| |
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
|
|
 |
| |
|
Programma 2009
Maart:
Joop
Zoetemelk Classic vanuit Leiden
April:
Veenendaal-Veenendaal
Amstel Gold Race
Mei:
Hart van de Bollenstreek
Juni:
Trainingskamp in Spanje
Limburgs
Mooiste
Juli:
Fietsweek in
de Alpen, inclusief La Marmotte
Augustus:
Zomervakantie, waarschijnlijk in de Dolomieten, Italië
September:
Fietsweekend
Ardennen
|
| |
| |
| |
| |
 |
| |
 |
| |
|
 |
|
  |
| |
| |
|
|
|
| |
|
|
| |
La
Marmotte 2009 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Wat vooraf ging, uitgelegd
in een column voor de dagbladen van HDCmedia: |
|
| |
|
|
| |

Neef Raymon gespannen aan de
start voor de 'Tocht der tochten'.
La Marmotte (1)
Eeuwige roem zit er niet in.
Startnummer 3401 maakt net zoveel kans op de overwinning
in La Marmotte als Rita Verdonk op het premierschap. Het
hoogst haalbare is een diploma. Het bewijs dat ik deze
tocht over vier Alpenreuzen heb volbracht. Een
certificaat met mijn naam erop. Daarom is het zo
onuitstaanbaar dat die verrekte Fransen van deze Grand
Trophee des Cyclosportives mij in alle officiële
bescheiden hardnekkig ' Van der Pals, Dick' blijven
noemen.
Heimelijk jaloers op de Rijnreisjes en excursievakanties
die mijn
moeder met haar vriendinnen het hele jaar door
onderneemt, hebben neef
Raymon en ik gekozen voor een geheel verzorgde
Marmotte-reis. Lekker
in de bus zitten, op tijd je natje en je droogje,
nergens anders aan
denken dan aan fietsen. Net als thuis, mag mijn eega dan
venijnig
opmerken.
Maar
- dat was even weggezakt - alle groepsreizen beginnen in
uithoeken van het land met het onvermijdelijke
verzamelen op
onmogelijke tijdstippen. Voor ons was dat gistermorgen
op een
bedrijventerrein in Breda, om vijf uur in de ochtend.
Wekker om half drie, ontbijten, fietsen en koffers
inladen en slaaprijdend naar het
zuiden. Alternatieve opstapplaatsen waren er ook: om zes
uur in
Eindhoven, zeven uur in Maastricht.
Ben je er klaar voor? Dat is de vraag die mij de
afgelopen dagen het
meest is gesteld. Nee, natuurlijk niet. Ik had nog zeker
vijf kilo
moeten afvallen. De wijn, de Leffe Blond en het vette
voedsel moeten
laten staan. Veel meer kilometers moeten maken, buiten
de
trainingstripjes naar Spanje, Limburg en de Ardennen om.
De angst dat
ik van het thuisfront dan een enkele reis naar een
Alpentop had mogen
boeken, weerhield mij.
Wat doen mannen van mijn leeftijd om het gebrek aan
trainingsarbeid te
compenseren? Vluchten in het materiaal. Een racefiets
van drie keer
modaal. Wondergelletjes voor onderweg. Een fietsbroekje
van 165 euro
waarover mijn eega de afgelopen dagen (en ik vrees: ook
de komende
weken) niet uitgepraat zal raken. Alsof het argument dat
mijn gezin al
een jaar of twaalf compleet is er toe mag leiden dat ik
na ruim negen
uur gerust met een derde bal of een door bacteriën
aangetaste
bilspleet van het zadel mag komen.
Aan het begin van de avond kwamen we gisteren aan in
Résidence Club
Alpine 'Le Hors Piste' in het gehucht Oz en Oisans, met
net zulke
dikke enkels als mijn moeder altijd van lange busreizen
krijgt.
Vanmorgen is de eerste trainingsrit, naar de top van Les
Deux Alpes.
Aan het eind van de dag mogen we ook de Alpe d'Huez
oprijden, even
kijken hoe dat ook alweer voelt. Morgen staat een
trainingsrit naar de
Col de la Berarde op het programma, donderdag naar de
Croix de Fer en
vrijdag is een rustdag om de startnummers op te halen.
Zaterdag moet
het gebeuren.
La Marmotte is 174 kilometer lang, maar de echte pijn
zit hem in de
hoogtemeters. Zo'n 5000 zijn dat er, verdeeld over de
Croix de Fer, de
Col de Telegraph, de verschrikkelijke Galibier en, aan
het slot, de
legendarische Alpe d'Huez. Het hele rondje heb ik, vijf
jaar geleden,
vanaf de camping al een keer gereden. Op het gemakkie.
Het doel is nu
om het binnen de negen uur en 15 minuten te doen. Dat is
goed voor het
Brevet d'Or, goud in mijn leeftijdsklasse van 40 tot 49
jaar. Qua
conditie moet dat lukken. Alleen de omstandigheden -
hitte, regen,
sneeuw (alles is mogelijk met toppen van ver boven de
2000 meter),
lekke banden, iemand die in het ravijn rijdt of
anderszins het leven
laat - kunnen roet in het eten gooien.
Als het allemaal lekker loopt, gaat Dick van der Plas
voor goud.
Mocht het minder worden, dan heeft ' Van der Pals, Dick'
een slechte dag gehad.
Met hem wil ik niks te maken hebben. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |

Maandag 29 juni
De eerste dag van de Marmotte-week is
al een loodzware. De wekker staat om 2.30 uur (!) om het
volgende schema af te werken: om 3.00 uur neef Raymon
oppikken, fietsen opladen, rond 04.30 uur aankomst in
Breda, fietsen en koffers uitladen, overstappen in de
bus met fietsaanhanger die ons via tussenstops in
Eindhoven en Maastricht aan het begin van de avond bij
hotel
Le Hors Piste in Oz en Oisans moet afleveren. Voor
de volgende dagen staat ons het volgende te wachten
(klik om te vergroten):

Geen idee hoe de
internet-infrastructuur in dit afgelegen oord is, maar
op momenten dat er verbinding kan worden gelegd staan op
deze site verslagen van trainingsritten en andere
voorbereidende activiteiten op de tocht der tochten.
Onze Marmotte-week is
georganiseerd door
www.klimexperience.nl. Kijk op de site naar het
buitenlandprogramma. |
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 30 juni
Ons hotel ligt op ruim 1500
meter aan een doodlopende weg. Het grote voordeel
daarvan is dat elke fietstocht begint met een heerlijke
afdaling. Over het grote nadeel later meer. Na een korte
instructie van wegkapitein Ton lieten we ons dus een
meter of zeshonderd omlaag vallen, om vandaar via de
rustige achterkant Alpe d'Huez op te rijden. Op vier
kilometer van de top kwamen we de voor Hollanders zo
legendarische klimroute op en toen was de verleiding om
meteen maar naar boven te trappen natuurlijk niet te
weerstaan. Voor de finish van de Tour de France, en
straks ook van La Marmotte, moet je het dorp door en nog
een kilometer verder naar boven, waar een schamel
erepodium vooral dienstdoet bij fotoshoots van bij
voorbaat kanslozen, zoals ondergetekende. Vandaar ging
het omlaag naar Bourg d'Oisans voor een terrasje, met
daarna de klim naar de voor mij onbekende Berarde. Les
Deux Alpes, die eigenlijk voor vandaag op het programma
stond, bewaren we voor morgen. De grootste vijand van
vandaag - de hitte - en het besef om in de aanloop naar
La Marmotte niet al het kruit te verschieten deed ons
halverwege deze lange, een beetje glooiende klim
omkeren, om de dagtrip niet te ver boven de 90 kilometer
te laten uitkomen. Want voordat we ons in het chalet
konden overgeven aan de goddelijke handen van masseur
Frans, wachtte nog een helse klim met
stijgingspercentages tot 12 procent en temperaturen van
tegen de 40 graden in de volle zon. Ja, dat bedoelde ik
met het grote nadeel van een hotel dat op ruim 1500
meter aan een doodlopende weg ligt. Morgen zetten we de
bus beneden.

Niet eens een droom, gewoon een onwaarschijnlijk beeld.

