlijk tegen de wind in trapt) zet het
spel op de wagen. Een select groepje kan, amechtig
hijgend, volgen en is zelfs bereid om ook Hugo af en toe
uit de wind te zetten. Op de foto zien we Wielerforum-orakel Graham zijn werk doen, met
wegkapitein Rob2 in zijn kielzog. Bij het veroveren van
de beste plekken in de groep wordt het betere gooi- en
smijtwerk niet geschuwd, waarbij een enkeling er zelfs
niet voor terugdeinst om uw huisfotograaf in de berm te
rijden. Voor hem wacht echter de beloning voor het
(doorgaans) slim rijden op de top van de Grebbeberg, waar
hem de bollenpunten worden gegund door klimkoning Raymon
- als enige nog in zijn wiel - met de woorden: 'Oude man,
respect!' Dat mag ook wel eens gezegd!

Om het buitengewone karakter van deze Bergtoer
andermaal te onderstrepen, wachten we bij de finish -
onder het genot van Palm, pils en cola - op het
terras keurig totdat na enige tijd ook Arie Nijgh is gearriveerd.
Veel socialer kunnen we het niet maken!
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
29
maart 2011
Bij sportscholen weten ze
ook hoe het werkt: aan het begin van het seizoen ziet
het zwart van de volgevreten abonnementhouders die na de
feestdagen zeer gemotiveerd zijn om hun leven te
beteren. Dus wat te denken van een seizoensopening van
de wielerclub, op een bijna warme, zonovergoten
dinsdagavond? Naar schatting veertig renners stonden er
gretig aan de start, om na de gloedvolle woorden van
secretaris Menno in vier groepen de weg op te gaan.

Voor de haantjes van
groep A kreeg ik ter plekke de kapiteinsstrepen
uitgereikt, wat leidde tot een rit over ruim vijftig
kilometer met een gemiddelde van bijna 33 kilometer in
het uur. Waanzin, voor een eerste keer, zou je zeggen.
Maar helemaal niet gek voor mannen die deze winter niet
hebben stilgezeten en al vele honderden - zo niet enkele
duizenden - kilometers in de benen hebben. Het was de
uitkomst van een gelijkmatig rondje Ringvaart, waarbij
het alleen aan het eind - met de invallende duisternis -
een soort race tegen de klok werd om rond half negen aan
de koffie te zitten. En hoe zit dat met het
sportschool-effect, waarbij 70 procent van de
abonnementhouders na een fanatiek begin nooit meer komt
opdagen? Twee dagen later, op een frisse en een beetje
miezerige donderdagavond, waren er van die veertig
mannen (en één vrouw) van het eerste uur bij de Afdeling
Wielersport nog maar acht over...

|
|
| |
|
|
| |

Zondag 27
maart 2011
Kun je dan helemaal nooit meer met een
groep wielrenners over het duinpad denderen? Jawel, om
08.00 uur op een zondagmorgen, op de dag dat de
zomertijd is ingegaan. Op het traject tussen Katwijk en
Zandvoort kwamen we welgeteld drie andere renners tegen,
verder niemand. Een schamele poging deden we om - in
voorbereiding op de 'bergtoer' in Ochten, volgende week
zaterdag - wat hoogtemeters in de benen te krijgen. In
de Randstad betekent dat elk duinmetertje pakken wat je
tegen komt, in villawijk De Zuid in Noordwijk wat
draaien en keren rond het huis van wijlen Freddy
Heineken, het Kopje van Bloemendaal pakken, uiteraard,
en de bult bij Spaarnwoude. Dan heb je het wel gehad.

Maar dan nóg vind ik dat het met klimmen
weinig te maken heeft. Met mijn manier van klimmen,
tenminste. Nog maar koud op de fiets (en koud was het,
zo vroeg op de ochtend!) klap je - staand op de pedalen
- met het buitenblad omhoog op ultrakorte, venijnige
hellinkjes. Het betere gooi- en smijtwerk voor
krachtmensen, dat is het, waarbij mijn fluwelen techniek
niet goed tot zijn recht komt. Zou ik daarom na afloop
zo'n zeurende pijn in mijn benen hebben?

Met voor het eerst Jan Pep in de
gelederen reed de A-groep van de Afdeling Wielersport
van de IJVK vanmorgen met een mannetje of zeven (tellen
is niet mijn sterkste kant). Zij gebruikten de terugweg
via de Ringvaart niet alleen voor een koffie met
punt-stop bij Cruquius, maar ook om het gemiddelde van
deze rit tot ruim boven de 30 op te poetsen. Van de
stuwkracht van ons molentje werd dankbaar gebruik
gemaakt door opgepikte renners, die zich in ons kielzog
lieten meesleuren tot aan de spoorbrug bij Sassenheim.
Bij clubhuis De Goerie stond er niet meer dan 97
kilometer op de teller, maar met die schande kon een
meerderheid van de Club van Honderd niet leven. Met een
beetje reclame rijden op de Boulevard werd de teller op
de begeerde drie cijfers gebracht. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 22
maart 2011
Nog even, en mijn
haat-liefdeverhouding met de atb is weer voor zeker een
half jaar over. Zes maanden lang niet meer met angst en
vrees over het zanderige hobbelpad achter de Estec langs
richting Noordwijk rijden, om daar in het pikkedonker je
leven te wagen op de singletracks. Deze dinsdag is
voorlopig de laatste keer dat we die kant uit gaan en,
het moet gezegd, ook nu zijn er momenten dat de liefde
het wint van de haat. Want het blijft toch machtig mooi
om met een meute mountainbikers in het schijnsel van
felle lampen door de natuur te rossen. Niet iedereen is
daarvan overtuigd, overigens, want op de terugweg van
het parcours over de wandelpaden, zien we in de verte
opeens de lichten van de boswachtersauto. Op bevel van
kapitein Rob2 knijpen we in de remmen, om met gezwinde
spoed weer in tegengestelde richting te rijden, waarna
we schijnheilig over het asfalt onze weg vervolgen. Het
was tenslotte al spannend genoeg geweest, vanavond, met
singletracks die er - in mijn blijvend onervaren ogen
althans - behoorlijk zanderig en uitgesleten bij lagen.
Mijn voorwiel dook opeens in diepe kuilen die er
voorheen niet waren, of klapte op blootliggende wortels
die opeens uit de grond leken geschoten. Dat het niet
alleen aan mij lag, bleek wel uit het feit dat ook
kapitein Rob2 met zijn crosser een echte salto mortale
maakte. Donderdag nog één, relatief makkelijk rondje
Landgoederenroute en de mountainbike kan een half jaar
in het vet. Maar niet nadat ik er eerst een baggerlaag
van zeker drie maanden vanaf heb geschrobd. Want zoals
een ander zijn baard laat staan om een statement te
maken, zo heb ik sinds de jaarwisseling mijn fiets niet
meer gewassen. Want wat heeft dat voor zin? Ooit wel
eens een varken onder de douche zien staan?
 |
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
19
maart 2011
De uitstraling is minder exotisch dan die
van Milaan-San Remo, maar toch is de Joop Zoetemelk
Classic voor ons al enkele jaren de 'primavera'. De
echte opening van het seizoen. Voor ons geen
schilderachtige, langs de Middellandse Zee neergesmeten
dorpjes of met cipressen omzoomde afdalingen, maar lange, vaak met
bagger en schapenpoep besmeurde polderwegen, ruw uit hun
winterslaap gewerkte Veengehuchten, de chaos van het
rijden in te grote groepen, doorweekte stempelkaarten,
lekke banden, valpartijen, scheldpartijen, kortom,
koers!


Traditiegetrouw staat de Joop Zoetemelk
Classic ook voor schijtweer: regen, natte sneeuw soms
nog, temperaturen net boven het vriespunt en altijd
wind, veel wind. Maar de uitvoering van 2011 heeft iets
anders in petto. Na een mistige start zowaar een
zonnetje, is ons beloofd, en dat heeft op het laatste
moment nog heel wat gelegenheidsfietsers over de streep
getrokken. Voor de tafels met de daginschrijvingen van
organisator Swift in Leiden
vormen zich lange rijen en het oponthoud door de enkele klojo's uit onze groep die zich niet via internet hebben
aangemeld, tovert geërgerde trekken op het doorgaans
toch zo zonnige gelaat van ons bestuurslid
Evenementenzaken, Rob1.Dat moet volgend jaar anders!


Maar rond negenen, als ook Vincent zich
op het laatste moment (met de auto) zich bij ons heeft
gevoegd voor wat zijn eerste racefietsritje in 2011
wordt - welja, waarom dan niet gelijk 150 kilometer? -
zijn we op pad. De Afdeling Wielersport van de IJsclub
Voorwaarts Katwijk - vorig jaar nog een armoedig gekleed
zooitje ongeregeld - trekt een strak lint van groen,
zwart en rood over de fietspaden. Tellen is niet mijn sterksste kant, maar de groep die uiteindelijk voor de
langste afstand van 150 kilometer gaat is 17 man groot en dan is daarvoor
al een aantal leden afgebogen om de 75 kilometer te trappen. Niet
alleen om foto's te maken houd ik me graag vooraan in
deze meute op: je hebt overzicht, geen last van het
harmonicamodel en je kunt - hoewel dat altijd lastig is
met beulen als Hugo40, Teun en Mart in de gelederen - nog een beetje
invloed uitoefenen op het tempo.


Ergens bij Driebruggen, vlak bij de
afslag van de A12, gaat het mis. Een bochtje van niks,
moeten we hier maken, maar het achterwiel van Gerard
glijdt weg en tergend langzaam gaat de graatmagere reus
op zijn steiger met wielen tegen het asfalt. Ook een
valpartij van niks, taxeren wij, maar Gerard heeft pijn.
Krijgt zijn ene been niet meer voor het andere, moet er
bij gaan zitten en geeft al snel aan dat hij niet verder
kan. Maar daar zijn wij nog niet van overtuigd. Spieren
moet je in beweging houden, zodra het weer een beetje
soepel is zul je zien dat het weer gaat, verman je,
verdapperen moet je! En meer van die mannenpraat, zelfs
uit de monden van hen die niet in het leger hebben
gezeten. Een enkeling
komt met de oeroude Koot en Bie-wijsheid 'Fysiek is
altijd psychisch', weer een ander doet een plas, in
afwachting van de uitkomsten van telefonades met de
vader van Arie, die als bezemwagen op afstand fungeert.
Na nog een vertwijfelde poging van ondergetekende om
Gerard alsnog op de fiets te hijsen - nee, dat wordt
niks - laten we hem heel alleen, gelijk het
zigeunermeisje, achter op zijn steen.
Want de koers wacht op niemand. Later blijkt de
man van glas zijn heup te hebben gebroken. Een keurige
breuk, dat wel, die met een pen kan worden gefixeerd,
maar onze pechvogel (nog maar amper hersteld van een
nare val over een loslopende hond) toch weer een aantal weken - misschien wel maanden -
van de fiets houdt.

Een half uur tot drie kwartier zal het
oponthoud hebben geduurd en al die tijd heeft Vincent
onbekommerd staan ouwehoeren, onbewust van zijn langzaam leeglopende achterband. Zodra
het 'Kom op mannen, we gaan!' weerklinkt, is ook het
laatste zuchtje lucht eruit verdwenen en kan er
derhalve meteen weer in de remmen worden geknepen voor
nog eens tien minuten van knarsetandende rust en een
bandenwissel.

Maar we zijn niet de enigen met
problemen: de bestuurder van deze aanhanger met pallets
nam de bocht over het bruggetje te krap en zit met zijn
combinatie hopeloos vastgeschaard tussen wegdek en
leuning. Honderden fietsers kunnen hun weg alleen
vervolgen door over zijn trekhaak heen te stappen. Van iedereen krijgt de ongelukkige chauffeur een
vrolijk, bemoedigend woord, al ben ik benieuwd hoe lang
het heeft geduurd voordat hij één van die grapjurken op
zijn gezicht heeft geslagen.


De Joop Zoetemelk Classic is voor ons ook
een tocht van tradities. Voor de geijkte rustpunten
halen wij de neus op. Onze koffie met punt drinken we
niet in het clubgebouw van de wielerclub Woerden, maar
kilometers verderop in het Wapen van Harmelen. In 2010
zaten we hier nog uit te druipen op inderhaast op de
stoelen gedrapeerde kranten, nu vindt Arie het tijd om
zijn been- en armstukken af te leggen en met de
lentekriebels in zijn buik verder te rijden, lak hebbend
aan de schrale wind en een temperatuur - in de schaduw -
van hooguit een graad of 6. Ach, die heerlijke
onbezonnenheid van de jeugd!

Na de appelpunt verandert het karakter
van de rit. We zijn anders uit de rust gekomen, zoals
dat in voetbaltermen heet. Serieus gekoerst wordt er nu,
met molentjes waaraan vrijwel niemand zich onttrekt en
die het tempo tot tegen de 40 in het uur opstuwen. De
enkele vreemdeling die het waagt ons ritme te verstoren,
wordt hardhandig tot de orde geroepen. De Afdeling
Wielersport van de IJVK dendert als een geoliede machine
over 's Heeren wegen, met wegkapitein Rob2 vastberaden
aan het roer van de KW!

Vanaf het moment dat de 75 en 150
kilometerrijders weer bij elkaar komen, gooit de drukte
wat zand in onze raderen. De harmonica rekt steeds
verder uit en de staart van de groep heeft op de
Ringvaart moeite om bij te blijven. Zelfs een gedwongen
stop van de kopgroep voor de draaibrug zorgt niet meer voor een
samensmelting, hoe wanhopig een bezorgde Peter hen ook
naderbij probeert te kijken.

De laatste kilometers gaat het gas er
helemaal op, zoals dat werkt bij paarden die de stal
ruiken. De finish lokt, net als het herstelbier, waarvan
een enkeling in zijn eentje maar liefst vijf flesjes
achter elkaar naar binnen slaat. Maar dat is weer een
heel ander verhaal.... |
|
| |
|
|
| |

Zondag 13
maart 2011
Effectief trainen is ook: variatie
aanbrengen. Vandaar dat ik na 160 kilometer buffelen op
zaterdag, voor deze zondag bewust kies voor de lange
duurrit naar de Brielse Maasdijk met de groep Albert.
Enerzijds omdat hier wordt gereden in het volmaakte
tempo voor de hersteltraining - al denkt lang niet
iedereen daar zo over - anderzijds omdat routetovenaar
en wegkapitein Albert vooraf al reclame had gemaakt voor
dit pareltje van een tocht die mij - voor de eerste keer
in mijn wielerleven - op één rit via een pont, een lift,
een roltrap en een kilometerslange tunnel voerde.

Bij het clubgebouw De Goerie
vertrekken zowel de snelle als de bedachtzame groep voor
deze speciale gelegenheid om 08.00 uur, maar het
eendrachtig oprijden duurt maar tot de Knipbrug in
Voorschoten. Daar begint het al te kriebelen bij de
haantjes (beter misschien: de kippen zonder kop) van de
A-Groep, waardoor wegkapitein Rob2 het peloton splitst.
Zes man gaan voor het doorsnee rondje Hoek van Holland
met een gemiddelde van 30 in het uur, de andere acht
betreden de wondere wereld van de Brielse Maasdijk.