Na gedane arbeid aan de cola
(!) - aan meer was even geen behoefte - bij Ozzie's Bar. |
|
| |
|
|
| |

Woensdag 1 juli
Vanaf vandaag wordt alles -
tot aan de dag van La Marmotte, tenminste -
gemakkelijker, hebben Ton en Maurice van Klimexperience
ons verzekerd. Gisteren was niet alleen vanwege de
hoogtemeters en de hitte een loodzware rit. Onze lijven
moesten ook wennen aan het verblijf op grote hoogte.
Vandaag dalen we weer af van ons hotel op 1500 meter, om
via Bourg d'Oisans de eerste vijf - zwaarste - bochten
van de Alpe d'Huez te doen. Dan slaan we bij het dorpje
La Grave rechtsaf en rijden we naar Les Deux Alpes voor
de belangrijkste klim van deze woensdag. Rustig aan, is
ons verzekerd, voor wat het waard is. Na de afdaling
wacht de bus beneden op ons voor een comfortabele klim
naar het hotel en het pastabuffet. |
|
| |
|
|
| |

Na de afdaling vanuit Oz en
Oisans verzamelen bij het stuwmeer.
Woensdag 1 juli ('s
avonds)
'Klimmen
met plezier' is het motto van Klimexperience dat
onze Marmottereis organiseert. En onderweg schreeuwt dat
geregeld om aanpassingen. 'Doodgaan met plezier' maakte
fietsmaat Wilco er vandaag van in de beklimming naar het
skioord Les Deux Alpes, waar we (opnieuw) reden met 33
graden in de schaduw en 43 in de zon. En we rijden bijna
altijd in de zon. Na een dagje aftasten kennen we in de
groep elkaars sterke en zwakke kanten wel zo'n beetje.
Ik heb ontdekt dat ik met de beteren meekan als mijn
hartslag in de klim tussen de 160 en 170 ligt. Maar
aangezien ik dat geen Marmotte ga volhouden,
experimenteer ik met een tandje lager. Sinds Wilco heeft
ontdekt dat ik akelig regelmatig klim, doodstil op de
fiets zit en ook geen gekke stuurbewegingen maak, wijkt
zijn voorwiel geen centimeter van mijn achterwiel.
Praten doen we onderweg niet veel. Klagen wel. Na de
eerste vijf steile bochten van Alpe d'Huez sloegen we
vanmorgen rechtsaf bij La Grave, waar wegkapitein Ton
ons een mooie, alternatieve route naar Les Deux Alpes
had beloofd. Mooi was ie zeker, maar hij liep ook
voortdurend omhoog, waardoor we er uiteindelijk toch nog
een soort Huez aan vastplakten. Ook Les Deux Alpes mocht
er zijn: negen kilometer in evenzoveel bochten omhoog
tot de skiliften op 1650 meter. Maar de afdaling was
super. Voor de terugweg kwam chauffeur Gé met de bus om
ons de steile klim naar het hotel te besparen. Terwijl
we in de met racefietsen volgepakte touringcar op de
berg de ene na de andere zwoegende renner passeerden,
kon ik toch nog wat respect opbrengen voor het motto van
Klimexperience: Kijk, dit is nou klimmen met plezier.

Langs het stuwmeer (links)
en een fotoshoot voor de Wielervereniging Katwijk
(rechts).

Eindelijk klimmen met
plezier. |
|
| |
|
|
| |

Opnieuw klimmen met plezier.
Ruimte genoeg voor renner en fiets.
Donderdag 2 juli
Steeds inventiever worden
we, om de nare klim van acht kilometer naar ons hotel te
vermijden. Na de beklimming van de Alpe d'Huez - viel
niet tegen, lekker tegen hartslag 160 opgereden in vijf
kwartier tot aan de Marmotte-finish - maakten we handig
gebruik van de wetenschap dat chauffeur Gé en masseur
Frans deze route van ons hotel in Oz en Oisans naar het
dorpje Alpe d'Huez al eens per kabelbaan hadden
afgelegd. 's Winters vervoeren de ruime gondels skiërs
naar de top, 's zomers vooral mountainkbikers - die zich
dan via kleine paadjes omlaag storten - en wandelaars.
En nu ook racefietsers, dus. Nadat we onze startbewijzen
voor La Marmotte hadden opgehaald en een terrasje hadden
gepakt, gleden we voor 13 euro met een adembenemend mooi
uitzicht omhoog en stapten daar - op hetzelfde kaartje -
over op de kleinere gondel die ons vrijwel voor de deur
van het hotel in Oz afzette. Precies op tijd voor het
pastabuffet van vier uur. Alleen Ton en neef Raymon
(hoogtevrees!, dat heb ik ook, maar ik ben niet gek en
ik heb bovendien legerervaring om zelfs de grootste
angst te onderdrukken) verkozen de Alpe d'Huez per fiets
af te dalen, de twintig kilometer van Bourg d'Oisans
naar de voet van de Oz-berg te trappen en vandaar in de
bloedhitte de gruwelijke klim naar het hotel te
ondernemen. Bange helden, dat zijn het, die we op het
terras van het restaurant (een uur te laat, dat wel)
niettemin met applaus onthaalden. De pasta was nog warm.