Wie met de groep Albert meerijdt, kan
het venster 'Gemiddelde snelheid' van zijn Garmin beter
uitzetten. Het draait hier niet om 30-plus in het uur.
Zo kan het gebeuren dat de route niet alleen voert over
uitgestrekte polderwegen waar je stevig kunt doorhalen,
maar dat je daarna zomaar ook dwars door het
karakteristieke centrum van Maassluis trapt, langs
ophaalbruggen en trapgeveltjes, met op de achtergrond de
kerk die zo'n belangrijke rol speelt in de romans van
Maarten 't Hart.


Normaal rijden we niet verder dan de
Nieuwe Waterweg, maar vandaag steken we hem over. Met
een uit de kluiten gewassen pont, die onderweg nog wel
zodanig wil deinen dat de renners zonder zeebenen even
steun moeten zoeken bij elkaar. En dan wil ook het
tegenlicht van het zonnetje nog wel op het gemoed
werken. Sterk spul hè, Fisherman's Friend!



Wat je ook van het landschap mag
zeggen, saai is het allerminst. Dan weer rijd je langs
de uitgestrekte olieterminal-velden van Shell en
aanverwante bedrijven, dan weer over verstilde
dijkpaden, waar de schapen en lammetjes zich uit de wind
hebben neergevlijd. Naast jachthavens en zeereuzen
doorkruis je dan weer een echt bos, dan weer een woud
van stalen containers. En altijd zijn er bruggen en
sluizen te passeren in dit land onder de rook van
Brielle, waar de geest van de watergeuzen nog altijd
rondwaart.



De terugtocht onder de Nieuwe Waterweg
door is zo mogelijk nog spectaculairder dan de heenweg
er overheen. Met de lift dalen we, in het gezelschap van
een dame met twee honden, enkele tientallen meters af
naar fietspadniveau, waarna we enkele kilometers onder
de scheepsschroeven doortrappen. Daarna is het tijd voor
nóg een compleet nieuwe discipline in het wielrennen:
het roltrappen! Eenmaal boven, weer in het daglicht,
voert de verbazing over deze wondere wereld van de
Brielse Maasdijk de boventoon.

Zelfs de traditionele koffiestop is
een verrassende. De uitbater - die had gerekend op een
regenochtendje met weinig aanloop - heeft zich deerlijk
vergist bij het inslaan van appeltaart. Er zijn nog maar
vier stukken voor onze groep van acht. Maar er is nog
wel cake, probeert hij ons niettemin lankmoedig te
stemmen. Vandaar dat de halve stukken appeltaart worden
aangevuld met cake en slagroom, als brandstof voor het
laatste deel van het traject waarop met name Marco - te
weinig kilometers in de benen - het moeilijk heeft. De
manier waarop Menno en Gerard hem elke keer weer laten
bijkomen, om hem er vervolgens weer heel geniepig af te
rijden, heeft veel weg van het sadisme waarmee kleine
jongetjes één voor één de pootjes van een rups
uittrekken, om na elke amputatie nieuwsgierig te kijken
of hij nog kan lopen. Met dit aspect van het sociaal
rijden - onder andere omstandigheden ook wel moord met
voorbedachte rade genoemd - heb ik zelfs bij de haantjes
van de A-Groep nog geen kennis mogen maken. Maar
niettemin: voor de meesten onder ons is de Brielse
Maasdijk voor herhaling vatbaar!
|
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
12
maart 2011
In theorie weten ze best hoe het moet.
Er vallen termen als 'de tegenstander oproken' en 'eerst
het bordje van de ander leeg eten'. En zowaar, de eerste
tien kilometer van de Witte Kruis Classic rijden we
keurig mee in een groep klasbakken die ons met gezwinde
spoed door deze koers van 100 kilometer gaan loodsen.
Maar al bij het eerste serieuze klimmetje op het duinpad
van Scheveningen naar Wassenaar kan neef Raymon zich
niet
inhouden en knalt naar boven, met de rest van het
zooitje ongeregeld - Peter, Dirk, Mart et moi - er
achteraan. 'Kijk, nu rijden we dus vooraan, slimbo', zeg
ik nog in de afdaling tegen mijn familielid, maar die
mompelt iets van 'de club-eer hoog houden', kromt zijn
rug en zet zich aan tientallen kilometers kopwerk met de
rest van de groep vreemdelingen lachend in ons wiel. Zo
sterk als een beer, maar het koersinzicht van een
garnaal.


Het is even zoeken naar de start op de
Laan van Poot in Kijkduin, waardoor we al zo'n dertig
kilometer in de benen hebben voordat de Witte Kruis
Classic werkelijk begint. Maar de organisatie is voor de
1000 deelnemers verder goed geregeld, het uitgeven van
de transponders gaat vlot en de bevoorrading onderweg is
uitstekend. Wij rijden de langste afstand die ons aanvankelijk via Scheveningen weer
op de terugweg naar Katwijk voert, maar dan via
Meijendel het Groene Hart in gaat, richting Benthuizen.
Ook hier veel vertrouwd terrein, maar de koersbouwer
heeft toch wat verrassingen voor ons in petto. Zeker in
het Westland, waar de lange, brede fietspaden door
oneindig laag polderland voor ons 'terra incognita'
zijn. Bij Benthuizen komen we nog de Rijnsburgse tak van
de Afdeling Wielersport tegen, rijden een stukje samen
op en nemen prompt de verkeerde afslag. Want het is
opletten bij de Witte Kruis Classic. De witte pijlen op
het wegdek lijken door Klein Duimpje te zijn
geschilderd.



Het tempo ligt hoog, mede doordat we
aanvankelijk zelf al het kopwerk doen, maar gaandeweg
komt ook het gezonde verstand weer boven drijven. Na de
lunch sluiten we aan bij een groep krasse knarren uit
het Westland, die ons met een vast gemiddelde van 37
kilometer in het uur door hun natuurlijke habitat
loodsen. Langs de Nieuwe Waterweg is nog een gekkigheid
ingebouwd: een tijdrit over drie kilometer, die
aanvankelijk niet door neef Raymon als zodanig wordt
opgemerkt. Maar als na een kilometer het kwartje valt,
gaat hij er als een dolle vandoor, met Mart en ik in
zijn wiel. Wég is de zorgvuldige opbouw van deze
wedstrijd in de wedstrijd, waarbij we onze Westlanders
uiteraard de eerste twee kilometer het tempo hadden
moeten laten maken, om er vervolgens overheen te
knallen. Nu blijf ik keurig in het wiel van neef
Garnalenverstand zitten, die na een kilometer al zo goed
als aan het eind van zijn krachten is, zich na een
samensmelting van de groep weer herpakt, maar aan het
eind van de drie kilometer door zijn meer dan twee keer
zo oude oom toch nog makkelijk te kloppen blijkt.
Achteraf meesmuilt hij dat ik in deze 'ploegentijdrit' -
de eerste ploegentijdrit kennelijk waaruit iemand al na
één kilometer wilde weg demarreren - te lang in het wiel
heb gehangen.

Voor ons is de Witte Kruis-classic
uiteindelijk ook een koers in de koers, want met de
extra kilometers vanuit en naar Katwijk hebben we
uiteindelijk bijna 160 kilometer op de teller staan, met
een totaal gemiddelde van iets boven de 30 kilometer in
het uur. De thuisreis rijden we bovendien nog met
'bepakking': een paramedische goodiebag met handige
artikelen als maagzuurremmers, spiergelletjes en een
handdoek. Dit zou wel eens de vaste opening van ons
toertochtenseizoen kunnen worden.
|
|
| |
|
|
| |

Zondag 6
maart 2011
Indachtig het motto 'Met dieven vang je
dieven' reed de Club van Honderd - vanmorgen voor het
eerst gestart op de zomertijd van 08.00 uur - onder
verantwoordelijkheid van wegkapitein Raymon. Deze
doldrieste kamikazepiloot, koning van de waanzinnige
demarrage bergop en roverhoofdman van de sprint hield nu als een bijna afgestudeerde Pabo-student een groep van twaalf jong-bejaarden keurig
in het gareel op een ritje van precies honderd kilometer
via de Ringvaart naar het Noordzeekanaal en via Driehuis
terug.

Toen het tempo op de eerste
Ringvaart-kilometers naar een gemiddelde van 36 in het
uur dreigde op te lopen - en er binnen de groep sprake
was van geween en geknars van tanden - temporiseerde hij
naar een keurige 33, hij controleerde het molentje, kon
maar heel af en toe een sprintje niet bedwingen en was
ook anderszins een voorbeeld voor aankomende
generaties wegkapiteins.

Slechts drie keer hoefde hij een gele
kaart wegens wangedrag uit te delen en alle drie de
keren was dat meer dan terecht. Tot mijn niet geringe
schande incasseerde ik twee waarschuwingen voor het aan
kop van de groep door een rood licht rijden (met auto's
die aan de andere kant optrokken) en nog een keer voor
het geen voorrang verlenen aan een voertuig, dat mij bij
het oversteken van de oprit naar de provinciale weg N206
reglementair in de berm reed.

Verder geen wanklank op dit frisse
maar grotendeels zonnige ritje, waarbij het gemiddelde
uitkwam op een keurige 31 kilometer in het uur. Nou ja,
één wanklank dan: ons beoogde koffie-met-puntadres - De
Ruigenhoek in Lisse - bleek met het oog op het carnaval
gesloten. Maar dat viel zelfs de kersverse captain niet
aan te rekenen. |
|
| |
|
|
| |

Donderdag
24 februari 2011
Een heldere avond om lekker te trappen in
het lichtgele schijnsel van de lantaarns. Lijkt het.
Want behalve zacht en bijna windstil, was het ook
mistig. Hoe mistig? Zo mistig:

Een groep in bijna de kleinst
mogelijke samenstelling - Rob L., Raymon et moi - reden
een rondje Horsten (45 kilometer) in een tempo dat ons
na afloop op de Katwijkse Boulevard verlangend aan de
ander deed vragen: Hebben jullie soms een teller op de
fiets? Maar helaas. Misschien dat clubstatisticus Albert
kan uitrekenen hoe hard je rijdt als je 45 kilometer in
1 uur en 35 minuten aflegt? Journalisten kunnen namelijk
niet rekenen. Dat het altijd nóg harder kan, bewees neef
Raymon door op lange hellingen van ons weg te stuiven
als - zoals Rob L. het zo treffend vergeleek - een jonge
hond die achter een stok aan rent. De oude beestjes
volgden - op gepaste afstand - hijgend in zijn kielzog. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
22 februari 2011
Welke uitspraak hebben de Teletubbies
en een groep atb'ers van de Afdeling Wielersport van de
IJVK gemeen als ze het mountainbikeparcours in Noordwijk
hebben gedaan? 'Nog een keer, nog een keer!' Dus daar
gingen we weer - tot mijn leedwezen - voor nog een
dodemansritje in het stikdonker, over boomwortels, langs
stronken en onder laaghangende takken door. Niet alleen
het eerste deel ('Nog een keer, nog een keer!'), nee,
ook het door een waanzinnige aangelegde tweede deel
moesten we nog een keer, nog een keer. En het was
vanavond al een slagveld, ook zonder het parcours. Dirk
N. kwam met een verstopte kransslagader aan de start,
Rob1 haakte na een paar kilometer op het Estec-stukje
met benauwdheidsverschijnselen af en Menno moest terug
omdat hij een contactlens verloor. Niet meer dan
aandoenlijk was de zoektocht die nog met vijf man werd
ondernomen om het ding in het duister, op een zandbodem
met duizenden dennennaalden, in het schijnsel van onze
helmlampen te vinden. Het gekerm en gekreun van de
mindere goden was vervolgens op het nieuwe
parcoursgedeelte niet van de lucht. En terwijl ze aan
het eindpunt hun besmeurde kleding afklopten en over
pijnlijke knieën wreven, klonk het opnieuw: Nog een
keer, nog een keer! |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
15 februari 2011
Oefening baart kunst, luidt een bekend
spreekwoord. Maar wie mij - zeker in het pikkedonker -
op een mountainbike ziet rijden, vraagt zich af wat ik
de afgelopen jaren in hemelsnaam op zo'n ding heb
uitgevoerd. Nog geen paar honderd meter van het
clubhuis, op het eerste off-road stukje naast de
weg richting parkeerterrein Noordduinen - ontkom ik
ternauwernood aan mijn eerste doodsmak. Mijn gegil doet
in elk geval alle ouwetjes in verzorgingshuis De
Duinrand rechtop in bed zitten, terwijl de verpleging de
gangen afrent met de defibrillator in de aanslag.
Twintig meter verderop knal ik - opnieuw als gevolg van
een bijna dodelijke combinatie van onhandigheid en
nachtblindheid - op een rood-wit geblokte afzetting,
gelukkig alleen met de bar-end aan de rechterhand van
mijn stuur. Dit keer laat mijn gegil de
sprinklerinstallatie in het boothuis van de KNRM afgaan.

Ik had me geestelijk
ingesteld op een rondje atb-parcours in Noordwijk, maar
tot mijn aangename verrassing rijden we de
landgoederenroute in Wassenaar, met in de aanloop onder
meer de zompige grasbaan naast het Valkenburgsemeer. Als
één na laatste man hobbel ik vervolgens over de smalle
paadjes evenwijdig aan de Rijksstraatweg naar Den Haag
en Scheveningen, om via Meijendel weer terug te rijden
naar Katwijk. Alleen op het laatste, min of meer rechte
stuk over het asfalt door de duinen voel ik me een
beetje op het gemak, zeker als er ter hoogte van de
Soefitempel traditiegetrouw wordt gesprint voor de
kopposities. Het wordt onvermijdelijk elke avond een
beetje langer licht. Maar het is nog dik anderhalve
maand aftellen naar de zomertijd, in de wetenschap dat
oefening op de mountainbike bij mij alleen maar meer
ellende baart. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 13 februari 2011
Op volle zee zal het niet zo gauw
gebeuren, dat de kapitein de lichtmatroos naar voren
duwt en bromt: Oké, nu heb jij de leiding. Maar bij de
Afdeling Wielersport van de IJVK kijkt niemand meer op
van zo'n commandowisseling. Nou ja, alleen degene dan
die deze aap op zijn schouders geplaatst ziet. In dit
geval was dat Teun, die toch al een koude start beleefde
omdat hij vanmorgen zo lang voor een herhaling van
Rijnsburgse Boys bleef hangen dat hij op de club
arriveerde zonder helm. En dan mag je niet mee, volgens
de reglementen. Dus de route naar het Westland voerde
voor de A-groep eerst langs het fietsenschuurtje van
Teun in Rijnsburg, waarna hij kort daarop van Rob2 de
gezagvoerdersstrepen en bovenop zijn helm ook nog eens
de kapiteinspet kreeg.

Een belangrijke taak van de kapitein
is het bepalen van de route. Op cruciale momenten is het
derhalve handig om je voorin de groep te manifesteren
omdat wielrenners, net als een kudde schapen, de neiging
hebben om steeds de voorste te volgen. Opmerkzame
kijkers zien op bovenstaande foto onze kapitein helemaal
rechts achterin het peloton geposteerd, normaliter geen
gebruikelijke positie voor tempobeul Teun, maar
kennelijk wel zodra je hem de leiding in handen geeft.
De keren dat hij van achteruit de boel nog probeerde bij
te sturen - 'Naar rechts!!!' - ging het hele zooitje
onverstoorbaar naar links. Ook al omdat de
oorspronkelijke kapitein Rob2 voordurend met zijn handen
aan het roer van de lichtmatroos bleef zitten.