Het dorpje Alpe d'Huez
verdwijnt in de verte. We zijn op weg naar de top. Links
wegkapitein Ton en kopman Dennis in de kleinere gondel
naar Oz.

De laatste etappe: van de
absolute top van de Alpe d'Huez naar Oz-station. Ons
hotel ligt aan het eind van de kabel. |
|
| |
|
|
| |

Sjaak (links) en Dennis met
hun stuurplaatjes en andere startbescheiden.
Vrijdag 3 juli
Het
gebied rond de Alpe d'Huez raakt in Marmottesfeer. De
hele week zien we al grote groepen fietsers trainen voor
de tocht, maar met het opzetten van het tentenkamp en
het afhalen van de startbescheiden komt iedereen op
scherp te staan. Zijn we er klaar voor?, is opnieuw de
meest gestelde vraag. Er zijn deze week dagen geweest
dat ik dacht van niet. Deze cols voelen in de benen toch
heel anders aan dan de Limburgse heuvels en zelfs het
Spaanse middelgebergte bij mijn rentenierende vriend. En
daar komt de hitte dan nog eens bij. Zonder wind, in een
kaal landschap, bij een graadje of veertig naar 2000
meter hoogte (en meer) trappen. Wie verzint zoiets? En
dan liggen er morgen zo'n vier van die smerige dingen op
ons te wachten. 'Je gaat toch niet voor dat stomme
goud?', luidde de peptalk van mijn eega gisteren in een
telefoongesprek. 'Ik heb liever dat je heel terugkomt.'
Niet alleen daarom is mijn voornemen om La Marmotte
morgen vooral met mijn verstand te rijden. Ik houd
voortdurend één oog op de hartslagmeter, ga mezelf niet
over de kop trappen en mocht ik uiteindelijk de 174
kilometer en 5000 hoogtemeters toch binnen de 9.15 uur
hebben afgelegd, dan is dat mooi meegenomen. Maar meer
ook niet. |
|
| |
|
|
| |

Het 'dak' van La Marmotte,
de Galibier. In de verte knetterd het onweer boven de
bergen.
Zaterdag 4 juli
Tot
Alpe d'Huez was ik geweldig. Alles klopte op mijn eerste
Marmotte. Op het schema van wegkapitein Ton dat voor mij
naar goud moest leiden, lag ik op de top van de Glandon
al zo'n twintig minuten voor en ook op de toppen van de
Telegraph en de Galibier was er nog niks aan het handje.
Het 'dak' van deze Marmotte (2600 meter en een beetje)
passeerde ik om precies 13.50 uur, als een intercity zo
stipt volgens het boekje. In de vliegende afdaling naar
Bourg d'Oisans - soms met 60 in het uur, tussen auto's
en campers en door lange, onverlichte tunnels - had ik
uiteindelijk nog 1.35 uur om de Alpe d'Huez te beklimmen
en te finishen binnen een gouden tijd van 9.15 uur (in
mijn leeftijdscategorie). Moest te doen zijn, want
eerder deze week reed ik hem op het gemakkie in 1.15
uur. De eerste vier, zwaarste bochten leek er nog niks
aan de hand: het ging moeizaam, maar dat gaat het op dit
gedeelte altijd. Maar daarna wilde m'n snelheid en m'n
hartslag niet meer omhoog, stroomde er pap in m'n benen
en bleek halverwege volgens mijn meest optimistische
planning dat ik - als ik mezelf helemaal naar de kloten
zou rijden, zoals dat in wielertermen heet - op de
eindstreep vijf minuten tekort zou komen. Dat bleek de
mentale nekslag te zijn: het leidde in elk geval tot het
besef dat ik best (nog) rustiger aan kon doen omdat ik
voor 'zilver' (een Brevet d'Argent) nog wel twee uur
later zou mogen finishen. Dus reed ik als een toerist:
alle bevoorradingsposten aandoen, soms even op een hekje
zitten en me uitgebreid met water laten besproeien door
dames in bikini. Kortom, onderweg bloemetjes plukken,
zoals fietsmaat Wilco het uitdrukte (die hetzelfde
overkwam, net als de grote meerderheid van onze groep,
inclusief neef Raymon, ook zicht op goud, maar na de
Alpe toch zilver). Uiteindelijk kwam ik binnen op 9.39
minuten, waar ik - na de eerste teleurstelling - vrede
mee had. Ik reed goed, maar op een gegeven moment was
het gewoon op. En ik stelde me niet eens aan. Dat
gevoegd bij de wetenschap dat gewoonlijk 2000 van de
8000 deelnemers de tocht niet eens uitrijden, en weer
anderen eindigen in de ambulance of het lijkenhuis, is
het uitrijden van zo'n slopende tocht met nog niet eens
een lekke band de bekroning van een geweldige fietsweek
in de Alpen. En, eerlijk waar, tot Alpe d'Huez was ik
geweldig.