Dat was maar goed ook, want hij zette
koers naar De Bonte Haan (kan ook De Bonte Hond zijn
geweest, daar wil ik vanaf zijn) waar ze de grootste
appelpunten van het Westland serveren. Marinier Mike
vond hier in elk geval zijn Waterloo en moest halverwege
het baksel capituleren: 'Ik kan niet meer.'

Maar waar onze sergeant in eerdere
ritten van 2011 ook op het echte strijdtoneel - de fiets
- af en toe deserteerde, ging hij nu in de tweede
helft van deze tocht voorop in het gevecht (foto rechts).
Zeker nadat eerste kapitein Rob2 had gedemonstreerd
vandaag niet goed te zijn (lekke band, foto links), nam
Mike resoluut de leiding over om ons dwars door Den Haag
naar Kijkduin te loodsen, via een parkenroute die
eigenlijk meer geschikt was voor een wandelwagen dan een
racefiets, maar goed: we kwamen er. Al ging dit wel ten
koste van ons mooie gemiddelde, dat op het duinpad
richting Katwijk weer een beetje moest worden
opgepoetst. In het laatste gedeelte, waar weer ouderwets
werd geracet achter een vreemde gangmaker, scheidden
zich alsnog de (oude) mannen van de knapen, in die zin
dat Rob2, Rob1 en ondergetekende de rest van het peloton
door uitermate slim en scherp te koersen op een respectabele afstand reden. Zo moest het
kennelijk gaan, op deze rit met drie kapiteins op één
schip.

Het is weer even wennen, na een paar ritten in
Spanje. Maar zo ziet je fiets er in Nederland uit, na
een volledig 'droge' rit van 97 kilometer. |
|
| |
|
|
| |

Zondag 6 februari 2011, Jalón, Costa Blanca
Iedereen die (veel te) veel tijd in
fietsen steekt, weet dat er momenten zijn dat je een
stapje terug moet doen. Dan heb ik het niet over de
noodzakelijke rust na een intensieve trainingsperiode -
waar mijn rentenierende vriend dringend aan toe is -
maar over de keren dat je - heel opzichtig, dat dan weer
wel - een ritje laat lopen om iets leuks te doen met
moeder de vrouw. Op de ochtend dat we als afscheid van
de Costa Blanca op de racefiets nog een keertje de Col
de Rates zouden beklimmen, stribbelen mijn vriend en ik
niet te hard tegen als de dames ons willen meenemen op
een bloesemwandeling door de de vallei van Jalón.
Investeren heet dat, in wielerkringen. Er komt dit
seizoen een moment dat dergelijke opofferingsgezindheid
zich dubbel en dwars laat uitbetalen. Dus blijven we, na
nog een weemoedige blik op onze fietsen in het
schuurtje, aan de voet van de berg lopen die ik in het
voorjaar weer met de fiets hoop te beklimmen. Het
wisselgeld ophalen, heet dat dan.


Meer Spaanse avonturen op het weblog van
mijn
eega en dat van mijn rentenierende
vriend.
|
|
| |
|
|
| |

Zaterdag
5 februari 2011, Jalón, Costa Blanca
Het was me van tevoren nog zo op het hart
gedrukt: niet meer dan één keer fietsen, in de vier
dagen dat we hier in Spanje zijn om de vijftigste
verjaardag van mijn vrouw te vieren. En hoewel ik voor
de zekerheid meerdere setjes van de clubkleding in mijn
koffer had gestopt - je moet tenslotte op alles
voorbereid zijn - was ik oprecht van plan me daaraan te
houden. Maar vanmorgen werden we verdorie door de
vrouwen gewoon de straat opgeschopt: ze gingen met de
echtgenote van de dorpsdokter een taart bakken en een
stukje wandelen, en daar konden ze ons niet bij
gebruiken, zelfs niet toen de dokteres op het laatste
moment met griep afbelde. Dus ja, daar gingen we dan
maar weer, tegen wil en dank.

Als gevolg van verkeerde Spaanse
fietsmaten - te jong, te mager, te gretig - heeft mijn
rentenierende vriend vorig jaar meer dan 15.000
kilometer - en ook nog in een veel te hoog tempo - op de
racefiets afgelegd. En dan komen er af en toe ook nog
een paar Hollanders langs die hem een paar dagen komen
uitwonen. Eigenlijk ben je gewoon overtraind, had ik hem
tijdens onze rit van gisteren al gediagnosticeerd, toen
hij wat klagerig achter Javi en mij aanreed. Je moet wat
vaker nee zeggen, als die jonge Spanjaarden je bellen,
en wat meer variatie in je trainingen aanbrengen. Doe
ook eens een keertje rustig aan.

Vandaag doen we dus rustig aan. Over een
overwegend vlak parcours rijden we naar Denia Nova, om
op te steken bij een tentje dat bij Spaanse wielrenners
populair is om zijn almuerzo, de maaltijd tussen ontbijt
en lunch in. Voor Hollanders die gewend zijn aan een kop
koffie en een appelpunt (voor 5,50 euro): op tafel komen
pelpinda's, olijven, een karaf wijn en een fles gaseosa
(om de wijn mee aan te lengen) en twee uit de kluiten
gewassen bocadillos (stokbroden) met tortilla en jamon
serano (voor mijn rentenierende vriend) en lomo
(varkensvlees) en tomaten voor mij. Als toetje nemen we
carajillo: koffie met cognac. Totale kosten van deze
maaltijd: 4 euro per persoon.
Op de terugweg wil ik in Denia altijd
even bootjes kijken en dan kunnen we het toch niet laten
om ook nog even een klimmetje mee te pakken: de Montgó
over richting Javea. Na ruim 70 kilometer en een kleine
700 hoogtemeters gaan we heel voorzichtig informeren of
we weer thuis mogen komen. Dat mag.

|
|
| |
|
|
| |

Vriijdag
4 februari 2011, Jalón, Costa Blanca
Bij het klaarleggen van mijn fietstenue
hou ik me zoveel mogelijk aan de Wet van Rob2: als je
het de eerste tien minuten niet koud hebt, ben je te
warm gekleed. Bij onze landing op Valencia was het
gistermorgen om 9.15 uur precies drie graden boven nul,
met een strakblauwe lucht en weinig wind. Een paar uur
later zaten we met 18 graden op een terrasje in Lliber
aan het bier. Vanmorgen vroor het om half negen nog één
graad, in de wit uitgeslagen tuin van mijn rentenierende
vriend in Jalón, aan de Costa Blanca. Maar de zon was al
bezig om hier korte metten mee te maken. Kledingadvies
derhalve: laagjes die je kunt afpellen. Beenstukken
onder mijn korte broek, armstukken onder mijn
zomershirt, een dunne windstopper en handschoenen zonder
vingers. Tien minuten had ik het inderdaad koud en na
een uur reed ik in mijn korte broek. ,,Je lijkt wel een
buitenlander'', meesmuilde mijn vriend. Zo'n beetje de
ergste belediging die in de vallei van Jalón voorhanden
is.


Javi, fysiotherapeut in Lliber en de
vaste fietsmaat van mijn rentenierende vriend, haalt pas
halverwege de ochtend zijn ijsmuts onder zijn helm
vandaan en blijft de hele rit met zijn handschoenen met
vingers aan rijden. De lange broek gaat pas begin april
uit, als de winter voorbij is. Dat heeft niks met de
temperatuur te maken: dat dóe je gewoon niet eerder. Als
ze te warm gekleed zijn, zoeken Spanjaarden liever de
schaduw op dan een kledingstuk af te pellen. Ze zijn
geen buitenlanders.


Omdat Javi om half één zijn eerste
patiënt heeft, rijden we vandaag tot 12 uur. Dat komt
ons ook goed uit, kunnen we de rest van de dag gezellig
doen met de vrouwen. De rit is redelijk vlak, voor
Spaanse begrippen: een kleine 1000 meter stijging over ruim 80
kilometer, met een gemiddelde van 28,5 kilometer per
uur. Mijn vele rondjes Ringvaart in de vrieskou en met
harde wind tegen, beginnen zich uit te betalen:
als buitenlander met blote benen rijd ik moeiteloos met
de ingepakte Spaanse mannetjes mee.
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag
3 februari 2011
Eigenlijk gaan we om te wandelen, lekker
te eten, gezellig te doen en, bovenal, de vijftigste
verjaardag van mijn echtgenote te vieren. Maar voor de
zekerheid heb ik ook maar een heel klein koffertje met
wat wielerspulletjes ingepakt. Je weet het maar nooit,
bij mijn rentenierende vriend in Spanje. Voor je het
weet vraagt hij of ik een stukje mee wil trappen. Want
zeg nou zelf, de hele dag wandelen, lekker eten of
gezellig doen, dat houdt geen mens vol.
|
|
| |
|
|
| |

Zondag 30
januari 2011
Psychologen hebben er ongetwijfeld een
goede verklaring voor, maar een feit is dat ik altijd
veel moraal ontleen aan fietsmaten die er tijdens een
rit een beetje doorheen zitten. De gemoedstoestand van
neef Raymon vatte hij - ergens op ons ijzige rondje
Ringvaart - treffend samen met de zin: Ik vind er
geen fuck aan. Toen hij enkele tientallen kilometers
verderop ook nog eens bijna werd getroffen door een
hongerklop - ondanks een meegenomen banaan - werd zijn
gemoedstoestand er niet veel beter op.

Enkele weken lang had hij mij de ogen
uitgestoken met de kilo's die hij inmiddels was
kwijtgeraakt, maar bij twee graden onder nul en een
straf noordoostenwindje reed ik nog heerlijk op mijn januari-speklaag in de rondte waar hij al snel door zijn
energie-reserves heen was. Mijn ontbijt? Een dun laag
muesli en wat magere joghurt. Een banaan had ik niet
eens bij me, want de laatste keren had ik die thuis na
een rit moeten weggooien. Voor Raymon kwam de redding
van Peter, die er altijd bij rijdt als het filiaal van
een C1000. Dankzij het krachtvoer uit diens uitpuilende
zakken wisten we mijn neef tot aan de uitspanning bij
Cruquius mee te slepen.

Cola met appelpunt en slagroom deed
hier de rest. Nadat hij ons eerder nog getrakteerd had
op een anekdote over Teun en Graham die direct na de
koffie de gewoonte hebben om met 40 kilometer in het uur
weg te sprinten, deed Raymon langs de Ringvaart nu
precies hetzelfde. Met een ferm 'Hé malloot, wat ben jij
aan het doen?' moest ik hem tot de orde roepen. Die
eerste meters na een koffiestop - als het warm geworden
zweet weer aan de poollucht wordt blootgesteld - zijn
toch al nooit mijn beste. Dat het, ondanks deze
eenmalige oprisping van krachtpatserij, vandaag toch
niet Raymons dag was, bleek ook uit de lekke band die
hij kort voor Warmond opliep. Want - ik heb hem in 2011
nog niet gebruikt - als je goed bent, dan rijd je niet
lek. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
25 januari 2011
Zolang het 's avonds nog om
half zes donker wordt, duurt mijn haat-liefdeverhouding
met de mountainbike voort. Als we op een harde
ondergrond blijven, is het met mijn beperkte techniek
nog wel te doen. Dus zie ik altijd erg uit naar de
rondjes Landgoederenroute, waar het offroad-gedeelte
beperkt blijft tot een kleine honderd meter. Edoch,
er zijn van die dagen dat de bestemming niet bij
toerbeurt maar bij handopsteken of een andere
krakkemikkige vorm van democratie wordt bepaald, waarbij
de eerste die iets roept de grootste kans loopt dat zijn
idee wordt overgenomen. Dus hobbelden we ook deze
dinsdagavond weer in het kielzog van de modderboeren
naar het atb-parcours, dat er veel beter bij zou liggen
dan een week geleden. Met het eerste deel was toen ook
al weinig mis, het venijn zat in de nieuw aangelegde
staart. Toegegeven, de modder reikte dit keer niet tot
de assen van onze wielen, maar slurpte en zoog wel
zodanig aan het rubber dat de achterblijvers toch echt
het idee hadden dat ze in de pannenkoekenstroop reden.
Toen voor mij Ton de Fietskikker op niet eens de
allersteilste afdaling een salto mortale maakte en in
het licht van mijn schijnwerper even voor dood in het
zand bleef liggen - dat schijnen kikkers bij onheil te
doen, daarom worden ze ook massaal platgereden - hielden
wij atb-kneuzen het allerlaatste stuk andermaal voor
gezien. Wel leuk: stiekem over de brede wandelpaden
dwars door het bos terug naar Noordwijk. Daarmee bleef
de verhouding haat-liefde hedenavond wederom stabiel op
fifty-fifty.
|
|
| |
|
|
| |

Zondag 23 januari 2011
We hebben hem al zeker een half jaar niet
gezien, maar clubgenoot Graham drukt wel degelijk een
stempel op onze zondagmorgenritjes. Elke keer als het
gemiddelde onder de 30 dreigt te duiken, gaat er
huivering door de groep. 'Kom op jongens, Graham kijkt
naar de cijfers!' En niemand zit te wachten op weer
zo'n meedogenloze sneer op het Ledenboek als het
gemiddelde weer eens ergens in de 28 blijft steken. Ook
dit keer was er een inhaalslag op het tweede deel van
ons rondje Noordzeekanaal voor nodig om boven de 30 uit
te komen. In het eerste stuk hadden we Kraantje Lek, het
Kopje van Bloemendaal en Albert, die
overigens dapper meereed tot en met het Kopje. En we
hadden Floor, die de hele winter heeft lopen
flierefluiten en nu voor het eerst sinds maanden weer
eens een trapper rond draaide. En Dirk Nijgh, die met de
gevolgen van een nare griep kampte. Maar niettemin
gooide met name een ontketende Gerard Wijling op zijn
nieuwe Trek er de zweep over langs de Ringvaart, wat hem
in de rest van het peloton op verbaasde blikken kwam te
staan. Moet jij niet eens naar de dopingcontrole?


De weg was nat en modderig, en het
miezerde voortdurend: kwam het water niet uit de lucht,
dan kwam het wel van de wielen van je voorganger. Binnen
een uur zagen wij - raspaardjes van de weg - eruit als
de modderboeren van de mountainbike, wat ons ook bij de
koffiestop in Cruquius op verbaasde blikken van het
bedienend personeel en zelfs van medefietsers kwam te
staan. 'Wat hebben jullie gedaan?', wilde een groepje
senioren op de racefiets weten. Ja, dat krijg je als je
harder dan 25 kilometer in het uur rijdt, dan komt het
water vermengd modder van de weg omhoog. Daar keken die
ouwetjes van op.