De top van de Glandon. |
|
| |
|
|
| |

Met chauffeur Gé bij de
start. Uiterst rechts: fietsmaat Kees in opperste
concentratie.
Zaterdag 4 juli -
maandag 6 juli
Hoewel
ik die Tocht der Tochten nooit heb gereden, moet ik toch
denken aan een Elfstedensfeertje, op het pleintje in
Bourg d'Oisans waar wij in het vak met de nummers
2000-4000 verzamelen voor de start. Anders dan andere
cyclo's die ik heb gereden - Amstel Gold Race, Limburgs
Mooiste, de Joop Zoetemelk Classic en noem maar op -
vertrek je in La Marmotte allemaal tegelijk voor
dezelfde afstand. Het geeft een kick om die eerste
tientallen kilometers op dan nog min of meer autovrije
wegen in een enorme stroom fietsers door het imponerende
berglandschap te rijden. Ook op de rest van de route
weet je je - hoewel de ergste drukte er gaandeweg wel
vanaf gaat - altijd omringd door lotgenoten. La Marmotte
is ook zwaarder dan de Elfstedentocht, verzekert
fietsmaat Sjaak - met 61 jaar de nestor van onze groep
maar nog fietsend als een jonge vent - ons. Hij reed een
keer of veertien de alternatieve versie van 200
kilometer op de Weissensee. Op deze dag is ook onze
chauffeur Gé in wielertenue gehesen, voor de
herkenbaarheid als hij ons vlak voor de voet van de Alpe
d'Huez verse bidons en eten aanreikt. Ook bij de start
komt hij van pas: om windstoppers, jackjes en armstukken
aan te nemen. Met verwilderde ogen kijkt hij - als hij
ons eenmaal heeft gevonden - tussen de duizenden renners
om zich heen: 'Waar is m'n fiets! M'n fiets is
gestolen!' Ja, met Gé kun je lachen. Als voor ons het
startschot klinkt, is het dringen geblazen in het nauwe
straatje dat naar de streep leidt. Vlak naast de
opblaasbare boog speelt een Frans dweilorkest.