Op exact dezelfde Garmin van
clubgenoot Peter zaten we al lang boven de 30 kilometer
gemiddeld, maar op die van mij stond de teller op 29,6
(ik zal nog eens naar mijn instellingen kijken). Maar
aangezien mijn gegevens bij dit weblog staan, was er op
het laatste stuk na de koffie nog een eindsprint voor nodig
om de 30 aan te tikken. Dat ging ten koste van Floor
(Dirk was bij de koffie al afgehaakt) en op het laatste
stuk ook van Gerard, van wie de Epo waarschijnlijk na 85
kilometer was uitgewerkt. Werd dit Rondje Noordzeekanaal toch nog een
slijtageslag....
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
18 januari 2011
Nergens is het verschil tussen
asfaltridders en modderboeren zo duidelijk als op het
nieuwe gedeelte van het atb-parcours in Noordwijk. Waar
de laatste groep genoeglijk knorrend als de beesten die
zich ook zo thuis voelen in de drek, de vele obstakels
omzeilt en trotseert, daar glijden, mopperen, wandelen,
strompelen en kreunen de raspaardjes van de weg. Waar de
rest van de duinpaadjes er het hele jaar goed bij ligt,
zijn de parcourbouwers erin geslaagd om hier een soort
bostraject aan te leggen over een zandgrondtraject dat
zowel bij droog weer (te mul) als bij regen (drassig en
zuigend) voor een normaal mens - lees: iemand die zo
snel als mogelijk zijn heil bij de racefiets zoekt -
onberijdbaar is. Toen ik geniepig in het pikkedonker -
mijn nachtblindheid was nog nooit zo'n handicap als
hedenavond - een stukje afsneed maar alsnog tot
halverwege mijn kuitbeen in een modderplas stapte - was
voor mij - en nog vier anderen - de maat vol: we gaan
naar huis! Over het asfalt! In de verte was nog net het
geknor van de achterblijvers hoorbaar: nog een keer, nog
een keer! |
|
| |
|
|
| |

Zondag 16 januari 2011
Schoonmoeders opgelucht, moeders in
tranen. De Club van Honderd (kilometer) maakt op deze
zondagmorgen haar naam weer waar en dus schiet het
wekelijkse koffie-uurtje met de familie er bij in. Zeven
zonen van Katwijk hebben vandaag maling aan een
eeuwenoude traditie.


Het mooie fietsweer lokt steeds meer
renners uit hun winterslaap. Een mannetje of veertien
stond er rond 9 uur bij De Goerie, van wie er zich al
meteen drie afscheidden om naar het mountainbikeparcours
in Zoetermeer te trappen. De rest reed richting
Leidschendam met Albert als wegkapitein, wat met name
richting en in Voorschoten weer bijzondere uitstapjes op
veel betreden paden opleverde. In Leidschendam scheidde
hij zich met onder anderen Huub en Marco af voor een rondje Dobbeplas en
ging de rest (acht man) langs de Vliet door
naar Delft, om halverwege ook Mike te zien afhaken die -
in tegenstelling tot de rest - wel bang was voor de
mattenklopper als hij te laat thuis zou komen. De
nivellering laat ook het moreel van de mariniers niet
ongemoeid.

Voordat de thuisblijvers - en de
liefhebbers van fietscomputerjournalistiek (we noemen
geen namen, maar Graham weet wie ik bedoel) - uit de
gegevens van deze rit de conclusie trekken dat er niet
werd gekoerst, even het volgende: toen we in Leidschendam afscheid namen van Albert en de zijnen
stond het gemiddeld op 22 kilometer in het uur. Dan moet
je op het resterende stuk - met op een belangrijk deel
windkracht 6 tegen - nog behoorlijk doorrijden om dat
naar de 28 op te schroeven. Zelfs op het duinpad - met
het windje comfortabel in de rug - moest geregeld het
gas eraf omdat het mooie weer niet alleen racefietsers
naar buiten had gelokt, maar ook hardlopers,
hondenuitlaters, bejaarden op e-bikes en loslopende
kinderen met hun ouders.

Een serieuze kuil in het wegdek na de
koffie met appelpunt-stop bij De Torpedoloods in Hoek
van Holland bezorgde Arie nog een stootlek en ons wat
oponthoud, terwijl we aan het eind van de Katwijkse
Boulevard rond 13 uur moesten constateren dat er pas 97 kilometer op
onze tellers stond. Maar een op-en-neertje over het
duinpad naar Noordwijk bracht de gewenste 100-plus.
Alleen Teun was toen al afgehaakt: bij Wassenaar sloeg hij
rechtsaf naar huis. Omdat ook hij bij de mariniers heeft
gezeten, zit de angst voor de mattenklopper van moeders
er ook bij hem goed in.
|
|
| |
|
|
| |

Donderdag
13 januari 2011
Een rustige seizoensopbouw moest dit
worden, met naast de atb-training op dinsdag en de
langere tochten op zondag, ook duurritjes op de
donderdagavond. Maar nu clubgenoot Teun zich bij de Marmottegangers heeft aangesloten, gaat alles eventjes
in een hogere versnelling. Vanavond nestelde hij zich op
kop van het groepje van vijf (Simon had zich bij Peter,
Raymon en ondergetekende gevoegd), om die positie
gedurende 47 kilometer niet meer af te staan. En bij
elke verkeersdrempel, heuvel of talud vond hij ook nog
de energie om met Raymon te sprinten om punten voor de
bergtrui. 'Rijdt hij altijd zo?'', vroeg Simon met een
ondertoon van respect op het laatste stukje dat we samen
naar huis reden. Ik kon het alleen maar beamen. Op deze manier zijn we begin mei helemaal
klaar voor de Marmotte. Alleen jammer dat we ons dan nog
twee maanden op ons tandvlees moeten voortslepen totdat die ook
daadwerkelijk wordt gereden.

|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag
11 januari 2011
Het zwaarste moment van de
dinsdagavondtraining ligt even na zes (18.00) uur. In de
miezerregen ben ik van Leiden naar Katwijk gefietst, kon
thuis direct aanschuiven voor de boerenkoolmaaltijd en
zak dan nog even diep weg in vaders stoel voor de buis
om het Journaal tot mij te nemen. Onder de zwoele
blikken van Eva Jinek voel ik mijn oogleden zwaarder
worden, het knikkebollen neemt een aanvang en het
gevecht tegen een vroeg avondslaapje lijkt al bij
voorbaat verloren. 'Moet jij niet gaan fietsen?', wekt
mijn eega me ruw uit dromen die hier geen verdere
toelichting behoeven. Een kwartier later dender ik in
het gezelschap van negen lelijke kerels bij een graadje
of vier door het duingebied tussen Katwijk en
Scheveningen. Absoluut een makkie, na het moment dat ik
mezelf met een uiterste krachtsinspanning en tomeloze
wilskracht aan mijn spaarzame haren uit vaders stoel heb
gehesen.
 |
|
| |
|
|
| |

Zondag 9 januari 2011
Vooraf was er nog enige twijfel:
mountainbike of racefiets? Het zou weliswaar droog
worden, met een zonnetje, maar in deze tijd van het jaar
blijft de weg de hele dag nat en plakkerig: grote kans
op lek rijden. Maar vijf leden van de Afdeling
Wielersport van de IJVK - al dan niet voorzien van
4-seasonsbanden - wilden het er wel op wagen. En
vooruit, ook Mike reed op zijn crossfiets probleemloos
een rondje Ringvaart met ons mee. Tenminste, tot
Weteringbrug. Want daar kreeg hij een lekke band. En
iets voor Cruquius nog één. Waar onze dunne
racerubbertjes het prima deden - zelfs die van Teun, die
aan de start bij De Goerie eerst nog een afloper moest
repareren - bleken de brede noppenbanden van Mike te
gevoelig voor dit werk.