De beklimming van de Col du
Glandon.
De eerste vijftien
kilometers zijn vlak en gaan in een flink tempo. Dan
begint de beklimming van de Col du Glandon: meteen al
met een procentje of tien. Versnellingen klikken in hoog
tempo tandjes lager, de ademhaling en de hartslag gaan
omhoog. Vijf kilometer klimmen, dan weer een stukje
dalen, weer steil omhoog en geleidelijk verder stijgen
tot de top op 1924 meter, ruim 36 kilometer afgelegd.
Snel even wat eten, de bidons vullen en dan naar
beneden, in wat ons is voorspeld als een gevaarlijke
afdaling. Toch zijn er tientallen renners die borden en
gele vlaggen aan hun laars lappen en zich als een dwaas
in de haarspeldbochten storten. Bij bosjes zie je
onderuit gaan, of al hun wonden likken aan de kant, vaak
in gezelschap van ambulancebroeders of EHBO'ers. Ik
slalom door een aflevering van Mash.
De
afdaling is lang, maar voor wie een beetje voorzichtig
in de bochten is, goed te doen. Het stuk tot 81
kilometer is min of meer vlak. Min of meer, zeg ik, want
er zijn kilometers vals plat bij, waarbij je moet zorgen
dat je in een groepje zit dat je meesleept. Dan begint
de klim naar de Col du Telegraph, die veel renners mooi
en gelijkmatig vinden. Ik vind het een rotding, juist
omdat hij bijna overal met hetzelfde percentage omhoog
gaat. Nooit een moment om even de benen te strekken of
de rug te rechten. Op de top - 1570 meter - proberen
honderden fietsers hun bidons te vullen onder een klein
pisstraaltje van een watertappunt, maar vijf kilometer
verderop, in Valloire, is een grote bevoorradingspost
met bananen, sinaasappels, koeken en wafels. Eten doe ik
niet veel - ik krijg het gewoon niet weg - maar drinken
des te meer. Op naar de Galibier, met een aanloop die
min of meer vlak lijkt door het meestijgende landschap,
maar toch kilometers lang met tien procent omhoog gaat.
Een Nederlander die naast me rijdt, is dolbij met die
mededeling. 'Man, ik dacht dat ik uit mezelf amper
vooruit kwam. Is dit echt 10 procent? Je maakt m'n hele
dag goed!' Graag gedaan.

Naar de top van de Galibier.
Na een haakse bocht in de
weg begint de eigenlijke klim, die kilometers doorloopt
in een kaal landschap. Ver boven je zie je renners als
stipjes tegen de berg opkruipen, een weinig bemoedigend
beeld. Voor het eerst stap ik even af, om wat te drinken
en te eten. Als ik dat bergop rijdend doe, raak ik in
ademnood, heb ik gemerkt. Maar het is ook een goed
excuus om even dat stomme gemaal op de pedalen te
onderbreken. Ik rijd bovendien mooi vlak op schema, hou
goed de borden met het aantal kilometers naar de top in
de gaten en kijk voortdurend op mijn computer of het
tempo niet inzakt of mijn hartslag niet te laag wordt.
Tegen de 160 is min of meer mijn omslagpunt, dat moet ik
uren kunnen volhouden. Als ik lager ga, doe ik niet
genoeg m'n best. Het wordt hier ook gelukkig steeds
koeler, bovenop zelfs uitgesproken fris, terwijl boven
de bergen achter me de donkere onweerswolken samenpakken
en spectaculaire knallen en lichtflitsen produceren.
Maar ik rijd voor de bui uit, ook later, op de Alpe
d'Huez. Anderen zijn minder gelukkig. Op de top - 2642
meter - stop ik kort, om even een windstopper aan te
trekken. Water en eten heb ik nog genoeg, mijn
achterzakken puilen uit van de reepjes en de cakejes.
Nog steeds geen trek. Ik pak wat stukken banaan en bijt
in wat sinaasappelpartjes. Dan zo gauw mogelijk omlaag,
eerst weer met gevaarlijke haarspeldbochten, dan op
lange rechte stukken met veel autoverkeer en donkere
tunnels. Opnieuw valpartijen, bebloede koppen,
ambulances. Zelf heb ik vooral oog voor mijn teller en
mijn horloge. Rond 15 uur moet ik bij de bus van Gé
zijn, om voldoende over te houden voor de klim naar Alpe
d'Huez. Om tien over drie kom ik daar aan, gehaast maar
opgewonden over het naderende goud: nog 1.35 uur om
boven te komen. Moet te doen zijn.