De Marmottegangers Raymon en Peter
kozen - heel logisch - met Simon en Ard op hun ATB's
voor een soort voorbereiding op de Bart Brentjens
Classic (over het parcours in Noordwijk richting het
Kopje van Bloemendaal), wij (Mart, Teun, Rob L., Gerard,
Mike en ik) gingen voor een duurrondje Noordzeekanaal
van 100 kilometer. Maar met twee lekke banden en een
moeder en schoonmoeder die rond twaalf uur met koffie en
appelgebak klaar zitten (en met de deegroller als je te
laat komt) ging 'm dat niet worden. Bij de afslag
Halfweg bleven we dus maar de Ringvaart volgen, om bij
de brug naar Bennebroek weer richting de Bollenstreek te
sturen.


Mike slaagde daar alleen in dankzij de
zelfklevende Lezyme-plakkertjes - goeie spullen, dat is
belangrijk - die ik al meer dan een jaar in mijn
portemonnee heb zitten. Al na zijn eerste lekke band was
onze marinier door zijn reservemateriaal heen. En onze
kwetsbare dunne racebandjes passen natuurlijk niet om
zijn robuuste, op zwaar terrein gebouwde crossers.
Uiteindelijk stond er bij terugkomst in Katwijk bijna 84
kilometer op onze tellers. 'De langste rit die ik zo
vroeg in het jaar ooit heb gereden', mompelde Mike, die
deze winter meer schaats- dan fietskilometers heeft
gemaakt, op zijn tandvlees. Waarmee hij de bewering dat
fietsen en schaatsen goed te combineren zijn, indirect
naar het Rijk der Fabelen verwees. Serieus wielrennen
heeft helemaal niks met die koek en zopie-sport te
maken. |
|
| |
|
|
| |

Donderdag
6 januari 2011
Het is nu officieel: de Afdeling
Wielersport van de IJVK telt vier natte hetero's en ze
heten Teun, Peter, Raymon en Dick. Over de geaardheid
van de overige 111 leden laten we ons op deze plek niet
uit (het tegenovergestelde van natte hetero wil me even
niet te binnen schieten), maar een feit is dat ze er
niet bij waren toen we vanavond bij een graadje of vier
in de stromende regen vertrokken voor een rondje De
Horsten van 45 kilometer. Nu moet ik zeggen dat ik
halverwege ook openlijk aan mijn verstandelijke
vermogens begon te twijfelen, toen we al een uur door
ondergelopen straten reden en het ijswater onze
gezichten geselde. Geen droge draad meer aan het lijf,
langzaam opvriezende onderbenen en handschoenen waaruit
bij het remmen het water in stroompjes naar beneden
droop. Dankzij het petje onder mijn helm hield ik met de
overhangende klep redelijk goed zicht door mijn dubbele
brillenglazen, maar moest ik voor het maken van een foto
toch even wachten op de enige droge plek die we onderweg
tegen kwamen: het tunneltje onder de N44. Daarna duurde
het een kwartier voordat ik mijn doorweekte handschoen
weer aan kreeg.

|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 4 januari 2011
Elkaar eens lekker in de ogen kijken, is
er tijdens een avondtraining van de Afdeling Wielersport
van de IJVK niet bij. Steeds meer leden zijn uitgerust
met een Sigma Powerled op hun helm, waarvan de 90 LUX
zelfs de ster van Bethlehem doet verbleken. Een
aangepast rondje Landgoederenroute reden we vanavond,
onder leiding van kapitein Rob2. Dat betekende bij de
Soefi-tempel de wandelpaden van Berkheide op, om na het
paviljoen De Duinen weer op het fietspad uit te komen.
Daarna richting Wassenaar en Den Haag en via Meijendel
weer naar Katwijk. Op sommige plekken was het door
sneeuw- en ijsresten nog behoorlijk glad, maar iedereen
bleef overeind. Dat gold niet voor de argeloze
wandelaars of enkele tegenligger op de fiets, die bij de
nadering van onze Sigma's in de regel met hun handen
voor de ogen op het asfalt zakken. En de kleine en grote
roofdieren, zult u zeggen? Die kruipen in de regel
jankend in hun hol, in de vaste overtuiging dat hun dag-
en nachtritme door een wonderlijke speling van de natuur
is omgedraaid.

|
|
| |
|
|
| |

Zondag 2 januari 2011
Soms is het niet genoeg om het te roepen,
maar moet je het ook laten zien. 'Pas op, het is glad!',
schreeuw ik in het bochtje bij De Ruigenhoek, op de
grens van Noordwijkerhout en Lisse. Meteen daarop ga ik
onderuit. Niet hard, wel pijnlijk, bovenop mijn knie.
Door het gat in mijn broek (ook dat nog) zie ik de huid
rood worden van het bloed. Het is wel een vorm van
aanschouwelijk onderwijs die werkt, want de rest van de
groep passeert stapvoets en zonder brokken deze
ijsvlakte. Ook voor de rest van de rit zijn we meteen
gewaarschuwd: de temperatuur mocht dan ruim boven nul
zijn toen we om 09.00 uur vertrokken, bij het opkomende
zonnetje en de bevroren onderlaag is het op sommige
stukken opeens levensgevaarlijk.

Nu de nieuwjaarsreceptie nog een paar
weken op zich laat wachten, vormt zich bij De Goerie
spontaan een Beste Wensen-opstelling, waarbij elke
renner die aankomt het rijtje clubgenoten af mag.
Dankzij de Goede Voornemens is het opmerkelijk druk,
voor deze eerste zondagmorgenrit in het nieuwe jaar. Een
deel van de groep rijdt naar het parcours in Noordwijkerhout om de kwalijke sappen van oliebollen en
champagne eruit te trappen, de rest kiest voor een
rustige duurtocht richting het Noordzeekanaal. Maar daar
zullen we nooit aankomen.

Boven De Zilk valt op sommige stukken
niet normaal te fietsen: wat bij sneeuw en hagel de
afgelopen weken nog redelijk probleemloos ging -
overeind blijven - is nu met het verraderlijk dunne
ijslaagje op het asfalt onmogelijk. Vooral boven bruggen
en langs nog bevroren sloten moeten we soms stapvoets
onze weg vervolgen. Halverwege de Ringvaart rijden we de
Haarlemmermeer maar in, om een stuk van de beoogde route
af te snijden. Om ergens bij station Hoofddorp het
gladste stuk van deze rit tegen te komen.

Bij sneeuwrestanten is het duidelijk
dat je moet oppassen, maar het gevaarlijkst zijn de
weggedeelte die onschuldig in het zonnetje liggen te
glinsteren. Dirk Nijgh maakt uitbundig reclame voor de
wielrennerij in het algemeen en de Afdeling Wielersport
van de IJVK in het bijzonder, door zijn mountainbike aan
de kant te zetten en een oud vrouwtje aan zijn arm over
het gladste stuk te loodsen. 'Ziet u wel dat er ook
goede wielrenners zijn, mevrouw?'

Eenmaal bij de oostelijke kant van de
Ringvaart aangekomen kunnen we weer redelijk normaal
rijden, voor Mart, Teun en Raymon meteen aanleiding om
de gashendel even open te draaien. Een duurrit is mooi,
maar het moet niet te lang duren. Enige rust wordt ons
niet gegund: restaurants waar we normaliter even
opsteken voor koffie en appelgebak laten middels
briefjes op de deur weten dat we vanaf 6 januari weer
van harte welkom zijn. Niet meer helemaal compleet -
Arie en Ard geven onderweg te kennen dat ze wel op eigen
tempo naar huis rijden - komen we na ruim 65 kilometer
weer bij De Goerie. Tijd om onze eerste wonden van het
nieuwe jaar te likken:
 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Het verslag van de
Dolomietenmarathon staat
hier. |
|
| |
|
|
| |
Naar de rest van het
wielerseizoen 2010 |
|
| |
|
|
| |
Naar het wielerseizoen 2009 |
|
| |
|
|
| |
Weer naar boven op deze pagina |
|
| |
|
|
|