Bovenop de Galibier nog even
omlaag kijken. Rechts: finishen op de Alpe d'Huez.
Maar dan blijkt het ware
venijn van deze Marmotte vooral in de staart te zitten.
Mijn benen zouden nog wel honderd kilometer vlak kunnen
malen. Ze willen alleen niet meer omhoog. Daarom haken
duizenden deelnemers ook af aan de voet van deze berg en
nemen genoegen met een diploma van La Marmotton, de
Marmotte zonder de Alpe d'Huez. Uiteindelijk finishen er
zaterdag maar 5300 van de 8000 op de top. Na mijn
lijdensweg omhoog - even zitten, stukje fietsen, even
zitten, stukje fietsen - word ik in het
eindklassement 2694ste, en 993ste in mijn
leeftijdsklasse van 40-49 jaar. (Neef Raymon wordt -
heel knap - 1581ste, met 8.50 uur. Maar omdat hij nog zo
jong is, wordt ook dit niet meer dan zilver in de
categorie 18-29.) Volgend jaar - als ik het weer kan
opbrengen en mijn vrouw ermee instemt - mag ik een
categorie hoger. Het jaar waarin je 50 wordt - voor mij
op 24 juli 2010 - geldt voor de organisatie van La
Marmotte als je leeftijd. Voor goud wordt dan mijn
eindtijd 9.36 uur. Zeker nu ik weet waar het fout ging -
te weinig ritten boven de 150 kilometer gedaan - ligt in
mijn jubeljaar een gouden Marmotte in het verschiet. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
En na afloop: deel 2 van de
krantencolumn over La Marmotte: |
|
| |
|
|
| |
La Marmotte
(2)
De laatste peptalk van mijn vrouw bereikt me per sms:
'Je gaat toch
niet voor dat stomme goud? Ik heb liever dat je heel
terug komt.'
Natuurlijk ga ik niet voor goud. In mijn
leeftijdscategorie (40-49)
ben ik een oude man, te zwaar voor de klim, te angstig
in de afdaling. Alleen voor het geval dát heb ik achter
in mijn wielershirt, tussen de energierepen en de
gelletjes, het schema dat mij binnen de 9.15 uur aan de
finish moet brengen. Goed voor goud!
Wat is er leuk aan La Marmotte, een van de zwaarste
fietstoertochten
ter wereld? Alles, zo lang je nog aan de start staat in
Bourg
d'Oisans, waar 8000 renners zich in straten en op
pleinen verzamelen
om 174 kilometer te trappen over vier fameuze cols uit
de Tour de
France: de Col du Glandon (vlak voor de top van de Croix
de Fer een
stukje linksaf), de Telegraph, de Galibier en, als
sluitstuk, de Alpe
d'Huez. Je hoort er Frans, Italiaans, Deens, Duits,
Engels, sappig
Vlaams en veel, heel veel Nederlands. Na de 400
wedstrijdrenners
worden wij, ambitieuze wielertoeristen, rond half acht
in rotten van
2000 weggeschoten.
Vergeten
is het advies van de wegkapiteins Ton en Maurice van
Klimexperience, die onze trainingsgroep van twaalf man -
variërend in
leeftijd van 21 tot 61 - vooral heeft voorgehouden
rustig te beginnen.
Maar na een rustdag voel ik me top. Op de klim naar de
Glandon los ik zelfs mijn gelegenheidsfietsmaat Wilco,
die zich nog zo had
voorgenomen de hele dag in mijn wiel te zitten. Maar
dankzij twee
afdalinkjes sluit hij vlak voor de top weer aan. Onze
euforie stijgt:
20 minuten voor, liggen we, op het schema voor goud. In
de gevaarlijke
afdaling haakt hij weer af, als ik zigzag over wat een
slagveld uit de
Eerste Wereldoorlog lijkt. Ondanks de
waarschuwingsborden en mannen
met gele vlaggen, buigen hulpverleners zich in vrijwel
elke
haarspeldbocht over bebloede renners.
Ik kom heel beneden en vind een groepje dat me over het
redelijk
vlakke stuk naar de voet van de Telegraph loodst. Rond
12 uur kom ik
daar op de top, opeens een kwartier achter op schema
maar met de
wetenschap dat Ton dit ijkpunt zelf ook al niet
betrouwbaar vond. En
dat blijkt: om precies 13.50 uur ben ik weer helemaal
bij op de top
van de Galibier. Het is bewolkt op 2646 meter, het waait
en in de
verte knettert het onweer angstaanjagend uit gitzwarte
kruinen boven
de omringende bergen. De windstopper gaat aan, voor de
lange afdaling
naar Bourg d'Oisans, met snelheden van boven de 60 in
het uur op
hobbelig asfalt, langs campers en auto's met caravans,
door slecht
verlichte tunnels waar een donkere fietsbril het zicht
helemaal op
zwart zet. Ook hier weer de onvermijdelijke valpartijen,
ambulances,
paniekerige mannen met gele vlaggen.
Maar ik kom zonder een schrammetje aan bij de touringcar
waar Gé, onze
chauffeur, langs de weg staat met volle bidons en een
laatste
energiegelletje. Nog 1.35 uur heb ik, voor de beklimming
van de Alpe
d'Huez, die ik eerder in de week op het gemak in 1.15
uur opreed tot
de finish van La Marmotte, een kilometer voorbij het
dorp. Maar al na
twee bochten voel ik dat ik - zoals wielrenners dat zo
plastisch
kunnen uitdrukken - spectaculair naar de kloten ga. Mijn
hartspier
zegt 'bekijk het maar' na acht uur kloppen met 160
slagen per minuut
en zet de begrenzer op 140. En geen slag meer. Mijn
beenspieren
verklaren zich solidair. En bij het voortkruipen van de
kilometers
reken ik uit dat ik op deze manier net vijf minuten te
kort ga komen
voor goud. Vijf minuten! Erger kan bijna niet.
Maar er is niks dat ik eraan kan doen, behalve mezelf
overgeven aan
die opeens machteloze benen, mijn stotende gehijg en de
moordende
hitte: 45 graden, geeft mijn computer in de zon aan, en
geen zuchtje
wind. Ik zet de fiets neer, zak op een houten hekje en
laat me door
omstanders overgieten met koud water. Ik sukkel naar
boven, zoals ik
de Alpe vijf jaar geleden met mijn twaalfjarige dochter
opreed: na
elke twee bochten even stoppen, uithijgen boven mijn
stuur, wat
drinken en weer verder. Bij de laatste keer opstappen
val ik,
wielerheld, met fiets en al om.
Na 9.39 uur kom ik over de finish, bijna anderhalf uur
voor op het
langzaamste schema voor zilver. Want zo kun je het ook
bekijken. In de
file net na de elektronische matten van de
tijdregistratie, bel ik,
schor van het hijgen, mijn vrouw met het goede nieuws.
Ik ging dood, maar ik leef nog.
Pas volgend jaar, als jong broekie in de
leeftijdscategorie 50-59 die
er 21 minuten langer over mag doen, ga ik voor goud.
Dat wordt een makkie. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |

Dinsdag 7 juli
Onze Marmottegroep blijft
nog wel even - via de mail - wetenswaardigheden
uitwisselen. Dit was handig geweest voor het thuisfront,
ontdekte Pieter-Jan drie dagen na dato: door afgelopen
zaterdag mijn startnummer op de website van de
organisatie in te tikken, hadden ze me het hele rondje
kunnen volgen. 'Je denkt toch niet dat ik dat gedaan
had, hè?', zei mijn eega ongelovig, toen ik haar
enthousiast op deze noviteit wees. 'Ik had wel wat
anders te doen.' Wat rest zijn de tussentijden. |
|
| |
|
|
| |
Donderdag 9 juli
Je kunt er natuurlijk wel
hele weblogs over vol schrijven, over die Marmotte, maar
het beeldverslag van de mannen van Photobreton zegt meer
dan duizend woorden:

Met Wilco in de beklimming
van de Col du Glandon, de eerste berg van de dag. Nog
een soepele pedaaltred, ontspannen gelaatstrekken.

De verschrikkelijke Galibier,
waar de sneeuw op 2600 meter nog hoog langs de weg ligt.
Het gezicht van de renner begint al te tekenen van de
inspanning.

De afdaling van de Galibier.
Windstopper aan tegen de snijdende kou. Fietsen gaat
weer even vanzelf.

De Alphe d'Huez. De helm aan
het stuur, om het hoofd wat koeler te houden. Mond open
om zoveel mogelijk zuurstof te happen. 'Zijn er geen
foto's waarop je moest lopen?', wilde een collega weten.
Nee, natuurlijk niet. Als je al een paar keer die berg
bent opgereden, weet je precies waar de fotografen van
Photobreton staan. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Kijk
hier voor een fotoreportage van onze Marmotteweek
met
Klimexperience, dat het motto 'Klimmen met plezier'
voor mij in elk geval meer dan waarmaakt. Ik wil Ton,
Maurice (organisatie), Frans (masseur), Gé (chauffeur)
en mijn fietsmaten voor één week (Dennis, Wilco,
Kees, Sjaak, Pieter-Jan, Dirk-Jan, Ton, Rob en neef
Raymon) ontzettend bedanken voor hun steun,
kameraadschap, gezelligheid, foute grappen en smerige
winden. Het was onvergetelijk. |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Terug naar het Wielerlog |
|
| |
|
|
| |
|
|
|